Bijlage Nieuw vs Huidig vs model Gouda 2022
Tekst van het document
Nieuw Financiële verordening 2024 gemeente Gouda, ex artikel 212 Gemeentewet Relevante toelichtingen zijn in rood opgenomen.
Huidig Financiële verordening 2019 gemeente Gouda, ex artikel 212 Gemeentewet
Modelverordening
Model Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) (nieuw model, november 2022) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 4, eerste lid. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 5, tweede lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 5, eerste lid. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 15, tweede lid. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief (zie ook de implementatiehandleiding, bijlage bij de VNG ledenbrief). Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal])
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 februari 2024; gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet; Hierna wordt gesproken over “het college”.
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 oktober 2018; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;
De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet; gelezen het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening:
Nieuw besluit de Financiële verordening 2024 gemeente Gouda, ex artikel 212 Gemeentewet vast te stellen.
Huidig besluit de verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Gouda vast te stellen.
Modelverordening Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal]
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; b. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Gouda en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; c. inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves; d. netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
De definities van administratie en overheidsbedrijf staan ook in de Goudse verordening 2019 en worden gehandhaafd. De definitie van rechtmatigheidsverantwoording is nieuw en overgenomen uit de modelverordening.
pagina 2
Nieuw De definities van afdeling en inkomsten zijn niet (meer) relevant; de definities van netto-schuld per inwoner en van onbenutte belastingcapaciteit komen elders terug in de geactualiseerde verordening.
Huidig e. onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiëleverhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerende zaakbelasting; f. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
Modelverordening
Hoofdstuk 2 - Begroting en verantwoording
Hoofdstuk 2 - Begroting en verantwoording
Paragraaf 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Programma-indeling en paragrafen
Artikel 2. Programma-indeling
1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. Deze formulering conform modelverordening geeft meer ruimte voor het samenspel tussen raad en college dan de Goudse verordening 2019. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode per programma de beleidsindicatoren vast. 1. In afwijking van de modelverordening is de zinsnede ‘op voorstel van burgemeester en wethouders’ niet overgenomen om ruimte te bieden voor het samenspel tussen raad en college. 2. Vanwege de bepalingen in het BBV is de zinsnede over de verplichte indicatoren niet
1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de programma’s vast.
Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
2. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
pagina 3
2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Nieuw overgenomen in de geactualiseerde verordening.
Huidig
3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. In de begroting en in de jaarstukken worden onder elk van de programma’s en onder Algemene dekkingsmiddelen weergegeven: a. het overzicht van lasten en baten en eventuele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves en b. het saldo van de lasten minus de baten per taakveld. Dit lid 1 is specifiek Gouds en overgenomen uit de Verordening 2019 2. In de begroting wordt van de nieuwe investeringen het benodigde investeringsbudget weergegeven. Overeenkomstig de nieuwste inzichten en adviezen wordt het begrip investeringsbudget gebruikt i.p.v. investeringskrediet.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. In de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s weergegeven: a. het overzicht van lasten en baten en eventuele toevoegingen en onttrekkingen reserves en b. het saldo van de lasten minus de baten per taakveld.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
2. In de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.
1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. Dit lid 1b wordt niet overgenomen, aangezien zowel in de paragraaf weerstandsvermogen
3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie inde begroting wordt, in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. pagina 4
Modelverordening [3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een nadere onderverdeling van de programma’s vast. ] 4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Nieuw
Huidig Dit lid 3 vervalt in de nieuwste verordening. Zie de argumenten in de kolom van de modelverordening.
3. In de jaarstukken wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten weergegeven. Het is een bestendige gedragslijn om in de jaarstukken in principe alleen terug te blikken en niet vooruit. Voor ramingen kunnen de begroting en de tussentijdse rapportages worden geraadpleegd. 4. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 100.000 afzonderlijk gespecificeerd. Conform modelverordening incl. bedrag.
4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Het college biedt aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming, op een zodanig moment dat de raad deze nota voor het zomerreces kan vaststellen. De gekozen formulering sluit aan op de huidige werkwijze en is niet gevoelig voor een verschuivingen van de ‘zomervakantie’. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van ten minste € 50.000 opgenomen. Bij wet is bepaald dat in de begroting een post voor onvoorzien moet worden opgenomen. Daarbij is geen bedrag, percentage of andere explicitering vermeld. In
Artikel 4. Kaders begroting
Modelverordening als in de paragraaf financiering expliciet aandacht wordt besteed aan de schuldpositie van de gemeente. Dubbele vermeldingen worden hiermee voorkomen. Overigens biedt o.a. de verplichte geprognosticeerde balans ook inzicht in de ontwikkeling van de schuldpositie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf [grensbedrag] afzonderlijk gespecificeerd.
