CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Ruimte voor economie Marktanalyse bedrijventerreinen br raad.pdf

gemeenteraad 21 juni 2023, gemeente GroningenBij agendapunt: -: Motie n.a.v collegebrief: Ruimte voor economie31.322 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen Stec Groep aan provincie Groningen

Evert-Jan de Kort, Juriën Poulussen, Callum Lewis en Marijn Gradussen 3 februari 2023

2

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

Inhoudsopgave 0

Samenvatting

4

1

Inleiding

8

1.1 1.2 1.3 1.4

2

Bedrijventerreinen in Groningen in beeld 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3

5

35

Delfzijl en omgeving .............................................................................. 35 Ruimtevraag bedrijventerreinen ........................................................... 35 Aanbod.................................................................................................... 37 Behoefte (confrontatie vraag-aanbod) ................................................. 37 Behoefteraming Oost-Groningen ......................................................... 39 Ruimtevraag bedrijventerreinen ........................................................... 39 Aanbod.................................................................................................... 42 Behoefte (confrontatie vraag-aanbod) ................................................. 43 Behoefteraming RGA-gemeenten ........................................................ 45 Ruimtevraag bedrijventerreinen ........................................................... 45 Aanbod.................................................................................................... 47 Behoefte (confrontatie vraag-aanbod) ................................................. 48

Adviezen voor bedrijventerreinen-strategie 5.1

29

Ruimtevraag bedrijventerreinen ........................................................... 29 Uitbreidingsvraag .................................................................................. 29 Vervangingsvraag .................................................................................. 29 Additionele vraag ................................................................................... 30 Totale ruimtevraag................................................................................. 31 Aanbod bedrijventerreinen ................................................................... 32 Bestaande voorraad ............................................................................... 32 Hard planaanbod.................................................................................... 32 Behoefte (confrontatie vraag-aanbod) ................................................. 33

Behoefteramingen per regio 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

11

Regionale economische structuur ........................................................ 11 Bedrijventerreinen ................................................................................. 13 Trends en ontwikkelingen ..................................................................... 18 Onderdelen behoefteraming ................................................................. 23 Interpretatie van behoefteraming ......................................................... 25 Vertaling vraag naar werkmilieus ......................................................... 27

Behoefteraming provincie Groningen 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3

4

Waarom een behoefteraming? ............................................................... 8 Onze afbakening en focus ....................................................................... 8 Procesaanpak ........................................................................................... 9 Leeswijzer ............................................................................................... 10

52

Ga bij gelijkblijvend beleid uit van een ruimtevraag tussen laag en hoog scenario.................................................................................... 52

3

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

6

Adviezen per regio 6.1 6.2 6.3

7

Hanteer een flexibele benadering bij het programmeren van bedrijventerreinen.................................................................................. 54 Zorg voor voldoende ruimte voor lokaal geworteld MKB met (lokale) meerwaarde .............................................................................. 54 Werk samen in regionaal verband: maak keuzes vanuit een gedeeld toekomstbeeld ......................................................................... 55 Ga aan de slag met beter benutten van de bestaande voorraad bedrijventerreinen.................................................................................. 56 Zet sterk in op monitoring van de Groningse bedrijventerreinmarkt ............................................................................ 57

58

Adviezen Delfzijl en omgeving.............................................................. 58 Adviezen Oost-Groningen ..................................................................... 58 Adviezen RGA-gemeenten .................................................................... 59

Bijlagen

60

A: Methodiek ....................................................................................................... 60 B: Inventarisatie vervangingsvraag ................................................................... 66 C: Indeling hard (plan)aanbod naar type bedrijventerrein .............................. 67 D: Innovatiespotter thema’s bedrijventerreinen Groningen ........................... 68 E: Indicatieve vraag-aanbod confrontatie per gemeente ................................ 71

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

4

0 Samenvatting Behoefteraming belangrijke bouwsteen voor toekomstbestendige bedrijventerreinenmarkt Bedrijventerreinen vormen een belangrijke pijler onder de economie en brede welvaart van Groningen. Er wordt op bedrijventerreinen veel geld verdiend en toegevoegde waarde gecreëerd, ook zijn de terreinen belangrijk voor de werkgelegenheid. Bovendien vervullen de terreinen een essentiële rol in maatschappelijke opgaven. Zo kunnen bedrijventerrein een flinke bijdrage leveren aan de energietransitie, de omslag naar een circulaire economie en aan klimaatopgaven. Met dit onderzoek krijgt de provincie Groningen grip op de vraag naar bedrijventerreinen, zowel kwantitatief (omvang vraag) als kwalitatief (samenstelling, kenmerken). Opdrachtgever voor deze behoefteraming is de provincie Groningen. De provincie heeft de volgende randvoorwaarden meegegeven: • De raming richt zich op de autonome behoefte aan droge bedrijventerreinen in de provincie. Dit is de behoefte die resteert als de verwachte ruimtevraag door ontwikkelingen binnen het Groningse bedrijvenbestand wordt afgezet tegen het beschikbare harde aanbod aan droge bedrijventerreinen. • Droge bedrijventerreinen zijn alle niet (lucht)havengebonden locaties van meer dan 1 hectare (aaneengesloten) met een bedrijfsbestemming die geregistreerd staan in de IBIS database.

• Kantoorlocaties en zeehaventerreinen (Eemshaven en Delfzijl/Oosterhorn) vallen dus buiten de behoefteraming. Ook valt de grootschalige ontwikkeling Oostpolder buiten deze behoefteraming. Startpunt: scherpe analyse van economie en ruimtegebruik bedrijventerreinen Eerst is gekeken hoe de economie van Groningen en de regio’s in elkaar steekt en specifiek wat de positie van de bedrijventerreinen hierin is (werkgelegenheid, toegevoegde waarde, ruimtebeslag, et cetera). Hiervoor is alle informatie die beschikbaar is geïnventariseerd en gebruikt. Denk aan regionale en lokale strategieën, onderzoeken en inventarisaties. Maar ook databestanden als IBIS (aanbod bedrijventerreinen) en LISA (werkgelegenheid) en input vanuit werksessies met gemeenten. Deze ruimtelijk-economische analyse zorgt voor nauwkeurige gegevens van onderaf, gebaseerd op de praktijksituatie op de bedrijventerreinenmarkt in Groningen en regio’s. Raming uitbreidingsvraag op basis van economische- en werkgelegenheidsscenario’s en trends De informatie uit de ruimtelijk-economische analyse is gecombineerd met de meest recente ramingen over de verwachte werkgelegenheidsontwikkeling van het Ministerie van EZK in de Groningse regio’s en inschattingen over de betekenis van trends als robotisering, circulaire economie en energietransitie op het (toekomstige) ruimtegebruik van bedrijven.

Dit leidt tot een raming van de autonome uitbreidingsvraag naar ruimte op bedrijventerreinen in Groningen en regio’s. Deze raming is voorgelegd, besproken en getoetst aan de realiteit met een breed marktpanel. Daarnaast kan sprake zijn van vervangingsvraag en additionele vraag Er kan ook vraag naar bedrijventerreinen ontstaan doordat een gemeente een bestaand bedrijventerrein omzet naar een andere functie, zoals woningen. Voor de (actieve) bedrijven op het bedrijventerrein moet dan vervangende ruimte worden aangeboden. Daarom noemen we dit vervangingsvraag. We hebben bij alle regiogemeenten geïnventariseerd of dit soort plannen er zijn, om hoeveel hectare het precies gaat en hoe concreet de plannen zijn. Op basis hiervan hebben we de precieze vervangingsvraag bepaald. Additionele ruimtevraag kan ontstaan door de komst van grote, nieuwe bedrijven van buiten de regio of provincie, die niet in de reguliere raming te voorspellen zijn en sterk afwijken van de trendmatige ontwikkeling. En er kan extra (of andere) vraag ontstaan door grote beleidswijzingen en infrastructurele ontwikkelingen. Denk aan inzet op aantrekken van nieuwe, andere typen van economische activiteit, sterkere inzet op bepaalde beleidsambities of de realisatie van een havenfaciliteit, waardoor extra

