Bijlage 8: Nota sociaal domein Iedereen kan meedoen juli 2020
Tekst van het document
Iedereen kan meedoen Een nieuw kader op het Gouds sociaal domein 2020-2023
Voorwoord “ Als wethouder ontmoet en spreek ik veel mensen. Verhalen die me keer op keer raken. Kaders zijn belangrijk, omdat ze helpen om onze inzet te richten. “ Ik wil dat Gouda een stad is waar In de meeste gevallen zijn ze dan iedereen mee kan doen en waar ook voldoende. Bij het toepassen je gerespecteerd wordt om wie je van de kaders moet er echter bent. Waar we omzien naar elkaar altijd oog zijn voor situaties die niet en elkaar steunen waar nodig. binnen de kaders passen. Een gezamenlijk kader geeft Uiteindelijk telt de menselijke richting aan ons handelen.” maat.”
Voor u ligt de beleidsnota voor het Gouds sociaal domein. We zijn er trots op wat we de afgelopen jaren bereikt hebben in Gouda. En we zien ook dat het nog steeds beter kan. Graag werken we de komende jaren aan de ambitie om Gouda een stad te laten zijn waar iedereen zich thuis kan voelen en mee kan doen aan de samenleving.
Corine Dijkstra – Wethouder (maatschappelijke ondersteuning, jeugd en welzijn, publieke gezondheid, integratie, burgerschap en diversiteit)
Rogier Tetteroo – Wethouder (werk en inkomen, armoedebeleid en schuldhulpverlening)
2
Inhoudsopgave 4.3 Integrale benadering................................................................................ 28 4.3.1 Wat verstaan we onder integrale benadering ......................................... 28 4.3.2 Ambitie: wat willen we bereiken .............................................................. 29 4.3.3 Opgaven: wat gaan we daarvoor doen.................................................... 29
VOORWOORD ..................................................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE............................................................................................... 3 1.
INLEIDING ................................................................................................. 5
2. 2.1 2.2
VOORTBOUWEN OP DE INGESLAGEN WEG .......................................... 6 Werken aan de basis in 2015 - 2019.......................................................... 6 Koers 2020-2023 & doelstellingen ............................................................ 8
3. 3.1 3.2 3.3
VOORTZETTEN INGEZETTE INSPANNINGEN ....................................... 10 Samenhang & verankering huidige beleidsnota’s.................................... 10 Werken aan transformatie vanaf 2017..................................................... 12 De uitvoering van de sociale dienst op orde............................................ 15
4.
NIEUWE FOCUS PERIODE 2020 -2023 ................................................. 16
4.4 Sturen op kwaliteit van ondersteuning .................................................... 34 4.4.1 Wat verstaan we onder sturen op kwaliteit van ondersteuning?............. 34 4.4.2 Ambitie: wat willen we bereiken............................................................... 34 4.4.3 Opgaven: wat gaan we daarvoor doen.................................................... 34 4.5 Samenhang met de Wet langdurige zorg en Zorgverzekeringswet......... 37 4.5.1 Wat verstaan we onder samenhang met de Wet langdurige zorg en Zorgverzekeringswet ............................................................................... 37 4.5.2 Ambitie: wat willen we bereiken............................................................... 38 4.5.3 Opgaven: wat gaan we daarvoor doen.................................................... 38 5. 5.1 5.2 5.3 5.4
4.1 Inclusieve dagelijkse leefomgeving.......................................................... 16 4.1.1 Wat verstaan we onder een inclusieve dagelijkse leefomgeving............. 16 4.1.2 Ambitie: wat willen we bereiken............................................................... 16 4.1.3 Opgaven: wat gaan we daarvoor doen.................................................... 17
FINANCIËN EN STURING............................................................................. 39 Financieel kader programma 4................................................................ 39 Financiële en inhoudelijke sturing in het sociaal domein................................. 40 Samenwerking in bestuurlijke besluitvorming.......................................... 41 Vervolg..................................................................................................... 42
Bijlage 1: Afkortingenlijst.................................................................................... 44
4.2 Investeren in preventie............................................................................. 24 4.2.1 Wat verstaan we onder preventie............................................................. 24 4.2.2 Ambitie: wat willen we bereiken............................................................... 26 4.2.3 Opgaven: wat gaan we daarvoor doen.................................................... 26
3
Huiselijk geweld
Promen
Sociaal domein Inclusieve wijk Westergouwe
RDOG
Langer thuis wonen
Re-integratie Wet verplichte GGZ
Participatiewet
Sociaal Team Integrale Preventie schulden uitvoeringsorganisatie
4
Daklozen
Beschermd wonen
Zorg en veiligheidshuis
Jeugdhulp Armoede Bijstandsuitkering Inburgering Samen Leven
Werk
Inclusie
Gewoon Thuis
Rolstoel
WMO Maatschappelijke opvang
Gezondheid Jeugdbeschermingstafel
Taalhuis
1. Inleiding We hebben niet de illusie dat we met deze nota alles voor vier jaar vast kunnen leggen, daarvoor is het sociaal domein nog teveel in ontwikkeling en zullen er ook de komende jaren weer ontwikkelingen zijn die we nu nog niet kunnen voorzien.
Inwoners van de stad Gouda maken samen de stad. Ze gaan naar werk of school, doen vrijwilligerswerk, zorgen voor de kinderen en voor hun naasten. De meesten doen dit allemaal op eigen kracht. Een deel van onze inwoners lukt dit onvoldoende. Bijvoorbeeld omdat ze geen werk of inkomen hebben, of met schulden zitten. Omdat ze te maken hebben met huiselijk geweld, kindermishandeling, dakloosheid. Of omdat ze begeleiding nodig hebben om zich te kunnen redden. Of omdat er problemen zijn bij het opgroeien. De gemeente is verantwoordelijk voor een groot deel van de ondersteuning van deze inwoners. 45% Van de gemeentelijke begroting wordt jaarlijks besteed aan deze taken van het sociaal domein.
In de kern gaat deze nota over hoe we als gemeente omgaan met de behoeften, zorgen en noden van de Goudse inwoners die op de gemeente zijn aangewezen. Daarom is het van belang om open te staan voor signalen over wat er goed gaat én wat er beter kan. Leeswijzer In hoofdstuk 2 ‘Voortbouwen op de ingeslagen weg’ worden de hoofdlijn, de context en doelstellingen van deze nota geschetst. Hoofdstuk 3 gaat in op de bewegingen die al ingezet zijn en worden doorgezet. De vijf thema’s waarop focus wordt aangebracht, vormen de kern van dit beleidsdocument en worden uitgewerkt in hoofdstuk 4. Met het oog op de grote impact van dit domein op het direct welbevinden van inwoners en de financiële context, is het van belang dat het college en de raad zo goed mogelijk in staat zijn om, liefst tijdig, bij te sturen. Dit wordt in hoofdstuk 5 Financiën & sturing uitgewerkt. In bijlage 1 is een afkortingenlijst opgenomen. De groene kaders geven de kern weer van de beleidslijn in desbetreffende tekstpassage. De gele kaders zijn illustratief.
Met deze nota geeft de Goudse gemeenteraad aan welke keuzes hij hierin maakt en welke richting de raad aan het college van Burgemeester en Wethouders meegeeft. Het bevat dan ook de hoofdlijnen van het beleid voor begrotingsprogramma 4 ‘sociaal domein’ uit de gemeentelijke begroting. Deze nota sociaal domein 2020-2023 volgt de beleidsnota ‘iedereen doet mee’ uit 2014 op. Daarnaast vervangt het ook de raadsbesluitvorming op de Participatienota ‘Samen aan de Slag’ (2015) en worden de nieuw ontwikkelde lijnen uit het armoedebeleid 2017-2020 verlengd tot 2023. Met de taken die in 2015 naar de gemeente zijn gekomen, heeft de gemeente nog meer dan voorheen de taak en verantwoordelijkheid gekregen om haar inwoners ondersteuning te bieden waar dat nodig is. De afgelopen jaren heeft het gemeentelijk sociaal domein een enorme ontwikkeling doorgemaakt. De inhoudelijke keuzes in deze nota bouwen voort op de ervaringen in de uitvoering, diverse landelijke, regionale en lokale onderzoeken, gesprekken met inwoners, aanbieders, organisaties, de adviezen van de Goudse Adviesraad Sociaal Domein en de Goudse Cliëntenraad. En natuurlijk zijn de beleidskeuzes in lijn met de toekomstvisie van de stad Gouda ‘Gouda ligt goed’1.
