Bijlage 21 Ruimtelijke onderbouwing Stavorenweg 6 te Gouda
Tekst van het document
Opslagboxen gebouw 1 en 2 (16.000 m2 bvo)
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Aantal eenheden (100 m2 bvo) 2
Max. verkeersgeneratie per eenheid
Totale verkeersgeneratie per etmaal
4,9
9,8
11
4,9
53,9
160
4,9
784
Pagina | 49
Bedrijfs- en opslaghal gebouw 1 en 2 (2.250 m2 per verdieping, een totaal van vijf verdiepingen) Totaal
Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief
22,5
4,9
110,25 957,95
In de huidige situatie is sprake van twee kantoorgebouwen die ook een bepaalde verkeersgeneratie met zich meebrengen. Voor de kantoorpanden kan berekend worden wat tot nu tot de verkeersaantrekkende werking is geweest. In totaal was er op de locatie circa 4.716 m2 aan kantoorruimte aanwezig. Op basis van de verkeersgeneratie van 4,9 motorvoertuigen per 100 m2 was in de huidige situatie sprake van een verkeersgeneratie van circa 231 motorvoertuigen per etmaal (zie onderstaande tabel). Figuur 25. Verkeersgeneratie per etmaal referentiesituatie
Soort voorziening
Gehanteerde functie
Aantal eenheden (100 m2 bvo)
Kantoorruimte Stavorenweg 4-6 (4.716 m2 bvo) Totaal
Kantoor (zonder baliefunctie)
47,16
Max. verkeersgeneratie per eenheid 4,9
Totale verkeersgeneratie per etmaal 231,08 231,08
Er is sprake van een toename van de verkeersaantrekkende werking ten gevolge van het beoogde initiatief. De verkeersaantrekkende werking neemt maximaal toe met 726,87 motorvoertuigbewegingen. Het verkeer onderscheid zich door de ligging op het bedrijventerrein Goudse Poort niet in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag van het overige verkeer dat zich op de betrokken ontsluitingswegen kan bevinden. Hiermee wordt de bestaande wegenstructuur als toereikend geacht om de toename in de verkeersgeneratie op te vangen. Ontsluiting De ontsluiting van de projectlocatie vindt plaats via de Stavorenweg. Vanaf de Stavorenweg kan in de richting van de A12 worden gereden via de ontsluitingsweg Goudse Poort, zie ook figuur 26. Figuur 26. Ontsluitingssituatie (bron: Google maps)
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 50
De locatie is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Op een afstand van circa 250 meter is de bushalte van buslijn 175 gelegen. Deze bus rijdt (onder andere) richting Station Gouda. Vanaf Station Gouda is zijn verschillende treinverbindingen in de richting van bijvoorbeeld Den Haag of Utrecht. De locatie is bereikbaar voor langzaam verkeer, zoals fietsers en voetgangers. Er is geen apart fietspad ter plaatse van de projectlocatie zelf, maar er kan wel worden aangesloten op een fietsnetwerk in de buurt. Dit fietsnetwerk loopt langs de A12 en onder de A12 door. Ook is er een fietsroute in de richting van de binnenstad van Gouda.
4.10.3. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
4.11 WATER 4.11.1. Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt.
4.11.2. Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Ten behoeve van deze ontwikkeling is op 22 oktober 2021 de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de gegeven antwoorden concludeert het waterschap dat zij belang heeft bij de plannen. De beoogde ontwikkeling heeft echter geen (significant) negatief effect op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse van de projectlocatie Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Waterkwantiteit Ten gevolge van het voorgenomen initiatief neemt het verhard oppervlak niet toe met meer dan 500 m2 (artikel 3.2 Keur). De projectlocatie is reeds geheel verhard, op een aantal groenperken na. Bij de werkzaamheden dient aan de zorgplicht te worden voldaan. De zorgplicht is vastgelegen in artikel 3.1 van de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland. In onderstaand kader is dit artikel weergeven. Artikel 3.1 – Zorgplicht (ja, tenzij) 1.
Degene die handelingen, met uitzondering van de handelingen die zijn genoemd in artikel 3.2 lid 2, 3.3 lid 1 en 3.4 lid 1 van deze keur, verricht of laat verrichten en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door die handeling nadelige effecten voor het watersysteem ontstaan of kunnen ontstaan, voorkomt die gevolgen of beperkt die, voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van diegene kan worden verwacht. 2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige effecten voor het watersysteem als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is, het zo veel mogelijk beperken van: a. verzwakking en beschadiging van de waterkering en zeewering; b. van wateroverlast en/of waterschaarste; c. belemmeringen in de doorstroming in de watergang; d. hinder bij inspectie- en/of onderhoudswerkzaamheden aan het watersysteem; e. een verslechtering van de chemische en/of ecologische waterkwaliteit; f. negatieve effecten van kwel op de waterkwaliteit en waterkwantiteit;
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 51
g. verzilting, verzakkingen van de bodem en/of uitwisseling van grondwater tussen van elkaar gescheiden grondwaterlichamen als gevolg van grondwateronttrekkingen; h. een belemmering van de vervulling van maatschappelijke functies van het watersysteem. 3. Aan de in het eerste lid voorgeschreven zorgplicht wordt in ieder geval voldaan, wanneer de handeling wordt verricht overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen erkende maatregel.
Beschermde gebieden De locatie is gedeeltelijk in (de beschermingszone van) een watergang gelegen. Het betreft overig oppervlaktewater. Het is op grond van artikel 3.3 lid 1 sub e van de Keur verboden om zonder watervergunning een object in de beschermingszone, dan wel de kernzone tot aan de waterlijn, van een hoofdwatergang te plaatsen. Er wordt geen water gedempt en er zijn geen werkzaamheden voorzien in de (beschermingszone van de) watergang. Onderstaande figuur bevat een uitsnede van de legger van het Hoogheemraadschap van Rijnland waarop de watergang is weergegeven. De ontwikkeling voorziet in het realiseren van een waterpartij welke wordt aangesloten op het reeds bestaande oppervlaktewater. Als gevolg wordt binnen het projectgebied 680 m2 water toegevoegd. Voor het te graven oppervlaktewater en de werkzaamheden nabij het reeds aanwezige oppervlaktewater zal een watervergunning worden aangevraagd. Figuur 27. Legger oppervlaktewater, Hoogheemraadschap van Rijnland
Riolering Voor het beoogde initiatief wordt aangesloten op de bestaande riolering.
4.11.3. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering. Wanneer werkzaamheden ter plaatse van de (beschermingszone behorend bij de) watergang worden uitgevoerd, dan zal een watervergunning worden aangevraagd.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 52
4.12 (VORMVRIJE) M.E.R-BEOORDELING 4.12.1. Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.
4.12.2. Relatie tot ontwikkeling en conclusie De ontwikkeling omvat de realisatie van twee bedrijfsgebouwen met een totaal oppervlakte van 20.050 m2 bvo. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Ten behoeve van de ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld. De aanmeldnotitie met daarin opgenomen de vormvrije m.e.r.-beoordeling is toegevoegd aan de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Op basis van de aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Aangezien de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve (milieu)effecten staat dit de ontwikkeling niet in de weg.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 53
5
BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID 5.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen.
