Participatie- en communicatiestrategie warmtetransitie
Tekst van het document
Warm voor de warmtetransitie 2021 Samen werken aan een duurzaam Gouda
Participatie- en communicatiestrategie voor de warmtetransitie
Inhoudsopgave 1
Inleiding.................................................................................................................. 3
2
Vier uitgangspunten van de warmtetransitie........................................................ 4
2.1
Het is een proces dat we samen doen..................................................................... 4
2.2
In de warmtetransitie moet iedereen mee kunnen..................................................... 5
2.3
De warmtetransitie is een technisch én sociaal proces............................................. 5
2.4
De warmtetransitie leidt tot significante vermindering van de CO2-uitstoot................ 6
3
Richting een aardgasvrij-ready Gouda................................................................. 7
3.1
Communicatielijn Stadsbreed................................................................................... 8
3.2
Communicatielijn huurders....................................................................................... 9
3.3
Communicatielijn woningeigenaren, VvE’s en particuliere verhuurders.................... 10
3.4
Communicatielijn utiliteitsbouw............................................................................... 11
4
Richting een aardgasvrije buurt op de korte en (middel)lange termijn............. 12
4.1
Algemene uitgangspunten van de buurtaanpak...................................................... 14
4.2
Fase 1: Klaar voor de start….................................................................................. 16
4.3
Fase 2: Gebiedskarakterisering.............................................................................. 17
4.4
Fase 3: Buurtstrategie uitwerken............................................................................ 18
4.5
Fase 4: De buurt in................................................................................................. 19
4.6
Fase 5: Voorbereiden van Uitvoeringsplan.............................................................. 21
4.7
Fase 6: Uitvoeringsplan vaststellen & voorbereiding uitvoering................................ 21
4.8
Fase 7: Uitvoering en nazorg.................................................................................. 22
5
Richting een aardgasvrije buurt / bedrijventerrein op natuurlijk tempo............ 25
5.1
Bedrijventerreinen................................................................................................... 25
5.1.1 Fase 1: Inventarisatie en stakeholderanalyse.......................................................... 26 5.1.2 Fase 2: Haalbaarheidsstudie.................................................................................. 26 5.1.3 Fase 3: Ontwikkelen van een aanpak..................................................................... 27 5.1.4 Fase 4: Realisatie................................................................................................... 27 5.2
Buurten op natuurlijk tempo................................................................................... 27
Bijlage 1: Voorbeeld van samenstelling project- en klankbordgroepen....................... 30 Bijlage 2 - Reis richting aardgasvrij-ready..................................................................... 31 Bijlage 3 – Participatieladder conform AIPV.................................................................. 33 Bijlage 4 – Verantwoording van totstandkoming........................................................... 33
2
1. Inleiding De warmtetransitie is één van de grote uitdagingen waar de gemeente Gouda de komende jaren voor staat. Deze transitie vloeit voort uit de afspraken in het Nationaal Klimaatakkoord. Daarin staat dat we in Nederland in 2030 tenminste 49% minder CO2 willen uitstoten ten opzichte van 1990. Via de gemeenten – en uiteindelijk achter de voordeur bij inwoners, ondernemers, instellingen en andere gebouweigenaren en -gebruikers – moet dit worden bewerkstelligd. Dit gebeurt onder andere door vóór 2050 afscheid te nemen van aardgas als warmtebron en als brandstof om op te koken. De Goudse coalitie wil dat heel Gouda uiterlijk 2040 is overgestapt op een schoon en duurzaam alternatief voor aardgas. Deze overgang op duurzame verwarming heet de warmtetransitie. Deze warmtetransitie is niet alleen een transitie van aardgas naar een andere verwarmingsbron. Met deze transitie komt een einde aan een manier van verwarmen en koken die voor vele Gouwenaren de afgelopen decennia als vanzelfsprekend werd geacht. Voor veel inwoners zal deze overgang daarom voelen als een verandering van hun manier van wonen en leven. Die verandering kunnen gemeente, bewoners en ondernemers niet alleen maken.
Daarvoor moeten ze met elkaar optrekken, met elkaar gesprekken aan gaan, met elkaar beslissingen maken, met elkaar ideeën bedenken, met elkaar botsen, met elkaar lachen en met elkaar innoveren en realiseren. Deze participatie- en communicatiestrategie vormt de leidraad om dit alles vorm te kunnen geven. Zodat in 2040 heel Gouda niet alleen is overgestapt op een schoon alternatief voor aardgas, maar dat heel Gouda in 2040 nóg mooier is geworden dat het al was. Zodat achteraf gezegd kan worden: “Dat hebben we met zijn allen voor elkaar gekregen.” De eerste stap om de warmtetransitie voor elkaar te krijgen was het opstellen van de concept-Transitievisie Warmte. Daarin wordt het tijdpad geschetst naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening in Gouda. Ook beschrijft deze visie (hoofdstuk 7.6) de strategie om uitvoering te geven aan deze warmtetransitie. Deze participatie- en communicatiestrategie is daar de verdere uitwerking van. Deze participatie- en communicatiestrategie is daarnaast onderhevig aan de Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken1 (in het kort Algemene inspraak- en participatieverordening Gouda of AIPV). De scope van deze strategie is de uitvoering van de warmtetransitie en dus het hele proces dat is beschreven in de Transitievisie Warmte.
Daarnaast is deze participatie- en communicatiestrategie alleen uitvoerbaar als voldaan wordt aan de Randvoorwaarden zoals in de Transitievisie Warmte vastgelegd in paragraaf 1.5. Participatie zoals beschreven in de participatieladder van de AIPV, gaat met name over de rol die burgers en bedrijven hebben bij de totstandkoming van besluiten die hen uiteindelijk zullen raken. Daarnaast bestaat er ook participatie in eigendom van bijvoorbeeld (duurzame) energieprojecten zoals wordt aangegeven in het klimaatakkoord. In deze participatie- en communicatiestrategie ligt de focus op die eerste vorm van participatie. De uitwerking van eventuele participatie in eigendom van energieprojecten wordt in de voorbereiding van de uitvoering van de Transitievisie Warmte verder uitgewerkt.
1 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR35665/1
3
2. Vier uitgangspunten van de warmtetransitie Het verminderen van de CO2-uitstoot is het hoofddoel van de warmtetransitie. Het overstappen op schone alternatieven voor aardgas is daarvoor één van de middelen. De puzzel over de manier waarop moet nog worden gelegd. Samenwerking wordt gezien als de sleutel tot het oplossen van die puzzel. Om samen te werken zijn heldere uitgangspunten en afspraken nodig. In aanloop naar het opstellen van de concept-Transitievisie Warmte stelden bewoners, ondernemers, woningcorporaties, netbeheerder, gemeente en vele andere partners vier uitgangspunten op. Deze vormen de basis voor de uitvoering van de warmtetransitie. Per uitgangspunt wordt in dit hoofdstuk nader toegelicht wat dit betekent voor de samenwerking tussen bewoners, ondernemers, netbeheerder, woningcorporaties, gemeente en ieder ander in de stad. NB in hoofdstuk 7.1 van de concept-Transitievisie Warmte worden de vier uitgangspunten óók puntsgewijs uitgewerkt. De punten die hieronder zijn beschreven zijn toegespitst op de communicatie en participatie en zijn dus een aanvulling op de punten in hoofdstuk 7 van de concept-Transitievisie Warmte.
2.1.
