Nota VTH BWT Gouda 2017-2020.pdf
Tekst van het document
De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van verschillende factoren, zoals: · de dwangsom moet voldoende pressie voor de overtreder opleveren om de overtreding op te heffen of te beëindigen; · de dwangsom moet in verhouding staan tot de (geschatte) kosten die de overtreder moet maken om de overtreding op te heffen; · de dwangsom moet hoger zijn dan het door de overtreding behaalde (geschatte) financiële voordeel; · de dwangsom moet zich richten op het wegnemen van ongerechtvaardigd voordeel dat de overtreder kan behalen met de overtreding; · de dwangsom dient te leiden tot het voorkomen van een herhaling, tot de beperking van schade en tot herstel in de oorspronkelijke toestand; · de dwangsom dient als bevestiging van de normen die gesteld zijn in het belang van onder andere de bouwregelgeving en ruimtelijke ordening. Dit beleid geeft richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen/overtredingen, maar is niet uitputtend. De in de dwangsombeschikking gekozen hoogte van de dwangsom moet wel in overeenstemming zijn met dit beleid. Indien er wordt afgeweken van de dwangsomhoogte in de tabel, naar beneden of naar boven, wordt in de beschikking een aanvullende motivering opgenomen. Afbakening De dwangsommen voor de activiteit milieu zijn niet in dit beleid opgenomen, omdat voor deze activiteit reeds apart beleid is.
Indien sprake is van overtredingen die betrekking hebben op RO, bouwregelgeving én milieu, zal de OMDH uiteraard zorgdragen voor afstemming tussen de verschillende werkvelden.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
45 van 64
11.2 Soorten dwangsommen Op grond van artikel 5:32b Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) zijn er drie soorten dwangsommen: 1. een bedrag ineens; Deze vorm wordt voornamelijk toegepast in situaties waarin een overtreder door het verrichten van een handeling de overtreding voor een bepaalde datum kan beëindigen. Bijvoorbeeld bij het zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bouwen van een bouwwerk. Het voordeel is dat men slechts één controlemoment hoeft in te plannen om te constateren of de overtreding beëindigd is. 2. een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd; Deze vorm wordt voornamelijk toegepast bij gedragingen waarbij sprake is van een continue c.q. langdurige niet afzonderlijk te constateren overtreding. De overtreder is constant in overtreding. Deze vorm is bij uitstek geschikt voor situaties waar in strijd met de bestemmingsplanvoorschriften opstallen of gronden worden gebruikt. 3. een bedrag per overtreding van de last. Indien regelmatig overtredingen plaatsvinden, die elk op zichzelf geen continu karakter hebben en tot individuele op zichzelf staande gedragingen zijn terug te leiden, kan, bijvoorbeeld ter voorkoming van herhaling van die gedragingen, gekozen worden voor het opleggen van een dwangsom per individueel geconstateerde overtreding.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om overtredingen waarbij een stilleggingsbesluit wordt genegeerd. Preventieve dwangsom Het is niet altijd noodzakelijk dat er al sprake is van een feitelijke overtreding voordat een last onder dwangsom kan worden opgelegd. Ook in situaties waar sprake is van een klaarblijkelijk gevaar van een overtreding in de toekomst (bijvoorbeeld bij het stilleggen van bouwwerkzaamheden zonder of in strijd met de vergunning of bij voorgenomen sloopwerkzaamheden zonder noodzakelijke asbestinventarisatie), kan ook vooraf een (preventieve) last onder dwangsom (of last onder bestuursdwang) worden opgelegd. Dit is geregeld in artikel 5:7 Awb . Begunstigingstermijn Een last onder dwangsom omvat, naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving kan uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt (artikel 5:32a, lid 2 Awb). Dit is de begunstigingstermijn. Volgens vaste rechtspraak geldt bij het bepalen van de lengte van de begunstigingstermijn het uitgangspunt dat deze termijn niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtreding op te heffen (zie ABRS, 24 december 2013, 201302962/1/A1). De standaard begunstigingstermijn wordt in beginsel vastgesteld op 6 weken.
