CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ruimtelijke motivatie GHZ

Raadsvergadering 24 september 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Omgevingsvergunning Groene Hart Ziekenhuis25.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

OMGEVINGSVERGUNNING MOTIVERING BOPA GROENE HART ZIEKENHUIS FASE 2 versie 6 30-5-2025

ruimte voor ideeën

Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2

Inhoudsopgave Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging projectgebied 1.3 Te doorlopen vergunningprocedure 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het project 2.1 Huidige situatie 2.2 Relevante regels omgevingsplan 2.3 Toekomstige situatie 2.4 Juridische activiteiten 2.5 Milieueffectrapportage

9 9 10 11 14 16

Hoofdstuk 3 Participatie 3.1 Algemeen aanvraagvereiste participatie 3.2 Vooroverleg, participatie en aanvraag

17 17 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader en toetsing daarvan 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Gemeente Gouda 4.5 Hoogheemraadschap

19 19 19 19 20 23

Hoofdstuk 5 Beoordelingsregels waaronder instructieregels 5.1 Inleiding 5.2 Waarborgen van de veiligheid 5.3 Beschermen van de waterbelangen 5.4 Beschermen van de gezondheid en van het milieu 5.5 Kwaliteit van de buitenlucht 5.6 Geluid door activiteiten 5.7 Geluid door wegen 5.8 Bodemkwaliteit 5.9 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 5.10 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.11 Mobiliteit en parkeren 5.12 Ecologie: soortenbescherming en gebiedsbescherming 5.13 Licht en windhinder

25 25 26 28 28 29 30 31 31 33 34 35 36 37

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

39

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

41

Bijlagen bij motivering

43

Bijlage 1

Memo groen dak

44

Bijlage 2

Brandveiligheid - aanvraag omgevingsvergunning

47

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

2 - 701

Bijlage 3

Luchtkwaliteit onderzoek

77

Bijlage 4

Stikstof aanlegfase

139

Bijlage 5

Stikstof gebruiksfase

161

Bijlage 6

Geluid door activiteiten

185

Bijlage 7

Geluid wegverkeerslawaai

408

Bijlage 8

Geluid wegverkeerslawaai oplegnotitie bouwdeel Q

464

Bijlage 9

Archeologisch onderzoek

591

Bijlage 10

Verkeerskundige beschouwing

621

Bijlage 11

Ecologische quickscan

665

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

3 - 701

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

4 - 701

Motivering Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding GHZ is hét ziekenhuis van en voor de inwoners en zorgprofessionals van Midden- Holland. Het GHZ is stevig geworteld in Midden-Holland en is het ziekenhuis van en voor inwoners en zorgprofessionals in de regio. De betrokken medewerkers zetten zich in voor mensgerichte zorg, afgestemd op de behoeften van de patiënt. Belangrijk voor de toekomstplannen van het GHZ is de verbouwing van het ziekenhuis. De eerste nieuwe gebouwen worden tussen 2025 en 2031 gefaseerd gerealiseerd. Deze verandering heeft veel impact en zal een andere manier van werken met zich meebrengen. Dit biedt de mogelijkheid om na te denken over de manier waarop de stijgende zorgvraag opgevangen kan worden. De modernisering en optimalisatie van het ziekenhuis maakt niet alleen een betere patiënt ervaring mogelijk, maar faciliteert ook een efficiëntere inzet van middelen en personeel. Met het meerjarenprogramma Route '31 wordt vorm gegeven aan de noodzakelijke vernieuwing van de zorgorganisatie en een grootschalige verbouw. De strategische programma's Fit!, Zorginnovatie & eHealth en Patiëntenparticipatie dragen eraan bij de medisch specialistische zorg in onze regio ook in de toekomst beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk te houden. Vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt beoogd de stijging van zorgkosten in evenwicht te houden met andere publieke uitgaven.

Tegelijkertijd zijn er kansen in innovatie en technologie. Het streven is dan ook om op creatieve en wendbare wijze doelmatige zorg op de juiste plaats te bieden Het GHZ anticipeert proactief op in- en externe ontwikkelingen. Samenwerking met patiënten en netwerk partners is daarbij essentieel. Samenwerking vormt een integraal onderdeel van de visie op duurzame en toekomstbestendige, kwalitatieve gezondheidszorg. We realiseren ons dat een gezamenlijke aanpak noodzakelijk is om de groeiende zorgvraag, de toenemende complexiteit en de uitdagingen op de arbeidsmarkt aan te kunnen. Scope van deze aanvraag omgevingsvergunning Het initiatief waarvoor de bopa nodig is past binnen het kavelpaspoort dat de gemeente samen met GHZ voor het ziekenhuisterrein heeft opgesteld (zie paragraaf 2.3.1). In hoofdstuk 2 wordt de integrale aanpak van de gebouwen op het terrein beschreven. Daarmee wordt inzicht geboden in de totale integrale aanpak van GHZ. Ook de onderzoeken zijn vanuit oogpunt van integraliteit uitgevoerd voor het totale project. Voor deze motivering is het echter van belang dat de omgevingsvergunning alleen betrekking heeft op Stap 2 uit het meerjarenprogramma Route 31. De beschrijving van het integrale plan (Route '31) alsook de onderzoeksresultaten zijn dus niet altijd relevant voor de realisatie van het facilitair gebouw, maar bieden wel inzicht in het geheel.

In de desbetreffende hoofdstukken (paragraaf 2.3 en hoofdstuk 5) zullen we zo goed mogelijk de relevantie ten aanzien van het facilitair gebouw benoemen.

1.2 Ligging projectgebied Het plangebied bestaat uit een geheel met verschillende fasen. Onderstaand staat het gehele plangebied weergegeven waarvan de stap 2 deel uitmaakt.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

5 - 701

Afbeelding ligging Groene Hart Ziekenhuis in Gouda

Afbeelding Totale plangebied

Afbeelding stap 2

Het plangebied waarop deze motivering van toepassing is ligt in Gouda ten zuiden van de Büchnerweg (zie afbeelding). Het betreft (delen van) de percelen, kadastraal bekend als gemeente Gouda sectie H nummers 2001 en 2002, met een totale oppervlakte van 2.860 m².

1.3 Te doorlopen vergunningprocedure De Omgevingswet gaat uit van snelle en eenvoudige procedures voor alle vergunningen die verleend moeten worden. Daarom is de hoofdregel dat een bopa met een reguliere procedure wordt verleend. Alleen in uitzonderingsgevallen is de uitgebreide procedure van toepassing. In onderstaand schema zijn de opties voor het mogelijk maken van een initiatief in beeld gebracht. In het onderstaande schema wordt als 'initiatief' bedoeld de realisatie van gebouw Q en aanpassingen aan het buitenterrein.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

6 - 701

Afbeelding opties faciliteren initiatief Omgevingsvergunning Omgevingsplanactiviteit (opa) Een omgevingsvergunning OPA kan uitsluitend worden verleend als daarvoor een mogelijkheid is opgenomen in het vigerende plan. In paragrafen 2.2 en 2.3 is gemotiveerd welke activiteiten met een OPA kunnen worden verleend. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit - bopa Met een bopa-omgevingsvergunning wordt afgeweken van het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat ruimtelijke regels en zo nodig regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Van al deze regels kan voor een concreet initiatief een eenmalige uitzondering gemaakt worden met een bopa. Reikwijdte bopa Het bevoegd gezag mag een bopa verlenen indien: er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: etfal); er wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Een bopa is toepasbaar voor initiatieven waarbij het niet nodig is om: de regels van naastgelegen percelen aan te passen; mogelijkheden in het omgevingsplan te schrappen of bestaande regels te wijzigen; wanneer een ontwikkeling toegestaan moet worden die vraagt om het vaststellen van geluidproductieplafonds (als omgevingswaarde). een veiligheidscontour aan te wijzen (om te voldoen aan de regels inzake veiligheid). Dat is in dit initiatief niet nodig, hetgeen nader is gemotiveerd in paragraaf 5.2.