5.2 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Voor deze ontwikkeling wordt de uitgebreide planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een inspraakreactie of zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 54
6
CONCLUSIE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE INPASBAARHEID De initiatiefnemer heeft als doel ter plaatse van de Stavorenweg 4 en 6 nieuwe bedrijfsbebouwing te realiseren. Voor deze ontwikkeling dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 55
BIJLAGE 1 - VERKENNEND BODEMONDERZOEK
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 56
RAPPORT C20-509-O
O
N
C EP
Capelle aan den IJssel, 18 december 2020
T
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Stavorenweg 4-6 te Gouda.
Arnicon B.V.
Opdrachtgever:
White House Development Schouwburglaan 16 2806 AV Gouda dhr. T. Krispijn
C
Opdrachtnemer:
Contactpersoon: Boormeester: Protocol: Rapportage: Controle:
R.F. Engelse (Arnicon BV) / J. Streef (Marvin B.V.) BRL SIKB 2000-2001/2002/2018 E. Schoen
CAPELLE A/D IJSSEL Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel T. 010 2582 300
APPINGEDAM Kanaalweg 1 9902 AX Appingedam T. 059 6693 600
www.arnicon.nl
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK................................................................ 1 Inleiding Doel van het onderzoek Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid Rapportage
1 1 1 1
T
1.1 1.2 1.3 1.4
2. RESULTATEN VOORONDERZOEK ................................................................................ 2 Inleiding Resultaten Hypothese Onderzoeksstrategie
C EP
2.1 2.2 2.3 2.4
2 2 5 5
3. RESULTATEN BODEMONDERZOEK .............................................................................. 6 3.1 Veldwerk 3.2 Chemisch-analytisch onderzoek 3.3 Analyseresultaten
6 7 10
4. SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...............................................14 4.1 Samenvatting 4.2 Conclusies 4.3 Aanbevelingen
BIJLAGEN
N
Regionale overzichtskaart Detailtekening Boorstaten Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsing conform BoToVa en Toetsingswaarden Relevante gegevens voorgaand bodemonderzoek Omgevingsrapportage ODMH Arnicon, kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
C
O
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
14 14 14
1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK 1.1
Inleiding
T
Door White House Development te Gouda is aan Arnicon B.V. de opdracht verstrekt tot uitvoering van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 ter plaatse van de Stavorenweg 4-6 te Gouda. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de bijlagen 1 en 2.
Op de locatie, met een totale oppervlakte van ca. 8.487 m2, staan twee kantoorpanden met er omheen parkeerplaatsen en groenstroken.
1.2
C EP
De aanleiding tot het onderzoek is de aankoop van het perceel. Tijdens een bodemonderzoek in 2003 is op de locatie sterke PAK verontreiniging aangetoond in de bovengrond. Doel van het onderzoek
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of en in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de locatie geleid kan hebben tot verontreiniging van de bodem. Het onderzoek wordt zodanig uitgevoerd, dat een milieuhygiënische beoordeling kan worden gegeven ten aanzien van het (toekomstige) gebruik van de locatie. Het bepalen van de omvang van een eventueel aan te treffen verontreiniging valt buiten het kader van het verkennend onderzoek.
N
Het doel van het nader onderzoek naar de PAK-verontreiniging is inzicht te verkrijgen in de horizontale en verticale omvang hiervan. 1.3
Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
O
Kwaliteitswaarborg Arnicon en haar medewerkers zijn sinds 2007 door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) erkend voor het verrichten van diensten vallend onder diverse BRL SIKB protocollen waarmee wordt voldaan aan de wet en regelgeving Kwalibo. Arnicon is eveneens gecertificeerd voor de kwaliteits- en veiligheidsnormen zoals gesteld in de NEN-EN-ISO 9001:2015 en VCA**.
C
Onafhankelijkheid Arnicon en haar medewerkers zijn op geen enkele wijze gelieerd aan de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie. Arnicon heeft geen enkel (financieel) belang bij het weergeven van de resultaten van het onderzoek. Voor meer informatie over de kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid wordt verwezen naar bijlage 9. 1.4
Rapportage
In dit rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek met hypothese en onderzoeksopzet (hoofdstuk 2) en de resultaten van het bodemonderzoek (hoofdstuk 3) beschreven. Het rapport wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek en de (eventuele) aanbevelingen, die daaruit voortvloeien (hoofdstuk 4).
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
1
2. RESULTATEN VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Resultaten
C EP
2.2
T
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van de locatie en de directe omgeving. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN 5725, "Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek", oktober 2017.
Locatiebeschrijving De locatie wordt kadastraal aangeduid als gemeente Gouda, sectie M, nr. 4034.
De locatie is gelegen aan de Stavorenweg 4-6 te Gouda op het bedrijventerrein Goudse Poort, wat ligt aan de noordwestkant van Gouda bij rijksweg A12. De locatie heeft een oppervlakte van 8.487 m2. Op de locatie staan twee kantoorpanden met er omheen parkeerplaatsen en groenstroken.
O
N
De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrenst door de Stavorenweg, aan de westzijde door de Groningenweg en aan de oostzijde door de N452- weg Goudse Poort. Ten zuidoosten grenst het perceel aan het bedrijfsterrein gelegen aan de Groningenweg 10. Ten noordoosten van de onderzoekslocatie op circa 25 meter afstand bevindt zich een benzinestation van Shell.
C
Foto 1: kantoorpand Stavorenweg 4, gezien vanaf de noordoostzijde - het pand rechts op de achtergrond is Stavorenweg 3
Foto 2: overzichtsfoto vanaf de zuidwestzijde links op de achtergrond het pand Stavorenweg 4 en rechts Stavorenweg 6
Historische ontwikkeling / voormalig gebruik Uit topografische kaarten (www.topotijdreis.nl) blijkt dat het bedrijventerrein Goudse Poort tot begin jaren ’80 van de vorige eeuw bestond uit landbouwpercelen. Hierna is het bedrijventerrein bouwrijp gemaakt voor de bouw van bedrijfspanden. In het kader van bouwrijp maken zijn de sloten tussen de percelen gedempt, zo ook op de onderzoekslocatie. Volgens www.vastgoedloep.nl dateren de panden uit 1987.
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
2
Voor zover bekend hebben zich in het verleden op de locatie geen bodembedreigende activiteiten voorgedaan. Uit de omgevingsrapportage van de Omgevingsdienst Midden Holland (zie bijlage 8) blijkt dat in de omgeving van de onderzoekslocatie de volgende bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden: Goudse Poort 2 - Shell benzinestation
Stavorenweg 3-3a (± 20 m ten noordwesten v.d. locatie) - Dienst Justitiële Inrichtingen, met twee bovengrondse dieseltanks t.b.v. noodaggregaten.
Stavorenweg 2 (± 20 m ten zuidwesten v.d. locatie) - truck dealer (DAF) BLOM DSW, met een herstelinrichting, wasplaats, olieafscheider, opslag smeermiddelen en opslag olie, ad-blue en koelvloeistof.
Groningenweg 5 (± 20 m ten zuidwesten v.d. locatie) - autoschadeherstelbedrijf Het AutoSchadehuis, met een werkplaats en twee olieafscheiders.
