Was-wordt Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Gouda 2023
Tekst van het document
Was-wordt document Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 27 juni 2023 DEFINITIEF CONCEPT Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen Er zijn overwegingen toegevoegd aan het besluit om de leidende principes die de gemeente hanteert bij de ondersteuning van inwoners in het kader van de Jeugdwet en de Wmo duidelijker tot uiting te laten komen.
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Gouda houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp (Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023) De Raad van de gemeente Gouda, Overwegende dat de gemeente Gouda op grond van de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de nota Sociaal Domein Iedereen kan meedoen … verantwoordelijk is voor kwalitatieve, doelmatige en rechtmatige ondersteuning aan inwoners voor wie dit voor kortere duur of langere tijd nodig is. … de inwoner centraal stelt en benadert op basis van gelijkwaardigheid. … vragen stelt over alle leefdomeinen om een goed beeld te krijgen van de situatie van de inwoner. … breed kijkt naar de ondersteuningsvraag van inwoners en de ondersteuning integraal organiseert. … eigen regie hanteert als uitgangspunt bij de ondersteuning van inwoners. … naast de inwoner staat en samen zoekt naar een oplossing passend bij wat de inwoner nodig heeft. … rekening houdt met de eigen mogelijkheden van de inwoner. … oog heeft voor de vraag wat de inwoner met inzet van het eigen netwerk zelf kan. … de inwoner stimuleert om binnen de mogelijkheden actief deel te nemen aan de samenleving. … zo kort als kan, maar zo lang als nodig de ondersteuning inzet.
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 … bij een structurele ondersteuningsvraag de inwoner niet vraagt iedere keer het hele verhaal te doen. … contact onderhoudt met de inwoner om te volgen of de ondersteuning goed verloopt. gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met voorstelnummer 7278 van 27 juni 2023; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, tweede en derde lid, van de Jeugdwet en de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, tweede en vierde lid en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de artikelen 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; besluit: De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 vast te stellen.
Artikel 1 Begripsbepalingen • algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover zou (hebben kunnen) beschikken; • algemene voorziening: een algemene voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of een overige voorziening als bedoeld in artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet; • cliënt: cliënt als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, dan wel jeugdige of ouder als bedoeld in de Jeugdwet; • cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die
Aangepast: Bij de herziening van de begripsbepalingen is nagegaan welke begrippen al in de wettelijke kaders staan omschreven en welke voor de Goudse doorvertaling hiervan nader moeten worden geduid in de begrippen dan wel door vertaald in de artikelen van de Verordening en Regeling. In deze begripsbepalingen staan alleen de begrippen die niet in de pagina 2
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen • algemeen gebruikelijke voorziening: een dienst, hulpmiddel of zorg waarvan de kans groot is dat de inwoner daarover zou (hebben kunnen) beschikken. Deze voorziening is voor iedereen beschikbaar, ook voor iemand zonder beperking; • algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat gericht is op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. Deze algemene voorziening is beschikbaar zonder dat er vooraf onderzoek is gedaan naar de wensen, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. Met ‘algemene voorziening’ wordt hetzelfde
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; • college: college van burgemeester en wethouders van Gouda; • gebruikelijke hulp: de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden; • hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp; • mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; • melding: kenbaar maken van de hulpvraag; • pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet; • voorziening: maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of individuele voorziening op het gebied van jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen Jeugdwet of de Wmo 2015 omschreven worden of die voor Gouda een specifieke invulling krijgen. Begrippen die worden toegelicht in de uitwerking van artikelen, zijn niet opgenomen in dit artikel.
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 bedoeld als een ‘overige voorziening’ zoals die in de Jeugdwet, artikel 2.9, sub a beschreven wordt; • cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een individuele voorziening/maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan; • eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de inwoner om zelf zijn zelfredzaamheid, participatie te verbeteren of problemen te verminderen. Hierbij kan ook het sociale netwerk van de inwoner helpen; • eigen regie: de inwoner krijgt zoveel mogelijk de vrijheid om keuzes te maken passend bij wat de inwoner zelf denkt, voelt en wil. Zo kan de inwoner zijn leven zo veel mogelijk naar eigen wens organiseren; • formele ondersteuning: ondersteuning die door een professionele zorgverlener wordt uitgevoerd.
Deze zorgverlener werkt bij een zorginstelling of is ZZP’er; • gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; • informele ondersteuning: ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk of ondersteuning door een andere persoon die geen formele ondersteuning biedt en die voldoet aan de kwaliteitseisen voor informele ondersteuning; • inwoner: iemand die in Gouda woont; • voorziening: individuele voorziening op het gebied van jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet of maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 2 Toegang algemene voorziening
Aangepast Toegevoegd “voor inwoners”
Artikel 2 Toegang algemene voorziening
pagina 3
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk voor inwoners zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling.
