CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8: Nota sociaal domein Iedereen kan meedoen juli 2020

Commissie Samenleving 14 februari 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming: Actualisatie beleidskader Armoede en Schulden23.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In dialoog met cliënten Gouda wil een lerende organisatie zijn. De input van cliënten is daarbij cruciaal. Naast de gebruikelijke onderzoeken naar cliëntervaring en cliënttevredenheid, is het daarom ook van belang dat de gemeente actief in dialoog gaat met haar inwoners. Dit kan op veel verschillende manieren, waarbij o.a. gedacht kan worden aan rondetafelgesprekken, spiegelmomenten, gezamenlijke cliëntreizen, betrekken van ervaringsdeskundigen. De vorm zal afgestemd moeten worden op met wie het gesprek gevoerd wordt en de vragen die we willen stellen. De goede ervaringen die we daarin hebben opgedaan met ervaringsdeskundigen bij de uitvoering van schuldhulpverlening13 worden daarbij betrokken. Wat vinden zij van onze dienstverlening? Heeft het contact geleid tot een goede oplossing? Blijken er nog knelpunten te zitten die onderbelicht zijn in het beleid? Door actief de dialoog te zoeken met inwoners en cliënten kunnen we hun ervaringen volwaardig mee laten wegen om ons beleid en uitvoering nog beter aan te laten sluiten. Daarbij is het van belang dat we naar een goede afspiegeling van onze inwoners zoeken.

Aan de basis van het doenvermogen liggen een drietal persoonskenmerken: temperament, zelfcontrole en overtuiging. Het denk- en doenvermogen samen bepalen het mentale vermogen. Stress en mentale belasting zetten mentale vermogens onder druk. Het rationalistische perspectief, waarbij de juiste kennis automatisch leidt tot de juiste daden, blijkt niet altijd het realistische perspectief te zijn. Het realistische perspectief is dat mensen niet altijd handelen, ondanks hun goede voornemens. Weten leidt niet altijd tot doen. Deze inzichten worden vertaald naar de uitvoeringspraktijk en kunnen behulpzaam zijn bij het kiezen van de juiste maatwerkoplossing.

13

33

Naar aanleiding van een motie van de raad november 2017.

Zo komen we ook in gesprek met hen die dat uit zichzelf niet zo gemakkelijk opzoeken. De inbreng van inwoners over hoe de dienstverlening en het beleid ervaren wordt, is van groot belang om de ondersteuning en zorg beter te laten aansluiten bij de behoeften van onze inwoners. De gemeente wil actief leren om haar beleid en uitvoering beter aan te laten sluiten bij de behoeften van cliënten.

Hoe stuurt de gemeente er op dat haar inwoners kwalitatief goede ondersteuning ontvangen van aanbieders van maatwerkvoorzieningen, van de taken die bij de RDOG zijn belegd of andere vormen van ondersteuning die (boven)regionaal zijn belegd? Hoe zorgen we dat we weten wat cliënten krijgen, en zorgen we dat er de goede dingen gebeuren? En hoe sturen we op ondersteuning bij complexe problematiek waar we als gemeente moeten samenwerken met andere gemeenten en met organisaties die ook een wettelijke taak hebben.

Bezien wordt in hoeverre de plannen binnen de huidige verordening cliënt- en burgerparticipatie passen. Indien het nodig blijkt de verordening aan te passen om de voornemens te kunnen realiseren, zal het college hiertoe een voorstel aan de raad doen.

4.4.2 Ambitie: wat willen we bereiken De gemeente wil een lerende organisatie zijn en gaat daarom in dialoog met haar inwoners over de vraag hoe de uitvoering, de dienstverlening en het beleid worden ervaren en wat verbeterd kan worden.

Kwalitatief goede ondersteuning, waarbij de ondersteuning beschikbaar blijft als dat echt nodig is. De juiste zorg op de juiste plek, met een goede balans tussen keuze­ vrijheid en beheersbaarheid en rechtmatigheid.

Om een periodieke verbetercyclus te borgen stelt het college jaarlijks een plan van aanpak cliëntervaring op waarin zowel conclusies, verbeterpunten, als focuspunten voor het komend jaar worden vastgelegd. De GASD en GCR worden betrokken bij de totstandkoming van dit plan.

4.4.3 Opgaven: wat gaan we daarvoor doen

4.4

Opgave: kwaliteit re-integratietrajecten Participatiewet In het kader van de Participatiewet koopt de gemeente ook re-integratietrajecten in. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het lastig is om de effectiviteit daarvan vast te stellen, mede omdat cliëntgroepen onderling zelden vergelijkbaar zijn en de economische conjunctuur sterk van invloed is op de te behalen resultaten. Wel heeft het zin om goed te monitoren op de voortgang van trajecten, en actief te blijven sturen op de uitkomsten van tussen­ tijdse evaluatie bij de inkoop van re-integratietrajecten. De ervaring van cliënten zal worden meegenomen bij het afwegen van keuzes bij de inkoop van trajecten.

