Programmabegroting 2022-2025
Tekst van het document
Risico van uitgestelde zorgvraag, Acute zorg krijgt voorrang en veel reguliere zorg is uitgesteld tijdens de crisis. Door het lange thuis zitten vereenzamen ouderen, raakt jeugd in de problemen door toename huiselijk geweld, etc. Dit kan leiden tot een toename van de zorgvraag na de crisis.
Covid19
De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt dan uit op € 6.544.974.
88
Programmabegroting 2022-2025
De Monte Carlo simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 9.164.328. Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd.
Het benodigd weerstandsvermogen voor 2022 en verder bedraagt dan bij het opmaken van deze begroting € 15.709.302.
4.2.3.3 Beoordeling ratio weerstandsvermogensontwikkeling weerstandscapaciteit Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen van de gemeente verkregen. In onderstaand tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2022 na resultaat / 3e begr.wijz. 2021
2023
2024
2025
stand per 1 januari Beschikbaar weerstandsvermogen
35.635
30.605
32.288
35.472
Going concern
9.164
9.164
9.164
9.164
GREX
6.545
6.545
6.545
6.545
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
15.709
15.709
15.709
15.709
2,27
1,95
2,06
2,26
Benodigde weerstandscapaciteit:
Weerstandsratio
Aangezien de inschatting van het benodigd weerstandsvermogen een momentopname betreft, terwijl het beschikbare weerstandsvermogen meerjarig wordt berekend, rijst de vraag in hoeverre het juist is, om de ratio meerjarig weer te geven. Over een jaar zal het benodigd weerstandsvermogen immers lager zijn, omdat met name de grondexploitaties dan verder zijn gevorderd (met een navenante risicoreductie als gevolg). Overwogen kan worden om in komende begrotingen de ratio enkel voor het begrotingsjaar te presenteren, een werkwijze die in steeds meer gemeenten gevolgd wordt. Door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen met de benodigde weerstandscapaciteit kan een kwalificatie worden gegeven over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit. Hiervoor wordt onderstaande tabel gehanteerd. Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4-2,0
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-1,0
Matig
E
0,6-0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen.
Programmabegroting 2022-2025
89
De weerstandsratio kan voor Gouda ultimo 2021 als volgt worden berekend: 35.635 / 15.709 = 2,27 en kwalificeert dan ook als uitstekend.
4.2.4 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt ook de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de jaarrekening en begroting. Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025
normering GTK
Netto schuldquote
84,2%
100,5%
96,3%
101,9%
100,4%
102,0%
< 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
83,9%
100,0%
95,9%
101,5%
100,1%
101,6%
< 130%
Solvabiliteitsratio
17,6%
11,4%
15,2%
16,3%
18,3%
19,5%
> 20%
Structurele exploitatieruimte
6,2%
-4,3%
-0,5%
0,6%
1,1%
1,6%
> 0%
Grondexploitatie
5,6%
4,3%
4,1%
2,8%
1,0%
0,6%
< 10%
Belastingcapaciteit
133,9%
142,2%
129,0%
129,0%
129,0%
129,0%
100%
90
Programmabegroting 2022-2025
4.2.4.1 Toelichting Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De schuldquote van de gemeente Gouda vertoont de komende jaren een dalende tendens en beweegt zich rond de 100%. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Solvabiliteitsrisico Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de periode 2020 tot en met 2025 neemt de solvabiliteit toe van 17,6% tot 19,5%. De VNG hanteert een norm van 20% als minimum.
Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft inzicht in welke mate de structurele lasten van de gemeente gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen in welke mate de gemeente om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De begroting 2022-2025 van de gemeente Gouda laat zien dat de structurele lasten vanaf 2023 volledig worden gedekt door structurele baten. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren betreft. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. In de periode 2020 tot en met 2025 ligt dit kengetal van de gemeente Gouda “veilig” onder de GTK-norm van 10%. Belastingcapaciteit Het kengetal ‘belastingcapaciteit’ geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle gemeenten.
De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten voor de burger. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Een percentage boven de 100% betekent dat de woonlasten per huishouden hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Binnen de gemeente Gouda worden de hoge woonlasten veroorzaakt door het relatief hoge aanslagbedrag voor de rioolheffing, die nodig is om de financiering van de riolering toekomstbestendig te maken.
