CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Burgemeesterkwartier Gouda_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 3 november 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Burgemeesterkwartier Gouda31.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

64

Afbeelding uitsnede legger oppervlaktewater Hoogheemraadschap van Rijnland

Ontwatering en drooglegging Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van circa 1,60 m -NAP. De huidige drooglegging bedraagt circa 0,62 m. Er geld in Gouda een minimale drooglegging van 30 cm. De drooglegging zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. Op basis van de grondwaterstanden en fluctuatie zullen inzake de ontwikkeling zowel voor, tijdens als wellicht na realisatie maatregelen genomen moeten worden.

Riolering De planlocatie is in de huidige situatie aangesloten op een gescheiden rioolstelsel. Het regenwater wordt in de huidige situatie geloosd op het aangrenzende oppervlaktewater.

Verhard oppervlak Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan van de (concept) Stedenbouwkundige plattegrond (d.d. 23-11-2020). Het huidig verhard oppervlak is bepaald aan de hand van de open topografische kaart, de GBKN, kadastrale gegevens en luchtfoto’s. In onderstaande tabel staan de oppervlakten van de huidige en toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven.

Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak afnemen met 8.970 m2. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 35.670 m2. Het "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

65 oppervlakte water neemt toe met circa 2.050 m2. Geconstateerd is dat de hoeveelheid verharding afneemt en dat de hoeveelheid water in het plangebied toeneemt. Conform het beleid van de Hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeente Gouda is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak dan ook geen compenserende berging benodigd.

Randvoorwaarden en uitgangspunten In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan een groot effect heeft (waterbelang). Vooroverleg met het waterschap is noodzakelijk. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. 100% afkoppeling van verhard oppervlak; Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd; Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren); Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren); De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO); Conform beleid geen extra wateropgave; Calamiteit T=100 jaar in beschouwing nemen (mag niet tot overlast leiden); Huidige maaiveldhoogte circa -1,60 m +NAP; Oppervlaktewaterpeil -2,22 m +NAP (0,62 m -mv); Toename wateroppervlak circa 2.050 m2. Hemelwater(afvoer)systeem In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten. Het hemelwater van de nieuwe bebouwing zal net als in de huidige situatie op het oppervlaktewater worden geloosd. In de toekomstige situatie zal zelfs extra oppervlaktewater worden aangelegd waarmee het wateroppervlak zal toenemen met 2.050 m2 (graven: 2.225 m2 - dempen: 175 m2 ).

Calamiteit Het plan zal nog in definitieve vorm worden uitgewerkt. Bij de toekomstige planinvulling dient ten aanzien van de afvoer van hemelwater richting het oppervlaktewater te worden voorkomen dat afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen plaatsvindt.

Keur Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het hoogheemraadschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. 5.6.5

Conclusie

Geconstateerd is dat de hoeveelheid verharding afneemt en dat de hoeveelheid water in het plangebied zal toenemen. Conform het beleid van de Hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeente Gouda is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak dan ook geen compenserende berging benodigd. Het hemelwater van de nieuwe bebouwing zal net als in de huidige situatie op het oppervlaktewater worden geloosd. Het plan zal nog in definitieve vorm worden uitgewerkt. Bij de toekomstige planinvulling dient ten aanzien van de afvoer van hemelwater richting het oppervlaktewater te worden voorkomen dat afstroming van "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

66 hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen plaats vindt. Voor vergunningsplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.

5.7

Niet gesprongen explosieven

Voor bepaalde gebieden geldt een hoge verwachtingswaarde voor het aantreffen van niet-gesprongen explosieven. Bij het ontwikkelen van een plan moet hier rekening worden gehouden. Wanneer in een vroeg stadium onderzoek wordt verricht naar het al dan niet voorkomen van NGE's kunnen passende maatregelen worden getroffen. BeoBOM heeft ter plaatste van het plangebied explosieven onderzoek verricht. Het rapport is als Bijlage 16. Het projectgebied kan worden beschouwd als zijnde onverdacht op de aanwezigheid van CE in de vorm van afwerpmunitie met gewichten van 250 en 500 lb. Vanuit OCE-oogpunt kunnen de geplande werkzaamheden zonder aanvullende maatregelen worden uitgevoerd.

