(OPENBAAR) StAB-advies (ex bijlagen)_19964631_1 (1).pdf
Tekst van het document
GERECHTELIJKE OMGEVINGSDESKUNDICEN
Rechtbank Den Haag
^nnWnrnori on dn nriffj@
Afdeling bestuursrecht Postbus 20302
20
i.-1 . * *r U
2500 EH Den Haag
Uw kenmerk
Uw brief
Kenmerk
Datum
SGR 19/4599,20/361 WABOA VI 36
11 juni 2020
STAB-41014
23 november 2020
Onderwerp Bestuursdwang Turfmarktkerk Gouda
In antwoord op uw brief van 11 juni 2020 ontvangt u hierbij het gevraagde verslag. Ik verzoek u mij te zijner tijd op de hoogte te stellen van de uitspraak in dit geschil.
De directeur,
mr. A.T. Dalen Gilhuijs
Contactpersoon:
drs. B.T. Koopmans
Telefoonnummer:
+31703150136
Mobiele tel.nr:
+31613619245
E-mailadres:
b.koopmans@stab.nl
T +31 70 315 01 50 E info@stab.nl W stab.nl
Bezuidenhoutseuieg 60 2594 AW Den Haag
Postbus 95928 2509 CX Den Haag
IBAN NL33 INCB 0005 0080 21 KuK Den Haag 41159871
■r STAB GERECHTEUDKE OMGEVINGSDESKUNDICEN
Verslag ex artikel 8:47 Algemene wet bestuursrecht Opdrachtgever Rechtbank Den Haag Kenmerk opdrachtgever SGR 19/ 4599, 20/361 WABOA VI36
Ingekomen op de griffie
Datum opdracht 11 juni 2020
2 6 NOV. 2020
Onderwerp
RechtbariK, yen Haag, Bestuursrecht
Bestuursdwang Turfmarktkerk Gouda
Kenmerk STAB STAB-41014 Datum 23 november 2020 Opstellers Ir. J.W.M. Bovend'Eerdt (ABT) Ir. J. Galjaard MBA RO (ABT) ing. M.J.C. van de Leur (ABT) drs. B.T. Koopmans Ir. R. Schuur ing. R. de Vogel Toetser ing. K.S. de Croon
STAB-41014 | 23 november 2020 | 1 T +31 70 315 01 50 E info@stab.nl W stab.nl
Bezuidenhoutseiueg60 2594 AW Den Haag
Postbus 95928 2509 CX Den Haag
IBAN NL33 INGB 00050080 21 KuK Den Haag 41159871
Inhoud
Samenvatting
4
1
Inleiding
7
1.1
De besluiten
7
1.2
Eiseres
7
1.3
De kwestie
7
1.4
De vraag van de rechtbank
8
1.5
Werkwijze
9
1.6
Opzet van het verslag
10
2
Voorgeschiedenis
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Besluit last onder bestuursdwang slopen
12
2.3
Toepassing bestuursdwang slopen
14
2.3.1
Voorlopige voorziening
15
2.3.2
Daadwerkelijke sloop
16
2.4
Kostenverhaalbeschikking
16
3
Beantwoording onderzoeksvraag 1
17
3.1
Rapport ODMH van 17 oktober 2018
17
3.2
Rapport Peters & van Leeuwen van 22 oktober 2018
17
3.3
Bevindingen STAB
18
3.4
Onderbouwing conclusies rapporten
18
3.4.1
Toetsingskader
18
3.4.2
Visuele inspecties van het pand
21
3.4.3
Lintvoegwaterpassingen
25
3.5
Analyse van conclusies rapporten
28
3.5.1
Zettingen
28
3.5.2
Scheefstand gevels
29
3.5.3
Scheurvorming gevels
29
3.5.4
Wegzakken achterbouw
30
3.5.5
Scheurvorming toog
30
3.5.6
Aantasting dakspant
31
3.6
Conclusie
31
3.7
Beantwoording onderzoeksvraag
31
STAB-41014 | 23 november 2020 | 2
4
Beantwoording onderzoeksvraag 2
32
4.1
Bevindingen STAB
32
4.2
Conclusie
33
4.3
Beantwoording onderzoeksvraag
34
5
Beantwoording onderzoeksvraag 3
35
5.1
Rapport Lengkeek van 4 september 2019
35
5.2
Bevindingen STAB
35
5.3
Analyse omvang sloopmateriaal
36
5.3.1
Hoeveelheden
36
5.3.2
Analyse weegstaten
38
5.4
Sloopkosten
39
5.4.1
Sloopwerk
39
5.4.2
Berekening sloopkosten
40
5.4.3
Analyse offerte sloopwerk van Oosterhout
42
5.4.4
Analyse offerte sloopwerk van Kruiswijk
42
5.5
Steiger- en stutwerk
44
5.6
Beoordeling kosten in rapport Lengkeek
46
5.6.1
Contractvorm
47
5.6.2
Kosten Van der Speld Bouw - Kruiswijk sloop
47
5.6.3
Kosten Van der Speld Bouw - eigen werk
47
5.6.4
Overige kosten
49
5.7
Conclusie
50
5.8
Beantwoording onderzoeksvraag
51
6
Beantwoording onderzoeksvraag 4
52
Appendix: Tabel reacties partijen
53
Bijlagen
68
STAB-41014 | 23 november 2020 | 3
Samenvatting Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda heeft op 25 juli 2018 (kenmerk 2018 186 487) Khalid Boutachekourt Holding B.V. te Gouda een last onder bestuursdwang opgelegd, zodat de constructieve onveiligheid van het gebouw (Turfmarktkerk: toevoeging STAB) wordt beëindigd door middel van het stutten en slopen van de kerk. Omdat de werkzaamheden uit de last onder bestuursdwang volgens verweerder niet juist zijn uitgevoerd, heeft het college besloten bestuursdwang toe te passen en het gebouw zelf te slopen. Bij besluit van 24 oktober 2018 (kenmerk: 2018 262 794) heeft het college besloten bestuursdwang toe te passen en zelfde sloop van de kerk uit te voeren. Op 10 december 2019 heeft het college besloten een bedrag van € 541.588,81 (gebaseerd op kosten van de sloop) te verhalen op eiseres. In beroep geeft eiseres aan dat de kerk door haarzelf gesloopt had kunnen worden en dat de urgentie tot sloop niet dusdanig hoog was dat verweerder dit zelf moest doen. De wijzigingen in de stutconstructie waren voldoende om direct instortingsgevaar weg te nemen. Eiseres is het ook niet eens met de hoogte van de gemaakte kosten voor de werkzaamheden die door de sloper in opdracht van verweerder zijn uitgevoerd. Op 11 juni 2020 heeft rechtbank Den Haag STAB gevraagd te adviseren met betrekking tot de volgende onderdelen: 7.
"Onderschrijft de STAB, op basis van de informatie in de dossiers, de conclusies in het handhavingsrapport van de ODMH van 17 oktober 2018 en in het rapport van Peters & Van Leeuwen van 22 oktober 2018?
2.
Zo ja, waren de werkzaamheden die het college heeft uitgevoerd noodzakelijk om het geconstateerde instortingsgevaar weg te nemen?
3.
Onderschrijft de STAB de conclusies in het rapport van Leng keek B.V. van 4 september 2019 over de redelijkheid van de gemaakte kosten?
4.
Voorzover de STAB nog andere opmerkingen heeft die voor de beoordeling van het geschil van belang zijn, verneemt de rechtbank dit graag."
Op verzoek van de rechtbank zijn de bevindingen kenbaar gemaakt in een schriftelijk conceptadvies en hebben partijen de gelegenheid gehad daarop te reageren. De reacties van partijen zijn betrokken bij het definitieve STAB-advies. In het STAB-verslag is eerst een uiteenzetting van de voorgeschiedenis gegeven. Vervolgens is onderzoek uitgevoerd om de vragen te kunnen beantwoorden. Op basis van dit onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 4
STAB meent dat er geen direct gevaar bestond dat het kerkgebouw zou instorten, noch dat er een direct gevaar was voor de omgeving van het gebouw op 24 oktober 2018. De waarnemingen op 17 en 18 oktober 2018 geven weliswaar aanleiding tot zorg over de draagconstructie, maar deze zorg had eerst met een gedegen onderzoek bevestigd of weggenomen moeten worden. De visuele waarnemingen en de lintvoegwaterpassingen geven STAB in elk geval onvoldoende aanleiding om te stellen dat tot onmiddellijke sloop van het kerkgebouw overgegaan moest worden. Het antwoord op vraag 1 luidt dat STAB de conclusies van het college niet onderschrijft, en dat volgens STAB geen sprake was van acuut instortingsgevaar, zoals geconcludeerd in dan wel op grond van de rapporten van de ODMH van 17 oktober 2018 en van Peters & van Leeuwen van 22 oktober 2018. STAB constateert dat er een stut- en steigerwerk is ontworpen conform een goedgekeurd plan door verweerder, maar dat uit de inspecties van de ODMH/Sweco blijkt dat het stut- en steigerwerk (nog) niet volledig goed was uitgevoerd. STAB kan zich niet vinden in de conclusie dat - als er al sprake zou zijn van acuut instortingsgevaar - dit uitsluitend voorkomen zou kunnen worden door onmiddellijke sloop van de kerk.