Programmabegroting 2022-2025
91
4.2.4.2 Conclusie De Goudse schuldquote wordt als neutraal bestempeld, omdat deze onder de VNG-norm van 130% zit. De schuldquote laat meerjarig stabiele trend zien. De solvabiliteitsratio is langzaam aan het toenemen richting de norm van 20%. De structurele exploitatieruimte laat zien dat vanaf 2023 de structurele lasten (waaronder die samenhangend zijn met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing)), meerjarig volledig worden gedekt door structurele baten. De woonlasten zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde aan de hoge kant. Er wordt een onderzoek gestart om Gouda binnen de top 25 van de duurste gemeenten te laten zakken binnen een periode van 10 jaar.
92
Programmabegroting 2022-2025
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente heeft op haar grondgebied een groot aantal kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, constructies, riolering, water en groen. Investeren in en onderhouden van kapitaalgoederen zijn belangrijk, omdat deze kapitaalgoederen een belangrijke bijdrage leveren aan de uitvoering van de programma’s van de begroting, zoals milieu, onderwijs en verkeer. Een aantal van de taken, waarop kapitaalgoederen betrekking hebben, is verplicht. Zo heeft de gemeente een wettelijke plicht rondom riolering en onderhoud van wegen. Ook leggen de kapitaalgoederen een aanzienlijk beslag op de gemeentelijke middelen. Dit geldt niet alleen voor de aanschaf als investering, maar ook voor de jaarlijkse exploitatiekosten die hieruit voortvloeien. Het gaat dan vooral om kosten van rente en afschrijving, kosten van groot en klein onderhoud en beheerskosten. Dit vergt duurzaam onderhoudsbeheer op basis van door de Raad vast te stellen beleidskaders waaruit de voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting dienen te worden aangegeven. In deze paragraaf geven we een dwarsdoorsnede van de meerjarige uitgaven voor het onderhoud.
We maken onderscheid in kapitaalgoederen in de openbare ruimte (bijvoorbeeld wegen, openbare verlichting, bruggen, openbaar groen en riolering) en gemeentelijke gebouwen (bijvoorbeeld Huis van de Stad, Schouwburg, Cultuurhuis De Garenspinnerij). Het onderhoudsbeleid is gebaseerd op de onderstaande nota's die door de raad zijn vastgesteld: Nota
Datum vaststelling
Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024
Vastgesteld op 19-02-2020
Verordening Voorzieningen Huisvesting onderwijs gemeente Gouda Vastgesteld op 19-02-2020 2020 Kadernota Vastgoed 2012
Vastgesteld op 12-12-2012
Nota kwaliteitsplan openbare ruimte (KOR)
Vastgesteld op 03-10-2005, actualisatie in 2018 (ter kennisname) aan de raad aangeboden
Nota lange-termijn-investeringen (LTI)
Vastgesteld op 25-05-2011
Nota beheerplan groot- en vervangingsonderhoud (GoVo)
Vastgesteld op 10-11-2012, actualisatie (ter kennisname) in 2018 aan de raad aangeboden
Klimaatadaptatiestrategie
Vastgesteld op 08-12-2019
Nota verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)
Vastgesteld op 06-03-2019
Nota onderhoud sporthallen en zwembaden
Vastgesteld op 27-06-2005
Omdat de onderhoudsbehoefte per jaar kan verschillen, kunnen de uitgaven ook jaarlijks verschillen. Daarom worden kostenegalisatievoorzieningen gebruikt waaraan jaarlijks een bedrag wordt gedoteerd. In een jaar dat er minder wordt uitgegeven dan begroot, groeit de voorziening en de middelen uit de voorziening zijn beschikbaar in een jaar waarin er meer wordt uitgegeven dan wordt toegevoegd aan de voorziening.
4.3.2 Onderwijsgebouwen 4.3.2.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor adequate onderwijshuisvesting van het primair, speciaal en voortgezet onderwijs. Overigens zijn de schoolbesturen sinds 2015 zelf verantwoordelijk voor al het onderhoud aan hun schoolgebouwen. Hiervoor ontvangen zij een vergoeding van het Rijk. De gemeentelijke gymnastiekzalen zijn in de dienstverleningsovereenkomst met Sport.Gouda ondergebracht. Sport.Gouda voert hier het beheer en onderhoud voor uit. De gemeente stelt jaarlijks een programma Onderwijshuisvesting vast waarin de huisvestings- (en daaraan gerelateerde) aanvragen van de schoolbesturen zijn opgenomen. Daarnaast heeft de Raad in februari 2020 het Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024 vastgesteld, waarin voor zes locaties een concrete nieuwbouw/ levensduurverlengende renovatie voor veertig jaar is bepaald. Uitgangspunt voor al het gemeentelijk beleid voor onderwijshuisvesting is de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Gouda, deze is in 2020 geactualiseerd en opnieuw vastgesteld.
