CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Commissie Fysieke leefomgeving 30 oktober 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming: Raadsvrij onderwerp: Circulaire economie sessie 246.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

94

Middelen hiertoe zijn toegekend in het Coalitieakkoord aan RVB, RWS en ProRail.

95 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Stimuleren

Beprijzen

Normeren

Nieuwe maatregelen

Als effectdoel streeft het kabinet ernaar dat in 2030 50 procent reductie van de milieubelasting wordt bereikt ten opzichte van de milieubelasting in 2019. Om dit te bereiken is veel nodig. Allereerst willen we alle nieuwe bouwwerken circulair realiseren. Dat vraagt om een integrale, strategische afweging op circulariteit aan de voorkant van projecten, vanaf een zo vroeg mogelijke fase, zodat circulariteit optimaal wordt meegewogen en kan worden meegenomen. Het eerste circulariteitsdoel (1) dat hieraan is gekoppeld, is dat uiterlijk vanaf 2030 in elke aanleg- en vervangingsopgave een integrale afweging op bouwwerkniveau op circulariteit plaatsvindt en gestuurd wordt op het zoveel mogelijk reduceren van de milieubelasting (MKI). Hierbij wordt ingezet op de circulaire strategie, ontwerpprincipes en maatregelen, die de meeste duurzaamheidswinst (reductie van MKI) op systeemniveau met zich meebrengen. Een zogeheten koploper-/pelotonaanpak zorgt ervoor dat bij de aanbesteding van projecten een continue MKI-reductie plaatsvindt. In koploperprojecten wordt een hoge MKI-reductie beloond voor koplopers in de markt. Daarnaast worden minimumeisen geformuleerd en stapsgewijs aangescherpt voor aanbestedingen van GWW-werken: het peloton. Dit is randvoorwaardelijk voor het realiseren van een circulaire GWW-sector, en als zodanig onderdeel van de aanpak in het kader van de KCI.

Vanaf 2025 worden alle nieuwe en te vervangen bruggen en viaducten circulair ontworpen. Dit heeft betrekking op alle fasen van het bouwwerk, inclusief de aanleg, beheer en onderhoud, einde levensduur en (eventuele) volgende levenscycli van het object, componenten of materialen. De sector zet in op doorontwikkeling, synchronisatie en implementatie van circulaire ontwerpprincipes. Rijkswaterstaat ontwikkelt momenteel een weegkader voor bruggen en viaducten, waarin het ontwerp wordt gerelateerd aan het beoogde functioneel gebruik, de context en de te verwachten toekomstige ontwikkelingen. Het kabinet wil hierop voortborduren en een dergelijk afweegkader ook opstellen in samenwerking met en ten behoeve van medeoverheden.

Als circulariteitsdoel (2) stelt het kabinet dat vanaf 2030 bestaande viaducten in technisch opzicht hun beoogde technische levensduur behalen. In de praktijk zien we namelijk dat kunstwerken vaak de levensduur waarvoor ze ontworpen zijn (technische levensduur) niet halen, doordat ze kampen met (technische) gebreken ten gevolge van ontwerpbeslissingen, uitvoeringswijze en/of niet adequaat onderhoud en beheer. Hiervoor is nodig dat we bestaande kunstwerken adequaat en circulair onderhouden. Preventief, voorspellend onderhoud wordt de standaard werkwijze en wordt geïntegreerd in het asset managementproces. Hiervoor is inzicht in de technische staat van bestaande bruggen en viaducten essentieel. Daarnaast moet uiterlijk vanaf 2030 het onderhoud leiden tot het minimaal bereiken en waar relevant verlengen van de bij het ontwerp voorziene technische levensduur. Om dat te bereiken wordt ingezet op de doorontwikkeling van levensduurverlengende maatregelen en circulair asset management. Zo sturen we op waardebehoud in de sector. De acties bij dit doel worden uitgevoerd via de KCI. Ook verwacht het kabinet via handhaving op overbelasting versnelde degradatie tegen te kunnen gaan.

Als circulariteitsdoel (5) stelt het kabinet dat voor alle nieuw te bouwen bruggen en viaducten op het gebruik van alternatieve materialen (secundair of hernieuwbaar) wordt gestuurd. In het geval dat nieuw beton wordt toegepast, dient een stapsgewijs oplopend minimaal percentage secundaire grondstoffen te worden toegepast, resulterend in een nader vast te stellen percentage in 2030. Deze percentages zullen op korte termijn worden vastgesteld.