Gefaseerde bopa Tot eind 2031 bevat artikel 12.27a Bkl een beoordelingsregel die het mogelijk maakt om bopa's gefaseerd te verlenen. Een initiatief voldoet op grond van dit artikel ook aan een etfal wanneer de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende bopa. Hierdoor kan eerst met een bopa een "planologisch" basisbesluit genomen worden waartegen beroep openstaat bij de bestuursrechter. Daarin kan bijvoorbeeld toestemming op hoofdlijnen gegeven worden voor het initiatief: voor de activiteiten, de plaatsing van het bouwblok, de bouwhoogte en het bouwvolume. Op een later moment kan dan conform die hoofdlijnen een nader uitgewerkte aanvraag ingediend worden om met een tweede bopa de feitelijke bouwactiviteiten toe te staan. Tegen die tweede bopa staat ook beroep open bij de bestuursrechter. Als in de eerste bopa iets al uitdrukkelijk is toegestaan, hoeft niet opnieuw te worden afgewogen of het uitgewerkte plan op dat punt aan een etfal voldoet. Omdat hier sprake is van een plan met impact op de fysieke leefomgeving is er gekozen voor deze fase wel voor een uitgebreide procedure te kiezen. Conclusie De activiteiten zoals die staan beschreven in paragraaf 2.3 en 2.4 kunnen met een OPA alsmede een (gefaseerde) bopa worden vergund. Nadat de bouwplannen volledig uitgewerkt beschikbaar zijn wordt de 2e fase bopa aangevraagd.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 hoe hebben vooroverleg en participatie plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het ontwerp van

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

7 - 701

het project op de locatie. Hoofdstuk 4 toetsing van het project aan relevant beleidskader. Hoofdstuk 5 toetsing van het project aan de relevante beoordelingsregels. Hoofdstuk 6 bevat de financiële aspecten van het project. Hoofdstuk 7 evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: etfal).

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

8 - 701

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het project

2.1 Huidige situatie Deze paragraaf geeft met een afbeelding inzicht op de locatie aanwezige bouwwerken en hetgeen in deze bopa wordt aangevraagd (Stap 2 Facilitair gebouw). De huidige situatie kent 3 verschillende typen gebouwen (zie onderstaande afbeelding). Het eerste is de 'bestaande bouw (nieuw)', dat nu ruim 10 jaar in gebruik is. Het tweede is het 'poligebouw (gebouw F)' van bijna 20 jaar oud. De derde is de 'bestaande bouw (oud)' welke verschillende leeftijden heeft maar waarvan het grootste gedeelte ruim 50 jaar oud is. Dit waren de eerste gebouwen die het oorspronkelijke ziekenhuis vormden. In de loop van de tijd zijn aan dit oudste deel van het ziekenhuis wel nieuwe toevoegingen gedaan.

Afbeelding huidige situatie GHZ

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

9 - 701

Afbeelding omgevingsplan Boemendaal (uitsnede)

2.2 Relevante regels omgevingsplan Ter plaatse van het initiatief geldt het omgevingsplan gebied 'Bloemendaal'. Het initiatief vindt plaats binnen de gronden 'Maatschappelijk', deze gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. nutsvoorzieningen. In afwijking van het bovenstaande zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding "gezondheidszorg" uitsluitend bestemd voor bedrijven en instellingen in de gezondheidszorg. Nutsvoorzieningen ten behoeve van het ziekenhuis zijn derhalve toegestaan. Bouwregels Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd het beoogde facilitair gebouw ligt buiten binnen de aangegeven bouwvlakken; het bouwvlak b. indien binnen een bouwvlak de aanduiding de locatie ligt buiten het aangeduide "maximale bebouwingspercentage" is opgenomen, de bebouwingspercentage, niet van maximale oppervlakte aan bebouwing binnen het toepassing. bouwvlak niet meer mag bedragen dan aangegeven; c. de goothoogte van gebouwen niet meer mag niet van toepassing wegens het bedragen dan 6 m, tenzij binnen een bouwvlak, of ontbreken van een bouwvlak een gedeelte daarvan, anders is aangegeven; d.

de hoogte van gebouwen niet meer mag bedragen niet van toepassing wegens het dan 10 m, tenzij binnen een bouwvlak, of een ontbreken van een bouwvlak gedeelte daarvan, anders is aangegeven;

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

10 - 701

e.

f.

De hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer Ter afscherming van het milieuplein is mag bedragen dan: er een muur met een hoogte van 2,00 - op de gronden voor de naar de openbare weg meter noodzakelijk. De muur maakt gekeerde gevel: 1 m; vooralsnog geen deel uit van deze - voor het overige 2 m; etfal-motivering de hoogte van overige andere bouwwerken niet niet van toepassing meer mag bedragen dan 3 m. In afwijking van het bepaalde in lid 11.2.1 onder a niet van toepassing mogen buiten het bouwvlak nutsgebouwtjes worden gerealiseerd met een oppervlakte van ten hoogste 10 m2 met een hoogte van maximaal 3 m.

Ontheffing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplan activiteit (opa) te verlenen van het bepaalde in e. ten behoeve van het bouwen van erfbebouwing buiten de bouwvlakken tot een gezamenlijke grondoppervlakte van 100 m2 en een maximale hoogte van 4 m, mits de bouwmogelijkheid niet leidt tot onevenredige hinder voor omwonenden (schaduwwerking of privacy) of een vanuit stedenbouwkundig oogpunt onaanvaardbare situatie. Momenteel liggen diverse gebouwen, waaronder de fietsenstalling, al buiten het bouwvlak, waarmee de 100m2 al is benut. Daarmee kan er voor stap 2 geen gebruik gemaakt worden van deze ontheffing. Invloedsgebied LPG en Risicocontour Groene Hart Ziekenhuis Er is rondom het ziekenhuis een risicocontour opgenomen van 35 meter voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Dit is de veiligheidscontour - bevi die rondom het ziekenhuis is opgenomen. Op de gronden binnen de aanduiding "Invloedsgebied LPG 150m" en "Risicocontour Groene Hart Ziekenhuis 35m" geldt dat: a. geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen worden gebouwd; ad.a de contour is van toepassing op het ziekenhuis zelf. Er moet worden afgewogen of de veiligheidscontour wijzigt als gevolg van het planinitiatief. Dit is met het betreffende initiatief niet het geval.

Het Facilitair gebouw kan worden gerealiseerd in de veiligheidscontour, dan wel zonder het verleggen van de veiligheidscontour.

