CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Groene Hart Rekenkamer Gouda - Onderzoek Participatiewet

Raadsvergadering 8 februari 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: GHR onderzoek Participatiewet17.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naast de gemeentelijke doelen, die met name gericht zijn op de werkzoekendendienstverlening, heeft de gemeente ook samen met partners in de arbeidsmarktregio beleidsdoelen vastgesteld. Deze doelen zijn met name gericht op de werkgeversdienstverlening en in mindere mate ook op de werkzoekendendienstverlening. Het voornaamste beleidsdoel binnen het WSP Midden-Holland is harmonisatie en professionalisering van de werkgeversdienstverlening. Hiervoor wordt het regionale budget ‘Perspectief op Werk’ ingezet, gekoppeld aan een uitvoeringsplan. Tevens worden middelen ‘Versterken arbeidsmarkt’ ingezet. In hoofdstuk 3 lichten we de doelen uit het projectplan en de manier waarop daar vorm aan is gegeven nader toe.

De voornaamste indicatoren en streefwaarden die de gemeente Gouda hanteert zijn de uitstroom uit de uitkering, het aantal statushouders in de bijstand, het aantal gerealiseerde garantiebanen, het aantal gerealiseerde beschut werkplekken, aantal plaatsingen via social return, de jeugdwerkloosheid, de waardering van cliënten voor de dienstverlening, en de uitstroom van statushouders naar werk en/of school. Wat de uitstroom betreft is de gemeente met name geïnteresseerd in de uitstroom naar werk en de uitstroom naar opleiding. Voor het beleidsdoel om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen heeft de gemeente als streefwaarde een blijvende reductie van minimaal 200 inwoners die langdurig (twee jaar of langer) in de bijstand hebben gezeten. Deze ambitie heeft een looptijd van 2018 tot medio 2022.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

17/34

HOOFDSTUK 3.

Uitvoeringspraktijk 3.1

Vertaling van beleid naar uitvoering

Op welke wijze is het beleid vertaald naar de praktijk (onder andere in termen van werkprocessen, werkwijzen, handboeken, protocollen, et cetera)? Binnen de gemeente Gouda worden medewerkers uit de uitvoering betrokken bij de vertaling van het beleid naar de uitvoering. De Goudse visie op de uitvoering is om integraal te werken, te kijken naar het klantbeeld en waar de behoeften van de cliënt liggen en om bij de toepassing van regels de menselijke maat in stand te houden.

De gemeente heeft de afgelopen jaren bij de uitvoering van het beleidsplan ook gewerkt aan een programma voor de uitvoering. Dit programma heet ‘Naar een nieuwe sociale dienst’ en is erop gericht om de prestaties van de integrale uitvoeringsorganisatie duurzaam te verbeteren. Hierbij gaat het concreet om verbetering van de dienstverlening aan bijstandsgerechtigden, onder wie statushouders, harmonisatie van de dienstverlening aan werkgevers in de arbeidsmarktregio (zie paragraaf 3.3 voor een nadere toelichting), ruimte voor experimenten, social return en nieuwe afspraken met Promen.

3.2

3.2.1

Uitvoering werkzoekendendienstverlening Algemene inrichting werkprocessen

Hoe zijn de werkprocessen ingericht? Hoe ziet de cliëntenpopulatie eruit? Welk beleid voeren gemeenten om de potentiële synergie tussen de Participatiewet en de Wsw te benutten? De werkprocessen beginnen bij de toegang. De toegang in Gouda is integraal. Als bij het eerste contact met de inwoner blijkt dat er sprake is van vragen op meerdere levensgebieden (ook wel meervoudige vragen genoemd), dan wordt de melding behandeld door een multidisciplinair team. Bij inwoners met een ondersteuningsvraag die alleen het domein werk en inkomen betreft, wordt de melding behandeld door een consulent werk en inkomen in de integrale uitvoeringsorganisatie. De werkzoekendendienstverlening begint met het stellen van een diagnose. Conform de Goudse visie op de uitvoering is de diagnose maatwerk, waarbij rekening wordt gehouden met de wensen en mogelijkheden van de cliënt. Voor alle klanten wordt op basis van de diagnose een plan van aanpak op maat opgesteld. Voor de uitvoering van de verdere re-integratie-inspanningen maakt de gemeente een onderscheid tussen vier cliëntgroepen: groep 1 tot en met 4. In groep 1 zitten cliënten die snel (dat wil zeggen binnen drie maanden) bemiddelbaar zijn naar regulier werk. In groep 2 en 3 zitten cliënten die na een traject bemiddelbaar zijn naar werk. In groep 4 zitten cliënten die vrijwillig kunnen deelnemen aan de samenleving.

Er is in de arbeidsmarktregio een Werkpunt ingericht. Intensief contact tussen de adviseur van het WSP en de werkzoekende staat hierin centraal. Vanuit het Werkpunt kunnen ook branchetrajecten worden ingezet, die de match tussen werkgever en werkzoekende moeten bevorderen. Cliënten uit groep 1 krijgen bij het Werkpunt intensieve begeleiding om snel aan het werk te gaan. De begeleiding is gekoppeld aan de branchetrajecten. Branchetrajecten zijn korte leerwerktrajecten die in samenwerking met werkgevers worden georganiseerd. Werkzoekenden leren hoe de werkzaamheden in de branche verlopen en doen werkervaring en werknemersvaardigheden op. De werkgever heeft een begeleidende rol, maar er kan

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

18/34

vanuit het WSP ook jobcoaching aan worden toegevoegd. De branches waarin deze trajecten georganiseerd worden, zijn transport, bouw en techniek, horeca, zorg, welzijn, groen, zakelijke dienstverlening en overheid.

Voor klantgroep 2 en 3 zet de gemeente verschillende instrumenten in: scholing, begeleiding na en tijdens werk, uitstroompremies, trajecten bij samenwerkingspartners (waaronder Promen en waaronder ook de dienstverlening en branchetrajecten van het WSP), en andere instrumenten. Cliënten worden gedurende het re-integratieproces begeleid door de consulent werk. De consulent werk heeft korte lijnen met de aanbieders van trajecten. De keuze of er een traject ingezet wordt, en zo ja welke, is maatwerk. De trajecten bij Promen hebben een sterker accent op het aanleren van werknemersvaardigheden dan de branchetrajecten en zijn geschikt voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Om zich te houden op de uitvoering van het plan van aanpak en om de uitvoering daarvan te coördineren is het voeren van regie belangrijk. Voor groep 1 tot en met 3 is de consulent werk en inkomen de eerste drie maanden het eerste aanspreekpunt en de regievoerder. Daarna voert de consulent werk de regie. Na uitstroom uit de bijstand heeft de gemeente op dit moment nog weinig capaciteit om nazorg in te zetten. Wel kan de gemeente voor cliënten die intensieve begeleiding op de werkplek nodig hebben jobcoaching inzetten. De gemeente heeft als wens om de nazorg uit te breiden.

Voor klantgroep 4 geldt dat zij vóór de invoering van het verbeterprogramma ‘Naar een nieuwe sociale dienst’ relatief weinig aandacht en ondersteuning kregen. Na de invoering van het programma is de dienstverlening aan deze doelgroep geïntensiveerd. De dienstverlening aan groep 4 is georganiseerd in een aparte afdeling Zorg en ondersteuning. Het gaat in totaal om bijna 500 dossiers. De consulenten van de afdeling Zorg en ondersteuning richten zich met name op sociale activering, bijvoorbeeld bij vrijwilligersorganisaties. Een sociaalculturele organisatie in Gouda die veel cliënten aan een participatieplaats helpt is het Bruisnest.

