CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Gouda - NvB - 12 mei.pdf

Raadsvergadering 14 april 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Aanbevelingen GHR rapport Duurzaamheid13.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

attendeert het DPG erop dat ondernemers op individueel niveau aangesproken moeten worden om

aan te sluiten bij hun belevingswereld, behoeften en belangen.

Inwoners worden het beste bereikt als zij worden aangesproken door mede-inwoners. Inwoners

kunnen sommige dingen beter onderling organiseren dan de gemeente en vinden vaak makkelijker de juiste toon. Ook is het makkelijker om de follow-up te organiseren van reacties en vragen die

voortkomen uit een bijeenkomst Het is goed dat de gemeente hier gebruik van maakt en deze

kwaliteiten inzet. Indien de inzet van vrijwilligers semi-professionele vormen aan begint te nemen,

ontstaat er een situatie waarin een zekere vergoeding vanuit de gemeente reëel wordt, indien hiermee wordt bijgedragen aan uitvoering van gemeentelijk beleid. In dit verband werden de termen

‘beroepsvrijwilligers’ en ‘vrijwilligers-uitvoeringsorganisatie van de gemeente’ genoemd. Hiermee

wordt voorkomen dat vrijwilligers overbelast raken, of dat een organisatie te kwetsbaar wordt omdat vrijwilligers afscheid nemen op het moment dat zij andere bezigheden krijgen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

28

Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording B1.1 Interviews In de interviews zijn antwoorden op de deelvragen achterhaald. Daarbij is gebruik gemaakt van het toetsingskader dat vooraf met de Groene Hart Rekenkamer is afgestemd. De interviews zijn

opgenomen en de geluidsopnamen kunnen geraadpleegd worden bij SME. Van de interviews met raadsleden en met het college van B&W zijn beknopte verslagen gemaakt die voor akkoord zijn

voorgelegd aan geïnterviewden en beschikbaar gesteld aan de Rekenkamercommissie. Er is gesproken met de volgende partijen:

Gemeente Gouda 1.

Gemeenteraadsleden

2.

Wethouder Duurzaamheid

3. 4. 5. 6.

7.

(D66, SP, PvdA, Partij voor de Dieren, VVD, CDA, Gouda's 50+ Partij, GroenLinks, CU, SGP) Ambtenaren Duurzaamheid

Ambtenaren beleidsvelden die raakvlakken hebben met duurzaamheid Inwoners(organisaties)*

Bedrijven(vertegenwoordigers)

Maatschappelijke organisaties en vrijwilligersinitiatieven

Overig 8.

9.

NME Centrum De Zwanebloem

Projectorganisatie Regionale Energiestrategie (RES)

10. Omgevingsdienst Midden Holland (duurzaamheidsambtenaren) *Voor het interview met inwoners(organisaties) was een lage opkomst, gezien de grote hoeveelheid initiatieven binnen de gemeente. Het beeld dat ontstaan is, geeft een indruk, maar is mogelijk niet voldoende representatief.

B1.2 Geraadpleegde documenten Gedurende het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: o

Gemeentelijke DuurzaamheidsIndex (www.gdi.databank.nl)

o

Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2018-2022

o

Uitvoeringsprogramma Duurzame Ontwikkeling 2020-2023

o

Verkenningsdocument raadsbrede werkgroep energietransitie ‘Kan niet bestaat niet’ (2019)

o

Folder Duurzaam Gouds Erfgoed (2019)

o

Uitvoeringsagenda programma Klimaatadaptatie (2019)

o

Memo “Gouda gooit niets meer weg” (2015)

o

Nationale monitor duurzame gemeenten

o

Coalitieakkoord 2018-2022: Nieuwe energie. Samenwerken en investeren voor Gouda

o

Programmabegroting 2019-2022

o

Programmaplan Energietransitie Gebouwde Omgeving 2019-2022

o

Rapport Strategie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (2019)

o

Subsidieverordening Groen-moet-je-doen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