STUREN OP KWALITEIT VAN ONDERSTEUNING

4.4.1 Wat verstaan we onder sturen op kwaliteit van ondersteuning? Indien een inwoner in aanmerking komt voor intensieve ondersteuning of maatwerkvoorzieningen dan is het cruciaal dat de kwaliteit van de ondersteuning geborgd is. De uitvoering en invulling van deze ondersteuning heeft de gemeente op verschillende manieren belegd: deels in eigen beheer zoals bij schuldhulpverlening en een deel van de toeleiding naar werk, voor een groot deel is de uitvoering ingekocht of belegd bij andere partijen. Bijvoorbeeld door het inkopen van maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo, Veilig Thuis via de RDOG, beschut-werk-plekken via Promen of re-integratie­ trajecten bij partijen uit de markt. Hierbij wordt vaak regionaal of bovenregionaal samengewerkt omdat de taken om een ander schaalniveau vragen.

Opgave: Verbetering kwaliteit aanbod maatwerk Wmo & Jeugdwet Kwetsbare inwoners moeten kunnen rekenen op ondersteuning van voldoende kwaliteit. Dat wil zeggen dat de ondersteuning veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. De ervaring van de afgelopen jaren is dat dit niet altijd vanzelf goed gaat en er ook zorgaanbieders zijn die niet het belang van de cliënt voorop hebben staan. Dit vraagt om meer toezien en sturing vanuit de gemeente. De huidige contracten voor Wmo en Jeugd worden verlengd tot en met 2022.

34

Binnen de huidige contracten wordt bezien waar kwaliteitseisen aangescherpt kunnen worden, zowel voor nieuwe als bestaande aanbieders. De verwachting is dat dit zal leiden tot minder aanbieders. Vanuit het oogpunt van kwaliteit en rechtmatigheid is goed contractmanagement cruciaal. De ervaring heeft geleerd dat het niet alleen gaat om het stellen van kwaliteitseisen, maar ook om het toezien op het voldoen aan die kwaliteitseisen.

Kwaliteit en rechtmatigheid zijn vaak onderling verbonden. Waar de kwaliteit onvoldoende is, is de kans eerder aanwezig dat onrechtmatigheid zich zal voordoen en andersom. Het is dan ook van belang om de aanpak in samenhang te doen, zodat minder zelfredzame inwoners beschermd worden en er tegelijk integer gebruik gemaakt wordt van publieke middelen. Bij de aanpak staan de volgende uitgangspunten centraal: • Voorkomen is beter dan genezen: investeren in een goede beoordeling bij de toekenning van de voorziening, Pgb-vaardigheidstoets, heldere en duidelijke voorwaarden in de besluiten en heldere toelatingscriteria en screening voor nieuwe aanbieders; • We zetten in, daar waar het meeste risico is: onderzoeken naar kwaliteit en rechtmatigheid zijn arbeidsintensief (zowel voor de gemeente als voor aanbieders), deze zullen dan ook gericht ingezet worden; • Inwoners mogen vertrouwen op door de gemeente gecontracteerde partijen; • Schadelastbeperking boven terugvordering. Terug- en invordering op grond van de Wmo en Jeugdwet is complex. De gemeente richt zich in eerste instantie op het beëindigen van ongewenste situaties.

Met het huidige grote aantal aanbieders is de beheersbaarheid een vraagstuk. Bij diensten met veel gecontracteerde partijen (zoals bijvoorbeeld het product ‘begeleiding’) wordt bekeken of toetreding van nieuwe aanbieders beperkt kan worden tot alleen aanbieders die van toegevoegde waarde zijn ten opzichte van de aanbieders die reeds gecontracteerd zijn. Een dergelijke beperking heeft geen invloed op de keuzevrijheid op zichzelf, maar leidt tot een beperking op een ongebreidelde groei van aanbieders en draagt bij aan een evenwichtiger aanbod binnen het zorglandschap.

Bij de toelating van nieuwe aanbieders voor ondersteuning op grond van de Wmo en Jeugdwet wordt onderzocht hoe meegewogen kan worden of zij van toegevoegde waarde zijn ten opzichte van de reeds gecontracteerde aanbieders. Daarnaast wordt bezien waar kwaliteitseisen voor nieuwe en bestaande aanbieders aangescherpt kunnen worden.

Gouda zet actief in op toezien en toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid, opdat onze inwoners kunnen rekenen op kwalitatief goede zorg, waarbij de balans met administratieve lasten scherp in de gaten gehouden wordt.

Oog voor versterken rechtmatigheid Naast het toezien op de kwaliteit zijn gemeenten ook verantwoordelijk voor een rechtmatige uitvoering van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Binnen de Participatiewet is dat al langer een verantwoordelijkheid. Voor Jeugd en Wmo staat dit in de uitvoering nog in de kinderschoenen. Signalen over fraude respectievelijk misbruik van gelden die besteed hadden moeten worden voor zorg bereiken steeds vaker de media. Het is een illusie te veronderstellen dat dergelijke situaties zich alleen buiten Gouda voordoen. Nu de decentralisaties in rustiger vaarwater zijn gekomen, kunnen we de aandacht meer richten op het borgen van de rechtmatigheid. Frauduleus gebruik ondermijnt namelijk het stelsel en de achterliggende solidariteitsgedachte. Daarbij zoekt de gemeente de samenwerking in de sociale keten met diverse (overheids)diensten, op basis van het samenwerkingsconvenant van de Landelijke Stuurgroep Interventieteams.