4.3.2.2 Financiële middelen Dagelijks onderhoud Voor het groot en dagelijks onderhoud van de bruikleenscholen (waar de gemeente wel eigenaar van is, maar die zonder huurvergoeding ter beschikking worden gesteld) en gymzaal blijft nog wel budget nodig, evenals voor het meerjarig onderhoud aan de Burgemeester Martenssingel 15 (vanwege gebruik door de GSG).
4.3.3 Gemeentelijke gebouwen en objecten 4.3.3.1 Beleid Het Meerjarig OnderhoudsPlan (MOP) 2019-2058 is opgesteld op basis van de onderhoudsbehoefte per object. Het uit te voeren onderhoud wordt per jaar binnen het beschikbare budget geprioriteerd op basis van de conditie van een pand en de daarmee samenhangende risico’s.
Programmabegroting 2022-2025
93
De Goudse Schouwburg en het Huis van de Stad kennen een afzonderlijke onderhoudsvoorziening. Ook voor deze gebouwen is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld.
4.3.3.2 Financiële middelen Planmatig / groot onderhoud Het planmatig en het groot onderhoud worden verrekend via een aantal onderhoudsvoorzieningen (Schouwburg, Huis van de Stad, Stationsgarage en gemeentelijke objecten). Vanuit de exploitatie vinden dotaties plaats aan deze onderhoudsvoorzieningen. In de begroting wordt rekening gehouden met het volgende verloop van deze voorzieningen: Bedragen x € 1.000
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Stand 1 januari
2.096
2.723
2.658
2.597
2.211
1.721
Dotatie
1.893
1.386
1.378
1.380
1.380
1.381
Uitputting
1.266
1.451
1.439
1.766
1.870
1.547
Dagelijks onderhoud Voor dagelijks onderhoud (contract- en klachtenonderhoud) is € 225.000 begroot. Het dagelijks onderhoud voor de Schouwburg en het Huis van de Stad wordt via de eigen onderhoudsvoorziening afgewikkeld. Investeringen van voldoende omvang die levensduurverlengend zijn, worden aangemeld voor het concerninvesteringsplan.
4.3.4 Openbare ruimte (wegen, kunstwerken, water en groen) 4.3.4.1 Beleid Voor het dagelijks beheer van de stad wordt gewerkt de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus’ gebaseerd op de landelijke beeldsystematiek van het CROW. Vanaf 2019 stuurt Gouda zelf het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte aan. Het onderhoud is aanbesteed en gegund aan een aantal marktpartijen. De gemeente controleert de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud door maandelijks op 100 willekeurige punten kwaliteitsmetingen uit te voeren en via dagelijks toezicht op de uitgevoerde werkzaamheden. Het groot- en vervangingsonderhoud wordt uitgevoerd wanneer dit technisch noodzakelijk is op basis van door de raad vastgestelde normen. In het beheerplan is een lange termijn doorkijk gemaakt van de noodzakelijke onderhouds- en vervangingswerkzaamheden met een prognose van de benodigde financiële middelen. De nota Beheerplan Groot- en vervangingsonderhoud, waarin de staat van de openbare ruimte wordt beschreven met een meerjarige doorkijk, wordt geactualiseerd en eind 2021 aan de raad aangeboden. Dit proces volgt een tweejaarlijks cyclus. Indien de financiële middelen op de middellange termijn niet toereikend zijn, worden keuzes voorgelegd aan de raad.
