ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda
April 2022
Status: definitief
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
Ruimtelijke onderbouwing Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda
Gemeente: Plannaam: Plantype: Status: Datum:
Gouda Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Ruimtelijke onderbouwing Definitief April 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 4 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ....................................................... 7 2.1 2.2 2.3
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 7 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ............................................................................ 14 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 19 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
GELUID .................................................................................................................................................... 19 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 21 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 22 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 23 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 30 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 34 GROENSTRUCTUUR .................................................................................................................................... 38 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................
39 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 40 DUURZAAMHEID ........................................................................................................................................ 45
HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 46 HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 47 6.1 6.2
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 47 INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ........................................................................................................................... 47
BIJLAGEN BIJ DEZE ONDERBOUWING....................................................................... 50 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8
AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 50 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 51 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 52 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 53 WATERTOETS .................................................................................................................................... 54 AKOESTISCH ONDERZOEK GEVELMAATREGELEN ........................................................................................ 55 LANTSCHAP: CULTUURHISTORISCHE ONDERZOEK ...................................................................................... 56 MEMO GELIJKWAARDIGHEID WONINGSPRINKLER ................................................................................... 57
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Voorwillenseweg 151/151a in de bebouwde kom van Gouda bevindt zich achter de bestaande lintbebouwing (direct achter de Voorwillenseweg 151/151a) een onbebouwd perceel (hierna: projectgebied). Het perceel is in de huidige situatie onbebouwd en voorzien van hoogopgaande beplanting en bebossing. Er is geen bebouwing aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens een nieuwe vrijstaande woning te realiseren. Deze ontwikkeling is echter niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan ‘Goverwelle’, waarbinnen de gronden een woonbestemming hebben. Binnen deze bestemming ontbreken echter momenteel de juiste bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een woning. Deze ontwikkeling is daarom niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Ten aanzien van dit initiatief heeft de gemeente Gouda op 26 maart 2020 in een schriftelijk principebesluit aangegeven dat zij onder voorwaarden een positief standpunt inneemt. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, is de gemeente bereid af te wijken van het bestemmingsplan via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging van het projectgebied
Het projectgebied ligt áchter de Voorwillenseweg 151/151a in Gouda en staat kadastraal bekend als gemeente Gouda, sectie K, nummer 8763. In afbeelding 1.1 is de ligging van het perceel ten opzichte van zijn omgeving weergegeven (links) en ten opzichte van de grotere omgeving. Het projectgebied is hierop aangeduid met respectievelijk de rode ster en de rode omlijning.
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied ten opzichte de directe omgeving en ten opzichte van de omgeving (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
1.3
Huidige planologische regime
1.3.1
Algemeen
Het perceel ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Goverwelle’ van de gemeente Gouda. Tevens ligt het projectgebied binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Parapluherziening parkeren”. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen.
Afbeelding 1.2
1.3.2
Uitsnede geldende bestemmingsplannen in de huidige situatie (Bron: Ruimtelijke plannen)
Bestemmingen en strijdigheid
Bestemmingsplan Goverwelle Op basis van het geldende bestemmingsplan heeft het gehele perceel de bestemming ‘Wonen’. Verder is het perceel gedeeltelijk voorzien van de bestemming ‘Water’. Daarnaast geldt voor het gehele perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Binnen het perceel is een bouwvlak aanwezig, waarbinnen een maatvoering is opgenomen ten aanzien van de bouwhoogte en het aantal woningen. Tot slot is de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen’ opgenomen voor het gehele perceel. ‘Wonen’ De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, groenvoorzieningen en water. Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd, tot een maximum van twee woningen per bouwperceel met een gezamenlijke grondoppervlakte van maximaal 320 m² per bouwperceel. ‘Water’ De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water, recreatief medegebruik, duikers en groenvoorzieningen. Op deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m.
'Waarde - Archeologie' De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief 1.3.3
Strijdigheid
Het voornemen voorziet in de realisatie van een vrijstaande woning. Dit past qua bouw– en gebruiksmogelijkheden niet binnen de ter plaatse geldende bestemming. Op het perceel ligt geen bouwvlak. Daarnaast is een bouwaanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden: 2’ aanwezig, echter zijn er in de huidige situatie reeds 2 woningen gebouwd. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.