2.3 Toekomstige situatie 2.3.1 Ontwikkeling tot 2031 GHZ is bezig met de vernieuwing van haar terrein en panden op de huidige hoofdlocatie Bleulandweg 10, genoemd Route 31. Een belangrijke ambitie is het creëren van een veilige duurzame omgeving waar optimale zorg kan worden geleverd. Dit vraagt om de realisatie van nieuwbouw en verbouwing van verouderde opstallen op het terrein, waarmee een toekomstbestendig geheel ontstaat. Het resultaat moet een flexibel, compact ziekenhuis zijn met logische ordening en verbeterde samenhang van functies. Hiervoor beschikt GHZ over kavelpaspoorten die met de gemeente Gouda zijn afgestemd. Uitgangspunt is gefaseerde realisatie van de verbouw vanaf 2025. Doel is het aantal bouwfases te minimaliseren om daarmee de overlast en de financiële uitdagingen te beperken. De planning is er op gericht om uiterlijk in 2031 verbouw gereed te hebben voor de (klinische) patiëntenzorg uit bouwdeel A, B en H. Prioriteit krijgt het realiseren van vervangende huisvesting voor zorgfuncties uit de oudbouw en realiseren van centrale technische voorziening. Zorg uit de oude bouwdelen (verpleegafdelingen, CCU-EHH en SEH) wordt zo snel mogelijk verplaatst naar verbouw. Er zal snel naar een duurzame oplossing voor de centrale techniek gemitigeerd moeten worden, in lijn met de duurzaamheidsambities vanuit de Green Deal en de hoge energiekosten in de exploitatie.

Het Faseringsplan is opgedeeld in een fasering voor eind 2031 en één voor eind 2039. Op dit moment ligt de focus op het definitief maken van het plan voor eind 2031. Na 2031 zijn er voldoende fases om het plan 2039 definitief te maken. De omgevingsvergunning voor de bopa heeft alleen betrekking op een gedeelte van stap 2. Het initiatief waarvoor de bopa nodig is past binnen het kavelpaspoort.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

11 - 701

De motivering heeft betrekking Masterplan - situatie in 2031 waarin de huidige hoofdentree blijft op gebouw Q bestaan en waar de entrees voor de SEH, HAP, ambulances, mortuarium en logistiek stromen zijn verplaatst. In deze situatie zijn diverse functies verplaatst vanuit de oudste gebouwen, maar zijn deze gebouwen nog niet gesloopt. Stap 1 - verplaatsen centrale techniek - de aanvraag omgevingsvergunning bopa heeft geen betrekking op deze fase Dit betreft de plaatsing van een opbouw op het bestaande dak van de oudbouw (zie bovenstaande afbeelding). Dit onderdeel is momenteel nog te onduidelijk en wordt derhalve nu niet in de procedure opgenomen. Stap 2 Energiegebouw en Facilitair gebouw - de aanvraag omgevingsvergunning bopa heeft alleen betrekking op het Facilitair gebouw Deze stap betreft de realisatie van een facilitair gebouw om daarmee de mogelijkheid te creëren om de functies die nu naast de Centrale Techniek zitten, te kunnen slopen (Facilitair gebouw-Q-gebouw en Energie gebouw-E-gebouw). Het gaat hierbij om de volgende functies (onderdeel A):

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

12 - 701

Deze bopa gaat over stap 2 - onderdeel A. Hieronder enkele tekeningen van dit initiatief.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

13 - 701

Afbeelding plattegrond facilitair gebouw

Afbeedlig facilitair gebouw in directe omgeving

Stap 3 Carré gebouw - de aanvraag omgevingsvergunning bopa heeft geen betrekking op deze fase Nadat de gebouwen van de oude techniek en de facilitaire functies zijn gesloopt kan het eerste bouwdeel worden gerealiseerd. Hierin wordt op de begane grond plek gemaakt voor 3 CT's (Computer Tomography) en een bucky en het eerste gedeelte van de HAP (HuisArtsenPost) en de SEH (SpoedEisende Hulp) worden hier gerealiseerd. Op de eerste verdieping worden de Radiologie-functies geplaatst uit de bouwdelen die in stap 4 worden gesloopt. Dit betekent dat, hoewel in deze stap het nieuwe gebouw niet volledig gereed is, het toch al gedeeltelijk in gebruikt genomen kan worden Stap 4 Eindsituatie 2031 - de aanvraag omgevingsvergunning bopa heeft geen betrekking op deze fase Nadat de Radiologie verplaatst is naar het nieuwe bouwdeel, kunnen de oude gebouwen gesloopt worden. Hiermee ontstaat er in het hart van het ziekenhuis ruimte om de carré aan de gebouwen af te maken en tevens een verbindingsgang te creëren tussen de bestaande bouw (nieuw) en de nieuw te realiseren gebouwen. Conclusie Het initiatief voor stap 2 - onderdeel A, het facilitair gebouw, is een stap in een groter geheel. De volgorde van de opvolgende stappen is van belang om het ziekenhuis te kunnen laten blijven functioneren. Dat is de reden dat nu vergunning wordt aangevraagd voor stap 2.

2.4 Juridische activiteiten 2.4.1 Inleiding Deze paragraaf bevat de beschrijving van de juridische activiteiten die relevant zijn voor het project. Uit de beschrijving volgt voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning of andere toestemming nodig is. De juridische activiteiten zijn onder te verdelen in drie categorieën: I. activiteiten die niet in strijd zijn met het omgevingsplan; II. activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor de aanvraag voor de omgevingsvergunning bopa wordt ingediend; III. activiteiten die niet in het omgevingsplan worden geregeld en die geen omgevingsplanactiviteit zijn.

2.4.2 Welke juridische activiteiten zijn nodig voor het project? Het project (stap 2, facilitair gebouw) bevat de volgende juridische activiteiten: 1. De (omgevingsplan)activiteit verlenen van gezondheidszorg (bedrijven en instellingen in de gezondheidszorg)maatschappelijke voorzieningen en nutsvoorzieningen. Het facilitair gebouw, de functies op het buitenterrein (milieuplein en vrachtwagen rangeerterrein) zijn ondersteunende functies ten behoeve van het kunnen verlenen van gezondheidszorg. Ook het verplaatsen van de inrit van de parkeergarage valt hieronder. De functies

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

14 - 701

die met stap 2 mogelijk worden gemaakt zijn in planologische overeenstemming met het omgevingsplan en vallen daarmee onder categorie I. Er is voor dit onderdeel geen omgevingsvergunning planologische gebruiksactiviteit nodig. 2. De (omgevingsplan)activiteit bouwen ruimtelijk. Het bouwen van het Facilitair gebouw vindt plaats buiten het bouwvlak. Er is geen binnenplanse afwijking opgenomen in het omgevingsplan. Deze activiteit valt in categorie II want is niet in overeenstemming met het omgevingsplan en er wordt een omgevingsvergunning bopa aangevraagd. 3. De (omgevingsplan)activiteit verrichten van werken en werkzaamheden. Er is een omgevingsvergunning (opa) nodig voor het verrichten van werken en werkzaamheden op het buitenterrein van het ziekenhuis. Deze activiteit kan gelijktijdig aangevraagd worden met de omgevingsvergunning bopa, maar behoeft niet te worden voorzien van een etfal-motivering 4. De (omgevingsplan)activiteit bouwen binnen de veiligheidscontour - bevi. Er worden geen kwetsbare of zeer kwetsbare objecten gebouwd. Het Facilitair gebouw is niet bedoeld voor niet zelfredzame personen. Derhalve kan de bouwactiviteit en het gebruik van het Facilitair gebouw plaatsvinden binnen de veiligheidscontour. De functies die met stap 2 mogelijk worden gemaakt zijn overeenstemming met het omgevingsplan en vallen daarmee onder categorie I. Er is geen omgevingsvergunning nodig.

