Bijlage Nieuw vs Huidig vs model Gouda 2022
Tekst van het document
Modelverordening [3. Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in budget voor deze voorziening dan doen burgemeester en wethouders vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.] OF 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota leningen- en garantiebeleid aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal.]
Hoofdstuk 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Hoofdstuk 4. Paragrafen
Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Artikel 21. Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de
Artikel 16. Lokale heffingen
Artikel 21. Lokale heffingen Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de
3. De gemeenteraad stelt in een treasurystatuut nadere regels vast ter uitvoering van het gestelde onder het eerste en tweede lid.
pagina 22
Nieuw verplichte onderdelen op grond artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Geen aanvullingen ten opzichte van de wettelijke bepalingen in het BBV.
Huidig 1. Het college draagt zorg voor een actueel overzicht van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per verstrekte dienst. 2. Het college geeft aan de raad inzicht in de mate van kostendekkendheid voor de door de gemeente verstrekte diensten, waarover de tarieven, en heffingen in rekening worden gebracht.
Modelverordening jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; b. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 17, zesde lid; [c. de berekening van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 17, zesde lid;] d. onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een overzicht van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing; e. […].
Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende
Artikel 17. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Het college geeft in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang aan. 2. Het college geeft in deze paragraaf van de programmabegroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit aan en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen. 3. Onderdeel van het weerstandsvermogen is de post Onvoorzien. Deze post is beschikbaar
Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. In dit artikel wordt verstaan onder: - netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
pagina 23
Nieuw uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa; b. onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting. 2. Het college neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b. het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c. de onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting als percentage van de inkomsten; d. de wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan; e. de wijze waarop met projectspecifieke risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen. Dit artikel is conform de modelverordening Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Het college draagt zorg voor meerjarige onderhoudsplannen in het kader van onderhoud openbare ruimte, onderhoud riolering, en onderhoud gebouwen.
Huidig voor incidentele tegenvallers die onontkoombaar, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn. 4. Het college rapporteert in deze paragraaf over de financiële positie en de schuldpositie door inzicht te geven in: a. het EMU-saldo; b. de prognosebalansen; c. de verplichte ratio’s (BBV), met toelichting en duiding; d. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; e. het saldo van baten en lasten als percentage van de baten; f. de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting als percentage van de baten; g. risico’s.
Modelverordening - onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting. 2. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b. het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c. de onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting als percentage van de inkomsten; d. de wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan; e. de wijze waarop met projectspecifieke risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen, en f. […].
Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Het college draagt zorg voor meerjarige beheerplannen in het kader van onderhoud openbare ruimte, onderhoud riolering, en onderhoud gebouwen.
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen
pagina 24
Nieuw 2. Bij de programmabegroting gaat het college in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in op de toekomstige ontwikkelingen in het vereiste kwaliteitsniveau aan openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering en gebouwen. Per beheerdiscipline wordt de voortgang van het geplande onderhoud, het eventuele achterstallig onderhoud en de bijbehorende financiële prognose vermeld. Tevens wordt aangegeven of de huidige reserves of voorzieningen toereikend zijn voor de toekomstige lasten. 3. Het college biedt de raad tenminste eens in de vijf jaar een: a. een onderhoudsplan openbare ruimte aan, waaronder begrepen het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair; b. een rioleringsplan; c. een onderhoudsplan gebouwen. Actualisatie van de MJOP is een kostbaar en intensief proces die niet opwegen tegen de meerwaarde van een kortere cyclus. Vanuit vastgoedperspectief is er nauwelijks meerwaarde om de periode in te korten.
Huidig 2. Bij de programmabegroting gaat het college in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in op de toekomstige ontwikkelingen in het vereiste kwaliteitsniveau aan openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering en gebouwen. Per beheerdiscipline wordt de voortgang van het geplande onderhoud, het eventuele achterstallig onderhoud en de bijbehorende financiële prognose vermeld. Tevens wordt aangegeven of de huidige reserves of voorzieningen toereikend zijn voor de toekomstige lasten. 3. Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een: a. een onderhoudsplan openbare ruimte aan, waaronder begrepen het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair; b. een rioleringsplan; c. een onderhoudsplan gebouwen.
4. De onderwerpen in het vorige lid bevatten kaders voor het beoogde onderhoudsniveau,
4. De onderwerpen in het vorige lid bevatten kaders voor het beoogde onderhoudsniveau, pagina 25
Modelverordening [1. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].]
2. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het onderhoudsplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het onderhoudsplan openbare ruimte vast. 3. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een rioleringsplan aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het rioleringsplan vast. 4. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het onderhoudsplan gebouwen bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het onderhoudsplan gebouwen vast.