1.4
Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing
Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.
5.
6.
een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.10; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.
Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.
9.
1.5
een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.8. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.
Leeswijzer
Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de beleidsaspecten. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. In de hoofdstukken 5 en 6 wordt ingegaan op economische uitvoerbaarheid, vooroverleg en inspraak. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE
Huidige situatie
Het projectgebied ligt in het centrum van Gouda, áchter de Voorwillenseweg 151/151a. De percelen zijn in de huidige situatie onbebouwd en voorzien van hoogopgaande beplanting en bebossing. Er is geen bebouwing op de percelen aanwezig. Zie de luchtfoto in afbeelding 2.1 voor de huidige situatie. Het projectgebied wordt aan de noordzijde begrensd door de spoorlijn Rotterdam/Den Haag - Utrecht. Over dit spoor vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor geldt een invloedsgebied. Aan de oostzijde is woonbebouwing gesitueerd van de Madrigaalhof. Ten westen is een braakliggend woonperceel gesitueerd, voorzien van verwilderde opgaande beplanting en bebossing. Ten zuiden is de woonbebouwing van de Voorwillenseweg gesitueerd. In afbeelding 2.1, 2.2, 2.3, 2.4 en 2.5 zijn respectievelijk luchtfoto’s en een straatbeeld van de huidige situatie weergegeven.
Afbeelding 2.1
Overzicht projectgebied, bestaand water en historische doorzichten (Bron: Bekhuis Kleinjan)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
Afbeelding 2.2
Luchtfoto projectgebied (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.3
Luchtfoto projectgebied (Bron: Dronebeeld initiatiefnemer)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
Afbeelding 2.4
Straatbeeld huidige situatie projectgebied (Bron: Maps Google)
Afbeelding 2.5
Dronefoto huidige situatie projectgebied (Bron: Initiatiefnemer)
2.2
Gewenste situatie
Het voornemen is om in het projectgebied een vrijstaande woning te realiseren. De woning wordt gerealiseerd in directe aansluiting op de lintbebouwing aan de Voorwillenseweg. De ontwikkeling is zo opgezet dat het zoveel mogelijk aansluit bij de opzet van de huidige percelen en de bestaande historische doorzichten. Daarnaast wordt getracht de bestaande groenstructuren zoveel als mogelijk te behouden, zie ondermeer de afbeeldingen in deze paragraaf alsmede in hoofdstuk 6. Hiermee wordt zoveel mogelijk de erfstructuur en het groene karakter behouden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief Concreet gaat het om een vrijstaande woning met een bouwhoogte van circa 9,4 meter. De woning wordt met de voorgevel gesitueerd richting de Voorwillenseweg. Op de begane grond wordt de woonkamer, woonkeuken en bijkeuken gesitueerd. Op de eerste verdieping wordt de badkamer en de slaapkamers gerealiseerd. De tweede verdieping wordt ingericht als vliering voor opslagdoeleinden. Stedenbouwkundige aspecten Over het algemeen ziet de gemeente Gouda liever geen tweede-lijns-lintsbebouwing, maar de bestaande situatie hier in de omgeving van het projectgebied is reeds anders. Het plan omvat de bouw van een vrijstaande woning in de tweede lijn aan de Voorwillenseweg. De woning wordt gepositioneerd achter de dubbele woningen Voorwillenseweg 151 – 151a en 151b – 151c. De woning is bereikbaar via een bestaande ontsluitingsweg tussen Voorwillenseweg 149 en 149a welke wordt doorgezet middels een recht van overpad over het buurperceel. De ontsluiting van het perceel vindt plaats via een bestaande brug en een bestaand pad op het erf van Voorwillenseweg 149. Dit pad wordt doorgetrokken naar het perceel ten westen van het projectgebied, waarvoor ook plannen voor de bouw van een woning in voorbereiding zijn.