Terminologie Het sociaal domein gaat over mensen. En het gaat over het bieden van hulp, ondersteuning, zorg en begeleiding aan wie dat nodig heeft. In de verschillende wetten en regelingen worden hiervoor verschillende woorden gebruikt. Om de leesbaarheid van deze nota te vergroten zal in deze nota zoveel mogelijk de term ondersteuning worden gehanteerd voor al deze terminologie. Daar zit geen beleidskeuze in. Het heeft enkel tot doel om de leesbaarheid te vergroten.
1
5
Vastgelegd in raadsbesluit d.d. 10 juli 2019.
2. Voortbouwen op de ingeslagen weg Gouda is een stad waarin inwoners door alle lagen van de bevolking heen samen werken en samen leven. Waar inwoners een stem hebben, die we willen horen. Waar inwoners elkaar ondersteunen en waar de gemeente hen faciliteert waar dat nodig is. Waar we zorgen voor degenen die dat tijdelijk of structureel niet zelf kunnen of die ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen (blijven) doen in de Goudse samenleving.
gemeenten in wisselende samenstellingen, het vormgeven aan een nieuw speelveld van aanbieders van voorzieningen, oplopend tot 230 partijen eind 2019. En ook het bieden van ondersteuning in de jeugdhulp, waaronder ook ondersteuning in complexe casussen waarin jeugdbescherming en jeugdreclassering nodig zijn. Zichtbaar wordt dat het Rijk zich genoodzaakt voelt continu bij te sturen, door nieuwe wet- en regelgeving, door (verplichte) programma’s die (meestal) regionaal uitgewerkt moeten worden, als ook door financiële prikkels. Soms grijpen deze diep in op de lokale praktijk, wat de complexiteit in de dagelijkse beleids- en uitvoeringspraktijk vergroot. Dit betekent dat we beleid maken met onzekerheden. Ook in de uitvoering is het daarom soms zoeken hoe we om moeten gaan met alle op handen zijnde wijzigingen.
2.1 WERKEN AAN DE BASIS IN 2015 - 2019 Het was een complexe opgave om de drie - niet op elkaar afgestemde - decentralisaties Wmo, Jeugd en Participatie te laten landen in Gouda. Zeker omdat ze gepaard gingen met flinke bezuinigingen voor het Rijk. Het door de gemeenteraad in december 2014 vastgestelde beleidskader Iedereen doet mee bleek een goed, stevig kader om stappen te kunnen zetten om het mogelijk te maken dat iedereen mee kan doen. Zo is er gezorgd voor continuïteit van ondersteuning van cliënten in de overgangsfase, is een stevige basisinfrastructuur neergezet met o.a. de sociaal teams en verloopt de regionale samenwerking goed. Ook wordt een derde buurtservicecentrum gerealiseerd aan de Lekkenburg. Daarnaast is gewerkt aan nieuw armoedebeleid en is overeenstemming bereikt over de toekomst van het sociale werkvoorzieningsbedrijf Promen dat door de afsluiting van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) diep werd geraakt. In de uitvoering werd de overgang van taken zoveel mogelijk opgevangen door de staande organisatie. Niet iedereen kon meteen de nieuwe taken aan.
Ook daar zijn de afgelopen periode stappen gezet: naast de implementatie van nieuwe gedecentraliseerde taken, is ook besloten om de gemeentelijke schuldhulpverlening weer in eigen beheer uit te voeren, wordt gewerkt aan de nieuwe sociale dienst en zijn voor Jeugd en Wmo meerjarige contracten afgesloten met zorgaanbieders.
Daarnaast zijn er ook opgaven in het sociaal domein die los staan van de rijksontwikkelingen maar waar wel een kwaliteitsslag nodig was. Daarom is de afgelopen jaren fors ingezet op het (beter) op orde krijgen van de sociale dienst, het armoedebeleid, schuldhulpverlening en wonen. Ook nu het stof van de decentralisaties echt neergedaald is, blijft het beleid maken met onzekerheden. Ook op het moment van totstandkoming van deze beleidsnota zijn er nieuwe rijks- en maatschappelijke ontwikkelingen die zowel invloed hebben op de toegankelijkheid van en vraag naar ondersteuning als ook op de gemeentelijke financiën en uitvoering. Zo is de verwachting dat de coronacrisis grote maatschappelijke gevolgen kan hebben, zijn er aanpassingen aan het jeugdstelsel aangekondigd en vinden naar verwachting aanpassingen aan de Participatiewet plaats naar aanleiding van de evaluatie. Bovendien hebben de ‘AMvB reële kostprijs’, de invoering van het abonnementstarief en jurisprudentie een grote impact op het terrein van de Wmo. Ook is een verdere decentralisatie van taken rond beschermd wonen op handen, wordt de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met chronische psychische problematiek opengesteld en zijn er nieuwe taken op het gebied van inburgering in voorbereiding. Een grote factor in het geheel is de aanhoudende financiële discussie tussen Rijk en gemeenten die een onzeker perspectief geeft.
Wennen aan de complexiteit Het bleek een hele opgave om deze stappen te zetten. Samenwerken met andere
6
Perspectief voor de jeugd In de op 20 maart 2020 verschenen brief van de Minister zijn maatregelen in de Jeugdwet aangekondigd. Kern van de geschetste opgave is versteviging van het opdrachtgever- en opdrachtnemerschap en het inbouwen van waarborgen in het stelsel om de complexere jeugdzorg beter te organiseren. Opdracht aan gemeenten is om hun opdrachtgeverschap te versterken door regionale samenwerking. Daarnaast worden in een algemene maatregel van bestuur kaders voor reële tarieven opgenomen, vergelijkbaar met de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Leren van de praktijk In de Goudse uitvoering hebben we ook meer zicht gekregen op hoe lastig het is voor sommige inwoners zich staande te houden. Het landelijk afkondigen van een participatiesamenleving is niet iets dat met een vingerknip een feit wordt. Dat blijkt vooral hard werken en erkennen dat onze samenleving en de stelsels waarbinnen we ons bewegen complex zijn. In de participatiemaatschappij verlangen we veel van mensen. Juist de mensen die het meest een beroep doen op ondersteuning hebben vaak geen of een slecht netwerk. Om beter aan te sluiten bij onze inwoners is meer nuance in de aanpak en de keuzes die we maken nodig. De behoefte aan ondersteuning is niet zo zwart-wit als we soms geneigd zijn te denken. Maatwerk en integraal werken zijn geen holle termen maar moeten echt vorm krijgen in het dagelijks handelen van de gemeente en de uitvoerende organisaties.
Financiën De vraag naar ondersteuning stijgt, zowel in de jeugdhulp als de Wmo. Ook Gouda wordt daardoor geconfronteerd met een steeds grotere financiële druk op het sociaal domein. Het is zaak om te blijven sturen en als college en raad gezamenlijk prioriteiten te stellen. Het is daarbij van belang om meer aandacht voor de oorzaken van de problematiek te krijgen, die ook gezocht moeten worden in de sfeer van grote prestatiedruk, ‘overprikkeling’, instabiliteit in gezinssituaties en onvoldoende opvoedvaardigheden.
In financieel krappe tijden is er de neiging om efficiëntie boven kwaliteit te stellen. In het sociaal domein kan creativiteit, meer nuance en maatwerk echt bijdragen aan een betere ondersteuning voor onze inwoners. Dan moeten we wel bereid zijn te leren en te durven experimenteren met nieuwe werkwijzen en zo nodig te durven snijden in procedures en organisatiestructuren, ook al zijn de financiële effecten op voorhand niet bekend.