Het is een proces dat we samen doen
Samenwerken kan in allerlei vormen. In de warmtetransitie van Gouda betekent samen ook echt samen. De gemeente is er voor haar bewoners en ondernemers. Ze biedt de helpende hand waar nodig en mogelijk, en treedt actief op wanneer gewenst. Dat betekent dat de gemeente bewoners ondersteunt bij de te maken keuzes. Dat ze hen helpt bij de technische onderzoeken die noodzakelijk zijn om nieuwe warmtebronnen te ontdekken. En dat ze financieel en juridisch ondersteunt – waar mogelijk en
4
binnen de beschikbare capaciteit en middelen – in de verkenningen naar aardgasvrije mogelijkheden. Daarnaast is samenwerking onderling tussen inwoners, ondernemers en andere partijen onmisbaar voor de warmtetransitie. • Samen betekent dat participatie van de samenleving is verweven door het hele proces. In elke fase betrekken actoren elkaar zo actief als mogelijk. • “De warmtetransitie is een proces dat we samen doen” houdt ook in dat het streven van de gemeente is om, naast de rechtmatige, faciliterende en responsieve rol, ook de rol van een ‘samenwerkende overheid’ te vervullen in dit transitieproces. In het Klimaatakkoord is de gemeente daarnaast eindverantwoordelijk voor het proces en de besluitvorming. Per situatie en fase in het proces zal moeten worden bepaald welke rol van de gemeente nodig en wenselijk is. Als blijkt dat bewoners met de bestaande aanpak te weinig worden bereikt, of de doelen niet worden gehaald, zal de gemeente een sterkere regierol nemen in het proces. • Waar en voor zover mogelijk worden initiatieven om van het aardgas af te gaan ondersteund en biedt de gemeente expertise, (financiële) slagkracht en juridische ondersteuning. • Samen betekent een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de stad. Uiteindelijk moet in 2040 namelijk de aardgaskraan daadwerkelijk dichtgedraaid kunnen worden in Gouda.
De vraag is hierin niet óf dit gebeurt, maar op welke manier. • Samen betekent op communicatieniveau dat de betrokken partners uit de regiegroep communicatie-uitingen zoveel mogelijk vanuit een gezamenlijke boodschap samen uitdragen. Daarmee wordt een herkenbaar en betrouwbaar beeld geschetst van de afzender.
• In communicatie wordt daarnaast de samenwerking gezocht met andere partijen buiten de directe stakeholders in de regiegroep. Voor het bereiken van bedrijventerreinen wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van netwerken van de Vereniging Bedrijventerreinen Gouda en Duurzaamheidsplatform Gouda. Voor utiliteitbouw binnen buurten wordt de samenwerking gezocht met Samenwerkende Ondernemersverenigingen Gouda en/of andere netwerken binnen deze sector. Om onderlinge gesprekken met en door bewoners te stimuleren wordt ook actief de samenwerking gezocht met Energiecoöperatie Gouda en www.energienetwerkgouda.nl. • De energietransitie is ook een bestuurlijk proces. Afspraken over bestuurlijke samenwerking worden later in dit proces nog gemaakt. Dit is een onderwerp dat nog in ontwikkeling is.
2.2.
In de warmtetransitie moet iedereen mee kunnen
Samen uit, samen thuis. Dit oer-Hollandse spreekwoord is sprekend voor de manier waarop eenieder in de stad de warmtetransitie moet gaan laten plaatsvinden. Gemeente Gouda laat – letterlijk – niemand in de kou staan. Het kan niet zo zijn dat inwoners uiteindelijk van het aardgas worden afgesloten zonder een redelijk en betaalbaar alternatief. De transitie moet in ieder geval voor iedereen betaalbaar zijn. Woonlastenneutraliteit is nadrukkelijk het streven. Hiervoor zullen wel extra rijksgelden beschikbaar moeten komen, zoals ook beschreven in de randvoorwaarden in de Transitievisie Warmte. • Iedereen moet mee kunnen is niet alleen een financieel begrip. Dit houdt ook in dat bewoners die de taal niet machtig zijn of bijvoorbeeld niet kunnen lezen of schrijven mee kunnen. Op buurtniveau wordt onderzocht hoe groot deze groep is, en op welke manier deze groep via alternatieve vormen kan worden
benaderd. Dit kan bijvoorbeeld via beeldmaterialen als infographics, video’s en dergelijke. In schriftelijk taalgebruik wordt standaard B1-niveau gebruikt. In communicatie wordt rekening gehouden met verschillende kennisniveaus van duurzaamheid. Ook wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met een juiste onderverdeling in digitale en niet-digitale middelen. Zo kunnen ook – bijvoorbeeld oudere – doelgroepen die minder digitaal vaardig zijn worden bereikt2.
2.3.
De warmtetransitie is een technisch én sociaal proces
De warmtetransitie vindt voor een groot deel recht achter de voordeur van bewoners plaats. Dat maakt pandeigenaren de beslisbevoegden voor het uiteindelijke alternatief voor aardgas waar zij op overstappen. Deze pandeigenaren de beste keuze laten maken voor hun situatie, vergt veel voorbereiding, onderzoek en tijd. Daarnaast moet een deel van de Gouwenaren nog worden overtuigd van de urgentie van het probleem. En als er een buurt- of wijkaanpak wordt ontwikkeld, zijn bewoners niet alleen als individu betrokken maar vooral ook als samenwerkende buren. Dit maakt de warmtetransitie ook een sociaal proces. In gesprek blijven met elkaar over de kansen, de obstakels en mogelijke koppelkansen in de buurten is essentieel voor een goed verloop van de warmtetransitie. Het technische proces kan daarnaast zoveel mogelijk sociaal worden ingericht. Veel technische kennis is aanwezig in de verschillende buurten. De gemeente streeft ernaar deze kennis zo optimaal mogelijk te benutten. Dat kan bijvoorbeeld door: • Samen met lokale bewoners de oplossingen in een buurt te inventariseren; • Vooroplopende bewoners de (financiële) middelen bieden om zelf technische onderzoeken
2 Alle gemeenten moeten momenteel voldoen aan wettelijke eisen rondom toegankelijkheid van informatie. Deze zijn vastgelegd in de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) versie 2.1
5
uit te (laten) voeren. Momenteel gebeurt dit al via een Samen Aardgasvrij-subsidie. • Een goed sociaal proces houdt daarnaast in dat de gemeente luistert en aansluit bij wat leeft in de samenleving. Dat ze sociale structuren en kennis in de buurt inzet. Dat ze inclusief en divers communiceert en dat persoonlijk contact op buurtniveau onmisbaar is in het proces richting een aardgasvrije toekomst. • In buurtprocessen kan een conflict in belangen ontstaan tussen bewoners, bijvoorbeeld bij de afweging tussen verschillende collectieve warmteoplossingen. De gemeente treedt in dit soort situaties op als afweger van belangen. Zij zal zoeken naar de oplossing die het meest in het algemeen belang van de buurt en (waar nodig) van de hele gemeente is. Dit vergt zorgvuldige communicatie waarbij transparant wordt gecommuniceerd op basis waarvan welke keuze is gemaakt. • Naast het technische proces, is de warmtetransitie ook een democratisch proces. Diverse groepen zullen op diverse momenten een beslissing moeten nemen over gemeentelijke, wijk-, buurt-, straat- of blokgerichte zaken. Hoe besluitvorming tot stand komt zal nader op buurtniveau moeten worden uitgewerkt in een communicatie- en participatieplan en in het uitvoeringsplan.
2.4.
De warmtetransitie leidt tot significante vermindering van de CO2-uitstoot
Het einddoel van de warmtetransitie is om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Dit is dan ook de belangrijkste pijler voor een warmteoplossing. Daarnaast is het ook de belangrijkste pijler in de communicatie van de gemeente. • In haar boodschappen creëert zij bewustwording voor de klimaatcrisis door te blijven communiceren dat we in Gouda, Nederland en de rest van de wereld onze CO2-uitstoot aanzien-
6
lijk moeten verlagen. Op die manier verhoogt de gemeente het gevoel voor urgentie van het probleem en draagt zij bij aan een bredere bewustwording van de klimaatcrisis. Andere motieven voor duurzaam gedrag worden hierbij natuurlijk niet uit het oog verloren. In aanloop naar het opstellen van de concept-Transitievisie Warmte stelden bewoners, ondernemers, woningcorporaties, netbeheerder, gemeente en vele andere partners vier uitgangspunten op. Deze vormen de basis voor de uitvoering van de warmtetransitie. • Het is een proces dat we samen doen • In de warmtetransitie moet iedereen mee kunnen • De warmtetransitie leidt tot significante vermindering van CO2-uitstoot • De warmtetransitie is een technisch én sociaal proces
3. Richting een aardgasvrij-ready Gouda Om een pand voor te bereiden op een duurzaam en schoon alternatief voor aardgas zal de pandeigenaar de woning moeten isoleren en vervolgens ook ventilatie op orde moeten maken. In feite zal een pandeigenaar dus een aantal investeringen moeten doen in het pand. Welke stappen dit zijn, is afhankelijk van
het bouwjaar van de woning, de toekomstige warmteoplossing en eerder al genomen stappen rondom isolatie. Voor sommige panden geldt dat zij al zijn voorbereid op deze schone warmteoplossing, voor andere panden geldt dat zij nog één of meerdere stappen moeten doorlopen.