Hier maakt het toegangspad een bocht en bereikt het plangebied via een tweetal bruggen voor licht verkeer, zogeheten Omega-bruggen. Hiermee worden bestaande en te handhaven sloten overgestoken. Voor het huis zijn twee parkeerplaatsen voorzien. Over de middelsloot oostelijk van het huis komt een fiets-loopbrug. Het geplande rechthoekige pand staat met de lengterichting parallel aan genoemde sloten. Op het oostelijke deel van het terrein is een vergunningsvrij gebouw gepland. De woning bestaat uit een eenvoudige hoofdmassa, waarvan de nokrichting evenwijdig is aan de sloten, noord-zuid gericht. In afbeelding 2.6 en 2.7 zijn een plattegrond en overige bescheiden van de gewenste situatie opgenomen. Het gaat hierbij om indicaties/impressies.
Afbeelding 2.6
Impressie inclusief maatvoering nieuwe situatie kavel (Bron: Bekhuis Kleinjan)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
Afbeelding 2.7
Aanzichten, en bescheiden inclusief maatvoering nieuw aan te leggen bruggen en wegen (Bron: Bekhuis Kleinjan)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. In voorliggend geval wort de woning buiten de bebouwde kom gerealiseerd. 2.3.2
Gemeentelijk parkeerbeleid
Op 21 november 2018 heeft de gemeenteraad van de gemeente Gouda het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren’ vastgesteld. Het doel van de parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in Gouda. Het paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het gemeentelijke parkeerbeleid. In het paraplubestemmingsplan is bepaald dat ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hieraan wordt geacht te zijn voldaan indien het aantal parkeerplaatsen ten minste overeenkomt met het aantal parkeerplaatsen dat voor het betreffende gebied en de betreffende functie is genoemd in de tabel met parkeernormen zoals opgenomen als bijlage bij het paraplubestemmingsplan. Wat betreft verkeersgeneratie kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW bovengenoemde publicatie opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Hierbij wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde aangehouden. 2.3.3
Parkeren
Op basis van het bouwplan en de locatie specifieke kenmerken kan worden geconcludeerd dat dit voorliggend geval sprake is van een grote woning. Op basis van de “Parapluherziening Parkeren” dient bij grote woningen (>110 m² GBO) buiten de zone A en B uit te worden gegaan van 2 parkeerplaatsen per woning. Het projectgebied is, zie onderstaande afbeelding 2.8, van voldoende omvang om twee parkeerplaatsen op verkeersveilige wijze in te richten.
Afbeelding 2.8
2.3.4
Weergave nieuw aan te leggen parkeervoorzieningen (Bron: Bekhuis Kleinjan)
Verkeer
Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •
Woningtype: koop, vrijstaand; Verstedelijkingsgraad: Sterk stedelijk, Gouda. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief •
Stedelijke zone: binnen de bebouwde kom.
Uitgaande van de genoemde uitgangspunten geldt voor de woning een gemiddelde verkeersgeneratie van afgerond negen verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Voorwillenseweg kan deze extra verkeersgeneratie eenvoudig afwikkelen. De beoogde ontsluiting op de Voorwillenseweg zal plaatsvinden over het perceel ‘Achter Voorwillenseweg 149/149a’ en het perceel ‘Voorwillenseweg 149/149a’ teneinde de Voorwillenseweg te bereiken, zie afbeelding 2.6 en 2.8. Deze ontsluiting over deze percelen zal worden vastgelegd door middel van een recht van overpad over de betrokken percelen. Gelet op de lage verkeersintensiteiten op deze Voorwillenseweg is deze ontsluiting verkeersveilig te noemen.