Voor de handhaving op permanente bewoning van recreatiewoningen wordt in beginsel uitgegaan van een standaard begunstigingstermijn van 6 maanden. Bij overige onrechtmatige bewoning van een perceel/bouwwerk wordt een standaard begunstigingstermijn van 3 maanden gehanteerd. De begunstigingstermijn kan op basis van feiten en omstandigheden worden aangepast (zowel korter als langer). In gevallen waar de (brand)veiligheid of volksgezondheid in het geding zijn, zal de termijn veelal korter zijn, gelet op de ernst van het overtreden voorschrift en de onomkeerbaarheid van de
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
46 van 64
eventuele gevolgen. In gevallen waar het aantoonbaar meer tijd kost om de overtreding te beëindigen zal er een langere termijn worden gegeven. Indien er bezwaar of een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend tegen het besluit om een last onder dwangsom op te leggen, wordt de begunstigingstermijn in principe verlengd. De verlenging geldt dan in de regel tot 6 weken na de beslissing op bezwaar dan wel de uitspraak van de voorzieningenrechter. Indien beroep wordt ingesteld, wordt de begunstigingstermijn in principe niet verlengd tot na de behandeling van het beroep. Wanneer er sprake is van een spoedeisend acute situatie, wordt er geen last onder dwangsom opgelegd maar wordt direct (spoed)bestuursdwang toegepast. In dat geval wordt geen, respectievelijk een zeer korte begunstigingstermijn geboden. Verlenging van de termijn bij het indienen van bezwaarschrift of een verzoek om een voorlopige voorziening vindt dan evenmin plaats. Er wordt evenmin een begunstigingstermijn opgelegd bij lastgevingen die strekken tot voorkoming van herhaling van een overtreding. Dit vloeit voort uit artikel 5:32a lid 2 van de Awb en jurisprudentie. Er kunnen zich echter toch bijzondere omstandigheden voordoen die ook bij een lastgeving ter voorkoming van herhaling een termijnstelling noodzakelijk maken (zie ABRS 24 oktober 2010, AB 2002, 147). Dit zal dan een uitzondering zijn.
De hoofdregel is dat in dergelijke situaties geen termijn wordt geboden maar de last direct in werking treedt.
11.3 Hoogte dwangsommen In de tabel in bijlage 1 zijn de soort en de hoogte van de dwangsommen per type overtreding opgenomen. Er kunnen omstandigheden zijn waarbij de dwangsomrichtlijn wordt bijgesteld naar boven of naar beneden. Bijvoorbeeld · als de overtreding zeer klein is. Dan kan de dwangsomhoogte naar beneden worden bijgesteld, met een minimum van € 250,= · als sprake is van recidive. Dan zou het bedrag juist verhoogd moeten worden. Als richtlijn geldt het bedrag uit de tabel x2. Bovendien wordt na twee maal een last onder dwangsom te hebben opgelegd overgegaan op bestuursdwang (behoudens uitzonderingen). · als de overtreding begaan wordt door een bedrijf in plaats van door een particulier. Dan kan het bedrag van de last met 50% worden verhoogd. · indien een overtreding wordt begaan in een monumentaal pand of waar asbest een rol speelt. In dat geval zal de van toepassing zijnde dwangsom worden verhoogd met een bedrag dat recht doet aan de aanvullende feiten. De verhoging van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de feiten en omstandigheden binnen de aangegeven bandbreedtes, er wordt onder andere gekeken naar: o Asbest: is de asbestbesmetting binnen een pand of buiten een pand (in de openbare ruimte) geconstateerd.
o Monument: is er sprake van een overtreding bij een monument waarbij sprake is van aantasting van waardevolle onderdelen van een monumentaal pand of van een pand met hoge cultuurhistorische waarde. De tabel in bijlage 1 mag niet leiden tot calculerend gedrag van (mogelijk) overtreders (bedrijven of personen): aan de tabel kunnen géén rechten worden ontleend. Het college van B en W is gerechtigd Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
47 van 64
om in een concreet geval, in afwijking van de bedragen in de tabel, een lagere of hogere dwangsom op te leggen. De dwangsom mag overigens geen punitief karakter krijgen, daar zijn andere wetten voor.
11.4 Invorderen dwangsommen Net zoals er een beginselplicht tot handhaven is, is ook een beginselplicht tot invorderen van de verbeurde last onder dwangsom door de Raad van State geformuleerd. Indien een belanghebbende een aan hem door een bestuursorgaan opgelegde last onder dwangsom overtreedt, dan verbeurt hij de opgelegde dwangsom van rechtswege. Slechts in zeer bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien. Deze bijzondere omstandigheden komen nagenoeg nooit voor, ondanks dat vrijwel elke overtreder meent dat er in zijn geval toch écht sprake is van bijzondere omstandigheden. Financiële problemen van de overtreder, vinden dat de dwangsom ‘onredelijk’ hoog is, gedeeltelijk hebben voldaan aan de last, alsmede het later alsnog voldoen aan de last zijn géén redenen om van invordering af te zien. In één geval gaf de rechter aan dat een deel van de dwangsom niet ingevorderd mocht worden, omdat de overtreder een betreffende asbestsanering wel op tijd en op de juiste wijze had uitgevoerd, maar alleen de sloopmelding in plaats van één week van te voren slechts twee dagen van te voren had gedaan. Volgens de rechter was dit aspect, ten opzichte van alle andere aspecten waarvoor de last onder dwangsom was opgelegd, niet zwaarwegend genoeg om alsnog de volledige dwangsom van € 25.000,- te verbeuren.
De overtreder moest overigens wel € 10.000,- betalen voor de melding die vijf dagen te laat was ingediend. Om te voorkomen dat de last onder dwangsom verwordt tot een papieren tijger, moeten verbeurde dwangsommen dus (vrijwel) altijd ingevorderd worden. De taak tot invordering ligt bij de gemeente.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
48 van 64
12
Communicatie met inwoners
Communicatie is geen eenrichtingsverkeer. Het betreft de tweezijde informatievoorziening tussen de overheid en de inwoners over voorgenomen beleid en over de uitvoering. Door inwoners, maar ook instellingen, ondernemers, verenigingen en belangengroeperingen, tijdig te informeren en het overleg te zoeken worden gemeentelijke besluiten beter en ontstaat er meer draagvlak voor de keuzes van de gemeente. Dat heeft veelal positieve gevolgen voor het naleefgedrag van de inwoners en ondernemer.