Figuur 1. Reis richting aardgasvrij-ready. Aangepaste versie van de klantreis van Hieropgewekt.nl met de psychologische fasen van besluitvorming toegevoegd.
7
In de praktijk betekent dit dat pandeigenaren een investering zullen moeten doen. Om tot die investering te komen zal een pandeigenaar verschillende stappen moeten doorlopen (zie ook Figuur 1). Allereerst moet de pandeigenaar er (1) bewust van zijn dat hij of zij hiermee aan de slag wil gaan. Vervolgens zal de pandeigenaar ook (2) informatie nodig hebben om te weten welke stappen moeten worden doorlopen, (3) zal de pandeigenaar verschillende alternatieven moeten onderzoeken voor die stappen. Is een pandeigenaar hier allemaal uitgekomen en is hij of zij positief hierover, zal (4) de intentie om de maatregel te nemen aanwezig zijn, om vervolgens (5) over te gaan tot de het treffen van de maatregel (de daadwerkelijke ‘investering’) en de (6) evaluatie hiervan. Vanaf stap 4 is de overgang van intentie naar de daadwerkelijke investering dus ook afhankelijk van de financiële mogelijkheden van de pandeigenaar en externe factoren. Deze stappen worden ook wel de ‘Reis aardgasvrij-ready’ genoemd. In Figuur 1 is deze reis schematisch weergegeven. In Bijlage 1 is deze reis verder toegelicht, met daarbij de ondersteuning die gemeente Gouda momenteel in 2021 biedt op deze fronten. In de Transitievisie Warmte wordt deze ondersteuning verder toegelicht in de vorm van de supportstructuur. Op die manier faciliteert de gemeente de voorbereiding op een aardgasvrij pand op meerdere fronten.
Het doel hiervan is om op zoveel mogelijk “natuurlijke momenten” in dit proces bewoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven te ontzorgen. Per individu of organisatie zal namelijk een ander moment komen waarop deze aan deze ‘reis’ richting aardgasvrij(-ready) begint. In communicatie hierover worden verschillende doelgroepen onderscheiden: (1) huurders, (2) woningeigenaren, particuliere verhuurders en VvE’s en (3) utiliteitsbouw. Deze drie groepen vergen dus ook allen een andere benadering.
8
3.1.
Communicatielijn Stadsbreed
Stadsbrede kernboodschap – “Dit doen wij, wat doe jij” Het klimaat verandert. Om dat tegen te gaan zullen we ons gezamenlijk en snel moeten inzetten. Veel mensen zijn daar al mee aan de slag. Iedereen kan namelijk al stappen zetten door te isoleren, te besparen en door lokaal op te wekken. Zo verhoogt u uw wooncomfort, bespaart u maandelijks op uw energierekening en draagt u direct uw steentje bij. Ook bereidt u zich daarmee alvast voor op een aardgasvrije woning.
De stadsbrede communicatie wordt geborgd onder de “Dit doen wij, wat doe jij”-campagne. De insteek hiervan is om via voorbeelden in de gemeente andere bewoners en ondernemers te activeren om ook aan de slag te gaan. Op die manier worden koplopers uitgelicht om anderen te inspireren. Bewustwordingscampagnes worden daarom stadsbreed uitgerold via de lokale kranten (via bijvoorbeeld de bestaande themapagina’s), social media campagnes, commercials in de bioscoop, duurzaamheidsevenementen en via lokale netwerken zoals Energienetwerk Gouda, en via wijk- en buurtcoöperaties in Gouda. Daarnaast wil gemeente Gouda zoveel mogelijk de koppeling zoeken in communicatie met andere thema’s. Thema’s als een zakkende bodem en daarbij horende funderingsproblemen – in Gouda een urgent probleem – kunnen aanleiding zijn om ook te wijzen op één van de oorzaken hiervan – namelijk een verdrogende ondergrond. Hiermee wordt bredere bewustwording over de directe en indirecte effecten van klimaatverandering op de persoonlijke leefomgeving gecreëerd. Via deze bewustwordingscampagnes wordt actief doorverwezen naar informerende pagina’s. Daar start de zoektocht naar informatie die de gemeente wil faciliteren. De hoofdpagina waar-
naar hier wordt doorverwezen is www.maakgoudaduurzaam.nl. Hierop staat alle informatie gebundeld die bewoners nodig hebben om zich voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. Via Maak Gouda Duurzaam worden andere websites uitgelicht die dieper op specifieke thema’s ingaan, zoals subsidies of een stappenplan richting een aardgasvrije woning van het gemeentelijke energieloket Duurzaam Bouwloket of de landelijke website Verbeter je Huis. Daarnaast wordt in communicatie-uitingen en campagnes actief doorverwezen naar het community-platform www.energienetwerkgouda.nl. Daar kunnen bewoners actief informatie met elkaar delen, of met elkaar in gesprek gaan over de gevolgen van de warmtetransitie.
Monitoring Gemeente Gouda wil in de gaten houden in hoeverre haar communicatie-uitingen bijdragen aan een bredere bewustwording en of ze bewoners verder helpt bij het verduurzamen van hun woning. Daarom wordt bij campagnes bijgehouden hoeveel bewoners worden bereikt (bijvoorbeeld door bereikcijfers vanuit sociale media en inschrijvingen voor energieadviezen). Ook wordt met Energiecoöperatie Gouda gemonitord hoe het Energienetwerk Gouda leeft in de stad en hoe meer bekendheid hiervoor kan worden gegenereerd waar nodig.
3.2.
Het handelingsperspectief voor huurders ligt met name binnen het treffen van kleine energiebesparende maatregelen. Voor de isolatie van hun huis zijn zij afhankelijk van hun verhuurder. Via kleine energiebesparende maatregelen kunnen zij wel een eerste stap zetten in de verduurzaming van hun woning. Maatregelen als (het aanbrengen van) tochtstrips, Led-lampen, radiatorfolie, brievenbusborstels en het verminderen van stroomverbruik zijn voor huurders het handelingsperspectief. Dit handelingsperspectief wordt stadsbreed gecommuniceerd via de “Dit doen wij, wat doe jij”-campagne. Hierbij wordt ook gezocht naar positieve voorbeelden van huurders die aan de slag zijn gegaan. Daarnaast zal in communicatie-uitingen het handelingsperspectief voor huurders expliciet worden vermeld, om hen bewust te maken van de stappen die zij al kunnen zetten. Directe communicatie richting corporatiehuurders wordt zoveel mogelijk afgestemd met woningcorporaties Woonpartners Midden-Holland en Mozaïek Wonen. Zij kennen hun doelgroep en hebben gerichte communicatiemiddelen om hen te bereiken. Zo wordt de samenwerking gezocht in het formuleren van een gezamenlijke boodschap over verduurzaming van de woning. Richting particuliere huurders wordt voornamelijk ingezet op stadsbrede communicatie en communicatie via particuliere verhuurders.
Communicatielijn huurders
Kernboodschap Het klimaat verandert. Om dat tegen te gaan zullen we ons gezamenlijk en snel moeten inzetten. Als huurder kunt u al direct stappen zetten om energie te besparen. Daarmee bespaart u op uw maandelijkse energierekening en vermindert u overlast van kou in huis. Zo levert u een grote bijdrage in het verlagen van het totale energiegebruik. Voor de isolatie van uw woningschil is de verhuurder verantwoordelijk.
NB met de woningcorporaties zal vooral contact gelegd worden en gecommuniceerd via directe contacten.
