Bijlage 3 Toelichting en regels bestemmingsplan PWA Kazerne NL.IMRO.0513.PWA-DF01
Tekst van het document
Het is van belang dat deze goed doorstroomt om verkeer zoveel mogelijk te bundelen op deze randweg en de bereikbaarheid op peil te houden. De doorstroming wordt met name bepaald door de kruispunten. Uit kruispuntanalyses blijkt dat het extra verkeer door de planontwikkeling nauwelijks impact heeft op de verkeersafwikkeling bij de kruispunten. Wachttijden blijven nagenoeg gelijk. Daarmee concluderen we dan ook dat de ontwikkeling van de PWA kazerne niet tot onacceptabele verkeerseffecten leidt. 4.10.2 Parkeren Een analyse is uitgevoerd op de parkeernormen van de gemeente Gouda om te beoordelen of deze passend zijn voor het beoogde programma op de beoogde locatie. Doel hiervan is om passende parkeernormen te hanteren, zodat niet te veel en niet te weinig parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. De gemeente Gouda biedt in haar beleid ontheffingsbevoegdheid (artikel 3.1.e parkeerverordening) voor het college om af te wijken van de parkeernormering. Op deze manier wordt maatwerk mogelijk gemaakt. In het onderzoek is per doelgroep onderzocht wat een passende parkeernorm is (bewoners, bezoekers van bewoners, gezondheidscentrum) en of daarmee gemotiveerd kan worden afgeweken van de parkeernormen. Tevens zijn de mogelijkheden voor de inzet van deelmobiliteit onderzocht. De gehele planlocatie wordt opnieuw ingericht.
Op de planlocatie komt parkeergelegenheid voor de toekomstig gebruikers (bewoners, werknemers en bezoekers). Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid is beoordeeld of in voldoende mate in parkeergelegenheid wordt voorzien. De standaard parkeernormen van de gemeente blijken - na analyse van daadwerkelijk autobezit in Gouda naar huishoudentype – hoger te zijn dan nodig. Het gemeentelijk parkeerbeleid biedt de mogelijkheid om onderbouwd af te wijken. Daarom is gekeken wat het verwachtte autobezit/gebruik onder toekomstig gebruikers is, en zijn daar passende parkeernormen voor afgeleid. Op basis van deze passende parkeernormen zijn voor 222 woningen en het zorgcentrum op het maatgevende moment – de zaterdagavond - 228 parkeerplaatsen nodig. Totaal worden 196 parkeerplaatsen extra aangelegd. Verder zijn er op zaterdagavond naar verwachting nog zo’n 37 vrije parkeerplaatsen in de directe omgeving van de planlocatie. Bij het bepalen van deze restcapaciteit is ermee rekening gehouden dat sprake moet zijn van een acceptabele parkeersituatie voor de huidige parkeerders. Dit is het geval. De parkeerplaatsen komen bovendien in aanmerking voor dubbelgebruik. Totaal (196 + 37 = 233) is daarmee dus in voldoende mate parkeergelegenheid beschikbaar om de te verwachten parkeerbehoefte op te vangen. Toekomstig bewoners op deze locatie zijn relatief minder afhankelijk van de auto.
Gouda is een goed befietsbare stad, alle bestemming zijn binnen 15 minuten met de fiets te bereiken, waaronder het station, winkelcentrum Bloemendaal en de binnenstad. Tevens zijn er in de nabije omgeving veel voorzieningen aanwezig, waardoor vaak op korte afstand alle dagelijkse activiteiten zijn te ondernemen. Als blijkt dat er fors overschot is aan parkeerplaatsen, en de parkeervraag dus lager dan in dit rapport berekend, dan zijn er mogelijkheden om enkele parkeervlakken om te zetten in groen. Dat kan de uitstraling en inrichting van de planlocatie aantrekkelijker maken.
45
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
4.11
Kabels en leidingen
Kabels en (buis)leidingen in de grond in of nabij het plangebied kunnen van belang zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling en dienen derhalve planologisch geregeld te worden. Het gaat dan om kabels en leidingen met een veiligheidsrisico of een belangrijke maatschappelijke functie, zoals (ondergrondse) hoogspanningskabels, gasleidingen of buisleidingen voor brandbare en vergiftigde stoffen. In het plangebied loopt een planologisch relevante leiding te weten; watertransportleiding. Ter weerszijden van de leidingen mogen al dan niet bebouwing worden gerealiseerd als wordt voldaan aan de eisen die de leidingbeheerder stelt. In onderhavig plan worden geen nieuwe bebouwingen geplaatst ter plaatse van de watertransportleiding. Voor het bestemmingsplan heeft dit tot gevolg dat ter plaatse van de watertransportleiding de dubbelbestemming 'Leiding - Water' wordt toegediend. In onderhavig plan is geen bebouwing gepland binnen deze dubbelbestemming. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
4.12
Besluit milieueffectrapportage
4.12.1 Wettelijk kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.
(beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.12.2 Situatie plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in principe in directe eindbestemmingen voor de binnen de planonderdelen aanwezige activiteiten. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden.