4.3.4.2 Financiële middelen Groot- en vervangingsonderhoud openbaar gebied De kosten van groot onderhoud komen ten laste van de voorziening "Groot Onderhoud Openbare Ruimte" (GO-OR). Vanuit de exploitatie vinden dotaties plaats aan deze voorziening. Met ingang van de wetgeving Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om investeringen met maatschappelijk nut te activeren (investeringsbudgetten in meerdere jaren af te schrijven). Daartoe is er een reeks investeringsbudgetten opgenomen met, afhankelijk van de levensduur van de investering, verschillende afschrijvingstermijnen. Dekking van de afschrijvingslasten vindt plaats uit de egalisatiereserve afschrijvingen investeringen maatschappelijk nut openbare ruimte. Voor de totaal beschikbare middelen voor Onderhoud Openbare Ruimte (zowel de voorziening groot onderhoud als de investeringsbudgetten) geldt dat de beschikbare middelen zijn afgestemd op de onderhouds- en investeringsbehoefte. Vervangingsinvesteringen openbare ruimte worden op basis van het beheerplan openbare ruimte geprogrammeerd en komen ten laste van de investeringsbudgetten VervangingsInvesteringen Openbare Ruimte (VI-OR). In de begroting wordt rekening gehouden met het volgende verloop van deze voorziening groot onderhoud. Daarnaast is een reeks investeringsbudgetten VervangingsInvesteringen Openbare Ruimte opgenomen. Bedragen x € 1.000
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Stand 1 januari
6.706
6.225
5.389
3.623
2.602
2.225
Dotatie
3.737
3.439
3.241
3.241
3.241
3.241
Uitputting
4.218
4.275
5.007
4.262
3.618
4.173
Investeringsbudgetten Vervangingen Maatschappelijk Nut Openbare Ruimte
3.199
7.840
8.980
6.945
4.469
7.715
Civieltechnische kunstwerken (bruggen, kademuren, sluizen, tunnels en viaducten)
94
Programmabegroting 2022-2025
De vervangingsinvesteringen worden, conform de regeling Besluit begroting en Verantwoording, geactiveerd. De meerjaren kapitaallasten worden in de begroting verwerkt. De benodigde investeringsbudgetten worden opgenomen in het CIP. Herstel zakkende bodem Door de bodemgesteldheid (veenbodem) behoort de zakkende bodem nog steeds tot de grootste aandachtspunten en kapitaalintensieve beheeronderdelen van Gouda. Bodemdaling zorgt ook dat woningen, bedrijven en instellingen steeds lastiger toegankelijk worden. In gebieden waar geen grootschalig onderhoud staat gepland zorgt dit voor uitdagingen bij het realiseren van de doelstelling om Gouda voor iedereen toegankelijk te houden. De ophoogprojecten worden ook vanuit de voorziening groot onderhoud openbare ruimte betaald. In de Rioleringsprojecten worden ook meteen de noodzakelijke ophogingen meegenomen, zodat het gebied weer volledig is opgeknapt. Dagelijks onderhoud Voor het uitvoeren van het dagelijks onderhoud zijn de volgende middelen beschikbaar: Bedragen * € 1.000 2.1 Wegen / Kunstwerken - dagelijks onderhoud
Rekening 2020 3.474
Begroting 2021 3.659
Begroting 2022 3.820
Begroting 2023 3.831
Begroting 2024
Begroting 2025
3.628
3.642
2.4 Water - dagelijks onderhoud
431
588
736
880
829
829
5.7 Groen - dagelijks onderhoud
3.779
4.698
4.949
4.701
5.021
5.020
Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd door diverse gespecialiseerde marktpartijen waarbij de selectie van partijen via aanbestedingen plaatsvindt.
