Bijlagen 5.5 bij toelichting_Bijlage 5 Cultuurhistorie
Tekst van het document
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
PRINS WILLEM-ALEXANDERKAZERNE GROEN VAN PRINSTERERSINGEL 41 GOUDA
CONCEPT MEI 2023
1
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
INHOUD VOORWOORD .................................................................................................................................................. 3 HISTORISCHE CONTEXT .................................................................................................................................... 4 VERPLAATSING VAN DE VERDEDIGING NAAR HET OOSTEN ................................................................................................. 4 VERBINDINGEN EN RELATIE COMMANDOPOSTEN BLS-NTB .............................................................................................. 6 ONTWIKKELING TERRITORIALE VERDEDIGING IN JAARTALLEN ............................................................................................. 7 HET COMPLEX IN JAARTALLEN ..................................................................................................................................... 8 GESCHIEDENIS COMPLEX .................................................................................................................................. 9 BOUW VAN DE BUNKER MET KAZERNE (1966-1968) ..................................................................................................... 9 PLAATSING ASCON-MAST (1979) ...........................................................................................................................
18 BESCHERMING TEGEN EMP (1983-1984) ................................................................................................................ 19 BOUW DUBBELE WONING (1984) ............................................................................................................................. 20 NIEUWBOUW KAZERNE (1988-1991)....................................................................................................................... 21 AANPASSINGEN BUNKER (1991-1992) ..................................................................................................................... 26 SLOOP KAZERNEGEBOUW OP DE BUNKER (2006) ......................................................................................................... 27 BESCHRIJVING EN ANALYSE ............................................................................................................................ 28 BUNKER.......................................................................................................................................................... 28 EXTERIEUR............................................................................................................................................................
28 INTERIEUR ............................................................................................................................................................ 34 KAZERNEGEBOUW ......................................................................................................................................... 59 EXTERIEUR............................................................................................................................................................ 59 INTERIEUR ............................................................................................................................................................ 63 DIENSTWONINGEN ......................................................................................................................................... 67 WAARDESTELLING .......................................................................................................................................... 68 EXTERNE WAARDESTELLING (CONTEXTUEEL) ................................................................................................................ 68 INTERNE WAARDESTELLING ......................................................................................................................................
69 WAARDESTELLINGSREPRESENTATIEPLATTEGROND BUNKER.............................................................................................. 72 AANBEVELINGEN ............................................................................................................................................ 73 LITERATUUR ................................................................................................................................................... 74 COLOFON ....................................................................................................................................................... 75
2
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
VOORWOORD Het is al weer ruim 30 jaar geleden dat de Koude Oorlog eindigde. Een oorlog die in Europa voornamelijk bestond uit angst. Angst voor een nucleair conflict met dermate grote gevolgen dat een normaal leven niet meer mogelijk zou zijn. In de Tweede Kamer werd al kort na de Tweede Wereldoorlog gemeld dat de apocalyptische taferelen als gevolg van de bombardementen van bijvoorbeeld Dresden en Hamburg binnenbrandjes zouden zijn in vergelijking met wat ons te wachten stond bij een nucleaire aanval. Toch heeft de overheid steeds getracht om de burger nog enige bescherming te bieden tegen de gevolgen van een dergelijke aanval. De sporen van die bescherming zijn niet altijd even gemakkelijk in het (stedelijke) landschap terug te vinden. Ze vormen echter wel een belangrijk erfgoed, dat getuigt van de enorme invloed die de Koude Oorlog op het dagelijkse leven in de tweede helft van de 20ste eeuw heeft gehad. Mede door onbekendheid dreigt dit erfgoed te verdwijnen. Een voorbeeld hiervan is de TCC-bunker bij Bilthoven, die een unieke getuigenis vormt van de aanpassingen aan de technische ontwikkeling gedurende de Koude Oorlog. In 2009 is voor veel geld een mislukte poging gedaan om deze bunker te slopen. De verantwoordelijke wethouder had daarbij op vragen van de gemeenteraad geantwoord dat de bunker geen cultuurhistorische waarde had.
Uiteindelijk heeft het miljoenen gekost om dit monument niet te slopen maar onherkenbaar te maken voor de bezoekers van het bedrijvenpark waar de bunker staat. Een ander voorbeeld is de in 2006 gesloopte verbindingspost op het Servaasbolwerk in Utrecht. De onderdelen uit de Koude Oorlog werden in een cultuurhistorische waardestelling zelfs als storend omschreven. Het niet bekend zijn met het erfgoed uit de Koude Oorlog heeft tot op heden al geleid tot het verlies van belangrijk historisch erfgoed. In het noorden van Gouda bevindt zich de voormalige Prins Willem-Alexanderkazerne. In 2010 heeft Defensie het terrein aan de Groen van Prinsterersingel verlaten. Thans bevindt het terrein zich in het stadium van herontwikkeling. De bebouwing op het terrein is in de Koude Oorlog tot stand gekomen. De gemeente Gouda wil daarom graag inzicht krijgen in de cultuurhistorische waarden van het complex. Derhalve heeft de gemeente aan Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies opdracht gegeven om een cultuurhistorische verkenning met waardestelling van het complex samen te stellen. Het onderzoek is uitgevoerd door ondergetekenden. Op deze plaats willen wij graag de heren E. Gol en luitenant-kolonel b.d. J. H. Rijntalder bedanken voor de verstrekte informatie Ir. A. Viersen, R. Smid Arnhem, mei 2023
3
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
HISTORISCHE CONTEXT Het grootste verschil van de Nederlandse defensie ten tijde van de Koude Oorlog ten opzichte van de periode daarvoor is dat het leger na de toetreding tot de NAVO in 1949 deel uitmaakte van een internationaal verbond, terwijl Nederland in de vooroorlogse periode als neutraal land voor zijn eigen verdediging zorgde. De Tweede Wereldoorlog en de ontwikkelingen daarna hadden echter aangetoond dat neutraliteit niet meer mogelijk was. In de eerste jaren na de oorlog kon er niet veel aandacht worden besteed aan de opbouw van de legermacht in Nederland omdat het conflict in Nederlands-Indië in die jaren alle aandacht opeiste.1 Pas na 1950 werd de aandacht verplaatst en was de blik gericht op de dreiging vanuit het oosten van Europa. Door ontwikkelingen van geopolitieke aard verslechterde de verhouding tussen het “Westen” en het “ Oosten” in deze periode, zowel in politiek, militair als maatschappelijk opzicht. Blijkens de Militaire Veronderstellingen (MV) in de eerste helft van de jaren vijftig werd er toen nog niet serieus rekening gehouden met een nucleaire aanval.2 Pas in de jaren erna groeide de vrees dat Nederland getroffen zou kunnen worden door een atoombom. Voor de directe verdediging tegen een aanval uit het oosten werd in de jaren vijftig nog gedacht aan een linie langs de Rijn en de IJssel.
