Versie 2 oktober - Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
In de daaropvolgende jaren loopt dit voordelig resultaat wat op met de aantekening dat het rentepercentage waartegen mag worden doorberekend aan producten, investeringen en grondexploitaties op grond van regelgeving wellicht op enig moment moet worden verlaagd. Hierdoor zal het resultaat op taakveld treasury lager worden. Indien dit zich voordoet heeft dit weinig tot geen begrotingsconsequenties omdat dan de producten, de investeringen en de grondexploitaties minder rente doorbelast krijgen.
3.8.3 Toelichting op algemene dekkingsmiddelen Het begrotingssaldo Het begrotingssaldo kent het volgende meerjarige verloop. (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Begrotingssaldo
-2.412
74
-1.527
-1.143
(+ = nadeel / last | - = voordeel / baat)
Het saldo wordt administratief technisch in de jaren 2025 - 2028 toegevoegd aan de algemene reserve. Onroerende zaakbelasting (woningen en niet-woningen) De ozb is een belasting die gemeenten mogen heffen over woningen en niet-woningen. De ozb maakt onderdeel uit van de groep lokale heffingen (rioolheffing, ozb, afvalstoffenheffing, leges, parkeeropbrengsten, precariobelasting, hondenbelasting, havengelden, staangelden, marktgelden en toeristenbelasting) en genereert voor de gemeente Gouda binnen de lokale heffingen de op een na hoogste belastingopbrengst. De ozb kan worden gesplitst in een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. De aanslagen ozb worden berekend op basis van de waarde van de onroerende zaken. Deze waardering dient de gemeente uit te voeren op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Het tarief voor de heffing van de ozb wordt jaarlijks gewijzigd. De aanslag ozb wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaken, zoals die op de voet van de Wet WOZ wordt vastgesteld. Voor het jaar 2025 worden de onroerende zaken gewaardeerd naar waardepeildatum 1 januari 2024. Aan de lastenkant worden kosten geraamd voor het innen van de opgelegde belastingen, de zogenaamde perceptiekosten.
Feitelijk zijn dit alle personele en materiële kosten die verband houden met de oplegging, inning, afhandeling van bezwaarschriften en de kosten van de uitvoering van de Wet WOZ. Parkeerbelastingen Tot dit taakveld behoren de heffing en invordering van parkeerbelasting, de opbrengsten van parkeerfaciliteiten en de opbrengsten uit boetes. In Gouda zorgen met name het betaalde straatparkeren rondom de binnenstad en de stationsparkeergarage voor jaarlijkse inkomsten. Overige belastingen Tot dit taakveld behoren overige gemeentelijke belastingen, zoals de precariobelasting en de hondenbelasting. Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds De (algemene) uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeente. De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald op basis van objectieve maatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal woonruimten en andere sociale en fysieke kenmerken van de gemeente. Naast de algemene uitkering komen uit het gemeentefonds ook decentralisatie-uitkeringen, integratie-uitkeringen en suppletie-uitkeringen, die allemaal hun eigen specifieke basis hebben.
54
Programmabegroting 2025-2028
De hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de periode 2025-2028 is gebaseerd op informatie uit de meicirculaire gemeentefonds 2024. De raad heeft de verwerking van deze circulaire vastgesteld via een apart raadsbesluit op 3 juli 2024. De uitkomsten van de septembercirculaire 2024 worden verwerkt in het raadsvoorstel van de programmabegroting 2025 - 2028. Overige baten en lasten Binnen dit taakveld presenteert de gemeente de algemene lasten en baten, de post onvoorziene uitgaven algemeen en de stelposten voor nog toe te wijzen middelen. Binnen dit taakveld staan ook de loonkosten voor bovenformatief personeel dat niet meer aan het werk is en de lasten en baten van gedetacheerd personeel. Onvoorziene uitgaven Wettelijk is voorgeschreven dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven is opgenomen. Er zijn geen voorschriften, of normen, over de omvang hiervan. Het is aan de raad om aan te geven welke omvang hij nodig acht. De raming voor 2025 bedraagt € 151.000. Dit is het totaalbedrag dat beschikbaar is voor alle programma’s tezamen, dat onder voorwaarden (onvoorzien, onvermijdbaar, onuitstelbaar) kan worden aangewend. De hoogte van de onvoorziene uitgaven is niet bedoeld om omvangrijke afwijkingen binnen de begroting op te vangen. Daarvoor dient de beschikbare weerstandscapaciteit.
Stelposten Stelposten zijn posten die wel in de begroting zijn meegenomen voor het algemeen beeld, maar nog niet zijn uitgewerkt of ingevuld. Dit omdat nog niet bekend is hoe de verdeling precies plaatsvindt. Het is wenselijk zo min mogelijk met stelposten te werken. Binnen de begroting van Gouda zijn de volgende stelposten verwerkt: • Stelposten loon- en prijscompensatie: de inkomsten uit het gemeentefonds worden weergegeven in zogenaamde lopende prijzen. Dat betekent dat rekening is gehouden met de verwachte toekomstige cumulatieve loon- en prijsstijgingen. Voor de loongevoelige budgetten is in de begroting in 2025 conform de meicirculaire 2024 totaal 4,4% gereserveerd op de stelpost in afwachting van een nieuwe CAO 2025. De prijsgevoelige budgetten zijn aangepast met 2,2% conform de meicirculaire 2024. Voor de jaren 2026 - 2028 is er ieder jaar cumulatief een loonindex van 2,3% (gemiddeld) en een prijsindex van 2,1% (gemiddeld) per jaar gereserveerd. De indexen worden ieder jaar bij verwerking van de meicirculaire geactualiseerd. • Stelpost uitbreiding Westergouwe: op basis van eerdere ramingen van de gevolgen van de bouwactiviteiten in Westergouwe voor de opbrengsten ozb en de uitkering uit het gemeentefonds is ook een (stel)post opgenomen ter dekking van hogere lasten voor de gemeente.
• Stelpost taakmutaties uitkering gemeentefonds: de taakmutaties die genoemd worden in circulaires van het gemeentefonds worden in afwachting van nadere inhoudelijke en financiële onderbouwing geraamd op een afzonderlijke post in de begroting. • Stelpost ontwikkeling kapitaallasten: dit betreft een stelpost voor de ontwikkeling van kapitaallasten in verband met verwachte stijging van investeringskosten. • Stelpost motie realisatiekracht: voor de uitvoering van de motie realisatiekracht (aangenomen op 3 juli 2023) is een stelpost opgenomen voor de hieruit mogelijk voortvloeiende kosten. • Stelpost onderuitputting meerjarenbegroting: dit betreft een structurele stelpost onderuitputting op de meerjarenbegroting. De verwachting is dat bij een nadere analyse van de begroting op detailniveau er invulling wordt gevonden voor deze stelpost. Indien de bedragen in onderstaande tabel positief zijn (+), dan betekent dit dat de middelen beschikbaar zijn voor besteding. Stelposten Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Stelposten loon- en prijscompensatie
1.950
5.107
8.516
15.053
Stelpost uitbreiding Westergouwe
95
95
95
95
Stelpost taakmutaties uitkering gemeentefonds
96
51
90
121 2.595
Stelpost ontwikkeling kapitaallasten
0
95
2.595
Stelpost motie realisatiekracht
500
0
0
0
Stelpost onderuitputting meerjarenbegroting
-471
-926
-926
-926
Totaal
2.171
4.422
10.370
16.938
In de onderstaande tabel is een nadere specificatie en verloopoverzicht opgenomen van de stelpost loonen prijscompensatie.