9
3.3.
Communicatielijn woningeigenaren, VvE’s en particuliere verhuurders
Kernboodschap Het klimaat verandert. Om dat tegen te gaan zullen we ons gezamenlijk en snel moeten inzetten. Als eigenaar kunt u direct al aan de slag. Iedereen kan namelijk stappen zetten door te isoleren, te besparen en door met zonnepanelen zelf energie op te wekken. Zo verhoogt u uw wooncomfort, bespaart u maandelijks op uw energierekening en draagt u direct uw steentje bij. Daarmee bereidt u zich alvast voor op een aardgasvrije woning. Woningeigenaren, VvE’s en particuliere verhuurders kunnen allemaal direct aan de slag met hun pand. Wel hebben zij allen een ander handelingsperspectief. Ook kunnen binnen doelgroepen andere en verschillende motieven ten grondslag liggen aan de verduurzaming van de woning. VvE’s zullen daarnaast veelal toestemming nodig hebben van de leden om hun pand te isoleren. Individuele woningeigenaren buiten een VvE kunnen hier zelf voor kiezen. Gemeente Gouda wil eenieder in deze groep daarvan bewust maken, en zo laagdrempelig mogelijk informeren over de mogelijkheden voor hen. Zo is in 2020 een bewustwordingsactie gestart voor monumenten door hen via een brief te informeren over hun mogelijkheden, met daarbij radiatorfolie als eerste stap. Via de stadsbrede campagne (zie paragraaf 3.1) wil de gemeente deze doelgroepen bewust maken van haar aanbod.
Voor eigenaren die aan de slag willen, zijn bijvoorbeeld ook energiecoaches opgeleid die via keukentafelgesprekken kunnen adviseren over de afwegingen die een bewoner kan maken. Ook voor VvE’s biedt de gemeente
een advies aan om hen te helpen bij de afwegingen en stappen die zij kunnen zetten. Daarnaast is specifieke informatie per doelgroep beschikbaar op Maak Gouda Duurzaam3.
3.4.
Communicatielijn utiliteitsbouw
Kernboodschap Het klimaat verandert. Als gevolg daarvan wordt er nationaal en internationaal een ingrijpende transitie ingezet. In de warmtetransitie is de opgave om de verwarming van gebouwen duurzaam en aardgasloos in te richten. Bij vervanging van uw huidige verwarmings- of koelingsinstallatie is het handig om daar rekening mee te houden. Als eigenaar van uw pand kunt u direct al aan de slag, maar ook op het niveau van een bedrijventerrein zijn stappen te nemen. Stappen zoals isolatie en zonnepanelen leveren nu al in de meeste gevallen economische winst op. Binnen de utiliteitsbouw zijn veel verschillende pandeigenaren met allen een andere functie van hun onderneming of organisatie. Een ziekenhuis heeft andere behoeften dan een school, en een school heeft andere belangen, afwegingen en mogelijkheden dan een winkel of een bedrijf dat veel proceswarmte nodig heeft. Communicatie hierover is dan ook maatwerk en niet in een stadsbrede campagne te vatten. Wel worden op Maak Gouda Duurzaam succesverhalen uitgelicht van de verduurzaming van panden als de Chocoladefabriek, de Garenspinnerij4 en andere voorbeelden van de verduurzaming van utiliteitsbouw. Op die manier worden andere eigenaren geïnspireerd om ook aan de slag te gaan. Ook wordt op Maak Gouda Duurzaam doorverwezen naar subsidies5 voor deze doelgroep en worden tips gegeven over duurzaam ondernemen6.
3 Alle gemeenten moeten momenteel voldoen aan wettelijke eisen rondom toegankelijkheid van informatie. Deze zijn vastgelegd in de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) versie 2.1 4 Zie bijvoorbeeld https://maakgoudaduurzaam.nl/items/verduurzaamd-cultuurhuis-de-garenspinnerij 5 Zie bijvoorbeeld https://maakgoudaduurzaam.nl/items/isde-subsidie 6 Zie bijvoorbeeld https://maakgoudaduurzaam.nl/items/duurzaam-ondernemen-zelf-aan-de-slag
10
Handelingsperspectief voor deze groep zal dan ook moeten voortvloeien uit een specifiek advies voor het specifieke gebouw. Bij hen zal via stadsbrede communicatie wel bewustwording worden gecreëerd door te benadrukken dat investeringen hierin een investering in de toekomst van de wereld, maar ook van hun eigen organisatie zijn. Zij kunnen op hun maandelijkse kosten besparen door slim te investeren in isolatie en zonnepanelen.
11
4. Richting een aardgasvrije buurt op de korte en (middel)lange termijn Een buurt laten overstappen op een schoon en duurzaam alternatief voor aardgas is niet van de ene op de andere dag voor elkaar. Dat is een langdurig proces waarin, naast technische onderzoeken, persoonlijk contact, luisterend vermogen en het creëren van een vertrouwensband centraal staat. Samen met de buurt zal worden gezocht naar de meest geschikte oplossing om van het aardgas op over te stappen. De buurt is echter geen uniforme entiteit. De buurt bestaat uit allerlei groepen die op andere momenten in het proces zullen instromen. De één wil vanaf het begin betrokken zijn, de ander zal pas op het einde van het gehele proces aanhaken als een definitieve keuze voorhanden is. Een koploper zal vroeg in het proces willen worden betrokken, om al in de voorbereidende fase mee te beslissen over de te maken keuzes. Een latere beslisser zal liever later in het proces pas aanhaken als zaken meer concreet zijn. Participatie is dus ook op buurtniveau niet in beton gegoten. Gemeente en inwoners zullen op verschillende momenten in verschillende samenstellingen samenwerken. In het begin zullen voornamelijk koplopers willen aansluiten bij het proces, met een bovengemiddelde interesse. Vervolgens zullen ook middengroepen aanhaken, die bij succesvolle uitkomsten ook de latere beslissers over de streep zullen trekken.
Sommige groepen te vroeg aan willen laten sluiten kan namelijk juist ook leiden tot weerstand of participatiemoeheid. De figuren die per fase vanaf paragraaf 4.2 rechts in de kantlijn worden aangegeven zijn hiervoor de leidraad. Daarmee wordt een inschatting gegeven welke groepen in welke fase direct betrokken zullen worden
bij participatieve processen. Deze figuren zijn gemaakt op basis van het innovatie en adoptiemodel van Rogers7. Zie voor een korte uitleg hierover het blok hierna. In dit hoofdstuk wordt een fasering gegeven die als handleiding dient voor het voorbereiden van participatieprocessen en communicatie bij het ontwikkelen van een Uitvoeringsplan. In dit stappenplan wordt per stap aangegeven welke groepen betrokken (kunnen) worden, wat het doel van de stap is, en welk inhoudelijk proces daarin kan worden doorlopen. Deze fasering staat niet bij voorbaat vast. Dit is een tekentafelontwerp. Op buurtniveau zal moeten worden bepaald of deze de juiste volgorde zijn en of bepaalde fasen mogelijk al eerder in het proces moeten worden doorlopen. Ook is het mogelijk dat sommige fasen al (deels) zijn doorlopen, doordat bewonersnetwerken en gemeente al samenwerken of al eerste voorbereidingen hebben getroffen. In de verschillende fasen van participatie wordt de participatieladder als beschreven in de AIPV gevolgd. Een omschrijving van deze verschillende treden is opgenomen in Bijlage 2. NB de focus van deze fasering ligt op de buurten waar een buurtaanpak voor de hand ligt. Dit zijn de buurten die in de Transitievisie Warmte zijn omschreven als buurten op de (1) korte, (2) middellange en (3) lange termijn.
Buurten waar een buurtaanpak niet voor de hand ligt – voornamelijk buurten op een natuurlijk tempo – komen in het volgende hoofdstuk aan bod. NB in communicatie over het voorbereiden van een pand richting aardgasvrij wordt de stadsbrede lijn zoals beschreven in hoofdstuk 3 aangehouden. Zie ook Figuur 3 voor een schemati-
7 Rogers, E. M. 2003. Diffusion of innovations, 5th, New York: The Free Press.
12
sche weergave van de onderlinge verbanden. Op buurtniveau wordt actief verwezen naar de mogelijkheden tot het ophalen van informatie en kunnen mogelijk ook buurtgerichte acties plaatsvinden met energiecoaches en campagnes.
