Evaluatie IHP
Tekst van het document
elders geschikt moet worden gemaakt voor tijdelijke huisvesting, dan zal hiervoor een extra post in het budget moeten worden opgenomen. Wanneer tijdelijke huisvesting nodig is voor een school, dan kan het schoolbestuur conform de Verordening een aanvraag indienen voor de bekostiging van de gemaakte verhuiskosten. Deze worden gedekt uit de exploitatieposten van onderwijshuisvesting. Voorfinanciering kinderopvang In het vorige hoofdstuk werd duidelijk dat er geen beleidslijn is ten aanzien van voorfinanciering van kinderopvang bij het oprichten van geclusterde nieuwbouw. Voor Auris Taalplein – De Triangel heeft de Raad op 21 december besloten (dossier 5743) om de bouw van de kinderopvang voor te financieren, op basis van een langdurig huurcontact tegen kostprijsdekkende huur. De voorfinanciering was niet opgenomen in het budget van het Uitvoeringsplan. Het Uitvoeringsplan betreft immers onderwijshuisvesting waar de gemeente een wettelijke taak in heeft, dit geldt niet voor kinderopvang. Mocht de keuze in het vervolg zijn om vaker kinderopvang voor te financieren, en daar zijn redenen voor, dan moeten hierover afspraken worden gemaakt en voorinvesteringen worden gereserveerd. Beleid verdient aanscherping op het punt wanneer kinderopvang voorgefinancierd wordt en wanneer het wenselijk is deze te realiseren.
Begroten op basis van VNG-normen De projectbudgetten zijn gebaseerd op VNG-normen waarover toeslagen zijn berekend. Deze normen zijn vastgelegd in de Verordening Voorzieningen Huisvesting onderwijs en worden jaarlijks geactualiseerd. In de praktijk zien we, zeker bij renovaties en uitbreiding (zie hiervoor), dat bedragen in de praktijk kunnen afwijken. Zo is voor het benodigde budget bepalend wat de mogelijkheden zijn van het bestaande gebouw (Wat is er specifiek nodig om energieniveau (B)ENG te realiseren?) en de aanpassingen of voorzieningen die nodig op de kavel (bijvoorbeeld parkeervoorziening, een brug over het water, e.d.). In het budget van het Uitvoeringsplan zijn opgenomen opslagen voor duurzaamheid en locatiekosten, aangezien de specifieke kosten voor het project niet altijd inzichtelijk zijn in de fase van de totstandkoming van het Uitvoeringsplan. Indien het wel mogelijk is, verdient het de voorkeur om een realistische projectbegroting aan te maken. Zodoende is er duidelijkheid of er met de normberekening realistisch begroot is. Lobby naar het Rijk Gouda kampt met een grote achterstand in haar onderwijshuisvesting. De middelen die hiervoor door het rijk via het gemeentefonds beschikbaar worden gesteld, zijn hiervoor ontoereikend.