46
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda De voorgenomen ontwikkeling betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Dat betekent, dat het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt, zoals dat is bedoeld in categorie D.11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Deze activiteit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Een stedelijk project valt onder een m.e.r.-beoordelingsplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Aangezien deze drempelwaarden niet worden overschreden geeft het Besluit milieueffectrapportage aanleiding om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieueffecten. 4.12.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 16. Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van de m.e.r.-beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert.
Geadviseerd wordt om het college van B&W van de gemeente Gouda te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
47
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de maatschappelijk uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Bij het tweede gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1.1
Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro
In artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg dient te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en diensten van de provincie en het Rijk in zoverre belangen van deze overheden in het geding zijn. Dit overleg heeft plaatsgevonden en de reacties daarvan zijn verwerkt voor zover ze relevant waren voor het bestemmingsplan. 5.1.2
Participatie
Vanaf 2020 tot en met heden is een participatietraject doorlopen en zijn periodiek participatiebijeenkomsten georganiseerd waarbij bewoners, ondernemers en andere geïnteresseerden aanwezig konden zijn. Van de participatiebijeenkomsten zijn verslagen gemaakt. Het participatietraject bestond uit verschillende onderdelen, waaronder: informatievoorziening, peilingen en bijeenkomsten. Op donderdag 12 oktober 2023 is een bewonersavond georganiseerd om geïnteresseerden te informeren rondom de ontwikkelingen van de PWA-Kazerne in Gouda. Het verslag hiervan is opgenomen in Bijlage 17. De avond is georganiseerd vanuit de projectontwikkelaars en de gemeente Gouda. De ontwerpers hebben het nieuwe plan gepresenteerd. Vervolgens was er een gelegenheid voor het stellen van vragen. De vragen en de reacties zijn weergegeven in Bijlage 17. 5.1.3
Zienswijzenprocedure
Zienswijzennota Het bestemmingsplan heeft overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) gedurende zes weken ter inzage gelegen van 24 december 2023 tot en met 24 januari 2024. Tijdens deze periode zijn 6 zienswijzen ingebracht, deze zijn beantwoord in een zienswijzennota. Uit de beantwoording van de zienswijzen volgt één aanpassing in de toelichting van het bestemmingsplan. Deze aanpassing betreft een verduidelijking over de besluitvorming over de fietsstraat. Verduidelijkt is dat hierover nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden. Ambtshalve wijzigingen Verder is een ambtshalve wijziging doorgevoerd met betrekking tot de afmeting van het meest noordelijke bouwvlak. Geconstateerd is dat het bouwvlak ter plaatse van het noordelijk bouwvlak ontoereikend is voor het beoogde plan. A. Langs het BN blok ontbreekt ruimte om een woongalerij te kunnen toepassen voor de woningen bij transformatie. Derhalve is dit bouwvlak 90 centimeter in zuidelijke richting verlegd. B. Tussen blokken BN en BZ is per abuis een stuk van de bestaande kopgevel niet meegenomen bij de bepaling van het bouwvlak. Bij transformatie wordt de bestaande constructie ingepakt met isolatie en nieuwe gevel, vandaar dat dit bouwvlak met 150 centimeter in westelijke richting is verlegd. C.
Aan de kopgevel van blok BZ ontbreekt bij transformatie ruimte om de beukmaat van de bestaande constructie door te kunnen zetten. Dit gaat ten koste van de programmatische invulling van dit bouwblok. Derhalve is dit bouwvlak met 160 centimeter in westelijke richting verlegd.
48
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
5.2
Economische uitvoerbaarheid
5.2.1
Grondexploitatiewet
Doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. Het bouwplan is aan te merken als bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit omgevingsrecht. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin kostenverhaal is geregeld. Hierdoor zijn de kosten anderszins verzekerd en kan worden afgezien van een exploitatieplan.
49
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Hoofdstuk 6
Juridische regeling
In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende planregels van een nadere toelichting voorzien. Qua vormgeving en planregels is voor zover mogelijk aangesloten bij de SVBP2012 en de binnen de gemeente Gouda gehanteerde bestemmingsplanregels en begripsbepalingen.
