Kadernota 2022-2025.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2022-2025
Inhoudsopgave Introductie
4
1 Samenvatting financieel perspectief
5
2 Ontwikkelingen | Staat van de Stad
6
2.1 Landelijke ontwikkelingen
6
2.2 Goudse ambities
9
3 Intensiveringen
11
3.1 Programma 1 Economie, werk en onderwijs
12
3.2 Programma 2 Energie en klimaat
13
3.3 Programma 3 Wonen en leefomgeving
14
3.4 Programma 4 Sociaal Domein
15
3.5 Programma 5 Cultuur, sport en recreatie
16
3.6 Programma 6 Leefbaarheid en veiligheid
17
3.7 Programma 7 Bestuur en Organisatie
18
3.8 Programma 8 Algemene dekkingsmiddelen
19
4 Risico's en loon-prijsindexatie
20
4.1 Loon en - prijsindexatie
20
4.2 Risico's
21
5 Toekomstige (bestuurlijke) intensiveringen
25
6 Nadere toelichting op het financiële beleid
27
6.1 Toelichting op de meerjarenbegroting
27
6.2 Toelichting op het investeringsplan (CIP)
28
6.3 Toelichting op weerstandsvermogen
28
6.4 Toelichting op leningenportefeuille
28
Kadernota 2022-2025
3
Introductie Hierbij presenteert het college van BenW de kadernota 2022. Dit is een belangrijk document omdat de raad hiermee de beleidsmatige en financiële kaders vaststelt voor de komende begrotingsperiode 2022-2025. Een moment van integrale afweging tussen wensen en ambities versus beschikbare middelen. Deze nota laat zien waar het college de komende tijd op wil sturen en is een eerste stap om te komen tot een begroting voor 2022. Het college blijft investeren in de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad en wil de zorgvuldige financiële koers vasthouden. Ook is dit de laatste kadernota voor de verkiezingen van volgend jaar. Het college wil de doelen die hij heeft gesteld in het coalitieakkoord ‘Nieuwe energie’ waarmaken en de zorgvuldige financiële koers vasthouden. Uitgangspunt voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023 - 2025 is een sluitend financieel perspectief en een gezond weerstandsvermogen. Het college verwacht, net als in 2021, ook in 2022 en 2023 een tekort in de begroting als gevolg van de stijgende kosten voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Het college heeft hiervoor vorig jaar een claim ingediend bij het Rijk. Ook heeft het college namens de regio, G40 en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een brandbrief gestuurd aan minister Ollongren om de ernst van de situatie duidelijk te maken.
Voor 2021 heeft Gouda inmiddels extra geld ontvangen, maar het is nog onduidelijk of de stad ook voor volgende jaren geld erbij krijgt. Een feit blijft daarnaast dat de coronacrisis een aanzienlijke impact heeft in 2020 en 2021 op de stad en de gemeente, waarvan de effecten nog zullen doorwerken in 2022 en wellicht verder. In de opmaat naar de begroting 2022 is ook jaarschijf 2021 meegenomen, zodat een integrale weergave van de periode 2021 – 2025 en het bijbehorende meerjarig perspectief kan worden gepresenteerd. Om de uitgangspunten te bereiken heeft het college net als vorig jaar keuzes moeten maken en ook voorstellen tot intensiveringen gedaan. Een deel van die keuzes en intensiveringen hebben betrekking op de begroting 2021 en de meerjarenraming 2022 - 2024. De technische verwerking van deze intensiveringen vindt daarom plaats in de 2de begrotingswijziging 2021. De keuzes en intensiveringen die enkel betrekking hebben op de nieuwe begroting 2022 en meerjarenraming 2023 - 2025 (en dus niet op 2021) zijn opgenomen in deze Kadernota. Leeswijzer 1. In hoofdstuk 1 wordt de financiële ‘beginstand’ getoond. Dat wordt opgebouwd vanuit het meerjarig saldo na de effecten van de 2de begrotingswijziging 2021 en aangevuld met de (financiële) impact van ontwikkelingen en intensiveringen uit deze Kadernota. 2.
In hoofdstuk 2 staat de Staat van de Stad, waarin de drie belangrijke landelijke ontwikkelingen en opgaven aan bod komen. Aan de hand van de Goudse ambities uit de Toekomstvisie wordt het verband geduid tussen landelijke ontwikkelingen en lokale invulling. 3. De hoofdstukken 3 tot en met 5 bevatten toelichtingen over intensiveringen. In hoofdstuk 3 wordt er per programma aangegeven welke intensiveringen gedaan worden. 4. Daarop aansluitend staat er in hoofdstuk 4 een toelichting op de ‘autonome’ (financiële) ontwikkelingen, zoals de september – en de meicirculaire en de loon – en prijsindexering. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een risicoparagraaf. 5. Hoofdstuk 5 behandelt de toekomstige (bestuurlijke) intensiveringen, die gewenst en noodzakelijk zijn voor de stad, maar waarvan op dit moment nog geen financiële indicatie beschikbaar is. 6. En afsluitend wordt in hoofdstuk 6 het totale financiële beeld geschetst. Naast bovenstaande ontwikkelingen en intensiveringen op de meerjarenramingen (exploitatie) worden ook de meerjarige ontwikkelingen van het Investeringsprogramma, het weerstandsvermogen en de leningen getoond.
4
Kadernota 2022-2025
1 Samenvatting financieel perspectief In de 2de begrotingswijziging 2021 zijn voorstellen gedaan, die betrekking hebben op het actualiseren en intensiveren van de begroting 2021 en de meerjarenraming 2022-2024. Aansluitend en voortbordurend op de 2de begrotingswijziging 2021 wordt dit overzicht nogmaals hier weergegeven: (bedragen * € 1.000)
2021
2022
2023
2024
Intensiveringen 2de begrotingswijziging 2021: Programma 1: Stimuleren samenwerking met ondernemersnetwerken
-50
-50
-50
0
Programma 3: Westergouwe: beheer openbare ruimte
-60
-188
-200
-200
Programma 3: Clustering PDV
-50
-50
0
0
Programma 3: Zero Emissie-zone
-930
0
0
0 -800
Programma 4: Jeugd en Wmo (herijking en indexatie Wmo/Jeugd)
-800
-800
-800
Programma 4: Gouds programma 'sturen op kosten'
-100
-100
0
0
Programma 4: Schuldhulp capaciteit
-75
-75
0
0
Programma 4: Pilot verzorgingsproducten
-50
0
0
0
Programma 4: Regeling vrijwilligers en buurthuizen
-110
0
0
0
Programma 5: Convenant Binnenstad
-50
-100
-100
-100
Programma 5: Tijdelijke steunregeling COVID-19 schade culturele sector
-725
0
0
0
Programma 6: Ondermijning, drugs, flexibilisering cameratoezicht
-250
-200
-200
0
In onderstaand tabel zijn alle financiële effecten samengevat en is zichtbaar hoe de bedragen uit deze Kadernota de de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 beïnvloeden. Voor onderstaand overzicht en meerjarig perspectief wordt uitgegaan van de voorlopige effecten jaarrekening 2020 om een meeerjarig perspectief te kunnen bieden. (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Saldo na verwerking voorlopige effecten jaarrekening 2020 en 2de begrotingswijziging 2021
-3.308
-504
1.417
2.988
Intensiveringen per programma (Hoofdstuk 3)
-1.405
-1.084
-1.068
-1.046
Loon-prijsontwikkelingen (Hoofdstuk 4)
pm
pm
pm
pm
Toekomstige (bestuurlijke) intensiveringen (Hoofdstuk 5)
pm
pm
pm
pm
Totaal impact voorstellen/ontwikkelingen Kadernota 2022
-1.084
-1.068
-1.046
-1.405
Geactualiseerd meerjarenperspectief t.b.v. 2021 en programmabegroting 2022 – 2025
-4.392
-1.572
371
1.583
Uitgangspunt voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023 - 2025 is een sluitend financieel perspectief. Voor het een tekort in de begroting voor de jaren 2022 en 2023, als gevolg van de stijgende kosten voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, heeft het college vorig jaar een claim ingediend bij het Rijk. In bovenstaand overzicht wordt, naast het sluitend perspectief ook jaarschijf 2021 getoond, om zo een integraal meerjarig perspectief voor de periode 2021 - 2025 te kunnen tonen. De provincie heeft in haar toezichtsbrief voor de begroting 2021 beoordeeld dat de begroting 2021 en de meerjarenraming 2022-2024 voldoet aan de criteria voor repressief (regulier) toezicht. Desalniettemin waren er enkele aandachtspunten voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Een toelichting op deze aandachtspunten is opgenomen in hoofdstuk 6. Op basis van het geactualiseerde meerjarenperspectief kan geconcludeerd worden dat: • De jaarschijven 2024 en 2025 in het meerjarig perspectief een positief saldi tonen; • De weerstandsratio de gehele periode tussen de 0,8 en de 1,15 ligt; • De verwachte omvang van de leningenportefeuille (kortlopende en langlopende geldleningen) voor de nog resterende coalitie-periode (jaarschijf 2022) ruim onder het afgesproken schuldenplafond van maximaal € 295 miljoen ligt.
