Bijlage - A - PvdD - Nota VTH voor gemeentelijke milieutaken 2019-2022.pdf
Tekst van het document
6.6.3 Informatiegestuurde handhaving (IgH) Om samenwerking tussen de handhavingspartners te intensiveren en de handhavingscapaciteit efficiënter en effectiever vorm te geven, is een systematiek ontwikkeld, die informatiegestuurde handhaving mogelijk maakt. Informatiegestuurde handhaving houdt in dat op basis van actuele en betrouwbare informatie rationele beslissingen worden genomen, zodat mensen en middelen optimaal worden ingezet en handhavingsdoelen worden behaald. Ketentoezicht en administratief onderzoek zijn onderdeel van deze systematiek. Binnen IgH wordt een vijftal niveaus onderscheiden: 1. Basis: Elke instantie werkt met eigen opslag- en registratiesysteem. Processen zijn niet (bewust) op elkaar afgestemd. 2. Handhavingsprocessen en -procedures zijn efficiënt en bewust op elkaar afgestemd. Informatie wordt digitaal vastgelegd. 3. Informatiesystemen van de partijen in het handhavingsproces zijn aan elkaar gekoppeld en zijn voor gemachtigden opvraagbaar en beschikbaar. Partijen kunnen in elkaars gegevens kijken. 4. Op tactisch niveau worden per handhavingstaak beslissingen genomen op basis van de verkregen producten van de informatieorganisatie, die informatie verzamelt, analyseert met informatieanalisten en -makelaars. 5. Op strategisch niveau wordt, aan de hand van de producten van de informatieorganisatie, beleid gemaakt op langere termijn over de handhavingsinzet.
Informatiegestuurde handhaving in Midden-Holland De ODMH heeft al een aantal stappen gezet in het IgH-proces. Zo is er een intern opslag- en registratiesysteem, dat de gegevens digitaal vastlegt. Verder zijn op operationeel niveau de handhavingsprocessen en –procedures op elkaar afgestemd. Daarmee heeft de ODMH niveau 2 (van de 5) bereikt. De ODMH is inmiddels aangesloten bij Inspectieview milieu. Daarmee worden handhavingsprocessen en informatiesystemen van externe partijen aan elkaar gekoppeld en krijgen partijen de mogelijkheid om in elkaars gegevens te kijken. Gedurende de looptijd van deze nota wordt ingezet op het versterken van niveau 3 en doorgroei naar niveau 4. De ODMH neemt deel aan de landelijke Werkgroep Informatiegestuurde Handhaving (Wigh). Ook onderzoeken we de mogelijkheden om controleresultaten die andere diensten via Inspectieview milieu met de ODMH delen, te gebruiken bij het opstellen van toezichtplannen (via een data-makelaar). Interne informatie Naast het koppelen van de informatie van externe partijen, zet de ODMH ook in op het efficiënt gebruik maken van eigen data. Het betreft de verzamelde data vanuit de werkprocessen, zoals vergunde activiteiten, informatie over installaties en gedrag verkregen tijdens controles en informatie uit beoordelingen van rapportages.
Naar aanleiding van informatie uit de verzamelde data kunnen toezichtplannen worden opgesteld of aangepast. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 7.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
24 van 48
6.7
Sanctiestrategie
Na constatering van overtredingen volgt een passende interventie op basis van de Landelijke handhavingsstrategie. De sanctiestrategie beschrijft de aanpak voor bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij geconstateerde overtredingen. Het landelijk kader hiervoor ligt vast in de Landelijke 1 handhavingstrategie (LHS) . De Landelijke handhavingstrategie heeft als doel dat overheden interveniëren op een wijze die passend is bij iedere bevinding. Dat wil zeggen dat zij weloverwogen kiezen - afhankelijk van de situatie - voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder treedt de ODMH informerend, waarschuwend of bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk op. In vergelijkbare situaties worden vergelijkbare keuzes gemaakt en interventies op vergelijkbare wijze gekozen en toegepast.
Figuur : Schematische weergave Landelijke handhavingstrategie
In bijlage 6 wordt een gedetailleerd stappenplan voor deze sanctiestrategie beschreven.
6.7.1 De overheid als overtreder In het Besluit omgevingsrecht is de eis opgenomen dat het handhavingsbeleid inzicht geeft in de strategie die wordt gehanteerd met betrekking tot de wijze waarop wordt omgegaan met overtredingen die zijn begaan door, of in naam van, overheidsorganen. In deze paragraaf wordt het beleid voor dit aspect beschreven. Bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving
1
Het document van de Landelijke handhavingstrategie is hier te vinden: http://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/landelijke/introductie/ Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
25 van 48
Overheden of publieke ondernemingen hebben een voorbeeldfunctie. Wanneer ze overtredingen plegen, bijvoorbeeld een waterschap als beheerder van een afvalwaterzuiveringsinstallatie, worden ze bestuursrechtelijk op dezelfde wijze behandeld als private ondernemingen of inwoners, waarbij wel rekening gehouden wordt met de voorbeeldfunctie. De sanctiestrategie wordt daarom voor overheden minimaal op gelijk niveau als voor bedrijven toegepast. In voorkomende gevallen kan het nodig zijn om, naast het bestuursrechtelijke traject, ook strafrechtelijke handhavingsinstrumenten in te zetten voor overtredingen die zijn gepleegd door overheidsorganen. Met het Functioneel Parket zal dan worden overlegd over de wijze waarop het strafrecht kan worden ingezet.
6.7.2 Bestuurlijke strafbeschikking (Bsbm) De directeur van de ODMH kan een bestuurlijke strafbeschikking milieu uitvaardigen. De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een strafrechtelijk instrument dat het voor onder meer de directeur van een omgevingsdienst mogelijk maakt om ten behoeve van de bestuurlijke handhavingstaak, zonder tussenkomst van het Openbaar Ministerie (OM), een boete op te leggen voor, bij Algemene Maatregel van Bestuur bepaalde eenvoudige strafbare feiten op milieuterrein. De gedachte hierachter is dat efficiëntere en effectievere handhaving mogelijk wordt doordat relatief eenvoudige strafbare feiten binnen het milieuterrein op basis van een proces-verbaal (de grondslag voor de boete), opgemaakt door een opsporingsambtenaar, gestandaardiseerd en geautomatiseerd kunnen worden afgedaan. Waar oplegging van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang over het algemeen enige tijd vergt, kan met de bestuurlijke strafbeschikking direct opgetreden worden tegen overtredingen. Oplegging van een bestuurlijke strafbeschikking sluit het gebruik van een last onder dwangsom of onder bestuursdwang niet uit. Er kan zelfs een combinatie van betreffende sancties worden opgelegd. Met het Functioneel Parket, de politie en gemeenten zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de Bsbm.
De Bsbm is opgenomen in het productenboek van de ODMH, maar wordt vooralsnog terughoudend ingezet.
6.8
Gedoogstrategie
Er kunnen omstandigheden zijn om bij een bevinding van handhaven af te zien op basis van een vastgestelde gedoogstrategie. Onder gedogen wordt verstaan het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te treden. De nota ‘Gedogen in Nederland’ bevat het landelijke kader voor gedogen: een gedoogsituatie is van tijdelijke aard doordat het handelen binnen afziebare tijd ophoudt dan wel doordat waarschijnlijk een vergunning zal worden verleend. Wanneer men besluit om te gedogen wordt besloten het landelijke kader voor gedogen te volgen. Gedogen laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
26 van 48
7
Ontwikkelingen toezicht
Het risicomodel dat de ODMH nu gebruikt om bedrijven in risicocategorieën in te delen zal gedurende de looptijd van deze nota worden geoptimaliseerd; het milieurisico zal beter worden afgestemd op de specifieke risico’s. Het voorkomen van risico’s kan door preventieve acties zoals algemene voorlichting en specifieke voorlichting voor bedrijven (folders, website, overleg brancheverenigingen en lokale belangenverenigingen). Ook zullen de bedrijven geïnformeerd worden over verplichtingen die op korte termijn ontstaan om overtreding te voorkomen. Op verschillende momenten kunnen risico’s worden geïdentificeerd. Bijvoorbeeld tijdens het verlenen van een vergunning of het beoordelen van een melding. Ook in het kader van toezicht kunnen deze risico’s zich openbaren. Toezicht heeft als doel risico’s/ overtredingen te voorkomen, beperken en beheersen. Daarom moet het toezicht afgestemd zijn op de aanwezige risico’s. De milieurisico’s zijn verschillend per activiteit. Het toezicht kan dus per activiteit verschillen in frequentie en diepgang. Ook kunnen hiervoor verschillende toezichtinstrumenten (zie hieronder) worden ingezet. Informatiegestuurd toezicht Data uit het interne bedrijfsprocessysteem en uit externe systemen zoals Inspectieview Milieu zal worden gebruikt om specifieke risico’s te identificeren.