12.1 Bekendmaking van besluiten De omgevingsdienst informeert de inwoners namens de gemeente Gouda over meldingen en bekendmakingen via de website www.odmh.nl en via publicaties in de huis-aan-huisbladen, dan wel op een andere geschikte wijze. Voor publicatie in de Staatscourant of op ruimtelijkeplannen.nl levert de ODMH de teksten aan, waarna de gemeente de feitelijke publicatie verzorgen. Belanghebbenden kunnen via de lokale huis-aan-huisbladen en/of de gemeentelijke website vernemen dat er een omgevingsvergunning is aangevraagd of verleend en ter inzage ligt. In de loop van 2017 wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om dit ook via de websites overheid.nl en officielebekendmakingen.nl mogelijk te maken. Als van te voren bekend is dat belanghebbenden direct op de hoogte gehouden willen worden, dan kunnen nieuwe besluiten ook rechtstreeks worden toegezonden. Het gaat hier vaak om personen die klachten hebben ingediend over bedrijven, of personen die in het verleden bezwaar of beroep hebben aangetekend tegen besluiten met betrekking tot vergelijkbare activiteiten in hun omgeving. Als een dossier gevoelig ligt in de omgeving kan ook worden besloten om mensen via een andere wijze te benaderen.
12.2 Communicatie in het kader van handhavingsbeleid Communicatie in het kader van handhavingsbeleid zal zich voornamelijk op de volgende aspecten. · kennis van de regels: Door het verstrekken van informatie over de regelgeving wordt in ieder geval voorkomen dat er overtredingen worden begaan op basis van onwetendheid. Natuurlijk wordt een ieder geacht de wet te kennen, maar de overheid heeft wel de plicht om een ieder te informeren over het gemeentelijk beleid en de keuzes die daarin gemaakt worden. Actuele informatie over handhaving en bouwregelgeving hebben dan ook een duidelijk zichtbare plaats op de website van de ODMH en op de gemeentelijke internetsite, met doorverwijzingen naar bijvoorbeeld landelijke websites. Bovendien kan het verstrekken van folders, bijvoorbeeld van de rijksoverheid, over diverse onderwerpen die te maken hebben met de bouwregelgeving de kennis van de regels vergroten. · acceptatie van het beleid: Voorkomen moet worden dat voorschriften door de inwoners en ondernemer als lastig en onbegrijpelijk worden ervaren. Dergelijke gedachten kunnen immers leiden tot overtredingen. Het zal de inwoners en ondernemer duidelijk gemaakt moeten worden wat het nut en de meerwaarde van bepaalde voorschriften zijn, zoals het scheppen van waarborgen ten aanzien van de veiligheid van bouwwerken en de kwaliteit van de leefomgeving.
Dit zijn immers onderwerpen die direct het belang van diezelfde inwoners en ondernemer raken. Door te motiveren waarom er gehandhaafd wordt en wat de risico’s van overtreding zijn, wordt er meer draagvlak voor naleving gecreëerd. Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
49 van 64
Omdat communicatie in deze situatie deel uitmaakt van een handhavingstraject, zal dit in een aantal gevallen moeizaam verlopen. De belangen van de gemeente en de belangen van de inwoners en/of ondernemer staan dan immers haaks op elkaar. In deze situatie is het belangrijk dat de inwoners en/of de ondernemer duidelijk te horen krijgt wat niet is toegestaan, en waarom niet. Op een heldere, eenduidige wijze dient de inwoners en ondernemer op de hoogte worden gesteld van het standpunt van de gemeente. Daarbij is de toon van de communicatie belangrijk. Door met respect en inlevingsvermogen te communiceren, met oog voor de belangen van de inwoners en ondernemer, kan de acceptatie van het handhavingstraject vergroot. Niet alleen moet er verteld worden wat niet mag, maar ook wordt er gekeken naar wat wel kan. Dit komt onder meer tot uiting in de stap ‘minnelijk overleg’ voorafgaand aan de daadwerkelijke handhaving (zie aldaar). · bekendheid van handhavingsacties: Met de wijziging van de Woningwet per 1 april 2007 is de gemeente verplicht beleidsvoornemens ten aanzien van de handhaving van de bouwregelgeving kenbaar te maken en hierover jaarlijks verslag te doen. Door kennisgeving in de gemeenterubriek worden de inwoners geattendeerd op de speerpunten van het (nieuwe) handhavingsbeleid en op behaalde handhavingsresultaten.
Hierdoor ziet de inwoners bovendien dat de gemeente daadwerkelijk uitvoering geeft aan haar handhavingstaken. Dit geldt overigens ook voor melders, klagers, verzoekers om handhaving, (vermeende) overtreders en andere derden/belanghebbenden. Ook zij worden actief geïnformeerd over de handhavingsacties die hen aangaan.