Kadernota 2022-2025
5
2 Ontwikkelingen | Staat van de Stad In het coalitieakkoord ‘Nieuwe energie’ is afgesproken om ontwikkelingen jaarlijks te beschrijven in een ‘Staat van de stad’. Dit jaar is de Staat van de Stad een compacte beschouwing van de drie belangrijke landelijke ontwikkelingen en opgaven voor gemeenten. Dit zijn de digitale overheid, de inclusieve samenleving en de fysieke opgaven waar gemeenten voor staan. Er is specifiek gekozen voor enkel deze drie landelijke ontwikkelingen, omdat dit de vraagstukken zijn waar alle gemeenten hun eigen afweging en invulling aan geven. Vanuit de landelijke ontwikkelingen wordt vervolgend de link gelegd met de Goudse ambities. Voor deze ambities is gekeken naar de Toekomstvisie. Zoals bekend speelt corona dit jaar een belangrijke rol. De sociale, economische en financiële gevolgen van het virus zijn groot. De focus heeft daarom dit jaar met name gelegen in de ontwikkeling van de Goudse coronamonitor die hier inzicht in geeft. In Nederland zijn diverse coronamonitors verschenen, maar de Goudse variant is uniek. De Goudse monitor geeft net als de andere monitors op een overzichtelijke manier inzicht in de impact, maar combineert dit ook met financiële gegevens van de gemeente zelf. Bovendien is er gebruik gemaakt van gegevens uit enquêtes onder ondernemers (Gouda Onderneemt) en inwoners (Stadspeiling).
De coronamonitor is zo ontwikkeld dat deze periodiek geactualiseerd kan worden en kan worden ingezet om keuzes te maken in beleid en toekomtbestendigheid van de gemeente. Een geactualiseerde versie van de Goudse coronamonitor is opgenomen als bijlage.
2.1 Landelijke ontwikkelingen Een digitale overheid Al in 2011 adviseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) overheden om de stap naar digitalisering niet alleen te benaderen vanuit de gebruikte systemen, maar vooral ook vanuit de data die worden verzameld, verwerkt en met andere instanties worden gedeeld. Informatietechnologie is voor velen een zegen. De nieuwe technologie zorgt er bijvoorbeeld voor dat kennis en informatie voor miljarden mensen bereikbaar is in plaats van voor een selecte groep en dat we door bundeling en analyse van gegevens beter beleid kunnen maken. De zogenaamde iOverheid is nu stapje voor stapje vanzelf ontstaan. Ze brengt echter ook vergaande veranderingen in de relatie tussen inwoners/burgers en overheden met zich mee. Dit dwingt tot een andere manier van kijken. Willen medeoverheden en gemeenten de verdere digitalisering in goede banen leiden, dan is het van belang te kijken naar: • het vernetwerken van informatie, ofwel het gezamenlijk gebruik van beheer van informatie in een netwerk van actoren; • infromatiebewerking, ofwel het creëren van nieuwe informatie op basis van verschillende bronnen uit verschillende contexten. • het voeren van preventief en proactief beleid op basis van informatie, ofwel het actief ingrijpen in de samenleving op basis van berekende risico’s.
6
Kadernota 2022-2025
Met de inzet van ICT raken steeds meer systemen, en de daarbinnen beschikbare gegevens, met elkaar verknoopt en van elkaar afhankelijk. Met gevolgen voor bijvoorbeeld de privacy van burgers, maar evenzeer voor andere nieuwe kwetsbaarheden. En daarbij gaat het niet alleen om kwetsbaarheid in de zin van de uitval van systemen of een hack. De vraag is ook of de digitale dienstverlening wel voldoende voor alle burgers toegankelijk blijft. Gaat de overheid bijvoorbeeld niet te veel uit van de zelfredzaamheid van burgers? Het is belangrijk dat gemeenten zich bewust zijn van deze vraagstukken rond de digitale of informatieoverheid. De Wet Open Overheid (Woo) gaat hierin een belangrijke rol spelen. De Woo is de opvolger van Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet is bedoeld om overheden meer transparant te maken en deze wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar en toegankelijk wordt. Het grootste verschil met de huidige Wob is dat de Woo overheidsorganen en colleges die onder reikwijdte van deze wet vallen verplicht om bepaalde informatie actief openbaar te maken. De uitgebreide mogelijkheden van het koppelen van data zijn allang geen zaak meer van IT-bedrijven alleen, het spreekt ook veel lokale raden en bestuurders tot de verbeelding.
Dit vanuit de gedachte dat de overheid mensen met een hulpvraag beter van dienst kan zijn naarmate meer relevante kennis beschikbaar is over hun achtergrond, woonsituatie, wensen, beperkingen en hun financiële situatie. Met de inzet van data-gedreven sturing kunnen gemeenten de aanpak van maatschappelijke opgaven en de gemeentelijke dienstverlening sterk verbeteren. De inclusieve samenleving In veel raads- en coalitieakkoorden is een paragraaf gewijd aan de zorg voor een inclusieve samenleving, zo ook in Gouda. Er is een grote en groeiende groep inwoners die zich onzeker voelt over de toekomst. Zij hebben er weinig vertrouwen in dat het ook voor hen beter zal worden. Dit is een belangrijk maatschappelijk vraagstuk. Vanuit dit perspectief is het wenselijk dat maatschappelijke partijen, samen met medeoverheden en gemeenten, het als hun taak en verantwoordelijkheid zien om tweedeling en groei van ongelijkheid een halt toe te roepen. Gemeenten dragen sinds de invoering van de decentralisaties in 2015 een nog grotere verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van inwoners die het (tijdelijk of voor langere tijd) niet meer alleen af kunnen. Belangrijke argumenten om gemeenten verantwoordelijk te maken voor de nieuwe taken in het sociaal domein waren de mogelijkheid tot leveren van maatwerk, de nabijheid van de zorg en een gezinsgerichte aanpak.
Tevens was de gedachte dat inwoners in de participatiemaatschappij meer gebruik zouden maken van ondersteuning uit het eigen netwerk. Ontwikkelingen sociaal domein Al snel na de invoering in 2015 wordt duidelijk dat de gemeentelijke budgetten niet voldoende zijn. Tekorten ontstaan vooral bij de zorg voor jeugd. Anders dan verwacht doen steeds meer jongeren een beroep op (professionele) jeugdzorg. Gemeenten geven als gevolg van deze volumegroei meer geld uit aan het sociaal domein. Deze stijgende uitgaven hebben weer tot gevolg dat de gemiddelde structurele exploitatieruimte van gemeenten is afgenomen. Meerdere gemeenten trekken hierom al enkele jaren aan de bel. Er zijn ongeveer 355 gemeenten in Nederland. Het aantal gemeenten dat de begroting niet meer rondraken de zakken bij gemeenten leeg en dat is voor hen reden om bij het Ministerie en de VNG de noodklok te luiden. Ook Gouda heeft, in samenwerking met regiogemeenten, eind december 2020 een brandbrief naar het Ministerie gestuurd. Onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) is door de ministeries van VWS, BZK, Financiën en JenV, en de VNG gevraagd om onderzoek te doen naar de ontwikkeling van het gebruik en de kosten van jeugdhulp.
In het onderzoek stond de vraag centraal of er structureel extra middelen nodig zijn om de Jeugdwet doelmatig en doeltreffend uit te voeren, en welke maatregelen er genomen kunnen worden om de kosten te verminderen. Belangrijkste bevindingen rapport: • Het landelijk tekort op jeugdhulp is tussen de 1,6 miljard euro en 1,8 miljard euro. Dit is fors meer dan de 300 miljoen die gemeenten tijdelijk als extra financiering ontvingen en voor het gemeenten erkenning voor de structurele tekorten.