De ODMH kan op basis van de verzamelde data signaleren bij welke bedrijven de keuringstermijn van installaties wordt overschreden. Op basis daarvan kan gerichte informatie de bedrijven helpen de regelgeving beter na te leven. Door het verzamelen van data over aspecten en overtredingen kunnen we in de toekomst bedrijven beter informeren om overtredingen te voorkomen. Door gebruik te maken van toezichtplannen kunnen de effecten van het toezicht worden gerapporteerd. Naast handhavingseffecten kunnen ook nalevingtrends worden gesignaleerd. In de komende planperiode zal de datakwaliteit worden verbeterd door in toezichtplannen specifiek aandacht te besteden aan de noodzakelijke data en wijze van registratie, om het informatiegestuurde toezicht vorm te kunnen geven. Toezichtplan Bepaalde risico’s kunnen specifiek behandeld worden door het opstellen van een toezichtplan (per branche of individueel bedrijf). In een toezichtplan kunnen verschillende instrumenten worden afgewogen om het naleefgedrag te bevorderen (hoofdstuk 6). Ook worden preventieve instrumenten als genoemd in paragraaf 5.3 opgenomen.
Bedrijven die bij de Uitvoeringsorganisatie Glastuinbouw en Milieu (UO) gegevens moeten registreren over hun water- en meststoffengift, krijgen voordat de termijn daarvoor is verlopen een brief om hen te herinneren aan deze verplichting. Hierdoor wordt de spontane naleving bevorderd.
De reeds bestaande werkafspraken worden gedurende de looptijd van deze nota opgenomen in een toezichtplan. Bestaande werkafspraken voor branches of activiteiten betreffen onder andere controle op het gebied van propaan, luchtwassers, natte koeltorens, energie, rapportageverplichtingen, vetafscheiders, tuinbouwbedrijven/ assimilatieverlichting en horecacontroles. Bij het opstellen van toezichtplannen worden onder meer de onderstaande punten opgenomen: - te controleren aspect(en), activiteiten, branche; - afgewogen mix van handhavingsinstrumenten;
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
27 van 48
-
communicatie paragraaf (intern/extern); registratie en rapportage resultaten; looptijd toezichtplan.
Het uitvoeren van efficiënt toezicht houdt rekening met de specifieke risico’s. Op basis van deze risico’s zijn prioriteiten vastgesteld en wordt een mix van toezichtinstrumenten ingezet (hoofdstuk 6). Dit risicogericht werken kan een verschuiving teweegbrengen van periodieke controles naar aspectcontroles. De komende periode wordt door middel van pilots de meest effectieve werkwijze gezocht.
Het agrarisch bedrijf van meneer De Vries werd in het verleden elke twee jaar bezocht door middel van een integrale controle. Daarnaast werd dit bedrijf elk jaar extra bezocht voor een specifieke controle van de aanwezige luchtwasser. Tijdens de reguliere controles is het bedrijf van meneer De Vries op orde. Meneer De Vries heeft echter moeite het proces van de aanwezige luchtwasser te beheersen. Dit blijkt ook uit de rapportagegegevens van de luchtwasser. Hiervoor worden extra controles ingepland om het systeem optimaal te laten functioneren.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
28 van 48
8
Bijzondere VTH-taken
8.1
Bodem
In de regio Midden-Holland is de draagkracht van de bodem slecht en bovendien zettingsgevoelig. Het risico op het ontstaan van bodemverontreiniging is daarom voor bepaalde activiteiten in de regio groter bij: het toepassen van grond en bagger om bodemdaling te compenseren; het afbreken van (ondergrondse) leidingen als gevolg van zettingen. Als bijzondere taken op het gebied van bodem wordt daarnaast kort stilgestaan bij: bodemenergiesystemen; archeologie. Grondverzet als compensatie van bodemdaling Vanwege de slappe bodem moet er in de regio Midden-Holland veel bodem worden opgehoogd en wordt er dus veel grond verzet. Handhaving van grondstromen is daarom een speerpunt. De gehele grondstromenketen bestaat uit verschillende schakels. Bij elk van die schakels kunnen fouten worden gemaakt als gevolg waarvan de bodem verontreinigd kan raken. Door integraal samen te werken met ketenpartners is inzicht ontstaan in de meest prioritaire schakels, te weten: toepassen van grond/aanvullen; keuring/onderzoek van toe te passen partijen grond of bagger; meldgedrag; tijdelijke gronddepots. Handhaving en toezicht vindt plaats middels een mix van administratieve controle, vrije veldcontroles en controle van gemelde werken. Risico op afbreken van (ondergrondse) leidingen Bij ongelijke zettingen kunnen ondergrondse leidingen afbreken en kunnen vloeistoffen in de bodem geraken.
Voorbeelden van activiteiten waarvoor in deze regio een verhoogd risico geldt zijn onder andere opslag van stoffen in ondergrondse tanks, olie-benzine-afscheiders, bedrijfsrioleringen en bodemenergiesystemen. Bewustwording van het verhoogde risico bij dergelijke activiteiten is en blijft noodzakelijk. Om deze reden hebben de gemeenten de beleidsnotitie “Beleidsregels voor bodemonderzoek bij bedrijven” vastgesteld om grondwatermonitoring toe te passen bij olie-benzine afscheiders (obas) en zijn alle bedrijven in de regio Midden-Holland hiertoe verplicht. Een uitzondering voor obas wordt gemaakt voor: een obas die samen met het leidingwerk onderheid is. bedrijven die hun riolering jaarlijks of tweejaarlijks laten inspecteren. Hier is het risico op verontreiniging al voldoende weggenomen. inrichtingen die zijn gelegen in een voor zettingen en bodemdaling minder gevoelig gebied. Bodemenergiesystemen De gemeenten zijn bevoegd gezag voor gesloten bodemenergiesystemen. De taken betreffen het beoordelen van de meldingen en de handhaving van de voorschriften die gelden voor deze systemen. Deze taken worden uitgevoerd door de ODMH. Hierbij wordt aangesloten bij de Besluitvormings Uitvoerings Methode (BUM) en de Handhavings Uitvoerings Methode (HUM) van de Stichting
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
29 van 48
Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) en de specifiek voor de gemeente Zuidplas geldende beleidsregels. Archeologie Archeologisch beleid is bij alle gemeenten vastgesteld en wordt vertaald naar voorschriften in bestemmingsplannen. De ODMH heeft voor enkele gemeenten mandaat om toe te zien op de naleving van voorschriften in het bestemmingsplan. Toezichthouders, op grond van het Besluit Bodemkwaliteit en van milieu hebben een signaleringstaak ten aanzien van archeologie. In overleg met de gemeenten wordt bepaald wie zo nodig gaat handhaven. Bodem onder de Omgevingswet (ontwikkelingen) Middels een Aanvullingswet en een Aanvullingsbesluit wordt de bodemwet- en regelgeving geïntegreerd in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet verschuiven de huidige provinciale bodemtaken naar de gemeenten. Samenwerking is een kernwaarde binnen de Omgevingswet. Voor bodem en ondergrond geldt dat in het bijzonder. Het bodem- en grondwatersysteem overstijgt de gemeentegrenzen. Daarnaast is er sprake van nieuwe bedreigingen van de bodem- en grondwaterkwaliteit: er komen nieuwe bedreigende stoffen in het milieu (ook wel: Zeer zorgwekkende stoffen, zie paragraaf 4.1.2) en er is in toenemende mate sprake van nieuwe toepassingen als gevolg van hergebruik van materialen en het sluiten van de kringlopen (circulaire economie).