Inkoopsystematiek van maatwerkvoorzieningen Wmo & jeugd Gouda hecht waarde aan langdurige contracten, waardoor er zorgvuldigheid, rust en duidelijkheid ontstaat voor cliënten en aanbieders. Daarbij zien we in het land dat op diverse plekken wordt geëxperimenteerd met vernieuwende inkoopsystematieken. Daar zitten grote inspanningen en risico’s aan in de implementatie. Aangezien een nieuwe inkoopsystematiek ook veel capaciteit, geld en inzet vraagt van zowel aanbieders als gemeenten, heeft Gouda de voorkeur om op dit gebied trendvolger te zijn en de ervaringen die elders in het land worden opgedaan mee te wegen bij haar keuze voor de nieuwe inkoopperiode. Ook inwoners en aanbieders hebben belang bij rust en het vermijden van wisselingen zonder dat dit daadwerkelijk toegevoegde waarde heeft. Daarmee wordt gezorgd dat er zoveel mogelijk middelen in daadwerkelijke ondersteuning terecht komen en niet in de

35

bureaucratie en ingewikkelde inkoopprocessen, tijdelijke contracten en of investeringen in trainingen. Gouda zet daarom in op continuïteit en stabiliteit in de inkoopcontracten voor maatwerkvoorzieningen. Daarbij biedt de evaluatie van het afgelopen inkoopproces goede aanknopingspunten om tot optimalisatie te komen. Samen met de gemeenten uit de regio is reeds besloten om de huidige contracten te verlengen tot en met 2022, daarna kunnen ze nog tot en met 2024 worden verlengd.

team Reikwijdte Jeugdhulpplicht is een advies opgeleverd aan de Tweede Kamer ‘De kracht van wijd reiken’ (maart 2020). Kern van dit advies is dat de oplossing niet gezocht hoeft te worden in een wetswijziging, maar dat er binnen de bestaande kaders ruimte is voor transformatie. Voor de afbakening van de Jeugdwet zal gebruik gemaakt worden van de bevindingen uit dit advies. Overgang 18- naar 18+ Bij de overgang van 17 naar 18 jaar komt een inwoner van het ene op het andere moment in een ander wettelijk kader. De afgelopen jaren is reeds ingezet op het soepeler maken van deze overgang, zowel op rijksniveau met het mogelijk maken van verlengde pleegzorg als ook de lokale inbedding van deze overgang. Dit blijkt echter nog steeds aandacht nodig te hebben. Zo moeten aanbieders bij 17-­jarigen een plan van aanpak maken, maar blijkt dit nog niet altijd te worden uitgevoerd. Hierop is meer inzet en druk nodig om de afspraken ook daadwerkelijk tot uitvoer te laten komen en eventuele knelpunten op te lossen. Daarnaast zijn er ook allerlei andere regelingen en voorzieningen die leeftijdsafhankelijk zijn en er komt dus veel op de jongere en ouder(s)/verzorger(s) af. En naast de wettelijke veranderingen is dit ook een ingewikkelde levensfase waar vaak vraagstukken uit meerdere domeinen samen komen.

Bij de vormgeving van de integrale gemeentelijke uitvoeringsorganisatie voor het sociaal domein wordt een belangrijk deel van deze overgang binnen één afdeling belegd, wat bijdraagt aan het soepeler maken van de dienstverlening en informatievoorziening.

De inzet van Gouda in de regio is om de huidige inkoopcontracten tot eind 2024 te verlengen, tenzij ingrijpende ontwikkelingen nopen tot eerdere actie. In de tussenliggende periode wordt ingezet op optimalisatie van de kwaliteit en rechtmatigheid. De inzet van Gouda is om regionaal te blijven samenwerken. Gouda zet in op het starten met een gezamenlijke visievorming in 2022 met de gemeenten uit de regio voor de inkoop van maatwerkvoorzieningen vanaf 1 januari 2025.

Urgentie op afbakening Jeugdwet De kosten voor jeugd laten een sterk stijgende trend zien, zowel landelijk, regionaal als in Gouda. Het sturen op de kosten voor jeugdhulp is lastig: er zijn veel verschillende knoppen, die vaak een waterbedeffect hebben op andere vormen van hulp en ondersteuning. Ook leidt de aanzienlijke stijging van het aantal aanvragen en meldingen tot de vraag hoe we zorgen dat de jeugdhulp betaalbaar blijft en dat er op de steeds krappere arbeidsmarkt voldoende capaciteit beschikbaar blijft om diegenen te helpen die dat het meest nodig hebben. Dit vraagt om een discussie over de afbakening van de Jeugdwet en om realistische verwachtingen vanuit de maatschappij. In hoeverre moeten we als maatschappij bijvoorbeeld ook accepteren dat niet alle problemen oplosbaar zijn, dat niet alles in het leven maakbaar is en dat tegenslag, verdriet, rouw en pijn ook bij het leven horen? En tegelijk is de terechte vraag: waar is wel echt ondersteuning vereist, en zou dat niet juist eerder moeten worden ingezet? Deze spanning tussen normalisatie aan de ene kant en de wens tot vroegsignalering aan de andere kant is het continue balanceren om de betaalbaarheid en de solidariteit van het stelsel te behouden. Vanuit het VNG Expertise­

Trend toename meldingen De meldingen bij veilig thuis, centrum voor seksueel geweld en in de jeugdbeschermingsketen laten al enige tijd een stijgende trend zien. Dit is met name het gevolg van de per 1-1-2019 aangepaste Wet Meldcode, maar een precieze duiding van de oorzaken is niet voorhanden. Wel is duidelijk dat deze trend zich niet tot Gouda beperkt, maar aansluit bij het landelijke beeld. Het baart zorgen: hoe zorgen we dat de zorg beschikbaar blijft voor wie dat het hardst nodig heeft? Wat gebeurt er als er wachttijden ontstaan? En zijn er wel genoeg mensen op de arbeidsmarkt om het werk te verzetten? Hoe voorkomen we dat kinderen in schrijnende situaties komen zonder perspectief? En dat daardoor spanningen binnen gezinnen ontaarden in structureel geweld? De insteek is om kinderen veilig en gezond op te laten groeien.