5. De (omgevingsplan)activiteit voor het verplaatsen van de inrit van de parkeergarage. De functie van de inrit is toegestaan in het omgevingsplan. Voor het verplaatsen van de inrit vinden sloop- en aanlegwerkzaamheden plaats. Daarvoor moet een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit (opa) worden aangevraagd voor de volgende activiteiten: In- en uitritactiviteit Sloopactiviteit (voor het verwijderen van de bestaande inrit Een aanpassing van het bestaande hogere waarden besluit Deze aanvraag behoeft niet te worden voorzien van een etfal-motivering. 6. De milieubelastende activiteit. Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst de milieubelastende activiteiten aan waarvoor rijksregels gelden. In paragraaf 3.7.9 Ziekenhuis is opgenomen: Artikel 3.256. (aanwijzing milieubelastende activiteiten) 1. Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een instelling voor het verlenen van medisch-specialistische zorg. 2. De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen. 7.

Het realiseren van het Facilitair gebouw met daarin diverse ondersteunende functies voor het ziekenhuis, het aanleggen van het vrachtwagen rangeerterrein en het milieuplein voor opslag diverse soorten afval zijn planologisch in overeenstemming met het omgevingsplan. Maar er is wel een omgevingsvergunning (opa) nodig voor de milieubelastende activiteit. Dit zal worden afgestemd met de Omgevingsdienst. 8. De realisatie van een erf- en terreinafscheiding. Ter afscherming van het milieuplein is er een muur met een hoogte van 2,00 meter noodzakelijk. Het omgevingsplan geeft aan dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1 meter op de gronden voor de naar de openbare weg gekeerde gevel en voor het overige 2 meter. De regel is niet geheel duidelijk, daar er bij het milieuplein, gebouw E of gebouw Q geen sprake is van een gevel die naar de openbare weg is gekeerd. Deze activiteit maakt geen onderdeel uit van de aanvraag en behoeft niet te worden voorzien van een etfal-motivering.

2.4.3 Welke omgevingsplanactiviteiten kunnen worden vergund met een omgevingsvergunning voor de bopa? Deze paragraaf bevat het overzicht van de omgevingsplanactiviteiten in strijd met het omgevingsplan waarvoor een bopa wordt aangevraagd. Overzicht omgevingsplanactiviteiten De (omgevingsplan)activiteit bouwen ruimtelijk De omgevingsvergunning (opa) voor de milieubelastende activiteit wordt separaat aangevraagd, dit is een omgevingsvergunning op grond van het Bal.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

15 - 701

2.5 Milieueffectrapportage Het initiatief betreft geen ontwikkeling die wordt genoemd in Bijlage V van het Omgevingsbesluit en heeft geen aanzienlijke milieueffecten. Een (plan) m.e.r. of m.e.r. beoordeling is niet noodzakelijk.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

16 - 701

Hoofdstuk 3

Participatie

3.1 Algemeen aanvraagvereiste participatie In deze paragraaf wordt het vooroverleg en de participatie beschreven.

3.2 Vooroverleg, participatie en aanvraag Vooroverleg Beschrijving van de wijze waarop vooroverleg heeft plaatsgevonden met relevante bevoegde gezagen en andere stakeholders. Invullen na vooroverleg. Omgevingstafel Het initiatief is op 2 juli 2024 behandeld bij de omgevingstafel. Beschrijving van de uitkomsten van het overleg en welke eventuele aanpassingen zijn doorgevoerd. Participatie De gemeenteraad van Gouda heeft activiteiten aangewezen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bopa kan worden ingediend (artikel 16.55, zevende lid van de Ow). De ontwikkeling heeft geen betrekking op een van deze activiteiten. Het GHZ stelde tijdens het vooroverleg een participatie plan van aanpak op. Kortweg geldt het participatieniveau 'raadplegen'. De impactchecker gaf een beeld van ruimtelijke impact op specifieke aspecten waarin de participatie ook de focus is gelegd. In de periode 2023-2024 is een participatietraject doorlopen en zijn er participatie bijeenkomsten georganiseerd waarbij bewoners, ondernemers en andere geïnteresseerden aanwezig konden zijn. Van de participatiebijeenkomsten zijn verslagen gemaakt. Het participatietraject bestond uit verschillende onderdelen, waaronder: informatievoorziening, peilingen en bijeenkomsten.

Voor GHZ is participatie geen doel, maar een manier om tot betere en haalbare plannen te komen die door onze omgeving worden gesteund. De participatie die is georganiseerd moet leiden tot: een beter plan: we willen dat onze omgeving (buren, omwonenden, maatschappelijke instanties, overheden en bedrijven) een bijdragen leveren met creatieve oplossingen; draagvlak krijgen voor ons plan; completere besluitvorming bij de het GHZ en de gemeente, omdat alle belangen beter in beeld zijn; geen bezwaar- en beroepsprocedures achteraf. Doelgroepen: er is een actoren analyse uitgevoerd Verwerking en terugkoppeling Op deze manier heeft het ziekenhuis vragen, opmerkingen, ideeën opgehaald. Er kwam diverse input waarvan een deel ging over de omgeving van het Groene Hart Ziekenhuis en niet over het plan zelf. De twee belangrijkste elementen uit de participatie voor stap 2, het facilitaire gebouw, is de verkeersveiligheid en het zicht op het gebouw en de omliggende inritten. Op basis hiervan is het Groene Hart Ziekenhuis, de gemeente en een afvaardiging van de buurt met elkaar in gesprek gegaan om verbetermaatregelen op een rij te zetten en om te zien wat hiervan op kort termijn haalbaar is en wat voor een toekomstige grote wegherinrichting van de Buchnerweg is. Zo zijn antwoorden en een terugkoppeling gegeven.

Verslaglegging Het participatie plan vaan aanpak en de vastlegging zijn toegevoegd bij het planboek.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

17 - 701

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

18 - 701

Hoofdstuk 4 daarvan

Beleidskader en toetsing

4.1 Inleiding In de beoordelingsregels voor een bopa wordt beleid niet genoemd. Dit betekent niet dat beleid geen rol speelt bij de toetsing, want het kan immers een rol spelen bij de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften. Er is sprake van een bescheiden afwijking van het omgevingsplan, namelijk het buiten het bouwvlak bouwen van het Facilitair gebouw. Het gebouw staat op en maakt onderdeel uit van het ziekenhuisterrein en de activiteiten zelf zijn binnen de vigerende regelingen toegestaan, met uitzondering van het bouwen buiten het bouwvlak. Vanwege de aard van de afwijking is een uitgebreide beleidsbeschrijving niet zinvol. Geen van de activiteiten hebben impact op of zijn tegenstrijdig aan het beleid van de gemeente. Omdat het initiatief een te verplaatsen functie is, die op grond van het omgevingsplan reeds is toegestaan, kan de toetsing aan beleid beknopt blijven.

4.2 Rijk Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld op grond van de geldende regelgeving. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat deze wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat, zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.

4.2.1 Toetsing van het initiatief aan NOVI Het plangebied is gelegen binnen het NOVI-gebied 'Het Groene Hart'. Het Groene Hart staat onder druk door de verstedelijkingsbehoefte en daaraan gekoppelde mobiliteit in het gebied zelf, de noodzaak van vernatting om bodemdaling tegen te gaan, de daarbij komende noodzaak om andere manieren van landbouw te gaan bedrijven en de behoefte tot opwekken van duurzame energie. Wel sluit het aan bij diverse NOVI doelen zoals: Mobiliteit door de ligging van de locatie in het bestaande infrastructurele netwerk van auto, fiets en OV. De wijze waarop het plan invulling geeft aan de water en klimaat opgave. Het bouwen binnen de bestaande stad. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelang raakt als opgenomen in de NOVI. Voor de realisatie van GHZ is er geen sprake van strijd met het rijksbeleid.

