Rapportage over participatieproces VCP GO.pdf
Tekst van het document
58
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
gekeken wie waar prioriteit krijgt. Op die manier kan gezocht worden naar kwaliteiten voor het fietsnetwerk met een goede autostructuur als randvoorwaarde. De heer Frederiks, vertegenwoordiger van SOG, is benieuwd of de aantallen fietsers bekend zijn, dus wat de onderbouwing is van de dikte van de verkeersstromen. Hij ziet een sterke concentratie op een aantal dikke lijnen, met name bij de Bloemendaalseweg. En als dit wordt uitgebouwd, met het oog op de toekomst, moet ook Westergouwe door goede fietsroutes met Gouda worden ontsloten. Naar aanleiding van de vraag van de heer Frederiks, vertegenwoordiger van SOG, over het onderzoek van het aantal fietsers en de fietsroutes legt de heer de Baat uit dat het aantal fietsers en drukke fietslocaties zijn onderzocht aan de hand van (permanente) fietstellussen op veel plaatsen in de stad en uit onderzoek van de zogeheten jaarlijkse fietstelweken. In de binnenstad is geen onderscheid gemaakt in fietsroutes. De binnenstad zou zo veel mogelijk ingericht moeten zijn voor voetgangers. De doorgaande fietsers gaan over de Singels waar meer ruimte is om fietsers beter te faciliteren. Volgens de heer Van Gastel, vertegenwoordiger KHN, is er een duidelijke splitsing in de Markt, de Kleiweg en omliggende straten en is er wel degelijk sprake van een fietsroute in de binnenstad.
De heer de Baat, verkeerskundige GoudappelCoffeng, benadrukt dat de binnenstad wel goed bereikbaar moet zijn voor fietsers, maar dat de binnenstad niet bedoeld is voor doorgaand fietsverkeer. De heer Van der Wolf, programmamanager Gouda Onderneemt: Van buiten naar binnen, naar de binnenstad toe en vanuit de woonwijken kan gesteld worden dat dit het domein van de fietsers is. Dan is er ook het domein van de auto. In de binnenstad heb je liever geen auto’s, maar die moeten wel een plek krijgen aan de buitenkant. Dan krijg je de knelpunten en daar ga je keuzes maken. Waar kies je voor de auto en waar kies je voor de fietser. En dat zal iedere keer weer een keuze moeten zijn. Daar moet volgens hem naar toe worden gewerkt. Het Openbaar-Vervoer-netwerk Gouda is goed gelegen in de Zuidelijke randstad met directe treinverbindingen naar de grote steden Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Binnen Gouda zelf zijn er regionale bussen naar omliggende buurtgemeenten zoals de Krimpenerwaard. De R-net lijn is de drukst gebruikte bus binnen Gouda. Bij de inrichting van de wegen, en met name op de Singels, hebben we rekening te houden met die bussen. Voor het OV is een bepaald wensbeeld waar we naar toe willen werken om, ook vanuit het openbaar vervoer, de bereikbaarheid op peil te houden en verder te verbeteren. Het auto-netwerk
59
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
De heer de Baat toont enkele nieuwe beelden van het auto-netwerk. De beelden zijn gebaseerd op de principes van het mobiliteitsplan. Wat betreft het wegennet is sprake van een hiërarchie van wegen. De rijkswegen, de A20 en de A12, hebben de belangrijkste stroomfunctie. Daarna volgen de regionale/provinciale wegen als de N457, de N207 en de N228. Deze wegen hebben ook een verkeersfunctie, en zijn erop gericht om grotere hoeveelheden verkeer te verwerken. Binnen Gouda is er vervolgens nog sprake van een stadswegenstructuur van wegen met een verkeersfunctie. Dit betreft de Nieuwe Gouwe Oostzijde, de Burgemeester van Reenensingel, de Goudse Houtsingel en de Goverwellesingel. De gestippelde lijnen binnen Gouda op de kaart zijn de wegen die niet zijn bedoeld voor doorgaand verkeer, maar meer voor wijkgebonden verkeer. De laatste categorie, alle wegen die niet met lijnen zijn afgebeeld op de kaart, zijn de woonstraten. Dit zijn de straten waarbij de verkeersintensiteit het laagste is en de verblijfsfunctie centraal staat. Het woonplezier staat hier centraal. Bij iedere wegcategorie hoort een passende inrichting en een passend gebruik. Als deze niet in evenwicht zijn leidt dit vaak tot verkeersveiligheids-, leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblemen. Op de getoonde kaart worden al enkele knelpunten zichtbaar. Alle hoofdwegen zijn aan de westkant gesitueerd.
Gouda heeft hierdoor een soort V-structuur. Op zich logisch, aangezien hier ook de aansluitingen op de A12 en A20 zijn gelegen. Aan de Oostkant zijn de Goudse Houtsingel en de Goverwellesingel gelegen, maar deze hebben net weer iets minder capaciteit en kwaliteit dan de provinciale wegen. Met name voor verkeer op de noord-zuidrelatie zie je dat er goede wegen in Gouda ontbreken. De Nieuwe Gouwe O.Z. kan prima wat verkeer verwerken en ook de Goudse Houtsingel, maar de wegen in het tussenliggende gebied zijn niet ingericht op een verkeersfunctie. De routes waar aanwonenden hinder ervaren zie je daardoor in dit kaartbeeld goed terugkomen. De verkeersdruk en de verkeersveiligheid staan hier onder druk. De Koningin Wilhelminaweg fungeert als de ontbrekende schakel aan de westkant. En verder is er de sluiproute tussen de Haastrechtsebrug en de Bodegraafsestraatweg. Deels komt dit doordat dit de kortste weg is voor bepaalde relaties, maar ook omdat de hoofdwegenstructuur aan de westkant vaststaat (N207 en A20). Rijkswaterstaat is bezig om de doorstroming op de A20 te verbeteren. De N207 kent in de ochtend- en avondspits doorstromingsproblemen; er zijn maatregelen op het oog om de doorstroming aan te pakken. De heer van der Wolf, programmamanager Gouda Onderneemt, deelt zijn zorgen voor het bedrijfsleven en de grote voertuigen op de Rotterdamseweg en de Koningin Wilhelminaweg.
Hij is van mening dat een goede ontsluiting van het industriegebied voor het vrachtverkeer van belang is. Dit komt later in deze presentatie terug in het vrachtautonetwerkkaart, aldus de voorzitter. De heer de Baat, verkeerskundige Goudappel Coffeng, vervolgt zijn verhaal. Voor een goed functionerend wegennet - dat ook de juiste randvoorwaarden kan bieden voor leefbare woonwijken en een aantrekkelijke binnenstad – moet je het verkeer zo veel mogelijk concentreren op wegen die daarvoor bedoeld zijn (de wegen die als doorgetrokken lijnen zijn weergegeven). Het vrachtverkeer dat aan de Hollandse IJssel moet zijn kan prima via die 60
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
stippellijn rijden. Als het verkeer maar zolang mogelijk de hoofdwegen blijft volgen, en via de kortste route naar de eindbestemming rijdt om zo de druk op wijkstraten en buurtstraten zoveel mogelijk te beperken. De heer de Baat toont (als voorbeeld) enkele routes (vanuit Google Maps) vanuit Krimpenerwaard richting de A12 in noordelijke richting. Hier komen 3 routes uit: 1. Via de N207 via de westkant naar de A12 2. KW weg en de Goudse poort 3. De Joubertstraat en de Bodegraafsestraatweg. Alle drie de routes hebben, zonder verkeer, dezelfde reistijd. De kortste weg is via de Joubertstraat en de Bodegraafsestraatweg. De N207 en de Goudse poort zijn qua verkeer druk. Hierdoor is het te verleidelijk om een andere route te nemen. Vandaar het hoge percentage doorgaand verkeer via binnenstedelijke noord-zuidroutes. De Goudse Houtsingel / Goverwellesingel - die beter is ingericht voor meer verkeer - komt nog niet als aantrekkelijke route eruit. Hoe kunnen we die route nu aantrekkelijker maken, terwijl deze geografisch gezien minder logisch is, omdat een lus (met extra reisafstand) moet worden gemaakt? Hoe kunnen we de wegen anders inrichten om het verkeer beter te verdelen? De heer Voogt, voorzitter Gouda Onderneemt: het doorgaande verkeer op de Singel was maar 8%. Ten opzichte van de andere 92% is dit hartstikke weinig.