Artikel 3 Beschikbare algemene en individuele voorzieningen 1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. Informatie en advies voor jeugdige en ouder; b. Onafhankelijke cliëntondersteuning; c. Opvoedondersteuning; d. Jeugdgezondheidszorg; e. Veilig Thuis; f. Integrale crisisdienst; g. Vertrouwenspersoon; h. Kindertelefoon; i. Kortdurende ondersteuning; j. Participatie in de buurt; k. Collectief vervoer in de vorm van een regiotaxipas; en l. Vervoersvoorziening. 2. De volgende vormen van individuele voorzieningen als bedoeld in de Jeugdwet zijn in ieder geval beschikbaar: a. Jeugd en Opvoedhulp; b. Jeugdbescherming en jeugdreclassering; c. Jeugdzorg plus; d. Begeleiding; e. GGZ-hulp met en zonder verblijf; f. Ernstige enkelvoudige dyslexiezorg; en g. Vervoer naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. 3. De volgende vormen van maatwerkvoorzieningen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn in ieder geval beschikbaar: a. Hulp bij het huishouden; b. Begeleiding; c. Dagbesteding; d. Vervoer naar dagbesteding;
Opmerking: De opsomming in dit artikel maakt het formeel ingewikkeld om nieuwe vormen van hulp op te zetten en in te voeren. Dit geeft ruimte om nieuwe initiatieven met bijvoorbeeld zorgaanbieders sneller en formeel in te zetten als algemene voorziening waarbij hulp dan ‘drempelloos’ beschikbaar is.
Artikel 3 Beschikbare algemene en individuele voorzieningen en maatwerkvoorzieningen 1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. Informatie en advies voor jeugdige en ouder; b. Onafhankelijke cliëntondersteuning; c. Opvoedondersteuning; d. Jeugdgezondheidszorg; e. Veilig Thuis; f. Integrale crisisdienst; g. Vertrouwenspersoon; h. Kindertelefoon; i. Kortdurende ondersteuning; j. Participatie in de buurt; k. Collectief vervoer in de vorm van een regiotaxipas; en l. Vervoersvoorziening 2. De volgende individuele voorzieningen als bedoeld in de Jeugdwet zijn in ieder geval beschikbaar: a. hoogspecialistische / weinig voorkomende zorg; b. jeugdbescherming / jeugdreclassering; c. crisis; d. wonen; e. dagbesteding/ logeren; f. behandeling; g. begeleiding; h. ernstige dyslexiezorg; en i. vervoer naar jeugdhulplocatie. 3. De volgende maatwerkvoorzieningen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn in ieder geval beschikbaar: a. Hulp bij het huishouden; b. Begeleiding; c. Dagbesteding;
Aangepast: • In artikel 3 wordt in de nieuwe verordening aangegeven dat er algemene en individuele voorzieningen zijn en dat het college in de regels aangeeft welke dat zijn. •
In 3.3 de sportvoorzieningen aangepast naar financiële maatwerkvoorzieningen.
•
In 3.3 beschut en beschermd wonen gesplitst.
•
In 3.3 gewoon thuis, maatschappelijke opvang
pagina 4
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 e. Logeeropvang en verblijf; f. Woonvoorzieningen; g. Rolstoelvoorzieningen; h. Vervoersvoorzieningen; i. Sportvoorzieningen; en j. Beschermd en beschut wonen. 4. Het college kan nadere regels stellen inzake de individuele voorzieningen als bedoeld in de Jeugdwet en maatwerkvoorzieningen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 4 Zorgplicht college voor integrale toegang en intake 1. Het college zorgt er in ieder geval voor dat ingezetenen die daar om verzoeken: a. kosteloos en op laagdrempelige wijze worden ondersteund bij het verhelderen van een mogelijke ondersteuningsbehoefte; b. kosteloos worden voorzien van relevante informatie in begrijpelijke vorm ten aanzien van: 1°. het gemeentelijk beleid en de wijze waarop uitvoering wordt geven aan de wettelijke taken in het sociaal domein, en 2°. hoe de toegang tot de diverse voorzieningen is georganiseerd; c. worden doorverwezen en -geleid naar de passende instanties voor verdere ondersteuning, en
Aanpassingen, vragen en opmerkingen en vrouwenopvang toegevoegd.
Uit jurisprudentie is gebleken dat deze integrale verordening juridisch kwetsbaar kan zijn: de Jeugdwet en Wmo 2015 verschillen op onderdelen juist van elkaar. Daarom worden de aanvraagprocedures voor Jeugdhulp en Wmo in de Verordening 2023 gesplitst. Aangepast: Lidnummering achterwege gelaten, er is maar één lid.
