Versie 2 oktober - Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
We maken onderscheid in kapitaalgoederen in de openbare ruimte (bijvoorbeeld wegen, openbare verlichting, bruggen, openbaar groen en riolering) en gemeentelijke gebouwen (bijvoorbeeld Huis van de Stad, Schouwburg, Cultuurhuis De Garenspinnerij). Het onderhoudsbeleid is gebaseerd op de onderstaande nota's die door de raad zijn vastgesteld: Nota
Datum vaststelling
Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024
Vastgesteld op 19-02-2020
Verordening Voorzieningen Huisvesting onderwijs gemeente Gouda 2020
Vastgesteld op 19-02-2020
Kadernota Vastgoed 2023
Vastgesteld op 13-12-2023
Nota kwaliteitsplan openbare ruimte (KOR)
Vastgesteld op 03-10-2005, actualisatie in 2018 (ter kennisname) aan de raad aangeboden
Nota lange-termijn-investeringen (LTI)
Vastgesteld op 25-05-2011
Nota beheerplan groot- en vervangingsonderhoud (GoVo)
Eerste versie vastgesteld op 10-11-2012. Jaarlijkse actualisatie en één keer per twee jaar aan de raad aangeboden. Meest recente versie is vastgesteld op 27-09-2023
Water- en Rioleringsprogramma Gouda 2024 t/m 2028
Vastgesteld op 13-03-2024
Nota Sport en Bewegen
Vastgesteld op 5-7-2017
Nota maatschappelijke voorzieningen Westergouwe
Vastgesteld op 26-05-2021
Omdat de onderhoudsbehoefte per jaar kan verschillen, kunnen de uitgaven ook jaarlijks verschillen. Daarom worden kostenegalisatievoorzieningen gebruikt waaraan jaarlijks een bedrag wordt gedoteerd. In een jaar dat er minder wordt uitgegeven dan begroot, groeit de voorziening en de middelen uit de voorziening zijn beschikbaar in een jaar waarin er meer wordt uitgegeven dan wordt toegevoegd aan de voorziening.
4.3.2 Onderwijsgebouwen 4.3.2.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Die verantwoordelijkheid vertaalt zich in een zorgplicht voor de huisvesting. De uitvoering van deze zorgplicht is vastgelegd in het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020-2024 1e tranche IHP. De bekostiging voor de onderhoudsreserve voor schoolgebouwen is vanaf 1 januari 2015 geen taak meer voor de gemeente. De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor al het onderhoud aan hun schoolgebouwen. Schoolbesturen ontvangen deze middelen vanaf 2015 rechtstreeks van het Rijk. De gemeente blijft nog wel verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, eerste inrichting, vandalismeschades en constructiefouten. De gemeentelijke gymnastiekzalen zijn in de dienstverleningsovereenkomst met SPORT●GOUDA ondergebracht. SPORT●GOUDA voert hier het beheer en onderhoud uit. De gemeente stelt jaarlijks een programma Onderwijshuisvesting vast waarin de huisvestings- (en daaraan gerelateerde) aanvragen van de schoolbesturen zijn opgenomen.
4.3.2.2 Financiële middelen Dagelijks onderhoud De gemeente is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud van de zes zogenoemde “bruikleenscholen”. Gebruik vindt plaats op basis van medegebruiksovereenkomsten. Alleen voor het schoolgebouw Burgemeester Martenssingel 15 is een voorziening ingesteld aan de hand van een MJOP. Met het vrijvallen van verschillende locaties na opheffing/fusering komen er eind 2024 begin 2025 enkele bruikleenscholen bij. Begin 2025 wordt onderzocht of een aanvraag voor een extra onderhoudsvoorziening voor alle bruikleenscholen noodzakelijk is. Dit hangt af van de werkelijke kosten van noodzakelijk ingrepen in 2024 aan de huidige gebouwen, op
Programmabegroting 2025-2028
73
te stellen MJOPs van de nieuwe bruikleenscholen, en het mogelijk vaststellen van het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2e tranche IHP. De jaarlijkse dotatie is afgerond € 86.000. De volgende bestedingen (voorziening) in de periode 2025-2028 zijn geraamd. 2025
2026
2027
Stand per 1 januari
(bedragen x € 1.000)
1
0
0
2028 0
Vermeerderingen
86
86
86
86
Verminderingen
87
86
86
86
Stand per 31 december
0
0
0
0
Onderhoudsbudget Voor het jaar 2025 is in de begroting (exploitatie) rekening gehouden met een onderhoudsbudget voor de overige bruikleenscholen van € 90.000.
4.3.3 Gemeentelijke gebouwen en objecten 4.3.3.1 Beleid Het Meerjarig OnderhoudsPlan (MOP) 2019-2024 is opgesteld op basis van de onderhoudsbehoefte per object. Om de onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke gebouwen te kunnen bepalen en begroten wordt eens in de vijf jaar een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. De MJOP is gebaseerd op inspecties en geeft inzicht in het planmatig onderhoud om het vastgoedbezit in stand te houden, volgens de in de Kadernota Vastgoed vastgelegde onderhoudsniveaus. De onderhoudsniveaus variëren van onderhoudsniveau A t/m D. A is het hoogste onderhoudsniveau en wordt veelal toegepast bij beeldbepalende, voor publiektoegankelijke gebouwen. Onderhoudsniveau D is het laagste onderhoudsniveau en vooral gericht op het voldoen aan wet- en regelgeving. Dit onderhoudsniveau wordt toegepast op objecten waar herontwikkeling is voorzien of waar om andere reden geen lange termijn instandhouding aan de orde is. Het onderhoudsniveau kan gedurende de exploitatieperiode wijzigen, bijvoorbeeld als gevolg van een functiewijziging. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan wordt het onderhoudsbudget vastgesteld. In het vierde kwartaal van 2024 wordt het meerjarig onderhoudsplan ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. De nieuwe MJOP ziet op de periode 2025 tot 2030.
4.3.3.2 Financiële middelen Planmatig / groot onderhoud In 2025 worden uitgaven voor planmatig/groot onderhoud vooralsnog in de exploitatie begroot en vervolgens worden deze exploitatielasten gedekt door een onttrekking uit de reserve. De verwachte uitgaven en onttrekkingen voor groot onderhoud gebouwen is als volgt. Stand per 1 januari
2.289
2.570
2.852
3.113
Vermeerderingen
1.838
1.839
1.818
1.818
Verminderingen
1.557
1.557
1.557
1.557
Stand per 31 december
2.570
2.852
3.113
3.375
Zodra het MJOP 2025-20230 is vastgesteld, wordt de begroting aangepast zodat het groot onderhoud weer via een voorziening kan verlopen. Dagelijks onderhoud Voor dagelijks onderhoud (contract- en klachtenonderhoud) is € 231.000 begroot. Het dagelijks onderhoud voor de Schouwburg en het Huis van de Stad wordt via de bestemmingsreserve groot onderhoud afgewikkeld. Investeringen van voldoende omvang die levensduurverlengend zijn, worden aangemeld voor het concerninvesteringsplan.
74
Programmabegroting 2025-2028
4.3.4 Openbare ruimte (wegen, kunstwerken, water en groen) 4.3.4.1 Beleid Voor het dagelijks beheer van de stad wordt gewerkt met de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus gebaseerd op de landelijke beeldsystematiek van het CROW. Gouda stuurt zelf het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte aan. Het onderhoud is aanbesteed en gegund aan een aantal marktpartijen. De gemeente controleert de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud door maandelijks op 100 willekeurige punten kwaliteitsmetingen uit te voeren en via dagelijks toezicht op de uitgevoerde werkzaamheden. Groot onderhoud en vervanging worden uitgevoerd wanneer dit technisch noodzakelijk is op basis van door de raad vastgestelde normen. In het beheerplan is een lange termijn doorkijk gemaakt van de noodzakelijke onderhoudsen vervangingswerkzaamheden met een prognose van de benodigde financiële middelen. De nota Beheerplan Groot onderhoud en vervanging, waarin de staat van de openbare ruimte wordt beschreven met een meerjarige doorkijk, is geactualiseerd in september 2023. Dit proces volgt een tweejaarlijkse cyclus. Indien de financiële middelen op de middellange termijn niet toereikend zijn, worden keuzes voorgelegd aan de raad.