Afbeelding 2.9
Aansluiting bestaande brug op de Voorwillenseweg (Bron: Initiatiefnemer)
De nieuwe woning is over deze ontsluitingswegen (zie afbeelding 2.6, 2.8 en bovenstaande afbeelding 2.9) goed bereikbaar voor de toekomstige bewoners. Om bij de woning te komen dienen enkele (nieuw aan te leggen) bruggen te worden overgestoken. De ontsluiting van het perceel vindt plaats via de bestaande brug (die de pijl in afbeelding 2.9 aanwijst) en het bestaande pad op het erf van Voorwillenseweg 149. Dit pad wordt doorgetrokken naar het perceel ten westen van het plangebied. Hier maakt het toegangspad een bocht en bereikt het plangebied via een tweetal bruggen voor licht verkeer, zogeheten Omega-bruggen. Hiermee worden bestaande en te handhaven sloten overgestoken. Over de middelsloot oostelijk van het huis komt een fiets-loopbrug. De verharding van het toegangspad zal halfverharding betreffen en heeft de bestaande breedte van circa 3,3 meter. Op deze weg is eveneens sprake van een meest optimaal en doelmatige afwatering richting de sloten en de open watergangen. Eveneens zullen op deze ontsluitingswegen geen voertuigen langdurig parkeren, zodat deze weg ten alle tijd vrij is van obstakels in geval van calamiteiten of bezoek van eventuele (lichte) hulpdiensten. De voertuigen zoals zichtbaar in afbeelding 2.9 zijn expliciet hier voor het drone-beeld geparkeerd, zodat goed zichtbaar is dat deze weg van voldoende omvang voor auto’s, busjes en andersoortige voertuigen is.
Eventuele hekwerken zijn gemakkelijk en snel te openen in geval van een calamiteit. 2.3.5
Conclusie
Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het beleidskader. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie de meest logische vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze Ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2.2 Toetsing aan de Ladder De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. • •
11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).
De voorgenomen ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Gezien het voornoemde wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3
Conclusie toets aan het rijksbeleid
Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit plan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid Holland
De provincie Zuid Holland beschikt over een eigen omgevingsvisie en verordening. De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • • • •
Introductie op het omgevingsbeleid; Een ontwikkelingsrichting, bestaand uit ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.
Met betrekking tot de bovenstaande onderdelen zijn op verschillende onderdelen beleidsbeslissingen genomen. In het kader van dit plan zijn met name de beleidsbeslissingen ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’ en ‘verstedelijking en wonen’ van belang. De beleidsbeslissingen zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie werken door naar regels in de omgevingsverordening. In voorliggend geval is met name artikel 6.10 lid 1 (Stedelijke ontwikkelingen) van de omgevingsverordening van belang. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk stads- en dorpsgezicht In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie is zich bewust dat er grenzen zitten aan de mogelijkheden om te verdichten. Het bepalen of de woningbehoefte binnen de bebouwde ruimte opgevangen kan worden, is niet alleen een technische afweging (is het fysiek mogelijk om de woningbehoefte te accommoderen) maar bevat ook kwalitatieve elementen.
Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur onder andere uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Artikel 6.10 (Stedelijke ontwikkelingen) “Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening;” 3.2.2
Conclusie aan het provinciaal beleid
In dit geval wordt een enkele woning gerealiseerd nabij een reeds bestaand bebouwingslint. De woning wordt gerealiseerd nabij bestaande bebouwing in bestaand stedelijk gebied. Dit is in overeenstemming met de ambitie van de provincie om de bebouwde ruimte beter te benutten door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in lijn is met de hiervoor beschreven ambities uit het Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid Holland. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het provinciale beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Ruimtelijke structuurvisie Gouda 2005 - 2030
3.3.1.1 Algemeen De ruimtelijke structuurvisie biedt een kader waarbinnen toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen kunnen gaan plaatsvinden in Gouda. De gemeente Gouda toetst nieuwe bouw- en beleidsplannen aan de hand van deze structuurvisie. Als gevolg van de geplande stedelijke ontwikkelingen in de stad en de Zuidplaspolder zal de positie van Gouda ingrijpend gaan veranderen. Waar Gouda lange tijd vooral een regionale verzorgingskern in het Groene Hart was, zal de stad zowel ruimtelijk als functioneel steeds meer met de zuidvleugel van de Randstad verweven raken. Feitelijk wil Gouda wat elke stad wil, namelijk een vitale stad zijn, nu en in de toekomst. Aan het realiseren van deze wens is voor de periode tot 2030 een aantal specifiek Goudse opgaven gekoppeld. Met betrekking tot voorliggend plan is met name de opgave ‘realiseren van voldoende, gedifferentieerde én aantrekkelijke woonmilieus’ relevant. 3.3.1.2 Realiseren van voldoende, gedifferentieerde én aantrekkelijke woonmilieus Gouda oefent een flinke aantrekkingskracht uit als woonstad in het groen. Mede hierdoor is er sprake van een krappe woningmarkt, vooral voor starters en mensen met lage inkomens. Dit wordt versterkt door het feit dat veel mensen te goedkoop wonen. Daarnaast wordt het huidige woningaanbod als te eenzijdig ervaren. Op al deze punten is verbetering gewenst.