In de periode kort na de Tweede Wereldoorlog opereerden de Nationaal Territoriaal Bevelhebber (NTB) en de Bevelhebber Landstrijdkrachten) (BLS) naast elkaar. De BLS, tevens Chef Generale Staf (CGS), was in vredetijd de hoogste bevelhebber. In geval van oorlog zou het hoogste bevel overgaan naar de NTB, omdat men er van uit ging dat de CGS in oorlogstijd met de regering zou uitwijken. Al snel bleek dat dit niet werkbaar was en de verdediging van Nederland werd zover versterkt dat er geen sprake meer was van het uitwijken van de regering. Daarom werd de NTB vanaf 1954 onder de CGS (tevens BLS) geplaatst.3
Verplaatsing van de verdediging naar het oosten Door de toetreding van West-Duitsland tot de NAVO (1955) wijzigde ook het verdedigingsconcept. In de loop van de jaren zestig werd de NAVO-strategie steeds meer gericht op een ”voorwaartse” verdediging.4 De troepen die in de eerste naoorlogse jaren langs de IJssel en Rijn waren gesitueerd, werden in NAVO-verband steeds verder oostwaarts gelegerd, richting het zogeheten IJzeren Gordijn, dat de grens tussen Oost en West aan gaf. Hierdoor ontstond steeds meer de noodzaak om het Nationaal Territoriaal Commando verder te ontwikkelen. De Nederlandse troepen zouden worden gelegerd op de Noord-Duitse Laagvlakte bij de grens tussen de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) en de Duitse Democratische Republiek (DDR). Vanaf 1963 was een deel van het eerste legerkorps daadwerkelijk in Duitsland gestationeerd. Dit legerkorps stond onder bevel van de BLS. Wanneer Nederland in NAVO-verband in een oorlogssituatie terecht zou komen en de Nederlandse troepen in Duitsland of elders werden ingezet, moest het eigen territoriaal gebied ook Boom, p. 13. Een Militaire Veronderstelling is een door het ministerie van Defensie opgesteld document waarin de militaire dreigingen worden beschreven. 3 Hoffenaar, 1994, p. 133. 4 Hoffenaar, 2004, p. 193-198. 1 2
4
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
verdedigd worden. Het deel van het leger dat Nederland zelf moest verdedigen stond onder bevel van de NTB. Hierbij behoorden ook de troepen van de Nationale Reserve (NATRES), die onder bevel stonden van de lokale Territoriale Bevelhebbers (TB), later Provinciaal Militair Commandanten (PMC). Deze bevelhebbers ressorteerden op hun beurt weer onder de NTB. Bij de verdediging van het territoriaal gebied ging het niet alleen om het bewaken en beschermen van militaire objecten maar ook om het beschermen van viaducten, tunnels en andere kwetsbare infrastructuur, zoals waterleiding- en elektriciteitssystemen. Hierbij behoorden ook de belangrijke defensie- en overheidsobjecten die in de “Zeer Geheime Sleutelpuntenlijst” worden genoemd; een lijst van vitale objecten voor de verdediging.5 Verder was er ook het beheer van talloze mobilisatiecomplexen, nodig voor de opkomst van mobilisabele-eenheden, inclusief materieel en munitie. Het mobiliseren en gevechtsklaar maken van nieuwe troepen behoorde ook tot de werkzaamheden van de NTB. Nederland had daarnaast in NAVO-verband nog een speciale functie als doorvoerland van NAVO-troepen die uit Engeland, Canada en/of Amerika aankwamen in Nederlandse zeehavens (Host Nation Support).6 Het ging hierbij om eenheden die richting het strijdtoneel zouden optrekken.
Omgekeerd zouden gewonden, andere slachtoffers en incomplete troepeneenheden via de Nederlandse havens kunnen worden gerepatrieerd. Verder moesten wapens, geschut, gevechtsvoertuigen en munitie, maar ook voedsel, medicamenten en andere benodigdheden hun weg naar het strijdtoneel kunnen vinden. De logistieke verzorging van de troepen in Duitsland viel eveneens onder de verantwoordelijkheid van de NTB.
Overzicht van de operationele gebieden op de West-Duitse Laagvlakte. (Herkomst: Hoffenaar, 1994, p. 257) 5 6
Balfoort, p. 27. https://www.defensie.nl/onderwerpen/internationale-samenwerking/host-nation-support
5
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Zo kwam er steeds meer noodzaak om de organisatie van de Nationaal Territoriaal Bevelhebber (NTB), en na 1975 het National Territoriaal Commando (NTC), verder te ontwikkelen op de Prins Willem Alexanderkazerne in Gouda. Die op 27 september 1968 geopende kazerne bestond uit een grote commandobunker met daarop een voornamelijk als kantoor ingerichte bovenbouw. De bovenbouw diende voor het functioneren in vredestijd. De bunker was bedoeld om in crisis- of oorlogstijd onder beschermde omstandigheden toch verder te kunnen functioneren.
Verbindingen en relatie commandoposten BLS-NTB De staf van de BLS, gevestigd in de Julianakazerne in Den Haag, zou in oorlogs- of crisistijd verplaatst worden naar de naastgelegen bunker Clingendael in de gemeente Wassenaar (de gemeentegrens loopt tussen beide gebouwen). De commandopost van de NTB (na 1975 NTC) in oorlogs- of crisistijd was de bunker in Gouda. Beide bunkers waren aangewezen als elkaars wederzijdse reserve-commandopost. Dit voor het geval dat één van de twee posten zou worden uitgeschakeld. Alle communicatielijnen konden daarom worden omgeschakeld van de ene naar de andere locatie. Ten behoeve van beide commandoposten waren voor het operationele radioverkeer radioparken ingericht in het Schefferkamp in De Lier, in de Zuidduinen bij Katwijk en in het voormalige fort Wierickerschans van de Oude Hollandse Waterlinie. De apparatuur in de drie radioparken kon via speciale sleutellijnen zowel vanuit Den Haag als vanuit Gouda worden bediend.7 Vanwege alle taken van de NTB/NTC-locatie (beveiliging van het territorium, vervangen van de BLS-locatie, NAVO-verband, Host Nation Support) was de locatie in Gouda ruimschoots voorzien van verbindingsmiddelen. Dit betrof zowel zogenaamde reguliere openbare lijnen, vaste lijnen van Defensie, beveiligde lijnen, huurlijnen, telexverbindingen, radiotelegrafie, radiocommunicatie als later het begin van internet.
De kazerne in Gouda had vanaf 1979 ook een ASCON-verbinding (Automatic Switching Communication Network).8 Voor het operationele telefoonverkeer van de lucht- en landmacht was dat in die tijd een ultramodern straalverbindingsnetwerk.9
Het Organisatieschema van de landmacht na 1975, met het Nationaal Territoriaal Commando direct onder de Bevelhebber Landstrijdkrachten. (Herkomst: Geerts, p. 312) Email R.H. Rijntalder 27-04-2023 | Rijntalder, 2021, p. 201. https://www.militairespectator.nl/sites/default/files/bestanden/uitgaven/1990/1990-0437-01-0147.PDF 9 Email R.H. Rijntalder 27-04-2023 | Rijntalder, 2021, p. 141. 7 8
6
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Ontwikkeling territoriale verdediging in jaartallen 03-09-1944 19-07-1945 1947 15-04-1948 1949 1950 1950
1955 27-09-1968 1970
01-01-1975
2010
Eerste aanstelling Bevelhebber Nederlandse Strijdkrachten (BNS).10 Organisatie, beveiliging en bewaking in de bevrijde gebieden. Eerste aanstelling Territoriaal Bevelhebber Nederland (TBN).11 Beveiliging van objecten, buitenbewaking van gevangenen, mijnenopruiming, handhaving rust en orde. Territoriaal Bevelhebber Nederland (TBN) kan zich richten op zijn eigenlijke taak, de territoriale verdediging en militaire bijstand.12 Oprichting Nationale Reserve (NATRES) (voorheen Landstorm).13 Oprichting Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Reorganisatie nationale verdediging. Eerste aanstelling Nationaal Territoriaal Bevelhebber (NTB).14 Er worden ook 5 gebieden ingericht met een Territoriaal Bevelhebber (TB): Noord, West, Zuid-West, Zuid-Oost en Oost. Deze gebieden zijn weer opgedeeld in Territoriale Commando’s (TC). Toetreding Bondsrepubliek Duitsland (BRD) tot de NAVO, ontwikkeling van de “voorwaartse verdediging” bij de Duits-Duitse grens. Territoriaal Bevelhebber West (TBW) verplaatst naar nieuwe Prins Willem Alexander kazerne in Gouda. Bestaande Territoriale Commandostructuur wordt vervangen door Provinciale Militaire Commandanten (PMC).15 Er komen 3 Territoriale Bevelhebbers (West, Noord en Oost) en 11 Provinciaal Militair Commando’s (PMC). Oprichting Nationaal Territoriaal Commando (NTC) ter vervanging van de NTB.16 Herstructurering naar 9 PMC’s.
