CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Waterhuishoudingsplan Westergouwe 140108.pdf

Commissie Fysieke leefomgeving 9 februari 2022, gemeente GoudaBij agendapunt: Bijlagen n.a.v. technische vragen GroenLinks.22.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Waterkwantiteit Voor het watersysteem van Westergouwe gelden ten aanzien van waterkwantiteit de volgende normen: • het systeem moet aan de NBW-inundatienormen voldoen (voor stedelijk gebied 1:100 jaar); • het systeem moet aan richtlijnen voor nieuwe, stedelijk gebieden van HHSK voldoen; • het bestaande systeemgedrag mag niet slechter worden; • het gebied mag niet afwentelen op omliggend gebied (buiten de plangrens van het bestemmingsplan); 3 • de bergingsruimte (in m ) boven de norm mag niet afnemen. Door het ingenieursbureau Nelen en Schuurmans is, in nauw overleg in de werkgroep met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de Provincie Zuid-Holland, het systeem getoetst op de bovenstaande normen (rapport ‘Watersysteem Westergouwe, afweging varianten op waterkwantiteit en waterkwaliteit’, definitief, Nelen en Schuurmans Hydroinformatics, d.d. oktober 2005) Hierbij zijn de volgende karakteristieken gebruikt voor de waterkwantiteit. Op basis van de onderstaande karakteristieken is geconcludeerd dat het beoogde watersysteem geheel voldoet.

peilvak Bolwerk open water Verhard Onverhard Totaal Tuinen & Grachten open water Verhard Onverhard Totaal Landelijk wonen en GBZ open water Verhard Onverhard Totaal

oppervlakte in hectare

percentage van totaal

19,2 10,0 7,4 36,6

52,4% 27,3% 20,3%

7,4 52,4 25,7 85,6

8,7% 61,3% 30,1%

21,4 10,2 70,7 102,3

20,9% 9,9% 69,2%

De bovenstaande oppervlaktes zijn enerzijds afgeleid van het Masterplan Waterstad Westergouwe (hoeveelheden water in de wijk) en anderzijds bepaald vanuit het principe dat de hoeveelheid berging, die door de aanleg van twee aparte peilvakken wordt weggenomen uit peilvak F003, gecompenseerd moet worden in de GBZ en het deelgebied Landelijk wonen. Voor nu kan geconcludeerd worden dat het systeem geheel voldoet, maar aangezien het stedenbouwkundige plan en de exacte grenzen van de nieuwe peilvakken nog kunnen wijzigen, kunnen de bovenstaande hoeveelheden niet definitief worden vastgesteld.

Op basis van het bovenstaande worden nu wel de volgende hoeveelheden als vertrekpunt vastgesteld voor de verdere uitwerking: • Bolwerk: ten minste 50% (19,3 hectare); • Tuinen & Grachten: bestaande wateroppervlak van 10% handhaven (8,6 hectare); • Landelijk wonen en GBZ: bestaand wateroppervlak van 10% handhaven en aanvullen met het huidige wateroppervlak van de peilvakken Bolwerk en Tuinen & Grachten (10,2 + 12,2 = 22,4 hectare). In de volgende fasen kan, mits onderbouwd en na onderling overleg, van de bovenstaande hoeveelheden worden afgeweken. Hierbij dient dan minimaal te worden voldaan aan de volgende uitgangspunten: • in de woonwijk en per peilvak dient er voldoende waterberging aanwezig te zijn om te voldoen aan de gestelde normen. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan het wenselijk zijn dat er grotere hoeveelheden water (en daarmee berging) worden gerealiseerd; • de verdeling van het water in de woonwijk en per peilvak dient zodanig te zijn dat er maximale afkoppeling van schone, verharde oppervlakken mogelijk is. Ook de afwatering en mogelijkheden voor interne circulatie stellen eisen aan de verdeling van het water over de wijk. Dit resulteert in het vaststellen van de hoeveelheid water per deelgebied en de afstanden tussen watergangen/-partijen.