Provincies hebben daarom toegezegd de overdracht goed te begeleiden en ook waterschappen stellen hun kennis van het bodem- en watersysteem ter beschikking. Het is aan gemeenten om de nieuwe taken goed op te pakken. In de komende jaren, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bereiden de gemeenten en de provincie zich voor op deze veranderingen. De ODMH ondersteunt hierbij, maar is in de verantwoordelijkheidsoverdracht zelf geen partij. De uiteindelijke afspraken over de overdracht worden tussen de gemeenten en de provincie gemaakt.
8.2
Duurzaamheid (Energiebesparing bij bedrijven)
Sinds de invoering van de Wet milieubeheer zijn duurzaamheidsaspecten een steeds grotere rol gaan spelen in het milieutoezicht. Met het energie akkoord uit 2013 is een aanzienlijke verandering van wetgeving doorgevoerd. Eén van de belangrijke doelstellingen in het akkoord is dat bedrijfsleven en overheid samen een extra bijdrage leveren aan energiebesparing. Een andere doelstelling is dat Nederland over twee jaar honderd petajoule minder energie moet verbruiken ten opzichte van 1990. Met de aangescherpte uitvoering van de Wet Milieubeheer kan, volgens berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving, ongeveer de helft van het tekort van 25 petajoule (voor de laatste 2 jaar) opgelost worden. De ODMH voert namens de gemeenten de taak uit om de naleving van de verplichtingen op gebied van energiebesparing bij bedrijven te bevorderen. Daarnaast hebben de meeste gemeenten een duurzaamheidsambitie die de bedrijven raakt. Tijdens de jaarprogrammabesprekingen nemen ODMH en gemeenten de wensen door, zodat kan worden gezorgd voor een goede aansluiting bij de duurzaamheidsambities uit de collegeprogramma’s. In overleg met de gemeente worden op maat gemaakte branche- en gebiedsgerichte projecten uitgevoerd. De lokale speerpunten op gebied van energiebesparing bij bedrijven worden vastgelegd in de zogenaamde menukaart bij bedrijven.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
30 van 48
Evaluatie gebiedsgerichte projecten energiebesparing/ duurzaamheid 2016-2018 De ODMH heeft de laatste jaren bij verschillende gemeenten gebiedsgerichte energie- projecten (onder andere uitvoeren van energiescans) bij bedrijventerreinen uitgevoerd. Deze projecten werden in nauwe samenwerking met onder andere de ondernemersvereniging en de gemeenten gerealiseerd. Deze samenwerking is door alle partijen als constructief ervaren en heeft een goede basis gelegd om deze aanpak te continueren. Ontwikkelingen In de nieuwe plannen van het kabinet worden bedrijven met een verbruik van meer dan 50.000 kWh 3 stroom of meer dan 25.000 m gas, verplicht per 1 juli 2019 (eenmaal in de vier jaar) te bewijzen dat ze voldoen aan de verplichting om alle energiebesparende maatregelen, op basis van de erkende maatregelenlijst (Bijlage 10, Activiteitenregeling) te nemen die binnen vijf jaar terugverdiend worden. Gelet op de drempelwaarden waarvoor deze informatieplicht geldt, zal een belangrijk deel van de bedrijven in de regio hiermee te maken krijgen. De informatieplicht, een omgekeerde bewijslast, heeft ook gevolgen voor de omvang van onze werkzaamheden. Hierbij moet gedacht worden aan de extra inzet in verband met het binnenhalen van de verplichte rapportages en de beoordeling hiervan.
De omvang van deze extra inzet en de manier waarop deze, mogelijk, gefinancierd gaat worden is nu (medio 2018) nog onduidelijk. Uitvoering Daarnaast zijn er ook voor een aantal branches wettelijk verplichte energiemaatregelen vastgesteld. De ODMH richt zich bij de energiecontroles voornamelijk op deze branches. Verder wordt onder andere toezicht gehouden bij bedrijven die onder de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED) en Meerjarenafspraak energie-efficiëntie (MJA) vallen. Van alle bedrijven worden de energieverbruiken vastgelegd. Bij het energietoezicht wordt veelal projectmatig gewerkt. Niet elk toezichtproject wordt op hetzelfde moment gestart. Vanaf 2019 worden de verschillende projecten steeds gefaseerd opgestart, uitgevoerd en gecontinueerd. De komende periode wordt die gefaseerde aanpak voortgezet van o.a. de onderstaande aanpak (zowel wetmatig als ontzorging): Branchegerichte aanpak Branches waarvan de erkende maatregelenlijst van kracht is geworden, worden gecontroleerd. (bv. scholen, koelhuizen en kantoren) Gebiedsgerichte aanpak Deze aanpak is vooral gericht op bedrijventerreinen en het ontzorgen van bedrijven in samenwerking met ondernemersverenigingen en gemeenten.
Wanneer gekozen wordt voor een gebiedsgerichte aanpak, kunnen de door bedrijven uitgevoerde energiescans gezien worden als een invulling voor artikel 2.15 lid 2 Hierdoor hoeven bedrijven niet via de Activiteiten internetmodule (AIM) de energierapportage in te dienen en worden hierbij ontzorgd. EED Een onderneming met 250 fte of meer of een jaaromzet van € 50 miljoen met een jaarlijkse balanstotaal van meer dan € 43 miljoen heeft te maken met de EED. Elke vier jaar dient een energie rapportage te worden ingediend en door de ODMH te worden beoordeeld. De data uit de rapporten worden gebruikt voor het bepalen van de portentiële energiebesparing. MJA Jaarlijks bedrijven controleren op uitvoering energie efficiëntie plan.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
31 van 48
Uitvoeren inventarisaties/deelprojecten in opdracht van de gemeente zoals Duurzaamheidsprofiel op locatie (DPL), zonnepanelen, interesse in waterstof en dergelijke. Deze aanvullende vragen kunnen worden meegenomen tijdens de bezoeken. Bij de ontzorgingsprojecten (zowel branche- als gebiedsgericht) hebben de bedrijven meer invloed op de termijn waarbinnen bepaalde maatregelen moeten worden uitgevoerd. De ODMH probeert daarbij de bedrijven meer te verleiden in plaats van meteen handhavend op te treden. Hierdoor wordt dus niet altijd de landelijke handhavingsstrategie gevolgd. Behouden voorloperspositie Voor elke branche zijn landelijk specifieke technische maatregelen benoemd. De erkende maatregelenlijsten worden met de jaren specifieker en uitgebreider. De energiewerkzaamheden vereisen specialistische kennis, waarvoor energie specialisten binnen de ODMH zijn aangesteld. De ODMH behoort, qua kennis en vastlegging van inzet en data, landelijk tot de koplopers op het gebied van energiebesparing bij bedrijven. We willen deze vooraanstaande positie handhaven, bijvoorbeeld door deel te blijven nemen aan diverse overleggen en door scholing. Samenwerking Samenwerking op het thema energiebesparing is essentieel. De ODMH is vertegenwoordigd in diverse landelijke en provinciale overleggen.