En dan is nog de vraag wat is doorgaand verkeer? Tellen we de busbewegingen en de taxi’s mee? In april zijn vragen gesteld over sluipverkeer en doorgaand verkeer. Hoe constateer je nu wat sluipverkeer is en de constatering dat het doorgaande verkeer beperkt is? De heer van Erk, secretaris Gouda Onderneemt wil hier graag verduidelijking over. De heer De Baat, verkeerskundige GoudappelCoffeng licht toe dat eerder op alle invalroutes naar Gouda is gemeten en een kentekenonderzoek is geweest. Als verkeer binnen afzienbare tijd elders Gouda weer uitrijdt wordt dit gezien als regionaal doorgaand verkeer, dus zonder bestemming in Gouda. Hierbij werd gezien dat op de Haastrechtsebrug en Bodegraafsestraatweg ongeveer 20% van het verkeer wat daar de stad in rijdt als regionaal doorgaand verkeer wordt aangemerkt. Vervolgens verspreidt zich dat over de verschillende routes. Op de Jouberstraat en de Bodegraafsestraatweg Zuid zit dat tussen de 12 en 15%. Deels is dat verkeer dat gaat sluipen vanwege de verkeersdrukte op de westkant. Rijkswaterstaat is bezig om de A20 te verbreden, om te zorgen voor een betere doorstroming. Daarnaast bekijken de gemeente Gouda en de provincie wat mogelijk is op de N207. Op die manier wordt wel gekeken om het verkeer op de juiste plek te krijgen. 85% van het verkeer is verkeer dat een herkomst of een bestemming heeft in Gouda.
Willen we hier ook stimuleren dat het verkeer gebruik maakt van de hoofdwegen? Tegelijkertijd willen we ook het fietsnetwerk stimuleren, zodat de meeste verplaatsingen binnen Gouda op de fiets gebeuren. Dat vergt minder ruimte, en het is goed voor de verkeersveiligheid.
61
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Mevrouw Beekes, secretariaat Gouda Onderneemt, vraagt of het sparen van de Bodegraafsestraatweg reëel is. De heer de Baat, verkeerskundige GoudappelCoffeng geeft aan dat het gebruik en de inrichting van deze weg nu niet in balans zijn. Enerzijds is het een verblijfsfunctie voor de mensen die daar wonen en anderzijds is de Reeuwijkse Randweg die is aangesloten op de Bodegraafsestraatweg een in- en uitvalsweg naar Gouda. Hoe kunnen we deze problemen verzachten, maar wel zo dat het in balans is om de bereikbaarheid op orde te houden. De inrichting en de eventuele vervolgstappen zijn een politieke afweging. Het is aan ons om objectief inzichtelijk te maken wat je zou kunnen doen en wat de effecten daarvan kunnen zijn. De heer Frederiks, vertegenwoordiger van SOG, vraagt wat dan wel de gewenste maatregel is. Bij Reeuwijk is een groot industrieterrein. Merendeel van het verkeer gaat niet over de A12. Volgens de heer de Baat is het wensbeeld , en zo is het ook vormgegeven, om het terrein via de noordkant te ontsluiten en via de noordkant via Reeuwijk op de A12 te verbinden. Kunnen we aan de noordkant een in- en uitvalsweg verzinnen of moeten we het zo accepteren? Dat is een afweging die moet worden gemaakt in dit verhaal. De aanwonenden van de Bodegraafsestraatweg pleiten voor een doorsteek tussen de Reeuwijkse Randweg en Bloemendaal Plaswijck.
In het geschetste voorbeeld van de heer van Gastel, vertegenwoordiger KHN, komt duidelijk naar voren dat de theorie en de praktijk twee verschillende dingen zijn. Volgens hem kan dit ten koste gaan van de ondernemers als dit toevallig anders uitpakt. Dat raakt de ondernemers direct en is niet meer terug te draaien. Hij is hierdoor huiverig om een wensbeeld te koppelen aan een theoretische oplossing. De voorzitter benadrukt dat elk afzonderlijk wensbeeld geen doel op zich is. Een wensbeeld per modaliteit is met opzet eerst even geïsoleerd bedacht. Dit doe je met als doel om ze daarna op elkaar te leggen. Dan blijkt waar je een wensbeeld kunt realiseren en waar dat knelpunten oplevert. Op een aantal plekken blijken de wensbeelden onverenigbaar. Op die plekken moet je dan keuzes maken welke modaliteit prioriteit krijgt of hoe je door bijvoorbeeld verkeersmaatregelen (eenrichtingverkeer) of een andere inrichting toch tot een evenwichtig geheel kunt komen. De discussie hier moet gaan over de analyse van de knelpunten en daarna over de mogelijke maatregelen om zo dicht mogelijk bij de wensbeelden te komen. De Bodegraafsestraatweg is altijd druk geweest. De heer Van der Wolf, programmamanager Gouda Onderneemt: Het verkeer leidt je idealiter over de randweg.
Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Opties en/of alternatieven die worden aangedragen zijn: - Het instellen van een groene golf op de Goverwellesingel, en evt. het plaatsen van een extra stoplicht voor veilige voetgangers oversteek; - Snelheidsbeperkte maatregelen op de Goudse Houtsingel. 62
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Wat betreft de ontsluiting van de bedrijventerreinen meldt de heer De Baat dat de vrachtroutes zoveel mogelijk dezelfde hoofdstructuur volgen als het autoverkeer. De wens is om via de kortst mogelijke route vanaf de hoofdwegen naar de eindbestemming te rijden. De meeste bedrijventerreinen zijn aan de westkant van Gouda gelegen waar ook de meeste wegen zijn gelegen die een verkeersfunctie kennen. Voor de binnenstad geldt dat toegangspunten nodig zijn om alles goed te ontsluiten. De bevoorradingsweg voor het laden en lossen in de binnenstad dient ook gefaciliteerd te worden. Bij elk type weg moeten de functie en de inrichting in samenhang zijn. Berekeningen en effecten volgens de landelijke richtlijnen In het mobiliteitsplan zijn een aantal wegtypes benoemd: - Stadsweg - Stadstraat - Wijkstraat - Woonstraat Bij elk type weg behoren bepaalde kenmerken hoe je die straat moet inrichten, hoeveel verkeer er ongeveer over heen kan rijden om er in ieder geval voor te zorgen dat de functie van de weg, de inrichting van de weg en het gebruik in samenhang is, zodat de veiligheid, de bereikbaarheid en de leefbaarheid op orde is.
Binnen Gouda kent men 6 verschillende wegtypes: - De stadswegen (bijv. de Van Reenensingel): hier kunnen – afhankelijk van de inrichting – tot maximaal 20.000 tot 35.000 auto’s per dag overheen - De stadstraten (de Nieuwe Gouwe Oostzijde): maximaal 15.000 auto’s - 30km/u-stadsstraten, dit is bijvoorbeeld de Koningin Wilhelminaweg. Ook bij deze weg is de functie en de inrichting van de weg niet in balans. In het mobiliteitsplan is deze weg dan ook aangemerkt als 30km/u-stadsstraat. Om met lagere snelheden de verkeersoverlast te verminderen, en de verkeersveiligheid te verbeteren. In deze 63
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
-
straten past dan ook een lagere intensiteit van het autoverkeer dan in een normale stadsstraat. Maar hier is wel maatwerk voor nodig om te beoordelen wat nog passend is. Wijkstraten (bijv. Singels in de binnenstad en de Joubertstraat): intensiteit tot maximaal 8.000 per dag. Woonstraten / 30km-zones, het overgrote deel van de straten en wegen in Gouda is een woonstraat: doorgaans is de passende intensiteit tot max 4.000 per dag
Knelpunten zijn te zien op: - Bodegraafsestraatweg - Tussen de Haastrechtsebrug en Reeuwijk, o.a. Joubertstraat - De Singels De functie en het gebruik zijn op de wegen niet in evenwicht, waardoor de leefbaarheid en veiligheid onder druk staat. De heer Voogt, voorzitter Gouda Onderneemt, geeft aan dat op de Singels de intensiteit wordt teruggebracht van 10.000 naar 8.000 auto’s per dag. Maar op de Goverwellesingel bijvoorbeeld is sprake van maximaal 35.000 auto’s per dag. Hij is benieuwd naar de reacties vanuit de bewoners van deze straten als terugdringen van verkeer op de singels bij hen leidt tot meer verkeer. De heer De Baat: De grens van 35.000 geldt niet voor de Goverwellesingel. De intensiteitswaarden voor de stadswegen is afhankelijk van de inrichting van de weg. De grens van 35.000 geldt enkel voor stadswegen met een inrichting van 2x2 rijstroken, bijvoorbeeld bij de Goudse Poort. De Goverwellesingel is 2x1 rijstroken met een aparte fietsstrook en hiervoor geldt een maximaal wenselijke verkeersintensiteit van 15.000 a 20.000 voertuigen per dag, uitgaande van goede en veilige oversteekvoorzieningen voor fietsers en voetgangers. Uitwerking van de berekeningen Voor de autobereikbaarheid geeft het Mobiliteitsplan beoordelingscriteria, onder andere voor de beoordeling van de doorstroming aan de hand van de reistijden.
