CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022

Commissie Bestuur 21 juni 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Oordeelsvorming Jaarstukken 202251.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

In deze paragraaf staan de opbrengsten en het beleid voor de diverse gemeentelijke belastingen en heffingen in 2022. De paragraaf geeft inzicht in de effecten van diverse gemeentelijke belastingen van het afgelopen jaar en de lokale lastendruk voor de inwoners en bedrijven. Tevens worden de verschillen tussen de werkelijke opbrengst en de begroting 2022 verklaard. De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland verzorgt voor Gouda de heffing en invordering van de lokale belastingen en heffingen. Ook bepaalt de BSGR de hoogte van de WOZ-waarde voor alle onroerende zaken in de gemeente Gouda. Meer informatie over de BSGR is te vinden in de paragraaf Verbonden partijen en op de website van de BSGR (https://www.bsgr.nl)

4.1.2 Beleid Algemeen In het Coalitieakkoord 2018-2022 is aangegeven dat het streven is om de OZB niet meer te laten stijgen dan het inflatiepercentage. Daarom zijn de tarieven voor de meeste belastingen verhoogd met het inflatiepercentage van 1,4%, zoals aangegeven in de meicirculaire 2021. Daarnaast is het streven om Gouda binnen de top 25 van duurste gemeenten te laten zakken. Dat doel is behaald. Gouda behoorde jaren tot de top 10 maar staat in 2022 op plek 22 van de duurste gemeenten. Daar waar Gouda het tarief voor rioolheffing in 2021 heeft verlaagd en in 2022 niet heeft verhoogd heeft een groot aantal gemeenten de tarieven voor rioolheffing wel opgehoogd. Tariefontwikkeling De OZB-tarieven stijgen in 2022 met het inflatiepercentage van 1,4% (2021: 1,8%). De tarieven rioolheffing zijn niet opgehoogd (dus ook niet met het inflatiepercentage). De afvalstoffenheffing is gestegen om de heffing kostendekkend te houden. Het vaste tarief afvalstoffenheffing is opgehoogd met € 38,50. Dit is inclusief het inflatiepercentage van 1,4%. Woonlasten (lokale lastendruk) Tot de woonlasten rekenen we de onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De woonlasten worden berekend voor een eigenaar of huurder van een woning die de woning bewoont met meerdere personen.

In 2022 stijgen de woonlasten voor de eigenaar (die tevens gebruiker is) van een woning met een WOZ-waarde van € 276.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2022) met 1,41 %. De woonlasten voor de huurder stijgen in 2022 met 1,99%. De woonlasten stijgen daarmee niet meer dan het inflatiepercentage van 1,4%. De stijging van de gemiddelde woonlasten voor de gebruiker van een woning is een zeer klein percentage hoger als gevolg van de verhoging van de afvalstoffenheffing. Deze heffing is met meer dan het inflatiepercentage gestegen om de heffing kostendekkend te houden. Corona Om ondernemers financieel te ondersteunen zijn in 2020 en 2021 de tarieven toeristenbelasting en precario terrassen en uitstallen van goederen op 0 vastgesteld. Met ingang van 2022 zijn deze tarieven weer geheven (tarief 2020; + 1,8 % (inflatie 2021) + 1,4 % (inflatie 2022)).

90

Jaarstukken 2022

Precariobelasting Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om precariobelasting te heffen over netwerken die nutsbedrijven in, op of boven gemeentegrond exploiteren. Zie verder paragraaf 4.1.3. onder 'precariobelasting'

4.1.3 Aanslagoplegging, kwijtschelding en bezwaarschriften In onderstaande tabel is de totale productie van de BSGR in 2022 voor de gemeente Gouda opgenomen. Ter vergelijking zijn de cijfers 2021 toegevoegd. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Aantal aanslagregels belastingjaar

2022

2021 216.116

193.608

Aantal aanslagregels 2 voorliggende belastingjaren

4.347

4.004

Bruto opgelegd

51.992

50.370

Correcties

-753

-813

Kortingen (afvalstoffenheffing diftar)

-16

-18

Kwijtscheldingen (inclusief voorgaande belastingjaren)

-1.629

-1.693

Netto

49.594

47.846

De bedragen in bovenstaande tabel betreffen ook oudere belastingjaren. Zo is in het nettobedrag van € 49.594.000 een bedrag van € 3.159.838 opgenomen dat betrekking heeft op belastingjaren vóór 2022.