pagina 5
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 d. Vervoer naar dagbesteding; e. Logeeropvang en verblijf; f. Hulpmiddelen; g. Woonvoorzieningen; h. Rolstoelvoorzieningen; i. Vervoersvoorzieningen; j. Financiële maatwerkvoorzieningen; k. Gewoon Thuis; l. Beschut wonen; m. Beschermd wonen; n. Maatschappelijke opvang; o. Vrouwenopvang; p. Jongeren onder Dak. HOOFDSTUK 2 PROCEDUREREGELS OVER INDIVIDUELE VOORZIENINGEN EN MAATWERKVOORZIENINGEN
Artikel 4 Zorgplicht college voor integrale toegang en intake Het college zorgt er in ieder geval voor dat inwoners die daarom vragen: a. kosteloos en op een laagdrempelige manier worden ondersteund bij het verhelderen van een mogelijke hulpvraag; b. kosteloos worden voorzien van nuttige informatie op een begrijpelijke manier over: 1°. het beleid van de gemeente en de manier waarop de gemeente uitvoering geeft aan de wettelijke taken in het sociaal domein, en 2°. hoe de toegang tot de verschillende voorzieningen is georganiseerd;
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 d. dat degene die een melding of aanvraag indient, wordt gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze cliëntondersteuning.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Artikel 5 Melding en gesprek 1. Een cliënt kan een hulpvraag bij het college melden. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de melding en neemt binnen 5 werkdagen contact op om een afspraak te maken voor een gesprek, waarin de hulpvraag wordt onderzocht. 3. Bij de bevestiging van de ontvangst van de melding, bedoeld in het tweede lid, wijst het college de cliënt op de mogelijkheid van het inleveren van een persoonlijk plan waarin hij de hierna te noemen omstandigheden beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp volgens hem de beste oplossing is: - de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; - de mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk zijn zelfredzaamheid en/of zijn participatie te verbeteren, te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang, gezond en veilig op te groeien of te groeien naar zelfstandigheid; - de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; - de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie, het gezond en veilig opgroeien, te groeien naar zelfstandigheid, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; - de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de
Opmerkingen: • Een aanvraag voor een Wmo maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan als er voorafgaand eerst een melding door de cliënt is ingediend van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Hiermee wijkt de Wmo 2015 af van de reguliere aanvraagprocedure zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). • De Jeugdwet sluit in dat kader wel aan bij de procedureregels van de Awb. Dit leidt tot het risico voor gemeenten dat dwangsommen worden verbeurd wegens niet tijdig beslissen. Aanpassingen: - Beide aanvraagprocedures worden in de nieuwe Verordening gesplitst naar pagina 6
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 c. worden doorverwezen en -geleid naar de passende organisaties voor verdere ondersteuning, en d. bij het indienen van een melding of aanvraag worden gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze cliëntondersteuning.
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang. Het persoonlijk plan kan de cliënt gedurende 7 dagen na de melding inleveren. 4. Het college kan, in overleg met cliënt, afzien van een gesprek. 5. Het college betrekt het persoonlijk plan bij het onderzoek, bedoeld in het tweede lid. 6. Uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de melding neemt het college, indien de melding tot een aanvraag leidt, een besluit over de verstrekking van een voorziening. 7. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen Jeugdhulp in artikel 5 en Wmo in artikel 6.
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
Opmerkingen: Het opstellen van een familiegroepsplan is vormvrij. De wet stelt geen andere eisen aan het opstellen van een familiegroepsplan.
Artikel 5 Aanvraag en gesprek Jeugdhulp 1. Een jeugdige of diens ouders kan een aanvraag voor een individuele voorziening schriftelijk indienen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen 5 werkdagen. 3. Bij de ontvangstbevestiging, als bedoeld in het tweede lid, wijst het college de jeugdige of diens ouders op de mogelijkheid om binnen 14 dagen na het indienen van een aanvraag een familiegroepsplan in te leveren bij het college. 4. Het college voert een gesprek waarin de hulpvraag van de jeugdige of diens ouders wordt besproken en onderzocht. 5. Na het vaststellen van de hulpvraag wordt er onderzocht of er sprake is van de wens voor een pgb. De jeugdige of diens ouders worden ingelicht over de gevolgen van de keuze voor pgb. Als tijdens het gesprek naar voren komt dat de ouders of de jeugdige de voorkeur geeft aan een
Aanpassingen: - Melding vervangen voor aanvraag - Persoonlijk plan vervangen voor familiegroepsplan - 5.1: aangepast; samengevoegd met artikel 7 lid 1 uit de Verordening 2020 - 5.8: spoedeisende gevallen vervangen voor crisisgevallen pagina 7
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen - Verwijderd: indien de melding tot een aanvraag leidt” verwijderd. Bij Jeugd wordt er geen melding gemaakt; er wordt direct een aanvraag gedaan. - Melding vervangen voor aanvraag - Criteria familiegroepsplan verwijderd
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 pgb in plaats van zorg in natura verstrekt het college het format voor het pgb-plan, bedoeld in artikel 18, derde lid. 6. Het college betrekt het familiegroepsplan bij het onderzoek, als bedoeld in het vierde en vijfde lid, als het plan binnen 14 dagen is ingeleverd. 7. Uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag neemt het college een besluit over de verstrekking van een voorziening. 8. In crisisgevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening of vraagt een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp aan, zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.
Aanpassingen - Artikel 6.5 toegevoegd, is in de huidige Verordening artikel 7.2, alleen de melding via het meldingsformulier is achterwege gelaten. De melding is dan namelijk al gedaan. - Artikel 5.7 van de huidige Verordening over spoedeisende gevallen is achterwege gelaten, want dit gaat over Jeugdhulp en is dus voor de Wmo niet van toepassing.
