Wijzigingsbesluit wijziging VFLO 2023 versie 3-2-2023.docx
Tekst van het document
4. Het college kan nadere regels stellen betreffende het proces vanwijze van:
4. Het college kan nadere regels stellen betreffende het proces en de wijze van:
a. naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken en buurten; b. naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte; c. nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en afgebakende terreinen; d. opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.
a. naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken en buurten; b. naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte; c. nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en afgebakende terreinen; d. opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen. Toelichting In het eerste lid zijn de artikelen in chronologische volgorde gezet. In het vierde lid is de tekst aangepast omdat hier enkele woorden waren weggevallen. Dit heeft verder geen gevolgen voor de toepassing van het artikel.
AM. Artikel 5.8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.8 Deskundigheid en onafhankelijkheid 1. Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in artikel 4.3, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen. 2. …
Nieuwe tekst Artikel 5.8 Deskundigheid en onafhankelijkheid 1. Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in artikel 5.7, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen. 2. … Toelichting In het eerste lid is de onjuiste verwijzing naar lid 4.3 gecorrigeerd naar het juiste artikel 5.7.
pagina 21
AN. Artikel 5.9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.9 Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie 1. Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 5.4 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van: a. een adviseur als bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, of b. meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 5.7, vijfde lid. 2. … t/m 3.
Nieuwe tekst Artikel 5.9 Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie 1. Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 5.6 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van: a. een adviseur als bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, of b. meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 5.7, vierde lid. 2. … t/m 3. Toelichting In het eerste lid is een onjuiste verwijzing naar artikel 5.4 gecorrigeerd. In het eerste lid, onder b is een onjuiste verwijzing naar artikel 5.7 vijfde lid gecorrigeerd.
AO. Artikel 5.10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.10 Werkwijze adviseur of adviescommissie 1. …t/m 10. 11. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 12. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college. 13. …
Nieuwe tekst Artikel 5.10 Werkwijze adviseur of adviescommissie 1. …t/m 10. 11. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het tiende lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 12. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het tiende lid bedoelde termijn een advies uit aan het college. 13. … Toelichting In lid 11 en 12 is de onjuiste verwijzing naar het achtste lid gecorrigeerd naar het tiende lid.
AP. Artikel 6.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6.1 Strafbepaling 1. Overtreding van artikel 4.1, tweede tot en met vierde lid, artikel 4.2 en artikel 4.3, eerste tot en met het vierde lid, wordt
Nieuwe tekst Artikel 6.1 Strafbepaling 1. Overtreding van artikel 4.1, tweede tot en met vierde lid, artikel 4.2 en artikel 4.3, eerste tot en met het vierde lid, wordt
pagina 22
gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 2. Overtreding van de artikelen 3.67, tweede lid, 3.74, tweede lid, 3.76, eerste lid, 3.78, eerste lid en derde lid, tweede volzin, 3.79, eerste lid, 3.83 en 3.84 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. 3. Overtreding van het bij of krachtens artikel 3:20, afdeling 3.4 van deze verordening daarbij gegeven beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Overtredingen bij of krachtens bepalingen uit afdeling 3.4 kunnen bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 4. … t/m 5.
gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 2. Overtreding van de artikelen 3.67, tweede lid, 3.74, tweede lid, 3.76, eerste lid, 3.78, eerste lid en derde lid, tweede volzin, 3.79, eerste lid, 3.83 en 3.84 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. 3. Overtreding van het bij of krachtens afdeling 3.2 en 3.4 van deze verordening bepaalde en daarbij gegeven beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Overtredingen bij of krachtens bepalingen uit afdeling 3.4 kunnen bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 4. … t/m 5. Toelichting In het derde lid is een onjuiste verwijzing gecorrigeerd naar het juiste afdeling 3.2. Deze afdeling bevat de activiteiten in de openbare ruimte, die veelal zijn overgenomen uit de APV. Middels dit artikel zijn ook de conform raadsvoorstel uit de APV overgenomen artikelen 3.37a en 3.37b strafbaar gesteld.
AQ. Artikel 6.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6.2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.1 zijn belast de bouwinspecteurs en de gemeentelijk archeoloog. 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.2 zijn belast: a. medewerkers van de gemeente, voor zover zij zijn belast met een toezichthoudende taak; b. medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsorgaan Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH); c. ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering; d. medewerkers van de regionale brandweer Hollands Midden; e. buitengewoon opsporingsambtenaren van Staatsbosbeheer; f. buitengewoon opsporingsambtenaren van de provincie Zuid-Holland. Deze
Nieuwe tekst Artikel 6.2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.1 zijn belast de medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsorgaan Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) en de gemeentelijk archeoloog. 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.2 zijn belast: a. medewerkers van de gemeente, voor zover zij zijn belast met een toezichthoudende taak; b. medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsorgaan Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH); c. ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering; d. medewerkers van de regionale brandweer Hollands Midden; e. buitengewoon opsporingsambtenaren van Staatsbosbeheer;
pagina 23
3. 4.