Opbrengsten Onroerende zaakbelastingen Onroerende zaakbelastingen worden betaald door eigenaren en/of gebruikers van onroerende zaken zoals woningen, bedrijfspanden en grond. De opbrengsten van de OZB gaan naar de algemene middelen. De heffingsmaatstaf van de onroerende zaakbelastingen is de WOZ-waarde van de woning/niet-woning. Er wordt belasting geheven naar een percentage van deze vastgestelde WOZ-waarde. Bij het vaststellen van de tarieven is rekening gehouden met een gemiddelde stijging van circa 12,48 % van de WOZ-waarden van de woningen en een gemiddelde daling van 2,3 % van de WOZ-waarden niet-woningen per waarde peildatum 1 januari 2021. Gezien het uitgangspunt om de totale opbrengst OZB te verhogen met het inflatiepercentage, heeft dit voor het OZB-tarief woningen geleid tot een verlaging en voor het OZB-tarief niet-woningen eveneens tot een verlaging. De opbrengst OZB voor woningen is 1,9% (€ 167.000) hoger dan de raming. Dit verschil heeft meerdere oorzaken; Er zijn aanslagen betreffende de voorgaande belastingjaren opgelegd in 2022. De gemiddelde stijging van de woningen blijkt iets hoger te zijn dan geschat bij het vaststellen van de belastingtarieven. Hierdoor is de totale WOZ-waarde hoger. De OZB-opbrengst voor het eigendom niet-woningen is € 175.000 (3,5%) lager dan geraamd.

Dit wordt deels verklaard door het bedrag aan verminderingen dat in 2022 is verleend betreffende de voorgaande belastingjaren. Daarnaast moeten er nog aanslagen worden opgelegd omdat een aantal niet woningen nog niet van een WOZ-waarde is voorzien. De OZB-opbrengst voor het gebruik van niet-woningen is € 134.000 (3,8%) lager dan geraamd. Dit wordt deels verklaard door het bedrag aan verminderingen dat in 2022 is verleend betreffende de voorgaande belastingjaren. Daarnaast moeten er nog aanslagen worden opgelegd omdat een aantal niet woningen nog niet van een WOZ-waarde is voorzien. Reinigingsheffingen Afvalstoffenheffing is een heffing voor huishoudens waar de gemeente de plicht heeft om huisvuil op te halen. Met de opbrengst wordt de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval bekostigd. Bij de vaststelling van het tarief van de afvalstoffenheffing is uitgegaan van 100% kostendekkendheid. De afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan gebruikers van woningen voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Het tarief bestaat uit een vast tarief en een variabel tarief. Het aanslagbedrag betreffende het variabele tarief is afhankelijk van het aantal maal dat restafval wordt aangeboden door een huishouden in het voorgaande belastingjaar. De opbrengst afvalstoffenheffing is € 55.000 (0,5%) lager dan geraamd. Er worden nog aanslagen voor 2022 in 2023 opgelegd.

Daarnaast ontstaat er een lagere opbrengst omdat er minder afval wordt ingezameld. Dat is op zich een goed teken. Dat betekent dat mensen het afval beter scheiden. Rioolheffingen Rioolheffing is een heffing voor huishoudens en bedrijven die water direct of indirect op de gemeentelijke riolering afvoeren. Rioolheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengsten worden dan ook alleen gebruikt om de kosten te dekken die samenhangen met de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater en het beheer van het grondwaterpeil. De basis voor de tarieven rioolheffing is het GRP. Het uitgangspunt is 100% kostendekkendheid. Uiteindelijk worden op basis van de actualisatie baten en lasten bij de begroting de tarieven vastgesteld. De tariefvoorstellen voor de rioolheffing zijn door de raad goedgekeurd.

Jaarstukken 2022

91

De opbrengst rioolheffingen is € 67.000 (0,38%) hoger dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt door de aanslagen die in 2022 betreffende de voorgaande jaren zijn opgelegd. Marktgelden Marktgelden worden bij de marktkoopman in rekening gebracht als vergoeding voor het gebruik van gemeentegrond en voor het dagelijks toezicht op de markt door de marktmeester en het reinigen van het marktterrein. De opbrengst marktgelden zijn € 5.000 (3,85%) hoger dan begroot. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven voor overnachtingen van niet-ingezetenen. Uitbaters van overnachtingsmogelijkheden zoals bijvoorbeeld hotels en bed&breakfast betalen een bedrag per overnachting. Per 1 januari 2022 is in Gouda een registratieplicht ingevoerd voor toeristische verhuur van woonruimte. Met de invoering van deze registratieplicht kan een verhuurder niet langer vrijblijvend via bijvoorbeeld een digitaal platform zijn woning voor toeristisch gebruik aanbieden. De gemeente krijgt toeristische verhuur van woonruimte ook beter in beeld. Dat is van belang om te kunnen beoordelen of het niet te veel druk op de woningmarkt geeft, om (brand) veiligheidseisen te kunnen handhaven en om toeristenbelasting te innen. Via het registratiesysteem hebben zich diverse belastingplichtigen aangemeld.