4.3.4.2 Financiële middelen Groot onderhoud en vervanging openbaar gebied De kosten van groot onderhoud komen ten laste van de voorziening Groot Onderhoud Openbare Ruimte. Vanuit de exploitatie vinden dotaties plaats aan deze voorziening. Naast onderhoud vinden investeringen plaats. Alle investeringen moeten geactiveerd worden (investeringsbudgetten in meerdere jaren afschrijven). Daartoe is er een reeks investeringsbudgetten opgenomen met, afhankelijk van de levensduur van de investering, verschillende afschrijvingstermijnen. Voor de totaal beschikbare middelen voor Onderhoud en investeringen Openbare Ruimte (zowel de voorziening groot onderhoud als de investeringsbudgetten) geldt dat de beschikbare middelen zijn afgestemd op de onderhouds- en investeringsbehoefte. Vervangingsinvesteringen openbare ruimte worden op basis van het beheerplan openbare ruimte geprogrammeerd en komen ten laste van de investeringsbudgetten Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte. In de begroting wordt rekening gehouden met het volgende verloop van deze voorziening groot onderhoud (zie onderstaande tabel). Daarnaast is een reeks investeringsbudgetten Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte opgenomen zoals verwerkt in de paragraaf investeringen. Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Stand 1 januari
3.672
2.325
3.519
4.501
Dotatie
5.141
5.141
5.141
5.141
Uitputting
6.488
3.947
4.159
4.590
Stand 31 december
2.325
3.519
4.501
5.051
Civieltechnische kunstwerken (bruggen, kademuren, sluizen, tunnels en viaducten) Naast de investeringsprojecten in het beheerplan openbare ruimte zijn er ook verbeterprojecten voor de openbare ruimte opgenomen in het Concern Investeringsplan (CIP). Dit zijn projecten die afwijken van de criteria van het beheerplan openbare ruimte. Bijvoorbeeld: projecten op basis van het mobiliteitsplan, nieuwe aanleg van ondergrondse afvalcontainers of (her)inrichting van de openbare ruimte naar aanleiding van wijkontwikkelingsprojecten. Ook deze (vervangings)investeringen worden, conform de regeling Besluit begroting en verantwoording, geactiveerd. De benodigde investeringsbudgetten worden opgenomen in het CIP en de meerjaren kapitaallasten worden in de begroting verwerkt. Herstel zakkende bodem Door de bodemgesteldheid (veenbodem) behoort de zakkende bodem nog steeds tot de grootste aandachtspunten en kapitaalintensieve beheeronderdelen van Gouda. Bodemdaling zorgt ook dat woningen, bedrijven en instellingen steeds lastiger toegankelijk worden. In gebieden waar geen grootschalig onderhoud staat gepland zorgt dit voor uitdagingen bij het realiseren van de doelstelling om Gouda voor iedereen toegankelijk te houden. De ophoogprojecten worden ook vanuit de voorziening groot onderhoud openbare ruimte betaald.
In de rioleringsprojecten worden ook meteen de noodzakelijke ophogingen meegenomen, zodat het gebied weer volledig is opgeknapt.
Programmabegroting 2025-2028
75
Dagelijks onderhoud Voor het uitvoeren van het dagelijks onderhoud zijn de volgende middelen beschikbaar in de exploitatie: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2.1 Verkeer en vervoer
11.232
9.658
9.479
9.479
2.4 Economische havens en waterwegen 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
492
492
492
492
7.413
6.912
6.333
6.317
Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd door diverse gespecialiseerde marktpartijen waarbij de selectie van partijen via aanbestedingen plaatsvindt.
4.3.5 Watertaken 4.3.5.1 Beleid In maart 2024 is het Water- en Rioleringsprogramma Gouda 2024 t/m 2028 (WRP 2024-2028) door de gemeenteraad vastgesteld. In dit programma zijn de wettelijke watertaken voor afvalwater, regenwater en grondwater opgenomen. Binnen de WRP projecten worden (in het projectgebied) ook de noodzakelijke ophogingen en de daarbij horende weginrichting meegenomen en gefinancierd vanuit het WRP. Dit geldt ook voor de watergerelateerde klimaatadaptatiemaatregelen om de stad weerbaarder te maken tegen de effecten van klimaatverandering. Daarnaast zijn de (gemeentelijke) maatregelen die nodig zijn voor de waterpeilverlaging in de binnenstad (Kaderplan Bodemdaling Binnenstad) opgenomen in het WRP.
4.3.5.2 Financiële middelen Gebaseerd op het WRP 2024-2028 is de planning voor de jaaruitgaven en de inkomsten voor de komende jaren als volgt: Riolering - totaal voorzieningen Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Stand 1 januari
16.918
21.130
11.089
7.765
Dotatie
8.710
7.273
7.533
8.445
Uitputting
4.498
17.314
10.857
7.872
Stand 31 december
21.130
11.089
7.765
8.337
4.3.6 Sportgebouwen 4.3.6.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de sporthallen, gymnastieklokalen, het Groenhovenbad en de velden op een aantal sportparken in Gouda. De onderhoudsniveaus zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst tussen gemeente en SPORT●GOUDA. SPORT●GOUDA verzorgt voor de gemeente de uitvoering van het groot en dagelijks onderhoud. Dit gebeurt in nauwe samenspraak met de sportclubs. De sportclubs onderhouden zelf hun eigen accommodaties zoals kleedkamers en kantines. De dienstverleningsovereenkomst met SPORT●GOUDA is in 2022 met een periode van vijf jaar verlengd. Na deze periode kan, op basis van de evaluatie, besloten worden om nogmaals met vijf jaar te verlengen.
4.3.6.2 Financiële middelen De kosten voor het onderhoud van de binnensportaccommodaties moet SPORT●GOUDA vinden in het lumpsumbedrag dat zij jaarlijks van de gemeente ontvangt voor uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst. Investeringen in sportvelden staan op de gemeentelijke begroting. Groot onderhoud De meerjarenonderhoudsplanningen voor zowel de binnensport als de buitensport worden jaarlijks door SPORT●GOUDA bijgesteld. Grote projecten in 2025 zijn de renovaties van de kunstgrasvelden van ONA en sv DONK (veld 3). Dagelijks onderhoud Het contractonderhoud (jaarlijkse onderhoudsbeurten van installaties, schilderwerk, servicecontracten) en het klachtenonderhoud maakt deel uit van de meerjarenonderhoudsplannen.
76
Programmabegroting 2025-2028
4.4 Financiering 4.4.1 Waarin geeft de paragraaf financiering inzicht? De paragraaf geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van de financiering op korte, middellange en langere termijn. Deze verwachte ontwikkeling vindt haar grondslag in de volgende gegevens, verwachtingen, het treasurystatuut en (wettelijke) kaders: • De omvang van de verwachte meerjarige financieringsbehoefte • De renteverwachting • Gedeeltelijk afdekken van toekomstig renterisico • Kasgeldlimiet en renterisiconorm Onder 4.4.2 worden de belangrijkste conclusies uit deze paragraaf financiering samengevat. De gevolgen voor de operationele financiering zijn hieronder in 4.4.3 uitgewerkt in beleidsvoornemens voor de korte termijn (2025), de middellange termijn (2026-2028) en lange termijn (2028 en verdere jaren). Tevens wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de bancaire schuld zich naar verwachting meerjarig gaat ontwikkelen en hoe zich dit verhoudt met het schuldenplafond. Ook wordt inzicht gegeven in de verwachte ontwikkeling van de schuldquote. Het investeringsprogramma leidt er toe dat de komende jaren jaarlijks nieuwe financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Daarover moet rente worden betaald. In het tweede kwartaal van 2024 is de rente aan het stabiliseren en licht dalend..
Hoe de gemeente beleidsmatig al op deze rentestijging heeft geanticipeerd en in de nabije toekomst mee om wil gaan is in deze paragraaf onder 4.4.3.1, 4.4.3.2 en 4.4.4.1 uitgewerkt. Daarnaast dient in de paragraaf financiering een aantal door het BBV voorgeschreven rapportages te worden opgenomen. Deze zijn onder 4.4.5 opgenomen.