Kadernota 2022-2025
7
• Uit het onderzoek blijkt dat het aantal cliënten in jeugdhulp de afgelopen jaren is gestegen. De instroom is in die jaren constant gebleven. De uitstroom is structureel lager dan de instroom. De kosten per cliënt per jaar nemen ook toe, wat betekent dat de lagere uitstroom niet veroorzaakt wordt door ‘waakvlamcontacten’. • Relatief meer gezinnen met hogere inkomens maken gebruik van jeugdhulp, met name ambulante jeugdhulp. • Onterechte aannames onder de Jeugdwet waardoor kosten stijgen • Doen wat nodig is’ staat op gespannen voet met ‘eigen kracht’ • Preventie en vroegsignalering leiden niet tot lagere kosten binnen Jeugdwet Dit wil niet zeggen dat preventie en vroegsignalering niet zinvol zouden zijn. Voor het welzijn van jeugdigen en gezinnen is het namelijk positief als problemen voorkomen worden. Het is ook mogelijk dat deze investeringen leiden tot kostenbesparingen in andere wettelijke kaders (maar dus niet in de jeugdwet). Op basis van de analyse hebben de onderzoekers geconstateerd dat er eerder sprake is van een verhoging van het waterpeil dan van een ‘boeggolf’, en dat de kosten dus niet zonder meer zullen dalen. Rijk en gemeenten zijn in een arbitrageproces verwikkeld over de financiële middelen voor de jeugdhulp.
Na de gedeelde analyse door AEF is een proces gestart om tot een maatregelenpakket te komen met een mix van (beleids)aanpassingen en middelen om er samen uit te komen. Mogelijk is de kabinetsformatie bepalend in dit traject en kunnen de maatregelen impact hebben op onze lokale aanpak. Daarnaast zijn er ook kansen indien het Rijk ervoor kiest het abonnementstarief te herzien, één van de factoren waardoor nu de stijging van uitgaven Wmo wordt veroorzaakt. Voor het jaar 2021 heeft het Rijk eind april 2021 een extra bedrag van € 613 mln op landelijk niveau aangekondigd voor jeugdhulp. Het betreft incidenteel geld dat gekoppeld is aan doelstellingen tot o.a. het op korte termijn verminderen van wachtlijstproblematiek en verdringing van de lichte zorg door de zwaardere zorg. Daarnaast wordt het geld deels ook gelabeld uitgekeerd via specifieke uitkeringen. Fysieke opgaven Er spelen grote opgaven voor gemeenten in het fysieke domein zoals de energietransitie, bodemdaling, de woningbouwopgave, klimaatadaptatie, innovaties in vervoerssystemen, bereikbaarheid, en het realiseren van een concurrerende en circulaire economie. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de leefbaarheid, waarbij het zaak blijft om te letten op een evenwichtige verdeling van de lasten. De Omgevingswet vraagt van gemeenten om een samenhangende aanpak te ontwikkelen om hiermee aan de slag te gaan.
Waarbij ook verbinding gelegd moet worden met opgaven in het sociaal domein.
Omdat alle opgaven samenkomen op het grondgebied van gemeenten is een samenhangende aanpak logisch en noodzakelijk. Ruimtelijke en sociale vraagstukken zijn hierbij niet los van elkaar te zien. Zo is de toenemende tweedeling in de maatschappij van betekenis voor de woningbouwopgave en de ontwikkeling van de regionale energiestrategieën (RES). Voor de woningbouwopgaven vragen lokale problemen om passende oplossingen: het adagium vanuit medeoverheden is dat het goed is voor de leefbaarheid om enige ruimte te geven aan bouwen aan de rand van steden, en in steden zelf in te zetten op binnenstedelijke herstructurering. Door de woningbouwopgave vooral binnenstedelijk te realiseren bij OVknooppunten, worden niet alleen groen, natuur en open ruimte behouden. Dit draagt ook bij aan economische groei, minder bereikbaarheidsproblemen, een eenvoudiger te realiseren duurzaamheidstransitie en de mogelijkheden om gemengde wijken te ontwikkelen, dat weer helpt om tweedeling in gemeenten tegen te gaan. Andersom geldt overigens hetzelfde verband: doordat mensen langer thuis wonen en door toenemende extramuralisering van de zorg, neemt de behoefte aan woon-zorgcombinaties sterk toe. Een ontwikkeling die een belemmering vormt in ruimtelijke (woningbouw)opgaven is de stijgende bouwkosten. De bouwkosten zijn de afgelopen jaren flink gestegen (tussen de 10% en 15%).
De oorzaak hiervan ligt in de huidige marktsituatie. De vraag naar personeel én materiaal is groot, maar het aanbod is klein. Vanuit het principe van vraag en aanbod schieten de personeelskosten omhoog wanneer vakmensen nodig zijn, maar het aanbod gering. Bij materiaal is
8
Kadernota 2022-2025
hetzelfde gaande; veel leveranciers kunnen de vraagexplosie uit de markt nauwelijks aan.SInds 2017 stijgen de inkoopprijzen van materiaal over de gehele linie; ruw- en afboumaterialen, ijzerwaren en gereedschappen, grind en zand en de laatste maanden hout en staal. Daarnaast kreeg de bouw te maken met stikstof en PFAS. Ook corona heeft effect; zo zijn er aanpassingen in het werkproces nodig vanwege het protocol ‘Samen veilig doorwerken’, de vertraagde toelevering van bouwmaterialen en personeelstekort door ziekte, quarantaine en reisrestricties. Ontwikkelaars, corporaties en bouwers zelf worden geconfronteerd met de gevolgen. Ook voor opdrachtgevers zoals gemeenten zijn de effecten merkbaar. Zo moeten projecten tussentijds opgehoogd worden door te lage budgetten die zijn opgenomen en laten bouwers steeds meer projecten met te lage budgetten links liggen. Partijen schrijven niet in op aanbestedingen, of ze schrijven er boven budget op in. Dat betekent dat aanbestedingen mislukken. Dit gebeurde al bij de brede school in Hoeven, het stadskantoor in Tilburg en het Feringa-Lab van de Universiteit Groningen. Tot wanneer en met hoeveel de kosten de komende tijd blijven stijgen, is volgens veel experts moeilijk te voorspellen. Prognose gingen uit van verwachte hoogste prijspieken in 2019/2020 en een kantelpunt in 2022, maar zijn door de onzekerheid van corona weer losgelaten.
2.2 Goudse ambities In de Toekomstvisie zijn de vier Goudse ambities verwoord. De vier ambities staan uiteraard niet los van landelijke ontwikkelingen en opgaven. Onderstaande paragraaf laat zien hoe de 3 landelijke ontwikkelingen verband houden met de invulling van Goudse ambities.
Stad van tolerantie en ontmoetingen – Gouda ligt goed bij iedereen Gouda staat in 2030 bekend als een tolerante, inclusieve stad. Voorwaarden hiervoor zijn het bevorderen van verbindingen tussen inwoners van verschillende generaties, opvattingen en culturele achtergronden, aandacht voor kwetsbare groepen en het borgen van de veiligheid in de stad. Stad die innoveert vanuit de historie – Gouda ligt goed voor toeristen en voor een kenniscentrum bodemdaling • In 2030 is Gouda een stad die haar historische uitstraling koestert. De mooie historische binnenstad – die nog altijd veel toeristen trekt – vormt Gouda’s unique selling point. Het van oudsher zijn van een laaggelegen stad op veengrond vormde en vormt nog altijd onderdeel van Gouda’s DNA. Gouda is expert in de aanpak van en kennis over stedelijke bodemdaling. Stad die jongeren iets te bieden heeft – Gouda ligt goed met levendige voorzieningen en betaalbare woningen voor jongeren • Gouda weet in 2030 jongeren te trekken door de komst van een hbo, culturele voorzieningen en de aanwezigheid van betaalbare, geschikte woningen. Daarnaast is aandacht voor een goed woon- en leefklimaat voor ouderen en wordt actief ingezet op een betere doorstroming op de huizenmarkt: ouderen hebben de mogelijkheid om kleiner te gaan wonen in aangepaste seniorenwoningen, woonzorg-arrangementen en vernieuwende woonvormen.