5.8

Bezonning en schaduweffecten

Regelgeving Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. Wel zijn er normen van TNO; de lichte norm en de strenge norm. Die naamgeving is enigzins verwarrend, door het ontbreken van een wettelijk kader gaat het hier niet om normen maar richtlijnen. Om in kritische gevallen het toetsen aan deze norm mogelijk te maken is er een vast meetpunt bepaald. De bezonning wordt gemeten in het midden van de vensterbank aan de binnenzijde van het glas in de woonkamer. De lichte norm In samenspraak met Gemeente Gouda is afgesproken het plan te toetsen op de Lichte TNO Norm. Daaraan wordt voldaan wanneer er gedurende twee uren per etmaal bezonning mogelijk is in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober. Burgemeesterkwartier Al tijdens het Voorlopig Ontwerp is besloten om vanaf de eerste dag met een 3D-model in te computer te werken. Daardoor was het mogelijk om op elk gewenst moment de bezonning, binnenplans en buitenplans, te testen en waar nodig het ontwerp aan te passen. Met hulp van deze simulaties is de bezonning op een groot aantal momenten door het jaar bepaald. Meest kritisch is daarbij 19 februari. Uit de simulaties is gebleken dat de bezonning buiten het plangebied hieraan ruimschoots voldoet.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

67

Afbeelding bezonningsstudie

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

68

5.9

Windhinder

In gebieden met hoge gebouwen kan windhinder optreden. Dan is sprake van verhoogde windsnelheden, waardoor het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs onveilig is. Dit kan de aantrekkingskracht van verblijfsgebieden of looproutes verminderen en heeft daardoor sociale en economische effecten. Het bestemmingsplan maakt bebouwing mogelijk tot 50 meter hoog. Het voorkomen van windhinder is grotendeels afhankelijk van het ontwerp van het gebouw. Bij gebouwen hoger dan 30 meter is het uitvoeren van een windhinderonderzoek verplicht. Met behulp van een computeranimatie of windtunnelonderzoek kan worden vastgesteld of bij een bepaald ontwerp windhinder of windgevaar optreedt. Ook maatregelen om windhinder te voorkomen of te beperken kunnen dan worden onderzocht. Zodoende is in de regels in artikel 8.2.5 een voorwaardelijke verplichting waarin een onderzoek naar windhinder en windgevaar wordt overlegd. In artikel 8.3.5 is opgenomen dat het college bij de omgevingsvergunning nadere eisen kan stellen aan het ontwerp om eventuele windhinder te voorkomen die voortvloeien uit het uitgevoerde onderzoek. Op deze manier kan de gemeente hier sturing op houden. Bouwen met een bouwhoogte van 30 meter of meer is alleen toegestaan, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een onderzoek naar windhinder en windgevaar overlegd.

Dit onderzoek moet naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate inzicht bieden in de mogelijke gevolgen voor het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving, alsmede de eventueel daar uit voortvloeiende te treffen maatregelen en voorzieningen.