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

5

economische activiteiten worden aangetrokken. De zeehaventerreinen in Groningen spelen hierin een belangrijke rol. Ook eerder genoemde energietransitie en de ontwikkeling naar een circulaire economie brengen sterke groei met zich mee die zich niet altijd laat vatten in autonome groeiramingen. Behoefte = totale ruimtevraag – hard planaanbod De drie bovenstaande vraagonderdelen bij elkaar vormen de totale ruimtevraag naar bedrijventerreinen in Groningen en de regio’s. Vervolgens kijken we hard aanbod van bedrijventerreinen er is om de vraag te bedienen. Vaak gaat het om terreinen die al bouwrijp en in uitgifte zijn. Maar het kan ook gaan om bedrijventerreinen waarvoor de schop nog in de grond moet. IJkpunt is de status van het bestemmingsplan. Gekeken is naar de omvang van het aanbod, maar ook naar de kenmerken daarvan. Past het aanbod bij het type bedrijven dat extra ruimte zoekt? Is er een goede match met het programma van eisen dat bedrijven uit de verschillende sectoren hebben? Uit deze confrontatie kan komen dat er nog aanvullend bedrijventerrein nodig is. We noemen dat de behoefte. Conclusies Hieronder de belangrijkste conclusies voor Groningen en de drie regio’s samengevat: Schaalniveau Groningen

Delfzijl en omgeving

OostGroningen

RGAgemeenten

Conclusies • Er is een totale ruimtevraag van circa 133 tot 271 hectare in de provincie Groningen in de periode 2022 tot 2030. In de periode 2030 tot 2040 komt hier nog circa 27 tot 173 hectare ruimtevraag bij. Dit sluit goed aan bij de historische uitgifte van bedrijventerreinen in de provincie. Tegenover deze ruimtevraag staat circa 226 hectare hard planaanbod (exclusief specifiek hard planaanbod). • De vraag naar extra bedrijventerrein doet zich over de volle breedte voor. Er is een forse ruimtevraag vanuit grootschalige logistiek en productie. Daarnaast verwachten we vraag naar extra bedrijventerreinen vanuit de bouw, handel en reparatie en in mindere mate vanuit diensten. • In het EZK behoedzaam scenario is er meer aanbod dan vraag in de provincie tot 2030. In het EZK gunstig scenario is er meer vraag dan aanbod tot 2030. Als we de totale uitbreidingsvraag confronteren met het harde planaanbod (excl. specifiek aanbod) dan is er in het behoedzame scenario tot 2030 een overschot van circa 93 hectare en in het gunstige scenario een behoefte van circa 45 hectare. Als we de totale ruimtevraag tot 2040 meerekenen dan blijft het beeld hetzelfde. In het EZK behoedzaam scenario is er meer aanbod dan vraag tot 2040 en is er sprake van een overschot van circa 66 hectare.

In het EZK gunstig scenario is er sprake van een tekort aan bedrijventerreinen in de provincie tot 2040 van circa 218 hectare. Op lange(re) termijn kan dus groeiende behoefte aan ruimte ontstaan om in de vraag te kunnen voorzien. • Er is een totale ruimtevraag van circa 11 tot 26 hectare in Delfzijl en omgeving in de periode 2022 tot 2030. In de periode 2030 tot 2040 komt hier nog circa -7 tot 7 hectare ruimtevraag bij. Tegenover deze ruimtevraag staat circa 42 hectare hard planaanbod (exclusief specifiek hard planaanbod). • In beide scenario’s is er meer aanbod (excl. specifiek aanbod) dan vraag in Delfzijl en omgeving tot 2030. In absolute zin is het overaanbod niet enorm; circa 16 tot 30 hectare. Ook in de periode 2030 tot 2040 is er in beide scenario’s meer aanbod dan vraag. • Kwalitatief zien we in de segmenten kleinschalig lokaal en regulier gemengd dat er tot 2030 en tot 2040 meer aanbod is dan vraag in Delfzijl en omgeving. Voor grootschalige ruimtevragers is er in het hoge scenario mogelijk een tekort aan kavels in de regio in de periode tot 2030. • Er is een totale ruimtevraag van circa 25 tot 78 hectare in Oost-Groningen in de periode 2022 tot 2030. In de periode 2030 tot 2040 komt hier nog circa -15 tot 56 hectare ruimtevraag bij. Tegenover deze ruimtevraag staat circa 109 hectare hard planaanbod (exclusief specifiek hard planaanbod).

• In beide scenario’s is er fors meer aanbod (excl. specifiek aanbod) dan vraag in Oost-Groningen tot 2030. We concluderen dat er nog genoeg ontwikkelruimte is op uitgeefbare kavels richting 2030. Met daarbij wel de kanttekening dat er al verschillende kavels onder optie/verkocht zijn en dat niet iedere kavel aansluit bij de behoefte van ondernemers. In de periode 2030 tot 2040 is er in het lage scenario’s ook meer aanbod dan vraag. In het hoge scenario ontstaat een behoefte van circa 25 hectare. • Kwalitatief zien we dat er op enkele plekken behoefte kan zijn aan het toevoegen van kleinschalig lokaal aanbod in Oost-Groningen. Oost-Groningen heeft een groot oppervlak en niet overal is kleinschalig lokaal aanbod beschikbaar voor lokale bedrijven. In het regulier gemengde segment is in beide scenario’s meer dan voldoende aanbod om aan de ruimtevraag naar bedrijventerreinen te voldoen tot 2030, al is er minder beschikbaar dan op papier staat aangezien een aanzienlijk deel van dit segment onder optie is. Ook is er in het grootschalig gemengde segment in beide scenario’s voldoende aanbod om in de vraag tot 2030 te voorzien. • Er is een totale ruimtevraag van circa 97 tot 166 hectare in de RGA-gemeenten in de periode 2022 tot 2030. In de periode 2030 tot 2040 komt hier nog circa 49 tot 111 hectare ruimtevraag bij.

Tegenover deze ruimtevraag staat circa 75 hectare hard planaanbod (exclusief specifiek hard planaanbod).

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

•

•

6

In beide scenario’s is de vraag groter dan het aanbod (excl. specifiek aanbod) in de RGA-gemeenten tot 2030. De algehele tendens in de RGA-gemeenten is dat de vraag hoger ligt dan het aanbod tot 2040. In het behoedzame scenario is er tot 2040 bijna net zo veel autonome uitbreidingsvraag als dat er nu hard planaanbod is, los van de vervangingsvraag en additionele vraag. In het gunstige scenario ontstaat er zelfs een behoefte van circa 202 hectare. Kwalitatief zien we dat er behoefte is aan kleinschalig lokaal aanbod in de regio, er is minder aanbod dan vraag tot 2030 in beide scenario’s. Omdat lokale bedrijven ook lokaal gebonden zijn kan er voor dit segment moeilijker alternatief aanbod beschikbaar worden gesteld in een andere regio. Ook voor het regulier gemengde segment geldt dat er meer vraag is dan aanbod tot 2030 in het hoge scenario, in het lage scenario is er een balans tussen vraag en aanbod. In de periode tot 2040 ontstaat in ieder geval een (groot) tekort aan regulier gemengde bedrijventerreinen in de RGA-gemeenten als er geen nieuw aanbod wordt toegevoegd. In het grootschalig regulier gemengde segment is tot 2030 genoeg aanbod in beide scenario’s, richting 2040 (of als de uitgifte veel harder gaat dan verwacht) kan er in dit segment ook een tekort ontstaan.

Adviezen Hieronder de belangrijkste adviezen voor Groningen samengevat: 1.

Ga bij gelijkblijvend beleid uit van een ruimtevraag tussen laag en hoog scenario. Deze geeft bij gelijkblijvend beleid een realistisch perspectief op hoe de ruimtevraag naar bedrijventerreinen zich de komende jaren zal ontwikkelen in Groningen.