De beveiliging van het Nederlandse grondgebied valt onder NTC. Het NTC in Gouda is de reservelocatie voor de Bevelhebber Landstrijdkrachten (BLS) voor het geval de Prinses Julianakazerne en de bunker Clingendaal in Wassenaar/Den Haag zouden uitvallen. Prins Willem Alexanderkazerne buiten dienst gesteld.
Hoffenaar, 1994, p. 22 Hoffenaar, 1994, p. 25 12 Hoffenaar, 1994, p. 41 13 Hoffenaar, 1994, p. 43 14 Hoffenaar, 1994, p. 121 15 Hoffenaar, 1994, p. 251 16 Hoffenaar, 1994, p. 299 10 11
7
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Schild met het embleem van het Nationaal Territoriaal Commando. (Herkomst: collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH))
Het complex in jaartallen 1966-1968 Bouw van de bunker, met daarop een kazerne van drie bouwlagen. Aan de westzijde worden twee dienstwoningen gebouwd. 1979 Plaatsen ASCON-mast voor de verbindingen 1983-1984 Verbouwing van een deel van de bunker om deze aan te passen aan de gevolgen van Electro Magnetische Puls (EMP). 1984 Bouw nieuwe dubbele dienstwoning in de zuidwesthoek van het terrein. 1988-1991 Bouw huidige kazerne. 2006 Sloop van de bovenbouw op de bunker. 2010 Defensie verlaat de kazerne. 2022-2023 De kazerne uit 1991 wordt als school gebruikt. Hiervoor wordt met name de afwerking van het gebouw aangepast.
8
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
GESCHIEDENIS COMPLEX Bouw van de bunker met kazerne (1966-1968) Om de commandopost van de Nationaal Territoriaal Bevelhebber (NTB), tevens Territoriaal Bevelhebber West (TBW), onderdak te bieden werd in 1966-1968 aan de Groen van Prinsterersingel 41 te Gouda een beschermd onderkomen gemaakt met daarop een kazernegebouw. Ten westen ervan werden een dienstwoning en een fietsenstalling met transformatorhuis gebouwd. Het complex werd op 27 september 1968 in gebruik genomen. In het voornamelijk uit kantoorruimten bestaande kazernegebouw kon in vredestijd worden gewerkt aan het takenpakket van de NTB (vanaf 1975 het Nationaal Territoriaal Commando (NTC)). De bunker onder het kantoorgedeelte diende om in crisis- of oorlogstijd onder beschermde omstandigheden toch als commandopost verder te kunnen functioneren. De bunker ligt bovengronds, met een kleine verlaging ten opzichte van het maaiveld (ongeveer 40 cm). De afmetingen van deze bijzondere bunker zijn 56,04 x 37,02 x 3,30 m. De muren en de dakconstructie bestaan uit 40 cm dik gewapend beton. Om de betonconstructie is nog een bakstenen gevel aangebracht, die meer dient om de betonnen bunker aan het zicht te onttrekken dan om extra fysieke bescherming te bieden.
De bunker is ontworpen aan de hand van een door het ministerie van Defensie opgesteld eisenpakket en de bouw is begeleid door de Dienst DGW & T van Defensie.17 Wie het ontwerp heeft gemaakt is niet bekend, maar gezien de grote overeenkomst tussen het bunkerontwerp en het voorschrift voor een beschermd onderkomen voor 370 man, zoals genieofficier C. Schep die heeft gegeven in zijn publicatie uit 1967, is het aan te nemen dat hij sterke invloed heeft gehad op het ontwerp. Boven op de bunker stond dus oorspronkelijk een drielaags kantoorgebouw. Die bovenbouw is rond 2006 gesloopt. Hier waren in vredestijd de NTB met zijn medewerkers gehuisvest. In geval van dreiging zouden de werkzaamheden verplaatst worden naar de bunker onder het kantoorgedeelte. Alleen de leiding, de staf en essentiële organisatorische medewerkers hadden een plek in de bunker, aangevuld met de benodigde technische- en verzorgingsmedewerkers. De bunker bood bescherming tegen lichte explosieven en de gevolgen van een NBC-aanval.18 Die afkorting staat voor nucleaire, bacteriologische en chemische dreiging, kortom atoombom, ziektekiemen en gifgassen. De bunker was niet bestand tegen de gevolgen van een kernexplosie in de nabijheid, maar wel tegen de fall-out en in beperkte mate tegen de luchtdruk van een dergelijke explosie.
Een bijzonder kenmerk van de bunker is dat hij als één geheel is gebouwd, maar qua indeling bestaat uit twee compartimenten. Deze compartimenten zijn grotendeel gelijk aan elkaar en gespiegeld opgezet. Met name de technische ruimten zijn dubbel uitgevoerd, zodat elk compartiment zelfstandig kan opereren, mocht de ander uitvallen. Tussen de twee compartimenten zijn in de verbindingsgangen ook luchtdichte drukdeuren geïnstalleerd en de kabels en leidin-
https://www.defensie.nl/onderwerpen/historische-canons/historische-canon-regiment-genietroepen/hetregiment-paraat/de-bouwdienst 18 Neer, p.410-417. 17
9
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
gen zijn met speciale technieken opgehangen en doorgevoerd. Hierdoor was het mogelijk dat de installaties van het ene compartiment die in het andere compartiment ondersteunen.