3.3.1.3 Toetsing Voorliggend plan gaat uit van de realisatie van één enkele vrijstaande woning. Hiermee wordt op een beperkte wijze bijgedragen aan de ambitie om voldoende aanbod te hebben binnen de stad Gouda. Tevens wordt met het initiatief bijgedragen aan het aantrekkelijker maken van het woonmilieu, omdat een perceel voorzien van ruige opgaande beplanting en bebossing een nieuwe functie wordt gegeven. 3.3.2
Woonvisie Gouda 2015-2025
3.3.2.1 Algemeen De gemeente Gouda beschikt over een eigen woonvisie. Met deze woonvisie zet de gemeente de koers uit voor het wonen in Gouda voor de komende jaren. In de woonvisie wordt onderscheid gemaakt tussen 5 pijlers: • • • • •
Woon- en leefklimaat in Gouda: wijken met toekomstwaarde; Kwaliteit bestaande woningen: energetisch, veilig en levensloopgeschikt; Wonen voor iedereen: betaalbaar, beschikbaar en toegankelijk; Optimale voorraad: versnelling en vraagsturing in woningproductie; Wonen met zorg: een thuis voor kwetsbare groepen.
3.3.2.2 Toetsing Er is sprake van zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte aan deze woning. Samengevat wordt: • • •
bijgedragen aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat, aangezien er een nieuwe functie aan een perceel vol verwilderde opgaande begroeiing wordt gegeven; bijgedragen aan de doelstelling om woningen te realiseren; In voorliggend geval is sprake van de realisatie van een woning in het verlegde van het bestaande bebouwinglint aan de Voorwillenseweg. Aangezien initiatiefnemer inwoner is van Gouda, wordt met het initiatief tegemoet gekomen aan de vraag van de eigen inwoners.
Samengevat wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de woonvisie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in ruimtelijke onderbouwingen een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke onderbouwing vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, besluit milieueffectrapportage, waterhuishouding, verkeer en parkeren en archeologie en cultuurhistorie. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven.
4.1
Geluid
4.1.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2
Gemeentelijk beleid
De gemeente Gouda beschikt over eigen geluidsbeleid. Dit geluidsbeleid betreft het “Actieplan geluid 20182023” dat op 8 mei 2018 is vastgesteld. Het actieplan beschrijft welke maatregelen in Gouda getroffen worden om er voor te zorgen dat de leefomgevingskwaliteit wordt geborgd en de negatieve gezondheidseffecten door geluid in Gouda worden beperkt. Naast het gemeentelijke geluidbeleid is ook de “Beleidsregel Hogere waarden, 2018 regio Midden-Holland” van belang. Deze beleidsregel beschrijft hoe de gemeente Gouda bij ruimtelijke ontwikkelingen geluidsoverlast van wegen, spoorwegen en bedrijven wil beheersen en voorkomen. Een ruimtelijke ontwikkeling is bijvoorbeeld een nieuwbouwplan van woningen of een plan voor het aanleggen of wijzigen van een weg. Kortweg komt het beleid hogere waarden er op neer dat indien er een nieuwe woning of ander geluidsgevoelig gebouw mogelijk wordt gemaakt met een geluidsbelasting op de gevel die 5 decibel of meer boven de voorkeurswaarde (55 dB) uit de Wet geluidhinder ligt, deze woning of dit geluidsgevoelige gebouw dient te beschikken over een geluidsluwe gevel en tenminste één buitenruimte aan de zijde van deze geluidsluwe gevel. Het realiseren van een buitenruimte is vanuit dit beleid geen verplichting. 4.1.3
Situatie projectgebied
Met het realiseren van de woning wordt een nieuw geluidsgevoelig object gerealiseerd. Wegverkeerslawaai Langs alle wegen – met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidshinder (Wgh) geluidszonde waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg moet worden getoetst. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- en buiten stedelijke ligging.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief Algemeen In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