4.3 Provincie 4.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland en Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) Omgevingsvisie van Zuid-Holland Deze visie biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) In de ZHOV zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. Voor de motivering van het initiatief zijn geen specifieke artikelen uit de ZHOV relevant. De specifieke instructieregels voor de ladder duurzame verstedelijking staan uitgewerkt in paragraaf 5.1.2 en 5.10. Conclusie

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

19 - 701

Voor de realisatie van GHZ-stap 2 is geen sprake van strijd met het provinciaal beleid.

4.4 Gemeente Gouda De volgende onderdelen van het gemeentelijke beleid zijn in algemene zin van belang voor de ontwikkeling van het ziekenhuisterrein. Er is echter beperkt sprake van een relatie tussen het gemeentelijk beleid en de realisatie van het Facilitair gebouw. Niettemin wordt kort ingegaan op het gemeentelijk beleid:

4.4.1 Omgevingsvisie Gouda 1.0 De ontwikkelingen in de gemeente moeten zoveel mogelijk voldoen aan de visie. Het inhoudelijke spoor van de Omgevingsvisie is verdeeld in drie verschillende onderdelen: Goudse Waarden (thema's hebben geen rechtstreekse relevantie voor het initiatief) Goudse Opgaven 1. Historische stad doorgeven aan de volgende generaties. 2. Gouda duurzaam ontwikkelen. 3. Prettig woon- en leefklimaat voor iedereen. 4. Gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving. 5. Gouda heeft een blijvend sterke economie en regionale positie. Keuzes voor de leefomgeving 1. Florerende stad. 2. Duurzame mobiliteit. 3. Gezonde groene-blauwe stad. 4. Energietransitie. 5. Sterke wijken. Niet allen doelen en ambities uit de omgevingsvisie zijn relevant voor dit initiatief. Wel van belang zijn de thema's 'Florerende stad' en 'Gezonde groen-blauwe stad'. Het Masterplan Route 31 van GHZ draagt bij om deze doelen concreet te maken. De realisatie van het Masterplan draagt op lange termijn bij aan de gewenste florerende stad door het toekomst bestendig maken van van de (regio)functie van het ziekenhuis. Door de nieuwe gebouwconfiguratie ontstaat er niet alleen een efficiënt bruikbaar en duurzaam ziekenhuis, maar ook een compact gebouw dat ruimte laat aan water en groen.

De stap 2, waarvoor nu een vergunning wordt aangevraagd, is een cruciale stap om tot dit vernieuwde ziekenhuisterrein te komen. Met het initiatief wordt wel een concrete stap gezet naar verduurzaming en energietransitie. Conclusie De realisatie van het Facilitair gebouw voldoet aan de visie.

4.4.2 Woon(zorg)visie 2030 Deze visie heeft als doel 'Aangenaam stedelijk wonen voor iedereen, met oog voor mensen met een zorgbehoefte. Het beschrijft de gewenste ontwikkeling van het wonen in Gouda in de komende jaren. De visie gaat verder op de koers die in de woonvisie 2015-2020 is ingezet, aangevuld met de ambities uit het coalitieprogramma 2022-2026. Belangrijk onderwerp in de visie is het verbeteren van de woonsituatie van kwetsbare doelgroepen. De woonvisie is daarom verbreed tot een woon(zorg)visie. In deze visie zijn de onderstaande vijf actiepunten beschreven. Conclusie De realisatie van het Facilitair gebouw voldoet aan de visie, omdat het initiatief niet voorziet in woningen.

4.4.3 Structuurvisie Groen Gouda vindt het belangrijk dat er in het algemeen voldoende groen in de stad beschikbaar is. Uitgangspunt is dat bouwende partijen het aanwezige groen behouden en ook nieuw groen aanleggen. De Structuurvisie Groen bestaat uit vijf beleidsregels, welke van toepassing zijn op planontwikkelingen met de activiteit bouwen waarbij de bouwsom minimaal € 100.000 bedraagt per plan. Het gaat om de volgende beleidsregels: 1. De oppervlakte bestaand openbaar groen en water, en het aantal bestaande bomen worden ten minste behouden;

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

20 - 701

2. 3.

4.

5.

Bij planontwikkelingen dient een oppervlakte ter grootte van ten minste 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden; Als het niet haalbaar blijkt om binnen het projectgebied de vereiste 15% openbaar groen te ontwikkelen, dan is het mogelijk: a. binnen het projectgebied compenserende maatregelen te treffen tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen; b. de opgave voor openbaar groen te realiseren op andere locaties in dezelfde wijk als waarin het projectgebied ligt. Voor iedere niet gerealiseerde of gecompenseerde vierkante meter openbaar groen is een compensatiebijdrage aan de gemeente verschuldigd van € 250 per m2 (prijspeil 2019). Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de Grond-, weg- en waterbouwindex uit het Meerjarenperspectief Grondexploitaties; Het college heeft de bevoegdheid te besluiten tot ontheffing of afwijking van de beleidsregels 2, 3 en 4, indien toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Relatie met het initiatief GHZ Voor de motivering van de bopa is van belang of aan het bovenstaande wordt voldaan. De realisatie van het Facilitair gebouw vindt plaats op gronden waar in de huidige situatie verhard oppervlak aanwezig is. De realisatie van het Facilitair gebouw voldoet aan de visie. Verder kan worden geconcludeerd dat met de uitvoering van het Masterplan Route 31 ruim meer dan 15% van het oppervlak openbaar groen wordt. Ten opzichte van de bestaande situatie ontstaat er bovendien meer groen. Daarmee wordt aan de beleidsregels voldaan. Initiatief werkingsgebied: er is geen sprake van openbaar groen of water. Eventueel te kappen bomen in de berm van de Büchnerweg zullen worden gecompenseerd. Binnen het werkingsgebied is geen sprake van openbaar groen en wordt ook geen openbaar groen aangelegd. Dit heeft te maken met de ligging en het benodigde efficiënte ruimtegebruik, dat GHZ op haar terrein moet toepassen om aan de doelen en ambities te kunnen voldoen. In de toekomstige situatie (realisatie Route 31) kan wel aan deze norm worden voldaan. Wel wordt er op het facilitaire gebouw een groen dak gerealiseerd met een oppervlakte van 1124m2. De uitwerking hiervan is opgenomen in Bijlage 1. Bij realisatie van Route 31 wordt voor het totale terrein van GHZ voldaan aan de norm.

Bij deze eerste noodzakelijk stap in de gebiedsontwikkeling kan niet aan beide eisen worden voldaan. Compensatie vindt derhalve in de toekomst plaats. De fasering ziet er als volgt uit:

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

21 - 701

Afbeelding bestaande situatie 2025

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

22 - 701

Afbeelding stap 2

Afbeelding stap 3 en 4 Conclusie Het plan bestaat uit 4 stappen die kijkend naar de totaalontwikkeling elkaar moeten opvolgen voor een goed functionerend toekomstbestendig ziekenhuis. In stap 4 is het realistisch dat de groennorm haalbaar is.

4.4.4 Verkeerscirculatieplan De gemeente heeft een verkeerscirculatieplan opgesteld. In de stappen die door het Groene Hart Ziekenhuis worden gerealiseerd worden enkel inritten verschoven. Dat heeft geen invloed op het verkeerscirculatieplan.

