ETFAL Heuvellaan 1, Gouda
Tekst van het document
Actief vervoer De ambities voor de Spoorzone heeft de gemeente vastgelegd in het Ontwikkelperspectief Spoorzone, dat in juni 2020 is vastgesteld. Het doel van dit Ontwikkelperspectief is de Spoorzone te transformeren van locatie voor kantoren en logistiek naar een multifunctioneel en hoogwaardig gebied voor woningen en andere voorzieningen. Qua mobiliteit geldt het volgende principe: "we werken met een mobiliteitsconcept waarin minder ruimte is voor de auto, zodat het gebied goed bereikbaar blijft en de luchtkwaliteit niet verslechterd. Om dit mogelijk te maken wordt gewerkt met een mogelijke korting op de parkeernormen, als er een goed aanbod is van deelmobiliteit en de gebieden zo worden ontworpen dat autogebruik wordt ontmoedigd. "Om deze ambitie te bereiken, gaat het Ontwikkelperspectief uit van het zogenaamde 'STOMP-principe'. STOMP staat voor de volgorde Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service (deelmobiliteit) en dan pas de eigen
60/462
personenauto. Het projectgebied is goed (en zowel verkeersveilig als sociaalveilig) bereikbaar voor langzaam verkeer. Alle voorzieningen zijn op loop- of fietsafstand bereikbaar, waarmee het autogebruik wordt beperkt en een gezonde leefstijl (met zo veel mogelijk beweging) wordt gestimuleerd. Tijdens de bouwfase kan het beoogde ontwerp van de onderliggende motivatie tijdelijke verstoringen veroorzaken in luchtkwaliteit, geluid, trillingen en bodem. Deze gezondheidseffecten zijn minimaal gelet op de tijdelijkheid. Conclusie In de huidige situatie bestaat er een matige milieukwaliteit ter plaatse. De beoogde ontwikkeling brengt geen verslechtering aan toe. De GGD heeft geadviseerd op de voorliggende onderbouwing. Dit advies is uitgewerkt in deze paragraaf en dient grondslag te vinden in de verdere uitwerking van dit project. Bij het treffen van deze maatregelen uitgangspunten wordt er voldaan aan de geldende instructieregel voor gezondheid en is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
61/462
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal
Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan. Kostenverhaal Indien de BOPA nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt is kostenverhaal aan de orde. Een plan is financieel onuitvoerbaar als het kostenverhaal van door het plan mogelijk gemaakte kostenverhaalplichtige bouwactiviteiten en gebruikswijzigingen als aangewezen in artikel 8.13 Omgevingsbesluit niet is geregeld. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op een gebouw met woonfunctie.
Deze ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. In dit geval is tussen initiatiefnemer en de gemeente een overeenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd is. Het toevoegen van kostenverhaalvoorschriften in de vergunning is daarmee niet noodzakelijk. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.
62/462
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er is sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans is tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, nader onderzocht in de hoofdstukken 3 tot en met 6. In de onderbouwing is getoetst aan het relevante beleid en de gevolgen voor de leefomgeving. Hieruit is gebleken dat het project in overeenstemming is met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid en dat het project geen negatieve gevolgen heeft voor de leefomgeving. Er heeft participatie plaatsgevonden en de uitkomsten hiervan zijn verwerkt in voorliggende onderbouwing.
De omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend.
63/462
64/462
Bijlagen
65/462
66/462
Bijlage 1
67/462
Verslag inloopavond 25 oktober 2023
Samenvatting van de eerste inloopbijeenkomst over het bouwplan Heuvellaan 1 in Gouda op woensdag 25 oktober 2023 Sinds 2 jaar is Burgland Real Estate eigenaar van het pand waarin een bowlingbaan is gevestigd aan de Heuvellaan 1 in Gouda. In die 2 jaar is met de gemeente samengewerkt aan planscenario’s voor de locatie. Dit is uitgemond in een kavelpaspoort met locatiespecifieke kenmerken, die als leidraad gelden voor de verdere ontwikkeling van een plan. Er is inmiddels een Stedenbouwkundig Plan (SO) met een programma voor een bowlingbaan, ruim 80 appartementen en een tussenlaag. Om het proces verder te brengen hebben gemeente en ontwikkelaar medio 2023 afgesproken om de participatie met de omgeving te starten Participatie in de vorm van een inloopbijeenkomst Op ruim 1.400 adressen in de omgeving van de locatie zijn per post brieven bezorgd met een uitnodiging voor een eerste inloopbijeenkomst op 25 oktober 2023.
Bovendien zijn vertegenwoordigers van belangenorganisaties per e-mail uitgenodigd. De inloopavond vond plaats op de locatie, in het gebouw van de huidige bowlingbaan. Tussen 17:00 en 20:00 uur konden omwonenden terecht om in een persoonlijk gesprek met een ontwikkelaar, de architect of een medewerker van de gemeente geïnformeerd te worden over de voorlopige plannen en over het verdere proces van participatie, planuitwerking en vergunningen. Naast informeren was het doel van de inloopbijeenkomst vooral om input van omwonenden op te halen. Ruim 70 personen zijn naar de inloopavond gekomen. Daaronder ook enkele raadsleden. De bezoekers werden elk persoonlijk begroet door één of meer van de 8 vertegenwoordigers van ontwikkelaar, architecten of gemeente. De individuele gesprekken werden gevoerd aan de hand van panelen waarop een nadere locatieaanduiding, stedenbouwkundige criteria uit het kavelpaspoort, het bouwprogramma, de eerste planideeën en het plan- en participatieproces stonden verbeeld.
blad 1
De bezoekers konden op een reactieformulier opschrijven wat zij belangrijk vinden aan een plan voor deze locatie en wat ze van de eerste plancontouren vinden. Er zijn tijdens de inloopavond 42 reactieformulieren ingevuld, waarvan 40 met een inhoudelijke reactie. Deze zijn vooral afkomstig van bewoners aan de Heuvellaan en de Groenhovenweg en uit de woonbuurten aan de oostzijde van de Groenhovenweg.