Programmabegroting 2025-2028
55
Verloop stelpost loon- en prijscompensatie
2025
2026
2027
2028
Prijscompensatie Beschikbaar op stelpost (bruto)
5.491
7.424
9.387
13.293
Af: indexatie begroting 2025
-3.900
-3.833
-3.681
-3.208
Af: indexatie begroting GR-en 2025
-1.591
-1.833
-1.841
-1.686
0
1.758
3.864
8.399
Beschikbaar op stelpost looncompensatie (netto)
1.950
3.349
4.652
6.654
Totaal beschikbaar loon- en prijscompensatie
1.950
5.107
8.516
15.053
Beschikbaar op stelpost prijscompensatie (netto) Looncompensatie
Vennootschapsbelasting Overheden vallen onder de vennootschapsbelastingplicht. Over de winst die zij met ondernemingsactiviteiten hebben behaald, moeten zij vennootschapsbelasting betalen. De gemeente Gouda verwacht op basis van de huidige cijfers en inzichten dat de activiteiten straatparkeren, parkeergarage en reclame door de ondernemerspoort gaan: • voor het Straatparkeren kan een vrijstelling worden toegepast, waardoor geen VPB-druk ontstaat; • voor de parkeergarage en reclame gelden geen vrijstellingen en is de geraamde vennootschapsbelasting € 109.000 voor 2025 en € 287.500 voor de periode 2026-2028.
3.8.4 Verbonden partijen Verbonden partijen dragen bij aan de te realiseren beleidsdoelstellingen van de gemeente. Verbonden partijen
Doel
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland
De BSGR verzorgt de heffing en de invordering van de onroerendezaakbelastingen, de hondenbelasting en de precariobelasting als algemeen dekkingsmiddel.
NV Bank Nederlandse Gemeenten BNG stuurt actief op het vergroten van haar maatschappelijke impact. BNG benoemt hiertoe vijf belangrijke doelstellingen waaraan zij wil bijdragen: duurzame steden en gemeenschappen, goede gezondheid en welzijn, kwaliteitsonderwijs, betaalbare en duurzame energie, klimaatactie. Oasen N.V.
Oasen is het drinkwaterbedrijf van Midden-Holland; de inwoners van de gemeente Gouda en de bedrijven in Gouda zijn de afnemers. Kernactiviteiten van Oasen zijn het winnen, zuiveren, distribueren en verkopen van drinkwater. Belangrijkste missie van Oasen is om verrassingsvrij onberispelijk drinkwater te leveren. Daarnaast wordt ingezet op de productie van duurzaam en circulair drinkwater.
Cyclus N.V.
Zorg dragen voor een schone leefomgeving door het inzamelen van huishoudelijk afval en het verwijderen van zwerfafval op straat. Daarnaast levert cyclus een bijdrage aan de verkeersveiligheid door de gladheidbestrijding op wegen in winterse perioden.
56
Programmabegroting 2025-2028
3.8.5 Wat gaat het opleveren? 3.8.5.1 Overzicht lasten en baten Exploitatie (bedragen * € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Lasten
2.831
4.779
11.066
18.427
Baten
-251.217
-246.684
-256.115
-264.203
Saldo van baten en lasten
-248.386
-241.905
-245.049
-245.776
Toevoegingen aan reserves (lasten)
200
200
0
0
Onttrekkingen aan reserves (baten)
0
0
0
0
-248.186
-241.705
-245.049
-245.776
Gerealiseerd resultaat (+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)
3.8.5.2 Overzicht mutaties In de onderstaande tabel zijn de financiële mutaties binnen dit programma weergegeven. (bedragen x € 1.000) Startbegroting Autonome en administratieve ontwikkeling Kadernota Nieuwe ontwikkelingen/ bestuursrapportage Totaal
2025
2026
2027
2028
-244.461
-234.257
-239.130
-233.947
-3.085
-4.188
-3.877
-12.102
-640
-3.260
-2.042
273
0
0
0
0
-248.186
-241.705
-245.049
-245.776
(+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)
3.8.5.3 Taakvelden De volgende taakvelden maken deel uit van dit onderdeel van de begroting. Per taakveld is het saldo van lasten en baten weergegeven. Taakvelden (bedragen * € 1.000)
2025
2026
2027
0.5 Treasury
-1.078
-1.305
-906
-92
0.61 Ozb woningen
-10.589
-10.816
-11.048
-11.287
0.62 Ozb niet-woningen
-9.361
-9.581
-9.807
-10.036
0.63 Parkeerbelasting
-4.470
-4.469
-4.469
-4.469
0.64 Belastingen overig
-600
-612
-623
-623
-224.968
-219.978
-229.000
-236.641
2.445
4.696
10.644
17.213
234
160
160
160
-248.386
-241.905
-245.049
-245.776
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Totaal
2028
(+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)
Programmabegroting 2025-2028
57
4 Beleidsbegroting: paragrafen
58
Programmabegroting 2025-2028
4.1 Lokale heffingen 4.1.1 Inleiding Lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke inkomsten. Heffingssoorten Er is onderscheid tussen belastingen, rechten en bestemmingsheffingen. • Belastingen zijn verplichte bijdragen aan de gemeente waar geen directe tegenprestatie tegenover staat. De opbrengst van de gemeentelijke belastingen gaat naar de algemene middelen. • Rechten zijn vergoedingen voor kosten die verband houden met een individuele dienst. Een voorbeeld is het verstrekken van een vergunning. De opbrengst mag niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn. • Bestemmingsheffingen zijn vergoedingen die een gemeente vraagt voor het beschikbaar stellen/onderhouden van een collectieve voorziening. De opbrengst mag niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn. Lokale heffingen Gouda Gouda kent de volgende lokale heffingen. • Belastingen: ozb, hondenbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting en precariobelasting. • Rechten: leges, marktgelden, brug- en havengelden, staangelden. • (Bestemmings)heffingen: rioolheffing, afvalstoffenheffing, reinigingsrechten. Deze paragraaf geeft informatie over het beleid en de ontwikkeling van de tarieven van de diverse lokale heffingen en de consequenties daarvan voor de inwoners en bedrijven.
Ook wordt in deze paragraaf ingegaan op de kostendekking van de leges en diverse gemeentelijke heffingen; de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De consequenties van het beleid voor de belastingverordeningen worden nader uitgewerkt in het belastingvoorstel dat in de raadsvergadering van december wordt behandeld. De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland verzorgt voor Gouda de heffing en de invordering van de lokale belastingen en heffingen. Ook bepaalt de BSGR de hoogte van de WOZ-waarde voor alle onroerende zaken in onze gemeente. Meer informatie over de BSGR is te vinden in de paragraaf Verbonden partijen en op de website van de BSGR (https://www.bsgr.nl/). Met ingang van 1 januari 2023 verzorgt de Coöperatie ParkeerService U.A. de naheffingsaanslagen van de parkeerbelastingen. Dit was tot en met 2022 ondergebracht bij de BSGR. Meer informatie over de Coöperatie ParkeerService U.A. vindt u op de website van Parkeerservice (https://www.parkeerservice.nl/).