Een voorbeeld daarvan is het Energieoverleg PZH waarin de samenwerking wordt gezocht met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland en met de provincie Zuid-Holland. Er zijn daarnaast rechtstreekse contacten met de verantwoordelijke ministeries. MOVIE In 2018 voerde de ODMH het project MOnitoring en VIsualisering Energiedata (MOVIE) uit. Doel van het project was het zodanig vastleggen van de relevante energiegegevens (bv. %CO2 2 reductie, energieverbruik m , dakoppervlak zonnepanelen) dat aan de gemeenten adequaat gerapporteerd kan worden over de inzet en resultaten op gebied van de energiebesparing bij bedrijven. Voor de EED en MJA zijn de afspraken inmiddels gemaakt en is het registratiesysteem aangepast. Gedurende de looptijd van deze nota zal onderzocht worden welke energiegegevens nog meer vastgelegd kunnen worden en hoe de resultaten op de beste manier inzichtelijk gemaakt kunnen worden in de verschillende in- en externe rapportages.
8.3
Geluid
8.3.1 Evenementenbeleid In 2017 is door de ODMH het Handhavingsbeleid geluidsnormen bij evenementen opgesteld voor de gemeenten in de regio van Midden-Holland. Doel hiervan is om het nalevingsgedrag van de geluidsnormen bij evenementen te verhogen om geluidsoverlast te beperken. Een deel van de aangesloten gemeenten heeft reeds het beleid vastgesteld. De ODMH streeft ernaar om voor alle gemeenten het huidige beleid toe te passen.
8.3.2 Horeca In het jaarprogramma worden per gemeente afspraken gemaakt voor preventief toezicht op geluidsnormen in de avond en nachtperiode. Deze controles vinden plaats onder de noemer ‘horecaronde’ en worden periodiek uitgevoerd.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
32 van 48
Naast het uitvoeren van preventieve horecarondes wordt ook specifieke geluidcontroles uitgevoerd naar aanleiding van klachten of lopende handhavingstrajecten.
8.3.3 Zonebeheer Het bewaken van de grenzen van gezoneerde industrieterreinen heeft prioriteit, omdat bij het overschrijden van de normen geen vergunningen meer afgegeven kunnen worden. Doel is dan ook om geen overschrijding te laten optreden. De bewaking van de normen van gezoneerde industrieterreinen en bedrijventerreinen met een geluidafspraak wordt uitgevoerd door de toezichthouder van het team Geluid, Lucht, Ecologie & Veiligheid. Het bewaken van de normen vindt plaats door middel van een zonebewakingsmodel. Het relevante deel van dit zonebewakingsmodel wordt aan de bedrijven ter beschikking gesteld om bij de aanvraag van een vergunning, of het indienen van een melding, een akoestisch rapport op te kunnen stellen. Het aangepaste model wordt door de toezichthouder weer in het zonebewakingsmodel ingebracht. Vervolgens wordt gecontroleerd of de inrichting kan voldoen aan de normen. Indien voldaan wordt aan de norm, wordt de vergunning verleend of de melding geaccepteerd. In het geval van een melding wordt in bijna alle gevallen ook een maatwerkvoorschrift voor geluid opgelegd, om de geluidsruimte van de inrichting in het zonebewakingsmodel vast te leggen. Bij het toetsen aan de norm wordt tevens duidelijk hoeveel geluidruimte nog aanwezig is in de geluidszone.
Daarnaast wordt elk half jaar een visuele controle op het industrieterrein uitgevoerd door de toezichthouder van het team Geluid, Lucht, Ecologie & Veiligheid en de toezichthouder van de afdeling Bedrijven om te controleren of alle bedrijven op het gezoneerde industrieterrein bekend zijn bij de ODMH en op een juiste wijze in het zonebewakingsmodel zijn ingebracht.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
33 van 48
9
Kwaliteitsborging
9.1
Kwaliteitscriteria
De kwaliteitscriteria 2.1, de landelijke kwaliteitseisen ten aanzien van de uitvoering van het omgevingsrecht gaan over proces, inhoud en kritieke massa. De kwaliteitscriteria vereisen een actueel en volledig VTH-beleid, waarin wordt opgenomen welke doelen de dienst zichzelf stelt bij uitvoering van de VTH-taken, hoe deze doelen worden bereikt en op welke wijze de gemeente haar taken zal uitvoeren. Door te voldoen aan de kwaliteitscriteria zorgen we ervoor dat we de gewenste kwaliteit en continuïteit leveren. De criteria maken inzichtelijk welke kwaliteit van de VTH-taken de opdrachtgevers, inwoners, bedrijven en instellingen kunnen verwachten. De ODMH voldoet aan de eisen met betrekking tot de kritieke massa en continuïteit en heeft een sluitende beleidscyclus.
9.2
Borging van de werkwijze
De in deze nota beschreven werkwijze is opgenomen in de werkprocessen van de ODMH. Waar het gaat om ontwikkelingen zullen die worden verwerkt in die processen. De ODMH hecht veel waarde aan kwaliteit en is sinds juni 2011 ISO 9001 gecertificeerd. Jaarlijks worden de werkprocessen geaudit in het kader van die ISO-certificering. Verder worden onderdelen van de nota meegenomen in de jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma’s voor de gemeenten.
9.3
Monitoring van de voortgang
Om te bewerkstelligen dat alle doelen uit deze nota worden behaald wordt de voortgang van de benoemde acties (bijlage 1) gemonitord. Dat gebeurt ODMH-intern per kwartaal in de bedrijvenstaf. Gemeenten worden jaarlijks geïnformeerd over de voortgang in de jaarrapportages.
9.4
Klanttevredenheid (KTO)
De ODMH voert structureel klanttevredenheidsonderzoek uit bij zijn eindklanten. Dit betekent dat inwoners en bedrijven die een product geleverd hebben gekregen (bijvoorbeeld een vergunning of een toezichtsbezoek) binnen twee weken een e-mail krijgen met de vraag om deel te nemen aan een kort KTO. De resultaten van dit doorlopende klanttevredenheidsonderzoek worden intern gebruikt om de kwaliteit van onze diensten te verbeteren. Bedrijven en/of inwoners die de ODMH een onvoldoende geven worden direct teruggebeld om hun beoordeling nader uit te leggen. Verder wordt jaarlijks aan de gemeenten gevraagd om de ODMH te beoordelen. In het kader van de klanttevredenheid en kwaliteitsverbetering vindt ook regelmatig een onderzoek plaats naar de telefonische bereikbaarheid van de dienst en zijn medewerkers.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
34 van 48
10
Communicatie en voorlichting
10.1 Gemeenten en handhavingspartners De ODMH communiceert op diverse manieren met zijn opdrachtgevers en andere handhavingspartners. Er zijn structurele overleggen maar ook overleggen en contacten op ad-hoc basis. In 2018 is een trainingstraject gestart voor de medewerkers in meer klantgericht denken en handelen. Een onderdeel van dat traject is het uitwerken van een nog betere informatie-uitwisseling tussen gemeenten en ODMH met betrekking tot bedrijven.
10.2 Bedrijven Het contact met bedrijven is nu meestal op bedrijfsniveau, gebaseerd op de wettelijke verplichtingen van dat bedrijf. Juist aan de voorkant, bij de voorlichting aan bedrijven valt winst te behalen. Denk hierbij aan voorlichting bij een initiatief op gebied van bouw en / of milieu of wat betreft de eisen die gesteld worden aan een bedrijf. Dit vraagt om een uitbreiding van het instrumentarium. Zie ook hoofdstuk 6.3. Branche- of gebiedsgerichte voorlichting, informatiebladen of -pagina’s op internet zijn daarvan voorbeelden. Bedrijvenverenigingen zijn betrokken geweest bij de totstandkoming van deze nota en hun ideeën over voorlichting zijn hierin meegenomen.