3.2.2

Aandacht voor specifieke doelgroepen

Wat is het beleid van de gemeenten voor bijzondere doelgroepen, zoals mensen met een arbeidsbeperking, op het gebied van participatie? Er is een aantal specifieke doelgroepen waar de gemeente Gouda bijzondere aandacht aan besteed. De werkwijze kan voor deze doelgroepen afwijken van het algemene beeld dat we in de vorige paragraaf hebben geschetst. In deze paragraaf lichten we de belangrijkste verschillen toe. De eerste doelgroep waar de integrale uitvoeringsorganisatie specifiek aandacht aan besteedt, betreft jongeren tot 27 jaar. De gemeente zet een aantal instrumenten in die specifiek bedoeld zijn voor deze doelgroep. Zo zet de gemeenten trajecten bij Mbo Rijnland in, werkt de gemeente samen met het regionale meld- en coördinatiepunt (RMC) voor vroegtijdig schoolverlaters en werkt de gemeente aan verbeterpunten in de dienstverlening. Hiervoor worden ESF-subsidies ingezet. Ook is er een regionaal plan jeugdwerkloosheid in werking getreden. Verder werkt de gemeente, zoals eerder benoemd, samen met de regionale VSO-PrO scholen om zoveel mogelijk jongeren met een arbeidsbeperking naar werk te bemiddelen en hen op de werkplek te begeleiden. Uit de evaluatie van de Participatiewet uit 2019 door het SCP is gebleken dat ondanks de extra aandacht die veel gemeenten aan werkloze jongeren geven niet alle jongeren in beeld zijn.

Dit komt bijvoorbeeld doordat jongeren nog thuis wonen en niet uitkeringsgerechtigd zijn of zijn gaan zwerven. Het ministerie stuurt sindsdien aan gemeenten een lijst met jongeren die geen werk of opleiding volgen en die mogelijk uit beeld zijn. De gemeente geeft hier opvolging aan door deze jongeren te spreken te krijgen. Voor deze en andere jongeren met problemen wordt een speciale jongerencoach ingezet die outreachend werkt.

De gemeente heeft ook bijzondere aandacht voor mensen met een arbeidsbeperking. Er zijn speciale consulenten voor de doelgroep mensen met een arbeidsbeperking. Zoals benoemd in hoofdstuk 2, heeft de

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

19/34

gemeente ook de beschikking over instrumenten die specifiek voor deze doelgroep beschikbaar zijn gemaakt, zoals loonkostensubsidies en nieuw beschut werk. Voor mensen met een ernstige psychische beperking kan de gemeente de erkende interventie individuele plaatsing en support (IPS) inzetten. Voorwaarde voor de inzet van dit instrument is dat cliënten in behandeling zijn bij een ggz-instelling. Uit landelijke ervaringen met de Participatiewet blijkt dat cliënten die niet in aanmerking komen voor nieuw beschut werk en tegelijkertijd onvoldoende in staat blijken om bij een reguliere werkgever te werken tussen de wal en het schip kunnen vallen. Bij de gesprekken die we hebben gevoerd, hebben we geen specifieke interventies gesignaleerd die dit probleem oplossen, zoals indienstname bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Wel heeft de gemeente deze cliënten in beeld en biedt de gemeente hen ondersteuning.

3.3

Uitvoering werkgeversdienstverlening

Hoe is de werkgeversdienstverlening vormgegeven? Is er sprake van een effectieve samenwerking? Zoals benoemd in hoofdstuk 2, is de werkgeversdienstverlening van de gemeente Gouda belegd bij het WSP Midden-Holland. Drie jaar geleden was er nog beperkt sprake van regionale samenwerking binnen het WSP Midden-Holland, waardoor er sprake was van een achterstand, zo bleek uit een onderzoek van Berenschot 2 uit 2019 naar de harmonisatie in dienstverlening in alle 35 arbeidsmarktregio’s (zie bijlage 2). Het WSP is daarom bezig met de uitvoering van een uitvoeringsplan die de dienstverlening aan werkgevers in de regio moet harmoniseren en professionaliseren.

Het hoofddoel is vertaald in een aantal concrete subdoelen. Zo werken de werkgeversadviseurs van de deelnemende organisaties sinds januari 2022 samen onder één functioneel leidinggevende. Functioneel leidinggevende wil zeggen dat de leidinggevende de dagelijkse aansturing van de werkgeversadviseurs doet. De werkgeversadviseurs zijn nog wel in dienst bij hun eigen organisaties. Eén keer per twee weken is er met alle adviseurs uit de regio een overleg, waarin de werkzaamheden worden gecoördineerd. Ook is er dit jaar voor het eerst een teambrede overkoepelende target. Een ander belangrijk subdoel is dat er één gezamenlijk matchingssysteem ingevoerd wordt, waarin de werkgeversadviseurs werkgeverscontacten en kandidaatprofielen kunnen bijhouden. Verder zijn de werkwijzen en de inzet van instrumenten geharmoniseerd. Dat wil zeggen dat de werkgeversadviseurs op dezelfde manier werken en dat instrumenten die werkgevers ondersteunen om iemand uit de doelgroep werk te bieden tegen dezelfde voorwaarden worden verstrekt. Ook werkt het WSP met vaste contactpersonen. Daarnaast is er, zoals benoemd, regiobreed een Werkpunt ingericht, en organiseert het WSP branchetrajecten, die de match tussen werkgever en werkzoekende bevorderen. Ten slotte is er een verkenning uitgevoerd voor de harmonisatie van social return en is er gestart met de invulling van een regionaal mobiliteitsteam (RMT).

De RMT’s zijn ten tijde van corona door het Rijk in samenwerking met gemeenten, UWV, SBB, MBO Raad, vakbonden en werkgeverorganisaties ingericht om de matching op de regionale arbeidsmarkt te verbeteren, ongeacht doelgroep (cliënten van gemeente en UWV of niet-uitkeringsgerechtigden). Het RMT Midden-Holland is ingericht medio 2021.

2 Schenderling, P.J., et al. (2019), ‘Inventarisatie regionale dienstverlening aan werkzoekenden (met en

zonder een arbeidsbeperking) en aan werkgevers’. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van SZW.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

3.4

20/34

Ervaren succes- en knelpunten

Zijn er bij de uitvoering van de Participatiewet knelpunten? Zo ja, welke bijsturingsmaatregelen treffen de gemeenten? Tijdens de interviews hebben we aan gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke partners gevraagd wat de succes- en knelpunten van de uitvoering van het beleid in Gouda zijn. Binnen de gemeente worden als succespunten genoemd: de inrichting van de leercyclus, het integrale werken, verbetering van de dienstverlening voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en de menselijke maat. De leercyclus betekent dat medewerkers van de integrale uitvoeringsorganisatie regelmatig evalueren hoe het staat met de uitvoering van de plannen en afhankelijk van de uitkomsten bijsturen. Het integrale werken komt tot uiting in de toegang en de integrale ondersteuning voor mensen met meervoudige vragen. De verbetering van de dienstverlening voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt komt tot uiting in meer ondersteuning voor deze doelgroep en het vrijmaken van capaciteit en budget daarvoor. De menselijke maat komt onder andere tot uiting in de omgang met geconstateerde onregelmatigheden en de gepaste terughoudendheid met sanctioneren. De verbetering van de dienstverlening voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is niet alleen genoemd als succespunt maar ook als knelpunt.