5.10

Trillingen

Vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening is het voor het bestemmingsplan van belang om aandacht te hebben voor eventuele trillingshinder, gelet op de nabijheid van het spoor. In juli 2019 is door het Rijk de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen gepubliceerd. Indien er onvoldoende rekening wordt gehouden met trillingen van het spoorverkeer kan dat in de toekomst gevolgen hebben voor de gezondheid van bewoners en gebruikers van bedrijfsruimten. In de handreiking wordt voor verschillende situaties aangegeven hoe er kan worden omgegaan met de trillingshinder, bijvoorbeeld door gebouwen zodanig te ontwikkelen dat de eindgebruiker er zo min mogelijk last van heeft. Voor het beoordelen van trillingen op het risico van gebouwschade, hinder voor personen in gebouwen of verstoring van apparatuur/processen, heeft de Stichting Bouwresearch de SBR-richtlijn 'Trillingen' uitgegeven. De richtlijn heeft geen wettelijke status, maar heeft mede door jurisprudentie een ruim draagvlak opgebouwd en wordt geïnterpreteerd als de meest recente stand der inzichten. Deze richtlijn bestaat uit de volgende drie delen: SBR-A: Schade aan gebouwen, uitgave 2017. SBR-B: Hinder voor personen in gebouwen, uitgave 2002. SBR-C: Storing aan apparatuur, uitgave 2002.

Het plangebied ligt naast het spoor en er is kans dat trillingshinder optreedt voor de toekomstige bewoners en gebruikers van het nieuwe gebouw dat het bestemmingsplan mogelijk maakt. De SBP-richtlijn hanteert streefwaardes die afhangen van de toekomstige gebouwfunctie. Bij de nieuwbouw zal rekening moeten worden gehouden met deze streefwaarden. Wanneer uit onderzoek blijkt dat de trillingsniveau hoger is dan de streefwaarde, zijn bouwkundige maatregelen of overdrachtsmaatregelen mogelijk, zoals het aanbrengen van een stijve(re) fundering, een trillingsarm gebouwontwerp of een ingreep in de bodem tussen het spoor en het gebouw. Deze zaken dienen in de vergunningsfase te worden beoordeeld. Zodoende is in artikel 8.3.4 van de regels van het bestemmingsplan de verplichting opgenomen dat de nieuwbouw dient te voldoen aan de SBR-richtlijn (zie art. 3.3.5 Bescherming tegen trillingshinder). Om dit aan te tonen zal een trillingsonderzoek nodig zijn en daaruit volgend zijn eventueel bouwkundige maatregelen nodig.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

69

Hoofdstuk 6 6.1

Planopzet

De planologische opgave

De transformatie van de Blokkerlocatie is een uitdagende opgave. Transformatie naar woningen in een stedelijk milieu levert een aanzienlijke bijdrage aan de woningbouwopgave die door de provincie en de gemeente wordt geambieerd. In de eerste plaats is het van belang dat de ambities en randvoorwaarden van de ontwikkeling op een adequate manier in het bestemmingsplan worden geregeld. De ambities en randvoorwaarden van de ontwikkeling zoals beschreven in paragraaf 3.2 Uitgangspunten voor het Burgemeesterkwartier zijn vertaald in de verbeelding en regels. Voor het bestemmingsplan is het de uitdaging om de diversiteit aan onderwerpen op een heldere manier te vertalen in regels die handhaafbaar zijn en rechtszekerheid bieden. De planinhoudelijke aspecten die bijzondere aandacht behoeven zijn de volgende: I. Situering en Rooilijn: Er is een minimale maat voor de afstand tussen de gevels van de bouwblokken en de minimale maat voor openbaar en de hoeveelheid groen en water; II. Oriëntatie Oriëntatie van gebouwen is gericht op de openbare of collectieve ruimte, entrees liggen aan de openbare ruimte of collectieve binnentuinen, hiervoor is een regeling opgenomen voor de collectieve binnentuinen die deels op het parkeerdek ligt/liggen; III. Volumeopbouw Bouwvelden en bouwhoogtes worden geregeld; Maximaal bouwvolume wordt geregeld; IV.

