CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Gouda - NvB - 12 mei.pdf

Raadsvergadering 14 april 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Aanbevelingen GHR rapport Duurzaamheid13.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kansen voor Duurzaamheid in Gouda

Onderzoek Groene Hart Rekenkamer Nota van bevindingen definitief

Colofon In opdracht van Groene Hart Rekenkamer T.a.v. secretariaat

info@groenehartrekenkamer.nl

Opgesteld door SME

Hak van Nispen, Senior adviseur beleid & proces Jolien Kamermans, Adviseur beleid & proces nispen@sme.nl, kamermans@sme.nl

030 635 89 00

foto: Txllxt TxllxT / CC BY-SA (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) Utrecht, 12 mei 2020

Dit rapport is opgesteld door SME in opdracht van de Groene Hart Rekenkamer. Niets uit deze uitgave

mag op welke wijze dan ook worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van deze partijen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

2

Inhoud 1.

Inleiding

4

2.

Conclusies

7

3.

Bevindingen deelvraag 1: kaders

11

4.

5.

3.1

Inhoudelijke vormgeving duurzaamheidsbeleid

11

3.2

Procesmatige vormgeving duurzaamheidsbeleid (participatie)

13

3.3

Bijdrage van gemeentelijk beleid aan bovenlokale doelen

14

Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke prestaties

16

4.1

Waar staat de gemeente?

16

4.2

Inhoudelijke uitdagingen

20

Bevindingen deelvraag 3: proces

22

5.1

Interne samenwerking

22

5.2

Kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad

22

5.3

Externe samenwerking

24

Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording

29

Bijlage 2: Landelijke en regionale kaders

33

Bijlage 3: Lokaal Duurzaamheidsbeleid

37

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding onderzoek Duurzaamheid is een actueel onderwerp dat sterk in beweging is. Aan gemeenten wordt onder andere in het Klimaatakkoord een regierol toebedeeld bij verduurzaming van de gebouwde omgeving. En op energiegebied worden gemeenten geacht (in samenwerking met andere gemeenten in de regio) een

regionale energiestrategie (RES) en een transitievisie warmte (TVW) te maken. In gesprekken tussen de

Groene Hart Rekenkamer en de programmaraad kwam duurzaamheid als een interessant

onderzoeksonderwerp naar voren, net als het onderzoeksonderwerp ‘wonen’. Door middel van een focus op de ecologische effecten van duurzaamheid en de energietransitie wil de Groene Hart Rekenkamer deze onderwerpen deels verknopen.

1.2 Doelstelling Doelstelling van dit onderzoek is inzicht te krijgen in op welke wijze het duurzaamheidsbeleid in de gemeente is vormgegeven en of de uitvoering effectief en efficiënt is. Daar wordt onder verstaan: o

de gemeenteraad inzicht bieden in waar de gemeente staat met betrekking tot de realisatie

van doelen en ambities,

o

de gemeenteraad inzicht bieden in de manier waarop de inzet van instrumenten bijdraagt aan

o

de gemeenteraad inzicht geven in hoe rollen nu ingevuld zijn en waar kansen voor verbetering

de realisatie van doelen en ambities,

en bijsturing richting de toekomst liggen.

1.3 Werkwijze Het onderzoek is gelijktijdig uitgevoerd voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda,

Waddinxveen en Zuidplas. Vooraf is een toetsingskader opgesteld, wat het beoordelingskader vormt

voor dit onderzoek. Eerst is er een bureaustudie gedaan om te bepalen waar de gemeente staat op het gebied van duurzaamheid en waar inhoudelijke uitdagingen liggen voor de komende periode. Door

middel van interviews met medewerkers van de ambtelijke organisatie, college van B&W,

gemeenteraad en externe partijen is vervolgens een beeld verkregen van inhoudelijke resultaten en

het gevolgde proces. Tenslotte zijn de bevindingen geanalyseerd om te komen tot een conclusie. In

Bijlage 1 is de onderzoeksverantwoording opgenomen.

1.4 Afbakening Afbakening ecologische duurzaamheid Duurzaamheid is een begrip dat specificatie behoeft. In een duurzame samenleving zijn people, planet en profit met elkaar in balans. Vaak wordt duurzaamheid dan ook uitgesplitst in diverse thema’s

binnen elk van deze drie pijlers. In dit onderzoek is gekozen voor afbakening naar de pijler ‘planet’:

ecologische effecten. Dat betekent dat de pijlers ‘people’ en ‘profit’ buiten beschouwing blijven. De rekenkamer kiest voor verknoping van de onderwerpen ‘ecologische duurzaamheid’ en ‘wonen’.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

4

Het onderzoek richt zich daarom op duurzaamheidsambities en doelstellingen in de gebouwde omgeving, voor de volgende thema’s waar ook landelijk momenteel het zwaartepunt op ligt: o

Energietransitie: energiebesparing, opwekken van duurzame energie, aardgasvrij

o

Klimaatadaptatie: de inrichting van de (woon)omgeving zodat die bestand is tegen de

o

Circulaire economie: duurzaam/circulair bouwen, afval, circulair inkopen

o

Biodiversiteit: natuur, bijen en andere bestuivers, duurzaam beheer (FSC, MSC)

o

gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte, grote hoeveelheden water

Duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, fietsbeleid, elektrisch rijden, deelmobiliteit

Gemeentelijke invloed Binnen deze thema’s richt het onderzoek zich op gebieden waarop de gemeente invloed kan

uitoefenen. Als er (landelijk) ambities zijn gesteld op vlakken waarop de gemeentelijke invloed beperkt is, is dat benoemd.

1.5 Onderzoeksvragen Hoofdvraag

De hoofdvraag is: Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? De hoofdvraag is uitgesplitst in drie deelvragen: Deelvraag 1, kaders Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven 1.1

Welke landelijke en regionale kaders zijn er?

1.2

Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met

1.3

Draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen?

1.4 1.5

1.6

1.7

welke maatregelen wil de gemeente invullingen geven aan hun doelstellingen?

Zijn de gekozen maatregelen realistisch en bieden zij voldoende perspectief om beoogde

doelstellingen te behalen?

Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid?

Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid?

Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen?

Deelvraag 2, inhoudelijke prestaties Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? 2.1

2.2

Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde

(recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welke doelstellingen zijn reeds behaald en welk effect is bereikt? Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode?

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

5

Deelvraag 3, proces Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving? 3.1

3.2 3.3

Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden invulling gegeven in het behalen van de beoogde effect en doelstellingen (incl. evalueren / bijstellen van beleid)?

Hoe en in hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van uitvoering

van de beleidsdoelstellingen?

Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de

samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper 3.4

3.5

3.6

die het goede voorbeeld geeft.

Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering?

Hoe verloopt de samenwerking intern (gemeenteraad <--> college van B&W <--> ambtelijke organisatie)? Wordt er integraal gewerkt of zitten er tegenstrijdigheden in het werk van verschillende beleidsterreinen?

Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving?

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

6

2. Conclusies 2.1 Hoofdvraag Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? Conclusie Gouda heeft geen overkoepelend duurzaamheidsbeleid waarin verschillende duurzaamheidsthema’s zijn gebundeld. De raadsprogramma’s Energietransitie en Klimaatadaptatie zorgen voor draagvlak en voor ‘gezamenlijk bouwen aan deze thema’s’ en dat maakt dat naar deze thema’s veel aandacht uit gaat. Gouda heeft voor het thema klimaat de opgave en kwetsbaarheden al in beeld en de uitvoeringsagenda al klaar, eerder dan de landelijke planning. Circulaire economie en duurzame mobiliteit lopen goed. Op het thema biodiversiteit is nog een slag te maken. De gemeenteraad stelt zich actief en betrokken op. Op het gebied van participatie lijkt er een verschil in verwachtingen. Er zijn veel initiatieven vanuit de samenleving en de gemeente biedt kans aan veel mensen om mee te denken en mee te doen. Uit het onderzoek ontstaat het beeld dat er sprake is van ‘naast elkaar aan hetzelfde doel werken’ en dat er vanuit de gemeente geen ruimte en/of behoefte is aan ‘gezamenlijk aan hetzelfde doel werken’. Vanuit de samenleving is hier bij enkele partijen wel behoefte aan.