Rogers, E. M. 2003. Diffusion of innovations, 5th, New York: The Free Press. Hoewel er tal van doelgroepensegmentaties zijn, wordt er in de strategie voor aardgasvrij van drie groepen uitgegaan. Met de fasering hieronder wordt de verwachting uitgesproken in welke fase zij willen meedoen aan de warmtetransitie. Het betrekken of informeren van deze groepen wordt geprobeerd in elke fase. In Figuur 2 zijn deze verschillende figuren verder toegelicht. Koplopers (fase 1 t/m 7) zijn vanuit intrinsieke overtuiging al geïnformeerd en hebben een meer dan gemiddelde technische kennis. Zij zijn bereid anderen te laten delen in hun opvattingen. Met hen wordt aansluiting gezocht om andere inwoners ook mee te krijgen en om in de voorbereiding al direct inspraak te krijgen vanuit betrokken bewoners. In het hele proces wordt deze groep direct betrokken. Middengroepen (fase 2 t/m 7 gefaseerd) hebben veelal meer informatie, houvast en tijd nodig voor zij de overstap richting een nieuwe warmtebron zullen nemen. Zij kunnen worden gestimuleerd door het proces te vergemakkelijken, en hen te betrekken wanneer het project al iets concreter is. Hen prikkelen met een financieel voordeel als korting of een besparingsmogelijkheid kan werken als een extra stimulans.
Deze middengroepen is breed en zal bestaan uit een 1e lijn die direct na de koplopers al inspraak zal willen leveren, gevolgd door een 2e lijn en een 3e lijn die later in het proces zullen aanhaken. Late beslissers (fase 7) gaan voornamelijk verduurzamen wanneer er wetgeving is en er geen uitstel meer mogelijk is.
Figuur 2. De figuren zoals gebruikt in paragraaf 4.2. Hiermee wordt aangegeven welke doelgroep naar verwachting aanhaakt per fase. Van links naar rechts wordt hiermee bedoeld: Koplopers, 1e lijn middengroep, 2e lijn middengroep, 3e lijn middengroep en late beslissers.
13
4.1.
Algemene uitgangspunten van de buurtaanpak
Allereerst worden een aantal algemene uitgangspunten voor het proces in de buurt vastgelegd. • Informatie moet transparant en te allen tijde beschikbaar zijn voor geïnteresseerden (zowel digitaal als fysiek). Dit kan bijvoorbeeld via een speciaal ingerichte (sub)pagina op Maak Gouda Duurzaam, via Energienetwerk Gouda, (sociale media van) wijk- en buurtcoöperaties en -organisaties, via pagina’s in de (buurt)krant en via brieven. • Informatie ter voorbereiding op (buurt)bijeenkomsten dient tijdig en het liefst 3, maar minimaal 1 week voor aanvang van een bijeenkomst beschikbaar te zijn, zodat deelnemers zich kunnen voorbereiden8. • Notulen van vergaderingen van de in de buurt samenwerkende personen en organisaties zijn openbaar. • Deelname aan opgerichte (besluitvormende) groepen is open. Indien nieuwe koplopers zich aansluiten, moeten zij de mogelijkheid krijgen zich aan te haken bij besluitvorming over de voortgang. • Ingezet wordt op de hoogste vorm van participatie. Uiteindelijk kiest elke woningeigenaar voor de oplossing van zijn of haar woning. Daarnaast kunnen via een communicatie- en participatieplan in de voorbereiding afspraken worden gemaakt over de punten waarop buurtbewoners meebeslissen. Wanneer op buurtniveau blijkt dat hier geen animo voor is in de betreffende buurt, zal een trede lager worden ingezet, enzovoorts.
• Op buurtniveau wordt ook gebruik gemaakt van de bestaande kennis in de buurt. Op technisch vlak wordt de kennis van buurtexperts ingeschakeld. Indien nodig zullen de opgedane kennis en conclusies worden getoetst via een onafhankelijk bureau.
• Het is belangrijk om de warmtetransitie in te bedden in een bredere sociale- en duurzaamheidsbenadering. Koppelkansen om de gehele buurt te verbeteren worden daarom zoveel mogelijk aangegrepen. Om dit te bewerkstelligen wordt getracht ook sociale teams en bewonersorganisaties aan te haken om zo draagvlak te verhogen. • Per buurt wordt bekeken of een buurtcollectief (gedeeltelijk) eigenaar kan worden van een energiesysteem. Hierdoor wordt draagvlak voor dit energiesysteem verhoogd. Of dit mogelijk is zal onder meer afhangen van (concreet) animo vanuit georganiseerde coöperaties. • De gemeente zal haar capaciteit voor zover mogelijk en waar gewenst inzetten bij het faciliteren van de opzet van nieuwe coöperaties die hier een rol in kunnen spelen. Het nadrukkelijke streven is om bij de inzet van nieuwe warmtebronnen 50% eigenaarschap vanuit lokale initiatieven te creëren. Wanneer hier geen animo voor is zal de gemeente zelf aan het roer staan om de meest geschikte vorm van eigenaarschap en governance voor een warmtenet te realiseren. Dit kan op verschillende wijzen (Zie ook Figuur 4). Ook in de Transitievisie Warmte wordt aangegeven dat hierover op dit moment nog geen keuze wordt gemaakt. • Handelingsperspectief wordt per buurt gegeven aan de hand van de handelingsperspectieven zoals ook per buurt beschreven in Bijlage F van de Transitievisie Warmte.
Wanneer hier een update over is door bijvoorbeeld meer duidelijkheid over de verwachte warmteoplossing, wordt hier meer duidelijkheid over verschaft. Het is belangrijk om de komende jaren goed in gesprek te blijven met directe betrokkenen en partners over de planning van renovaties en andere opgaven. Bijvoorbeeld met de woningcorporaties, Stedin, Energiecoöperatie Gouda en actieve bewoners(organisaties) uit de regiegroep.
8 In de AIPV is vastgelegd dat ‘de kring van belanghebbenden voldoende tijd en informatie krijgen voor een goede voorbereiding’. Omdat dit onderwerp complex is, en tijd voor sommigen schaars, is één week als een redelijke termijn aangehouden.
14
Eigenaren Stadsbreed Dit doen wij, wat doe jij?
Huurders Utiliteit Eigenaren Buurtaanpak
Huurders Utiliteit
Buurtgerichte communicatie
Bedrijventerreinen Natuurlijk tempo
Eigenaren ‘woonbuurt’ Huurders ‘woonbuurt’ Utiliteit ‘woonbuurt’
Figuur 3. Schematische weergave van de stadsbrede en buurtgerichte communicatie
Rol gemeente
Op hoofdlijnen kan de gemeente de volgende rollen kiezen:
Facilitator Stimuleren en faciliteren van initiatieven van marktpartijen en/of burgerinitiatieven.
Minder zeggenschap, minder risico
Partner Samenwerken met externe partner in de vorm van een concessie (1 op 1). Aanbesteder Kiezen tussen marktpartijen, vastleggen in de vorm van een concessie. Opdrachtgever / Zelf doen Eigen warmtebedrijf opzetten.
Meer zeggenschap, meer risico
Figuur 4. De verschillende rollen van de gemeente in een warmtenet.
15
4.2.