De gemeente is er namelijk niet in geslaagd om de frequentie van het contact met cliënten uit cliëntgroep 4 op het beoogde niveau te krijgen. De voornaamste reden hiervoor is gebrek aan capaciteit. Daarnaast was het tijdens de coronacrisis lastiger om meer contact te hebben met cliënten. In de huidige situatie wordt de oplossing van dit knelpunt bemoeilijkt door de krappe arbeidsmarkt. Ook goede inhuur is op dit moment nauwelijks te vinden. Ook breder binnen de integrale uitvoeringsorganisatie is door de krappe arbeidsmarkt en het hogere verloop van personeel continuïteit van dienstverlening een knelpunt. Cliënten ervaren dit knelpunt ook (zie hoofdstuk 5).

Wat de werkgeversdienstverlening betreft is een knelpunt dat het subdoel van één gezamenlijk matchingssysteem nog niet behaald is. Wel is in 2022 een gezamenlijk CRM-systeem ingevoerd waarin werkgeverscontacten worden bijgehouden. Het ontbreken van een systeem waarin werkzoekendenprofielen worden bijgehouden, heeft als praktische consequenties dat de overdracht van een kandidaat die werkfit is via een apart formulier plaatsvindt. Dat maakt het praktisch gezien relatief ingewikkeld om te matchen over gemeentegrenzen heen. Een ander knelpunt is dat er geen structurele samenwerking is tussen het WSP Midden-Holland en aangrenzende WSP’s. Er is wel op casusniveau contact tussen werkgeversadviseurs uit verschillende arbeidsmarktregio’s. De arbeidsmarktregio MiddenHolland is een relatief kleine arbeidsmarktregio. Er liggen kansen om bijvoorbeeld een klant uit Nieuwerkerk aan den IJssel te matchen in Gouda. Meer in het algemeen gezegd: de kans op een goede match is groter naarmate de ‘vijver’ waarin gevist wordt groter is. Een gezamenlijk CRM-systeem en meer samenwerking over de grenzen van arbeidsmarktregio’s heen vergroot de vijver en daarmee de kans op een geslaagde match. Een ander verbeterpunt dat tijdens de interviews genoemd is, is dat de werkleerinfrastructuur van Promen mogelijk beter benut kan worden.

In de huidige situatie worden cliënten in eerste instantie door de consulent gecoacht en begeleid richting werk of participatie. Als er een traject bij Promen ingezet wordt, dan is dat meestal pas in latere instantie, als de consulent het nodig acht om een aanvullende interventie te doen. Omdat cliënten pas in een relatief laat stadium van de re-integratiefase bij Promen terecht komen, is het lastiger om cliënten te activeren, te motiveren en weer in het werkritme te brengen dan wanneer dit in een vroeg stadium zou gebeuren. Een optimalisatiemogelijkheid is dus om ernaar te streven om trajecten bij Promen in een eerder stadium in te zetten.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

21/34

HOOFDSTUK 4.

Resultaten 4.1

Overkoepelende resultaten

Wat zijn de voornaamste resultaten van het beleid? Hoe is de uitstroom naar werk? Wat valt op als we de resultaten vergelijken met andere gemeenten met een vergelijkbare sociaaleconomische structuur? In deze paragraaf rapporteren we de voornaamste resultaten van het beleid en vergelijken de resultaten met andere gemeenten (benchmark). Het voornaamste overkoepelende resultaat van het beleid is de mate van uitkeringsafhankelijkheid, gecorrigeerd voor de sociaaleconomische structuur van de gemeente. De uitkeringsafhankelijkheid, ook wel bijstandsdichtheid, betreft het aantal bijstandsuitkeringen ten opzichte van het aantal huishoudens. In de benchmark Participatiewet vergelijken we de bijstandsdichtheid van de gemeente Gouda met een groep referentiegemeenten met een vergelijkbare sociaaleconomische structuur, zoals de werkgelegenheid en het aantal mensen met een arbeidsbeperking. Zo ontstaat zicht op de relatieve prestaties van de desbetreffende gemeente. De groep referentiegemeenten is door Berenschot met zorg samengesteld op grond van de belangrijkste sociaaleconomische kenmerken. Voor een overzicht van de referentiegemeenten, zie bijlage 1.

Omdat we de bijstandsdichtheid van Gouda vergelijken met gemeente met een vergelijkbare sociaaleconomische structuur isoleren we de beïnvloedbare factoren – namelijk beleid, sturing en uitvoering – van de nauwelijks beïnvloedbare factoren – namelijk de sociaaleconomische structuur. Zo ontstaat er inzicht in de prestaties van de gemeente op het terrein van beleid, sturing en uitvoering. De cijfers over de bijstandsdichtheid zijn gebaseerd op gegevens van het CBS. 5.50% 5.30% 5.10% 4.90% 4.70% 4.50% 4.30% 4.10% 3.90% 3.70% 3.50%

Bijstandsdichtheid Gouda en referentiegroep

2015 december

2016 december

2017 december

2018 december

Referentiegroep

2019 december Gouda

2020 december

2021 november

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

5.50% 5.30% 5.10% 4.90% 4.70% 4.50% 4.30% 4.10% 3.90% 3.70% 3.50%

22/34

Bijstandsdichtheid Gouda en referentiegroep + Nederland

2015 december

2016 december

2017 december

Referentiegroep

2018 december

Gouda

2019 december

2020 december

Nederland

2021 november

Zoals blijkt uit de figuur, ligt de bijstandsdichtheid in Gouda in 2020 en 2021 hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten en rond het landelijk gemiddelde. In de periode 2016-2019 heeft Gouda duidelijk een inhaalslag gemaakt ten opzichte van referentiegemeenten: eind 2019 was de bijstandsdichtheid in Gouda nauwelijks meer hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. In de periode tot eind 2021 is het verschil ten opzichte van de referentiegemeenten weer wat opgelopen en is de bijstandsdichtheid in Gouda ook weer boven het landelijk gemiddelde uitgekomen. De voornaamste oorzaak hiervan is de relatief hoge instroom in Gouda in 2020 en een deel van 2021. 3 Vanaf februari 2021 daalde het instroompercentage in Gouda weer, tot het niveau van andere gemeenten. Aangezien de coronacrisis in alle gemeenten in Nederland speelde en aangezien we Gouda hebben vergeleken met gemeenten met een vergelijkbare sociaaleconomische structuur, is de hogere instroom waarschijnlijk het gevolg van het beleid en de uitvoering in Gouda. Onze hypothese is dat de kernwaarde binnen de gemeente van het borgen van de menselijke maat ertoe heeft geleid dat de gemeente Gouda minder streng is aan de poort dan andere gemeenten. De menselijke maat komt, zoals benoemd, ook tot uiting in de omgang met geconstateerde onregelmatigheden en de gepaste terughoudendheid met sanctioneren.

Naast de overkoepelende resultaten zoals we die hebben weergegeven in de benchmark Participatiewet biedt de gemeente Gouda inzicht in de mate waarin de afzonderlijke beleidsdoelen zijn behaald. Hierbij maakt de gemeente een onderscheid tussen de algemene beleidsdoelen en de doelen die zijn geformuleerd in het kader van het programma ‘Naar een nieuwe sociale dienst’ (zoals toegelicht in hoofdstuk 2). Op de verantwoording van het laatstgenoemde programma komen we in paragraaf 4.5 terug.