Als circulariteitsdoel (3) stelt het kabinet dat vanaf 2030 de technische levensduur van nieuwe bruggen en viaducten afgestemd is op de functionele levensduur. Omdat eisen die vanuit het gebruik aan kunstwerken worden gesteld, vaak in de tijd veranderen (bijvoorbeeld door meer of zwaarder verkeer) moeten veel kunstwerken die in technisch opzicht nog goed functioneren, voortijdig worden gesloopt en vervangen. Dat willen we met dit doel voorkomen. Dit vraagt dat in 2025 nieuwe kunstwerken toekomstvast zijn ontworpen. Dit wil zeggen: adaptief, flexibel en/of robuust zodat kunstwerken kunnen worden aangepast wanneer functionele veranderingen optreden. Dit vraagt om het doorontwikkelen en implementeren van een strategie en werkwijze voor toekomstvaste viaducten en bruggen. Ook deze acties worden via de KCI verder uitgewerkt en uitgevoerd.

Voor de productgroep wegverhardingen gelden enigszins vergelijkbare doelen als voor de productgroep viaducten en bruggen. Als effectdoel streeft het kabinet ernaar dat in 2030 50 procent reductie van de milieubelasting wordt bereikt ten opzichte van de milieubelasting in 2019.

Als circulariteitsdoel (4) stelt het kabinet dat uiterlijk in 2030 voor alle vrijkomende elementen van bestaande bruggen en viaducten op hoogwaardig hergebruik wordt gestuurd. Hiertoe wordt per bouwwerk een hergebruikscan uitgevoerd. Van het materiaal dat niet hergebruikt wordt, wordt minimaal 80 procent hoogwaardig gerecycled. In 2030 worden daartoe alle betonnen bruggen en viaducten die afgebroken moeten worden, circulair gesloopt, en de vrijkomende elementen worden hoogwaardig hergebruikt en de overige materialen hoogwaardig gerecycled. Dit is nog geen expliciet onderdeel van de strategie KCI, en het kabinet onderzoekt hoe en wanneer deze doelstelling daarin kan worden meegenomen.

96 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Opgemerkt wordt dat de productgroep bruggen en viaducten een selectie betreft uit de grotere groep ‘kunstwerken’. Veel van de genoemde doelen en maatregelen zijn echter voor de grotere groep van kunstwerken relevant en van belang en sluiten daarmee ook in bredere zin aan bij de aanpak gericht op klimaatneutrale en circulaire kunstwerken zoals uiteengezet in de KCI.

3.3.4 Wegverhardingen

Tevens geldt ook voor deze productgroep als eerste circulariteitsdoel (1) de optimalisering van de MKI-reductie van het integrale wegsysteem in aanleg en onderhoud. Hiervoor is nodig dat nieuwe wegen, wegverhardingen en asfaltlagen circulair worden ontworpen in relatie tot het wegsysteem (dat wil zeggen de volledige weg inclusief fundering, wegmeubilair, wegverharding, berm, belijning, et cetera). Vanaf 2025 kan dit door koplopers worden gedaan, en vanaf 2030 door alle partijen. Dit kan worden bereikt door doorontwikkeling/synchronisatie en implementatie van circulaire ontwerpprincipes en -strategieën met betrekking tot wegsystemen, en door sturing op het (circulair) ontwerp van het optimale wegsysteem gerelateerd aan functioneel weggebruik, context en toekomstscenario’s (inclusief alternatieve wegverhardingen). Het kabinet onderzoekt hoe dit onderdeel kan worden van de KCI.

Als circulariteitsdoel (2) stelt het kabinet ook dat de bouwopgave van wegen en het materiaalgebruik teruggebracht dienen te worden ten opzichte van de huidige prognoses. Hiertoe vraagt IenW in 2023 advies van het transitieteam Circulaire Bouweconomie over een strategie ten behoeve van de CO2-budgetten en prioritering van wegen inclusief kunstwerken. Daarnaast komt er in 2025 een circulaire ontwikkelvisie voor bouw en ruimtelijke ordening, waarmee we verkennen hoe de bouwopgave van wegen beperkt kan worden. Deze neemt vanzelfsprekend ook de kunstweken mee en draagt daarmee bij aan de gehele sector. Elementen die hier onderdeel van kunnen uitmaken: circulaire gebiedsontwikkeling/integrale benadering van ruimtelijke-ordeningsvraagstukken op regionaal niveau (keuze: waar wordt gebouwd? Hoe wordt in mobiliteitsbehoefte voorzien?), onderzoek en strategie met betrekking tot alternatieve verhardingen, en het sturen op maatregelen gericht op efficiënter gebruik van wegen (zoals: smallere rijstroken, gedragsmaatregelen zoals alternatief vervoer stimuleren, minder transport over de weg, in-car-systemen, en andere duurzame en slimme (geïntegreerde) opties, enzovoorts).