2.

Hanteer een flexibele benadering bij het programmeren van bedrijventerreinen. Het is voor een goede strategie rondom bedrijventerreinen in Groningen vooral belangrijk dat er sprake is van een gezond evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale bedrijventerreinenmarkten. Dit terwijl de vraag lager of hoger uit kan pakken dan verwacht. Dit vraagt om een flexibele benadering. Het toepassen van vraaggericht ontwikkelen is een concrete manier om meer flexibiliteit in te bouwen in de regionale bedrijventerreinenprogrammering.

3.

Zorg voor voldoende ruimte voor lokaal geworteld MKB met (lokale) meerwaarde. Op lokaal niveau hebben bedrijven ook uitbreidingswensen in Groningen. Juist in de kleinere kernen en dorpen in Groningen kan het aanbod aan kleinschalig regulier bedrijventerrein zeer beperkt zijn. Een kleinschalige uitbreiding van lokale bedrijventerreinen in de toekomst biedt perspectief voor gemeenschappen om de lokale economie te stimuleren en de lokale gemeenschap te versterken. Dit vraagt tegelijkertijd ook voor een discussie/keuze ten aanzien van bedrijvigheid die de lokale context zijn overgroeid of geen maatschappelijke meerwaarde meer oplevert op de huidige plek.

4.

Werk samen in regionaal verband: maak keuzes vanuit een gedeeld toekomstbeeld. Om vraag en aanbod dichter bij elkaar te brengen moeten in Groningen keuzes gemaakt worden in regionaal verband. Deze keuzes gaan over de programmering van bedrijventerreinen en het versterken van de huidige bedrijventerreinen. We adviseren hiervoor per regio met een regionale convenant bedrijventerreinen te werken. Hierin worden bestuurlijke afspraken gemaakt over de werklocaties in een regio. Afspraken gaan onder andere over (de te faciliteren) vraag, aanbod, beter benutten van de bestaande voorraad bedrijventerreinen en ambities rondom duurzaamheid op (nieuwe) bedrijventerreinen.

5.

Ga aan de slag met beter benutten van de bestaande voorraad bedrijventerreinen. Het beter benutten van bedrijventerreinen kan ruimtewinst opleveren omdat kavels intensiever benut worden. Zo laten verschillende onderzoeken naar het beter benutten van bedrijventerreinen (o.a. in provincie Utrecht en Hart van Brabant) zien dat zo’n 5 tot 10% ruimte te winnen is door o.a. beschikbare bouwhoogtes en bebouwingspercentages te benutten en te zorgen voor ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’. We adviseren om een analyse uit te voeren naar de mogelijkheden om de ruimte op bedrijventerreinen in Groningen beter te benutten omdat het ruimtegebruik efficiënter kan.

6.

Zet sterk in op monitoring van de Groningse bedrijventerreinmarkt. Het is belangrijk dat deze monitoring van vraag en aanbod jaarlijks wordt uitgevoerd en landelijk wordt teruggekoppeld via IBIS.

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

7

Ook zien we kansen voor het ontsluiten van de resultaten van de monitor via de Groningse dashboard toekomstbestendigheid bedrijventerreinen. Gemeenten moeten hun bedrijventerreingegevens op orde hebben, voor hun eigen cijfers en monitoring, maar ook voor een goed regionaal, provinciaal en nationaal beeld van bedrijventerreinen. In het verlengde hiervan adviseren we het uitbouwen van overleggen met het bedrijfsleven binnen de regio’s. In het kader van de behoefteraming zijn consultatiesessies gehouden met marktpartijen en het zou goed zijn als dit gesprek regelmatig plaatsvindt, zoals ook besproken tijdens de marktconsultatie. Hieronder de belangrijkste adviezen voor de drie regio’s samengevat: Schaalniveau Delfzijl en omgeving

OostGroningen

RGAgemeenten

Adviezen • We adviseren om voor de segmenten kleinschalig lokaal en regulier gemengd de komende jaren geen nieuw aanbod te ontwikkelen in de regio. • We adviseren om goed vinger aan de pols te houden wat interesse in grootschalige kavels betreft, vooral op Farmsumerpoort. Als er in Delfzijl en omgeving geen plek meer is kan bijvoorbeeld op basis van goede afspraken een grote(re) ruimtevrager opgevangen worden op een locatie met genoeg grootschalig aanbod in een van de andere twee regio’s. • We adviseren ook om als regio die maar uit één gemeente bestaat om goed af te stemmen (en mogelijk ook afspraken te maken) met de omliggende regio’s Oost-Groningen en de RGA-gemeenten. • We adviseren om ruimte te creëren voor kleinschalige lokale bedrijven op plekken waar dat lokale meerwaarde oplevert. • We adviseren om als regio goed de uitgifte op regulier gemengde en grootschalig gemengde bedrijventerreinen te monitoren. Als de uitgifte op deze terreinen voorspoedig gaat (richting het hoge scenario) dan kan er richting 2040 wel een tekort ontstaan in beide segmenten. • Tot slot adviseren we de gemeenten in de regio Oost-Groningen om gezamenlijk afspraken te maken over bedrijventerreinen en de programmering hiervan. Ook adviseren we om afspraken te maken met de RGAgemeenten over de bedrijventerreinen.

• We adviseren om goede plannen voor kleinschalig lokaal aanbod zo snel mogelijk op te stellen en te realiseren in de regio. • We adviseren ook om zo snel mogelijk nieuw regulier gemengd aanbod te realiseren in de regio en/of om afspraken te maken over (gedeeltelijke) opvang van deze vraag op geschikte bedrijventerreinen in andere omliggende regio’s. • We adviseren om als regio goed de uitgifte op grootschalig regulier gemengde bedrijventerreinen te monitoren. In dit segment kunnen in de toekomst knelpunten ontstaan. • Ook adviseren we de RGA-gemeenten om afspraken te maken over (de programmering van) bedrijventerreinen, binnen de regio en met andere regio’s.

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

8

1 Inleiding 1.1 Waarom een behoefteraming? Bedrijventerreinen belangrijke locaties voor ontwikkeling economie en brede welvaart Bedrijventerreinen vormen een belangrijke pijler onder de economie en brede welvaart van Groningen. Er wordt veel geld verdiend (en toegevoegde waarde gecreëerd) en de terreinen zijn belangrijk voor de werkgelegenheid. Bovendien vervullen de terreinen een essentiële rol in maatschappelijke opgaven. Zo kunnen bedrijventerrein een flinke bijdrage leveren aan de energietransitie (besparing en duurzame opwek), de omslag naar een circulaire economie en aan klimaatopgaven. Daarbij zijn de bedrijventerreinen ook qua ruimtebeslag belangrijk en is het van belang om een goed inzicht te krijgen in de ruimte die er nog bij komt. Niet alleen in volume, maar vooral ook in variëteit. Welke bedrijven vragen ruimte? Welke typen ruimte vragen zij? Wat zijn de belangrijkste kwalitatieve eisen en wensen, wat is de invloed van verschillende trends en ontwikkelingen hierop en hoe hierop te reageren als provincie? Dit is een greep van de vragen die we in dit behoefteonderzoek beantwoorden.

In een recent onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de Groningse bedrijventerreinen is in beeld gebracht hoe de Groningse bedrijventerreinen erbij staan (kwaliteiten, functioneren) en wat er komende jaren nodig is om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op de verschillende transities en opgaven. Hierdoor beschikt de provincie over een up-to-date inzicht van de aanbodzijde van de (bestaande) bedrijventerreinen. Met dit onderzoek krijgt de provincie en grip op de vraagzijde naar bedrijventerreinen in Groningen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Behoefteraming als input voor de omgevingsvisie De behoefteraming is samen met het provinciale onderzoek naar toekomstbestendige bedrijventerreinen (2022) straks input voor nieuw (bedrijventerreinen)beleid als onderdeel van de nieuwe provinciale Omgevingsvisie. Ook op regionaal en lokaal niveau wordt er gewerkt aan economische doelen en ambities. Zo werkt een aantal gemeenten al samen in een regionaal verband voor het gebied rond de A7 en de N33 en wordt voor de N366 regio momenteel een ruimtelijk-economische visie opgesteld. Op lokaal niveau dient de behoefteraming als input voor de gemeentelijke bedrijventerreinenvisies.