C EP
T
Voor het overige zijn in de omgeving van de locatie geen bodembedreigende activiteiten bekend. Zowel ten noordwesten als ten zuiden van de locatie bevindt zich een gasdrukregel en meetstation van Eneco. Vanaf ongeveer 20 m ten noorden van de locatie ligt het terrein van een groot- en detailhandel. Aan de overzijde van de Goudse Poort (noordoostelijk) ligt, door een brede singel afgescheiden van de weg, het sportpark Groenhovenpark.
N
Brandstoftanks Het Shell tankstation ten noordoosten van de locatie beschikt over vijf ondergrondse tanks. Twee hiervan liggen naast de westgevel van de tankshop op circa 18 m ten noorden van de locatiegrens. De overige tanks liggen verder weg, op het noordelijk deel van het perceel van Shell. Uit de omgevingsrapportage van de ODMH (zie bijlage 8) blijkt dat de huidige status van het Shell-terrein is: voldoende onderzocht - niet verontreinigd. Uitgangspunt is derhalve dat de bodemkwaliteit op de locatie niet nadelig wordt beïnvloed door het tankstation. Zoals eerder vermeld staan aan de Stavorenweg 3-3a twee bovengrondse tanks. Tijdens het nulonderzoek dat hier in 2009 is uitgevoerd is hier geen verontreiniging met minerale olie aangetoond.
O
Kabels en leidingen Volgens de KLIC-melding van 27 november 2020 is het terreindeel ten zuiden van de gebouwen grotendeels vrij van kabels en leidingen. Op de terreingrenzen langs de openbareweg liggen diverse kabels en leidingen. Rondom het pand op Stavorenweg 4 en tussen de beide gebouwen liggen met name datakabels.
C
Ophogingen/slootdempingen In een eerder op de locatie uitgevoerd bodemonderzoek wordt vermeld dat de onderzoekslocatie is opgehoogd ten behoeve van de ontwikkeling van het gebied als bedrijventerrein. Hierbij zijn twee sloten ter hoogte van de onderzoekslocatie gedempt. Uit het onderzoek blijkt tevens dat de ophooggrond lokaal sterk verontreinigd is met PAK. Dit blijkt eveneens uit een bodemonderzoek aan de Stavorenweg 3. Onder Bodemonderzoek wordt hier nader op ingegaan. Maaiveldverhardingen Het buitenterrein is grotendeels verhard met betonklinkers.
Terreininspectie Bij visuele inspectie van de locatie d.d. 2 december 2020 zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen.
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
3
Asbest Bij voorgaand bodemonderzoek is gebleken (zie Bodemonderzoek op pag.4) dat de bovengrond puinresten bevat. Puinhoudende grond is in beginsel asbestverdacht.
T
Actief bodembeheer De Omgevingsdienst Midden Holland heeft in 2015 door LievenseCSO een bodemkwaliteitskaart laten opstellen voor de regio Midden-Holland en Zoetermeer. De Goudse Poort ligt in zone 14: Lichte industrie en bedrijven. De ontgravingskaart voor de bovengrond geeft aan dat hier kwaliteit “wonen” wordt verwacht. In de ondergrond wordt klasse “landbouw/natuur” verwacht.
C EP
PFAS PFAS is in het Nederlandse milieubeleid opgenomen in de lijst met Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Vooralsnog wordt er van uitgegaan dat alle bovengrond en geroerde grond diffuus belast kan zijn met PFAS. Met ingang van 8 juli 2019 dient bij elk grondverzet en alle partijkeuringen in Nederland rekening te worden gehouden met PFAS.
Op de locatie hebben geen activiteiten plaatsgevonden die tot lokale belasting met PFAS kunnen hebben geleid. Voor het beoordelen van de geschiktheid van de locatie is onderzoek op PFAS niet noodzakelijk. Bodemonderzoek Door de opdrachtgever is het volgende rapport verstrekt: 1)
Verkennend bodemonderzoek Stavorenweg 4 en 6 te Gouda, Grontmij Advies & Techniek B.V, project nr. PN 156374, document nr. 99047298-DH, 1 december 2003.
N
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Kantoren Fonds Nederland in het kader van verkoop van het perceel. Tijdens het veldwerk zijn bijmengingen met puin waargenomen aan het opgeboorde bodemmateriaal. Uit het analytisch onderzoek is gebleken dat de grond op de onderzoekslocatie plaatselijk matig tot sterk verontreinigd is met PAK. De verontreiniging is aangetoond ten zuiden van het pand nr. 6, in de zwak puinhoudende bovengrond tot een diepte van 0,5 à 0,85 m-mv. De verticale begrenzing is niet vastgesteld. Er heeft geen volledige omvangsbepaling plaatsgevonden. De hoeveelheid matig tot sterk verontreinigde grond is ingeschat op circa 470 m³.
O
Verder is op het zuidelijk deel van het perceel, ter plaatse van de boring 14, een zwakke olie-water reactie waargenomen. Analytisch is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. De bovengrond ten zuiden van de onderzoekslocatie is licht verontreinigd met zink, PAK en minerale olie. De ondergrond is licht verontreinigd met minerale olie. De bovengrond ten noorden van de onderzoekslocatie is licht verontreinigd met minerale olie en niet verontreinigd met de overige onderzochte parameters. De ondergrond ten noordwesten van de bebouwing is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten gemeten.
C
De relevante gegevens van het hier beschreven onderzoek zijn opgenomen in bijlage 7.
Uit de omgevingsrapportage verkregen via de website van de ODMH (zie bijlage 8) blijkt dat ter plaatse van het tankstation en de nabijgelegen percelen aan de Goudse Poort 2, Stavorenweg 2 en 3 en Groningenweg 5 diverse bodemonderzoeken, grondwatermonitoringen en een sanering hebben plaatsgevonden:
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
4
Op het tankstation aan de Goudse Poort 2 is eind 1996 een lichte minerale olieverontreiniging bij de voormalige pompeilanden onder milieukundige begeleiding van De Straat (project-nummer B3588) gesaneerd in het kader van herinrichting. Voor deze locatie was op 27 november 1995 een beschikking “niet ernstig” afgegeven. Vanaf 1999 vindt jaarlijks monitoring plaats van het grondwater. De actuele status van deze locatie is “voldoende onderzocht - onverdacht/niet verontreinigd”.
T
Aan de Stavorenweg 2 (20 m zuidwestelijk t.o.v. de locatie) is plaatselijk een lichte minerale olieverontreiniging aangetoond in de bovengrond (vermoedelijk gemorste afgewerkte olie of motorolie). Voor het overige zijn bij de nulonderzoeken op Groningenweg 5 en Stavorenweg 2 en 3 geen verontreinigingen met minerale olie aangetoond in grond of grondwater.
C EP
Aan de Stavorenweg 3-3a is in 2007 een verkennend bodemonderzoek verricht door Verhoeve Milieu (kenmerk LWI/ADV/VMO/157122) in het kader van huurderswisselingen. Daarbij is in de zwak puinhoudende bovengrond plaatselijk, tussen de bebouwing en de Stavorenweg (circa 12 m ten noordwesten v.d. onderhavige locatie), een sterke PAK verontreiniging aangetoond. De omvang van de sterke PAK-verontreiniging is door Verhoeve geschat op circa 10 m3.