29

o

Beleidsnota ‘Afval Scheiden Loont’

o

Mobiliteitsplan Gouda 2017-2026

o

Beheerplan Groot- en Vervangingsonderhoud Openbare Ruimte 2016-2019

o

Structuurvisie Groen

o

Voortgangsrapportage Gouda Enervisa 2017

o

Gemeentelijk Rioleringsplan Gouda 2019-2023

o

Woonvisie Gouda 2015-2020

o

Verkeerscirculatieplan Gouda (2019)

o

Rapport Groen, Groener, Gouda (2017)

o

Prestatieafspraken Raamovereenkomst wonen Gouda 2017-2020

o

Maatschappelijke Vergroeningsagenda Gemeente Gouda (2015)

o

Gouds duurzaamheidskompas

o

Website Groenalliantie Midden-Holland

B1.3 Toetsingskader Deelvraag 1 (kaders): Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk is vormgegeven. 1.2 Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met welke maatregelen wil de gemeente invullingen geven aan de doelstellingen? - Welke duurzaamheidsthema’s komen aan bod, zijn deze ladingdekkend? - Is per thema de link gelegd met landelijke en regionale kaders? - zijn naast de gemeente ook andere partijen betrokken bij opstellen & uitvoeren? Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid procesmatig is vormgegeven: 1.5 Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? - Betrokkenen - Partijen die niet betrokken zijn maar wel betrokken hadden kunnen worden 1.6 Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid? - Betrokkenen - Partijen die niet betrokken zijn maar wel betrokken hadden kunnen worden 1.7 Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen? - Programmabegroting 2019 (/2020 indien beschikbaar) Is de uitvoering effectief? 1.3 In hoeverre draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen? - aansluiting doelstellingen lokaal <---> doelstellingen landelijk/regionaal (aansluiting qua thema’s en aansluiting qua ambitieniveau) 1.4

Zijn de gekozen maatregelen realistisch en is het aannemelijk dat hiermee de beoogde (eigen, lokale) doelstellingen worden behaald? - inschatting haalbaarheid capaciteit / budget / doorlooptijd - inschatting juiste richting en grootte (voldoende inzet van middelen)

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

30

Deelvraag 2 (inhoudelijke prestaties), Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Toetsingscriterium Waar staat de gemeente? 2.1 Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welke resultaat is bereikt op elk thema? - resultaten benchmark per thema (GDI, NMDG, klimaatmonitor) - resultaten recente evaluaties per thema 2.2

Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode? - het te overbruggen verschil tussen de landelijke/regionale/lokale doelen enerzijds en de resultaten benchmarks/recente evaluaties anderzijds - welke minder zichtbare uitdagingen vermelden betrokkenen (inhoudelijk)

Deelvraag 3 (proces), Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van

doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving? Toetsingscriterium Op welke manier wordt intern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.5 Hoe verloopt de samenwerking intern (gemeenteraad <--> college van B&W <--> ambtelijke organisatie)? Wordt er integraal gewerkt of zitten er tegenstrijdigheden in het werk van verschillende beleidsterreinen? - is er draagvlak voor het duurzaamheidsbeleid bij raad, college en ambtelijke organisatie? - hebben raad, college en ambtenaren dezelfde speerpunten? - hoe wordt door raad, college en ambtenaren omgegaan met strijdige belangen (duurzaamheid versus een ander belang)? Op welke manier wordt extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.6 Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving? - Hoe word de samenwerking ervaren door elke partij? (productief, stroef, anders…) Welke rol heeft de gemeenteraad? 3.1 Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad invulling gegeven in het behalen van beoogde effect en doelstellingen (incl.

evalueren / bijstellen van beleid)? - op welk(e) moment(en) heeft de raad kaders gesteld - op welke manier(en) heeft de raad kaders gesteld (bijvoorbeeld: controleren of de juiste expertise betrokken is geweest bij het ontwerp, zelf inhoudelijk reageren op een voorstel of in een vroeg stadium zelf mee ontwerpen in bijvoorbeeld een creatieve sessie) - op welk(e) moment(en) heeft de raad de voortgang gecontroleerd - op welke manier(en) heeft de raad de voortgang gecontroleerd (bijvoorbeeld: actief zelf op zoek naar informatie of zich baseren op wat wordt aangeboden) - zijn kaders bijgesteld gedurende de looptijd van het duurzaamheidsbeleid (en zo ja: wat is er veranderd aan de kaders en wat was de aanleiding voor bijstelling) 3.2 Hoe en in hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van uitvoering van de beleidsdoelstellingen? - welke / welk type / hoeveel informatiemomenten zijn er geweest

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

31

Toetsingscriterium Welke rol heeft de gemeente? 3.3 Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft. - in welk kwadrant van het NSOB-model (zie schema hieronder) bevindt de gemeente zich Welke rol hebben partijen in de samenleving? 3.4 Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering? - gaat de samenleving in op uitnodigingen van de gemeente tot samenwerking - neemt de samenleving zelf duurzame initiatieven - betrekt de samenleving de gemeente

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

32

Bijlage 2: Landelijke en regionale kaders Voor de vijf onderzochte duurzaamheidsthema’s in dit onderzoek zijn de kaders en doelstellingen

grotendeels op (inter)nationaal of provinciaal niveau bepaald. In dit hoofdstuk zijn kort een aantal voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid relevante beleidskaders genoemd.