Groen en water Minimaal 15% groen; In de gebieden tussen de bouwblokken wordt een minimaal percentage groen en water opgenomen; V. Ontsluiting en Parkeren Ontsluitingen voor autoverkeer en langzaam verkeer worden geregeld. Het plan is bijna geheel autovrij; De centrale pleinruimte is autovrij en alleen toegankelijk voor calamiteiten. Hiervoor wordt een regeling opgenomen; Parkeren is in de toelichting onderbouwd met een aparte mobiliteitsparagraaf (zie hiervoor 3.2.4.2 Mobiliteitsvisie en parkeerbehoefte Burgemeesterkwartier). Voor de regeling voor dit aspect wordt naast de onderzoeken die in deze paragraaf zijn genoemd en die als bijlagen 2 en 1 Verkeersnotitie zijn opgenomen, verwezen naar de Parapluherziening parkeren (2018). In dit bestemmingsplan is bij de regels een bijlage opgenomen waarin alle autoparkeernormen per functie zijn benoemd (Bijlage parkeernormen auto). De bijlage benoemt eerst de parkeernormen voor wonen en dan de parkeernormen voor de niet-woonfuncties. De fietsparkeernormen voor de woningen zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan (Bijlage parkeernormen fiets). In de regels wordt opgenomen dat aan deze auto- en fietsparkeernormen moet worden voldaan.

Programma & functies Hoofdfunctie is Wonen, maar er is ook de mogelijkheid voor andere functies in de plint aan het plein, zoals kleinschalige horeca en/of detailhandel, maatschappelijke functies, ed.. Voor deze functies gelden daarnaast de volgende voorwaarden 1. De totale oppervlakte BVO bedraagt maximaal 2000 m2 bvo; 2. De omvang per vestiging bedraag maximaal 250 m2 bvo; 3. Supermarkten zijn niet toegestaan; 4. Detailhandel kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden in de vorm van een gemakswinkel (winkel voor kleine en snelle aankopen met een beperkt assortiment van dagelijkse of direct te gebruiken artikelen); 5. Er wordt maximaal 250 m2 bvo horeca mogelijk gemaakt van categorie I. Categorie I zijn horecabedrijven die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen; "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

70 (winkelondersteunende horeca). In het bedrijf worden overwegend niet ter plaatse bereide kleine etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank verstrekt. Denk aan lunchrooms, koffie- en theehuizen en ijssalons; 6. Deze ruimte kan ook gebruikt worden voor wonen, dus moet flexibel bestemd worden. Twee bestaande kantoorpanden worden in het plan meegenomen. Deze behouden voorlopig hun bestaande bestemming, maar in de toekomst mogelijk te transformeren naar Wonen. In het bestemmingsplangebied is het bestaande oppervlakte aan kantoren gemaximeerd overeenkomstig de bestaande situatie, zodat er niet meer kan komen. Er worden in het plangebied geen nieuwe kantoren gerealiseerd; Woonprogramma; 1. maximaal aantal woningen: 650; 2. minimaal 182 grondgebonden woningen (let op ook woningen vanaf een dek ontsloten tellen als grondgebonden – met een eigen toegang); 3. minimaal 20,3% sociale huur / minimaal 10,2% middenhuur. Omgevingsaspecten Er wordt een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen; Er dienen bouwkundige maatregelen te worden getroffen wegens de nabij gelegen gasleiding en het spoor; Er dient rekening te worden gehouden met de veiligheidszone van de hoge druk aardgasleiding.

Binnen deze zone is de vestiging van zeer kwetsbare gebouwen niet toegestaan; Voor het onderdeel windhinder wordt in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is bepaald dat een onderzoek naar windhinder en windgevaar overlegd dient te worden. Daarnaast is opgenomen dat het college bij de omgevingsvergunning nadere eisen kan stellen aan het ontwerp om eventuele windhinder te voorkomen; Voorwaardelijke verplichting geluid - hogere waarde. Voor de onderdelen weg- en railverkeerslawaai dienen hogere waarden te worden vastgesteld en dient in het kader daarvan een onderzoek naar geluidwering van de gevel te worden uitgevoerd. Ook zijn regels opgenomen ten aanzien van een geluidsluwe gevel en/of geluidsgeluwe buitenruimte (mits aanwezig) voor de woningen waarvoor een hogere waarde is verleend; De verplichting wordt opgenomen dat de nieuwbouw dient te voldoen aan de SBR-richtlijn 'Trillingen. Voor het bestemmingsplan is het de uitdaging om de diversiteit aan onderwerpen op een heldere manier te vertalen in regels die handhaafbaar zijn en rechtszekerheid bieden. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de plansystematiek alsmede de opbouw en inhoud van de regels van het bestemmingsplan Burgemeesterkwartier Gouda.