Het noodzakelijke en inmiddels gerealiseerde stut- en steigerwerk was weliswaar niet volledig akkoord bevonden, maar zou met enkele beperkte en eenvoudige verbeteringen snel verantwoord te maken zijn. Dit blijkt ook uit het feit dat slechts enkele dagen na de toepassen van bestuursdwang op 24 oktober 2018 reeds op 2 november 2018 de aangepaste stut- en steigerconstructie door Sweco akkoord bevonden werd, waarna de omwonenden weer veilig terug naar hun woning mochten. Daarmee was de noodzaak tot een overhaaste sloop gelijk weggenomen. In antwoord op vraag 2 is STAB van mening dat - mocht er al sprake zijn van acuut instortingsgevaar - de sloopwerkzaamheden die het college heeft uitgevoerd niet noodzakelijk waren om instortingsgevaar weg te nemen. STAB is van mening dat de door de gemeente opgegeven kosten voor de sloop van in totaal € 531.830,11 voor een deel niet rechtstreeks toe te wijzen zijn aan de kosten voor een verantwoorde en noodzakelijke sloop vanaf 24 oktober 2018 tot 15 februari 2019. De totale "noodzakelijke" kosten worden door STAB geraamd op € 280.054,- (zie tabel). Daar zouden de opslagen van 10% van Van der Speld Bouw ter waarde van circa € 26.460,- nog van afgetrokken kunnen worden.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 5
Gefactureerde kosten
Reële/noodzakelijk kosten
Van der Speld-Kruiswijk sloop
€ 285.920,00
€143.000,00
Van der Speld-eigen werk
€211.963,28
135.303,94
Overige kosten
€ 33.946,83
€1.750,00
€531.830,11
€280.53,94
Categorie
Totaal Noodzakelijke kosten afgezet tegen gefactureerde kosten.
Het antwoord op vraag 3 luidt dat STAB de conclusies in het rapport van Lengkeek B.V. van 4 september 2019 over de redelijkheid van de gemaakte kosten niet onderschrijft. STAB heeft geen andere opmerkingen die voor de beoordeling van het geschil van belang zijn.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 6
1
Inleiding
1.1
De besluiten
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda heeft op 25 juli 2018 (kenmerk 2018 186 487) Khalid Boutachekourt Holding B.V. te Gouda een last onder bestuursdwang opgelegd zodat de constructieve onveiligheid van het gebouw (Turfmarktkerk: toevoeging STAB) door middel van volgende maatregelen wordt beëindigd: •
Voor 20 augustus 2018 moet het gebouw gestut zijn, zodat de constructie veilig is voor zowel omwonenden en de uitvoering van de sloop.
•
Voor 30 september 2018 dient het gebouw geheel gesloopt te worden (tot de fundering).
Als de bovenstaande maatregelen niet of niet geheel binnen de begunstigingstermijn uitgevoerd zijn, dan zullen burgemeester en wethouders overgaan tot het uitoefenen van bestuursdwang (zie bijlage 6 bij het beroep in dossier 19/4599). Bij besluit van 24 oktober 2018 (kenmerk: 2018 262 794) heeft het college bepaald bestuursdwang toe te passen. De bebouwing zal van gemeentewege zover worden gesloopt als nodig is om het directe instortingsgevaar weg te nemen. De kosten hiervan zullen verhaald worden op Khalid Boutachekourt Holding B.V. en/of haar bestuurder(s) (zie bijlage 2 bij het beroep in dossier 19/4599). Bij besluit van 10 december 2019 heeft het college bepaald dat een bedrag van € 541.588,81 verhaald zal worden op eiseres (zie bijlage 1 bij beroep in dossier 20/361).
1.2
Eiseres
Khalid Boutachekourt Holding B.V. te Gouda, vertegenwoordigd door mr. R.R. Beuker (Delta Advocaten) te Amsterdam.
1.3
De kwestie
Eiseres Khalid Boutachekourt Holding B.V. is sinds 20 maart 2017 eigenares van kadastraal perceel Gouda, sectie B, nummer 3773, met de toen daarop aanwezige Turfmarktkerk uit 1931. Eiseres was voornemens de kerk te verbouwen tot congrescentrum of tot woningen. Omdat bleek dat de bouwkundige staat van de kerk te slecht was, heeft eiseres besloten deze te slopen. Eiseres heeft op 8 september 2017 daarvoor een sloopvergunning gekregen en heeft vervolgens bij verschillende sloopbedrijven offertes voor de sloop opgevraagd. Vooruitlopend op de sloop heeft eiseres begin 2018 asbest laten verwijderen.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 7
Door de Omgevingsdienst Midden Holland (hierna: de ODMH) en door externe partijen in opdracht van de gemeente Gouda, zijn in 2018 en 2019 verschillende inspecties uitgevoerd naar de staat van de kerk. Op 25 juli 2018 heeft verweerder een last onder bestuursdwang opgelegd tot stutten en tot sloop van de kerk. Eiseres heeft vanaf augustus 2018 een stutconstructie in de kerk aangebracht om de te slopen kerk te ondersteunen. Deze stutconstructie was volgens de ODMH echter niet toereikend. Op basis van inspecties van 17 en 18 oktober 2018 en een rapport van Peters & Van Leeuwen van 22 oktober 2018 constateerde verweerder dat er acuut instortingsgevaar dreigde met gevaar voor omwonenden. Op 24 oktober 2018 besloot verweerder om bestuursdwang toe te passen en om de sloop van de kerk in eigen beheer uitte voeren. In opdracht van verweerder is vervolgens eerst de reeds aanwezige stutconstructie aangepast; dit werk was 2 november 2018 gereed. Na 20 december 2018 (na uitspraak voorlopige voorziening, zie onder het kopje "Bijzonderheden") begint in opdracht van verweerder de feitelijke sloop van de kerk. Op 6 februari 2019 was de kerk gesloopt tot een hoogte variërend van 6 tot 8 meter boven maaiveld. Dit is de huidige staat van de kerk. Bij besluit van 10 december 2019 heeft verweerder de kosten van de sloop verhaald op eiseres.
In beroep geeft eiseres aan dat de kerk door haarzelf gesloopt had kunnen worden en dat de urgentie tot sloop niet dusdanig hoog was dat verweerder dit zelf moest doen. De wijzigingen in de stutconstructie waren voldoende om direct instortingsgevaar weg te nemen indien hier al sprake van was. Eiseres is het niet eens met de hoogte van de gemaakte kosten voor de werkzaamheden die door de sloper in opdracht van verweerder zijn uitgevoerd.
1.4
De vraag van de rechtbank
Bij brief van 11 juni 2020 heeft de rechtbank Den Haag STAB als deskundige benoemd. De rechtbank vraagt STAB te adviseren met betrekking tot de volgende onderdelen: 7.
"Onderschrijft de STAB, op basis van de informatie in de dossiers, de conclusies in het handhavingsrapport van de ODMH van 17 oktober 2018 en in het rapport van Peters & Van Leeuwen van 22 oktober 2018?
2.
Zo ja, waren de werkzaamheden die het college heeft uitgevoerd noodzakelijk om het geconstateerde instortingsgevaar weg te nemen?
3.
Onderschrijft de STAB de conclusies in het rapport van Leng keek B.V. van 4 september 2019 over de redelijkheid van de gemaakte kosten?
4.
Voorzover de STAB nog andere opmerkingen heeft die voor de beoordeling van het geschil van belang zijn, verneemt de rechtbank dit graag."
STAB-41014 | 23 november 2020 | 8
De rechtbank verzoekt de bevindingen kenbaar te maken een in een schriftelijk conceptadvies en partijen de gelegenheid te geven daarop te reageren en de reacties van partijen te betrekken bij het definitief advies. Naast de bodemdossiers 19/4599 (besluit bestuursdwang) en 20/361 (kostenverhaalbeschikking) heeft de rechtbank volledigheidshalve ook het dossier 18/7886 (voorlopige voorziening) meegezonden.