5.
6.
personen zijn tevens belast met de opsporing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening voorzover hen daartoe opsporingsbevoegdheid is verleend op grond van artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.4 zijn belast de controleur openbare ruimte. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.6 is belast de afdeling Beheer Openbare Ruimte. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.8 zijn belast: a. de medewerkers van de afdeling Stadstoezicht; b. de ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a en c van de Politiewet 2012 van de regionale eenheid arrondissement Den Haag. Deze personen zijn tevens belast met de opsporing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening voor zover hen daartoe opsporingsbevoegdheid is verleend op grond van artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen.
f.
3. 4.
5.
6.
buitengewoon opsporingsambtenaren van de provincie Zuid-Holland. Deze personen zijn tevens belast met de opsporing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening voorzover hen daartoe opsporingsbevoegdheid is verleend op grond van artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.4 zijn belast de controleur openbare ruimte. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.6 is belast de afdeling Beheer Openbare Ruimte. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens afdeling 3.7 zijn belast: c. de medewerkers van de afdeling Stadstoezicht; d. de ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a en c van de Politiewet 2012 van de regionale eenheid arrondissement Den Haag. Deze personen zijn tevens belast met de opsporing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening voor zover hen daartoe opsporingsbevoegdheid is verleend op grond van artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen.
Toelichting In het eerste lid is de term “de bouwinspecteurs” voor de uniformiteit vervangen door “de medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsorgaan Omgevingsdienst Midden Holland”. In het vijfde lid is de onjuiste verwijzing naar afdeling 3.8 gecorrigeerd naar afdeling 3.7. AR. Artikel 6.3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6.3 Bevoegdheid binnentreden woonschip of bedrijfsvaartuig Zij die belast zijn met de zorg voor de naleving van de bij of krachtens afdeling 3.7 gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming
Nieuwe tekst Artikel 6.3 Bevoegdheid binnentreden woonschip of bedrijfsvaartuig Zij die belast zijn met de zorg voor de naleving van de bij of krachtens afdeling 3.6 gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming pagina 24
van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woonschip of bedrijfsvaartuig zonder toestemming van de bewoner.
van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woonschip of bedrijfsvaartuig zonder toestemming van de bewoner. Toelichting De onjuiste verwijzing naar afdeling 3.7 is gecorrigeerd naar afdeling 3.6.
AS. Artikel 7.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7.1 Intrekking, vervallen bepalingen en hernoeming Bomenverordening 1. De volgende verordeningen worden ingetrokken: a. de Erfgoedverordening Gouda 2017; b. de Marktverordening Gouda 2009; c. de Bouwverordening Gouda 2019; d. de Vaartuigenverordening Gouda 2009; e. de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Gouda 2009; f. de Verordening naamgeving en nummering adressen Gouda 2012. 2. De volgende artikelen vervallen: a. de artikelen 1 tot en met 9 en 15 van de Bomenverordening 2010; b. de artikelen 2:3, 2:4, 2:6, 4:1, 4:2, 4:3, 4:4, 4:5, 4:6, 4:7, 4:8, 4:9, 4:10, 4:11, 4:12, 4:13, 5:9, 5:10, en 5:11 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020. 3. De Bomenverordening wordt hernoemd als Subsidieverordening monumentale bomen. Het college voorziet de Subsidieverordening monumentale bomen van een doorlopende nummering.
Nieuwe tekst Artikel 7.1 Intrekking, vervallen bepalingen en hernoeming Bomenverordening 1. De volgende verordeningen worden ingetrokken: a. de Erfgoedverordening Gouda 2017; b. de Marktverordening Gouda 2009; c. de Bouwverordening Gouda 2019; d. de Vaartuigenverordening Gouda 2009; e. de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Gouda 2009; f. de Verordening naamgeving en nummering adressen Gouda 2012. 2. De artikelen 1 tot en met 9 en 15 van de Bomenverordening 2010 vervallen. 3. De Bomenverordening wordt hernoemd als Subsidieverordening monumentale bomen.
Toelichting De APV is inmiddels vernummerd. De onder b vermelde artikelen in het tweede lid zijn daarom niet vervallen. De Subsidieverordening monumentale bomen is inmiddels voorzien van een doorlopende nummering.
pagina 25
AT. Artikel 7.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7.2 Overgangsbepalingen 1. … t/m 6. 7. Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het vierde lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan zij de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college nadere informatie over de leiding dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen.