12.3 Middelen Afhankelijk van het doel en de doelgroep, kunnen de volgende middelen worden ingezet. Voorkeur gaat hierbij uit naar persoonlijke communicatie. Als de omgevingsdienst de geadresseerde of doelgroep kent, wordt de geadresseerde persoonlijk aangeschreven resp. de doelgroep aangeschreven. Telefonisch contact Bij een voorgenomen weigering van een gevraagde vergunning of bij de afwijzing van een handhavingsverzoek kan vooraf telefonisch contact worden gezocht met de belanghebbende. Ook als er zienswijzen zijn ingediend, vinden wij het vaak zinvol om telefonisch contact op te nemen met de indiener(s) van een zienswijze. Indien Gouda dat wenst, kan een prémediation (‘minnelijk overleg’) gestart worden. Brief of mail Brieven zijn persoonlijk en aan de initiatiefnemer gericht. Brieven kunnen gebruikt worden om acties aan te kondigen en om informatie te verstrekken over wet- en regelgeving. Op projectmatige basis worden soms ook andere communicatiemiddelen ingezet. Bijvoorbeeld bij grote veranderingen in wetgeving. Dan wordt aan de desbetreffende branche voorlichting gegeven door middel van een mailing. Websites Op de website van de gemeente Gouda en die van de ODMH wordt informatie gegeven over wet- en regelgeving, beleidsnotitie, factsheets en wordt verwezen naar bekendmakingen en meldingen.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
50 van 64
Informatie over beleid en wet- en regelgeving is ook terug te vinden op www.overheid.nl, www.wetten.nl en www.officielebekendmakingen.nl Factsheets In de factsheets wordt ten aanzien van verschillende onderwerpen, specifieke informatie verstrekt. Deze factsheets kunnen tijdens een controlebezoek of informatiebijeenkomst worden overhandigd, of bij de balie van de ODMH afgehaald worden. Daarnaast dient een factsheet voor aanvullende en verdiepende informatie bij korte websiteteksten Persbericht Persbericht in de lokale media: wanneer er specifieke acties zijn of wanneer er iets nieuws is op het gebied van de handhaving, kan een persbericht naar de lokale media verzonden worden. Informatiebijeenkomsten Voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld ondernemers van een specifieke bedrijfsbranche, kunnen informatieavonden georganiseerd worden. Individuele gesprekken Natuurlijkkunnen burgers ook altijd mondeling te woord gestaan worden, bij vragen of klachten.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
51 van 64
13
Kwaliteit
13.1 ISO ISO 9001 is een internationale norm voor kwaliteitsmanagement. ISO 9001 kan gebruikt worden om te beoordelen of de organisatie in staat is om te voldoen aan de eisen van klanten, de op het product van toepassing zijnde wet- en regelgeving en de eisen van de organisatie zelf. Daarnaast vormen de eisen met elkaar goede aanknopingspunten voor het opzetten en inrichten van een kwaliteitsmanagementsysteem. Een certificatie instelling (CI) voert jaarlijks een audit uit om vast te stellen of het kwaliteitsmanagementsysteem van de organisatie aan alle normeisen voldoet. De Afdeling BWT van de ODMH is sinds juni 2015 ISO-gecertificeerd, evenals de afdelingen Bedrijven (milieu) en Bedrijfsvoering.
13.2 Kennismanagement Onder kennismanagement verstaan wij het beheren van de kennis die nodig is om de doelstellingen van de ODMH op het gebied van vergunningverlening te kunnen verwezenlijken. Om de inhoudelijke kwaliteit blijvend op peil te houden is het van belang dat de vergunningverleners op de hoogte zijn van (veranderingen in) de wet- en regelgeving en van (veranderingen in) de stand van techniek in een bepaalde branche. Naast het regelmatig volgen van cursussen is kennismanagement daarom belangrijk. Jaarlijks worden de bezwaar- en beroepszaken voor vergunningverlening en maatwerk geëvalueerd. Hierbij wordt ook de jurisprudentie betrokken van/voor andere bevoegde gezagen, indien en voor zover die jurisprudentie betrekking heeft (of kan hebben) op activiteiten die zich binnen de regio Midden-Holland voordoen. Voor het beheren en verkrijgen van informatie kan gebruik gemaakt worden van intern en extern aanwezige informatie. Intern vervullen de specialisten een belangrijke rol als het gaat om het leveren van informatie op het gebied van bijvoorbeeld bodem, lucht, geluid, externe veiligheid en duurzaamheid. Extern wordt gebruik gemaakt van informatie die beschikbaar gesteld is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu via het kenniscentrum Infomil, maar ook van informatie van de Vereniging BWT Nederland, de Stichting ERM en andere organisaties.