4.4.2 Belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering De belangrijkste conclusies zijn: • de renteniveaus zijn in het 3e kwartaal 2024 stabiel; • verwacht renteresultaat over 2025 is € 0,7 miljoen positief; • meerjarige financiering vindt plaats binnen de wettelijke kaders; • de netto schuldquote blijft onder 100% en ruim binnen de normen die de provincie hieraan stelt; • uit hoofde van risicobeheersing worden maatregelen genomen ter beheersing van het renterisico op toekomstig aan te trekken financieringsmiddelen.
4.4.3 Beleidsvoornemens 4.4.3.1 Beleidsvoornemens operationele financiering op korte termijn (2025) Hieronder het verloop van de bancaire financiering: Omschrijving (bedragen x 1 miljoen €) Langlopende financiering
Bedrag 272
Kortlopende financiering
31
Totaal
303
Omschrijving (bedragen x 1 miljoen €)
Bedrag
Langlopende financiering Omvang op 1 januari 2025
242,2
Contractuele aflossingen 2025
-17,2
Opname langlopende financiering met al in 2021 vastgelegd rentepercentage
15
In de tweede helft van 2025 aan te trekken langlopende financiering
32
Totaal op 31 december 2025
272
Kortlopende financiering Omvang op 1 januari 2025
16
In 2025 aan te trekken kortlopende financiering
15
Totaal op 31 december 2025
31
Programmabegroting 2025-2028
77
4.4.3.2 Beleidsvoornemens op middellange termijn (2026-2028) De benodigde omvang van de bancaire financiering wordt steeds minder betrouwbaar in te schatten naarmate verder in de toekomst wordt gekeken. Verwachte ontwikkelingen in het investeringsprogramma worden continu bijgesteld, waardoor het beeld voortdurend verandert. Het huidige volume aan investeringen is gefaseerd om een realistischer inschatting te maken van de financieringsbehoefte voor de komende periode. Hierdoor sluit de nieuw aan te trekken financiering beter aan op de realiteit. Op basis van de trends van de voorgaande jaren en de verwachte fasering is de verwachting dat we in de jaren 2025, 2026 en 2027 €120 miljoen aan langlopende financiering zullen moeten aantrekken. Eventueel extra benodigde financiering zullen we voorzien door middel van kortlopende financiering.
Het renterisico over de in de jaren 2025 en 2026 aan te trekken langlopende financieringsmiddelen is voor een groot gedeelte al in 2022 beheerst door voor het jaar: • 2025 een tweetal leningen aan te trekken optellend tot € 15 miljoen, die op 1 juli 2025 worden gestort met een vastgelegd rentepercentage van 1,45 % (marktrente nu: 3%) • 2026 een langlopende geldlening aan te trekken van € 11 miljoen, die op 1 juli 2026 wordt gestort met een vastgesteld rentepercentage van 2,527 % (marktrente nu: 3%) Het beheersen van het renterisico van de in 2025 en 2026 resterende verwachte aan te trekken volumes en het verwachte volume voor 2027 wordt in 2024 nader overwogen.
4.4.3.3 Beleidsvoornemens op langere termijn (>2028) Gegeven ons investeringsprogramma zullen in de jaren 2028 en verdere jaren structureel langlopende financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Gezien de hierboven aangegeven onzekerheden en de onduidelijkheden rond het kabinetsbeleid over de wijze waarop gemeenten na 2026 vanuit het gemeentefonds worden gefinancierd, is de omvang van de aan te trekken nieuwe langlopende financieringsmiddelen slechts met een beperkte mate van zekerheid in te schatten. Beheersing van het renterisico van de vanaf 2029 aan te trekken financieringsmiddelen wordt nu nog niet zinvol geacht (zie ook 4.).
4.4.3.4 Meerjarige schulden ontwikkeling De hierboven onder 4.4.3.1 tot en met 4.4.3.3 vermelde beleidsvoornemens en uitgangspunten leiden tot onderstaande verwachte ontwikkeling van de gemeentelijke schuldpositie richting financiers.
78
Programmabegroting 2025-2028
4.4.3.5 Meerjarige ontwikkeling schuldquote In het coalitieakkoord 2023-2026 heeft het college aangegeven de schuldquote te gebruiken als monitoringsinstrument. In onderstaande grafiek wordt, mede op basis van de hierboven onder 4.4.3.1 tot en met 4.4.3.3 vermelde beleidsvoornemens, inzicht gegeven in de tot en met 2034 verwachte ontwikkeling van de schuldquote en de toetsingskaders (GTK) die de provincie Zuid-Holland hanteert. Vanwege het investeringsniveau zien we in een aantal jaren dat de schuldquote iets oploopt. We gaan in de jaren na 2028 naar een netto schuldquote van bijna 100% en het licht springt op oranje. Als de netto schuldquote hoger is dan 130%, dan staat het licht op rood en heeft een gemeente een erg hoge schuld. Door de genoemde fasering in investeringen zal de schuldquote significant afwijken, maar dit geeft aan hoe de ruimte in de schuldquote zich ontwikkelt.
4.4.3.6 Meerjarige ontwikkeling investeringsquote Tijdens de bespreking van de kadernota 2025 heeft de raad voorgesteld om de investeringsquote als instrument op te nemen, zodat kan worden gevolgd of er voldoende wordt geïnvesteerd. De investeringsquote is een maatstaf die de ontwikkeling in de jaarlijkse investeringen weergeeft. Door deze indicator te gebruiken, kan beter worden gemonitord of de gemeente voldoende investeert in belangrijke projecten en voorzieningen. Hiermee wordt beoogd om transparantie en verantwoording te verbeteren. In onderstaande grafiek wordt inzicht gegeven in de tot en met 2028 verwachte ontwikkeling van de investeringsquote inclusief faseringen.
Programmabegroting 2025-2028
79
4.4.4 Beheersing renterisico Omdat de gemeente de komende jaren nieuwe financieringsmiddelen moet aantrekken, loopt zij het risico van stijgende rente. Indien dit zich voordoet heeft dit een negatieve invloed op het financieel perspectief. In het treasurystatuut van Gouda is vastgelegd dat toekomstig renterisico gedeeltelijk wordt afgedekt. (bedragen x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Stand per 1 januari
242
272
284
309
Aflossingen
-17
-18
-19
-18
Nieuwe lening, % al vastgelegd > geen renterisico
15
11
0
0
Nieuwe lening, % nog niet bekend > wel renterisico
32
18
44
39
Stand per 31 december
272
284
309
330
Langlopend
Bij de beleidsvoornemens is uitgewerkt op welke wijze invulling is gegeven aan het beheersen van het renterisico. Het resterend renterisico in de jaren 2025 tot en met 2028 wordt overwogen. De verwachting is dat de rentepercentages voor langlopende financiering niet verder zullen oplopen en op termijn iets zullen dalen. Om die reden is ten aanzien van het resterende te beheersen renterisico in die jaren tot op dit moment geen actie ondernomen. Het nu al beheersen van het renterisico over vanaf 2028 aan te trekken financieringsmiddelen wordt, gezien de beperkte betrouwbaarheid van de benodigde omvang en de hoge risicopremies, niet zinvol geacht.
80
Programmabegroting 2025-2028
4.4.5 Voorgeschreven rapportages 4.4.5.1 Rente en renteverdeling Voor de begroting 2025 wordt rekening gehouden met € 7,8 miljoen aan te betalen rentekosten (voor 2024: € 6,9 miljoen). Via de methodiek van de renteomslag wordt totaal € 8 miljoen aan rentelasten omgeslagen over de activa (programma’s en voorzieningen) en daarmee doorbelast aan de taakvelden. Aan de grondexploitaties wordt € 0,4 miljoen vergoed. Het verwachte renteresultaat voor 2025 komt op € 0,7 miljoen (2024: € 1,3 miljoen). Dit renteresultaat maakt deel uit van het resultaat van het taakveld treasury. De afwijking van het renteresultaat ten opzichte van 2024 wordt met name veroorzaakt door de hogere rentelasten.
