Burgemeesterkwartier Gouda_Bijlagenverkleind.pdf
Tekst van het document
Pagina 3 van 6
Ter plaatse van de Burgemeester Jamessingel heeft in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Volgens contouren, welke weergegeven zijn in de bodematlas van Omgevingsdienst Midden-Holland, zijn de onderzoeken relevant voor de huidige onderzoekslocatie. Bij raadplegen van de bodemonderzoeken zijn de aard, omvang en ligging van de verontreinigingen niet relevant en hebben geen invloed op de huidige onderzoekslocatie. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen te verwachten zijn.
9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN
Op 2 juli 2020 heeft de Staatssecretaris de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen nar PFAS. De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Wonen”, van het gebied waarvoor de Omgevingsdienst Midden-Holland een “Nota bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021” heeft opgesteld. Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Landbouw/natuur”.
10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een Koopveengronden op bosveen, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit veen. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Kreftenheye. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 4,2 m -NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,8 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
R 11724.001 versie D1
Pagina 4 van 6
11
TERREININSPECTIE
Op 3 december 2020 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen.
R 11724.001 versie D1
Pagina 5 van 6
12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Wissing Ruimtelijke Denkers heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie Blokker te Gouda. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch wel belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bestemmingplanwijziging. Dit in verband met de eerste aangetroffen verontreinigingen en de bijmengingen met puin in de bodem. Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met de bijmenging van verhardingsmateriaal (puin). Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK, minerale olie en asbest Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL).
Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verder geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor “afgedekte funderingslagen”. De doelstelling van het onderzoek is om na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest terecht is. Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden.
Wanneer (op termijn) grond van de locatie wordt afgevoerd, is het raadzaam om in dit stadium ook de parameter PFAS in het onderzoek mee te nemen. De resultaten worden in dat geval indicatief getoetst aan de toepassingsnormen uit het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecies”. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. Econsultancy Rotterdam, 17 december 2020
R 11724.001 versie D1
Pagina 6 van 6
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 8.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 9.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 10.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 11.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 12.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 13.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 14.
Foto 15.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 16.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 17.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 18.
Foto 19.
86
Bijlage 6 Onderzoek luchtkwaliteit
"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)
ONDERZOEK LUCHTKWALITEIT BESTEMMINGSPLAN BURGEMEESTERKWARTIER GOUDA
Onderzoek luchtkwaliteit Bestemmingsplan Burgemeesterkwartier Gouda Opdrachtgever
Wissing Ruimtelijke Denkers Postbus 37 2990 AA Barendrecht
Rapportnummer Versienummer Datum Vestiging
11724.012 D1 29 april 2021 Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
De heer R.A.F. Smeets, BASc BEd 06-40972565 smeets@econsultancy.nl
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
De heer R.M.P. Bouten, MSc
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING .................................................................................................................................. 1 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 2
2
TOETSINGSKADER ................................................................................................................... 3 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................. 5 3.1 3.2
4
Bestemmingsplan ............................................................................................................. 5 Verkeersbewegingen ........................................................................................................ 5
BEREKENING EN BEOORDELING LUCHTKWALITEIT........................................................... 6 4.1 4.2 4.3
5
Schone Lucht Akkoord ..................................................................................................... 3 Wet milieubeheer .............................................................................................................. 3 %HVOXLWHQUHJHOLQJµ1LHWLQEHWHNHQHQGHPDWHELMGUDJHQ¶ ................................................ 4 Besluit gevoelige bestemmingen ...................................................................................... 4 Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 ......................................................................... 4
Besluiten NIBM en gevoelige bestemmingen ................................................................... 6 NIBM-tool .......................................................................................................................... 6 Grens- en advieswaarden ................................................................................................ 7
CONCLUSIE ............................................................................................................................... 7
11724.012
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Wissing Ruimtelijke Denkers een onderzoek naar de luchtkwaliteit uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan Burgemeesterkwartier Gouda RSGHµ%ORNNHUORFD WLH¶WH*RXGD'HLQLWLDWLHIQHPHULVYRRUQHPHQVGHEHVWDDQGHSDQGHQWHVORSHQHQZRQLQJERXZPR gelijk te maken. Tevens worden er zowel commerciële en maatschappelijke voorzieningen als parkeergarages gerealiseerd. Ten behoeve van het bestemmingsplan is in het kader van een goede ruimtelijke ordening meer inzicht in de luchtkwaliteitseffecten noodzakelijk. Het doel van het onderzoek is in beeld brengen en beoordelen van luchtkwaliteit en de effecten van het extra verkeer. 'H:HWPLOLHXEHKHHUYRUPWPHWWLWHOµLuchtkwaliteitseisen¶KHWZHWWHOLMNNDGHUYRRUGHEHRRUGHOLQJ van de luchtkwaliteit. De gemeente Gouda heeft het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Gouda streeft, om samen met de andere partijen, naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren. Daarbij wordt toegewerkt naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit in 2030 voor zwevende deeltjes (fijn stof) en stikstofdioxide. In het besluit gevoelige bestemmingen is bepaald dat provinciale en rijkswegen een zone hebben van respectievelijk 50 en 300 meter vanaf de rand van de weg.