2.2

Deelvraag 1, kaders

Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Conclusie Gouda legt de focus op energietransitie en klimaatadaptatie. Beleid, processen en inzet zijn voor deze belangrijke thema’s goed op orde. Ook circulaire economie en duurzame mobiliteit krijgen voldoende aandacht. Op biodiversiteit is de inzet minder zichtbaar. Bij het opstellen en uitvoeren van beleid worden zoveel mogelijk partijen betrokken. • • • •

Duurzaamheid is geïntegreerd in elk beleidsveld, maar sturing en overzicht zijn lastig. Brede betrokkenheid bij het opstellen en uitvoeren van beleid. Duurzaamheid werkt integraal door in diverse beleidsvelden Biodiversiteit wordt onvoldoende erkend als zelfstandig en urgent duurzaamheidsthema

Toelichting Duurzaamheid is geïntegreerd in elk beleidsveld, maar sturing en overzicht zijn lastig. De afwezigheid van overkoepelend duurzaamheidsbeleid laat zien dat Gouda al ver is met het integreren van duurzaamheid in elk beleidsveld. Tegelijkertijd maakt dat sturing door de

gemeenteraad lastiger: het is lastig om overzicht te hebben, de integraliteit te bewaken, de definitie en reikwijdte te bepalen van duurzaamheidsthema’s en om de verbinding te leggen tussen duurzaamheidsthema’s.

Brede betrokkenheid bij het opstellen en uitvoeren van beleid Gouda zorgt voor een zo breed en groot mogelijke betrokkenheid bij het opstellen en uitvoeren van

beleid: veel partijen krijgen de gelegenheid mee te denken en hun stem te laten horen. Hoewel deze grootschaligheid niet bij alle partijen tot voldoening leidt (zij ervaren liever persoonlijk contact en

maatwerk in samenwerking), zorgt het er wel voor dat vele meningen en voorstellen gehoord zijn. De

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

7

fase van activering en bewustwording is voorbij, de gemeente richt zich nu op het opschalen naar

grotere stappen en ondersteuning bieden aan waar behoefte aan is. Duurzaamheid werkt integraal door in diverse beleidsvelden

Duurzaamheid werkt integraal door in diverse beleidsvelden en is voor iedereen een vanzelfsprekend

onderdeel, al is het soms zoeken naar de manier waarop duurzaamheid kan worden toegepast. Het al wat oudere Duurzaamheidskompas biedt handvatten voor het toepassen, maar is niet meer bij

iedereen bekend. Het college van B&W en de gemeenteraad laten merken duurzaamheid belangrijk te vinden, waardoor ambtenaren aangemoedigd worden duurzaamheid te integreren in hun werk. Biodiversiteit wordt onvoldoende erkend als zelfstandig en urgent duurzaamheisthema Het gemeentelijk beleid werkt voor energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en

duurzame mobiliteit in dezelfde richting als het landelijk beleid. Voor het thema biodiversiteit is

onvoldoende aandacht. Dit word gezien als een neveneffect van groenbeheer en klimaatadapatatie,

het is nog geen op zichzelf staand onderwerp. Het huidige snelle verlies van biodiversiteit gaat grote

impact hebben op onze voedselvoorziening en leefomgeving. Ook in stedelijk gebied zijn

mogelijkheden om biodiversiteit te versterken. Voor Gouda liggen er kansen om deze mogelijkheden nader te onderzoeken en toe te passen.

2.3 Deelvraag 2, inhoudelijke prestaties Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Conclusie De komende tijd is stevige inzet nodig op duurzame energieopwekking, terugdringen van de hoeveelheid afval en biodiversiteit. De Regionale Energiestrategie (RES) zal naar verwachting versnelling gaan aanbrengen in duurzame energieopwekking. •

•

•

•

•

•

Gouda scoort in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex iets boven het landelijk gemiddelde en in de Nationale Monitoring duurzame gemeenten op plaats 312 (van de 380 onderzochte gemeenten) Energie o de CO2-uitstoot neemt nauwelijks af o er wordt te weinig duurzame energie opgewekt (1,3% i.p.v 14%) o uitdaging: RES en Transitievisie Warmte, netcapaciteit is beperkende factor, geen windmolens in het Groene Hart toegestaan Klimaatadaptatie o Gouda loopt voorop in het opstellen van klimaatbeleid (risicodialoog, uitvoeringsagenda) o uitdaging: bodemdaling, veenweidegebied Circulaire economie o goede score op afvalscheiding o uitdaging: totale hoeveelheid restafval, maatschappelijk verantwoord inkopen Duurzame mobiliteit o veel vervoer per fiets o uitdaging; verankeren in inkooptrajecten vervoer Biodiversiteit o lage score op natuur in de benchmarks o uitdaging: doelstellingen en maatregelen nodig voor behoud en versterken biodiversiteit

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

8

Toelichting Gouda scoort in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex iets boven het landelijk gemiddelde en in de Nationale Monitoring duurzame gemeenten op plaats 312 (van de 380 onderzochte gemeenten) De landelijke benchmarks geven een beeld van hoe de gemeente staat ten opzichte van andere

gemeenten. Daarbij is gekeken naar indicatoren waar de gemeente niet altijd direct invloed op heeft.

De benchmarks zijn dus niet op elk punt een graadmeter voor hoe goed de gemeente haar beleid op

orde heeft, maar geven wel aan waar nog uitdagingen liggen die de gemeente of andere partijen op te lossen hebben.

Waar staat de gemeente en waar liggen uitdagingen per thema Op elk thema is nog winst te behalen (zie bevindingen voor meer detail). De grootste uitdagingen liggen op het gebied van duurzame energie en biodiversiteit.

2.4 Deelvraag 3, proces Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraden, de gemeentes en partijen in de samenleving? Conclusie Intern is draagvlak en een gedeeld doel. De gemeenteraad is actief en betrokken. Gouda zet zich in voor open communicatie en participatie van iedereen die daar belangstelling voor heeft. •

• • • •

Intern is zowel ambtelijk als bestuurlijk draagvlak voor duurzaamheid (wordt belangrijk gevonden en serieus genomen) en het is voor iedereen duidelijk dat energietransitie en klimaatadaptatie speerpunten zijn (raadsprogramma’s) De gemeenteraad stelt zich actief en betrokken op in het stellen van kaders (sturing) en het controleren van de voortgang en laat zich voldoende informeren. De gemeente ontwikkelt zich van ‘rechtmatige overheid’ naar ‘responsieve overheid’. Gouda heeft een samenleving die actief is, ook op het gebied van duurzaamheid. Verschillende partijen hebben verschillende verwachtingen van de wijze van samenwerking.

Toelichting Er is binnen de gemeente overeenstemming over de doelstellingen Intern is zowel ambtelijk als bestuurlijk draagvlak voor duurzaamheid, het wordt belangrijk gevonden

en serieus genomen. Het is voor iedereen duidelijk dat energietransitie en klimaatadaptatie

speerpunten zijn (raadsprogramma’s). Bij strijdige belangen wordt gezocht naar een oplossing die

recht doet aan beide belangen.