Schema rentetoerekening 2025 (bedragen x € 1.000) De externe rentelasten voor de korte en lange financiering
7.778
De externe rentebaten
-100
Totaal door te berekenen externe rente
7.678
De rente die aan de grondexploitaties wordt worden doorberekend
-398
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
Totaal rente grondexploitaties en projectfinanciering
-398
Saldo door te berekenen externe rente
7.280
Rente over eigen vermogen
0
Rente over voorzieningen die gewaardeerd zijn op contante waarde
0
Totaal rente over eigen vermogen en voorzieningen
0
De geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
7.280
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overhead) toegerekende rente (renteomslag)
7.957
Renteresultaat op het taakveld treasury (- betekent voordelig)
-677
Doordat er een verschil is tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijke percentage (toegestaan binnen een bandbreedte van -0,5% en 0,5%) ontstaat een renteresultaat. Het gepresenteerde renteresultaat van € 0,7 miljoen voordelig betekent dat de gehanteerde omslagrente hoger is dan het werkelijke percentage. Er wordt dus meer rente doorberekend dan dat er daadwerkelijk aan rente wordt betaald aan de geldverstrekkers. Het verschil bevindt zich binnen de gestelde bandbreedte. In de programmabegroting 2025-2028 zijn voor de verschillende renten de volgende uitgangspunten gehanteerd: Omschrijving
2025
2026
2027
2028
Omslagrente
1,90%
1,90%
1,90%
1,90%
Rente over boekwaarden grondexploitaties
1,90%
1,90%
1,90%
1,90%
Rekenrente in de grondexploitaties
1,90%
1,90%
1,90%
1,90%
Rekenrente aan te trekken kort geld
4,00%
4,00%
4,00%
4,00%
Rekenrente aan te trekken lang geld
3,00%
3,00%
3,00%
3,00%
De hoogte van de omslagrente, de rente over de boekwaarden van de grondexploitaties en de hoogte van de rekenrente in de grondexploitaties zijn vastgesteld op basis van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) hiervoor stelt.
Programmabegroting 2025-2028
81
Ten aanzien van de meerjarige ontwikkeling van de omslagrente bestaat het risico dat deze, als gevolg van de ontwikkeling van de renteniveaus waartegen de gemeente kan lenen, op enig moment naar boven moet worden bijgesteld. Bij de tweede bestuursrapportage van 2025 vindt een nieuwe analyse van de verwachte toekomstige ontwikkeling plaats. Eventuele budgettaire consequenties, mogelijk ook voor het begrotingsjaar 2025 worden verwerkt. De verwachting is overigens dat de 1,9% omslagrente enige jaren kan standhouden. De rekenrentes voor aan te trekken kort en lang geld zijn afgeleid van de marktverwachtingen in het derde kwartaal van 2024. De verwachting is dat zowel de korte als de lange rente in 2025 maar ook voor de wat langere termijn op de huidige niveaus blijven en wellicht iets dalen.
4.4.5.2 Kasgeldlimiet Om grote fluctuaties in de rentelasten van de gemeente te vermijden is de omvang van de korte financiering door de wet FIDO begrensd op maximaal 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 0,3 miljoen. Het is hierbij niet toegestaan meer dan twee kwartalen achtereen de kasgeldlimiet te overschrijden.
Kasgeldlimiet Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)
Rekening Begroting 2023 ultimo 2024 gemiddeld
Begroting 2025 1e kwartaal
Begroting Begroting 2025 2e 2025 3e kwartaal kwartaal
Begroting 2025 4e kwartaal
Begrotingstotaal (primitief)
328
324
380
380
380
380
In procenten van de grondslag
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
Kasgeldlimiet Gemiddelde kortlopende schuld (-/- = schuld, + = tegoed) Vrije ruimte
28
28
32
32
32
32
-16,6
-18,8
-24
-32
-15
-3
11
9
8
0
17
29
Bovenstaande tabel toont aan dat de gemeente Gouda de renterisico's op korte schuld beheerst binnen de daarvoor gestelde wettelijke kaders. Bij een eventuele transactie waarbij korte schuld wordt omgezet in lange schuld, beïnvloedt dit de ruimte onder de limiet positief.
4.4.5.3 Renterisiconorm Om grote fluctuaties in de rentelasten bij lange financiering te vermijden is door de wet FIDO bepaald dat een gemeente elk jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal mag aflossen. Doel van de norm is dat gemeenten de renterisico’s over de jaren spreiden. Onderstaand de renterisico’s met betrekking tot de vaste schuld. Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Grondslag: omvang begroting per 1 januari Begrotingstotaal
380
375
364
372
Norm (%)
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm
76
75
73
74
Aflossingsverplichtingen op vaste schuld
-17
-18
-19
-18
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
59
57
54
57
Bovenstaande tabel geeft aan dat het renterisico op de vaste schuld van de gemeente Gouda in de periode 2025 tot en met 2028 ruim binnen de wettelijk gestelde normen blijft.
4.4.5.4 Kredietrisico De gemeenteraad heeft als algemeen uitgangspunt vastgesteld dat alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt. Andere uitzettingen zijn op grond van de Wet Fido niet toegestaan. Eventuele overtollige financiering mag uitsluitend nog worden belegd bij banken die voldoen aan de juiste kredietwaardigheid, de rijksoverheid of medeoverheden. Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartij bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.
82
Programmabegroting 2025-2028
Kredietrisico op verstrekte gelden en borgstellingen De gemeenteraad heeft als algemeen uitgangspunt vastgesteld dat alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt. Andere uitzettingen zijn op grond van de Wet Fido niet toegestaan. Eventuele overtollige financiering mag uitsluitend nog worden belegd bij banken die voldoen aan de juiste kredietwaardigheid, de rijksoverheid of medeoverheden. Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartij bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.
Overzicht kredietrisico op verstrekte gelden en borgstellingen Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Ultimo 2024 Ultimo 2025 Ultimo 2026 Ultimo 2027 Ultimo 2028
Publieke taak Leningen aan verenigingen, stichtingen en natuurlijke personen
84
84
84
84
84
84
84
Leningen aan woningbouwcorporaties
0
0
0
0
0
0
0
2.437
2.437
2.437
2.437
2.437
2.437
2.437
Prudent beheer Financiele instellingen (rating A en hoger) Overige (semi-)overheidsinstellingen Overige toegestane instellingen Overige niet toegestane instellingen Totaal
0
0
0
0
0
0
0
250
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2.771
2.521
2.521
2.521
2.521
2.521
2.521
De uitzettingen bij financiële instellingen met een rating van A of hoger betreffen met name uitzettingen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Naast het verstrekken van kredieten, verleent de gemeente Gouda uit hoofde van de publieke taak in uitzonderlijke gevallen een borgstelling richting derden (voor een toelichting, zie het onderdeel: Niet uit de balans blijkende verplichtingen uit de jaarstukken). Het kredietrisico op borgstellingen wordt periodiek gewaardeerd en meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen (zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing).
4.4.5.5 Liquiditeitenrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat er onvoldoende middelen zijn om aan directe betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Dit doet zich voor indien de met BNG Bank overeengekomen kredietlimiet van € 10 miljoen op onze rekening-courant wordt overschreden. Dit risico wordt beheerst door een actief liquiditeitenbeheer dat wordt ondersteund door een permanent onderhouden liquiditeitsplanning met een horizon van ongeveer 2 jaar. Op basis van onderbouwde voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie worden ondernomen om tekorten aan te vullen en overschotten uit te zetten. De liquiditeitsplanning wordt ook ingezet als hulpmiddel om de renterisico's te bepalen en het dagelijks saldo te beheren.
Programmabegroting 2025-2028
83
4.5 Investeringen 4.5.1 Inleiding Investeringen leveren een positieve bijdrage aan de fysieke leefomgeving, waardoor de stad voor inwoners, bedrijven en toeristen aantrekkelijk blijft. Daarom blijft het college in de begroting ruimte maken voor zowel investeringen met een economisch als een maatschappelijk nut.