Ook www.wetten.nl is een belangrijke website waarop altijd de laatste versie van wetgeving te vinden is. Kluwer Navigator en de website rechtspraak.nl worden gebruikt voor jurisprudentie. Binnen de ODMH wordt ook kennis gedeeld via overleggen en cursussen. En er is een uitgebreid overlegnetwerk met medewerkers van de vier BWT-gemeenten, zowel informeel als gestructureerd via de Adviescommissies.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
52 van 64
13.3 FMEA Een methode die de ODMH gebruikt om de kwaliteit van de producten te verbeteren, is FMEA. Dit staat voor ‘Failure Mode and Effect Analysis’ en is een instrument om potentiële risico’s in een vergunningen- (of toezicht-)proces op te sporen en verbetermaatregelen te inventariseren. Eerst wordt via een brainstormsessie nagegaan welke fouten kunnen optreden bij elke processtap, gevolgd door een inventarisatie van de mogelijke gevolgen en van de ernst van elk gevolg. Hiermee worden de risico’s in het proces in kaart gebracht. Door vervolgens na te gaan wat de oorzaak van de fouten kan zijn, hoe groot de kans is dat de fout optreedt en welke opsporingsmethoden er mogelijk zijn, wordt duidelijk waar oplossingen gezocht kunnen worden. Vervolgens worden oplossingen bedacht waarmee de gevolgen van de eventuele fout worden verkleind, de kans op het optreden van de fouten wordt verkleind en/of de kans op tijdige detectie van de fout wordt vergroot. Dit leidt tot een lijst met verbetermaatregelen die vervolgens worden geïmplementeerd in de werkwijze. Jaarlijks worden een of meerdere processen en producten van de ODMH aan een FMEA onderworpen.
13.4 LEAN Om de werkzaamheden efficiënter uit te voeren en de werkprocessen efficiënter in te richten, maakt de ODMH gebruik van de LEAN-systematiek. Dit is een managementfilosofie die gebruikt kan worden om ‘verspillingen’ binnen de verschillende huidige werkprocessen in kaart brengen. Eerst worden de bestaande werkprocessen in kaart gebracht en wordt per processtap gemeten hoe lang eraan gewerkt wordt, en hoelang de wachttijd is tussen de verschillende processtappen. Daarna wordt aangegeven of deze processtappen waardevol of niet-waardevol zijn. Soms zijn stappen niet-waardevol maar wel noodzakelijk, bijvoorbeeld omdat ze wettelijk voorgeschreven zijn. Stappen die niet-waardevol en nietnoodzakelijk zijn, zoals het dubbel invoeren van gegevens, het overtypen van informatie, of het moeten corrigeren van foute informatie, worden geschrapt. Vervolgens wordt gekeken waar in het proces sprake is van verspilling: vertraging in processen door diverse opeenvolgende wachttijden, onnodige handelingen, activiteiten om fouten te moeten herstellen. De grootste vertragingen worden zo veel mogelijk teruggebracht. De meetrapporten kunnen na voltooiing van het LEAN-proces ieder moment geraadpleegd worden om te analyseren hoe de huidige stand van zaken is binnen de werkprocessen. Net als bij FMEA wordt ook LEAN jaarlijks gebruikt voor het doorlichten van een of meerdere werkprocessen.
13.5 Verseon en Squit XO Om vergunningverlening, toezicht en handhaving goed en adequaat uit te voeren is een goede correct gevulde database een voorwaarde. Tot 1 januari 2014 werd hiervoor bij de ODMH Verseon gebruikt. Sindsdien wordt Verseon alleen nog gebruikt als archief (postregistratie en documentmanagement), en zijn de proceduregegevens inclusief inrichtings- en locatiegegevens overgezet in SQUIT XO. Alle relevante gegevens, zoals het van toepassing zijnde UBN-nummer, de Bor-categorie, meldings- en vergunningengegevens, gegevens over de controles en klachten worden hier geregistreerd. SQUITXO is ook goed toegerust voor informatie-uitwisseling met de gemeente en om de kwantitatieve gegevens te leveren voor de begrotingen en de jaarverslagen.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
53 van 64
14
Registratie, monitoring en evaluatie
Hoofdstuk 7 van het Bor schrijft voor wie het handhavingsbeleid opstelt en waar het beleid aan moet voldoen. In dit hoofdstuk in ook de verplichting opgenomen om het handhavingsbeleid periodiek te evalueren. Om een uitspraak te kunnen doen over de mate waarin de gestelde doelen bereikt worden, is monitoring van de uitvoering noodzakelijk. Aan de hand van de evaluatie kan het handhavingsbeleid zo nodig bijgestuurd worden. De evaluatie- en monitoringsstappen maken deel uit van de zogeheten dubbele regelkring, en wordt ook wel de ‘Big Eight’ genoemd. De dubbele regelkring sluit aan bij de filosofie met betrekking tot de planning & controlcyclus en is een hulpmiddel om tot een cyclisch en sluitend beleidsproces te komen. De stappen zorgen ervoor dat sprake is van een continue kwaliteitsverbetering van de handhaving.