Deze belastingplichtigen hebben inmiddels een aangifteformulier ontvangen en zullen in de loop van 2023 een aanslag toeristenbelasting ontvangen betreffende het jaar 2022. De opbrengst toeristenbelasting is € 55.000 (37,9%) lager dan geraamd. Zoals bovenstaand aangegeven worden er in de loop van 2023 nog aanslagen voor 2022 verzonden. Precariobelasting Precariobelasting is een belasting voor personen of bedrijven die voorwerpen hebben onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorwerpen waarvoor de gemeente Gouda precariobelasting heft zijn onder andere bouwmaterialen, terrassen en winkeluitstallingen. Vanaf 1 januari 2022 is het niet meer mogelijk om precariobelasting op nutsnetwerken te heffen (t/m 2021 het tarief kabels en leidingen). De opbrengst precariobelasting is € 47.000 (21,3%) hoger dan begroot. Deze hogere opbrengst wordt grotendeels veroorzaakt door de precariobelasting voor terrassen. In 2020 en 2021 was geen precariobelasting verschuldigd voor terrassen. Deze steunmaatregel is getroffen om de financiële druk die is ontstaan door de coronacrisis bij de horecaexploitanten te verlichten. Hondenbelasting De hondenbelasting is een belasting voor houders van honden. De opbrengst hondenbelasting is € 2.000 (1,%) lager dan de raming. Dit heeft te maken met verminderingen die in 2022 voor de voorgaande jaren zijn verleend.

Havengelden Havengelden worden betaald voor vaartuigen die in gemeentewater aanleggen of verblijven. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de duur van het verblijf en de lengte (in strekkende meters) van het vaartuig. De opbrengsten van havengelden worden onder andere gebruikt voor het onderhoud van aanlegsteigers en voorzieningen ten behoeve van de recreatievaart. Er is € 7.000 (6,5%) minder havengelden geïnd dan begroot. Door de corona-maatregelen zijn in de 2 voorgaande jaren passagiersschepen, die normaal gesproken de haven van Gouda betreden, niet geweest. Ook na deze maatregelen (in 2022) wordt de haven van Gouda minder bezocht dan een vergelijkbaar jaar als 2019. Staangelden Staangeld wordt opgelegd aan de hoofdbewoner van een woonwagen voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de oppervlakte van de staanplaats. De opbrengst staangelden is € 23.000 lager (32%) dan begroot. De opbrengst voor staangelden is al jaren stabiel. De begroting zal hierop worden aangepast. Leges Leges zijn vergoedingen voor een product dat bij de gemeente wordt aangevraagd of voor een dienst die door de gemeente op verzoek wordt uitgevoerd. Daarbij valt te denken aan een paspoort, bouwvergunning, vergunning voor het hebben van een terras. De opbrengsten van de leges burgerzaken zijn 7% hoger dan begroot.

Dit komt vooral doordat er meer huwelijken zijn gesloten dan is aangenomen. Ook de gerealiseerde aantallen reisdocumenten zijn wat hoger dan verwacht evenals de aantallen naturalisaties en legalisaties van handtekeningen. . De opbrengsten van de bouwleges zijn 2,4 miljoen (107%) hoger dan begroot. Naast het feit dat er in 2022 een aantal bouwvergunningen is verleend voor grote bouwprojecten zijn er ook een groot aantal bouwprojecten vergund waar een welstandstandstoets van toepassing was. Tevens zijn er bouwleges betreffende voorgaande jaren opgelegd in 2022.

92

Jaarstukken 2022

Parkeerbelastingen Sinds 1 april 2022 maakt Gouda gebruik van de scanauto van Parkeerservice. Het handhaven op foutparkeren wordt hiermee eenvoudiger. De parkeeropbrengsten in 2022 zijn € 913.000 (21,9%) hoger dan begroot. Na de coronamaatregelen komen er weer meer mensen naar de stad waardoor de opbrengst van de parkeermeters is toegenomen. Daarnaast lijkt het erop dat de betalingsbereidheid op de terreinen en met name op straat groter is geworden als gevolg van de inzet van de scanauto. Door regulier parkeergeld te betalen voorkomen parkeerders een naheffing. De opbrengst naheffingsaanslagen is ook gestegen door de inzet van de scanauto. Het is nog niet te zeggen of deze meeropbrengst zich zal blijven voordoen. Immers zullen er (nog) meer mensen bereid zijn om parkeergeld te betalen gezien de betere handhaving. Kwijtschelding In Gouda komen de volgende heffingen in aanmerking voor kwijtschelding: onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De kwijtscheldingsnorm is 100% van de bijstandsnorm (dit is het wettelijk maximum). Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is een maximale kwijtschelding van € 75 mogelijk. In het kalenderjaar 2022 is een bedrag van € 1.630.000 kwijtgescholden. Dit is € 25.000 meer dan begroot. Hiervan had € 1.572.000 betrekking op het belastingjaar 2022 en € 58.000 op voorliggende belastingjaren.