De criteria uit het Mobiliteitsplan voor de doorstroming luiden als volgt: - Stadswegen: maximaal 50% langere reistijd in de ochtend- en avondspits t.o.v. de daluren - Naar bedrijventerreinen: max. 75% langere reistijd dan in daluren - Op zaterdagmiddag naar de binnenstad: max. 75% langere reistijd dan in daluren In 2017 werd aan al deze criteria voldaan. De enige notie die de heer De Baat hierbij maakt is de N207. In 2017 is de N207 niet beoordeeld omdat het een provinciale weg is, terwijl we weten dat de doorstroming op de N207 tijdens de ochtend- en avondspits niet voldoende is. Doorkijk naar 2030
64
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Als niets wordt gewijzigd aan het verkeerssysteem, dan neemt de reistijd in de spitsen op belangrijke routes aanzienlijk toe in de toekomst (berekeningen zijn uitgevoerd voor de toestand in 2030). De reistijden in de toekomst zullen fors oplopen door met name de verkeersproblematiek op de N207 en de Goudse Poort.
Aan de westkant zijn daarom infrastructuurmaatregelen op het oog om de doorstroming te verbeteren. Concreet gaat dit over het aanpassen van kruispunten en rotondes van de N207 om de capaciteit te vergroten. Kruispunten met verkeerslichten hebben meer verwerkingscapaciteit dan rotondes. Ook rond de spoorzone zijn maatregelen op het oog om kruispunten aan te passen voor een betere doorstroming en kortere wachttijden. In een stedelijk wegennet zijn de kruispunten namelijk maatgevend voor de hoeveelheid verkeer dat over een route verwerkt kan worden. De reistijden naar de verschillende bestemmingen binnen Gouda kunnen op die manier fors worden verbeterd. De verbeteringen aan de randwegen zijn een randvoorwaarde voor een goede autobereikbaarheid van Gouda.
65
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Het opwaarderen van de randweg zal niet meteen minder verkeer op andere wegen tot gevolg hebben. Het heeft onvoldoende effect op de routekeuze van veel autoverkeer. Er rijdt in dit scenario dus nog steeds te veel door de wijken en buurten, gezien de maximaal wenselijke intensiteiten per wegtype.
Marco de Baat licht verder toe wat het effect kan zijn als de verbeteringen aan de randwegen worden gecombineerd met het instellen van een aantal 30-km-zones. Die zorgen ervoor dat de ‘aantrekkelijkheid’ van die alternatieve routes door de stad wat afnemen, waardoor meer gebruik wordt gemaakt van de randwegen. Uit de berekeningen wordt echter duidelijk dat dit effect beperkt is tot een verschuiving van hooguit enkele procenten. Daarmee kan voor de diverse wijk- en buurtstraten opnieuw niet aan de maximaal wenselijke intensiteitsgrenzen voldaan worden.
66
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Mevrouw Beekes, secretariaat Gouda Onderneemt, vraagt waarom men de routekeuze probeert te beïnvloeden door gebruik te maken van verkeersborden. Er kan ook worden gedacht aan het beïnvloeden van navigatiesystemen om het verkeer over bepaalde wegen te leiden. Volgens de voorzitter tonen navigatiesystemen – afhankelijk van de eigen instellingen - de kortste of de snelste route. Maar als ergens congestie is geven ze op basis van actuele verkeersituatie een alternatieve route aan, vaak met reistijdwinst t.o.v. de oorspronkelijke route. Als de randwegen dus vaststaan, wordt automatisch een route voorgesteld via stadswegen, aldus de voorzitter. Het is zeer de vraag of de exploitanten van navigatiesystemen dat anders kunnen of willen doen. En zolang de gebruiker kiest voor de ‘snelste’ route in plaats van de ‘kortste’ route, zal bij congestie het systeem nog steeds alternatieven bedenken via minder gangbare of gewenste routes.
67
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
De heer de Baat licht verder toe dat niet alleen door verkeersborden de routekeuze wordt beïnvloedt, maar juist door aanpassing van de inrichting van de weg. Het aanpassen van verkeersborden en bewegwijzering zal maar zeer beperkte verkeerseffecten hebben.
De heer Voogt, voorzitter Gouda Onderneemt, refereert aan de term ‘lichte afname’. Waarom is een verkeersreductie op de Veerstal van -10% als lichte afname verondersteld, maar de afname van -5% op de Fluwelensingel ook? De heer de Baat: De Nieuwe Veerstal is eigenlijk een wijkstraat waar een bepaalde inrichting en gebruik van de weg bij hoort. Dat gebruik is volgens de richtlijn maximaal 8.000 voertuigbewegingen per etmaal. Nu is er sprake van 14.000 voertuigen per etmaal. Een afname van 5 à 10% is dus bij lange na niet genoeg om die ambitie van 8.000 te halen. Daarom noemen we dit een ‘lichte afname’. De heer van der Wolf, programmamanager Gouda Onderneemt, vraagt of de ambitie van de Veerstal en de bijbehorende inrichtingskenmerken zijn vastgelegd in het Mobiliteitsplan van 2017. Marco de Baat bevestigt dit. In het wensbeeld voor het autonetwerk is de Nieuwe Veerstal als wijkstraat aangegeven, en in het mobiliteitsplan is opgenomen dat volgens de richtlijnen hier een grenswaarde bij hoort van 8.000 verkeersbewegingen per dag. De voorzitter bedankt de heer De Baat en geeft de deelnemers de gelegenheid voor een rondvraag of laatste opmerking. ➢ De heer van der Wolf, programmamanager Gouda Onderneemt: De Rotterdamseweg staat nu als 30 km/u-straat. Volgens hem is deze weg belangrijk voor de bereikbaarheid van verschillende terreinen / wegen.
Hier rijden volgens hem veel zware voertuigen overheen. Volgens hem is dat vragen om ongelukken.
68
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢ Volgens de heer Van Erk, secretaris Gouda Onderneemt, zijn een aantal dingen in het vorige verslag nog niet aan de orde geweest. Hij wil graag een schriftelijke reactie hierop krijgen. De heer Corsel, projectleider gemeente Gouda, vraagt zich af wat de toegevoegde waarde is voor het beantwoorden van vragen die gaan over het sectorenmodel, aangezien dat model is losgelaten en geen uitgangspunt is voor deze participatieronde. De heer van Erk, secretaris Gouda Onderneemt, is van mening dat het sectorenmodel nog steeds een onderdeel is van de ladder, of in ieder geval een onderdeel hiervan zou kunnen zijn. De voorzitter geeft aan dat het sectorenmodel niet meer bestaat. In een poging om te komen tot een nieuw verkeerscirculatieplan komen natuurlijk wel herkenbare problemen aan de orde en in de zoektocht naar oplossingen komen natuurlijk mogelijke maatregelen naar voren, die ook onderdeel waren van het denken over het sectorenmodel. ➢ De heer van Erk, secretaris Gouda Onderneemt, vraagt hoe doelen en ambities kunnen worden gekwantificeerd, zoals bijvoorbeeld ‘autoluwe binnenstad’. De voorzitter vraagt de gemeente na te denken of en in hoeverre de ambities kunnen worden gekwantificeerd. ➢ De heer Van Aalst, Centrummanager SOG: Men heeft het doel om meer bezoekers te trekken naar de binnenstad. Hij is benieuwd hoe dit zich verhoudt tot de schema’s.