6.2

Juridische planopzet

Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een geografische plaatsbepaling (verbeelding), regels en een toelichting. De geografische plaatsbepaling en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Het bestemmingsplan is opgesteld conform het (wettelijke) model Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) versie 2012. Hierdoor is het plan geschikt voor interactieve uitwisseling via het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO) 2012. De toelichting heeft in beginsel geen rechtskracht. Niettemin vormt zij een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het plan ten grondslag liggen. Daarbij is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Regels In de regels worden aspecten als toegestane woningtypen, aantallen (bandbreedte), bouwhoogten (gedetailleerd) en overige bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Het bestemmingsplan biedt zoveel "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

71 mogelijk directe rechten met eenvoudige en duidelijke regels, die rechtszekerheid bieden. Dit komt overeen met de wens voor flexibiliteit in het bestemmingsplan, maar wel met de gewenste zekerheid van kwaliteit. Voor de opzet van het bestemmingsplan is het Handboek Digitale Bestemmingsplannen van de Gemeente Gouda aangehouden. Zowel de verbeelding, de regels als de toelichting zijn opgezet aan de hand van dit handboek. Voor de regels is daarnaast gebruik gemaakt van de Standaardregeling van de gemeente. Bestemmingsvlakken In dit plan wordt gebruikgemaakt van bestemmingsvlakken. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Aanduidingen Op de verbeelding is een onderscheid gemaakt in enkele verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen. Daarnaast zijn een aantal gebiedsaanduidingen opgenomen.

Deze worden nader beschreven in paragraaf 6.3.3. Bestemmingsregelingen De regels bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. In paragraaf 6.3 wordt een nadere toelichting gegeven op de hoofdstukken. De planologische opgave zoals beschreven in paragraaf 6.1 zijn juridisch geborgd in de regels.

6.3

Toelichting op de regels

6.3.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In Hoofdstuk 1 is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. 6.3.2

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

In Hoofdstuk 2 zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen.

Artikel 3 Groen De bestaande groenvoorzieningen zijn als 'Groen' bestemd. Daarnaast zijn de gronden tussen de "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

72 bouwblokken als 'Groen' bestemd. Binnen de bestemming zijn tevens voet- en fietspaden, speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan. Tevens gelden de regels zoals opgenomen in overige zone - blauwgroene inrichting en overige zone - verschuivingsgebied.

Artikel 4 Kantoor De bestaande kantoren aan de oostzijde van het plangebied zijn bestemd als 'Kantoor'. Het gaat hier om zelfstandige kantoren en niet om kantoren die ondergeschikt en ondersteunend aan de bedrijfsvoering zijn.

Artikel 5 Tuin - Binnentuin De binnenterreinen achter de hoofdgebouwen zijn bestemd als 'Tuin - Binnentuinf'. Deze gronden zijn bestemd als erven, tuinen en toegangspaden voor de aangrenzende hoofdbestemmingen, speelplaatsen en een verkeersverbinding ten behoeve van langzaam verkeer. Ook groenvoorzieningen en water en straatmeubilair zijn toegestaan. Tevens zijn (gebouwde) parkeervoorzieningen inclusief in- en uitritten toegestaan ter plaatse van de aanduiding (pg). In de bouwregels is opgenomen dat de gronden niet zijn de beschouwen als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. Het is vanuit locatie-specifieke omstandigheden en het stedenbouwkundige structuur niet wenselijk dat bijbehorende bouwwerken worden opgericht. Uitsluitend zijn erf- en terreinafscheidingen met een maximale hoogte van 1 meter toegestaan.