B2.1 (Inter)nationale kaders Energietransitie In 2015 is in het internationaal Klimaatakkoord Parijs afgesproken de opwarming van de aarde te

beperken tot maximaal 2 graden ten opzichte van het pre-industriële niveau, met het streven een

maximale temperatuurstijging van anderhalve graad. In onder andere het Energieakkoord (2013), de

Klimaatwet (2019) het Klimaatakkoord (2019) wordt de Nederlandse ambitie – energieneutraal en aardgasloos in 2050 – verder uitgewerkt. Het Nederlands Klimaatakkoord is de invulling van de Klimaatwet en is een vervolg op het Energieakkoord dat in 2020 afloopt. Inzetten op enerzijds

energiebesparing en anderzijds opwekking van duurzame energie gaan daarbij hand in hand. Belangrijke landelijke ambities zijn: o

2050: Energieneutraal en aardgasloos

o

2030: 49% minder broeikasgassen dan in 1990

o

14 % hernieuwbare energie 2020 en 16% in 2023

o

2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990

o

1,5% energiebesparing per jaar

Klimaatadaptatie Ook al gaat het ons lukken de opwarming van de aarde tot een maximum van 2 graden te beperken, dan nog zullen we ons moeten voorbereiden op de gevolgen van een onvermijdelijke klimaatverandering (zoals wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen). In het Nationaal Deltaprogramma 2015 zijn de nationale Deltabeslissingen opgenomen: o o

in 2050 is Nederland zo klimaatbestendig als mogelijk ingericht.

In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is vastgelegd dat 'klimaatbestendig en waterrobuust’ inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel is van het beleid en handelen’ van overheden.

De implementatie van deze plannen zijn nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het tijdpad opgenomen: uiterlijk in 2019 moesten de

kwetsbaarheden in beeld gebracht zijn via een stresstest. Aansluitend wordt een risicodialoog gevoerd

met stakeholders om te komen tot een uitvoerings- en investeringsagenda. Deze moet uiterlijk in 2020 klaar zijn.

Circulaire Economie Het streven naar een circulaire economie draagt bij aan de bescherming van natuurlijke hulpbronnen en het beperken van klimaatverandering. In een circulaire economie worden producten en

grondstoffen na gebruik weer ingezet om nieuwe waarden te genereren. Op landelijk niveau zijn

ambities gesteld in o.a. het Rijksbrede programma Circulaire Economie en het Grondstoffenakkoord. Concreet zijn de doelstellingen: o

2050 Nederland volledig circulair in 2050 en in 2030 50% minder gebruik van primaire grondstoffen

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

33

o

2020: 75% bronscheiding van het huishoudelijk afval en maximaal 100 kg restafval per inwoner per

o

2025: maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Afvalscheiding moet uiteindelijk

o

Duurzaam inkopen door overheden

jaar. (Inzameling van bedrijfsafval is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Vereisten daarvoor

zijn opgenomen in de Wet Milieubeheer.)

richting de 100%.

Biodiversiteit De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen het Europese kader voor bescherming van biodiversiteit in

de Europese Unie. Ze vereisen dat EU-lidstaten bepaalde handelingen die schadelijk zijn voor vogels en andere aangewezen dier- en plantensoorten verbieden. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn

schrijven voor dat lidstaten beschermingszones aanwijzen ten behoeve van het Europese Natura 2000-

netwerk, het netwerk van beschermde natuurgebieden dat moet zorgen voor de bescherming van de

biodiversiteit in de EU. Nederland heeft de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de wetgeving. In Nederland is sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking

getreden. Die verplicht iedereen zorg te dragen voor alle (inheemse) planten en dieren in Nederland.

In (naar verwachting) 2021 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. Daarmee biedt de Omgevingswet straks mogelijkheden om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur.