De gemeente Gouda heeft zich meerdere malen ingezet voor de lobby naar het Rijk om meer middelen voor onderwijshuisvesting beschikbaar te stellen. Een voorbeeld is de lobby vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten. De gemeente zal dit blijven doen. 5.2.4
Finance en control
Om als gemeente financieel in control te zijn, zijn er afspraken gemaakt over de finance en control rondom de projectbudgetten. Beschikkingen en afsprakenbrieven juridische basis De kaders voor de afzonderlijke projecten zijn juridisch vastgelegd in een voorlopige beschikking (inclusief afsprakenbrief als bijlage) en een definitieve beschikking aan het schoolbestuur. Deze methodiek is vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Gouda 2020. In de beschikking staat het budget dat voor de bouw of renovatie van het schoolgebouw beschikbaar is. Het investeringskrediet wordt in termijnen beschikbaar gesteld. Deze termijnen zijn vastgelegd in de afsprakenbrief. Na afronding van iedere projectfase in de stuurgroep op basis van 22
volledige fasedocument en stukken en vastgelegd in de notulen, vindt er – in het geval het schoolbestuur bouwheer is - uitbetaling plaats aan het schoolbestuur. Partijen spreken nader af wat het betalingsregime is tijdens de realisatiefase, aansluitend op de werkzaamheden van de aannemer. Betalingen aan de aannemer (in geval dat gemeente bouwheer is) vinden plaats eveneens volgens een vooraf besproken regime op basis van prestatieverklaringen. Het project wordt afgerond, niet alleen met een proces verbaal van oplevering, maar ook met een accountantsverklaring van het schoolbestuur (in geval school bouwheer is). Vanwege de grote bedragen werden de uitbetalingen bij projecten bij onderwijshuisvesting de afgelopen jaren regelmatig als steekproef door de verschillende accountants eruit gepakt. Tot op heden is de verantwoording snel en soepel gegaan. Financieel dashboard Binnen elk project wordt een projectadministratie bijgehouden. Daarnaast zijn er dashboards waarin per project en in totaliteit te zien zijn de uitgaven zijn op dat moment, de planning van investeringen en kapitaallasten over meerdere jaren. Deze laatste wordt per kwartaal geactualiseerd en vormt input voor treasury. Inzichtelijk is ook per project wat het taakstellend budget is, wat de actuele stichtingskosten zijn (op basis van VO of DO-ontwerp), en welke bedragen er voorlopig en definitief beschikt zijn.
De dashboards worden nog verder geprofessionaliseerd. Via de P&C-cyclus en de voortgangsrapportages (welke onlangs is aangepast) wordt de raad over de financiële voortgang geïnformeerd. Werkwijze bij budgetoverschrijding Het college heeft een werkwijze vastgesteld op moment dat realisatie van een project niet mogelijk is binnen het taakstellend budget, ondanks maatregelen die genomen zijn voor versobering of optimalisatie. Hierover is de raad in juli 2022 (dossier 5345) over geïnformeerd. De werkwijze is dat in de Voorlopig Ontwerpfase de portefeuillehouder besluit of een project doorgaat naar de Definitief Ontwerpfase (DO-fase). In de DO-fase en/of het aanbestedingsfase besluit het college van burgemeester en wethouders of een project doorgaat naar de volgende fase. Na het besluit van portefeuillehouder of college is het stuurgroeplid gemachtigd om akkoord te gaan naar de volgende projectfase te gaan. De werkwijze is ook dat een overschrijding van het taakstellend budget van het project in eerste instantie wordt opgevangen binnen het totale investeringsvolume van het Uitvoeringsplan. Op moment dat duidelijk is wat de overschrijding is op meerdere projecten, en deze het totale investeringsvolume van de 1e tranche evident zullen overschrijden, zal de raad een budgetaanvraag worden voorgelegd in de reguliere planning & control cyclus. Dit heeft inmiddels plaatsgevonden.