Situatietekening voor de bouw van de kazerne. Rechts het kazernegebouw met beschermd onderkomen. Links ervan het parkeerterrein en linksboven het trafogebouw met fietsenstalling. Eronder, naast de toegang tot het terrein, staat de dienstwoning. (Herkomst: Streekarchief Midden-Holland (SAMH), toegang 0468, inv.nr. 8743)
Het ontwerp voor de bunker in Gouda is vrijwel identiek aan het hier getoonde voorbeeld voor een beschermd onderkomen dat kolonel Schep in zijn publicatie uit 1967 weergeeft. De in het voorschrift vermelde grootte van 56 x 38 m is vrijwel gelijk aan die van het uitgevoerde ontwerp in Gouda (56,04 x 37,02 m). Ook de door Schep genoemde bezetting van 370 personen komt ruwweg overeen met de geplande bezetting van 335 personen voor de bunker in Gouda. Omdat de publicatie uit 1967 stamt en het ontwerpproces voor de bunker in Gouda al vóór die datum was begonnen, kunnen we aannemen dat niet het voorschrift model heeft gestaan voor het ontwerp maar het ontwerp voor het voorschrift. (Herkomst: Schep 1967) 10
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Ontwerptekening van het beschermde onderkomen. De indeling met twee gespiegelde compartimenten is goed herkenbaar. Deze hebben hun eigen entree in de zuid- en de noordgevel. De nooduitgangen aan de uiteinden van de twee langsgangen staan niet aangegeven. Op de grens van beide compartimenten zijn in de langsgangen luchtsluizen te zien (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 8743)
Tekening van de hoofdstructuur van de bunker met gestippeld de plaats van het op de bunker te bouwen kazernegebouw. (Herkomst; SAMH, toegang 0468, inv.nr. 8743) 11
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Plattegrond van de kruipruimte van de bovenbouw met daarin aangegeven de riolering. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422)
Plattegrond van de onderste verdieping van het op de bunker geplaatste kazernegebouw, zoals deze eruit zag kort voor de sloop in 2006. De indeling zal niet veel verschillen ten opzichte van de oorspronkelijke opzet. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22411)
12
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Plattegrond van de middelste verdieping van het kazernegebouw kort voor de sloop in 2006. De indeling ervan zal niet veel verschillen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22411)
De bovenste etage van het kazernegebouw kort voor de sloop in 2006. De indeling is waarschijnlijk identiek aan de oorspronkelijke opzet. (Herkomst: SAMH, Toegang 0468, inv.nr. 22411) 13
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Revisietekening met de gevels van het kazernegebouw en het beschermd onderkomen daaronder. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422)
De langsdoorsneden over de bunker en het daarop geplaatste kazernegebouw. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422)
14
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Doorsnede over de op de bunker geplaatste bovenbouw. Bij de twee onderste bouwlagen bestaat de constructie uit gewapend beton. De bovenste verdieping heeft een staalconstructie. (Herkomst: Gemeente Gouda)
De kazerne met onderliggende bunker, gezien vanuit het noordwesten in 1971. (Herkomst: NIMH, objectnr. 2001_777-71_30-32_05)
15
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
De entreepartij van de zuidgevel op 25 november 1971. De toegang tot de bunker bevindt zich onder de brede toegangstrap. (Herkomst NIMH, objectnr. 2001_777-71-32)
Overzicht van de binnenplaats van het kazernegebouw vlak voor de sloop in 2006. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422)
16
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
De voorgevel (zuidgevel) vlak voor de sloop in 2006. De brede toegangstrap was toen al gesloopt en vervangen door een eenvoudige stalen trap. Die vervanging zal hebben plaatsgevonden nadat in 1991 het nieuwe kazernegebouw via een verbindingsdeel met de westzijde van de bunker was verbonden. De twee bestaande bunkertoegangen zijn toen “gedegradeerd” tot nooduitgangen. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422)
Foto uit de periode kort voor de sloop van de keuken op de bovenste verdieping van het kazernegebouw. Te zien is onder andere de staalconstructie die het dak draagt. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422)
17
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Plaatsing ASCON-mast (1979) Voor de telecommunicatie tussen de verschillende legeronderdelen wordt in Nederland het ASCON straalzendersysteem toegepast. Ook de bunker in Gouda kreeg in 1979 een ASCONmast op het bunkerdak geplaatst.
Plattegrond van de binnenplaats van het kantoorgebouw met de plaats waar de ASCON-mast op het dak van de onderliggende bunker geplaatst moest worden. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422)
Aanzichttekening van de ASCON-mast. Rechts een foto van een vergelijkbare mast, zoals die in Arnhem heeft gestaan. (Herkomst: links SAMH, toegang 0468, inv.nr. 11999, rechts: R.H. Rijntalder)
18
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Bescherming tegen EMP (1983-1984) Bij het oorspronkelijke ontwerp van de bunker was geen rekening gehouden met de gevolgen van een elektro magnetische puls (EMP). EMP is als een super-energetische bliksem. In plaats van een punt te raken, kan het een groot gebied dekken met een EMP-veld. Hierdoor wordt alle elektronische apparatuur uitgeschakeld. Een nucleaire EMP-aanval (NEMP) zou overal elektronica vernietigen, vliegtuigen laten crashen, auto's en treinverkeer stoppen. Uitschakeling van elektriciteitsnetten en andere kritieke infrastructuren zou op slag het dagelijks leven totaal ontregelen. De enige mogelijkheid om zich hiertegen te beschermen is het maken van een zogeheten kooi van Faraday rond de voor EMP gevoelige apparatuur. Het betreft een kooivormige constructie van elektrisch geleidend materiaal, zoals koper of ijzer, die ervoor zorgt dat statische elektrische velden niet tot binnen in de kooi kunnen doordringen. De kooi is wel doordringbaar voor statische magnetische velden, zoals het aardmagnetisch veld. De kooi biedt ook bescherming tegen statische ontladingen, zoals bliksem. De noodzaak van bescherming tegen de gevolgen van EMP zal de aanleiding zijn geweest voor de verbouwing in 1983-1984 van het meest oostelijke deel van de bunker. Hier werd het verbindingscentrum ondergebracht.
De ruimten ten oosten van de dwarsgang G4 kregen een metalen beplating, zowel bij de vloer als tegen de wanden en het plafond. De vloer werd zwevend uitgevoerd om schokken op te kunnen vangen. Dit verklaart waarom de vloer in die ruimten thans enige decimeters hoger ligt dan in de gang. Verder werd de luchtbehandeling aangepast (ruimte 92) en werd een extra generator toegevoegd (ruime 63). Het nieuwe verbindingscentrum werd met stalen gasdeuren van de rest van het oostelijke compartiment afgescheiden. Bij de verbouwing heeft men ook de dwarsgang G3 aangepast. De daaraan gelegen vertrekken bleven echter ongewijzigd. De vertrekken aan de zuidzijde van de gang 109 werden wel aangepast. Ook het vertrek 45 op de noordwesthoek, naast de ingang is in deze fase gemoderniseerd.
Plattegrond van de bunker, met daarop aangegeven waar de aanpassingen moeten plaatsvinden. (Herkomst: Rijksvastgoedbedrijf, via gemeente Gouda) 19
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Bouw dubbele woning (1984) In 1984 werd op de zuidwesthoek van het complex een nieuwe dubbele dienstwoning gebouwd. Deze dienstwoningen kregen de opzet en indeling van gewone woningen en hadden geen specifieke kenmerken, gerelateerd zijn aan het gebruik door Defensie. Vermoedelijk werden ze gebouwd als voorbereiding voor de bouw van de nieuwe kazerne, waarvoor de bestaande dienstwoningen gesloopt moesten worden.
Situatietekening behorend bij de bouw van de beide dienstwoningen. Op de tekening zijn de bestaande dienstwoning en het trafogebouw/fietsenstalling nog te zien. Die waren op dat moment dus nog niet gesloopt. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422)
Ontwerptekening voor de bouw van de nieuwe dubbele dienstwoning. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 22422). 20
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
De dubbele dienstwoning gezien vanuit het zuidwesten in 2023.