De meest nabijgelegen provinciale of rijksweg is de A12 (aansluiting 11, Gouda). De rijksweg bevindt zich op ruim 700 meter van het plan. Het besluit levert geen belemmering voor het plan. Met behulp van de NIBM-tool is het effect van de toekomstige verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt. Uit de berekeningen blijkt dat de extra verkeersgeneratie niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. De maximale bijdrages voor zowel NO2 als PM10 voldoen aan de NIBM grenswaarde van 1.2 ȝJP3. Een nader luchtkwaliteitsonderzoek voor het extra verkeer ter hoogte van het plan is op basis van de Wet milieubeheer niet noodzakelijk. Met behulp van de NSL-monitoringstool die behoort bij het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. Voor planjaar 2030 wordt geconcludeerd dat, ook wanneer rekening wordt gehouden met de worstcase bijdrage aan de hand van de NIBM-tool, er geen overschrijdingen van zowel de grens- als advieswaarden zullen optreden. Het plan voorziet al in maatregelen om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. Zo wordt de nieuwbouw niet aangesloten op het gasnet en worden de verkeersbewegingen beperkt aan de hand van het opgestelde mobiliteitsconcept.
Geconcludeerd wordt dat er voor het plan geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit.
Rapport 11724.012 versie D1
Pagina 1 van 7
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Wissing Ruimtelijke Denkers een onderzoek naar de luchtkwaliteit uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan Burgemeesterkwartier Gouda RSGHµ%ORNNHUORFD WLH¶WH*RXGD'HLQLWLDWLHIQHPHULVYRRUQHPHQVGHEHVWDDQGHSDQGHQWHVORSHQHQZRQLQJERXZPR gelijk te maken. Tevens worden er zowel commerciële en maatschappelijke voorzieningen als parkeergarages gerealiseerd. Ten behoeve van het bestemmingsplan is in het kader van een goede ruimtelijke ordening meer inzicht in de luchtkwaliteitseffecten noodzakelijk. Het doel van het onderzoek is in beeld brengen en beoordelen van luchtkwaliteit en de effecten van het extra verkeer. In figuur 1.1 is de situering van het plan weergegeven.
Figuur 1.1 situering onderzoekslocatie
Rapport 11724.012 versie D1
Pagina 2 van 7
2
TOETSINGSKADER
'H:HWPLOLHXEHKHHUYRUPWPHWWLWHOµLuchtkwaliteitseisen¶KHWZHWWHOLMNNDGHUYRRUGHEHRRUGHOLQJ van de luchtkwaliteit. Een plan wordt conform artikel 5.16 toelaatbaar geacht indien deze: t niet resulteert in een overschrijding van een grenswaarde; t niet resulteert in een verslechtering van de luchtkwaliteit; t niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging; t is opgenomen in, of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Het bestemmingsplan Burgemeesterkwartier Gouda is niet opgenomen in het NSL, het effect van het plan op de luchtkwaliteit dient te worden getoetst. 2.1 Schone Lucht Akkoord De gemeente Gouda heeft het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Gouda streeft, om samen met de andere partijen, naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren. Daarbij wordt toegewerkt naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit in 2030 voor zwevende deeltjes (fijn stof) en stikstofdioxide. In tabel 2.1 zijn de advieswaarden van de WHO zoals opgenomen in het SLA weergegeven.