Volgens de voorzitter gaat het niet om minder bezoekers, maar om minder bezoekersbewegingen per auto. Het gaat juist om méér bezoekers – in het belang van de economie van Gouda - en hoe je dat in het verkeer regelt. Volgens de heer de Baat is de ambitie om de binnenstad te versterken en aantrekkelijker te maken, door o.a. te versterken wat al sterk is. Hierbij is rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen. Met o.a. de Westergouwe erbij, zal het gaan om extra verplaatsingen en extra bezoekers naar de binnenstad en dat zit in het model. Het wegennet voor de ochtend- en avondspits is hierop berekend. De bezoekers aan de binnenstad zullen met name buiten de spits en op zaterdagmiddag plaatsvinden. Dan zien we de verkeersproblematiek in de ochtend- en avondspits als maatgevend. De voorzitter vult aan: Als het OV, de fiets- en looproutes en parkeervoorzieningen op orde zijn, dan kan men meer bezoeken aan de binnenstad accommoderen zonder dat de openbare ruimte kwaliteit en de leefbaarheid aantast. De heer De Baat: In de ontwikkeling van het verkeerscirculatieplan vorig jaar zijn maatregelen bedacht om te kijken hoe de binnenstad aantrekkelijker kan worden gemaakt. Dit geeft onder meer ook inzicht in de gebruikers, gebruikersstromen en het in- en uitrijden van parkeergarages en dergelijke.
Mede op basis daarvan kunnen we de effecten van de verschillende maatregelen bepalen en kijken hoe de verkeersstromen op de beste wijze geaccommodeerd kunnen worden.
69
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢ De heer Frederiks, vertegenwoordiger van SOG: Aan de westkant worden rotondes omgebouwd en stoplichten geplaatst. Hij is benieuwd wat de maatregelen zijn aan de zuidkant. De heer de Baat: Aan de zuidkant worden ook maatregelen genomen aan de rotondes – denk aan capaciteitsuitbreiding door er turbo-rotondes van te maken. Wel zien we dat het rond Sluiseiland lastig is om extra capaciteit te realiseren, door alle bruggen en sluizen rond dit stuk. Bij een sluisopening is nu altijd een van de twee bruggen open, maar zien we wel dat de wisseling hiervan een impact heeft op de doorstroming. Daardoor is de zwakste schakel in de zuidelijke wegenstructuur het Sluiseiland. Uit de berekeningen blijkt dat de maatregelen aan de kruispunten en rotondes voor een betere doorstroming zorgen. ➢ Bij het onderwerp winkels gaat het volgens de heer Voogt, voorzitter Gouda Onderneemt, niet alleen over de binnenstad, maar ook over de verschillende wijkwinkelcentra. De wens is om de Bodegraafsestraatweg te ontmoedigen, terwijl winkelcentrum Bloemendaal daar dichtbij is gelegen. Het verkeer kan niet alleen worden ontsloten via de Burgemeester van Reenensingel. Ditzelfde geldt overigens voor meer plekken in Gouda. Als een route autoluwer kan worden gemaakt, dan heeft dit voordelen voor het overige verkeer, dus ook de bezoekers aan het wijkwinkelcentrum.
Dit is een onderdeel van de afweging, aldus de heer De Baat. De voorzitter sluit de bijeenkomst met de afspraken: ➢ Deelnemers ontvangen het bijgestelde verslag van de eerste bijeenkomst. ➢ De vragen uit het oude lijstje die in dit proces relevant en beantwoordbaar zijn, zullen zo veel mogelijk worden beantwoord door de gemeente. ➢ Deelnemers krijgen de presentatie toegestuurd. De deelnemers gebruiken deze presentatie voor het informeren van de achterban. Rondvraag ➢ De heer Voogt, voorzitter Gouda Onderneemt, verzoekt de voorzitter in het vervolg niet te onderstrepen dat de deelnemers zorgvuldig moeten omgaan met de gestuurde informatie, dat is vanzelfsprekend het geval. ➢ De heer Van der Wolf, programmamanager Gouda Onderneemt bedankt de gemeente Gouda voor de flexibiliteit en de wijze waarop deze bijeenkomst tot stand is gekomen.
70
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
12
Verslag derde bijeenkomst Gouda Onderneemt
Datum Tijd Locatie Aanwezigen
: : : :
Dinsdag 17 november 2020 van 10:00 tot 12:15 Huis van de Stad, Gouda Mette Corsel Marten van der Maas Joke Timmers Demi van Weerdenburg
Marco de Baat
Verkeerskundige, Goudappel Coffeng
Paul Weststrate Jim Pedd Nicole Dick
Voorzitter, Awareness Verslaglegging, Awareness Verslaglegging, Awareness
Hans van Aalst Hilde Beekes Don Frederiks
Centrummanager SOG Secretariaat Gouda Onderneemt Samenwerkende ondernemersverenigingen Gouda (SOG) Secretaris Gouda Onderneemt O.a. voorzitter ondernemersvereniging Kromme Gouwe Vereniging Bedrijventerreinen Gouda (VBG) Voorzitter Gouda Onderneemt Programmamanager Gouda Onderneemt
Gerard van Erk Marcus Schuchmann Peter van Vliet Nico Voogt Jan Willem van der Wolf
Afwezigen:
Teun Bokhoven E.C. Lafeber Lennart van Gastel Gerard van Nieuwpoort Gerben Roskam Peter van Vliet
71
Projectleider, gemeente Gouda Coördinator Binnenstad, gemeente Gouda Coördinator Team Economie, gemeente Gouda Coördinator Bedrijventerreinen, gemeente Gouda
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Voorzitter duurzaamheidsplatform Gouda Gouda Onderneemt Vertegenwoordiger Koninklijke Horeca Nederland (KHN) Vertegenwoordiging VBG (bestuurslid en penningmeester) Lid SOG Bestuurslid Vereniging Bedrijventerreinen Gouda
Bijlagen :
Presentatie gemeente Gouda (eerder separaat toegezonden)
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de bijeenkomst. Deze vindt in de raadszaal van gemeente Gouda plaats, omdat daar de anderhalve meter afstand gegarandeerd kan worden. Er zitten een aantal nieuwe mensen in de zaal; de voorzitter vraagt hen zich voor te stellen. Daarna staat de voorzitter stil bij de e-mail die Gouda Onderneemt donderdag 12 november verzond. In de mail staat dat Gouda Onderneemt zich kan vinden in het verslag van de tweede bijeenkomst. Ook staat er dat GO “behoudens suggesties het ontwerp van de maatregelen overlaat aan de deskundigen”. Gouda Onderneemt hecht wel grote waarde aan het toetsingskader, en ziet maatregelen “ter verbetering van de doorstroming op de N207 als harde voorwaarde voor eventuele vervolgmaatregelen in de stad”. De voorzitter vraagt de aanwezigen of het beeld klopt dat Gouda Onderneemt het dus voornamelijk over het toetsingskader wil hebben, waarbinnen de effectiviteit van maatregelen beoordeeld zal worden. Dat beeld wordt bevestigd door de aanwezigen. De agenda Vervolgens presenteert de voorzitter de agenda van de ochtend: • Opening door de voorzitter • Toelichting door verkeerskundige Goudappel Coffeng o Beoordelingskader door Marco de Baat o Autoluwe binnenstad door Marco de Baat • Slot o Vragen en discussie o Afsluiting met tussenconclusies en vervolgafspraken 2.
Toelichting door verkeerskundige Goudappel Coffeng De heer Marco de Baat van Goudappel Coffeng geeft een toelichting (zie de bij het verslag gevoegde presentatie). Hij zal eerst het beoordelingskader stap voor stap doornemen en vervolgens wil de heer De Baat in gesprek gaan met de aanwezigen over een autoluwe binnenstad. ➢ Gerard van Erk vindt dat een van de doelen van het VCP aangepast moet worden. Nu staat er nog ‘verbeteren economische bereikbaarheid’, maar dat zou verbreed moeten worden naar de economische effecten van invoering van stappen uit het VCP. Marco de Baat vertelt dat daar bij een latere sheet over gesproken zal worden. In de presentatie komt ook een aantrekkelijke binnenstad ter sprake, waarbij het ondernemersklimaat vanzelfsprekend van belang is. Hoe dat er uit zou moeten zien, is straks juist onderdeel van het gesprek.