1.5
Werkwijze
Het onderzoek is verricht door drs. B.T. Koopmans, ir. R. Schuur en ing. R. de Vogel van STAB en in opdracht en onder verantwoordelijkheid van STAB door ir. J.W.M. Bovend'Eerdt, ir. J. Galjaard MBA RO en ing. M.J.C. van de Leur van ABT. Verweerder heeft desgevraagd voor het onderzoek relevante dossierstukken digitaal en in kleur verstrekt. Van de zijde van eiseres zijn tevens kleurenversies van dossierstukken geleverd. Ter voorbereiding op de gesprekken die de adviseurs met partijen ingepland hadden, zijn op 28 juli per e-mail vragen gesteld. De vragen aan eiseres zijn opgenomen in bijlage STAB1.1 en de vragen (en nadere vragen) aan verweerder in bijlage STAB-1.2. Eiseres heeft bij brief van 29 juli 2020 gereageerd (zie bijlage STAB-1.3, brief aan STAB). AKD heeft namens verweerder schriftelijk gereageerd op vragen van STAB op 13,14 en 21 augustus 2020 (zie bijlage STAB-1.4 tot en met STAB 1.6). Naar aanleiding van de vragen van STAB zijn door verweerder ook veel stukken nagezonden. Alle stukken staan op de stukkenlijst (zie bijlage STAB-1.7, stukkenlijst STAB41014). Verwijzing in dit verslag is als volgt: •
Dossier SGR 19/4599, producties nr. eiseres;
•
Dossier SGR 18/7886, producties nr. eiseres;
•
Dossier SGR 20/361, bijlage nr. bij kostenverhaalbeschikking;
•
Bijlage nr. bij bezwaarschrift;
•
Bijlage nr. bij verweer;
•
Bijlage STAB-nr. (deze zijn bij het verslag gevoegd);
•
Bijlage nr., bij reactie op concept STAB-verslag.
Daarnaast zijn door verweerder ook andere digitale stukken geleverd waar niet naar wordt verwezen in het verslag. De bestandsnamen van deze stukken zijn in bijlage STAB-1.7 opgenomen onder het kopje Digitale stukken gemeente Gouda.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 9
In verband met de corona-maatregelen hebben gesprekken met partijen op 31 juli 2020 via videobellen plaatsgevonden. Namens STAB zijn deze gesprekken gevoerd door adviseurs J. Bovend'Eerdt, J. Galjaard, M. van de Leur, B. Koopmans en R. de Vogel. Eiseres werd in het gesprek vertegenwoordigd door K. Boutachekourt, R. Beuker en S. Dalmolen (van Delta Advocaten). Aan het gesprek met verweerder namen H. Hop (namens de ODMH) en T. Sanders (AKD advocaten) deel. Op 12 september 2020 heeft STAB-adviseur Schuur de locatie aan de Turfmarkt 60 bezocht (zie foto's in bijlage STAB-1.8). Op 25 september 2020 is het conceptverslag inclusief bijlagen digitaal aan partijen gezonden (zie bijlage STAB-1.10). Zowel STAB (bij brief van 1 oktober 2020) als AKD (bij brief van oktober 2020) hebben om uitstel van de termijn bij de rechtbank gevraagd. Bij brief van 8 oktober 2020 heeft de rechtbank tot 21 november uitstel verleend aan STAB voor het indienen van het definitieve verslag. Partijen hebben vervolgens op 2 november 2020 op het concept-STAB-verslag gereageerd (zie voor de reacties op het concept STABverslag bijlagen STAB-1.10 en STAB-1.11). Bij beide reacties zijn meerdere bijlagen gevoegd. De reacties van STAB op het concept-verslag zijn verwerkt in een tabel in de appendix. Wijzigingen als gevolg van deze reacties zijn in het definitieve STAB-verslag verwerkt.
Daarnaast zijn ook enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. In aanvulling op zijn reactie op het concept STAB-verslag heeft Delta op 4 november 2020 nog aangegeven dat bepaalde stukken niet door hem aangeleverd kon worden (zie bijlage STAB-1.13, e-mail betreft berekeningen Dekker). Tussen 6 en 9 november 2020 heeft een email uitwisseling plaats gevonden tussen Delta en STAB over de digitaal verstrekte stukken door verweerder en de beschikbaarheid daarvan. De stukken die niet in dit verslag gebruikt zijn, zullen als digitale bijlagen bij het definitieve advies aan de rechtbank meegestuurd worden (zie bijlage STAB-1.14, e-mails digitale stukken).
1.6
Opzet van het verslag
In hoofdstuk 2 van dit verslag wordt de voorgeschiedenis en de daarbij behorende stukken uiteengezet (zie bijlage STAB-1.9, voor de chronologische stukkenlijst). In de daaropvolgende hoofstukken 3 tot en met 6 worden de vragen van de rechtbank beantwoord.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 10
2
Voorgeschiedenis
2.1
Inleiding
Eiseres is sinds 20 maart 2017 eigenaar van het perceel en de Turfmarktkerk (zie bijlage 1 bij het verweer). In het gesprek met STAB is aangegeven dat zij het voornemen had het gebouw voor zijn eigen bedrijf te gebruiken en te verbouwen voor presentaties en conferenties. Vlak na aankoop heeft eiseres een lintvoegwaterpassing door GeoValk (rapport van 18 mei 2015) laten uitvoeren (zie dossier 19/4599, productie 18). Daarna is eiseres begonnen met de werkzaamheden zoals herstelwerkzaamheden aan de fundering (zie dossier 19/4599, productie 15 en 19 voor herstelplan fundering van Peters & Van Leeuwen). Uit de aanvulling op bezwaar blijkt dat eiseres het doel had de kerk te hergebruiken, maar dat bleek dat de kerk in zeer slechte staat was (zie dossier 19/4599, productie 13, onder 2). In mei heeft eiseres een sloopmelding gedaan voor het slopen van een bijgebouw bij de kerk. Deze melding is door ODMH niet geaccepteerd. In juli 2017 zijn controles uitgevoerd door de ODfvlH aan deTurfrnarkóO te Gouda (zie dossier 19/4599, productie 20 en 21). En vervolgens is op 14juli 2017 (kenmerk 2017163305) door verweerder een last onder dwangsom opgelegd tot het stilleggen van de (gedeeltelijke) sloopwerkzaamheden aan de Turfmarktkerk (zie 19/4599, productie 42).
Vervolgens heeft eiseres een sloopvergunning aangevraagd voor de totale sloop van de kerk en die ook gekregen (zie dossier 19/4599, productie 43 voor de aanvraag en verweer, bijlage 2 voor de vergunning). Op 27 september 2017 werd door Geelhoed Enginering BV (hierna: Geelhoed) in opdracht van de ODMH een inspectie uitgevoerd, zowel binnen als buiten de kerk (zie dossier 19/4599, productie 24 voor het rapport, d.d. 13-10-2017 en productie 23 voor het bezoek). Geconcludeerd werd dat de kerk instabiel is, maar geen direct instortingsgevaar en dat er twee jaar de tijd genomen kan worden tot de sloop. Op 5 december 2017 heeft eiseres een sloopmelding ingediend voor het laten verwijderen van asbest (zie bijlage STAB-2.1). De asbestsanering vond plaats van januari tot en met mei 2018. Op 5 mei 2018 is de kerk asbestvrij verklaard. Eisers heeft meerdere offertes voor de verschillende loopwerkzaamheden uitgevraagd (zie dossier 49/599, producties 44 en 45 en zie productie 1, bijlage 4).
STAB-41014 | 23 november 2020 | 11
Vervolgens zijn op verschillende achtereenvolgende momenten contacten tussen eiseres, de gemeente Gouda en de ODMH. Hierbij zijn ook rapporten opgesteld en onderzoeken uitgevoerd. Hierna wordt een feitelijke samenvatting gegeven. •
30 mei 2018 hebben ODMH en Geelhoed een constructief visueel onderzoek bij de kerk uitgevoerd (zie verweer, bijlage 4).
o
11 juni 2018 heeft Geelhoed het rapport met de bevindingen opgeleverd (hierna: Herinspectie kerk Geelhoed, zie verweer, bijlage 5).
•
29 juni 2018 levert Adviesbureau Dekker engineering (hierna: Dekker) in opdracht van eiseres concept tekeningen voor een steigerconstructie voor het stutten van de kerk ter ondersteuning van sloopwerkzaamheden (zie STAB-2.2, tekening Dekker, 18-322-01).
•
4 juli 2018 heeft eiseres een sloopmelding ingediend voor het slopen van de gehele kerk (zie dossier 19/4599, productie 51).
•
6 juli 2018 geeft Sweco in opdracht van ODMH een reactie op deze tekeningen (zie bijlage STAB-2.3).
•
13 juli 2018 heeft Dekker aangepaste tekeningen en berekeningen voor de steigerconstructie inclusief baddingen (houten balken) en trekstangen aangeleverd (zie bijlage 1, bij reactie Delta op concept-STAB-verslag).
•
16 juli 2018 heeft ODMH aan eiseres per brief laten weten dat de sloopmelding niet aan de indieningsvereisten voldoet (zie productie 52 in dossier 19/4599).