• het huidige oppervlak aan water (10%) in de nieuwe peilvakken dient extra te worden gecompenseerd in de GBZ, zodanig dat de berging van het peilvak F003 niet wordt aangetast. Waterkwaliteit Het Hoogheemraadschap hanteert als centrale doelstelling voor de waterkwaliteit dat al het oppervlaktewater binnen het beheersgebied voor 2015 voldoet aan de wettelijke eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het ambitieniveau voor nieuw stedelijk gebied, en dus ook voor Westergouwe, is een goed ecologisch potentieel (GEP) in 2015. Het uitgangspunt voor de waterkwaliteit is dat nieuw in te richten stedelijk gebieden een stabiel, helder en waterplantenrijk waterecosysteem herbergen. Zoals eerder beschreven is de kwel een van de bepalende factor voor de waterkwaliteit. Om de waterkwaliteit te verbeteren wordt het peil bij Westergouwe opgezet, zodat de kweldruk, en daarmee de kwelstroom, deels wordt onderdrukt. Samen met het wegvallen van de invloed van de agrarische functie en

de aanleg van waterbodems van zand betekent dit een reductie van de fosfaatbelasting en daarmee een significante verbetering van de waterkwaliteit. Ten aanzien van de waterkwaliteit hebben het Hoogheemraadschap en de gemeente de volgende ambities gesteld. Deze ambities zijn afgeleid van de MTR-normen en het STOWA-beoordelingssysteem. Maatregelen doorzicht (minimaal) zuurstof nutriënten (zomergemiddelde) algen

visstand

kritische belasting fosfaat water- en oeverplanten (bedekking) ecologisch niveau belevingswaarde

Tuinen/Grachten/ Landelijk wonen 40 cm

Bolwerk

Groenblauwe zone

40 -100 cm

> 60 cm

> 5 mg/l > 5 mg/l > 5 mg/l fosfaat < 0,3 mg/l fosfaat 0,08- 0,10 mg/l fosfaat < 0,3 mg/l stikstof < 2,6 mg/l stikstof < 2,2 mg/l stikstof < 2,6 mg/l lage algenbiomassa < lage algenbiomassa, lage algenbiomassa < 75µg/l sporadisch bloei 75µg/l (afhankelijk waterplanten ontwikkeling) (< 100 µg/l) snoek-blankvoorn type ruisvoorn-snoek en snoekruisvoorn-snoek type visbiomassa streefwaarde < blankvoorn type: visbiomassa streefwaarde < 100-250 kg/ha visbiomassa streefwaarde < 150 kg/ha 100-150 kg/ha 2 2 2 < 4,7 g P/m /jaar < 1 g P/m /jaar < 4,7 g P/m /jaar waterplanten ≥ 50% oeverplanten ≥ 50% drijfbladplanten aanwezig ecologisch basisniveau (middelste niveau) ruimtelijke element met deels natuurlijk aanzien

waterplanten > 50% oeverplanten > 50% drijfbladplanten aanwezig bijna hoogste ecologisch niveau zoveel mogelijk natuurlijk aanzien

waterplanten > 50% oeverplanten > 80% drijfbladplanten aanwezig bijna hoogste ecologisch niveau zoveel mogelijk natuurlijk aanzien

In samenspraak met het Hoogheemraadschap is, op basis van het eerder genoemde rapport van Nelen en Schuurmans, vastgesteld dat, ondanks de hierboven genoemde eerste maatregelen, de opgaaf om te voldoen aan de ambities ten aanzien van de waterkwaliteit groot is Beide partijen zullen zich inspannen om de ambities te realiseren. Bovenstaande ambities worden zoveel mogelijk binnen het hele plangebied gerealiseerd, waarbij beide partijen de karakteristieken van het gebied onderschrijven (o.a. dominante voedselrijke kwel, voedselrijke veenbodems, in landelijk wonen instabiele bodems, in rest woongebied gestabiliseerde waterbodems). Zoals in de tabel is aangegeven, zijn er voor de verschillende deelgebieden verschillende ambitieniveaus opgesteld, die zoveel mogelijk aansluiten bij het karakter en het watersysteem van het deelgebied. Voor de ambities en bijbehorende maatregelen wordt een zo evenredig mogelijke verdeling over het gehele gebied nagestreefd. Voor deze realisatie zijn in de onderstaande tabel de belangrijkste maatregelen genoemd, die getroffen kunnen worden zodat de doelstellingen worden bereikt. De keuze voor een bepaalde maatregel, of de mate waarin deze wordt toegepast, wordt in het nog door de gemeente op te stellen waterhuishoudingsplan nader onderzocht of uitgewerkt.