4.3.5 Riolering 4.3.5.1 Beleid In maart 2019 is het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2019-2023 (inclusief een doorkijk en planning over de lange termijn) door de gemeenteraad vastgesteld. Met ingang van 2020 zijn er, door de nieuwe financieringssystematiek , geen investeringsbudgetten Riolering meer opgenomen. Alle lasten worden direct uit de rioolheffing gedekt. De opbouw van de meerjarige kapitaallasten stopt daarmee. Binnen de GRP projecten worden (in het projectgebied) ook de noodzakelijke ophogingen meegenomen en gefinancierd vanuit het GRP. Ook is financiële ruimte gecreëerd voor het uitvoeren van de in december 2019 vastgestelde klimaatadaptatie strategie om de stad weerbaarder te maken tegen de effecten van klimaatverandering
4.3.5.2 Financiële middelen Gebaseerd op het GRP 2019 -2023 is de planning voor de jaaruitgaven en de inkomsten voor de komende jaren als volgt: Bedragen x € 1.000
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Stand voorziening per 1 januari
18.024
22.481
22.989
15.547
9.081
3.989
Totaal onderhoud incl. saldo BTW, kostentoerekening en kwijtscheldingen
11.119
12.383
12.762
13.193
12.696
12.423
Opbrengst rioolheffing
19.240
18.189
18.920
18.915
18.909
18.904
Dotatie aan voorziening
8.121
5.806
6.158
5.722
6.213
6.481
Onttrekking aan voorziening
3.664
5.298
13.600
12.188
11.305
8.466
4.3.6 Sportgebouwen 4.3.6.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de sporthallen, gymnastieklokalen en het Groenhovenbad in Gouda. De onderhoudsniveaus zijn vastgelegd in de Nota Sport en Bewegen in Gouda 2017-2022. Sport.Gouda verzorgt voor de gemeente de uitvoering van het groot- en dagelijks onderhoud. Dit gebeurt in nauwe samenspraak met de sportclubs. De sportclubs onderhouden zelf de eigen accommodaties. De dienstverleningsovereenkomst met Sport.Gouda is in 2017 met een periode van vijf jaar verlengd. Na deze periode kan, op basis van de evaluatie, besloten worden om nogmaals met vijf jaar te verlengen.
4.3.6.2 Financiële middelen Voor het onderhoud is een bedrag van rond de € 349.000 opgenomen als onderdeel van de dienstverleningsovereenkomst met Sport.Gouda. Dit bedrag is gebaseerd op het in de nota onderhoud sporthallen en zwembaden gekozen onderhoudsniveau.
Programmabegroting 2022-2025
95
Groot onderhoud Het meerjarenonderhoudsplan is in 2020 opgesteld en loopt tot en met 2029. Tussentijds wordt het geactualiseerd wanneer daar aanleiding toe is. Dagelijks onderhoud Het contractonderhoud (jaarlijkse onderhoudsbeurten van installaties, schilderwerk, servicecontracten) en het klachtenonderhoud maakt deel uit van de meerjarenonderhoudsplannen.
96
Programmabegroting 2022-2025
4.4 Financiering 4.4.1 Waarin geeft de paragraaf financiering inzicht? De paragraaf geeft inzicht in de ontwikkelingen in de financiering het begrotingsjaar en behandelt de beleidsvoornemens voor het komende jaar. In de paragraaf komen achtereenvolgens aan de orde: • De belangrijkste conclusies; • Het wettelijk kader van de paragraaf financiering; • Het gemeentelijke financieringsbeleid; • De rente-ontwikkelingen; • De ontwikkeling van de leningenportefeuille; • Het risicobeheer.
4.4.2 Belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering De belangrijkste conclusies zijn: • De renteniveaus zijn historisch laag en voor lange looptijden is de rente lager dan 0,60%. • Het verwacht renteresultaat over 2022 is € 1,3 miljoen positief. • Uit hoofde van risicobeheersing wordt nagedacht over transacties die inspelen op de extreem lage renteniveaus. In dit verband is in 2021 een drietal geldleningen van elk € 10 miljoen aangetrokken met storting van de leningen in de toekomst. De rentepercentages van die leningen zijn reeds vastgelegd. • De omslagrente zal op termijn naar beneden moeten worden bijgesteld. • In de jaren vanaf 2023 moet er weer langlopende financiering worden aangetrokken met name door herfinanciering en investeringen in scholen en duurzaamheidsmaatregelen. • Alternatieve financieringsconstructies (niet bancaire financiering) worden bij aangewezen projecten onderzocht. • In 2022 zal een visie worden ontwikkeld ter beheersing van de risico’s van de borgstellingenportefeuille.