1.2 Onze afbakening en focus Doel raming: beeld geven van verwachte verloop ruimtevraag bedrijventerreinen Groningen Doel van de behoefteraming is een goed beeld te vormen van de verwachte ontwikkeling van het benodigde ruimtebeslag voor bedrijventerreinen in de komende jaren. Dit op basis van verwachtingen over de economische en werkgelegenheidsontwikkeling, de locatievoorkeuren van bedrijven, de ontwikkeling van het ruimtegebruik bij bedrijven en de invloed van diverse trends hierop. De focus ligt daarbij op zowel op de korte en middellange termijn (tot 2025 en 2030) als op de lange termijn met een doorkijk naar de periode daarna; 2022 tot 2040. Deze raming brengt dus een deel van de ruimtevraag vanuit economische activiteiten in Groningen in beeld: die naar bedrijventerreinen. De ruimtevraag vanuit economie doet zich uiteraard ook op andere plekken voor, zoals op locaties in het buitengebied, de wijk, het centrum, et cetera.

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

9

Opdrachtgever voor deze behoefteraming is de provincie Groningen. De provincie heeft de volgende randvoorwaarden meegegeven: • De raming richt zich op de autonome behoefte aan droge bedrijventerreinen in de provincie. Dit is de behoefte die resteert als de verwachte ruimtevraag door ontwikkelingen binnen het Groningse bedrijvenbestand wordt afgezet tegen het beschikbare harde aanbod aan droge bedrijventerreinen. • Droge bedrijventerreinen zijn alle niet (lucht)havengebonden locaties van meer dan 1 hectare (aaneengesloten) met een bedrijfsbestemming die geregistreerd staan in de IBIS database. • Kantoorlocaties vallen dus buiten de behoefteraming. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat er enkele (solitaire) kantoren aanwezig zijn op een bedrijventerrein (wat bijvoorbeeld in de gemeente Groningen het geval is), deze worden dan wel meegenomen in de vraagraming. Ook ondergeschikte kantoorruimte als onderdeel van een bedrijfspand valt onder de raming. • De formele zeehaventerreinen in de provincie Groningen (Eemshaven en Delfzijl/Oosterhorn) vallen buiten de raming. Eventuele watergebonden (‘natte’) bedrijfskavels op een verder droog bedrijventerrein vallen er wel onder. Denk aan een paar kavels aan een kanaal. • Tot slot valt de grootschalige ontwikkeling Oostpolder buiten deze behoefteraming.

Gezien het specifieke karakter van deze ontwikkeling (beoogde doelgroep, internationale oriëntatie, omvang) valt deze niet binnen de autonome vraag-aanbod analyse. Veelheid aan aspecten van invloed op daadwerkelijk verloop ruimtevraag Los van de inherente onzekerheid die hoort bij een behoefteraming kunnen meerdere flankerende aspecten van invloed zijn op de verwachte ruimtevraag. Denk aan bereikbaarheid, arbeidsaanbod, woningbouw, maar in het bijzonder ook aan (het gebrek aan) de capaciteit van het elektriciteitsnet en het stikstofdossier. Het valt buiten de scope van deze behoefteraming om concrete uitspraken over te doen over wat de precieze impact is van al deze (afzonderlijke) aspecten op de ruimtevraag. Wel onderstrepen we deze randvoorwaarden – waar nodig – in dit rapport expliciet. Via beleid kunnen de provincie en gemeenten bovendien de uiteindelijke ruimtevraag beïnvloeden De raming geeft een beeld van de verwachte ruimtevraagvraag naar bedrijventerreinen in Groningen. Uiteindelijk zijn gemeenten en provincie zelf aan zet of, waar en hoe ze deze marktvraag faciliteren. De raming is dus geen planningsopgave, maar geeft input voor keuzes in de te voeren strategie, programmering/afspraken en aanpak (ontwikkeling, herstructurering, verduurzaming, etc.) van bedrijventerreinen.

We geven in voorliggend rapport voor een aantal beleidskeuzes aan hoe deze de ruimteclaim naar bedrijventerreinen kunnen beïnvloeden (hoofdstuk 5, adviezen).

1.3 Procesaanpak De aanpak voor deze behoefteraming was vanaf het begin gericht op het zo goed mogelijk opbouwen van de raming (met lokale en regionale data) en het zorgen voor transparantie (begrip) en draagvlak bij de betrokken partijen. Deze raming is namelijk geen doel op zich. De uitkomsten zijn voor de regio’s en gemeenten input om vervolgstappen te zetten en de Groningse economie te versterken. Zowel ambtelijk als bestuurlijk zijn bijeenkomsten georganiseerd om input op te halen uit de verschillende regio’s en gemeenten. Ook zijn relevante beleidsstukken, informatie over bedrijvendynamiek en transformatieplannen opgehaald. Vervolgens is een bouwstenennotitie opgesteld. Deze notitie geeft een profielschets van de bedrijventerreinenmarkt van Groningen als geheel en de drie onderscheiden regio’s. De profielschets gaat in op de specifieke regionale uitgangssituatie, de belangrijkste trends & ontwikkelingen, beleidsambities en de mogelijke impact hiervan op de ruimtebehoefte aan bedrijventerrein. De bouwstenennotitie is de belangrijkste basis voor de behoefteraming. De ruimtevraag is berekend op basis van de lokale en regionale data en deze is afgezet tegen het beschikbare, harde planaanbod zoals door de gemeenten is opgegeven. De conceptraming is met alle

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

10

Groningse gemeenten en provincie besproken. Daarna zijn de resultaten ook aan marktkenners gepresenteerd. Vervolgens zijn opmerkingen verwerkt in een concept rapport. Het concept rapport is weer voorgelegd aan alle Groningse gemeenten en de provincie. Ook is het concept rapport gepresenteerd aan bestuurders. De opmerkingen die hieruit voorkwamen zijn verwerkt in een definitief rapport.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 geven we een overzicht van de ontwikkelingen op bedrijventerreinen in Groningen. Ook kijken we vooruit en beschrijven we de belangrijkste trends op bedrijventerreinen. Deze ontwikkelingen en trends zijn naast de economische data de basis voor de prognose. In hoofdstuk 3 presenteren we de behoefteraming op provinciaal niveau, om deze vervolgens in hoofdstuk 4 te verdiepen naar de drie regio’s: Delfzijl en omgeving, Oost-Groningen en de RGA-gemeenten. In hoofdstuk 5 geven we aanbevelingen voor een vervolg. In de bijlage leest u achtergrondinformatie over de prognose en de inputvariabelen.

AFRONDINGSVERSCHILLEN MOGELIJK IN TABELLEN In verschillende tabellen in het rapport worden hectares afgerond naar gehele getallen. Afhankelijk van de decimalen achter het afgerond getal kan het voorkomen dat totalen in tabellen niet hetzelfde zijn als de som van de afgeronde getallen in de tabel.

11

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

2 Bedrijventerreinen in Groningen in beeld De ruimtevraag naar bedrijventerreinen komt voor een groot deel vanuit bestaande, al in Groningen gevestigde, bedrijven. De huidige situatie bepaalt dus in belangrijke mate de ruimtevraag van de toekomst. Daarnaast hebben trends en ontwikkelingen impact op de ruimtevraag. Deze kunnen zorgen voor nieuwe bedrijven en voor veranderingen in de activiteiten bij bestaande bedrijven. Maar ook voor bedrijven die niet met de veranderingen mee kunnen en moeten krimpen of sluiten. De uitkomst van dit proces bepaalt de toekomstige, autonome ruimtevraag in Groningen, zowel in omvang als in aard. De informatie die we in dit hoofdstuk presenteren gebruiken we om ons prognosemodel op te bouwen. We brengen eerst de huidige ruimtelijk-economische structuur van Groningen en de regio’s in beeld en gaan vervolgens in op de belangrijkste trends en ontwikkelingen op de bedrijventerreinenmarkt. De gegevens en analyses in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de bouwstenennotitie.