4.5 Hoogheemraadschap De volgende onderdelen van het waterschapsbeleid voor de ontwikkeling van belang: toename van de verharding: voor initiatieven geldt een ondergrens van 500 m2. Het meerdere van de toename van het verhard oppervlak moet worden gecompenseerd met 15%. Voor stap 2 wordt in paragraaf 5.3 is gemotiveerd dat de toename van de verharding onder de 500 m2 blijft. Daarom is er geen watertoets nodig. grondwater; de realisatie van het Facilitair gebouw heeft geen consequenties voor het grondwater Leidraad Klimaatadaptief Bouwen vanuit het hoogheemraadschap: relevante wateraspecten: 1. Wateroverlast: hevige neerslag leidt niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. Eis: een groot deel van de neerslag van een korte hevige bui wordt op het terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd en er treedt in het plangebied geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreme neerslag. Invulling GHZ: de uitwerking voor stap 2 staat in paragraaf 5.3. Voor de totale ontwikkeling vindt toetsing aan de verdere gemeentelijke beleidskaders plaats. Aanvullend ligt de begane grond vloer van het ziekenhuis ligt op 80 cm boven het terreinniveau.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

23 - 701

2.

Gevolgbeperking overstromingen: de gebouwde omgeving is via gevolgbeperking bestand tegen overstromingen door dijkdoorbraken. Eis: met overstromingen van verschillende waterdiepte wordt rekening gehouden. Bij overstromingen met een waterdiepte van 20 cm mag geen schade optreden aan gebouwen en aan elektrische installaties. Hoofdwegen moeten begaanbaar blijven. Bij overstromingen met een waterdiepte van meer dan 2 meter moeten de vitale functies beschermd worden en blijven functioneren. Invulling GHZ: De begane grond vloer van het ziekenhuis ligt op 80 cm boven het terreinniveau. Het terrein bevat geen hoofdwegen. De atlas voor de leefomgeving onderschrijft dit ook door het gebied te indiceren als "kleine kans" op een overstromingsrisico. Met het project Route 31 wordt rekening gehouden met de situering van vitale functies. Het initiatief waarop deze motivering betrekking heeft (Gebouwen E en Q) sorteert daar op voor. Conclusie De realisatie van het Facilitair gebouw past binnen het beleid.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

24 - 701

Hoofdstuk 5 Beoordelingsregelswaaronder instructieregels 5.1 Inleiding Voor het beoordelen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de bopa gelden beoordelingsregels. De gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden beoordeeld. De beoordelingsregels hebben betrekking op: de evenwichtige toedeling van functies aan locaties; instructieregels van het Rijk en de provincie; instructies van het Rijk en de provincie.

5.1.1 Instructieregels Rijk De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Bkl. Deze gelden voor omgevingsplannen en zijn van overeenkomstige toepassing op de bopa. Bkl Afdeling 5.1: instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bkl Afdeling 5.2: instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Bkl Afdeling 5.3 regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Voor de ontwikkeling zijn de volgende instructieregels uit het Bkl van belang: Afdeling 5.1 Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties

5.1.2 Instructieregels provincie Voor deze ontwikkeling zijn de volgende instructieregels uit de Omgevingsverordening Provincie Zuid Holland van belang: Paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Artikel 7.43a borgen ruimtelijke kwaliteit 1. De ruimtelijke kwaliteit moet per saldo ten minste gelijk blijven. Er wordt hierbij rekening gehouden met: a. Beschermingscategorie en gebiedstype: dit onderdeel is niet relevant. Er is geen beschermingscategorie, er is ook geen gebiedstype zoals bedoeld in artikel 7.42. b. Het soort en mate van ingrijpendheid: is het inpassen, aanpassen of transformeren? a. inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; b. aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; c. transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Situatie GHZ: inpassen. c. Gebiedstypen bedoeld in artikel 7.42: dit onderdeel is niet relevant. Artikel 7.43c randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkeling 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

Situatie GHZ: inpassen. Artikel 7.43d motivering locatiekeuze bij aanpassen en transformeren Situatie GHZ: er is geen sprake van aanpassen of transformatie. Een motivering van de locatiekeuze is niet relevant, aangezien het initiatief plaatsvindt binnen het terrein van het GHZ. Artikel 7.43e randvoorwaarden bij aanpassen en transformeren

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

25 - 701

Situatie GHZ: er is geen sprake van aanpassen of transformatie. Een motivering van de locatiekeuze is niet relevant, aangezien het initiatief plaatsvindt binnen het terrein van het GHZ. Een motivering van de locatiekeuze is niet relevant, aangezien het initiatief plaatsvindt binnen het terrein van het GHZ. Paragraaf 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen Artikel 7.45 Ladder voor duurzame verstedelijking. Een ladderonderbouwing is niet nodig aangezien het gaat om het verplaatsen van bestaande functies binnen het eigen terrein van het GHZ. Zie verder paragraaf 5.10 van deze motivering. Artikel 7.45c Bereikbaarheid. Er is onderzoek uitgevoerd naar het aspect bereikbaarheid. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.12 van deze motivering. Artikel 7.45ca Kansen voor biodiversiteit. Er is geen sprake van nieuwe stedelijke ontwikkelingen met mogelijkheden voor het bevorderen van de biodiversiteit. Wel hanteert GHZ het principe dat waar mogelijk bij de verduurzaming Stap 2 kansen voor biodiversiteit worden onderzocht. Uit het voorgaande blijkt dat er geen strijdigheid is met de instructieregels van rijk en provincie.

5.2 Waarborgen van de veiligheid Het Bkl paragraaf 5.1.2. bevat instructieregels voor het waarborgen van de veiligheid. Bij het toelaten van een activiteit kunnen veiligheidsrisico's spelen. Ook moet worden gemotiveerd hoe voor risico's van branden, rampen en crises rekening gehouden wordt met het belang van: het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en de geneeskundige hulpverlening. De aangevraagde activiteiten zijn niet relevant voor het waarborgen van de veiligheid, omdat het onderwerp van deze motivering alleen het facilitair gebouw betreft. De overige activiteiten uit Stap 2 zijn vergunbaar met een opa, waarvoor geen etfal-motivering nodig is. Wel is sprake van een veiligheidscontour-bevi. maar deze blijft als gevolg van de realisatie van het Facilitair gebouw ongewijzigd. Voor de totale realisatie van Route 31 is er advies ingewonnen bij de veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). De reactie van de VRHM heeft geen consequenties voor de etfal-motivering inzake het Facilitair gebouw. Wel is er naar aanleiding van een overleg met VRHM op 8 april 2025 een verwijzing opgenomen naar het rapport inzake brandveiligheid (Deerns, GHZ Bouwdeel Q. Brandveiligheid-Aanvraag omgevingsvergunning. Status: Definitief, 19 maart 2025) en is dit rapport als Bijlage 2 opgenomen bij deze motivering.

