CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Jaarrekening 2024

Raadsvergadering 18 juni 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) Begroting 202625.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In navolging van de gewijzigde jurisprudentie op het vlakt van artikel 40 wet WOZ (‘op de zaak betrekking hebbende stukken’) in 2023 worden de niet-woning-bezwaren nu afgehandeld met een intern ontwikkelde huur- en koopmatrix. Deze worden ook in de uitspraak op bezwaar meegenomen en bieden meer inzicht en duidelijkheid voor de bezwaarmaker. Daarnaast zien we steeds meer objecten met een verzorgend karakter (daar waar cliënten overnachten) – mede naar aanleiding van een uitspraak van Hof Den Haag in 2024 betreffende een hospice – onder het woningtarief (gaan) vallen. Door jurisprudentie wordt het begrip wonen steeds meer uitgebreid. Dit leidt tot minder OZB-inkomsten van verzorgingsobjecten. In 2024 is hieromtrent een memo verzonden aan de regiefunctionarissen. De waardestijging van de WOZ-waarden voor niet-woningen van de deelnemende gemeenten voor belastingjaar 2025 (waardepeildatum 1 januari 2024) varieert tussen –0,4% en +2,7% waarbij slechts in één gemeente sprake is van een (lichte) daling. Woningen De gemiddelde stijging van WOZ-waarden blijft zich in opgaande lijn ontwikkelen, passend bij landelijke marktontwikkelingen van verkoopcijfers. Waar voor belastingjaar 2024 een gemiddelde stijging van 2,8% op WOZ-woningwaarde werd gerealiseerd, ligt het stijgingspercentage voor belastingjaar 2025 (waardepeildatum 1-1-2024) op gemiddeld 5,4% (www.waarderingskamer.nl).

Het gaat hier echter om een gemiddelde waarbij regionale verschillen maar ook verschillen per gemeenten, wijken/buurten en woningtypen aanwezig zijn. Actuele cijfers worden opgenomen in het Verantwoordingsdocument dat ook voor belastingjaar 2025 – per gemeente – weer op onze website ter beschikking wordt gesteld De waardestijging van de WOZ-waarden voor woningen van de deelnemende gemeenten voor belastingjaar 2025 (waardepeildatum 1 januari 2024) ten opzichte van belastingjaar 2024 (waardepeildatum 1 januari 2023) varieert tussen 2,8% en 6,7%. De druk c.q. krapte op de woningmarkt lijkt in de regio’s waarvoor de BSGR de WOZ-waarden vaststelt lopende 2024 weer verder toe te nemen, resulterende in een waardestijging van (gemiddeld) rond de 10% ten opzichte van voorgaand jaar; deze zal voor belastingjaar 2026 in de WOZ-waarden tot uitdrukking komen. Het percentage woningen dat boven de vraagprijs wordt verkocht, is verder toegenomen van ongeveer 70% tot 75% en de mate van overbieding blijft ongeveer op hetzelfde niveau (gemiddeld 5,5%). De krapte-indicator (de keuzemogelijkheden voor de consument ) blijft onveranderd laag en daarmee de druk op de woningmarkt onverminderd hoog (www.nvm.nl/media).

Pagina 25 Jaarstukken 2024 BSGR Voor de kwaliteitsrapportage Herwaardering belastingjaar 2025 heeft de Waarderingskamer in 2024/2025 geen controle ‘ter plaatse’ uitgevoerd. De kengetallen zijn per gemeente middels een digitale opgave aan de Waarderingskamer aangeleverd. De algemene toestemming om de aanslagen voor belastingjaar 2025 – met dagtekening 26 februari 2025 - te mogen verzenden, is inmiddels ontvangen. De bijbehorende rapportages zullen aan de regiefunctionarissen van de individuele gemeenten ter beschikking worden gesteld. Voor de beoogde oplevering van de moderne taxatieverslagen is de BSGR in 2024 aangesloten bij een overlegstructuur vanuit Bakerware welke de taxatieverslagen ‘nieuwe stijl’ gaat faciliteren. De benodigde dataset is inmiddels bekend en er zijn al softwareleveranciers welke deze nieuwe taxatieverslagen voor belastingjaar 2025 ondersteunen. Onze softwareleverancier (Centric) heeft aangegeven dat zij – als gevolg van het voornemen van het ministerie van Financiën om voor dit traject een internet consultatie te gaan doorlopen – het moderne taxatieverslag gaan opnemen in de roadmap voor belastingjaar 2027. De Waarderingskamer spreekt echter nog steeds over inwerkingtreding per 1 januari 2026 (www.waarderingskamer.nl/voor-gemeenten/woningen/woz-taxatieverslag-woningen).

BSGR zal bij haar softwareleverancier blijven aandringen op tijdige implementatie hiervan. Een aantal grote (WOZ-)uitvoeringsorganisaties en grote gemeente(n) – waaronder BSGR – heeft in 2024 samengewerkt aan een innovatieve maar eenvoudige wijze om informeel contact met name op de secundaire kenmerken (waaronder kwaliteits-, onderhouds- en voorzieningenniveau) vorm te gaan geven. Er zijn in 2024 een aantal (kleinere) pilots uitgevoerd en in 2025 zullen deze worden uitgebreid. Doel is om laagdrempelig contact met de inwoners aan te bieden, de toegankelijkheid van de (gemeentelijke) dienstverlening te verhogen en zodoende het vertrouwen in de overheid te bevorderen. Het zou tevens bij kunnen gaan dragen aan vermindering van het aantal bezwaarschriften aangezien deze secundaire kenmerken het grootste aandeel in de toekenningen vormen. WOZ bezwaar- en beroepsschriften Op 19 december 2023 had de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2024 waarin onder andere was opgenomen de wijziging in proceskostenvergoedingen voor de Wet WOZ en een aantal additionele maatregelen: - Vergoedingen in de bezwaarfase worden teruggebracht naar 0,25 punt bij een wijziging (of vernietiging) van de WOZ-beschikking; - Vergoedingen mogen uitsluitend worden uitbetaald op een bankrekening van de belanghebbende zelf.