Het waterhuishoudingsplan wordt ter instemming voorgelegd aan zowel de gemeente als het Hoogheemraadschap. Conform de Kaderrichtlijn Water geldt voor het realiseren van de maatregelen een resultaatsverplichting en op basis van het waterhuishoudingsplan worden de gekozen maatregelen vastgelegd als resultaatverplichting. Naast het treffen van de noodzakelijke (inrichtings)maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren zullen er zoveel mogelijk maatregelen getroffen worden om de fosfaatbelasting te beperken door deze zoveel mogelijk aan de bron tegen te gaan. Voorbeelden zijn het niet of slechts zeer beperkt inlaten van water, het

voorkomen van overmatige bladinval, het zoveel als mogelijk beperken van af- en uitspoeling van organisch straatafval en het afkoppelen van regenwater via een voorziening. Daarnaast wordt de toepassing van uitlogende materialen verboden en wordt er zoveel mogelijk voorkomen dat er vervuiling van het systeem optreedt door onkruidbestrijdingsmiddelen en andere diffuse verontreinigingsbronnen. Maatregelen

Tuinen/Grachten/ Bolwerk Groenblauwe zone Landelijk wonen peilfluctuatie natuurlijke peilfluctuatie (bij natuurlijke peilfluctuatie conform F003-toekomstige Landelijk wonen cf. F003) (30-40 cm is wenselijk) natuurlijke peilfluctuatie in principe geen waterinlaat in principe geen waterinlaat in principe geen waterinlaat 0,5 m bij breedte 0-5 m waterdiepte < 0,2 m: 15% 0,5 tot 1,2 m 0,8 m bij 5-10 m 0,2 - 0,5 m: 25% 1,0 m bij >10 m 0,5 – 1,0 m: 40% 1,0 - 1,5 m: 10% waterbodemkwaliteit klasse 1 klasse 1 klasse 1 natuurvriendelijke 50% * > 50% > 80% oevers afkoppelen VGS in combinatie met VGS in combinatie met n.v.t. maximaal afkoppelen via maximaal afkoppelen via voorziening voorziening doorspoelen niet doorspoelen niet doorspoelen niet doorspoelen verversen (regenwater is de (regenwater is de (regenwater is de belangrijkste bron van belangrijkste bron van belangrijkste bron van wateraanvoer) wateraanvoer) wateraanvoer) circuleren in interne circulatie over interne circulatie over instroom via (natuurlijke) combinatie met een (natuurlijke) zuiverende (natuurlijke) zuiverende zuiverende voorziening zuiverende voorziening, indien zinvol voorziening, indien zinvol voorziening * 50% betekent dat minimaal 50% van de oeverlengte (dus: min. 1 x waterlengte) natuurvriendelijk is ingericht met een flauw talud

Grondwater/ontwatering/veiligheid bij overstroming drooglegging In de wijk dient voldoende drooglegging (afstand tussen waterpeil en straatpeil) aanwezig te zijn. Voor Westergouwe geldt als algemene norm de volgende maat van drooglegging: • Bolwerk, Tuinen, Grachten 1,00 meter • Landelijk wonen 0,60 meter • tuinen en parken 0,60 meter Het vloerpeil is zodanig dat bij plotselinge peilstijgingen van 1,00 meter geen wateroverlast ontstaat en komt daarmee voor het hele plangebied in principe uit op 1,30 meter t.o.v. waterpeil. De peilen, zoals opgenomen in de tabel in de paragraaf ‘Algemene beschrijving nieuw watersysteem’, voldoen, in combinatie met de percentages open water, aan deze normen. Alleen het vloerpeil bij Landelijk wonen wijkt hier (in positieve zin) van af in verband met de eis ten aanzien van de veiligheid tegen overstromingen.

ontwateringsdiepte De aanwezige kwel in combinatie met de verschillende typen ondergrond in het gebied, kunnen leiden tot overlast vanwege te hoog grondwaterdruk of -stand. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt een ontwateringsplan opgesteld, waarbij aangegeven wordt welke delen van de bebouwing via de geplande waterlopen, en ontwateringsystemen (greppels, wadi’s, drainage) voldoende ontwateringsdiepte krijgen. Met behulp van ontwateringsberekeningen wordt daarbij aangegeven of en in welke mate aanvullende drainage nodig is. Dit hangt onder andere af van de afstand tot een watergang, het gebruik van een kruipruimte, de toe te passen ophoogmaterialen en de dikte van de ophooglaag. Als ontwateringsdiepte worden de volgende minimale normen aangehouden: • wegen en woningvloeren met kruipruimte 1,00 meter