Artikel 6 Melding en gesprek Wmo 1. Een inwoner kan een hulpvraag via een melding voor een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de melding en wijst de inwoner op de mogelijkheid van het inleveren van een persoonlijk plan binnen zeven dagen na melding. Daarin beschrijft de inwoner de ondersteuningsvraag. 3. Het college voert een gesprek waarin de hulpvraag van de inwoner wordt besproken en onderzocht. 4. Het college kan, in overleg met de inwoner, afzien van een gesprek. 5. Het college betrekt het persoonlijk plan bij het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, als het plan binnen zeven dagen na het doen van de melding is ingeleverd. 6. Als de melding tot een aanvraag leidt, wordt de aanvraag ingediend door het indienen van het verslag van het gesprek, als bedoeld in artikel 7, dat door de inwoner is ondertekend. Uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de melding neemt het college een besluit over de verstrekking van een voorziening. 7. Als tijdens het gesprek naar voren komt dat inwoner de voorkeur geeft aan een pgb in plaats van zorg in natura,
pagina 8
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Artikel 6 Verslag 1. Het college zorgt voor verslaglegging van het gesprek met de cliënt, bedoeld in artikel 5. 2. Binnen 5 werkdagen na het gesprek stelt het college het verslag beschikbaar aan de cliënt. 3. Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag toegevoegd. 4. Het college verzoekt de cliënt het verslag uiterlijk binnen 5 werkdagen ondertekend retour te zenden.
Aanpassingen: • Artikelnummer. • 7.1: hierin wordt verwezen naar artikel 5 en 6. • 7.1: aangevuld met wettelijke eisen voor een aanvraag volgens de Awb. • 7.2 termijn waarop het college het verslag beschikbaar stelt aan bewoner verlengd. Dit was 5 werkdagen, is nu 15 werkdagen. • 7.4 aangepast; alleen geldig voor jeugdhulp en eis dat er minimaal één betrokkene hoeft ondertekenen; niet beide ouders.
NIEUW ARTIKEL Opmerkingen: Het is wenselijk om specifiek voor de jeugdwet de toegang via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts nog te vermelden. Dit is immers nog een andere manier om jeugdhulp te kunnen vragen. Aanpassingen: pagina 9
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 krijgt de inwoner hierover meer informatie en verstrekt het college de inwoner het format voor het pgb-plan Wmo. Artikel 7 Verslag 1. Het college zorgt ervoor dat er een verslag gemaakt wordt van het gesprek met de inwoner, bedoeld in artikel 5 en 6. Het verslag moet voorzien zijn van naam, adres, dagtekening en van een aanduiding of omschrijving waaruit blijkt welke beschikking wordt gevraagd. 2. Binnen 15 werkdagen na het gesprek stelt het college het verslag beschikbaar aan de inwoner. 3. Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner worden aan het verslag toegevoegd. 4. Bij aanvraag van een individuele voorziening of maatwerkvoorziening moet de inwoner het verslag uiterlijk binnen 5 werkdagen ondertekend terugsturen aan het college.
Artikel 8 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een zorgaanbieder, waar mogelijk naar een gecontracteerde aanbieder en naar de diensten die vallen binnen de contract- of subsidierelatie. 2. Wanneer een jeugdige of diens ouders zich bij een aanbieder meldt met een verwijzing als bedoeld in het eerste lid, dan meldt de aanbieder dit bij de gemeentelijke toegang, voordat hij de jeugdhulp start.
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen artikel 8, 9 en 10 toegevoegd in verordening; deze beschrijft de toegang voor jeugdhulp via andere routes dan de gemeente NIEUW ARTIKEL Opmerkingen: De directe routes staan in de huidige Verordening alleen omschreven in de toelichting en worden nu opgenomen in de Verordening zelf. NIEUW ARTIKEL Opmerkingen: De toegangsroute voor diagnostiek en behandeling van ernstige dyslexie is niet opgenomen in de huidige Verordening en wordt toegevoegd aan de nieuwe Verordening.
NIEUW ARTIKEL Opmerking: De toegang naar beschermd wonen en opvang staat niet opgenomen in de huidige Verordening en wordt toegevoegd aan de nieuwe Verordening.
pagina 10
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 3. Het college legt de individuele voorziening die wordt verleend vast in een beschikking.
Artikel 9 Toegang jeugdhulp via Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, rechter, OM of justitiële jeugdinrichting (JJI) 1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door Veilig Thuis, de gecertificeerde instelling, rechter, OM of justitiële jeugdinrichting naar een zorgaanbieder volgens de wettelijke kaders in de Jeugdwet 2. Het college legt de individuele voorziening die wordt verleend vast in een beschikking. Artikel 10 Diagnostiek en behandeling van Ernstige Dyslexie (ED) 1. De toeleiding naar diagnostiek en behandeling voor Ernstige Dyslexie vindt plaats via het onderwijs en de dyslexiebehandelaar. 2. Het college kent een individuele voorziening voor ernstige dyslexiezorg toe door middel van een besluit. Dit besluit geeft toegang tot diagnostiek en behandeling. 3. De individuele voorziening kan worden toegekend aan jeugdigen tot 13 jaar. Artikel 11 Toegang beschermd wonen en opvang 1. Op grond van artikel 2.3.5 van de Wmo kan een inwoner in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor opvang en beschermd wonen. 2. De toegang tot beschermd wonen, maatschappelijke opvang en Jongeren onder Dak vindt plaats via de gemeente Gouda. 3. De toegang tot vrouwenopvang vindt plaats via Veilig Thuis. 4. Buiten kantoortijden kan de inwoner zich direct melden bij de partij die de opvang in Gouda uitvoert. 5.