2.1 Regionale economische structuur Behoefteraming voor drie regio’s De provincie Groningen bestaat uit tien gemeenten. De prognose stellen we op voor drie regio’s: Delfzijl en omgeving, Oost-Groningen en de RGA-gemeenten. Deze regio’s komen overeen met de COROP-regio’s in de provincie 1. Op dit schaalniveau zijn er werkgelegenheidsprognoses aanwezig die aan de basis staan van deze behoefteraming. We splitsen de uitbreidingsvraag naar bedrijventerreinen ook (indicatief) uit naar de gemeenten per regio waardoor de uitkomsten flexibel benut kunnen worden voor verschillende regionale samenwerkingsverbanden. Zo werken de RGA-gemeenten ook nog samen met de gemeenten Assen, Noordenveld en Tynaarlo en werken de gemeenten Stadskanaal Pekela, Westerwolde en Borger-Odoorn samen aan een ruimtelijk-economische visie voor de zogenoemde N366-regio.

Figuur 1: Regio-indeling provincie Groningen

Marktdynamiek voornamelijk binnen en tussen regio’s in Groningen Uit analyse van de verhuisbewegingen van bedrijven op bedrijventerreinen in Groningen blijkt dat circa 60% van de totale marktdynamiek zich afspeelt binnen de provincie. Het merendeel hiervan speelt zich af binnen de regio’s, slechts enkele bedrijven verhuizen naar bedrijventerreinen in een andere regio. De drie regio’s vormen zo bezien marktregio’s waarin het gros van de economische activiteiten plaatsvindt. Er is verder een beperkte instroom van bedrijven in Groningen. De afgelopen vijf jaar zijn er circa vijf (grootschalige) bedrijven van buiten de provincie Groningen in de provincie gevestigd. Deze zijn bijna Een COROP-gebied is een gebied tussen provincies en gemeenten in. COROP-gebieden zijn bedoeld voor regionaal onderzoek. Nederland bestaat uit 40 COROP-gebieden, Groningen is opgemaakt uit drie COROP-gebieden.

1

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

12

allemaal in de RGA-gemeenten gevestigd en komen uit de provincies Drenthe, Friesland en Overijssel. Ook vertrekken er weinig bedrijven naar andere provincies. Er is slechts één (grootschalig) bedrijf vertrokken uit Groningen de afgelopen vijf jaar. Als we ons richten op de arbeidspendelstromen in de provincie dan zien we dat de voornaamste pendelstromen binnen en tussen de regio’s in de provincie plaatsvinden. Waarbij de gemeente Groningen als middelpunt fungeert. De regio Delfzijl en omgeving heeft ten opzichte van het totaal aantal banen de grootste uitgaande arbeidspendel (circa 55%). In de overige regio’s is de relatieve uitgaande stroom een stuk kleiner (beide circa 40%). Daarnaast zien we zowel inkomende als uitgaande pendelstromen met verschillende gemeenten in de provincies Friesland en Drenthe. Met name de pendelstromen naar de stedelijke gebieden Leeuwarden en Assen zijn goed zichtbaar. Zie ook onderstaand figuur. Figuur 2: Arbeidspendelsaldo- en stromen in de provincie Groningen

Bron: CBS (2019), bewerking Stec Groep (2022).

Zeehaventerreinen zijn belangrijke onderdelen van de regionaal-economische structuur in Groningen Ondanks dat we de grote zeehaventerreinen in Het Hogeland en Eemsdelta niet direct meenemen in deze behoefteraming, spelen deze gebieden een belangrijke rol voor de regionaal-economische structuur van de provincie Groningen. De Eemshaven en Oosterhorn zijn samen goed voor circa 3.800 banen. Dit is circa 1% van de totale werkgelegenheid in de provincie. Deze werkgelegenheid bevindt zich in kapitaalintensieve sectoren, zoals de energiesector en chemische industrie. Daarnaast leiden de activiteiten op de zeehaventerreinen tot veel indirecte werkgelegenheid in de provincie Groningen en de rest van Nederland, veelal op bedrijventerreinen. Zo zijn de chemische industrie en gassector grote afnemers van de energiesector en zijn de landbouw en verschillende industrieën grote afnemers van de chemische industrie. Naast de grote zeehaventerreinen Eemshaven en Oosterhorn ligt in Het Hogeland ook het bedrijventerrein Haven Lauwersoog. Dit terrein wordt veelal gebruikt door lokaal watergebonden MKB.

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

13

De zeehaventerreinen bieden een goede verbinding tussen de waterwegen en het open water van de Noordzee, dit maakt het importeren en doorvoeren van (deel)producten mogelijk. Door de sterke verwevenheid van de zeehaventerreinen met de bedrijventerreinen in Groningen verwachten we dat verdere ontwikkeling van de zeehaventerreinen ook zijn weerslag zal hebben op het ruimtegebruik op de droge bedrijventerreinen in de provincie. Dit kan zowel een positief als een negatief effect hebben op de ruimtevraag naar droge bedrijventerreinen. Enerzijds kan (door)ontwikkeling van de zeehaventerreinen leiden tot een toename in faciliterende en toeleverende bedrijven op de droge bedrijventerreinen in de provincie. Ook kan de doorontwikkeling van de zeehaventerreinen de provincie meer uitstraling geven op thema’s zoals offshore windenergie, waterstofproductie en chemische industrie. Anderzijds moet ervoor gewaakt worden dat er geen bedrijven die zich ook op een (regulier) droog bedrijventerrein kunnen vestigen zich op de zeehaventerreinen vestigen. Dan concurreren beide segmenten onnodig met elkaar. Ook bij het ontwikkelen van Oostpolder verwachten we een dergelijke weerslag op het ruimtegebruik op de overige droge bedrijventerreinen. Figuur 3: Regionaal-economische structuur Groningen

Bron: CBS (2022), RWS (2022), IBIS (2021). Bewerking: Stec Groep (2022).

2.2 Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen goed voor circa 25% van de economie en 25% toegevoegde waarde De bedrijventerreinen in Groningen zijn van grote waarde voor de provincie. Zo blijkt ook uit de cijfers. Bedrijventerreinen in Groningen huisvesten circa 5.710 bedrijven die goed zijn voor circa 81.550 banen. Zo’n 27% van alle werkgelegenheid in de provincie is daarmee op een bedrijventerrein gevestigd,

14

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

dergelijke aantallen zien we ook in veel andere provincies in Nederland. Inclusief indirecte banen (banen die niet op bedrijventerrein zelf aanwezig zijn, maar er wel mee samenhangen) schatte we dat circa 110.000 (circa 40%) van alle banen in de provincie Groningen samenhangt met activiteiten op bedrijventerreinen in de regio. De gezamenlijke netto uitgegeven oppervlakte op bedrijventerreinen in de provincie is circa 2.470 hectare. Dit is circa 1% van het totale landoppervlakte.

Tabel 1: Ruimtelijk-economisch belang bedrijventerreinen Groningen

5.710 bedrijfsvestigingen circa 11% van totaal aantal vestigingen

81.550 werkzame personen circa 27% van totale werkgelegenheid

2.470 netto uitgegeven hectare circa 1% van totale landoppervlakte

circa € 5,7 miljard toegevoegde waarde circa 25% van bruto regionaal product

Bron: LISA (2022), IBIS (2022), input gemeenten (2022).