Een toelichting op de realisatie van de algemene beleidsdoelen is te vinden in de jaarrekening van de gemeente en in het ‘Verslag van re-integratie 2020-2021’ van de gemeente. Zoals benoemd in hoofdstuk 2, is een belangrijke indicator die de gemeente Gouda hanteert de uitstroom uit de uitkering. Uit de rapportages van de gemeente blijkt dat de uitstroom naar werk in diezelfde periode achterbleef bij andere gemeenten. De gestelde doelen voor de uitstroom zijn dus het grootste deel van de onderzoeksperiode (2019, 2020, 2021) niet behaald en vanaf het tweede kwartaal van 2021 wel behaald. In het ‘Verslag van re-integratie 2020-2021’ worden voor deze resultaten geen plausibele verklaringen genoemd. In het jaarverslag 2020 wordt de coronacrisis als verklaring genoemd voor achterblijvende resultaten, maar deze verklaring gaat niet op voor de achtergebleven prestaties op het terrein van in- en uitstroom, om

3 Deze bevinding is ook te lezen in het ‘Verslag van re-integratie 2020-2021’ van de gemeente Gouda.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

23/34

bovengenoemde redenen. De uitstroom naar opleidingen ligt in Gouda wel hoger dan in andere gemeenten. De gemeente noemt daarvoor als plausibele verklaring dat de gemeente actief de scholingsplicht toepast.

Het aantal statushouders in de bijstand, een andere indicator waar de gemeente op let, bedroeg op 1 januari 2021 138. Dat is circa 7% van het bestand op dat moment. Deze cliënten zijn gemiddeld drie tot vier keer per jaar gesproken. Een ander concreet doel van de gemeente is om in de periode 2018 tot medio 2022 200 inwoners die langdurig in de bijstand zitten naar blijvend uit te laten stromen. Uit de jaarverslagen van de gemeente blijkt dat dit doel is behaald.

4.2

Bijdrage aan uitstroom door inzet van instrumenten

Hoe worden de middelen over de doelgroepen verdeeld? Wat zijn de bijdragen van trainingen en trajecten op basis van registraties? Een van de belangrijkste factoren waarmee de gemeente het overkoepelende resultaat kan beïnvloeden is de inzet van re-integratie-instrumenten die bijdragen aan de uitstroom naar werk. Vanwege het belang ervan wordt de inzet van instrumenten door alle gemeenten op een redelijk hoog detailniveau geregistreerd. Berenschot heeft in het kader van deze opdracht een data-analyse uitgevoerd op de inzet van instrumenten door de gemeente Gouda in de periode 2019 tot en met 2021. De gegevens zijn afkomstig van het CBS. De navolgende figuren geven een visuele weergave van de voornaamste uitkomsten van de analyse. In alle figuren is het aantal voorzieningen ten opzichte van het aantal bijstandsuitkeringen weergegeven, met uitzondering van de figuur met het aantal loonkostensubsidies (dat zijn absolute aantallen). Een sterretje achter de datum wil zeggen dat het CBS voor die maand alleen voorlopige cijfers biedt. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Coaching en training

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

5% 4%

Vrijwilligerswerk en overige sociale activering

3% 2% 1% 0%

Loonkostensubsidie waarvan jobcoaching 3. Loonkostensubsidie (Participatiewet)

400 350 300 250 200 150 100 50 0

25% 20% 15% 10%

5% 0%

2. Jobcoach/begeleiding op de werkplek

Loonkostensubsidie

24/34

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

12% 10%

25/34

Proefplaatsing

8% 6% 4% 2% 0%

In de analyses maken we een onderscheid tussen verschillende typen instrumenten. Zo wordt voor de reguliere bijstandsdoelgroep veelal scholing en/of coaching naar werk of participatie ingezet. Voor mensen met een arbeidsbeperking kunnen loonkostensubsidie en jobcoaching worden ingezet. Voor beide doelgroepen zijn proefplaatsingen en participatieplaatsen inzetbaar. Verder is er voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid om vrijwilligerswerk of overige sociale activering in te zetten. Uit de analyses blijkt dat het beeld klopt dat er in de beginperiode (dat wil zeggen begin 2019) relatief weinig aandacht is besteed aan mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Begin 2019 waren er namelijk geen registraties van de inzet van vrijwilligerswerk en overige sociale activering. In de loop van 2019, 2020 en 2021 is het totale aantal opgelopen naar 60 (4%). Hoewel dit een verbetering is ten opzichte van de beginperiode, is dit aantal ten opzichte van de totale doelgroep een relatief klein aantal, en ook ten opzichte van het aantal mensen dat langdurig in de bijstand zit (plusminus 500 dossiers). Voor deze lage aantallen zijn twee redenen. De eerste reden is een administratieve reden: er waren begin 2019 geen registraties van de inzet van vrijwilligerswerk en overige sociale activering.

De gemeente laat weten dat hier hard aan gewerkt is en wordt, maar dat deze registratie op dit moment nog niet 100 procent compleet is. De andere reden voor de lage aantallen is genoemd in het vorige hoofdstuk, namelijk gebrek aan capaciteit. Het aantal mensen uit de reguliere bijstandsdoelgroep dat scholing en/of coaching naar werk of participatie ontvangt is in de periode 2019-2021 wel substantieel toegenomen. Ook ten opzichte van de totale doelgroep is dit een substantieel aantal.

Het meest opvallende resultaat voor de gemeente Gouda is de sterke toename van het aantal instrumenten dat de integrale uitvoeringsorganisatie inzet voor mensen met een arbeidsbeperking. In de 2019-2021 is het aantal loonkostensubsidietrajecten bijna verdriedubbeld het aantal mensen dat jobcoaching ontvangt verviervoudigd. In 2019 concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in haar evaluatie van de Participatiewet dat de baankansen van mensen met een arbeidsbeperking sinds de invoering van de Participatiewet nauwelijks verbeterd zijn. Loonkostensubsidie is een instrument dat bij uitstek geschikt is om mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te helpen. Als nuance bij dit resultaat merken we wel op dat zowel landelijk als in Gouda het aantal loonkostensubsidietrajecten in 2019 sterk was achtergebleven bij de verwachting. Die verwachting is onder andere naar buiten gebracht door het ministerie van SZW en Berenschot en is gebaseerd op de geprognosticeerde omvang van de nieuwe doelgroepen. Aangezien de nieuwe doelgroepen afhankelijk zijn van ondersteuning van de gemeente is de prognose een goede indicator van de ondersteuningsbehoefte: alle cliënten hebben ondersteuning nodig,

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

26/34

dus het aantal voorzieningen zou ongeveer even hoog moeten liggen als het geprognosticeerde aantal cliënten. Uit het prognosemodel van Berenschot blijkt dat er in 2021 plusminus 350 mensen uit de nieuwe doelgroep zouden zijn. Dit komt overeen met het aantal lopende loonkostensubsidietrajecten eind 2021. Het aantal loonkostensubsidietrajecten lag in 2019 echter fors lager dan de omvang van de nieuwe doelgroep. Er was dus duidelijk een inhaalslag nodig.

4.3

Invloed coronacrisis

Welke invloed heeft corona gehad op de uitvoering en bestedingen? De coronacrisis heeft voor Gouda, net als in veel andere gemeenten, veel effect gehad op de werkprocessen en op de resultaten. Er zijn extra mensen ingestroomd, terwijl het door de coronamaatregelen lastiger was om mensen te re-integreren. De hele dienstverlening is namelijk aangepast geweest naar digitale dienstverlening. Veel re-integratietrajecten konden vanwege de maatregelen niet doorgaan of moesten anders worden vormgegeven. Ook de extra aandacht voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kon niet gegeven worden in de mate waarin men dat had gewild. Het is namelijk, zeker voor deze doelgroep, niet goed mogelijk om de extra aandacht te geven via digitale dienstverlening. Daarnaast is een deel van de capaciteit van de integrale uitvoeringsorganisatie ingezet om twee tijdelijke steunregelingen van de Rijksoverheid uit te voeren, de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Deze capaciteit kon niet ingezet worden voor de uitvoering van de Participatiewet. Er zijn geen extra (tijdelijke) consulenten aangenomen. Positief is dat inwoners wel heel tevreden waren met de uitvoering van de tijdelijke regelingen; dit straalde ook af op de consulenten die het extra werk verzet hebben.