14.1 Registratie Registratie is een term voor de activiteit van het vastleggen van data, gegevens of onderwerpen die benodigd zijn voor formele of informele doeleinden. Op grond van artikel 7.6 van het Bor registreert de ODMH de activiteiten die samenhangen met de uitvoering van het uitvoeringsprogramma ten aanzien van (toezicht en) handhaving van de gemeente Gouda en het bereiken van de doelen die zijn vastgelegd in het Handhavingsbeleid. De ODMH gebruikt hiervoor een geautomatiseerd systeem.
14.2 Monitoring Onder monitoring verstaan we het bewaken van het beleid door bij te houden wat de resultaten van de uitvoering zijn, zoals de activiteiten die we hebben uitgevoerd en de overtredingen die we hebben geconstateerd. Om te kunnen monitoren, is het van belang dat de doelen van het handhavingsbeleidsplan meetbaar zijn opgesteld. Volgens artikel 10.6 van de Mor moet ten behoeve van de monitoring tenminste gekeken worden naar: · uitgevoerde controles; · geconstateerde overtredingen; · opgelegde bestuurlijke sancties; · processen-verbaal; · over mogelijke overtredingen ontvangen klachten. Monitoring van handhavingsactiviteiten vindt daarom plaats op de volgende punten: · Het aantal te controleren vergunningen · Het aantal uitvoerde controles en hercontroles; · Het aantal ingediende meldingen en handhavingsverzoeken; · Het aantal bestuursrechtelijke trajecten (bestuursdwang/dwangsom/ ingetrokken vergunningen en andere sancties); · Het aantal invorderingsbeschikkingen; · Het aantal zaken bezwaar, beroep, hoger beroep en voorlopige voorzieningen; · Het aantal ontvangen klachten ten aanzien van (vermeende) overtredingen.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
54 van 64
Aan de hand van monitoringsinformatie wordt in de eerste plaats bepaald of de jaarlijkse doelstellingen uit het jaarlijkse uitvoeringsprogramma zijn behaald en of activiteiten bijdragen aan de meer strategische doelstellingen uit het beleid.
14.3 Evaluatie Evaluatie is het beoordelen van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid en de uitvoering ervan over een bepaalde periode. Monitoringsinformatie vormt één van de informatiebronnen voor evaluatie. Jaarlijks wordt geëvalueerd of de beleidsdoelstellingen zijn behaald en welke activiteiten daarvoor zijn uitgevoerd in verhouding tot de prioriteitsstelling. Door bovendien na te gaan of de doelstellingen en prioriteiten nog actueel zijn, kan een bijstelling van de prioriteiten plaatsvinden of aanpassing van het beleid. De jaarrapportage wordt, overeenkomstig artikel 7.7 van het Bor, jaarlijks door burgemeester en wethouders bekend gemaakt aan de gemeenteraad.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
55 van 64
15
Toekomstige ontwikkelingen
15.1 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en Omgevingswet In de periode 2017 tot en met 2020, waarop deze Nota betrekking heeft, worden twee grote wijzigingen in het Omgevingsrecht verwacht. Ten eerste is dat het Wetvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen, dat op 22 februari 2017 is geaccordeerd door de Tweede Kamer. Als de wet in werking treedt, zullen kleine bouwwerken en verbouwingen Bouwbesluittoetsvrij worden, en wordt de toetsing aan het Bouwbesluit 2012 van nieuwbouw en verbouw bij de vergunningverlening door een private kwaliteitsborger uitgevoerd in plaats van door de overheid. Voordat deze wijzigingen doorgevoerd worden, dienen private partijen methodes te ontwikkelen voor kwaliteitsbewaking om te zorgen dat aannemers zich houden aan de bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit 2012. Een onafhankelijke publieke toelatingsorganisatie oordeelt of een voorgestelde methode voor kwaliteitsbewaking voldoet aan de eisen. Naar verwachting treedt de wet op 1 januari 2018 in werking voor zover het gaat om het instellen van de publieke toelatingsorganisatie en de toelating van instrumenten voor kwaliteitsbewaking. De overige onderdelen van de wet zullen naar verwachting in juli 2018 in werking treden. De tweede wijziging is de nieuwe Omgevingswet.
Op 26 april 2016 is de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet), gepubliceerd in het Staatsblad (Stb.2016,156). Per 1 juli 2016 gingen de 4 AMvB’s behorend bij de Omgevingswet in consultatie. Het gaat om de volgende AMvB’s: · Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), dat inhoudelijke normen bevat die gelden voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk. Deze normen gaan over het bereiken van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit geeft criteria voor instructieregels, omgevingswaarden, beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen en regels over monitoring en gegevensbeheer; · het Omgevingsbesluit (Ob), dat zich richt tot burgers, bedrijven en overheden. Het geeft in aanvulling op de Omgevingswet onder meer aan welke procedures wanneer gelden en wie het bevoegde gezag is voor vergunningverlening. Ook de regels voor milieueffectrapportage, kostenverhaal en financiële zekerheidsstelling staan in deze AMvB; · het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat algemene rijksregels stelt voor activiteiten. Denk aan zaken als het in stand houden, bouwen en slopen van bouwwerken.