6.1
Inleiding
Het bestemmingsplan 'PWA Kazerne, Gouda’ dient te voldoen aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Daarnaast dient het bestemmingsplan te voldoen aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Deze ministeriële regeling heeft met name invloed op de vorm van het bestemmingsplan. Zo zijn in deze ministeriële regeling hoofdgroepen van bestemmingen opgenomen en worden er standaard regels voor de begrippen en de wijze van meten gegeven. In dit hoofdstuk worden de van het bestemmingsplan deel uitmakende voorschriften van een nadere toelichting voorzien. De bij dit plan behorende voorschriften zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels. 2. Bestemmingsregels. 3. Algemene regels. 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 worden de op de plankaart aangegeven gedetailleerde bestemmingen omschreven en worden per bestemming de bouwregels vermeld. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels die gelden voor het gehele bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels.
6.2
Plansystematiek
6.2.1
Verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis. 6.2.2
Regels
6.2.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Artikel 1 bevat een uitleg van de begrippen die in de planregels voorkomen. Artikel 2 bepaalt de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Door het geven van begripsomschrijvingen en aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid verkleind en daardoor de duidelijkheid en rechtszekerheid vergroot.
50
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 6.2.2.2 Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In het bestemmingsplan 'PWA Kazerne, Gouda' komen de volgende bestemmingen voor: Wonen Deze enkelbestemming maakt de bouw van woningen en enkele maatschappelijke voorzieningen mogelijk, zoals omschreven in hoofdstuk 2. De regels zijn onderverdeeld in o.a. gebruiksregels en bouwregels. Leiding - Water Deze dubbelbestemming regelt een bijzonder belang dat eerst afgewogen dient te worden alvorens de onderliggende bestemming mag worden toegepast. Er gelden hier dus twee bestemmingen, waarbij de dubbelbestemming voor gaat op de onderliggende bestemming. Concreet betekent dit voor de bestemming "Leiding" dat het belang van de leiding die in de grond aanwezig is, primair wordt gesteld. Binnen deze bestemming mag pas gebouwd worden als voldaan wordt aan de eisen die de leidingbeheerder stelt. 6.2.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene procedureregels en overige regels.
6.2.2.4 Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan. In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.
51
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlagen bij toelichting
52
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 1
Parkeer- en verkeersonderzoek
53
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 2
54
Schaduwwerking
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 3
Archeologisch bureauonderzoek
55
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 4
56
Archeologisch verkennend booronderzoek
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 5
Cultuurhistorische verkenning met waardestelling
57
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 6
58
Bodemonderzoek
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 7
Memo geluid padel en parkeren
59
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 8
60
Akoestisch onderzoek
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 9
Watertoets
61
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 10
62
AERIUS-berekening
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 11
Quickscan flora en fauna
63
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 12
64
Nader vleermuisonderzoek
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 13
Nader gierzwaluwonderzoek
65
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 14
66
Nader onderzoek huismus
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 15
Verkeersveiligheid fietsstraat
67
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 16
68
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 17
Participatierapport
69
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Regels
70
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda met identificatienummer NL.IMRO.0513.PWA-DF01 van de gemeente Gouda. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3
verbeelding
de verbeelding van het bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda, bestaande uit de kaart met identificatienummer NL.IMRO.0513.PWA-DF01; 1.4
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
ander bouwwerk
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder dak. 1.7
archeologische waarde
De aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden, tenminste ouder dan 50 jaar. 1.8
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9
bebouwingspercentage
De bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden. 1.10
bed & breakfast
Een aan de woonfunctie ondergeschikte verblijfsvoorziening, bestaande uit het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf in de woning en/of bijbehorende gebouwen. Een bed & breakfast wordt gerund door de hoofdbewoner(s) van de woning. 1.11
bedrijfsmatige activiteiten in of bij een woning
het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving;
71
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 1.12
beroepsmatige activiteiten in of bij een woning