De Raad heeft in juni 2023 besloten het budget voor het Uitvoeringsplan met € 8,3 miljoen te verhogen. Onafhankelijk bouwkundig adviseur Als gevolg van evaluatie van eerdere projecten van onderwijshuisvesting, is er binnen het Uitvoeringsplan ervoor gekozen om een onafhankelijk bouwkundig adviseur te betrekken bij de afronding van de projectfases. Vastgelegd is dat deze adviseur zowel door de gemeente als door het schoolbestuur kan worden ingeschakeld ten behoeve van het project, onafhankelijk van wie er bouwheer is. In de praktijk handelt de extern bouwkundig adviseur vooral op verzoek van de gemeente en incidenteel van het schoolbestuur. De second opinion van de extern bouwkundig adviseur op ontwerpstukken en fasedocumenten (risicobeheersing, stichtingskosten) waren van toegevoegde waarde. De adviseur brengt de gemeente en ook het schoolbestuur beter in positie. Zo heeft het schoolbestuur van de Goudse Waarden de onafhankelijk bouwkundig adviseur meerdere keren in het proces actief betrokken om gezamenlijk te zoeken naar extra bezuinigingsmaatregelen. De adviseur maakt gemeente en schoolbestuur bewust van de investeringskeuzes en de consequenties voor de exploitatie van het gebouw. Zijn onafhankelijke rol draagt bij aan de samenwerking en de besluitvorming in de stuurgroep, ondanks dat deze door de gemeente werd betaald. 23
Rol van de gemeentelijk inkoopadviseur De gemeentelijk inkoopadviseur heeft een belangrijke rol gespeeld in met name rondom de aanbestedingsstrategieën en de uitvoer van de aanbestedingen. Het uitgangspunt is (ook beschreven in de afsprakenbrief) dat het aanbestedingsbeleid van de bouwheer leidend is en aansluiting wordt gezocht bij het gemeentelijk aanbestedingsbeleid. In de praktijk is discussie geweest of het advies van inkoopadviseur bindend was of alleen adviserend. Op moment dat de gemeente zelf geen bouwheer is, dan zijn de adviezen niet bindend. De inkoopadviseur heeft schoolbesturen als bouwheer geholpen om een goede strategie te volgen ten aanzien van de aanbesteding. Het is van belang om inkoopadviseurs vroegtijdig (bij start definitiefase) in het proces te betrekken om vertraging en onduidelijkheid in het proces te voorkomen. 5.2.5
Eigen bijdrage schoolbesturen
Werkwijze De gemeente voert haar wettelijke zorgplicht ten aanzien van onderwijshuisvesting uit en conform de strategische uitvoeringskaders is het uitgangspunt dat de schoolbesturen binnen de wet- en regelgeving een eigen bijdrage van 10% van de stichtingskosten bijdragen. Daarbij wordt rekening gehouden met het terugverdieneffect op de exploitatie conform de TCOmethodiek (Total Cost of Ownership). Kanttekening was dat voor het primair onderwijs (nog steeds) geldt een investeringsverbod conform de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), dat wil zeggen dat scholen geen gelden beschikbaar mogen stellen voor scholenbouw. Wel is een investering rechtmatig als het investeringen in duurzaamheidsmaatregelen betreft of in onderhoudsbesparende maatregelen, mits er een aantoonbaar terugverdieneffect in zit. In het Uitvoeringsplan is vastgesteld dat per project een businesscase gemaakt wordt om een reële eigen bijdrage vast te stellen. Hiervoor is een format businesscase ontwikkeld, in samenwerking met schoolbesturen en een externe adviseur. De essentie van het format is als volgt. Op gebouwniveau zijn inkomsten en uitgaven naast elkaar gezet in de nieuwe situatie, het verschil is de eigen bijdrage. Het verschil ontstaat door: 1. De vergoeding die schoolbesturen ontvangen voor onderhoud en exploitatie in 40 jaar (+). 2.
De kosten die schoolbesturen maken voor exploitatie en onderhoud in 40 jaar (-). 3. De besparing op onderhoud voor de oude school in de laatste 5 jaar (+). Format in de praktijk Per project is een businesscase gemaakt op basis van dit format. Na het model meerdere malen te hebben toegepast, bleek het format moeilijk toepasbaar te zijn. Dit heeft verschillende redenen. 1. Het format is erg gevoelig. Dit komt door de afhankelijkheid van indexatie-parameters. De parameters voor lumpsumvergoeding van scholen, energiekosten en onderhoudskosten zijn sterk veranderd en onvoorspelbaar. Deze parameters hebben een grote invloed op de uitkomst van het model en daarmee voor de eigen bijdrage. De uitkomsten van het format waren daardoor zeer onzeker en onbetrouwbaar. 2. Het format gaat uit dat een nieuw schoolgebouw lagere onderhoudskosten met zich meebrengt. Bouwkundig is daar veel voor te zeggen, echter nieuwe installaties (verwarming, koeling, ventilatie) brengen meer onderhoudslasten met zich mee dan de installaties die een schoolgebouw op dat moment heeft (‘een simpele CV-ketel’). Uiteraard wordt daarvoor de energie opgewekt door zonnepanelen, echter de onderhoudslasten worden eerder meer dan minder. 4. Het format is niet toepasbaar voor uitbreiding van een bestaande school. 5. Het format is moeilijk te verenigen met de beperkingen door het investerinsverbod van POscholen.