4.4.3 Wettelijk kader Het beheersen van de risico’s die verband houden met de financiering is een belangrijke taak van de gemeente. In de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) is een aantal beheersmaatregelen vastgelegd dat vervolgens nader is uitgewerkt in het gemeentelijk treasurystatuut. Het treasurystatuut wordt periodiek geactualiseerd en vastgesteld door de gemeenteraad. Het statuut is in 2020 geactualiseerd en op 1 juli 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Enkele belangrijke punten uit het treasurystatuut zijn: • Het beleid is erop gericht dat er altijd voldoende financiële middelen beschikbaar zijn zodat de gemeente haar publieke taak op verantwoorde wijze kan uitvoeren; • Het aangaan en verstrekken van geldleningen is alleen toegestaan als deze worden gebruikt in het kader van de publieke taak; • Het alternatief financieren van daarvoor in aanmerking komende projecten is toegestaan; • Het gebruik van financiële derivaten is toegestaan indien deze 1 op 1 zijn gekoppeld aan een lening; • Het verstrekken van geldleningen groter dan € 500.000 wordt altijd voorgelegd aan de gemeenteraad om diens wensen en/of bedenkingen te vernemen; • Uitzettingen (beleggingen) vinden alleen plaats bij Nederlandse overheidsinstellingen of financiële instellingen met een kredietwaardigheid van minimaal AA; • Bij gebruik van financiële producten en samenwerking met financiële
instellingen wordt de mate van duurzaamheid meegewogen in het keuzeproces. In de praktijk wordt hierbij gekeken naar het beleid van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) van de instelling. Daarnaast moet de gemeente zich confirmeren aan de voorschriften uit de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) en het zogenaamde Schatkistbankieren. • De Wet HOF is erop gericht om het begrotingstekort en de staatsschuld terug te dringen. Onder bepaalde voorwaarden (meerjarige overschrijding macronorm voor decentrale overheden) mag het structurele tekort niet meer bedragen dan 0,5% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Om dit te monitoren is aan gemeenten de verplichting opgelegd om een overzicht van het EMU-saldo in de programmabegroting op te nemen (zie paragraaf 5.3.11 EMU-saldo). • In de spelregels van het schatkistbankieren is vastgelegd dat een gemeente tijdelijk overtollige middelen moet beleggen bij het Rijk (of bij andere overheden zoals gemeenten, provincies en waterschappen). Het bedrag dat naar verwachting wordt uitgezet bij het Rijk is terug te vinden in het overzicht met uitgezette gelden.
Programmabegroting 2022-2025
97
4.4.4 Gemeentefinanciering 4.4.4.1 Financieringsbeleid Het financieringsbeleid wordt uitgevoerd door de treasury van de afdeling Financiën en gedurende het jaar uitgevoerd in samenwerking met het treasurycomité. Het treasuryproces wordt in control gehouden door een adequate administratieve organisatie en interne controle vastgelegd in het handboek treasury, dat in januari 2020 is geactualiseerd en vastgesteld door het college van BenW. Het financieringsbeleid is gericht op het realiseren van een efficiënte financiering. De gemeente doet dat door op grond van de liquiditeitsplanning en de analyse van de meerjarige financieringsbehoefte te streven naar een optimale verhouding tussen kortlopende en langlopende financieringsmiddelen rekening houdend met marktontwikkelingen. Uitgangspunten zijn: • Kasgeldlimiet van ongeveer € 25 miljoen zoveel mogelijk benutten. • Langlopende financieringsmiddelen aantrekken tegen looptijden welke in overeenstemming zijn met de periode dat deze benodigd zijn. • Beheersen van renterisico’s, eventueel door middel van financiële derivaten. Daarnaast wordt permanent afgewogen op welke wijze er geprofiteerd kan worden van bijzondere marktomstandigheden, op dit ogenblik specifiek de extreem lage renteniveaus.