het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.13
bestaand
a. Met betrekking tot bebouwing: legale bebouwing die op tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning. b. Met betrekking tot gebruik: het legale gebruik van grond en bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel toegestaan krachtens een omgevingsvergunning. 1.14
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.15
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.17
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.19
bouwlaag, laag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond; hieronder wordt niet begrepen: a. een onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 m boven peil is gelegen; b. een vide, waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van de onderliggende laag; c. een zolder, waarvan de oppervlakte, voor zover de bouwhoogte groter is dan 1,5 m, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag. 1.20 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21
bouwperceelgrens
Een grens van een bouwperceel. 1.22
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
72
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 1.23
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de aarde. 1.24
buurtontmoetingsplek
Een openbaar gebouw in een wijk dat zich richt op het bijdragen aan de integrale leefkwaliteit van de buurt. In het openbaar gebouw kunnen buurtactiviteiten worden georganiseerd. 1.25
cultuurhistorische waarde
De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt. 1.26
dakkapel
Een verticaal raamkozijn in een schuin dak, voorzien van eigen dak en zijwanden, welke constructie uitsluitend als dakkapel wordt aangemerkt indien de oppervlakte van de dakkapel geringer is dan de oppervlakte van het dakvlak en zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt. 1.27
dakopbouw
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok en/of de goot van het dak waardoor de bouwhoogte van het gebouw toeneemt. 1.28
dakvlak
een hellend vlak in een dak. 1.29
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, in hoofdzaak aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30
escortbedrijf
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; 1.31
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32
gezondheidscentrum
Centrum waarin diverse zorgverlenende instanties en daarmee gelijk te stellen diensten gehuisvest zijn zoals huisartsenzorg, apotheker, fysio- en overige therapeuten, diagnostici, verlos- en verpleegkundigen, ziekenverzorging, maatschappelijk werk en wijkverpleging en waarin geen onzelfstandige of zelfstandige woonvormen zijn toegelaten en geen overnachtingen dan wel andere geluidgevoelige functies plaatsvinden. 1.33
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een perceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste gebouw valt aan te merken.
73
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 1.34
horecabedrijf
een bedrijf, dat in zijn algemeenheid is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, op het ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. In dit plan worden de volgende categorieën van horecabedrijven onderscheiden: horeca, categorie I: een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen (winkelondersteunende horeca). In het bedrijf worden overwegend niet ter plaatse bereide kleine etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank verstrekt; hieronder worden in ieder geval begrepen lunchrooms, koffie- en theehuizen en ijssalons. horeca, categorie II: a. een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (maaltijdverstrekkers). De nadruk ligt op de dag- en (vroege) avondfunctie (keuken open van ca. 17:00 tot 22:00 uur). Hieronder worden in ieder geval begrepen: restaurants, bistro's en crêperies. b. een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide (kleine) etenswaren (spijsverstrekkers). Hieronder worden in ieder geval begrepen: snackbars, cafetaria's, fastfoodketens, grillrooms, automatieken en snelbuffetten.
horeca, categorie III: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse (drankverstrekkers). De nadruk ligt vooral op de avond en nacht. Hieronder worden in ieder geval begrepen: cafés, bars en brasserieën. horeca, categorie IV: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Hieronder worden in ieder geval begrepen: discotheken, bardancings, zaalverhuurlocaties en partycentra. horeca, categorie V: een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf al dan niet gecombineerd met een café en/of restaurant. Hieronder worden in ieder geval begrepen: hotels, pensions en overige logiesverstrekkers. 1.35
hospitaverhuur
Ondergeschikte kamerverhuur op niet professionele basis. De hoofdbewoner is de verhuurder van de kamer(s) en is woonachtig op het adres en is ingeschreven in de gemeentelijke basis administratie. 1.36
huishouden
Een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economischconsumptieve eenheid vormen. Van een huishouden is slechts sprake indien er bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners is. Ook mantelzorg-relatie kan worden aangemerkt als een huishouden. 1.37
kamerverhuur
Het verhuren van onzelfstandige woonruimte. Voor de toepassing van deze regels wordt het bewonen van zelfstandige woonruimte door meer dan één huishouden eveneens als kamerbewoning/kamerverhuur beschouwd. 1.38
kunstwerk
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.