4.5.2 Investeringsrapportage In de begroting wordt jaarlijks een meerjarige investeringsplanning opgesteld. Met dit instrument wordt de omvang van de investeringsbudgetten en de kapitaallasten vastgesteld. Bij iedere programmabegroting wordt een inschatting van de verwachte operationele, investerings- en financieringskasstromen opgesteld, waardoor liquiditeits- en renterisico’s beheersbaar blijven. De kapitaallasten die uit de investeringen voortvloeien zijn opgenomen in de exploitatielasten. Het totaalbedrag aan investeringen per jaar is als volgt: Programma Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Nut
2025
01 Economie, werk en onderwijs
Burg. Martenssingel 15 (ISK)
E
1.410.000
0
0
0
IHP
E
20.940.583
464.460
0
0
Kinderopvang bij de nieuwbouw Auris Taalplein
E
273.382
0
0
0
Maatschappelijke Voorzieningen WesterGouwe
E
85.000
129.200
193.800
6.091.356
02 Energie en klimaat Ondergrondse containers
03 Wonen en leefomgeving
84
2026
2027
2028
H
660.000
0
0
0
Rioleringsinvesteringen uitgaven
H
4.497.889
16.445.706
10.424.830
7.872.456
Rioleringsinvesteringen inkomsten
H
-4.497.889
-16.445.706
-10.424.830
-7.872.456
Rioolprojecten (afschrijven)
H
3.364.363
0
0
0
Dubbelzijdig fietspadverb. Jamessingel
M
0
0
835.000
0
Eurotonde
M
0
0
3.000.000
0
Haastrechtsebrug
M
1.250.000
1.250.000
0
0
Herinrichting Agnietenstraat
M
358.228
0
0
0
Herinrichting Sportlaan
M
210.405
0
0
0
Kruising Jamessingel/Rijsselseweg
M
0
0
1.440.675
0
Kwaliteitsverhoging binnenstad
M
395.000
795.000
345.000
0
Maatr. Knelpunt.verkeer en VCP
E
550.000
913.000
580.000
0
Maatr. Knelpunt.verkeer en VCP
M
2.204.637
2.204.637
2.204.637
14.705
Maatschappelijke Voorzieningen WesterGouwe
E
24.623.912
2.243.154
4.063.345
100.874
Noord-Zuid fiets- en wandelroutes bereikbaar Hoogv
M
0
0
1.450.331
0
Onderhoudsinvesteringen Schouwburg
E
0
306.475
0
0
Sporten in de buitenruimte (bestuursakkoord)
E
500.000
250.000
250.000
0
Stadhuis 2023 (bestuursakkoord)
E
10.146.854
2.500.000
0
0
Toegankelijkheid Openbare Ruimte 20 jr (bestuursakkoord)
M
1.126.867
577.000
256.333
256.333
Uitbr. Parkeergarage Spoorzone
E
2.587.528
0
0
0
Uitbreiding woonwagen standplaatsen
E
725.392
0
0
0
Verduurz Gem.Vastgoed (bestuursakkoord)
E
9.480.572
7.103.000
2.723.000
3.581.000
Verv. viaduct Noothoven van Goorstraat
M
1.000.000
0
0
0
Vervanging comp.bestuur Selectief Toegangsysteem
E
350.000
0
0
0
Vervanging Kade- en Walmuren (bestuursakkoord)
M
1.864.400
0
0
0
Vervanging Kade- en Walmuur 20jr
M
0
1.500.000
1.500.000
0
Vervanging populieren
M
1.280.000
780.000
0
0
Vervanging VRI Goejanverw FI singel
M
50.000
354.085
0
0
Vervangings investering Openbare Ruimte
M
13.962.286
15.893.963
6.590.059
5.619.307
Voetpad door spoorpark
M
0
0
179.000
0
Programmabegroting 2025-2028
Programma Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Nut
2025
05 Cultuur sport en recreatie
Buitensport
E
1.215.000
569.000
251.000
937.000
06 Leefbaarheid en veiligheid
Vervanging camera toezicht
E
44.000
44.000
44.000
0
07 Bestuur en organisatie
Automatisering
E
963.261
580.000
333.000
996.000
AV middelen
E
Totaal
2026
2027
2028
425.350
0
0
0
102.047.020
38.456.974
26.239.180
17.596.575
Programmabegroting 2025-2028
85
4.6 Bedrijfsvoering 4.6.1 Inleiding Een goede bedrijfsvoering is essentieel in een robuuste organisatie om haar opgaves te realiseren. Een robuuste organisatie betekent dat het fundament stevig staat. Een organisatie met voldoende en vakkundige medewerkers waar ambtelijk vakmanschap centraal staat. Dit begint met een duidelijke stip aan de horizon: wat kenmerkt de organisatie, wat zijn daarin de belangrijkste waarden en welk gedrag hoort daarbij? Wat is de meest passende inrichting gezien de uitdagingen? Het aantrekken en behouden van medewerkers is een grote uitdaging en vraagt om een goede strategische personeelsplanning. Gemeente Gouda wil een aantrekkelijke werkgever zijn en een leerschool. Andere belangrijke speerpunten zijn het verbeteren van het informatiegestuurd werken en een goed werkende financiële functie. Tot slot is de gemeente Gouda een diverse en inclusieve organisatie en werkgever. Deze speerpunten worden hieronder verder toegelicht.
4.6.2 Wat zijn de belangrijkste prioriteiten
Verbeteren financiële functie Doel Het versterken van de financiële functie is en blijft de komende jaren één van de belangrijkste prioriteiten van de gemeente Gouda. Om hier de regie op te voeren, is het programma Verbeteren Financiële Functie (VFF) medio 2021 gestart. In 2025 gaat deze ontwikkeling een nieuwe fase in, waarin de focus ligt op de borging van de verbeterpunten in de reguliere processen. In 2025 wordt verder gewerkt aan het verbeteren van de financiële functie, met als doel te zorgen dat de financiële processen goed lopen, de administratie betrouwbaar is, de informatievoorziening goed is georganiseerd en het eigenaarschap eenduidig is belegd. Hiermee wordt de financiële functie een drijvende kracht binnen de organisatie. Geruisloos als het goed loopt, zichtbaar wanneer het nodig is. Activiteiten 2025 • Het verder optimaliseren van de Planning & Control cyclus en verbeteringen bij het opstellen van de P&C producten, met specifieke aandacht voor de begroting; • De mogelijkheden van de ontwikkelde dashboards en rapportages verder benutten. • Het structureel inbedden van de ingezette verbeteringen bij de financiële administratie en het verder verkennen en inzetten op mogelijkheden van meer gebruik van data en automatisering.
• Het investeren in de ontwikkeling en kwaliteit van medewerkers in de financiële functie zodat de dienstverlening aan het bestuur en de gemeente verder wordt verbeterd.
Sturen op realisatie Doel Een van de ontwikkelpunten in de organisatie is het versterken van de sturing op realisatie op het gebied van zowel personeelskosten (inclusief inhuur), financiën als resultaten. Het sturen op resultaten versterkt de focus met als doel om doelgerichter en doelmatiger te werken. In 2025 ligt daarbij de focus op het in gebruik nemen en verder ontwikkelen van nieuwe rapportages en dashboards. Activiteiten 2025 • Het stapsgewijs onder de loep nemen van de verschillende onderdelen van de begroting om bestedingsdoelen te verduidelijken, prognoses te verbeteren en daarmee de sturingsmogelijkheden te vergroten. • Het gebruik van het dit jaar gestarte dashboard voor de personeelskosten en inhuur verder optimaliseren. Door het vergroten van het inzicht de kansen benutten om de sturing verder te verbeteren. • Tweede helft 2025 zetten we in op het vergroten van inzicht in de (planning van) de investeringen in de P&C documenten en interne rapportages. Dit maakt het vervolgens mogelijk om beter te sturen op de realisatie en fasering in de begroting. • Het verder optimaliseren van de jaarplannen van de afdelingen ondermeer door gebruik te maken van indicatoren.
Informatisering en automatisering Doel De I-visie zet voor vier doelen een stip op de horizon: (1) Betere dienstverlening, (2) Nieuwe technologie & duurzaamheid, (3) Robuuste & wendbare ICT en (4) Moderne (samen) werkplek. Op twee van deze punten wordt de raad meegenomen in de ambitie: Het optimaliseren van de dienstverlening door het programma Slim snel en digitaal en het goed inbedden van nieuwe technologie zoals Artificial Intelligence. Slim snel en digitaal De ambitie van het programma Slim snel en digitaal is het optimaliseren van de dienstverlening van de gemeente. ‘We verbeteren onze dienstverlening door slim en verantwoordelijk om te gaan met de mogelijkheden die digitalisering en data ons bieden voor zowel de mensen in onze stad als de gemeentelijke organisatie’. Hierbij zijn informatievoorziening en onderliggende techniek randvoorwaardelijke hulpmiddelen. Conform de dienstverleningsvisie en Lokale inclusie agenda wordt ervoor gezorgd dat een inwoner altijd kan kiezen voor een niet-digitale weg zoals persoonlijk contact of post Het
86
Programmabegroting 2025-2028
programma gaat in de basis uit van goed ingerichte digitale processen. Digitale processen levert sturingsinformatie (data) op. Deze data geeft de gemeente input om processen efficiënter in te richten, beslissingen op maat te nemen en proactief de stad beter te bedienen. In 2025 heeft het programma twee prioriteiten: (1) voldoen aan nieuwe wetten inclusief het verder op orde brengen van de informatiehuishouding en (2) het professionaliseren van informatie gestuurd werken. Artificial Intelligence De regiegroep AI (Artificial Intelligence; kunstmatige intelligentie) coördineert de ontwikkeling en implementatie van AI in de gemeente. Daarnaast gaat de regiegroep fungeren als een centraal aanspreekpunt voor de organisatie. In 2025 ligt de focus op het formuleren van beleid en richtlijnen (inclusief toezicht houden) én het bepalen en vaststellen van doelstellingen en het ambitieniveau.