Nieuwbouw kazerne (1988-1991) Een ingrijpende wijziging van het complex vond plaats in 1991 toen aan de noord- en westzijde van de bunker een geheel nieuw kazernegebouw werd gemaakt. De plannen waren echter ouder. De oudst aangetroffen ontwerptekeningen voor dit gebouw in het archief van Bouw- en Woningtoezicht (BWT) van de gemeente Gouda stammen namelijk uit april 1988. Tussen planning en uitvoering is dus ruime tijd verstreken. Het nieuwe gebouw werd opnieuw hoofdzakelijk ingericht als kantoor, maar in de westvleugel was beperkte legering mogelijk. Tijdens de uitvoering heeft men de noordoostvleugel met twee verdiepingen opgehoogd. Door één van de oude nooduitgangen van de bunker te vergroten tot een reguliere toegang was de bunker via een verbindingsdeel direct vanuit het nieuwe kantoorgebouw toegankelijk. Voor de nieuwbouw moesten de twee bestaande dienstwoningen uit de bouwtijd van de bunker wijken. Aan de noordwestzijde van het gebouw werd een garage gebouwd ten behoeve van de marechaussee. Voor deze dienst werd achter de garage een bescheiden cellencomplex ingericht met twee cellen en een kleine overdekte luchtplaats.
Ontwerp uit 1988 voor de nieuwe terreinindeling. Voor zover onbebouwd is het terrein vrijwel geheel ingericht als parkeerterrein. (SAMH), toegang 0468, inv.nr. 14240) 21
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Ontwerptekening van de begane grond van de nieuwbouw. (Herkomst: SAMH, toegang 0684, inv.nr. 14240)
Ontwerptekening voor de eerste verdieping van de nieuwbouw. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 14240)
22
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Ontwerptekening voor de tweede verdieping van de nieuwbouw. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 14240)
Tekening van de derde verdieping van de nieuwbouw voor de oorspronkelijke bouwaanvraag. De verhoging van de noordoostelijke vleugel is hierop nog niet zichtbaar (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 14240)
23
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Revisietekening met de uiteindelijke gerealiseerde toestand van de derde verdieping van de nieuwbouw. (Herkomst: Gemeente Gouda)
Revisietekening van de nieuwbouw met daarop de vierde verdieping van de noordoostelijke vleugel. (Herkomst: Gemeente Gouda)
24
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Revisietekening van de noord-, zuid en westgevels van de nieuwbouw. (Herkomst: Gemeente Gouda)
Revisietekening van de oostgevel en twee doorsneden van de nieuwbouw. (Herkomst: Gemeente Gouda)
25
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
De nieuwbouw gezien vanuit het zuidwesten in 2023.
Aanpassingen bunker (1991-1992) Kort na of tijdens de nieuwbouw werd het verbindingscentrum in de bunker aangepast.
Ontwerptekening voor de aanpassingen die kort na de nieuwbouw van de kazerne in de bunker werden gepland. Het betreft de ruimten die van een arcering zijn voorzien (Herkomst: Gemeente Gouda)
26
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Het complex in 2004. De oude kazerne op de bunker is dan nog niet gesloopt. De brede toegangstrap vóór de kazerne is al wel verdwenen. (Herkomst: NIMH, objectnr. 2156_038871)
Sloop kazernegebouw op de bunker (2006) In 2006 werd het oude kazernegebouw op de bunker gesloopt. De kruipruimte van de bovenbouw met een deel van de leidingen van de bunker werd daarbij gespaard. Het resterende deel van het gebouw kreeg een nieuwe daklijst.
De bunker in 2023. Van de in 2006 gesloopte bovenbouw rest alleen nog de 1,20 meter hoge kruipruimte. Deze is hier te herkennen aan het nog resterende deel van de gevelbekleding en de na de sloop aangebrachte beplating langs de dakrand.
27
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
BESCHRIJVING EN ANALYSE In dit hoofdstuk worden de gebouwen van het kazernecomplex beschreven in de toestand van 2023. De meeste aandacht gaat uit naar de behouden bunker uit 1968, een kortere beschrijving en analyse wordt gegeven van het kazernegebouw uit 1991 en de dubbele dienstwoning uit 1984.
Overzicht van het complex, gezien vanaf de toegang aan de Groen van Prinsterersingel. Op het terrein staan vier gebouwen: de bunker, de kazerne, de garage en de dubbele dienstwoning. Links de kazerne, in het midden de toegang met rechts daarvan de dubbele dienstwoning. De bunker bevindt zich achter het lage deel van de kazerne.
BUNKER De bunker is een betonconstructie met een hoogte van één bouwlaag en een omvang van 56,04 x 37,02 meter. De wanden en de zoldering van het gebouw zijn in 40 cm dik gewapend beton uitgevoerd. Het gebouw is aan de buitenzijde voorzien van een bakstenen klamp. Boven die klamp zijn twee lagen beplating bevestigd. De onderste laag is het restant van de beplating waarmee het in 2006 gesloopte kazernegebouw was bekleed. De bovenste laag (zonder onderverdeling) is na de sloop van de bovenbouw aangebracht. De oorspronkelijke hoofdtoegang van de bunker zat in de zuidgevel en was verstopt onder de buitentrap naar de hoofdtoegang van het kazernegebouw. Ook de tweede bunkertoegang, in de noordgevel, was onder een buitentrap naar de bovenbouw geplaatst. Sinds de bouw van het nieuwe kazernegebouw (1991) bevindt de hoofdtoegang van de bunker zich in de westgevel. De beide oorspronkelijke toegangen zijn thans niet meer te gebruiken. De bunker is nu alleen toegankelijk door de toegang in de westgevel.
Exterieur Aan de buitenzijde is de bunker voorzien van een steens dikke spouwmuur, die het betonwerk aan het zicht onttrekt. Het steens zware buitenspouwblad is op 5 cm afstand van het betonwerk geplaatst. Het metselwerk is in Noors- of kettingverband opgetrokken.
28
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Overzicht van de zuidgevel van de bunker, met op de achtergrond het kazernegebouw uit 1991.
Overzicht van de zuidgevel van de bunker. Links een eenlaags verbindingslid met het kazernegebouw uit 1991. Rechts de bunker, met in het midden de oorspronkelijke bunkertoegang. De functie van de koker midden op de foto is niet bekend, maar vermoedelijk is dit een hemelwaterafvoer.
Detail van het westelijke deel van de zuidgevel. Op de voorgrond zijn de ontluchtingspijpen van het expansievat zichtbaar. De plaat rechts bij de dakrand dekt de oorspronkelijke afvoeropening van de gebruikte lucht af.
29
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Het middelste deel van de zuidgevel met in het midden de oude toegang tot het westelijke compartiment van de bunker. De afwijking in de beplating langs de dakrand geeft de plaats aan waar zich tot 2006 de buitentrap naar de bovenbouw bevond. Links naast de toegang is het inlaatrooster voor de verse lucht zichtbaar, en in de muur links de pijpen voor de opslagtanks voor diesel.
Zicht op het middelste deel van de westgevel van de bunker. Achter de lantaarnpaal, bij de rode pijl, is de dilatatievoeg tussen beide bunkercompartimenten te zien. Geheel links in de gevel is een leidingdoorvoer zichtbaar. Dit zal de vuilwaterafvoer zijn van de sanitaire ruimte, die zich daar bevindt. Het rooster rechts in beeld is van de afvoer van vuile lucht uit keukenruimte 115/115A .
30
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Overzicht van de oostgevel van de bunker. Het metselwerk bevat enkele herstellingen, maar ter plaatse van de nooduitgangen aan de uiteinden van de twee langsgangen is het metselwerk zonder onderbreking uitgevoerd. Het werd niet wenselijk geacht om de plaats van de nooduitgangen in de buitengevel herkenbaar te laten zijn. Er waren voorzieningen getroffen om dat metselwerk in geval van een calamiteit van binnenuit met hakgereedschap te kunnen verwijderen. De functie van de bak die halverwege de gevel zichtbaar is, is niet bekend.