Niet alleen vertegenwoordigen de Groningse bedrijventerreinen een belangrijke rol binnen de werkgelegenheid binnen de provincie, ook dragen ze flink bij aan het Bruto Regionaal Product (BRP). In totaal is de jaarlijkse toegevoegde waarde op de terreinen circa € 5,65 miljard, dat is circa 25% van het totale Groningse BRP. Daarmee zijn bedrijventerreinen een cruciale schakel in het economisch functioneren van Groningen. Relatief hoge score op de ‘levenscyclus’ en toekomstpotentie ten opzichte van landelijk gemiddelde In 2021 heeft de provincie een onderzoek laten uitvoeren door Stec Groep naar de toekomstbestendigheid van de bestaande voorraad aan bedrijventerreinen (zie ook online dashboard hier). Het eerste deel van het onderzoek gaat in op de positie op de levenscyclus van bedrijventerreinen 2. Het onderzoek geeft aan dat op circa 38% van het netto uitgegeven areaal bedrijventerrein binnen de selectie de economische waarde hoog is en er nog geen of nauwelijks veroudering zichtbaar is 3. Het gros van de bedrijventerreinen in Groningen bevindt zich in fase II waar veroudering merkbaar begint te worden. Circa 5% van het netto uitgegeven areaal bevindt zich aan het einde van de levenscyclus in fase III. Dit zijn vaak oudere, kleinere bedrijventerreinen of bedrijventerreinen die nog wel het ‘label’ bedrijventerrein hebben maar waar vergaande verkleuring in functies te zien is.

Naast de kwaliteit en het economisch belang van een terrein is er in het onderzoek ook gekeken naar de toekomstbestendigheid en duurzaamheidskansen van ieder bedrijventerrein. Het gros van de bedrijventerreinen in Groningen scoort een ‘basis+’ potentie (44% van het totale areaal). Dit betekent zoals eerder gezegd niet dat de ‘basis-terreinen’ automatisch weinig toekomstpotentie hebben, de vraag naar ‘gewone’ gemengde bedrijventerreinen zal in de toekomst ook blijven bestaan. Niet op ieder terrein zijn de ambities om mee te kunnen gaan in de veranderende ruimtevraag even hoog. Terreinen kunnen stappen zetten op vergoenen en verduurzamen Op de bedrijventerreinen komen de belangrijke transities rondom energie, klimaat, circulaire economie en digitalisering samen. Hier zijn de bedrijven gevestigd die huizen moeten verduurzamen. Hier is ruimte voor grootschalige duurzame energieproductie en hier klopt het hart van de circulaire economie. Voor het toekomstige verdienvermogen en de brede welvaart in de provincie is voldoende plek voor bedrijventerreinen dus essentieel. In hetzelfde onderzoek is naar voren gekomen dat de bedrijventerreinen in Groningen behoorlijk versteend zijn. Relatief weinig ondernemers zijn actief bezig met de aanwezigheid Bedrijventerreinen worden beoordeeld aan de hand van een Next Economy Effect Rapportage (NEER-model).

De scores worden voor ieder terrein vertaald naar een positie op de ‘levenscyclus bedrijventerreinen’ en een Next Economy (NE) potentie. De uitgangspositie van een terrein hierop geeft handvatten voor ingrepen die kunnen worden gedaan per bedrijventerrein. 3 Nb. In dit onderzoek zijn ook de zeehaventerreinen beoordeeld. De selectie wijkt dus iets af dan de gehanteerde getallen in dit behoefteonderzoek. 2

15

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

en kwaliteit van de groenvoorziening op hun eigen kavel. De provincie heeft mede daarom een Programmalijn vergroening bedrijventerreinen opgestart om zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen meer allure mee te geven en een groener imago, waaronder door aanplant van bomen en andere beplanting. De helft van de vastgoedvoorraad heeft een bouwjaar vóór 1990. Het vastgoed kan daarmee een verduurzamingsslag gebruiken, denk aan isolatie en de versterking van de dakconstructie voor zonnepanelen/groen. Op het gebied van energietransitie heeft de provincie Groningen zich de afgelopen jaren geëtaleerd als dé hotspot voor innovatie rondom waterstof opwek en de toepassing van waterstof. Naast verschillende bekende initiatieven (zoals de plannen om de grootste groene waterstoffabriek van Europa in Groningen te bouwen), zijn er op veel Groningse bedrijventerreinen initiatieven met waterstof die niet direct ‘zichtbaar’ zijn voor het bredere publiek. Door deze ‘onzichtbare’ waterstof-innovatie verder uit te lichten kan de provincie verder op de nationale en internationale kaart worden gezet als dé hotspot voor waterstofinnovatie. Vraag naar bedrijventerreinen is conjunctuurgevoelig en afhankelijk van bestaande voorraad De vraag naar bedrijventerreinen beweegt zich in Nederland op de golven van de conjunctuur. Dit is ook in Groningen terug te zien, zie onderstaand figuur.

De beschikbaarheid en de kwaliteit van het aanbod speelt een rol in het uitgifteniveau. Tegelijkertijd is er ook een sterke relatie tussen uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen en de kwaliteit van de bestaande voorraad. Bedrijven die bouwen op nieuwe bedrijventerreinen laten in een deel van de gevallen bestaande locaties achter 4. Mochten deze plekken kwalitatief niet goed genoeg zijn om weer in gebruik te nemen dan kan dit leiden tot (onnodige) extra ruimtevraag naar bedrijventerreinen. Een goede balans tussen nieuw en bestaand is dus van belang om de kwaliteit op bestaande terreinen op peil te houden.

50

120

40

110

30

100

20

90

10 0

80 2010

2011

2012

2013

2014

2015

Delfzijl en omgeving

2016

2017

Oost-Groningen

2018

2019*

2020*

2021*

2022*

Ontwikkeling brp geïndexeerd (2010=basisjaar)

Historische uitgifte in hectare

Figuur 4: Historische uitgifte in netto hectare (stand op 1-1) en ontwikkeling BRP provincie

RGA-gemeenten

Bron: CBS Statline (2021), CPB Raming MEV 2023 (2022), IBIS (2022). *Voorlopige cijfers & voorspellingen BBP.

Het jaar 2021 is een recordjaar geworden in de uitgifte van bedrijventerreinen voor Groningen. Dit geldt ook voor veel andere plekken in Nederland. In de eerste maanden van dit jaar zijn er wederom diverse kooptransacties geweest in Groningen. Denk aan Shine Medical Technologies (16 ha in Veendam, nog niet geleverd per 1-1-2022) en Jumbo HUB (0,5 ha in Groningen). Bovendien lijken er nog voldoende leads in de pijplijn te zitten wat blijkt uit gesprekken met gemeenten. Met andere woorden, de Groningse bedrijventerreineneconomie draait op volle toeren. Kwalitatieve verschillen zichtbaar tussen regio’s In onderstaande tabel hebben we een aantal belangrijke kenmerken van de bedrijventerreinenmarkt in de drie regio’s weergegeven. Hiermee wordt een aantal verschillen tussen de marktgebieden duidelijk, zoals

4

Bij grootschalige bedrijven gaat dit volgens onze database locatiedynamiek Nederland om circa 60% in Groningen.

16

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

de verdeling van banen naar sectoren en de intensiteit van het ruimtegebruik op bedrijventerreinen. Tabel 2: Regionaal-economische structuur bedrijventerreinen per regio Aantal banen Aandeel banen op bedrijventerreinen Omvang BTvoorraad Gemiddeld ruimtgebruik (terreinquotiënt) Typering

•

•

•

Delfzijl en omgeving 18.330

Oost-Groningen 53.000

RGA-gemeenten 225.960

32%

30%

28%

146

874

1431

511 m2 kavel per werknemer

567 m2 kavel per werknemer

236 m2 kavel per werknemer

Oosterhorn belangrijk onderdeel van regionale economie met o.a. chemische industrie wat kan leiden tot extra (indirecte) werkgelegenheid op de bedrijventerreinen Relatief ruim ruimtegebruik en relatief weinig banen op de bedrijventerreinen Op bedrijventerreinen industriële sectoren sterk aanwezig

• •

•

Regio met relatief veel bedrijventerreinen Relatie met RGA-gemeenten (A7/N33-regio) en ZuidoostDrenthe (N366-regio) maar relatief weinig onderlinge pendel in de regio Veel bedrijven in ‘traditionele’ bedrijventerreinsectoren: industrie, logistiek en groothandel en bouw, handel en reparatie

•

•

•

•

Gemeente Groningen zwaartepunt van de economie van de regio (en de hele provincie) Relatief intensief ruimtegebruik en relatief veel dienstverlenende bedrijven Sterke relatie met Drentse RGA-gemeenten en A7/N33regio Industrie relatief minder aanwezig dan in andere twee regio’s.