Fase 1: Klaar voor de start…
1. Koplopers worden betrokken
Participatie in deze fase Doel: Eerste lijn betrokkenen aanhaken en hun kennis op buurtniveau inzetten. Eerste projectgroep formeren, samenwerkingsafspraken vastleggen en te nemen stappen inventariseren. Deelnemers: Koplopers (huur / koop / utiliteit) in de buurt, Stedin, evt. woningcorporaties, gemeente, (onafhankelijk) projectleider. Vragen: Hoe werken we samen? Welke stappen gaan we de komende periode nemen? Wat verwachten we van elkaar? Wat zijn onze individuele en gemeenschappelijke belangen? Wie heeft welke rol in deze buurt? Mate van participatie: Meebeslissen over samenwerkingsafspraken, fasering en rolverdeling (projectgroep), informeren over samenwerking (hele buurt) Uitkomsten van participatie: Worden vastgelegd in een protocol of convenant. Communicatie in deze fase Communicatie in deze fase zal met name richting koplopers en directe betrokkenen zijn. Koplopers worden via bestaande contacten persoonlijk benaderd en gevraagd om deel te nemen aan de verdere verkenning de buurt. Indien een convenant wordt gesloten tussen verschillende partijen zal hierover breed worden gecommuniceerd in de buurt. Koplopers binnen de utiliteitbouw zullen ook direct worden benaderd via keukentafelgesprekken of warmte contacten in de buurt. Daarnaast kan communicatie ook bestaan uit een buurtbrede oproep om actief deel te nemen aan de projectgroep.
Dit kan ook plaatsvinden via bestaande netwerken van lokale energiecoöperaties of initiatieven.
16
In deze fasen zullen huurders met name worden aangehaakt via bewonerscommissies of huurdersverenigingen. Mogelijke uitwerking op planniveau In de eerste fase van het proces zoekt de gemeente naar de energie in de wijk. Samen met de al betrokken stakeholders uit de regiegroep en interne collega’s met ervaringen in de betreffende buurt wordt gezocht naar de spinnen in het web, de koplopers in de buurt. In buurten waar veel woningcorporatiebezit is, zal dit voor huurders bijvoorbeeld in samenwerking met de verhuurder Woonpartners Midden-Holland of Mozaïek Wonen zijn. Daarnaast zal Energiecoöperatie Gouda vanuit haar brede netwerk in de buurten hier ook direct bij worden betrokken en zullen interne afdelingen en wijkteams worden bevraagd over hun connecties in de buurt. Via Duurzaamheidsplatform Gouda of een van de andere bedrijvennetwerken zullen ook koplopers vanuit de ondernemers worden gezocht. Daarnaast is het essentieel om Stedin al in deze fase bij de projectgroep te betrekken. Stedin kan meedenken over de warmteoplossingen en de gevolgen die dit meebrengt voor het net. Zij moeten vaak jaren van tevoren op de hoogte zijn van planvorming, als zij hiervoor aanpassingen moeten doen. Vanuit deze eerste kopgroep wordt een projectgroep samengesteld en worden afspraken voor de toekomstige samenwerking vastgelegd.
Dit kan – in lijn met de Algemene Inspraak en Participatieverordening – in een protocol of convenant. Bijlage 1 beschrijft een voorbeeld van de mogelijke samenstelling van deze projectgroep.
4.3.
Fase 2: Gebiedskarakterisering
2. 1e lijn middengroep wordt betrokken
Participatie in deze fase Doel: Sociale en technische analyse van de buurt. Eventuele uitbreiding van projectgroep met 1e lijn middengroep Deelnemers: Koplopers in de buurt, Stedin, evt. woningcorporaties, gemeente, 1e lijn middengroep, interne afdelingen, (bij oprichting klankbordgroep) representatieve afvaardiging van de buurt in klankbordgroep Vragen: Wat zijn kansen in de buurt? Wat zijn obstakels in de buurt? Wat is (technisch, sociaal en financieel) nodig om van het aardgas over te stappen? Wie wil deelnemen in een klankbordgroep? Mate van participatie: Meebeslissen (in [eventueel uitgebreide] projectgroep), coproduceren (1e middengroep die niet wil deelnemen in projectgroep, maar wel input levert aan analyse), meedenken (eventuele klankbordgroep), informeren (overige buurtbewoners en utilisten) Uitkomsten van participatie: Worden vastgelegd in de sociale en technische analyse Communicatie in deze fase Communicatie in deze fase zal vanuit de projectgroep plaatsvinden richting de 1e lijn middengroep van bewoners en utiliteitseigenaren. Zij zullen in eerste instantie via bestaande netwerken van de projectgroep worden benaderd en via community-groepen als Energienetwerk Gouda, het netwerk van lokale initiatieven en Energiecoöperatie Gouda en aangehaakte bewoners die in eerdere trajecten aangaven te willen meedenken op buurtniveau.
Indien een klankbordgroep wordt opgericht wordt hierover breed gecommuniceerd. Dit kan bijvoorbeeld via
loting of een brede uitvraag in de buurt via brieven, flyers, persoonlijke gesprekken en digitale wegen. Het is in deze fase erg belangrijk om ruis te voorkomen en om vanuit één kanaal en één boodschap te communiceren. Mogelijke uitwerking op planniveau In fase 2 wordt de karakterisering van het gebied uitgewerkt. Daarmee worden (sociale) buurtstructuren ontrafeld en kunnen kansen, obstakels, en communicatie- en participatiemogelijkheden verder worden ontdekt. Ook kan hiermee verder worden ontdekt wat (technisch, sociaal en financieel) nodig zal zijn om de bestaande panden over te laten stappen op een alternatief voor aardgas. Desgewenst kunnen hier twee werkgroepen worden ingericht om deze analysen uit te voeren. Voor een gedegen sociale analyse is het daarnaast noodzakelijk om ook de 1e lijn bewoners en utiliteitseigenaren uit de middengroep te betrekken. Hierbij wordt getracht om zowel huurders – bijvoorbeeld via bewonerscommissies – als eigenaren te vinden. Zij kunnen een inschatting geven van de bestaande kansen en problematiek in de buurt en de sentimenten die spelen. In gesprekken en ontmoetingen kan aan hen worden gevraagd hoe zij in het lopende proces willen worden betrokken. Dat geldt in deze fase ook voor interne afdelingen bij de gemeente. Zij zullen nauw worden betrokken om koppelkansen te ontwaren.
17
Eventueel: oprichting klankbordgroep Naast deze warme opname kan door de projectgroep in deze fase een klankbordgroep worden gevormd met bewoners en utiliteiteigenaren die het werk van de projectgroep toetsen. Op die manier draagt de projectgroep er zorg voor dat hun werk wordt gecontroleerd door een tweede groep ‘minder betrokken’ buurtbewoners en utilisten. Idealiter bevat deze klankbordgroep in ieder geval afgevaardigden van de huurders, woningeigenaren en huurders en eigenaren van de utiliteitsbouw. De technische en sociale analyse worden bijvoorbeeld aan deze klankbordgroep voorgelegd en eventueel aangepast op basis van hun input. Bijlage 1 beschrijft een mogelijke samenstelling van deze klankbordgroep. Bij oprichting hiervan wordt een protocol of convenant vastgelegd met de klankbordgroep, zoals vastgelegd in de AIPV. Technische analyse Isolatiegraad Toekomstige renovatieplannen Bestaande infrastructuur Energiegebruik Meest interessante warmteoplossing(en) Gemeentelijk vastgoed Koppelkansen met andere opgaven in de buurt
4.4.
Fase 3: Buurtstrategie uitwerken
3. 2e lijn middengroep wordt betrokken
Participatie in deze fase Doel: Communicatie- en participatieplan op buurtniveau uitwerken, koppelkansen concretiseren, haalbaarheidsonderzoeken uitvoeren Deelnemers: Gemeenteraad9, koplopers in de buurt, Stedin, evt. woningcorporaties, gemeente, 1e lijn middengroep Vragen: Wat is (technisch, sociaal en financieel) nodig om van het aardgas over te stappen? Hoe geven we verdere participatie vorm in de buurt? Hoe communiceren we richting de buurt? Hoe
Sociale analyse Verdeling van Motivaction archetypen Bestaande netwerken Hoeveelheid en verdeling utliteit Waar zijn bewoners trots op? Mate van (sociale) problematiek Wie zijn ‘tegenstanders’?
worden besluiten genomen? Wat zijn de afwegingskaders voor een warmteoplossing? Wat zijn koppelkansen die we willen benutten? Mate van participatie: Meebeslissen (in projectgroep), coproduceren (1e middengroep die niet wil deelnemen in projectgroep, maar wel input levert, interne afdelingen), meedenken (overige buurtbewoners die hierover willen meedenken via bijeenkomsten, enquêtes of andere middelen), informeren (overige buurtbewoners en utilisten) Uitkomsten van participatie: Worden vastgelegd in communicatie- en participatieplan op buurtniveau. Deze worden onderdeel van het uitvoeringsplan. Communicatie in deze fase Communicatie in deze fase zal vanuit de projectgroep worden voorbereid. Hierdoor communiceren aangehaakte partners via hun eigen kanalen
9 In de AIPV is vastgelegd dat ‘de verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over de wijze waarop burgers bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad’.