Wel is te zien dat accountants van schoolbesturen hier verschillend mee omgaan. De een is ruimhartiger hierin dan de ander. In de toekomst wordt de wet- en regelgeving 24
aangepast maar naar verwachting is deze nog steeds beperkt. Voor het Voortgezet Onderwijs is er meer mogelijk qua financiering. Uitkomsten eigen bijdrage Het format businesscase is per project met de schoolbesturen ingevuld. Vanwege bovenstaande beperkingen, en de conclusie dat daarmee het format niet werkbaar bleek te zijn, zijn er andere afspraken met de schoolbesturen gemaakt. - Met DGW (Voorgezet) is voorafgaand aan de start van het project de afspraak gemaakt dat het schoolbestuur 10% eigen bijdrage levert over de totale stichtingskosten van het gebouw, zonder hiervoor een business case te maken. - Met schoolbesturen van de twee uitbreidingsprojecten (Al Qalam en Johannes Calvijnschool), waarbij de uitbreiding slechts wordt aangesloten op bestaande installaties, zijn de afspraken gemaakt dat de schoolbesturen zelf de zonnepanelen op het hele pand (verduurzaming) financieren. Het schoolbestuur van de Johannes Calvijnschool heeft daarmee een eigen bijdrage geleverd van € 30.000 (1,8% van de investering). - Met het schoolbestuur van de renovatie/uitbreiding van het Kesper College is de afspraak gemaakt dat het schoolbestuur bijdraagt aan het gasloos maken van het hele pand (niet alleen de nieuwbouw) en de meerkosten die hiermee gemoeid zijn bekostigt (bodeminstallatie met warmtepompen (WKO). Het exacte bedrag moet nog door het college worden vastgelegd.
- Met de schoolbesturen van Auris Taalplein – De Triangel is de afspraak gemaakt dat schoolbesturen investeren in verduurzaming: investeringen in een sedumdak en in zonnepanelen (om van energieniveau BENG naar ENG te gaan). Deze investeringen vallen binnen de kaders van het PO-investeringsverbod. Daarnaast investeren de schoolbesturen in de inrichting van het schoolterrein, waarbij veel (openbaar) groen ontstaat, en in maatregelen die de exploitatie van de schoolbesturen ten goede komen (aluminiumkozijnen en vloerafwerking). Ook nemen ze het dagelijks toezicht tijdens de bouw voor hun rekening. De eigen bijdrage van de twee schoolbesturen tezamen is: € 549.966 (3,6% van de investering). Conclusie is dat het uitgangspunt 10% eigen bijdrage voor PO-scholen niet gehaald wordt, maar dat schoolbesturen wel bereid zijn om een aandeel in de investeringen binnen kaders te leveren. In het investeringsbedrag van het Uitvoeringsplan is de eigen bijdrage niet op voorhand meegecalculeerd. Het investeringsbedrag is daarmee conservatief ingestoken conform het uitgangspunt van zorgvuldig begroten. Deze werkwijze is ook uitgewisseld met de raad bij de eerdere besluitvorming. De eigen bijdrage resulteert in een lager te activeren bedrag en daarmee lagere kapitaalslasten, wat resulteert in lagere exploitatielasten voor de gemeente. 5.2.6
Alternatief financieren
De mogelijkheden van alternatief financieren zijn naar aanleiding van de motie hierover onderzocht (zie raadsbesluit 2020). Er is een marktconsultatie gehouden onder diverse partijen van alternatief financierders. Vraag was om aan de hand van twee concrete voorstellen (Auris Taalplein – De Triangel en IKC Westergouwe) met een plan en een financieel voorstel te komen. Geen enkele partij had een concrete aanbieding, wel presenteerden ze allen de werkwijze. Verschillen tussen de partijen waren er op het gebied van de eigendomssituatie, governance, risico’s voor gemeente, zeggenschap en ervaring. Alle opties zijn uitgewerkt met voor- en nadelen en ter informatie gestuurd aan de raad in de raadsmemo van december 2020. Conclusie ten aanzien van alternatief financieren was om het onderzoek af te ronden en deze niet in te zetten voor een nieuwbouwproject in de eerste tranche. Redenen hiervoor zijn: - Met de huidige markt kan de gemeente goedkoper geld aantrekken dan externen. Wanneer dit anders is bij de tweede tranche of het schuldenplafond komt in het geding dan is 25