De drie Groningse regio’s hebben een andere sectorale structuur op bedrijventerreinen. In Delfzijl en omgeving is de industrie verreweg het grootst. De sector overheid, zorg en onderwijs is in Delfzijl en omgeving minimaal aanwezig op de bedrijventerreinen. In Oost-Groningen is ook de industrie groot. De vijf andere sectoren zijn ongeveer in gelijke delen verdeeld over de bedrijventerreinen in de regio. In de RGA-gemeenten is de industrie relatief beperkt aanwezig op bedrijventerreinen. Daar staat tegenover dat de dienstverlening & ICT bovengemiddeld aanwezig is op bedrijventerreinen in de RGA-gemeenten. Figuur 5: Werkgelegenheid op bedrijventerreinen naar sector 100% 90%

1% 9%

80% 70%

9%

14%

14%

15% 42%

20%

60%

39%

50% 40% 30% 20% 10% 0%

35%

24% 10%

9% 9%

10%

13%

14%

11%

Delfzijl en omgeving

Oost-Groningen

RGA-gemeenten

Bouw, handel en reparatie

Consumentendiensten

Dienstverlening & ICT

Industrie

Logistiek en groothandel

Overheid, zorg en onderwijs

17

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

Clusters van sectoren in de Groningse economie als input voor prognoseparameters Om de invloed van groei van clusters op ruimtevraag goed in beeld te kunnen brengen is het belangrijk om de economische clusters op bedrijventerreinen in beeld te hebben. Hiervoor maken we gebruik van de werkwijze van Innovatiespotter (zie kadertekst). Door de economische clusters en de onderlinge samenhang hiervan in kaart te brengen kunnen we onze verwachtingen voor de toekomst van de sectoren in de raming in een gedetailleerdere en meer samenhangende context plaatsen. Deze informatie over economische clusters en de onderlinge overlap/samenhang daarvan gebruiken we als input voor de parameters in het prognosemodel. Wat in het algemeen opvalt is dat binnen de provincie Groningen de gemeente Groningen een belangrijke broedplaats is van innovatie. Circa de helft van de innovatieve bedrijvigheid is binnen de gemeente Groningen gevestigd. Daarnaast zien we ook buiten de gemeente Groningen veel innovatieve clusters. Zo zien we rondom Delfzijl, Hoogezand, Leek en Veendam grotere innovatieve clusters. Onder meer de A7 en het gebied rondom de N33 is een belangrijke ader voor innovatieve bedrijvigheid. Opvallend is ook het belang van bedrijventerreinen als vestigingsplaats voor innovatieve bedrijvigheid. Circa 75% van alle innovatieve bedrijven is op een bedrijventerrein gehuisvest.

Alleen de stad Groningen is hierop een uitzondering: in bijvoorbeeld de Groningse binnenstad zijn veel (kleinschalige) innovatieve bedrijven gevestigd, veelal actief in de ICT, Hightech of Health-sectoren.

VOORBIJ DE SBI CODERING: CLUSTERS VAN INNOVATIEVE BEDRIJVEN REAL TIME IN BEELD Innovatiespotter heeft een robuuste werkwijze ontwikkeld waarmee startups en bestaande bedrijven die actief zijn in innovatieve clusters/topsectoren opgespoord kunnen worden. Dagelijks worden online gegevens over twee miljoen bedrijven in Nederland door Innovatiespotter verzameld. Een team van data scientists analyseert deze gegevens met hulp van Big Data en Machine Learning en clustert de resultaten bij allerlei (topsector)thema’s. Bronnen voor de analyse zijn de websites van bedrijven, rapporten, roadmaps, nieuwsberichten, alsmede de analyses en onderzoeken van de topsectoren zelf. Maar ook netwerken waarin de bedrijven actief zijn, regelingen waarvan zij gebruik maken, et cetera. Het grote voordeel van deze werkwijze is dat deze veel secuurder en completer is dan een traditionele clusteranalyse gebaseerd op SBI-codes. De SBI-analyse laat cross-sectorale activiteiten niet zien terwijl onze gezamenlijke analyse met Innovatiespotter dat wél kan. Zie tabellen hieronder voor korte conclusies per cluster op bedrijventerreinen in Groningen. Zie bijlage D voor uitvergrote versies van onderstaande afbeeldingen. Agrifood

Circulair

Energie

De innovatieve Agrifood bedrijven zijn vooral te vinden op de bedrijventerreinen rondom de stad Groningen. Denk aan de grote John Deere dealer GroeNoord in Groningen met innovatie in precisie-

We zien rondom dit thema ongeveer dezelfde ruimtelijke clusters als bij het thema ‘Agrifood’. We zien echter ook enkele verspreide circulaire bedrijven in de provincie (let op; het zeehaventerrein

Grote innovatieve Energie bedrijven zijn verspreid door de provincie te vinden, met een zwaartepunt in en rondom de stad Groningen. Enkele bedrijven actief op dit thema zijn bijvoorbeeld ReHeat project

18

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

uitrusting en technologieoplossingen voor landbouw en bouw. Ook zien we op het Avebe- terrein in Veendam veel innovatie op het gebied van voedsel (productie van aardappelzetmeel en aardappeleiwit).

is in deze analyse niet meegenomen, daar zijn ook circulaire clusters aanwezig). Denk aan bedrijven zoals Bollegraaf Recycling Machinery B.V. en aan Koninklijke Oosterhof Holman.

B.V., EQUANS en Corre Energy.

Health

High Tech

ICT

De stad Groningen kent met het Health Technology Research & Innovation Cluster (op de Campus Groningen) een plek waar gewerkt wordt op het gebied van medische technologie dat ontwikkelingen van ‘bench to bed and back’ mogelijk maakt.

High Tech is verreweg het grootste innovatieve thema op bedrijventerreinen in Groningen. Op veel bedrijventerreinen in de provincie zijn innovatieve High Tech bedrijven te vinden, ook op de kleinere bedrijventerreinen. Denk bij High Tech aan bedrijven zoals QSIL, Solidus Solutions en Südpack Grootegast.

Het thema ICT komt veel terug in Groningen. Dit thema is voornamelijk gevestigd rondom de stad Groningen. Wat verklaart kan worden door de relatief grote aanwezigheid van dienstverlenende bedrijvigheid op de bedrijventerreinen. De stad Groningen profileert zich ook nadrukkelijk als ‘IT-stad’. Deze bedrijven zijn gemiddeld iets kleiner van omvang in vergelijking met bijvoorbeeld innovatieve High Tech bedrijven.

2.3 Trends en ontwikkelingen Verschillende trends en ontwikkelingen hebben impact op de aard en omvang van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen in Groningen. We zoomen hieronder in op de drie meest relevante – en sterk samenhangende – technologischmaatschappelijke trends, waarvan we de grootste ruimtelijke effecten verwachten komende jaren: • Circulaire economie • Digitalisering • Energie en klimaat We beschrijven iedere trend en geven expliciet aan welke impact we verwachten op de parameters die we hanteren in de behoefteraming voor Groningen. In de bijlage zijn alle uitgangspunten voor de prognoseparameters te vinden.