De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk wettelijk gereedschap kan

worden ingezet om het milieu te beschermen. Nog niet alle milieuwetten zijn in de Wet milieubeheer

ondergebracht. De belangrijkste 'losse' wetten zijn: de Wet Geluidhinder, de Waterwet, de Wet

bodembescherming en de Meststoffenwet. Deze wetten zullen net zoals de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer opgenomen worden in de Omgevingswet.

In de natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) beschrijft het kabinet in grote lijnen het

natuurbeleid voor de komende jaren, tot 2025. Een belangrijke omslag in het denken daarin is: natuur hoort midden in de samenleving thuis en niet enkel in beschermde natuurgebieden. Daarnaast wordt

de ambitie uitgesproken om natuurbeleid te verbinden met andere grote maatschappelijke opgaven

van dit moment. Denk bijvoorbeeld aan kringlooplandbouw, energietransitie, uitbreiding van woongebieden, ontwikkeling van infrastructuur en minder uitstoot van stikstof. Duurzame mobiliteit

Gemeenten hebben te maken met verschillende duurzaamheidsaspecten van mobiliteit. Denk

bijvoorbeeld aan het stimuleren van (duurzaam) elektrisch vervoer, het stimuleren van fietsgebruik en het verduurzamen van mobiliteitsgedrag (makkelijk switchen tussen modaliteiten, reistijden, zuinige rijstijl, minder reizen, etc).

In het Klimaatakkoord zijn op het thema mobiliteit de volgende voor gemeenten relevante afspraken gemaakt: o

Duurzame inkoop eigen wagenpark (lichte voertuigen emissieloos in 2030, zware voertuigen

o

Duurzame inkoop doelgroepenvervoer (zoveel mogelijk emissieloos in 2025, uiterlijk in 2030

o

emissieloos vervoer uiterlijk in 2030 als voorwaarde bij inkoop van opdrachten

zoveel mogelijk emissieloos in 2030)

zonder emissies)

Daarnaast zijn in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) afspraken gemaakt over de uitrol van

publieke laadinfrastructuur, waarvoor gemeenten in 2020 plaatsingsbeleid moeten hebben vastgesteld.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

34

B2.2 Regionale kaders Energietransitie In de energiestrategie van de Provincie Zuid-Holland zijn de volgende provinciale ambities vastgelegd: o

9% van de energieconsumptie in Zuid-Holland wordt duurzaam opgewekt.

o

20 petajoule benutting van restwarmte, aardwarmte en WKO (warmte- en koudeopslag) in de

o

735,5 megawatt wind op land; komt overeen met 6,6 petajoule bruto eindverbruik.

o

o

7,8 petajoule besparing en transitie in de industrie en gebouwde omgeving.

glastuinbouw en steden.

1,5 petajoule zonne-energie.

In de provincie Zuid-Holland wordt in 7 regio’s een Regionale Energiestrategie (RES) ontwikkeld.

Gouda behoort tot de RES-regio Midden-Holland. Op 1 juni 2020 2 moet een concept-RES gereed zijn.

Het zoveel mogelijk toepassen van beschikbare restwarmte, aardwarmte en aquathermie zijn (concept-

) uitgangspunten voor de RES’sen in Zuid-Holland.

In het provinciaal coalitieakkoord is afgesproken de plaatsingsvisie voor windmolens aan te passen. De voorkeur ligt daarvoor bij lijnopstellingen langs infrastructuur en grote open wateren en niet bij het Groene Hart, Hoeksche Waard, Midden-Delfland en natuurgebieden. Klimaatadaptatie De provincie Zuid-Holland heeft in de Klimaatadaptatiestrategie Provincie Zuid-Holland (2018) de

ambitie opgenomen om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn en zich voor te

bereiden op weersextremen en bodemdaling. In 2020 is klimaatadaptatie integraal onderdeel van het provinciaal handelen en beleid. De provincie heeft zich hard gemaakt om ook het aspect

‘bodemdaling’ landelijk hoger op de agenda te krijgen. De klimaatadaptatiestrategie richt zich op de volgende deelthema’s: o

Toekomstbestendige bebouwing

o

Een groene leefomgeving (Natuur en groen)

o

Robuuste infrastructuur

o

Zoet water en drinkwater

o

o

Een adaptieve economie en landbouw

Veerkracht bij weersextremen

In het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (2019) is de ambitie vastgelegd dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk klimaatadaptief worden gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Circulaire economie Een volledig circulaire economie in 2050; dat is de ambitie van de Provincie Zuid-Holland. Biodiversiteit In de Beleidsvisie Duurzaamheid en Milieu 2013-2017 (BvDM) staat hoe de provincie omgaat met

duurzaamheid bij ontwikkeling op diverse terreinen als economie en natuur. Ook staat erin hoe de

provincie invulling geeft aan haar wettelijke milieutaken en de uitvoering daarvan. De Beleidsvisie is verlengd tot en met mei 2019.