Verder is sociaal ontwikkelbedrijf Promen, dat een deel van de re-integratietrajecten uitvoert, tijdelijk dicht geweest in verband met aanpassing van het ventilatiesysteem. Ook veel projecten konden niet doorgaan of zijn in kleinere omvang doorgegaan.

4.4

Financiële resultaten

Wat is het totale gemeentelijke budget voor de uitvoering van de Participatiewet en uit welke deelbudgetten bestaat dit budget? De financiering van de Participatiewet is als volgt georganiseerd. De Rijksoverheid biedt gemeenten een budget voor uitkeringen en loonkostensubsidies via de zogenoemde gebundelde uitkering (BUIG). Het budget voor uitkeringen wordt voor gemeenten groter dan 40.000 inwoners verdeeld middels een objectief verdeelmodel. Dat wil zeggen dat de omvang van het budget afhangt van statistische factoren die niet door gemeenten te beïnvloeden zijn, bijvoorbeeld de sociale structuur en de arbeidsmarktstructuur. Als gemeenten minder uitgeven dan het objectief bepaalde budget, dan mogen ze het overschot houden. Als ze meer uitgeven, dan moeten ze het tekort zelf oplossen. Het budget voor loonkostensubsidies wordt sinds 2022 door het Rijk verdeeld op basis van realisaties. Dat betekent dat het aantal daadwerkelijk ingezette loonkostensubsidietrajecten bepalend is voor het budget. De BUIG-budgetten en -realisaties zijn voor gemeenten transparant, want het BUIG-budget wordt apart overgemaakt door het ministerie van SZW en is geen onderdeel van het Gemeentefonds. Een overzicht van BUIG-saldi als percentage van het jaarlijkse budget van de Groene Hart gemeenten van de afgelopen jaren (2017 tot en met 2021) staat in de navolgende tabel.

De gegevens zijn afkomstig van het ministerie van SZW. Na de tabel hebben we ook nog enkele figuren opgenomen die de resultaten visueel uitlichten.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

Saldi BUIG als % van het budget

2017

2018

2019

2020

2021

Gouda

-12,68%

2,18%

7,14%

5,49%

0,99%

Waddinxveen

-7,71%

7,14%

19,25%

20,69%

6,14%

Zuidplas

-16,61%

-7,44%

-1,24%

8,86%

5,23%

Bodegraven-Reeuwijk

-11,60%

6,62%

7,43%

5,99%

1,44%

27/34

Uitgaven (lasten) BUIG

€ 27,000,000 € 26,000,000 € 25,000,000 € 24,000,000 € 23,000,000 € 22,000,000

2017

€ 2,000,000 € -2,000,000 € -4,000,000

2019

2020

2021

2020

2021

Saldo BUIG - Gouda

€ 4,000,000 €-

2018

2017

2018

2019

Zoals blijkt uit de figuur, zijn de BUIG-lasten van de gemeente in 2020 en 2021 gestegen ten opzichte van 2019. Ondanks de stijgende BUIG-lasten is in 2020 een positief BUIG-saldo gerealiseerd. Het BUIG-saldo was in 2021 nog steeds positief, zij het lager dan in 2020. Daarnaast was er in 2020 sprake van een incidentele opbrengst van € 439.000.

Naast het BUIG-budget ontvangen gemeenten een apart budget voor re-integratie. Een deel van het reintegratiebudget is berekend op basis van de reguliere bijstandsdoelgroep die ook al vóór de invoering van de Participatiewet door gemeenten ondersteund werd. Daarbovenop stelt een extra budget ter beschikking voor de re-integratie van nieuwe doelgroepen. De re-integratiebudgetten zijn beide versleuteld in het Gemeentefonds. Het is voor gemeenten dus moeilijk om transparant te krijgen hoeveel geld ze voor deze taken ontvangen. Daardoor is het ook nauwelijks te achterhalen of een gemeente meer of minder uitgeeft dan het re-integratiebudget. Ook voor dit onderzoek is dat niet mogelijk gebleken. We kunnen alleen een overzicht bieden van de begrote uitgaven en de gerealiseerde uitgaven. Een overzicht daarvan staat in de navolgende tabel en figuur. De gegevens zijn afkomstig van het dataportaal financiën decentrale overheden. 4 Op het moment van schrijven zijn alleen de resultaten over 2019 en 2020 bekend.

4 Zie https://www.findo.nl/.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

2017

Gouda Bedragen in duizenden €

2018

28/34

2019

2020

Begroot

Realisatie

Begroot

Realisatie

Begroot

Realisatie

Begroot

Realisatie

3402

4089

3567

3223

3008

4077

3598

3307

6.5 Arbeidsparticipatie

Arbeidsparticipatie

5000

Realisatie

Begroot

2017

2019

4000 3000 2000 1000

0

2018

2020

Zoals blijkt uit de figuur, werd er in 2019 meer besteed aan re-integratie dan begroot en in 2020 juist minder besteed dan begroot. In 2020 waren er wel hogere uitgaven begroot dan in 2019, maar de realisatie was juist lager dan in 2019. De verklaring hiervoor is dat in 2020 als gevolg van de coronacrisis minder re-integratieactivteiten konden worden uitgevoerd.

4.5

Verantwoording

Hoe meten de gemeenten de effectiviteit van hun participatiebeleid? Voeren zij metingen uit of de gestelde doelen en streefwaarden worden bereikt? En hoe wordt de gemeenteraad meegenomen? De monitoring en verantwoording van de resultaten vindt binnen de gemeente Gouda plaats door middel van voortgangsrapportages en via het jaarverslag. Daarnaast heeft de gemeente, zoals toegelicht in paragraaf 4.2, een apart ‘Verslag van de re-integratie 2020-2021’ uitgebracht. Deze verslagen worden ook met de raad gedeeld. Het jaarverslag beperkt zich tot hoofdlijnen en bevat tevens informatie hoe het ervoor staat met de concrete indicatoren en streefwaarden. Het ‘Verslag van de re-integratie 2020-2021’ bevat geeft hierover informatie op een dieper detailniveau.

In paragraaf 4.2 is reeds toegelicht in hoeverre de algemene beleidsdoelen zijn behaald. Naast de algemene beleidsdoelen heeft de gemeente in de afgelopen periode ook gewerkt aan het programma ‘Naar een nieuwe sociale dienst’. De voortgang van dit programma wordt verantwoord in speciale voortgangsrapportages. Deze worden elk kwartaal opgesteld en ook aan de raad gestuurd. Deze informatie is eveneens op een dieper detailniveau, namelijk op projectniveau. Het overkoepelende resultaat over de gehele programmaperiode (2018-2022) is dat de basis van de dienstverlening op orde is gebracht. Dit geldt zowel voor de gemeentelijke integrale uitvoeringsorganisatie als voor het regionale WSP. Een aantal deelprojecten is in de programmaperiode onvoldoende van de grond gekomen en zal op een later moment gerealiseerd moeten worden. Deze verbeterpunten zijn genoemd in paragraaf 3.4. Verder heeft de gemeente in 2019, 2020 en 2021 de cliëntervaringen en cliënttevredenheid van Participatiewetcliënten laten onderzoeken. Op het terrein van de Wmo is dit een wettelijke verplichting, op het terrein van de Participatiewet niet. De gemeente Gouda laat met deze periodieke onderzoeken zien dat ze de ervaringen van cliënten belangrijk vindt. De raad is over de uitkomsten van deze onderzoeken geïnformeerd. In het volgende hoofdstuk vatten we de belangrijkste resultaten samen.