• •

vloeren van woningen zonder kruipruimte tuinen en parken

0,70 meter 0,50 meter

veiligheid tegen overstromingen De minister heeft in haar besluit over Westergouwe aangegeven dat het inundatiepeil, bij een worst-case overstromingsscenario, niet boven vloerpeil mag liggen binnen Westergouwe. Dit scenario is voor het Masterplan Waterstad Westergouwe door het bureau Delft Hydraulics, in opdracht van de Provincie en in nauwe afstemming met de gemeente Gouda en het Hoogheemraadschap, doorgerekend met behulp van het eerder gehanteerde model (rapport ‘Effect van de inrichting van Westergouwe op het overstromingsverloop’, WL \ Delft Hydraulics, oktober 2005). Uit deze studie is naar voren gekomen dat er twee maatgevend scenario’s zijn, namelijk een doorbraak van de Gouwe ter plaatse van de Oostpolder met vervolgens een doorbraak van de dijk van de Ringvaart ter plaatse van het deelgebied Tuinen en een scenario waarbij de dijk van de Hollandse IJssel het begeeft ter hoogte van het golfterrein en tevens daarna de dijk van de Ringvaart bezwijkt ter plaatse van Bolwerk. Uit de studie blijkt dat bij alle scenario’s wordt voldaan aan de gestelde eis dat het inundatiepeil (waterpeil na overstroming door dijkdoorbraak) maximaal het vloerpeil is en dat de optredende stroomsnelheid niet groter is dan 0,5 m/s (zie onderstaande tabel).

Voor de straat- en vloerpeilen zijn de peilen gehanteerd, zoals die volgen uit het Masterplan en de eerder gestelde eisen van het Hoogheemraadschap (aanleghoogte straat 1,00 meter en vloer van 1,30 meter), met uitzondering van het vloerpeil bij Landelijk wonen. Dit peil is hoger gelegd dan de eis van 1,30 meter in verband met het inundatiepeil van NAP –4,78 m en komt daarmee op 1,60 meter boven het waterpeil uit. Aangezien de voorgestelde peilen voldoen aan de normen bij een maatgevende overstroming door een dijkdoorbraak worden deze peilen als zodanig vastgesteld. peilvak inundatiepeil berekend straatpeil vloerpeil stroomsnelheid

Bolwerk geen water op straat NAP –4,50 m NAP –4,20 m n.v.t.

Tuinen en Grachten NAP –4,78 m NAP –5,00 m NAP –4,70 m 0,02 m/s

Landelijke wonen en Groenblauwe zone NAP –4,78 m NAP –5,70 m NAP –4,70 m 0,13 m/s

De norm ten aanzien van de stroomsnelheid is geen norm die formeel gesteld wordt maar is wel meegenomen in de toetsing. Bij een stroomsnelheid lager dan 0,5 m/s is het nog mogelijk (samen met de geringe waterdiepte op straat) om nog de wijk te kunnen betreden of te verlaten. Bij de doorrekening is rekening gehouden met enkele uitgangspunten, welke cruciaal zijn voor het voldoen aan de eisen: • hoofdopzet van de wijk is conform het Masterplan Waterstad Westergouwe met de eerder genoemde straat- en vloerpeilen; • de afschermende bebouwing, die in verband met verkeerslawaai langs de N207 in Tuinen wordt aangelegd en de bebouwing langs de ringdijk bij Bolwerk dienen tevens als afscherming bij overstroming. Deze bebouwing dient bestand te zijn tegen de optredende krachten (geen instortingsgevaar) en in de volgende fasen dient met een bouwkundige berekening onderbouwd te worden of de stroomsnelheden het gebouw niet ondermijnt.

Uit deze berekening moet duidelijk worden of er, als gevolg van de statische en de dynamisch belasting die het water veroorzaakt (of indirect door ondermijning), speciale eisen moeten worden gesteld aan de constructies van de gebouwen; • de hoofdwatergangen in Westergouwe zijn circa 10 meter breed en 1 meter diep; • de ringsloot rondom Westergouwe is circa 15 meter breed en 1 meter diep; • er wordt een kademuur van circa 1 meter hoog gerealiseerd bij de doorgangen in Bolwerk tussen de bebouwde massa’s in ter bescherming van het deelgebied Tuinen bij een doorbraak van de Hollandse IJssel. Het effect van een kademuur met een hoogte van 1 meter op de waterveiligheid is gering, hetgeen ook geldt voor een (niet nader onderzochte) verhoogd aangelegde weg aan de westzijde van de waterplas, maar indien beide oplossingen makkelijk te realiseren zijn is dat altijd een pré. Hierbij zou dan

ook kunnen worden bekeken of de kademuur bij het Bolwerk hoger zou kunnen worden uitgevoerd dan 1 meter zodat het effect groter wordt.