10.3 Participatie bij nieuwe ontwikkelingen Een belangrijk instrument van de Omgevingswet is participatie. Dit betekent een intensievere samenwerking tussen de initiatiefnemer en de overheid. Door vroegtijdig het gesprek aan te gaan komen kennis, verschillende belangen en perspectieven sneller op tafel. Zo kan participatie zorgen voor meer draagvlak, betere besluiten en tijdwinst. De ODMH sluit in zijn dienstverlening aan bij deze maatschappelijke beweging naar een participatieve en laagdrempelige overheid.
10.4 Communicatie bij calamiteiten Voor de communicatie bij calamiteiten wordt verwezen naar de gemeentelijke calamiteitenregelingen, deze verloopt via gemeenten en VRHM-crisisbeheersing. De ODMH is hierbij adviserend. In verband met calamiteiten beschikt de ODMH over een 24 uurs- bereikbaarheidsdienst.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
35 van 48
Bijlage 1 Actiepunten naar aanleiding van deze VTH-nota (2019-2022)
Hfd/ pgf 1 1 4.1.1 4.1.2 5.3
Onderwerp Adviesrol Mediation bij klachten Omgevingswet ZZS Actualisering vergunningen Proefnemingen Preventiestrategie
Blz 8 8 11 11 13/14
6.4 6.6.2 6.6.3 7 7 7
Afspraak controles Samenwerking IGH Databeheer Risicomodel Toezichtplannen
20 23 24 27 27 27
8.2
30
8.2 8.3.1 9.3
Energiebesparing bij bedrijven Duurzaamheid Evenementen Monitoring voortgang
10 Bijlage 2 Bijlage 6
Communicatie Evaluatie IGH
35
5.4 6.3/6.4/ 7
14 18ev
31 32
Actie Uitbouwen/ plan maken Pilot uitwerken Voorbereidingen invoer Ow Uitwerken en uitvoeren beleid inzake ZZS - Jaarlijks opstellen actualiseringsprogramma. - Ontwikkelen actualiteitstoets - Ontwikkelen toestemmingsbeleid - Opstellen preventiestrategie met daarin: Instrumenten mbt informeren/stimuleren; Voorlichting naar inwoners en bedrijven; - Opnemen in productenboek - Preventiestrategie opnemen in processchema’s Protocol opstellen (on-)aangekondigd controleren Samenwerking uitbouwen Bereiken en versterken niveau 3, doorgroei naar niveau 4 Verbetering van de dataregistratie en het databeheer Het milieurisicomodel wordt aangepast. Toezichtplannen opstellen op basis van - data - nieuwe risico’s - bestaande werkafspraken Verwerken nieuwe wetgeving, gevolgen bespreken en vastleggen met gemeenten Behouden voorloperspositie Beleid laten vaststellen door alle aangesloten gemeenten Voortgang actie nota opnemen in jaarrapportages gemeenten, waar nodig acties bijstellen. Uitwerken acties voor punten par. 10.1 t/m 10.4 Bonus-malus verder doorvoeren Vastleggen van de plaats in de IGH matrix.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
36 van 48
Bijlage 2 Evaluatie actiepunten VTH-nota 2015-2018 Hieronder worden de handhavingsdoelen uit de VTH-nota 2015-2018 opgesomd, met daarachter een korte evaluatie. Vergunningverlening 1. Waarborgen van een actuele vergunningsituatie. Het informatiesysteem is aangepast zodat een overzicht gemaakt kan worden welke vergunningen actueel zijn op basis van de in VTH-nota genoemde criteria. Gebaseerd op dit overzicht is de actualiteit van de vergunning getoetst; deze toets is inmiddels voor bijna alle bedrijven uitgevoerd. Dit wordt in de komende planperiode gecontinueerd. Uit de toetsing is gebleken dat in sommige gevallen actualisatie nodig is. Voor deze situatie is een procedure tot actualisatie van de vergunning uitgevoerd of gepland. Toezicht 2. Na controle, hercontrole en bestuursrechtelijke sancties voldoen alle geïnspecteerde bedrijven aan de voorschriften die tijdens de inspectie zijn gecontroleerd. Bedrijven voldeden na hercontrole of bestuursrechtelijk optreden aan de voorschriften. Er zijn geen gedoogbeschikkingen met betrekking tot milieu afgegeven vanaf 2015. Zie punt 6 voor een nadere analyse van het naleefgedrag. 3. Alle opslagtanks inspecteren ter voorkoming van bodemverontreiniging. Tanks die in de afgelopen 4 jaren zijn aangetroffen bij een controle, zijn gecontroleerd op alle verplichtingen zoals gecertificeerde installatie- en gebruiksvoorschriften.
Bedrijven zijn aangeschreven om de installatie te certificeren. Deze certificaten zijn ingediend en geregistreerd zodat deze data gebruikt kunnen worden bij latere controles. Tanks die niet konden worden voorzien van een certificaat zijn gesaneerd. Een deel van tanks is projectmatig gecontroleerd. Het project is beëindigd. Tanks worden in het reguliere handhavingsproces gecontroleerd. In de periode 2015 tot en met 2017 zijn bij 271 bedrijven één of meer tanks gesaneerd. De kans op bodemverontreiniging door verouderde tankinstallatie is daardoor verkleind. 4. Toezicht op preventieve maatregelen bij luchtwassers en natte koeltorens. Alle biologische, chemische en gecombineerde luchtwassers bij veehouderijbedrijven zijn gecontroleerd. Tijdens de controles is gebleken dat de gebruiksvoorschriften slecht worden nageleefd. De actieve luchtwassers zijn nu allemaal voorzien van elektronische monitoring. Daarnaast hebben de bedrijven naar aanleiding van toezicht van de ODMH gedragsvoorschriften opgesteld met betrekking tot intern en extern onderhoud. Naar aanleiding van toezicht door de ODMH hebben de bedrijven gedragsvoorschriften opgesteld met betrekking tot intern en extern onderhoud. Naar aanleiding van het slechte naleefgedrag, ziet de ODMH nu door speciale aspectcontroles actief toe op deze installaties. De bedrijven worden jaarlijks bezocht.
Het eerste jaar betreft het een integrale controle, het tweede jaar betreft het een aspectcontrole voor de luchtwasser. Door deze controles is het toezicht op het beheer van de luchtwassers verbeterd, waardoor stikstofemissies zijn voorkomen. In de komende planperiode wordt een toezichtplan opgesteld met betrekking tot andere stikstofbeperkende maatregelen bij veehouderijen, zoals stoppersmaatregelen, stalsystemen, beweidingsplannen, enz.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
37 van 48
Bij negen bedrijven zijn natte koeltorens aanwezig. In de afgelopen planperiode zijn van al deze installaties de beheersplannen en risicoanalyses opgevraagd en beoordeeld. In de komende planperiode wordt een toezichtplan opgesteld. Daarnaast zijn alle bedrijven met natte koeltorens door andere milieurisico’s al ingedeeld in categorie 3 of 4 zodat deze tenminste eenmaal per twee jaar worden gecontroleerd. 5. Agrarische loonwerkers zijn gecontroleerd en worden tenminste eenmaal per twee jaar weer bezocht. Loonwerkers worden ingedeeld in milieucategorie 3 of 4 waardoor deze bedrijven in de afgelopen planperiode zijn gecontroleerd. 6. Naleefgedrag wordt opgenomen in risicomodel Het milieurisicomodel is in de afgelopen planperiode op enkele punten geactualiseerd. Er is echter nog geen sprake van een geïntegreerd risicomodel waarin alle milieuactiviteiten én het naleefgedrag zijn opgenomen. Wel is in een pilottraject informatie vastgelegd over onder meer het naleefgedrag in een bonus-malussysteem voor de categorie 3 bedrijven. In de periode 2015 tot en met 2017 zijn 32 (3,5%) bedrijven gesignaleerd als achterblijver, 789 (85%) als middenmoter en 107 (11,5%) als koploper. De koplopers en achterblijvers zijn inmiddels bekend, maar dit heeft nog niet geleid tot aanpassing van de controlefrequentie. Het naleefgedrag is nog niet opgenomen in het huidige milieurisicomodel.