-
-
heroverweging bij planvorming raadzaam. Echter gelden dan nog steeds onderstaande negatieve aspecten: Geen van de aanbieders heeft ervaring met de afronding van projecten alternatieve financiering van onderwijsgebouwen. Bij meerdere aanbieders uit de marktconsultatie is grondaankoop de basis van alternatieve financieringsconstructies. Het college is conform haar beleid terughoudend in grondverkoop omdat dit de grip op gebouwen en projecten vermindert. Daarnaast maakt grondverkoop en doorrekening met meerdere partijen het aanbestedingstechnisch zeer complex om te begeleiden en juridisch zeer ingewikkeld. Die expertise heeft de gemeente niet in huis. Extra investeringen zijn nodig om per aanbieder een doorrekening van hun aanbod te onderzoeken. Uit de marktconsultatie is ten slotte gebleken dat de medewerking van het schoolbestuur een randvoorwaarde is voor alternatieve financiering. Uitgangspunt voor alternatieve financiering is dat het schoolbestuur zijn lumpsumvergoeding, die zij van het rijk ontvangt voor exploitatie en energieverbruik, inzet ten behoeve van de financiering. Medewerking van het schoolbestuur is hiervoor noodzakelijk.
Schoolbesturen geven om meerdere redenen aan deze vergoeding niet te willen of kunnen afstaan: verlies van zeggenschap over beheer en onderhoud, verlies van juridisch eigendom en extra tijdsbelasting van onderwijsteams gedurende een dergelijk traject.
De enige vorm van alternatief financieren waarvan nu gebruik wordt gemaakt, is subsidie: - Specifieke Uitkering Ventilatie Scholen (SUVIS) is een uitkering om het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen te verbeteren. Voor DGW en het Kesper College is een aanvraag ingediend en goedgekeurd. - Impulsregeling klimaatadaptatie: voor Auris Taalplein – de Triangel is een aanvraag ingediend voor een bijdrage in de bekostiging van het vergroenen van schoolpleinen. Binnenkort wordt duidelijk of deze aanvraag is toegekend.
5.3
Conclusies
1. Het oorspronkelijke budget voor het Uitvoeringsplan is niet voldoende gebleken door de marktomstandigheden van afgelopen jaren, vandaar dat er in juni 2023 een verhoging van het budget is aangevraagd en door de Raad is goedgekeurd. 2. Een realistische Annex financiën als basis voor een volgend Uitvoeringsplan, houdt rekening met aansluitingskosten bij uitbreiding van bestaande bouw, locatiekosten, maatregelen voor tijdelijke huisvesting, toeslagen voor duurzaamheid (ENG/NoM) en IHPprogrammakosten. Daarnaast is een actualisering conform de VNG-normen noodzakelijk. 3. Beleidsaanscherping is nodig ten aanzien de kinderopvang (wanneer wel/niet) en voorfinanciering ervan. 4. Behoud de afspraken en instrumenten voor finance and control (werkwijze met afsprakenbrieven, stuur- en projectgroep, dashboards, opschaling bij budgetoverschrijding) en professionaliseer deze verder door. 5. Behoud de rol onafhankelijk bouwadviseur in de uitvoering van projecten. 6. Het uitgangspunt 10% eigen bijdrage voor PO-scholen is niet gehaald. Schoolbesturen zijn wel bereid zijn om een aandeel in de investeringen binnen de wettelijke kaders te leveren. 7. Het format businesscase eigen bijdrage is niet werkbaar.