Bodemopbouw Uit het voorgaand onderzoek door Grontmij blijkt dat de locatie minimaal 2 à 2,5 meter is opgehoogd met overwegend zand, deels klei met vooral in de bovengrond puinbijmengingen. Onder deze ophoging bevindt zich de holocene deklaag met een dikte van circa 10 m, welke is opgebouwd uit slecht doorlatende klei- en veenlagen. Daaronder bevindt zich het eerste watervoerende pakket. De freatische grondwaterspiegel kan worden aangetroffen vanaf een diepte van 0,5 à 1,0 m-mv. Het freatische grondwater is zoetwater. De stromingsrichting van het freatische grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals oppervlaktewateren, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (bijvoorbeeld kabel- en leidingtracées, funderingen) en drainage. Bovenstaande informatie is afkomstig van www.dinoloket.nl.
N
Toekomstig gebruik Voor zover bekend wordt het gebruik van de locatie niet gewijzigd (kantoren). Hypothese
O
2.3
C
Op basis van de beschikbare informatie wordt de locatie vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging beschouwd als verdacht op asbest in verband met de eerder waargenomen bijmengingen met puin aan het opgeboorde bodemmateriaal. Eerder is gebleken dat ten zuiden van huisnr. 6 een sterke PAK-verontreiniging aanwezig is in de bovengrnd. Voor het overige worden op basis van de bodemkwaliteitskaart en voorgaand onderzoek enkel licht verhoogde gehalten verwacht in de bovengrond. 2.4
Onderzoeksstrategie
Het onderzoek op de locatie wordt uitgevoerd volgens de strategie ONV-NL (onverdacht, niet lijnvormig), zoals omschreven in de NEN 5740:2009 en NEN 5740/A1:2016, gecombineerd met een verkennend onderzoek naar asbest in bodem conform NEN 5707, strategie verdacht-heterogeen (tabel 7). De omvang van de indertijd aangetoonde verontreiniging met PAK wordt globaal bepaald door middel van enkele karteerboringen op het betreffende terreindeel.
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
5
3. RESULTATEN BODEMONDERZOEK 3.1
Veldwerk
C EP
T
Het veldwerk is op 2 december uitgevoerd door R.F. Engelse van Arnicon B.V. (erkend veldwerker SIKB 2000 – 2001) en J. Streef (erkend veldwerker SIKB 2000 – 2001 en 2018) van Marvin B.V. Daarbij zijn verspreid over de locatie 19 handboringen verricht, welke zijn uitgegraven tot inspectiegaten (de boringen/inspectiegaten nrs. 01 t/m 19). In aanvulling hierop zijn zes karteerboringen verricht i.v.m. de aanwezige PAK-verontreiniging (de boringen nrs. 101 t/m 106). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor. Inspectiegaten zijn gegraven m.b.v. een schep. De boorgaten van de boringen 01, 05 en 14 zijn benut voor het plaatsen van peilbuizen (peilbuis code = boring nr.). De situering van de boringen is weergegeven op bijlage 2.
Tijdens het veldwerk is gebleken dat het bodemprofiel tot een diepte van 1,7 à 2,3 m-mv voornamelijk uit sterk siltig zand bestaat (ophooglaag). Plaatselijk, in een groenstrook is in de bovengrond ook zandige klei aangetroffen. In de ondergrond is plaatselijk vanaf 1,7 m-mv veen aangetroffen. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 0,5 à 1,0 m-mv. Voor een meer nauwkeurige weergave van het bodemprofiel wordt verwezen naar bijlage 3. Zintuiglijke waarnemingen grond Bij zintuiglijk onderzoek is een uiterst sterke oliegeur waargenomen in de laag van 0,5-1,9 mmv van boring 05. In overleg met opdrachtgever is hier een extra peilbuis geplaatst. Er is geen olie/water reactie waargenomen.
N
Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in het opgeboorde en opgegraven bodemmateriaal. Wel zijn bijmengingen waargenomen met grind, puin, baksteen, koolas, aardewerk en metaalresten. De tijdens het veldwerk waargenomen afwijkingen en bijzonderheden zijn weergegeven in tabel Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. TABEL 1: ZINTUIGLIJK WAARGENOMEN BIJZONDERHEDEN Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
01 02 04 05
2,30 0,50 1,50 2,40
0,08 - 0,50 0,07 - 0,50 0,20 - 0,50 0,07 - 0,50 0,50 - 1,90
Zand Zand Zand Zand Zand
sporen baksteen zwak koolas en grind zwak puinhoudend matig puinhoudend uiterste oliegeur
06
0,50
0,05 - 0,50
Zand
07
0,50
0,07 - 0,35 0,35 - 0,50
Zand Zand
07_N 08
0,50 2,00
0,33 - 0,50 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50
Zand Zand Zand
0,50 - 1,70
Zand
zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend matig grindhoudend, sporen baksteen zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, matig grindhoudend zwak puinhoudend, zwak grindhoudend matig wortelhoudend zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak betonhoudend zwak schelphoudend
1,70 - 2,00
Klei
zwak veenhoudend
0,20 - 0,50 0,07 - 0,30
Zand Zand
zwak puinhoudend, zwak grindhoudend zwak grindhoudend
C
O
Boring
09 10
0,50 0,50
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
6
Diepte boring (m -mv)
11
0,50
12
0,45
2,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
0,30 - 0,50
Zand
zwak grindhoudend, sporen puin
0,07 - 0,25
Zand
0,25 - 0,50
Zand
0,07 - 0,20
Zand
0,20 - 0,45
Zand
0,00 - 0,20 0,20 - 0,50
Zand Zand
sporen metaal, zwak betonhoudend, zwak schelphoudend, zwak grindhoudend zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, zwak grindhoudend, sporen plastic sporen baksteen, zwak grindhoudend, zwak schelphoudend zwak schelphoudend, zwak grindhoudend, sporen baksteen, resten metaal sterk teelaardehoudend zwak grindhoudend
C EP
13
Traject (m -mv)
T
Boring
0,50 - 0,60
volledig repac
1,30 - 1,60
Zand
matig veenhoudend
sporen baksteen matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, zwak grindhoudend, boring gestuit zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak koolashoudend
2,30
0,08 - 0,50 0,07 - 0,50
Zand Zand
16 17
2,00 1,50
0,07 - 0,50 0,07 - 0,30 0,30 - 1,00
Zand Zand Zand
18 101
1,50 1,50
0,07 - 0,50 0,07 - 0,50
Zand Zand
102
1,50
0,07 - 0,50
Zand
103 104 105
1,50 1,50 1,50
0,07 - 0,50 0,07 - 0,50 0,07 - 0,50
Zand Zand Zand
resten puin zwak koolashoudend, zwak baksteenhoudend zwak koolashoudend, zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend
N
14 15
O
Grondwater De bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 9 december 2020 door F.E. Fierens van Arnicon B.V. (erkend veldwerker SIKB 2000 - 2002). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de peilbuisgegevens en zintuiglijke waarnemingen en metingen aan het grondwater. TABEL 1: METINGEN GRONDWATER Filterdiepte (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