Vanaf 2023 is de verwachting dat jaarlijks nieuwe langlopende geldleningen moeten worden aangetrokken (zie ook de tabel in het onderdeel leningenportefeuille). Door die volumes (al dan niet gedeeltelijk) eerder aan te trekken dan strikt noodzakelijk of door de renteniveaus waartegen op termijn wordt gefinancierd eerder vast te leggen kan enerzijds geprofiteerd worden van de lage rente en anderzijds het risico op stijgende rente wordt beperkt of afgewend. In 2022 wordt aan het financieringsbeleid als volgt invulling gegeven: Prioriteiten
Doelstelling
Activiteiten 2022
Beheersen omvang leningenportefeuille
• Blijven onder het schuldenplafond van
• Permanent bewaken of voorgenomen nieuwe besluitvorming
Beheersen financieringsbehoefte
• kasgeldlimiet: 8,5% • renterisiconorm op vaste schuld: 20% • limiet schatkistbankieren: 2,00%
€ 295 miljoen op 31-12-2022
in lijn blijft met meerjarig beheersen van de omvang van het schuldenplafond • Actief monitoren mogelijkheden van alternatieve financieringsconstructies (balansverkorting)
Verder optimaliseren van inzicht in de cashflows van met name: - de grondexploitaties - de aanwendingen van reserves/voorzieningen - investeringen uit het CIP
Beheersen renterisico's
Zo goedkoop mogelijk en ≤ de rekenrente • Renteontwikkelingen nauwgezet volgen; uit de begroting financieren, i.c.m. het tijdig • Zo nodig renteniveaus voor in de toekomst benodigde financieringsmiddelen eerder vastleggen en/of inzetten van signaleren en beperken van risico’s financiële derivaten
Onderhouden In control houden van de treasuryfunctie administratieve organisatie van de treasuryfunctie
Treasury-activiteiten worden uitgevoerd conform de procesbeschrijvingen in het handboek treasury
Onderhouden cashflowprognose
De cashflow prognose met horizon van <2 • Verder optimaliseren informatievoorziening tussen de afdelingen beleid, uitvoering en financiën, o.a. binnen jaar is voldoende betrouwbaar programma-/project sturing • Waar mogelijk dienstverlening aan regio gemeenten
Beheersen omvang borgstellingportefeuille
Omvang van de portefeuille matchen met de omvang van een verantwoord geacht risico
• Visie ontwikkelen welke risico omvang acceptabel is en ter vaststelling voorleggen aan de raad
4.4.4.2 Rente Voor de begroting 2022 wordt rekening gehouden met € 6,5 miljoen aan rentekosten (begroting 2021: € 7,2 miljoen). Via de methodiek van de renteomslag wordt totaal € 7,5 miljoen aan rentelasten omgeslagen over de activa en daarmee doorbelast aan de taakvelden; daarnaast wordt € 0,3 miljoen doorberekend aan de grondexploitaties. Het verwachte renteresultaat voor 2022 komt op circa € 1,3 miljoen (2021: € 1,0 miljoen). Dit renteresultaat maakt deel uit van het resultaat van het taakveld treasury. De rentekosten zijn € 0,6 miljoen lager dan in 2021, grotendeels als gevolg van herfinanciering tegen lage rentepercentages. Gevolg hiervan is dat ook minder rente wordt doorberekend aan de activa, hetgeen leidt tot lagere kapitaallasten in de programma’s.
98
Programmabegroting 2022-2025
Schema rentetoerekening jaar 2022 (in €) Omschrijving a
De externe rentelasten voor de korte en lange financiering
6.700.000
b
De externe rentebaten
-155.201
Totaal door te berekenen externe rente
6.544.799
c1
De rente die aan de grondexploitaties wordt worden doorberekend
c2
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-312.349 0
Totaal rente grondexploitaties en projectfinanciering
-312.349
Saldo door te berekenen externe rente
6.232.450
d1
Rente over eigen vermogen
0
d2
Rente over voorzieningen die gewaardeerd zijn op contante waarde
0
Totaal rente over eigen vermogen en voorzieningen
0
De geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
6.232.450
e
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overhead) toegerekende rente (renteomslag)
7.486.233
f
Renteresultaat op het taakveld treasury (- betekent voordelig)
-1.253.783
In de programmabegroting 2022-2025 zijn ten aanzien van de rente de volgende uitgangspunten gehanteerd. 2022
2023
2024
2025
Omslagrente
2,25%
2,25%
2,25%
Rente over boekwaarden grondexploitaties
2,03%
1,93%
1,83%
2,25% 1,73%
Rekenrente in de grondexploitaties
2,40%
2,40%
2,20%
2,20%
Rekenrente aan te trekken kort geld
0,00%
0,00%
0,25%
0,50%
Rekenrente aan te trekken lang geld
n.v.t.
0,80%
1,00%
1,20%
De hoogte van de omslagrente, de rente over de boekwaarden van de grondexploitaties en de hoogte van de rekenrente in de grondexploitaties zijn vastgesteld op basis van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) hiervoor stelt. Ten aanzien van de meerjarige ontwikkeling van de omslagrente bestaat het risico dat deze, als gevolg van de lage renteniveaus waartegen de gemeente kan lenen, al vanaf 2023 verder naar beneden moet worden bijgesteld. Bij het eerste ijkmoment 2022 zal een nieuwe analyse van de verwachte toekomstige ontwikkeling plaatsvinden en zullen eventuele budgettaire consequenties worden verwerkt. De rekenrentes voor aan te trekken kort en lang geld zijn afgeleid van de actuele marktverwachtingen.