36

4.5 SAMENHANG MET DE WET LANGDURIGE ZORG EN ZORGVERZEKERINGSWET

De gemeente Gouda zet, in verband met de toename van het aantal meldingen, in op: • Ssturen op efficiëntie in de uitvoering; • Zo min mogelijk wachtlijsten laten ontstaan, en wachttijden te beperken; • De hogere kosten naar evenredigheid te verdelen onder de gemeenten met wie we samenwerken; • Deskundigheid van lokale professionals te versterken in het werken met veiligheidsplannen, het inzetten van hulp die nodig is om directe veiligheid te creëren en het werken aan duurzame veiligheid; • Eerdere signalering van complexe problemen en effectievere samenwerking in de jeugdbeschermingsketen; • Voorkomen van onnodige meldingen.

4.5.1 Wat verstaan we onder samenhang met de Wet langdurige zorg en Zorgverzekeringswet Met de verschuiving van taken naar gemeenten zijn er nieuwe raakvlakken ontstaan tussen het gemeentelijk sociaal domein en de uitvoering van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) uitgevoerd door zorgkantoren, bijvoorbeeld rond de ouderenzorg. Hetzelfde geldt voor de Zorgverzekeringswet (Zvw), bijvoorbeeld rond de GGZ. De Wlz en Zvw kennen andere regimes, sturingsmechanismen en andere regionale indelingen dan de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Domeinoverstijgend samenwerken Een relatief klein deel van onze inwoners heeft te maken met complexe problematiek die ondersteuning vanuit verschillende disciplines en domeinen vereist. In de uitvoering zijn verschillende partijen die een rol hebben bij de ondersteuning. Het realiseren van een effectieve samenwerking tussen al deze verschillende partners is niet altijd even gemakkelijk, maar wel belangrijk: het doel is dat de inwoner beter wordt geholpen. Daarbij werkt Gouda samen met de regiogemeenten in Midden-Holland, en (omringende) jeugdhulp- en veiligheidsregio’s. De schaalgrootte is te klein om voorzieningen voor Gouda alleen te organiseren en binnen wet- en regelgeving wordt gestuurd op regionale samenwerking.

Samenwerkingsvisie zorg en sociaal domein Midden-Holland14

‘We willen voor onze inwoners een duurzame inrichting van zorg en welzijn bereiken, waarbij de inwoner en de eigen regie centraal staan.’ Centraal staat wat nodig is voor de inwoners, niet wat aanbieders gewend zijn aan te bieden. Dit betekent een omslag in denken, waarbij alle partijen zich richten op gedrag en gezondheid in plaats van op zorg en ziekte. Met als doel om mensen zo veel mogelijk zelfstandig te laten wonen, eigen kracht te stimuleren en te de-medicaliseren. Meer investeren in preventie, welzijn, werk en wonen; en zo dicht mogelijk bij mensen thuis en in de wijk. Deze benadering sluit aan bij het concept van positieve gezondheid van Machteld Huber:

De historische wijze van organisatie van taken in de domeinen veiligheid en zorg heeft op sommige punten tot een onnodige complexiteit van organisaties geleid. Concreet gaan we aan de slag met: • Het instellen van het Zorg- en Veiligheidshuis. Als onderdeel van de RDOG wordt hier een vereenvoudigingsslag gemaakt. Hierbij wordt het Veiligheidshuis en de sector Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis van de RDOG samengevoegd in één nieuwe dienst binnen de RDOG; • De Wet verplichte GGZ. Deze zorgt met ingang van 1 januari 2020 voor een nieuwe verantwoordelijkheid voor gemeenten. De uitvoering van deze taak beleggen we samen met de regiogemeenten bij de RDOG, aansluitend op de beweging van het opzetten van het Zorg- en Veiligheidshuis.

Getekend door de 5 gemeenten in Midden-Holland en onder andere Groene Hart Ziekenhuis, Medisch Specialistische Bedrijf, Mediis, Zorgpartners Midden-Holland, GGZ-Rivierduinen en Fundis.

14

37

‘Gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de ­sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.’ Het betreft een opvatting van het begrip ‘gezondheid’ waarin functioneren, veerkracht en zelfregie centraal staan. Gezondheid is niet langer gelijk aan de afwezigheid van ziekte.

4.5.2 Ambitie: wat willen we bereiken

Het gaat om wijk- en doelgroepgericht werken, denken vanuit hulpvragen en integrale oplossingen en het anders omgaan met de grenzen tussen de wetten en financiers. Op basis van feitelijke informatie over zorggebruik wordt inzichtelijk gemaakt waar de problematiek het grootst is.

4.5.3 Opgaven: wat gaan we daarvoor doen

De gemeente Gouda zet zich in voor afstemming tussen de zorgwetten (Wlz, Zvw, Wmo en Jeugdwet), opdat alle Goudse inwoners ook in de toekomst toegang hebben tot kwalitatief goede zorg en ondersteuning, tegen zo laag mogelijke zorgkosten.