Bovenstaande trad in werking per 1 januari 2024 en had betrekking op besluiten die op of na 1 januari 2024 bekend gemaakt werden. De Hoge Raad heeft op 12 juli 2024 echter een arrest gewezen als gevolg waarvan het lage tarief voor de proceskostenvergoeding in belasting- en premiezaken buiten toepassing moest blijven. De Eerste Kamer heeft vervolgens op 17 december 2024 het Pakket Belastingplan 2025 aangenomen. De factor van 0,25 uit artikel 30 van de Wet WOZ wordt met ingang van 1 januari 2025 – zonder overgangsrecht – verlaagd naar 0,125. Deze aanpassing moet ervoor zorgen dat de proceskostenvergoeding die in de bezwaarfase in WOZ-zaken kan worden toegekend in lijn blijft met hetgeen de wetgever bij de invoering van de Wet herwaardering voor ogen stond. Mede gezien het ‘ravijnjaar 2026’ voor de gemeenten van enorm (financieel) belang. De vraag voor aankomend jaar zal zijn in hoeverre de No-Cure-No-Pay bureaus zich neerleggen bij de huidige situatie of nog andere (wettelijk) mogelijkheden zullen gaan benutten bijvoorbeeld door (nog) massaler geautomatiseerd bezwaren te gaan indienen om de inkomsten op peil te houden. Het totaal aan proceskostenvergoeding (ongeveer € 1,6 mln) is opgebouwd uit bovenstaande ontwikkelingen.

Doordat er overgangsrecht van toepassing was op de – grote hoeveelheid – niet afgehandelde bezwaarschriften belastingjaar 2023 is deze kostenpost voor 2024 nog erg hoog. Vanaf 2025 wordt – vanzelfsprekend afhankelijk van het aantal bezwaarschriften – verwacht dat met een lager budget volstaan kan worden, mede doordat de herstelactie uit het Pakket Belastingplan 2025 directe ingangskracht heeft. Op landelijk niveau is eenzelfde tendens zichtbaar op zowel het gebied van de proceskosten als de uitvoeringskosten:

Pagina 26 Jaarstukken 2024 BSGR

(*) Bron: www.waarderingskamer.nl/over-ons/woz-in-cijfers (**) Cijfers pas bekend medio juni 2025

De efficiëntere wijze van afwikkeling van bezwaren middels de externe tooling uit 2023 is in 2024 omgezet naar een intern product met meer maatwerk op verrijkingsmogelijkheden vanuit eigen data. Hierin heeft de applicatiebeheer een grote rol van betekenis gespeeld. In 2024 hebben we, net als in voorgaande jaren, bij de aanslag van februari 2024 een informatiekaartje voor deelname aan het informele bezwaartraject toegevoegd. De inwoners van onze deelnemende gemeenten hadden wederom de mogelijkheid om zelf, digitaal, en afspraak voor een belverzoek (‘de beller is sneller’) in te plannen. Voor de inwoners die niet digitaal konden of wilden inloggen, was er een mogelijkheid om telefonisch contact op te nemen waarbij WOZ-medewerkers ondersteuning hebben geboden bij het maken van de afspraak. Het aantal inwoners dat gebruik maakt van het informele traject loopt elk jaar verder terug. Het percentage informele bezwaarschriften ten opzichte van het totaal aantal bezwaarschriften lag voor belastingjaar 2022 en 2023 rond de 11%, voor belastingjaar 2024 is dit teruggelopen naar rond de 7%. Bezwaarschriften WOZ In tegenstelling tot de explosieve groei aan bezwaarschriften belastingjaar 2023 zijn deze voor belastingjaar 2024 weer wat meer ‘genormaliseerd’ richting de aantallen van 2021. De daling in het aantal WOZ-bezwaren bij de BSGR loopt in lijn met de landelijke trend.

Landelijk is het percentage bezwaren – op basis van cijfers van de Waarderingskamer van juni 2024 – gedaald naar 3,9% (was 7,2%) bij de woningen en 3,8% (was 4,5%) bij de niet-woningen. Bij BSGR liggen deze percentages op 4,6% respectievelijk 3,7%.

(*) Aantal bezwaren per 31 december van het desbetreffende belastingjaar.

In de definitieve (eind)rapportages over de bezwaarschriften blijken deze landelijke percentages uiteindelijk naar boven te worden bijgesteld: voor woningen de afgelopen jaren tussen de 0,5% en 0,8% en voor niet-woningen tussen de 1.1% en 2,0%. De definitieve cijfers voor belastingjaar 2024 worden pas bekend gemaakt door de Waarderingskamer in juni 2025. Op 31 december 2024 is voor ongeveer 78% van de bezwaren een uitspraak op bezwaar verzonden. Met dagtekening 18 december 2024 zijn in totaal 3.409 verdagingsbrieven verzonden (vs 12.377 verdagingsbrieven in 2023. Naar het zich laat aanzien zal voor circa 1000 - 1250 bezwaarschriften de uitspraak op bezwaar niet binnen de verdagingstermijn kunnen worden verzonden. In 2024 is er voor 13.498 objecten ‘oude jaren’ nog een uitspraak op bezwaar verzonden. Dit betrof hoofdzakelijk objecten voor belastingjaar 2023: 13.117 objecten. De overige uitspraken hadden betrekking op voorgaande belastingjaren. Deze belanghebbenden hadden hetzij tijdig een verdagingsbrief ontvangen hetzij pas in 2024 bezwaar aangetekend. De resterende bezwaren belastingjaar 2023 zijn lang niet allemaal voor de verdagingstermijn van 12 februari 2024 afgehandeld doch hebben slechts in zeer beperkte mate geleid tot dwangsommen.

Veelal is het – door een gestroomlijnd opgezet werkproces rondom de ingebrekestelling – gelukt om de bezwaren alsnog binnen de gestelde termijn van twee weken na ontvangst ingebrekestelling op uitspraak te verzenden.

Pagina 27 Jaarstukken 2024 BSGR Het aandeel van de bezwaren ingediend door gemachtigden – waaronder NCNP-bureaus - lijkt ten opzichte van 2022 en 2023 iets af te nemen van 57% naar ongeveer 54%. Het informele traject – dat niet open staat voor NCNP- en gemachtigdenbureaus – is hierbij buiten beschouwing gelaten. Specifiek voor NCNP bureaus is, na een stijging in 2023, het aandeel op de ingediende (voornamelijk woning-) bezwaren weer iets teruggelopen naar het niveau van belastingjaar 2021. Voor belastingjaar 2024 werd net iets minder dan de helft van de bezwaren ingediend door NCNP bureaus waarbij de tendens is dat de kleinere bureaus veel minder bezwaren hebben ingediend. In iets meer dan 85% van de NCNP bezwaren werden deze ingediend door één van de twee grootste bureaus op dit moment.