Nieuwe tekst Artikel 7.2 Overgangsbepalingen 1. …t/m 6. 7. Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het zesde lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan zij de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college nadere informatie over de leiding dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen. Toelichting In het zevende lid is de onjuiste verwijzing naar het vierde lid gecorrigeerd naar het juiste zesde lid.
AU. Artikel 7.3 wordt geschrapt. Bestaande tekst Artikel 7.3 Samenloopbepaling 1. Indien het raadsvoorstel nr. 4221 van 25 augustus 2020 tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 niet tot verordening is verheven worden de volgende artikelen van de onderhavige verordening ingetrokken: a. artikel 7.1, tweede lid, onder b. b. de artikelen 3.17 tot en met 3.45 en artikel 4.7. 2. Het college zorgt in dat geval voor een doorlopende nummering van de onderhavige verordening en naar een correcte verwijzing naar de bepalingen als gevolg van de in het vorige lid ingetrokken artikelen.
Nieuwe tekst Artikel 7.3 Samenloopbepaling Vervallen.
Toelichting Deze bepaling is niet langer vereist, omdat op 11 november 2020 de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 door de raad is vastgesteld. AV. Artikel 7.4 wordt geschrapt. Bestaande tekst Artikel 7.4 Vernummering Indien het raadsvoorstel nr. 4221 van 25 augustus 2020 tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 tot verordening is verheven zorgt het college voor een vernummering van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020.
Nieuwe tekst Artikel 7.4 Vernummering Vervallen.
Toelichting pagina 26
Deze bepaling is niet langer noodzakelijk omdat het college de APV met ingang van 1 januari 2021 heeft vernummerd. Artikel II Bijlage I wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Bijlage l - Begrippen
Bijlage l - Begrippen
Algemene begrippen - Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit: integrale adviescommissie voor het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en tevens welstandscommissie als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet;
Algemene begrippen - Adviescommissie Omgevingskwaliteit: adviescommissie voor integraal omgevingskwaliteitsbeleid, als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet, tevens commissie monumenten en cultuurhistorie als bedoeld in de Erfgoedwet; - Goede omgevingskwaliteit: aspecten die zorgdragen voor de leefbaarheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de breedste zin van het woord;
- Kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
- Kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; - Omgevingsoverleg: (voor)overleg met een initiatiefnemer voorafgaand aan een vergunningsaanvraag;
Cultureel erfgoed (afdeling 3.2 en 2.1)
Cultureel erfgoed (afdeling 3.1 en 2.1)
- Commissie cultuurhistorie: de door het college ingestelde commissie of aangewezen
Vervallen.
instantie, met als taak te adviseren over bescherming van monumenten en andere erfgoedbeleidszaken, zoals beschreven in het "Reglement Commissie Cultuurhistorie". Deze commissie voorziet in deskundigheid op de gebieden van de monumentenzorg, archeologie, historische stedenbouw en ~geografie; Bouwactiviteiten (afdeling 3.4)
Bouwactiviteiten (afdeling 3.3)
Markt (Afdeling 3.5 en 2.2)
Markt (Afdeling 3.4 en 2.2)
Afdeling 3.6
Ondergrondse infrastructuur (afdeling 3.5)
Naamgeving en nummering (afdeling 3.7 en 2.2)
Naamgeving en nummering (afdeling 4.1 en 2.2)
Vaartuigen (afdeling 3.8 en 2.2)
Vaartuigen (afdeling 3.6 en 2.2) pagina 27
Bomen (afdeling 3.9 en 4.2)
Houtopstanden (afdeling 3.7 en 4.2)
Planschadeprocedure (afdeling 4.1)
Planschadeprocedure (afdeling 5.3) Toelichting De begripsbepaling van de adviescommissie wordt aangepast aan de nieuwe terminologie. De definitie van kampeermiddel is overeenkomstig wetgeving geactualiseerd. Daarnaast worden twee begrippen toegevoegd die voorkomen in het nieuwe reglement van orde op de Commissie Omgevingskwaliteit. Daarnaast zijn de afdelingsverwijzingen bij de verschillende kopjes geactualiseerd.
Artikel III A. De legenda van de Archeologische basiskaart, zoals opgenomen in bijlage III is aangepast conform de voorgestelde wijzigingen aan artikel 3.12, tweede en derde lid van de verordening. B. Bijlage VII Reglement van orde op de Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit wordt vervangen door het Reglement van orde op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, zoals opgenomen in bijlagen. C. Bijlage VIII Werkwijze van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit komt te vervallen. Artikel IV Dit besluit treedt in werking op 1 april 2023.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 maart 2023. De raad van de gemeente voornoemd, griffier
voorzitter
mr. drs. E.J. Karman-Moerman
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 28