Bovenstaande ontwikkelingen kunnen financieel grote gevolgen hebben voor de gemeente. Van belang is dus ook te kijken waar revenuen van investeringen terecht komen en die partijen medeverantwoordelijk te maken voor de investeringen. Hierover zal de gemeente het gesprek met verzekeraars blijven opzoeken en zoeken naar mogelijkheden. Naast dit financiële verdelingsvraagstuk speelt ook het knelpunt dat de arbeidsmarkt krap is en er te weinig mensen zijn om alle ouderen in de toekomst te verzorgen: we moeten innoveren om nieuwe ideeën te realiseren en daarvoor is samenwerking cruciaal. In de regionale Triple Helix agenda wordt met onderwijs, bedrijven en overheden gewerkt aan nieuwe oplossingen waarin zorg en technologie samenkomen.

Zo leiden veranderingen of bezuinigingen op Wlz-gefinancierde voorzieningen tot extra druk op Wmo-voorzieningen. Mensen met dementie, psychische problematiek of een indicatie voor 24-uurs zorg blijven langer thuis wonen, soms noodgedwongen omdat er geen plek is in een Wlz gefinancierde voorziening, en doen een beroep op door de gemeente gefinancierde voorzieningen. Daarbij is de vraag of de situatie nog verantwoord is.

Daarmee is er ook een gedeeld belang om de samenwerking op te zoeken met aanbieders. Gouda heeft daartoe reeds als regio samen met aanbieders uit de eerste en tweede lijn (Wlz en Zvw) een Samenwerkingsvisie zorg en sociaal domein MiddenHolland opgesteld met de ambitie om gezamenlijk te zoeken naar oplossingen. Het is nu zaak om daarin daadwerkelijk stappen te gaan zetten.

Tegelijkertijd zien we in de samenleving de trend dat zaken als eenzaamheid snel gemedicaliseerd worden en tijd van huisartsen en ziekenhuizen kosten. In de gezondheidszorg is onder de trend ‘positieve gezondheid’ de beweging naar meer aandacht voor preventie en welzijn zichtbaar. Daardoor komen de medische zorg en het gemeentelijke sociaal domein dichter bij elkaar te liggen en wordt de wisselwerking groter. Juist als gemeente kunnen we daar onze rol pakken om bij te dragen aan het welzijn van de inwoner en een rol te pakken in de grote maatschappelijke opgave die er ligt. Voor onze inwoners is de optelsom van belang: krijg ik de juiste zorg en ondersteuning, ongeacht op grond van welke wet. In de praktijk blijkt voor inwoners de afstemming tussen wetten soms knelpunten op te leveren.

Gouda zet in op het realiseren van afspraken met partijen uit de Wlz en Zvw over hoe maatschappelijke opgaven in gezamenlijke financiering opgepakt kunnen worden om de zorg en ondersteuning voor ouderen en psychisch kwetsbaren duurzaam te verbeteren met als voorwaarde dat zorgkosten voor Gouda per saldo niet hoger mogen worden.

Om als gemeente niet alleen de rekening van de beheersbaarheid van het gehele stelsel van zorg en ondersteuning te dragen, is het nodig om aandacht te hebben voor de afbakening van de gemeentelijke taak en afstemming daarvan op die van o.a. de verzekeraars.

38

5. Financiën en sturing De gemeente heeft een grote verantwoordelijkheid in het sociaal domein. Met deze taken is ook een stevig financieel budget gemoeid: de Goudse begroting voor het sociaal domein betreft circa 45% van de gemeentelijke begroting (2020). Bij de sturing op het sociaal domein gaat het zowel om het sturen op de inhoudelijke doelen als het sturen op het financiële kader.

Het sociaal domein bestaat voor een substantieel deel uit open-einde regelingen. Dat betekent dat een beroep op de voorzieningen niet kan worden geweigerd op het moment dat de kosten boven de begroting dreigen uit te komen. Indirecte maatregelen, die vaak meer tijd kosten voordat het effect in de uitgaven doorwerken, worden wel ingezet. Dit maakt het van belang om de ontwikkeling van de uitgaven nauwgezet te volgen en waar nodig bij te sturen. Daarom kiezen we ervoor voor om realistisch te begroten en bij de ijkmomenten weer te geven welke uitgaven realistisch zijn op basis van de actuele cijfers.

5.1 FINANCIEEL KADER PROGRAMMA 4 Het sociaal domein is in de programmabegroting in één programma opgenomen (programma 4), om ook financiële ontschotting mogelijk te maken. Zo’n omvangrijk programma betekent dat aan de voorkant heldere afspraken nodig zijn tussen college en raad over wat de financiële uitgangspunten zijn.

Als uitgangspunt geldt dat de investeringen en ombuigingen die voortvloeien uit deze nota binnen programma 4 sociaal domein worden gerealiseerd en zo nodig worden gefaseerd in de tijd.