Het meest oostelijke deel van de noordgevel van de bunker. Vóór de gevel geheel links zijn de pijpen te zien die horen bij de ondergrondse geluidsdemper voor de rookgasafvoer van de machinekamer. Rechts ervan zijn de twee pijpen van de “expansieput” zichtbaar. Deze zijn in hun huidige vorm tot stand gekomen bij de verbouwing van 1983/84.
31
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Het meest oostelijke deel van de noordgevel van de bunker. Bovenaan de gevel een uitblaasopening van afgewerkte lucht.
De oorspronkelijke toegangsdeur van het oostelijke bunkercompartiment in de noordgevel van de bunker. De afwijking in de beplating langs de dakrand geeft de plaats aan waar zich oorspronkelijk een buitentrap naar de bovenbouw bevond. Links van de deur is een luchtinlaat te zien, met daarnaast toevoeropeningen voor de dieselopslag. Rechts boven de deur zit een luchtafvoerrooster.
32
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Overzicht van de bovenzijde van de bunker. Het verhoogde deel geeft de plaats aan van het gesloopte kazernegebouw. Het op de voormalige binnenplaats gesitueerde bouwwerk vervangt het oorspronkelijke bij de ASCON-mast behorende gebouwtje, waarvan de fundamenten rechts van het huidige bouwwerk zichtbaar zijn.
33
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Interieur De ruimten in de bunker worden ontsloten door twee langsgangen en daartussen vier dwarsgangen. De aansluitingen van de dwarsgangen op de langsgangen worden met stalen gasdeuren afgesloten. De vier verbindingsgangen ontsluiten aan ieder zijde zeven kamers of vertrekken, dus veertien ruimtes per dwarsgang. De bunker is verdeeld in twee qua indeling gespiegelde compartimenten, waarvan de oorspronkelijke toegangen zijn opgenomen in de noord- en de zuidgevel. Aan de uiteinden van de twee langsgangen zijn voorzieningen voor nooduitgangen gemaakt. Het uiteinde aan de noordwestzijde vormt thans de toegang tot de bunker via een verbindingslid vanaf het nieuwe kazernegebouw (1991). Hiervoor zal de nooduitgang ter plaatse zijn aangepast. De installaties zijn in de ruimten langs de buitenzijde van de beide langsgangen geplaatst. De overige vertrekken dienden als legeringsruimten, sanitaire ruimten, keukens en werkruimten. In de bunker zou in ploegendienst worden gewerkt. De afgaande ploeg kon slapen in slaapkamers met stapelbedden. Er was ook een kamer beschikbaar voor diegene die ziek of gewond raakte tijdens het verblijf in de bunker. Deze ruimte was voorzien van een beperkte voorraad aan medicijnen en medische attributen.
Ontwerptekening van het beschermde onderkomen. De indeling met twee gespiegelde compartimenten is goed herkenbaar. De toegang tot het linker compartiment zit in de zuidgevel (onderzijde, links van het midden), die van het rechter compartiment in de noordgevel (bovenzijde, rechts van het midden). Op de grens van de compartimenten hebben de langsgangen een luchtsluis. Opvallend is dat de nooduitgangen aan de uiteinden van de langsgangen niet staan aangegeven. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 8743)
34
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Algemeen
De beide langsgangen vormen de verbinding tussen de twee bunkercompartimenten. Om (gas)lekkage te voorkomen heeft men aan weerszijden van de doorgang gasdeuren geplaatst (luchtsluis) en zijn de leidingen die tussen beide bunkerdelen doorlopen flexibel uitgevoerd. Links een blik in één van de twee langsgangen met op de voorgrond de luchtsluis. In het midden een blik in de luchtsluis. Rechts een detail met de naad tussen de beide bunkerdelen. De ruimte tussen beide delen is voorzien van geëxpandeerd polystyreenschuim, zodat beide bunkerdelen langs elkaar heen kunnen schuiven. Aan de zijde van de doorgang vormt een rubberen strip de afdekking van de naad. De strip is losgeraakt waardoor het polystyreenschuim zichtbaar is.
Zicht op de diverse leidingen langs de zoldering van ruimte 56, één van de twee luchtsluizen tussen de beide bunkerdelen. Goed te zien is dat de leidingen flexibel zijn aangelegd, zodat deze kunnen meebewegen met een verplaatsing van de bunkerdelen ten opzichte van elkaar.
35
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Overzicht van dwarsgang G3 met aan weerszijden de vertrekken. Aan de bovenzijde is de constructie van het plenum, met spaanplaten op ijzeren profielen, goed zichtbaar. Rechts de verbinding tussen de dwarsgang en één de beide langsgangen. Naast de doorgang zijn aan beide zijden vier afsluitbare luchtdoorvoeren geplaatst, die de afvoer van lucht via de gangen konden regelen.
Een aanzienlijk deel van de vertrekken is voorzien van tegen de muur bevestigde klaptafels. Hier het voorbeeld in ruimte 39. Rechts de tafel in neergeklapte toestand, links in de opstelling om gebruikt te worden. Bij de middelste klaptafel ontbreekt het blad en zien we alleen nog de beide beugels waarop het blad was geplaatst.
36
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Gedurende het gebruik van de bunker zijn er meerdere kleine aanpassingen uitgevoerd, zoals hier in ruimte 30, waar de vele stopcontacten, telefoon- en telexverbindingen erop duiden dat de ruimte later in gebruik genomen is ten behoeve van de verbindingen. Het isolatiemateriaal tegen het plafond zal het lawaai van de telexen gedempt hebben.
Details uit ruimte 23. Op de wanden zijn schuifbare kaarten en transparante overlays voor aantekeningen aangebracht. Hierop kon men incidenten, situaties en de inzet van eenheden plotten of tekenen. Bij een aantal vertrekken zijn dergelijke voorzieningen aangetroffen.
In het belang van de geheimhouding en het tegengaan van spionage is een aantal van de telexaansluitingen voorzien van een verzegeling, zodat ongeoorloofde toegang tot de aansluiting voorkomen kan worden. Dit voorbeeld bevindt zich in ruimte 32.
37
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Er zijn ook enkele ruimtes die onderling kunnen communiceren via een buizenpostsysteem. Deze foto is genomen in ruimte 90.
Modernisering Het meest oostelijke deel van de bunker is in de jaren 1983-1984 verbouwd om onderdak te bieden aan een EMP-bestendige verbindingscentrum. Het betreft een volledig nieuwe inrichting van dit bunkerdeel. In beide langsgangen worden twee nieuwe stalen gasdeuren geplaatst, waardoor het verbindingscentrum wordt afgescheiden van de rest van de bunker De vertrekken te oosten van dwarsgang G4 worden opgenomen in een zogeheten kooi van Faraday. Omdat men binnen de bestaande hoofdconstructie moet werken krijgen alle vertrekken individueel een bekleding met staalplaten. In feite worden er dus meerdere aparte kooien van Faraday geconstrueerd. Voor betere schokbestendigheid worden de vloeren op rubberen steunen aangebracht voor betere schokbestendigheid (zwevende vloer).
Ruimte 105, gezien in oostelijke richting. De wanden bestaan hier uit stalen platen, die aan elkaar zijn gelast. De vloer is hier zwevend uitgevoerd. 38
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Overzicht van ruimte 99 met de restanten van een telefooncentrale. Rechts op de wand en op de vloer zijn de zwarte schokbestendige bevestigingspunten te zien van inmiddels verwijderde verbindingsapparatuur.