74
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 1.39
logies/ logiesfunctie
Alle vormen van logies/ verhuur met commerciële doeleinden van de gehele woning voor kortdurend, toeristisch verblijf aan derden. 1.40
luifel
Een constructie bestaande uit een dak met maximaal 1 zijwand. 1.41
maaiveld
De gemiddelde hoogte van het bestaande terrein grenzende aan de gevels. 1.42
maatschappelijke voorzieningen
overheids-, medische, educatieve, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, recreatieve en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, alsmede voorzieningen ten behoeve van sportbeoefening, kinderdagverblijven, kinderopvang en zorg, waaronder wonen met zorgvraag en bijzondere woonvormen; 1.43
nutsvoorziening
Een voorziening voor de telecommunicatie en de gas-, water-, en elektriciteitsdistributie en voor soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten worden begrepen. Onder nutsvoorzieningen worden ook begrepen bouwwerken voor koude- en warmteopslag, het opladen van accu's van voertuigen met een elektromotor en containers voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. 1.44
ondergeschikte bouwdelen
bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteekt, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, liftopbouwen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevelen kroonlijsten, balkons, overstekende daken, airco kasten en warmtepompen; 1.45
ondergeschikte horeca
ondergeschikte horeca een horeca-activiteit die ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdactiviteit en waarvan de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; 1.46
onderkomen
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.47
onzelfstandige woonruimte
Woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij keuken, toilet en badkamer als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt. 1.48
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.49
peil
1. De kruin van de dichtstbij gelegen weg, als de (voor)gevel van het gebouw of het bouwwerk, geen gebouw zijnde, geheel of gedeeltelijk is gelegen op een afstand van 10 m of minder van die weg; 2. De gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende maaiveld vóór het bouwrijp maken, als de (voor)gevel van het gebouw of het bouwwerk, geen gebouw zijnde, is gelegen op een afstand van meer dan 10 m van de dichtstbij gelegen weg; 3. Indien het bepaalde onder 1 of 2 niet voldoende concreet is te bepalen, het door of namens burgemeester en wethouders aan te geven peil.
75
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 1.50
prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon of meerdere personen tegen vergoeding. 1.51
seksautomatenhal
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of liveshows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven. 1.52
seksbioscoop/-theater
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven. 1.53
seksinrichting
De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.54
sekswinkel
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarbinnen hoofdzakelijk (minimaal 70% van de vloeroppervlakte) goederen van erotisch-pornografische aard worden verkocht of verhuurd. 1.55
veranda
een ten opzichte van het maaiveld verhoogde vlonder met eventueel lage afscheiding en/ of een openconstructie daarboven. 1.56
voorgevel
De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, als een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel. 1.57
voorgevelrooilijn
De voorgevelrooilijn als in de Bouwverordening, tenzij dit anders is aangegeven in het bestemmingsplan. 1.58
wonen/ woondoeleinden
Het duurzaam gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid conform de onderhavige begripsbepaling. 1.59
woning/ wooneenheid
Een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
76
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Artikel 2
Wijze van meten
2.1
Gebouwen en bouwwerken
2.1.1
Afstand tussen gebouwen:
De kortste afstand tussen de buitenwerkse maten van de gebouwen. 2.1.2
Afstand tot de (zijdelingse) bouwperceelgrens:
De kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de bouwperceelgrens. 2.1.3
De bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.4
De breedte van een gebouw:
Tussen de buitenwerkse maten en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.1.5
De dakhelling:
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.6
De goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.1.7
De oppervlakte van een bouwwerk:
Tussen de buitenwerkse maten en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschaften, airco kasten, warmtepompen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van buitenwerkse maten, bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt. 2.3
Maatvoering
Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. voor lengten in meters (m); b. voor oppervlakten in vierkante meters (m²); c. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); d. voor verhoudingen in procenten (%); e. voor hoeken/hellingen in graden (º). 2.4 Meten Bij de toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van de aangegeven lijn.
77
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen en in samenhang daarmee voor de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten in of bij een woning en beroepsmatige activiteiten in of bij een woning; b. maatschappelijke voorzieningen, zoals een gezondheidscentrum, museum met ondergeschikte horeca en een buurtontmoetingsplek, met een maximaal bruto vloeroppervlak van 2.700 m 2. c. tuinen en erven; d. groenvoorzieningen en water; e. speelvoorzieningen; f. (gebouwde) fietsenstallingvoorzieningen; g. (gebouwde) parkeervoorzieningen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. straatmeubilair; k. bijbehorende (ontsluitings)wegen, straten en paden; 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. woningen in de vorm van gestapelde en grondgebonden woningen zijn toegestaan; 2. het maximum aantal woningen bedraagt 222; 3. minimaal 30% van het totaal aantal woningen dient te worden gerealiseerd als sociale huurwoning; 4. minimaal 10% van het totaal aantal woningen dient te worden gerealiseerd als middenhuurwoning; 5. minimaal 15% van plangebied wordt openbaar toegankelijk groen; 6. voorzieningen behorende bij parkeervoorzieningen zijn toegestaan binnen en buiten het bouwvlak; 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; b. gebouwen mogen worden gebouwd tot een maximale goot- en bouwhoogte zoals op de verbeelding is aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' en 'maximum goothoogte (m); c. de afstand tussen hoofdgebouwen bedraagt tenminste 8,5 meter; d. alvorens een omgevingsvergunning, gericht op (bouw)werkzaamheden in het kader van de doeleinden zoals bedoeld in 3.1 verleend kan worden, zal worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen, zoals bepaald in Artikel 9 Overige regels. e.
in afwijking van het bepaalde onder a is de bouw van balkons en andere ondergeschikte bouwdelen van gebouwen buiten het bouwvlak toegestaan; 3.2.3 Veranda Ter plaatse van de aanduiding 'specifiek vorm van wonen - veranda' is een Veranda toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 3 meter.