4.1.2 Beleid en belangrijkste wijzigingen in 2025 Algemeen De uitgangspunten voor de tarieven zijn gebaseerd op het Bestuursakkoord 2022-2026. Het streven is om de OZB met niet meer te laten stijgen dan het inflatiepercentage. Daarnaast is het streven om alle huishoudens ervan te laten profiteren als de lokale lasten worden verlaagd. Tariefontwikkeling In de kadernota 2025 is aangegeven dat de lokale woonlasten en de belastingen/heffingen voor het jaar 2025 worden geïndexeerd op basis van verwachte prijsontwikkeling. De prijsontwikkeling is conform de meicirculaire 2024. Bij het bepalen van de opbrengsten 2025 is daarom rekening gehouden met een inflatiepercentage van 2,2% (In 2024 betrof dit percentage 3,9%). De ontwikkeling van de tarieven riool- en afvalstoffenheffing hangt samen met de kostenontwikkeling op deze terreinen. Als gevolg van de gestegen kosten dienen de tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffing wel te worden verhoogd. Woonlasten (lokale lastendruk) De woonlasten bestaan uit de onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De woonlasten worden berekend voor een eigenaar of huurder van een woning die de woning bewoont met meerdere personen.
In 2025 stijgen de woonlasten voor de eigenaar-gebruiker van een woning met een WOZ-waarde van € 334.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2024) met 6,69% (gemiddelde stijging van ozb, afval en riool). De woonlasten voor de huurder stijgen in 2025 met 8,88% (gemiddelde stijging van afval en riool). Deze stijgingen worden veroorzaakt door het toepassen van de inflatiecorrectie en de gestegen kosten voor afvalverzameling en onderhoud en beheer gemeentelijk rioolstelsel. Het woonlastenoverzicht bestaat uit twee overzichten. Een overzicht waarbij is uitgegaan van de tarieven zoals opgenomen in de programmabegroting 2024-2027 en een overzicht met de tarieven 2024 zoals die zijn vastgesteld na aanname van
Programmabegroting 2025-2028
59
het amendement "lastenverlaging 2024" tijdens de Begrotingsraad op 8 november 2023. Het tarief rioolheffing voor de eigenaar en gebruiker kon hierdoor eenmalig worden verlaagd. Overheadtoerekening afval en riool Conform de financiële verordening en de uitgangspunten beschreven in paragraaf 3.7.5 (Overhead) wordt er overhead toegerekend aan afval en riool. Dit beleid was er de afgelopen jaren ook, maar werd niet toegepast. Vanaf 2025 wordt dit weer toegepast. Op deze manier worden alle relevante kosten die gemaakt worden voor afval en riool meegenomen in dit "gesloten stelsel".
4.1.3 Beleidsuitgangspunten gemeentelijke heffingen in 2025 Onroerendezaakbelastingen Onroerendezaakbelastingen worden betaald door eigenaren en/of gebruikers van onroerende zaken zoals woningen, bedrijfspanden en grond. De opbrengsten van de ozb gaan naar de algemene middelen. De opbrengst van de ozb wordt opgehoogd met 2,2%. Dit is de indexatie 'prijsoverheidsconsumptie’ zoals aangegeven in de meicirculaire 2024. Zoals aangegeven in de Kadernota wordt met ingang van 2025 de opbrengst ozb-woningen verhoogd met de areaaluitbreiding, voor 2025 is dat begroot op € 100.000. Wat de verhoging van de ozb-opbrengst betekent voor de hoogte van de belastingtarieven is onder andere afhankelijk van de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De heffingsmaatstaf van de onroerendezaakbelastingen is de WOZ-waarde van de woning/niet-woning. Er wordt belasting geheven naar een percentage van deze vastgestelde WOZ-waarde. De WOZ-waarde wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Zodra de nieuwe WOZ-waarden voor 2025 (waardepeildatum 1 januari 2024) bekend zijn, wordt bij het tarievenvoorstel Belastingverordening (na vaststelling van de begroting) het definitieve belastingtarief hierop aangepast. Voor de objecten die de gemiddelde waardeontwikkeling volgen, stijgt de aanslag ozb 2025 met ongeveer 2,2%.
Reinigingsheffingen Afvalstoffenheffing is een heffing voor huishoudens waar de gemeente de plicht heeft om huisvuil op te halen. Met de opbrengst wordt de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval bekostigd. Het tarief voor afvalstoffenheffing bestaat per huishouden uit een vast tarief (voor 2025 bepaald op € 389,40) en een variabel tarief. Het variabele deel van de afvalstoffenheffing 2025 is afhankelijk van het aantal maal door huishoudens aangeboden restafval in 2024. Het tarief is € 1,50 per 60 liter restafval. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk. Tevens is er, net als in voorgaande jaren, een mogelijkheid tot vrijstelling indien als gevolg van een medische aandoening sprake is van extra veel afval. Bij de vaststelling van de Verordening Reinigingsheffingen 2025 (raadsbehandeling in december 2024) worden de definitieve tarieven 2025 vastgesteld. Reinigingsrecht is een heffing voor bedrijven die hun afval bij het huishoudelijk afval mogen aanbieden. Bedrijven mogen afval aanbieden dat qua samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. Het tarief betreft een tarief per aanbieding. Kwijtschelding is niet mogelijk. De reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht) worden bepaald op basis van actuele berekeningen van kosten en opbrengsten met als uitgangspunt kostendekkende tarieven.
De kosten voor afvalinzameling zijn hoog en zullen ook de komende jaren stijgen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de algehele prijsstijgingen (inflatie) als gevolg van verhoging van lonen en hogere brandstofprijzen. Hierdoor is de prijs voor afvalinzameling door Cyclus gestegen. Tegelijkertijd is de vergoeding voor ingezameld plastic afval en de opbrengst van oud papier gedaald. De verwachting is dat de invoering van omgekeerd inzamelen de komende jaren tot lagere kosten zal leiden, waarmee de stijgende kosten (deels) gecompenseerd kunnen worden. In verband met de gestegen kosten en dalende vergoedingen en opbrengsten is voor 2025 een tariefsverhoging noodzakelijk. Het tarief voor 2025 is € 434,40 (vast tarief € 389,40 + 30 x € 1,50 variabel tarief). Rioolheffingen Rioolheffing is een heffing voor huishoudens en bedrijven die water direct of indirect op de gemeentelijke riolering afvoeren. Rioolheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengsten worden dan ook alleen gebruikt om de kosten te dekken die samenhangen met de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater en het beheer van het grondwaterpeil. De heffing bestaat uit 2 soorten; een eigenaren- en een gebruikersdeel. Eigenaren betalen een vast bedrag per perceel.