De gemeenteraad stelt zich actief en betrokken op in het stellen van kaders (sturing) en het controleren van de voortgang en laat zich voldoende informeren. De raad wordt in een vroeg stadium geïnformeerd en betrokken (raadswerkgroepen), doet

bijvoorbeeld initiatiefvoorstellen, maakt een discussiepaper en stelt technische vragen vanuit een grote betrokkenheid en wens te sturen op duurzaamheid. Bij de raad begint de behoefte aan overkoepelend duurzaamheidsbeleid te ontstaan om deze sturing beter mogelijk te maken. Er wordt verbinding gelegd met de RES en er zijn contacten met de samenleving.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

9

De gemeente ontwikkelt zich van ‘rechtmatige overheid’ naar ‘responsieve overheid’. De afgelopen periode stond in het teken van activering en bewustwording van duurzaamheid intern en in de samenleving (duurzaamheidmakelaar), oftewel werken ‘vanuit de overheid naar de

samenleving’. Momenteel wordt de omslag gemaakt naar het ondersteunen van activiteiten zonder ze

over te nemen of in een gemeentelijk format de duwen, oftewel ‘werken vanuit de samenleving naar

de overheid’. De gemeente werkt voornamelijk vanuit randvoorwaarden naar resultaten. Eerst worden

kaders (randvoorwaarden) opgesteld en vervolgens vindt uitwerking plaats.

De gemeente acteert in de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), verbinder, maatschappelijke facilitator en zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft. Gouda heeft een samenleving die actief is, ook op het gebied van duurzaamheid. De gemeente betrekt de samenleving en nodigt uit tot meedenken en meedoen, door het organiseren van een stakeholdersoverleg en bijeenkomsten waarin inwoners en bedrijven hun mening kunnen

geven. De samenleving neemt ook zelf duurzame initiatieven, er zijn tal van grootschalige en kleinere zichtbare en minder zichtbare initiatieven waarmee bijgedragen wordt aan diverse

duurzaamheidsdoelstellingen. De samenleving zoekt daarbij contact met de gemeente als de meerwaarde daarvan wordt ingezien.

Verschillende partijen hebben verschillende verwachtingen van de wijze van samenwerking. Uit het onderzoek ontstaat het beeld dat er sprake is van ‘naast elkaar aan hetzelfde doel werken’ en

dat er vanuit de gemeente geen ruimte en/of behoefte is aan ‘gezamenlijk aan hetzelfde doel werken’. Vanuit de samenleving is hier bij enkele partijen wel behoefte aan.

De gemeente doet veel aan communicatie en participatie en biedt regelmatig en grootschalig een

ingang voor alle geluiden uit de samenleving. Dit draagt eraan bij dat duurzaamheid leeft in Gouda en het is een voedingsbodem voor initiatieven. Veel initiatieven hebben voldoende aan de steun die de

gemeente nu biedt. Er zijn ook initiatieven die gebaat zijn bij een hechtere samenwerking, op basis van vertrouwen en gelijkwaardigheid. De gemeente is er niet op ingericht om dergelijke ‘individuele’ relaties aan te gaan en te onderhouden.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

10

3. Bevindingen deelvraag 1: kaders In dit hoofdstuk is beschreven hoe het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig is vormgegeven.

3.1 Inhoudelijke vormgeving duurzaamheidsbeleid Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk is vormgegeven. 1.2 Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met welke maatregelen willen de gemeenten invullingen geven aan hun doelstellingen? De landelijke en regionale kaders zijn beschreven in bijlage 2. Het eigen, lokale duurzaamheidsbeleid

van een gemeente wijkt hier soms van af, bijvoorbeeld omdat het al een paar jaar geleden is opgesteld terwijl het landelijke beleid zich momenteel in hoog tempo ontwikkelt, of omdat de landelijke doelen

in een bepaalde gemeente nauwelijks haalbaar zijn binnen de beoogde termijn. Een korte beschrijving

van het lokale duurzaamheidsbeleid van de gemeente Gouda is opgenomen in bijlage 3. Hieronder is een overzicht gegeven van de landelijke en lokale doelstellingen en ambities en de maatregelen waarmee de gemeente deze doelen wil behalen. Landelijke doelen (stand van zaken februari 2020) Energietransitie o 2050: Energieneutraal en aardgasloos o 2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990 o 1,5% energiebesparing per jaar o 2020: 14 % hernieuwbare energie; 2023: 16% (provincie Zuid-Holland acht 9% reëel)

Klimaatadaptatie o 2050: NL klimaatbestendig ingericht. o 2020: klimaatbestendig en waterrobuust handelen

Gemeentelijke doelen & beoogd effect o o o o o o

2040: CO2-neutraal en aardgasvrij 2025: een eerste Goudse woonbuurt gasloos 2020: 25% CO2-reductie t.o.v. 2012 1,5% energiebesparing per jaar 2020: 10% toename van productie van duurzame energie t.o.v. 2015 2050: 30% energiebesparing

Gemeentelijke maatregelen

o o o o o

Transitievisie Warmte Regionale Energiestrategie Plan van Aanpak 1e woonbuurt aardgasvrij Stadsbrede campagne gericht op isoleren en aardgasvrij maken prestatieafspraken woningcorporaties

N.B. Afspraken die via de regionale energiestrategie (RES) worden gemaakt, zijn binnenkort leidend. Deze worden vastgesteld door de gemeenteraad. o

toekomstbestendige stad in relatie tot wateroverlast, hitte en droogte

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

o

Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda opgesteld

11

o

2019 stresstest, 2020 risicodialogen + uitvoerings- en investeringsagenda

Circulaire economie o 2050: NL volledig circulair o 2030: 50% minder gebruik van primaire grondstoffen o 2020: 75% afvalscheiding en max. 100 kg restafval/inw*jr o 2023: zoveel mogelijk gescheiden en max. 30 kg restafval o maatschappelijk verantwoord inkopen Biodiversiteit o beschermen van bestaande natuur o natuur in de samenleving o koppeling met andere maatschappelijke opgaven

o o

o o

o Duurzame mobiliteit o 2030: voertuigen emissieloos (eigen wagenpark, doelgroepenvervoer, inkoop) o 2020: gemeentelijk plaatsingsbeleid laadpalen

o

2020: 75% afvalscheiding en max. 100 kg restafval/inw*jr anderen stimuleren om de principes van een circulaire economie te omarmen en zelf het goede voorbeeld geven

o o o

aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad vergroten 15% openbaar groen te realiseren bij grote bouwplannen bij-vriendelijke gemeente

o

verbeteren leefbaarheid, fietskwaliteit, duurzaamheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de stad

o

o o

o

o o o

o o

Afval scheiden loont onderzoek m.b.t. afval benutten als grondstof manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen ondertekend en actieplan MVI in uitvoering

behoud groenoppervlakte en aantal bomen beperkten intensief beheer groentypen toename lengte natuurvriendelijke oevers beheer zonder chemische bestrijdingsmiddelen

stimuleren fietsverkeer, deelauto’s verkeersluwe routes 2020: binnenstaddistributie verduurzamen na 2020: elektrisch openbaar vervoer eigen wagenpark is 100% elektrisch OV-gebruik wordt gestimuleerd voor woonwerkverkeer

Gouda kent het Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2016 – 2019, het Coalitieakkoord 2018-2022, en in het nog niet vastgestelde Uitvoeringsprogramma Duurzame Ontwikkeling 2020-2023. Er is geen

(recent) overkoepelend duurzaamheidsbeleid waarin voor verschillende duurzaamheidsthema’s een ambitie is vastgesteld. Er is een Programma Energietransitie (met een in januari 2020 vastgesteld

programmaplan) en een Programma Klimaatadaptatie (Programmaplan Klimaatadaptatiestrategie en

Uitvoeringsagenda) waarin samengewerkt wordt met raadswerkgroepen. Duurzaamheid is goed

geborgd in diverse beleidsterreinen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

12

Energietransitie en klimaatadaptatie krijgen veel aandacht en worden uitgevoerd vanuit een

raadsprogramma. De thema’s circulaire economie en duurzame mobiliteit komen in het (concept-)Uitvoeringsprogramma aan bod, hierin zijn ook de ambities samengevat. Voor deze vier thema’s is

duidelijk een link gelegd met de landelijke en regionale kaders. Voor biodiversiteit zijn er verspreid over diverse documenten ambities geformuleerd op het gebied van groen, maar niet zozeer op de

landelijke ambitie om biodiversiteit te behouden en versterken.