De eerder gesignaleerde daling van het aantal gegronde bezwaren op objectniveau - dit kunnen zowel vernietigingen als verminderingen als verhogingen betreffen - is ten opzichte van vorig jaar nog verder gedaald naar ongeveer 32% Het eindresultaat van de uitspraken over belastingjaar 2023 is in onderstaand overzicht verwerkt en wijkt in positieve zin af van de belastingrapportage 2023.

Een groot deel van de toekenningen is op basis van de secundaire kenmerken (voornamelijk kwaliteit, onderhoud en voorzieningen van de woning). Met het lopende project (vanuit de LVLB), waarin de inwoners/belanghebbenden nadrukkelijk en vooraf betrokken worden in de status van deze kenmerken, is een substantiële daling van het aantal gegronde bezwaren te verwachten. Implementatie van dit project wordt in 2026 verwacht. Het betrekken van gegevens van inwoners in de kenmerken van de eigen woning zou in de toekomst een bijdrage kunnen leveren aan de gewenste intensivering van het informeel contact met de overheid. Zeker wanneer het niet leveren van de gevraagde informatie daadwerkelijk in wet- en regelgeving kan worden vastgelegd. Het toekenningspercentage op bezwaarschriften ligt voor de NCNP bezwaarschriften op ongeveer de helft van het toekenningspercentage van bezwaarschriften welke worden ingediend door particulieren zelf.

Pagina 28 Jaarstukken 2024 BSGR Beroepschriften WOZ Als gevolg van het grote aantal ingediende bezwaarschriften voor belastingjaar 2023 – waarvan ongeveer de helft op 1 januari 2024 nog niet was afgehandeld – zijn er in 2024 meer dan twee maal zoveel beroepsschriften op objectniveau ingediend. Dit sluit daarmee aan op de gerapporteerde verwachting van 2023. Een beroepsschrift op belastingjaar 2023 werd dan pas in kalenderjaar 2024 ingediend bij de rechtbank. Van de 764 objecten waarvoor in 2024 een beroepsschrift is ingediend in 2024, hebben slechts 156 objecten betrekking op belastingjaar 2024.

(*) 2024 nog niet volledig, nog niet alle uitspraken belastingjaar 2024 zijn verzonden en/of niet voor alle uitspraken is de beroepstermijn reeds verstreken

In februari 2024 werd duidelijk dat (ook) de rechtbank als gevolg van het enorme aantal bezwaarschriften en daarmee gepaard gaande beroepsschriften belastingjaar 2023 volledig vastliep. Beroepen werden pas maanden na indiening bij de rechtbank aan de gemeenten en samenwerkingsverbanden kenbaar gemaakt. Eind 2024 werd duidelijk dat de rechtbanken ook andere rechters dan belastingrechters in 2025 gaan inzetten om deze lange looptijd op dossiers in te lopen; vanaf februari 2025 is een intensivering van het aantal zittingen zichtbaar en is de verwachting dat een (groot) deel van de openstaande zaken in 2025 wordt afgehandeld. Het aandeel van de NCNP-bureaus/gemachtigden lijkt – waarschijnlijk mede als gevolg van de doorgevoerde wijzigingen uit de Belastingplannen 2024 en 2025 – terug te lopen naar rond de 50% ten opzichte van een aandeel 75-80% in de voorgaande jaren. Omdat nog niet alle bezwaren belastingjaar 2024 zijn afgehandeld en derhalve nog beroepsprocedures over dit belastingjaar bij de rechtbank kunnen worden ingediend, kunnen deze cijfers lopende het jaar nog aan wijziging onderhevig zijn. Er is momenteel een pro-forma beroepszaak ingediend betreffende de vergoeding van de woningwaarderapporten voor circa 300 objecten van één NCNP-bureau. De WOZ-waarde is hier niet in geding. Het gedingbedrag is maximaal € 35K, deze is nog niet in het cijferbeeld betrokken.

Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

Primaire begroting 2024

Gewijzigde begroting december 2024

Realisatie 2024

Realisatie versus begroting

3.767 1.244 498 5.509

4.218 1.904 17 6.139

4.139 1.610 17 5.766

79 295 -1 373

-5.509 -5.509 0 0 0 0 0

-5.839 -5.839 300 0 0 -300 0

-5.466 -5.466 300 0 0 -300 0

-373 -373 0 0 0 0 0

Het programma Waarderen kent in totaal een behaald voordeel op de lasten van € 373K. Echter wordt er, zoals eerder benoemd, in 2025 nog ca. € 275K aan proceskostenvergoedingen WOZ-bezwaren over 2024 verwacht. Daarnaast heeft er onderschrijding ad. € 79K op de personeelslasten plaatsgevonden, wat hoofdzakelijk veroorzaakt is door lagere kosten inhuur dan begroot.

Pagina 29 Jaarstukken 2024 BSGR 3.2.10 Programma 4: Overhead Onderwerp De directie, de staf en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van de primaire programma’s zijn binnen dit programma ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot interne controle werkzaamheden, management informatie, de financiële administratie, bestuur & beleid en de P&O werkzaamheden. Ook zijn de kosten van de leidinggevenden van de afdelingen in het primaire proces onder dit programma verantwoord conform in het BBV over het taakveld overhead staat beschreven.

Wat hebben we gedaan? In maart 2025 is de ISAE3402 type II-rapportage over 2024 opgesteld en voorzien van een verklaring met slechts één enkele beperking. Dit is een zeer significante verbetering ten opzichte van de verklaring van vorig jaar. In 2024 is een grote Europese aanbesteding gehouden voor de bancaire diensten, echter deze wordt pas afgerond in 2025. Verder zijn er op het gebied van inkoop- en aanbesteding een aantal kleinere contracten die aanbesteed zijn, te weten: de arbodienst (afgerond december 2024), schoonmaakdiensten (af te ronden in 2025), de hernieuwde bevelen 2025-2027 en invordering buitengebied. Met betrekking tot gespecialiseerde inhuurkrachten op detacheringsbasis maakt BSGR gebruik van een Dynamisch Aankoop Systeem (DAS), waarin de uitvraag naar inhuur personeel kan worden uitgezet. Hiermee kunnen mogelijke problemen op het gebied van rechtmatigheid worden voorkomen. Het normenkader van de VIC is aangepast en de beheersmaatregelen zijn aangescherpt. Hierdoor is de volwassenheid van de VIC wederom toegenomen. Vanuit P&O is er invulling gegeven aan de personeelsontwikkeling binnen de BSGR (zie verder paragraaf 3.3.4)

Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Kapitaalslasten Automatiseringskosten Huisvestingslasten Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

Primaire begroting 2024 1.462 162 755 744 314 3.437 -3.437 -3.437 0 0 0 0 0

Gewijzigde Realisatie 2024 Realisatie versus begroting begroting december 2024 2.849 2.818 31 151 151 0 1.843 1.852 -9 656 680 -25 295 302 -7 5.794 5.804 -9 -5.794 -5.794 0 0 0 0 0

-5.804 -5.804 0 0 0 0 0

9 9 0 0 0 0 0

Het programma Overhead laat aan de lastenkant een nadeel zien ad € 9K. Dit wordt met name veroorzaakt doordat, als gevolg van een hoger uitgevallen post voor de afrekening van nutskosten, de huisvestingslasten met € 25K zijn overschreden. De personeelskosten zijn daarentegen € 31K lager dan begroot. Op de post Automatiseringskosten is een zeer lichte overschrijding zichtbaar. Ook de post Overige goederen en diensten heeft een lichte overschrijding.