Stad met een knooppuntfunctie – Gouda ligt goed voor ontwikkelkansen en ondernemerschap • De excellente ligging en goede bereikbaarheid van de stad maken Gouda in 2030 de centrale ontmoetingsplek in de Randstad. Gouda denkt vanuit verschillende strategische locaties in de stad en biedt hoogwaardige bedrijvigheid, waarbij zorg en ICT belangrijke sectoren vormen. Goudse bedrijven werken in clusters samen met elkaar, onderwijsinstellingen en bedrijven in de regio. Sinds 2016 vraagt de gemeente Gouwenaars om hun input via de Stadspeiling. Ook dit jaar is de raad geïnformeerd over de uitkomsten van de peiling. Belangrijke uitkomsten zijn dat Gouwenaars hun buurt beoordelen met een ruime voldoende als plek om te wonen. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan dat zij veel contact hebben met andere buurtbewoners, weten wat er speelt in de buurt en geeft aan dat in zijn/haar buurt buren altijd voor elkaar klaarstaan. Gouda als stad om in te wonen of te bezoeken scoort gemiddeld een 7,5. Gouda ligt goed bij haar inwoners. Deze verbindingen in de stad zijn door corona wel in een ander daglicht komen te staan. De normale fysieke ontmoetingen zijn niet meer mogelijk en daardoor hebben digitale ontmoetingen een boost gekregen.
Ook binnen de gemeente Gouda is thuiswerken (voor nu) de norm geworden, zijn werkprocessen verder gedigitaliseerd en hebben online tools om in verbinding met elkaar te blijven aan belang gewonnen; zoals Zoom, Mentimeter en Mural. Om verbinding te blijven
Kadernota 2022-2025
9
bevorderen zijn er de afgelopen periode twee apps gelanceerd. De Slim Melden Gouda app waarmee inwoners gemakkelijk een melding, inclusief foto, kunnen maken van een losse stoeptegel, omgereden palen of zwerfvuil. En de Gouda Denkt Mee app; met deze app is het makkelijk om mee te doen aan onderzoeken en mee te denken over plannen van de gemeente.
Het gebruik van tools en online vergaderingen en bijeenkomsten zijn een blijvende verandering voor de gemeente. Een volgende uitdaging is om ook hybride vormen van bijeenkomsten in goede banen te leiden. Zoals eerder geschetst kent digitalisering en informatietechnologie ook een keerzijde. Het recente voorbeeld van de hack bij de gemeente Hof van Twente zet uiteraard ook aan tot denken in Gouda. Gouda levert naast interne ICT diensten ook dienstverlening aan gemeenten Zuidplas en Waddinxveen (en vanaf de zomer 2021 ook aan gemeenten IJsselstein en Montfoort). Dit maakt dat Gouda extra zorgvuldig is in het beperken van kwetsbaarheden om een hack te voorkomen. Ook voor de interne organisatie betekent continue aandacht, in praktische cursussen, voor digitale veiligheid en bescherming van (privé)gegevens. Tegelijkertijd gaan de innovaties op het gebied van ICT voor de gemeente door. Er is sprake van doorontwikkeling van het ‘Geheugen van Gouda’ in het zaaksysteem, het anonimiseren van stukken en het beschikbaar maken van de elektronische handtekening. Belangrijk onderdeel in het DNA van Gouda zijn de historische binnenstad en de centrale ligging op veengrond. De toestroom van toeristen naar de binnenstad is door corona geminimaliseerd, zoals ook geduid in de Goudse coronamonitor. Vanuit de centrale ligging van Gouda wordt doorontwikkeld in o.a.
de Spoorzone overeenkomstig binnenstedelijke herstructurering. Er wordt zowel in de Spoorzone als in andere gebieden gekeken naar de ontwikkeling van innovatieve, inclusieve woonvormen. Een voorbeeld hiervan zijn verplaatsbare kleine woonunits voor aan de Winterdijk, waarbij de voornaamste doelgroep bestaat uit reguliere starters/ jongeren van 18 – 30 jaar (en als subdoelgroep spoedzoekers/ b.v. in geval van scheiding.) en de gewenste ontwikkeling van Skaeve Huse. Zulke woonvormen komen niet alleen tot stand vanuit het ruimtelijk perspectief, maar vooral door sociaal beleid te koppelen aan woonbehoefte en toekomstige woonwensen van inwoners. Mede om deze redenen wordt de nieuwe woonvisie verbreed tot woon-zorgvisie. De ligging van Gouda op veenweidegebied wordt door gebruik te maken van de regiodeal Bodemdaling omgezet in een kans. De gemeente Gouda heeft een tweetal projecten ingediend in dit kader: (1) het ontwikkelen van een toolbox voor historische steden met een zakkende bodem, gebaseerd op ervaringen vanuit Gouda en (2) het opzetten van een kennisen bezoekerscentrum rondom het thema bodemdaling. Beide projecten lopen en worden gemonitord vanuit de regiodeal. Voor de totstandkoming van het kennis- en bezoekerscentrum wordt ingezet op stevige samenwerking tussen onderwijs, ondernemers en overheden. Dezelfde insteek is gekozen voor de ontwikkeling van Campus Gouda.
Voor Campus Gouda slaan bedrijven, onderwijs en overheid uit regio Midden-Holland de handen ineen om onderwijs en arbeidsmarkt bij elkaar te brengen, in een duurzame en innovatieve omgeving. En gezamenlijk te werken aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, zoals bodemdaling, langer thuis wonen en slimme logsitiek. Zorg en ICT vormen belangrijke sectoren waar dit hoger onderwijs aan gekoppeld wordt. Belangrijk voor de toekomstige ontwikkeling van de stad is de bereikbaarheid. Met name de bereikbaarheid per OV en via nieuwe duurzame vervoerssystemen staan hoog op de agenda. De ontwikkelingen in Westergouwe en Zuidplas, aan de randen van de gemeenten vragen om goede verbindingen met de Randstad en de regio in de vorm van een station Gouweknoop. Uit een recente haalbaarheidsstudie blijkt dat een halte op het R-net kansen biedt. Deze ontwikkeling kost echter nog altijd tijd en veel lobbywerk.
10
Kadernota 2022-2025
3 Intensiveringen In dit hoofdstuk worden per programma de bestuurlijke intensiveringen aangegeven. Met bestuurlijke ontwikkelingen worden intensiveringen op basis van het coalitieakkoord en raadsbesluiten bedoeld. De intensiveringen zijn ingedeeld per programma en voorzien van een toelichting .
Kadernota 2022-2025
11
3.1 Programma 1 Economie, werk en onderwijs In dit hoofdstuk staan de intensiveringen van de programma 1 centraal. Intensiveringen (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Toelichting
Leegstandsverordening/Wonen boven winkels
0
-90
-90
-90
A)
Subtotaal programma 1
0
-90
-90
-90
Toelichting: A) Voortzetten Leegstandsverordening en Wonen boven Winkels Het bestrijden en voorkomen van leegstand is een van de maatregelen om een aantrekkelijke en leefbare binnenstad te behouden. Met een proactieve benadering worden pandeigenaren in de binnenstad gestimuleerd om onbenutte verdiepingen boven winkels te transformeren naar woonruimtes. Sinds 2004 zijn er met behulp van de subsidieregeling Wonen boven Winkels in totaal rond de 150 appartementen opgeleverd in de binnenstad. Deze succesvolle aanpak willen we graag continueren. De werking van de Leegstandsverordening wordt momenteel geëvalueerd. De gemeenteraad wordt hier voor de zomer over geïnformeerd.
12
Kadernota 2022-2025
3.2 Programma 2 Energie en klimaat In programma 2 zijn er geen intensiveringen.
Kadernota 2022-2025
13
3.3 Programma 3 Wonen en leefomgeving In dit hoofdstuk staan de intensiveringen van de programma 3 centraal. Intensiveringen (bedragen * € 1.000) Verkeerscirculatieplan (VCP, uitvoerings - en investeringsplan )
2022
2023
2024
2025
Toelichting
0
0
0
-360
A) B)
Speel(tuin) ondergronden
-26
-26
-26
-25
Subtotaal programma 3
-26
-26
-26
-385
Toelichtingen: A) Verkeerscirculatieplan De genoemde bedragen zijn een eerste berekening van de mogelijke kapitaallasten, gebaseerd op het raadsvoorstel Verkeerscirculatieplan van 11 mei 2021. De berekening gaat ervan uit dat de voorbereidingen in 2022 beginnen voor een totale van investering van € 12 mln, waarvan wordt uitgegaan dat voor de eerste deelprojecten voor 2024 € 5 mln nodig is (resulterend met kapitaallasten in 2025) en dat de volgende deelprojecten vanaf 2025 € 7 mln vragen. De kosten in 2022 voor de voorbereiding van de deelprojecten worden gedekt door een investeringsbudget (voorbereidingskrediet). De kapitaallasten vallen steeds een jaar na ingebruikname van de investering. B) Speel(tuin)ondergronden Bij de jaarlijkse keuring van de speelvelden en speelterreinen is gebleken dat een deel van de val-ondergronden niet meer voldoet aan de vereiste (wettelijke) valdemping. Er wordt een versnelde vervangingsslag uitgevoerd vanaf 2021.