01-1-1
1,30 - 2,30
0,48
6,7
845
72,3
05-1-1
0,90 - 1,90
0,51
7,0
591
72,3
14-1-1
1,30 - 2,30
0,52
6,8
950
214
C
Peilbuis
Afwijkingen van de protocollen Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000. De gemeten waarde voor de troebelheid (NTU) in peilbuis 01, 05 en 14 is groter dan 10 en is daarmee een afwijking van de geldende norm. De afwijking valt mogelijk deels te relateren aan de ondergrond ter plaatse van de onderzochte locatie (klei/veen). Ingeschat wordt dat deze afwijking niet significant van invloed is op de onderzoeksresultaten. Voor het overige zijn er geen afwijkingen. Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
7
3.2
Chemisch-analytisch onderzoek
T
Meng- en analyseprogramma Het meng- en analyseprogramma voor de onderzochte grond- en grondwatermonsters is weergegeven in tabel 2 en 3. In deze tabellen corresponderen de monsternummers met de boringnummers en zijn de dieptetrajecten aangegeven, waaruit de monsters afkomstig zijn. Tevens is in tabel 2 de samenstelling van de monsters vermeld. TABEL 2: MONSTERSELECTIE
Analysepakket
STAP-1
N
C EP
AnalyseDeelmonsters Grondsoort Visuele waarneming monster VERKENNEND ONDERZOEK MM1 01 (0,08 - 0,50) Zand zwak grindhoudend, zwak 06 (0,05 - 0,50) baksteenhoudend, matig 07 (0,07 - 0,35) grindhoudend, sporen 14 (0,08 - 0,50) baksteen MM2 09 (0,07 - 0,20) Zand zwak grindhoudend, sporen 10 (0,07 - 0,30) metaal, zwak betonhoudend, 11 (0,07 - 0,25) zwak schelphoudend, sterk 13 (0,00 - 0,20) teelaardehoudend MM3 15 (0,07 - 0,50) Zand matig baksteenhoudend, 16 (0,07 - 0,50) matig puinhoudend, zwak 17 (0,07 - 0,30) grindhoudend, zwak 18 (0,07 - 0,50) puinhoudend, resten puin MM4 01 (0,50 - 1,00) Zand zwak schelphoudend 04 (0,50 - 1,00) 08 (0,50 - 1,00) 13 (0,60 - 1,00) 16 (0,50 - 1,00) 18 (0,50 - 1,00) AANVULLENDE ANALYSES N.A.V. VELDWAARNEMINGEN 02-1 02 (0,07 - 0,50) Zand zwak grind- en koolashoudend 05-2 05 (0,50 - 0,70) Zand uiterst sterke oliegeur 17-2 17 (0,30 - 0,80) Zand UITSPLITSING MM1 en MM3 OP PAK (EN ZINK) 01-1 01 (0,08 - 0,50) Zand 06-1 06 (0,05 - 0,50) Zand
zwak koolashoudend
07 (0,07 - 0,35)
Zand
14-1 15-1
14 (0,08 - 0,50) 15 (0,07 - 0,50)
Zand Zand
16-1
16 (0,07 - 0,50)
Zand
17-1
17 (0,07 - 0,30)
Zand
zwak puinhoudend
18-1
18 (0,07 - 0,50)
Zand
resten puin
C
O 07-1
sporen baksteen zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend matig grindhoudend, sporen baksteen sporen baksteen matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, zwak grindhoudend zwak puinhoudend
NADER ONDERZOEK PAK EN ZINK 04-2 04 (0,20 - 0,50) Zand 12-2 12 (0,20 - 0,45) Zand
17-4
17 (1,00 - 1,50)
Zand
zwak puinhoudend zwak schelphoudend, zwak grindhoudend, sporen baksteen, resten metaal -
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
STAP-1
STAP-1
STAP-1
STAP-1
Organisch stofgehalte (grond) 550 °C, Tankstation pakket (grond) STAP-1 PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM), lutum en organische stof, Zink PAK (10 VROM), lutum en organische stof, Zink PAK (10 VROM), lutum en organische stof, Zink PAK (10 VROM), lutum en organische stof, Zink PAK (10 VROM), Zink PAK (10 VROM), Zink
PAK (10 VROM)
8
Analysemonster
Deelmonsters
Grondsoort
Visuele waarneming
Analysepakket
101-1
101 (0,07 - 0,50)
Zand
zwak koolashoudend, zwak baksteenhoudend
PAK (10 VROM)
101-2 102-1
101 (0,50 - 1,00) 102 (0,07 - 0,50)
Zand Zand
PAK (10 VROM) PAK (10 VROM)
T
PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM)
C EP
102-2 102 (0,50 - 1,00) Zand 103-1 103 (0,07 - 0,50) Zand 103-2 103 (0,50 - 1,00) Zand 104-1 104 (0,07 - 0,50) Zand 104-2 104 (0,50 - 1,00) Zand 105-1 105 (0,07 - 0,50) Zand 105-2 105 (0,50 - 1,00) Zand 106-1 106 (0,07 - 0,50) Zand 106-2 106 (0,50 - 1,00) Zand VERKENNEND ASBESTONDERZOEK AMM1 AMM1 (0,00 - 0,50) Zand AMM2 AMM2 (0,00 - 0,50) Zand AMM3 AMM3 (0,00 - 0,50) Zand AMM4 AMM4 (0,00 - 0,50) Zand
zwak koolashoudend, zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend x x x x
AS3000 : Asbest grond NEN5898 AS3000 : Asbest grond NEN5898 AS3000 : Asbest grond NEN5898 AS3000 : Asbest grond NEN5898
TABEL 3: ANALYSES GRONDWATER Analysemonster
Filterdiepte (m -mv)
Analysepakket
01-1-1
1,30 - 2,30
STAP-W
05-1-1
0,90 - 1,90
olie/arom.
14-1-1
1,30 - 2,30
STAP-W
standaardpakket grond inclusief organische stof en lutum: 9 zware metalen, PAK (10 VROM), PCB (som 7) en minerale olie (C10-C40) STAP-W= standaardpakket grondwater: 9 zware metalen, vluchtige aromaten (BTEXN+styreen), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl; 16 st. inclusief vinylchloride), chloorbenzenen, bromoform en minerale olie
N
STAP-1=
O
Het chemisch-analytisch onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam en de analysecertificaten zijn bijgevoegd als bijlage 4 (grond) en 5 (grondwater). SYNLAB is geaccrediteerd volgens de door de Raad van Accreditatie gestelde criteria voor testlaboratoria conform ISO/IEC 17025:2018 en erkend door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) voor 'Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek' (AS3000).
C
Toetsingskader De analyseresultaten zijn conform BoToVa voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675) en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nr. 247). In bijlage 6 zijn de toetsingswaarden weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof, 25% lutum).
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
9
T
Om de mate van verontreiniging aan te geven, wordt de volgende terminologie gehanteerd: niet verhoogd: gehalte lager dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde (AW) of de Streefwaarde (S) licht verhoogd: gehalte hoger dan de Achtergrondwaarde of de Streefwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde (½{AW+I} of ½{S+I}) matig verhoogd: gehalte hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de Interventiewaarde (I) sterk verhoogd: gehalte hoger dan de Interventiewaarde
C EP
Saneren Bodemverontreiniging veroorzaakt na 1987 dient volgens het zorgplichtartikel van de Wet bodembescherming zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk ongedaan te worden gemaakt. De mate van verontreiniging is in deze gevallen niet zo zeer van belang. Het tijdstip van veroorzaken is bepalend voor de verplichting tot saneren.