Deze regels zijn in de praktijk met name van belang voor burgers en bedrijven; · het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), dat de rechtstreeks werkende regels bevat die het Rijk stelt aan activiteiten van burgers, bedrijven of overheden in de fysieke leefomgeving. Het gaat om activiteiten die het milieu (kunnen) belasten, activiteiten rondom wegen en waterstaatwerken en activiteiten die gaan over cultureel erfgoed. Het besluit beschrijft welke regels gelden, welke ruimte er is om af te wijken van de regels en wanneer een vergunning nodig is. De einddatum van de consultatie was 16 september 2016. De Omgevingswet treedt op zijn vroegst in werking in het voorjaar van 2019.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
56 van 64
15.2 Natuur Op 1 januari 2017 treedt de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking. Aanvankelijk was het de bedoeling dat natuuraspecten altijd betrokken moesten worden bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning (in de regel zou het hierbij gaan om omgevingsvergunningen voor bouwen). Deze verplichte vorm van aanhaken is door de wetgever alsnog losgelaten. Ook na 1 januari 2017 kan er dus gekozen worden voor een aparte aanvraag voor een ontheffing of vergunning die vereist is op grond van de Wnb. Als er een aparte aanvraag voor een ontheffing of vergunning is ingediend, geldt voor de besluitvorming de reguliere voorbereidingsprocedure. Als de ontheffing of vergunning op grond van de Wnb is verleend, kan vervolgens de reguliere voorbereidingsprocedure worden doorlopen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Bij het aanhaken van de natuurtoets aan de omgevingsvergunning dient een verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) afgegeven te worden. Zonder deze Vvgb kan een omgevingsvergunning voor het bouwen niet worden verleend. De Vvgb wordt afgegeven door het bevoegd gezag, zijnde de provincie. De uitvoering van de Wnb heeft de provincie Zuid-Holland gemandateerd aan de Omgevingsdienst Haaglanden.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
57 van 64
Begrippen- en afkortingenlijst Bestuurlijk gesprek Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of een bepaald voorschrift geldt, als aanvullende escalerende interventie op waarschuwen LOB Last onder bestuursdwang LOD Last onder dwangsom Normadressaat Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of een bepaald voorschrift geldt. Proces-verbaal (PV) BOA’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken. Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke handhavingstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
58 van 64
Bijlage 1 Dwangsommen
Overtreding
Dwangsom
Modaliteit
Maximum
Begunstigingstermijn
Aanleggen en dempen van werken zonder vergunning: - aanleg verharding per 25 m²
- aanleg in/uitrit
- aanleg of dempen van een watergang tot 20 m² - aanleg of dempen van een watergang vanaf 20 m²
- ophogen of afgraven grond 2 per 25 m Gebruik in strijd met bestemmingsplan: - permanente bewoning van een recreatieverblijf - overige onrechtmatige bewoning perceel en/of bouwwerk - strijdig gebruik perceel en/of bouwwerk
- € 1.100,(bestrating)
- ineens
-
- 6 weken
- ineens
-
- 6 weken
- € 2.500,(asfalt) - € 2.500,-
- ineens
-
- 6 weken
- € 5.000,-
- ineens
-
- 6 weken
- € 800,-
- ineens
-
- 6 weken
- € 20.000,-
- ineens
-
- 6 maanden
- € 20.000,-
- ineens
-
- 3 maanden
- € 7.500,Minder ingrijpende overtredingen
- ineens
-
- 6 weken
- ineens
-
- 6 weken
- € 3.000,(asfalt) - € 1.500,(bestrating)
- € 25.000,Ingrijpende overtredingen Handelen in strijd met: 10 - het Bouwbesluit
10
- € 5.000,Minder ingrijpende overtredingen
Hieronder vallen tevens overtredingen die betrekking hebben op de brandveiligheid.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
59 van 64
Overtreding
Dwangsom
Modaliteit
Maximum
Begunstigingstermijn
- de Bouwverordening
€ 50.000,ingrijpende overtredingen - € 3.000,Minder ingrijpende overtredingen
- ineens
-
- 6 weken
- voorwaarden van de vergunning
- € 15.000,ingrijpende overtredingen - € 3.000,Minder ingrijpende overtredingen
- ineens
-
- 6 weken
- ineens - ineens - ineens - ineens
-
- 6 weken - 6 weken - 6 weken - 6 weken
- per constatering - per constatering - per constatering - per constatering
- € 30.000,-
-
- € 60.000,-
-
- € 120.000,-
-
- € 180.000,-
-
- € 30.000,ingrijpende overtredingen Slopen en/of bouwen zonder of in afwijking van de vergunning: 3 - licht max. 50 m 3 - matig max. 150 m 3 - ernstig 150 - 600 m 3 - buitencategorie > 600 m - indien bij een monument wordt de dwangsom verhoogd met
- € 10.000,- € 15.000,- € 25.000,- € 50.000,- € 5.000,Minder ingrijpende overtredingen - € 50.000,Ingrijpende overtredingen