3.2 Procesmatige vormgeving duurzaamheidsbeleid (participatie) Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid procesmatig is vormgegeven: 1.5 Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? 1.6 Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid? 1.7 Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen? Participatie bij opstellen van beleid De ambities zijn door de gemeente vastgelegd in het coalitieakkoord. Daarbij zijn geen externe

partijen betrokken. Ook zijn er ambities opgenomen in verschillende sectorale beleidsdocumenten.

Over de economische agenda en het verkeerscirculatieplan, waarin ook duurzaamheidsaspecten zijn verwerkt, hebben bedrijven goed kunnen meedenken.

Voor Energietransitie en Klimaatadaptatie ontstaan de kaders vanuit de raadsprogramma’s. Er zijn

raadswerkgroepen, het college van B&W is betrokken en er vindt veel participatie vanuit de stad plaats (deels vanuit de participatiestructuur die bestaat vanuit de Regionale Energiestrategie (RES)). Deze

benadering vindt de gemeente logisch, omdat de maatregelen ook met de samenleving uitgevoerd moeten worden.

Ook bij het opstellen van de Regionale Energiestrategie (RES) zijn overheden en maatschappelijke partijen betrokken: partijen als gemeenten, provincie, waterschappen, energiecooperaties, duurzaamheidsplatforms (zowel van bedrijven als van inwoners), woningcorporaties,

onderwijsinstellingen, LTO, milieufederatie, Stedin, Alliander. Zij zijn vertegenwoordigd in de

stuurgroep (bestuurlijk niveau) en de werkgroepen (operationeel niveau) voor elk van de drie

programmalijnen elektriciteit, warmte en communicatie/besluitvorming. Het RES-proces wordt door geïnterviewden ervaren als top-down, ondanks het feit dat zij kunnen meedenken. Participatie in de uitvoering Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma duurzaamheid is in overleg met externen (mensen die

graag anderen activeren en hun stem laten horen) bepaald welke acties en maatregelen er worden

getroffen om de duurzaamheidsambities te bereiken. Het Duurzaamheidplatform Gouda (bedrijven)

wordt vaak als klankbord gebruikt. Ook is er jaarlijks overleg met natuur- en milieuorganisaties zoals IVN en KNNV.

Een aantal jaar geleden is het accent verschoven van milieu naar duurzaamheid. Er is toen veel

aandacht besteed aan activering en bewustwording van duurzaamheid intern en in de samenleving.

Daarvoor is een duurzaamheidmakelaar ingezet die veel in gang heeft gezet. Die verbond initiatieven

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

13

in wijken, en verbond ondernemers met bewoners. De gemeente (zowel ambtelijk als bestuurlijk) wil inspelen op volgende fase: ondersteunen van initiatieven op de momenten en manieren waar behoefte aan is. Dat geeft het beeld dat er sprake is van maatwerk. Dat beeld wordt door

geïnterviewden niet bevestigd. Communicatie richt zich ten tijde van de interviews/ onderzoeksperiode

op ‘samen werken aan energietransitie’, waarbij iedereen die meedoet, welkom is.

De gemeente stimuleert samen met het Duurzaamheidsplatform Gouda (DPG, voor bedrijven) en de Omgevingsdienst (ODMH) bedrijven om energie te besparen en zelf energie op te wekken. Interne integrale doorwerking Er is geen team dat zich specifiek richt op duurzaamheid, op diverse plekken in de organisatie zijn

mensen hiermee bezig. Er zijn een coördinator en een duurzaamheidsmedewerker binnen het team Omgeving en er zijn mensen in verschillende teams bezig met duurzaamheid vanuit de raadsprogramma’s Energietransitie en Klimaatadapatie.

Er is de afgelopen jaren geïnvesteerd in het intern op de agenda en ‘tussen de oren’ krijgen van

duurzaamheid. College- en raadsvoorstellen moeten voorzien zijn van een ‘duurzaamheidsparagraaf’. Ondersteuning daarvoor is te vinden in het ‘Gouds duurzaamheidskompas’ (niet (meer) bij iedereen bekend). Uit het onderzoek komt naar voren dat duurzaamheid inderdaad ‘geland’ is in de

geïnterviewde organisatieonderdelen en dat zij het thema zelfstandig toepassen, zonder dat

aanmoediging van een duurzaamheidsmedewerker nodig is. Zo wordt duurzaam vervoer gestimuleerd vanuit Verkeer&Vervoer, bedrijven worden gestimuleerd aan duurzaamheid te werken vanuit de

afdeling Economische Zaken en vanuit Vastgoed worden eigen panden verduurzaamd. Ook vanuit inkoop, facilitaire zaken en openbare ruimte wordt gewerkt aan duurzaamheid.

In het ambtelijke interview wordt de behoefte uitgesproken aan iemand die het duurzaamheidsbeleid

intern uitdraagt en aanjaagt en helpt om het duurzaamheidskompas toe te passen. Er is behoefte aan

een specialist (intern of anders georganiseerd) die kan ondersteunen bij het zoeken naar duurzame

opties die passen binnen het beschikbare budget.

3.3 Bijdrage van gemeentelijk beleid aan bovenlokale doelen Toetsingscriterium Is de uitvoering effectief? 1.3 In hoeverre draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen? 1.4 Zijn de gekozen maatregelen realistisch en is het aannemelijk dat hiermee de beoogde (eigen, lokale) doelstellingen worden behaald? Energietransitie

Het lokale beleid is ambitieuzer dan de landelijke doelen: Gouda wil in 2040 CO2-neutraal zijn terwijl

landelijk de streefdatum op 2050 ligt. Dit helpt de ambtelijke organisatie, omdat in de communicatie de urgentie goed benadrukt kan worden. Vóór 2025 wil Gouda de eerste woonbuurt al van het

aardgas af hebben. Het lokale beleid werkt dus in dezelfde richting als het landelijke beleid, maar

bereikt het doel in theorie eerder. Via het (raads)programma Energietransitie, dat vrij groot is opgezet, wordt hier stevig aan gewerkt. In de regionale energiestrategie (RES) en Transitievisie Warmte krijgt

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

14

het beleid verder vorm en het is te vroeg om daar nu een oordeel over te vormen. Dat neemt niet weg dat de taakstelling voor opwekking en besparing aanzienlijk is. Klimaatadaptatie

Het lokale beleid is in lijn met het landelijk beleid. Het (raads)programma Klimaatadaptatie geeft

richting en vaart: de gemeente heeft in beeld wat er nodig is om in 2050 een klimaatbestendige

inrichting te hebben en werkt hier gericht aan. In april 2019 zijn met de raadsbrede werkgroep in een

klimaatatelier de knelpunten, kansen en prioriteiten afgestemd: een risicodialoog. In mei 2019 zijn de

externe stakeholders die een rol spelen in de fysieke leefomgeving betrokken. Kwetsbaarheden en

kansen zijn in beeld en de strategie is gericht op het voorkomen van overstromingen, wateroverlast,

droogte en hitte. Of maatregelen voldoende effectief zullen zijn, zal de komende jaren duidelijk

worden.

Circulaire economie

Het lokale beleid is in lijn met het landelijk beleid, maar er is meer inzet nodig om de landelijke doelen te behalen. Door invoeren van ‘Afval scheiden loont’ worden goede resultaten behaald. Voor

huishoudelijk afval voldoet het scheidingspercentage (68%) nog net niet aan de landelijke doelstelling (75%), maar het komt er wel redelijk bij in de buurt (wat best een prestatie is, zeker voor een stad). De hoeveelheid grof en fijn restafval (134 kg) komt in de richting van de landelijke doelstelling (100 kg in 2020), maar er ligt nog een flinke opgave om de volgende doelstelling te bereiken (30 kg in 2025).