14
Kadernota 2022-2025
3.4 Programma 4 Sociaal Domein In dit hoofdstuk staan de intensiveringen van de programma 4 centraal. Intensiveringen (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Toelichting
Financiering structurele taken
-388
-477
-445
-445
A)
Sociale voorzieningen Westergouwe
-220
-235
-250
-250
B)
Subtotaal programma 4
-608
-712
-695
-695
Toelichtingen: A) Financiering structurele taken Voor een deel van de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van Jeugd en Wmo is de afgelopen jaren gebruik gemaakt van incidentele middelen die beschikbaar waren. Deels gaat ook om incidentele inspanningen, maar deels betreft het wettelijke en structurele taken. Nu de incidentele middelen opdrogen, is dit het Goudse deel van de financieringsopgave op de taken te kunnen blijven uitvoeren. De gemeenteraad (commissievergadering, 19 mei 2021) is hierover reeds in meer detail geïnformeerd in de memo: ‘Proces regiovisie Jeugd en Wmo & concept hoofdstuk 6’. B) Sociale voorzieningen Westergouwe De groei van Westergouwe brengt met zich mee dat er middelen nodig zijn om de wijk op te bouwen. Daar is tot nu toe geen rekening mee gehouden in de begroting. Het betreft alleen de lasten in het sociaal domein die samenhangen met de opbouw van de wijk. En daarnaast de inzet van handhaving (alhoewel dit programma 6 betreft, voor nu onder programma 4 toegelicht). Het bedrag is opgebouwd uit vier onderdelen: de jaarlijkse meerkosten voor Handhaving, Participatie in de buurt, Preventie Jeugd en Sociaal team. Het betreft een schatting en het budget zal alleen benut worden als het daadwerkelijk nodig blijkt te zijn. De exploitatiekosten voor de kinderbibliotheek in Westergouwe zijn al verwerkt in de programmabegroting.
Kadernota 2022-2025
15
3.5 Programma 5 Cultuur, sport en recreatie In dit hoofdstuk staan de intensiveringen van de programma 5 centraal. Intensiveringen (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Gouda 750
-400
0
0
0
A)
0
-200
-200
0
B)
-400
-200
-200
0
Sportpunt (MJOP Zwembad) Subtotaal programma 5
Toelichting
Toelichtingen: A) Gouda 750 De voorbereidingen voor feestjaar Gouda 750 zijn in volle gang. Het feestjaar leeft onder inwoners en bedrijven, wat leidt tot een goed gevulde programmalijn en, ondanks corona, ook aanmelding van sponsoren. Het feest biedt de stad een eenmalige en unieke kans om zichzelf op de kaart te zetten, juist na corona. De omvang van de festiviteiten wordt nu in volle omvang zichtbaar. Dit leidt ertoe dat er meer onvermijdelijke personele kosten gemaakt moeten worden om de uitvoering tot een succes te maken (o.a. relatiebeheer, verwerken van vergunningaanvragen, werkzaamheden in de openbare ruimte, inzet van handhaving). De gevraagde € 400.000, - is het minimale bedrag dat nodig is om processen vlot en klantvriendelijk te kunnen afhandelen. B) Sportpunt (MJOP Zwembad) Bij de realisatie van het zwembad in 2013 is geen budget voor groot onderhoud begroot en meegegeven aan exploitant Sport.Gouda. Nu het bad in 2023 tien jaar oud is, is er wel (aanvullend) budget nodig voor groot onderhoud aldus Sport.Gouda.
16
Kadernota 2022-2025
3.6 Programma 6 Leefbaarheid en veiligheid In dit hoofdstuk staan de intensiveringen van de programma 6 centraal. Intensiveringen (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Toelichting
Bijdrage AGW, regiobegroting
-50
-40
-35
-35
A)
Subtotaal programma 6
-50
-40
-35
-35
Toelichtingen: A) Bijdrage AGW Momenteel is de bijdrage aan AGW onderdeel van de begroting regio Midden-Holland. Met ingang van 1 januari 2022 verloopt de deelname aan de AGW samenwerking niet meer via regio Midden Holland, maar neemt Gouda hierin zelf het voortouw net als de gemeenten Woerden en Alphen. De inzet van Gouda is om de bijdrage per inwoner aan regio MiddenHolland te verlagen zodat dekking verkregen wordt voor het bedrag van € 50.000 dat per 1 januari 2021 benodigd is als bijdrage vanuit Gouda in de AGW samenwerking.
Kadernota 2022-2025
17
3.7 Programma 7 Bestuur en Organisatie In programma 7 zijn er geen intensiveringen.
18
Kadernota 2022-2025
3.8 Programma 8 Algemene dekkingsmiddelen In dit hoofdstuk staan de intensiveringen van de programma 8 centraal. Intensiveringen
2022
2023
2024
2025
Toelichting
Spaaroptie
0
0
0
-200
A)
Subtotaal programma 8
0
0
0
-200
Toelichting: A) Spaaroptie Het college hecht eraan om de reserves zoveel mogelijk op peil te houden. In de periode van deze kadernota zijn flinke tekorten voorzien, met name door de gestegen kosten van jeugdzorg en kosten als gevolg van de Corona crisis, waarbij een beroep wordt gedaan op het beschikbare weerstandsvermogen. Vanuit financieel prudent beheer is de wens om de reserves weer aan te vullen, zodat hier ruimte voor ontstaat. In het jaar 2025 is daarom voorzien in het herintroduceren van de spaaroptie. Concreet is hiervoor eenmalig € 0,2 miljoen opgenomen als toevoeging aan de weerstandscapaciteit. In aanvulling daarop blijft gelden dat positieve exploitatieresultaten in eerste instantie worden toegevoegd aan de algemene reserve.
Kadernota 2022-2025
19
4 Risico's en loon-prijsindexatie
4.1 Loon en - prijsindexatie De aan te houden loon-prijsindexatie voor het komende jaar wordt normaliter afgestemd in het regionale overleg Financiele Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR). In de aanloop naar de Kadernota voor het jaar t wordt daartoe aan het eind van het jaar t-2 in dat overleg de loon-prijsindexatie gebaseerd op de laatste bekende circulaire. Dat is op dat moment de septembercirculaire in het jaar t-2. De provincie Zuid-Holland heeft aangegeven, dat onze begroting beter kan worden gebaseerd op de meicirculaire t-1, aangezien voor onze begroting de meicirculaire de laatst bekende circulaire is. Voor de komende begroting (begroting 2022) nemen wij dit advies over en zullen wij uitgaan van de indexpercentages uit deze meicirculaire. Aangezien deze laatste circulaire nu nog niet bekend is, zal pas bij de totstandkoming van de begroting 2022 deze indexering worden doorgevoerd.