Deze nota is inhoudelijk leidend voor alle taken in programma 4. De programmabegroting is leidend voor het totaal van de financiële ruimte en sturing waarbinnen de ambities, wettelijke taken en doelstellingen voor het Gouds sociaal domein worden gerealiseerd. Het uitgangspunt voor deze nota is dat de genoemde opgaven worden gerealiseerd binnen programma 4 van de begroting. Dat geldt ook voor de ambities die zijn opgevoerd bij de programmabegroting 2020-2023 op het gebied van preventie en inclusie. Bij de prioritering van de opgaven uit deze nota wordt gekeken naar fasering binnen de gehele looptijd van de nota. De rijksfinanciering voor het sociaal domein is met ingang van 2019 grotendeels overgeheveld naar het gemeentefonds. Daardoor is er niet langer een koppeling te maken tussen inkomsten en uitgaven in het sociaal domein. De begroting voor het sociaal domein wordt bepaald door de lokale keuzes van de gemeenteraad over het sociaal domein en ontwikkelingen van het inwoneraantal en demografie, zoals bijvoorbeeld de groei door Westergouwe. Daarnaast leert de ervaring dat het Rijk regelmatig gerichte rijksimpulsen beschikbaar stelt, die specifiek worden genoemd in circulaires. Waar deze specifiek voor het sociaal domein zijn zullen deze worden toebedeeld aan programma 4 van de begroting.

Reservevorming en perspectief In het sociaal domein zijn twee reserves: de reserve sociaal domein en de (regionale) ­reserve maatschappelijke opvang. Bij de programmabegroting 2020-2023 is besloten om niet langer meer te doteren aan de reserve sociaal domein en deze bij nihil op te heffen. Daarmee zal een eventueel saldo op programma 4 toekomen aan het perspectief, zowel positief als negatief. Voor de regionale reserve beschermd wonen/ maatschappelijke opvang/ vrouwenopvang zullen voorstellen volgen bij de ijkmomenten. De financiering van de uitkeringen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ ontvangt de gemeente via een specifieke uitkering (‘BUIG’). Deze is sterk aan conjunctuur onderhevig en slecht voorspelbaar door fluctuaties in het macrobudget. Bovendien moet de gemeente deze direct verantwoorden aan het Rijk. Daarom is reeds eerder besloten om tekorten of overschotten niet binnen programma 4 te verrekenen, maar direct via het perspectief te laten verlopen.

39

5.2 FINANCIËLE EN INHOUDELIJKE STURING IN HET SOCIAAL DOMEIN

beschikkingen voor kortere duur, het scherp toetsen van besluiten jeugd, het versterken van de samenwerking met huisartsen (direct verwijzer), en alert zijn op aanbieders die hun eigen vraag creëren. Deze inzet leidt tot de eerste merkbare resultaten in de praktijk. Echter, niet altijd zal dit ook zichtbaar worden als een directe besparing, omdat er daarnaast sprake is van een stijgende vraag en cao-ontwikkelingen die leiden tot kostenstijgingen. Met het toewerken naar een integrale uitvoeringsorganisatie zien we nieuwe aanknopingspunten om meer grip op de ontwikkeling van de omvang te krijgen. Waar actuele ontwikkelingen om bijsturing vragen worden aanvullende maatregelen genomen.

Doordat het sociaal domein is samengebracht in programma 4 van de begroting kan het college financiële overschotten en tekorten binnen het programma compenseren. Eventuele keuzes op dat vlak kunnen impact hebben op inwoners, ook al garanderen we de uitvoering van wettelijke taken. Daarom is transparantie in de afwegingen van belang. Indien de uitgaven zodanig oplopen dat opvangen binnen programma 4 tot onwenselijke gevolgen voor inwoners leidt, dient de raad tijdig in positie te zijn om afwegingen op het totaal van de begroting te maken. In de programmabegroting zal jaarlijks het financieel kader worden opgesteld en bijgesteld voor de komende jaren. Indien overschrijdingen worden verwacht zal het college bij de ijkmomenten in beeld brengen hoe groot de overschrijding is, en welke mogelijkheden het college ziet om (op termijn) binnen programma 4 te blijven of dat het nodig is de begroting voor programma 4 bij te stellen in het kader van realistisch begroten. Hiertoe zal het college bij de ijkmomenten een notitie sturen op het sociaal domein opleveren, waarbij de afwegingen zullen worden gespiegeld aan de – in deze nota bevestigde - uitgangspunten van het sociaal domein.

Vernieuwde sturing op gesubsidieerde lokale (preventieve) basisinfrastructuur Naast het regime van inkoop van maatwerkvoorzieningen waar de gemeente via indicaties toegang toe verleent en sprake is van open einderegelingen, is er ook een preventieve ondersteuningsstructuur die grotendeels op gesubsidieerde basis wordt gestuurd. Hier gaat het niet om marktwerking, concurrentie en prijs per product maar om lokale samenwerking en een aanbod dat ingebed is in de Goudse samenleving. Met ruimte voor lokale partners, lokale initiatieven en inzet van vrijwilligers. De ambitie die we hebben met inclusie en preventie moet zich ook vertalen in de doelstellingen en de werkwijze die we hanteren bij de subsidieverlening. De vernieuwing die we voorstaan verloopt via de volgende uitgangspunten: • Ruimte bieden aan nieuwe initiatieven; • Vereenvoudiging in de procedure voor kleinere (vrijwilligers) organisaties; • De ambitie van de gemeente vertalen in inhoudelijke doelen; • Gemeentelijke regie en sturing op inhoudelijke doelen en resultaten; • Samenhang en samenwerking in het gesubsidieerd lokaal maatschappelijk veld; • Gedeelde verantwoordelijkheid in plaats van concurrentie bij de gesubsidieerde partners. Hiermee wordt betere afstemming en meer samenwerking tussen partijen in het veld gestimuleerd en naar verwachting meer bereikt voor onze inwoner voor hetzelfde subsidiebedrag.