Pagina 30 Jaarstukken 2024 BSGR 3.2.11 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Onderwerp Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 8) voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Binnen dit programma vallen ook de deelnemersbijdragen. Daarnaast komen de financieringslasten en -baten in dit programma tot uitdrukking. x € 1.000 Lasten Onvoorzien Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Overige opbrengsten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

Primaire Begroting 2024 109 109 -101 0 -8 -109 0 0 0 0 0

Gewijzigde Realisatie Realisatie versus Begroting 2024 begroting december 2024 109 0 109 109 0 109 -62 0 -106 -168 -60 0 0 0 -60

-465 0 -111 -576 -576 0 0 0 -576

403 0 5 407 516 0 0 0 516

Het totale voordeel op de lasten bedraagt € 109K, omdat de post Onvoorzien niet is aangewend. De overige opbrengsten betreffen hier voornamelijk rentebaten. Het saldo aan de batenkant is tevens het gevolg van de realisaties per programma.

Pagina 31 Jaarstukken 2024 BSGR 3.3

Paragrafen

3.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. De BSGR heeft, na verdeling van het resultaat 2023, een totaal eigen vermogen per 1 januari 2024 van € 1.146K. Dit bestaat voor € 846K uit de Algemene Reserve en voor € 300K uit de bestemmingsreserve ‘Afhandeling WOZ-bezwaren 2023’, welke gedurende 2024 is vrijgevallen. De post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, niet uitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt bedraagt € 109K. Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende: ➢ ➢ ➢ ➢

De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen, ICT, samenstellen belastingrapportage en privacy zijn ingericht. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.

Dit raamwerk wordt jaarlijks indien nodig bijgesteld en besproken met de deelnemers, zodat zij en met name hun accountants voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type IIrapportage.

Pagina 32 Jaarstukken 2024 BSGR Ultimo 2024 worden de volgende risico’s onderkend: Risico's

Getroffen maatregelen

Kwantificering

Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op systeem zal dit direct van invloed zijn op het 24 oktober 2024 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch serviceniveau van de organisatie. Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2024-2028 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd. Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de p.m. belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen. meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden Deze veranderingen zullen een directe impact hebben met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.

de BSGR Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een gemitigeerd tot kostenstijging en vermindering van de begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit. harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt. Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden ontstaan in de gegevensverwerking en de belastingopleggingen en inningen. De BSGR en haar deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers). Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht heeft in de bestaande kasstromen. Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd te zijn. Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een belangrijke publieke taak.

Incidenten, schandalen en maatschappelijke onrust kunnen een negatieve uitwerking hebben op de reputatie en goede naam.

Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden. Desalnietemin leveren de nieuwe basisregistraties plus bijbehorende software een op voorhand niet te becijferen risico op vertraging op.

gemitigeerd

De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte omvang hiervan.

vrijwel nihil

De nieuwe tekst van de Gemeenschappelijke Regeling waarborgt het financiële risico bij uittreding.

gemitigeerd

De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe dienen de website en management informatie.

gemitigeerd

Pagina 33 Jaarstukken 2024 BSGR Risico's (vervolg) Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat. Personeelskosten Het zich voordoen van (sterke) CAO-verhogingen Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling

Vervanging waarderingsapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie, waarbinnen de waarderingsapplicatie valt, wordt jaarlijks verlengd. ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ-convenant Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor de hand liggend.

Getroffen maatregelen

Kwantificering

Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zijn niet zonder meer mogen delen met derden. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens - op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy wordt in diverse overlegvormen aan de orde gesteld (bijv. periodiek in MT-vergaderingen) en via intranet wordt hierover gecommuniceerd. De BSGR stuurt sterk op de kosten. Echter de BSGR heeft zelf geen invloed op CAO-ontwikkelingen.

p.m.

Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 p.m. in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande koepelvrijstelling zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, voorzien wij grote maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten. Ook al zijn in 2024 geen grote ontwikkelingen te melden op landelijk of Europees niveau toch geldt dat uitstel nog geen afstel is.

Bij een aanbesteding van een nieuwe waarderingsapplicatie is niet voorzien in de eenmalige licentiekosten. De verwachting is dat in ieder geval in 2025 een marktverkenning zal gaan plaatsvinden.

p.m.

De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.

p.m.

De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd.

Pagina 34 Jaarstukken 2024 BSGR Risico's (vervolg) Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer

Getroffen maatregelen

Kwantificering

Voor 2024 is een additioneel bedrag meegenomen in de begroting. Vanaf 2025 wordt een bedrag van ca. € 200K jaarlijks voorzien.

Ca. € 200K jaarlijks voor de deelnemers

NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename in het aantal De vergoedingen voor de NCNP-bureaus zijn in 2024 verder teruggebracht. p.m. NCNP bezwaren met de bijbehorende Onduidelijk is wat de reactie hierop van de NCNP-bureaus zal zijn. Zorg blijft proceskostenvergoedingen de komende jaren. daarnaast dat vanaf 2027 NCNP-bezwaren zich mogelijk ook gaan uitbreiden naar andere domeinen, zoals de Kwijtschelding.

Op basis van de benoemde risico’s is door middel van een risicoweging, op grond van een in gemeenteland gangbare methodiek, een inschatting gemaakt van het financiële risico dat wordt gelopen. Risico's

Risicobedrag Jaar

Niet voldoen aan wet- en regelgeving Personeelskosten Koepelvrijstelling Vervanging waarderingsapplicatie ICT Ontwikkelingen Maatwerk Areaaluitbreidingen

p.m.

2025 e.v.

0,1 p.m.

p.m. p.m. p.m.