20
Kadernota 2022-2025
4.2 Risico's Deze paragraaf omvat onderwerpen en thema's die nog niet met zekerheid leiden tot uitgaven. Dit zijn feitelijk risico’s. Te denken is dan aan mogelijke uitgaven om de implementatie van de Omgevingswet te dekken. De volgende risico’s worden expliciet benoemd: Risico's
Toelichting
P1: IHP in relatie tot geen (voor)financiering kinderopvang in scholen
A)
P2: Energietransitie
B)
P2: Bodemtaken provincie ZuidHolland naar gemeente
C)
P3: Omgevingswet
D)
P3: Invoering Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen
E)
P3: Uitbreiding maatschappelijke voorzieningen Westergouwe, 2de cluster
F)
P3: Toegankelijkheid woningen
G)
P3: Financiering baggerkosten Oostpolder
H)
P4: Voogdij 18+
I)
P4: Abonnementstarief Wmo
J)
P4: CAO Jeugd
K)
P4: Uitstroom beschermd wonen
L)
P4: Toezicht Wmo/Jeugdwet
M)
P4: Demografische ontwikkelingen
N)
P4: Caseload verlaging gecertificeerde instellingen
O)
P4: Invoering woonplaatsbeginsel Jeugd
P)
P5: Spoed bestuursdwang Turfmarktkerk
Q)
P5: Stadhuis onderzoek nieuwe invulling
R)
P7: Wet open overheid
S)
P7: Inzet kosten advocatuur
T)
P8: Motie Omtzigt
U)
P8: Consequenties herijking gemeentefonds
V)
P8: Renteverwachting
W)
Toelichtingen: A) Programma 1: IHP in relatie tot geen (voor)financiering kinderopvang in scholen Combinatiegebruik is een van de strategische kaders onderwijshuisvesting, zoals vastgesteld in de raad op 3-4-2019. In het Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024 is dit in het toetsingskader omschreven als “inzet op clustering / samenwerkingscombinaties (scholen, IKC-vorming) en gerichte inzet op combinatiegebruik (wonen, werken, maatschappelijke functies) bij en/of boven scholen". In de calculaties voor het Uitvoeringsplan is geen rekening gehouden met de voorfinanciering van kinderopvang bij het realiseren van de onderwijshuisvestingsprojecten. Het betreft voorfinanciering zodat de gemeente zonodig kan investeren in realisatie van extra m2, waarbij de kapitaallasten worden gedekt via huuropbrengsten, die via langjarige huurovereenkomsten worden geborgd. B) Programma 2: Energietransitie Zoals de Raad voor het Openbaar bestuur in zijn rapport van januari 2021 concludeerde hebben gemeenten aanvullende middelen nodig om het Klimaatakkoord uit te voeren. Zonder aanvullende rijksmiddelen zal de vertaling van de Transitievisie Warmte naar Wijkuitvoeringsplannen en de uitwerking van de RES niet goed uitgevoerd kunnen worden, wat ten koste kan gaan van draagvlak, snelheid en kwaliteit. Ook kan de doelstelling van het Klimaatakkoord niet op tijd worden behaald.
C) Programma 2: Bodemtaken Met de komst van de Omgevingswet worden gemeenten voor een deel van de bodemtaken bevoegd gezag. OMDH voert deze taken nu uit voor Provincie Zuid-Holland als bevoegd gezag. Inhoudelijk gezien schat de ODMH de risico’s van de over te dragen locaties als beperkt in. Wel is er een risico als er sprake is van een toevalsvondst waar maatregelen nodig zijn en dat redelijkerwijs niet van de eigenaar van de grond kan worden gevraagd. In dat geval moet de gemeente op eigen kosten maatregelen treffen. Financieel gezien is er nog een ander risico. Pas eind juni 2021 wordt een conceptvoorstel over de verdeling van de middelen voor de bodemtaken vanuit het Rijk verwacht. Het Rijk lijkt ervan uit te blijven gaan dat op grond van de financiële afspraken over het stelsel van de Omgevingswet geen verschuiving van middelen nodig is. D) Programma 3: Omgevingswet Invoering van de Omgevingswet is voorzien per 1 januari 2022. In 2022 is nog een bestemmingsreserve van € 250.000 beschikbaar voor het opstellen van het Omgevingsplan, daarna is er geen budget meer voor de dekking van de
Kadernota 2022-2025
21
invoeringskosten van de Omgevingswet (opstellen en wijzigen Omgevingsplan, DSO, inhuur extra capaciteit in de transitieperiode etc.). E) Programma 3: Invoering Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De WkB wordt gelijktijdig met de Omgevingswet ingevoerd. De Wkb leidt er naar verwachting toe dat de bouwleges zullen afnemen, terwijl een deel van de bestaande taken in stand zal blijven én er ook nog enkele nieuwe BWT-taken voor de ODMH bij zullen komen. Voor Gouda wordt op basis van een eerste globale toets per saldo een negatief bedrag verwacht van structureel € 300.000 tot € 350.000 (som van minder inkomsten en blijvende/nieuwe kosten van uitvoering van deze taken). Bezien wordt of er alternatieve heffingsmogelijkheden zijn. Hier wordt de raad uiteraard in meegenomen. F) Programma 3 Uitbreiding maatschappelijke voorzieningen Westergouwe (2de cluster) Dit betreft een voorgenomen investering ten behoeve van een buurtontmoetingscentrum in Westergouwe fase IV. Het buurtontmoetingscentrum is onderdeel van het voorzieningencluster in Westergouwe IV en bestaat verder uit een gezondheidscentrum, kinderopvang en religieuze voorziening. Van deze voorzieningen wordt alleen het buurtontmoetingscentrum gerealiseerd door en voor rekening van de gemeente. Op termijn dienen ook woonwagenstandplaatsen te worden gerealiseerd in Westergouwe.
De andere voorzieningen zullen gerealiseerd worden door particuliere initiatieven en de investeringen komen niet ten laste van de gemeente. Deze voorzieningen zullen onderdeel worden van het voor Westergouwe IV op te stellen stedenbouwkundig plan en bestemmingsplan, die naar verwachting in 2022 aan de raad worden voorgelegd. G) Programma 3 Toegankelijkheid woningen De bodem van Gouda zakt immer door. In het verleden is de droogleggingsnorm (afstand van weg tot polderpeil) aangepast van 40cm naar 20cm. Daarmee is het ophoogmoment van het openbaar gebied uitgesteld. Nadeel hiervan is dat de toegankelijkheid van woningen (en instellingen en bedrijven) steeds lastiger wordt. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen en ook willen we het openbaar gebied voor iedereen juist toegankelijk houden (VN-verdrag). Het VN-verdrag levert ook opgaven op in het toegankelijker maken van gemeentelijke gebouwen, in het bijzonder monumenten. Dit vraagt een financiële impuls. H) Programma 3 Baggerkosten Oostpolder De gemeente is aangeschreven door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard voor het voldoen aan de onderhoudsverplichting om de sloten die in beheer zijn bij de gemeente op diepte houden. Deze kosten zijn niet begroot omdat de sloten eens per 10-15 jaar gebaggerd dienen te worden en niet in openbaar gebied liggen maar wel eigendom zijn van de gemeente.
Er wordt onderzoek uitgevoerd naar de hiermee gemoeide kosten. I) Programma 4: Voogdij 18+ Dit rijksbudget fluctueert jaarlijks. Waar in 2020 een meevaller hadden, was er in 2021 sprake van een forse negatieve bijstelling van 1,2 mln. Op het moment van bekend worden konden we niet goed inschatten of dit ook meerjarig zou moeten worden doorgetrokken. In de begroting 2021 is deze 2021 ten laste van de reserve gebracht, en meerjarig als risico. Bij de meicirculaire zal hier meer helderheid over komen. Vanaf 1 januari 2023 vindt verdeling van het budget voogdij/18+ op basis van het objectief verdeelmodel plaats en is overheveling van het budget naar de algemene uitkering voorzien. J) Programma 4: Abonnementstarief Wmo Aanzuigende werking door het abonnementstarief Wmo wordt slechts beperkt gecompenseerd door het Rijk, ook al blijkt uit onderzoek dat dit effect veel groter is. K) Programma 4: CAO Jeugd De cao Jeugd is op moment van tariefvaststelling van de herijking nog niet bekend. Deze zal echter conform de wettelijke verplichting en jurisprudentie wel verwerkt moeten worden in de tarieven voor jeugdhulp. Zodra bekend zal dit cao-effect worden doorgerekend en tot een extra bijstelling leiden voor de maatwerkbudgetten jeugd. Dit maakt onderdeel uit van het prijsrisico uit de risicoparagraaf in de begroting.