Gebruikers betalen een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit een perceel wordt afgevoerd. Het gebruikersdeel wordt vermeerderd indien meer dan 400m3 water vanuit een perceel wordt afgevoerd. De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het Water- en Rioleringsprogramma 2024-2028 (WRP) zoals in maart 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Op basis van het WRP 2024-2028 worden de tarieven voor 2025 verhoogd met ca. 6%. Deze stijging wijkt af van het inflatiepercentage van 2,2%. De reden is dat het tarief voor 2024 eenmalig is verlaagd naar aanleiding van het aangenomen amendement "lastenverlaging 2024" in de Begrotingsraad van 8 november
60
Programmabegroting 2025-2028
2023. Zonder het amendement zouden de tarieven 2025 een lichte stijging laten zien aangezien in het WRP onvoldoende rekening is gehouden met het rioolrecht grootverbruik. Ter verduidelijking wordt verwezen naar de woonlastentabel in paragraaf 4.1.4. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor alle week- en dagmarkten in de gemeente. Er zijn tarieven voor een vaste standplaats en een dagplaats. Deze tarieven zijn gedifferentieerd naar een tarief voor de zaterdagmarkt en een tarief voor de dinsdag-, woensdag- of donderdagmarkt. Belastingplichtigen betalen een bedrag op basis van de plaats (m2) die wordt ingenomen. De opbrengsten van deze belasting worden onder andere ingezet voor het onderhoud van de markt. Daarbij valt te denken aan het reinigen van het marktterrein, dagelijks toezicht op de markt door de marktmeester en energieen watervoorzieningen. De tarieven van de marktgelden worden opgehoogd met 2,2%. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is een belasting voor uitbaters van overnachtingsmogelijkheden zoals hotels en bed & breakfast. Er wordt een bedrag per persoon, per overnachting betaald. De opbrengsten van deze belasting worden ingezet voor stadsmarketing en toerisme. Ondernemers ontvangen aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag. Deze mag in maandelijkse termijnen worden betaald. De definitieve aanslag volgt na afloop van het belastingjaar.
De tarieven worden opgehoogd met 2,2%. Precariobelasting Precariobelasting is een belasting voor personen of bedrijven die voorwerpen hebben onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorwerpen waarvoor de gemeente Gouda precariobelasting heft zijn onder andere bouwmaterialen, terrassen, en winkeluitstallingen. De opbrengsten van deze belasting gaan naar de algemene middelen. De tarieven worden verhoogd met 2,2%. Hondenbelasting De hondenbelasting is een belasting voor houders van honden. Het te betalen bedrag is afhankelijk van het aantal honden. De opbrengsten gaan in de algemene middelen. Een deel van de opbrengst wordt gebruikt als vergoeding voor het beschikbaar stellen van collectieve voorzieningen voor honden (zoals onderhoud van uitrenplekken en het beschikbaar stellen van hondenpoepzakjes). Voor belastingjaar 2025 wordt het tarief verhoogd met 2,2%. Havengelden Havengelden worden betaald voor vaartuigen die in gemeentewater aanleggen of verblijven. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de duur van het verblijf en de lengte (in strekkende meters) van het vaartuig. De opbrengsten van havengelden worden onder andere gebruikt voor het onderhoud van aanlegsteigers en voorzieningen ten behoeve van de recreatievaart.
In de uitvoering van het beleid en verordeningen met betrekking tot waterrecreatie in Gouda lopen de medewerkers van de havendienst al een aantal jaren tegen knelpunten aan. In 2024 is dit opgepakt zodat met ingang van 2025 een nieuw kader en nieuwe regels zijn vastgesteld voor de uitvoering, waaronder de belastingverordening brug- en havengelden. Voor 2025 is de belastingverordening brug- en havengelden aangepast en in de raadvergadering van 25 september 2024 behandeld (dossiernummer 8505). De tarieven van de havengelden zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 2,2%. Daarnaast wordt met ingang van 2025 bruggeld geheven. Dit wordt in rekening gebracht als bruggen op een vaartracé buiten de bedientijden geopend moeten worden. Om deze extra kosten door te belasten aan de aanvrager is dit opgenomen in de belastingverordening. Staangelden Staangeld wordt opgelegd aan de hoofdbewoner van een woonwagen voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de oppervlakte van de staanplaats. De staangelden worden verhoogd met het percentage van de maximale jaarlijkse huurverhoging voor woonwagenstandplaatsen van 5,8% (bron:https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/woning-huren/vraag-en-antwoord/watis-de-maximale-huurverhoging-in-2024).
Leges Leges zijn vergoedingen voor een product die bij de gemeente wordt aangevraagd of voor een dienst die door de gemeente op verzoek wordt uitgevoerd. In algemene zin worden de legestarieven verhoogd met het inflatiepercentage van 2,2%. Waarschijnlijk worden enkele nieuwe belastbare feiten opgenomen c.q. bestaande belastbare feiten worden gewijzigd in relatie tot onder meer gewijzigde
Programmabegroting 2025-2028
61
regelgeving. Enkele tarieven worden aangepast om een betere aansluiting te krijgen tussen tijdsbesteding van de behandeling van de aanvraag en de hoogte van het tarief. Verder zijn gemeentes gebonden aan de door de rijksoverheid vastgestelde maximumtarieven. Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking getreden. Hierop is de legesverordening 2024 aangepast. De grootste verschillen deden zich met name voor in het onderdeel dat betrekking heeft op de omgevingsvergunning (Hoofdstuk 2). Nu er wordt gewerkt met de legesverordening blijken bepaalde omschrijvingen niet duidelijk te zijn of anders uit te pakken dan verwacht. Dit zal worden aangepast waarbij het met name gaat om tekstuele aanpassingen of het samenvoegen van artikelen. In de raadsvergadering van 25 september 2024 is de wijziging van de Verordening Fysieke Leefomgeving behandeld. Er zijn nadere regels gesteld voor het innemen, hebben of beschikbaar stellen van en ligplaats voor een vaartuig. Als gevolg daarvan wordt in de legesverordening 2025 een tarief opgenomen voor de aanvraag voor een ontheffing vaartuigen. De belastingverordening 2025 wordt in de raadsvergadering van december 2024 aangeboden. Parkeerbelastingen Parkeerbelasting wordt betaald voor het parkeren van een voertuig op plaatsen die door het college zijn aangewezen als betaald parkeerplaatsen.
Tevens wordt parkeerbelasting geheven voor het verlenen van een parkeervergunning. De opbrengsten gaan in de algemene middelen. Het kostenelement dat gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting is voor 2025 met € 2,20 verhoogd tot € 78,80. Voor dit bedrag geldt dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten die hiervoor worden gemaakt. Sinds 1 april 2022 maakt Gouda gebruik van de scanauto van Parkeerservice. Het handhaven op foutparkeren wordt hiermee eenvoudiger. Het aantal naheffingsaanslagen is door de komst van de scanauto toegenomen en hiermee ook de opbrengst naheffingsaanslagen. Dit leidt er toe dat het bedrag naheffingsaanslag met ingang van 2025 wordt aangepast naar € 68.