Om de mening van de raad op te halen is een korte raadsenquête opgesteld met een aantal vragen over de kaderstelling en verantwoording. Hier hebben tien raadsleden op gereageerd, waarvan de helft ook al

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

29/34

vóór de recente verkiezingen in de raad plaatsnamen. De antwoorden van de andere vijf respondenten (welke nieuw in de raad hebben plaatsgenomen) nemen we gepast mee in onze overwegingen. De raad geeft aan overwegend positief te zijn over in hoeverre zij worden meegenomen in het opstellen van kaders. Over de verantwoording van de resultaten zijn ze niet volledig tevreden. Ze geven daarnaast aan dat ze voldoende gevoel bij de uitvoeringspraktijk te hebben. Men geeft aan dat er korte lijntjes met Promen zijn en dat werkbezoeken mogelijk zijn, hoewel dat al even geleden lijkt te zijn. Meer raadsbezoeken lijken dus een wens te zijn. Daarnaast geeft men aan niet altijd voldoende inzicht in de instrumenten en overwegingen daartoe te hebben, alsook de kosten er van. De kwaliteit van de verantwoordingsinformatie wordt wel overwegend positief beoordeeld, waarbij iets minder dan de helft van de respondenten (die al eerder plaatsnamen in de raad) hier negatief over is. De timing van verantwoordingsinformatie wordt als positief beoordeeld, en men geeft aan dat deze tijdig genoeg is om bij te kunnen sturen. Het onderwerp Participatie leeft niet heel sterk bij de Raad, zo geven zij dit op een schaal van 1 tot 10 gemiddeld een 6.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

30/34

HOOFDSTUK 5.

Cliëntervaringen 5.1

Inleiding

Om vast te stellen in hoeverre klanten tevreden zijn met de gemeente Gouda hebben we een beeld gevormd van de cliëntervaringen op basis van ervaringsonderzoeken onder zowel cliënten als werkgevers gedaan. We zien zowel werkzoekenden als werkgevers als klant van de gemeente, aangezien zij beide een dienst of ondersteuning ontvangen. We hebben gebruik gemaakt van een recent uitgevoerd ervaringsonderzoek dat in opdracht van de gemeente is gedaan. 5 In alle vier de Groene Hart gemeenten bleek het nodig om zelf een ervaringsonderzoek onder werkgevers uit te voeren. Omdat een belangrijk deel van de werkgevers regionaal werkt en omdat er voor de vier Groene Hart gemeenten twee en niet vier werkgeversservicepunten zijn, hebben we in totaal twaalf interviews afgenomen. Het is van belang om op te merken dat het ervaringsonderzoek wat wij zelf hebben uitgevoerd een relatief beperkte omvang heeft en dat het beeld dat we op basis daarvan gevormd hebben wel illustratief is maar niet representatief. Dat wil zeggen dat we met het beeld uit de ervaringsonderzoeken wel onze andere bevindingen kunnen illustreren en nuanceren maar ze niet kunnen opvatten als eigenstandige bevindingen.

Als er sprake is van een representatief aantal werkgevers dan zou het aantal interviews hoger liggen en dan zouden de onderzoeken cliënttevredenheidsonderzoeken kunnen worden genoemd, waaruit eigenstandige conclusies kunnen worden getrokken.

5.2

Ervaringen van werkzoekenden

Zijn bijstandsgerechtigden tevreden met de ondersteuning van de gemeente? Welke effecten ervaren bijstandsgerechtigden van de ondersteuning van de gemeenten? Om de ervaringen van cliënten in Gouda te onderzoeken hebben wij gebruik gemaakt van een eerder uitgevoerd kwalitatief cliënttevredenheidsonderzoek uit december 2021. Dit onderzoek is met een respons van veertig cliënten voldoende representatief om mee te nemen in het onderzoek en voorkomt dat klanten dubbel belast worden met vragen over hun ervaring. De cliënten in Gouda geven aan over het algemeen tevreden te zijn met de dienstverlening van de gemeente. Ze ervaren een positieve bejegening bij de aanvraag van ondersteuning en geven aan goed te zijn geholpen. De meeste van de cliënten in Gouda ontvingen ondersteuning bij het vinden van een nieuwe baan. Het merendeel voelt zich echt geholpen door de consulent, hoewel het voor een deel van de cliënten ook niet voldeed aan de verwachtingen. In zo’n geval waren de aangeboden vacatures niet altijd passend of kreeg men niet de verwachte hulp. De meeste cliënten wisten in korte tijd een baan te vinden, hoewel dit voor een klein deel niet per se als een passende functie wordt ervaren. De knelpunten die naar voren zijn gekomen zijn de wisselingen van personeel, de stress die wettelijke wachttijd oplevert en een gebrek aan nazorg.

De positieve ervaringen van cliënten en de ervaren knelpunten komen in grote lijnen overeen met onze andere bevindingen die we in eerdere hoofdstukken hebben geschetst. Zo blijkt uit ons beeld van de uitvoering dat de menselijke maat een belangrijk uitgangspunt is. Dat uitgangspunt is van invloed op de cultuur binnen de integrale uitvoeringsorganisatie en heeft haar weerslag op de bejegening van cliënten.

5 I&O Research, ‘Dienstverlening Participatiewet gemeente Gouda’, december 2021.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

31/34

Het gebrek aan capaciteit en de wisselingen van personeel blijken eveneens uit ons beeld van de uitvoering, net als de bevinding dat er momenteel een gebrek is aan nazorg.

5.3

Ervaringen van werkgevers

Hoe tevreden zijn werkgevers met de dienstverlening van de gemeenten (het aanleveren van kandidaten voor vacatures en het bieden van ondersteunende instrumenten om werkzoekenden aan de slag te helpen) en met het proces van de dienstverlening? De werkgeverservaringen van Gouda zijn zoals toegelicht gebaseerd op een kleine steekproef onder werkgevers in de regio, die ervaring hebben met de dienstverlening. Rekening houdend met de omvang van de steekproef hebben we hier ook een aantal ervaringen kunnen ophalen. De ervaringen van werkgevers zijn over het algemeen positief. De werkgevers geven aan een vaste accounthouder binnen de gemeente te hebben waar zij goed contact mee hebben en tevreden over zijn. De accounthouder weet over het algemeen goed wie past bij de werkgever en draagt zo de juiste kandidaten aan. Daarnaast is de gemeente ook proactief in het aanbieden van kandidaten, en doet zij dit niet alleen wanneer er een vacature uit staat. Dit wordt gewaardeerd door de werkgevers, en zij beschrijven de gemeente dan ook als bereidwillig om mee te denken. De gemeente denkt goed mee in de begeleiding van kandidaten en biedt jobcoaching aan wanneer nodig, iets waar de werkgevers zich positief over uitlaten. Als laatst ervaren de werkgevers weinig administratieve lasten en een snelle reactie van de gemeente indien nodig.

Een laatste punt dat werd meegegeven is dat de gemeente niet altijd beschikt over een volledig zicht op alle beschikbare kandidaten, waar de werkgever in deze tijden van personeelstekorten juist op zoek is naar veel kandidaten.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

32/34

Bijlage 1. Referentiegemeenten Gouda • • • • • • • • • •

Alkmaar Gorinchem Hilversum Hoogeveen Hoorn Leidschendam-Voorburg Maassluis Rheden Wageningen Zoetermeer

Bijlage 2. Midden-Holland

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

33/34

Onderzoek uitvoering Participatiewet Gouda

34/34

‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: • Toekomst van werk en organisatie • Energietransitie • Transformatie van zorg • Transformatie van openbaar bestuur

Berenschot Groep B.V.

Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl

TECHNISCHE REACTIE VAN GEMEENTE GOUDA D.D. 30 JUNI 2022 BETREFT: NOTA VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK PARTICIPATIEBELEID GROENE HART REKENKAMER

Paginanummer en regelnummer

Opmerking

11, regel 7 (de figuur)

De figuur is o.i. onduidelijk waardoor het lijkt of de arbeidsmarktregio Midden-Holland alleen bestaat uit Krimpenerwaard. Suggestie ter verbetering zou zijn: duidelijk te maken welke gemeenten behoren tot de arbeidsmarktregio Midden-Holland. De sociale dienst in Gouda heeft sinds 1-1-2021: de Integrale Uitvoeringsorganisatie (IUO). Dit geldt voor alle keren dat ‘sociale dienst’ in het rapport wordt gebezigd: moet zijn: integrale uitvoeringsorganisatie. De term ‘sociale dienst’ hanteren we niet meer. Niet alle Groene Hart gemeenten zijn partner van Promen. Gemeente BodegravenReeuwijk (wel Groene Hart gemeente, wel gemeente uit de arbeidsmarktregio MiddenHolland, wel deelnemer aan WSP Midden-Holland) is geen partner van Promen. Deze gemeente is partner van Ferm Werk (ontwikkelbedrijf Woerden). Gemeente Zuidplas (als Groene Hart gemeente) is geen partner in het WSP MiddenHolland. Partner gemeenten in het WSP Midden-Holland zijn; Gouda, Waddinxveen, Krimpenerwaard en Bodegraven-Reeuwijk. Moet zijn: harmoniseren én professionaliseren van de werkgeversdienstverlening. Aanvulling: Tevens worden middelen ‘Versterken arbeidsmarkt’ ingezet. WSP Midden-Holland kent een jaarlijks uitvoeringsplan (geen projectplan). Gouda hanteert geen doelstelling voor instroom (monitort de instroom wel) en heeft hier ook geen streefwaarde voor.

Bij voornaamste indicatoren/streefwaarden ontbreken in de rapportage: t.w. het aantal gerealiseerde garantiebanen, aantal gerealiseerde Beschut Werken plekken, aantal plaatsingen via social return, jeugdwerkloosheid, de waardering van cliënten voor de dienstverlening en de uitstroom van statushouders naar werk en/of school (er wordt niet gestuurd op: het aantal statushouders in de bijstand). “in het bijzonder statushouders” geeft te veel accent aan deze groep. Dit doet geen recht aan de dienstverlening aan de andere doelgroepen. Integraal team moet zijn: multidisciplinair team Door de sociale dienst moet zijn: door een consulent expertise werk en inkomen in de integrale uitvoeringsorganisatie.

11, regel 7 en algemene opmerking 11, regel 10

11, regel 16 en 17 12, regel 20 12, regel 20 12, regel 21 12, regel 23 12, regel 24

13, regel 13 13, regel 22 13, regel 24

Opmerking wel of niet overgenomen in rapport Overgenomen

Overgenomen Overgenomen

Overgenomen Overgenomen Overgenomen Overgenomen Overgenomen Overgenomen

Overgenomen Overgenomen Overgenomen

Toelichting

13, regel 27 13, regel 33-39

14, regel 3 14, regel 4 14, regel 19 14, regel 20 14, regel 32 en 33 14, regel 42 15, regel 2 15, regel 6

15, regel 13/14

De gemeente Gouda kijkt juist naar mogelijkheden en talenten van de cliënten (ipv focus op de belemmeringen). Het Werkpunt is een dienstverleningsvorm én een pilot onder het WSP. Het intensieve contact tussen de adviseur WSP en de werkzoekende staat hierin centraal. Er kunnen branchetrajecten ingezet worden, maar dit is geen specifiek doel op zich. Het Werkpunt maakt voor de matching verder gebruik van bestaande én nieuwe werkgeversrelaties. Branchetrajecten kunnen voor alle werkzoekenden ingezet worden vanuit het WSP. Het lijkt nu of de gemeente alleen scholing en bemiddeling na en tijdens werk inzet voor klantgroep 2 en 3. Hiervoor worden echter veel meer instrumenten ingezet. Zie ook het verslag van de re-integratie 2020-2021. Aanvulling: en waaronder ook de dienstverlening en branchetrajecten van het WSP. Eind 2021 waren het bijna 500 dossiers (begin 2021: 460). Het gaat niet om vinden van Participatieplaatsen, maar om sociale activering, bv door vrijwilligerswerk. Gemeente Gouda heeft geen Participatieplaatsen ingezet in 2020 en 2021. ‘Organiseert de gemeente weerbaarheidstrainingen’ vervangen door: werkt continue aan goede werkafspraken en verbeterpunten in de dienstverlening. Hiervoor worden ESF-subsidies ingezet. Er zijn meerdere (niet slechts 1) speciale consulenten voor mensen met een arbeidsbeperking Aanvulling: in behandeling zijn bij een GGZ-instelling.

We herkennen niet dat we geen specifieke interventies hebben voor cliënten die niet beschut kunnen werken en niet bij een reguliere werkgever. Wij hebben deze cliënten in beeld en bieden hen ondersteuning

Overgenomen

Het WSP Midden-Holland werkt conform Uitvoeringsplannen (niet: projectplan) en stimuleert werkgevers om op een mensgerichte, slimme en financieel aantrekkelijke manier te ondernemen. Daarmee wil het WSP meer mensen in Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard en Waddinxveen aan het werk helpen en houden. (niet: hoofddoel is harmoniseren).

Deels overgenomen

pagina 2

Overgenomen

Overgenomen Overgenomen Overgenomen Overgenomen Overgenomen Overgenomen Overgenomen Deels overgenomen

De cliëntgroep is in beeld en krijgt ondersteuning, maar er is geen specifieke interventie geconstateerd die recht doet aan het geconstateerde probleem. We hebben dit in de tekst verhelderd. De gesuggereerde formulering vertelt niet wat er verandert in de dienstverlening van het WSP en is daarom niet

15, regel 16 15, regel 21 15, regel 27 15, regel 29-32

16, regel 7-8 16, regel 14

17, regel 14 17, regel 19 18, regel 1 18, regel 2 18, regel 11 en 12

18, regel 25 18, regel 26 en 27

Sinds januari 2022 onder 1 functioneel leidinggevende Aanvulling: een gezamenlijk CRM systeem WBS is in 2022 ingevoerd. Zie de eerdere opmerking over het Werkpunt (bij pagina 13). Het is niet zo dat de branchetrajecten alleen maar aan het Werkpunt gekoppeld zijn. Branchetrajecten worden uitgevoerd door het WSP. Het RMT Midden-Holland is ingericht medio 2021. Gelet op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt moeten medewerkers soms van baan wisselen, of zich aanpassen om hun huidige werk te kunnen behouden. Sommige mensen hebben daar extra ondersteuning bij nodig. Gemeenten, vakbonden, UWV, werkgeversorganisaties en onderwijsinstellingen werken samen om die hulp te kunnen bieden en vormen samen RMT Midden-Holland. Het WSP, RMT en Leerwerkloket werken steeds meer samen. Dit geldt voor cliënten uit klantgroep 4 (die niet kunnen werken); cliënten uit klantgroep 3, ook met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, worden wel vaker gesproken. Gezamenlijk CRM systeem (WBS) is wel ingevoerd voor werkgeversrelaties en vacatures. Er is geen gezamenlijke werkzoekendensysteem waardoor matching niet mogelijk is. Het gaat hier dus om een gezamenlijk matchingssysteem en niet zozeer om een CRM systeem. Het CRM systeem dat we gebruiken is over de grenzen van de AMR inzichtelijk. Er wordt niet aangegeven om welke sociaal-economische kenmerken het gaat. Deze cijfers zijn niet te herleiden.