Vanuit de circulaire bril is winst te behalen aan de infrakant (infrastructuur die niet hoeft te worden aangelegd (en vervolgens onderhouden), en aan de voertuigenkant (lager voertuigbezit dus minder grondstoffen, en lichter ontwerp). Als circulariteitsdoel (3) stelt het kabinet dat asfaltlagen in 2030 ten minste een twee jaar langere levensduur hebben. Concreet betekent dit dat in 2026 circulair beheer en onderhoud van asfaltwegen volledig geïmplementeerd is. Andere subdoelen die hieraan gekoppeld zijn: in 2030 is een strategie beschikbaar voor verkeerstechnische maatregelen gericht op instandhouding en zijn asfaltmengsels met een langere levensduur regulier toepasbaar. Acties die hieraan bijdragen: preventief, voorspellend onderhoud en levensduurverlengend onderhoud zijn standaard werkwijze en geïntegreerd in het asset managementproces, optimalisatie en sturing op aanlegprotocollen in relatie tot duurzaamheid, de doorontwikkeling van levensduur verlengende maatregelen (beschikbaar, toepasbaar en opschaalbaar), en de ontwikkeling en validatie van mengsels met een langere levensduur. Deze acties worden uitgevoerd als onderdeel van de KCI.

In aanvulling hierop wil het kabinet onderzoeken hoe de volgende acties in gang kunnen worden gezet: sturen op de reductie van wegslijtage door middel van verkeerskundige maatregelen, ontwikkelen van een afweegkader levensduur in relatie tot circulaire prestaties, en ontwikkeling levensduurvoorspelling asfalt (onderdeel asfaltimpuls Rijkswaterstaat). Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor optimalisatie van regelgeving die er momenteel toe leidt dat wegdekken voortijdig worden vervangen, waardoor de technische levensduur niet wordt gerealiseerd.

97 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Als circulariteitsdoel (4) stelt het kabinet dat in 2030 minimaal 95 procent van het vrijkomende asfalt hoogwaardig gerecycled wordt. Dat houdt in dat het asfalt uit vrijkomende lagen minimaal in gelijkwaardige lagen wordt hergebruikt, dat geen uitstroom van asfaltgranulaat meer plaatsvindt naar laagwaardigere toepassingen dan asfalt en dat voor nieuwe asfaltlagen het minimale percentage asfaltgranulaat voor alle van toepassing zijnde mengsels wordt opgenomen in de regelgeving. Dit wordt verder uitgewerkt als onderdeel van de KCI. Als circulariteitsdoel (5) stelt het kabinet dat in 2030 minimaal 10 procent van de bindmiddelen en minimaal 20 procent van de overige gebruikte grondstoffen (exclusief asfaltgranulaat en bindmiddelen) van alternatieve oorsprong is, zoals secundair en/of hernieuwbaar (waaronder biobased). Hiertoe wordt per 2025 gestuurd op de toepassing van secundaire en hernieuwbare materialen en vanaf 2028 worden alternatieve materialen voor wegdekverharding toegepast, wanneer deze leiden tot een lagere MKI van het wegsysteem (binnen de geldende prestatie-eisen). Acties die hieraan bijdragen zijn het ontwikkelen en valideren van alternatieve asfaltgrondstoffen en het innoveren en (door) ontwikkelen van alternatieve wegverhardingen (te denken aan alternatieve materialen, modulair wegdek, adaptieve/flexibele wegverharding et cetera).

Dit wordt verder uitgewerkt als onderdeel van de KCI.