In hoofdstuk 7 van deze nota is verder beschreven hoe het risicomodel geheel vernieuwd wordt. 7. Controle op alternatieve maatregelen om de ammoniakemissie te verminderen (Stoppersmaatregelen) In 2016 en 2017 zijn 35 agrarische bedrijven binnen korte termijn gecontroleerd op de maatregelen van de Stoppersregeling. Het betrof gecombineerde bezoeken door toezichthouders en vergunningverleners. Hierdoor konden tekortkomingen efficiënt worden afgehandeld. De naleving was heel wisselend: diverse bedrijven waren te streng, andere hadden alternatieve maatregelen genomen. In veel gevallen zijn genomen maatregelen gelegaliseerd door intrekking van de vergunning of het indienen van een melding. Over het algemeen is de intentie van de veehouders goed en zijn bedrijven goed op de hoogte van de regels. In de komende planperiode worden deze bedrijven nogmaals gecontroleerd. 8. Tafel van elf De voorlichting volgens de ‘tafel van elf’-methode is een methodiek waarbij de doelgroep uitgebreid wordt geanalyseerd, bedrijven veelal per branche. Doordat het aan de nodige detailinformatie ontbrak was het lange tijd lastig was om een goede doelgroep te kiezen. Uiteindelijk is gekozen voor de glastuinbouw. De uitwerking van de methode, in samenwerking met een hoogheemraadschap is nog in volle gang waardoor de resultaten van dit onderdeel niet geëvalueerd kunnen worden.
Onderdelen van de ‘tafel van elf’-methode zullen terugkomen in de nieuw te ontwikkelen preventiestrategie.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
38 van 48
Bijlage 3 Samenvatting bijeenkomst bedrijvenverenigingen d.d. 29 mei 2018
Aanwezig: Rudolf van Binsbergen Thijs de Neeve Marlies Cirkel Anton de Wilde Nelis Visscher Aad Stuivenberg Johan de Haas Arjan Griffioen Peter Domburg Fred Bennink Erik Akkerman
VOA Alphen aan den Rijn DPG-Gouda Koninklijke Horeca Nederland Koninklijke Horeca Nederland / Krimpenerwaard Vereniging Bedrijventerrein Zoutman WC Reigerhof Ondernemers Platform Bodegraven-Reeuwijk voorzitter Raad van Industrie & dienstverlening Bodegraven Raad van Industrie & dienstverlening Bodegraven FB beveiligingen b.v. Ver. Parkmanagement De Schans II Alphen a/d Rijn
Vanuit ODMH André Mutter Henk Spruit Reninca de la Combé Ronald Bakker Marco van Meel Sjoerd Janse Lenie Schrijver
directeur afdelingshoofd Bedrijven / plv. directeur afdelingshoofd Bouw- en Woningtoezicht beleidsadviseur afd. Bedrijven teamleider Bouw- en Woningtoezicht teamleider Bedrijven Zuid secretariaat (verslag)
Tijdens deze bijeenkomst voor bedrijvenverenigingen staat de VTH-nota centraal. Daarnaast worden de aanwezigen uitgenodigd aan te geven hoe de contacten met ODMH ervaren worden. De VTH-nota is een wettelijk verplicht document dat opgesteld wordt door de ODMH in opdracht van de aangesloten gemeenten om het regionale beleid ten aanzien van de Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vast te leggen voor een bepaalde periode. De ODMH heeft te maken met 3 VTH-nota’s: - VTH-nota van de provincie Zuid-Holland - VTH-nota Bouw en woningtoezicht - VTH-nota gemeentelijke milieutaken. In dit geval gaat het om een actualisatie van de VTH-nota voor de gemeentelijke milieutaken voor de periode 2019-2022. Binnen de regio zijn de VTH-afspraken zoveel mogelijk uniform en is er afstemmingsplicht met de andere handhavingspratners. De inhoud van de nota is deels wettelijk bepaald (nalevingsstrategie), deels is er ruimte voor de regionaal of lokaal beleid. Er is afstemming met de andere regio’s en met de andere handhavingspartners. De overheid van nu kan niet meer dezelfde zijn als de overheid van enkele jaren geleden; ze moet transparanter zijn en participatief zijn ingesteld, met meer aandacht voor de communicatie. Deze ontwikkelingen komen terug in de nieuwe VTH-nota. Ook deze bijeenkomst is daar een voorbeeld van.
In 2021 wordt de Omgevingswet van kracht, dit is een omvangrijke wetswijziging waarop geanticipeert wordt. Speerpunten in de nieuwe VTH-nota zijn; duurzaamheid/ energiebesparing bij bedrijven, innovatieve ontwikkelingen, datakwaliteit, andere vormen van communicatie naar bedrijven en risicogericht en informatie gestuurd werken.
De nalevingsstrategie Toezicht en Handhaving bestaat uit 4 onderdelen:
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
39 van 48
- preventiestrategie: Wat kunnen we doen in het vooroverleg om te voorkomen dat er geen overtreding van de wet plaats zal vinden. - toezichtstrategie: De toezichtstrategie willen we meer op milieurisico en veiligheid gaan richten. - sanctiestrategie: Dit is een landelijke strategie waar we ons als ODMH namens de gemeenten aan conformeren - gedoogstrategie: In principe gedogen we niet in Nederland maar deze hoort wel opgenomen te zijn in de nalevingsstrategie. Samenvattend is het volgende besproken: -
Door de aanwezigen is dit initiatief voor een bijeenkomst als zeer positief ervaren. De ervaringen met de ODMH zijn overwegend positief, met een aantal punten ter verbetering. De bedrijven verwachten meer communicatie rondom (vooraf, tijdens en na) de VTH. Heroverweging van het onaangekondigd controleren wordt gevraagd. Afstemming met andere regio’s wordt als belangrijk ervaren. De ODMH stelt de bedrijfsverenigingen voor om hem te vragen om te komen vertellen wat de ODMH doet en met elkaar in gesprek te gaan. Onderzoek of mediation bij vergunningverlening ingezet kan worden. Motto voor de ODMH-medewerkers: “behandel een bedrijf zoals je zelf behandeld wil worden”. Onderzoek hoe de communicatie via website verbeterd kan worden. Een meer adviserende rol voor de ODMH is gewenst vanuit de bedrijven. Roep om uniformere regelgeving in het land; deze VTH-nota geldt voor 6 gemeenten binnen de regio, maar het is ook gewenst om met de regio’s daarbuiten af te stemmen. Met diverse verenigingen worden vervolgafspraken gemaakt.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
40 van 48
Bijlage 4 Milieurisico-indeling (anno 2018) Controlefrequentie Zoals al in de probleemanalyses is opgemerkt, lopen de milieurisico’s van bedrijven sterk uiteen. Om die reden worden niet alle bedrijven met dezelfde frequentie gecontroleerd. Bedrijven met een hoog milieurisico worden vaker gecontroleerd dan bedrijven met een laag milieurisico. De hiervoor aangehaalde risicomodellen worden gebruikt om in de risico’s een rangorde te kunnen aanbrengen. Hoe hoger het milieurisico, des te hoger is de controlefrequentie. Voor het bepalen van de controlefrequentie van integrale controles wordt gebruik gemaakt van de volgende staffel.