In voorliggend geval ligt het projectgebied binnen de wettelijke geluidszone van de Voorwillenseweg. Dit betreft een doorgaande straat met een 30 km/u-regime, welke geen geluidzone heeft. De geluidbelasting door wegverkeer op deze wegen wordt dan ook formeel niet getoetst aan de grenswaarden uit de Wgh. De geluidbelasting ten gevolge van deze wegen kan echter wel van belang zijn bij de beoordeling of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening”, bijvoorbeeld bij drukke 30 km/u- wegen. Naar inschatting is de verkeersintensiteit op deze weg niet dusdanig hoog dat in het kader van een “goede ruimtelijke ordening” een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is vereist. Het betreft een smalle, rustige weg die uitsluitend voor het bestemmingsverkeer gebruikt wordt. Daarom kan redelijkerwijs niet verwacht worden dat de voorkeurswaarde niet wordt gehaald. Verwacht wordt dat daarmee sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. Overige grotere wegen liggen op een relatief grote afstand van het projectgebied.
Onderstaande afbeelding 4.1 is bijgevoegd om de indicatieve geluidsbelasting van de omliggen wegen volgens de gegevens van de ODMH inzichtelijk te maken, en zo aan te tonen dat de omliggende wegen geen inbreuk maken op het woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners van de nieuw te bouwen woning.
Afbeelding 4.1
Uitsnede geluidskaart, projectgebied rode vlak (Bron: ODMH)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief Gezien vorenstaande wordt gesteld dat het aspect ‘wegverkeer’ geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Spoorwegen en industrielawaai Direct te noorden bevindt zich de intercitylijn Gouda-Utrecht. Het projectgebied bevindt zich binnen de wettelijke geluidszone van deze spoorlijn. In het kader van de noodzakelijke ruimtelijke procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval betreft het enkel het aspect spoorweglawaai, het onderzoek is opgenomen in bijlage 1 bij deze onderbouwing. De berekende geluidsbelasting LDEN bedraagt ter plaatse van de woning maximaal 67 dB. Het betreft de geluidsbelastingen zoals gemeten op de verdieping aan de noordgevel van de nieuwe woning. Deze geluidsbelasting is hiermee hoger dan de voorkeurswaarde van 55 dB. Een hogere waarde als gevolg van spoorweglawaai is in voorliggend geval benodigd, aangezien er ter plaatse niet aan de voorkeurswaarde wordt voldaan. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk als maatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard en er een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden.
De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Er kan dan ook een hogere waarde L DEN 67 dB voor de woning worden aangevraagd met betrekking tot de ten noorden gelegen spoorlijnen. Met het nemen van gevelmaatregelen kan er aan de maximale binnenwaarde van 33 dB worden voldaan, zie hiervoor ook bijlage 6 bij deze onderbouwing. Er is daarmee ter plaatse sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wat betreft het aspect spoorweglawaai. Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Daarom is het aspect industrielawaai buiten beschouwing gelaten. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op (individuele) milieubelastende functies in de omgeving van het projectgebied. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 4.1.4
Conclusie
Gezien vorenstaande wordt gesteld dat het aspect ‘geluid’ geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.2.2
Situatie projectgebied
Voor het projectgebied is door Kruse B.V. een actualiserend vooronderzoek op basis van norm NEN 5725 uitgevoerd voor het projectgebied. De aanleiding voor het actualiserend vooronderzoek is de voorgenomen woningbouw. De historische gegevens tot 2006 zijn in voldoende mate vastgelegd in eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het actualiserend vooronderzoek richt zich op de periode van 2006 tot heden. Ter plaatse van het besluitvormingsgebied zijn in de periode 2003 tot 2006 diverse bodemonderzoeken uitgevoerd conform NEN5740. Aangezien deze bodemonderzoeken meer dan 2 jaar geleden zijn uitgevoerd, is