Tabel 21: Maatregelen voor de productgroepen Viaducten, betonnen bruggen en wegverhardingen

Maatregel uit het Coalitieakkoord: We reguleren hergebruik en percentages recyclaat in bouwmaterialen via Rijksinkoop. Deze maatregel houdt in het Stimuleren van hergebruik en recyclaat in bouwmaterialen via de aanbestedingen van rijksdiensten. Dit geeft een impuls richting de markt via de voorbeeldrol en inkoopkracht van het Rijk met circulair inkopen en aanbesteden. We onderzoeken hoe invulling gegeven kan worden aan de intentie van het kabinet om meer te sturen met de MKI om zo de GWW sneller te verduurzamen. Hier betrekken we onder andere medeoverheden bij. Het uitgangspunt is het heldere advies van Transitieteam Circulaire Bouweconomie, waarin experts uit zowel het bedrijfsleven als medeoverheden actief zijn, om via meer transparantie en sturing op basis van de MKI versneld tot verduurzaming en circulariteit in de GWW te komen. Het kabinet heeft met een positieve basishouding kennisgenomen van dit advies, dat aansluit op het signaal dat in 2021 door het Betonakkoord is afgegeven. We ontwikkelen een visie en daaraan gekoppelde beleidsinterventies voor narrow the loop, zoals inzetten op minder transport over wegen, ander ontwerp van modaliteiten, smart mobility, smallere rijstroken, verkeersmaatregelen om overbelasting tegen te gaan, afweging minder hinder versus ruimte voor hergebruik.

We onderzoeken welke verkeerskundige maatregelen kunnen bijdragen aan instandhouding en reductie van slijtage van bouwwerken in de GWW, met het oog op levensduurverlenging. Daarbij wordt onder andere meegewogen: versterkte handhaving van overbelading, herstel Weight-Motion lussen (WiM-systemen), handhaving op de maximumsnelheid, de protocollen bij herstelwerkzaamheden. Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.

98 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Stimuleren

Beprijzen

We verhogen het kwaliteitsniveau van het fietsnetwerk en dit wordt in de aanleg en het beheer tot uitdrukking gebracht. Het gaat dan om een kwaliteitsniveau van zowel verkeersveiligheid, comfort, sociale veiligheid als duurzame aanleg/beheer GWW.

Nieuwe maatregelen

Normeren

We sturen op de doorontwikkeling van MKI door in het kader van het overleg met onder meer de Stichting Nationale Milieudatabase te onderzoeken hoe indicatoren gericht op circulariteit (zoals primaire materialen versus secundaire, levensduur, los-maakbaarheid, maar ook het effect op biodiversiteit, et cetera) versterkt kunnen worden. We steunen de Stichting Nationale Milieudatabase structureel voor een kwalitatief goede uitvoering van de indicatoren.

Stimuleren

We ontwikkelen een afweegkader (door) voor circulair ontwerp van wegen en kunstwerken, op basis van een overkoepelende strategie voor hergebruik en voor biobased.

Beprijzen

We onderzoeken een aanpak om door middel van circulair ontwerp en integrale afweging van het hele wegsysteem/kunstwerken te sturen op optimale MKI-reductie, waar nodig met partners.

Normeren

Voortzetting en intensivering van beleid

Stimuleren

Beprijzen

Normeren

Voortzetting en intensivering van beleid We willen meer inzicht en regie op kennisontwikkeling en aandacht voor het centraal en toegankelijk ontsluiten van de ontwikkelde kennis, bij voorkeur via bestaande platforms, zoals het Transitieteam Circulaire Bouweconomie, Platform CB’23, Duurzaam GWW en Cirkelstad.

99 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Stimuleren

We ontwikkelen een Datastrategie CE in de bouw voor zowel de B&U-sector als de GWW-sector.

Beprijzen

We onderzoeken hoe een gebiedsgerichte aanpak voor de integrale ruimtelijke opgaven kan bijdragen aan circulariteit in de bouw, inclusief ruimte voor circulaire bouwhubs en circulaire bedrijventerreinen.

We verkennen of circulariteitsdoelen voor nieuwe productgroepen in de bouw, bijvoorbeeld scholen, ziekenhuizen, dijken en wegverhardingen bij medeoverheden uitgewerkt moeten worden, en zo ja welke. We vragen hiervoor advies aan het TT CBE. We ondersteunen de oprichting van het TKI Bouw & Techniek en zorgen voor inbedding van kennis en innovatieopgaven van de ontwerp- bouw en technieksector in beleid via nieuwe Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma’s (MMIP’s). Twee nieuwe MMIP’s zijn direct verbonden met de opgaven in het NPCE en betreffen (1) levensduurverlenging en (2) circulaire bouw en infra. Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.