blad 2
In 14 reacties wordt ronduit positief gereageerd op de plannen. 2 reacties zijn negatief. In 18 reacties wordt (opbouwende) kritiek op de plannen gegeven. Van de 40 ingevulde reacties wordt in 6 gevallen aangegeven dat men op zoek is naar een woning.
blad 3
Aandachtspunten In de gesprekken tijdens de inloopbijeenkomst en op de reactieformulieren is positief gereageerd op de aanpak van deze participatie en op wijze waarop de planideeën waren gepresenteerd. Het huidige pand van de bowlingbaan vindt men geen fraai uithangbord bij de entree van het gebied Groenhoven. Terugkomst van een bowlingbaan met daarboven appartementen wordt door de meesten als een logische invulling voor de locatie gezien. Er was ook waardering voor het planvoorstel zelf (‘erg mooi’, ‘een verbetering’, ‘passend’, ‘goed plan’, ‘veelbelovend’, ‘prima plan’, ‘goede impressie’, ‘gelikt ontwerp’). Het meest genoemde punt van aandacht is parkeren. Afhankelijk van het woonprogramma (sociale huur en/of middenhuur en/of koop) is een aantal parkeerplaatsen nodig voor de nieuwe bewoners van appartementen in het bouwplan. De zorgen over het parkeren gaan verder. Die gaan ook over het parkeren door bezoekers van de bowlingbaan en over de gehele parkeersituatie op het grote, openbare parkeerterrein ‘Sportpark Groenheuvel’. Uit een mobiliteitsstudie blijkt hoeveel parkeren er nodig is bij het bouwplan. Dat zou binnen het plan gemaakt moeten worden. Maar de mobiliteitsstudie gaat ook over (openbare) parkeermogelijkheden er zijn in de directe omgeving en hoe die slim benut kunnen worden.
Omwonenden maken zich zorgen over hun eigen parkeermogelijkheden (nu gratis) en over verdringing naar straten in de omgeving als er in de toekomst meer geparkeerd gaat worden. Het woonprogramma is een tweede aandachtspunt in de reacties van omwonenden. En die reacties zijn zo divers als een woonprogramma kan zijn. Enerzijds is er waardering voor het voorlopige idee om de ruim 80 appartementen in het betaalbare segment te realiseren, mogelijk zelf sociale huur. Anderzijds blijkt uit de reacties een concrete vraag naar koopappartementen voor starters en vraag naar wat grotere appartementen voor doorstromers die dan een gezinswoning achterlaten. Meerdere bezoekers van de inloopbijeenkomst zijn geïnteresseerd in een appartement. De verkeerssituatie op de Heuvellaan en de aansluiting op de Burgemeester van Reenensingel vinden omwonenden problematisch. Met de toevoeging van woningen komt er nog meer druk op deze verkeerssituatie, die door sommigen als onoverzichtelijk en gevaarlijk wordt getypeerd. Hier kan worden gemeld dat het gemeentelijk projectteam voor de aanpassing infrastructuur in de Spoorzone, momenteel ontwerpen maakt voor onder andere dit kruispunt. Er wordt gedacht aan het plaatsen van verkeerslichten en aan ruimte voor het veilig oversteken van fietsers en voetgangers.
De gepresenteerde bouwcontouren (een plint + middendeel tot 18 m hoogte en een smallere toren van maximaal 40 m hoogte) vinden de meeste bezoekers van de inloopbijeenkomst acceptabel. Sowieso wordt het stedenbouwkundig concept voor het nieuwe gebouw positief gewaardeerd. Er wordt aandacht gevraagd voor een groene aankleding aan en rond het gebouw, als onderdeel van het park. Verder is men benieuwd naar schaduwwerking van het toekomstige gebouw en beleving vanuit verschillende zichtpunten. Omwonenden zijn bezorgd over overlast tijdens het bouwen. Dat gaat over heien, bouwverkeer en eventuele beperkingen in de parkeermogelijkheden. Ook duurzaam en klimaatneutraal bouwen wordt door de bezoekers van de inloopbijeenkomst aangestipt.
blad 4
Vervolg Dit eerste participatiemoment is goed verlopen en positief gewaardeerd. Het stedenbouwkundig concept en het bouwprogramma zijn goed ontvangen. Op 13 november 2023 is het plan besproken tijdens een “ruimtelijke initiatieven avond” van de raadscommissie Fysieke Leefomgeving. Het dilemma dat daar voorlag was:
De uitkomst en het vervolg van de discussie is dat Burgland en de gemeente gaan onderzoeken hoe het parkeren het beste opgelost kan worden bij een plan met 100% sociale huurwoningen. De vergadering van de raadscommissie Fysieke Leefomgeving van 13 november 2023 kan worden teruggekeken met de link:
https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/150fe53c-c9c4-4432-8d96-2f859d0d853c Nadat onderzoek naar het woonprogramma en het parkeren het programma duidelijke uitkomsten heeft, wordt besloten of er sprake is van een haalbaar plan. Dan kunnen verdere ontwerpkeuzes worden gemaakt (woninggroottes, gevel, groen etc.). Daarmee kan een tweede participatiemoment voor omwonenden worden georganiseerd. De omwonenden uit de directe omgeving en de personen die hebben gereageerd bij de eerste inloopbijeenkomst worden daarvoor zeker uitgenodigd. Aan hen wordt dan teruggegeven wat er met hun opmerkingen is gedaan die tijdens de eerste inloopbijeenkomst zijn opgehaald. Tijdens en rondom het tweede participatiemoment wordt ook uitgelegd hoe het proces van het RO-juridische traject en van vergunningverlening zal gaan verlopen.