72
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Over bovenstaande dia zijn een aantal vragen. ➢ Marcus Schuchmann vertelt ervaringen te hebben met modellen van de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH). Hij zegt dat het verbeteren van de luchtkwaliteit en de geluidsbelasting mooie doelen zijn, maar moeilijk meetbaar. Dat komt omdat de uitkomsten in de modellen sterk afhankelijk zijn van de waardes die in het model gaan. Wat nu binnen de kaders past, zou over vijf jaar mogelijk suboptimaal kunnen zijn. De vraag is dus of de modellen wel rekening houden met de mogelijke veranderingen in regelgeving. De heer De Baat vertelt dat milieumodellen inderdaad erg complex zijn. Maar het gaat om modellen met methodieken die binnen de landelijke wet- en regelgeving vastgelegd zijn, en op basis van de huidige normen. De heer Schuchmann vraagt daarop of de modellen wel voldoende rekening houden met wat de toekomst brengt. Over vijf jaar kan alles anders lopen, en is het nu niet mogelijk om maatregelen te nemen. De heer De Baat nuanceert dat beeld: het model wordt gebruikt om te kijken naar de feitelijke geluidsdruk en uitstoot van het verkeer. Het is aan de politiek om te bepalen wat er met die uitstoot en geluidsdruk eventueel gedaan moet worden. Daarop herhaalt de heer Schuchmann zijn bezwaren.
Hij zegt ook dat er nu bijvoorbeeld voor de Koningin Wilhelminaweg besloten kan worden dat de snelheid van 50 km/u naar 30 km/u moet om de uitstoot en geluidsbelasting te verlagen. Maar wat als er over vijf jaar 20 procent extra elektrische auto’s rijden, dan zou de snelheid 50 km/u kunnen blijven en waren maatregelen niet nodig. Mette Corsel stelt daarop voor om aan de omgevingsdienst te vragen hoe zij dit soort modellen maken. Gelden er bijvoorbeeld verschillende scenario’s? De heer Schuchmann wantrouwt de OMDH. Hij werkt zelf in het industriegebied in de Krommegouwe, waar een bepaalde geluidsruimte geldt. Een nabijgelegen
73
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
kantoor werd herbestemd naar een school, wat als gevolg had dat de geluidsruimte omlaag ging. Dat zou gevolgen hebben gehad voor het hele gebied. Pas nadat er gereageerd werd door de heer Schuchmann, keek de OMDH volgens hem op een andere manier naar de geluidsruimte en werden de waardes aangepast. ➢ Nico Voogt vraagt of aangewezen kan worden in welke straten van Gouda de luchtkwaliteit en geluidsbelasting niet op orde zijn. Hij wil graag weten of, indien de luchtkwaliteit op een singel verbetert, dit dan betekent dat het verkeer ergens anders meer gaat rijden, waardoor de luchtkwaliteit daar achteruit gaat? De heer De Baat zegt dat de luchtkwaliteit in Gouda met name bepaald wordt door achtergrondconcentraties zoals van het verkeer op de A12. De uitstoot daarvan verspreidt zich over heel de stad. Wat de luchtkwaliteit betreft, geldt op dit moment dat in heel Gouda aan de landelijke normen wordt voldaan. Voor beoordeling van effecten van het VCP wordt op stadsniveau gekeken naar de totale uitstoot van emissies om zo de luchtkwaliteit te verbeteren. Doordat uitstoot zich verspreidt, is het niet zo dat de luchtkwaliteit ergens drastisch achteruit zal gaan door een toename van het verkeer op die specifieke locatie, omdat uit de onderzoeken blijkt dat de achtergrondconcentraties maatgevend zijn.
➢ Gerard van Erk vraagt hoe de keuze gemaakt wordt om op de ene plek de luchtkwaliteit te verbeteren en de andere niet. Kan het zo zijn dat op de singels de luchtkwaliteit erop vooruit gaat, en vervolgens relatief omhoog - maar binnen de norm - op een randweg? Kunnen verbeteringen niet leiden tot een verslechtering van de verkeersveiligheid? De heer De Baat zegt dat de verschillen minimaal zijn. Het verkeer dat van straat a naar straat b rijdt, doet er minder sterk toe. De emissies spreiden zich al snel uit, waardoor de achtergrondconcentraties maatgevend zijn voor de luchtkwaliteit. Uiteindelijk is het aan de politiek om een keuze te maken ten aanzien van bepaalde doelen en het belang daarvan. Daarop benadrukt de heer Van Erk nog dat het belangrijk is om voor iedereen duidelijk te maken wat de eventuele gevolgen van keuzes zijn. Mocht bijvoorbeeld ingezet worden op vergroening om de luchtkwaliteit te verbeteren, kan dat volgens
74
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢
➢
➢
➢
➢
75
hem eventueel nadelige gevolgen voor de economische kwaliteit van Gouda hebben. De politiek moet hier goed over nadenken en afwegingen over maken. Joke Timmers van gemeente Gouda vertelt dat parkeren en parkeerkosten geen onderdeel uitmaken van het VCP. Daarvoor heeft de gemeente de parkeernota uitgebracht. Keuzes die daarin gemaakt worden, zullen gevolgen hebben voor het VCP. Ze wil graag weten hoe dat zijn reflectie vindt in de plannen die men nu maakt. Marco de Baat legt uit dat parkeren wel invloed heeft op de bereikbaarheid en in dat opzicht dus wel onderdeel is van het VCP. Als de binnenstad autoluwer moet worden gemaakt, heeft dat ook impact op het parkeerbeleid. Bepaalde zaken kunnen in de onderzoeken meegenomen worden, zoals hoe bezoekers gestimuleerd kunnen worden om te parkeren in de garages en op terreinen in plaats van op straat. Hans van Aalst denkt wel dat er veel zal gaan veranderen in de beleving van mensen. Hij zou parkeermaatregelen graag onderdeel willen maken van het VCP, of in elk geval de eventuele gevolgen. De heer De Baat zegt toe dit mee te nemen. Don Frederiks vertelt dat bereikbaarheid wat hem betreft meerledig is. Het is belangrijk dat ondernemingen goed bereikbaar blijven, voor bezoekers en leveranciers. Volgens de heer De Baat komt dat op een later moment in de ochtend ter sprake bij het onderdeel autoluwe binnenstad.
Gerard van Erk wil graag dat in de onderzoeken gekeken wordt naar verschillende zaken. Zo ziet hij graag onderzoek naar de verhouding tussen een groene binnenstad en een goede verblijfsomgeving. Dat laatste zou wellicht in kunnen druisen tegen de horecavisie waarin staat dat verdichting - met name rondom de markt - van belang is. Dat geldt ook voor mogelijkheden rond de Hoge en Lage Gouwe waar gekeken wordt om bezoekersverkeer per auto te weren. Aantrekkelijkheid van routes richting de haven en de IJssel zijn ook van belang. De heer De Baat bevestigt dat het belangrijk is voor een aantrekkelijke stad, dat de gemeente bereikbaar is voor inwoners, bezoekers èn ondernemers. De heer Van Erk zegt verder dat als er geen hub aan de rand van de stad komt, het weren van bezoekersverkeer per auto geen zinvolle exercitie is. Er rijden talloze busjes door Gouda, waarmee de bereikbaarheid van de gemeente er niet per se op vooruit gaat als auto’s geweerd worden. De heer De Baat wil het beeld nuanceren dat auto’s per se geweerd moeten worden. Het idee is om te kijken naar een binnenstad die bereikbaar en aantrekkelijk is. De vraag is wat een aantrekkelijke binnenstad is en die vraagt ligt straks voor. De heer Voogt vraagt Hans van Aalst of Gouda een aantrekkelijke binnenstad heeft. Daar antwoordt de heer Van Aalst bevestigend op. Maar het kan wel beter.
Daarop vraagt de heer Voogt hoe de winkelleegstand opgelost kan worden. Volgens de heer Van Aalst is bereikbaarheid daar een belangrijk onderdeel van, maar niet het enige. Het is belangrijk dat de stad heel goed bereikbaar blijft, en dat Gouda de groeikansen die er liggen aangrijpt. Om goed te kunnen kijken waar de meeste kansen liggen, is het van belang een nulmeting uit te voeren en bezoekerscijfers voor de binnenstad in beeld te brengen. Nico Voogt legt uit waarom hij deze vragen stelde. Voor corona was Gouda volgens hem een zeer aantrekkelijke, bruisende binnenstad. Desalniettemin was er rond de 8 procent leegstand. De vraag is volgens hem of leegstand afneemt door het VCP. Hij denkt namelijk dat leegstand vooral voortkomt uit de toename van online shoppen.