Nieuw de planning, de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. Bij wijziging van de kaders of als er financiële consequenties zijn, worden de plannen genoemd in lid 3 sub a en c ter vaststelling aan de raad aangeboden. Sub b wordt altijd ter goedkeuring aan de raad aangeboden. De teksten uit de bestaande verordening zijn overgenomen omdat die het beste bij de huidige werkwijze aansluiten.
Huidig de planning, de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. Bij wijziging van de kaders of als er financiële consequenties zijn, worden de plannen genoemd in lid 3 sub a en c ter vaststelling aan de raad aangeboden. Sub b wordt altijd ter goedkeuring aan de raad aangeboden.
Modelverordening
Artikel 24. Financiering Het college neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: de beleidsvoornemens resp. realisatie ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille; de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De tekst sluit grotendeels aan bij de bestaande verordening en past het beste bij de huidige werkwijze.
Artikel 19. Financiering In de programmabegroting en in de jaarstukken doet het college in de paragraaf Financiering in ieder geval verslag van: a. de kasgeldlimiet; b. de renterisiconorm; c. de financieringsbehoefte; d. de rentevisie; e. de rentekosten, renteopbrengsten en het renteresultaat verbonden aan de financieringsfunctie; f. de omslagrente; g. de omvang van garantieportefeuille en waarborgen.
[Artikel 24. Financiering Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].]
Artikel 25. Bedrijfsvoering 1. In de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmabegroting en de jaarstukken wordt ingegaan op de belangrijkste speerpunten en doelstellingen van de bedrijfsvoering. 2. In de paragraaf Bedrijfsvoering van begroting en jaarstukken wordt in ieder geval gerapporteerd over: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten;
Artikel 20. Bedrijfsvoering 1. In de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmabegroting en de jaarstukken wordt ingegaan op de actuele onderwerpen die aandacht behoeven. 2. In de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag wordt in ieder geval gerapporteerd over: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten;
Artikel 25. Bedrijfsvoering Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten; d. de automatiseringskosten;
pagina 26
Nieuw d. de automatiseringskosten; e. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; Gekozen is om het beste uit de modelverordening en de bestaande financiële verordening over te nemen. Een aantal bepalingen uit de modelverordening is niet overgenomen omdat de administratieve last ervan onvoldoende in verhouding staat tot de informatievoorziening die wordt gecreëerd.
Huidig d. de automatiseringskosten. 3. Het college informeert in de programmabegroting en rapporteert bij de jaarstukken in de paragraaf Bedrijfsvoering over de rechtmatigheid, en over de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, zoals bedoeld in artikel 213a Gemeentewet.
Modelverordening e. de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant; f. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen [, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden of voldoen aan [kwalitatieve criteria rapportagegrens]] en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; g. een overzicht van en toelichting op nietfinanciële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; h. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; i. geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt, en j. […].
Artikel 26. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Gekozen is om de tekst uit de bestaande verordening over te nemen.
Artikel 21. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
[Artikel 26. Verbonden partijen Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].]
Artikel 27. Grondbeleid 1. In de paragraaf Grondbeleid van de programmabegroting en het jaarverslag wordt op hoofdlijnen ingegaan op (de uitvoering van) het grondbeleid.
Artikel 22. Grondbeleid
Artikel 27. Grondbeleid [1. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting
pagina 27
Nieuw
Huidig
2. Het college biedt de raad ten minste eens in de vijf jaar een nota Grondbeleid aan. De raad stelt de nota Grondbeleid vast. 3. Het college biedt de raad ten minste eens in de vijf jaar een nota Kostenverhaal aan. De raad stelt de nota Kostenverhaal vast. De nota Kostenverhaal bevat in ieder geval de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan 4. Het college biedt de raad ten minste een maal per jaar een meerjarenperspectief grondexploitaties (MPG) aan. De raad stelt dit MPG vast. Het MPG bevat in ieder geval: a. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; b. het verloop van de grondvoorraad; c. risico's die samenhangen met de grondontwikkeling; 5. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een grondprijzenbrief vast met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond. De basis voor de tekst van de nieuwe verordening is het raadsbesluit december 2023 over nota Grondbeleid.
1. Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een nota Grondbeleid aan. 2. Het college biedt telkens bij de jaarrekening een geactualiseerd Meerjarenprogramma Grondontwikkeling (MPG) ter vaststelling aan. 3. In de betreffende doelstelling en de paragraaf Grondbeleid van de programmabegroting en het jaarverslag wordt op hoofdlijnen ingegaan op (de uitvoering van) het grond- en vastgoedbeleid. 4. In het MPG wordt minimaal aandacht besteed aan: a. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; b. risico's die samenhangen met de grondontwikkeling; c. planning en financiële uitkomsten, mede in relatie tot de voorgaande rapportage; d. afwijkingen ten opzichte van de begroting (inclusief begrotingswijzigingen); e. financiële prognoses.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 28. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 23. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 28. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
pagina 28
Modelverordening en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].] 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; e. de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan, en f. […]. 3. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een grondprijzenbrief aan met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond. De raad stelt de grondprijzenbrief vast. 4. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen [contante OF nominale] waarde.
Nieuw a. Het sturen en het beheersen van administratieve activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van alle balansposten binnen de gemeente; c.
Het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. Het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving Nieuwe verordening = bestaande verordening = modelverordening met een algemene/bredere duiding sub b. Artikel 29. Financiële organisatie Het college draagt in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
Huidig a. Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten; c. Het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. Het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Modelverordening a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording door burgemeester en wethouders aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 24. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
Artikel 29. Financiële organisatie Burgemeester en wethouders dragen in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
pagina 29
Nieuw b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringsbudgetten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen, en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. j. het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Huidig b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
pagina 30
Modelverordening b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen, en h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. i. het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Nieuw Gekozen is om het beste uit de modelverordening en de bestaande financiële verordening over te nemen.
Huidig
Modelverordening
Artikel 30. Interne controle 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. Gekozen is om de tekst uit de modelverordening over te nemen, mede in relatie tot de nieuwe regels over de rechtmatigheidsverantwoording.
Artikel 25. Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Artikel 30. Interne controle 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de [aantal (bijvoorbeeld 4 of 5)] jaar. Bij afwijkingen in de administratie nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 31. Intrekking oude regeling
Artikel 26. Intrekking
Artikel 31. Intrekking oude regeling
pagina 31
Nieuw 1. De Financiële verordening 2019 gemeente Gouda, ex artikel 212 Gemeentewet, wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de oude verordening van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening 2024 gemeente Gouda, ex artikel 212 Gemeentewet. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van [datum].
Huidig 1. De Financiële verordening gemeente Gouda, zoals vastgesteld in de openbare vergadering van 9 maart 2016, wordt ingetrokken per 1 januari 2019. De oude verordening blijft van toepassing op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de oude verordening van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.
Modelverordening De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Artikel 27. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2019.
Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum op of na datum inwerkingtreding Wet versterking decentrale rekenkamers]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie [naam gemeente en eventueel jaartal].
Artikel 28. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening 2019 gemeente Gouda, ex artikel 212 Gemeentewet. Aldus besloten in de openbare vergadering van 7 november 2018.
De voorzitter, De griffier,
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van [datum]. De voorzitter, De griffier,
Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 14 Wordt in Gouda uitgewerkt in de nota Waardering en afschrijving vaste activa.
pagina 32
Nieuw
Huidig
Modelverordening Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven in: a. maximaal [aantal] jaar: bijdragen aan activa in eigendom van derden; b. [aantal] jaar: kosten voor onderzoek en ontwikkeling; c. [aantal] jaar: computerapplicaties; d. [...]. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan [bedrag] worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal [aantal] jaar: rioleringen; b. [aantal] jaar: aanleg tijdelijke terreinwerken; c. [aantal] jaar: nieuwbouw woonruimten en schoolgebouwen; d. [aantal] jaar: nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen; e. [aantal] jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke bedrijfsgebouwen; f. [aantal] jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, en schoolgebouwen; g. [aantal] jaar: renovatie, restauratie en aankoop kantoren en bedrijfsgebouwen;
pagina 33
Nieuw
Huidig
Modelverordening h. [aantal] jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; i. [aantal] jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; j. [aantal] jaar: telefooninstallaties; k. [aantal] jaar: automatiseringsapparatuur; l. [aantal] jaar: kantoormeubilair en schoolmeubilair; m. [aantal] jaar: motorvaartuigen; n. [aantal] jaar: zware transportmiddelen en schuiten; o. [aantal] jaar: aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen; p. [...]. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal [aantal] jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen; b. maximaal [aantal] jaar: wegen, pleinen en rotondes; c. maximaal [aantal] jaar: tunnels, viaducten en bruggen; d. maximaal [aantal] jaar: geluidswallen; e. [aantal] jaar: openbare verlichting; f. [aantal] jaar: straatmeubilair; g. maximaal [aantal] jaar: havens, kades, sluizen en waterkeringen; h. maximaal [aantal] jaar: waterwegen, waterbergingen en walbeschoeiing; i. [aantal] jaar: pompen en gemalen; j. [...].
pagina 34