In hoofdstuk 7 van dit rapport zijn de aspecten van de brandveiligheidsinstallaties opgenomen. Kortheidshalve wordt verwezen naar het betreffende hoofdstuk. Onderstaand volgt beknopt een weergave van de overige veiligheidsaspecten. Stralingsvergunning Het GHZ hecht grote waarde aan de veiligheid van zowel patiënten, medewerkers als omwonenden. In het kader van de geplande verbouw en de aanwezigheid van medische apparatuur die gebruikmaakt van straling (zoals röntgenapparatuur en CT-scanners), is een stralingsvergunning aangevraagd en volledig in overeenstemming met de relevante wet- en regelgeving. Voorzorgsmaatregelen

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

26 - 701

Om de veiligheid te waarborgen, worden een reeks maatregelen geïntegreerd in het ontwerp en gebruik van de faciliteiten: Stralingsveilig ontwerp: wanneer sprake is van verbouw voldoet deze aan de strengste richtlijnen voor stralingsbescherming. Dit omvat speciaal ontworpen afschermende muren, plafonds en vloeren, die ervoor zorgen dat de blootstelling aan straling buiten de ruimtes met stralingsbronnen verwaarloosbaar is. Continue monitoring: er worden systemen geïnstalleerd voor de continue monitoring van stralingsniveaus. Deze systemen voldoen aan de eisen zoals gesteld door de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Opleiding van personeel: al het betrokken personeel wordt uitgebreid getraind in het veilig omgaan met stralingsapparatuur, zodat risico's tot een minimum worden beperkt. Bijdrage aan gezondheid: de stralingsfaciliteiten worden uitsluitend gebruikt voor medisch noodzakelijke toepassingen. Dankzij de moderne technologieën die in de verbouw worden geïmplementeerd, is de stralingsdosis voor patiënten aanzienlijk lager dan bij oudere apparatuur. Dit zorgt niet alleen voor een hogere mate van veiligheid, maar ook voor een betere diagnostische nauwkeurigheid. Milieubewustzijn: in lijn met de duurzaamheidsambities van het GHZ wordt er gestreefd naar een zo laag mogelijke impact op de omgeving.

De gebruikte apparatuur is energie-efficiënt en voldoet aan de standaarden voor milieuvriendelijkheid. Met deze aanpak bevestigt het GHZ haar inzet om hoogwaardige zorg te combineren met een veilige en duurzame omgeving, waarin het welzijn van mensen centraal staat. Risicobronnen Vanuit een inventarisatie op de fysieke veiligheidsrisico's blijken diverse risicobronnen binnen of in de zeer directe omgeving van de ruimtelijke ontwikkeling van toepassing. Het betreft hierbij de volgende risicobronnen, met de daarbij behorende scenario's: Gebouwbrand Spoor Route 30 - Toxische wolk Brand in de omgeving Bij de nadere bouwtechnische uitwerking van de nieuw- en verbouw van het GHZ wordt rekening gehouden met bovenstaande risicobronnen en scenario's. De belangrijkste maatregel daarvoor is dat de mechanische ventilatie uitgeschakeld kan worden, zodat wordt voorkomen dat giftige (rook)gassen naar binnen worden gezogen. Het Groene Hart Ziekenhuis bevestigd dat de technische ventilatie installatie aan deze eis voldoet en volledig afschakelbaar is. Zelfredzaamheid De aanvraag betreft een initiatief voor de nieuw- en verbouw van een zeer kwetsbaar gebouw (ziekenhuis). Voor de toekomstige gebruikers is het uitgangspunt dat deze niet allemaal zelfredzaam zijn. De personen zijn vanwege fysieke en/of mentale beperking verminderd of niet in staat om zelf in veiligheid te komen.

Deze personen zijn afhankelijk van een BHV-organisatie en andere hulpinstanties. In het ruimtelijk ontwerp is rekening gehouden met ontruimingsroutes in geval van nood. De maatregelen op gebouwniveau zijn geen onderdeel van deze aanvraag omgevingsvergunning bopa voor het ruimtelijk deel, maar onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning bopa voor de technische bouwactiviteit. Conclusie Het initiatief waarvoor een bopa wordt aangevraagd betreft een Facilitairgebouw. Waar relevant gelden de bovengenoemde veiligheidsmaatregelen vanzelfsprekend ook voor de te vergunnen activiteiten. De aangevraagde activiteiten zijn in overeenstemming met instructieregels voor het waarborgen van de veiligheid. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan etfal en instructieregels.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

27 - 701

5.3 Beschermen van de waterbelangen Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.3 instructieregels voor het beschermen van de waterbelangen. Ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de waterhuishouding in een gebied in de zin van waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bopa dienen de waterbelangen te worden geborgd. De aangevraagde activiteiten zijn relevant voor water, omdat er sprake is verhard oppervlak. Dit betekent niet dat er ook sprake is van een toename van het verhard oppervlak. Het ziekenhuisterrein is immers grotendeels verhard terrein en heeft volledig de activiteiten Maatschappelijk en Verkeer, waarop bebouwing en verharding is toegestaan. Om dit inzichtelijk te maken is inzichtelijk gemaakt of er daadwerkelijk sprake is van een toename. Oppervlakte werkingsgebied: 4.440 m2 Huidig verhard oppervlak: 4.240 m2 Toekomstig verhard oppervlak: 4.440 m2 De toename van het verhard oppervlak binnen het werkingsgebied bedraagt circa 200 m2. Dit betreft een perkje naast de parkeergarage zonder bijzondere groenwaarden. De hoeveelheid bestaand water blijft bestaan en wordt niet aangepast. Daarnaast wordt op het facilitair gebouw een gerealiseerd met een oppervlakte van 1124 m2 en een waterbuffercapaciteit van 87 m3, dat extra bijdraagt aan de capaciteit van waterberging.

De uitwerking van dat groene dak is toegevoegd in Bijlage 1. Conclusie De aangevraagde activiteiten zijn in overeenstemming met instructieregels voor water, omdat er geen sprake is van toename van het verhard oppervlak boven de norm. Toch wordt een groen dak met extra waterbuffercapaciteit gerealiseerd. De totaal ontwikkeling van fase 1 tot en met 4 geeft veel kansen en mogelijkheden voor verdere implementatie van het waterbelang. Dit zal in deze fasen uitgewerkt worden. De ontwikkeling draagt voor het aspect water bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De verdere uitwerking van dit onderdeel in fase 3 en 4, zullen als voorwaardelijke verplichtingen in de vergunningverlening opgenomen moeten worden om te voldoen aan etfal en instructieregels.

5.4 Beschermen van de gezondheid en van het milieu Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4 instructieregels voor het beschermen van de gezondheid en van het milieu. Een omgevingsvergunning voor een bopa kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij moet de kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden gewaarborgd en worden ook gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering afgewogen. Bij Gezondheid gaat het om thema's die in hoofdstuk 5 van het Bkl zijn genoemd, zoals geluid, geur en bodem die van invloed kunnen zijn op de gezondheid. De provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsverordening een aantal provinciale milieubelangen. Namens de provincie toetst ODMH initiatieven op vier van deze belangen: Bescherming van stiltegebieden (Omgevingsverordening artikel 3.14). De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de buurt van) een stiltegebied. Windenergie stimuleren (Omgevingsverordening artikel 7.76). De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de buurt van) een plaatsingsgebied voor windmolens Beschermen van (watergebonden) bedrijventerreinen (Omgevingsverordening artikel 7.52). De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een (watergebonden) bedrijventerrein. Afname van of beperkingen aan (watergebonden) bedrijventerreinen is derhalve niet aan de orde.

Beschermen van grote groepen mensen (Omgevingsverordening artikel 7.18). De voorgenomen ontwikkeling ligt niet in een invloedsgebied Groepsrisico van een EV-relevante risicobron. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met deze provinciale milieubelangen.