Grondverbetering In de toekomstige wijk moet op een normale wijze het beheer en onderhoud gevoerd kunnen worden. Om dit te kunnen bewerkstelligen dienen de zettingen beperkt te blijven. De zogenaamde restzetting (zetting die optreedt in de gebruiksfase na voltooiing van de grondverbetering) mag daarom maximaal 30 centimeter in 30 jaar bedragen. Dit resulteert in een normale beheersituatie, waarbij de kosten gedekt kunnen worden uit de gebruikelijke middelen (OZB, gemeentefonds). Het uitgangspunt bij deze situatie is dat na 30 jaar de riolering en de bestrating toe zijn aan vervanging, waarbij een zetting van 30 centimeter in die periode kan worden opgevangen. De eventueel opgetreden zettingen kunnen bij de vervanging dan weer gecompenseerd worden. De grondverbetering dient te worden uitgevoerd op basis van gedegen (geotechnisch) onderzoek. Tijdens de uitvoering dient daarnaast bij het zettingsproces een goede monitoring plaats te vinden. In de situatie van Westergouwe verdient de grondverbetering, gezien de draagkracht van de bodem met de aanwezige veenlagen, de nodige aandacht. Bij de keuze voor de wijze van grondverbetering spelen meerdere aspecten mee in de afweging. Allereerst dient het maaiveld, in verband met de veiligheid tegen overstromingen (zie hierboven) netto hoger te worden aangelegd.

Daarnaast is er de eis om stabiele waterbodems te realiseren in de watergangen, waardoor deze bodems niet opbarsten. De stabiliteit van de huidige bodem en waterbodem is vrij gering door de aanwezige kwel en de slappe veenbodem. De waterbodems worden daarom verzwaard met bijvoorbeeld zand (geen uitlogende materialen). Zandbodems hebben als bijkomend effect dat deze voedselarmer zijn, wat gunstig is voor de waterkwaliteit. Als uitgangspunt voor de grondverbetering wordt daarom nu gekozen voor een integrale ophoging met zand. Het hele plangebied dient, met uitzondering van het deelgebied Landelijk Wonen, integraal te worden aangepakt aangezien naast de bodem onder het straatwerk tevens de tuinen en de watergangen voorbelast moeten worden. Vanwege de slappe bodem en de geringere bodemstabiliteit zijn er daarnaast dan nog maar weinig mogelijkheden om bepaalde delen van het gebied niet voor te belasten. Per deelgebied wordt aan de hand van onder andere de aspecten ecologie, waterhuishouding, technische mogelijkheden en financiën de afweging gemaakt welke methode of techniek van grondverbetering uiteindelijk het beste toepasbaar is. In de groenblauwe zone vindt in principe geen grondverbetering plaats, maar worden er wel extra watergangen en waterberging gecreëerd. De bodeminstabiliteit verdient hier daarom extra aandacht.

Keringen Door het toepassen van een brede ringsloot om Westergouwe is de afstand van de eerste bebouwing tot aan de dijk van de ringvaart vrij groot. Daarnaast wordt er aan de lage kant van de dijk extra belasting aangebracht door het opzetten van het water en het aanbrengen van een grondverbetering. Het is daarom de inschatting dat de bebouwing van Westergouwe geen problemen oplevert voor deze dijk. Van belang is wel de exacte afstand van de eerste ingreep (afgraving, grondverbetering o.i.d.) tot aan de dijk en de eisen ten aanzien van de keur van het Hoogheemraadschap aangehouden. Zodra de werkzaamheden bij de dijk meer in detail bekend zijn, wordt de keurvergunning aangevraagd en worden de (geotechnische) berekeningen ter goedkeuring aan het Hoogheemraadschap voorgelegd.