Chris van Valburg omgevingsmanager
blad 5
Bijlage 2
73/462
Verslag inloopavond 26 juni 2024
Verslag inloopbijeenkomst Heuvellaan 1 - Waardering en feedback voor toekomstige ontwikkelingen Op 26 juni jongstleden organiseerden wij een inloopbijeenkomst om onze plannen voor een nieuw complex met onder andere een moderne bowlingbaan en 90 appartementen op Heuvellaan 1 te presenteren. Ondanks het gelijktijdige EK voetbal en de warme temperaturen, waren we verheugd met de aanwezigheid van de bezoekers en danken we hen hartelijk voor het invullen van het reactieformulier en het delen van hun mening en suggesties. Participatie met de omgeving is belangrijk voor ons. De waardevolle feedback die we hebben verkregen helpt ons onze plannen voor Heuvellaan 1 verder te verfijnen. De bijeenkomst trok een diverse groep belangstellenden, waarbij onze ontwikkelaars, architecten en medewerkers van de gemeente Gouda aanwezig waren om in gesprek te gaan en vragen te beantwoorden. Ongeveer twintig aanwezigen deelden actief hun gedachten en suggesties, waarvan zeven hun feedback hebben vastgelegd op het reactieformulier. Het stedenbouwkundig concept oogstte brede waardering en werd gezien als een aanzienlijke verbetering voor zowel de directe omgeving als voor de toekomstige huisvestingsmogelijkheden in vergelijking met de huidige situatie. Aanzienlijke interesse was merkbaar in zowel de koop als huur van woningen, waarbij de diversiteit in woningaanbod positief werd ontvangen.
De aanwezigen benadrukten het belang van aandacht voor groenvoorzieningen en gaven aan dat er meer aandacht zou moeten zijn voor de verkeerssituatie van de Burgemeester van Reenensingel. Dit kruispunt wordt in de toekomst voorzien van stoplichten. We ontvingen overwegend positieve feedback over de organisatie van de inloopbijeenkomst, met specifieke lof voor de transparantie en toegankelijkheid van de gepresenteerde informatie. Er werd tevens een dringend verzoek gedaan om tijdens de bouwfase rekening te houden met de belangen van de huidige omwonenden. Meerdere bezoekers benadrukten het belang van regelmatige communicatie over de voortgang van het project. We stellen betrokkenheid van de omwonenden bij dit belangrijke project de gemeenschap zeer op prijs.
76/462
Bijlage 3
77/462
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling
M.E.R.-BEOORDELING Heuvellaan 1, Gouda
1/28
DATUM KENMERK
12-05-2025 20240332/166770/
PROJECT PROJECTLEIDER
Gouda Heuvellaan 1 ir. R.A. Sips
OPDRACHTGEVER Burgland Real Estate BV PROJECTNUMMER 20240332 AUTEUR STATUS
2/28
B. de Groot Definitief
DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.
3/28
INHOUD 1.
2.
3.
4.
5.
4/28
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
5 5 5
Aanleiding Mer-beoordeling Leeswijzer
Plaats en kenmerken van het project
6
2.1 2.2
Plaats van het project Kenmerken van het project 2.2.1 Huidige situatie 2.2.2 Beoogde ontwikkeling
6 8 8 9
Kenmerken van de milieueffecten
12
3.1 3.2
Verkeer en parkeren Geluid 3.2.1 Wegverkeerslawaai 3.2.2 Functiemenging
12 14 14 16
3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Ecologie Landschap, cultuurhistorie en archeologie Gezondheid (Optioneel) Aanlegwerkzaamheden
17 18 19 20 22 24 24 26
Randvoorwaarden en conclusie
27
4.1 4.2
27 27
Water Bodem
Conclusie
27
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens aan Heuvellaan 1 in Gouda een meerlaags gebouw te realiseren met daarin 90 appartementen boven een bowlingcentrum met ondergeschikte horeca. De gronden zijn in de huidige situatie bebouwd met een bowlingcentrum met ondergeschikte horeca. De aanwezige bebouwing zal worden gesloopt ten behoeve van de realisatie van dit voornemen. Het initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Bloemendaal'. Dit bestemmingsplan maakt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Gouda. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
1.2 1.3
Mer-beoordeling
In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 van deze bijlage zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3 bij besluiten genoemd in kolom 4. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in art. 11.10 Ob. Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (vormvrij, meestal een aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project en de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt de motivatie van dit besluit op in de motivering van het wijzigingsbesluit/omgevingsplan/ de vergunning. Wanneer uit de mer-beoordeling blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, is een volledige mer-procedure noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling betreft in totaal de realisatie van daarin 90 appartementen boven een bowlingcentrum met ondergeschikte horeca.
Een dergelijke ontwikkeling valt onder categorie J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Hiervoor is een mer-beoordeling noodzakelijk bij de wijziging van de aanvraag van een BOPA. Deze aanmeldnotitie bevat deze mer-beoordeling.
1.4
Leeswijzer
Deze aanmeldingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft in hoofdstuk 4 de voorlopige conclusie weer voor de mer-beoordeling.
5/28
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1
Plaats van het project
Het projectgebied is gelegen in het noordwesten van Gouda. Meer specifiek is het projectgebied gelegen in de wijk Bloemendaal en in de buurt Goudse Poort. Het projectgebied is gelegen tussen de Heuvellaan, Burgemeester van Reenensingel en het Groenhovenpark. Het projectgebied bestaat uit drie kadastrale percelen (nummers M2462, M3042 en M3721) en heeft een oppervlakte van circa 1.726 m².
Figuur 2.1 Topografische kaart (het projectgebied is rood omcirkeld)
Figuur 2.2 Luchtfoto met kadastrale kaart (het projectgebied is blauw omlijnd)
6/28
Beschermde gebieden – Milieugevoelige gebieden Het projectgebied is niet in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied gelegen, zie figuur 2.3. Verder bevindt het projectgebied zich niet in een stiltegebied. Het projectgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Het projectgebied ligt op circa 9,5 kilometer van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen en De Haeck’. De dichtstbijzijnde delen van het Natuurnetwerk bevinden zich op circa 3,5 kilometer ten oosten van het projectgebied (zie figuur 2.5).