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
De heer Van Aalst zegt daar graag op een later moment over te willen spreken. Hij rondt af met de opmerking dat bereikbaarheid kansen biedt voor Gouda, met een compact centrum en enorm mooie elementen die de gemeente meer kan benadrukken in city marketing om zo meer bezoekers te trekken. Gerard van Erk concludeert daarop dat het tijd is voor een binnenstadsvisie.
➢ Joke Timmers van gemeente Gouda vraagt of er wel veel gesproken moet worden over het openbaar vervoer. De gemeente kan wel dingen willen, maar het OV-beleid is uiteindelijk aan de provincie. De heer De Baat nuanceert dat beeld iets. Provincie Zuid-Holland zet eens in de zes tot acht jaar een nieuwe concessie uit waar vervoerders op kunnen inschrijven. De vervoerders kunnen (binnen de concessie-regels) zelf kiezen welke lijnen ze willen rijden. Door als gemeente te sturen op OV-routes, zie je dat vervoerders daar rekening mee houden bij het maken van keuzes over hun routes. De gemeente kan zo met behulp van een OV-visie impliciet invloed uitoefenen. Hierover worden dan ook gesprekken gevoerd met de provincie.
76
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢ Peter van Vliet merkt op dat de kaart met bedrijventerreinen niet helemaal lijkt te kloppen. Daarin ligt nu voornamelijk nadruk op het westen van Gouda, terwijl er ook in het zuiden van de stad bedrijventerreinen liggen. De heer De Baat laat weten dat daar rekening mee gehouden is. Er wordt gekeken naar meer dan alleen de bedrijventerreinen in het westen van Gouda. Dit staan op een ander kaartje dat niet in de presentatie is opgenomen. ➢ Gerard van Erk vraagt of er ook gekeken wordt naar specifieke maatregelen om de op dia 9 gepresenteerde doelstellingen te realiseren. Dat is volgens de heer De Baat zeker zo. Hij zegt dat verkeersmanagement kan bijdragen aan het beter routeren of rondleiden van het verkeer. Dat zal aan de orde komen als er over maatregelen gesproken wordt. De heer Van Erk wil graag weten wat voor mogelijke maatregelen bekeken worden. Hij vraagt bijvoorbeeld of een samenwerking met Technolution mogelijk is. ➢ Mette Corsel van gemeente Gouda neemt het woord en zegt dat Technolution veel doet voor Gouda. Er is zeker contact mee om te kijken wat zij voor de gemeente kunnen betekenen. ➢ De heer van Erk geeft aan dat zij niet alle expertise zelf hebben om de effecten van mogelijke maatregelen op eigen kracht te doorgronden.
De voorzitter zegt dat de gemeente er alles aan zal doen om Gouda Onderneemt transparant en helder te informeren over eventuele maatregelen waaraan gedacht wordt. Dan kunnen die door Gouda Onderneemt in overleg met het door hen ingeschakelde verkeersbureau bekeken worden. ➢ Nico Voogt vindt het nog een te vaag verhaal. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af wat met punt 5, ‘robuustheid van het netwerk’ bedoeld wordt. Wat is robuust? Hij kent genoeg voorbeelden waaruit blijkt dat robuust een begrip is dat voor uiteenlopende interpretaties vatbaar is. De heer De Baat vertelt dat sommige criteria heel concreet in te vullen zijn, anderen iets minder. Robuustheid is er daar een van; het geeft aan in hoeverre het 77
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
verkeersysteem elders effecten ondervindt als ergens in het netwerk een incident plaatsvindt. Ook zal op een later moment gekeken worden naar andere meer subjectieve criteria, zoals ‘aantrekkelijke loop- en fietskwaliteit’. ➢ Marcus Schuchmann wil tot slot graag weten hoe het staat met de bereikbarheid van bedrijventerreinen. Hij hoopt dat dit beide kanten op werkt: van en naar de terreinen. Dat wordt bevestigd door de heer De Baat. Daarna is het tijd voor discussie. De volgende vragen liggen voor: • Hoe ziet een aantrekkelijke binnenstad er voor ondernemers uit? • Welke maatregelen zijn denkbaar / wenselijk? De voorzitter geeft allereerst het woord aan Hans van Aalst, centrummanager SOG. ➢ Hans van Aalst zegt dat een aantrekkelijke binnenstad van een aantal zaken afhangt. Belangrijk is een binnenstadsvisie die ook zaken als bereikbaarheid, marketing en parkeergelegenheid omvat. Het aanbod kan daar aan gekoppeld worden. Ondernemers zijn dan ook sneller geneigd om zich in de binnenstad te vestigen. Gouda moet ook zeker niet uitdragen dat er sprake is van leegstand, het tij moet gekeerd worden. Daarvoor is het ook van belang om de kansen die er liggen te grijpen: het aanbod dat er al is benadrukken, evenals de talloze bezienswaardigheden in de stad.
Ook zullen er keuzes gemaakt moeten worden: voor wie wil Gouda echt aantrekkelijk zijn? De regio (lokaal) of het toerisme (buitenaf)? Gouda zou ook een visie voor de twee opties kunnen ontwikkelen. Die twee groepen vereisen elk hun eigen benadering. Voor bewoners zijn ontmoetingsplekken bijvoorbeeld belangrijk, net als groen en de aanwezigheid van voldoende water. ➢ Marcus Schuchmann zegt dat de vraag wat een aantrekkelijke stad is vooral aan de bezoeker gesteld moet worden. De ondernemer speelt er volgens hem dan op in. Hij denkt wel dat bereikbaarheid het belangrijkste is, zodat iedereen snel overal kan komen. Ook een binnenstad met een divers aanbod van terrassen, horeca, verblijfsruimte en winkels is van belang. Maar het begint bij goede bereikbaarheid, waarbij mensen snel in het centrum kunnen komen. Dat geldt voor alle vormen van vervoer, niet alleen de voetganger of fietser, maar ook de OV-gebruiker en de automobilist. ➢ Jan Willem van der Wolf zegt dat een aantrekkelijke binnenstad onder meer bestaat uit een grote verscheidenheid in het aanbod en een prettig verblijfsklimaat. De beeldcommunicatie rond Gouda laat nu vooral terrasjes zien, evenals een paar toeristentrekkers. Dat is wat hem betreft te eenzijdig. ➢ Hans van Aalst stelt voor om uit te gaan van de identiteit van een gebied, en dat ‘DNA’ van een gebied te promoten.
Een voorbeeld is Lange Groenendaal, waar de promotie zich op fairtrade zou kunnen focussen. Zo kan je voor elk gebied wel een kenmerk bedenken om op in te spelen. ➢ Gerard van Erk vindt veel van wat gezegd is van groot belang, waaronder bereikbaarheid, groen en terrassen. Maar het is niet mogelijk om alles te doen, dus moeten keuzes gemaakt worden en die hangen af van welke middelen ter beschikking staan. De heer Van Erk vindt niet dat Gouda Onderneemt het in deze setting over deze zaken moet hebben. Dat is een taak voor SOG, Koninklijke Horeca Nederland en de gemeente. Zes of zeven jaar geleden werd er een binnenstadprogramma gemaakt. Daar moet nieuwe energie op, zodat er een lijst
78
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
met prioriteiten komt. Onderdeel daarvan is het betrekken van ondernemers in de binnenstad. Nico Voogt vindt dat er breder gekeken moet worden dan alleen de drie door de heer Van Erk genoemde groepen. Er is ook een breder platform dat spreekt over de binnenstad, waar ook gesprekken mee gevoerd moeten worden. Dat is een platform in wording, waar dit soort vraagstukken beantwoord kunnen worden. Mette Corsel zegt niet bekend te zijn met het nieuwe platform. Marten van der Maas van afdeling economie weet er wel van af. De gemeente is op dit moment niet aangehaakt bij de startgesprekken, maar zou er mogelijk wel bij willen en kunnen aansluiten. Jan Willem van der Wolf zegt dat het proces in de binnenstad plaatsvindt en het proces ruimte moet krijgen. Er is bijvoorbeeld een onafhankelijk voorzitter. Afdeling economie weet er wel van af en de heer Van der Wolf houdt hen op de hoogte van eventueel relevante ontwikkelingen.