Bij de uitwerking gebruiken we de lokale ervaring met de subsidieregeling Participatie in de Buurt en ervaringen elders.

Het college levert bij de ijkmomenten een notitie met betrekking tot de sturing op het sociaal domein. Deze notitie biedt de raad overzicht over de financiële ontwikkelingen, de onzekerheden en de gemaakte afwegingen.

Sturen op de omvang van de vraag Zowel landelijk als ook in Gouda is het beeld dat de vraag naar Wmo-ondersteuning en jeugdhulp toeneemt. Het versterken van de sturing en grip op het gebruik van de openeinde regelingen is een belangrijk aandachtspunt. Onder meer vanwege het open einde karakter van regelingen en de positie van directe verwijzers, is sturing op deze ontwikkeling niet eenvoudig, maar wel mogelijk. Gouda doet dit bijvoorbeeld door het sturen op de verhouding tussen specialistische en basis GGZ en de beweging Gewoon Thuis. Twee transformaties waarbij het mogelijk wordt gemaakt dat inwoners ook voldoende worden geholpen met minder dure / intensieve ondersteuning, door deze ondersteuning aan te passen. Maar ook met het afgeven van

40

5.3

SAMENWERKING IN BESTUURLIJKE BESLUITVORMING

Naast de schriftelijke informatie worden periodieke bijeenkomsten georganiseerd om als college en raad gezamenlijk een beeld te vormen over de ontwikkelingen in het sociaal domein. Deze bijeenkomsten bieden ook inzicht in het verhaal achter de cijfers.

College en raad werken aan gezamenlijke beeldvorming Het sociaal domein heeft een hoge complexiteit, een veelheid aan inspanningen en een groot financieel belang. Afhankelijk vanuit welk perspectief je kijkt, zijn er andere elementen belangrijk. Het college en de raad hebben bij de vormgeving en besluitvorming ieder hun eigen rol te vervullen. Juist daarom is het belangrijk gebleken om als college en raad duidelijke afspraken te maken over de samenwerking. Om tot gedegen en gedragen besluitvorming te komen is het ook van belang om te werken aan gezamenlijke beeldvorming, zowel kwantitatief als kwalitatief. Voor de monitoring wordt aansluiting gezocht bij de momenten in de P&C cyclus. Naast gezamenlijke beeldvorming en het periodiek bijsturen via de P&C cyclus is het ook wenselijk tussentijds een totaal beeld van de voortgang van deze nota met elkaar te bespreken. Daarom zal het college begin 2022 een tussenrapportage over de voortgang van de uitvoering van deze nota aan de raad doen toekomen. Tussentijdse actuele ontwikkelingen die nopen tot beleidsaanpassingen kunnen ook in de tussenrapportage meegenomen worden. Denk aan wetswijzigingen of specifieke opgaven vanuit het Rijk. Beleidsdoelen

Opgaven nota

Verantwoordingsinformatie

Wat

• Beeld van realisatie maatschappelijke doelen en ambities • Ontwikkelingen en trends in Gouda

• Voortgangs-rapportage realisatie opgaven (veelal kwalitatief)

• Gebruikscijfers • Trends en ontwikkelingen • Financieel (realisatie, prognose, risico’s) • Koers / advies sturing

Vorm

• Tussenrapportage nota sociaal domein

• In of als bijlage bij de P&C stukken

• Notitie sturen op het sociaal domein

Wanneer

• Begin 2022 • Iedere 2 jaar

• Fasering opgaven in programma begroting • Voortgang bij P&C momenten

• IJkmomenten

• Kaderstellend: is bijsturing nodig op de vastgestelde doelen, kaders of opgaven

• Controlerend: voortgang realisatie van vastgestelde opgaven

• Controlerend: college legt verantwoording af • Kaderstellend: indien sturing tot wijziging van doelen, kaders of opgaven leidt, dan wel consequenties heeft buiten gestelde financiële kaders

Rol raad

Regionale samenwerking In het sociaal domein wordt veel samengewerkt met andere gemeenten, in wisselende samenstellingen en vanuit verschillende opdrachten (soms vrijblijvend, soms opgelegd door het Rijk). Ook bij allerlei recente ontwikkelingen wordt deze regionale samenwerking door het Rijk versterkt. De democratische legitimering van besluiten in regionale samenwerking is een punt van aandacht. Daarbij is er veelal geen sprake van geformaliseerde regionale samenwerking in de vorm van een verbonden partij, waarbij mandaten zijn overgegeven. Besluitvorming dient derhalve geformaliseerd te worden in de lokale colleges en raden. Voorkomen dient te worden dat de gemeenteraad slechts een eenduidig akkoord kan geven op een vergaand besluit dat in de regionale samenwerking is voorbereid. De lokale inbedding van besluiten is een samenspel van geven en nemen in de regionale samenwerking, maar ook in de afweging tussen besluitvaardigheid en tempo aan de ene kant en lokale inbedding en legitimering aan de andere kant. Het uitgangspunt voor regionale samenwerking is dat inhoudelijke beleidsdoelen en efficiëntie (inclusief eventuele schaalvoordelen) leidend zijn bij de keuze al dan niet samen te werken en de vormgeving en invulling van de samenwerking.