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief een actualiserend vooronderzoek noodzakelijk om vast te stellen of de resultaten van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken nog voldoende actueel zijn. Het vooronderzoek dient om inzicht te krijgen in hoeverre (nieuwe) verontreinigingen kunnen zijn ontstaan na 2006 door huidige en/of voormalige (bedrijfs)activiteiten. Hieronder wordt het onderzoeksresultaat weergegeven. Voor het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Momenteel is de onderzoekslocatie grotendeels begroeid met riet en struiken en nagenoeg onbegaanbaar. Er zijn geen aanwijzingen (met uitzondering van de sloop van tijdelijke kassen op het noordwestelijke terreindeel) dat zich na 2006 significante wijzigingen hebben voorgedaan in de inrichting van het terrein. Er hebben na 2006 geen grondwerkzaamheden plaatsgevonden. De gegevens van de bodemonderzoeken uit de periode 2003-2006 zijn voldoende actueel en er is geen aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk. 4.2.3
Conclusie
De resultaten van het onderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het initiatief.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2
Situatie projectgebied
Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 4.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt opgemerkt dat de functie in het projectgebied niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
De regelgeving omtrent het vervoer van gevaarlijke stoffen via buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2
Situatie in het projectgebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het projectgebied (rode ster) en omgeving weergegeven. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief
Afbeelding 4.2
Uitsnede Risicokaart (Bron: PDOK)
Uit de inventarisatie blijkt dan ook dat het projectgebied: • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Afbeelding 4.3
Afstand tot buitenste spoorstaaf (Bron: Bekhuis Kleinjan)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Ruimtelijke onderbouwing, Achter Voorwillenseweg 151/151a, Gouda Definitief Spoor Gouda – Utrecht Uit de inventarisatie is gebleken dat in en nabij het projectgebied gevaarlijke stoffen worden vervoerd over het spoor. Ten noorden van het projectgebied (op exact 30 meter afstand, zie afbeelding 4.3) is het spoor Gouda – Utrecht gelegen. Over dit spoor worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Dit traject valt onder het landelijke Basisnet spoor (landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen). Conform het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes’ moet bij ruimtelijke plannen binnen 200 meter van transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd het groepsrisico worden beschouwd. Hoewel de kans op een incident bij dit vervoer bijzonder klein is, kan bij een incident stoffen vrijkomen die de veiligheid en gezondheid van omwonenden bedreigen. De externe veiligheidswetgeving is erop gericht, om de kans op een dergelijk incident te limiteren en de bescherming van de omwonenden te optimaliseren. Voor een goede ruimtelijke ordening is inzicht in de externe veiligheidsrisico’s nodig, deze toetsing vindt hierna plaats.
Tevens wordt ingegaan op de korte afstand tot de spoorlijn, de verschillende soorten gevaarlijke stoffen welke vervoerd worden, de kans op incidenten met bijbehorende risico’s en tenslotte de maatregelen welke hiertoe genomen dienen te worden. Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Het risico voor personen die verblijven in de omgeving wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven.
Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. Bres in de polderdijk Voor het projectgebied geldt een overstromingsbeeld vanuit de regionale kering (polder) tot 1,0 meter waterdiepte. Aangezien de woning twee bouwlagen heeft is het vluchten naar een droge verdieping mogelijk. Bij het ophogen/bouwrijp maken zal de maximale overstromingsdiepte kleiner zijn. Voor dergelijke scenario's is in (generieke zin) ook aandacht bij de gemeentelijke klimaatstresstest. Aanvullende maatregelen in de ruimtelijke ordening worden voor dit plandeel niet nodig geacht. Groepsrisico Indien een projectgebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op: • •
de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet.
Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Incidenten met grote lekkage van gevaarlijke stoffen komen heel weinig voor. Het meest voorkomende type incident op wegen en spoorwegen is een lekkage van een brandbare vloeistof zoals benzine. Naast het voldoen aan het plaatsgebonden risico en het verantwoorden van het groepsrisico moet het bevoegd gezag daarom tevens ingaan op een keuze om te bouwen in het zogeheten plasbrandaandachtsgebied (PAG).