78
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 3.2.4 Bijbehorend bouwwerk - trap Een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een entree trap is toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd mits: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van vogelnestkasten niet meer bedraagt dan 5 meter; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 m. 3.3 Nadere eisen 3.3.1
Afmetingen van bebouwing
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. een goed windklimaat; en f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. 3.2.2 onder b en toestaan dat de bouwhoogte van een gebouw wordt vergroot met maximaal 2 m. 3.4.1 Afwegingskader Een in lid 3.4 genoemde omgevingsvergunning kan alleen worden verleend als geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. d. de verkeersveiligheid; e. de brandveiligheid; f. de externe veiligheid; g. de sociale veiligheid. 3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1
Beroepsmatige activiteiten
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het medegebruik van woningen en/of bijgebouwen als praktijkruimte voor beroepsmatige activiteiten en bedrijfsmatige activiteiten, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte gebruikt voor beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten niet meer mag bedragen dan 35% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 50 m²; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; c. geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt in de omgeving; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein; e. de beroepsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; f. geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de beroepsmatige activiteiten;
79
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 3.5.2 Gebruik woning door één huishouden a. Tot een gebruik in strijd met de bestemmingen wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; 2. het gebruik van de woning voor bedrijfsmatige kamerverhuur of onzelfstandige woonruimte. b. Tot een gebruik niet in strijd met de bestemmingen wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van de woning voor hospitaverhuur van maximaal twee kamers aan maximaal twee huishoudens ten behoeve van woondoeleinden. 3.5.3
Gebruik bed & breakfast
Het gebruik van een woning voor het verhuren van kamers ten behoeve van een bed & breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft als primaire functie gehandhaafd; b. de bed & breakfast is ingeschreven in het register voor toeristische verhuur; c. de bed en breakfast mag alleen gebruikt worden voor recreatief en zakelijk toerisme; d. er kunnen maximaal 2 kamers in gebruik worden genomen als bed & breakfast; e. het aantal personen dat gelijktijdig gebruik maakt van de bed & breakfast mag maximaal 4 personen bedragen; f. personen mogen maximaal 21 nachten achtereen gebruik maken van de bed & breakfast; g. de kamers maken onderdeel uit van het hoofdgebouw of bijgebouw van de woning; h. de bed & breakfast wordt door de hoofdbewoner uitgeoefend en deze blijft ook als woning aanwezig tijdens het verblijf van gasten; i. er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor auto en fiets; j. de kamers mogen na beëindiging van de bed & breakfast niet functioneren als zelfstandige wooneenheid. 3.5.4
Gebruik logiesfuncties of vakantieverhuur volledige woning
Het gebruik van de woning als logiesfunctie (vakantieverhuur van volledige woning), is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft als primaire functie gehandhaafd; b. de woning is als logiesfunctie ingeschreven in het register voor toeristische verhuur; c. het aantal personen dat gelijktijdig gebruik maakt van de logiesfunctie mag maximaal 6 bedragen; d. de woning mag maximaal 60 dagen per kalenderjaar worden verhuurd als logiesfunctie; e. de verhuur van de woning wordt door de hoofdbewoner uitgeoefend die op het betreffende adres staat ingeschreven in de basisregistratie personen; f. de hoofdbewoner heeft toestemming van de rechtmatige eigenaar en/of VVE voor het verhuren van de woning; g. de hoofdbewoner zorgt voor toezicht tijdens het verblijf van de gasten en is bereikbaar bij calamiteiten of overlast; h. de logiesfunctie mag geen nadelige invloed uitoefenen op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen veroorzaken in de directe omgeving. 3.5.5
Afwijking voor kamerverhuur of onzelfstandige woonruimte
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.5.2 sub b voor kamerverhuur of onzelfstandige woonruimte, mits: a. de onzelfstandige woonruimte gevestigd wordt binnen een woning met een bestemming 'Wonen'; b. het totaal aantal onzelfstandige woonruimtes niet meer dan vier per woning is; c. een onzelfstandige woonruimte een minimale gebruiksoppervlakte van 12 m² heeft; d. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad. Deze belangen worden aantoonbaar meegenomen in de aanvraag; e. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en motoren; f. er wordt voorzien in voldoende ruimte voor (brom- en snor-)fietsen en containers voor huishoudelijk afval op eigen terrein ten behoeve van bewoners van de woning.