2025 e.v. ? 2027 e.v.

1 p.m. 0,5 p.m. 1 p.m.

NCNP bezwaren Berekend risico 2025 af: Algemene Reserve Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.

Kans

Gewogen

p.m. 2025 e.v. p.m. 2025 e.v. € 200.000 2025 e.v.

0,75 p.m. 0,75 p.m. 1 € 200.000 voor de deelnemers

p.m.

0,75 p.m. € € 846.000

2025 e.v.

€

646.000-

Pagina 35 Jaarstukken 2024 BSGR Verplichte kengetallen Conform de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: Jaarverslag 2024 Kengetallen Netto schuldquote

Verloop van de kengetallen Real. 2024 -6,8%

Begr. 2024 -3,3%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-6,8%

-3,3%

-6,9%

Solvabiliteitsratio

7,4%

6,7%

11,4%

Structurele exploitatieruimte

1,9%

6,5%

2,1%

Grondexploitatie

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Real. 2023 -6,9%

Bovenstaande kengetallen maken inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de BSGR in staat is om aan de financiële verplichtingen op langere termijn te kunnen voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Een kengetal van 0,3 tot 0,8 wordt doorgaans als matig tot voldoende gezien. Een lagere ratio geeft aan dat er relatief veel vreemd vermogen is. Gezien de aard van de BSGR, die gelegen is in het innen en het doorstorten van gelden, en de keuze voor een beperkt eigen vermogen is een solvabiliteit van 7,4% acceptabel. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen.

Een kengetal groter dan nihil duidt op structurele ruimte.

Pagina 36 Jaarstukken 2024 BSGR 3.3.2 Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het treasurybeheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut. Het Treasurystatuut is in 2021 geactualiseerd naar aanleiding van de wijziging van huisbankier en de gemiddelde rating en in de vergadering van 22 februari 2022 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het Treasurystatuut zijn tevens de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven. Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Krediet- (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koers-, valuta- en debiteurenrisico’s worden niet gelopen. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR zijn uitermate inzichtelijk.

De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom binnen de BSGR zijn strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier en daaraan gekoppeld, vanwege het schatkistbankieren, op twee rekeningen courant bij het agentschap van het Ministerie van Financiën. Kasgeldlimiet en renterisiconorm De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden. In 2024 is, net als in de voorgaande jaren, geen gebruik gemaakt van kortlopende of langlopende financiering. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren moet de BSGR een rekening-courant bij de Schatkist aanhouden waar de overtollige middelen op worden gestort. Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden.

De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met de Schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze in de Schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt voor 2024 2,0% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000K. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht.

x € 1.000 Drempelbedrag Drempelbedrag Gemiddeld werkelijk Verschil

1e kwartaal 2024 1.000 0 1.000

2e kwartaal 2024 1.000 0 1.000

3e kwartaal 2024 1.000 0 1.000

4e kwartaal 2024 1.000 0 1.000

Totaal 2024 1.000 0 1.000

Pagina 37 Jaarstukken 2024 BSGR Huisbankier ING Bank is vanaf 1 januari 2016 de huisbankier. In het najaar 2024 is de nieuwe aanbesteding van de bankdiensten gepubliceerd. EMU-saldo Als gevolg van de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten en begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Dit maximale tekort van 3% van Nederland geldt ook voor de decentrale overheden. Aangezien er sprake is van een positief saldo draagt de BSGR in gunstige zin bij aan het EMU-saldo van de decentrale overheden. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: Omschrijving 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo

Realisatie 2024 576 151

Begroting 2024 60 151

56-

55-

-

671

155

873

Realisatie 2023 665 208

3.3.3 Prognose EMU-saldo Conform de artikelen 3 en 4 BBV onderstaand een meerjarige doorwerking van het EMU saldo, welke gebaseerd is op de begroting 2025 - 2028. Omschrijving 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo

Realisatie 2024 576 151

Begroting 2024 60 151

56-

55-

-

600-

-

-

671

155

149

-354

144

140

Begroting 2025 149

Begroting 2026 246

Begroting 2027 144

Begroting 2028 140

Opgemerkt kan worden dat in de begroting van 2026 rekening gehouden is met een investering in het kantoormeubilair van € 100K. Deze investering is echter in 2024 gedaan en is met € 23K een stuk lager uitgevallen dan destijds begroot, wat ook zal leiden tot lagere afschrijvingslasten. Daarnaast is het nog onzeker of een investering in een nieuwe waarderingsapplicatie gaat plaatsvinden.

3.3.4 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Personele tekorten als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt en uitstroom op termijn als gevolg van pensionering plaatsen de BSGR voor grote uitdagingen. Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt en de schaarste aan gekwalificeerd personeel kunnen niet alle vacatures (tijdig) worden vervuld. Daar waar mogelijk en nodig vindt ook inhuur van personeel plaats. Ook de werving van gekwalificeerd tijdelijk personeel (inhuur) is echter gecompliceerd en in een aantal gevallen niet mogelijk. Om de primaire processen niet te verstoren zijn en worden binnen diverse processen verbeteringen aangebracht. De BSGR is continu op zoek om, binnen haar mogelijkheden, gekwalificeerd personeel aan te trekken, op te leiden en te behouden. Om nieuwe medewerkers te verbinden met de organisatie is er binnen de organisatie meer aandacht voor onboarding en begeleiding van nieuwe medewerkers. Dit zorgt in enkele gevallen voor hogere kosten doordat inhuur personeel langer wordt ingehuurd om hun kennis over te dragen aan nieuwe medewerkers die door de BSGR zelf worden opgeleid. Bovenstaande ontwikkeling vraagt van cao partijen dat ze afspraken maken over modernisering van arbeidsvoorwaarden en doorontwikkeling van het loongebouw om concurrerend te zijn en beter aan te sluiten op de arbeidsmarkt.