➢ Gerard van Erk zegt dat de discussie over ruimtegebruik en parkeren in de binnenstad al meermaals is gevoerd. Het gaat over de prijs en plek van parkeren en deze bijeenkomst is volgens hem niet de plek om dat verder uit te werken. Er moet goed gekeken worden naar de effecten, waar die uit voortkomen en hoe daarmee omgegaan moet worden. Ook dient er rekening gehouden te worden met bewonersbelangen. Hij concludeert met de opmerking dat deze bijeenkomst niet de juiste plek is voor de discussie over parkeren. ➢ Nico Voogt zegt vervolgens dat hij de discussie over auto’s op straat te eenzijdig vindt. Sommige mensen vinden auto’s lelijk, anderen fietsen. De vraag die voorligt, is wat een aantrekkelijke binnenstad voor de ondernemer is. De heer Voogt zegt dat een ondernemer het wellicht fijn vindt om een eigen parkeerplaats voor de deur te hebben, èn de mogelijkheid om 24/7 leveringen plaats te laten vinden, èn een terras
79
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
waar hij niet voor hoeft te betalen. Het is volgens de heer Voogt maar de vraag of een individuele ondernemer per se gebaat is bij een binnenstad met divers winkelaanbod, terwijl de auto aan de rand van de stad staat. Als een bezoeker het naar zijn zin heeft, is dat goed voor de ondernemer. De heer Voogt zegt dat hij het zich heel erg afvraagt en geen antwoorden heeft; het ligt er maar net aan wie je spreekt. Hij mist in de discussie tot nu toe wat er voor de ondernemer van belang is en ziet te veel focus op wie de stad wil bezoeken. De voorzitter vraagt de aanwezigen daarom te reflecteren op deze vraag, en aan te geven wat voor de ondernemer van belang is in een aantrekkelijke binnenstad. ➢ Gerard van Erk zegt dat de heer Voogt terechte vragen stelt. Die kunnen op dit moment tijdens de sessie niet beantwoord worden. ➢ Hans van Aalst wijst erop dat er net een ondernemersontbijt is geweest, waar wellicht iets over gezegd kan worden. ➢ Mette Corsel zegt dat het goed is om na te denken over stadslogistiek. Die kan duurzamer gemaakt worden door bijvoorbeeld in te zetten op elektrische voertuigen. Maar voor binnenstads-ondernemers is het nog best moeilijk om daar knopen over door te hakken. Zij moeten investeren in nieuwe voertuigen en staan voor bepaalde praktische uitdagingen.
Voor de gemeente is het daarom van belang om bijvoorbeeld te kijken of er grote werkgevers zijn die bereid zijn te investeren in een stadsdistributie-hub. Zo kan er het volume komen dat zo’n hub ook echt mogelijk maakt en dan is het wellicht voor de kleinere ondernemers mogelijk om aan te haken. ➢ Gerard van Erk zegt dat er regionaal overleg is geweest waarin ook stadsdistributie is vastgesteld als regionaal doel. Het is wel al duidelijk dat dit voor ondernemers in Gouda alleen niet mogelijk is. Mette Corsel antwoordt dat de gemeente op dit moment een marktconsultatie doet om te kijken wat er allemaal mogelijk is. Onderdeel hiervan is ook het bepalen van de rol van de gemeente. Marco de Baat zegt dat het verkeerscirculatieplan in elk geval een kans vormt om iets te doen op het gebied van mobiliteit. Het VCP moet bijdragen aan een mobiliteitsvisie en daarvoor is het ook van belang om goed te kijken naar de binnenstad.
80
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Marco de Baat legt de definitie van doorgaand verkeer uit. Dat zijn volgens hem voertuigen die, nadat ze de binnenstad binnengereden zijn, daar binnen vijftien minuten weer uit rijden. Het kan zijn dat dit verkeer de stad doorrijdt als sluiproute, maar dit kan ook verkeer zijn dat bijvoorbeeld snel iemand afzet of ,kort moet laden/lossen, een pakketje bezorgen, of taxiverkeer. ➢ Don Frederiks vraagt of vrachtverkeer echt maar 2 procent is. De heer De Baat bevestigt dat. Het gaat om groot vrachtverkeer. Wat er volgens hem nu vooral relatief veel door de binnenstad rijdt, zijn lichte bedrijfsvoertuigen zoals bestelauto’s, bestelbusjes. Dit kunnen busjes zijn van pakketbezorgers, maar ook busjes van aannemers, glazenwassers, monteurs, etc. Daarop vraagt de heer Frederiks of een hub niet juist zorgt voor overslag van vrachtverkeer in busjes. Gerard van Erk reageert daarop en zegt dat de busjes nu vaak relatief leeg rijden. Door in te zetten op maximale benutting, wat makkelijker te regelen is via een overslag in een hub, kan je het aantal busjes dat rijdt terugdringen. ➢ Gerard van Erk vraagt of tweewielers ook fietsers omvatten. ➢ De heer De Baat zegt van niet: het gaat enkel om gemotoriseerd vervoer met kenteken. Gerard van Erk zegt verbaasd te zijn over het aantal bedrijfsauto’s dat rondrijdt, vooral gezien een eerder onderzoek.
Volgens de heer De Baat is het een realistisch aantal: het gaat om 2.000 voertuigen, wat correspondeert met 17 procent. Dat betekent dat er elke werkdag rond de 13.000 verkeersbewegingen zijn binnen de singels. De heer van Erk vindt dat veel, maar de heer De Baat legt uit dat het gaat om verkeer dat op drie verschillende plekken de stad in- en uitrijdt. Dit verkeer is niet geconcentreerd op één plek. Nico Voogt nuanceert het beeld van de heer Van Erk nog iets. Hij zegt dat er ook grote parkeergarages liggen die een verkeers-aanzuigende werking hebben. 81
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Bovendien is het van belang om onderscheid te maken in het type verkeer dat er rijdt. Het is 12:00u, de geplande eindtijd van de bijeenkomst. De heer De Baat zegt dat hij nog een aantal dia’s over heeft. Hij zal de dia’s per mail opsturen, zodat iedereen de informatie tot zich kan nemen. De volgende keer zal de bijeenkomst gaan over netwerkvarianten en de mogelijke effecten. Er zal gekeken worden naar vrachtverkeer, voetgangers, autovervoer enzovoorts. Het is nog even de vraag of dit pas tijdens de sessie besproken zal worden, of dat de presentatie alvast opgestuurd wordt, zodat iedereen goed voorbereid de sessie in kan gaan. ➢ Jan Willem van der Wolf zegt dat de verhouding tussen presentatie en discussie beter zou moeten. Het zou meer moeten gaan over dingen die niet bekend zijn. Hij vindt het jammer dat er pas tegen het einde van de bijeenkomst gesproken wordt over nieuwere aspecten, waar geen tijd voor was. Hij vraagt daarom of de presentatie vooraf opgestuurd kan worden. De gemeente en Goudappel Coffeng zullen daarnaar kijken. Nico Voogt ondersteunt de woorden van de heer Van der Wolf. Hij vindt het jammer dat de vraag wat ondernemers willen, niet als huiswerk is meegegeven, en nu nieuw aan de groep voorgelegd wordt. Dat betekent dat de aanwezige ondernemers nu eerst in gesprek moeten met hun achterban, om antwoorden te kunnen formuleren.
Nu was er volgens de heer Voogt te weinig tijd om hierover na te denken. De voorzitter reageert daarop dat de vraag die aan alle bijeenkomsten met Gouda Onderneemt ten grondslag ligt, juist is wat ondernemers willen. Bovendien krijgt – zoals eerder door GO gevraagd en in dit overleg besproken - Gouda Onderneemt zoveel mogelijk tijd om na te denken en de achterban te raadplegen. Via de mail en achteraf aanvullingen sturen is altijd mogelijk. De heer Voogt vraagt of presentaties eerder toegestuurd kunnen worden. De gemeente en Goudappel Coffeng zullen daarnaar kijken. ➢ Mette Corsel vraagt de aanwezigen of het mogelijk is om voor de kerst nog een sessie te plannen. Daar wordt in eerste instantie positief op gereageerd, maar of het mogelijk is hangt heel erg af van ieders agenda. De heer Van Aalst betwijfelt of het kan, aangezien de heer Frederiks niet aanwezig kan zijn. De aanwezigen zeggen toe hier nog goed naar te kijken en er via de mail op terug te komen. Nico Voogt zegt vervolgens dat een bijeenkomst voor de kerst niet mogelijk is. ➢ Gerard van Erk vraagt of het mogelijk is om de stappen met maatregelen uiteen te zetten. Dat biedt meer houvast en maakt het mogelijk om beter na te denken over eventuele stappen. Marco de Baat zegt dat het de bedoeling is om een stip op de horizon te plaatsen, wat men wil bereiken met alle maatregelen.