L) Programma 4: Uitstroom beschermd wonen De middelen voor uitstroom uit beschermd wonen (rijksbudget en aanvullende subsidies) zijn vooralsnog toereikend. Per 1 januari 2021 is circa 50% van de cliënten in beschermd wonen uitgestroomd naar de Wlz. Deze uitstroom is een wenselijke ontwikkeling binnen het gevoerde beleid van de gemeente. Als gevolg van dit maatschappelijk effect wordt ook het regionale budget kleiner. Uiteraard blijft het van belang om te blijven sturen - voor clienten voor wie dit geschikt is - op doorstroming naar meer ambulante zorgvormen. M) Programma 4: Toezicht Wmo/Jeugdwet Sinds 2015 ligt de verantwoordelijkheid voor het toezicht Wmo (kwaliteit en rechtmatigheid) en Jeugdwet (rechtmatigheid) bij de gemeenten. De eerste jaren lag de focus van gemeenten voornamelijk op het uitvoeren van de Wmo en Jeugdwet zelf. Sinds 2020 wordt het toezicht op Wmo en Jeugdwet vormgegeven. Medio 2020 is de toezichthouder voor Wmo en Jeugdwet aangewezen. Op 1 september 2020 is het meldpunt vermoeden zorgfraude opengesteld waar iedereen een melding kan doen van (mogelijk) onjuist gebruik van persoonsgebonden budget of zorg in natura. Inmiddels blijkt dat er
22
Kadernota 2022-2025
meer meldingen binnenkomen dan met de beschikbare capaciteit onderzocht kunnen worden. Medio 2021 vindt er een evaluatie plaats en mogelijk kan dit leiden tot de noodzaak om extra capaciteit vrij te maken voor deze taak. N) Programma 4: Demografische ontwikkelingen De begroting voor jeugd is gebaseerd op de o.a. de doelstelling om van 1 op 7 naar 1 op 8 jeugdigen in een maatwerkvoorziening in Gouda te gaan. Dat betekent dat de doelstelling jaarlijks bijgesteld moet worden aan de bevolkingsopbouw. Ook voor Wmo zijn deze demografische ontwikkelingen van belang, omdat een ouder wordende bevolking grote effecten kan hebben op de ondersteuningsvraag. Ook het gemeentefonds wordt jaarlijks bijgesteld op grond van de demografische ontwikkelingen. O) Programma 4: Caseload verlaging gecertificeerde instellingen In 2020 is er incidenteel budget beschikbaar gesteld voor 2021 onder druk van de inspectie voor een caseloadverlaging van de jeugdbescherming. Op dit moment heeft van de drie Gecertificeerde instellingen alleen JBWest van dit budget gebruik gemaakt. Dit was een tijdelijk budget, maar het is niet uitgesloten dat – gezien de druk van de inspectie – dat het nodig blijkt een deel van dit budget structureel ter beschikking te stellen. Mogelijk risico is circa € 125.000 P) Programma 4: Invoering woonplaatsbeginsel Jeugd (m.i.v.
2022) Met ingang van 1 januari 2022 wijzigt het woonplaatsbeginsel. Dit betekent dat met name voor verblijfszorg de (financiële) verantwoordelijkheid voor de te verstrekken jeugdhulp kan wijzigen tussen gemeenten. Dit heeft effect op de verdeling van de rijksbudgetten omdat een gemeente meer of minder jeugdigen in jeugdzorg kan krijgen. Het exacte effect zal in het derde kwartaal 2021 beter inzichtelijk zijn. Op grond van CBS-simulaties is het eerste beeld voor Gouda dat we circa 10 jeugdigen overkomen naar Gouda. Afhankelijk van de zwaarte van de zorg zal de aanpassing van het woonplaatsbeginsel leiden tot maximaal € 500.000 extra uitgaven. Hier zal ook budget tegenover staan, maar in welke mate is de vraag. Zie hiervoor ook de opmerking bij het risico voogdij/18+. Q) Programma 5: Spoed bestuursdwang Turfmarktkerk Het juridische proces is gaande en onbekend is wanneer dit eindigt. Dit betekent dat het (totale) bedrag van het kostenverhaal als risico is benoemd. Tevens loopt de gemeente risico op extra kosten voor juridische bijstand. R) Programma 5: Stadhuis, onderzoek nieuwe invulling De huurovereenkomst is geëindigd op 1 maart 2021. Met ingang van die datum is sprake van huurderving. Parallel loopt een proces om te komen te een nieuwe invulling. Onzeker is of deze verkenning leidt tot een passende invulling.
Dit zal naar verwachting begin volgend jaar (2022) zijn beslag krijgen. S) Programma &: Wetgeving open overheid De Wet Open Overheid (Woo) is de opvolger van Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet is bedoeld om overheden meer transparant te maken en deze wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar en toegankelijk wordt. Het grootste verschil met de huidige Wob is dat de Woo overheidsorganen en colleges die onder reikwijdte van deze wet vallen verplicht om bepaalde informatie actief openbaar te maken. Voor Gouda betekent dit dat er rekening gehouden moet worden, met name door bepaalde afdelingen, met veranderingen in bestaande processen. Er is nog te weinig duidelijk om in te schatten wat de financiële gevolgen zijn. T) Programma 7: Inzet kosten advocatuur In het kader van ondermijning wordt repressief opgetreden door gemeente Gouda. Gezien de grote belangen en de enorme hoeveelheden geld die gemoeid zijn met ondermijning, worden door subjecten steeds vaker juridische procedure tegen de gemeente gevoerd. Dit zijn ook contrastrategien. Dure (landelijk bekende) advocaten worden door de subjecten ingezet om zand in de raderen van de gemeentelijke organisatie te strooien. Voor het voeren van complexe procedures dient steeds vaker gebruik gemaakt te worden van juridische ondersteuning door advocaten.
Kadernota 2022-2025
23
U) Programma 8: Motie Omtzigt De ontwikkelingen in deze motie zijn, dat de motie niet uitvoerbaar wordt geacht. Het advies vanuit Rijksniveau luidt dan ook om deze motie niet toe te passen. Pas als er een wetswijziging heeft plaatsgevonden, kunnen vervolgstappen gezet worden. Veel gemeenten volgen die landelijk lijn. Ook de gemeente Gouda volgt die lijn (zie ook memo 30 maart 2021). V) Programma 8: Consequenties herijking gemeentefonds De voorlopige uitkomst van het onderzoek, het herzien (herijken) van het Gemeentefonds, is bekend. De gemeente Gouda is een zogeheten voordeelgemeente. De voorlopige uitkomst pakt voor Gouda voordelig uit. Echter allerlei onzekerheden kunnen nog van invloed zijn op deze herijking en uitkomst. Zo moeten de adviesorganen Raad van Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten hun advisering over deze uitkomst nog uitbrengen, zal een nieuw nog te vormen kabinet er nog over moeten besluiten en betwisten enkele (grote) gemeenten de voorlopige uitkomst. Dit maakt het verdere verloop van deze herijking onzeker. W) Programma 8: Renteverwachting Het risico is dat de rente, die wij eventueel straks in toekomst moeten gaan betalen hoger gaat worden, dan waar in de (huidige) begroting 2021 - 2024 rekening mee gehouden is.
24
Kadernota 2022-2025
5 Toekomstige (bestuurlijke) intensiveringen In hoofdstuk 4 zijn de (bestuurlijke) intensiveringen aan de orde gekomen, waarvoor het budgettaire effect reeds bekend is. In dit hoofdstuk wordt de blik nog iets verder naar voren geworpen, namelijk wat willen we conform het coalitieakkoord in met name 2022 en verder willen gaan bereiken, ofwel de toekomstige (bestuurlijke) intensiveringen. Hierbij gaat het om grote projecten en thema’s met een relatie tot het ombuigen van structurele problemen binnen de stad en het voorsorteren op toekomstige ontwikkelingen. Deze toekomstige (bestuurlijke) intensiveringen zijn op dit moment nog onvoldoende concreet om deze cijfermatig te onderbouwen. De periode 2022 – 2025 ligt immers nog in het verschiet, waarin meerdere factoren op van invloed kunnen zijn. De toekomst zal uitwijzen of op welke manier deze intensiveringen worden uitgevoerd en welke nadere onderbouwingen erbij gegeven zal worden. Voor nu zijn deze intensiveringen daarom voorzien met een tekstuele toelichting en zonder een bedrag Toekomstige intensiveringen
2022
2023
2024
2025
Toelichting
P2: Keuzes toevoeging areaal en beheerbudget
A)
P2: Overdracht Kock v Leeuwensluis
B)
P2: Biodiversiteit, behoud van volwassen bomen en extra groen beleid
C)
P3: Verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed
D)
P3: Financiering mobiliteit Zuidplaspolder
E)
P4: VN-verdrag
F)
P5: Vaarverbinding Gouda Reeuwijk
G)
P5: Huurkorting
H)
P5: Sportimpulsregeling continueren
I)
P6: Wetgeving sekswerk
J)
P6: Mensenhandel
K)
Toelichtingen: A) Programma 2: Keuzes toevoegen areaal en beheerbudget Door een veelheid aan bouwontwikkelingen komende jaren, met als gevolg areaaluitbreidingen, is behoefte ontstaan aan een norm voor beheerkosten per m2 areaaltoevoeging. B) Programma 2: Overdracht Kock van Leeuwensluis Het hoogheemraadschap stopt zowel met de bediening als met het onderhoud van de Kock van Leeuwensluis voor het recreatieve vaarverkeer. Het richt zich op functionele bediening ten behoeve van de peilhoogte. Gouda heeft deze sluis nodig voor de pleziervaart en is aan het overwegen om de bediening (en eventueel onderhoud) over te nemen om meer grip te krijgen op recreatievaart en openingstijden. C) Programma 2: Biodiversiteit Zonder inzet op grotere, betere en verbonden leefgebieden voor typische Goudse plant- en diersoorten is er een risico dat het stadsecosysteem langzaam achteruit gaat. Door klimaatverandering, vervuiling en intensief gebruik kan karakteristieke stadsnatuur langzaam verloren gaan en kunnen plant- en diersoorten verdwijnen. Om duidelijk te krijgen hoe het nu met de biodiversiteit is gesteld en welke invloed de bestaande inzet op ecologisch beheer heeft, vindt komend jaar een nulmeting plaats.