Bodemverontreiniging die geheel of grotendeels is veroorzaakt voor 1987 wordt in het kader van de Wet bodembescherming beschouwd als “historisch”. Voor een historisch geval wordt de saneringsnoodzaak beoordeeld aan de hand van het volumecriterium. Wanneer in een bodemvolume van meer dan 25 m3 of 100 m3 grondwater de interventiewaarde wordt overschreden voor één of meer stoffen is volgens de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige verontreiniging. Indien er sprake is van onaanvaardbare risico’s dient de verontreiniging met spoed te worden gesaneerd. Ernstige verontreinigingen die niet met spoed hoeven te worden gesaneerd, dienen op enig moment te worden gesaneerd, meestal in het kader van herinrichting.
N
Asbest Sinds 1 januari 2003 is de interventiewaarde voor asbest van kracht. Het is een gewogen norm van 100 mg/kg (de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Er bestaat geen achtergrondwaarde voor asbest in grond. De restconcentratie- of hergebruiknorm is per 1 maart 2003 eveneens vastgesteld op 100 mg/kg d.s. (gewogen concentratie). De toetsingswaarde voor nader onderzoek is gelijk aan de halve interventiewaarde. 3.3
Analyseresultaten
C
O
Aan de hand van de analyseresultaten (zie bijlagen 4 en 5 voor de certificaten) en de voor grond omgerekende gehalten zijn overschrijdingstabellen samengesteld. In deze tabellen zijn per monster de overschrijdingen van de achtergrondwaarde (AW), de streefwaarde (S), de interventiewaarde (I) of de toetsingswaarde voor nader onderzoek aangegeven. Voor de toetsingstabellen conform BoToVa wordt verwezen naar bijlage 6.
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
10
TABEL 4: OVERSCHRIJDINGSTABEL GROND
0,07 - 0,30
17-4 18-1
1,00 - 1,50 0,07 - 0,50
Zink (0,3) PAK 10 VROM (0,49) -
N
17-1
C
O
NADER ONDERZOEK PAK (en zink) 01-1 0,08 - 0,50 PAK 10 VROM (0,01) 06-1 0,05 - 0,50 07-1 0,07 - 0,35 14-1 0,08 - 0,50 04-2 0,20 - 0,50 PAK 10 VROM (-) 12-2 0,20 - 0,45 101-1 0,07 - 0,50 101-2 0,50 - 1,00 PAK 10 VROM (-) 102-1 0,07 - 0,50 102-2 0,50 - 1,00 PAK 10 VROM (0,17) 103-1 0,07 - 0,50 103-2 0,50 - 1,00 104-1 0,07 - 0,50 104-2 0,50 - 1,00 105-1 0,07 - 0,50 105-2 0,50 - 1,00 106-1 0,07 - 0,50 106-2 0,50 - 1,00 PAK 10 VROM (0,08) * BBK toetsing enkel op basis van PAK (en zink) -gehalte > AW
BBK monsterconclusie
-
Niet Toepasbaar > industrie
-
Niet Toepasbaar > industrie
PAK 10 VROM (1,02)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
T
> I (+index)
C EP
AnalyseTraject > AW (+index) >T monster (m -mv) VERKENNEND ONDERZOEK MM1 0,05 - 0,50 PCB (som 7) (0,03) PAK 10 VROM (0,53) Zink (0,21) Lood (0,08) Minerale olie (0,18) MM2 0,00 - 0,30 PCB (som 7) (0,03) Zink (0,03) Lood (0,01) PAK 10 VROM (0,5) Minerale olie (0,07) MM3 0,07 - 0,50 PCB (som 7) (0,07) Zink (0,78) Cadmium (0,01) Kwik (-) Lood (0,35) Minerale olie (0,02) MM4 0,50 - 1,00 PAK 10 VROM (0,15) AANVULLENDE ANALYSES N.A.V. VELDWAARNEMINGEN 02-1 0,07 - 0,50 PCB (som 7) (0,11) Cadmium (0,03) Kwik (-) Lood (0,45) Minerale olie (0,19) 05-2 0,50 - 0,70 Ethylbenzeen (0,01) Benzeen (0,67) Tolueen (0,03) Xylenen (som) (0,21) 17-2 0,30 - 0,80 PCB (som 7) (0,2) Cadmium (0,04) Kwik (-) Minerale olie (0,14) UITSPLITSING MM1 op PAK en MM3 OP PAK EN ZINK 15-1 0,07 - 0,50 PAK 10 VROM (0,06) 16-1 0,07 - 0,50 -
-
Klasse industrie
Zink (1,33) PAK 10 VROM (2,19)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
Minerale olie (3,29) Vluchtige olie: 1200 mg/kg Zink (1,75) Lood (1,1) PAK 10 VROM (1,97)
-
Zink (1,86) PAK 10 VROM (2,22) -
-
-
Zink (1,61) PAK 10 VROM (3,05)
-
PAK 10 VROM (0,55) PAK 10 VROM (0,78) PAK 10 VROM (0,94) -
PAK 10 VROM (1,46) PAK 10 VROM (2,49) PAK 10 VROM (2,83) PAK 10 VROM (2,61) PAK 10 VROM (1,65) PAK 10 VROM (3,55) PAK 10 VROM (2,26) -
-
-
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
-
: > Achtergrondwaarde
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
11
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW); GSSD = gestandaardiseerde meetwaarde (voor 10% o.s. en 25% lutum)
TABEL 5: OVERSCHRIJDINGSTABEL GRONDWATER Grondwatermonster
Filterdiepte (m -mv)
> S (+index)
> T (+index)
01-1-1
1,30 - 2,30
-
05-1-1
0,90 - 1,90
14-1-1
1,30 - 2,30
Barium (0,12) Naftaleen (-) Naftaleen (-) Minerale olie (totaal) (0,24) Barium (0,03)
> I (+index) -
C EP
>S >T >I index
-
T
> AW >T >I index
-
-
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (MW - S) / (I - S); MW = meetwaarde
N
Algehele bodemkwaliteit Uit tabel 4 blijkt dat in de grondmengmonsters MM1 t/m MM4 licht tot sterk verhoogde PAKgehalten, een matig verhoogd zinkgehalte en licht verhoogde gehalten lood, zink, cadmium, kwik, PCB en minerale olie zijn aangetoond. Voor de bovengrondmengmonsters MM1 en MM2, van de noord- en westkant van het terrein, geldt dat deze bij toetsing aan de BBK regels als niet toepasbaar worden beoordeeld op basis van de gemeten (licht verhoogde) gehalten minerale olie. MM3, van de zuidkant, is sterk verontreinigd met PAK. De ondergrond (MM4) verspreid over het gehele terrein wordt beoordeeld als klasse industrie.
O
In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten barium en naftaleen gemeten. Het verhoogde gehalte aan barium in het grondwater is niet te relateren aan (voormalige) activiteiten op de locatie. Barium komt in heel Nederland dikwijls in verhoogde gehalten voor in het grondwater zonder duidelijke oorzaak. Licht verhoogde naftaleengehalten in de orde van grootte van de detectiegrens of streefwaarde komen dikwijls voor in het grondwater zonder aanwijsbare bron of oorzaak.