Maatschappelijke ontwikkelingen Veel maatschappelijke ontwikkelingen zijn voelbaar in het sociaal domein. Soms in positieve zin, zoals de voorspoedige economische situatie waarin we ons tot voor kort bevonden, waardoor het makkelijker was voor mensen om werk te vinden. Of nieuwe oplossingen in ICT en robotisering die het mogelijk maken om gemakkelijker langer thuis te wonen. Daarentegen zijn er ook ontwikkelingen die leiden tot extra ondersteuningsvragen. Denk hierbij aan de tekorten op de woningmarkt en nijpende situaties met dreigende dakloosheid als gevolg. De vergrijzing, individualisering en verminderde verdraagzaamheid leiden tot een extra beroep op ondersteuning. De flexibilisering van arbeid die doorwerkt op diverse levensterreinen. Maar ook het Nederlandse stelsel van belastingen en toeslagen leidt tot veel complexiteit. Dit zijn vraagstukken die ‘groter’ zijn dan de gemeentelijke invloedsfeer. Het zijn deze onzekerheden waardoor de verzorgingsstaat onder druk komt als de overheid zich terugtrekt ten behoeve van de participatiesamenleving.
Goudse koers bepalen Het sociaal domein blijft dus sterk in beweging, hetgeen de complexiteit verhoogt en de stuurbaarheid verlaagt. Het blijft zaak om een eigen Goudse koers te kiezen, die past bij de Goudse samenleving en daarbinnen ruimte biedt om om te gaan met deze onzekerheden. Bovenaan staat dat we beleidskeuzes maken die positief merkbaar zijn voor de Goudse inwoners, die ondersteuning nodig hebben. De komende jaren staan in het teken van het houden van de balans tussen enerzijds het (vroegtijdig) bieden van ondersteuning aan Gouwenaars en anderzijds het normaliseren van lasten die het leven met zich meebrengt. Tussen waar Gouda voorloper is en op welk gebied juist trendvolger. Tussen wachten op nieuw rijksbeleid of zelf doen wat nodig is. Tussen investeren of begrenzen en afbakenen. Tussen overlaten aan initiatieven uit de samenleving of actief sturen. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren zijn we in staat om steeds scherper aan te geven hoe we kunnen sturen op dit complexe veld, waar betere afbakening nodig is en in hoeverre onze samenleving en het leven maakbaar zijn.
7
2.2
KOERS 2020-2023 & DOELSTELLINGEN
Niet iedereen doet vanzelf mee.
In de periode 2020-2023 is de insteek om voort te bouwen op de basis van de afgelopen jaren en geen rigoureuze koerswijzigingen door te voeren. Het gaat om daadwerkelijke verbeteringen in de aanpak en niet om koerswijzigingen die afleiden van waar het eigenlijk om draait. Uitgangspunt blijft dat Gouda het belang van haar inwoners voorop stelt. Vanuit het uitgangspunt dat om goed mee te kunnen doen in onze stad het nodig is dat inwoners beschikken over bestaanszekerheid (onderdak, werk, voeding, veiligheid); dat kinderen en jongeren zich kunnen ontplooien, en dat we de voorwaarden kunnen scheppen voor een gelijkwaardige, inclusieve en diverse samenleving, waarin iedereen zich thuis voelt, gewoon mee kan doen en zijn steentje bijdraagt waar mogelijk. Hiervoor doen we verantwoorde uitgaven en zijn we terughoudend waar mogelijk zonder de uitgangspunten van beleid teniet te doen. De inwoner moet er op kunnen blijven rekenen dat de publieke middelen terecht komen bij wie het echt nodig heeft, zodat de solidariteit in de stad in stand blijft.
Ten tweede zien we het belang van normaliseren: de gemeente kan niet alle problemen oplossen in het leven van onze inwoners. Er is aandacht nodig Normalisering voor afbakening, ook met het oog op de financiële kaders en krappe arbeidsmarkt. Daarbij is het van belang om de Doen w at past bij Gouda ondersteuning beschikbaar te houden voor wie dat écht nodig heeft. Waar gaan we preventief aan de slag en waar laten we meer los? Oog voor wat écht aansluit
Ten derde hebben we meer beeld wat er bij Gouda past. Waar in 2014 veel gemeentelijke beleidsnota’s sterk op elkaar leken, zijn we nu beter in staat om keuzes te maken die specifiek bij de Goudse samenleving en schaal passen.
Inhoudelijk bouwen we de komende jaren door op de ingeslagen weg. Het gaat om het werken aan de juiste opgaves die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. De maatschappelijke doelstellingen van het beleid blijven dan ook onverminderd van kracht.
We streven naar een samenleving waar iedereen in staat is om mee te kunnen doen, waar voor wie dat nodig heeft kwalitatief goede ondersteuning beschikbaar is die betaalbaar blijft. Dat is geen eenvoudige opgave. Het is een opgave waarbij gemeente en inwoner, cliënt en zorgaanbieder, vrijwilligersorganisaties en mede-uitvoeringsorganisaties, college en raad samen moeten optrekken om elkaar steeds beter te verstaan en te blijven werken aan een betaalbare en goede ondersteuningsstructuur voor onze Goudse inwoners.
De maatschappelijke doelstellingen voor het Gouds sociaal domein 2020-2023 zijn: • Kinderen en jongeren groeien gezond en veilig op en krijgen de kans zich te ontwikkelen; • Iedereen die kan werken, werkt naar vermogen of is actief voor de samenleving. • Ouderen en mensen met een beperking zijn zo lang mogelijk zelfredzaam en participeren in de samenleving; • Mensen nemen in eerste instantie verantwoordelijkheid voor hun situatie en dragen zo veel mogelijk bij aan de oplossing van hun problemen en die van anderen; • Inwoners vinden hulp en ondersteuning dichtbij, in de buurt; • Voor wie dat nodig heeft is een veilig vangnet beschikbaar.
Koers 2020-2023: Twee lijnen In de dagelijkse praktijk is de afgelopen jaren veel informatie opgehaald. Zo zijn er signalen vanuit de uitvoerende afdelingen, die het directe contact met de cliënten hebben, zijn er diverse rapportages en cliëntonderzoeken uitgevoerd en zijn we in dialoog gegaan met ervaringsdeskundigen. Daarnaast zijn er vele gesprekken met betrokken partijen uit de stad en regio gevoerd, zoals de Goudse Adviesraad Sociaal Domein (GASD) en de Goudse Cliëntenraad (GCR), subsidiepartners, zorgaanbieders (zowel voor gemeentelijk gecontracteerde zorg als de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz) en andere (regio)gemeenten.
Ten opzichte van de voorliggende periode maken we drie bewegingen. Ten eerste hebben we meer oog voor wat écht aansluit. Door de ervaring van de afgelopen jaren hebben we meer zicht op welke grenzen er zijn aan de zelfredzaamheid van onze inwoners.
8
Op basis van al deze informatie stelt het college voor om voor de nieuwe ‘beleidsperiode’ 2020 - 2023 de reeds ingezette ontwikkelingen vast te houden en daarnaast op vijf thema’s nadere keuzes te maken. Om stappen te zetten om deze beleidsdoelstellingen verder te brengen volgen we daarom twee sporen: 1. Voortzetten ingezette inspanningen (hoofdstuk 3) 2. Nadere focus aanbrengen op een vijftal ontwikkelthema’s (hoofdstuk 4), te weten • Inclusieve dagelijkse leefomgeving; • Investeren in preventie; • Integrale cliëntbenadering; • Sturen op kwaliteit van ondersteuning; • Samenhang sociaal domein met Wet langdurige zorg en Zorgverzekeringswet.
9
3. Voortzetten ingezette inspanningen Op basis van de nota Iedereen doet mee heeft het college de afgelopen jaren bewegingen ingezet die meerjarige inspanning vergen. Op een aantal deelterreinen heeft de gemeenteraad daarover besluiten genomen. De samenhang van deze inspanningen wordt beschreven in paragraaf 3.1. In de periode 2020-2023 is het van belang dat de resultaten van deze inspanningen worden geborgd en dat we er op blijven sturen, zodat de beoogde doelen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Dit betreft zowel de transformatieopgaven (paragraaf 3.2) als de opgave in de uitvoering (paragraaf 3.3.)