Afhankelijk van de resultaten en het te kiezen ambitieniveau kunnen aanvullende middelen nodig zijn om de biodiversiteit te stimuleren vanuit ecologisch beheer, groenbeleid en klimaatadaptatie. Uitgangspunt is dat de biodiversiteit de komende jaren niet achteruit gaat. D) Programma 3 Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Om de ambitie te halen om het gemeentelijk vastgoed in 2040 energie- en CO2-neutraal te maken dient een routekaart te worden ontwikkeld, waarin duurzaamheidsactiviteiten en bijbehorende investeringen zijn opgenomen. Subdoelstelling is om 49% vermindering CO2-uitstoot reeds in 2030 te realiseren. Uitvoering start in 2022. E) Programma 3 Financiering mobiliteit Zuidplaspolder In de Bestuurlijke Overeenkomst Middengebied Zuidplaspolder zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van 8.000 woningen met bijbehorende voorzieningen en aansluitingen op het wegennet. In bijlage C van deze overeenkomst is een limitatief overzicht opgenomen van de bijbehorende mobiliteitsmaatregelen en de dekking van deze kosten. De dekking van deze kosten is nog niet definitief gevonden, maar het is ook een autonoom vraagstuk en ook verbonden aan de ontwikkeling van Westergouwe.
Kadernota 2022-2025
25
F) Programma 4: VN-verdrag Eind 2021 wordt aan de raad een plan Uitvoering VN-Verdrag Handicap voorgelegd, inclusief kostenraming. Deze kosten zijn fysieke aanpassingen in de openbare ruimte, o.a. benodigde aanpassingen in gemeentelijk vastgoed, en capaciteit om het plan uit te voeren. G) Programma 5: Vaarverbinding Reeuwijkse Plassen – Gouda De gemeente heeft in het coalitieakkoord en de Toekomstvisie aangegeven de vaarverbindingen naar de Reeuwijkse Plassen te willen verbeteren. Door het elektrificeren van een sluis en vier bruggen op het traject tussen de Reeuwijkse Plassen naar Gouda wordt de passagetijd verkort. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om vanuit de Reeuwijkse Plassen richting Gouda te varen, tevens kan het een belangrijke stap zijn bij het realiseren van het hele Rondje Rijn-IJssel. Ook wordt het traject interessanter bij meerdaags varen. Uit experimenten is gebleken dat uitgebreide bedieningstijden leidt tot een substantiële toename van het aantal gebruikers. H) Programma 5: Huurkorting Vanwege de aanhoudende coronacrisis wordt rekening gehouden met verlening van huurkortingen aan een deel van de huurders van gemeentelijk vastgoed. De omvang daarvan is afhankelijk van de duur van de coronabeperkingen in relatie tot openstelling van de betreffende functies I) Programma 5: Sportimpulsregeling continueren De Sportimpulsregeling loopt einde 2021 af.
Sinds 2018 hebben is aan meer dan twintig projecten alles bij elkaar ruim € 100.000 subsidie verstrekt. De regeling heeft geleid tot veel nieuw sport- en beweegaanbod voor kwetsbare doelgroepen en is daarmee een waardevol instrument geworden in het sportbeleid. Bezien zal worden of en zo ja in welke vorm de Sportimpulsregeling gecontinueerd kan worden. J) Programma 6: Wetgeving sekswerk De Wet Regulering Sekswerk kan leiden tot noodzakelijke aanpassingen in het lokale prostitutiebeleid. De beoogde vergunningsplicht zal er waarschijnlijk toe gaan leiden dat gemeenten meer (specialistische) handhavingscapaciteit nodig hebben, wellicht ook voor (digitale) opsporing. Het is nog niet duidelijk welke taak precies bij de gemeente terecht komt en of er wellicht toch voor wordt gekozen een regionaal prostitutie controleteam op te richten met bijkomende kosten voor gemeenten. K) Programma 6: Mensenhandel (m.n. seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting) In het coalitieakkoord is afgesproken om in deze periode in te zetten op bestrijding mensenhandel en uitbuiting. Daarnaast is in het Interbestuurlijk Programma (Rijk, VNG, provincie) de afspraak gemaakt dat in 2022 elke gemeente beleid moet hebben op mensenhandel.
Volgens de Nationaal rapporteur mensenhandel bestaat een integrale aanpak mensenhandel uit een slachtoffer- en dadergerichte aanpak en heeft de volgende doelen: Voorkomen van slachtoffer- en daderschap, Signaleren van bestaand slachtoffer- en daderschap (incl. melding en onderzoek), Opsporen en bestraffen van daders (incl. voorkomen recidive), Passende hulp voor slachtoffers (incl. voorkomen revictimisatie). Voor de duur van twee jaar verkennen we in de vorm van een pilot de omvang van het probleem en een effectieve aanpak daarop, zowel lokaal als regionaal. De uitkomst van de pilot (2021 &2022) zal de basis vormen voor een structurele claim vanaf 2023.
26
Kadernota 2022-2025
6 Nadere toelichting op het financiële beleid De financiële situatie in Gouda blijft een bijzonder punt van aandacht vanwege de beperkte omvang van de marges. De opgave is om een goede balans te vinden tussen het doen van noodzakelijke investeringen in en voor de stad en het voeren van een prudent financieel beleid. Hiervoor worden keuzes afgewogen aan de hand van strakke financiële kaders. In het coalitieakkoord is afgesproken dat er financieel gestuurd wordt langs drie invalshoeken: • een sluitende meerjarenbegroting (exploitatie), • een adequate reservepositie (weerstandsvermogen) en • een solide schuldpositie (leningen).
6.1 Toelichting op de meerjarenbegroting Alle financiële effecten zijn in de tabel in hoofdstuk 1 samengevat en daar is zichtbaar hoe dit de meerjarenramingen beïnvloedt. De basis voor het financieel perspectief zijn de effecten van de 2de begrotingswijziging 2021 en de jaarrekening 2020. Deze actuele stand is vervolgens aangevuld met ontwikkelingen uit deze Kadernota. Als gevolg daarvan is het meerjarig perspectief opnieuw gewijzigd. Onderstaand tabel laat deze geactualiseerde stand zien. De provincie heeft in haar toezichtsbrief voor de begroting 2021 beoordeeld dat de begroting 2021 en de meerjarenraming 2022-2024 voldoet aan de criteria voor repressief (regulier) toezicht. Desalniettemin waren er enkele aandachtspunten voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025: - In de overwegingen heeft de provincie geconstateerd dat de begroting 2021 niet in evenwicht is, maar dat er in de meerjarenraming aannemelijk is gemaakt dat het evenwicht tot stand wordt gebracht. Indien de begroting 2022 niet in evenwicht is, dan moeten ten minste de jaarschijven 2024 en 2025 van de meerjarenraming 2023-2025 in evenwicht zijn om opnieuw voor repressief begrotingstoezicht in aanmerking te komen. Op aangeven van de provincie zal de gemeente voor de jaarschijven 2024 en 2025 een positief saldo moeten laten zien.