Vervolgens kunnen maatregelpakketten en varianten bedacht worden, die invulling geven aan de stappen die nodig zijn om tot die stip op de horizon te komen. Die stappen worden beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader dat vandaag is besproken. De heer Van Erk vraagt of het niet mogelijk is om eerst de stappen te bepalen en dan pas de stip op de horizon.
82
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
De heer De Baat zegt dat het juist van belang is om te kijken met welke stappen welke doelen behaald kunnen worden. De voorzitter rondt om 12:15u af.
-- EINDE --
83
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
13
Verslag vierde bijeenkomst Gouda Onderneemt
Datum Tijd Locatie
: : :
Maandag 25 januari 2021 van 09:00 tot 11:30 Digitaal via Zoom
Aanwezigen
:
Mette Corsel Christiaan Kwantes Marco de Baat Marten van der Maas
Projectleider, gemeente Gouda Verkeerskundige, Goudappel Verkeerskundige, Goudappel Coördinator Binnenstad, gemeente Gouda
Jan Eikema, Jim Pedd
Voorzitter, Awareness Verslaglegging, Awareness
Gilbert Bal Hilde Beekes Gerard van Erk Don Frederiks David Lansen Marcus Schuchmann
Roots Beleidsadvies Secretariaat Gouda Onderneemt Secretaris Gouda Onderneemt SOG INretail O.a. voorzitter ondernemersvereniging Kromme Gouwe bestuurslid SOG Bestuurslid Vereniging Bedrijventerreinen Gouda Voorzitter Gouda Onderneemt Programmamanager Gouda Onderneemt
Arjan Versteeg Peter van Vliet Nico Voogt Jan Willem van der Wolf
Afwezigen
:
Hans van Aalst Teun Bokhoven Lennart van Gastel E.C. Lafeber Gerard van Nieuwpoort Gerben Roskam Peter van Vliet
Centrummanager SOG Voorzitter duurzaamheidsplatform Gouda Vertegenwoordiger Koninklijke Horeca Nederland (KHN) Vertegenwoordiging VBG (bestuurslid en penningmeester Lid SOG Bestuurslid Vereniging Bedrijventerreinen Gouda
1. Opening, mededelingen en het verslag De vorige sessie met Gouda Onderneemt vond plaats op dinsdag 17 november 2020. Vandaag wordt vanwege de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan digitaal vergaderd. Eerder was het de hoop van Gouda Onderneemt dat de maatregelen snel verlicht zouden worden, zodat een fysieke vergadering mogelijk zou zijn. Een aantal deelnemers zijn iets later, waardoor de voorzitter kiest de bijeenkomst net iets later te beginnen. Om 09:09 begint hij met een korte introductie van zichzelf. Op verzoek van Gouda Onderneemt treedt de heer Jan Eikema op als voorzitter. De voorzitter vraagt de aanwezigen of de sessie ten behoeve van de verslaglegging opgenomen mag worden. Na vaststelling van het verslag zal de opname verwijderd worden. De heer Nico Voogt (voorzitter Gouda Onderneemt) heeft principiële bezwaren en om die reden wordt besloten de bijeenkomst niet op te nemen. Vervolgens houdt de voorzitter een korte voorstelronde. Het verslag van de sessie van 17 november is nog niet vastgesteld. Gouda Onderneemt kan zich naar eigen zeggen niet vinden in het verslag, maar wil geen concrete details noemen die gewijzigd moeten worden. Het voorstel van de voorzitter is daarom om het verslag vast te stellen, met aangehecht de reactie van de heer Voogt via de mail.
➢ Nico Voogt (voorzitter Gouda Onderneemt) geeft aan daar enkel mee akkoord te willen gaan als dat betekent dat het verslag technisch gezien niet vastgesteld wordt. Hij vindt het belangrijk dat de reactie van Gouda Onderneemt aan het verslag aangehecht wordt, zoals de voorzitter dat voorstelt. ➢ Gerard van Erk (secretaris Gouda Onderneemt) zegt moeite te hebben met het woord ‘vaststellen’. Gouda Onderneemt wil het verslag volgens hem enkel ter informatie aannemen. De heer Van Erk geeft aan geen gekke dingen in het verslag te zien, maar bepaalde details kan hij zich niet in vinden. Hij vindt het echter zonde van de tijd om die details te noemen. Daarom gaat ook de heer Van Erk akkoord met het voorstel van de voorzitter, zolang het geen formele vaststelling is. 2. De presentatie Christiaan Kwantes van Goudappel stelt voor om zijn presentatie in twee delen te splitsen. Zo kunnen tussendoor vragen gesteld worden. ➢ Gerard van Erk (secretaris Gouda Onderneemt) benadrukt dat de aanwezigen veel informatie krijgen en dat de reactietermijn kort is. Hij vindt het een uitdaging om dat tijdig en inhoudelijk goed te doen. Na die woorden presenteert Christiaan Kwantes het eerste deel. ➢ Gerard van Erk (secretaris Gouda Onderneemt) reageert als eerste. Hij zit met veel vragen.
In de basis steunt de heer Van Erk de plannen voor een betere doorstroming, maar de vragen die meermaals zijn gesteld blijven volgens hem staan: wat is het probleem dat hiermee opgelost wordt en hoe groot is dat probleem? Ook wil de heer Van Erk weten wanneer het wel goed zit. Bovendien pleit hij voor balans in de maatregelen; de hele stad afsluiten voor auto’s in ruil voor groen vindt hij geen goed 85
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
plan. Belangrijk is dan ook de volgordelijkheid van maatregelen. Tot slot hecht de heer Van Erk grote waarde aan metingen naar de economische effecten van maatregelen. De heer Christiaan Kwantes zegt dat later in de presentatie gekeken wordt naar de effecten. Wellicht dat de problemen voor Gouda niet duidelijk zichtbaar zijn, maar die sluimeren onder de oppervlakte wel. Volgens de heer Kwantes zijn in historische binnensteden een goede verblijfskwaliteit met een minder dominante auto, cruciaal voor het economisch functioneren van de gebieden. Dat kan volgens hem positief effect hebben op delen van Gouda die nu nog niet zo levendig zijn. ➢ Nico Voogt (voorzitter Gouda Onderneemt) geeft aan het gepresenteerde stuitend te vinden. Hij heeft de stellige indruk dat de zaken allang besloten zijn, waaronder de kruisingen op de N207 en de situatie rond de Nieuwe Veerstal. Hij hoort ook een aantal andere zaken waarover hij naar eigen zeggen verbijsterd is. Op persoonlijke titel merkt de heer Voogt op de indruk te hebben dat hij het verkiezingsprogramma van GroenLinks gepresenteerd heeft gekregen. Hij is bang dat bepaalde wensbeelden in de praktijk niet haalbaar zijn. Zo ziet de heer Voogt een versmalling van de Bodegraafsestraatweg waar volgens hem vrachtwagens elkaar niet meer kunnen passeren.
Woensdag aanstaande is een sessie met ondernemers, dan gaat hij het hierover hebben, maar de heer Voogt zegt het gevoel te hebben dat een paar stappen teruggezet zijn. Christiaan Kwantes zegt dat Gouda veel kansen voor het oprapen heeft liggen. De stad is nog wat ouderwets in opzet. Steden met een historische binnenstad positioneren zichzelf tegenwoordig veel meer als zodanig, waar Gouda daar nog in achterloopt volgens de heer Kwantes. Hij geeft ook aan dat bepaalde plannen die nu voorliggen niet direct in een keer tot praktijk omgezet zullen worden, zoals het verminderen van het autoverkeer op de Nieuwe Veerstal. Daarvoor moeten voorzichtig proeven uitgevoerd worden, omdat verkeerskunde nou eenmaal geen exacte wetenschap is. Daarom is het voorstel van Goudappel om bijvoorbeeld voor de Nieuwe Veerstal een pilot in de weekenden te houden. Jan Willem van der Wolf (programmamanager Gouda Onderneemt) merkt op dat een proef in het weekend niet representatief is. De heer Kwantes zegt dat het wel kan, zolang eerst goed gemonitord wordt waar hoeveel autoverkeer rijdt. Dat moet zowel in de weekenden als doordeweeks in kaart gebracht worden. Een proef in het weekend is volgens de heer Kwantes dan goed mogelijk door de data te extrapoleren.