In de drie daaraan voorafgaande kalenderjaren bedroeg de kwijtschelding als volgt: ; € 1.510.000 (2019); € 1.1621.000 (2020); € 1.693.000 (2021). In het onderstaande overzicht zijn alle kwijtscheldingsverzoeken over 2022, die in 2022 zijn binnengekomen en eventueel al zijn afgehandeld, opgenomen. Omschrijving (bedragen * € 1.000)

Aantal 2022

Bedrag 2022

Aantal 2021

Bedrag 2021

(Geheel of gedeeltelijk) toegewezen

2.833

1.629

3.045

1.693

Afgewezen

593

-

489

-

In behandeling

32

-

44

-

3.458

1.629

3.578

1.693

Totaal ingediende kwijtscheldingsverzoeken

Bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen Bezwaar tegen WOZ-waarde

2022

Bezwaar tegen WOZ-waarde

Openstaand 31-12-2021

233

Openstaand 31-12-2020

ingediend Openstaand 31-12-2022

1.002

2021 20

ingediend

38

1.479

Openstaand 31-12-2021

117

Per 1 januari 2022 waren bij de BSGR met betrekking tot Gouda nog 233 bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen in behandeling. In 2022 zijn er 1.002 nieuwe bezwaarschriften bijgekomen. Het aantal nog af te handelen bezwaarschriften per 31 december 2022 bedroeg 38. In Gouda zijn in 2021 voor het eerst OZB aanslagen opgelegd waarbij de WOZ-waarde is gebaseerd op oppervlakte (in plaats van inhoud). Het is gebruikelijk dat een dergelijke wijziging in de grondslag het eerste jaar extra bezwaren oplevert. Het aantal ingediende bezwaren tegen de WOZ-waarde is daarom in 2021 hoger dan in 2022.

4.1.4 Overzichten In deze paragraaf staan de volgende overzichten: 1. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder; 2. Overzicht lokale heffingen. ad 1. Overzicht woonlasten (lokale lastendruk) eigenaar/gebruiker en huurder In onderstaande tabel is de lastendruk in Gouda in het jaar 2022 voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder aangegeven. Ter vergelijking zijn de cijfers 2021 toegevoegd. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht worden hierbij de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Verder is als uitgangspunt genomen een meerpersoonshuishouden. Voor de berekening van de OZB 2022 is uitgegaan van € 276.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda per 1 januari 2021 (bron: waarderingskamer). De gemiddelde WOZ-waarde voor 2021 is € 245.000. omschrijving

2022 eigenaar/ gebruiker

OZB eigenaar

259,99

Afvalstoffenheffing

317,00

2021

2021

huurder eigenaar/ gebruiker

2022

huurder

256,03 317,00

306,00

Jaarstukken 2022

306,00

93

omschrijving

2022

Rioolheffing eigenaar

2022

2021

252,70

Rioolheffing gebruiker Totaal

2021

252,70

247,40

247,40

247,40

247,40

1.077,09

564,40

1.062,13

553,40

ad 2. Overzicht lokale heffingen Belasting (bedragen * € 1.000)

Opbrengst 2021

Opbrengst 2022 begroting na wijziging

Opbrengst 2022 rekening

Kwijtschelding Kwijtschelding begroot 2022 rekening 2022

Tarieven 2022

OZB-eigenaren woningen

8.596

8.742

8.909

2

1

0,0942%

OZB-eigenaren niet-woningen

4.586

5.011

4.836

0

0

0,3455%

OZB-gebruikers niet-woningen

3.165

3.486

3.352

Afvalstoffenheffing

10.030

10.423

10.368

884

908

317,00

Rioolheffing eigenaren

8.917

8.974

8.992

Rioolheffing gebruikers

9.126

8.941

8.990

719

721

247,40

Totaal Belastingen en heffingen

44.421

45.577

45.447

1.605

1.630

Belastingen en heffingen

0,2755% 252,70

Overige belastingen Hondenbelasting

262

269

267

Parkeerbelastingen

3.695

4.169

5.082

79,15

Toeristenbelasting

0

145

90

Precariobelasting

2.179

220

267

Totaal Overige belastingen

6.136

4.803

5.706

Leges burgerzaken

1.020

1.014

1.085

div.

Leges bouwvergunningen

2.442

2.284

4.735

div.

Leges overig

0

200

208

div.

Marktgelden

102

127

132

div.

Havengelden

93

108

101

div.

Staangelden

50

71

48

div.

Reinigingsrechten

0

25

-17

Totaal Overige rechten

3.706

3.830

6.292

0

0

Totaal Lokale heffingen

54.264

54.210

57.446

1.605

1.630

div. 1,64 div. 0

0

Overige rechten

div.