Het college kan nadere regels vaststellen over toegang en schorsing uit beschermd wonen en opvang.
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 Artikel 7 Aanvraag 1. Een aanvraag voor een voorziening wordt schriftelijk bij het college ingediend. 2. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: a. een aanvraagformulier, of; b. een door de cliënt ondertekend verslag als bedoeld in artikel 6.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen Opmerking Bij jeugdwet AWB van toepassing. Besluit is binnen 8 weken gemaakt. Als er bij jeugd een melding wordt gedaan, is dit direct de aanvraag. Dit artikel is voor jeugd (gedeeltelijk) overbodig. Bij Wmo wordt er eerst een melding gemaakt door de inwoner en na onderzoek kan er daadwerkelijk een aanvraag gedaan worden. Bij Jeugd wordt er direct een aanvraag ingediend door (ouders van) de jeugdige.
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
Aanpassing • 7.1 & 7.2 uit de huidige Verordening zijn verwerkt in artikel 5 & 6 in de nieuwe Verordening.
Artikel 9 Criteria voor een individuele voorziening voor jeugdhulp 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een individuele voorziening ter compensatie van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: 1°. op eigen kracht; 2°. met gebruikelijke hulp; 3°. met mantelzorg; 4°. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; 5°. met gebruikmaking van een algemeen gebruikelijke voorziening; 6°. met gebruikmaking van een algemene voorziening; of
Opmerking: • De criteria op grond waarvan een individuele voorziening kan worden verstrekt vraagt om uitbreiding op het gebied van: - Aanvragen van een individuele voorziening als hulpvoorziening als is gestart of afgerond (noodzaak en passendheid kan niet pagina 11
HOOFDSTUK 3 CRITERIA EN WEIGERINGSGRONDEN Artikel 12 Criteria voor een individuele voorziening voor jeugdhulp 1. Een jeugdige of diens ouders komt in aanmerking voor een individuele voorziening als er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen bij de jeugdige. De individuele voorziening stelt de jeugdige in staat gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. 2. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan worden verstrekt voor zover de jeugdige en/of diens ouders deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen doordat:
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 7°. met gebruikmaking van een andere voorziening dan in het kader van de Jeugdwet. De individuele voorziening stelt de jeugdige in staat gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. 2. Recht op een individuele voorziening bestaat slechts voor zover deze als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen meer worden onderzocht) - College kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden voor een individuele voorziening Aanpassing: • Lid 1: uitgebreid met uitgangspunt vanuit de jeugdwet, dat de hulp de jeugdige in staat stelt te groeien naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie • Lid 3 t/m 5 nieuw toegevoegd • Lid 7 nieuw toegevoegd, omdat er nog een bepaling ontbrak dat het college een deskundig oordeel en advies kan inwinnen.
pagina 12
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 a. redelijkerwijs geen aanspraak kan worden gedaan op de ‘eigen kracht’ van de jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s); b. geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag met gebruikelijke hulp; c. geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag met mantelzorg; d. geen gebruik gemaakt kan worden van een algemeen gebruikelijke voorziening; e. geen gebruik gemaakt kan worden van een algemene voorziening; f. geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van als de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning, Zorgverzekeringswet en Wet Passend Onderwijs. 3. Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of diens ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken als het college de noodzaak en geschiktheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 4. De voorziening als bedoeld in het vierde lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. 5.
Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing als de ingezette voorziening tot stand is gekomen door een eerste verwijzing van de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts. 6. Recht op een individuele voorziening bestaat alleen als deze als de goedkoopst en meest adequate voorziening kan worden aangemerkt. 7. Het college kan een specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen, als het onderzoek of beoordeling van een aanvraag dit vereist.
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 8. Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden voor een individuele voorziening.
Artikel 8 Criteria voor een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. Ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie en voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: 1°. op eigen kracht; 2°. met gebruikelijke hulp; 3°. met mantelzorg; 4°. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; 5°. met gebruikmaking van een algemeen gebruikelijke voorziening; 6°. met gebruikmaking van een algemene voorziening; of 7°. met gebruikmaking van een andere voorziening dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot eigen regie, zelfredzaamheid en/of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en/of b.
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: 1°. op eigen kracht; 2°. met gebruikelijke hulp; 3°. met mantelzorg;
Aanpassing: • 1a. Duiding van onderliggende klachten laten vervallen, het gaat om beperkingen in de zelfredzaamheid in de participatie zonder dat aan de voorkant bepalend is of het zou gaan om chronische psychische of psychosociale problemen. • 1b. In aangepaste versie verplaatst naar nieuw artikel over de criteria voor beschermd wonen en opvang. • Lid 4. uit de Verordening 2020 Vervalt, dit is in de Verordening een apart artikel. • Er is een nieuw Lid 4 toegevoegd, omdat er nog een bepaling ontbrak dat het college een deskundig oordeel en advies kan inwinnen. • Er is een lid 5 toegevoegd om ruimte te bieden in te spelen op actuele ontwikkelingen.