Gezocht moet worden naar een vorm waarin de eigen bijdrage realistisch en haalbaar is, zoals in duurzaamheid (boven bouwbesluit), investeringen die exploitatiekosten verminderen en inrichting schoolplein.
26
6 Vooruitblik De uitdagingen waar de gemeente samen met de schoolbesturen voor staan is groot. Het HEVO-rapport uit 2018 gaf al een grote urgentie aan om een flink aantal onderwijsgebouwen aan te pakken en inmiddels zijn er vijf jaar verstreken. Een aantal gebouwen wordt aangepakt dankzij het Uitvoeringsplan eerste fase, maar dit is nog niet voldoende. In de tweede fase en de derde fase zal er flink doorgepakt moeten worden om alle achterstanden weg te werken. De basis hiervoor is met de eerste fase gelegd. Een tweede tranche zal niet alle tekorten in een keer kunnen oplossen. Het is daarom belangrijk dat schoolbesturen perspectief krijgen in de aanpak op langere termijn. Niet alleen omdat dit duidelijkheid geeft over de eigen situatie, maar het schept ook vertrouwen in de overheid, dat de problematiek daadwerkelijk wordt aangepakt. Dat perspectief kan niet in beton gegoten zijn, immers er zijn allerlei oorzaken dat het perspectief van schoolbesturen en schoolgebouwen nog zal veranderen. Belangrijk is om het perspectief met schoolbesturen als partners te maken. Versnellen is hierbij belangrijk. Deze evaluatie geeft hiervoor verschillende mogelijkheden te zien. Zo is een versnelling denkbaar in het maken van programma’s van eisen voor schoolgebouwen. Dit geldt ook voor de versnelling in de aanbesteding van ontwerpteams en realisatie van projecten.
De combinatie van aanbestedingen (vorming van een zogenaamd ‘mandje’) zou mogelijk een rol kunnen spelen bij de noodzakelijke versnelling van de procedures. Daarbij zal gekeken moeten worden welke aspecten van een project zinvol gezamenlijk aanbesteed zouden kunnen worden. Om hierin te adviseren is nader onderzoek bij gemeenten met ervaring hierin een vereiste. Dit onderzoek loopt inmiddels. Essentieel is het hebben van voldoende tijdelijke huisvesting. Deze is nu te weinig voorhanden. Een onderzoek naar tijdelijke huisvesting is op zijn plaats. Er zijn echter ook beperkende factoren, de organisatiekracht bij schoolbesturen en bij gemeente is gelimiteerd. Belangrijk is om een vast team te blijven houden op onderwijshuisvesting, met name in de planvorming en aansturing op het programma binnen de kaders. Met daaromheen een vaste pool met interne en/of externe projectleiders (en bouwprojectmanagers) die binnen de kaders werkzaam zijn en van elkaar blijven leren. Vanzelfsprekend ligt er ook een grote financiële uitdaging. Goede onderwijsgebouwen kosten veel geld, ondanks dat er sober en doelmatig gebouwd wordt, en de bijdrage van de rijksoverheid zijn niet toereikend. Datzelfde geldt voor de financiële mogelijkheden van Gouda. De gemeente heeft de scholen echt nodig om mee te investeren in gebouwen.
Clustering van scholen kan een deel van de oplossing zijn en verschillende schoolbesturen geven aan hierin mee te willen denken. De komende periode wordt de kwaliteitsslag in onderwijshuisvesting van de gemeente Gouda fysiek zichtbaar. In de vernieuwing van onderwijshuisvesting in Gouda zijn met elkaar leerzame stappen gezet. Deze evaluatie is een basis om daarop door te gaan.