2

Deadlines zijn na uitvoering van het onderzoek enkele maanden uitgesteld vanwege de Corona-crisis.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

35

In het coalitieakkoord van de provincie Zuid-Holland zijn onder andere de volgende punten opgenomen: o

We willen de doelen behalen van het Natuurpact uit 2013 en de Kaderrichtlijn Water (KRW) en

o

We behouden en beschermen de Natura2000-gebieden. Wij willen hier geen ontwikkeling of

Natuurnetwerk Nederland (NNN).

uitbreiding van (recreatie)huizen of bedrijfshuisvesting.

Duurzame mobiliteit Voor mobiliteit is in het coalitieakkoord van de provincie het streven opgenomen dat goede

bereikbaarheid duurzaam wordt met energieneutrale infrastructuur en duurzaam/circulaire aanleg en

beheer. Slimme oplossingen voor bus en trein gaan daarbij samen met fiets- en wandelvoorzieningen, met oplaadplekken voor e-bikes. Geïnvesteerd wordt in OV-hubs en versterken van drukke trajecten van bus en trein. Ook wordt ingezet op schone binnenvaart en transport over water. Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) De Omgevingsdienst handhaaft het activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij grotere instellingen (gebruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (equivalent) per jaar)

energiebesparende maatregelen moeten treffen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Sinds 2019 hebben de instellingen een informatieplicht.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

36

Bijlage 3: Lokaal Duurzaamheidsbeleid De langetermijnambitie van de gemeente Gouda is een CO2-neutraal Gouda in 2040. Die ambitie is

uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2016 – 2019, het Coalitieakkoord 2018-2022, en in het nieuwe Uitvoeringsprogramma Duurzame Ontwikkeling 2020-2023. Er is geen (recent)

overkoepelend duurzaamheidsbeleid waarin voor verschillende duurzaamheidsthema’s een ambitie. Er is een Programma Energietransitie en een Programma Klimaatadaptatie waarin samengewerkt wordt met raadswerkgroepen. Energietransitie In het ‘Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2016 - 2019; Op weg naar een CO2-neutraal’ was de doelstelling opgenomen om in 2040 CO2-neutraal te zijn. Om dat te halen, waren de volgende tussendoelen gesteld: a.

De eerste stap daartoe op korte termijn is een reductie van de CO2-uitstoot in de hele stad

met minimaal 25% in 2020 ten opzichte van 2012.

b. Tenminste 1,5% energiebesparing per jaar, met als tussendoel 6% energiebesparing in 2020 c.

ten opzichte van 2015 voor de hele stad.

10% toename van productie van duurzame energie in 2020 ten opzichte van 2015.

In het Coalitieakkoord 2018-2022 wordt een ‘vooruitstrevende inzet rond energietransitie’

aangekondigd met een apart raadsprogramma op dit thema. Het eerdere doel om in 2040 CO2-

neutraal te zijn blijft gehandhaafd, met als aanvulling om in 2040 ook een gasvrije stad te zijn.

In 2025 wil de gemeente een eerste Goudse woonbuurt gasloos hebben. (bron: Programmabegroting)

Die ambitie ligt daarmee hoger dan die van de regio Midden-Holland. Die wil in 2050 een energieneutrale regio zijn.

Het ‘programmaplan Energietransitie Gebouwde Omgeving 2019 – 2022’ is in januari 2020 vastgesteld. Het plan richt zich op 4 ambities: 1.

CO2 neutraal in 2040

2.

30% energiebesparing in 2050

4.

Eerste woonbuurt aardgasvrij in 2025

3.

Aardgasvrij in 2040

Deze collegeperiode moeten de volgende producten opgeleverd worden: 1.

Transitievisie Warmte

3.

Plan van Aanpak 1e woonbuurt aardgasvrij

2.

4.