Figuur 2.3 Projectlocatie en (natuur) water gerelateerde beschermingsgebieden (Atlas leefomgeving)
Figuur 2.4 Projectlocatie en nabijgelegen natura-2000 gebieden (Aerius.nl)
7/28
Figuur 2.5 Projectlocatie en Natuurnetwerk Nederland (Atlas leefomgeving)
2.2
Kenmerken van het project
2.2.1 Huidige situatie Goudse Poort is een buurt in het noordwesten van Gouda. De buurt ligt tussen de A12 in het noorden en spoorlijn GoudaDen Haag/Rotterdam in het zuiden. De weg Nieuwe Gouwe O.Z. vormt de westelijke grens van de buurt, en Burgemeester Muissingel-Groenhovenweg vormt de oostelijke grens van de buurt. De weg Goudse Poort snijdt de buurt in twee deelgebieden, waarbij de westelijke helft bestaat uit bedrijventerrein Goudse Poort. De oostelijke helft bestaat o.a. uit sportvelden en -complexen, het Groenhovenpark en woningen (in hoogbouw) en bedrijven. Aan de oostzijde van de buurt zijn woningen gesitueerd in hoogbouw. Achter deze hoogbouw is een groot parkeerterrein gesitueerd, waaraan ook een zwembad, sporthal, het Groenhovenpark en het projectgebied gelegen is. In het zuidoosten wordt een voormalig distributiecentrum herontwikkeld naar woonbuurt, waarmee een verdere aanzet wordt gedaan naar meer woningen in deze buurt. Iets verder naar het zuiden is de spoorzone in ontwikkeling. De Burgemeester van Reenensingel is een breed opgezette weg met 2x1 rijwegen en voert in oost-westelijke richting. Het projectgebied is gelegen ten noorden van deze weg. Aan de overzijde van de weg zijn bedrijfspanden gesitueerd met een variërende bouwvorm, -volume en -hoogte.
De Heuvellaan is een zijstraat van de Burgemeester van Reenensingel en voert in noordelijke richting naar het eerdergenoemde parkeerterrein en de daaraan gelegen functies. Het projectgebied zelf is bebouwd met een bedrijfspand waarin een bowlingcentrum met restaurant is gesitueerd. Het pand bestaat uit één bouwlaag. Ter plaatse van de bowlingbaan is de bouwhoogte enkele decimeters hoger. De gehele bebouwing is met een plat dak afgewerkt. Aan de ingangzijde (Heuvellaan) is een verhard parkeerterrein gesitueerd. Aan de zuidzijde (Burgemeester van Reenensingel) is een klein terras aanwezig op een houten vlonder bij water. Tussen de Burgemeester Reenensingel en het terras is een vrij breed opgezette watergang aanwezig. Ten noorden is een groot parkeerterrein gelegen. Tussen het parkeerterrein en het bedrijfspand is een groenstrook gesitueerd. Ten westen van het projectgebied bevindt zich het Groenhovenpark.
8/28
2.2.2 Beoogde ontwikkeling Het plan bestaat uit de realisatie van een meerlaags gebouw, waarin 90 appartementen zijn voorzien op de verdiepingen en een bowlingcentrum met ondergeschikte horeca op de begane grond. Ook is er een buitenterras voorzien. Het bowlingcentrum met horeca-activiteiten op de begane grond zal overeenkomstig de huidige situatie bestaan uit een bowlinggedeelte (8 banen), een restaurant en een terras. Ook is er een keuken, aparte zaaltje en een toiletblok voorzien. Aan de achterzijde van het gebouw, op de eerste verdieping, is de entree van de appartementen beoogd. Hier bevinden zich ook een fietsenstalling en parkeerplaatsen voor de bewoners. Het betreffen appartementen voor de doelgroep starters (jongeren) en doorstromers. Het programma is als volgt: ● 24 sociale huurappartementen van <55 m2 gebruikersoppervlakte (gbo); ● 6 sociale huurappartementen van 55 – 85 m2 gbo; ● 36 sociale koopappartementen van 55 – 85 m2 gbo; ● 24 vrije sector (doelgroep sociale koop) appartementen van 55 - 85 m2 gbo. Er zijn dertien bouwlagen voorzien. De laatste acht bouwlagen worden met een 'setback' tot stand gebracht. Dit betekent dat deze bouwlagen een minder groot volume hebben. Dit biedt daarnaast kansen voor een meer kwalitatieve buitenruimte voor toekomstig bewoners. Het meerlaagse gebouw sluit wat betreft bouwhoogte aan op gebouwen in de omgeving.
Het naastgelegen kantoorgebouw Heuvellaan 2 bestaat uit 5 bouwlagen en aan de overzijde van de Burgemeester van Reenensingel zijn soortgelijke bouwhoogtes aanwezig. Met de realisatie van de woonbuurt Burgemeesterkwartier (oude Blokker distributiecentrum) zijn bouwaccenten tot 40 m bouwhoogte beoogd; met de realisatie van de woonbuurt is daarnaast een verdere aanzet tot de functie wonen in de omgeving ingezet. Wat betreft verkeer en parkeren is een parkeerlaag voorzien op de eerste verdieping en wordt beoogd de openbare parkeervoorziening Groenheuvel (ten noorden van het projectgebied) te gebruiken ten behoeve van de toekomstige bewoners en bezoekers van het pand. Hiertoe is een mobiliteitsplan opgesteld en heeft een parkeerdrukmeting plaatsgevonden. In paragraaf 5.4 wordt uitgebreid op dit onderwerp ingegaan. Wat betreft groen in de omgeving wordt beoogd het bestaande groen en de verbinding met het naastgelegen park te versterken. Zo komt onder de overkraging aan de voorzijde van het gebouw een doorgang naar het park. Daarnaast wordt de ruimte rondom het gebouw groen ingevuld. Ook worden de daken op de 2e en 5e verdieping voorzien van groen.
9/28
Figuur 2.1: Situatietekening (bron: ROOSROS Architecten)
10/28
Figuur 2.2: Impressies ontwerp (bron: ROOSROS Architecten)
11/28
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige feitelijke, legale situatie (dus passend binnen het planologisch kader) en autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, andere redelijk zekere ontwikkelingen en bijvoorbeeld de autonome groei van het verkeer. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op expert judgement/diverse onderzoeksrapporten/de informatie uit de BOPA-onderbouwing die voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.