Pagina 38 Jaarstukken 2024 BSGR Voor belastingkantoren en zo ook voor de BSGR speelt daarnaast de onzekerheid over de ontwikkeling van het aantal WOZ-bezwaren en de hiermee samenhangende druk op de formatie. Anderzijds is er onzekerheid te bespeuren over de gevolgen van de verruiming van het lokale belastinggebied en de consequenties hiervan voor zowel de kwalitatieve als kwantitatieve formatie. Een verruiming van het gebruik van de ozb heeft immers wezenlijk andere formatieve consequenties als het invoeren van bijvoorbeeld een ingezetenenheffing. Een verruiming van de ozb betekent immers kans op meer (no cure no pay) WOZ-bezwaren en daarmee extra inhuur tegen momenteel explosief stijgende inhuurtarieven. Dit jaar heeft de BSGR 17 medewerkers weten aan te trekken, 12 medewerkers hebben daarentegen de organisatie verlaten. Hiervan is 1 medewerker met (vroeg) pensioen gegaan en is er 1 medewerker overleden. Het verlooppercentage komt hiermee uit op 11,4%. Het bezettingsoverzicht inclusief inhuur per eind december 2024 is als volgt:

De inhuur bij de afdeling Bedrijfsvoering (BDV) betreft voornamelijk Applicatiebeheer. Het aantal inhuur medewerkers voor de hele BSGR is 36. Hiermee komt het aantal medewerkers in dienst bij de BSGR op 105. Dit zijn medewerkers met een vast- en tijdelijk contract. Vanaf eind 2023 is een start gemaakt met het werven en opleiden van eigen applicatiebeheerders, zodat op termijn de inhuur kan worden afgebouwd. Eind januari 2025 is de BSGR met behulp van een extern bureau een onderzoek gestart naar een fraudegeval. Hiervan is tevens aangifte gedaan. De omvang van dit fraudegeval is circa € 70K en is grotendeels al terug ontvangen door de BSGR. Naar aanleiding van dit voorval zullen door de BSGR in 2025 op zowel organisatorisch als op procedureel vlak aanpassingen worden gemaakt in de beheeromgeving om zodoende het risico zoveel mogelijk te beperken voor de toekomst. Er is geen sprake van een continuïteitsrisico. Wel hebben alle beheersmaatregelen naar behoren gefunctioneerd. De geconstateerde fraude kan naar zijn aard echter nimmer geheel door beheersmaatregelen worden ondervangen. Tevens zijn er in 2024 twee meldingen bij de vertrouwenspersoon binnengekomen. Het hybride werken heeft inmiddels een vaste plek gekregen binnen de BSGR. Hierbij is veel ruimte voor de voorkeur van de medewerkers en kunnen afspraken op maat worden gemaakt.

Om de sociale verbindingen te houden met de BSGR en de collega’s zijn er vaste afspraken gemaakt om op kantoor ‘face to face’ informatie uit te wisselen. In deze situatie zijn medewerkers van een afdeling of team op een vaste dag op kantoor. In het geval van nieuwe medewerkers wordt het hybride werken voorafgegaan door een periode van inwerken op kantoor. Pas als de medewerker zelfstandig zijn werkzaamheden kan uitvoeren komt de medewerker in aanmerking om hybride te werken. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim over 2024 bedraagt 6,22% en wordt sterk beïnvloed door het langdurig ziekteverzuim van 3,19%. Ook de meldingsfrequentie is gestegen van 1,04 naar 1,36. Dit percentage is fors hoger dan de afgelopen jaren en ligt boven het landelijk gemiddelde. Overigens ligt het percentage ziekteverzuim binnen het openbaar bestuur, en daarmee ook bij gemeenten, regulier boven het landelijk gemiddelde. Opvallend is dat dit verzuim met name plaatsvindt bij jonge medewerkers en dan met name bij jonge vrouwen. Dit lijkt in lijn te zijn met wat landelijke media hierover berichten, maar is wel een punt van aandacht.

Pagina 39 Jaarstukken 2024 BSGR

Klachten Op basis van de Klachtenregeling BSGR is er sprake van een klacht indien men vindt dat men door (één van de medewerkers van) de BSGR verkeerd is behandeld, of als men foutief is geïnformeerd vanuit de BSGR. Klachten kunnen op verschillende wijzen naar de BSGR worden geuit: • telefonisch, • schriftelijk, middels een fysieke brief of via de mail. Daarnaast kunnen klachten ook via de afzonderlijke deelnemers bij de BSGR aanhangig worden gemaakt. Was er tot in 2022 nog sprake van een gestage afname van het aantal klachten en dan met name van gegronde klachten, in 2023 zien we weer een toename van het aantal ingediende klachten, welke trend zich in 2024 doorzet en dan met name als gegronde klacht. De voornaamste reden daarvan is het feit dat er afgelopen jaar gelijktijdig belastingaanslagen over meerdere jaren door de BSGR zijn verzonden c.q. dat aanslagoplegging niet tijdig is geweest (binnen het belastingjaar). Alhoewel deze aanslagen allemaal wel binnen de wettelijke toegestane periode (drie jaar) zijn opgelegd, komt dit bij belastingplichtigen als ongehoord over, zeker als dit niet vergezeld gaat van een nadere motivering van de reden van het uitblijven van de aanslagoplegging.

In dit geval zijn de klachten die aanhangig zijn gemaakt voor het gelijktijdig opleggen van belastingaanslagen over meerdere jaren zonder nadere toelichting dan ook als gegronde klacht opgevoerd. Gelet op het feit dat de belastingaanslagen wel binnen de wettelijk bevoegde termijn zijn opgelegd is het ‘gegrond’ kwalificeren van deze klachten voor discussie vatbaar. Jaar 2020 2021 2022 2023 2024

Reacties 43 51 51 79 79

Klachten Gegrond 21 11 26 11 15 5 48 24 45 30

Pagina 40 Jaarstukken 2024 BSGR Het totaal aantal reacties (79) geeft wel een enigszins vertekend beeld, omdat een deel van de reacties afkomstig is van de groep zogenaamde ‘autonomen’ (daarbij zijn herhalingsbrieven c.q. aanvullingen vanuit deze groep uit het totale aantal reacties gefilterd). Verder zaten hier ook bijvoorbeeld gewoon vragen c.q. bezwaarschriften, een verzoek op basis van de Wet open overheid of anderszins bij. Klachten die deels of geheel gegrond zijn verklaard, hadden betrekking op: • Het gelijktijdig opleggen van belastingaanslagen over meerdere jaren zonder enige nadere verklaring (Nb. ook met een begeleidend schrijven heeft dit tot klachten aanleiding gegeven) c.q. het uitblijven van tijdige aanslagoplegging. • Onduidelijke communicatie vanuit de BSGR over een nog openstaand bedrag na de afronding van een beroepszaak. • De wijze waarop ingediende bezwaarschriften zijn behandeld (men voelde zich onvoldoende gehoord). • Het uitblijven van een aanslag c.q. WOZ-beschikking. • Het vermelden van een foutieve waarde op een taxatieverslag. • Het niet communiceren waarom een automatische incasso niet is geïncasseerd. • Het uitblijven van een reactie op brieven. • Het bij herhaling verzenden van post naar een niet bestaand adres. • Het bij herhaling foutief opleggen van een belastingaanslag.