Als onderdeel van de regio Midden-Holland een Regionale Energiestrategie

Stadsbrede campagne gericht op isoleren en aardgasvrij maken

In de folder Duurzaam Gouds Erfgoed geeft de gemeente tips voor verduurzaming van monumenten, gericht aan eigenaren van de panden. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie en hieraan gerelateerde onderwerpen bodemproblematiek, groen en water worden in het Coalitieakkoord nadrukkelijk benoemd als uitdaging voor de gemeente Gouda. Gouda wil

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

37

werken aan een toekomstbestendige stad in relatie tot wateroverlast, hitte en droogte. Tegelijkertijd moet de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad vergroot worden.

Gouda heeft een ‘Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda’ opgesteld in het kader van het

raadsprogramma klimaatadaptatie. Dit richt zich onder meer op kwetsbaarheden in Gouda in relatie

tot wateroverlast of overstroming bijvoorbeeld bij extreme regenbuien en idem op hitte en droogte. In het plan is rekening gehouden met de landelijke kaders van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en

met de randvoorwaarden van het nationale Klimaatakkoord. Gouda start in 2020 met de uitvoering van de vastgestelde klimaatadaptatiestrategie. (bron: programmabegroting)

In het coalitieakkoord staan de volgende concrete acties op klimaatadaptatie en aanverwante onderwerpen als bodemproblematiek, groen en water: o

Verbeteren kwaliteit bestaand groen, zowel in parken als in relatie tot het reguliere onderhoud van

o

Voorzetten inzet met het Platform Slappe Bodem: probleem op de agenda houden, verwerven

de openbare ruimte.

structurele middelen voor innovatie en wetenschappelijk onderzoek, aanbieden Gouda als locatie voor Kenniscentrum Bodemdaling (meetsysteem en bezoekerscentrum).

o

o

o

o

Voortzetten deelname aan het landelijke Fonds Duurzaam Funderingsherstel.

Onderzoeken hoe de levenscyclusbenadering toegepast kan worden voor projecten in de openbare ruimte.

Voorzetten project ‘Stevige Stad’, over bodemdaling in de binnenstad

Verkennen mogelijkheid afsluiten regiodeal rondom het thema bodemdaling.

Gouda heeft in de afgelopen periode de vergroening van particuliere tuinen gestimuleerd met

operatie steenbreek (onbekend hoeveel precies). Ook bij het vergroenen van de openbare ruimte

betrekt de stad haar inwoners. Zo kunnen burgers initiatieven indienen om bestaand openbaar groen te verbeteren met de Groen Moet Je Doen-regeling. Circulaire Economie In de memo “Gouda gooit niets meer weg” (november 2015) van het college aan de Raad is

aangegeven dat het noodzakelijk is om het afval scheiden voor inwoners minder vrijblijvend te maken. Dat is uitgewerkt in de beleidsnota ‘Afval Scheiden Loont’. Het beleid richt zich op huishoudelijk afval,

maar ‘bedrijven waarvan het afval naar aard en omvang vergelijkbaar is met huishoudelijk afval (kleine kantoren, winkels, dienstverlening) kunnen fijn restafval via het huishoudelijk afval blijven aanbieden. Zij betalen hiervoor net als nu reinigingsrecht.’ (Beleidsnotitie Afval scheiden loont)

In januari 2018 is het project ‘Afval scheiden loont’ ingevoerd: de afvalstoffenheffing is verlaagd, het

aanbieden van gescheiden afvalstromen is gratis en inwoners betalen nu per keer voor het aanbieden van restafval. Dat levert goede resultaten op: er werd in 2018 134 kg grof en fijn restafval per inwoner per jaar aangeboden (418 kg in totaal incl. gescheiden stromen). In 2016 was dat nog 228 kg, bijna

twee keer zoveel. Het afvalscheidingspercentage lag in 2018 op 68%. In 2016 was dat nog 48% (Bron: Afvalmonitor).

Volgens het coalitieakkoord onderzoekt Gouda ‘samen met het bedrijfsleven {…} hoe afval als

grondstof kan worden benut, ook in het kader van de ontwikkeling van een nieuw Ecopark. Innovaties op dit gebied blijven we benutten.’