Programmabegroting 2022-2025
99
De verwachting is dat zowel de korte als de lange rente in 2022 laag zullen blijven maar op enig moment wel iets zullen gaan oplopen. Vanwege de toenemende onzekerheid in de verdere toekomst is de verwachting dat het oplopen van de rente zich vanaf 2022 zal gaan manifesteren en daarna, marginaal, zal voortzetten.
4.4.4.3 Leningenportefeuille De afgelopen jaren is de bewustwording rond schuldposities, juist ook van overheden, sterk toegenomen. Het college heeft het verder beperken van de schuldpositie als belangrijke opgave benoemd waarbij een jaarlijks met € 5 miljoen dalend schuldenplafond is overeengekomen. In dit verband wordt een schuldenplafond per 31 december 2022 van € 295 miljoen als kader gehanteerd. Op basis van het verwachte verloop van de reserves en voorzieningen, grondexploitaties, investeringen en uitzettingen is een inschatting gemaakt van de ontwikkeling van het de komende jaren benodigde vreemd vermogen en van de verwachte gemiddelde rentevoet van het vreemd vermogen. Onderstaande tabel maakt de ontwikkelingen in de omvang van de opgenomen gelden (inclusief de financieringsbehoefte) zichtbaar en toont ook de invloed daarvan op de gemiddelde te betalen rente. De mutaties die onder renterisico op vaste schuld vermeld zijn, zijn in deze tabel verwerkt. Mutaties in opgenomen kortlopende en langlopende gelden (o/g) (bedragen x € 1.000.000) 2022 2023 2024 2025
2026
2027
2028
Stand 1 januari Langlopende financiering
251,0
234,6
240,1
233,0
235,7
230,8
228,2
Kortlopende financiering
37,1
70,8
50,1
33,5
30,8
30,1
29,3
Uitzetting in 's Rijks schatkist
-40,0
-40,0
-20,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Omvang leningenportefeuille / schuldpositie
248,1
265,4
270,2
266,5
266,5
260,9
257,5
Langlopende financiering: reguliere aflossingen
-16,4
-16,5
-17,1
-17,3
-17,9
-17,6
-17,4
Langlopende financiering: algehele aflossingen (contractueel)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Langlopende financiering: reeds aangetrokken nieuwe leningen (*)
0,0
10,0
10,0
10,0
0,0
0,0
0,0
Langlopende financiering: nog aan te trekken nieuwe leningen
0,0
12,0
0,0
10,0
13,0
15,0
15,0
Kortlopende financiering: mutatie gedurende het jaar
33,7
-20,7
-16,6
-2,7
-0,7
-0,8
0,0
Uitzetting in 's Rijks schatkist, mutaties
0,0
20,0
20,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Mutaties in leningenportefeuille / schuldpositie
17,3
4,8
-3,7
0,0
-5,6
-3,4
-2,4
Langlopende financiering
234,6
240,1
233,0
235,7
230,8
228,2
225,8
Kortlopende financiering
70,8
50,1
33,5
30,8
30,1
29,3
29,3
Uitzetting in 's Rijks schatkist
-40,0
-20,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Omvang leningenportefeuille / schuldpositie
265,4
270,2
266,5
266,5
260,9
257,5
255,1
Schuldenplafond
295,0
Ruimte onder het schuldenplafond
29,6
Gemiddelde rente opgenomen gelden per 31 december
2,8%
2,5%
2,4%
2,3%
2,2%
2,1%
2,1%
Stand 31 december
In 2022 zullen naar verwachting geen langlopende financieringsmiddelen behoeven te worden aangetrokken. De voor 2022 benodigde financieringsmiddelen zullen worden verkregen door het aantrekken van kortlopende financiering in de vorm van kasgeldleningen en indien noodzakelijk door aanwending van het bedrag van € 40 miljoen dat per 1 januari 2022 bij ’s Rijks Schatkist is uitgezet. De schuldpositie, bestaande uit langlopende en kortlopende aangetrokken financieringsmiddelen bedraagt eind 2022 naar verwachting ± € 266 miljoen, € 29 miljoen onder het kaderstellend schuldenplafond.
100
Programmabegroting 2022-2025