3.1
Naast de nota Iedereen doet mee heeft de raad een viertal beleidskaders vastgesteld op onderdelen van het sociaal domein, te weten: de Participatienota (2014), het beleidskader gericht op de aanpak van armoede en schulden (2017), het Regionaal kader maatschappelijke zorg (2017) en de regiovisie Geweld hoort nergens thuis (2019). De samenhang van deze kaders met deze beleidsnota is als volgt. Participatienota Samen aan de Slag Bij de totstandkoming van de integrale nota in 2014 was het slechts mogelijk om de hoofdlijn op het gebied van participatie op te nemen, omdat voor de beleidsvorming op dat moment nog niet alle informatie beschikbaar was. Voor de periode 2015-2019 zijn deze vastgelegd in de Participatienota Samen aan de Slag. Vanwege de nieuwe taken én het gelijktijdig doorvoeren van diverse wettelijke wijzigingen met een grote impact was dat een nota waarin een integraal en gedetailleerd beeld van het beleidsveld werden geschetst. In de voorliggende nota worden de hoofdlijnen van het beleidsveld van de Participatiewet opgenomen en daarmee vervalt de Participatienota Samen aan de Slag. De Re-integratieverordening zal opnieuw ter besluitvorming worden aangeboden op basis van de kaders die vastgesteld worden in deze nota.
SAMENHANG & VERANKERING HUIDIGE BELEIDSNOTA’S
In 2013 is de regiovisie Gebundelde krachten vastgesteld. De huidige beleidsvoornemens van Gouda passen grotendeels binnen die visie, maar geven ook richting voor het opstellen van een nieuwe regionale visie. Voorliggende nota is opvolger van de nota Iedereen doet mee, en geeft invulling aan de wettelijke plicht tot een b eleidsplan in de Wmo, Jeugdwet en de Wet Publieke Gezondheid. In de Participatiewet is de gemeentelijke beleidsvrijheid vooral in te vullen via verordeningen die door de raad worden vastgesteld. In deze nota worden wel enkele inhoudelijk keuzes gemaakt die zullen doorwerken in de vormgeving van verordeningen. 2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Raadsnota’s sociaal domein
Regionaal kader Gebundelde krachten Iedereen doet mee Participatienota - Samen aan de Slag Regionaal kader maatschappelijke zorg
Iedereen kan meedoen
Armoedenota - Samen mee(r) doen Regiovisie Geweld hoort nergens thuis
10
2023
Beleidskader armoede en schulden Samen mee(r) doen In 2017 is na een intensief proces met de stad en de raad tot een nieuwe armoedenota gekomen voor de periode 2017-2020 ‘Samen mee(r) doen’. Dit beleid blijft van kracht. Meedoen is de beste remedie tegen armoede. Meedoen maakt dat kinderen zich kunnen ontwikkelen en voorkomt sociaal isolement. Meedoen gebeurt op de arbeidsmarkt, maar ook op school of gewoon in de maatschappij. Waar nodig biedt de gemeente ondersteuning om te kunnen (blijven) meedoen. Meedoen betekent dat het individu een eigen verantwoordelijkheid heeft, maar ook dat de overheid ondersteuning biedt als die nodig is om te kunnen (blijven) meedoen. Tegelijk streven we ook om zoveel mogelijk te voorkomen dat er sprake is van problematische situaties die leiden tot armoede en schulden. De drie pijlers in het beleid rond armoede en schulden zijn: • Voorkomen van armoede en schulden door diverse preventieve activiteiten; • Meedoen mogelijk maken ondanks weinig geld: regelingen die erop gericht zijn dat het gezin kan blijven meedoen en kansen aan kinderen biedt; • Hulp bij schulden. Deze lijnen komen ook terug in de opgaven die in hoofdstuk vier beschreven worden. De komende periode wordt nog gewerkt aan de modernisering van de bijzondere bijstand.
Conform artikel 2 uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening wordt het beleid voor schuldhulpverlening verder geconcretiseerd in een beleidsplan integrale schuldhulpverlening dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
Dat doen we door naast het werken aan veiligheidsplanning om onveilige situaties te stoppen, te investeren in zorg die gericht is op het wegnemen van risico’s (risico- gestuurde zorg), op het ontstaan van onveiligheid en in zorg die gericht is op herstel van de gevolgen (herstelgerichte zorg). Daarbij werken we samen met partners in de zorg- en veiligheidsketen en werken we resultaatgericht aan stabiele veiligheid in relaties en gezinnen. In de regiovisie is vastgesteld dat gericht op thema’s ingezet wordt. Deze hebben betrekking op het implementeren van de aangepaste meldcode, het versterken van de lokale infrastructuur en het versterken van ketensamenwerking. In een jaarlijkse regionale uitvoeringsagenda wordt door het college bepaald aan welke thema’s gewerkt wordt en waar bijstelling nodig is. Regionaal kader maatschappelijke zorg In 2017 heeft de raad een Regionaal kader maatschappelijke zorg vastgesteld voor de periode 2017-2020. Bij maatschappelijke zorg gaat het over de daklozenopvang, vrouwenopvang, beschermd wonen, verslavingsbeleid en de openbare geestelijke gezondheidszorg. De ambitie op de maatschappelijke zorg in Midden-Holland is ‘Ook kwetsbare inwoners in de regio Midden-Holland wonen passend en zo zelfstandig mogelijk, hebben passende ondersteuning en participeren naar vermogen’.
Deze ambitie blijft ook na het aflopen van het Regionaal kader maatschappelijke zorg onveranderd van kracht. Dat dit niet vanzelf gaat, blijkt bijvoorbeeld uit de daklozenopvang die steeds voller zit. Voor veel groepen is de doorstroom naar betaalbare woningen moeizaam. Dit vraagt om een goede regionale samenwerking en specifiek om een inzet op voldoende woningen (zie hoofdstuk 4: inclusie / passend wonen). Specifiek voor de maatschappelijke opvang wordt ingezet op het hervormen van de opvang. Bij deze hervorming ligt de nadruk op een integrale intake en een zo kort mogelijk verblijf in de opvang.
Huiselijk geweld en kindermishandeling Cijfers blijven uitwijzen dat huiselijk geweld en kindermishandeling veel voorkomen en een grote impact hebben op alle betrokkenen, zowel op korte als op lange termijn. In 2019 heeft de raad de regiovisie Geweld hoort nergens thuis Hollands Midden vastgesteld. Dit plan, voortvloeiend uit het gelijknamige Rijksprogramma, heeft een looptijd van 2019-2023 en loopt daarmee in tijd gelijk op met voorliggende Goudse beleidsnota. De uitgangspunten van de regiovisie Geweld hoort nergens thuis worden overgenomen in deze nota. Kern daarvan vormt dat de gemeente, bij het tegengaan van huiselijk geweld, werkt vanuit een visie op ‘gefaseerde ketensamenwerking’. Dat wil zeggen dat we investeren in enerzijds de aanpak van directe onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties en anderzijds in de aanpak van structureel geweld in afhankelijkheidsrelaties en het duurzaam doorbreken van (intergenerationele) geweldspatronen om herhaling van geweld te voorkomen.
Landelijk worden vanaf 2022 de middelen voor beschermd wonen met een zogenoemd objectief verdeelmodel toebedeeld aan alle gemeenten.2 In tien jaar tijd verandert de historische verdeling richting de centrumgemeente Gouda in een objectieve verdeling van de middelen over alle gemeenten. ² Mogelijk worden vanaf 2026 ook de middelen voor de maatschappelijke opvang via een objectief verdeelmodel toebedeeld aan alle gemeenten.