Figuur 6: Drie next economy-megatrends met sterke samenhang en impact op bedrijventerreinen

Bron: Stec Groep (2022). Zie ook ons whitepaper.

Circulaire economie – impact op ruimtevraag Het is een landelijk doel om een 100% circulaire economie te hebben in Nederland in 2050. Een tussendoelstelling hierbij is 50% circulair in 2030. Er is nog een flinke weg te gaan om

19

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

deze doelstellingen te behalen; uit onderzoek van PBL (ICER 2021) blijkt dat nog maar 6% van de bedrijven in Nederland circulair is. Het merendeel van de bedrijven richt zich daarbij nu op (down)recycling 5 of claimt zijn product of dienst nog te voorbarig als circulair 6. Om flinke stappen te zetten in circulariteit moeten bedrijven en de samenleving als geheel hoger gaan opereren op de ‘Trap tegen troep’, ofwel de R-ladder 7. Het gaat dan bijvoorbeeld om het afzien van producten of het intensiever gebruiken van producten (denk aan delen). En om het verlengen van de levensduur van producten (tweedehandsgebruik, reparatie, upgraden, et cetera). Al met al staat de circulaire economie nog in de kinderschoenen, al zien we een duidelijke toename in het aantal circulaire activiteiten op bedrijventerreinen afgelopen paar jaar. Ook in Groningen. Denk aan de investeringen van Purified Metal Company (recyclefabriek voor vervuild metaalafval), S4GroNext (verwerking van niet-recyclebaar plasticafval tot gas), GipsRec (verwerking gipsafval tot herbruikbaar gipspoeder), Foamplant (scale-up die duurzaam schuim produceert) en Avantium (maker van plantaardig plastic). Daarbij is niet alles gelijk een succes. Zo loopt bijvoorbeeld PMC aan tegen te weinig aanvoer van schroot en fors gestegen energiekosten, waardoor de verwerking niet langer rendabel is 8.

Ook zien we dat circulaire initiatieven regelmatig (nog) botsen met lineaire wet- en regelgeving rondom afval. Naast bovenstaande circulaire dynamiek, werkt ook de Provincie Groningen aan het versterken van de transitie naar een circulaire economie. Daarbij richt de provincie zich nadrukkelijk op bedrijventerreinen. Deze locaties vormen namelijk een belangrijke bron van reststromen die (nog) niet hoogwaardig (her)gebruikt worden, ondanks de hoge circulaire potentie. Dit blijkt uit het reststromenonderzoek (klik hier voor feiten en cijfers) dat Stec Groep samen met New Economy – in opdracht van de provincie – op 15 Groningse bedrijventerreinen uitvoerde. Vanwege de hoge circulaire potentie heeft de provincie dan ook de ambitie om uitwisseling van grondstofstromen te bevorderen en grote(re) hoeveelheden grondstofstromen op een hoogwaardigere manier hergebruiken. In het tabel hieronder hebben we de bedrijventerreinen met de hoogste circulaire potentie per regio in Groningen opgenomen. Tabel 3: Bedrijventerreinen (binnen de scope van het onderzoek) met hoogste circulaire potentie Regio Delfzijl en omgeving Oost-Groningen RGA-gemeenten

Bedrijventerrein Boerdam Dallen Winschoterdiep

Circulaire potentie €76.000 €6.500.000 €15.000.000

Bron: Circulair.BiZ

Qua ruimtelijk patroon concentreert het gros van de circulaire initiatieven zich op de haventerreinen en grotere industrieel-logistieke locaties in Groningen; Eemshaven en Chemiepark Delfzijl in het bijzonder. Grote kavels, bouwhoogte, bereikbaarheid via het water en/of een hoge milieucategorie zijn belangrijke assets voor dit soort bedrijven. We zien dat dit soort gebieden aantrekkelijk zijn om op grote schaal reststromen uit te wisselen. Zo bezien groeit het belang van fysieke ruimtelijke clustering op specifieke plekken met onderscheidende circulaire vestigingskwaliteiten. Dit alles betekent niet dat op andere plekken geen ruimtevraag en dynamiek is vanuit circulaire bedrijven. We zien bijvoorbeeld ook allerlei circulaire initiatieven landen op ‘gewone’ bedrijventerreinen in het stedelijk gebied van Groningen, zoals op Hoendiep.

Denk aan sloopafval van de bouw dat als fundering onder de weg komt in plaats van in nieuwe huizen. Zie Trouw: https://www.trouw.nl/economie/ondernemers-verkopen-hun-product-vaak-ten-onrechte-als-circulair~bea8411a/ 7 Zie voor meer informatie: https://duurzaamheid.nl/artikelen/trap-tegen-troep-r-ladder-voor-dummies/. De trap tegen troep is gebaseerd op de R-ladder die onder meer door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt wordt. De trap geeft op een begrijpelijke wijze en in ‘gewone mensen taal’ weer wat er precies moet gebeuren in de strijd tegen afval en voor de transitie naar een circulaire economie. 8 Zie bijvoorbeeld: https://www.nrc.nl/nieuws/2022/09/22/circulair-staalverwerker-pmc-in-nood-a4142793 5 6

20

Behoefteraming bedrijventerreinen Groningen 22.015

Effect op…

Ruimtevraag (kwantitatief en kwalitatief)

Prognoseparameters

Toelichting • Overgang naar 100% circulaire economie vraagt extra ruimte. Bestaande bedrijven zetten nieuwe activiteiten en productielijnen op en hebben meer ruimte nodig voor het verzamelen, tussentijds opslaan en hoogwaardig scheiden van secundaire materiaalstromen. Zo groeit de revisiemarkt als kool. Het gaat om allerlei bedrijven die zich richten op bijvoorbeeld revisering van installaties, elektronica, accu’s en retourlogistiek. Ook vergt het verlengen van ketens en de invulling van circulariteit (de mogelijkheid voor) vestiging van nieuwe spelers op en rondom bestaande bedrijven. Bovenal is schuifruimte nodig om op bestaande terreinen herontwikkeling naar de circulaire economie en interessante koppelingen tussen bedrijven mogelijk te maken. • Tot 2030 is er vooral vraag naar plekken om te experimenteren en op te schalen van bewezen circulaire toepassingen, daarna is er steeds meer ruimte nodig voor volledige circulaire productie en logistiek. De echt serieuze ruimtelijke impact vindt dus pas tegen 2030 en daarna plaats. Gezien de specifieke kwalitatieve eisen van veel circulaire bedrijvigheid, zoals milieuruime en multimodale bereikbaarheid, is het belangrijk om nu al in actie te komen om dan voldoende geschikte ruimte te hebben.

Op de langere termijn (na 2040) is het realistisch dat er steeds meer vraag binnen de bestaande ruimte kan landen (door vrijval van ‘oude, fossiele’ ruimtegebruikers) en bijvoorbeeld door het effect van digitalisering (efficiëntere productie, meer op dezelfde meter). • Steeds meer concentratie van circulaire ruimtevraag gaat plaatsvinden op plekken met een kwalitatief onderscheidend profiel. Denk aan plekken waar stromen (grondstoffen, reststromen, warmte, water) maar ook kennis en innovatie makkelijk kunnen worden uitgewisseld. Circulaire bedrijven werken steeds meer crosssectoraal samen rond een specifiek thema, product of plek met een unieke locatiekwaliteit. • Levensfase, aard en omvang materiaalstromen en productiewijze bepalen de locatiekeuze. Enerzijds is er sprake van verdere concentratie van ruimtevraag op multimodale, industrieel-logistieke locaties met veel ruimte en waar bijvoorbeeld ook geluid of geur mag vrijkomen. Anderzijds is er een groeiende focus op vestigingsplekken in of aan de rand van stad, waar kennis, talent, innovatie en productie samenkomen (zoals circulaire innovatiedistricten, campussen en ambachtscentra). Werkgelegenheid Locatietypevoorkeur (LTV) Terreinquotiënt (TQ)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4687/documents/75763