• Het niet kunnen reageren op een mailbericht, omdat deze vanaf een no-reply-mailadres was verzonden. Externe klachtafhandeling Indien men het niet eens is met de wijze waarop een klacht is afgedaan door de BSGR, dan kan men zich wenden tot de Nationale ombudsman. Ook als men het niet eens is met een uitspraak op een kwijtscheldingsverzoek na bezwaar (administratief beroep) kan men zich wenden tot de Nationale ombudsman. In 2024 zijn er door de Nationale ombudsman zeventien dossiers aangekaart bij de BSGR. Tien dossiers die via de Nationale ombudsman bij de BSGR zijn aangekaart hadden betrekking op afgewezen kwijtscheldingsverzoeken. In één geval is het kwijtscheldingsverzoek daarna alsnog toegekend, één zaak loopt nog; de overige eerdere afwijzende besluiten zijn in stand gebleven. De overige zeven zaken betroffen: • Eén casus was een bezwaar tegen een opgelegde belastingaanslag die door de Nationale ombudsman als klacht bij de BSGR werd aangekaart. • In één geval werd door een belastingschuldige een beroep gedaan op de Nationale ombudsman om een gelegd loonbeslag af te wenden. Van de zijde van de BSGR was deze belastingplichtige evenwel in de daaraan voorafgaande periode meer dan voldoende geïnformeerd wat de gevolgen zouden zijn als de belastingaanslag niet werd voldaan.

Daaraan was door de belastingplichtige geen gehoor gegeven met als ultieme consequentie dat loonbeslag werd gelegd. • Voor wat betreft de overgebleven zaken dit betroffen werkelijke klachten die niet eerder bij de BSGR waren aangekaart Daarnaast had de Nationale ombudsman in het kader van de uitkomst van een landelijk onderzoek aangaande kwijtschelding van lokale heffingen voor studenten vragen neergelegd bij de BSGR. Op basis daarvan heeft de BSGR op de website nadrukkelijker aandacht besteed aan dit onderwerp; zie https://www.bsgr.nl/kwijtschelding/kwijtschelding-voor-studenten. Algemene informatie rechtmatigheid Gewijzigde wetgeving zorgt ervoor dat niet de accountant maar het Dagelijks Bestuur degene wordt die verantwoording aflegt over de (financiële) rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Dit zal het Dagelijks Bestuur doen in de vorm van een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening specifiek gericht op het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. De accountant zal vervolgens de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid controleren. Om te kunnen komen tot een rechtmatigheidsverantwoording is het bestuur verplicht om zorg te dragen voor de toetsing van de rechtmatigheid van het financiële beheer. Deze toetsing vindt bij BSGR plaats middels een verbijzonderde interne controle op de bedrijfsprocessen binnen BSGR.

Pagina 41 Jaarstukken 2024 BSGR BSGR heeft dit jaar werkzaamheden uitgevoerd, gericht op het zelf afgeven van een rechtmatigheidsverantwoording door het bestuur. Het bestuur heeft hiervoor op 29 februari 2024 het normenkader 2024 en op 11 april 2024 het VIC-plan 2024 vastgesteld. De verantwoordingsgrens voor bevindingen volgend uit de werkzaamheden is bepaald op 1% van de totale lasten van BSGR, inclusief de toevoegingen aan de reserves. Rechtmatigheidsverantwoording BSGR 2024 De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruikcriterium. Hieronder zal per criterium een toelichting worden gegeven: Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting 2024; dit is de gewijzigde begroting december 2024. Uit de analyse van baten en lasten op programma niveau blijkt dat er in de realisatie 2024 een tweetal overschrijdingen zijn ten opzichte van de gewijzigde begroting december 2024, te weten € 15K op het programma Informatie & Inning en € 10K op het programma Overhead. Deze overschrijdingen vallen binnen de toegestane toleranties. Ook zijn er op programma niveau onderschrijdingen zichtbaar.

Deze onderschrijdingen tellen echter niet mee als onrechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording. In onderstaand overzicht worden de afwijkingen t.b.v. de rechtmatigheid op programma niveau weergegeven: x € 1.000

Primaire Begroting 2024

Lasten

Gewijzigde Begroting december 2024

Realisatie 2024

Afwijkingen tbv rechtmatigheid

Programma 1 - Heffen

3.752

2.146

2.129

Programma 2 - Informatie & Inning

3.162

2.813

2.828

0,54%

Programma 3 - Waarderen

5.509

6.139

5.766

-6,07%

Programma 4 - Overhead

3.437

5.794

5.804

0,16%

109

109

0

-100,00%

15.968

17.001

16.527

-2,79%

Programma 1 - Heffen

-3.752

-2.146

-2.129

-0,80%

Programma 2 - Informatie & Inning

-3.162

-2.813

-2.828

0,54%

Programma 3 - Waarderen

-5.509

-5.839

-5.466

-6,39%

Programma 4 - Overhead

-3.437

-5.794

-5.804

0,16%

-109

-168

-576

n.v.t.

-15.968

-16.760

-16.802

0,25%

Algemene dekking en onvoorzien Totaal Lasten

-0,80%

Baten

Algemene dekking en onvoorzien Totaal Baten

Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Zoals in het gecommuniceerde en vastgestelde normenkader 2024 en controleplan 2024 is opgenomen, zijn hierop werkzaamheden uitgevoerd op de (Europese) aanbestedingen. Er is een integrale check uitgevoerd op crediteuren met een uitgaaf van meer dan € 200.000 in de afgelopen 4 jaar en of een uitgaaf van meer dan € 50.000 in 2024. Hierop is bij de VIC werkzaamheden over boekjaar 2024 geen overschrijding geconstateerd ten opzichte van de contractuele voorwaarden. Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens (afwijking is niet materieel).