NB: Het tarief voor afvalstoffenheffing is als volgt opgebouwd: Vast tarief (€ 272,00) + (Variabel tarief 140 liter container (€ 1,50) x Gemiddeld aantal inzamelingen (30). Vergelijking met andere gemeenten Jaarlijks brengt het COELO de atlas van de lokale lasten uit. Deze atlas bevat een overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. Hoewel het COELO rekent met andere waarden voor het bepalen van de woonlasten (bijv. afwijkende gemiddelde waarde van een woning en een gemiddelde OZB-aanslag), geeft deze atlas een inzicht in de positie van Gouda met de omliggende gemeenten. Gouda staat sinds 2021 niet meer in de top 10 van duurste gemeenten en in 2022 zelfs niet meer in de top 20! (COELO 2022 P. 71 en P.72). Gouda is gedaald van plaats 14 in 2021 naar plaats 22 van duurste gemeenten voor wat betreft de woonlasten van een eigenaar van een woning. In Gouda zijn, in tegengstelling tot een groot aantal gemeenten de tarieven voor rioolheffing gelijk gebleven. Er zijn 228 gemeenten die de tarieven voor rioolheffing hebben opgehoogd. In vergelijking met Bodegraven-Reeuwijk betaalt een eigenaar € 14,00 minder aan woonlasten (In 2021 betaalde een eigenaar nog € 8,00 meer). Ten opzichte van Alphen aan den Rijn betaalt een eigenaar van een woning € 232,00 meer aan woonlasten.

Ten opzichte van Krimpenerwaard betaalt een eigenaar € 219,00 en ten opzichte van Zuidplas betaalt een eigenaar van een woning € 200,00 meer aan woonlasten. Voor wat betreft huurders van een woning staat Gouda op plaats 42 van duurste gemeenten. De netto woonlasten voor meerpersoonshuishoudens bedragen in Gouda € 1.171 (COELO 2022 p. 75). Netto woonlasten zijn de woonlasten gecorrigeerd voor de lagere AU. Gemeenten met een hogere gemiddelde OZB- waarde ontvangen namelijk minder uit de AU. Om dit te compenseren heffen zij doorgaans meer OZB. Deze extra OZB, die het directe gevolg is van een lagere AU, kan per gemeente berekend worden en kan worden afgetrokken van de OZB (COELO, 2022, p. 76).

94

Jaarstukken 2022

Voor de netto woonlasten is Gouda nummer 6 (in 2021 nummer 3) in Nederland. Bloemendaal, Voorschoten, Wassenaar, Meerssen en Lopik zijn duurder. Voor de bruto woonlasten is Gouda zoals hierboven aangegeven nummer 22 in Nederland (COELO, 2022, p. 75).

4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. Bij de berekening van de tarieven van de heffingen mogen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. In deze paragraaf is op basis van de realisatie 2022 de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2022 inzichtelijk gemaakt. Leges Per titel en per hoofdstuk wordt onderstaand, gebaseerd op de realisatie 2022, de kostendekkendheid van de legesgerelateerde tarieven aangegeven. De afzonderlijke onderdelen van de legesverordening mogen per titel en per hoofdstuk een kostendekkendheid hebben van meer dan 100%. De legesverordening mag in zijn geheel op begrotingsbasis niet boven de 100% kostendekkendheid uit komen. In de realisatie treden afwijkingen op. Titel 1 Algemene dienstverlening - Realisatie 2021 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten

Totale baten

Kostendekkendheid

1.1 Burgerlijke stand

293

85

28,9%

1.2 Reisdocumenten en NL ID-kaart

456

479

105,1%

1.3 Rijbewijzen

222

239

107,7%

1.4 Verstrekking Basisreg Personen

78

96

123,9%

1.5 Publiekszaken ov

21

26

121,2%

1.7 Gemeentearchief

0

4

0,0%

1.11 Huisvestingswet

19

0

0,0%

1.13 Verkeer en Vervoer

94

51

53,8%

1.14 Leegstandswet

0

0

55,0%

1.16 Kansspelen

1

16

1622,5%

1.18 Diversen

1

2

165,3%

Totaal titel 1

1.185

997

84,1%

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving (FLO)/Omgevingsvergunning - Realisatie 2021 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid 2.1 Begripsomschrijvingen

0

0

2.2 Vooroverleg/beoordeling bouwinitiatief

0

41

0,0%

2.783

4.810

172,8%

2.3 Omgevingsvergunning

0,0%

2.4 Vermindering

0

-5

0,0%

2.5 Teruggaaf

0

-37

0,0%

2.6 Intrekking omgevingsvergunning

0

0

0,0%

2.7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

0

1

0,0%

2.8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

0

0

0,0%

2.9 omgevingsvergunningen uit de verordening fysieke leefomgeving

67

64

94,4%

2.10 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

0

6

0,0%

2.851

4.879

171,1%

Totaal titel 2

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn - Realisatie 2021 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten Totale baten