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

28 - 701

De GGD is een tweede instantie die adviseert op het gebied van gezondheid. De adviezen van de GGD hebben nadrukkelijk verband met de mens kant zoals een goed woon- en leefklimaat. De GGD splits dit op in drie elementen: Woonomgeving. De woonomgeving richt zich vooral op de inbedding van een plan in een omgeving. Meetbare aspecten als geluid, verkeersstromen, licht maar ook groen en klimaat spelen hier een rol. in. Deze elementen staan allen in aparte paragrafen in deze ruimtelijke motivatie benoemd. Mobiliteit. Dit gaat om de bereikbaarheid van de locatie voor OV, voet- en fiets en de auto. Dit project verandert weinig aan de behoefte op de mobiliteitsbehoefte. Aanvullend heeft het ziekenhuis geen invloed op OV verbindingen. Daarnaast heeft de gemeente Gouda het verkeerscirculatieplan (zie paragraaf 4.3) waarin juist gemeente breed dit integraal benaderd wordt. Het totale plan Route 31 zoekt daar in tegen wel de verbinding op met de omgeving waardoor het goed bereikbaar is voor fietsers en te voet vanuit verschillende richtingen. Het verkeersonderzoek van het Groene hart ziekenhuis staat in paragraaf 5.11. Gebouw. Op gebouw niveau geldt voor deze fase vooral dat het een prettige werkomgeving is voor het personeel. Naast de wettelijke standaardeisen is het gebouw ontworpen met het personeel.

Met een klankbordgroep en sessies die de klankbordgroep leden hadden met hun collega's zijn tientallen aanpassingen gedaan voor een praktische, veilige en prettige werkomgeving. Aan dit aspect is zeer veel tijd besteed met als gevolg een intern zeer breed gedragen plan.

5.5 Kwaliteit van de buitenlucht Het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.1 instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht. In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met de kwaliteit van de buitenlucht. Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling moet in een aantal situaties worden getoetst aan omgevingswaarden voor lucht. In het Masterplan Route 31 voor de ver- en nieuwbouw van het GHZ is bijzondere aandacht besteed aan de impact op de luchtkwaliteit in de directe omgeving. Gezien de wettelijke verplichtingen en de toenemende aandacht voor de gezondheid van bewoners, patiënten en medewerkers, worden maatregelen genomen om de uitstoot van stikstof en fijnstof te minimaliseren. De verkeersbewegingen in het onderzoek industrielawaai dienen als basis voor het luchtkwaliteit onderzoek. Het onderzoek industrielawaai is uitgevoerd voor de uiteindelijke toekomstige situatie na de gehele ontwikkeling van het GHZ. Deze bopa heeft echter betrekking op een gedeelte van de gehele ontwikkeling, namelijk het realiseren van het Facilitair gebouw op een andere locatie binnen hetzelfde ziekenhuisterrein. Het draagt hiermee bij aan de uiteindelijke toekomstige situatie. De verkeersbewegingen in het onderzoek industrielawaai kunnen daarom gebruikt worden voor het luchtkwaliteit onderzoek van deze aanvraag omgevingsvergunning bopa.

Richtlijnen gemeente Gouda: Het toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is alleen nodig als een project binnen één van de aandachtsgebieden valt, er sprake is van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit óf als de ontwikkeling veel bijdraagt aan luchtverontreiniging (overschrijding NIBM). Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). 1. Invulling GHZ: Het plangebied bevindt zich niet in een aandachtsgebied. De ontwikkeling betreft wel een milieubelastende activiteit; toetsing aan de luchtkwaliteit is daarom noodzakelijk. 2. De ontwikkeling betreft de verbouw van een bestaand ziekenhuis, dit valt niet onder de NIBM standaardgevallen. De gemeente raadt aan om het effect op de luchtkwaliteit te onderbouwen met de verwachte verkeerstromen. 3. De ontwikkeling betreft de realisatie van een voorziening voor kwetsbare groepen (waaronder, ziekenhuizen). De GGD heeft hiervoor richtlijnen opgesteld. Er wordt geadviseerd om in het ontwerp zoveel mogelijk rekening te houden met de richtafstanden uit deze richtlijn. De GGD kan desgewenst adviseren over deze ontwikkeling. 4. De gemeente is aangesloten bij het Schone Luchtakkoord, met als doel het permanent verbeteren van de luchtkwaliteit in Nederland. Hiervoor gelden bovenwettelijke doelen.

Voor de ontwikkeling wordt aanbevolen om te toetsen aan deze doelwaarden (WHO-advieswaarden).

(concept) Motivering bopa Groene Hart Ziekenhuis Fase 2 NL.IMRO.0512.ON05-0001

29 - 701

Naar aanleiding van het bovenstaande wordt onderzoek gedaan naar: Luchtkwaliteitsonderzoek conform Bkl. Berekeningen volgens Bijlage XIXa van de Omgevingsregeling met STACKS+1 - 2021.1. - Berekeningen inclusief PM-2,5 (Bijlage 3) Stikstofdepositie berekeningen (Bijlage 4 en Bijlage 5) in het kader van de Wet natuurbescherming. Berekeningen volgens de laatste AERIUS software. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase en gebruiksfase. Beoordeling luchtkwaliteit CILMK Uit de monitoringtool van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de gewenste ontwikkeling. Er wordt voldaan aan de wettelijke omgevingswaarden van 40 µg/m³ voor stikstofdioxide en fijnstof PM10, en 25 µg/m³ voor fijnstof PM2,5. NIBM Uit de berekeningen in het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de concentratie van de beschouwde stoffen vanwege de activiteiten voor het gehele ziekenhuis minder dan 3% van de omgevingswaarde is. De ontwikkeling is te beschouwen als niet in betekenende mate (NIBM). Beoordeling Stikstof Aanlegfase Uit het onderzoek blijkt dat de stikstofdepositiebijdrage van de aanlegfase van het GHZ niet meer is dan 0,00 mol/ha/j. Dit is eveneens van toepassing op de realisatie van het Facilitair gebouw. Negatieve impact op Natura 2000-gebieden ten gevolge van de aanlegfase is uitgesloten.

Gebruiksfase Uit het onderzoek blijkt dat de stikstofdepositiebijdrage van de gebruiksfase van het GHZ niet meer is dan 0,00 mol/ha/j. Dit is eveneens van toepassing op de realisatie van het Facilitair gebouw. Negatieve impact op Natura 2000-gebieden ten gevolge van de aanlegfase is uitgesloten. Conclusie De aangevraagde activiteiten zijn in overeenstemming met instructieregels voor luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit voldoet aan de waarden van het CILMK. Het planvoornemen draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het heeft ook geen negatieve impact op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling draagt voor het aspect luchtkwaliteit bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan etfal en instructieregels.

5.6 Geluid door activiteiten Het Bkl bevat paragraaf 5.1.4.2 instructieregels voor geluid door activiteiten. In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met geluid. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw bij een activiteit, maar ook bij het toelaten van een geluidveroorzakende activiteit bij een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid beoordeeld. Het initiatief betreft het toelaten van geluidveroorzakende activiteiten. In het Masterplan Route 31 voor de ver- en nieuwbouw van het GHZ is geluidshinder een belangrijk aandachtspunt, zowel tijdens de bouwfase als in de gebruiksfase. Het GHZ streeft ernaar om een gezonde en aangename leefomgeving te creëren voor patiënten, medewerkers en omwonenden. Daarom zijn ten behoeve van het Masterplan uitgebreide geluidsstudies uitgevoerd en zijn maatregelen geïmplementeerd om eventuele hinder tot een minimum te beperken. Situatie Voor deze motivering is van belang of de activiteiten invloed hebben op de geluidskwaliteit. Het betreft het Facilitair gebouw. Het GHZ beschikt over een maatwerkbesluit. Dit zal in de nieuwe situatie ook nodig zijn. De verwachting is dat de overschrijding door het verplaatsen van de in/uitrit iets hoger zal zijn. Hiertoe wordt een actueel akoestisch onderzoek opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=8bb66184-977b-48f4-bc58-3f713da61745