80
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda 3.5.6 Voorwaardelijke verplichting openbaar groen a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen” wordt niet eerder verleend dan nadat in de omgevingsvergunningaanvraag is aangetoond dat de beleidsregels, zoals bepaald in de Structuurvisie Groen, welke als Bijlage 1 bij de regels is toegevoegd, in acht zijn genomen, waaraan wordt geacht te zijn voldaan indien ter plaatse van minimaal 15% van de oppervlakte van het plan openbaar groen wordt aangelegd en in stand gehouden; b. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 3.1 sub a is niet toegestaan, als het in lid 3.5.6 sub a genoemde minimale oppervlakte van het plan niet als openbaar groen wordt aangelegd en in stand gehouden. 3.5.7
Voorwaardelijke verplichting geluid wegverkeer
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen wordt slechts verleend indien voorzien is in een bouwkundige constructie met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de gecumuleerde geluidsbelasting van wegverkeer inclusief 30 km/u wegen van die constructie en 33 dB. 3.5.8
Voorwaardelijke verplichting geluid inrichtingen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – voorwaardelijke verplichting' wordt slechts verleend als in de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege geluid als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie van een inrichting. Hiervan is sprake als: a. uit akoestisch onderzoek blijkt dat binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van een woning de geluidsniveaus niet meer bedragen dan: 1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau: 35 dB(A) in de dagperiode 30 dB(A) in de avondperiode 25 dB(A) in de nachtperiode 2. Voor het maximaal geluidsniveau: 55 dB(A) in de dagperiode 50 dB(A) in de avondperiode 45 dB(A) in de nachtperiode
81
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Artikel 4
Leiding - Water
Artikel 4
Leiding - Water
4.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een waterleiding met de daarbij behorende bouwwerken en andere werken, met de hartlijn van de leiding uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - water'. 4.2
Bouwregels
a. Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de dubbelbestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m. b. Ten dienste van de andere daar voorkomende bestemming moge geen bouwwerken worden gebouwd. 4.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de aangegeven onderliggende bestemmingen, op voorwaarde, dat: a. de belangen met betrekking tot de betrokken leidingen dit toelaten; b. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leiding. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk 4.4.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 4.4.2 is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren op en in de gronden als bedoeld in artikel 4.1: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het permanent opslaan van goederen. 4.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in artikel 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud conform de toegekende bestemmingen b. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen vergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen volgens een verleende vergunning; c. die graafwerkzaamheden vormen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.
4.4.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen: a. de veiligheid met betrekking tot de waterleiding niet wordt geschaad; b. vooraf schriftelijk advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.
82
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen
Vlaggenmasten, antennemasten, schoorstenen en dergelijke, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale bouwhoogte met niet meer dan 8 m overschrijden. 6.2
Dakopbouwen ten behoeve van bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties
Voor dakopbouwen gelden de volgende regels: a. dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van het dakoppervlak van het gebouw waarop zij worden geplaatst; b. de maximale bouwhoogte van dakopbouwen bedraagt 3,5 meter; c. onder dakopbouwen als bedoeld in dit plan worden in ieder geval verstaan dakopbouwen ten behoeve van: 1. noodtrappen; 2. bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties; 3. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; 4. overige technische installaties. 6.3 Onderkeldering 6.3.1
Bouwregels
Voor de bouw zijn de bestemmingsplanregels ten aanzien van de toelaatbaarheid, aard, omvang en situering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ondergrondse bouw uitsluitend is toegestaan: a. onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, mits gebouwd wordt tussen peil en 3,5 m onder peil; b. voor ondergrondse funderingen en ondergrondse andere bouwwerken, mits de bouwgrens met niet meer dan 1,5 m wordt overschreden; 6.3.2 Afwijking van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 6.3.1 onder a. ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, mits: a. de bouwhoogte van kelders ten minste 0,1 m beneden peil bedraagt; b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en de openbare weg ten minste 1 m bedraagt, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijperceelsgrens mag worden gebouwd; c. kelders niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel. 6.4 Vluchttrap Een vluchttrap ten behoeve van (brand)veiligheid bij gestapelde woningen is toegestaan, mits: a. de vluchttrap in het achtererfgebied wordt gebouwd; b. de aangegeven bouwgrens met ten hoogste 4,5 m wordt overschreden, indien buiten het bouwvlak wordt gebouwd; c.
de bouwhoogte maximaal 1,5 m meer bedraagt dan de maximaal toegestane bouwhoogte van het aangrenzende gebouw waartoe de vluchttrap dient.