11
Om onze regionale ambitie waar te kunnen maken, is samenwerking hard nodig. Er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid om tot goede resultaten te komen. Het gaat bijvoorbeeld om het vinden van overeenstemming over het beschikbaar stellen van betaalbare en passende woningen, maar ook over de wijze van samenwerking.
diensten te ontwikkelen, andere manieren van samenwerking te implementeren en het stoppen met minder effectieve werkwijzen. Een deel van de transformaties is afgerond, zoals bijvoorbeeld de integratie van de sociaal teams jeugd en volwassenen. Bij deze opgaven gaat het om opnieuw focus aanbrengen en nieuwe keuzes maken (zie hoofdstuk 4). Een aantal andere transformatiebewegingen vergt langjarige inspanningen om de ambities te realiseren. Daarom blijven we ook in de periode 2020-2023 werken aan de ambities voor Gewoon Thuis Volwassenen, Transformatie van de Jeugd GGZ, de aansluiting van jeugdhulp op het passend onderwijs en de twee opgaven uit het programma Zorg voor de jeugd. Hieronder worden deze transformaties toegelicht.
Er volgt geen aparte regionale raadsnota voor maatschappelijke zorg: de uitgangspunten uit het kader 2017-2020 worden voor Gouda verankerd in deze nota. De colleges van de regionaal samenwerkende gemeenten zullen aanvullend besluiten over gezamenlijke doelen, ambities en samenwerkingsafspraken.
Gewoon Thuis Volwassenen In 2017 is gestart met de beweging Gewoon Thuis voor volwassenen. Het idee hierbij is dat een deel van de cliënten die in een beschermde woonvorm wonen, ook in meer reguliere woonvormen in de wijk kunnen wonen mits zij voldoende ondersteuning ontvangen. Voorwaarde was het boven tafel krijgen wat de cliënt écht zou helpen. In de gesprekken met cliënten, hulpverleners en begeleiders bleek het nodig om de huidige ondersteuningsmogelijkheden aan te passen. Daarom is gewerkt aan het beschikbaar krijgen van 24 uurs begeleiding (gepland en ongepland), hulp op afstand, daginvulling door werken en leren, aandacht voor netwerk en herstel én een logeervoorziening om op adem te kunnen komen indien de cliënt destabiliseert. Inmiddels zijn er eind 2019 zo’n 75 cliënten in de regio in de wijk gaan wonen en is er met een cliëntervaringsonderzoek (EVAA-Rapport) onderzocht hoe zij dit nu ervaren. Op dit moment vindt doorontwikkeling plaats op basis van onder meer de lessen uit dit onderzoek. Ook voor mensen uit de maatschappelijke- en vrouwenopvang wordt per casus bekeken of begeleiding ingezet kan worden vanuit het Gewoon Thuis principe.
Gouda zet in op regionale samenwerking voor maatschappelijke zorg op basis van de uitgangspunten uit het Regionaal kader maatschappelijke zorg 20172020, te weten: • Herstel van eigen kracht; • Lokale steunstructuur op orde; • Adequate ambulante zorg en ondersteuning; • Een veilig vangnet voor wie dat echt nodig heeft. Gouda is bereid om de toegangsfunctie voor de regionale voorzieningen beschermd en beschut wonen vanaf 2022 te blijven uitvoeren voor de gemeenten uit de regio Midden-Holland en zal daartoe financiële afspraken met de regiogemeenten maken.
3.2
WERKEN AAN TRANSFORMATIE VANAF 2017
Bij de grootschalige decentralisaties in 2015 werd gesproken over een initiële transitiefase waarbij de taken vooral verschoven van uitvoerende partij en een daarop volgende transformatiefase waarbij daadwerkelijke veranderingen in de werkwijze en het systeem werden doorgevoerd. Doordat de implementatiefase meer tijd vergde dan gedacht, is deze transformatiefase in Gouda gestart rond 2017. Beoogd wordt dat deze transformaties bijdragen aan het slimmer en beter organiseren van de ondersteuning. Daarnaast sturen we er ook op dat de ingezette transformatiebeweging verzilverd wordt, in de zin dat het op termijn tot minder uitgaven zal leiden. Het gaat bijvoorbeeld om het afschalen van zwaardere zorg naar lichtere vormen waar dit mogelijk is, door nieuwe
De beweging Gewoon Thuis Volwassenen leidt er toe dat enerzijds de cliënt beter af is doordat deze meer zelfstandig kan wonen in een reguliere woning. En anderzijds dat dit wordt gerealiseerd tegen lagere kosten voor de gemeente. Beschermd-wonen-plekken zijn voor wie dat nodig heeft echt een uitkomst, maar ook zeer kostbaar. Het is dan ook één van de maatregelen uit de bestuursopdracht financieel gezond sociaal3, waarbij de transformatiebewegingen ook financieel kunnen worden verzilverd. 3
12
Het rapport van de bestuursopdracht Financieel Gezond Sociaal is opgenomen in de weekzending aan de raad week 40 van 2018.
wijs. Een groot deel van de verwijzingen loopt buiten de gemeente om via de directe verwijzers.
Deze beweging is niet voor iedereen passend. Slechts een deel van de cliënten die in een beschermde woonvorm woont komt hiervoor in aanmerking. De afbouw van het aantal beschermd wonen plekken zal daarmee ook een dalende trend laten zien: er is gestart met de cliënten die de meeste mogelijkheden hadden om deze stap te zetten. Ook is aandacht nodig voor de draagkracht van de samenleving: uit onderzoek onder de cliënten blijkt dat mensen moeite hebben met de invulling van hun dag en dat eenzaamheid op de loer kan liggen. Bovendien is het van groot belang dat overal in de stad deze vorm van opvang wordt gefaciliteerd, zodat van een optimale spreiding sprake is en deze uitstromende cliënten niet alleen in wijken of buurten komen te wonen die al onder druk staan. Daarnaast is het van belang dat er voldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn om de doorstroom naar reguliere huurwoningen te faciliteren. Een concrete doelstelling op bepaalde categorieën woningen is dan ook essentieel voor ‘Gewoon Thuis’. Maar deze woonopgave voor kwetsbare inwoners geldt breder dan alleen voor de Gewoon Thuis beweging. In absolute zin is er een tekort aan betaalbare huurwoningen zodat langjarig ingezet moet worden op de realisatie van meer betaalbare huurwoningen.
De ambitie op de transformatie Jeugd GGZ is tweeledig: • Het eerder signaleren van een hulpvraag en zo mogelijk voorkomen van de hulpvraag door preventie, normalisatie en inclusie. Dit gebeurt door in te zetten op: o Het versterken van de zorgketen, zoals samenwerking van de gemeente met huisartsen en andere zorgaanbieders; o Het stimuleren van innovatieve, preventieve initiatieven van JGGZ-zorgaanbieders die enerzijds als onderliggende waarde normalisatie en inclusie van problematiek en doelgroep hebben en anderzijds kostenbesparend werken. • Het afschalen van de duurdere specialistische GGZ (SGGZ) naar de basis GGZ als de zorgvraag dit toelaat. Naast een kostenbesparing wordt daarmee ook bereikt dat kinderen en jongeren die daadwerkelijk SGGZ nodig hebben, daar ook terecht kunnen en minder of niet te maken krijgen met wachtlijsten. Daarom wordt ingezet op: o Het verbreden van de mogelijkheden van de basis GGZ (of basishulp) via de sociaal teams, zodat jongeren en kinderen snel en dichtbij geholpen kunnen worden in het sociaal team.
Ook kan er beter integraal gewerkt worden met een gezin binnen de basishulp van het sociaal team; o Het vergroten van de kennis van het (bredere) aanbod van de basis GGZ bij de gemeente, de sociaal teams, gecertificeerde instellingen en bij huisartsen; o De verwijslijn naar de sociaal teams te versterken door in gesprek te gaan met huisartsen, jeugdgezondheidszorg en scholen.
Beide thema’s komen terug als bredere opgave in het ontwikkelthema inclusieve dagelijkse leefomgeving (paragraaf 4.1).
Gouda blijft werken aan de Gewoon Thuis Volwassenen beweging door te blijven inzetten op het realiseren van randvoorwaarden om voor wie dat mogelijk is gewoon thuis te wonen. De afbouw van beschermd-wonen-plekken loopt daar geleidelijk in mee en wordt niet geforceerd.