Vervolgens zijn er meerdere gesprekken gevoerd en hebben e-mail uitwisselingen tussen eiseres/Dekker en de ODMH/Sweco over de steigerconstructie plaatsgevonden. Sweco controleerde in opdracht van de ODMH de ingediende tekeningen en sloop-aanvraag en de steigerconstructie van eiseres. In de maanden juni en juli van 2018 zijn aanpassingen van de tekeningen van de steigerconstructie aan Sweco voorgelegd en beoordeeld door Sweco. Zo heeft tussen 20 juli en 31 juli 2018 er een e-mail uitwisseling plaatsgevonden tussen partijen over de kwaliteit van het steigerwerk (zie productie 60, dossier 19/4599).
2.2
Besluit last onder bestuursdwang slopen
25 juli 2018 hebben burgemeester en wethouders van Gouda een last onder bestuursdwang aan Khalid Boutachekourt Holding B.V. opgelegd (zie dossier 19/4599, productie 59). Deze last hield in dat het gebouw op het perceel Turfmarkt 60 gestut diende te worden, zodat de constructie veilig is voor zowel omwonenden en voor de uitvoering van de sloop. Eiseres had tot 20 augustus 2018 de tijd deze werkzaamheden te realiseren. Voor 30 september 2018 diende het gebouw op het perceel in zijn geheel gesloopt te zijn (tot op de fundering). Vanwege dit besluit was eiseres niet meer genoodzaakt een sloopmelding in te dienen, deze was met de last onder dwangsom verkregen. Wel diende het stutwerk te voldoen aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt en aan het
STAB-41014 | 23 november 2020 | 12
gemeentelijk beleid Bouwoverlast dat de gemeente Gouda aan de sloop van een pand stelt. Aan deze bestuursdwang lagen de volgende rapporten ten grondslag:
•
o
Rapport SmitWesterman uit 2015 (zie dossier 19/4599, productie 16);
o
Rapport onderzoek kerk Geelhoed van 13 oktober 2017 (zie verweer, bijlage 3);
o
Handhavingsrapport van de ODMH van 30 mei 2018 (zie verweer, bijlage 4);
o
Rapport herinspectie Geelhoed van 11 juni 2018 (zie verweer, bijlage 5).
31 juli 2018 werd bij besluit de last onder bestuursdwang van 14 juli 2017 gedeeltelijk ingetrokken voor wat betreft het stilleggen van de sloopwerkzaamheden (zie dossier 18/7886, productie 3).
•
31 juli 2018 geeft de ODMH per e-mail akkoord op het steigerwerk, de baddingen en de trekstangen voor wat betreft het stutten van de kerk (zie bijlage STAB-2.4).
•
Steigers, baddingen en trekstangen zijn in opdracht van eiseres in en buiten de kerk aangebracht tussen 3 augustus en 10 september 2018.
•
15 augustus 2018 (kenmerk 201818648) werd de termijn voor de last onder bestuursdwang van 25 juli 2018 op verzoek van eiseres verlengd tot 1 december 2018 en moest de constructie voor 10 september 2018 worden gestut (zie dossier 18/7886, productie 4 en dossier 19/4599, productie 61).
•
4 september 2018 was per e-mail aan de ODMH een toelichting op de berekening van de stut- en steigerconstructie gegeven door Dekker (zie beroep, bijlage 12 en aanvullende tekeningen dossier 19/4599, productie 71).
•
5 september 2018 stuurt Dekker een e-mail aan eiseres dat de stutconstructie voor langere tijd kan blijven staan (zie dossier 19/4599, productie 64).
•
5 september 2018 GeoValk B.V. heeft in opdracht van eiseres op opnieuw lintvoegwaterpassingen uitgevoerd (zie dossier 19/4599, producties 33 en 35). Deze lintvoegwaterpassingen zijn op 26 september 2018 aan de ODMH verstrekt (zie bijlage STAB-2.5).
•
14 september 2018 had Sweco in opdracht van de ODMH een inspectie uitgevoerd naar de aangebrachte stabiliteitsvoorzieningen van delurfmarktkerk (zie bijlage STAB-2.6, handhavingsrapport van 18-09-2018).
•
19 september 2018 heeft Sweco de notitie Stabiliteitsvoorziening voormalige kerk Turfmarkt opgesteld (zie dossier 19/4599, productie 34).
•
21 september 2018 had ODMH zowel in de ochtend als in de middag een inspectie bij de kerk uitgevoerd (zie bijlage STAB-2.7).
•
26 september 2018 heeft Sweco in opdracht van de ODMH opnieuw een visuele inspectie uitgevoerd (zie dossier 19/4599, productie 76). De bevindingen heeft Sweco in de "Notitie Stabiliteitsvoorziening voormalige kerk Turfmarkt" van 2 oktober 2018 opgenomen (zie verweer, bijlage 13).
•
Na deze inspecties blijft verweerder van mening dat de stabiliteit van de kerk onvoldoende is geborgd. Naar aanleiding van de rapporten van Sweco en de
STAB-410141 23 november 2020 113
handhavingsrapporten vonden er gesprekken en e-mailwisselingen plaats tussen verweerder en eiseres (zie dossier 19/4599, producties 66,68,69, 72 en 73). Zo stuurt ODMH op 27 september 2018 een e-mail aan eisers over de uitvoering last onder bestuursdwang (zie dossier 19/4599, productie 72). •
3 oktober 2018 heeft er overleg plaatsgevonden tussen wethouder van Vugt en eiseres.
•
9 oktober 2018 is naar aanleiding van de overleggen en briefwisselingen een concept "Plan van aanpak stutten kerk" opgesteld (zie dossier 19/4599, productie 74).
•
17 oktober 2018 is door de ODMH opnieuw een handhavingscontrole voor het stutten van de kerk uitgevoerd (zie dossier 19/4599, productie 36). De constructeur van Peters & Van Leeuwen was hierbij ook aanwezig (hierna: handhavingscontrole stutten ODMH).
•
21 oktober 2018 heeft Sloopbedrijf Oosterhout b.v. (hierna: Oosterhout) aan eiseres een "Veiligheid en gezondheidsplan sloop Turfmarktkerk" opgestuurd (zie beroep, bijlage
•
5). 22 oktober 2018 hebben Peters & van Leeuwen, constructeurs en adviseurs voor de bouw (hierna: Peters & Van Leeuwen) in opdracht van verweerder een memo conclusie Turfmarktkerk opgesteld (zie dossier 19/4599, productie 38). Geconcludeerd wordt dat er gevaar tot instorting is en dat de kerk gesloopt moet worden.
•
23 oktober 2018 besloten burgemeester en wethouders een noodverordening uitgeroepen. Bewoners in de naastgelegen panden moesten per direct hun huizen verlaten (zie dossier 19/4599, productie 98).
2.3
Toepassing bestuursdwang slopen
Op 24 oktober 2018 besluiten burgemeester en wethouders over te gaan op het toepassen van bestuursdwang en om de sloop van de kerk zelf uit te voeren. Overwogen is dat er direct instortingsgevaar dreigt en dat de kerk direct gesloopt dient te worden. Deze conclusie is gebaseerd op de inspecties van 17 en 18 oktober van de kerk (zie besluit toepassen bestuursdwang, 24-10-2018). •
26 oktober 2018 stelde Dekker in opdracht van verweerder tekeningen op voor aanpassingen van het steigerwerk met betrekking tot het opvangen van de dakconstructie (zie bijlage STAB-2.8).
•
Verweerder geeft Van der Speld Bouw BV (hierna: Van der Speld) opdracht om de kerk verder te stutten (zie verweer, bijlage 16).
•
2 november 2018 waren de aanvullende stutwerkzaamheden gereed (zie bijlage STAB2.9, Handhavingsrapport ODMH, 6-11-2018).
•
Verweerder vraagt meerdere offertes uit voor de daadwerkelijke sloop van de kerk (zie verweer, bijlage 16).
STAB-41014 | 23 november 2020 | 14
•
3 november 2018 mochten de bewoners van de naast de kerk gelegen woningen weer naar huis (zie dossier 19/4599, productie 90).
•
13 november 2018 werd de opdracht gegund aan Van der Speld Bouw (zie verweer,
0
bijlage 16). 7 november 2018 stelde Kruiswijk Sloopwerk B.V. (hierna: Kruiswijk) in opdracht van verweerder een VGM & Sloopveiligheidsplan 2018 op (zie bijlage STAB-2.10).
•
18 oktober 2017 bracht Geo Service in opdracht van verweerder meetbouten in de gevel van de kerk aan en heeft een eerste nulmeting uitgevoerd. Daarna worden regelmatig de meetbouten opnieuw ingemeten (zie dossier 19/4599, productie 37).
•
29 november 2018 verzoekt eiseres om het besluit van 24 oktober 2018 van verweerder (toepassen van bestuursdwang en slopen kerk) op te schorten (zie dossier 18/7886, productie 11). Verweerder reageert per e-mail dat zij geen reden ziet tot het staken van de sloop (zie dossier 18/7886, productie 12).