Kesper College (Definitief Ontwerp)
27
7 Bijlage 1: Besluiten Geamendeerd Raadsbesluit Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting 1e tranche IHP 20202024,19-02-2020 De raad van de gemeente Gouda besluit: 1. Het Uitvoeringsplan 1 e tranche IHP 2020 - 2024 vast te stellen, inclusief de extra benodigde investerings- en exploitatiebudgetten en de financiële consequenties te verwerken in het eerste ijkmoment 2020. 2. De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Gouda 2020 vast te stellen, deze van kracht te verklaren per 1 maart 2020 en de vorige Verordening uit 2015 in te trekken. 3. Kennis te nemen van de memo alternatieve financiering. 4. Het geheim verklaren van de Annex Financiën met bijlage te bekrachtigen in de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering, gelet op het financieel economisch belang van de gemeente en de betreffende schoolbesturen met het oog op de voorgenomen aanbesteding. 5. In de uitwerking van de businesscases voor schoolgebouwen die voortvloeien uit het Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020 - 2024 de baten op het gebied van kostenbesparing, C02-emissie en energie zo veel mogelijk inzichtelijk te maken. Deze baten daarbij afzetten tegen de financieringskosten. De voortgangsrapportages en/of de stukken van de P&C-cyclus te benutten hieromtrent aan de raad te rapporteren en de opgedane ervaringen en leerpunten meenemen als onderdeel in de evaluatie van de 1e tranche van het UVP.
Aangenomen motie: Verzoekt het college: • Zich ook komende periode, in overleg met schoolbesturen, te blijven inspannen om het gebruik van alternatieve financieringsmogelijkheden voor IHP-projecten als reële optie af te wegen en de raad hierover tijdig te informeren. Raadsbesluit Renovatie De Goudse Waarden – Locatie Heemskerkstraat, 19-02-2020 De raad van de gemeente Gouda besluit: 1. In te stemmen met het voorstel tot (40-jaars) renovatie van het pand van De Goudse Waarden aan de Heemskerkstraat en het daarvoor benodigde investeringskrediet van € 20.684.488 beschikbaar te stellen. 2. Het laten vrijvallen van het investeringskrediet ad. € 8.072.000, dat op 9 november 2016 door de raad ter beschikking werd gesteld voor het oude plan, inhoudende (20-jaars) renovatie van een deel van het gebouw van De Goudse Waarden aan de Heemskerkstraat. 3. De financiële consequenties te verwerken bij het eerste ijkmoment 2020. 4. Het geheim verklaren van de bijlagen 1 en 2 te bekrachtigen in de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering, gelet op het financieel economisch belang van de gemeente en het schoolbestuur van De Goudse Waarden met het oog op de voorgenomen aanbesteding.
Aangenomen motie: Draagt het college op: • In de afsprakenbrief met De Goudse Waarden (in haar rol als bouwheer) aan te sturen om in de aanbestedingsvoorwaarden op te nemen dat ruimte wordt geboden om tot de meest kostenefficiënte en duurzaamheidstechnisch logische warmtekeuze voor het vernieuwde schoolgebouw te komen, in het licht van de ambitie van Gouda om in 2040 een CO2neutrale en aardgasvrije stad te zijn.
28
Raadsbesluit Nota Maatschappelijke voorzieningen Westergouwe 2021, 26-05-2021 De raad van de gemeente Gouda besluit: 1. In te stemmen met het voorzieningenprogramma voor de wijk Westergouwe, zoals beschreven in de geactualiseerde Nota Maatschappelijke voorzieningen Westergouwe 2021; a. In Westergouwe III een voorzieningencluster te realiseren bestaande uit een kindcentrum met basisonderwijs en kinderopvang, een sportzaal met daaraan gekoppeld een kleine multifunctionele welzijnsruimte, een buitenvoorziening voor sport en bewegen en sociale huurwoningen; b. In Westergouwe IV uit te gaan van realisatie van een buurtontmoetingscentrum, een gezondheidscentrum, kinderopvang en een religieuze voorziening; c. Continuering en uitbreiding van de tijdelijke huisvesting KC De Ontdekkingsreizigers tot oplevering nieuwbouw (2025). 2. Het vaststellen van de geactualiseerde Nota Maatschappelijke voorzieningen Westergouwe 2021 en het benodigde investeringsbedrag in het CIP te actualiseren naar € 49 mio (was € 40 mio). Collegebesluit proces bij budgetoverschrijding, 5-07-2022 Het college van burgemeester en wethouders van Gouda besluit tot: 1. Het vaststellen van het raadsmemo stand van zaken onderwijshuisvesting en deze ter kennisgeving door te zenden naar de raad. 2.