Gouda blijft zich inzetten voor de transformatie in de jeugd GGZ met als doel normalisatie en inclusie te bevorderen om en beschikbaarheid van kwalitatief goede en voldoende geestelijke gezondheidszorg voor jongeren tot 18 jaar te realiseren. Hierbij wordt gestuurd op een verschuiving van specialistische Jeugd GGZ naar basis jeugd GGZ waar de hulpvraag dit toelaat, om de hulp betaalbaar te houden.
De noodzaak tot het realiseren van meer sociale huurwoningen in verschillende prijscategorieën wordt ook vanuit het sociaal domein onderkend en uitgewerkt in de op te stellen woonvisie.
Transformatie Geestelijke Gezondheidszorg Jeugd (Jeugd GGZ) De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor de Jeugd GGZ.4 Dat is een complexe taak, die nauwe samenwerking vereist met huisartsen, medisch specialisten en onder-
4
13
Let op: de gemeente heeft niet de verantwoordelijkheid voor de Volwassenen GGZ. Die ligt bij de zorgverzekeraar op grond van de Zorgverzekeringswet.
Aansluiting jeugdhulp - onderwijs Sinds de invoering van het Passend onderwijs in 2014 is het de bedoeling dat zoveel mogelijk kinderen, ook met een zorgbehoefte, op de reguliere school bij hen in de buurt onderwijs kunnen volgen. Scholen krijgen van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs middelen om onderwijsondersteuning te bieden. Indien nodig vindt voor kinderen en jongeren die meer hulp nodig hebben overleg plaats met de gemeente. Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte maakt duidelijk of extra ondersteuning voor onderwijs of zorg nodig is. Voor leerlingen die (véél) meer zorg nodig hebben is jeugdhulp via de gemeente beschikbaar. De scholen zijn regionaal gezamenlijk verantwoordelijk voor het passend onderwijs, waarbij een dekkend netwerk aan onderwijsmogelijkheden hoort en de verdeling van de zorgmiddelen. De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Inmiddels is duidelijk dat er geen zwart-wit lijn is tussen wat jeugdhulp is en wat bij de verantwoordelijkheid van het onderwijs hoort in de basisondersteuning. De rijksoverheid erkent dat er een grijs gebied is en moedigt onderwijs en gemeenten aan met elkaar in gesprek te blijven over die aansluiting. In Gouda spant de gemeente zich, met de scholen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, reeds in voor een goede aansluiting van de jeugdhulp op de basisondersteuning van het onderwijs.
Daarnaast zijn we actief in overleg met het onderwijs over hun verantwoordelijkheid om aan alle kinderen in de regio ‘zo nabij mogelijk’ onderwijs te leveren. We staan daarbij als gemeente open voor innovatieve onderwijszorgarrangementen, die worden aangedragen door onderwijs en zorgaanbieders. Deze onderwijszorgarrangementen hebben het doel om kwetsbare kinderen en jongeren naar hun eigen kunnen zoveel mogelijk te laten deelnemen aan onderwijs. De gemeente Gouda ondersteunt aldus het onderwijs en de samenwerkingsverbanden in hun verantwoordelijkheid om invulling te geven aan de ambitie zo dichtbij mogelijk onderwijs te leveren aan alle Goudse kinderen en jongeren zonder die verantwoordelijkheid over te nemen. Daarnaast is de signalerende rol van de scholen een blijvend aandachtspunt van gesprek met het onderwijs. Uitdaging is het zoeken naar een balans tussen enerzijds de noodzaak om tijdig problemen te signaleren en anderzijds de wens tot normaliseren, waarbij we willen voorkomen dat ‘gewone’ uitdagingen in het leven geproblematiseerd en gemedicaliseerd worden.
De gemeente Gouda maakt afspraken met de samenwerkingsverbanden over de inzet van jeugdhulp aanvullend op het onderwijs waar extra ondersteuning nodig is. Deze afspraken over onderwijszorgarrangementen krijgen een plek in de Onderwijsagenda.
Actieprogramma Zorg voor de jeugd Gouda werkt – in regioverband – aan twee opgaven specifiek voor jeugdhulp. Om een impuls te geven aan de inzet op deze opgaven heeft het Rijk incidenteel geld beschikbaar gesteld via het transformatiefonds Zorg voor de jeugd voor de jaren 2018-2020. Het gaat hierbij om: Gewoon Thuis Jeugd en ‘Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt’. Beide inspanningen dragen bij aan de kwaliteit van onze jeugdhulp en krijgen blijvende aandacht. Eén van de voorwaarden was dat het plan regionaal opgesteld en uitgevoerd wordt. Opgave Gewoon Thuis Jeugd Soms is het nodig om kinderen uit huis te plaatsen. Dat is echter een zeer ingrijpende maatregel in het leven van een kind. Gemeenten en zorgpartners in de regio zijn het er inmiddels over eens dat het voor een kind belangrijk is om - zo lang als het veilig is – in het eigen gezin op te groeien en dat nu niet altijd alle mogelijkheden daarvoor worden benut. En indien een uithuisplaatsing toch nodig is voor de veiligheid van het kind dat dan stabiliteit en kleinschaligheid / gezinsgericht plaatsen belangrijk zijn om zwaar mee te wegen. Met het geld uit het transformatiefonds jeugd versterken we deze beweging in de regio.
Daarom kiezen we om: • Zoveel als mogelijk ambulante hulp te intensiveren om uithuisplaatsingen te voorkomen en de veiligheid te borgen; • Zoveel mogelijk passende jeugdhulp te bieden binnen de verblijfplaats van het kind en daarmee overplaatsingen te voorkomen; • Bij een uithuisplaatsing zoveel mogelijk in te zetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, waar mogelijk in het eigen netwerk; • Actief te sturen op het terugdringen van het aantal en de duur van (gesloten) residentiële plaatsingen.
14
Gouda zet zich in om binnen de jeugdhulp een kind perspectief te bieden en zoveel mogelijk in het gezin of anders een gezinsgerichte setting op te laten groeien. Daarbij worden eventuele overplaatsingen zoveel als mogelijk voorkomen.
én het bouwen van een solide netwerk met werkgevers en scholen topprioriteit. Daarbij wordt ingezet op een blijvende reductie van 200 langdurig bijstandsgerechtigden. In de eerste jaren is al veel voortgang geboekt ten aanzien van inzicht in het cliënten bestand en het op orde krijgen van de registratie. De komende jaren ligt de focus op het borgen van de gerealiseerde verbeteringen, de werkgeversbenadering in samenwerking met de regionale gemeenten, UWV en Promen. In de werkgeversbenadering wordt op operationeel niveau samengewerkt met onderwijs en economische zaken, waarbij gezocht wordt naar passende matches die aansluiten bij de actuele arbeidsmarktmogelijkheden.
Opgave: jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt Met geld uit het landelijk transformatiefonds Zorg voor de jeugd werken we aan het versterken van de kwaliteit in de jeugdbeschermingsketen. Dit gaat primair om de keten van Veilig Thuis, Jeugdbeschermingstafel, de Raad voor de kinderbescherming en de Gecertificeerde Instellingen als uitvoerder van jeugdbeschermingsmaatregel / jeugdreclassering. Zeer complex, omdat hier intensieve samenwerking vereist is tussen heel veel partijen, met allerlei verschillende mandaten en onafhankelijke posities. We willen hiermee bereiken dat daar waar de veiligheid in het geding is, jeugdigen en hun ouders sneller, integraal en op maat geholpen worden, waardoor escalatie van problemen voorkomen wordt. Organisaties kijken daarbij gezamenlijk wat er nodig is in het gezin.
De ambitie om toe te werken naar een integrale uitvoeringsorganisatie voor het sociaal domein (paragraaf 4.4), betekent niet dat de inspanning op de nieuwe sociale dienst los wordt gelaten. De opgave zal worden geborgd in de nieuwe gemeentelijke organisatie. De wijze van benadering van cliënten vormt een belangrijk thema voor de gehele uitvoeringsorganisatie.