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

38

Op het gebied van circulaire economie is het Ecopark van belang. ‘Op basis van de inbreng van diverse belanghebbenden is een voorlopig ontwerp opgesteld. In dit ontwerp is rekening gehouden met een toekomstige doorontwikkeling van het Ecopark in de ontwikkeling naar circulariteit. Uitgangspunt is

dat het Ecopark in de nabije toekomst ook plaats gaat bieden aan start-ups (bedrijfjes) op het gebied van circulaire economie. Daarnaast is er ruimte gereserveerd voor het rondleiden en opleiden van scholieren op het Ecopark op het gebied van afval, duurzaamheid en circulaire economie.’ Duurzame mobiliteit Volgens het concept-Uitvoeringsprogramma is Gouda de vijfde stad van Nederland als het gaat om de verhouding tussen vervoer per fiets/OV en vervoer met de auto, er zijn relatief weinig verplaatsingen met de auto.

In 2017 is het gemeentelijk mobiliteitsplan 2017-2016 vastgesteld door de gemeenteraad. Daarin

wordt een verdeling van ruimte voor het autoverkeer en het langzame verkeer gezocht. In het plan zijn onder andere ambities opgenomen om fietsverkeer te stimuleren, het gebruik van deelauto’s aan te moedigen, en verkeersluwe routes te realiseren. Voor het jaar 2020 zijn acties opgenomen om de

binnenstaddistributie te verduurzamen en arrangementen voor bezoekers te introduceren. In de jaren na 2020 moet er elektrisch openbaar vervoer komen.

Beter benutten van infrastructuur is belangrijker dan het uitbreiden van de infrastructuur. Op gebied van duurzaamheid zet het Mobiliteitsplan vooral in op een aangename fietsstad en schoon vervoer. Op het terrein van mobiliteit richt ook het Coalitieakkoord zich op fietsers, op de Goudse

ontsluitingswegen en op een verdere uitwerking van het parkeerbeleid. Bij dit alles is onder andere oog voor de luchtkwaliteit. Een concrete actie die in het Coalitieakkoord is opgenomen is: o

Gouda positioneren als fietsstad nummer 1 door uitbreiding van het fietsnetwerk. Elk jaar

wordt een fietsknelpunt aangepakt en in de hele stad worden veilige schoolzones aangelegd.

Verkeerscirculatieplan Gouda (oktober 2019):

De gemeente Gouda wil met een Verkeerscirculatieplan de leefbaarheid, fietskwaliteit, duurzaamheid,

verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de stad verbeteren. Met het Verkeerscirculatieplan wordt een concrete invulling van het Mobiliteitsplan voorgesteld. Hierin staat o.a. een autoluwe binnenstad

centraal.

Verkenningsdocument raadsbrede werkgroep energietransitie: ‘De Raadsbrede Werkgroep

Energietransitie vraagt het college om met een kaderstellend document te komen, waarin de uitgangspunten voor plaatsing van deze faciliteiten [laadpalen] worden beschreven.’ Biodiversiteit Gouda heeft beleid op het gebied van groen. De uitgangspunten van het groenbeheerplan 2009-2015 waren: o

De totale groenoppervlakte blijft minimaal gelijk.

o

Het aantal bomen blijft minimaal gelijk aan peil 2006.

o

Intensief te beheren groentypen beperken

o

o

De bomen krijgen de kans om oud te worden

Natuurvriendelijke oevers nemen toe in lengte

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

39

Uit de evaluatie bleek dat het aantal bomen licht is toegenomen, maar ook dat het groenoppervlak

met 2,2% is afgenomen. In de notitie Groen, Groener, Gouda zijn vervolgens mogelijke locaties voor groen aangewezen. In december 2017 heeft de gemeenteraad de beleidsnotitie Groen, groener,

Gouda vastgesteld. Daarin is opgenomen dat Gouda bij planontwikkelingen randvoorwaarden wil meegeven voor te realiseren groen. Hoewel biodiversiteit wel genoemd is als doel, is het niet

uitgewerkt; de gemeente richt zich hierbij vooral op de hoeveelheid groen en niet zozeer op de kwaliteit ervan (biodiversiteit, gevarieerdheid, inheemse soorten, functies als schaduw/koelte,

waterberging, etc.). In het coalitieakkoord 2018-2022 is het volgende opgenomen: “We willen

tegelijkertijd de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad vergroten. Dat kan onder meer door het creëren van nieuw groen en water. We zorgen daarbij voor een samenhangende aanpak met

klimaatmaatregelen, aangezien groen ook een functie kan hebben als het gaat om afwatering en hoe stedelijke hitte-effecten op te vangen.”