62
Programmabegroting 2025-2028
4.1.4 Overzichten In deze paragraaf staan de volgende overzichten: 1. overzicht lokale heffingen; 2. overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder. 1. Overzicht lokale heffingen In het onderstaande overzicht staan de geraamde opbrengsten voor 2025. Opbrengstsoort (bedragen x € 1.000)
Geraamde opbrengst 2025
Geraamde kwijtschelding 2025
Geraamde opbrengst 2024
Tarieven 2025
Belastingen en heffingen ozb-eigenaren woningen
10.913
0
9.974
0,0936%
ozb-eigenaren niet-woningen
5.652
0
5.734
0,3893%
ozb-gebruikers niet-woningen
4.016
3.988
0,3105%
Afvalstoffenheffing
14.710
13.152
434,40
Rioolheffing eigenaren
11.109
10.641
304,87
Rioolheffing gebruikers
9.599
8.946
256,80
Totaal Belastingen en heffingen
55.999
0
52.435
Overige belastingen Hondenbelasting
328
314
91
Parkeerbelasting
4.469
4.078
div
Toeristenbelasting
177
169
0
Precariobelasting
342
256
div
Totaal overige belastingen
5.316
0
4.817
Rechten Leges burgerzaken
1.769
1.560
div
Leges bouwvergunningen
2.812
2.752
div
Leges milieuvergunningen
52
51
div
Leges overig
186
182
div
Marktgelden
147
144
div
Havengelden
134
131
div
Staangelden
92
86
div
Reinigingsrechten
25
25
div
Totaal rechten
5.218
0
4.931
Totaal Lokale heffingen
66.533
0
62.183
De geraamde opbrengsten zijn bruto-opbrengsten zonder aftrek van geraamde kwijtscheldingen. De ozb-tarieven zijn nog gebaseerd op de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2023 en moeten dus nog worden gecorrigeerd op basis van de hertaxatie met peildatum 1 januari 2024. De ozb-tarieven van een niet-woning zijn inclusief een opslag van 7% ten behoeve van het Ondernemersfonds Gouda. Het OFG ontvangt jaarlijks een subsidie van 7% van de ozb-inkomsten van niet-woningen van twee jaar daarvoor. In de begroting 2025 is voor deze subsidie een bedrag van € 547.620 opgenomen. De afvalstoffenheffing is de som van het vaste tarief (€ 389,40) en het variabele tarief op basis van gemiddeld 30 aanbiedingen van 60 liter restafval á € 1,50 (€ 45,00). De geraamde opbrengst afvalstoffenheffing is exclusief de reinigingsrechten bedrijven. 2. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder In onderstaande tabel is de lastendruk in Gouda in het jaar 2025 voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder aangegeven. Ter vergelijking zijn de cijfers van 2024 toegevoegd. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht worden hierbij de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Verder is als uitgangspunt genomen een meerpersoonshuishouden.
Voor de berekening van de ozb 2025 is uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 334.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2024 waarderingskamer.nl). De gemiddelde WOZ-waarde voor 2023 is € 319.000.
Programmabegroting 2025-2028
63
Deze gemiddelde WOZ-waarde is gebruikt voor de berekening van de ozb 2024. Voor het bepalen van het tarief voor afvalstoffenheffing is uitgegaan van het vaste tarief vermeerderd met 30 aanbiedingen van 60 liter zakken. De tarieven rioolheffing, eigenaars- en gebruikersdeel, voor belastingjaar 2024 zijn na de begrotingsraad van 2023 eenmalig verlaagd. De stijging van de woonlasten geeft ten opzichte van de begroting 2024 wellicht een vertekend beeld. Daarom zijn onderstaande twee overzichten opgenomen. Eén overzicht waarbij de oorspronkelijke begroting 2024 wordt vergeleken met de begroting 2025 en één overzicht waarbij de begroting 2024, na wijziging, wordt vergeleken met de begroting 2025. Opbrengstsoort (bedragen x € 1)
2025
2025
eigenaar/ gebruiker
huurder
ozb eigenaar
275,75
Afvalstoffenheffing
434,40
Rioolheffing eigenaar
304,87
Rioolheffing gebruiker
2024 eigenaar/ gebruiker
2024
verschil in %
huurder
eigenaar/ gebruiker
392,16
10,77%
269,82 434,40
392,16
verschil in % huurder
2,20%
301,15
10,77%
1,24%
256,80
256,80
254,16
254,16
1,04%
1,04%
Totaal
1.271,82
691,20
1.217,29
646,32
4,48%
6,94%
Opbrengstsoort (bedragen x € 1)
2025
2025
2024 na amendement
2024 na amendement
verschil in %
verschil in %
eigenaar/ gebruiker
huurder
eigenaar/ gebruiker
huurder
eigenaar/ gebruiker
392,16
10,77%
ozb eigenaar
275,75
Afvalstoffenheffing
434,40
Rioolheffing eigenaar
304,87
Rioolheffing gebruiker Totaal
269,82 434,40
392,16
huurder
2,20%
287,45
10,77%
6,06%
256,80
256,80
242,64
242,64
5,84%
5,84%
1.271,82
691,20
1.192,07
634,80
6,69%
8,88%
Kwijtschelding Personen met een inkomen op bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. In Gouda is kwijtschelding mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerendezaakbelastingen. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is een maximale kwijtschelding van € 75,00 mogelijk. In de praktijk komt kwijtschelding vooral voor bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kwijtscheldingsnorm is 100%.
4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven De gemeente Gouda hanteert bij de vaststelling van de tarieven voor 2025 een kostendekkende tarifering als uitgangspunt. Onderstaand zijn de kostprijsonderbouwingen van de tarieven voor leges, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor 2025 weergegeven. Kostenonderbouwing legestarieven uit legesverordening De kostendekkendheid van de leges is in 2024 nader onderzocht en geactualiseerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van kostendekkendheid.nl. Een webapplicatie die door een groot aantal gemeenten (meer dan 100) wordt gebruikt. In samenwerking met kostendekkendheid.nl en de diverse deelnemende gemeenten wordt de komende jaren meer onderzoek verricht naar de kostendekkendheid van de leges. Het doel is een hogere kwaliteit van de legesproducten (snellere dienstverlening), meer transparantie en lagere kosten.
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Kosten-dekking
1.1 Burgerlijke stand
194
172
88,48%
1.2 Reisdocumenten en NL ID-kaart
1.380
1.139
82,53%
1.3 Rijbewijzen
220
174
78,94%
1.4 Verstrekking Basisreg Personen
84
43
51,22%
1.5 Gereserveerd
10
0
0,00%
1.6 Vastgoedinformatie
0
0
0,00%
1.7 Overige publiekszaken
49
39
79,57%
1.8 Gereserveerd
0
0
0,00%
1.9 Bijzondere wetten
108
98
90,59%
1.10 Diversen
5
5
108,25%
Totaal titel 1
2.050
1.670
81,46%
64
Programmabegroting 2025-2028
Hofdstuk 2 Omgevingswet Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Kosten-dekking
Paragraaf 2.1 t/m 2.14
3.408
3.082
90,43%
Totaal titel 2
3.408
3.082
90,43%
Totale lasten
Totale baten
3.1 Horeca
100
35
34,88%
3.2 Prostitutiebedrijven
1
0
56,97%
3.3 Winkeltijdenwet
0
0
0,00%
3.4 Organiseren evenement
27
14
51,09%
3.5 Gereserveerd
0
0
0,00%
3.6 Huisvestingswet 2014 en Huisvestingsverordening 2023 Gouda
0
0
0,00%
3.7 Overige besluiten en in dit hoofdstuk niet benoemde besluiten
0
0
0,00%
Totaal titel 3
128
49
38,37%
Lasten taakvelden
Totale baten
Titel 1
2.050
1.670
81,46%
Titel 2
3.408
3.082
90,43%
Titel 3
128
49
38,37%
Totale tarieventabel
5.586
4.801
85,95%
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Kosten-dekking
Recapitulatie Titel (bedragen x € 1.000)
Kosten-dekking
Voor de berekening van de kostendekkendheid is gebruik gemaakt van de 'Handreiking kostentoerekening leges en tarieven' (opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken) en van het kostenmodel van de VNG. Er mogen alleen kosten worden toegerekend die direct met de dienstverlening samenhangen. Alle directe lasten die op de betreffende taakvelden staan worden betrokken in de berekening. Het gaat hierbij om de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Directe kosten zijn bijvoorbeeld; kosten voor afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van de medewerkers van de Omgevingsdienst, perceptiekosten (kosten heffen en invorderen) maar ook automatiseringskosten en uren van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten. In de kolom opbrengsten staan de legesinkomsten van de betreffende dienstverlening. Wanneer de opbrengsten worden afgezet tegen de kosten resulteert de kostendekkendheid. Een kostendekkendheid van minder dan 100% betekent dat de geraamde lasten hoger zijn dan de geraamde baten. In de tabel is per heffing de mate van kostendekkendheid voor het begrotingsjaar aangegeven. Het is van belang dat de totale legesverordening de 100% kostendekkingsnorm niet overschrijdt.