Milieucategorie
Controlefrequentie
Bedrijven: 0 tot 50 punten
1
Projectmatig
Bedrijven: 50 tot 100 punten
2
Eenmaal per 5 jaar
Bedrijven: 100 tot 250 punten
3
Eenmaal per 2 jaar
Bedrijven: 250 punten of meer
4 of 5
Eenmaal per jaar
Categorie 5 betreft bedrijven waarop tot 1 januari 2014 de Verklaring van geen bedenkingen milieu van toepassing was. Voor deze bedrijven geldt ook een controlefrequentie van eenmaal per jaar. Categorie 6 betreft bedrijven waarvoor het college van Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is. Deze categorie bedrijven valt niet onder deze VTH-nota. Bepaling van de milieucategorie vindt plaats met behulp van een model waarin de basisrisico’s van een bedrijf worden gewaardeerd. Gedurende de looptijd van deze nota zal het huidige model worden omgevormd tot een model waaruit de basisrisico’s worden gewaardeerd. Dit kan op basis van de branche of op basis van een sommatie van relevante milieuaspecten. De aspecten/ activiteiten die meer of anders bij een bedrijf aanwezig zijn ten opzichte van de branche, worden apart gewaardeerd. Voor deze aspecten/ activiteiten wordt een aspectcontrole ingepland. Deze controle kan gelijktijdig met het basistoezicht uitgevoerd worden, maar kan ook door een gespecialiseerde toezichthouder in een aparte controle worden behandeld.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
41 van 48
Milieurisicomodel Voor het bepalen van de milieucategorie bij WM-inrichtingen
Criterium
Hoeveelheid
Juridische status of branche IPPC-inrichting Vergunningsplichtig activiteiten (BOR) Type B Agrarisch (niet loonwerk, wel GTB) Type B Overig (wel boomkwekers) Type A (Activiteitenbesluit) VVGB Industriele productie van voedingsmiddelen (AB: 3.137) Onderhouden of repareren van motoren, motorvoertuigen (AB 4.83a) Opslag stoffen in emballage (geen werkvoorraad) ADR klasse 1 (vuurwerk) ADR klasse 1 (vuurwerk) ADR klasse 2 ADR klasse 2 ADR klasse 3 ADR klasse 3 t/m 6 ADR klasse 4 t/m 6 ADR Klasse 8 en 9 ADR Klasse 8 en 9 CMR stoffen Vloeibare mestoffen in tanks Vloeibare meststoffen in emballage Overige stoffen boven lekbak Tanks Bovengronds (die moet voldoen aan PGS 30) Ondergronds Propaan Tanks vloeibaar gas (zuurstof/stikstof) Afvalwater Lozen van brijn in de bodem Afscheider aanwezig (obas/vetvangput) Waterzuivering bedrijfsafvalwater Koeling Ammoniakinstallatie (inhoud) Natte koeltoren Koeling 3-30 KG of 5000-50000 GWP koeling > 30 KG of > 50000 GWP Aantal koelinstallaties >5 Stookinstallatie Stookinstallatie gas (ketel(s)) Som nominale vermogen Stookinstallatie gas (WKK) Stook/ verwarmingsinstallatie gas Stookinstallatie andere brandstof Voorzieningen Wasplaats Tankplaats Spuitcabine Mestbassin Externe veiligheid Bevi / Revi van toepassing RRGS drempel BRZO van toepassing Geur en lucht Nabehandeling met chemicalien, naverbrander Bodem Grondwatermonitoring verplicht Preventie
Energieverbruik Gasverbruik Afvalproductie per maand Werknemers Milieurelevantie (verplicht motiveren in kolom opmerkingen)* Klein Middelgroot Groot Totaal
Score
Totaalscore
Opmerkingen
250 100 25 50 10 250 50 35 tot en met 10.000 kg >10.000 kg 125-2500 l >2500 l >2500 l of kg 50 - 2500 l of kg >2500 l of kg 250 - 10.000 l of kg >10.000 l of kg > 1 l of kg
100 250 30 50 100 30 100 30 100 100 30 10 15
<150 m³
30 50 30 30 15 10 15
<1500 Liter
50 30 5 15 15
100kW - 1MW
25 50 100 50
>1MW >20 kW
Doorzet > 25 m3/jaar
15 15 10 15 250 100 250 25 20
>200000 Kwh >75000 m³ 1200 - 10.000 Liter >250
10 10 5 10 0 25 50 0
Milieucategorie
0
Categorie 1 2 3 4 5
Punten 10 tot 50 50 tot 100 100 tot 250 250 of meer 250 of meer
* te denken valt aan: 1. Oppervlakte 2. Aantal installaties 3. Complexiteit productieproces 4. Gevoeligheid van de locatie
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
42 van 48
Bijlage 5 Uitvoering controles en aspectcontroles Uitvoering van een controle Voordat de integrale controle wordt uitgevoerd bereidt de toezichthouder die voor. De voorbereiding bestaat voornamelijk uit dossieronderzoek waarbij wordt nagegaan welke technische voorzieningen binnen het bedrijf aanwezig zijn en welke voorschriften van toepassing zijn. Bij veehouderijen zijn bij de voorbereiding de gemelde dieraantallen, de beweidingsplannen en de systeembeschrijving van belang. Daarnaast worden de bevindingen van de laatste controle en de (eventuele) klachtenhistorie doorgenomen. Ook kunnen de digitale registratiesystemen van andere instanties worden geraadpleegd. Zo kunnen online de afvalstromen en de tank- en installatiecertificaten worden ingezien. Ook kunnen het risicoregister (RRGS) en de digitale registratiesystemen van andere instanties worden geraadpleegd. Tijdens de controle kan gebruik worden gemaakt van een tabletcomputer met een digitale checklist. In die checklist kan per voorschrift de naleving daarvan worden vastgelegd. Van relevante milieutechnische voorzieningen worden foto’s gemaakt die later in het milieubevindingenrapport worden verwerkt. Een controle is daarnaast bij uitstek een goede gelegenheid om met de eigenaar van het bedrijf een informerend of aansporend gesprek aan te gaan om naleving te bevorderen.
Na afloop van de controle wordt, aan de hand van de bevindingen en foto’s van de controle, een milieubevindingenrapport gegenereerd. Dat rapport wordt vervolgens in het informatiesysteem geladen. Wijzigingen die relevant zijn voor het risicoregister worden gemeld, via risicokaart@odmh.nl aan de specialist externe veiligheid, die verantwoordelijk is voor het actueel houden van het register. Daarnaast worden in het informatiesysteem de milieutechnische en milieujuridische gegevens bijgewerkt. Zo wordt nagegaan of het bedrijf nog in dezelfde milieucategorie valt en worden de (technische) gegevens van milieurelevantie installaties bijgewerkt. Bij het toezicht op agrarische bedrijven wordt veelal gebruikt gemaakt van een gedetailleerde checklist waarmee ook voor andere instanties wordt gecontroleerd. De ingevulde checklist wordt na afloop van de controle gedeeld met de betrokken samenwerkingspartner. Elke controle wordt schriftelijk (met een brief) aan het bedrijf bevestigd. Als tijdens de controle tekortkomingen zijn geconstateerd dan worden in die brief de bevindingen van de toezichthouder vermeld, aangevuld met het artikel of voorschrift dat is overtreden. Ook wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de tekortkomingen op te heffen en welke termijn daarvoor wordt gegund (zie onder Begunstigingstermijn).
De komende tijd zal de vorm van de aanschrijving meer worden afgestemd op de geconstateerde overtreding. In sommige gevallen kan worden volstaan met een informerende of waarschuwende brief. In dat geval hoeft geen begunstigingstermijn te worden opgenomen. Als bij een bedrijf tekortkomingen zijn geconstateerd en daarbij is een begunstigingstermijn aangegeven, dan volgt altijd een hercontrole. Zo’n hercontrole kan bestaan uit een nieuwe, fysieke controle waarbij wordt gecontroleerd op herstel van de tekortkoming. Een ander vorm is het uitvoeren van een administratieve hercontrole waarbij het bedrijf schriftelijke gegevens overlegt die door de toezichthouder worden beoordeeld. Een hercontrole wordt in beginsel binnen drie weken na afloop van de begunstigingstermijn uitgevoerd.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
43 van 48
Indien blijkt dat na de hercontrole de tekortkomingen niet zijn opgeheven, dan wordt een (bestuurlijke) sanctie opgelegd. In situaties waarbij aantoonbaar sprake is van overmacht, of als het milieubelang van de overtreding gering is, kan de begunstigingstermijn worden verlengd. (On-)aangekondigd controleren Controles kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Om effectief en doelmatig te werk te gaan is het nodig om verschillende vormen van toezicht te hanteren. Deze vormen van toezicht kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Of een controle wordt aangekondigd is afhankelijk van het soort controle, het doel van de controle en de historische ervaring met het bedrijf. Begunstigingstermijn Wanneer een overtreding wordt geconstateerd, moet deze ongedaan worden gemaakt. Hiervoor krijgt het bedrijf een termijn, de zogenoemde begunstigingstermijn. Het uitgangspunt is dat de begunstigingstermijn zo kort als nodig is om de tekortkoming op te heffen. In de onderstaande tabel zijn de termijnen opgenomen die in beginsel worden aangehouden.