3.4 Maakindustrie

Normeren

Nieuwe maatregelen

Stimuleren

Tabel 22: Maatregelen op het gebied van Bouw algemeen

Nieuwe maatregelen

Beprijzen

Het kabinet verwerkt, in aanvulling op en ter uitvoering van het hierboven beschreven beleid, de adviezen uit de adviesroutekaarten zoveel mogelijk in de doorontwikkeling van het beleid, waaronder de strategie KCI, de mobiliteitsvisie, de NOVI, de verduurzaming en bouwopgave in de gebouwde omgeving. We zien dat de adviezen voortbouwen en aansluiten op wat er qua beleid en uitvoering al in gang is gezet. Daarmee gaan we dus door. Dat geldt ook voor het werkprogramma van het transitieteam Circulaire Bouweconomie. De inzet op de circulaire bouw zal – gelet op de vroege fase van de transitie waarin we zitten – ook de komende jaren nog verder worden geactualiseerd, zonder dat dit de lopende circulaire projecten en programma’s in hun effectieve implementatie mag afremmen. Hieronder volgt een overzicht van maatregelen die het kabinet sectorbeed en per productgroep wil inzetten, en een beschrijving van de daarvoor benodigde middelen.

Normeren

Maatregelen en benodigde middelen

De opstellers van de adviesroutekaart voor de maakindustrie stellen doelen voor op weg naar een meer circulaire economie en de actielijnen die daaraan moeten bijdragen. Daarbij richt de adviesroutekaart zich primair op de industrie inclusief de toeleveranciers binnen de clusters materialen (metalen, kunststof, chemische producten t.b.v. oppervlaktebehandelingen), verbruiksartikelen, bouw- en constructieproducten, hightech- en capital equipment-industrie en consumentenproducten. De productie van finale en discrete producten (het product van een Original Equipment Manufacturer (OEM) staan centraal, terwijl de overige sectoren een essentiële rol spelen als toeleverancier van deze OEM’s. Naast deze focus op producerende bedrijven in de hele waardeketen worden nadrukkelijk installatie-, reparatie- en recycling-activiteiten meegenomen in de adviesroutekaart.

Tabel 23: Economisch belang, materiaalinzet en CO2-emissies in de maakindustrie en de gevolgen van circulaire maatregelen

Banen

Materiaalgebruik

Toegevoegde waarde + impact routekaart UPCM

impact routekaart UPCM

Huidige CO2-impact

Autonome reductie door klimaatakkoord

Extra bijdrage routekaart UPCM

Totale reductie klimaatakkoord en routekaart UPCM

1.000

kiloton

MEUR/j

MEUR/j

kiloton/j

kiloton/j

kiloton/j

kiloton/j

20 Chemische industrie (alleen SBI3 sectoren 203 en 205 die voor de maak­ industrie bij uitstek van belang zijn)

16

11.752

3.381

135

6.096

2.537

304

2.841

22 Rubber- en kunststofproductindustrie

40

6.349

3.102

248

321

76

31

107

23 Bouwmaterialenindustrie

28

32.541

2.122

106

1.774

154

117

271

24 Basismetaalindustrie

24

23.049

2.298

92

6.966

1.538

480

2.018

25 Metaalproductenindustrie

116

6.771

7.302

584

478

111

46

157

26 Elektrotechnische industrie

32

1.110

4.325

87

88

19

5

24

27 Elektrische apparatenindustrie

25

2.717

3.039

91

172

35

7

42

28 Machine-industrie

106

8.012

12.387

743

274

65

25

90

29 Auto- en aanhangwagenindustrie

35

4.066

3.132

31

146

35

18

53

30 Overige transportmiddelenindustrie

25

117.512

1.639

82

100

21

10

31

32 Overige industrie

82

3.387

3.788

152

305

71

26

97

33 Reparatie en installatie van machines

56

0

3.610

686

100

24

15

39

38 Afvalbehandeling en recycling

25

60.100

1.000

120

7.350

870

1.103

1.973

Totaal

610

277.366

47.744

3.157

24.170

5.556

2.181

7.743

100 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=99e3d1e5-b85d-44fc-8ca6-8099042e45e9