1. Het college biedt voor het zomerreces aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Burgemeester en wethouders bieden voor [datum] aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor [datum] vast.
2. In de begroting wordt een post onvoorzien van [[bedrag] OF [percentage van de totale lasten]] opgenomen.
pagina 5
Nieuw de Goudse begroting is al vele jaren een bedrag van ruim € 150.000 opgenomen. Door de ondergrens in de financiële verordening op € 50.000 te stellen, ontstaat de mogelijkheid om deze raming aan te passen zonder de verordening te moeten wijzigen. Met het opnemen van dit lid 2 is sprake van aansluiting op de modelverordening.
Huidig
Modelverordening
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. De programma’s worden financieel toegelicht op het niveau van de taakvelden.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. De programma’s worden financieel toegelicht op het niveau van de taakvelden. Dit is specifiek Gouds. Het budgetrecht van de raad ligt daarmee op het niveau van de programma’s. 3. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen. De overige nieuwe investeringsbudgetten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. Met het vaststellen van de begroting autoriseert de raad de investeringen voor het begrotingsjaar.
pagina 6
1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per [programma OF programmaonderdeel OF taakveld]. [2. In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld], als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren.] 3. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4. Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een
Nieuw
4. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten. 5. Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor. N.B. Conform bestaande verordening.
Huidig
3. Voor een investering, waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
6. Bij investeringen met een meerjarig karakter stelt het college aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd.
pagina 7
Modelverordening voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. Dit is erg belastend voor de gehele organisatie incl. bestuur. Bestendige gedragslijn is om financiële afwijkingen zo veel mogelijk te groeperen en te verwerken in de tussentijdse rapportages. 5. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 6. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Bij investeringen groter dan [bedrag] informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. [7. Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring voor verschuivingen tussen de
Nieuw
Huidig
Modelverordening jaarschijven van meer dan [bedrag] aan lasten van een investeringsbudget worden aan de raad integraal voorgelegd bij de jaarrekening.]
Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de in de rapportage vermelde periode van het lopende boekjaar. Tijdens het actualisatieproces van deze verordening heeft de raad de wens geuit het aantal van twee expliciet vast te leggen. 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma, toegelicht per taakveld; De raad van Gouda stuurt niet op taakveld, maar er wordt wel inzicht geboden. b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen, toegelicht per taakveld; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; In de Goudse tussentijdse rapportages ligt de nadruk op de financiële afwijkingen op de reguliere exploitatie/uitvoering in het betreffende begrotingsjaar. 3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van de programma’s en investeringsbudgetten in de begroting
Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente over de in de tussenrapportage opgenomen periode van het jaar.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste [aantal (bijvoorbeeld vier)] maanden en de eerste [aantal (bijvoorbeeld negen)] maanden van het lopende boekjaar.
2. De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma, toegelicht per taakveld;
2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten, en h. […].
b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en
3. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van de programma’s en afwijkingen
pagina 8
3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en
Nieuw groter dan € 50.000 afzonderlijk toegelicht. Andere afwijkingen worden samengevoegd en zonder toelichting vermeld. Deze formulering benadert zo goed mogelijk de huidige werkwijze.
Huidig in investeringskredieten toegelicht, indien groter dan € 50.000 per taakveld.
Modelverordening investeringskredieten in de begroting groter dan [[bedrag] OF [percentage]] toegelicht.
Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
Artikel 7. Jaarstukken 1. Het college legt jaarlijks aan de raad verantwoording af door middel van het jaarverslag en de jaarrekening. Overbodig omdat deze bepaling conform gemeentewet is.
Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.
3. In de jaarstukken worden afwijkingen toegelicht die bestuurlijk relevant zijn en/of verschillen die groter zijn dan € 50.000 per taakveld ten opzichte van de raming. Overgenomen uit de bestaande verordening.