83
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een met de bestemmingen strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik: a. van onbebouwde gronden voor: 1. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; 2. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met: het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; het opslaan of storten van afval- en meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen. b. van bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, detailhandel en een horecabedrijf, voor zover zulks niet expliciet is toegestaan ingevolge de bestemmingsregels.
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels ten behoeve van: a. een afwijking ten aanzien van de voorgeschreven bouwhoogte van gebouwen, bouwhoogte van andere bouwwerken, grondoppervlakte van bebouwing, onderlinge afstand tussen gebouwen, afstand tot perceelsgrenzen en overige aanduidingen, mits deze afwijkingen niet meer bedragen dan 10% van de in het plan voorgeschreven maten, afstanden, oppervlakten en percentages; b. het bouwen van andere bouwwerken, zoals vlaggenmasten, artistieke kunstwerken, antennes e.d. tot een bouwhoogte van 15 m, mits belangen van derden niet in onevenredige mate worden aangetast; c. het overschrijden van de aangegeven bouw- en bestemmingsgrenzen met ten hoogste 0,8 m, indien het erkers, luifels en dergelijke ondergeschikte bouwdelen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken betreft; d. het overschrijden van de aangegeven bouw- en bestemmingsgrenzen met ten hoogste 2,5 m, indien het balkons en galerijen betreft; e. het overschrijden van de aangegeven bouw- en bestemmingsgrenzen met ten hoogste 1,5 m, indien het hijsinrichtingen, laadbruggen, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame en kelderingangen of kelderkoekoeken betreft.
84
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Artikel 9 9.1
Overige regels
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
a. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's overeenkomstig de beleidsregels 'Mobiliteitsplan Gouda 2017 – 2026' en 'Parkeerplan Gouda 2020' in voldoende mate ruimte zijn aangebracht en in stand gehouden in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; b. Aan het bepaalde in 9.1 sub a wordt geacht te zijn voldaan indien bij verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' vast staat dat het aantal parkeerplaatsen ten minste overeenkomt met het aantal parkeerplaatsen dat voor het betreffende gebied en de betreffende functie(s) benodigd is, overeenkomstig de passende parkeernormen uitgewerkt in het onderzoek van Goudappel Parkeer- en verkeersonderzoek PWA-kazerne (Bijlage 1). c. De in 9.1 sub a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto’s, inclusief de rijwegen om deze ruimten te bereiken, moet redelijkerwijs bereikbaar zijn per auto en onafhankelijk van andere parkeerruimten kunnen functioneren. Voorts moet deze ruimte afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: 1.
indien de desbetreffende afmetingen in overeenstemming zijn met het bepaalde in NEN 2443, uitgave 2000, de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2012 van het CROW) en de CROW publicatie 293 Ontwerpwijzer parkeergarages. wat betreft de in de bijlage opgenomen afmetingen van parkeerwegen; 2. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte in overeenstemming is met de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2012 van het CROW) en de CROW-publicatie 337 Richtlijn toegankelijkheid. d. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in de behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort. e. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van fietsen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. f.
Aan het bepaalde in lid 9.1 sub e wordt geacht te zijn voldaan indien bij verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' vast staat dat het aantal parkeerplaatsen ten minste overeenkomt met het aantal parkeerplaatsen dat voor het betreffende gebied en de betreffende functie(s) benodigd is, overeenkomstig de passende parkeernormen uitgewerkt in het onderzoek van Goudappel Parkeer- en verkeersonderzoek PWA-kazerne (Bijlage 1). 9.2 Afwijken parkeernormen a. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 9.1 sub a en het bepaalde in 9.1 sub d: 1. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. In het geval in het openbaar gebied wordt voorzien in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte is het uitsluitend toegestaan op grond van dit onderdeel ontheffing te verlenen indien het naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs fysiek onmogelijk of uit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst is op eigen terrein in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte te voorzien, of 2. in situaties waar het algemeen belang is gediend kan van de parkeernorm worden afgeweken. De gemeente kan in voorkomende gevallen maatwerk bieden. 9.3
Wijziging parkeernormering
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bepaalde in 9.1 wijzigen indien nieuw gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’ is vastgesteld.
85
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
10.1.1 Bouwen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.1.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 10.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1.1 met maximaal 10%. 10.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik
10.2.1 Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.2.2 Verbod verandering strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.2.3 Verbod hervatting strijdig gebruik Als het gebruik, bedoeld in lid 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.2.4 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als regels van het bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda.
86
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlagen bij regels
87
bestemmingsplan PWA Kazerne, Gouda
Bijlage 1
88
Structuurvisie Groen