2.3.1 Voorlopige voorziening Op 30 november 2018 maakt eiseres bezwaar tegen de bestuursdwang en vraagt zij om voorlopige voorziening bij de rechtbank Den Haag (zie dossier 18/7886, productie 14 SGR). De rechtbank beslist dezelfde dag bij wijze van ordemaatregel dat er geen gebruik mag worden gemaakt van het besluit van verweerder van 24 oktober 2018 tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter op het door eiseres ingediende verzoek. In de periode tot de uitspraak vinden er nog een aantal controles door de ODMH plaats. En verweerder gaat ook verder met de voorbereidingen voor de daadwerkelijke sloop van de kerk. 0
4 december 2018 verzoekt AKD namens verweerder de rechtbank om de ordemaatregel
0
6 december maken eiseres en verweerder afspraken naar aanleiding van de
op te heffen (zie dossier 18/7886, productie 16). ordemaatregel (zie dossier 18/7886, productie 19). 0
10 december 2018 bracht Geelhoed het rapport "Inspectie sloop kerk" aan verweerder uit (zie bijlage 9, verweer). In dit rapport worden de voorzieningen opgesomd die genomen dienen te worden om veilig te slopen.
0
19 december 2019 (met kenmerk ECLI:NL:RBDHA:201815112) wijst de rechter het verzoek om voorlopige voorziening af (zie dossier 18/7886, uitspraak 19-12-2019). De rechtbank Den Haag heeft overwogen dat er sprake is van een spoedeisend geval en dat het college terecht heeft besloten tot bestuursdwang
STAB-41014 | 23 november 2020 115
2.3.2 Daadwerkelijke sloop Na de uitspraak van de rechtbank dat de voorlopige voorziening is afgewezen gaat verweerder over tot de sloop. De ODMH komt wekelijks langs ter controle (zie voor een opsomming van de foto's en verslagen in bijlage STAB-1.7 onder Digitale stukken de map foto's en map 3). •
10 januari 2019 wordt besloten tot welke hoogte de kerk gesloopt dient te worden, zodat er sprake is van een veilige hoogte (zie bijlage STAB-2.11, ODMH week 2 2019).
•
14 januari 2019 heeft SABO een rapport "analyse expertise rapport" uitgebracht in opdracht van eiseres (zie dossier 19/4599, productie 8).
e
Op 15 februari 2019 vindt de overdracht van de inmiddels tot op een hoogte van 6 meter gesloopte kerk aan eiseres plaats (zie bijlage STAB-2.12).
®
15 maart 2019 geeft Geelhoed een reactie op het analyse expertise rapport van SABO van 14 januari 2019 (zie dossier 19/4599, productie 9).
•
Op 29 maart 2019 reageert eiseres op dit rapport van Geelhoed (zie dossier 19/4599, productie 10).
2.4 •
Kostenverhaalbeschikking
4 september 2019 heeft Lengkeek B.V. (hierna: Lengkeek) in opdracht van verweerder het rapport "Beoordeling sloopkosten Turfmarktkerk" uitgebracht (zie kostenverhaal, bijlage 2, sloopkostenbeoordeling Lengkeek).
•
29 september 2019 heeft het college eiseres per brief op de hoogte gesteld dat zij voornemens is een kostenverhaalbeschikking te nemen.
•
7 oktober 2019 heeft eiseres hierop een zienswijze ingediend (zie zienswijze kostenverhaalbeschikking).
•
10 december 2019 hebben burgemeester en wethouders van Gouda een kostenverhaalbeschikking genomen. De hoogte van de verschuldigde kosten bedraagt € 531.801,86 exclusief BTW. Het college besluit € 541.588,81 te verhalen op eiseres (zie dossier 20/361, bijlage 1).
STAB-41014 | 23 november 2020 | 16
3
Beantwoording onderzoeksvraag 1
Onderzoeksvraag 1 van de rechtbank luidt: "Onderschrijft de STAB, op basis van de informatie in de dossiers, de conclusies in het handhavingsrapport van de ODMH van 17 oktober 2018 en in het rapport van Peters & van Leeuwen van 22 oktober 2018?" In de desbetreffende rapporten is het volgende geconcludeerd.
3.1
Rapport ODMH van 17 oktober 2018
Het handhavingsrapport van de ODMH van 17 oktober 2018 behelst een verslag van de controle welke die dag is uitgevoerd door de ODMH (zie productie 36,19/4599) in bijzijn van een externe constructeur om de in opdracht van eiseres opgebouwde steiger te beoordelen. Bij de rondgang door de kerk is door hen geconstateerd dat de noodzakelijke steiger om de kerk te stutten op onderdelen nog niet volledig was opgebouwd. Voor wat betreft de bouwkundige staat van de kerk is in vergelijking rnet de controle in september 2017 het volgende geconstateerd: •
De achtergevel lijkt verder te wijken. De achtergevel buikt uit en ligt niet meer in één lijn. Aan de buitenzijde is een licht golvende lijn in de pannen waar te nemen.
o
Binnen in de kerk is de scheurvorming toegenomen (meer lichtinval, stucwerk afgebladderd).
•
De toog lijkt boven verder te wijken. In de nok is de toog doormidden gescheurd en wijkt van elkaar. De benen van de toog zijn doorgescheurd.
De ODMH adviseert om met spoed GeoValk te vragen een en ander in te meten en aan de Sweco voor te leggen voor advies, teneinde het beeld van verergerde scheurvorming te bevestigen. De ODMH concludeert dat het verergeren van de scheurvorming nu op een kritisch punt begint te komen. De veranderingen van de afgelopen weken geeft het beeld dat de achtergevel aan het werken is. De externe constructeur heeft aangegeven dat werkzaamheden aan de achtergevel tot gevaar op instorting kunnen leiden, omdat geveldelen geen tot geringe samenhang hebben. Sommige werkzaamheden zijn om veiligheidsredenen geen optie meer omdat instorten door uitvoering van werkzaamheden niet is uit te sluiten. Al met al raden de toezichthouders van de ODMH af de kerk te betreden tot er metingen zijn uitgevoerd en voorgelegd aan een constructeur.
3.2
Rapport Peters & van Leeuwen van 22 oktober 2018
In het briefrapport van adviesbureau Peters & van Leeuwen (thans Pelecon) van 22 oktober 2018 zijn in opdracht van de gemeente de bevindingen naar aanleiding van bezoeken aan
STAB-41014 | 23 november 2020 | 17
de kerk op 17 en 18 oktober verwoord (zie productie 38 in dossier 19/4599). Bij deze bezoeken is het volgende geconstateerd: •
In de kerk staat nu een uitgebreid steigerwerk dat is aangebracht ter ondersteuning van zowel de gevels en het dak om tot een veilige sloop te kunnen overgaan. De berekeningen en tekeningen van het steigerwerk zijn uitgevoerd door Dekker Engineering en zijn ten dele goedgekeurd door Sweco, namens de ODMH.
•
Op één van de hoekpunten van de kerk (Zuid) is door lekkage de constructie van de twee spanten gevaarlijk slecht. Daar moet omzichtig gehandeld worden en de spanten moeten verticaal worden ondersteund.
•
De kerk vertoont verder plaatselijk ernstige scheurvorming ten gevolge van voortschrijdende verzakking van de fundering. Via een aantal lintvoegwaterpassingen is de vergroting van de verzakking gemeten. Met name bij de rechterachterzijde van de kerk (Noord) is vergroting aan de orde. Daardoor is de scheurvorming inmiddels zover toegenomen dat er zo snel mogelijk maatregelen moeten worden genomen. De achteraanbouw scheurt af van het hoofdgebouw en trekt daarbij het metselwerk mee. Ook vertoont er, ter plaatse van de toog van het hoofdgebouw, door de excentrische zetting ernstige scheurvorming.
Conclusie in het rapport is dat het bovenstaande leidt tot gevaar van instorting. Dit kan alleen worden weggenomen door de sloop van de kerk.
3.3
Bevindingen STAB
Voor de beoordeling van de twee voornoemde rapporten wordt hierna eerst ingegaan op de onderbouwing van bovengenoemde conclusies. Daarna volgt een analyse van die conclusies zelf. Daarna volgt de samenvatting van de beoordeling en de beantwoording van de onderzoeksvraag.
3.4
Onderbouwing conclusies rapporten
3.4.1
Toetsingskader
Uit de oorspronkelijke bouwtekeningen van de doorsnedes van de kerk van 1931 is op te maken dat de kerk is gefundeerd op houten palen (zie afbeelding 3.1). Voor een goede beoordeling van de kwaliteit van gebouwfunderingen op houten palen is op initiatief van de brancheorganisatie F30 een richtlijn opgesteld en uitgebracht onder auspiciën van SBRCURnet, te weten "Richtlijn Houten Paalfunderingen onder gebouwen - Onderzoek en beoordeling (3e herziene editie)" van oktober 2016 (zie bijlage STAB-3.1).