Binnen de jeugdbeschermingsketen richten we ons op het versterken van de kwaliteit door • Focus op effectievere samenwerking; • Vroegtijdige signalering van complexe problematiek; • Bij de start een intensievere inzet door eerdere signalering van complexe/ intergenerationele problematiek.
3.3
DE UITVOERING VAN DE SOCIALE DIENST OP ORDE
Om onze taken goed uit te kunnen voeren als gemeente is het nodig dat ook de uitvoering op orde is. Sinds 2018 wordt in het programma Naar een nieuwe sociale dienst gewerkt aan een goede uitvoeringspraktijk waarin de basis op orde komt. Vervolgens is het zaak te borgen dat er gebouwd wordt aan een lerende organisatie. Het programma vergt langjarige inspanning en loopt van 2018 tot en met 2022. Het hoofddoel van het programma is dat de dienstverlening aan inwoners beter wordt. In het verlengde daarvan is het ondersteunen van inwoners met een uitkering naar werk
15
4. Nieuwe focus periode 2020 -2023 Waar we de eerste jaren na de decentralisaties de focus vooral hebben gelegd op zorgcontinuïteit van de nieuwe gemeentelijke taken, de inkoop van kwalitatief goede en betaalbare voorzieningen en de transformatiebewegingen, is het nu tijd om de focus te verleggen naar meer integrale en samenhangende ondersteuning. Hoe voorkomen we dat mensen in de problemen komen, dat kinderen opgroeien in onveiligheid, dat mensen zich eenzaam voelen, dat opgroeien in armoede een achterstand voor het leven oplevert, dat mensen met een beperking aan de rand van de samen leving komen te staan en dat de fysieke leefomgeving of sociale omstandigheden een ongezond leven in de hand werken? In deze nota laten we zien hoe we de komende jaren aan deze aspecten van onze wettelijke taken verder vorm geven. Door te investeren in een inclusieve dagelijkse leefomgeving, een preventieve sociale infrastructuur te faciliteren, een integrale benadering van de vragen en verzoeken waar inwoners mee naar de gemeente komen of mee geconfronteerd worden, garant te staan voor kwalitatief goede en betaalbare ondersteuning als die nodig blijkt. En passende verantwoordelijkheid te nemen voor de juiste zorg op de juiste plek boven de wettelijke kaders uit.
inclusieve samenleving die openstaat voor en een plek biedt aan alle inwoners, ongeacht afkomst, geslacht, handicaps of kwetsbaarheden. Een inclusieve dagelijkse leefomgeving ondersteunt deze visie op samenleven. Dit is een verantwoordelijkheid van allen die samen de stad maken. Daarbij is een onderliggende notie dat een inclusieve samenleving de beste vorm van preventie is. Inclusie vindt plaats op school, door aan het werk te zijn, door actief te zijn als vrijwilliger, gezamenlijk te sporten of deel te nemen aan culturele activiteiten of gewoon in de buurt. De gemeente vertolkt een voorbeeldfunctie en schept condities waaronder inwoners elkaar kunnen ontmoeten, samen kunnen leven en elkaar kunnen steunen. Zodat in de basis iedereen in Gouda de mogelijkheid heeft om een goed bestaan op te bouwen.
4.1.2 Ambitie: wat willen we bereiken We werken aan een tolerante en inclusieve stad met verbindingen tussen inwoners van verschillende generaties, opvattingen, culturele achtergronden en aandacht voor kwetsbare groepen. In de inclusieve stad is geen ruimte voor discriminatie en intolerantie. De gemeente streeft naar een samenleving waar Gouwenaars niet beginnen met oordelen, maar naar elkaar luisteren. Waar nieuwkomers niet worden gezien als vreemdelingen, maar als nieuwe Gouwenaars. Waar je achternaam geen effect mag hebben op je kans op een baan. Een inclusieve leefomgeving borgt dat meedoen in de basis voor iedereen mogelijk is. Die leefomgeving wordt gevormd door zowel professionele voorzieningen als door buren, sociale netwerken en alle andere Gouwenaars. De inclusieve leefomgeving wordt ook gevormd door de fysieke inrichting van de stad. Veilige routes, parkjes voor iedereen en andere ontmoetingsplekken maken het meedoen en samen leven makkelijker.
4.1 INCLUSIEVE DAGELIJKSE LEEFOMGEVING 4.1.1 Wat verstaan we onder een inclusieve dagelijkse leefomgeving De afgelopen jaren is een trend te zien waarin de overheid meer naar de samenleving en haar inwoners kijkt voor het realiseren van publieke waarden. Inmiddels is duidelijk dat het landelijk afkondigen van de zogenaamde participatiesamenleving niet voldoende is. In Gouda is zichtbaar dat het nodig is om meer samen op te trekken met inwoners en gezamenlijk een inclusieve samenleving te realiseren, waarin iedereen kan werken, wonen en meedoen en diversiteit gewaardeerd wordt. Ook mensen die kwetsbaarheid ervaren, al dan niet tijdelijk. Zowel inwoners, organisaties, onderwijs en bedrijven in de stad als de gemeente hebben daarin hun eigen rol. Alleen gezamenlijk creëren we een
16
De inclusieve wijk In een inclusieve wijk doet iedereen er toe. Indien nodig staan mensen voor elkaar klaar en wordt burenhulp en vrijwilligerswerk mogelijk gemaakt. Belangrijk hierbij is het gemeentelijk streven naar gemengd wonen; een gemengde woningvoorraad voor verschillende doelgroepen en in verschillende prijssegmenten. Daarbij is ook de balans tussen draagkracht en draaglast van inwoners in wijken belangrijk. In een inclusieve wijk wordt de onderlinge solidariteit bevorderd. Vanuit informele en formele organisaties vindt samenwerking plaats, is er aandacht voor verbinding tussen groepen en zijn er plekken in de wijk waar men elkaar kan ontmoeten.
aan de inspanningen op het armoedebeleid met de Rotterdampas, en de beweging waar mensen die voorheen beschermd woonden in een aparte woonvoorziening nu in de wijk wonen met nieuw vormgegeven passende ondersteuning (Gewoon Thuis). Of het project Special Heroes, dat kinderen met een beperking laat sporten bij een reguliere sportclub. Of het realiseren van een goede aansluiting van jeugdhulp bij het Passend Onderwijs. Ook gaat het niet altijd om nieuwe opgaven, maar juist om het beter communiceren en bekend maken van alles wat er al is in de stad, bijvoorbeeld diverse vrijwilligersinitiatieven, sport- en jeugdwerk, jongerenwerk, buurtontmoetingscentra en huiskamers. Er is reeds inzet om deze informatie beter te ontsluiten en daarmee alle mogelijkheden in de stad beter te bekend te maken. Hierdoor ontstaat een betere verbinding tussen de informele ondersteuning via vrijwilligers en de professionele ondersteuning.
Maatschappelijke voorzieningen zoals een buurtontmoetingscentrum en andere plekken voor ontmoeting, maar ook de school, een buurttuin, kinderboerderij of dierenweide kunnen een belangrijke rol spelen in het faciliteren van sociale cohesie en in het (langer) thuis wonen van allerlei doelgroepen. De maatschappelijke voorzieningen moeten voor iedereen toegankelijk zijn, dus ook voor mensen met een beperking. In een nieuwe wijk als Westergouwe is het belangrijk dat ruimten voor ontmoeting beschikbaar komen, wellicht in combinatie met andere functies. In de bestaande stad kijken we zoveel mogelijk naar de mogelijkheden voor ontmoeting in bestaande gebouwen.