Beheer en onderhoud Het beheer van het volledige watersysteem wordt gevoerd door het Hoogheemraadschap. Nader door het Hoogheemraadschap in overleg met Gouda aan te wijzen watergangen, zullen de status van hoofdwatergang krijgen en worden onderhouden door het Hoogheemraadschap. Alle overige watergangen worden in principe onderhouden door de gemeente Gouda. Gezien het grote belang voor de waterkwaliteit (het Hoogheemraadschap is overal waterkwaliteitsbeheerder) en de samenhang met het hoofdwatersysteem zullen de gemeente en het Hoogheemraadschap gezamenlijk de eisen in de volgende fase vaststellen en vastleggen in het waterhuishoudkundig plan. Bij de verdere uitwerking van het onderhoud worden minimaal de volgende aspecten meegenomen. Dit betreffen dan onder andere eisen aan breedte van watergangen, mate en wijze van toepassing van bruggen en duikers en het voorkomen van overmatige bladinval (in verband met baggerfrequenties en waterkwaliteit). Voor de bereikbaarheid voor onderhoudsapparatuur geldt dat bij voorkeur langs alle watergangen ruimte moet worden vrijgehouden. Alle watergangen, doch ten minste de nog aan te wijzen hoofdwatergangen, worden vanaf de kant onderhouden.

De onderhoudsmethode is verder afhankelijk van de inrichting van watergangen: smalle watergangen worden in principe vanaf de kant onderhouden, brede watergangen in principe zowel varend, als vanaf de kant(oever). De gemeente wil het onderhoud van het uitgeefbaar water bij voorkeur onderbrengen bij de desbetreffende eigenaren.

Controle op randvoorwaarden VROM en provincie Het ministerie van VROM stelt in haar brief aan de gemeente Gouda van 16 november 2004 bepaalde voorwaarden aan (de uitwerking van) het watersysteem van Westergouwe. Deze voorwaarden zijn in een brief aan het ministerie van VROM door de provincie Zuid-Holland (d.d. 22 december 2004) en door de gemeente Gouda (d.d. 30 november 2004) bevestigd en geaccepteerd. Hieronder zijn de voorwaarden nogmaals opgesomd en is aangegeven of en op welke wijze hieraan is voldaan. Nr. Voorwaarde 1 uitwerking conform de wateraspecten uit het HalfCascademodel/Waterstad

2

uitwerking conform randvoorwaarden HHSK

3

inrichting zodanig dat geen versterking van de dijk van de Hollandse IJssel of Ringvaart nodig is

Toetsing het voorgestelde watersysteem komt vrijwel geheel overeen met het model Waterstad, zoals dat door de commissie 3W is voorgesteld (zie paragraaf Algemene beschrijving nieuw watersysteem). voor zover in deze fase van toepassing en relevant zijn de voorwaarden, zoals deze eerder gesteld werden door het HHSK, opgenomen in dit voorstel voor het watersysteem. De overige voorwaarden worden meegenomen bij het opstellen van het waterhuishoudkundig plan en de verdere uitwerking van de plannen. door de deskundigen is nu de inschatting gemaakt dat de realisatie van Westergouwe conform het

4

5

6

7

8

9

huidige plan geen problemen oplevert voor de naastliggende dijken (zie paragraaf Keringen). Bij de verdere planuitwerking dient de finale toets plaats te vinden bij de aanvraag van de keurvergunning op basis van geotechnische berekeningen. Gouda hanteert vooralsnog het principe dat de plannen zodanig worden vormgegeven dat geen aanpassingen nodig zijn. geen afwenteling van de wateropgave op gebieden bij het vormgeven van het watersysteem is dit elders aspect nadrukkelijk meegenomen en getoetst. Bij het watersysteem, dat nu wordt voorgesteld, wordt niet afgewenteld. er heeft geen bezuiniging plaatsgevonden op de geen bezuiniging op de wateropgave tijdens de wateropgave. Het uitgangspunt in deze fase was planuitwerking en aanleg en derhalve geen afwenteling naar toekomstig beheer en onderhoud nadrukkelijk om een optimaal systeem vorm te geven, waarbij de daarmee gemoeide kosten meegenomen worden. Hiermee is al rekening gehouden in de voorlopige grondexploitatie (zie ook punt 7). Het HHSK heeft eerder geconcludeerd dat dit watersysteem leidt tot een normale beheersituatie met normale beheerkosten. vloerpeil minimaal gelijk aan inundatieniveau (ca. de voorgestelde straat- en vloerpeilen (zie NAP –4,50 m), waarbij geanticipeerd moet worden paragraaf Veiligheid tegen overstromingen) op toekomstige bebouwing in de Zuidplaspolder voldoen aan deze voorwaarde.