De toegang tot ruimte 103. Om een volledig gesloten kooi van Faraday tot stand te brengen sluit de stalen deur met verend aangebrachte stalen strippen aan op de sponning van het stalen kozijn. Vanwege de verhoogde vloer in ruimte 103 en de stalen beplating in de doorgang is de toegang in hoogte beperkt. Om hoofdletsel in de doorgang te voorkomen is de bovenzijde bekleed met zacht materiaal.
39
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Links de gangwand ter plaatse van de (dichtgezette) doorgang naar ruimte 105A. Daarin zijn twee diagonaal geplaatste ronde openingen te zien. De ene is schuin omhoog gericht en de andere schuin naar beneden. Deze openingen dienen om berichten met de EMP-beschermde ruimte te kunnen uitwisselen. Vanuit de gang worden laat men de berichten in de schuin naar beneden gerichte opening “vallen”. De andere opening werkt andersom en dient om berichten vanuit de EMP-beveiligde ruimte te ontvangen. Hiermee wordt voorkomen dat men de deur moet openen en daarmee tijdelijk de kooi van Faraday buiten werking zet. De foto rechts toont ruimte 105A, gezien in de richting van de gang. Naast de kast is één van ronde openingen zichtbaar, de andere bevindt zich achter de kast.
Links een detail van de opengemaakte vloer van ruimte 109. De vloer ligt op rubberen steunen waardoor deze in staat is om schokken op te vangen. De foto rechts toont de drukdeur die in de zuidelijke langsgang het verbindingscentrum afsluit van de rest van de bunker. Rechts naast de deur is de bel zichtbaar, waarmee men zich kan melden. 40
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Toegangen In de oorspronkelijke opzet was de bunker toegankelijk via een toegang in de zuidgevel en een toegang in de noordgevel. De ene ontsluit het westelijke compartiment van de bunker en de andere tot het oostelijke compartiment. Ze dienen tevens als elkaars nooduitgang. De opzet van toegangen zijn identiek en beide zijn voorzien van een gassluis en van een douche voor het geval men besmet was met radioactief materiaal. Daarnaast zijn er op de uiteinden van de twee langsgangen nooduitgangen uitgespaard in het betonwerk en deze uitsparingen zijn afgesloten door middel van een met ijzeren wiggen vastgezet luik. De uitgangen waren niet opgenomen in het metselwerk aan de buitenzijde van de bunker. Hierdoor was aan de buitenzijde niet zichtbaar waar zich de nooduitgangen bevonden. Bij elke nooduitgang was gereedschap aanwezig waarmee men het metselwerk voor de doorgang kon wegbreken. Bij de bouw van nieuwe kazerne in de periode rond 1990 zal men de westelijke uitgang van de noordelijke langsgang hebben vergroot tot een reguliere doorgang, afsluitbaar met een stalen deur. Hierdoor is er in gewone omstandigheden een directe verbinding tussen de nieuwbouw en de bunker (vredestoegang). Er is echter geen gassluis, dus in oorlogsomstandigheden is de doorgang niet bruikbaar. De deur is ook alleen van binnen uit te openen.
In oorlogstijd zal men de deur van binnenuit hebben gesloten en verder niet hebben gebruikt.
Detail van de bunkerplattegrond met de toegang in de zuidgevel tot het westelijke bunkercompartiment. In beige is het voorportaal aangegeven en in geel de uit twee delen bestaande luchtsluis, waardoor men de bunker kan binnenkomen. Indien men besmet was ging men via de deur bij A naar het douchegedeelte. Daar kleedde men zich uit bij B, de besmette kleding deponeerde men in ruimte C. De verontreiniging op het lichaam werd onder de douche bij D verwijderd. Bij E kon men zich men zich afdrogen en van rijkswege verstrekte kleding van het type “one size fits all” aantrekken voordat men verder de bunker binnen kwam.(Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 8743, bewerking auteur)
41
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Links de zuidelijke “buitendeur” gezien vanuit de bunker. De stalen deur dient alleen ter afsluiting van de bunker. De foto rechts toont het binnenste deel van de gassluis, gezien naar de buitenzijde met rechts de deur naar de douchruimte. Links de pomp voor het naar buiten pompen van het afvalwater van de douche. Boven de deur zijn twee overdrukventielen zichtbaar.
Links de stalen deur naar de ontsmettingsruimte (bij A). Rechts de douche (D) in de ontsmettingsruimte. In de achterwand is de opening zichtbaar waarin de vervuilde kleding kan worden gedeponeerd (C).
42
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Links de nooduitgang aan het uiteinde van de gang 5. In het midden van de foto het met ijzeren wiggen vastgezette luik van de uitgang. Achter en naast de stikker is de aftekening te zien van een schildering met de tekst nooduitgang. Opvallend is dat de leidingen links en rechts van de nooduitgang beschermd zijn met gebogen ijzeren platen. Rechts een detail van een constructie waarin het uitbraakgereedschap (houweel, schop, hamer, beitel) was opgehangen naast de nooduitgangen..
Onder andere in ruimte 42 bevindt zich de instructie hoe men in geval van nood de nooduitgang moet gebruiken.
43
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
De bunkertoegang aan het westelijke uiteinde van de noordelijke langsgang. Er is hier geen luchtsluis en de stalen deur kan alleen van binnen uit worden geopend en gesloten. Hier zal zich oorspronkelijk een nooduitgang hebben bevonden overeenkomstig de andere drie behouden nooduitgangen. Bij de bouw van het huidige kazernecomplex (1991) zal men de nooduitgang hebben vergroot om als toegang in vredestijd te gebruiken. De doorgang zelf vertoont geen sporen dat deze naderhand is ingebroken. Het kastje rechts van de toegang bevat de deurbel.
Energievoorziening In vredestijd wordt de elektriciteit van het plaatselijke energienet betrokken. Bij het gesloten zijn van de bunker is dit niet meer gegarandeerd. Daarom is er in beide bunkercompartimenten een generator opgesteld. De diesel voor de generatoren was opgeslagen in ijzeren tanks in de ruimten 10A en 67. Deze inpandige dieseltanks konden de generatoren tenminste 14 dagen laten werken. Inmiddels zijn de tanks verwijderd en resten alleen nog de schamele sporen van de bevestigingspunten. De diesel voor de generatoren werd tijdens het gebruik in eerste instantie overgepompt naar de dagtank, die in de generatorruimte stond opgesteld. Die dagtank kon voldoende diesel bevatten om de generator gedurende een dag draaiende te houden.
Schakelkasten voor de door de generator opgewekte stroom. 44
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Eén van de beide generatoren uit 1967 die voor de elektriciteitsvoorziening moest zorgen. Boven de generator is de luchtkoeling van de generator zichtbaar. Linksoven de aan- en afvoerleiding voor de lucht voor de generator. Op de rechter foto is de tegen de wand geplaatste dagtank te zien, waarin de dagelijks benodigde hoeveelheid diesel vanuit de grote voorraadtanks wordt gepomp.
Eén van de beide ruimten waar de opslagtanks voor de dieseltanks waren geplaatst. In de kopse wand zijn de restanten van de aansluitingen voor de aanvoerleidingen zichtbaar.