De maximale kostendekkendheid van 100% geldt dus niet per tarief. Door kruissubsidiëring binnen titels van de legesverordening is het mogelijk om de 'winst' van bepaalde legesproducten te gebruiken om het 'verlies' op andere producten te dekken. Uit de tabel blijkt dat de geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale geraamde lasten van de verordening. Dit geldt ook wanneer de drie titels in de legesverordening individueel worden bekeken. Hoofdstuk 1 is voor 81% kostendekkend. Er is weinig ruimte om de tarieven te verhogen omdat de opbrengsten voornamelijk worden veroorzaakt door de paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte. Hoofdstuk 2 is voor 90% kostendekkend. Hoofdstuk 3 is voor slechts 38% kostendekkend. Het betreft echter een klein onderdeel van de legesverordening. De kostendekking voor evenementvergunningen is laag. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend.
Programmabegroting 2025-2028
65
Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2025 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2025
Kosten taakveld afval
12.932
Inkomsten excl. heffingen Netto kosten
882 12.051
Toe te rekenen kosten: Overhead
313
Reinigingsinspectie
59
Compensabele BTW
2.288
Totaal kosten
14.710
Opbrengst afvalstoffenheffing
14.710
Dekking
100,0%
Uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van de afvalstoffenheffing 2025 is 100% kostendekking. Alle kosten die op het taakveld Afval staan, worden betrokken bij de berekening van de heffing. Het betreft hier zowel de kosten van afvalinzameling als van afvalverwerking. Daarnaast worden de kapitaallasten van reeds uitgevoerde investeringen (bijvoorbeeld ondergrondse containers) meegenomen evenals de overheadkosten. De kosten voor kwijtschelding zijn niet meegenomen als gevolg van het aangenomen amendement "verlaging woonlasten" in de Begrotingsraad van 9 november 2022. Kostenonderbouwing rioolheffing 2025 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2025
Kosten taakveld riolering
19.790
Inkomsten excl. heffingen Netto kosten
0 19.790
Toe te rekenen kosten: Overhead
142
Compensabele BTW
2.308
Totaal kosten
22.240
Opbrengst rioolheffing
20.708
Dekking
93,1%
Voor de berekening van de hoogte van de rioolheffing worden alle lasten verzameld die op het taakveld Riolering staan. Bij Riolering realiseert de gemeente 93,1% kostendekking. Grote kostencomponent binnen Riolering zijn de kapitaallasten van de historische investeringen (rioolvervanging). Daarnaast vormen de kosten van dagelijks en groot onderhoud ook een belangrijke kostencomponent evenals de overheadkosten. De kosten voor kwijtschelding zijn niet meegenomen als gevolg van het aangenomen amendement "verlaging woonlasten" in de Begrotingsraad van 9 november 2022.
66
Programmabegroting 2025-2028
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van risico’s en daarmee ook in de financiële weerbaarheid van de gemeente. In de kern gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze paragraaf geeft aanvullend de stand van zaken van een zestal financiële kengetallen: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgesteld volgens het BBV, de nota risicomanagement en weerstandsvermogen en de nota reserves en voorzieningen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inzichten die vanuit het ministerie van BZK worden aangereikt (Financiële Regelgeving en Toezicht Decentrale Overheden).
4.2.2 Belangrijkste conclusies Gemeente Gouda hanteert de volgende financiële uitgangspunten: • een gezonde weerstandsratio in de bandbreedte van ≥ 1 en ≤ 1,4 • een stabiele schuldpositie • een sluitende meerjarige programmabegroting De weerstandsratio is 1,3 in 2025 en kwalificeert als "voldoende". In de jaren erna neemt de weerstandsratio iets af, maar zakt niet onder de minimale weerstandsratio van 1. De gemeente beschikt dus over voldoende middelen om onverwachte tegenvallers op te vangen. De hoge schuldpositie is de afgelopen jaren sterk afgebouwd. Met een hoge schuldpositie is de gemeente relatief kwetsbaarder voor rentestijgingen dan gemeenten met een lagere schuldpositie. De netto schuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2025 ongeveer 82% zijn en de jaren daarna oplopen naar ongeveer 96% eind 2028. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG van 130%. De structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele lasten (waaronder die samenhangend zijn met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing)), in de periode 2025-2028 - met uitzondering van begrotingsjaar 2026 - volledig worden gedekt door structurele baten.
4.2.3 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit : Benodigde weerstandscapaciteit
4.2.3.1 Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de algemene reserve en het saldo van het begrotingsresultaat, voor zover dit saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve. In onderstaande tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Aangezien het niet zeker is dat de begrote resultaten ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden en aangezien de bestemming van het rekeningresultaat voorbehouden is aan de gemeenteraad, kan het beschikbare weerstandsvermogen wijzigen als gevolg van het daadwerkelijk gerealiseerde resultaat en van besluitvorming in de gemeenteraad. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Algemene reserve per (31/12)
23.647
23.413
23.413
23.413
Begrotingsresultaten (31/12)
2.412
-74
1.527
1.143
Resultaat 2024 conform 2e berap 2024 (afgerond)
5.500
Beschikbaar weerstandsvermogen per (31/12)
31.559
23.339
24.940
24.557
Dit leidt tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 31.559.000 in 2025. In de oorspronkelijke meerjarenraming waren al mutaties in de algemene reserve opgenomen. Deze zijn eveneens in de bovenstaande tabel opgenomen per jaar, opdat een zuiverder beeld van de ontwikkeling van het beschikbaar vermogen wordt weergegeven. Daarnaast zijn de mutaties die worden voorgesteld in deze programmabegroting meegenomen. Uiteindelijk leidt dit tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 24.557.000 in 2028. Eventueel zouden ook de bestemmingsreserves kunnen worden aangesproken waarvan de bestemming (eenvoudig) kan worden gewijzigd. Dat deel is hier niet meegerekend in het beschikbaar weerstandsvermogen.
Programmabegroting 2025-2028
67
4.2.3.2 Benodigd weerstandsvermogen Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de boekwaarden, de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s toegelicht, samengevat in een top 10-overzicht. De risico's zijn gekwantificeerd, waarbij een inschatting is gemaakt van de kans dat de gebeurtenis zou kunnen optreden en de maximaal financiële impact. Belangrijk is dat hier sprake is van inschattingen en de uitkomsten van een kansberekening. De werkelijke uitkomsten zullen hier hoogstwaarschijnlijk in alle gevallen van afwijken. Naam
Omschrijving
Risicogebied
Haastrechtse brug
De Haastrechtsebrug is een beweegbare brug (type basculebrug) Beheer en vormt de verbinding tussen Gouda en de Krimpenerwaard. Openbare De brug is gebouwd omstreeks 1954 en kan door het treffen Ruimte van levensduur verlengend onderhoud nog tot minimaal 2054 goed functioneren. Omdat er diverse problemen zijn moet de brug gerenoveerd worden.