Activiteiten 2025 • Verbeteren van de digitale dienstverlening door de invoering van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer en de Wet open overheid; • Mogelijk maken van 100% digitaal (samen)werken waarbij de laatste dienstverlenende processen zaakgericht worden gemaakt • Innoveren door een actieve deelname in het VNG programma omnichannel • Groeien in de data-volwassenheid van het data-team en de organisatie met een 0-meting als vertrekpunt • Opstellen van een AI-beleidsplan voor de gemeente, inclusief doelstellingen en manieren van toezicht houden.
Cultuur en leiderschap Doel Wij vinden het belangrijk om de missie en Gouden Waarden van de gemeente Gouda, als hart van de organisatie en onze identiteit, actief te blijven uitdragen. Wij streven ernaar om het werken bij de gemeente Gouda zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zodat onze collega’s optimaal kunnen werken en bijdragen. Wij realiseren dit door te blijven investeren in onze unieke cultuur door de verdere ontwikkeling van leiderschap en het blijvend bevorderen van goed werkgeverschap. Activiteiten 2025 De borging en verdere ontwikkeling van de organisatiecultuur doen we door: • Het creëren van aandacht en het vertalen van de missie en kernwaarden naar ons dagelijks werk. Zodat directie, leidinggevenden en medewerkers in staat zijn de missie en gouden waarden actief uit te dragen en voorbeeldgedrag te vertonen. • Het faciliteren en verder ontwikkelen van bijvoorbeeld het onboardingstraject en workshops zoals ‘Gouden Waarden’. Zodat nieuwe medewerkers worden meegenomen in de Gouden Waarden en dit blijvend deel wordt van hun DNA. • Aanbieden van een MD c.q. leiderschapstraject met dit jaar het accent op (leiderschaps-)ontwikkeling van teamleiders, inclusief de verdere ontwikkeling van het samenspel tussen directie, afdelingshoofden, teamleiders en medewerkers. • Het blijvend investeren in persoonlijk leiderschap en teamontwikkeling.
Zodat teamleden samenwerken aan het behalen van ambities aan de hand van concrete doelstellingen. • Het faciliteren in permanent leren en ontwikkelen via bijvoorbeeld ons leerplatform met leerlijnen en reflectiemomenten en de maand van leren en ontwikkelen. Hierdoor is en blijft er ruimte en aandacht voor continue leren. • Blijvende aandacht te hebben voor diversiteit, inclusie en vitaliteit via bijvoorbeeld het instrument SPP en methodes zoals ‘lerende lunches’. Zodat de juiste mens op de juiste plek zit en er een gezonde balans is tussen werkplezier en ervaren werkdruk.
Rechtmatigheid Doel Het doel is om de rechtmatigheidsverantwoording steeds efficiënter en eerder tot stand te brengen. Dit doen we onder meer door rechtmatigheidsaudits van vijf processen in 2025 geheel of grotendeels proces- en/of systeemgericht uit te voeren. Activiteiten 2025 • Het selecteren van de vijf processen en beheersmaatregelen die proces-/systeemgericht beoordeeld worden; • Het verder optimaliseren van de samenwerking met de externe accountant en de interne organisatie waar het de financiële rechtmatigheid betreft.
Programmabegroting 2025-2028
87
4.7 Verbonden partijen 4.7.1 Inleiding Verbonden partijen zijn samenwerkingspartners van de gemeente waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft en waarin zij daardoor medeverantwoordelijkheid draagt (‘mede-eigenaarschap’). Verbonden partijen zijn gevormd omdat samenwerkingsverbanden kansen bieden voor een efficiëntere, effectieve en/of kwalitatief betere uitvoering. Verbonden partijen kunnen zowel publiekrechtelijke (gemeenschappelijke regelingen) als privaatrechtelijke (stichtingen, verenigingen, NV’s en BV’s) organisaties zijn. In deze paragraaf wordt per verbonden partij weergegeven welk bestuurlijk en financieel belang de gemeente in een verbonden partij heeft en worden de actuele beleidsontwikkelingen benoemd.
4.7.2 Belangrijke ontwikkeling 2025
Wijziging wet WGR Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rollen die gemeenteraden hebben, te versterken. Een aantal wijzigingen is per 1 juli 2022 in werking getreden en een aantal wijzigingen vraagt om een vertaling in de gemeenschappelijke regeling. Deze vertaling moet uiterlijk 1 juli 2024 zijn verwerkt in de gemeenschappelijke regeling.
4.7.3 Aspecten jaarrekening 2023 4.7.3.1 Algemene aspecten De gemeente heeft de beschikking over alle vastgestelde jaarrekeningen 2022 van de verbonden partijen inclusief de accountantsverklaringen. In de accountantsverklaringen wordt aandacht besteed aan de continuïteit van de ondernemingen. Per verbonden partij wordt inzicht gegeven in het financieel belang van de gemeente en wordt aandacht besteed aan het financieel risico. Daarbij is uitgangspunt dat de verbonden partij zelf zorgt voor borging van haar financiële risico's middels een weerstandsvermogen. Dit om te voorkomen dat deelnemende gemeenten in verbonden partijen financiële nadelen moeten bekostigen.
4.7.3.2 Specifieke aspecten Het BBV en daaruit voortvloeiende richtlijnen geven specifieke voorschriften mee over aspecten inzake verbonden partijen. Voorschrift is dat gemeenten in de paragraaf verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening de visie op en beleid omtrent verbonden partijen opnemen. De visie en het beleid zijn beschreven in de door de raad vastgestelde nota verbonden partijen 2012.
4.7.4 Beleidskader Het BBV en daaruit voortvloeiende richtlijnen geven specifieke voorschriften mee over aspecten inzake verbonden partijen. Voorschrift is dat gemeenten in de paragraaf verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening de visie op en beleid omtrent verbonden partijen opnemen. De visie en het beleid zijn beschreven in de door de raad vastgestelde nota verbonden partijen. De aansturing van de verbonden partijen is onderdeel van de verbetering van de financiële functie. Daarnaast wordt de nota verbonden partijen geactualiseerd. De besluitvorming hiervan staat gepland in het 1e kwartaal 2024.
88
Programmabegroting 2025-2028
4.7.5 Soort verbonden partijen Er zijn twee soorten verbonden partijen. • publiekrechtelijke verbonden partijen; • privaatrechtelijke verbonden partijen.
4.7.5.1 Publiekrechtelijke verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen met rechtspersoonlijkheid; het openbaar lichaam en de bedrijfsvoeringsorganisatie. Geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Gouda neemt deel aan de volgende gemeenschappelijke regelingen: 1. Regio Midden-Holland; 2. Omgevingsdienst Midden-Holland; 3. Groenalliantie Midden-Holland en omstreken; 4. Streekarchief Midden-Holland; 5. Promen; 6. Grondbank RZG Zuidplas; 7. Regionale dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden; 8. Veiligheidsregio Hollands Midden; 9. Belasting Samenwerking Gouwe Rijnland; 10. Jeugd en Wmo.
4.7.5.2 Privaatrechtelijke verbonden partijen Een besloten vennootschap of naamloze vennootschap waarin de gemeente aandelen heeft. Dit is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Ook stichtingen of een (coöperatieve) verenigingen kunnen verbonden partij zijn. Voor Gouda gaat dit om de volgende partijen: 1. B.V. SPORT●GOUDA; 2. N.V. BNG; 3. Oasen N.V.; 4. N.V. Cyclus; 5. Coöperatieve Parkeerservice U.A..