‘Indien een projectontwikkelaar aanwezig groen niet behoudt of onvoldoende nieuw groen aanlegt,

moet er financieel gecompenseerd worden door storting van een bijdrage in het Groenfonds. Met de financiën uit dit fonds kan op een andere plek alsnog openbaar groen worden aangelegd.’

De structuurvisie richt zich in hoofdzaak op openbaar gebied en niet op particuliere tuinen. (bron: Structuurvisie Groen). De structuurvisie bevat vijf beleidsregels: o

De oppervlakte bestaand openbaar groen en water, en het aantal bestaande bomen worden

o

Bij planontwikkelingen dient 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden.

ten minste behouden.

o

Als het niet haalbaar blijkt om de vereiste 15% openbaar groen te ontwikkelen, zijn er

o

Voor iedere niet gerealiseerde vierkante meter groen is een compensatiebijdrage aan de

o

compenserende maatregelen mogelijk tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen.

gemeente verschuldigd van € 250 per m2 (prijspeil 2019).

Het college heeft de bevoegdheid te besluiten tot ontheffing of afwijking van de beleidsregels 2, 3 en 4,

In het (GSP) 2007-2015 werd de ruimte geboden voor zelfwerkzaamheid in het openbaar groen. Dit is

uitgewerkt in de subsidieverordening Groen-moet-je-doen, bedoeld voor de aanleg van nieuw

openbaar groen op locaties waar bestrating ligt of bebouwing staat. Een deel van het Groenfonds

wordt beschikbaar gesteld voor subsidie aan bewoners en rechtspersonen om openbare ruimte te

vergroenen. Zonder veel publiciteit te organiseren waren er in 2017 voor 128 initiatieven contracten afgesloten (bron: evaluatie Groenstructuurplan 2007-2015).

In het Groenstructuurplan (GSP) 2007-2015 is aangegeven dat er een zonering gehanteerd wordt van

meer natuurlijk aan de stadsrand naar cultuurlijk groen in het centrum. Dit betekent dat de parken aan de rand van Gouda een meer natuurlijk karakter houden of krijgen. In de groenelementen die deel

uitmaken van het droge ecologische netwerk ligt het accent op natuur, ook als deze elementen (meer) in het centrum liggen. In de klassieke parken in de stad ligt het accent op het cultuurlijke,

oorspronkelijke karakter; waar mogelijk worden binnen dat karakter kansen voor verhoging van

natuurwaarden benut (bijvoorbeeld bloeivormen die aantrekkelijk zijn voor vlinders, bijen en andere insecten).

In 2013 is de ecologische structuur en uitgangspunten voor ecologisch beheer verder aangescherpt op basis van praktijkervaringen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

40

Regionaal wordt samengewerkt binnen de Groenalliantie: ‘Groenalliantie Midden-Holland e.o. is een

samenwerkingsverband van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard. Doel van de samenwerking is het ontwikkelen en beheren van de

natuur- en recreatiegebieden Krimpenerwaard en Reeuwijkse Plassen, en daarmee een aantrekkelijk en duurzaam leefklimaat te realiseren.’ (https://www.groenalliantiemiddenholland.nl/default.aspx)

Wonen Prestatieafspraken Raamovereenkomst wonen Gouda 2017-2020

De prestatieafspraken zijn gemaakt voor de periode 2017 tot en met 2020. o

Hierin is vastgelegd ‘dat de gemeente en de woningcorporaties elkaar als duurzame partners

o

En dat ‘dat partijen veel belang hechten aan het verduurzamen van de bestaande

zien in fysiekruimtelijke ontwikkelingen’.

woningvoorraad in het streven naar een C02-neutrale stad in 2040, waarbij het

Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2019 leidraad is om verduurzaming in Gouda actief op te pakken.’

o

‘dat partijen elkaar in het Bestuurlijke Overleg Prestatieafspraken informeren over de

o

De woningcorporaties streven ernaar dat in 2020 alle corporatiewoningen gemiddeld

o

Partijen streven ernaar dat nieuwe woningen zo toekomstgericht gebouwd worden. Dat wil

strategische voortgang van de afspraken uit deze overeenkomst’ energielabel B ( = Energie-index 1,21-1,40) hebben.

zeggen: zo duurzaam, energiezuinig, levensloopbestendig, veilig en flexibel mogelijk voor zover dat voor de beoogde doelgroep noodzakelijk is

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=385a023a-5767-43b2-a9fb-026d3b6c74ce