3.1
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Een plan moet vanuit verkeer uitvoerbaar zijn in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan. De aanvaardbaarheid van het effect van nieuwe ontwikkelingen op de verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid moeten daarom gemotiveerd worden. Daarnaast is verkeer een onderdeel van de aspecten die in een omgevingsplan worden beoordeeld, zoals veiligheid in de breedste zin des woords. Ook zijn verkeerscijfers en routes van belang voor de onderwerpen die wel expliciet geregeld zijn en onderzocht moeten worden, zoals geluid en luchtkwaliteit. Beoordeling Ontsluiting Vanaf de locatie is het met de auto 1,5 kilometer (3 minuten) rijden naar de dichtstbijzijnde snelweg A12. Het intercitystation van Gouda ligt daarnaast op 1,5 kilometer (6 minuten fietsen, 18 minuten lopen). Fietsers zijn vanaf het station via de Spoorstraat na 500 meter (8 minuten vanaf de Heuvellaan) in het centrum van Gouda. Hier zijn alle dagelijkse voorzieningen aanwezig.
Figuur 3.1Ontsluiting projectgebied (Bron: Mobycon)
12/28
Verkeer Voor de beoogde ontwikkeling is de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381 (2018). Daarbij wordt een ligging in de rest van de bebouwde kom aangehouden, de gemeente Gouda valt in stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk'. Binnen de bandbreedte van het kencijfer wordt uitgegaan van het gemiddelde, omdat deze past bij de mate van autobezit en autogebruik bij deze stedelijkheidsgraad, en omdat het autogebruik bij bowlingbanen over het algemeen hoog is en bij appartementen voor starters laag. In de huidige situatie is er binnen het projectgebied een bowlingcentrum met restaurant aanwezig, in de toekomstige situatie wordt een woonprogramma bestaande uit 90 appartementen toegevoegd aan de locatie. Deze ontwikkeling zorgt in die zin voor een verandering van het aantal verkeersbewegingen van en naar het projectgebied. Navolgende tabel toont de huidige en toekomstige verkeersgeneratie. Tabel 3-1 Berekening verkeersgeneratie
Met de realisatie van de beoogde ontwikkeling is sprake van een toename van 465 mvt/etmaal aan verkeer op een gemiddelde werkdag. De verkeersomvang op het maatgevende moment van de dag (ochtend- en avondspits) bedraagt circa 10% van de etmaalwaarden. In dit geval gaat het om circa 47 motorvoertuigbewegingen in het uur, of circa 4 motorvoertuigbewegingen per 5 minuten. Verkeerskundig gezien is een dergelijke toename van het aantal motorvoertuigbewegingen verwaarloosbaar. Deze kan goed en veilig via de Heuvellaan op de gebiedsontsluitingsweg Burgemeester Reenensingel worden afgewikkeld. In de toekomstige situatie wordt wat betreft parkeren gebruikt gemaakt van de grote openbare parkeergelegenheid ten noorden van het projectgebied. Het autoverkeer zal daarom via de bestaande infrastructuur van- en naar het gebied komen. Dit geldt niet voor enkele parkeerplaatsen aan de zuidoostzijde. Langzaam verkeer kan via de noord- en zuidzijde het gebouw betreden. Parkeren Om de parkeernorm en parkeerbehoefte voor de beoogde ontwikkeling te onderzoeken is er een onderzoek uitgevoerd door Mobycon, dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4 bij de BOPA-onderbouwing. Onderstaand betreft een samenvatting met daarin de conclusies en aanbevelingen. In dit onderzoek is de parkeerbehoefte van de bowlingbaan buiten beschouwing gelaten.
Deze behoefte wijzigt namelijk niet ten opzichte van de bestaande situatie. De normatieve parkeeropgave van de woningen betreft 246 fietsparkeerplaatsen. Voor de fietsparkeeropgave wordt op de begane grond en eerste verdieping van het pand een collectieve fietsstalvoorziening gerealiseerd, die voldoet aan de kenmerken die het Parkeerplan Gouda 2020 voorschrijft.
13/28
Wat betreft de autoparkeeropgave heeft de ontwikkeling een aantal kenmerken die een lagere parkeervraag voor auto's tot gevolg hebben. Dit betreft de doelgroep van sociale huurders met een lagere parkeervraag en de nabijheid van de Spoorzone, waar het STOMP-principe centraals staat. Op basis van deze kenmerken hebben we een realistische parkeeropgave van de ontwikkeling berekend. Deze parkeeropgave is (na het toepassen van dubbelgebruik) 70 parkeerplaatsen. Als onderdeel van de ontwikkeling worden 26 extra parkeerplaatsen gerealiseerd op de eerste verdieping van het gebouw. Daarnaast wordt het parkeerterrein ten noorden van de ontwikkeling opnieuw ingericht waarbij de parkeercapaciteit met 41 parkeerplaatsen toeneemt van 150 naar 191 plaatsen. Er worden dus 67 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. In 15 parkeerplaatsen wordt nog niet voorzien, 3 parkeerplaatsen van de ontwikkeling en 12 parkeerplaatsen ter compensatie van de parkeercapaciteit die bij de bowlingbaan komt te vervallen. Een parkeerdrukonderzoek laat echter zien dat het bestaande parkeerterrein voldoende restcapaciteit heeft om deze resterende parkeervraag op te vangen. Conclusie De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van 465 mvt/etmaal. Deze toename is dermate laag dat het effect op de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling van de omliggende wegen verwaarloosbaar is.
Binnen het projectgebied en in de directe omgeving is ruim voldoende parkeergelegenheid beschikbaar om de realistische parkeeropgave van de beoogde ontwikkeling te kunnen faciliteren. Significante milieueffecten omtrent het aspect verkeer zijn uitgesloten.