Volgens het coalitieakkoord onderzoekt Gouda ‘samen met het bedrijfsleven {…} hoe afval als

grondstof kan worden benut, ook in het kader van de ontwikkeling van een nieuw Ecopark. Innovaties op dit gebied blijven we (de gemeente) benutten.’ Duurzame mobiliteit

Gouda werkt aan diverse ambities op het gebied van duurzame mobiliteit en draagt daarmee bij aan het landelijk beleid. Er wordt onderzocht of een zero emissiezone in de binnenstad mogelijk is, ook

vanuit het idee van een ‘aantrekkelijke binnenstad’. In inkooptrajecten voor vervoer (eigen wagenpark, doelgroepenvervoer) heeft duurzaamheid nog geen nadrukkelijke plek, zoals in het Klimaatakkoord opgenomen. Wel zijn er in 2019 vier voertuigen vervangen en nu 100% elektrisch. Biodiversiteit

Waar mogelijk worden kansen voor verhoging van natuurwaarden benut (bijvoorbeeld bloeivormen

die aantrekkelijk zijn voor vlinders, bijen en andere insecten). Gouda is een bij-vriendelijke gemeente en past ecologisch beheer toe. Er is een stadsecoloog in dienst.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

15

4. Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke prestaties In dit hoofdstuk is beschreven waar de gemeente staat met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities.

4.1 Waar staat de gemeente? Toetsingscriterium Waar staat de gemeente? 2.1 Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welk resultaat is bereikt op elk thema? Er is niet gerekend ‘van maatregel naar effect’, d.w.z. er is niet in detail nagegaan in hoeverre elke

voorgenomen maatregel daadwerkelijk is uitgevoerd en hoe deze heeft bijgedragen aan de eigen

doelstelling. Wel is op een hoger niveau gekeken naar de overall prestatie op elk thema. Zo wordt

duidelijk op welk(e) (sub)thema(’s) er voor de gemeente extra inspanningen wenselijk zijn om de eigen en/of landelijke doelen te behalen. Of de gemeente deze inspanningen ook daadwerkelijk kan leveren, is niet alleen afhankelijk van beschikbare capaciteit, budget en bestuurlijke focus, maar vaak ook van externe factoren, zoals beschikbare ruimte of beperkende regelgeving.

Om inzicht te krijgen in de overall prestatie van de gemeente is gebruik gemaakt van verschillende landelijke benchmarks 1: o

de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI, versie 2018 -de meest recente versie op het

moment van onderzoek)

o

de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten (Telos, versie 2018-de meest recente versie op

o

Afvalmonitor (ministerie van I&W), gegevens 2018

het moment van onderzoek)

Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI) 2018 Bij de gemeentelijke DuurzaamheidsIndex (www.gdi.databank.nl) scoort Gouda een 5,4. Het landelijk

gemiddelde is 5,8. Op het onderdeel ‘Milieu en energie’ scoort Gouda een 5,2 (landelijk gemiddelde:

5,1). Gouda scoort laag op de thema’s water, natuur, CO2-uitstoot en hernieuwbare energie. Hieronder zijn de printscreens van de website opgenomen:

1

Daarnaast is de Klimaatmonitor beschikbaar, waarin op gedetailleerder niveau informatie beschikbaar

is. Dat detailniveau voert te ver voor dit onderzoek. Ook is Waarstaatjegemeente.nl beschikbaar. Hiervan is geen gebruik gemaakt omdat deze monitor grotendeels gebaseerd is op dezelfde

informatie als de GDI.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

16

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

17

Nationale monitor duurzame gemeenten TOTAALSCORE SCORE 47.8

RANK 264

ONTWIKKELING 48

SOCIAALCULTUREEL KAPITAAL SCORE RANK 29.1 256

ECOLOGISCH KAPITAAL SCORE 46.4

RANK 312

ECONOMISCH KAPITAAL SCORE RANK 48.1 121

De score is totaal plaats 264 van 380 onderzochte gemeenten en de score op ecologisch kapitaal is plek 312 van de 380 onderzochte gemeenten. Inhoudelijke prestaties uitvoering beleid Energie

In 2017 concludeerde DWA in een tussenrapportage het volgende: o

o

o o

De ambitie om in 2040 CO2-neutraal te zijn, was in het jaar 2017 voor 8% gehaald.

Er is 1,5% aan energiebesparing gerealiseerd. Hierbij was de doelstelling 6% in 2020 ten opzichte van het jaar 2015.

De toename van de productie duurzame energie ligt op 2,1%. Hierbij was de doelstelling 10%

in 2020 ten opzichte van het jaar 2015.

De doelstelling om in 2040 CO2-neutraal te zijn, is ambitieus. Er is een start gemaakt, maar om echt resultaat te boeken, is het noodzakelijk om een aantal grote projecten uit te voeren. De

gemeente Gouda zal dus nog een forse inzet moeten doen om haar doelstellingen te kunnen bereiken.

Bron: voortgangsrapportage Gouda Enervisa 2017

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

18

De landelijke doelstelling om in 2020 14% hernieuwbare energieopwekking te realiseren (en in 2023

zelfs 16%), wordt op dit moment nog niet gehaald. In 2017 was dit slechts 1,3% (landelijk gemiddelde:

5,8%).

Via de Regionale Energiestrategie krijgt de gemeente inzicht in wat er nodig is om de energieambities te behalen. Een bottleneck hierin is windenergie. Om voldoende energie op te kunnen wekken, wordt

grootschalige windenergie door alle geïnterviewde partijen gezien als noodzakelijk. Hiervoor is slechts

beperkt ruimte in het Groene Hart, bijvoorbeeld langs bestaande infrastructuur. De provincie geeft hier echter geen toestemming voor. Dit is een lastige uitdaging waar geen eenvoudige oplossing voor

bestaat. Gelijktijdig wordt gewerkt aan de Transitievisie Warmte, ook die gaat de komende periode meer duidelijkheid en richting geven en het onderwerp concreter maken. Klimaatadaptatie

De gemeente heeft in beeld wat er nodig is om in 2050 een klimaatbestendige inrichting te hebben en

heeft ook al maatregelen geformuleerd in een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie om hier gericht aan te werken. Op basis van landelijke afspraken hoeft die pas in de loop van 2020 klaar te zijn; Gouda

loopt hierin dus voorop. Het effect hiervan is nog niet uit te drukken in meetbare prestaties. Circulaire economie

Voor huishoudelijk afval voldoet het scheidingspercentage (68%) nog net niet aan de landelijke

doelstelling (75%), maar het komt er wel redelijk bij in de buurt. De hoeveelheid grof en fijn restafval

(134 kg) komt in de richting van de landelijke doelstelling (100 kg in 2020), maar er ligt nog een flinke

opgave om de volgende doelstelling te bereiken (30 kg in 2025). Er wordt samen met het bedrijfsleven

gezocht naar hoe afval als grondstof kan worden benut. Circulariteit is geborgd in het inkoopbeleid. Duurzame mobiliteit

Gouda werkt aan diverse ambities op het gebied van duurzame mobiliteit en is momenteel fietsstad

nummer 5. Eigen medewerkers krijgen meer reiskostenvergoeding voor woon-werk-verkeer als zij met het openbaar vervoer komen dan wanneer ze met de auto komen.

Biodiversiteit

In stedelijk gebied is het versterken van biodiversiteit een uitdaging. Gouda heeft weinig buitengebied of groen. Daardoor is de score op natuur in de landelijke benchmarks laag. Dit zijn echter aspecten waar de gemeente geen tot nauwelijks invloed op heeft. De gemeente heeft wel invloed op de

kwaliteit van het aanwezige groen (aantrekkelijk leefgebied voor diverse soorten). Gouda werkt met een kaart en uitgangspunten voor ecologisch beheer om biodiversiteit te bevorderen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

19

4.2 Inhoudelijke uitdagingen Toetsingscriterium 2.2

Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode?