C
Lokale olieverontreiniging Tijdens het veldwerk is een sterke oliegeur waargenomen van 0,5 tot 1,9 m-mv in boring 05. Het onderliggende veen is zintuiglijk schoon. In het zintuiglijk met olie verontreinigde zandmonster zijn een sterk verhoogd minerale oliegehalte en een matig verhoogd benzeengehalte gemeten. Het gehalte vluchtige oliefracties bedraagt 1.200 mg/kg d.s. en is hiermee hoger dan de interventiewaarde voor minerale olie C10-C40. Voor minerale olie fracties C6-C9 is geen interventiewaarde vastgesteld. Omdat de humane risico’s voor deze vluchtige oliefracties groter zijn dan voor niet vluchtige, wordt het gemeten gehalte vluchtige fracties beschouwd als sterk verhoogd. De verontreiniging in boring 05 werd op voorhand niet verwacht. Daarom heeft hier, mede gezien de tijdsdruk op het onderzoek, geen verdere afperking plaatsgevonden. Op bijlage 2.2 is een voorlopige inschatting gegeven van de omvang van deze verontreiniging weergegeven. De hoeveelheid sterk met minerale olie verontreinigde grond in de laag van 0,5-1,9 m-mv wordt voorlopig geschat op 500 m3.
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
12
Uit tabel 5 blijkt dat het grondwatermonster uit peilbuis 05 licht verontreinigd is met minerale olie. Het naftaleengehalte is nauwelijks verhoogd ten opzichte van de streefwaarde/ detectiegrens.
T
PAK-verontreiniging Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat sterk verhoogde PAK-gehalten niet alleen aan de zuidzijde van huisnr. 6 zijn aangetoond, maar ook aan de noordkant, in boring 02. In boring 02 is een zwakke koolasbijmenging aangetoond. Voor het overige is er geen duidelijke relatie tussen de aard en mate van de bijmengingen en de verontreinigingsgraad. De verontreiniging was in boring 02 op voorhand niet verwacht. Daarom heeft hier, mede gezien de tijdsdruk op het onderzoek, geen verdere afperking plaatsgevonden.
C EP
De omvang van de PAK-verontreiniging blijkt groter dan in 2003 was ingeschat. De verontreiniging wordt aan de westzijde globaal begrensd door de boringen 11, 12 en 15. Met name de bovengrond is sterk verontreinigd, maar ter plaatse van de boringen 17 en 104 is de meest verontreinigde laag aangetroffen van 0,3-0,8 m-mv en van 0,5-1,0 m-mv. De bovengrond is hier respectievelijk licht en matig (bijna sterk) verontreinigd. De gemeten PAKgehalten in de verontreiniging liggen rond 2 à 3 x interventiewaarde. Met de monsters 101-2, 102-2 en 17-4 is de verontreiniging verticaal afgeperkt op een diepte van 0,5 à 1,0 m-mv. Op bijlage 2.2 is globaal de ligging van de overwegend sterk met PAK verontreinigde bovengrond weergegeven. De hoeveelheid gemiddeld sterk met PAK verontreinigde grond wordt globaal geschat op 1000 m3. In een gedeelte van PAK - verontreiniging komen tevens sterk verhoogde gehalten lood en/of zink voor (zie tabel 4).
N
Asbest Uit de analysecertificaten in bijlage 4 blijkt dat in één van de mengmonsters van de puinhoudende bovengrond een geringe hoeveelheid asbest is aangetoond. De overige mengmonsters bevatten geen asbest. Oorzaak van de verontreinigingen De PAK verontreiniging wordt toegeschreven aan de ophoging van het terrein. Deze heeft plaatsgevonden voor 1987, bij het bouwrijpmaken van het bedrijventerrein. Conform de Wet bodembescherming gaat het derhalve om een historische verontreiniging.
O
De oorzaak van de minerale olieverontreiniging is niet bekend. Op het maaiveld zijn geen sporen waargenomen van oliemorsingen. In de bovengrond van boring 05 is geen olie waargenomen. Wel is gebleken dat de bovengrond van het terreindeel waarop de verontreiniging is aangetoond diffuus belast is met minerale olie, in gehalten hoger dan de maximale waarde voor klasse industrie. Bij voorgaand onderzoek in 2003 is op enkele meters ten oosten van boring 05 geen verontreiniging aangetroffen in de ondergrond.
C
Het is vrij waarschijnlijk dat de minerale olieverontreiniging is ontstaan voor of tijdens de bouw van de panden. Deze verontreiniging wordt derhalve eveneens beschouwd als historisch. Risico’s Bij het huidige gebruik van de verontreinigde locatiedelen zijn geen humane, ecologische of verspreidings risico’s te verwachten.
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
13
4.3
Aanbevelingen
T
De aangetoonde sterke verhoogde gehalten aan PAK in de bovengrond en minerale olie in de ondergrond geven op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) in principe aanleiding tot het uitvoeren van een vervolgonderzoek en/of het treffen van saneringsmaatregelen. Omdat er in de huidige situatie (kantoren en parkeren) geen risico’s zijn te verwachten kan de sanering worden uitgevoerd in samenhang met herinrichting. Er is geen mobiele verontreiniging aangetoond. Het grondwater is slechts licht verontreinigd met minerale olie. Dit betekent bij het saneren gekozen mag worden voor een isolatievariant. Of en hoeveel grond daarbij vrijkomt is in de eerste plaats afhankelijk van de wijze van herinrichten.
C EP
Voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden kan er met behulp van een BUSmelding (gestandaardiseerd saneringsplan) het voornemen tot saneren worden ingediend bij het bevoegd gezag (ODMH). De saneringsmaatregel en/of het grondwerk zal uitgevoerd dienen te worden door een voor de BRL 7000 erkende aannemer en begeleid dienen te worden door een voor de BRL 6000 erkende milieukundig begeleider. Na beëindiging van de saneringswerkzaamheden dient er een BUS-evaluatie van de sanering te worden opgesteld. Dit verslag dient ter beoordeling aan het bevoegd gezag te worden overlegd, waarna de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik.
C
O
N
Het is niet toegestaan om werkzaamheden in de verontreinigde grond te verrichten zonder BUS melding of saneringsplan.