3.2
Geluid
Toetsingskader In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor de beoordeling van geluid, dit betreft standaardwaarden, grenswaarden op de gevel en grenswaarden voor het binnengeluid. Voor de beheersing van het geluid van rijkswegen, hoofdspoorwegen, provinciale wegen, sommige lokale spoorwegen en industrieterreinen wordt het systeem van geluidproductieplafonds gehanteerd. Rond de geluidbronnen met een GPP ligt een aandachtsgebied, waar het geluid boven de standaardwaarde uitkomt. Binnen het geluidaandachtsgebied kunnen hogere waarden dan de standaardwaarde aanvaardbaar worden beoordeeld, zolang de grenswaarden en eisen uit afdeling 3.5 van het Bkl in acht worden genomen. Een van de onderdelen die hiervoor beoordeeld moeten worden is het effect op de geluidbealsting bij bestaande woningen vanwege de nieuwe planontwikkeling. Ten aanzien van bedrijvigheid moet op grond van het Bkl de aanvaardbaarheid van geluid van bedrijven bij geluidgevoelige gebouwen worden beoordeeld. In de bruidsschat en het Bal zijn regels opgenomen voor milieubelastende activiteiten. 3.2.1 Wegverkeerslawaai Econsultancy heeft voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) een onderzoek weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd.
Bij de projectie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een (spoor)weg is een onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7 van de BOPA-onderbouwing. De berekende geluidbelastingen vanwege gemeentewegen en spoorwegen voldoen niet aan de standaardwaarde van de betreffende geluidbronsoorten. Voor het plan kan de hogere geluidsbelasting dan de standaardwaarde in acht worden genomen. Het onderzoek toont aan dat er maatregelen mogelijk zijn aan de gevels van de beoogde ontwikkeling. Deze zijn onderstaand beschreven: 2e, 3e en 4e bouwlaag: In overleg met de Omgevingsdienst is gekomen tot de geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de gele lijn zoals in onderstaande figuren weergegeven. De verschillende voorzieningen zijn met nummers aangeduid. Met de voorgeschreven gevelmaatregelen wordt aan de voorwaarde van een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte voldaan.
14/28
Figuur 3.2 Benodigde geluidwerende voorzieningen 2e, 3e en 4e verdieping
5e en 6e verdieping: Op beide verdiepingen is het realiseren van geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimten niet nodig, omdat het geluid als gevolg van gemeentewegen niet hoger is dan 58 Lden. De voorwaarden van een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte gelden dan niet. 7e tot en met de 12e verdieping: Voor de appartementen op de 7e tot en met de 12e verdieping moeten er verhoogde balkonschermen worden toegepast zodat het geluid op de achterliggende gevel ten hoogste 58 Lden is. In figuur 5.7.3 zijn de voorzieningen opgenomen. Ook hier geldt dat de toepassing van ‘vast glas geluidwering’ ter plaatse van nummer 3 aan de zuidgevel niet nodig is.
15/28
Figuur 3.3 Benodigde balkonschermen 7e t/m 12e verdieping
Met het realiseren van de in het akoestisch onderzoek genoemde maatregelen wordt zoveel mogelijk gestreefd naar het voldoen aan de Beleidsregel hogere waarden. Het is echter niet mogelijk om de gehele zuidgevel geluidluw te maken. Daarom is op aangeven van de gemeente voor dit specifieke plan afgeweken van de Beleidsregels hogere waarden. Naast de genoemde maatregelen geldt voor het plan een 5 dB betere/strengere geluidwering dan de minimaal vereiste waarde volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze compensatie zorgt ervoor dat er sprake is van een goed akoestisch binnenklimaat, ondanks dat het ontwerp niet volledig voldoet aan de Beleidsregels hogere waarden. 3.2.2 Functiemenging Boven het bowlingcentrum met ondergeschikte horeca zijn woningen voorzien. Nagegaan moet worden of deze twee functies van horeca en woningen in de directe nabijheid van elkaar kunnen worden gerealiseerd. Hiervoor is een adviesdocument opgesteld door M3E B.V. over de bouwkundige uitvoering van de constructie tussen de bowlingbaan met horecagelegenheid & parkeer laag en de parkeer laag & woningen, dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10 van de BOPA-onderbouwing. Onderstaand betreffen de conclusies en aanbevelingen van dit advies. In de basis is het essentieel dat er wordt uitgegaan van een doos-in-doos principe.
Door de bowlingbaan en horecagelegenheid in een eigen "doos" te plaatsen wordt de geluidoverdracht naar de inpandige ruimte beperkt tot de wettelijk toegestane norm. Voor de geluidproductie in de bowlingbaan en horecagelegenheid dient men zich wel te houden aan de voorschriften uit de Omgevingswet qua maximale geluidsproductie. Om geluidsoverlast vanuit de parkeer laag te voorkomen is het van belang een goed akoestisch paneel te plaatsen aan de bovenzijde van de parkeer laag. Daarnaast dient de constructie voldoende massa te hebben om het geluid te kunnen absorberen.
16/28
Conclusie De berekende geluidbelastingen vanwege gemeentewegen en spoorwegen voldoen niet aan de standaardwaarde van de betreffende geluidbronsoorten. Voor het plan kan de hogere geluidsbelasting dan de standaardwaarde in acht worden genomen. De gemeente kan hierbij de volgende kenmerken van het plan in overweging nemen: bron- en overdrachtsmaatregelen voor gemeentewegen en spoorwegen zijn niet doelmatig of stuiten op overwegende bezwaren; de berekende geluidsbelastingen zijn lager dan de grenswaarde; de milieukwaliteitsmaat volgens Miedema ter plaatse van de woningen varieert van 'zeer goed' tot 'tamelijk slecht'; de gevelmaatregelen worden toegepast; een nader onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de gevels is op grond van het Bbl noodzakelijk. Hierbij geldt wel een 5 dB betere/strengere geluidwering dan de minimaal vereiste waarde volgens het Bbl. Om geluidsoverlast vanuit de parkeer laag te voorkomen is het van belang een goed akoestisch paneel te plaatsen aan de bovenzijde van de parkeer laag. Daarnaast dient de constructie voldoende massa te hebben om het geluid te kunnen absorberen.