KansMaximaal percentage (bedragen x 1.000) 40%
€ 12.000
70%
€ 4.000
70%
€ 2.000
Omwille van de zorgvuldigheid worden de eerder uitgevoerde onderzoeken geverifieerd en gevalideerd door een gespecialiseerd ingenieursbureau. Onder andere door het uitvoeren van bureauonderzoek, aanvullend gericht materiaalonderzoek en verificatieberekeningen. Het risico is dat dit kan leiden tot heroverweging van de renovatie waarbij de maatregelen worden opgewaardeerd naar volledige vervanging van de brug. Open einde regeling Jeugd
De Jeugdwet is een open-einde regeling en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het betreffende jaar niet toereikend is. De toegang tot jeugdhulp is belegd binnen de gemeente. Daarnaast hebben externe verwijzers wettelijke bevoegdheid. Er wordt met lokale en regionale partners samengewerkt, waarbij gemeente Gouda toegang tot maatwerkvoorzieningen levert en optreedt als financier. De maatwerkvoorzieningen worden regionaal gecontracteerd in de regio Midden-Holland. Daar is ook het contractmanagement belegd. Extra groei van de jeugdzorguitgaven blijft een risico. Als de zorgvraag hoger ligt dan geraamd is de gemeente wettelijk verplicht deze te leveren.
Open einde regeling Participatiewet (BUIGbudget)
De gemeente ontvangt een BUIG uitkering voor het Werk en betalen van bijstandsuitkeringen/uitkeringen Levensonderhoud en inkomen Loonkostensubsidies. Het BUIG-budget betreft twee deelbudgetten met een verschillende financieringssystematiek; beide zijn open einde regelingen. Financieel risico deelbudget bijstandsuitkeringen Het macrobudget voor de bijstandsuitkeringen wordt onder gemeenten verdeeld op basis van het zgn. objectieve verdeelmodel. Jaarlijks wordt het verdeelmodel aangepast (beperkte aanpassing van de variabelen en actualisatie van de data) en wordt het budgetaandeel per gemeente opnieuw bepaald. De omvang van het macrobudget verandert gedurende het jaar, afhankelijk van de ontwikkeling van het landelijk aantal bijstandsuitkeringen, de werkloosheid, de conjunctuur, beleidseffecten van het Rijk en loon- en prijsbijstellingen. Er zijn drie momenten waarop het deelbudget voor gemeenten wordt vastgesteld door het Rijk: voorlopig (in september jaar t-1, tevens vaststelling budgetaandeel voor dat jaar), nader voorlopig (in mei in lopende jaar) en definitief (eind september in lopende jaar). Afhankelijk van de ontwikkeling van het budgetaandeel, het macrobudget en van de bijstandsvraag in de gemeente bestaat een financieel risico. Gemeenten moeten een tekort tot 7,5% op hun budget voor de Participatiewet zelf opvangen (eigen risico) uit eigen middelen.
Voor grote(re) tekorten op het budget is er een vangnetuitkering Pw die gemeenten (beperkte) financiële compensatie biedt, met een getrapte vergoeding. Financieel risico deelbudget loonkostensubsidies (LKS) Het deelbudget voor loonkostensubsidies wordt (sinds 2022)
68
Programmabegroting 2025-2028
Jeugdzorg
Naam
Omschrijving
Risicogebied
KansMaximaal percentage (bedragen x 1.000)
toegekend op basis van de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidie in het voorgaande jaar. Ook dit is een open einde regeling, waarbij het macrobudget LKS vooraf wordt vastgesteld/gemaximeerd. Voorlopig zorgt het ministerie ervoor dat het macrobudget LKS voldoende is om de uitgaven aan LKS te dekken. Financiële risico’s voor de gemeente zijn er bij sterke schommelingen in de inzet van loonkostensubsidies (bijvoorbeeld bij sterke toename van de inzet in een kalenderjaar) en bij lagere inzet van LKS dan gemiddeld in de andere gemeenten. Inflatie
Door inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, mogelijk meer dan de uitkering uit het Gemeentefonds meestijgt door de loonprijsindexatie.
Financiën
50%
€ 2.500
Fiscaliteit
Het onderdeel fiscaliteit binnen gemeenten wordt steeds Financiën complexer en het is een uitdaging om de bewustwording en de kennis breed in de organisatie te brengen en te houden. We zetten hier op in.
30%
€ 3.000
Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020-2024 1e tranche IHP
De gemeente heeft een wettelijke taak om scholen van adequate huisvesting te voorzien. Een fors deel van de schoolgebouwen is aan het eind van hun levensduur en voldoet zowel functioneel als technisch niet meer aan de eisen van deze tijd. In 2020 is door de Raad het Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting 2020 - 2024 IHP 1e tranche vastgesteld. Dit is momenteel in uitvoering.
Onderwijs
40%
€ 2.000
Borg- en garantstellingen Gemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen Treasury van organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank, dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). Het Schouwburgcomplex is een borgstelling met een hoog risicoprofiel.
30%
€ 6.500
Stijgende materiaalkosten en krapte op de markt
40%
€ 1.500
Bij het realiseren van dit Uitvoeringsplan kan een aantal risico’s optreden. Belangrijkste zijn: • Het risico van stijgende bouw-, materiaal-, arbeids-, en advieskosten door onvoorziene omstandigheden. • Onvoorzien meerwerk tijdens de uitvoering. • Tegenvallers in nog aan te besteden projecten.
Risico dat prijzen omhoog gaan voor aanbestedingen of o.b.v. UAV Beheer 47 afspraken na aanbesteding. Veel materialen worden schaarser Openbare (en duurder) en veel aanbieders zitten vaak vol. Hier speelt ook de Ruimte onzekerheid van de oorlog in Oekraïne en in het Midden Oosten. Prijzen gaan dan omhoog voor lopende en nieuwe beheeren projectaanbestedingen. Het beheerplan Groot Onderhoud en Vervangingsonderhouds (GOVO) is aangenomen met daarin een inflatiecorrectie. Dit zorgt ervoor dat een eventuele prijsstijging geheel of gedeeltelijk regulier kan worden opgevangen.
Programma voorzieningen
Schoolbesturen kunnen wettelijk in het kader van het programma Onderwijs voorzieningen huisvesting onderwijs aanvragen indienen voor bouwkundige aanpassingen, uitbreidingen, etc. De aard en omvang van de claims varieert door de jaren heen sterk. Hiervoor is geen vaste voorziening. De aanvragen worden in 2024 ingediend en beoordeeld.
80%
€ 750
Verbonden partijen
Verbonden partijen zijn gemeentelijke samenwerkingsverbanden of Verbonden deelnemingen die gevormd zijn om bepaalde taken bijvoorbeeld partij/subsidie efficiënter uit te voeren. De gemeente Gouda heeft in de rechtspersonen bestuurlijke invloed en/of financiële belangen. Per 1 januari 2025 komt daar de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden Holland bij. De gemeentelijke bijdrage van Gouda aan de publiekrechtelijke verbonden partijen bedraagt in 2025 op begrotingsbasis € 29,6 miljoen; aan de privaatrechtelijke partijen bedraagt de totale gemeentelijke bijdrage € 19,3 miljoen.