Type overtreding
Afweging
Termijn
Administratieve overtreding
-
Maximaal 4 weken
Ontbreken van technische voorziening, keuring of onderzoek
Is er sprake van gevaar, verhoogd risico of gegronde klachten?
Gedragsovertreding
-
Ja
Niet langer dan nodig is om de tekortkoming op te heffen.
Nee
Maximaal 8 weken Zo spoedig mogelijk / Per direct
Bijzondere omstandigheden kunnen, mits gemotiveerd, leiden tot een langere begunstigingstermijn. Zo zullen agrarische bedrijven bij administratieve overtredingen – vanwege een andere bedrijfsvoering op dat gebied dan bij reguliere bedrijven – doorgaans een begunstigingstermijn hebben van acht weken.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
44 van 48
Bijlage 6 Stappenplan sanctiestrategie
Figuur : de interventiematrix
Om tot een passende interventie te kunnen komen en in vergelijkbare situaties steeds vergelijkbare keuzes te maken, bevat de Landelijke Handhavingstrategie een stappenplan. In hoofdstuk 3 van de strategie is het stappenplan uitgewerkt. Hieronder worden de stappen kort benoemd en toegelicht.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
45 van 48
Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix Gestart wordt met het ‘taxeren’ van de bevinding en het plaatsen van die bevinding in de zogenoemde interventiematrix (in voorgaande figuur ‘interventiematrix’). Afhankelijk van het gedrag van de overtreder en de (mogelijke) gevolgen van de overtreding wordt een licht, midden, of zwaar segment gekozen. Die keuze van een segment in de matrix vormt het startpunt van de keuze van de interventie. Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten Indien verzwarende aspecten een rol spelen bij de bevinding, kan dat een reden zijn om, naast bestuursrechtelijk, ook strafrechtelijk op te treden. Hoe meer verzwarend aspecten van toepassing zijn, des te groter de kans wordt dat ook het strafrechtelijke spoor wordt ingezet. Bij verzwarende omstandigheden moet onder andere worden gedacht aan: Verkregen financieel voordeel Status verdachte / voorbeeldfunctie Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect Combinatie met andere relevante delicten Medewerking van deskundige derden Normbevestiging Waarheidsvinding Stap 3 – Noodzaak overleg politie/OM Aan de hand van de uitkomsten van stap 1 en stap 2 bepaalt de ODMH of overleg tussen het openbaar bestuur en politie/OM nodig is. De bedoeling van een eventueel overleg is een weloverwogen inzet van het bestuursrecht en het strafrecht.
Stap 4 – Optreden met de interventiematrix Aan de hand van het geselecteerde segment (stap 1) wordt een van de interventies gekozen (of een combinatie daarvan) die in dat segment zijn opgenomen (zie figuur ‘interventiematrix’). Daarbij wordt steeds gestart met de minst zware interventie, tenzij wordt gemotiveerd waarom een andere (combinatie van) interventie(s) in die concrete situatie beter past. De handhavingsprocedure wordt pas beëindigd als sprake is van naleving. Indien naleving binnen de gestelde termijn uitblijft, wordt een zwaardere interventie toegepast. Voor wat betreft de keuze van de termijnen – doorgaans begunstigingstermijnen genoemd – geldt het volgende: Bij overtreding van gedragsvoorschriften wordt geen of een zeer korte begunstigingstermijn gegeven. Bij andere overtredingen – bijvoorbeeld waar voorzieningen of installaties moeten worden aangepast en waarbij kosten zijn gemoeid – geldt dat naar mate naleving van de norm urgenter is (lees: grote milieurisico’s, gevaarlijke situaties) de termijn korter is. Stap 5 – Vastlegging De keuzes in de stappen 1 tot en met 4 dienen te worden vastgelegd. Voor de ODMH vindt registratie plaats in het registratiesysteem.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
46 van 48
Bijlage 7 Toezicht op emissies Soort emissie Geluid
Periodiek toezicht
-
Bij horecabedrijven wordt 4 á 5 keer per jaar een gebiedsgerichte controle uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.
Klachten
-
Bij geluidsklachten over bedrijven wordt een meting uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd. Bij klachten over laagfrequent geluid wordt een meting uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.
-
Trillingen
Klachten
-
Klachten op het gebied van trillingen komen zeer zelden voor. Indien een trilling onderzoek moet worden uitgevoerd, dan wordt daarvoor een extern bureau ingehuurd.
Licht
Klachten
-
Het toezicht op de lichtemissies van bedrijven, met uitzondering van assimilatiebelichting vindt uitsluitend plaats naar aanleiding van klachten. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.
Periodiek toezicht
-
Het toezicht op het gebruik van assimilatiebelichting wordt tijdens periodieke, gebiedsgerichte controles uitgevoerd.
Afvalwater
Klachten of vermoedens
-
Bij klachten of vermoedens wordt aan een extern bureau de opdracht gegeven het afvalwater te bemonsteren en te analyseren. De ODMH bepaalt vooraf de parameters en de te contoleren lozingspunten.
Lucht
Periodiek toezicht
-
De verplichting voor bedrijven om eenmalig of periodiek onderzoek te doen naar luchtemissies, is vastgelegd in AMvB’s en vergunningen. Bedrijven dienen zelf opdracht te geven aan een onderzoeksbureau dat daarvoor is gecertificeerd. Gedurende reguliere controles houdt de ODMH toezicht op die verplichting. Daarnaast beoordelen we de onderzoeksopzet en het onderzoeksrapport.
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022, Omgevingsdienst Midden-Holland
47 van 48
Bodem en grondwater
Periodiek toezicht
-
De verplichting voor bedrijven om eenmalig of periodiek onderzoek te doen naar bodememissies, is vastgelegd in AMvB’s en vergunningen. Bedrijven dienen daartoe zelf opdracht te geven aan een onderzoekbureau dat daarvoor is gecertificeerd. Gedurende reguliere controles houden we toezicht op die verplichting. Daarnaast beoordeelt de ODMH ook de onderzoeksopzet en het onderzoeksrapport.
Calamiteiten
-
Bij calamiteiten waarbij stoffen in de bodem of het grondwater zijn geraakt, wordt de veroorzaker, of anders de eigenaar van de grond, aangezegd een onderzoek te laten uitvoeren naar de emissies. Het onderzoek wordt zo nodig afgedwongen door middel van een last onder bestuursdwang. Wordt niet aan de last voldaan, dan geeft de ODMH opdracht tot het uitvoeren een onderzoek en worden de kosten op de veroorzaker of eigenaar verhaald. Alle onderzoeken worden door gecertificeerde bureaus uitgevoerd.
Administratief
Aanleiding
Wijze van controleren
Integraal PRTRverslag
Jaarlijks
-
Bedrijven die onder de reikwijdte van de Europese PRTR-verordening (Pollutant Release and Transfer Register) moeten– onder andere – de emissies naar lucht, water en bodem registreren in een elektronisch milieujaarverslag (e-MJV). Het PRTR-deel van het e-MJV wordt door de ODMH beoordeeld.