Het ombouwen van de bestaande stad op het gebied van energie en klimaat is een uitdaging. Energietransitie 1.

De grootste uitdaging ligt op dit moment bij de energietransitie. De ontwikkeling van de regionale

energiestrategie (RES), Transitievisie Warmte en komen tot een aanpak voor aardgasvrije wijken is de komende tijd voor alle gemeenten in het land een grote opgave. Naast beleid en doelen gaat het ook om het betrekken van de stakeholders, als bedrijfsleven, organisaties, woningbouwcorporaties, netbeheerders en bewoners. De technische, ruimtelijke en sociale gevolgen en

mogelijkheden worden momenteel voor de regio en voor elke gemeente in kaart gebracht. Een grote uitdaging lijkt er te liggen bij voldoende netcapaciteit, waar de netbeheerder niet

‘speculatief’ de capaciteit mag uitbreiden. Daarbij komen ook vraagstukken naar voren als

wel/geen warmtenet vanuit de haven van Rotterdam en wel of geen windmolens in het Groene

Hart.

Voor de gemeente Gouda ligt er een uitdaging om de gemeentelijke organisatie toe te rusten zodat deze adequaat kan inspelen op ontwikkelingen. Zo is er bijvoorbeeld nog geen centrale

coördinatie van het aantakken van een warmtecirculatienet op diverse nieuwe ontwikkelingen. Dat

betekent dat het al dan niet aantakken afhankelijk is van individuele projectontwikkelaaars. Daarmee worden mogelijk kansen gemist, ook op het gebied van aantrekken van subsidie. Klimaatadaptatie 2.

De komende tijd moet de uitvoeringsagenda worden uitgevoerd, waarmee een klimaatbestendige inrichting bereikt wordt. Het Groene Hart is als een van de laagstgelegen punten van Nederland kwetsbaar. Het thema ‘water in de binnenstad’ heeft prioriteit vanwege de combinatie van een dalende bodem, de hoge (grond)waterstand en gevarieerde funderingen (bv. houten palen).

Circulaire economie 3.

De hoeveelheid huishoudelijk afval moet verkleind worden van de huidige 134 kg/inwoner naar 100 kg in 2020 (en 30 kg in 2025). Een gemeente kan een voorbeeldrol pakken als het gaat om duurzaamheid. Door echt werk te maken van circulair/maatschappelijk verantwoord inkopen

(deelname aan Manifest MVI) en door de eigen gebouwen energieleverend /klimaatadaptief te

maken, door groen en inrichting te verduurzamen en het gebruik te verduurzamen ontstaat een

interne cultuur binnen de gemeente die uitstraalt naar bewoners en bedrijven en die doorwerkt in al het andere beleid van de gemeente. Duurzame mobiliteit 4.

Op het gebied van mobiliteit ligt de uitdaging in het verankeren van duurzaamheid in

inkooptrajecten voor vervoer (eigen wagenpark incl. vaartuigen, doelgroepenvervoer). Ook is er

een rol voor de gemeente in het faciliteren van de ontwikkeling naar fietsen, elektrisch vervoer en vervoer op waterstof.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

20

Biodiversiteit 5.

Om biodiversiteit te behouden en te versterken is beleid nodig dat hier specifiek op gericht is. In

stedelijk gebied is er vanzelfsprekend minder groen dan in buitengebied. Biodiversiteit (gevarieerdheid, stabiele ecosystemen, inheemse soorten, verbinding met omliggende

natuurgebieden, etc.) kan versterkt worden door hier specifieke doelstellingen voor te formuleren

en de juiste omstandigheden te bevorderen. Hier worden al bewuste stappen in gezet, deze zijn echter niet (recent) op papier terug te vinden.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

21

5. Bevindingen deelvraag 3: proces In dit hoofdstuk is beschreven op welke manier intern en extern wordt samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities. Er is aangegeven welke rol de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving hebben.

5.1 Interne samenwerking Toetsingscriterium Op welke manier wordt intern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? College, raad en ambtelijk apparaat staan er hetzelfde in: duurzaamheid is belangrijk en wordt serieus genomen. Ook bestuurlijk is duurzaamheid verankerd in verschillende beleidsterreinen: de feestelijke

opening van zonnepanelen op een zwembad wordt door de wethouder sport gedaan. Het stadium van

weerstand is voorbij, het is meer de vraag hóe je duurzaamheid bereikt (hoeveel mag het kosten, wat is het gangbare kwaliteitsniveau). Op dat vlak is ruimte voor verschillende interpretaties. Strijdige

belangen doen zich niet vaak voor of worden zo opgelost dat zowel recht gedaan wordt aan duurzaamheid als aan het andere belang.

De raadswerkgroepen energietransitie en klimaatadaptatie zijn platformen waarin raadsleden, college

en ambtenaren laagdrempelig met elkaar in contact zijn, waarin informatie beschikbaar is en meningen al ruim voor de fase van besluitvorming zichtbaar worden. Dit bevordert dat binnen de gemeente ‘de neuzen dezelfde kant op staan’. Ook is er vanuit de raadswerkgroep energietransitie een verbinding met de regionale energiestrategie (RES).

De interne integrale doorwerking is beschreven in paragraaf 5.2.

5.2 Kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad Toetsingscriterium Welke rol heeft de gemeenteraad? 3.1 Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden invulling gegeven in het behalen van beoogde effect en doelstellingen (incl. evalueren / bijstellen van beleid)? 3.2 Hoe en in hoeverre worden de gemeenteraden geïnformeerd over de voortgang van uitvoering van de beleidsdoelstellingen? Kaderstellende en controlerende rol Vooral op het gebied van energietransitie en klimaatadaptatie is de gemeenteraad uitgebreid betrokken bij het voorbereiden en stellen van kaders, met name via de raadswerkgroepen.

(Voorgenomen) besluiten worden regelmatig al in een vroeg stadium voorgelegd. De gemeenteraad doet raadsinitiatiefvoorstellen (energietransitie, klimaatadaptatie), dient moties in (bijvoorbeeld over

circulariteit en vergroening van de fysieke ruimte) en stelt veel technische vragen. Ook komt het voor dat raadsleden zelf een onderwerp agenderen en hiervoor een ‘discussiepaper’ schrijven (openbaar groen).

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

22

De concept-RES wordt door de gemeenteraad vastgesteld, ookal is dit formeel een

collegebevoegdheid. De gemeenteraad krijgt dus vroeg de kans kaders te beïnvloeden. Vanuit de RES

wordt gezien dat raadsleden wat zoekende zijn naar hun positie. Ze worden geacht lokaal te besluiten over onderwerpen op de lange-termijn en op bovenlokaal schaalniveau. Er is behoefte aan om deze

besluiten ‘terug te rekenen’ naar wat er in deze bestuursperiode nodig is aan investeringen. Ook is het

lastig dat de keuze voor dit schaalniveau betekent dat een gemeente soms meer energie zal moeten

opwekken dan voor de eigen gemeente nodig is, om in de regionale behoefte te kunnen voorzien. Dat botst met andere lokale belangen in de ruimtelijke inpassing.