4.7.6 Lijst verbonden partijen Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is de gemeente verplicht om in de paragraaf Verbonden partijen een overzicht op te nemen, met daarin per verbonden partij: • doel en openbaar belang; • wijze van dienen gemeentebelang; • beleidsvoornemens; • risico’s; • financiële gegevens.
Totaaloverzicht bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen Verbonden partij (bedragen * € 1.000) Regio Midden Holland Omgevingsdienst Midden-Holland Groenalliantie Streekarchief Midden-Holland
Bijdrage 2024
Bijdrage 2025
Bijdrage 2026
Bijdrage 2027
Bijdrage 2028
134
414
414
414
414
3.812
4.508
4.508
4.508
4.508
558
587
587
587
587
623
705
705
705
705
Promen
9.267
9.116
8.748
8.335
7.751
Hecht
4.772
5.486
5.486
5.486
5.486
0
0
0
0
0
Veiligheidsregio Hollands Midden
4.977
6.321
6.321
6.321
6.321
Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
1.373
1.710
1.710
1.710
1.710
Jeugd en Wmo
n.v.t.
2.440
2.440
2.280
2.280
25.516
31.287
30.919
30.346
29.762
RZG Zuidplas Grondbank
Totaal bijdrage gemeenschappelijke regelingen
Programmabegroting 2025-2028
89
4.7.6.1 Gemeenschappelijke regelingen 4.7.6.1.1 Regio Midden Holland Naam verbonden partij
Regio Midden Holland
Vestigingsplaats
Gouda
Website
www.regiomiddenholland.nl
Programma:
7. Bestuur en organisatie
Taakveld:
0.1 Bestuur
Aard
GR
Deelnemerspercentage
20% (Ieder AB lid heeft 1 stem)
Doel en openbaar belang
Regionale beleidsvorming en strategische belangenbehartiging van de aangesloten gemeenten BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het AB zitten twee collegeleden die door de raad benoemd zijn.
Beleidsvoornemens 2025
De raad heeft in 2023 het rapport van Berenschot en de Rijksuniversiteit Groningen ‘Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Regio Midden-Holland’ ontvangen en hier een zienswijze op gegeven. De afgelopen periode heeft Bureau Berenschot een advies uitgewerkt om conform de zienswijzen de samenwerking verder in te richten. Het advies is om in te zetten op een regionaal programmabureau dat regionale inzet coördineert en werkt aan concrete resultaten voor de drie centrale opgaven van Midden-Holland: 1) duurzame groei 2) bereikbaarheid 3) economische vitaliteit. Onderdeel van het advies is om in (en vanaf) 2025 in te zetten op versterking en versteviging van de regionale samenwerking met 5,5 fte. De komende jaren kunnen met het programmabureau stappen worden gezet op zowel strategisch niveau als ook wat betreft concrete uitvoering van projecten. Naast het opzetten van concrete projecten geldt ook dat door kennis en expertise te bundelen de gemeenten samen meer kunnen bereiken dan ieder voor zich. Dit geldt bijvoorbeeld voor bodemdaling, wat in het gehele gebied speelt. Tot slot zijn er opgaven die op regionaal niveau uitgevoerd moeten worden, maar waar momenteel onvoldoende capaciteit voor is. Te denken valt aan de uitvoering van de strategie op het gebied van bedrijventerreinen. Het advies van Berenschot is financieel vertaald in de meerjarenbegroting 2025-2028 van de Regio MiddenHolland.
Op 12 juni 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met de meerjarenbegroting 2025-2028. De komende periode zal dit programmabureau ingericht moeten worden. Bij deze nadere uitwerking zullen inhoudelijke keuzes gemaakt moeten worden waar de regio capaciteit voor inzet. Bij de uitwerking wordt gelet op de opgaven die voor Gouda van belang zijn en de wijze waarop deze worden meegenomen.
Risico's
Op 12 juni 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met de meerjarenbegroting 2025-2028. In deze begroting is het Berenschot advies om te investeren in een regionaal programmabureau dat regionale inzet coördineert en werkt aan concrete resultaten voor de drie centrale opgaven van Midden-Holland: 1) duurzame groei 2) bereikbaarheid 3) economische vitaliteit. Op dit moment lukt het de Regio Midden-Holland onvoldoende om de regionale plannen in directe publieke waardecreatie voor inwoners om te zetten. Het op te richten regionaal programmabureau moet niet meer van hetzelfde worden. Bij de inrichting van een programmabureau moet tevens worden gelet op de opgaven die voor Gouda van belang zijn en de wijze waarop deze worden meegenomen.
Bijdrage in 2025
€ 413.694
Financiële gegevens (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
Eigen vermogen
ultimo
€ 620
€ 540
€ 301
Vreemd vermogen
ultimo
€ 438
€ 586
€ 645
€ 63
€ 78
€-
jaarrekening
jaarrekening
begroting
Resultaat Bron
4.7.6.1.2 Omgevingsdienst Midden-Holland Naam verbonden partij
Omgevingsdienst Midden-Holland
Vestigingsplaats
Gouda
Website
www.odmh.nl
Programma(s)
2. Energie en klimaat 3; Wonen en leefomgeving
Taakveld
7.4 Milieubeheer; 8.3 Wonen en bouwen
Aard
GR
Deelnemerspercentage
17,0% (Stemverhouding op basis van budget € 100.000 = 1 stem)
Doel en openbaar belang
Bijdrage leveren aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving.
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het AB zitten twee collegeleden die door het college zijn aangewezen, waarvan 1 lid zitting heeft in het DB.
Beleidsvoornemens 2025
De beleidsvoornemens voor 2025 richten zich op het versterken van toezicht en handhaving op het gebied van milieu, bouw en veiligheid. Een belangrijk aspect hiervan is de implementatie van de Omgevingswet, die de dienstverlening efficiënter en toegankelijker moet maken voor burgers en bedrijven in de regio. Daarnaast wordt gewerkt aan verdere digitalisering, waaronder het verbeteren van de digitale infrastructuur en gegevensbeheer. In 2025 blijft de ODMH gefocust op duurzaamheid, het verbeteren van luchtkwaliteit, het aanpakken van geluidsoverlast, en het monitoren van zwemwaterkwaliteit. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van nieuwe technologieën zoals drones voor effectiever toezicht. De samenwerking met gemeenten blijft cruciaal om
90
Programmabegroting 2025-2028
Naam verbonden partij
Omgevingsdienst Midden-Holland beleidsdoelen te realiseren en de naleving van regelgeving te waarborgen. Deze plannen worden verder uitgewerkt in de jaarlijkse begroting en zijn afgestemd op de behoeftes van de gemeenten die onder de Omgevingsdienst vallen
Risico's
Voor de totstandkoming van de Nota-VTH is een risico-analyse uitgevoerd.
Bijdrage in 2025
€ 4.508.000
Financiële gegevens (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
Eigen vermogen
ultimo
€ 2.280
€ 2.045
€ 2.280
Vreemd vermogen
ultimo
€ 9.873
€ 10.462
€ 10.225
€ 87
€ 248
€-
jaarrekening
jaarrekening
begroting
Resultaat Bron
4.7.6.1.3 Groenalliantie Midden-Holland en omstreken Naam verbonden partij
Groenalliantie Midden-Holland en omstreken
Vestigingsplaats
Schiedam
Website
https://www.groenalliantiemiddenholland.nl/
Programma(s)
1.Economie en onderwijs; 2 Energie en klimaat; 5.Cultuur, sport en recreatie;
Taakveld
3.4 Economische promotie; 7.4 Milieubeheer; 5.1 Sportbeleid en activering
Aard
GR
Deelnemerspercentage
20%; 5 deelnemende gemeenten met elk 2 AB-leden; ieder AB lid heeft 1 stem
Doel en openbaar belang
Doel en openbaar belang Het primaire belang van de Groenalliantie is de bescherming van de belangen van natuur, recreatie en landschap. Verantwoordelijk voor het beheer van natuur- recreatiegebieden voor regionale dagrecreatie in Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen, Krimpenerwaard en enkele kleinere gebieden. Daarnaast zorgt de Groenalliantie voor (gebied)ontwikkeling, handhaving en communicatie in de natuur- en recreatiegebieden. Ook is Groenalliantie beheerder en ontwikkelaar van routestructuren in het Groene Hart.