18
dezelfde boodschap richting alle eigenaren, bewoners en utiliteitseigenaren en –huurders. De verwachting is dat in deze fase met name de 1e lijn middengroep van bewoners en utiliteitseigenaren hierop reageert. Communicatie verloopt bijvoorbeeld via bestaande netwerken van de projectgroep, via community-groepen als Energienetwerk Gouda en aangehaakte bewoners die in eerdere trajecten aangaven te willen meedenken op buurtniveau. Per doelgroep zal worden gekeken via welke kanalen dit wordt verspreid. Zo kunnen huurders worden bereikt via corporaties, woningeigenaren via netwerken van Energiecoöperatie Gouda en utilisten via het netwerk van Duurzaamheidsplatform Gouda en Samenwerkende Ondernemersvereniging Gouda. Mogelijke uitwerking op planniveau Op basis van de analysen uit fase 2 wordt een buurtcommunicatie- en participatieplan uitgewerkt waarin wordt beschreven op welke manier bewoners en utiliteiteigenaren worden betrokken in het lopende proces. Hierin kan bijvoorbeeld worden overwogen tot de oprichting van verschillende inspraakgremia zoals een burgerforum, burgerraad, ideeënbrouwerij of andere middelen die bewoners (directe) inspraak geven in dit proces. Op communicatieniveau kan bijvoorbeeld worden ingezet op een buurtspin-off van de stadsbrede ‘Dit doen wij, wat doe jij?’-campagne. Het opstellen van dit plan vergt de inspraak van middengroepen en late beslissers.
Zij zullen moeten aangeven op welke manier zij willen worden betrokken in het komende proces. Daarvoor zal wel helder moeten zijn wat van hen wordt verwacht, en is transparantie van de tot dusver beschikbare informatie noodzakelijk. Indien een integrale wijkaanpak het streven is, zullen ook interne afdelingen bij de gemeente die hieraan meewerken nauw worden betrokken bij het opstellen van dit plan.
Na opstelling van dit communicatie- en participatieplan zal (indien opgericht) ook de klankbordgroep haar mening formeren over dit plan. In deze fase vindt ook de haalbaarheidsstudie naar de meest geschikte warmteoplossing plaats. In het geval van de mogelijkheid tot een collectieve oplossing, zal het haalbaarheidsonderzoek in eerste instantie hierop richten. Gaat het om een individuele oplossing, zal een buurtstrategie met name gericht zijn op het stimuleren tot het treffen van maatregelen en het geven van voorlichting over de meest geschikte oplossing(en). NB Per buurt zal moeten worden gepeild of genoeg animo en organisatiecapaciteit is voor directe inspraak van een representatieve afvaardiging van de buurt en wat met de bestaande capaciteit kan worden bewerkstelligd. In deze fase zal die afweging worden gemaakt.
4.5.
Fase 4: De buurt in
4. 3e lijn middengroep wordt betrokken
Participatie in deze fase Doel: Band opbouwen met de buurt, de buurt verder kennis laten maken met de warmtetransitie en de gevolgen voor hun buurt. Kennis ophalen van bewoners en ondernemers die nog niet betrokken waren. Bredere betrokkenheid en meer onderling vertrouwen. Deelnemers: Iedereen in de buurt Vragen: Afhankelijk van participatieproces. In ieder geval: Wat is voor u nodig om over te stappen op een aardgasvrij alternatief? Wanneer doet u mee? Wat heeft uw voorkeur op
19
basis van de beschikbare informatie? Wat zijn interessante financieringsconstructies? Wat zijn uw zorgen? Waar ziet u kansen? Mate van participatie: Meebeslissen (in projectgroep), coproduceren (middengroep, afhankelijk van participatieproces), meedenken (overige buurtbewoners die hierover willen meedenken in bijeenkomsten en koffiemomenten), informeren (late beslissers) Uitkomsten van participatie: Inhoudelijke uitkomsten worden vastgelegd in het Uitvoeringsplan in fase 5. Afhankelijk van de mate van de participatie worden de uitkomsten meegenomen als ‘bindend’ (meebeslissers), ‘zwaarwegend’ (coproducenten), of ‘adviserend’ (meedenkers). Communicatie in deze fase Communicatie in deze fase zal erg laagdrempelig zijn. In deze fase is het met name van belang om een band op te bouwen met de buurt. Communicatie vindt dan ook met name direct plaats en via de “spinnen in het web” van de buurt. Hiervoor worden bestaande sociale infrastructuren ingezet in de buurt. Dit gaat bijvoorbeeld via sleutelfiguren uit de geloofsgemeenschappen of andere bewoners met een breed netwerk in de buurt. Zo wordt een netwerk van sleutelfiguren gecreëerd in de buurt. Richting huurders zal dit met name ook gebeuren via de kanalen van de woningcorporaties (indien sprake van bezit) en via bewonerscommissies.
In deze fase worden met name positieve evenementen en initiatieven georganiseerd, waardoor een goed gevoel in de buurt bij dit traject kan ontstaan. Ook wordt ingezet op laagdrempelige informatievoorziening over woningverduurzaming. Woningcorporaties betrekken daarnaast in deze en eerdere fasen zelf hun huurders al bij groot onderhoudsprojecten met duurzaamheidsmaatregelen. Doordat informatie hier al meer concreet wordt en laagdrempelige activiteiten worden georganiseerd is de verwachting dat hier ook de 2e lijn middengroep aanhaakt.
20
Mogelijke uitwerking op planniveau Het is tijd om daadwerkelijk de buurt in te gaan. Deze fase vraagt (waarschijnlijk) de meeste tijd en aandacht van alle fasen. In deze fase is het namelijk zaak om een vertrouwensband in de buurt op te bouwen. Bewoners moet duidelijk worden dat echt wordt gezocht naar de beste warmteoplossing en dat de bewoners, gemeente en ondernemers dit samen doen. Dit kan bijvoorbeeld door koffiemomenten, festiviteiten of evenementen in de buurt, of andere laagdrempelige activiteiten. Dit is maatwerk. In de ene buurt zal meer noodzaak zijn voor laagdrempelige activiteiten dan in de andere. Net als dat in de ene buurt contact met de buurt kan worden gelegd via de bakker en de slager, bij de ander via de dominee of ouderlingen, en bij de ander via imams, of sportverenigingen. Het zal veel tijd en geduld kosten om sommige van de doelgroepen in een buurt te betrekken bij de activiteiten en om een betrouwbaar beeld te creëren bij de warmtetransitie. Dit beeld is ook afhankelijk van financiële gevolgen en de mate van overlast die de warmtetransitie met zich mee zal brengen. Afhankelijk van de meest geschikte oplossing zal al dan niet worden ingezet op (in deze fase laagdrempelige) voorlichting over het verduurzamen van de eigen woning (individueel) of over de gevolgen voor de eigen woning én de buurt (collectief).
Afhankelijk van wat in het participatie- en communicatieplan is vastgelegd, zullen in deze fase bewoners worden uitgenodigd voor de participatiemomenten, of zullen meer uitgebreide participatieprocessen (zoals burgerraden) worden vormgegeven. NB Per buurt zal moeten worden gepeild of genoeg animo en organisatiecapaciteit is voor directe inspraak van de middengroepen en latere beslissers en wat met de bestaande capaciteit kan worden bewerkstelligd. In deze fase zal die afweging worden gemaakt.
4.6.