3.3
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Onder de omgevingswet zijn er rondom aangewezen agglomeraties aandachtgebieden van toepassing, waarbinnen getoetst moet worden aan de rijksomgevingswaarden. Buiten deze agglomeraties is er alleen een beoordelingsplicht als er een snelweg of tunnel wordt aangelegd. Een gemeente kan in een omgevingsplan een lokale omgevingswaarde opnemen, die ook strenger kan zijn dan de rijksomgevingswaarden. Indien een lokale omgevingswaarde wordt vastgesteld, geldt automatisch ook een monitoringsplicht. Het toepasbaarheidsbeginsel, het blootstellingscriterium en het NIBM-criterium blijven wel gehandhaafd bij de beoordeling van luchtkwaliteit: als hieraan wordt voldaan hoeft geen beoordeling van de luchtkwaliteit plaats te vinden. Bij een mer-beoordeling blijft het in het kader van de gezondheidsbeoordeling belangrijk de effecten op luchtkwaliteit inzichtelijk te maken en te beoordelen. Beoordeling Huidige situatie Aan de hand van de kaart van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) wordt beoordeeld of de nieuwe functie aan de betreffende locatie kan worden toegewezen gelet op de achtergrondconcentratie van luchtverontreinigende stoffen Uit de kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de projectgebieden ruimschoots onder de omgevingswaarden (genoemd in Artikel 22.3 van het Bkl) lagen.
De luchtkwaliteit ter plaatse is aanvaardbaar. Het projectgebied bevindt zich niet in een van de in artikel 5.51 (van het Bkl) vermeldde aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof. Het initiatief valt onder de standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit, zoals vermeld in Artikel 5.54 van het Bkl. Op grond van de instructieregels bestaat er geen aanleiding tot nader onderzoek. Planvoornemen Om significante nadelige milieueffecten uit te sluiten is er aan de hand van de NIBM-tool een berekening gemaakt. Zie onderstaand figuur. Uit de berekening blijkt dat de bijdrage onder de grenswaarde van 1,2 μg/m3 blijft.
17/28
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2023 Jaar van planrealisatie
2025
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
419
Aandeel vrachtverkeer
0,0%
3
0,15
PM10 in μg/m3
0,04
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
NO2 in μg/m
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Conclusie De beoogde ontwikkeling draag bij in niet betekende mate aan de luchtkwaliteit ter plaatse. In de huidige situatie is de luchtkwaliteit van voldoende kwaliteit. Nadelige milieueffecten omtrent het aspect luchtkwaliteit zijn niet aan de orde.
3.4
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij een mer-beoordeling wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende risicobronnen gekeken, namelijk bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door leidingen. Rondom deze bronnen kan sprake zijn van aandachtsgebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. . De aandachtsgebieden zijn: ● Het brandaandachtsgebied (BAG) ● Het explosieaandachtsgebied (EAG) ● Het gifwolkaandachtsgebied (GAG) ● Onder de Omgevingswet wordt een nieuwe categorie te beschermen gebouwen geïntroduceerd: de zeer kwetsbare objecten, dit zijn gebouwen waarvan de gebruikers niet in staat zijn zichzelf in veiligheid te brengen. Hieronder vallen bijvoorbeeld basisscholen en ziekenhuizen. ● Beoordeling De beoogde ontwikkeling maakt kwetsbare gebouwen mogelijk. Het voornemen voorziet niet in het mogelijk maken van milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico. Het voornemen dient te worden getoetst op nabij gelegen externe veiligheidsrisico's. In de omgeving van het projectgebied zijn verschillende externe veiligheidsrisco's aanwezig.
Het betreft zowel transportroutes, als op ruimere afstand gelegen leidingen en milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico. Het projectgebied bevindt zich niet in een aandachtsgebied of PR-contour van de bovengenoemde bronnen, zie onderstaand figuur.
18/28
Figuur 3.4 EV signaleringskaart
Conclusie Uit de EV signaleringskaart blijkt dat er geen aanleiding ontstaat tot nader onderzoek. De omgeving brengt geen beperking mee tot het mogelijk maken van kwetsbare gebouwen (en locaties). De beoogde ontwikkeling voorziet niet in effecten omtrent externe veiligheid.
3.5
Bodem
Toetsingskader In het Bkl worden de regels voor bodem onder de Omgevingswet opgenomen. De regels zij gericht op drie pijlers: ● Voorkomen van nieuwe verontreinigingen (zorgplicht) ● Meewegen van bodemkwaliteit bij toedelen functies (in Omgevingsvisie en Omgevingsplan) ● Beheren van historische verontreinigen De regels gaan over het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie en de nazorg na saneren. De milieubelastende activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Milieubelastende activiteiten ten aanzien van bodem zijn onder andere het graven in de bodem met een kwaliteit onder, gelijk aan of boven de interventiewaarde, het op of in de bodem brengen van meststoffen, saneren van bodem en het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Beoordeling De beoogde ontwikkeling voorziet niet in bodemroerende activiteiten. De ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locaties. Er is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd binnen het projectgebied. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 14 en 15 van de BOPA-onderbouwing. Uit de onderzoeken blijkt dat in de bodem bijmengingen zijn waargenomen die mogelijk duiden op de aanwezigheid van stortmateriaal.
Middels een voorschrift wordt geborgd dat Het ODMH adviseert om een plan van aanpak op te stellen en de geplande (vervolg)werkzaamheden in de bodem te beschrijven en uit te werken. Na goedkeuring van het plan door de ODMH kunnen de (vervolg)werkzaamheden worden uitgevoerd. Deze procedure wordt geborgd middels een voorschrift in de omgevingsvergunning.
19/28
Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet niet in negatieve milieueffecten voor het aspect bodem.