Inclusief samenleven Om te komen tot een inclusieve dagelijkse leefomgeving is het nodig een heldere visie te hebben op hoe we in Gouda willen samenleven en wat de opgave is om dit te bereiken. In 2019 is gewerkt aan een Uitvoeringsagenda SamenLeven 2019. Deze uitvoerings agenda is samen met diverse partijen in de stad tot stand gekomen, zoals de Goudse adviesraad voor mensen met een beperking, de Regenboog Alliantie en Libertum. Ook zijn er vanuit Gouda Bruist bijeenkomsten met inwoners uit de stad georganiseerd om samen te bepalen wat er nodig is om beter met elkaar samen te leven in Gouda. Dit proces heeft geleid tot uitvoeringsagenda’s voor 2019 en 2020, waarin ook de ambities en opgaven van de Charter Diversiteit, het VN-verdrag rechten voor mensen met een handicap, Gouda Regenboogstad en de motie 100 jaar kiesrecht zijn vormgegeven. Op basis van al deze input is een visie op samenleven geformuleerd.
4.1.3 Opgaven: wat gaan we daarvoor doen De opgaven om deze ambitie te bereiken zijn geclusterd rondom een viertal thema’s: inclusief samenleven, inclusief meedoen, inclusief werk en inclusief wonen. Daarbij is het goed te realiseren dat we niet bij nul beginnen. In Gouda staan al veel mensen voor elkaar klaar, zijn er veel actieve vrijwilligers en organisaties die zich inzetten voor het samen leven in Gouda. Een groot deel van de inspanningen in het sociaal domein is reeds gericht op het realiseren van inclusie voor degenen die ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen doen. Denk bijvoorbeeld
Visie: SamenLeven doen we samen De gemeente streeft naar een zo inclusief mogelijk Gouda, waarin iedereen zichzelf kan zijn en we samen in alle verscheidenheden de Goudse samenleving zijn. Bij die inclusieve samenleving wordt uitgegaan van wat ons verbindt en niet van de verschillen. We zien elkaar éérst als Gouwenaar en pas daarná als individuele Gouwenaar met een afkomst, beperking, religie, geaardheid, bepaalde principes, etc. De inclusieve samenleving brengt rechten en plichten met zich mee. We zorgen er samen voor dat iedereen
17
mee kan doen, dat belemmeringen worden weggenomen, dat discriminatie wordt uitgebannen en dat iedere Gouwenaar zich welkom voelt, en waar ruimte is voor onderlinge gemeenschappen binnen het geheel van de stad. We verlangen van iedere Gouwenaar respect voor de mede-Gouwenaars. In de inclusieve samenleving is aandacht voor de zwijgende meerderheid en niet alleen voor de mensen die ergens luidruchtig vóór of tegen zijn. Binnen deze diverse samenleving speelt burgerschap een belangrijke rol. Burgerschap geeft de spelregels voor het samenleven; de rechten en de plichten.
samenleving groepen, netwerken en deelgemeenschappen op basis van verbinding die ze met elkaar voelen, vanuit de basis van het grote gezamenlijke geheel.
De visie ‘SamenLeven doen we samen’ wordt door het college uitgewerkt in een meerjarig uitvoeringsprogramma ‘Naar een inclusief Gouda’ en zal voortbouwen op de uitvoeringsagenda’s van 2019 en 2020.
De visie is kernachtig weer te geven als: ‘SamenLeven doen we samen’. Leidraad voor het uitvoeringsprogramma zijn de drie pijlers: diversiteit, inclusie en burgerschap. Er zullen onder andere acties worden geformuleerd ter bevordering van bewustzijn en acceptatie van de diversiteit in onze samenleving, en vormt daarbij een onderlegger in Gouda voor de verdere beleidsvoornemens in deze paragraaf. Bijvoorbeeld door het stimuleren van een inclusieve arbeidsmarkt waarin diversiteit wordt gewaardeerd, wordt het gemakkelijker om mensen met een beperking in een reguliere arbeidsomgeving te laten werken.
Wat is inclusie? EXCLUSIE
SEGREGATIE
INTEGRATIE
INCLUSIE
Ontmoeten en sociale contacten zijn belangrijke elementen in de uitvoeringsagenda. Het draagt bij aan omzien naar elkaar, tegengaan van eenzaamheid en vooral ook aan elkaar beter begrijpen en aan de inclusieve samenleving. Daarbij is de inrichting van de fysieke ruimte van belang, maar ook aanbod van activiteiten en voorzieningen. Ook hier kunnen initiatieven van bewoners een grote rol spelen. Gouda kent een zeer actieve en initiatiefrijke bevolking. Per wijk zijn er echter ook flinke verschillen. We werken in samenwerking met de stad aan inclusie, waarbij we per gebied bekijken waar behoefte aan is en wat de rol van de gemeente zou moeten zijn. Daarbij spelen de gemeentelijke gebiedsregisseurs en de sociaal makelaars van de sociaal teams een belangrijke rol. We gaan uit van de energie in de stad, de initiatieven van vele partijen en individuen rond inclusie en samenleven.De gemeente ondersteunt, enthousiasmeert, verbindt, nodigt uit en signaleert waar onvoldoende initiatief van de grond komt. We maken het aantrekkelijk voor mensen in de stad om initiatieven te starten. De sociale cohesie willen we ook versterken door te stimuleren dat verschillende organisaties elkaar beter leren kennen en waar mogelijk vaker samen optrekken.
De cirkel kan worden gezien als ‘de samenleving’, ‘de gemeenschap’. De puntjes zijn ‘alle mensen’. Er is sprake van inclusie als alle mensen de gemeenschap vormen en dus samenleven. Iedereen doet in die samenleving -naar zijn of haar vermogen- mee, ongeacht de verschillen tussen de mensen. We bouwen daarmee aan een ambitie die verder gaat dan integratie, zoals in deze figuur geschetst wordt.
Daarmee is inclusie het Goudse antwoord op hoe we als Gouwenaars samenleven in diversiteit. Als groepen in de samenleving met de rug naar elkaar toe staan nemen inwoners hun verantwoordelijkheid door actief en positief invulling te geven aan hun burgerschap. Binnen de inclusieve samenleving vormen alle mensen samen de gemeenschap. Iedereen doet in die samenleving - naar zijn of haar vermogen - mee, ongeacht de verschillen tussen de mensen. Mensen vormen binnen die inclusieve
18
Lokale Inclusie Agenda: werken aan een toegankelijk Gouda In het uitvoeringsprogramma zal, samen met Gouwenaars met een beperking, in een ‘Lokale Inclusie Agenda’ worden uitgewerkt wat er nodig is in Gouda om inclusie te bevorderen voor mensen met een beperking. Voor mensen met een beperking is toegankelijkheid niet vanzelfsprekend. Soms zijn er voor hen aanpassingen nodig in de dagelijkse leefomgeving, in de toegankelijkheid van de stad en voorzieningen. De gemeente heeft een wettelijke inspanningsplicht5 om invulling te geven aan het VNverdrag inzake rechten van personen met een handicap6.
reageren is en de persoon zelf hoe deze rekening kan houden met de omgeving. Ook voor woningcorporaties en Buurtbemiddeling is het belangrijk dat er een begeleider aanspreekbaar is. Als een huurder er niet zelf uit komt met de overlastgever (de eerste verantwoordelijkheid voor het bespreken van overlast ligt bij de huurder), dan wendt men zich vaak tot de verhuurder. Om het gesprek door Buurtbemiddeling of corporatiemedewerker dan goed te kunnen laten voeren en tot afspraken of door verwijzing te komen is de aanwezigheid van een begeleider gewenst. Het is ook belangrijk dat voor mensen die hersteltijd nodig hebben als gevolg van ontwikkelingen in hun leven er bijvoorbeeld de mogelijkheid is om tijdelijk gebruik te kunnen maken van verblijfzorg. Om de grenzen tussen tolerantie en overlast te helpen bewaken, zal in de APV worden voorgesteld een artikel op te nemen waarmee bij ernstige woonoverlast een gedragsaanwijzing kan worden opgelegd. Hierbij is het van belang onderscheid te blijven maken tussen mensen die niet kunnen en niet willen. Bij de niet-willers is het van belang scherpe grenzen te trekken. De gemeente kan in uiterste gevallen bestuurlijke maatregelen inzetten, bijvoorbeeld het instellen van een gebiedsverbod of het opleggen van een dwangsom.