Uit nadere berekeningen is gebleken dat het inundatiepeil lager ligt dan het in de voorwaarde van VROM opgenomen peil van NAP –4,50 meter. presenteren financiële doorrekening, die uitgaat van in de voorlopige grondexploitatie (GREX) is door bovenstaande punten en een risicoanalyse bevat Gouda vastgesteld dat het voorliggende voorstel in de exploitatie financieel haalbaar is. Deze uitspraak zal geformaliseerd worden in de financiële paragraaf bij het bestemmingsplan. De definitieve GREX wordt, samen met een risicoanalyse, in de volgende fase vastgesteld door Gouda. Voor het beheer en onderhoud geldt nog steeds dat het nadrukkelijke uitgangspunt van Gouda is dat een inrichting wordt gerealiseerd, die normaal onderhoud en beheer vergt (zie paragraaf Grondverbetering). Dit onderhoud en beheer zijn dan te bekostigen door Gouda uit de middelen, die normaal hiervoor worden aangewend. uitvoering extra onderzoek conform 3W-rapport, voor zover in deze fase mogelijk en noodzakelijk voor zover betrekking op Gouda zijn de gestelde onderzoeken uitgevoerd. Nog uit te voeren onderzoeken worden opgenomen in het waterhuishoudingsplan.

actief informeren nieuwe bewoners over specifieke aangezien het project zich nog in een vroeg kenmerken wijk en de maatregelen om de risico’s stadium bevindt, wordt de actieve communicatie zo klein mogelijk te houden naar de nieuwe bewoners, welke pas over circa 4 jaar in Westergouwe kunnen gaan wonen, in een latere fase opgestart.

Inhoud dossier watertoets Westergouwe Het volledige dossier bevat de volgende documenten: • brief van gemeente Gouda aan ministerie van VROM, ‘ Westergouwe’, kenmerk 2004.30050, d.d. 30 november 2004; • brief van het Ministerie van VROM aan de gemeente Gouda, ‘Westergouwe’, kenmerk M 349, d.d. 16 november 2004; • brief van provincie Zuid-Holland aan ministerie van VROM, ‘ Westergouwe’, kenmerk DRM/ARO/04/11018A, d.d. 22 december 2004; • memo ‘Ambitieniveau’s en maatregelen’, d.d. december 2005; • memo ‘Checklist resultaat’, d.d. 8 september 2005; • memo ‘Keuze watersysteem’, d.d. 12 oktober 2005; • memo ‘Randvoorwaardennotitie Waterhuishouding Westergouwe’, Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpernerwaard, d.d. 16 juli 2002; • memo ‘Resultaten werkgroep veiligheid Westergouwe’, d.d. 9 augustus 2005; • memo ‘Scenario’s overstromingen Westergouwe’, d.d. 6 juni 2005; • plan van aanpak ‘Samenwerking m.b.t Westergouwe Gouda, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpernerwaard, Provincie Zuid Holland, definitiefase’, definitief, d.d. 29 augustus 2005; • rapport ‘Effect van de inrichting van Westergouwe op het overstromingsverloop’, WL \ Delft Hydraulics, oktober 2005; • rapport ‘Waterplan Gouda’, d.d. mei 2003; • rapport ‘Watersysteem Westergouwe, afweging varianten op waterkwantiteit en waterkwaliteit’, definitief, Nelen en Schuurmans Hydroinformatics, d.d.

oktober 2005; • verslag overleg coördinatiegroep samenwerking Gouda, HHS+K en PZH Westergouwe, d.d. 21 juni 2005; • verslag overleg coördinatiegroep samenwerking Gouda, HHS+K en PZH Westergouwe, d.d. 18 augustus 2005; • verslag overleg coördinatiegroep samenwerking Gouda, HHS+K en PZH Westergouwe, d.d. 15 september 2005; • verslag werkgroep Veiligheid en Keringen Westergouwe, d.d. 2 juni 2005; • verslag werkgroep Veiligheid en Keringen Westergouwe, d.d. 3 mei 2005; • verslag werkgroep water en ecologie, d.d. 12 september 2005; • verslag werkgroep water en ecologie, d.d. 16 juni 2005; • verslag werkgroep water en ecologie, d.d. 18 augustus 2005; • verslag werkgroep water en ecologie, d.d. 19 mei 2005; • verslag werkgroep water en ecologie, d.d. 26 april 2005; • verslag werkgroep water en ecologie, d.d. 29 september 2005.