Artikel 6 Verkeer - Verblijf De bestemming 'Verkeer - Verblijf' is opgenomen voor de ontsluitingsweg. Binnen deze bestemmingen zijn tevens pleinen, voets- en fietspaden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, groen- en watervoorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan. Tevens gelden de regels zoals opgenomen in overige zone - blauwgroene inrichting, overige zone - verschuivingsgebied en overige zone - publieke voorzieningen.

Artikel 7 Water De belangrijkste watergangen in het gebied hebben de bestemming 'Water' gekregen. Binnen deze bestemming zijn water, kaden en oevers, recreatief medegebruik en groenvoorzieningen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'brug' is uitsluitend een brug of duiker voor langzaam verkeer toegestaan.

Artikel 8 Wonen De bestemming 'Wonen' bevat de bouw- en gebruiksmogelijkheden en de daarbij behorende voorwaardelijke verplichtingen en nadere eisen voor de realisatie van de gebouwen met de woonfunctie. Het beoogde woonprogramma is vastgelegd. De bouwvlakken en bouwhoogtes zijn op de verbeelding vastgelegd. Daarnaast zijn de volgende voorwaarden vastgelegd die voortvloeien uit het in de toelichting beschreven planologische opgaven: Artikel 16 Overige regels; Voorwaardelijke verplichting windhinder; Voorwaardelijke verplichting - nader akoestisch onderzoek; Voorwaardelijke verplichting watercompensatie

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

73

Het bevoegd gezag kan verder nadere eisen stellen met betrekking tot: Afmetingen van bebouwing; Vluchtmogelijkheden; Afsluitbare mechanische ventilatie; Bescherming tegen trillingshinder; Bescherming tegen windhinder Daarnaast gelden de aanduidingsregels zoals opgenomen in Artikel 13 Algemene gebruiksregels, die in paragraaf 6.3.3 worden toegelicht.

Artikel 9 Leiding - Gas Dit is een dubbelbestemming die de belangen van de gasleiding beschermd en in stand houdt.

Artikel 10 Waarde - Archeologie Binnen het plangebied zijn er gronden met een archeologische (verwachtings)waarde. Deze bestemming dient ter bescherming en instandhouding van die waarde. 6.3.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

In Hoofdstuk 3 worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld.

Artikel 11 Anti-dubbeltelregel Het artikel "Antidubbeltelbepaling" bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.

Artikel 12 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwbepalingen geregeld die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders. Tevens is een voorwaardelijke verplichting (openbaar) groen opgenomen. In dit artikel is bepaald dat dient te worden voldaan aan de Structuurvisie Groen, welke als bijlage bij de regels is toegevoegd. In de Structuurvisie Groen zijn beleidsregels opgenomen om de leefbaarheid, door toename van het openbaar groen, te vergroten. De hoofdregel is dat bij planontwikkelingen een oppervlakte van ten minste 15% van het totale plangebied als openbaar groen wordt ingericht. In de beleidsregels zijn verder de voorwaarden en afwijkingen opgenomen.

Artikel 13 Algemene gebruiksregels Deze bepaling regelt het verbod om gronden te bebouwen of te gebruiken in strijd met de bestemming.

Artikel 14 Algemene aanduidingsregels De volgende gebiedsaanduidingen gelden binnen het plangebied: Geluidzone - industrie De 'Geluidzone - industrie' is opgenomen ten behoeve van de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte van een inrichting. Binnen deze zone zijn nieuwe woningen niet toegestaan, mits hogere "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