Overkoepelend duurzaamheidsbeleid ontbreekt nog. Wel bestaat er de verzameling van ambities op verschillende duurzaamheidsthema’s in het nog niet vastgestelde uitvoeringsprogramma

duurzaamheid en duurzaamheid wordt zelfstandig opgepakt vanuit verschillende beleidsterreinen. Dat is een goed teken: Gouda is al ver en duurzaamheid is min of meer vanzelfsprekend geworden. De

keerzijde hiervan is dat een helicopterview ontbreekt, de gemeenteraad krijgt moeilijk overzicht en het is moeilijk om voortgang te monitoren. De raad heeft behoefte aan het voeren van een debat om te

bepalen welke thema’s er onder het duurzaamheidsbeleid vallen, wat de reikwijdte is van die thema’s, hoe thema’s met elkaar samen hangen en hoe deze tegen elkaar afgewogen (geprioriteerd) kunnen worden. Het ontbreken van overkoepelend beleid maakt het lastiger om te sturen op wat op korte termijn het grootste resultaat oplevert en welke investering er nu gedaan moet worden om op

middellange termijn resultaat te boeken. Het nog vast te stellen ‘Uitvoeringsprogramma duurzame

ontwikkeling’ verzamelt de duurzame ambities van bestaand sectoraal beleid en vult daarmee een deel

van deze behoefte in, maar raadsleden hadden graag meer invloed willen hebben op het stellen van

kaders die hierin zijn opgenomen. Informatie aan de raad

Voor raadsleden is duurzaamheid een pittig onderwerp. De opgave is groot en complex, er is technisch inhoudelijke kennis nodig om de dilemma’s en uitdagingen goed te snappen en om oplossingen gefundeerd tegen elkaar af te kunnen wegen. Het is moeilijk om te beschikken over objectieve

informatie (de heersende meningen over wat de duurzame optie is variëren voortdurend). Dat werkt

terughoudendheid in de hand voor het nemen van onomkeerbare besluiten die later mogelijk tot spijt

leiden. Het gemiddelde raadslid mist de tijd om zich hier goed in te kunnen verdiepen. Raadsleden zijn

dus deels afhankelijk van de informatie die zij aangereikt krijgen en de informatie waar zij zelf om vragen. Er worden regelmatig technische vragen gesteld.

De raadswerkgroepen worden als zeer positief ervaren. Via deze kanalen krijgt de raad voldoende

informatie om te kunnen sturen en is er contact met het college van B&W en ambtenaren. Op andere duurzaamheidsonderwerpen wordt per beleidsveld gerapporteerd. Voor die onderwerpen vinden

raadsleden het soms lastig om voldoende informatie en overzicht te krijgen om onder tijdsdruk goed te kunnen sturen.

Over de RES worden raden goed geïnformeerd via een raadsinformatiebrief en regionale avonden

voor volksvertegenwoordigers waarin raadsleden ‘aan de knoppen kunnen draaien’. Ook is er aandacht voor de RES in een interne nieuwsbrief van de griffie

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

23

5.3 Externe samenwerking 5.3.1

Rol van de gemeente

Toetsingscriterium Welke rol heeft de gemeente? 3.3 Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft. De afgelopen periode stond in het teken van activering en bewustwording van duurzaamheid intern en in de samenleving door onder andere de duurzaamheidmakelaar, oftewel werken ‘vanuit de

overheid naar de samenleving’. Momenteel wordt de omslag gemaakt naar het ondersteunen van

activiteiten zonder ze over te nemen of in een gemeentelijk format de duwen, oftewel ‘werken vanuit

de samenleving naar de overheid’.

De gemeente werkt voornamelijk vanuit randvoorwaarden naar resultaten. Eerst worden kaders (randvoorwaarden) opgesteld en vervolgens vindt uitwerking plaats.

De gemeente is daarmee in transitie van ‘rechtmatige overheid’ naar ‘responsieve overheid’.

Figuur 1 Verschillende vormen van overheidssturing (bron: ‘Sedimentatie in sturing, Systeem brengen in netwerkend werken door meervoudig organiseren’, NSOB-publicatie 2015)

De gemeente acteert in de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), verbinder, maatschappelijke facilitator en zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft. kenniscentrum

De gemeente stelt de weg open naar kennis, bijvoorbeeld via het Duurzaam Bouwloket. De ODMH is

voor ambtenaren het kenniscentrum.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

24

verbinder

De gemeente brengt partijen bij elkaar in het stakeholdersoverleg, bestaande uit 40-50 mensen van

organisaties, instellingen, bedrijven en verenigingen. Deze partijen krijgen gezamenlijk een programma van workshops, presentaties, ze wisselen ervaringen uit, kunnen netwerken en elkaar helpen

problemen op te lossen. De gemeente verbindt ook ontwikkelaars met woningcorporaties in het kader

van de energietransitie. Wanneer tijdens contacten met bewoners (bijvoorbeeld vanwegen het

vervangen van riolering) blijkt dat mensen overwegen om te verduurzamen, dan benut de gemeente

deze contactmomenten om kennis aan te dragen en inwoners te verbinden met andere partijen. Dat

maakt de uitvoering makkelijker. maatschappelijke facilitator

Het faciliteren van initiatieven uit de stad staat de komende periode centraal. voorbeeldrol

De gemeente geeft het goede voorbeeld in de eigen bedrijfsvoering en het gemeentelijk vastgoed. Het Huis van de Stad (2012) is duurzaam gebouwd en bij herziening van contracten wordt gekozen

voor de duurzame(re) optie. Voor enkele verduurzamingsprojecten (showcases) is een

communicatieplan gemaakt zodat goed zichtbaar gemaakt kan worden wat er gaat gebeuren en

waarom (voorbereid op aardgasvrij). Hiermee laat de gemeente zien wat er mogelijk is zodat voor andere partijen de drempel lager wordt.

Ook intern wordt vanuit bedrijfsvoering het goede (duurzame) voorbeeld gegeven, waarbij gedrag een grote component is, bijvoorbeeld door te kiezen voor fair trade en biologisch, vegetarische

bitterballen, meatless monday in het bedrijfsrestaurant, compostering van groenafval via een wormenbak. Hiermee wordt een ‘duurzame norm’ gesteld. Gemeenteraad Raadsleden vinden het normaal om in contact te zijn met de samenleving maar merken op dat er een groep van ongeveer 150 mensen is die actief zijn op dit onderwerp en dat er weinig contact is met anderen. Raadsleden zijn onder de indruk van wat er allemaal gebeurt aan initiatieven die in de

samenleving spelen en noemen inwoners assertief en mondig. Inwoners zoeken zelf de raad op. Er is zorg over hoe contact te maken en houden met het deel van de mensen dat niet zo gericht is op de

overheid. Met bedrijven is incidenteel contact via het Duurzaamheidsplatform Gouda (DPG). De Raad

van Kerken organiseert een verkiezingsdebat voor raadsleden, wat in 2018 over o.a. duurzaamheid ging.

College van B&W In het college heeft één wethouder officieel de portefeuille duurzaamheid, maar in de praktijk zijn drie

wethouders zeer zichtbaar op dit onderwerp. Het hele college staat achter de duurzaamheidsambities, die zijn opgenomen in het coalitieakkoord. Ambtelijke organisatie Tot voor kort was het voor inwoners en organisaties heel makkelijk om contact te leggen met de

gemeente via de duurzaamheidsmakelaar, die ook ‘de taal sprak’ van inwoners en bedrijven. Nu deze

er niet meer is, is het even zoeken hoe contacten nu lopen, zowel voor de nieuwe ambtenaren als voor de inwoners en bedrijven die hun aanspreekpunt weer moeten vinden. De relatie met ‘de gemeente’ moet opnieuw opgebouwd worden.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

25

Naast dit zeer gewaardeerde en nu gemiste persoonlijk contact, verloopt contact via de wat formelere kanalen, bijvoorbeeld het stakeholdersoverleg of een bijeenkomst. Bedrijven hebben de ervaring dat

de deur altijd open staat als ze met een initiatief komen. Geïnterviewde inwoners hebben wat moeite om aansluiting te vinden bij de wat formele werkwijze van de gemeente. Zij hebben behoefte aan

snellere besluitvorming, creatievere oplossingen, communicatie die aansluit op de belevingswereld van

inwoners en een lange-termijn-relatie waarbij de gemeente zich ook kwetsbaar opstelt. 5.3.2

Rol externen

Toetsingscriterium Welke rol hebben partijen in de samenleving? 3.4 Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering? De gemeente nodigt de samenleving uit tot samenwerking Er worden bijeenkomsten georganiseerd, er is een stakeholdersoverleg en er is het platform www.maakgoudaduurzaam.nl waarop initiatieven op het gebied van energie, groen en afval zichtbaar zijn.