Kan worden aangegeven welke data uit welke bon(nen) hiervoor zijn gebruikt. Aanvulling: … de bijstandsdichtheid in Gouda in 2020 en 2021 hoger dan … Welke beslissingen in beleid en uitvoering leiden dan tot die hogere instroom? Dit wordt niet duidelijk uit de tekst. De factor situatie op de arbeidsmarkt (in de arbeidsmarktregio en in aanpalende regio’s zoals de regio Rijnmond) kan hebben bijgedragen aan hogere instroom en achterblijvende uitstroom. Gouda heeft geen doel gesteld voor de instroom. Wel voor afname van het aantal dossiers en afname van het aantal langdurig bijstandsgerechtigden. In het verslag van de re-integratie 2020-2021 wordt aangegeven: De gepresenteerde resultaten van de re-integratie zijn sterk negatief beïnvloed door de coronacrisis en geven meer een beeld van hoe de gemeente Gouda de coronacrisis doorstaat. op blz 3 en 15

pagina 3

Overgenomen Overgenomen Overgenomen

geschikt als toelichting op het uitvoeringsplan.

Overgenomen

Overgenomen Overgenomen

Overgenomen Overgenomen Overgenomen

Overgenomen Niet overgenomen.

Er staat al in de tekst het volgende benoemd: “In het jaarverslag 2020 wordt de coronacrisis als

18, regel 28 en 29

De factor situatie op de arbeidsmarkt (in de arbeidsmarktregio en in aanpalende regio’s zoals de regio Rijnmond) kan hebben bijgedragen aan hogere instroom en achterblijvende uitstroom.

Niet overgenomen.

19, regel 7-9

Dit is verantwoord in de jaarverslagen 2019 (op blz. 36 en 42; afname van 177); van 2020 (op blz. 38 en 45; afname van 338); en van 2021 (op blz. 45 en 56; afname van 465) Participatieplaatsen zijn niet ingezet in 2020 en 2021. Dat er begin 2019 geen registraties waren van de inzet van vrijwilligerswerk en overige sociale activering heeft vooral te maken met onvolledige registratie in de Suite (na opschoning en nieuwe start cf de SRG-systematiek). Hier is en wordt hard aan gewerkt; deze registratie is op dit moment nog niet 100% compleet.

Overgenomen

21, regel 1 21, regel 8-15

pagina 4

Overgenomen Overgenomen

verklaring genoemd voor achterblijvende resultaten, maar deze verklaring gaat niet op voor de achtergebleven prestaties op het terrein van in- en uitstroom, om bovengenoemde redenen.” In het rapport staat het volgende benoemd: “Aangezien de coronacrisis in alle gemeenten in Nederland speelde en aangezien we Gouda hebben vergeleken met gemeenten met een vergelijkbare sociaaleconomische structuur, is de hogere instroom waarschijnlijk het gevolg van het beleid en de uitvoering in Gouda.”

21, regel 13 22, regel 9 22, regel 30,31

24, regel 5

24, regel 12 en 13

26, regel 23

Navraag bij cliënten leert dat een groot deel vrijwilligerswerk doet of mantelzorg verleent. Eind 2021 waren het bijna 500 dossiers (begin 2021: 460). Maatregelen niet doorgaan aanvullen met: of moesten anders worden vormgegeven. De opmerking over rijksbudget voor LKS obv realisaties klopt vanaf 1 januari 2022. Dit is niet relevant voor de onderzoeksperiode 2019-2021, toen het budget voor loonkostensubsidies nog meeging in de verdeling via het objectieve verdeelmodel.

Overgenomen Overgenomen Niet overgenomen

Aanvulling: daarnaast was er in 2020 een eenmalig voordeel van 439.00 euro veroorzaakt door de correctie compensabele BTW over voorgaande jaren. Voor een bedrag van 439.000 euro is teveel betaalde BTW terugontvangen nadat bezwaar is gemaakt bij De Belastingdienst. In onze beleving bevatten de jaarverslagen niet weinig informatie over hoe het ervoor staat met concrete indicatoren en streefwaarden. Vermeld worden nl (programma 4, Thema: Programma 'naar een nieuwe sociale dienst' en aan het werk en meedoen): • Banen • Bijstandsdichtheid • Aantal dossiers • Uitstroom naar werk en/of school • Uitstroom van statushouders • Afname aantal langdurig uitkeringsgerechtigden • Aantal gerealiseerde garantiebanen (vs doel) • Aantal gerealiseerde Beschut Werken plekken (vs doel) • Aantal plaatsingen social return (vs doel) • Waardering van cliënten voor de dienstverlening als geheel • Extra gerealiseerde plaatsingen door het WSP • Aantal gerealiseerde leer-werkplekken door het WSP • Deelname aan IPS trajecten, school@work • Aantal besluiten Tozo • Aantal besluiten TONK En bij Jeugdwerkloosheid het aantal werkzoekende jongeren (bij programma 1 in de begroting)

Overgenomen

Het rapport uit december 2021 betreft een kwalitatief onderzoek. Voor de duidelijkheid is het misschien goed te vermelden dat dit niet hetzelfde is als het jaarlijkse (kwantitatieve en schriftelijke/digitale) cliënt tevredenheidsonderzoek.

Overgenomen

pagina 5

Overgenomen

Dit contextgegeven is van belang voor een van onze aanbevelingen voor de toekomst.

26, regel 33

Figuren in bijlage 2 op blz. 29

algemeen

Tav de stress die de wettelijke wachttijd oplevert: wij constateren o.b.v. van de CTO’s van de afgelopen 4 jaar dat het % cliënten dat hier problemen mee heeft structureel afneemt, van 57% in 2018 via 51% in 2019 tot 41% in 2021. Streven van de gemeente Gouda is dat de eerste betaling binnen 30 dagen na melding wordt gedaan. Figuren genummerd van links naar rechts, van boven naar beneden: - Figuur 4:één contactpersoon voor de werkgever: dit is geregeld voor de hele arbeidsmarktregio, gemeenten en UWV - Figuur 5: 2e balkje: er is 1 functioneel leidinggevende voor de hele arbeidsmarktregio - Figuur 5: 3e balkje: de uitvoering werkt op één fysieke locatie: pijltje moet staan bij ‘anders’ - Figuur 5: 4e balkje: de uitvoering van de hele arbeidsmarktregio komt wekelijks bij elkaar (pijltje moet staan bij lichtblauwe deel van de balk) - Figuur 7: 4e balkje: Er is ander budget voor de matching van alle doelgroepen voor de gehele arbeidsmarktregio (pijltje moet staan in lichtblauwe deel)

Bronvermelding bij de tabellen en figuren ontbreekt

Schenderling, P.J., et al. (2019), ‘Inventarisatie regionale dienstverlening aan werkzoekenden (met en zonder een arbeidsbeperking) en aan werkgevers’. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van SZW.

1

pagina 6

Deels overgenomen

Overgenomen

De figuur heeft het volgende doel: “Drie jaar geleden was er nog beperkt sprake van regionale samenwerking binnen het WSP Midden-Holland, waardoor er sprake was van een achterstand, zo bleek uit een onderzoek van Berenschot 1 uit 2019 naar de harmonisatie in dienstverlening in alle 35 arbeidsmarktregio’s (zie bijlage 2).” We hebben voor de duidelijkheid het jaartal 2029 erbij vermeld. De figuur zelf passen we niet aan, gelet op het doel dat we ermee hebben.

Toelichting op format: De eerste twee kolommen worden door de gemeente ingevuld. De laatste twee kolommen worden ingevuld door de onderzoekers.

pagina 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=ab393743-5d2e-4f3a-8fb8-b201f40c5b8f