Fase 5: Voorbereiden van Uitvoeringsplan
5. 3e lijn middengroep is betrokken
Participatie in deze fase Doel: Afwegingen maken voor de warmteoplossing en renovatie van panden Deelnemers: Afhankelijk van participatie- en communicatieplan, zo breed mogelijke betrokkenheid Vragen: Wat zijn criteria voor het energiesysteem? Wat zijn voorwaarden voor marktpartijen? Zijn er buurtbewoners die mede-eigenaar willen zijn van het energiesysteem? Zijn de mogelijke energiesystemen technisch haalbaar? Hoe kan dit het best worden gefinancierd? Mate van participatie: Meebeslissen (in projectgroep, en afhankelijk van participatie- en communicatieplan via burgerraden, -fora, of andere vormen van meebeslissen), coproduceren (middengroep, evt, klankbordgroep, afhankelijk van participatieproces), meedenken (overige buurtbewoners die hierover willen meedenken via bijv. Energienetwerk Gouda), informeren (late beslissers) Uitkomsten van participatie: Worden vastgelegd in Uitvoeringsplan. Afhankelijk van de mate van de participatie worden de uitkomsten meegenomen als ‘bindend’ (meebeslissers), ‘zwaarwegend’ (coproducenten), of ‘adviserend’ (meedenkers). Communicatie in deze fase Communicatie in deze fase zal met name gericht zijn op het ophalen van informatie in de buurt. Persoonlijk contact is in deze fase erg van belang, omdat in de voorbereiding van het uitvoeringsplan de kaders komen vast te liggen van de toekomstige warmteoplossingen. Deze
warmteoplossing komt uiteindelijk achter de voordeur van bewoners, dus zij zullen achter de voorwaarden en financiering moeten staan. In deze fase is ook al een breed netwerk in de buurt beschikbaar, via wie deze informatie en meningen kunnen worden opgehaald. Mogelijke uitwerking op planniveau In de praktijk zullen fase 4 en 5 vaak enigszins overlappen. Uiteindelijk zal tijdens het proces van de buurt ingaan, ook een aanzet worden gedaan voor het uitvoeringsplan. In fase 4 is de input nog iets laagdrempeliger en meer oriënterend. In fase 5 zal de input meer de diepte ingaan, en zullen echte afwegingen gemaakt worden over het energiesysteem in de buurt. Daarvoor zal bijvoorbeeld de haalbaarheid van verschillende nieuwe energiesystemen worden onderzocht, al dan niet in samenwerking met technisch onderlegde koplopers die hier aan willen bijdragen. In deze fase zit dus ook een go / no-go moment voor de eventuele collectieve oplossing en het al dan niet willen vastleggen van het uitvoeringsplan. Van tevoren worden per buurt afspraken gemaakt hoe deze daadwerkelijke keuze wordt gemaakt. Dit is afhankelijk van gekozen participatievormen in de buurt.
4.7.
Fase 6: Uitvoeringsplan vaststellen & voorbereiding uitvoering
6. 3e lijn middengroep is betrokken
Participatie in deze fase Doel: Vaststellen uitvoeringsplan, breed gedragen keuze voor aanbieder energiesysteem en renovatie, financieringsconstructies opstellen
21
Deelnemers: Raad, projectgroep en eventueel klankbordgroep. In geval van brede burgerraad: ook burgerraad betrekken bij uitvraag Vragen: Wordt het Uitvoeringsplan vastgesteld? Wie wordt de aanbieder van het energiesysteem en renovatie? Hoe financieren pandeigenaren deze transitie? Hoe dekken we het vollooprisico? Doet u als bewoner of utilist mee aan het voorgestelde plan voor de uitvoer? Mate van participatie: Meebeslissen (afhankelijk van participatie- en communicatieplan), coproduceren (projectgroep & evt. klankbordgroep), informeren (rest van de buurt) Uitkomsten van participatie: Worden vastgelegd uitvoeringsplan Communicatie in deze fase Communicatie in deze fase vindt zo breed mogelijk plaats. Elke individuele bewoner moet worden geïnformeerd over de uitvoering in Fase 7. Daarom zal communicatie via zowel digitale als fysieke wegen plaatsvinden en zullen gesprekken blijven plaatsvinden. Ook kan er hier voor worden gekozen om wederom een buurtbrede bijeenkomst te organiseren. De boodschap in deze fase is met name het transparante verhaal van wat er op de buurt afkomt en wat het voor de buurt betekent. Mogelijke uitwerking op planniveau Na vaststelling van het wijkuitvoeringsplan wordt deze juridisch verankerd in een Omgevingsplan. Hiervan volgt een nadere uitwerking.
Bij akkoord op het uitvoeringsplan zal de daarin afgesproken uitvoer van het uitvoeringsplan in gang worden gezet. Indien het in eerdere fasen is gelukt om een coöperatie of ander georganiseerd bewonersinitiatief te organiseren die eigenaarschap van het energiesysteem op zich wil nemen, zal dit ook in nadere afstemming met hen gebeuren. Controle op de projectgroep vindt plaats via een eventueel aangestelde klankbordgroep, burgerraad, -forum of andere vorm van directe inspraak.
22
Daarnaast krijgen bewoners en ondernemers informatie over de uitvoering. Welke aanbieder is geselecteerd voor de renovatie en voor het gekozen energiesysteem? Wat gaat het voor overlast opleveren? Wie doen er allemaal al mee? En wat is de planning?
4.8.
Fase 7: Uitvoering en nazorg
7. Late beslissers worden betrokken
Participatie in deze fase Doel: Uitvoering van de warmtetransitie Deelnemers: Individuele pandeigenaren, uitvoerende partijen, gemeente, Stedin, woningcorporaties, huurders Vragen: Gaat u definitief mee in het nieuwe energiesysteem? Hoe bevalt het nieuwe energiesysteem? Mate van participatie: Meebeslissen (pandeigenaren) Uitkomsten van participatie: Nieuw energiesysteem en gerenoveerd pand Communicatie in deze fase Communicatie zal met name plaatsvinden in de vorm van voorlichting. Voorlichting houdt in dat er actief en transparant wordt gecommuniceerd over de gevolgen van de uitvoer. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de straten die open moeten, de verwachte tijdsduur van werkzaamheden en wat dit gaat betekenen voor het net. Bij dit laatste zal Stedin ook een belangrijke rol spelen. Stedin heeft hier communicatietools voor die op buurtniveau in deze fase kunnen worden ingezet. Verder bestaat communicatie ook verder in deze fase uit de ervaringsverhalen van dit project. Op deze manier worden deze ervaringen ingezet om de latere beslissers te
informeren over de voortgang. Tegelijk is het van belang om in deze fase goed te luisteren naar zorgen over de (aankomende) veranderingen. Ook wordt met bewoners actief besproken hoe de voortgang gaat, wat er goed gaat en wat er beter kan. Op die manier wordt aandachtig en intensief een vinger aan de pols gehouden bij dit proces. Daardoor kunnen bijvoorbeeld oplossingen worden gevonden voor bouwoverlast en andere ervaringen. Deze geleerde lessen worden ook in volgende buurten waar een buurtaanpak plaatsvindt meegenomen. Mogelijke uitwerking op planniveau In deze fase wordt de aanbesteding uitgevoerd voor partijen die opdracht krijgen voor (1) de renovatie en (2) het energiesysteem. Hiervoor is het directe commitment van bewoners nodig om daadwerkelijk in zee te gaan met de renovatie en de overstap op het nieuwe energiesysteem. Zij kiezen (of weigeren) uiteindelijk de optie die voor hun woning past. Nadat bewoners zijn overgestapt, zal breed moeten worden gecommuniceerd over bewonerservaringen en zal het gehele traject worden geëvalueerd. Wanneer pandeigenaren kiezen voor een stapsgewijze aanpak is het noodzakelijk om te blijven peilen hoe de voortgang verloopt. Door positieve eerste bewonersverhalen uit de buurt kunnen ook late beslissers in deze fase worden overtuigd om mee te doen. Bij negatieve verhalen zullen zij mogelijk definitief afhaken, wat ongewenst is.