De samenleving neemt ook zelf duurzame initiatieven. De gemeente heeft geïnvesteerd in activering en bewustwording. Daarnaast is de samenleving in heel Nederland initiatiefrijker geworden dan een

aantal jaar geleden. De gemeente betrekt (de bij de gemeente bekende) initiatieven bij ontwikkelingen

en nodigt hen uit voor participatie-bijeenkomsten.

Duurzame initiatieven vanuit de samenleving Een greep uit de duurzame initiatieven die in het onderzoek zichtbaar zijn geworden: • •

•

• •

•

Bewoners van de De La Reylaan, Wintersdijk en Koningshof nemen stappen in het kader van de energietransitie (o.a. vervangen van asbest door zonnepanelen). Energie Coöperatie Gouda een zelfstandige bewonersorganisatie die streeft naar een duurzaam Gouda, gericht op energiebesparing en duurzame energieopwekking in stad, wijk en buurt. Een onderdeel hiervan is de Stichting voor goudse windenergie die zich bezig gaat houden met windenergieproject(en). GOUDasfalt: burgerinitiatief, in samenwerking met de gemeente, voor de ontwikkeling van een oud industrieterrein tot een plek waar mensen kunnen wonen en recreëren (incl. Zon op GOUDasfalt). Gouda Bruist: netwerk van ruim 2000 personen (inwoners, ondernemers, onderwijs) voor objecten en ideeën die een positieve bijdrage leveren aan Gouda. Stichting Duurzaamheidsplatform Gouda (DPG) is een onderdeel van Gouda onderneemt (ondernemersplatform) en heeft het doel het initiëren en stimuleren van collectieve innovatie & duurzaamheidsprojecten samen met bedrijven in Gouda. Speerpunten zijn energietransitie (bijvoorbeeld via het project ‘zon op bedrijfsdaken Gouda’), hernieuwbare grondstoffen/circulaire economie en de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. Werkgroep duurzaamheid, samenwerkingsverband van o.a. de werkgroep ZIN van de Raad van Kerken, het Humanistisch Verbond, Fairtrade, IVN, Nivon.

Organisatie van een duurzaamheidsdag en andere duurzaamheidsevenementen.

De samenleving zoekt contact met de gemeente als de meerwaarde daarvan wordt ingezien. Bedrijven en inwonersinitiatieven leggen actief contact en zoeken naar mogelijkheden om samen te werken.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

26

Ook regionaal is er sprake van samenwerking. ‘De regionale tafel duurzaamheid Midden-Holland zet zich in om een regionale bijdrage te leveren aan de wereldwijde duurzaamheidsopgaven, waar dat

regionaal mogelijk is en waar die regionale aanpak effectiviteit- en efficiëntie-verhogend werkt’. Aan deze tafel zitten de duurzaamheidswethouders van de deelnemende gemeenten.

(https://www.regiomiddenholland.nl/Strategische+agenda/duurzaamheid/default.aspx) De ODMH voert in de regio Midden-Holland voor de aangesloten gemeenten, de inwoners en de

ondernemers werkzaamheden uit die betrekking hebben op duurzaamheid en milieu. Op basis van het Activiteiten- en het Bouwbesluit dragen vergunningverleners en handhavers van ODMH zorg voor een

goede milieukwaliteit en veilige en duurzame gebouwen. Daarnaast verzorgt de Omgevingsdienst

Natuur- en milieu-educatie. (https://www.odmh.nl/thema/duurzaamheid/)

CNME de Zwanebloem te Gouda (verbonden met de ODMH) verzorgt natuur- en milieueducatie voor de basisscholen in de gemeenten. Centraal staan de thema’s natuur, grondstoffen (circulaire

economie), duurzame energie (incl. mobiliteit) en science. Het aanbod wordt zoveel mogelijk

gekoppeld aan gemeentelijk duurzaamheidsbeleid en is gericht op scholen. Het CNME zoekt actief de samenwerking met diverse organisaties.

In projecten wordt samengewerkt met diverse partijen. Voor ‘Operatie Steenbreek’ bijvoorbeeld met natuurinstellingen en woningcorporaties. Er zijn prestatieafspraken met woningcorporaties over de

verduurzaming van huurwoningen. In de Groenalliantie Midden-Holland werkt Gouda regionaal samen met andere gemeente aan het ontwikkelen en beheren van de natuur- en

recreatiegebieden Krimpenerwaard en Reeuwijkse Plassen. Op het gebied van klimaatadaptatie werkt de gemeente samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland.

5.3.3

Wijze van samenwerking

Toetsingscriterium Op welke manier wordt extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.6 Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving? De gemeente doet veel aan communicatie en participatie en biedt regelmatig en grootschalig een

ingang voor alle geluiden uit de samenleving. Uit het onderzoek ontstaat het beeld dat de gemeente daarbij communiceert volgens ‘gemeentelijke spelregels’, in de taal van de gemeente en in werkvormen die passen bij een gemeente.

Daardoor is de aansluiting niet bij elke partij in de samenleving automatisch gemaakt. Veel initiatieven zijn slagvaardig en wendbaar door een snelle besluitvorming en weinig hiërarchie en ze hebben een

duidelijk en eenduidig doel. Ze werken op basis van vertrouwen en persoonlijk opgebouwde relaties.

De gemeente daarentegen heeft een zorgvuldige maar daarmee ook trage besluitvorming en werkt op basis van formele afspraken en transparante relaties.

Sommige partijen leren snel de taal spreken van de gemeente en kunnen zich binnen deze spelregels handig en makkelijk bewegen. Andere partijen knappen er op af, raken teleurgesteld en gedemotiveerd en verliezen vertrouwen.

De gemeente geeft aan dat inwoners de gemeente goed weten te vinden en probeert kennis en

mensen te verbinden. Veel initiatieven en initiatiefnemers kloppen bij de gemeente aan voor een

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Gouda

27

financiële bijdrage of organisatorische ondersteuning. De gemeente heeft de insteek om activiteiten wel te ondersteunen met ‘kleine prikkels’ en door de weg te wijzen, maar niet over te nemen. Het enthousiasme en de energie moeten in de samenleving blijven

Enkele instrumenten voor faciliteren en verbinden, ter illustratie Via www.maakgoudaduurzaam.nl werkt de gemeente Gouda samen met bedrijven, (sport)verenigingen, scholen, kerken en inwoners van Gouda. Er is aandacht voor de thema’s energie, groen en afval. Het is tevens een platform waarop initiatieven zichtbaar gemaakt worden en mensen elkaar kunnen vinden om op deze thema’s samen te werken. Voor inwoners zijn de gemeente en het Duurzaam Bouwloket het aanspreekpunt, bedrijven worden doorverwezen naar het Duurzaamheidsplatform Gouda. Ook is er het instrument ‘Groen moet je doen’ waarmee inwoners zelf het groen in hun omgeving kunnen beheren. GoudApot ontvangt subsidie van de gemeente Gouda om budget ter beschikking te stellen voor de leefbaarheid van de stad, voor initiatieven waar inwoners aan meewerken en waarmee sociale cohesie wordt bevorderd.

Samenwerking tussen gemeente en bedrijven verloopt soepel, de organisatiegraad is hoog en men

weet elkaar te vinden. Bedrijven ervaren dat de fase van activering en bewustwording nog nodig is en

dat misschien wel altijd blijft. Bij de warmtetransitie naar een aardgasvrije gemeente is het

ondernemersplatform Gouda onderneemt (en het Duurzaamheidsplatform Gouda dat daar een

onderdeel van is) een belangrijke schakel in het creëren van bewustwording en bereidheid. Het DPG is ook betrokken bij de RES. Hoewel de gemeente zich graag richt op een bedrijventerrein als geheel,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=385a023a-5767-43b2-a9fb-026d3b6c74ce