Aanpassingen 1983-1984 In de jaren 1983-1984 wordt het meest oostelijke deel van de bunker gemoderniseerd. In ruimte 63 wordt een extra generator geplaatst, vermoedelijk wegens de extra elektriciteitsbehoefte van de verbindingsapparatuur en de luchtzuiveringsinstallatie van de verbouwde ruimten. Tevens wordt in ruimte 106 een fors aantal accu’s geplaatst om in geval van storing of interruptie in de stroomtoevoer de stroom voor de apparatuur te kunnen garanderen. 45
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Links de in 1983-1984 speciaal voor het verbindingscentrum geplaatste generator in ruimte 63. De foto rechts toont de in ruimte 106 opgestelde accu’s. Omdat de in de bunker opgestelde apparatuur altijd in bedrijf moet blijven en er een korte tijd zit tussen het uitvallen van de stroom en het opstarten van de generatoren zijn deze accu’s nodig om de continuïteit van de stroomvoorziening te garanderen.
Luchtbehandeling In een oorlogssituatie kan de buitenlucht chemische-, bacteriologische-, of nucleaire vervuiling bevatten. Aangevoerde buitenlucht moet dus eerst worden gezuiverd voordat deze kan worden gebruikt. De lucht wordt van buitenaf aangevoerd via de ruimte naast de entree. Hier bevindt zich een zand/grindfilter om de lucht van atoomdeeltjes te ontdoen. Vervolgens wordt de lucht gezuiverd via een fijn of een grof filter. Als laatste wordt de lucht door een koolstoffilter gezuiverd van bacteriologische en chemische bestanddelen. De zuurstofvoorziening kan ook in recirculatie werken via een stikstoffilter, maar dit levert geen zuivere zuurstof op en is dus alleen in beperkte mate toepasbaar. Het resultaat wordt dan ook verder aangevuld met pure zuurstof uit grote gascilinders. Na zuivering wordt de lucht ingeblazen in een afgesloten kokerachtige ruimte boven de gang, het plenum. Van daaruit wordt de lucht door middel van roosters of leidingen in de vertrekken geblazen. De afgewerkte lucht wordt vervolgens via roosters aan de onderzijde van de gangwand afgezogen en via de gang naar buiten afgevoerd. De bunker werkt met overdruk. Dit houdt in dat de luchtdruk in de bunker hoger is dan buiten de bunker. Hierdoor wordt het binnendringen van “vervuilde” lucht door een eventuele kleine lekkage, bijvoorbeeld bij kabel- of leidingdoorvoeren, voorkomen.
46
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Plattegrond van de ruimten waar de luchtbehandeling van het westelijke bunkercompartiment plaatsvind. In de grijs ingekleurde ruimte (A) bevindt zich het zand/kiezelfilter. Daar komt de lucht de bunker binnen. Vanuit A wordt de lucht via het bruin ingekleurde vertrek (B) naar de groen ingekleurde ruimte (C) doorgevoerd. In de muur tussen de ruimten C en D bevinden zich het grof- en het fijn filter. Men kan bij het reinigen tussen beide filters kiezen. In het rood ingekleurde vertrek (E) staan de koolstoffilters om eventuele chemische en/of bacteriologische vervuiling te kunnen filteren. Na deze reiniging gaat de lucht via leidingen naar het zeegroen ingekleurde vertrek (F), waar ventilatoren de gereinigde lucht via de ruimte boven de gang (het plenum) naar de vertrekken blazen. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 8743, bewerking auteur)
Luchtbehandelingsruimte C met links de drie openingen waardoor de lucht na het passeren van het zandfilter de bunker wordt binnengevoerd. De afsluitkleppen en de bediening ervan ontbreken inmiddels. Rechts in beeld de stalen deur naar luchtbehandelingsruimte E.
47
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
De afsluiters van de luchtinlaten in 2006 toen deze inclusief de bedieningskabels nog aanwezig waren. (Herkomst: R. Smid)
De wand met het fijn en het grof filter voor de luchtbehandeling. Links gezien vanuit de inlaatzijde (ruimte C) en rechts vanaf de andere zijde met de eigenlijke filters (ruimte D).
48
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
De opstelling met de koolstoffilters in luchtbehandelingsruimte E. De lucht wordt aan de bovenzijde aangevoerd en via de leiding aan de onderzijde verder de bunker ingevoerd. Wanneer er geen gevaar op besmetting is wordt de lucht de lucht niet langs de filters gevoerd, maar gaat deze rechtstreeks naar de inblaasinstallatie.
Overzicht van de klimaatinstallatie in luchtbehandelingsruimte F. Deze installatie blaast de lucht naar het plenum voor verdere distributie in de bunker. De installatie biedt ook de mogelijkheid om de lucht te verwarmen.
49
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Boven: het inblazen van de schone lucht naar het plenum. Onder: de afzuiging van de afgewerkte lucht vanuit de gang naar de luchtbehandelingsinstallatie.
Detail van het plenum, de kokerachtige ruimte boven de gang. De verse lucht gaat via deze ruimte naar de diverse vertrekken van de bunker. Links is een opening naar één van de vertrekken te zien. Linksonder de betonnen rand met een hoekstaal waarop de spaanplaten rusten die de onderkant van het plenum vormen. Eén van de spaanplaten is opgelicht en is in het midden van de foto te zien.
50
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Overzicht van ruimte 47. Links zijn de kunststofbuizen zichtbaar voor de aanvoer van verse lucht. In het midden van de kopse wand is aan de onderzijde een afvoeropening voor de verwerkte lucht.
Ruimte 22. De meeste ruimten hebben een inblaasopening voor verse lucht boven de toegangsdeur en een uitblaasopening aan de onderzijde van de gangwand. De wanden van dit vertrek zijn voorzien van een zachtboardbeplating voor de bevestiging van kaarten.
51
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Aanpassing EMP bescherming Bij een verbouwing in de jaren 1983-1984 is de ventilatievoorziening in het oostelijke deel van de bunker aangepast. Deze aanpassing is onderdeel van de modernisering van de bunker, waarbij men maartregelen treft tegen de gevolgen van Elektro Magnetische Puls (EMP) voor het verbindingscentrum. Bij deze verbouwing is in ruimte 92 een CO2-installatie toegevoegd. Tevens wordt er de mogelijkheid tot zuurstofsuppletie toegevoegd. Deze extra luchtzuivering wordt alleen voor de ruimten aan de oostzijde van de bunker toegepast. In dit deel wordt ook de bestaande installatie aangepast.
Schematisch overzicht van de nieuw aangelegde luchtkanalen in het meest oostelijke deel van de bunker. (Herkomst: SAHM, toegang 0468, inv.nr. 11999).
Plattegrond van de ruimten 92 en 66, met daarin aangegeven de aanpassingen. Links ruimte 92, waar de nieuwe luchtbehandelingsinstallatie wordt geplaatst en rechts de bestaande installatie in ruimte 66. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 11999)
52
Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies
Prins Willem-Alexanderkazerne, Gouda
Plattegrond van de meest oostelijke dwarsgang met daarin de in 1983-1984 aangelegde klimaatinstallatie. Deze vervangt hier de bestaande wijze van luchttoevoer. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 11999).
Detailtekening van de luchtkanalen boven de meest oostelijke dwarsgang. Het luchtkanaal is hier in het plenum geplaatst. Onder in het plenum zijn de verlichting, kabels en condenswaterafvoer aangebracht. Om deze aan het zicht onttrekken wordt onder het plenum een lamellenplafond gemaakt. (Herkomst: SAMH, toegang 0468, inv.nr. 11999).