Kostendekkendheid

3.1 Horeca

97

27

27,8%

3.2 Organiseren evenementen of markten

14

14

101,4%

3.3 Prostitutiebedrijven

0

0

0,0%

3.4 Winkeltijdenwet

0

0

0,0%

3.6 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

0

0

0,0%

Totaal titel 3

111

41

37,2%

Jaarstukken 2022

95

Recapitulatie (bedragen * € 1.000) Titel

Totale lasten

Titel 1 - Algemene Dienstverlening

1.185

997

84,1%

Titel 2 - FLO - Omgevingsvergunning

2.851

4.879

171,1%

Totale baten

Kostendekkendheid

Titel 3 - Europese Dienstenrichtlijn

111

41

37,2%

Totaal kostendekkendheid

4.147

5.917

142,7%

Voor de berekening van de kostendekkendheid van de legestarieven uit de legesverordening worden aan de kostenkant alle directe lasten die op de betreffende taakvelden staan, betrokken in de berekening. Het gaat hierbij om de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de kosten voor afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van de medewerkers van de Omgevingsdienst, maar ook aan automatiseringskosten en uren van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten. Aan de batenkant worden de werkelijke inkomsten in 2022 in beeld gebracht. Wanneer de baten worden afgezet tegen de lasten, resulteert de kostendekkendheid. Een kostendekkendheid van minder dan 100% impliceert dat de geraamde lasten de geraamde baten overschrijden. De afzonderlijke onderdelen van de legesverordening mogen per titel en per hoofdstuk een kostendekkendheid hebben van meer dan 100%. De kostendekkendheid van de totale legesverordening van 2022 is 143%. Dit betekent dat de legestarieven op basis van de realisatie 2022 meer dan kostendekkend zijn. De opbrengst bouwleges geeft in 2022 in feite een vertekend beeld. Er zijn een aantal grote bouwprojecten vergund die de opbrengst van de leges éénmalig verhogen.

Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2022 Uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van de afvalstoffenheffing 2022 is 100% kostendekking. Dit percentage is uiteindelijk in 2022 ook gerealiseerd. Omschrijving (bedragen * € 1.000)

Begroting 2022 na wijzigingen

Rekening 2022

Kosten taakveld afval

9.794

9.426

Inkomsten exclusief heffingen

-1.065

-1.329

inzet reserve afval (taakveld 0.10)

0

0

inzet Algemene reserve (taakveld 0.10)

-1.000

-1.000

Netto kosten

7.729

7.097

Toe te rekenen kosten: Reinigingsinspectie

26

36

Kwijtschelding

884

908

Compensabele btw

2.473

2.313

Totaal kosten

11.112

10.354

Opbrengst afvalstoffenheffing

-10.448

-10.352

Dekking

94,0%

100,0%

Begroting 2022 na wijzigingen

Rekening 2022

14.256

15.386

Kostenonderbouwing rioolheffing 2022 Bij riolering realiseert de gemeente 95,5% kostendekking. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Kosten taakveld riolering Inkomsten exclusief heffingen Netto kosten

-28

-165

14.228

15.221

Toe te rekenen kosten: Overhead

-

-

Kwijtschelding

719

721

Compensabele btw

2.969

2.889

Totaal kosten

17.916

18.831

Opbrengst rioolheffing

-17.915

-17.982

96

Jaarstukken 2022

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

Begroting 2022 na wijzigingen

Rekening 2022

100,0%

95,5%

Dekking

De voorziening riool bestaat uit een spaardeel voor de investeringen en een egalisatiedeel. De voorziening zal voortaan gesplitst gepresenteerd worden. In onderstaande tabel is de stand voor de beide onderdelen en op het totaal zichtbaar. Voorziening egalisatie Beginstand

-306.367

Dotatie

11.278.128

Onttrekking

10.971.761

Eindstand

0

Voorziening spaar Beginstand

24.370.496

Dotatie

7.552.586

Onttrekking

15.103.485

Eindstand

16.819.957

Voorziening totaal Beginstand

24.064.129

Dotatie

18.830.714

Onttrekking

26.075.246

Eindstand

16.819.597

Jaarstukken 2022

97

4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van risico’s en daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de gemeente. In de kern gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze paragraaf geeft aanvullend de stand van zaken van een zestal financiële kengetallen: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit.

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording, de nota risicomanagement en weerstandsvermogen en de nota reserves en voorzieningen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inzichten die vanuit het ministerie van BZK worden aangereikt (Financiële Regelgeving en Toezicht Decentrale Overheden).

4.2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. De weerstandscapaciteit wordt doorgaans uitgedrukt in een weerstandsratio. Weerstandsratio = beschikbaar weerstandsvermogen : benodigd weerstandsvermogen

4.2.2.1 Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de algemene reserve, de reserve sociaal domein en het saldo van mutaties in de exploitatiesfeer, voor zover dit saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve of de reserve sociaal domein. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het beschikbare weerstandsvermogen in 2021 en 2022 weergegeven. Aangezien de bestemming van het rekeningresultaat voorbehouden is aan de gemeenteraad, kan het beschikbare weerstandsvermogen wijzigen als gevolg van besluitvorming in de gemeenteraad. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Algemene reserve (31/12) Reserve sociaal domein (31/12)

2022

2021

39.565

33.476

0

1.207

39.565

34.683

Resultaatbestemming

22.112

10.522

Beschikbaar weerstandsvermogen (31/12)

61.677

45.205

Subtotaal voor resultaatbestemming

De startpositie per 1 januari 2022 correspondeert met de jaarstukken 2021, na verwerking van de besluitvorming ten aanzien van het rekeningresultaat 2021. Voor 2022 is al rekening gehouden met de voorgestelde besluitvorming ten aanzien van de resultaatbestemmingen. Dit besluit pas genomen wordt bij de vaststelling van het rekeningresultaat en kan wijzigingen indien de raad anders besluit. Dit leidt tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 39.565 ultimo 2022.