STAB-410141 23 november 2020 118
Afbeelding 3.1: Tekening doorsnedes 1931, methoutenpaalfundenng kerk.
Deze richtlijn bevat een aantal aspecten die, bijvoorbeeld bij renovatieprojecten, een eenduidige beoordeling van de constructieve toestand van funderingen en gebouwen mogelijk te maken. Een aantal van deze aspecten spelen ook bij de Turfmarktkerk een rol. STAB heeft de voorliggende rapporten mede aan de hand van deze richtlijn beoordeeld om de vastgelegde waarnemingen in perspectief te plaatsen. Conform deze richtlijn kan een goede beoordeling van het gedrag van een fundering worden gegeven indien de volgende zaken zijn onderzocht: 1. Archiefonderzoek (verzamelen van relevante gegevens over de constructie) 2. Visuele inspectie van het pand 3. Gevelinspectie 4.
Scheefstandsmetingen door middel van: Li ntvoegwaterpassi ng Vloerwaterpassing Loodmeting (vaststellen van de scheefstand van de gevels)
STAB-410141 23 november 2020 119
5.
Hoogtemetingen door middel van: Peilmaatmeting (relateren historisch bouwpeil met actuele hoogte bouwpeil) Nauwkeurigheidswaterpassing (herhaald meten van vaste in de gevels aangebrachte meetpunten (meetbouten) (nauwkeurigheid +/-0,5 mm)
6. Inspectie van de omgevingsfactoren 7. Grondwaterstandsmetingen 8. Funderingsinspectie op een aantal plaatsen 9.
Beoordeling kwaliteit houten palen
10. Beoordeling kwaliteit metselwerk/beton gevel Blijkens de dossierstukken en de op verzoek van STAB aangeleverde nadere stukken blijkt het volgende: Ad 1. Archiefonderzoek is uitgevoerd. Er is beperkte informatie gevonden. Tekeningen zijn weergegeven in het rapport van 5 januari 2015 van SmitWesterman (productie 16,19/4599). Ad 2.
Visuele inspectie van het pand is herhaaldelijk uitgevoerd.
Ad 3.
Gevelinspectie is herhaaldelijk uitgevoerd.
Ad 4.
Scheefstandsmetingen zijn uitgevoerd. Op 18 mei 2015 zijn door Fugro een lintvoegwaterpassing, een vloerwaterpassing en een loodmeting uitgevoerd. Door GeoValk zijn op 6 februari 2017 en 5 september 2018 lintvoegwaterpassingen uitgevoerd.
Ad 5.
Voorafgaand aan 17 oktober 2018 zijn geen hoogtemetingen uitgevoerd.
Ad 6.
Er is geen melding gemaakt van een inspectie van de omgevingsfactoren.
Ad 7.
Er zijn geen grondwaterstandsmetingen uitgevoerd. Wel is in het rapport van 5 januari 2015 van SmitWesterman (productie 16,19/4599) melding gemaakt van een waterstand onder de onderzijde van een betonnen funderingsbalk, hetgeen betekent dat de paalkop droog stond.
Ad 8.
Funderingsinspectie heeft alleen plaatsgevonden door de fundering in noordoosthoek vrij te maken voor herstel van de palen in die hoek.
Ad 9.
Er is geen onderzoek verricht naar de kwaliteit van de houten palen op andere
locaties. Ad 10. Beoordeling kwaliteit metselwerk/beton gevel heeft alleen visueel plaatsgevonden. STAB constateert dat behoudens de resultaten van drie lintvoegwaterpassingen er geen concrete meetgegevens beschikbaar zijn. Hoewel een aantal keer in deze kwestie is geadviseerd om scheurwijdtemetingen te doen, is daar in het dossier niets van terug te vinden. Verder zijn er ook geen zettingsmetingen verricht. Pas op 18 oktober 2018 worden meetbouten in de gevels aangebracht en wordt een nulmeting uitgevoerd om tijdens de sloop het gedrag van de gevels te kunnen monitoren
STAB-41014 | 23 november 2020 | 20
(zie productie 37 in dossier 19/4599). Dit is een dag nadat de ODMH de gemeente geadviseerd heeft handhavend op te treden.
3.4.2 Visuele inspecties van het pand De onderbouwing van de conclusies in de rapporten van de ODMH van 17 oktober 2018 en van Peters & van Leeuwen van 22 oktober 2018 is in hoofdzaak gebaseerd op visuele waarnemingen. In het rapport van de ODMH komt dit tot uitdrukking in de woordkeuze: •
De achtergevel Hikt verder te wijken.
•
Binnen in de kerk is de scheurvorming toegenomen in vergelijking met de foto's van september 2017.
•
De toog Hikt boven verder te wijken.
In het rapport zijn deze waarnemingen niet verder uitgewerkt in een nader technisch onderzoek. De conclusies zijn dus enkel gebaseerd op visuele waarnemingen. In het rapport van Peters & van Leeuwen zijn de gebreken aan de kerk iets concreter beschreven. Gesteld is dat: •
op één van de hoekpunten van de kerk (zuid) door lekkage de constructie van de twee spanten gevaarlijk slecht is, en dat
«
de kerk verder plaatselijk ernstige scheurvorming vertoont ten gevolge van voortschrijdende verzakking van de fundering.
In het rapport van Peters & van Leeuwen wordt bovendien verwezen naar lintvoegwaterpassingen die een vergroting van de verzakking van de fundering aantonen. Er worden echter geen concrete waarden genoemd. In de aanloopfase van deze kwestie zijn ook enkele visuele inspecties aan de kerk verricht. Zo is op 12 juli 2017 een inspectie gehouden door een inspecteur van de ODMH, na een klacht over sloopwerkzaamheden vanuit de buurt. Over het gebouw wordt in deze rapportage geschreven (zie productie 17 in dossier 19/4599): •
Spatscheuren in het buitenmetselwerk, sommige scheuren zijn zo breed dat er een
•
Als gevolg van lekkages zijn twee gelamineerde houten spanten totaal aangetast zodat
hand in past. deze geen draagfunctie meer hebben. 0
Ook de vloer van de galerij is aangetast.
•
Door het verwijderen van houten balklagen raakt het pand steeds verder instabiel.
•
Het pand mag niet meer worden betreden.
•
Er is geen gevaar voor het openbare gebied.
Verder is op 27 september 2017 door Geelhoed in opdracht van verweerder een inspectie uitgevoerd, zowel binnen als buiten (zie productie 23 in dossier 19/4599). Vervolgens zijn de conclusies uit deze inspectie opgenomen in het rapport van 13 oktober 2017. In
STAB-410141 23 november 2020 | 21
algemene zin is geconcludeerd dat de kerk weliswaar in slechte staat verkeert, maar dat er geen direct gevaar voor instorting is. Over de buitenzijde van de kerk zijn de volgende constateringen gedaan (zie productie 24 in dossier 19/4599): •
In de metselwerk buitengevel van de kerk zijn enkele grote scheuren zichtbaar.
•
Plaatselijk zijn enkele jaren geleden (exacte periode onbekend) stalen verstijvingskolommen aan de buitengevel aangebracht.
•
Buiten zijn geen bijzonderheden zichtbaar.
Over de binnenzijde van de kerk is het volgende geconstateerd: •
Een hoekspant is door lekwater zeer aangetast waardoor slechts 20% van het spant in de onderhoek resteert.
«
In de metselwerktoog tegenover de hoofdingang bevindt zich een enorme scheur, gecombineerd met een scheefstand van de (achter)gevel.
•
Metselwerkpenantjes in de gevels worden ondersteund door houten blokjes.
•
De blootliggende fundering verkeert in slechte staat.
Op grond van deze inspectie geeft Geelhoed aan dat het op basis van dit onderzoek in het algemeen mogelijk is om een termijn van maximaal 2 jaar in acht te nemen voor een goed proces richting sloop. Daarbij is wel benadrukt dat het verkorten van deze periode positief zal werken ten aanzien van de veiligheid voor de omgeving en tijdens de sloop. Geelhoed adviseert enkele maatregelen voor de periode tot de sloop en om veilig te kunnen slopen: »
Het hoekspant is zeer kritisch, de onderste 2 meter moet versterkt worden.
•
De scheuren moeten nauwgezet iedere drie maanden worden gemonitord, het is raadzaam om scheurmeters aan te brengen.
Uit de bij STAB beschikbare documenten blijkt niet dat deze maatregelen zijn uitgevoerd. In beide voornoemde rapporten zijn dezelfde gebreken aan de kerk geconstateerd. Uit de door Geelhoed genoemde termijn van maximaal 2 jaar kan echter worden geconcludeerd dat Geelhoed op dat moment nog geen acuut instortingsgevaar voorzag. Op 16 mei 2018 heeft een inspecteur van de ODMH een visuele herinspectie uitgevoerd. In het rapport van de ODMH van 20 mei 2018 is het volgende vermeld (zie bijlage 4 van het verweerschrift): • Aan de buitenzijde is de scheurvorming zoals in september 2017 is vastgelegd, opnieuw bekeken en er zijn minimale wijzigingen waar te nemen. •
Aan de binnenzijde lijkt de scheurvorming in de achtergevel licht door te zetten. Dit is waarschijnlijk veroorzaakt door de verdere aantasting van de onderhoek van het hoekspant.