Op de besluitenlijst van 15 december 2020 staat vermeld dat het college van burgemeester en wethouders van Gouda besluit tot het vaststellen van het decentraal uitvoeringsplan Schone Lucht Akkoord 2020 van de gemeente Gouda dat aan de Rijksoverheid zal worden toegestuurd als onderdeel van deelname aan het Schone Lucht Akkoord. Vooralsnog is nog geen definitief uitvoeringsplan bekend. 2.2 Wet milieubeheer De beoordeling van de luchtkwaliteit beperkt zich tot de in bijlage II van de Wet milieubeheer (Wm) opgenomen stoffen. Voor zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden (NOx), zwevende deeltjes (PM10 en sinds 2015 PM2,5), lood (Pb), koolmonoxide (CO) en benzeen (C6H6) zijn in de bijlage grenswaarden opgenomen. Met de verbetering van de luchtkwaliteit vinden in Nederland normaliter alleen nog overschrijdingen van de grenswaarden plaats voor stikstofdioxide en zwevende deeltjes1. Overschrijdingen van de grenswaarden voor de overige stoffen komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, niet voor. Voor zowel de stikstofdioxide en de zwevende deeltjes gelden de in tabel 2.1 opgenomen grenswaarden. Tabel 2.1 Grenswaarden concentraties [μg/m3] stof norm Wm NO2 Jaargemiddelde 40 Uurgemiddelde (mag maximaal 200 18x/jaar worden overschreden) PM10 Jaargemiddelde 40 Daggemiddelde (mag maximaal 50 35x/jaar worden overschreden) PM2,5 Jaargemiddelde 25
1
SLA 40
20
10
'Preliminary assessment of air quality', RIVM nr. 725601005 en 725601007 en Handreiking Rekenen aan Luchtkwaliteit C.4.2
Rapport 11724.012 versie D1
Pagina 3 van 7
2.3 Besluit en regeling µ1LHWLQEHWHNHQHQGHPDWHELMGUDJHQ¶ In het %HVOXLW µ1LHW LQ EHWHNHQHQGH PDWH ELMGUDJHQ¶ VWDDW YHUPHOG GDW HHQ SODQ QLHW LQ EHWHNHQHQGH mate bijdraagt bij een toename van maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde (zijnde 1,2 μg/m³) voor NO2 en PM10. Wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt, vormt de luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor de doorgang van dat project. In de PLQLVWHULsOH5HJHOLQJµ1LHWLQEHWHNHQHQGHPDWHELMGUDJHQ¶]LMQcategorieën aangewezen die in elk geval niet in betekenende mate bijdragen aan de concentraties verontreinigende stoffen in de buitenlucht. 2.4 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen richt zich op bescherming van de in het besluit opgenomen mensen die verhoogd gevoelig zijn voor zwevende deeltjes (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Gevoelige bestemmingen zijn scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen, of alle vergelijkbare functies. In het besluit is bepaald dat provinciale en rijkswegen een zone hebben van respectievelijk 50 en 300 meter vanaf de rand van de weg. Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen deze zone en een overschrijding van de grenswaarde mag het aantal ter plaatse verblijvende personen in principe niet toenemen.
2.5 Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 De wijze waarop de luchtkwaliteit dient te worden berekend en beoordeeld staat beschreven in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit (Rbl) 2007. In de Rbl 2007 zijn regels opgenomen over onder andere de zeezoutaftrek voor de gemeente Gouda en de provincie Zuid-Holland, namelijk 3 ȝJP3 voor de jaargemiddelde concentratie en 4 overschrijdingsdagen voor PM10. Alleen bij een overschrijding van de grenswaarde voor PM10 mag achteraf de zeezoutaftrek worden toegepast.
Rapport 11724.012 versie D1
Pagina 4 van 7
3
UITGANGSPUNTEN
3.1 Bestemmingsplan Met het plan wordt de bouw van 650 wooneenheden en een klein deel commerciële en maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De emissies van luchtverontreinigende stoffen vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. Aangezien nog niet bekend is wanneer het plan wordt opgeleverd, is voor het rekenjaar een worstcasescenario gehanteerd waarbij uit is gegaan van peiljaar 2022. 3.2 Verkeersbewegingen De verkeersgeneratie van het gehele bestemmingsplan is gebaseerd op het mobiliteitsonderzoek 2 van Goudappel Coffeng. Hierbij is uitgegaan van van de CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie LQ HHQ µVWHUN VWHGHOLMN JHELHG¶ LQ GH UHVW YDQ VFKLO centrum/overloopgebied. Uit het mobiliteitsonderzoek blijkt dat het plan in combinatie met het mobiliteitsconcept in totaal 2.119 verkeersbewegingen per weekdag zal genereren. Voor de berekeningen wordt als worstcasescenario een aandeel van 5% vrachtverkeer gehanteerd. In de praktijk zal naar verwachting minder vrachtverkeer gegenereerd worden. De verkeergeneratie zal zich over de verschillende ontsluitingswegen van het plan verdelen. Voor de verdeling en ontsluiting van het verkeer wordt, conform het akoestisch onderzoek weg- en railverkeer3 uitgegaan van de verschilplot Spoorzone 2030.
Hieruit is de verdeling van het verkeer over de omliggende wegen bepaald. Het verkeer verdeeld zich over de Gentseweg (circa 41%)/Antwerpseweg (circa 15%) en de Burgemeester van Mijssingel (circa 44%). Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plan zullen over de Gentseweg/Antwerpseweg het hoogst zijn, namelijk 1.187 bewegingen. De totale verkeersgeneratie wordt uiteindelijk in het heersende verkeersbeeld opgenomen bij aansluiting met de Burgemeester van Reenensingel en de Burgemeester Jamessingel.