98

Jaarstukken 2022

4.2.2.2 Benodigd weerstandsvermogen Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO-methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie. In onderstaand tabel worden de top 10 risico’s met de grootste financiële impact toegelicht. Het totaaloverzicht is te vinden in de bijlage. Naam

Omschrijving

Risico-gebied

Kansper- Maximaal centage (*€1.000)

Top 10 risico´s Haastrechtse brug

De Haastrechtsebrug is een beweegbare brug (type basculebrug) en Beheer vormt de verbinding tussen Gouda en de Krimpenerwaard. De brug Openbare Ruimte is gebouwd omstreeks 1954 en kan door het treffen van levensduur verlengend onderhoud nog tot minimaal 2054 goed functioneren. Omdat er diverse problemen zijn moet de brug gerenoveerd worden.

40%

€ 12.000

70%

€ 3.500

80%

€ 3.000

Omwille van de zorgvuldigheid worden de eerder uitgevoerde onderzoeken geverifieerd en gevalideerd door een gespecialiseerd ingenieursbureau. Onder andere door het uitvoeren van bureauonderzoek en aanvullend gericht materiaalonderzoek. Het risico is dat dit kan leiden tot heroverweging van de renovatie waarbij de maatregelen worden opgewaardeerd naar volledige vervanging van de brug. Open einde regeling Jeugd

De Wet Jeugdzorg is een open-einde regeling en kent daardoor geen Jeugdzorg bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het betreffende jaar niet toereikend is. De toegang tot jeugdhulp is belegd binnen de gemeente (afdeling OSA). Daarnaast hebben externe verwijzers wettelijke bevoegdheid. Er wordt met lokale en regionale partners samengewerkt, waarbij gemeente Gouda toegang tot maatwerkvoorzieningen levert en optreedt op als financier. De maatwerkvoorzieningen worden regionaal gecontracteerd in de regio Midden-Holland. Daar is ook het contractmanagement belegd. Extra groei , bovenop de geraamde groei, van de jeugdzorguitgaven blijft een risico. Als de zorgvraag hoger ligt dan geraamd is de gemeente wettelijk verplicht deze te leveren.

Integraal Huisvestingsplan (IHP)

De gemeente heeft de wettelijke taak scholen van adequate huisvesting Onderwijs te voorzien. Een deel van de schoolgebouwen is aan het eind van hun levensduur en voldoet zowel functioneel als technisch niet meer aan de eisen van deze tijd. Samen met de schoolbesturen en een extern adviesbureau is een integraal huisvestingsplan (IHP) opgeleverd voor de komende vijftien jaar. Op basis van gezamenlijke uitgangspunten en een quickscan van gebouwen zijn verschillende scenario’s voor herschikking, nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen uitgewerkt. Het organiseren en bouwen van veel schoolgebouwen levert een aantal risico’s op. Belangrijkste zijn: - Het risico dat kredieten onderwijshuisvesting overschreden worden en dat als gevolg daarvan de kapitaallasten voor de gemeente toenemen, eventueel in combinatie met een stijging van de schuldquote. • Het risico dat schoolbesturen (bijvoorbeeld door onvoorziene omstandigheden) tijdens de rit uitstappen en zich niet meer committeren aan het IHP. • Het risico dat de implementatie van het IHP vertraging oploopt als gevolg van onvoorziene omstandigheden. • Het risico dat de sturing en governance tekort schiet, waardoor de gemeente zijn grip op het programma verliest en het college en de raad niet meer tijdig kunnen bijsturen. • Het risico van stijgende bouw-, materiaal-, arbeid- en advieskosten

Inflatie

Door de onvoorspelbare inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, en meer dan de uitkering uit het Gemeentefonds meestijgt door de loon-prijsindexatie.