2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. [Burgemeester en wethouders bieden dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan aan de raad.] 2. In de jaarstukken worden afwijkingen toegelicht die bestuurlijk relevant zijn en/of verschillen die groter zijn dan € 50.000 per taakveld ten opzichte van de raming. 3. De raad stelt het Beleidskader rechtmatigheid en accountantscontrole vast, waarin de kaders ten aanzien van de uitvoering van de accountantscontrole zijn beschreven. Gaat naar artikel 10 in de nieuwe verordening 4. Het college actualiseert jaarlijks het normenen toetsingskader en stelt een overzicht vast van de in het controlejaar geldende wet- en regelgeving. Deze stukken worden ter informatie aan de raad aangeboden. Gaat naar artikel 11 in de nieuwe verordening 5. De raad stelt de jaarstukken vast en verleent décharge aan het college. Niet (meer) relevant voor de verordening pagina 9
Nieuw Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen In het kader van de actieve informatieplicht informeert het college in voorkomende gevallen de raad met inachtneming van de kaders en uitgangspunten die in specifieke beleidsnota’s zijn vastgelegd. Met betrekking tot b.v. de treasury, aan- en verkoop van gemeentelijk vastgoed en gronden zijn er door de raad vastgestelde (beleids)nota’s waarin bepalingen zijn opgenomen over de beslissingsbevoegdheid van het college. Het is minder ingrijpend om in voorkomende gevallen zo’n nota aan te passen dan de financiële verordening.
Huidig
Modelverordening Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen [1.] In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan [bedrag]; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan [bedrag], en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen. [2. Bij het aangaan van een verplichting groter dan [bedrag] initiëren burgemeester en wethouders een zienswijzeprocedure door de raad.] Artikel 9. EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Artikel 9. EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Conform modelverordening, mede naar aanleidng van de (voor)besprekingen tijdens de raadsessies over dit onderwerp. Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Dit hoofdstuk is toegevoegd vanwege de nieuwe wettelijke bepalingen m.b.t. dit onderwerp.
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording
pagina 10
Nieuw Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan 5% van de verantwoordingsgrens nader toegelicht.
Huidig
Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse weten regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) weten regelgeving waaruit financiële beheers handelingen kunnen voortvloeien.
Modelverordening Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van [percentage tussen 0 en 3%] van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan [bedrag] nader toegelicht. Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse weten regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks uiterlijk op [datum] ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan.
Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. [Burgemeester en wethouders operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.]
pagina 11
Nieuw Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheers handelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding door de raad is geautoriseerd door middel van een tussentijdse rapportage. d. Het totaal aan afwijkingen, fouten en onduidelijkheden onder de door de raad vastgestelde grens liggen. e.
Wanneer bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot, de begroting tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast. Onder
Huidig
Modelverordening Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage .
pagina 12
Nieuw tijdig wordt verstaan zoveel mogelijk vermelding in 1e en 2e bestuursrapportage. Afwijkingen van de begroting die zijn ontstaan in de laatste 4 maanden van het begrotingsjaar en die niet zijn opgenomen in de 2e bestuursrapportage worden bij de jaarrekening gemeld en toegelicht. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Huidig
Modelverordening
5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruikcriterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruikcriterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Hoofdstuk 4 - Financieel beleid
Hoofdstuk 3 - Financieel beleid
Paragraaf 4. Financieel beleid
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa 1. De raad stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een (bijgestelde) Nota waardering en afschrijving vaste activa vast, waarin de regels ten aanzien van de waardering,
Artikel 8. Waardering en afschrijving vaste activa 1. De raad stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een (bijgestelde) Nota waardering en afschrijving vaste activa vast, waarin de regels ten aanzien van de waardering,
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa [1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. OF
pagina 13
Nieuw activering en afschrijving van de vaste activa zijn beschreven. 2. De raad stelt de Nota waardering en afschrijving vaste activa vast binnen drie maanden nadat deze is aangeboden. De teksten uit de bestaande verordening zijn overgenomen omdat die het beste bij de huidige werkwijze aansluiten.
Huidig activering en afschrijving van de vaste activa zijn beschreven. 2. De raad stelt de Nota waardering en afschrijving vaste activa vast binnen drie maanden nadat deze is aangeboden.
Modelverordening 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota investeringen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd; b. de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie; c. het moment van starten met afschrijven; d. de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn; e. de componentenbenadering; f. restwaarde; g. […].] 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de mogelijke oninbaarheid van vorderingen, wordt een voorziening gevormd.