3.6
Water
Toetsingskader In het Bkl is een aantal instructieregels opgenomen ten borging van de rijksbelangen. Dit betreft met name bescherming van primaire waterkeringen en behoud van waterveiligheid van kust en grote rivieren. Daarnaast zijn er omgevingswaarden vastgesteld voor onder andere de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater en zwemwaterkwaliteit. Aangezien deze omgevingswaarden voortkomen uit Europese normen, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en de Drinkwaterrichtlijn, kan een afwijkende omgevingswaarde daarom alleen strenger zijn De waterschapsverordening bevat algemene regels over het watersysteem (waterkeringen, watergangen en grondwater) binnen het beheergebied van een waterschap. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van water zijn de volgende criteria van belang: ● Effecten op de waterhuishouding: waterkwantiteit, waterkwaliteit; ● Effecten op de waterkeringen en waterveiligheid; ● Effecten op waterketen; Beoordeling Huidige situatie Het perceel heeft een oppervlakte van circa 1.726 m². Het projectgebied is momenteel bebouwd met bowlingcentrum met restaurant à circa 1.100 m². Voor het overige is het projectgebied in zijn geheel verhard met parkeerterrein en andere erfverhardingen. In het noordoosten bevindt zich een groenstrook à 700 m².
In het projectgebied is geen sprake van oppervlaktewater. Direct ten zuiden van het projectgebied waterloop (type 'overig') aanwezig met stedelijk water, zoals weergegeven op de legger van het waterschap.
20/28
Figuur 3.5 Uitsnede legger Hoogheemraadschap Rijnland
Inklinking Het plangebied kent weinig of geen kwel. Wel is er kans op wegzijging (0,5 tot 2 mm per dag). Dit betekent dat bij een lage waterstand in de Gouwe het grondwater wegstroomt naar de rivier. Hierdoor zal de grondwaterstand in en rondom het projectgebied zakken. Het veen kan daardoor droog komen te liggen, waardoor het inklinkt met bodemdaling als gevolg. De locatie is niet in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied gelegen. Het projectgebied is gelegen in de beschermingszone en kernzone van een watergang. Binnen deze beschermingszone gelden regels en voorwaarden zoals bepaald in de waterschapsverordening de Rijnlandse Keur. Toekomstige situatie Door de ontwikkeling zal de druk op de bodem toenemen. Hierdoor kan het onderliggende veenpakket verder en sneller inklinken met extra en snellere bodemdaling tot gevolg, zeker in de eerste jaren na bouw. In 2024 is het ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptatieve gebouwde omgeving vastgesteld. Uit dit afwegingskader blijkt dat het projectgebied ligt in risicoklasse “nee, tenzij”. De risicoklasse ‘nee, tenzij’ betekent dat het niet mogelijk is om op een standaard manier te ontwikkelen, omdat de risico’s groot zijn. Het risico is groot dat er wordt afgewenteld op toekomstige generaties of naar andere gebieden. Bouwen is mogelijk mits de maatregelen omtrent deze zorgen en risico’s zijn weggenomen.
De technische details voor deze ontwikkeling zijn momenteel nog niet uitgewerkt. Bij nadere uitwerking dient er aandachtig rekening te worden gehouden met dit aspect en zal het water- en bodemsysteem in beeld gebracht moeten worden. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar de draagkracht van de bodemopbouw door het uitvoeren van een grondmechanisch onderzoek en het plaatsen van sonderingen is daarbij noodzakelijk. De toepassing van een paalfundatie is een gegeven. Met het uitvoeren van een gedegen grondmechanisch onderzoek wordt een eventuele bodemdaling zoveel mogelijk gemitigeerd en beperkt, zodat bodemdaling nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar blijven.
21/28
Bij de uiteindelijk procedure voor de omgeving vergunning bouwen zal er nader worden ingegaan op de getroffen maatregelen en technische specificaties. De groenstrook in het noordoosten blijft gehandhaafd, al wordt er een groen talud aan toegevoegd. Daarnaast worden nieuwe bomen geplant en wordt onderzocht of het dak voor een gedeelte kan worden voorzien van sedum (eventueel in combinatie met PV-panelen). Per saldo neemt het aandeel oppervlakte verhardingen niet met meer dan 500 m² toe. Er zijn conform het waterschapbeleid daarom geen compenserende maatregelen benodigd. Er dient rekening te worden gehouden met de beschermingszone van het zuidelijke 'overig oppervlaktewater'. De beoogde ontwikkeling brengt geen permanente aanpassingen aan binnen de beschermingszone van het oppervlaktewater. De functionaliteit van de watergang en de toegang tot het oppervlaktewater blijft on geschaad. Een vergunningsaanvraag voor de beoogde activiteit is niet benodigd. Het afvalwater van de nieuwe woningen wordt aangesloten op het bestaand rioolstelsel. Het hemelwater wordt via groene daken vertraagd af naar het bestaand rioolstelsel. Dit stelsel loopt vanaf de put bij de inrit op eigen terrein, richting de Heuvellaan. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit.
Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating.
Conclusie De projectlocatie is gevoelig voor inklinking. Bij de verdere uitwerking en uiteindelijk bouwwerkzaamheden voor deze ontwikkeling dient hier nadrukkelijk rekening mee te worden gehouden. Voor het aspect water zijn er geen overige knelpunten. De beoogde ontwikkeling voorziet niet in significant nadelige milieueffecten voor het aspect water.
3.7
Ecologie
Toetsingskader In de omgevingswet zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dieren plantensoorten opgenomen. Deze zijn geïmplementeerd vanuit diverse Europeesrechtelijke regelingen, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Omgevingswet kent verschillende soorten beschermde natuurgebieden, te weten: ● Natura-2000 gebieden: Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in heel Europa. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Regels hiervoor zijn vertaald in de omgevingswet ● Natuurnetwerk Nederland (NNN): in de omgevingswet is ook geregeld dat de provincies ter bescherming van bijzondere soorten een landelijk samenhangend stelsel van natuurgebieden moet begrenzen én beschermen, het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Verdere uitwerking hiervan is opgenomen onder de provinciale verordening. Soortenbescherming In de omgevingswet wordt een onderscheid gemaakt tussen: ● soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; ● soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;
22/28