Artikel 13 Criteria voor een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning 1. Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de inwoner ondervindt, op voorwaarde dat de inwoner deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg; d. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; e. door gebruik te maken van een algemeen gebruikelijke voorziening; f. door gebruik te maken van een algemene voorziening; of g. door gebruik te maken van een andere voorziening dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Recht op een maatwerkvoorziening bestaat alleen als deze voorziening als de goedkoopste en meeste adequate passende voorziening kan worden aangemerkt. 3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is als vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze alleen opnieuw afgegeven als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of; c.
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
pagina 13
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 4°. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; 5°. met gebruikmaking van een algemeen gebruikelijke voorziening; 6°. met gebruikmaking van een algemene voorziening; of 7°. met gebruikmaking van een andere voorziening dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Recht op een maatwerkvoorziening bestaat slechts voor zover deze als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt. 3. De cliënt komt in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt wordt geleverd, waardoor de cliënt zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 4. De volgende voorzieningen komen voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking: 1°. verhuis- en inrichtingskosten; 2°. de aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening; en 3°. een vervoersvoorziening voor het gebruik van een eigen auto of bruikleenauto.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 4. De inwoner komt in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening als hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid of participatie van de inwoner wordt geleverd, waardoor de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. De financiële maatwerkvoorzieningen bestaan uit: a. een vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten; b. de aanschaf en het onderhoud van een sportvoorziening; c. een vervoersvoorziening voor het gebruik van een eigen auto of een bruikleenauto. 5. Het college kan een specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen, als het onderzoek of beoordeling van een aanvraag dit vereist. 6. Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden voor een maatwerkvoorziening.
NIEUW ARTIKEL
Artikel 14 Criteria voor beschermd wonen en opvang 1. Een inwoner komt in aanmerking voor beschermd wonen of opvang ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale problemen en/of het verlaten van de thuissituatie in verband met risico's voor de eigen veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. Voorwaarde hierbij is dat de inwoner deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen door
Opmerking: Voor beschermd wonen en opvang is een aantal specifieke criteria van toepassing dat is ondergebracht in een nieuw artikel. Lid 1 is onderdeel van pagina 14
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen artikel 8 in de huidige verordening.
pagina 15
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 gebruik te maken van dezelfde voorwaarden zoals die onder artikel 13, eerste lid, zijn genoemd. 2. De maatwerkvoorziening moet een passende bijdrage leveren aan het voorzien in de behoefte van de inwoner aan beschermd wonen of opvang en aan het zorgen voor een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk (weer) op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 3. Een inwoner kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a. de inwoner een psychiatrische aandoening of een verstandelijke beperking heeft, b. voor de inwoner sprake is van noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychiatrische aandoening of de verstandelijke beperking, en c. de inwoner niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen. 4. Een inwoner kan in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang als: a. de inwoner dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft; b. de inwoner de hulpvraag redelijkerwijs niet had kunnen voorzien en voorkomen; c. de inwoner beperkt zelfredzaam is waardoor de inwoner niet op eigen kracht of met hulp van het eigen netwerk onderdak kan vinden en financieren; d.
de inwoner niet beschikt of niet kan beschikken over alternatief onderdak, zoals onderdak in het eigen netwerk; en e. de regio Midden-Holland de regio is waarbinnen de opvang en herstel van de inwoner het meest kansrijk is, in lijn met de geldende beleidsregels landelijke toegankelijkheid. 5. Een inwoner kan in aanmerking komen voor vrouwenopvang als: a. de inwoner 18 jaar of ouder is, met of zonder kinderen; b. er sprake is van huiselijk geweld, waarbij ambulante hulp onvoldoende veiligheid biedt; en
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Artikel 11 Weigeringsgronden 1. Er wordt geen voorziening verstrekt indien: a. een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld. 2. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of; c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 3. Er wordt geen woonvoorziening verstrekt: a. voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
Aanpassingen: - Artikelnummer aangepast - Lid 1c toegevoegd - Lid 4 toegevoegd over beschermd wonen - Lid 3.3 e. aangepast naar 1 zin. Een gedeelte van de zin verplaatst - Lid 3.3 f tussen gevoegd. - Lid 4 toegevoegd met weigeringsgrond voor beschut en beschermd wonen. - Lid 5 toegevoegd met weigeringsgronden Jongeren onder Dak. - Aanpassing art 15. lid 3. e
pagina 16
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 c. de inwoner met hulp voldoende zelfstandig kan wonen en deel kan nemen aan begeleiding. 6. Een inwoner kan in aanmerking komen voor Jongeren onder Dak als: a. de inwoner in de leeftijdsgroep van 18 tot en met 23 jaar valt; b. de inwoner dak- of thuisloos is; c. de inwoner beperkt zelfredzaam is en daardoor niet op eigen kracht of met hulp van het eigen netwerk kan herstellen; d. de regio Midden-Holland de regio is waarbinnen de opvang en herstel van de inwoner het meest kansrijk is, in lijn met de geldende beleidsregels landelijke toegankelijkheid; en e. de inwoner gemotiveerd is om te werken aan herstel. Artikel 15 Weigeringsgronden 1. Er wordt geen voorziening verstrekt als: a. er recht op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. het om een voorziening gaat die de inwoner vóór datum van besluit heeft uitgevoerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de acute noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; c. de situatie van de inwoner niet (goed) kan worden beoordeeld omdat deze niet voldoet aan de medewerkingsplicht. 2. Het college verstrekt geen individuele voorziening als het hulpverleningstraject waarvoor de jeugdige en/of ouders de voorzieningen aanvragen op het moment van aanvraag is afgerond. 3.