STAB-410141 23 november 2020 | 22
•
Duidelijk is zichtbaar dat het spant verder is aangetast en er slechter aan toe is dan bij de eerdere controle. Zoals reeds in het rapport van Geelhoed is aangegeven, is de staat van het spant kritisch en door het verder inwateren van het spantbeen verslechtert.
•
De scheuren in de achtergevel lijken verder te gaan wijken. Tevens zijn ook hier meerdere haarscheuren en afwijkingen waarneembaar in het stucwerk. De metselwerktoog vertoonde reeds een grote scheur. Deze scheur lijkt groter te zijn geworden en de twee onderling toogdelen lijken verder van elkaar te wijken.
•
Er is tevens werking te zien in de rode aftimmering van het plafond waar platen onderling tegen elkaar beginnen te drukken.
Op 30 mei 2018 heeft de ODMH samen meteen constructeur van Geelhoed andermaal een herinspectie uitgevoerd en de bevindingen opgenomen in het rapport van 11 juni 2018. Geelhoed heeft het volgende vastgesteld (zie bijlage 5 van het verweerschrift): •
Asbestsanering is gebeurd.
•
Versterking van hoekspant is niet gebeurd. Dit spant is inmiddels nog meer aangetast en zou per ommegaande versterkt moeten worden.
•
Bij herinspectie na 8 maanden (zonder tussentijdse monitoring) Bleek dat de houtconstructies duidelijk in kwaliteit zijn verslechterd/verzwakt. Voor wat betreft de steenconstructies is het lastiger om een eenduidig oordeel te geven. Bepaalde scheurvorming - met name aan de achterzijde van de kerk - is licht verergerd.
o
Er is nog geen sloopveiligheidsplan opgesteld.
In het algemeen is geconcludeerd dat de kerk in een zeer slechte staat verkeert. Er is geen direct gevaar van instorting, maar het is van belang om nu een goede procedure richting sloop van de kerk te voeren. Op termijn is het anders niet mogelijk om de kerk op veilige wijze voor zowel slopers als omwonenden te slopen. Ten aanzien van de sloop stelt Geelhoed in het rapport dat hierbij in de kerk steigers en stutten aangebracht moeten worden. Deze kunnen slechts van zeer tijdelijke aard zijn, aangezien de fundering en begane grond van de kerk in zeer slechte staat verkeren en feitelijk niet geschikt zijn om te dienen als basis voor steigers en stutten. Uit het vorenstaande blijkt dat in alle vier inspectierapportages (van 12 juli 2017, 27 september 2017, 30 mei 2018 en 11 juni 2018) de bevindingen uitsluitend op visuele waarnemingen zijn gebaseerd. Concrete meetresultaten of berekeningen die de genoemde verslechtering van de kerk onderbouwen zijn er niet. Ook de stelling van Geelhoed dat er sprake zou zijn van een zeer slechte staat van de fundering van de gehele kerk, is niet nader onderbouwd.
STAB-410141 23 november 2020 | 23
Op 17 oktober 2018 is de rondgang door de kerk gemaakt door de ODMH, samen met een adviseur van Peters & van Leeuwen. Deze rondgang heeft geresulteerd in het door STAB te beoordelen handhavingsrapport van de ODMH en briefrapport van Peters & van Leeuwen van 22 oktober 2018. In beide rapporten is, als gezegd, geconstateerd dat er sprake was van een toenemende scheurvorming en vervorming. Zij baseren zich hierbij met name op visuele waarnemingen en op een vergelijking van foto's met de situatie een jaar eerder (zie afbeeldingen 3.3 en 3.4).
Afbeelding 3.3: Vergelijking scheurvorming tussen 27 september 2017 (links) en 17 oktober 2018 (rechts).
Naar het oordeel van STAB kan een dergelijke waarneming uitsluitend tot de conclusie leiden dat er sprake is van een slechte bouwkundige staat van de kerk. Het gaat echter te ver om op grond van deze waarnemingen in combinatie met de conclusies uit de voorgaande visuele inspecties, te constateren dat er sprake is van een acuut instortingsgevaar en een gevaar voor de omgeving.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 24
Afbeelding 3.4: Geconstateerde uitbuiking van achtergevel.
3.4.3
Lintvoegwaterpassingen
Behalve op grond van de visuele inspecties zijn de conclusies in het rapport van Peters & van Leeuwen voornamelijk gebaseerd op enkele lintvoegwaterpassingen. Dienaangaande merkt STAB op dat wanneer inzichtelijk gemaakt moet worden wat de toename van zetting van een gebouw is of wat de toename van scheurvorming in een gevel is, eerst een nulmeting als uitgangswaarde moet worden vastgesteld. Daarna moeten met enige regelmaat in de tijd herhalingsmetingen van dezelfde punten worden uitgevoerd. Pas dan ontstaat een zuiver beeld hoe zettingen of scheurvorming in de loop van de tijd toenemen. Niet is gebleken dat dat in deze kwestie is gedaan. In dit geval zijn als gezegd drie lintvoegwaterpassingen uitgevoerd, te weten op 18 mei 2015,6 februari 2017 en 5 september 2018.1 Lintvoegwaterpassingen geven een indicatie van het zakkingsgedrag van het gebouw. De nauwkeurigheid van de meting is beperkt tot circa ± 2,5 mm als gevolg van maatafwijkingen in stenen en het metselproces en de meetmethode. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de lintvoegen ook daadwerkelijk horizontaal zijn aangelegd. De gemeten vervormingen geven uitsluitend een beeld van de vervormingen over de periode tussen de meting en de oprichting van het metselwerk. De
1 In dossier 19/4599 is tevens een lintvoegwaterpassing van 24 september 2018 opgenomen (productie 35). Het betreft een uitwerken van de meetresultaten van de meting van 5 september 2018.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 25
lintvoegwaterpassing is, vanwege de meetonnauwkeurigheid, niet geschikt om actuele zakkingsnelheden vast te stellen. Uit de zakkingsverschillen en de afstanden tussen de meetpunten kan globaal worden herleid in welke mate het metselwerk van de gevels vervormd is. Lintvoegwaterpassing kan derhalve uitsluitend een signalerende rol hebben en aanleiding vormen voor nader onderzoek. In deze kwestie is de eerste lintvoegwaterpassing in 2015 door Fugro gedaan, in combinatie met een scheefstandsonderzoek van de gevels. Uit het rapport "Rapportage resultaten lintvoegwaterpassing betreffende Turfmarktkerk te Gouda" (productie 17 in dossier 19/4599) blijkt dat de kerk tot 2015 van achter naar voren toe gelijkmatig scheef verzakt is (aan de voorzijde zettingen van 44-60 mm), maar dat de hoek rechtsachter (de noordoostzijde) ernstiger verzakt is (tot 121 mm). Hier zijn ook de grootste rotaties gemeten. De scheefstand van de gevels blijft ten opzichte van de verticaal beperkt tot minder dan 1:100 (zie de afbeeldingen in productie 17 in dossier 19/4599). Deze metingen sluiten aan bij de bevindingen van SmitWesterman in het rapport van 5 januari 2015 (productie 16 in dossier 19/4599), waarin geconstateerd is dat de grondwaterstand zich op het moment van inspectie circa 0,5 meter onder de onderkant betonnen funderingssloof bevond waardoor de houten paalkoppen droog waren komen te staan.
SmitWesterman geeft aan dat dit heeft geleid tot schade en zettingen van de fundering. Als gevolg van de zettingsverschillen is er op diverse plaatsen in de bovenbouw ernstige scheurvorming zichtbaar. De twee metingen van 6 februari 2017 en 5 september 2018 zijn door GeoValk uitgevoerd. Niet is terug te vinden of dezelfde voeg en dezelfde punten als in de meting van Fugro zijn gemeten. Een relativiteit van ±10 mm mag daarom in de berekende verschilzettingen ten opzichte van 2015 worden meegenomen. Er zijn geen vaste meetbouten ingeboord en gemeten. Naar aanleiding van de lintvoegwaterpassing van 6 februari 2017 is gesteld dat in het algemeen de zettingen vrijwel ongewijzigd lijken (afwijkingen kleiner dan 5 mm), met uitzondering van (wederom) de noordoosthoek, waar van 2015 tot 2017 een toename van 6-17 mm is gerapporteerd. Dit is ook de conclusie in het hersteladvies van 6 april 2017 dat is opgesteld door Peters & van Leeuwen (productie 19 in dossier 19/4599). Hierin is verder geconcludeerd dat in het grootste gedeelte van kerk de zettingen niet zijn toegenomen en de kerk derhalve als stabiel kan worden beschouwd. In een klein gedeelte van de kerk zijn de zettingen echter zodanig toegenomen dat maatregelen nodig zouden zijn op korte termijn (binnen een jaar).