74 waarden zijn verleend. overige zone - blauwgroene inrichting Voor de inrichting van de ruimte tussen de bouwblokken is de 'overige zone - blauwgroene inrichting' opgenomen. Deze ruimte is vastgelegd door het opnemen van dwarsprofielen. In deze dwarsprofielen is de afstand tussen de gevels en de breedte van de openbare ruimte vastgelegd. In de regels is tevens een percentage vastgelegd voor de aanleg van het openbaar groen en water. overige zone - verschuivingsgebied Ten behoeve van de flexibliteit is het wenselijk dat de bestemmingsgrenzen, aanduidingen en bouwvlakken kunnen verschuiven. Omdat dit niet overal wenselijk is en in elke richting is de aanduiding 'overige zone - verschuivingsgebied' opgenomen, waarin nader is bepaald onder welke voorwaarden de verschuiving mag plaatsvinden. overige zone - langzaamverkeersroute De 'overige zone - langzaamverkeersroute' is opgenomen voor de gronden die uitsluitend als langzaamverkeersroute gebruikt mogen worden. veiligheidszone - gasontvangststation De 'veiligheidszone - gasontvangststation' is opgenomen ten behoeve van de bescherming van het woonen leefklimaat in verband met de aanwezigheid van een gasontvangstation. Binnen deze zone mogen geen zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd. Bij omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, mits advies is ingewonnen bij de beheerder van het gasontvangstation.

overige zone - publieke voorzieningen In de plinten aan het plein zijn publieke voorzieningen mogelijk. Deze gronden zijn aangeduid met de aanduiding 'overige zone - publieke voorzieningen'. Publieke voorzieningen zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan daarvoor opgenomen regels. veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen De 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' is opgenomen ten behoeve van de bescherming voor de vestiging van functies of objecten voor kwetsbare groepen. Binnen deze zone zijn onder voorwaarden de vestiging van functies en objecten voor kwetsbare groepen toegestaan.

Artikel 15 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsregels uit de enkelbestemming een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft een standaardregeling van de gemeente Gouda die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied.

Artikel 16 Overige regels In dit artikel zijn de regels opgenomen met betrekking tot het parkeren. In artikel 16.1 zijn onder meer de verwijzing naar de Parapluherziening Parkeren opgenomen, inclusief bijbehorende parkeernormen. In artikel 16.2 zijn de mogelijkheden verwoord om af te wijken van die normen. Artikel 16.3 tenslotte regelt de wijziging van de parkeernormering. "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

75

6.3.4

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 4 behelst het overgangsrecht. Ook van dit artikel staat de redactie vast. Het is gebaseerd op het Besluit ruimtelijke ordening. De slotregel is de titel van het bestemmingsplan. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 2.1) staat het algemene verbod om de gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming te gebruiken. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

76

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het is noodzakelijk om in bestemmingsplannen aan te geven in hoeverre de voorgestane plannen en bestemmingen financieel uitvoerbaar zijn en wie de risicodragende partij is. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een nieuwe ontwikkeling mogelijk. De te ontwikkelen gronden zijn geheel in eigendom van de initiatiefnemer. De kosten voor de ontwikkeling worden geheel door deze marktpartij gedragen en gefinancieerd. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Op deze manier is kostenverhaal verzekerd. Een exploitatieplan (of verhaal van kosten op andere wijze) is dan ook niet vereist. Buiten de te ontwikkelen gronden bevinden zich gronden die in eigendom zijn van de gemeente. Dit betreft openbaar gebied, in de zin van bermen. Deze gronden maken geen deel uit van de ontwikkeling, maar wel van het bestemmingsplan, met het oog op een logische plangrens. Deze gronden maken derhalve geen deel uit van de ontwikkeling, noch van de anterieure overeenkomst.