Financiën

70%

€ 2.500

Lagere uitkeringen vanuit het Rijk

Rijk en VNG zijn in 2022 overeengekomen om het volumedeel van het accres in het gemeentefonds voor 2022-2025 vast te zetten. Dit betekent dat de accresstanden voor de jaren 2022 tot en met 2025 voor gemeenten slechts nog zullen wijzigen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Hiermee wordt een eerste belangrijke stap gezet richting een meer stabiele financiering voor gemeenten. Het biedt hen voor de komende jaren zekerheid over hun inkomsten en beschikbare

Financiën

50%

€ 2.500

Jaarstukken 2022

99

Naam

Omschrijving

Risico-gebied

Kansper- Maximaal centage (*€1.000)

vrije ruimte, ook wanneer de uitgaven van het Rijk achterblijven bij de ramingen. Het kabinet heeft besloten om vanaf 2026 de trap-op-trap-af-systematiek te beëindigen en het accres van het gemeentefonds vast te stellen op € 840 miljoen boven op de stand uit de Miljoenennota 2022. De inkomsten uit het gemeentefonds zullen vanaf dat jaar aanzienlijk lager uitvallen, maar het risico op lagere rijksuitkeringen neemt daardoor af. Hiermee samenhangend is het van belang om op te merken dat Rijk, IPO en VNG in een gezamenlijk proces werken aan een nieuwe financieringssystematiek van de medeoverheden vanaf 2026. Ten tijde van het opstellen van de voorliggende jaarstukken ontbreekt een concreet beeld van de mogelijke financiële effecten voor de gemeente. Stijgende Materiaalkosten en krapte op de markt

Risico dat prijzen omhoog gaan voor aanbestedingen. Veel materialen worden schaarser (en duurder) en veel aanbieders zitten vaak vol. Hier speelt ook de onzekerheid van de situatie in Oekraine en de stijgende energieprijzen. Prijzen gaan dan omhoog voor nieuwe beheeraanbestedingen en projectaanbestedingen.

Beheer Openbare Ruimte

80%

€ 800

Open einde regeling Participatiewet (Pwbudget)

De gemeente ontvangt een BUIG uitkering voor het betalen Werk en inkomen van bijstandsuitkeringen/uitkeringen Levensonderhoud en voor Loonkostensubsidies. Het betreft een open einde regeling. Het deelbudget voor de uitkeringen wordt toegekend op basis van het zgn. objectieve verdeelmodel (en op basis van de aantallen dak- en thuislozen en instellingsbewoners in voorgaand jaar). Drie momenten van vaststelling budget door het Rijk: voorlopige budget (september jaar t-1), nader voorlopig budget (mei in lopende jaar) en definitief budget (september in lopende jaar). Afhankelijk van de ontwikkeling van de bijstandsvraag en het definitieve budget bestaat een financieel risico.

70%

€ 1.500

Er is een vangnetuitkering die gemeenten financiële compensatie biedt voor grote(re) tekorten op het budget. Het begrip “grote(re) tekorten” wordt bezien in meerjarig perspectief: er moet een tekort zijn in het lopende jaar én een gecumuleerd tekort van meer dan 7,5% in het lopende jaar en de 2 voorgaande jaren. Gemeenten moeten een tekort tot 7,5% op hun budget voor de Participatiewet zelf opvangen (eigen risico) uit eigen middelen; van 7,5%-12,5% is het risico 50% en bij een hoger tekort dan 12,5% wordt 100% gecompenseerd door het Rijk. Het deelbudget voor loonkostensubsidies wordt (sinds 2022) toegekend op basis van de realisaties in het voorgaande jaar. Financiele risico’s bij sterke schommelingen in de inzet van loonkostensubsidies. Ook dit is een open einde regeling, waarbij het macrobudget vooraf wordt vastgesteld/gemaximeerd Toename beroep op borgstellingen en garanties

Gemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen van een Treasury aantal organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). De afgegeven borgstellingen kennen alle een afzonderlijk risicoprofiel. De risico's, zeker die van borgstellingen met een hoog risicoprofiel, worden jaarlijks beoordeeld. Ingeval van onderkende risico's wordt overleg gevoerd met de partij waar borg voor wordt gestaan en met de betreffende bank, dit om te trachten om door middel van tijdige bijsturing hetbrisico voor de gemeente te beperken.

25%

€ 3.000

Verbonden Partijen

Verbonden partijen zijn gemeentelijke samenwerkingsverbanden of Verbonden deelnemingen die gevormd zijn om bepaalde taken bijvoorbeeld efficiënter partij/subsidie uit te voeren. De gemeente Gouda heeft in de rechtspersonen bestuurlijke invloed en/of financiële belangen. De gemeentelijke bijdrage van Gouda aan de verbonden partijen bedroeg in 2022 € 40,9 miljoen.

50%

€ 1.000

Bij samenwerkingsverbanden kunnen risico's ontstaan door: Uittredingen van deelnemers, het verminderen van bijdragen aan regelingen door de overheid, daling van reserves waardoor tekorten binnen de verbonden partij niet meer opgevangen kunnen worden. Andere markteisen. Daarnaast kennen we ook het risico dat de gemeentelijke indexering geen gelijke tred houdt met de CAO ontwikkelingen van gemeenschappelijke regelingen. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid Holland heeft besloten om per 1 januari 2018 uit diverse recreatieschappen te treden, waaronder Groenalliantie. Het risico is dat de bijdrage van Gouda op termijn wordt verhoogd

100

Jaarstukken 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=f8ba3de7-e35d-407c-a9bd-efea9be16ee2