2 Goudappel Coffeng, Mobiliteit Burgemeesterkwartier Gouda, 17 oktober 2020, kenmerk 007926.20200921.N1.08. 3 Econsultancy, akoestisch onderzoek weg- en railverkeer, projectnummer 11724.004 D2 d.d. 7 april 2021.
Rapport 11724.012 versie D1
Pagina 5 van 7
4
BEREKENING EN BEOORDELING LUCHTKWALITEIT
4.1 Besluiten NIBM en gevoelige bestemmingen In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In elk geval er twee ontsluitingswegen aanwezig zijn is een ontwikkeling als NIBM aan te merken als er niet meer dan 3.000 woningen worden gerealiseerd. Het plangebied wordt ontsloten via een ontsluiting op de Antwerpseweg/Gentseweg en de Burgemeester Mijssingel. Er worden maximaal 650 woningen gerealiseerd. Gelet op het aantal woningen en het beperkt aandeel commerciële en maatschappelijke voorzieningen kan het plan worden aangemerkt als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Doordat er tevens commerciële en maatschappelijke voorzieningen worden gerealiseerd, behoort het plan strikt genomen niet tot een in de Regeling genoemde categorie. In het besluit gevoelige bestemmingen is bepaald dat provinciale en rijkswegen een zone hebben van respectievelijk 50 en 300 meter vanaf de rand van de weg. De meest nabijgelegen provinciale of rijksweg is de A12 (aansluiting 11, Gouda). De rijksweg bevindt zich op ruim 700 meter van het plan. Het besluit levert geen belemmering voor het plan.
4.2 NIBM-tool Met behulp van de NIBM-tool4 is het effect van de toekomstige verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt. In figuur 4.1 zijn de invoergegevens en resultaten van de NIBM-tool opgenomen.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2022
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
1187
Aandeel vrachtverkeer
5,0%
NO2LQȝJP
3
1,14
PM10LQȝJP
3
0,22
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer *UHQVYRRU1LHW,Q%HWHNHQHQGH0DWHLQȝJP
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 4.1 invoergegevens NIBM-rekentool
Uit de berekeningen blijkt dat de extra verkeersgeneratie niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. De maximale bijdrages voor zowel NO2 als PM10 voldoen aan de NIBM grenswaarde van 1.2 ȝJP3. Een nader luchtkwaliteitsonderzoek voor het extra verkeer ter hoogte van het plan is op basis van de Wet milieubeheer niet noodzakelijk. 4 bron: website InfoMil, versie 06-04-2021.
Rapport 11724.012 versie D1
Pagina 6 van 7
4.3 Grens- en advieswaarden Met behulp van de NSL-monitoringstool die behoort bij het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. In tabel 4.1 zijn voor de jaren 2020 en 2030 voor de relevante stoffen de hoogste berekende concentraties weergegeven. Tabel 4.1 Resultaten jaren 2020 en 2030 stoffen 2020 2030 NO2 concentratie 26 μg/m³ 18 μg/m³ PM10 concentratie 20 μg/m³ 17 μg/m³ PM10 overschrijding 7 dagen 6 dagen PM2,5 concentratie 12 μg/m³ 9 μg/m³
Selectie (zwart) en maatgevend (rood) rekenpunt
Uit de monitoringstool blijkt dat de concentraties en overschrijdingsdagen van luchtverontreinigende stoffen reeds in 2020 voldoen aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Enkel de berekende concentratie van PM2,5 is in 2020 nog 2 ug/m3 hoger dan de advieswaarde van 10 ug/m3 van het WHO uit het SLA. Omdat met het SLA gestreefd wordt om in 2030 te voldoen aan de advieswaarden is er geen sprake van een overschrijding. Voor planjaar 2030 wordt geconcludeerd dat, ook wanneer rekening wordt gehouden met de worstcase bijdrage aan de hand van de NIBM-tool, er geen overschrijdingen van zowel de grens- als advieswaarden zullen optreden.
5 CONCLUSIE Uit de resultaten blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. In de nabije toekomst zal ook worden voldaan aan de advieswaarden van de WHO zoals opgenomen in het SLA. Het plan voorziet al in maatregelen om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. Zo wordt de nieuwbouw niet aangesloten op het gasnet en worden de verkeersbewegingen beperkt aan de hand van het opgestelde mobiliteitsconcept. Geconcludeerd wordt dat er voor het plan geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit.
Rapport 11724.012 versie D1
Pagina 7 van 7
98
Bijlage 7 Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai
"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)