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het AB zitten twee leden die door de raad en het college zijn aangewezen. In het DB 1 lid. In de gebiedsadviescommissies zitten 2 raadsleden.
Beleidsvoornemens 2025
Eind 2021 is het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 vastgesteld. Groenalliantie zet met het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 de koers uit voor de komende 10 jaar als vervolg op de omvangrijke en succesvolle Kwaliteitsimpuls Groenalliantie. Het Ontwikkelplan geeft de richting en kaders aan voor het strategisch en tactisch handelen van het bestuur ten aanzien van investeringen, meerjarig beheer, omgang met maatschappelijke vraagstukken en samenwerking met andere partijen (waaronder de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer). Het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 gaat vergezeld van een meerjarige investeringsagenda. Naast gebiedsgerichte investeringen wil de Groenalliantie in 2025 positief bijdragen aan bredere opgaven als waterkwaliteit, gezondheid, biodiversiteit, de energietransitie en klimaatadaptatie. Door groeiende druk op de gebieden, zeker rond de entreegebieden en in de zomerse maanden wil Groenalliantie verkennen of uitbreiding van de bestaande gebieden kansrijk is. En daarmee bijdragen aan meer groene natuur- en recreatieruimte.
Risico's
Volgens de afgesloten uittredingsovereenkomst heeft de provincie voor de jaren 2018-2021 haar bijdrage op het niveau van 2017 gehandhaafd inclusief de toezegging daarna een financiële medeverantwoordelijkheid te houden en daartoe financiële middelen beschikbaar te stellen. Voor Groenalliantie gaat het tot 2025 om een jaarlijkse afname van 10% van de financiering. Deze afname is opgevangen in de begroting. Daarna is de bijdrage van de provincie onzeker. De 90% voor de jaren 2022-2025 is door middel van gesprekken en een politieke koerswijziging 95% geworden, echter is die extra 5% wel onder bepaalde voorwaarden toegekend. Vanaf het jaar 2025 kan Groenalliantie gebruik maken van een nieuwe provinciale beheerregeling waarbij de provincie Zuid-Holland geld beschikbaar stelt voor het beheer en toezicht van recreatiegebieden. In de nieuwe regeling is geregeld dat een aanvrager maximaal 40% van de kosten voor terreinbeheer en toezicht & handhaving vergoed krijgt. De gebieden waarvoor dit geldt dienen minimaal een oppervlakte van 100ha. te hebben. Afhankelijk van het beschikbare budget (Provincie) en het aantal aanvragen (terreinbeheerders) wordt het percentage bepaald. Momenteel vinden er op ambtelijk en bestuurlijk niveau gesprekken plaats om bij de provincie te benadrukken dat Groenalliantie met de beheerregeling de huidige kwaliteit van de recreatiegebieden onvoldoende kan borgen.
Op dit moment is er naast de beheerregeling nog niet met zekerheid aan te geven hoe de financiële bijdrage er precies uit gaat zien. De verwachting is dat daar in 2024 meer duidelijkheid over verschaft kan worden. Het komende jaar zal het bestuur verschillende financiële besluiten nemen om de balans te herstellen in de meerjarige inkomsten en uitgaven. Dit wordt nader uitgewerkt in een notitie voor het bestuur waarbij alle reserves tegen het licht worden gehouden en om een gelabelde bestemmingsreserve te vormen voor de egalisatie van de afbouw provinciale bijdrage.
Bijdrage in 2025
€ 586.900
Financiële gegevens (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
Eigen vermogen
ultimo
€ 10.722
€ 11.306
€ 9.633
Vreemd vermogen
ultimo
€ 2.375
€ 1.986
€ 2.349
Programmabegroting 2025-2028
91
Financiële gegevens (bedragen * € 1.000) Eigen vermogen
ultimo
Resultaat Bron
2022
2023
2024
€ 10.722
€ 11.306
€ 9.633
€ 200
€ 703
€-
jaarrekening
jaarrekening
begroting
4.7.6.1.4 Streekarchief Midden-Holland Naam verbonden partij
Streekarchief Midden-Holland
Vestigingsplaats:
Gouda
Website:
www.samh.nl
Programma(s):
5. Cultuur sport en recreatie
Taalveld(en):
5.5 Cultureel erfgoed
Aard:
GR
Deelnemerspercentage:
20% Ieder AB lid heeft 1 stem
Doel en openbaar belang: SAMH bewaart conform de Archiefwet de archieven van de besturen en ambtelijke instellingen van de gemeenten Gouda, Krimpenerwaard, Krimpen aan de IJssel, Waddinxveen, Zuidplas en de Omgevingsdienst Midden Holland. Wijze van dienen van het gemeentebelang:
In het AB zitten twee collegeleden die door de raad benoemd zijn.
Beleidsvoornemens 2025
Het Streekarchief Midden-Holland richt zich in 2025 op het verder toegankelijk maken van historische en culturele bronnen, met een sterke nadruk op digitalisering. Deze plannen volgen de lijnen van eerdere beleidsjaren, waarbij digitalisering van archieven en verbeterde online toegankelijkheid centraal staan. Projecten zoals "Hallo Midden-Holland," waarin bevolkingsregisters van Gouda en de omliggende regio's worden geïndexeerd, spelen hierin een belangrijke rol. Door het digitaliseren van oude bevolkingsregisters wordt genealogisch onderzoek eenvoudiger voor gebruikers. Een ander doel voor 2025 is de implementatie van de Wet open overheid (Woo) en de gemoderniseerde Archiefwet. Dit vraagt om verdere professionalisering en standaardisering van archiefbeheer, vooral op het gebied van digitale archieven. Het Streekarchief werkt hierbij nauw samen met diverse gemeentes en de Omgevingsdienst Midden-Holland. Deze beleidsvoornemens sluiten aan bij de bredere trends van digitalisering en openbaarheid in archiefbeheer, wat cruciaal is voor de duurzame toegankelijkheid van historische gegevens.
Risico's
Vanaf 2024 zijn de kosten voor het e-depot structureel in de begroting van het Streekarchief opgenomen, onder het programma Bewaren en Beheren. De kosten per deelnemer zijn daarnaast afzonderlijk inzichtelijk gemaakt in de begroting van het Streekarchief. Voor de verdeelsleutel is vooralsnog gebruik gemaakt van dezelfde verdeelsleutel als voor de papieren archieven, namelijk op basis van inwoneraantal en opgeslagen meters. Gedurende het project e-depotvoorziening dat tot 2026 zal lopen wordt deze verdeelsleutel indien nodig aangepast aan de digitale situatie.
Bijdrage in 2025
€ 704.515
Financiële gegevens (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
Eigen vermogen
ultimo
€ 290
€ 295
€ 301
Vreemd vermogen
ultimo
€ 294
€ 275
€ 236
€ 10
€ 14
€ 25
jaarrekening
jaarrekening
begroting
Resultaat Bron
4.7.6.1.5 Promen Naam verbonden partij
Promen
Vestigingsplaats
Gouda
Website
www.promen.nl
Programma(s)
4. Sociaal domein,
Taakveld
6.4 Begeleide participatie; 6.5 Arbeidsparticipatie
Aard
GR
Deelnemerspercentage
36%
Doel en openbaar belang
Uitvoering geven aan de Wet Sociale Werkvoorziening. Daarnaast het uitvoeren van re-integratieactiviteiten voor werkzoekenden met een Participatiewet-uitkering
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het DB en AB zit een collegelid dat door het college is aangewezen
Beleidsvoornemens 2025
In 2025 zet Promen de activiteiten als ontwikkelbedrijf voor de doelgroep Wsw en PW voort. In 2025 loopt het Hoofdlijnenbesluit (financiële en juridische scheiding tussen Wsw- en PW-dienstverlening ) af. Gemeenten zijn in het kader van de Participatiewet verantwoordelijk om de steeds grotere, nieuwe (complexe) groep mensen met een arbeidsbeperking zoveel en zo regulier mogelijk aan de slag te helpen. Tegelijkertijd is er fors bezuinigd. Dit vraagt om (nieuwe) keuzes te maken over de begeleiding van de verschillende doelgroepen.