Negeren stilleggingsbevel bouwen 3 - licht max. 50 m - matig max. 150 m
3
- ernstig 150 – 600 m
- € 5.000,- € 10.000,-
3
- buitencategorie > 600 m
- € 20.000,3
- € 30.000,-
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
60 van 64
Overtreding
Dwangsom
Modaliteit
Maximum
Begunstigingstermijn
- indien bij een monument wordt de dwangsom verhoogd met
- € 5.000,Minder ingrijpende overtredingen - € 50.000,Ingrijpende overtredingen
Negeren stilleggingsbevel slopen 3 - tot 500 m
- vanaf 500 m
3
- indien er een asbestbesmetting is of er gesloopt wordt zonder vereist asbestinventarisatie-rapport wordt de dwangsom verhoogd met
- indien bij een monument wordt de dwangsom verhoogd met
- € 15.000,-
- per constatering
- € 30.000,-
-
- € 30.000,-
- per constatering
- € 60.000,-
-
- € 5.000,Minder ingrijpende overtredingen - € 50.000,Ingrijpende overtredingen - € 5.000,Minder ingrijpende overtredingen - € 50.000,Ingrijpende overtredingen
Toelichting op de tabel: Voor het bepalen van de dwangsomhoogte gelden de in de tabel genoemde indicatieve dwangsomhoogten per soort activiteit. De tabel vermeldt de meest voorkomende overtredingen, de indicatieve dwangsomhoogten, de daaraan verbonden maxima en de herstel- c.q. begunstigingstermijnen. De tabel vermeldt richtinggevende voorbeelden: in het concrete geval moet de geschikte hoogte van het dwangsombedrag worden bepaald aan de hand van de voorbeelden in de tabel. Voor overtredingen die niet in de tabel zijn benoemd zal de hoogte van de dwangsom per geval bekeken worden. Uitgangspunt bij het bepalen van de hoogte is dat er een voldoende financiële prikkel van moet uitgaan. Omdat het bij sommige overtredingen vanwege de diversiteit in omvang, volumes en hoogtes lastig is om één dwangsom te bepalen en om daarbij zo objectief mogelijk te blijven, is er voor gekozen om de Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
61 van 64
hoogte van de dwangsom mede vast te stellen aan de hand van onder meer oppervlaktematen (m²) of aan de hand van kuubs (m³), de ruimtelijke impact, veiligheidsrisico’s en gezondheidsrisico’s. Daarnaast zijn er bij een aantal overtredingen bandbreedtes opgenomen. Als bij deze soort overtredingen de ruimtelijke impact groot is, en als er (tevens) sprake is van een groter veiligheidsrisico en/of gezondheidsrisico (ingrijpende overtredingen) dan wordt er een hogere dwangsom opgelegd dan bij overtredingen waarbij de impact en de risico’s minder groot zijn (minder ingrijpende overtredingen). Het uitgangspunt voor de in de tabel genoemde dwangsommen is dat de dwangsom hoger is dan de (geschatte) kosten die een overtreder moet maken, dan wel hoger is dan de (geschatte) winst die de overtreder behaalt als de overtreding voortduurt. De geconstateerde feiten en omstandigheden zijn bepalend voor de individuele vaststelling van de hoogte en het maximaal te verbeuren bedrag. Afwijkingen naar boven/beneden van de standaard dwangsomhoogte in de tabel, waarvoor in het concrete geval een goede reden kan zijn, worden steeds goed onderbouwd en in de beschikking gemotiveerd.
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
62 van 64
Bijlage 2 Interventiematrix Landelijke Handhavingsstrategie
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
63 van 64
Bijlage 3 Overige activiteiten en overtredingen · Huisvesting arbeidsmigranten/buitenlandse werknemers in strijd met het bestemmingsplan · Het kappen van houtopstand zonder vergunning, · Gebruik grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan o m.b.t. uitstallingen, displays, etalages buiten de Goudse binnenstad o in strijd met het Bouwbesluit (overlast, hinder, gevaar) o t.a.v. kamerbewoning o in cultuurhistorische gebieden o na afloop van de toegestane termijn o bij volkstuincomplexen o overig · Evenementen met risico's voor brandveiligheid en/of constructieve veiligheid · Bouwen in strijd met of zonder de vergunning o binnen beschermd stadsgezicht o in strijd met de eisen welstand (excess) o overig · Reclameuiting in strijd met of zonder vergunning o op of aan monumenten o in het kernwinkelgebied van de binnenstad o in de rest van de binnenstad o overig · Slopen zonder vergunning of melding o binnen beschermd stadsgezicht o zonder asbest · Slopen in strijd met de vergunning of melding o binnen beschermd stadsgezicht o zonder asbest · Aanleg in afwijking van of zonder aanlegvergunning · Aanleg en gebruik uitweg in afwijking van of zonder vergunning · Tijdelijk bouwwerk (niet verwijderen na afloop toegestane termijn) · Vergunningvrij bouwen in strijd met Bouwbesluit · Vervallen en verloederde panden/achterstallig onderhoud (geen onderdeel uitmakend van een integrale
aanpak)
Nota VTH BWT Gemeente Gouda 2017 – 2020
64 van 64