7.2

Handhaving

De doelstellingen van het ruimtelijk beleid zoals verwoord in het bestemmingsplan kunnen slechts worden verwezenlijkt, indien de regels van het bestemmingplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en er vervolgens voor zorg te dragen dat anderen deze regels naleven. Hiertoe zullen regelmatig controles uitgevoerd moeten worden. In het plan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de regels. Bepalingen waarvan op voorhand bekend is dat de controle op de naleving een probleem vormt zijn vermeden. Tevens zijn vage formuleringen geweerd ter voorkoming van verschillende interpretaties. Duidelijke en inzichtelijke formulieren geven zowel de ambtenaren belast met handhaving als de burgers houvast. Wanneer het gebruik van een multi-interpretabel begrip niet kan worden voorkomen, is in de begripsomschrijving duidelijk gemaakt welke interpretatie of definitie in dit bestemmingsplan gehanteerd wordt

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In een regulier bestemmingsplanproces is participatie (vaak) beperkt tot de periodes van inspraak en zienswijzen, inclusief een informatiebijeenkomst. Onder de Omgevingswet is het juist de bedoeling om de vrij 'formele' verhouding tussen de gemeente en de 'buitenwereld' te vermijden. Anticiperend op de Omgevingswet heeft er reeds een intensieve participatie plaatsgevonden in het traject van het stedenbouwkundig plan. Daarom vindt er geen aanvullende participatie plaats voor het bestemmingsplan en wordt een reguliere inspraakprocedure doorlopen. In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van het bestuurlijke vooroverleg (conform artikel 3.1 Bro) met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van de provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Het genoemde overleg zal plaatsvinden aan de hand van het voorontwerp bestemmingsplan. De eventuele inspraakreacties en zienswijzen zullen in dit hoofdstuk verwoord worden. 7.3.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerp bestemmingsplan in maart 2021 gezonden naar de overlegpartners. Er zijn in totaal vier reacties ontvangen. In de Nota Beantwoording Vooroverleg zijn de reacties samengevat en voorzien van beantwoording. De nota is als Bijlage 17 bijgesloten. Naar aanleiding van de reacties zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd in het ontwerp bestemmingsplan: De onderbouwing van de provinciale regels voor de compensatie van bedrijventerreinen is gewijzigd naar aanleiding van de provinciale reactie. Zie hiervoor 4.3.2 & 4.4 in de toelichting. Het rapport externe veiligheid is tekstueel gewijzigd naar aanleiding van het advies van de veiligheidsregio. Het aangepaste rapport is als Bijlage 13 Onderzoek externe veiligheid bijgesloten. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is een veiligheidszone (100% letaliteitszone) "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

77 opgenomen ter plaatse van de hoge druk aardgasleiding / gasdrukontvangtstation. In de regels wordt vastgelegd dat hierbinnen geen zeer kwetsbare gebouwen mogen worden gerealiseerd en dat wordt voorkomen dat zeer kwetsbare (niet zelfredzame) personen binnen de contour worden gehuisvest. 7.3.2

Zienswijzenprocedure

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 10 juni 2021 tot en met 21 juli 2021 ter inzage gelegen. Er zijn 7 schriftelijke zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen zijn in de nota zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. De nota is als bijlage PM bijgevoegd. Het vast te stellen bestemmingsplan is n.a.v. de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen op de volgende punten gewijzigd: Aanvullend ecologisch onderzoek is toegevoegd; Aangepaste rapporten externe veiligheid en bedrijven- en milieuzonering zijn toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting en verwerkt in de toelichting; In de toelichting is in de paragraaf Externe veiligheid opgenomen dat de regelingen voor de veiligheidszone gasontvangststation zijn opgenomen in verband met de wenselijke koppeling met de nieuwe Omgevingswet; De regelingen 14.6 en 14.8 zijn aangepast om eenduidigheid in de toegepaste begrippen binnen het bestemmingsplan te realiseren en aan te sluiten bij de standaard van de gemeente Gouda. Ook zijn de bijbehorende begrippen in de begrippenlijst aangepast; Er is bij het gebouw in de zuidoost hoek de verplichting opgenomen dat er een verplichte onderdoorgang voor water moet komen; Maten in profielen zijn beperkt gewijzigd.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=3d9ba7ab-1bbb-4d22-a592-93bf69ecc3a3