50%
€ 1.000
Bij samenwerkingsverbanden kunnen risico's ontstaan door: uittredingen van deelnemers, een niet-sluitende begroting, het verminderen van bijdragen aan regelingen door het Rijk of daling van reserves waardoor tekorten binnen de verbonden partij niet meer opgevangen kunnen worden. Maar ook verminderde afname van ondersteunende diensten die we als gemeente leveren, of andere markteisen. Verder kennen we ook het risico dat de gemeentelijke indexering geen gelijke tred houdt met de CAO ontwikkelingen van gemeenschappelijke regelingen.
Programmabegroting 2025-2028
69
De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt dan uit op € 7.125.000. De Monte Carlo simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 16.434.000. Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd.
Het benodigd weerstandsvermogen voor 2025 en verder bedraagt dan bij het opmaken van deze begroting € 23.559.000.
4.2.3.3 Beoordeling ratio weerstandsvermogensontwikkeling weerstandscapaciteit Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen van de gemeente verkregen. In onderstaand tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Omschrijving
2025
2026
2027
2028
Benodigd weerstandsvermogen grondexploitaties
7.125
7.125
7.125
7.125
Benodigd weerstandsvermogen going concern
16.434
16.434
16.434
16.434
Benodigd weerstandsvermogen totaal
23.559
23.559
23.559
23.559
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Beschikbaar weerstandsvermogen
31.559
23.339
24.940
24.557
Benodigd weerstandsvermogen
23.559
23.559
23.559
23.559
1,3
1,0
1,1
1,0
Weerstandsratio
Aangezien de inschatting van het benodigd weerstandsvermogen een momentopname betreft, terwijl het beschikbare weerstandsvermogen meerjarig wordt berekend, rijst de vraag in hoeverre het juist is, om de ratio meerjarig weer te geven. Overwogen kan worden om in komende begrotingen de ratio enkel voor het begrotingsjaar te presenteren, een werkwijze die in steeds meer gemeenten gevolgd wordt. Door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen met de benodigde weerstandscapaciteit kan een kwalificatie worden gegeven over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit. Hiervoor wordt onderstaande tabel gehanteerd. Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4-2,0
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-1,0
Matig
E
0,6-0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen. De weerstandsratio voor Gouda is 1,3. Dit betekent dat de gemeente Gouda voldoende in staat is om risico's op te vangen.
70
Programmabegroting 2025-2028
4.2.4 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt ook de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld. In het BBV is bepaald dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de jaarrekening en begroting. Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
GTK-richtlijn
Netto schuldquote
71,4%
84,1%
82,4%
84,5%
93,1%
96,3% < 90% = minst risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
71,1%
83,8%
82,1%
84,2%
92,8%
96,0% < 90% = minst risicovol
Solvabiliteitsratio
24,1%
21,6%
21,4%
21,3%
20,8%
20,4%
Netto - investeringsquote
1,0%
2,0%
3%
5%
5%
Structurele exploitatieruimte
7,0%
-0,2%
0,7%
0,0%
0,4%
0,3%
Grondexploitatie
8,0%
1,9%
4,4%
-1,0%
-0,9%
-0,5% < 10% = minst risicovol
Belastingcapaciteit
119,1%
126,8%
127,9%
127,9%
127,9%
< 20% = meest risicovol
5% < 0% en > 5% meest risicovol
127,9%
> 0,0% = minst risicovol
> 105% = meest risicovol
4.2.4.1 Toelichting Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto schuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2025 ongeveer 82% zijn en de jaren daarna oplopen naar ongeveer 96% eind 2028. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden berekend. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de periode 2025 tot en met 2028 neemt de solvabiliteit af van 21,4% tot 20,4%.
De VNG hanteert een signaalwaarde van 20% als minimum.
Programmabegroting 2025-2028
71
Netto - investeringsquote Voor het eerst is de netto-investeringsquote opgenomen in de begroting. De netto-investeringsquote is een maatstaf om te beoordelen of een gemeente voldoende investeert om een aanvaardbaar voorzieningenniveau te behouden. De netto-investeringsquote kent signaalwaarden voor zowel te lage als te hoge investeringen. De signaalwaarden voor lage investeringen bedragen 1% en lager, hierbij springt het waarschuwingslicht op oranje. De signaalwaarden voor hoge investeringen zijn 4% en 5%. Bij een netto-investeringsquote van meer dan 4% springt het waarschuwingslicht op oranje, en boven de 5% is sprake van een hoog investeringsniveau. Te lage investeringen kunnen erop wijzen dat een gemeente moeite heeft om de lopende uitgaven te beheersen. In dat geval zijn op termijn inhaalinvesteringen noodzakelijk. Te hoge investeringen leiden daarentegen tot een stijging van de netto-schuldquote, wat resulteert in oplopende schuldverplichtingen. Daarnaast leggen de hogere afschrijvingslasten van investeringen beslag op een groter deel van de exploitatie, waardoor er minder ruimte is voor bezuinigingen op de lopende uitgaven. De gemeente Gouda investeert volgens de begroting relatief veel in de komende jaren, wat duidelijk zichtbaar is in de grafische weergave van de netto-investeringsquote (zie hiervoor de paragraaf financiering).
Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft inzicht in welke mate de structurele lasten van de gemeente gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen in welke mate de gemeente in staat is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De begroting 2025-2028 van de gemeente Gouda laat zien dat de structurele lasten - met uitzondering van begrotingsjaar 2026 - volledig worden gedekt door structurele baten. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren betreft. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. In de periode 2025 tot en met 2028 ligt dit kengetal van de gemeente Gouda “veilig” onder de GTK-norm van 10%. Belastingcapaciteit Het kengetal ‘belastingcapaciteit’ geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle gemeenten.
De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten voor de burger. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Onder de woonlasten worden verstaan de ozb, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Een percentage boven de 100% betekent dat de woonlasten per huishouden hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Binnen de gemeente Gouda worden de hoge woonlasten veroorzaakt door het relatief hoge aanslagbedrag voor de rioolheffing, die nodig is om de financiering van de riolering toekomstbestendig te maken.
72
Programmabegroting 2025-2028
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente heeft op haar grondgebied een groot aantal kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, constructies, riolering, water en groen. Investeren in en onderhouden van kapitaalgoederen zijn belangrijk, omdat deze kapitaalgoederen een belangrijke bijdrage leveren aan de uitvoering van de programma’s van de begroting, zoals milieu, onderwijs en verkeer. Een aantal van de taken, waarop kapitaalgoederen betrekking hebben, is verplicht. Zo heeft de gemeente een wettelijke plicht rondom riolering en onderhoud van wegen. Ook leggen de kapitaalgoederen een aanzienlijk beslag op de gemeentelijke middelen. Dit geldt niet alleen voor de aanschaf als investering, maar ook voor de jaarlijkse exploitatiekosten die hieruit voortvloeien. Het gaat dan vooral om kosten van rente en afschrijving, kosten van groot en klein onderhoud en beheerskosten. Dit vergt duurzaam onderhoudsbeheer op basis van door de raad vast te stellen beleidskaders waaruit de voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting dienen te worden aangegeven. In deze paragraaf geven we een dwarsdoorsnede van de meerjarige uitgaven voor het onderhoud.