Artikel 9. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de mogelijke oninbaarheid van vorderingen, wordt een voorziening gevormd.
[Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. parkeerbelasting; e. rioolheffing; f. afvalstoffenheffing, en g. bijstandsverstrekking,
pagina 14
Nieuw
Huidig
2. De voorziening dubieuze debiteuren, behoudens de voorziening dubieuze belastingdebiteuren (zie lid 3), wordt bepaald volgens de methode, waarbij vorderingen enkel worden voorzien wanneer uit onderzoek blijkt dat de vordering voor een bepaald bedrag niet ontvangen gaat worden. Dit op basis van een bedrag (geen percentage). 3. De hoogte van de voorziening dubieuze belastingdebiteuren wordt bepaald door het historisch gemiddelde percentage oninbaarheid (uit de 3 laatst vastgestelde jaarrekeningen), te vermenigvuldigen met het saldo van de openstaande belastingdebiteuren aan het einde van het jaar. De tekst uit de bestaande verordening is overgenomen met een aanvulling in lid 2 om de hoogte van de voorziening beter te kunnen ramen.
2. De voorziening dubieuze debiteuren, behoudens de voorziening dubieuze belastingdebiteuren (zie lid 3), wordt bepaald volgens de methode, waarbij iedere vordering (of groep van vorderingen) afzonderlijk op oninbaarheid wordt beoordeeld.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen 1. De raad stelt ten minste één maal in de vier jaren een bijgestelde nota reserves en voorzieningen vast, waarin de regels ten aanzien van de vorming en besteding van reserves en voorzieningen worden beschreven. 2. Het instellen, opheffen en wijzigen van een bestemmingsreserve vindt plaats bij een afzonderlijk raadsbesluit. 3. De actualisatie van de reserves en voorzieningen vindt plaats bij de tussentijdse
Artikel 10. Reserves en voorzieningen 1. De raad stelt ten minste één maal in de vier jaren een bijgestelde nota reserves en voorzieningen vast, waarin de regels ten aanzien van de vorming en besteding van reserves en voorzieningen worden beschreven. 2. Het instellen, opheffen en wijzigen van een bestemmingsreserve vindt plaats bij een afzonderlijk raadsbesluit. 3. De actualisatie van de reserves en voorzieningen vindt plaats bij de tussentijdse
Modelverordening h. […] wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan [bedrag], een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.]
3. De hoogte van de voorziening dubieuze belastingdebiteuren wordt bepaald door het historisch gemiddelde percentage oninbaarheid (uit de 3 laatst vastgestelde jaarrekeningen), te vermenigvuldigen met het saldo van de openstaande belastingdebiteuren aan het einde van het jaar.
pagina 15
Artikel 16. Reserves en voorzieningen 1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt [geen] toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen, en c. bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten
Nieuw rapportages, programmabegroting en jaarrekening. De tekst uit de bestaande verordening is overgenomen. De detaillering uit de modelverordening is namelijk overgenomen in de nota Reserves en voorzieningen die onlangs door de gemeenteraad is vastgesteld.
Huidig rapportages, programmabegroting en jaarrekening.
Artikel 11. Overhead Toelichting: dit artikel is niet meer nodig vanwege de bepalingen over dit onderwerp in het BBV. 1. Bij het bepalen van de overhead, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. directe kosten worden zoveel mogelijk direct toegerekend aan de betreffende taakvelden; b. ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren derhalve tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead (bijvoorbeeld uitbesteding salarisadministratie); pagina 16
Modelverordening en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. het bestedingsplan van de reserve c. de voeding van de reserve; d. de maximale hoogte van de reserve, en e. de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. [5. De reserves worden jaarlijks bij zowel de begroting als de jaarrekening getoetst en de onderliggende bestedingsplannen wordt hierbij geactualiseerd.]
Nieuw
Huidig c. sturende taken, vervult door hiërarchisch leidinggevenden, behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead; d. de positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. 2. De kosten van overhead worden uitgedrukt in een percentage ten opzichte van de exploitatielasten exclusief toevoegingen aan reserves.
Modelverordening
Artikel 17. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd, tenzij de raad anders besluit. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves, voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, en voor rioolrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW betrokken.