Per thema wordt gekeken naar de best passende wijze van samenwerking, waarbij rekening gehouden wordt met de belangen van zowel de inwoner, de aanbieders als de gemeente. Dit betreft zowel vorm en intensiteit van de samenwerking als de rol van Gouda.

Bij regionale besluitvorming die een grote impact heeft op de lokale inbedding van het sociaal domein of op de inwoners zal de raad voorafgaand aan het regionale traject worden geïnformeerd en indien gewenst geconsulteerd over de inzet van Gouda.

41

5.4

VERVOLG

Ter afsluiting van deze nota is in het overzicht op de volgende pagina een samenvatting opgenomen van de doelen en opgaven in de nota.

Verwachte raadsbesluiten sociaal domein

Naast de in de vorige paragraaf geschetste bestuurlijke samenwerking tussen gemeente­raad en college zal de gemeenteraad op een aantal punten nadere voorstellen van het college ontvangen. De komende periode zullen in ieder geval het beleidsplan integrale schuldhulpverlening (eind 2020/ begin 2021) en de uitgangspunten voor een nieuwe inkoop Jeugd en Wmo (naar verwachting 2022) ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden aangeboden. 2020

2021

2022

2023

eind 2020: beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2021 - Re-integratieverordening 2022/2023: uitgangspunten inkoop Wmo&Jeugd P&C -cyclus

P&C -cyclus

P&C -cyclus

P&C -cyclus

Indien actuele ontwikkelingen, nadere uitwerking van de ambities uit deze nota, wetgeving of jurisprudentie aanleiding geven om verordeningen te wijzigen of aanvullend beleid te formuleren zal het college hiertoe een voorstel doen. Bijvoorbeeld door aanpassing van verordeningen. Dit geldt in ieder geval voor de Re-integratieverordening.

42

‘IEDEREEN KAN MEEDOEN’ Gouds Sociaal domein 2020-2023

Maatschappelijke doelen Kinderen en jongeren groeien gezond en veilig op en krijgen de kans zich te ontwikkelen.

Iedereen kan meedoen

Iedereen die kan werken, werkt naar vermogen of is actief voor de samenleving.

Ouderen en mensen met een beperking zijn zo lang mogelijk zelfredzaam en participeren in de samenleving

Mensen nemen in eerste instantie verantwoordelijkheid voor hun situatie en dragen zo veel mogelijk bij aan de oplossing van hun problemen en die van anderen.

Opgaven 2020-2023 Inclusieve dagelijkse leefomgeving

Investeren in preventie

Inclusief werk en participeren

Aanpak laaggeletterdheid + duidelijke

Passend wonen

Brede blik op statushouders

Langer thuis wonen

Inzet op duurzame inzetbaarheid + re-integratieverordening

Verbinding met fysieke leefomgeving

Sluitende aanpak kinderen en jongeren

Aanpak gezonde wijk

Gerichte preventieve interventies

Integrale benadering

Herinrichting gemeentelijke toegang en uitvoering

Integraal gemeentelijk ondersteuningsaanbod

Cliëntbenadering

Focus sociaal team op basishulp

Sturen op kwaliteit van ondersteuning

Afbakening jeugdwet

Overgang 18- naar 18+

Trend toename meldingen

Domeinoverstijgend samenwerken

Kwaliteit re-integratietraject

Kwaliteit + rechtmatigheid maatwerk Wmo/jeugd

Samenhang Wlz en Zvw Voortzetten opgaven 2014-2019

Inwoners vinden hulp en ondersteuning dichtbij, in de buurt

Voor wie dat nodig heeft is een veilig vangnet beschikbaar

Programma: ‘naar een inclusief Gouda’

Versterking sturing

Realiseren afspraken gezamenlijke financiering maatschappelijke opgaven

Gewoon thuis volwassenen

Actieprogramma Zorg voor de jeugd

Transformatie jeugd GGZ

Huiselijk geweld & kindermishandeling

Maatschappelijke zorg

Armoede en schulden

Aansluiting jeugdhulp en onderwijs

Sociale dienst op orde

Werken aan gezamenlijke beeldvorming

Notitie sturen op sociaal domein

Sturen op omvang vraag ondersteuning

Tussenrapportage in 2022

Raad vooraf betrekken bij regionale besluiten waar impact groot is

Vernieuwde sturing gesubsidieerde lokale (preventieve) basisinfrastructuur

Bijlage 1: Afkortingenlijst ACE Adversed Childhood Experiences AMvB Algemene maatregel van bestuur APV Algemene plaatselijke verordening AZC Asielzoekerscentrum BUIG Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten GASD Goudse Adviesraad Sociaal Domein GCR Goudse Cliëntenraad GGD Gemeentelijke gezondheidsdienst GGZ Geestelijke gezondheidszorg IOAW Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers IOAZ Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen JGGZ Jeugd Geestelijke gezondheidszorg NJI Nederlands jeugdinstituut P&C cyclus Planning en control cyclus RDOG Regionale dienst openbare gezondheidszorg SCP Sociaal cultureel planbureau SGGZ Specialistische Geestelijke gezondheidszorg VNG Vereniging van Nederlandse gemeenten Wlz Wet langdurige zorg Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wpg Wet publieke gezondheid Wsw Wet sociale werkvoorziening Zvw Zorgverzekeringswet

44

© gemeente Gouda, juni 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=5bc20d5a-0d9e-4095-acb7-d504eac9bee2