Schematische weergave peilen per deelgebied

Bolwerk

vloerpeil - NAP -4,20 m straatpeil - NAP -4,50 m

drooglegging

waterpeil - NAP -5,50 m

Tuinen en Grachten

vloerpeil - NAP -4,70 m straatpeil - NAP -5,00 m

drooglegging

waterpeil - NAP -6,00 m

Landelijk wonen

vloerpeil - NAP -4,70 m straatpeil - NAP -5,70 m waterpeil - NAP -6,30 m

drooglegging

Bijlage 3

Waterstructuurplan

Bijlage 4

Beleid vlonders en steigers HHSK

Beleid vlonders en steigers in watergangen samengevat. NB Geldt niet voor Rotte, Ringvaarten en recreatieve wateren! Vlonders • de watergang moet ten aanzien van de breedte minimaal voldoen aan de in de legger omschreven onderhoudsverplichting; • de watergang moet op de waterlijn 3,00 meter of breder zijn (in smallere watergangen worden in principe geen vlonders boven het water toegestaan); • de waterlijn ter plaatse van de vlonder moet voorzien zijn of worden van een deugdelijke oeverconstructie (in principe beschoeiing); • de onderhoudsplichtige moet schriftelijk instemmen met de aanwezigheid van de vlonder als de aanvrager niet de onderhoudsplichtige van de watergang is (bij gemeenten heeft het de voorkeur dit in één keer voor de hele gemeente vast te leggen); • een vlonder mag maximaal 1/8 van de breedte van de watergang overkluizen met een maximum van 1,00 meter; • er mogen geen steunpunten in de watergang worden geplaatst; • de vlonder mag nooit verder dan 1,00 meter over de oeverlijn oversteken en de onderkant van de constructie moet dan minimaal 1,00 meter boven het zomerpeil aangebracht worden.

Indien de vlonder minder ver uitsteekt mag hij evenredig veel lager worden aangelegd (bijvoorbeeld 40 cm oversteek, 40 cm hoogte) zodat een vrij profiel van 45° vanuit de waterlijn ontstaat (zie figuur 1); • Ondersteuningsconstructies met geschoorde palen kunnen worden toegestaan mits deze buiten dit profiel blijven. ≤ 1,00 m

≤ 0,40 m ≥ 1,00 m ≥ 0,40 m

Figuur 1

Ligplaatsen Ligplaatsen voor boten in watergangen anders dan recreatieve wateren worden niet vergund. De incidentele roeiboot of kano die in de watergangen gebruikt wordt kan wel gebruik maken van een vlonder of steiger, maar moet op de kant worden opgeslagen (dus geen vaste ligplaatsen).

Steigers (ofwel vlonders met steunpunten) Steigers in watergangen worden in principe niet vergund. Uitzondering hierop vormen watergangen die op de waterlijn breder zijn dan 10,00 meter en waarvan deze extra breedte niet noodzakelijk is voor de waterafvoer (vaststellen i.o.m. afdeling Beheer). In deze overbreedte kunnen in principe steigers worden toegestaan. Hierbij gelden dan de volgende uitgangspunten: • een steiger mag maximaal 1/8 van de breedte van de watergang overkluizen; • de maximale breedte (over de oeverlijn gemeten) van de steigers wordt per geval vastgesteld, met inachtneming van alle toetsingsaspecten; • het onderhoud van de watergang onder en tot 5,00 meter ter weerszijden van de steiger moet door en op kosten van de vergunninghouder worden gedaan (ook als deze verplichting zich buiten de eigen perceelsgrenzen uitstrekt); • de onderkant van de constructie moet minimaal 0,35 meter boven het zomerpeil worden aangelegd; • de constructie moet zodanig worden aangelegd dat de kans van ophoping van drijfvuil minimaal is (geen drijfbalken, palen ver genoeg uit elkaar etcetera). Overige aandachtspunten:

• als een (in gebruik zijnde of komende) vijf-meter onderhoudsstrook aanwezig is kunnen hierin geen vlonders worden toegestaan;

• vlonders worden niet toegestaan boven duikers of andere kunstwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=53a0c71c-0839-4c50-a7d5-b9eadcac69db