Artikel 12. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een extracomptabel systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2. Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen en reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa, de overheadkosten, de rente van de inzet van vreemd vermogen, gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid, en voor rioolrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW. 3. Voor de rentetoerekening aan de activa wordt het vastgestelde rekenrentepercentage gebruikt dat bij de begroting wordt berekend. 4. Overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie (zoals bij grondexploitaties) worden apart
Artikel 17. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. [2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken.]
2. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie apart
pagina 17
3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld
Nieuw geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 3. Voor het toerekenen van overheadkosten aan activiteiten die betrokken worden in de aangifte vennootschapsbelasting, wordt het totaal van de loon- en inhuurlasten vermeerderd conform de in het onderdeel Overhead van het programmaplan binnen de begroting beschreven methodiek.
Huidig geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 5. Voor het toerekenen van overheadskosten aan activiteiten die betrokken worden in de aangifte vennootschapsbelasting, wordt het totaal van de directe lasten vermeerderd met het percentage zoals bedoeld in artikel 11, lid 2.
4. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt het totaal van de loon- en inhuurlasten vermeerderd conform de in het onderdeel Overhead van het programmaplan binnen de begroting beschreven methodiek. Een combinatie is gemaakt van de modelverordening en de bestaande verordening. De modelverordening leidt tot extra administratieve lasten en is daarom niet één op één overgenomen. In de bestaande verordening stond al een overheadmethodiek voor de toerekening aan de gesloten systemen. De methodiek is in de nieuwe verordening gelijkgetrokken met de methodiek die we hanteren voor externe dienstverlening. De afgelopen jaren is de bestaande methodiek niet toegepast bij afval en riool. In de begroting 2025 zal het college terugkomen op de toepassing daarvan in dat jaar. De nieuwe en geactualiseerde verordening biedt zodoende de gelegenheid af te wijken van de methodiek.
6. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt het totaal van de directe lasten vermeerderd met het percentage zoals bedoeld in artikel 11, lid 2.
pagina 18
Modelverordening overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van [een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.
OF het aandeel in de totale geraamde overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten die met de betreffende heffing maximaal in rekening kunnen worden gebracht, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de taakvelden.] [6. Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in artikel 16 eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.]
Nieuw
Huidig
Modelverordening 7. In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
Artikel 18. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
Artikel 13. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.
Artikel 18. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij een verstrekte lening wordt voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken of als de verstrekte lening is gefinancierd met eigen vermogen, wordt uitgegaan van een marktconforme rente. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
pagina 19
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
Nieuw
4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet. Gekozen is om de tekst van de modelverordening over te nemen incl. een uitwerking over de rentekosten (lid 2).
Huidig een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke mediainstellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is. pagina 20
Modelverordening
4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Nieuw
Huidig
Modelverordening
Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, rechten en heffingen. Dit artikel is overgenomen uit de bestaande verordening waarbij de zin is aangepast naar “gemeentelijke tarieven voor de belastingen, rechten en heffingen”. Onder heffingen vallen ook leges en kan daarom worden samengevat.
Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven, belastingen, leges en rechten.
Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
2. Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de door de raad vastgestelde kaders vooraf een besluit voor aan de raad. Artikel 20. Financieringsfunctie 1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2. Het college zorgt bij de uitoefening van de financieringsfunctie voor:
1. Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, [… (verdere opsomming van rechten en leges waarvan het wenselijk wordt geacht de tarieven jaarlijks vast te stellen)]. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de tarieven voor erfpachten. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. 3. Burgemeester en wethouders leggen bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en tarieven voor erfpachten, die afwijkt van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
Artikel 15. Financieringsfunctie
1. Het college zorgt bij de uitoefening van de financieringsfunctie voor:
pagina 21
Artikel 20. Financieringsfunctie 1. Burgemeester en wethouders nemen bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. [2. Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden.
Nieuw a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde begroting uit te voeren; b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; c. het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen; d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 3. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofd van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen. verstrekkingen van garanties en financiële participaties. 4. De gemeenteraad stelt in een treasurystatuut nadere regels vast ter uitvoering van het gestelde onder het eerste, tweede en derde lid. Gekozen is om het beste uit de modelverordening en uit de bestaande financiële verordening over te nemen.
Huidig a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde begroting uit te voeren; b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; c. het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen; d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofd van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.