Peters & van Leeuwen gaat ervan uit dat die zettingen veroorzaakt worden door aantasting van de paalkoppen en dat met herstel van deze paalkoppen het gebouw weer voldoende veilig is voor 10 tot 15 jaar.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 26
Na deze rapportage is in opdracht van eiseres gekozen voor funderingsherstel van de noordoosthoek door de rotte paalkoppen te verwijderen en een stalen vijzel tussen het goede deel van de paal en de onderkant van de funderingsbalk aan te brengen (zie afbeelding 3.2 voor een foto van deze stalen vijzels). De herstelwerkzaamheden zijn in de periode van april 2017 tot juni 2017 uitgevoerd.
Afbeelding 3.2: Uitgevoerde herstelwerkzaamheden aan fundering.
Aan de lintvoegwaterpassing door GeoValk van 5 september 2018 (zie de tekeningen in productie 33 in dossier 19/4599) valt STAB een aantal zaken op: •
Uitgaande van de nauwkeurigheid van een lintvoegwaterpassing zou de kerk in zijn geheel gelijkmatig circa 10-12 mm gezakt zijn ten opzichte van anderhalf jaar eerder.
•
Eén punt (punt 20) geeft een significante afwijking: een zetting van 58 mm ten opzichte van de voorgaande meting. Dit is echter fysiek niet mogelijk, want dit zou in foto's van deze gevel zichtbaar moeten zijn en tot nieuwe scheurvorming hebben geleid.
•
Er is geen enkele invloed zichtbaar van het uitgevoerde funderingsherstel. De herstelde palen hebben volgens deze meting een gelijke zetting ondergaan als de overige delen
van de kerk. Deze derde lintvoegwaterpassing geeft geen aanleiding om te stellen dat de toestand van de kerk dusdanig is veranderd, dat de scheurvorming aanzienlijk zal zijn toegenomen en/of dat de kerk instabiel is geworden en op instorten staat. De lintvoegwaterpassingen geven een stabiel beeld in vergelijking met de voorgaande meting.
STAB-41014 | 23 november 2020 | 27
Op grond van het vorenstaande constateert STAB dat de lintvoegwaterpassingen - gesteld dat ze hiervoor al gebruikt zouden mogen worden - geen aanwijzing geven dat er sprake is van een snelle verslechtering van de bouwkundige staat van de kerk en dat derhalve sprake zou zijn van een acute instortingsgevaar en risico's voor de omgeving. Een dergelijke conclusie zou alleen gebaseerd kunnen worden op basis van doorlopende onderzoeken naar zettingen van de kerk (door middel van peilbouten), van scheurwijdtemetingen en hellingshoekmetingen. In aanvulling op de beoordeling van de fundering had een analyse moeten worden gemaakt van de stabiliteit van de bovenbouw. Als maatstaf kan hiervoor de NEN 8700normenserie worden gehanteerd. In deze norm, die is vastgesteld in het Bouwbesluit, is een afkeurniveau gedefinieerd. Dat wil zeggen dat een constructie als onveilig wordt beschouwd en niet meer gebruikt mag worden als de sterkte van de constructie beneden een bepaald veiligheidsniveau is gekomen. In het dossier is geen aanwijzing aangetroffen dat een dergelijke beschouwing is opgesteld. Er is dus geen analyse gemaakt naar de werking van de draagconstructie en welke veiligheden daar nog in aanwezig zouden zijn.
3.5
Analyse van conclusies rapporten
In het handhavingsrapport van de ODMH van 17 oktober 2018 en in het briefrapport van Peters & van Leeuwen van 22 oktober 2018 zijn conclusies verbonden aan de visuele waarnemingen en lintvoegwaterpassingen op grond waarvan verweerder heeft geconcludeerd dat sprake was van acuut instortingsgevaar. Met betrekking tot deze conclusies merkt STAB het volgende op.
3.5.1 Zettingen Vooropgesteld zij dat als een constructie gelijkmatig zakt, dit niet leidt tot spanningen in deze constructie. Dat betekent dat als een constructie gelijkmatig de grond inzakt, de constructie ervan onverminderd stabiel blijft. Er is pas een kans op schade wanneer er grote zettingsverschillen ontstaan. In de FBO-richtlijn is aangegeven dat pas bij een rotatie groter dan 1:100 constructieve schade in gevels is te verwachten. Bij kleinere rotaties is er slechts sprake van architectonische schade. In het rapport van Fugro van 18 mei 2015 over de eerste lintvoegwaterpassing zijn de zettingsverschillen en de bijbehorende rotatie in langsrichting van de gevels bepaald. Hieruit blijkt dat alleen ter plaatse van de noordoosthoek rotaties voorkomen die groter zijn dan 1:100 (>1,0%). Op deze plaatsen is dan ook grotere scheurvorming in de gevels waargenomen. Tijdens de volgende lintvoegmeting voorafgaand aan het funderingsherstel in 2017 nemen de rotaties in deze hoek nog iets toe. Voor de overige gevels blijft de situatie echter stabiel.
STAB-41014| 23 november 2020 | 28
Nadat in deze noordoosthoek het funderingsherstel is uitgevoerd, blijkt uit de lintvoegmetingen dat de rotaties in de gevel niet meer toenemen. STAB stelt vastdat dezettingsverschillen in langsrichting van de gevels wel tot scheurvorming in het metselwerk geleid hebben, maar geen invloed hebben gehad op de stabiliteit van (de gevels van) het gebouw. De zettingen zouden derhalve niet zonder meer leiden tot instorten van het gebouw.
3.5.2 Scheefstand gevels In het Fugro-rapport van 18 mei 2015 zijn ook metingen opgenomen van de scheefstand loodrecht op de gevels. De grootste scheefstanden zijn gemeten op de korte dwarswanden in de buurt van de voorgevel. De maximale scheefstand is daar 40 mm. Op de rechter zijgevel bedroeg de gemeten scheefstand slechts 15 mm en op de voorgevel circa 20 mm. Dit zijn uitwijkingen van minder dan 0,1%. In dit rapport is de (eventuele) scheefstand van de achtergevel niet aangegeven, maar door de uitbouw achter het orgel is deze ook moeilijk te meten. In principe zijn alle wanden boven en onder horizontaal gesteund door de funderingsbalk aan de onderzijde en het houten dakvlak van de kerk aan de bovenzijde. Wanneer deze wanden aan de bovenzijde niet meer horizontaal gesteund (vrijstaand) zouden zijn, heeft de gemeten uitbuiging geen invloed op de stabiliteit. Er is namelijk nog altijd sprake van een volledig op druk belaste doorsnede als het zwaartepunt van de belasting binnen 1/6 van de wanddikte valt. In het voorliggende geval hebben de wanden een dikte van 330 mm. Een uitbuiging van minder dan 45 mm (1/6 van de wanddikte) van een gevel heeft dus nog geen enkele invloed op de stabiliteit. De door Fugro gemeten scheefstanden bedragen minder dan de helft hiervan. STAB concludeert daarom dat de gemeten scheefstanden geen gevaar voor de stabiliteit van de constructie vormen.
3.5.3 Scheurvorming gevels Zoals hiervoor is beschreven ontlenen de gevels hun stabiliteit door de loodrechte positie onder op het vlak aan de fundering en boven aan het dakvlak. Een verticale scheur in een gevel heeft hierop geen invloed. In de desbetreffende gevel is naast de scheur nog zoveel gevelvlak als constructief stijf element aanwezig dat een verticale scheur hier ook geen invloed heeft op de stabiliteit. De in de gevels gesignaleerde verticale scheuren leiden dan ook niet tot instortingsgevaar. Elorizontale scheuren kunnen wijzen op buiging in de gevel loodrecht op het vlak van de gevel. Foto's van 30 mei 2018 geven aan dat in de zijdelen van de achterwand aan de
STAB-41014 | 23 november 2020 | 29
binnenzijde ook horizontale scheuren in het stucwerk aanwezig zijn, die mogelijk in het metselwerk van de gevel doorlopen (zie voor de foto's productie 30 in dossier 19/4599). De scheurwijdte is niet gemeten, maar lijkt op de foto beperkt. De hoogte van de scheur doet vermoeden dat het bovendeel van de gevel iets is meegetrokken met de achterbouw van het orgel, hetgeen ook overeenkomt met de eerder vermelde uitbuiking. Aangezien de achtergevel echter én door de achterbouw van het orgel én door de aansluiting met het dakvlak wordt gesteund, leidt de uitbuiking volgens STAB niet tot acuut gevaar van instorting.