Pagina 42 Jaarstukken 2024 BSGR Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In de gemeenschappelijke regeling zijn er diverse regelingen waarvan misbruik te maken is door de gebruikers (burgers en bedrijven). Deze regelingen bevinden zich voornamelijk in de volgende processen: personeel, inkoop, aanbesteding, betalingsverkeer, afsluitproces, treasury en IT-omgeving. Op hoofdlijnen kan fraude in drie categorieën worden ingedeeld, deze categorieën sluiten elkaar niet uit: ➢ oneigenlijke toe-eigening van activa: het stelen of misbruiken van middelen (bijv. geldmiddelen, voorraden of andere activa) van de organisatie; ➢ frauduleuze financiële verslaggeving: het manipuleren van bedragen of toelichtingen in de financiële overzichten om de gebruikers van de financiële overzichten te misleiden; en ➢ corruptie: dit heeft met name betrekking op omkoping en belangenverstrengeling, waarbij BSGR (financieel) wordt benadeeld. Vanuit de Verbijzonderde interne controle (VIC) is gebleken dat er voldoende maatregelen zijn getroffen om misbruik te voorkomen. In 2024 is er wel een fraude geconstateerd. Voor een nadere toelichting, zie de paragraaf bedrijfsvoering. De VIC jaareinde rapportage 2024 wordt behandeld in de vergaderingen van het Dagelijks- en Algemeen bestuur in de maand april 2025.

3.3.5 Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Woo kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichtingen om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen De Woo functionaris is een rol voor een functionaris bij de BSGR die door het bestuur officieel is aangewezen. Deze functionaris dient o.a. burgers op een laagdrempelige en klantvriendelijke wijze te informeren over de beschikbaarheid van de informatie en burgers te helpen met hun vragen over publieke informatie bij de BSGR. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Op het gebied van de passieve openbaarmaking kent de Woo veranderingen ten opzichte van de Wob. Zo blijft de termijn voor afhandeling van een Woo-verzoek wel 4 weken. Maar bij een groot of ingewikkeld verzoek kan die termijn met maximaal 2 weken worden verlengd. Onder de Wob was alleen verlenging met 4 weken mogelijk. Tevens dienen documenten met persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren ook- in geanonimiseerde vorm- te worden betrokken bij openbaarmaking. 3.

Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om-landelijk gezien- op termijn zeventien benoemde informatie-categorieën actief te publiceren. Deze categorieën zijn evenwel niet allemaal van toepassing op de BSGR. Per 1 november 2024 moeten de eerste 5 informatiecategorieën van de Woo verplicht openbaar zijn gemaakt. Voor gemeenten gaat het om informatie over de organisatie, de werkwijze (waaronder de taken en bevoegdheden) en de bereikbaarheid van het bestuursorgaan en haar organisatieonderdelen. Voor zover deze ook van toepassing zijn op de BSGR voldoet de BSGR aan deze vereisten. De BSGR streeft er naar om in de loop van 2025 er voor te zorgen dat ook andere te zijner tijd verplicht actief openbaar te maken informatie-categorieën, zoals geanonimiseerde Woo-verzoeken, op de website van de BSGR worden gepubliceerd. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding op orde wordt gebracht. Omdat het niet efficiënt werd geacht dat ieder bestuursorgaan zelf het wiel uitvindt, is vanuit de Rijksoverheid een meerjarenplanning opgesteld, waarbij een begin is gemaakt bij de digitale huishouding van het Rijk en daarna stap voor stap bij de overige overheden.

Pagina 43 Jaarstukken 2024 BSGR Woo verzoeken bij de BSGR Evenals bij de Wob-verzoeken in het verleden, komt het met regelmaat voor dat een Woo-verzoek wordt meegenomen in bijvoorbeeld een bezwaar tegen de WOZ-waarde. De BSGR heeft in 2024 13 Woo verzoeken ontvangen. Eén verzoek is niet nader gespecificeerd, één verzoek betrof algemene informatie, één verzoek had betrekking op parkeerbelasting, één verzoek had betrekking op vragen over kwijtschelding en één verzoek kwam vanuit een van de deelnemers om aan hen nadere informatie te verstekken ter ondersteuning van een bij hen ingediend Woo-verzoek De overige acht verzoeken hadden alle betrekking op vragen die waren gerelateerd aan de uitvoering van de Wet woz. Daarnaast lopen er nu nog gerechtelijke procedures met betrekking tot twee Woo-verzoeken die uit 2023 stammen. Beide zaken betreffen verzoeken die betrekking hebben op het verstrekken van gegevens voortvloeiend uit de uitvoering van de Wet woz. In één beroepsprocedure betreft het een zaak in hoger beroep die door de belanghebbende aanhangig is gemaakt bij de Raad van State, nadat de BSGR in 1e instantie door de Rechtbank Den Haag in het gelijk is gesteld. De andere zaak betreft de behandeling van een beroepszaak waarbij de zitting door de rechtbank is uitgesteld tot 2025.

3.3.6 Beleidsindicatoren Voor de BSGR onderscheiden we de volgende beleidsindicatoren behorende bij artikel 1 van de REGELING VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES VAN 24 MAART 2016, NR. 2016-0000177572. Nr.

1.

Taakveld Naam Indicator

Eenheid

Overhead Formatie

Fte per 1.000 inwoners Eigen gegevens (verzorgingsgebied) december 2024

Bron

0,072

2.

Overhead Bezetting

Fte per 1.000 inwoners Eigen gegevens (verzorgingsgebied) december 2024

Overhead Apparaatskosten

Kosten per inwoner (verzorgingsgebied)

0,072

3.

€

4.

Overhead Externe inhuur

Jaarrekening 2024

3,50

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

Jaarrekening 2024

28,0%

5.

Overhead (exclusief software % van totale lasten Overhead en ICT-infrastructuur)

Jaarrekening 2024

16,6%

Overhead Overheadformatie

Eigen gegevens % van totale formatie december 2024 9,8%

Pagina 44 Jaarstukken 2024 BSGR

4.

Jaarrekening 2024

4.1

Overzicht van baten en lasten 2024

Onderstaand is een samenvattend overzicht opgenomen over de opbouw van het programmaresultaat. De baten worden weergegeven met een negatief teken. De kolom ‘Realisatie versus begroting’ geeft het resultaat weer per programma. Het totale resultaat bedraagt € 576K positief over 2024. Ten opzichte van de begrotingswijziging december 2024 is er sprake van een positief saldo ad € 516K. x € 1.000 Lasten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead Algemene dekking en onvoorzien Totaal Lasten Baten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead Algemene dekking en onvoorzien Totaal Baten Saldo van baten en lasten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead Algemene dekking en onvoorzien Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserves Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Saldo mutaties reserves Gerealiseerde resultaat

Primaire Begroting 2024

Gewijzigde Begroting december 2024

Realisatie 2024

Realisatie versus begroting

3.752 3.162 5.509 3.437 109 15.968

2.146 2.813 6.139 5.794 109 17.001

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=019ed1ea-2662-48d4-a741-1bbabcaccadb