Er wordt geen woonvoorziening verstrekt: a. als de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; b. voor hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 b. ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; c. ADL clusterwoningen, met uitzondering van individuele woningaanpassingen voor de inrichting indien de standaard aanpassingen niet voldoen of ter vervanging van de individuele aanpassingen; d. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; e. indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid en/of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; f. indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 c. ADL-clusterwoningen, met uitzondering van individuele woningaanpassingen voor de inrichting als standaardaanpassingen niet voldoen of ter vervanging van de individuele aanpassingen; d. als het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten, behalve automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij zelfredzaamheid en/of participatie; f. als er geen medische noodzaak en/of er naar het oordeel van het college geen andere belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; g. als de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. 4. Er wordt geen voorziening beschermd of beschut wonen verstrekt aan een cliënt die uitsluitend (feitelijk) dakloos is. 5.
Voor Jongeren onder Dak wordt geen voorziening verstrekt als: a) er een vergelijkbaar traject aanwezig is; b) er sprake is van zware verslaving en/of psychische problematiek en/of gedragsproblematiek die het slagen van een Jongeren onder Dak traject belemmert. HOOFDSTUK 4 KWALITEITSEISEN ZORG IN NATURA
pagina 17
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 Artikel 17 Kwaliteitseisen voorzieningen 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder begrepen voldoende deskundigheid van beroepskrachten, door de ondersteuning af te stemmen op: a. de persoonlijke situatie en de eigen mogelijkheden van de cliënt; b. andere vormen van zorg, onderwijs, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen en specifiek op de inzet van mantelzorg en het sociaal netwerk van de cliënt.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen Aanpassing: Artikelnummer aangepast
Artikel 18 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1. Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp, uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel. 2. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor:
Aanpassing: Artikelnummer aangepast
pagina 18
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 Artikel 16 Kwaliteitseisen voorzieningen 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder voldoende deskundigheid van beroepskrachten, door de ondersteuning af te stemmen op: a. de persoonlijke situatie en de eigen mogelijkheden van de cliënt; b. andere vormen van zorg, onderwijs, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen en specifiek op de inzet van mantelzorg en het sociaal netwerk van de cliënt. Artikel 17 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1. Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp, uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel. 2.
Om een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 te verzekeren en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor:
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 1°. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2°. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 3. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 4. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Artikel 10 Regels voor een pgb 1. De hoogte van het pgb: a. wordt bepaald aan de hand van een door cliënt opgesteld plan over hoe het pgb besteed gaat worden; b. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de desbetreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura; en
Opmerking: De pgb artikelen zijn in de oude verordening onvolledig. Er stond niet in voor welke voorzieningen pgb’s konden worden afgegeven, het benoemen door de cliënt waarom er gekozen wordt voor een pgb, welke kwaliteitseisen er
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 1°. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2° de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 3. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 4. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. HOOFDSTUK 5 PERSOONSGEBONDEN BUDGET (PGB)
pagina 19
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 c. is toereikend voor de inkoop of aanschaf van veilige, doeltreffende en kwalitatief goede voorzieningen en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 2. De hoogte van een pgb voor voorzieningen die worden uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist, wordt vastgesteld op basis van: a. 100% van het laagst toepasselijke tarief dat voor dergelijke dienst zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder indien de dienst wordt uitgevoerd door een aanbieder; b. 80% van het laagst toepasselijke tarief dat voor dergelijke dienst wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder indien de dienst wordt uitgevoerd door een ZZP-er. 3. Bij de berekening van het tarief van een pgb wordt rekening gehouden met alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verlofdagen, feestdagen, verzekering(en) en reiskosten. 4. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a.
deze persoon een tarief hanteert dat gelijk is aan het wettelijk minimumloon gekoppeld aan diens leeftijd met dien verstande dat voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning een tarief gehanteerd wordt dat maximaal 200% van het wettelijk minimumloon bedraagt, met dien verstande dat voor hulp bij het huishouden een tarief gehanteerd wordt dat gelijk is aan 120% van het wettelijk minimumloon; b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald; en c. de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt. 5. Een pgb voor diensten voor jeugdhulp kan alleen betrokken worden bij een persoon die behoort tot het sociale
Aanpassingen, vragen en opmerkingen gesteld worden en waarop een pgb kan worden afgewezen. Aanpassingen: artikel 10 is met aanpassingen en aanvullingen onderverdeeld in artikelen 20 en 21. Daarbij richt artikel 20 zich op het sociaal netwerk en komt de hoogte van het pgb waarvoor diensten worden ingezet uit het sociaal netwerk terug in artikel 21. Artikel 10.3 wordt niet overgenomen, omdat de tarieven voor zorg in natura inclusief deze kosten zijn. Dit zelfde is van toepassing voor pgb’s, aangezien de hoogte van de tarieven daarvoor zoals omschreven in artikel 21 worden ontleend aan die voor zorg in natura.
pagina 20
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 netwerk indien de inzet van het sociale netwerk aantoonbaar beter of minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning is. De inzet van een persoon uit het sociale netwerk uit een pgb wordt in ieder geval aantoonbaar beter geacht indien de inzet: vooraf niet goed in te plannen is, of; op ongebruikelijke momenten geboden dient te worden, of; op veel korte momenten per dag nodig is, of; op verschillende locaties geleverd dient te worden, of; 24 uur per dag en op afroep beschikbaar moet zijn. 6. De hulpverlener uit het sociale netwerk beschikt over een verklaring omtrent gedrag waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van zijn/haar functie. Het overleggen van een verklaring omtrent gedrag is niet noodzakelijk voor eerste- of tweedegraadsfamilieleden.