Akkoord te gaan met het toepassen van de onderstaande werkwijze binnen het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 1e tranche IHP 2020-2024, op moment dat de gemaakte afspraken in de afsprakenbrief (op vlak van risicobeheersing en budgetoverschrijding) zijn nagekomen maar niet leiden tot een stichtingskostenraming die past binnen het taakstellend budget voor dat project als gevolg van de huidige marktomstandigheden: a. In de Voorlopig Ontwerpfase besluit de portefeuillehouder of een project doorgaat naar de Definitief Ontwerpfase (DO-fase). b. In de DO-fase en/of het aanbestedingsfase besluit het college van burgemeester en wethouders of een project doorgaat naar de volgende fase. c. De overschrijding van het taakstellend budget van het project wordt in eerste instantie opgevangen binnen het totale investeringsvolume van het Uitvoeringsplan. Op moment dat duidelijk is wat de overschrijding is op meerdere projecten, en deze het totale investeringsvolume van de 1e tranche evident zullen overschrijden, zal de raad een budgetaanvraag worden voorgelegd in de reguliere planning & control cyclus. 3. Akkoord te gaan met het toepassen van de werkwijze onder besluitpunt twee, waarbij een eventuele overschrijding van taakstellend budget voor het project nieuwbouw KC De Ontdekkingsreizigers vanuit de Nota Maatschappelijke Voorzieningen Westergouwe wordt opgevangen.
Aanvullend besluit m.b.t kinderopvang en ophogen DGW budget, 21-12-2022 De raad van de gemeente Gouda besluit: 1. Het beschikbaar stellen van een investeringskrediet van € 1.300.000,- ter voorfinanciering van de realisatie van kinderopvang bij de nieuwbouw Auris Taalplein – de Triangel (project van het Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024), de kapitaallasten ervan te dekken via een langdurig huurcontract tegen minimaal kostprijsdekkende huur en de financiële gevolgen van dit investeringskrediet te verwerken in de programmabegroting 2023-2026. 2. Het verhogen van het investeringskrediet voor het project Renovatie De Goudse Waarden - locatie Heemskerkstraat met een bedrag van maximaal € 1.176.385,- (5,7% van gemeentelijk investeringskrediet) en de financiële gevolgen van dit (aanvullende)
29
investeringskrediet te verwerken als begrotingswijziging in de Programmabegroting 2022. 3. Het toekennen van een budget voor het project Renovatie De Goudse Waarden – locatie Heemskerkstraat ter dekking van de extra tijdelijke huisvestingskosten van € 120.000,- en de financiële gevolgen te verwerken als begrotingswijzigingen voor de Programmabegroting 2022 (€ 100.000,-) en 2023 (€ 20.000,-) Raadsbesluit Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020 – 2024 1e tranche IHP, 07-062023 De raad van de gemeente Gouda besluit: 1. Het verhogen van het investeringsbudget van het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020 – 2024 1e tranche IHP met een bedrag van € 8,3 miljoen (24,7% van gemeentelijke investeringsbudget in 2020) en de financiële gevolgen van dit (aanvullende) investeringsbudget (inclusief de hogere kapitaalslasten) te verwerken in het meerjarenperspectief 2024-2027 en dit te dekken uit het begrotingsresultaat. 2. Het verhogen van de sloopkosten (exploitatiebudget) met een bedrag van € 166.000 en dit bedrag te dekken door een extra onttrekking aan de reserve onderwijshuisvesting.
30