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
NIEUW ARTIKEL
Artikel 18 Aanvraag pgb en pgb-plan 1. Als een cliënt in aanmerking komt voor een voorziening en de ondersteuning of jeugdhulp zelf wil inkopen met een pgb moet de cliënt, naast de toetsing aan de wettelijke vereisten, ook een pgb-plan invullen gebaseerd op het verslag bedoeld in artikel 7. 2. De verplichting om een pgb-plan in te vullen op grond van het eerste lid, geldt niet voor hulpmiddelen en woningaanpassingen. Hiervoor wordt gewerkt met offertes en facturatie via de gemeente. 3. De budgethouder of de budgetbeheerder levert een pgbplan aan in het door het college vastgestelde en verstrekte format. In dit plan geeft cliënt aan: a. welke vorm van maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp de cliënt met het pgb wil inkopen; b. aan welke doelen het pgb bijdraagt; c. wat de reden is voor de gevraagde vorm van maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. Bij aanvraag van een pgb voor jeugdhulp moet de cliënt
Opmerking: Op dit moment heeft de gemeente beperkt zicht en weinig sturingsmogelijkheden bij pgb’s. Daardoor is niet altijd bekend of pgb-houders beschikken over de benodigde vaardigheden om een pgb te beheren. Daarnaast zijn er onvoldoende mogelijkheden om toe te zien op de kwaliteit van binnen pgb’s geleverde ondersteuning. Met ingang van de Verordening 2023 wordt daarom voor pgb’s gewerkt met een pgbplan. Het pgb-plan wordt verder uitgewerkt in de Regeling. pagina 21
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
NIEUW ARTIKEL Opmerking: Een uitwerking van het werkproces rond de aanvraag van pgb’s en het bijbehorende pgb-plan vraagt ook om een uitwerking van de manier waarop pgb-aanvragen worden beoordeeld. Dat is opgenomen in artikel 19.
pagina 22
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 daarnaast aangeven waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend en/of gewenst is; d. bij wie de cliënt de voorziening wil inkopen en de manier waarop de ondersteuning georganiseerd wordt; e. hoe verzekerd wordt dat de jeugdhulp kwalitatief goed, en de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht ingezet wordt; f. op welke manier de voorzieningen en andere maatregelen geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt; g. wat de kosten zijn van de in te kopen zorg of ondersteuning en hoe de onderbouwde begroting eruitziet. 4. Als er sprake is van vertegenwoordiging van de cliënt voor het pgb wordt er in het pgb-plan, als bedoeld in het eerste lid, beschreven wie de cliënt heeft gemachtigd als vertegenwoordiger om zijn belangen als het gaat om het pgb te behartigen. Artikel 19 Beoordeling pgb-aanvraag 1. Het college beoordeelt de aanvraag van een pgb aan de hand van het pgb-plan, bedoeld in artikel 18, eerste lid. 2. Een aanvraag voor een pgb kan worden geweigerd indien: a. de inwoner geen pgb-plan aanlevert; b. de inwoner niet voldoet aan de gestelde voorwaarden in artikel 18, derde lid en artikel 2.3.6, tweede lid, van de Wmo 2015 en artikel 8.1.1, tweede lid, van de Jeugdwet; c.
de inwoner of vertegenwoordiger niet beschikt over de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een pgb goed te beheren; d. er sprake is van aantoonbaar begane fraude door de inwoner of vertegenwoordiger in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;
Huidige artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020
Aanpassingen, vragen en opmerkingen
pagina 23
Voorstel artikelen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 e. de vertegenwoordiger ook de uitvoerder van de ondersteuning is, of op een andere manier betrokken is bij de uitvoerende organisatie, bijvoorbeeld als directeur of bestuurder; f. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo 2015; g. de inwoner of diens vertegenwoordiger een bespreking van pgb-plan weigert of zonder geldige reden niet verschijnt bij gesprek; h. de ondersteuning die de inwoner wil inkopen niet voldoet aan de bij het pgb-plan behorende kwaliteitseisen. 3. Een pgb voor Jeugdhulp wordt verstrekt als wordt voldaan aan de eisen zoals opgenomen in artikel 8.1.1, tweede lid, van de Jeugdwet. Het gaat om de volgende eisen: a. jeugdige en diens ouders zijn naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde manier uit te voeren; b. jeugdige en diens ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat die het gecontracteerde aanbod niet passend acht; en c. gewaarborgd is dat de jeugdhulp van goede kwaliteit is. 4.