Rapport C20-509-O / 18-12-20 / Stavorenweg 4-6 te Gouda
15
T
C
O
N
C EP
BIJLAGE 1 Regionale overzichtskaart
Bijlage bij rapport C20-509-O / Stavorenweg 4-6 te Gouda
T EP C N O
C onderzoekslocatie Stavorenweg 4 en 6 te Gouda C20-509-O Bijlage: 1
Kaartbron: PDOK / NGR
T C EP
C
O
N
BIJLAGE 2 Detailtekening
Bijlage bij rapport C20-509-O / Stavorenweg 4-6 te Gouda
P
P P
k k
P k
k
P
bk
vb
P
P
af
k
af gas
olie
k
r r k
cai
olie
P
P
wl
k
et
P
a St
P
olie k
r vo w en eg
r
P
P
k
M 3143
vb
P
rz
P
k
r
P
rz
k
k vb
P
P
vb k
rz
r
k
rz
P
P
P
et
rio
1
k
rio
olie
cai
olie
olie
k
olie olie k k
olie vb k
EP T
P
vb k
bk
vb
P
P
k
k
k
af
k
af af vb
vb
af af af
gas
vb
k
k
P
af af
P
P
af af af
g
or
01
P
k
P
S
v ta
we
en
k
P
k
r
k
r
P
k
P
P
02
06 P
k
k
05
P
P
wl wl k
P
1
30
4/
4-
03
k
C
P
07
08
vb
k
04
P
19 P
N
k
k
P
P
4a
6
P
cai
P
P
09
P
k
106
P
18 101 105 P
P
P
11
P
16
k
P
O
k
M 3048
P
M 4034
P
104
P
k
P P
102
17
M 4773
P
P
14
eg
12
P
P
k
P
C
10
P
nw
e ing on
Gr
k
P
k
k
gas
15
vb k
P
gas rz k
5
P
rz
P
cai
P
k
P P
k
P
vb
13
cai
rz
k vb
P k
ABRI
r
P
LEGENDA
P
P
P
P
onderzoekslocatie (8487 m2) boorpunt
P
kadastrale grens M 3177 bebouwing
M 4778
k
P
P
P
103
k
0m
25,0 m
P
k
Stavorenweg 4 en 6 te Gouda
OPDRACHT : C20-509-O DATUM :
december 2020
inspectiegat tevens boorpunt
SCHAAL :
1:500 (A3)
inspectiegat tevens boorpunt, afgewerkt met peilbuis
BIJLAGE :
2
boorpunt, afgewerkt als peilbuis
DETAILTEKENING
P
P P
k k
P k
k
P
bk
vb
P
P
af
k
af gas
olie
k
r r k
cai
olie
P
P
wl
k
et
P
a St
P
olie k
r vo w en eg
r
P
P
k
M 3143
vb
P
rz
P
k
r
P
rz
k
k vb
P
P
vb k
rz
r
k
rz
P
P
P
et
rio
1
k
rio
olie
cai
olie
olie
k
olie olie k k
olie vb k
EP T
P
vb k
bk
vb
P
P
k
k
k
af
k
af af vb
vb
af af af
gas
vb
k
k
P
af af
P
P
af af af
g
or
minerale olie > I (0,5-2,0 m-mv)
P
01
PAK > I
k
k
P
S
v ta
we
en
k
P
k
r
r
P
k
P
P
02 (0-0,5 m-mv)
06 P
k
k
05
P
P
wl wl k
P
1
30
4/
4-
03
k
C
P
07
08
vb
k
04
P
19 P
N
k
k
P
P
4a
6
P
cai
P
P
09
P
k
106
P
18 101 105 P
P
P
11
P
16
k
P
O
k
M 3048
P
M 4034
P
104
P
k
P P
102
17
M 4773
P
P
14
eg
12
P
P
k
P
C
10
P
nw
e ing on
Gr
k
P
k
k
gas
15
vb
PAK > I (0,1-0,5 à 1,0 m-mv)
k
P
gas
P
103
rz k
5
P
rz
P
cai
P
k
P P
k
P
vb
P
13
cai
rz
k vb
P
P
P
P
LEGENDA
k
ABRI
r
kadastrale grens P
M 3177 onderzoekslocatie (8487 m2) voorlopige inschatting omvang sterke verontreinigingen in grond boorpunt
P
bebouwing
P
P
M 4778
k
k
0m
25,0 m
P
k
Stavorenweg 4 en 6 te Gouda
OPDRACHT : C20-509-O DATUM :
december 2020
inspectiegat tevens boorpunt
SCHAAL :
1:500 (A3)
inspectiegat tevens boorpunt, afgewerkt met peilbuis
BIJLAGE :
2.2
boorpunt, afgewerkt als peilbuis
VERONTREINIGINGEN
T C EP
C
O
N
BIJLAGE 3 Boorstaten
Bijlage bij rapport C20-509-O / Stavorenweg 4-6 te Gouda
Pagina1 / 4
Boring: 01
Boring: 02
2-12-2020 0
0
8
1 50
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin
4 200
200 5
230
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin
Boring: 03
Boring: 04
2-12-2020 0
0
groenstrook
Datum:
Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinbeige
1
2-12-2020 0
20
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, antropogeen, bruinbeige
2
50
N C
50
Boring: 05
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
3 100
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, grijsbeige
4 150
150
Boring: 06
2-12-2020 0
0
klinker
C O
7
1
50
groenstrook
0
1
100
Datum:
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Grind zwak koolas zwak 14.10-13.80 kg
T
150
150
7
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin
3
klinker
0
1
100
100
50
2-12-2020 0
Zand, matig grof, sterk siltig, zwak humeus, sporen baksteen, antropogeen, bruinbeige Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin
2
Datum:
Datum:
klinker
EP
Datum:
50
3
2-12-2020 0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, antropogeen, bruinbeige Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, uiterste oliegeur, grijsbeige
2
Datum:
tegel
0
5
TEGEL
1
50
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin
100
4
150
5
190
Veen, zwak kleiïg, bruinbeige
200
6
240
Projectnaam: Stavorenweg 4-6 te Gouda
Projectcode: C20-509
Pagina2 / 4
Boring: 07
Boring: 07_N 0
7
1 35
2
50
50
2-12-2020 0
0
1 30
2
50
50
3
100 4
150
KLINKER
5
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, antropogeen, zwak grindhoudend, antropogeen, bruinbeige
2-12-2020 0
klinker
0
7
1
20
2
KLINKER
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, bruinbeige
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak betonhoudend, zwak metaalhoudend, donker bruingrijs
50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, zwak grindhoudend, donkergrijs
N C
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak veenhoudend, grijsbruin
Boring: 11
0
7
1 2
30 50
klinker
Datum:
KLINKER
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, grijsbeige
2-12-2020 0
klinker
0
7
1 2
50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, sporen puin, donkergrijs
KLINKER
25
50
2-12-2020 0
0
7
1 2
20
45
klinker KLINKER Zand, matig grof, sterk siltig, zwak humeus, sporen baksteen, zwak grindhoudend, zwak schelphoudend, donker grijsbruin Zand, matig grof, sterk siltig, zwak humeus, zwak schelphoudend, zwak grindhoudend, sporen baksteen, resten metaal, sporen veen, donker bruingrijs
Datum:
2-12-2020 0
20
3
50 60
4
100
150
Zand, matig fijn, uiterst siltig, matig humeus, sterk teelaardehoudend, donkergrijs Zand, matig grof, sterk siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, donkerbruin Volledig repac
100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkergrijs
130
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs
5
6 160
7
200
Projectnaam: Stavorenweg 4-6 te Gouda
berm
0
1 2
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen metaal, zwak betonhoudend, zwak schelphoudend, zwak grindhoudend, donker grijsbruin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, zwak grindhoudend, sporen plastic, donkergrijs
Boring: 13
C O
Boring: 12 Datum:
50
Boring: 09
Zand, matig fijn, sterk siltig, matig wortelhoudend, donker grijsbruin
170
200
2-12-2020 0
50
2
50
Boring: 10 Datum:
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, zwak schelphoudend, grijsbeige
6
200
groenstrook
0
33
Datum:
bosschage
2-12-2020 0 1
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig grindhoudend, sporen baksteen, bruinbeige, OPHOOG Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, matig grindhoudend, donker grijsbruin
Boring: 08 Datum:
Datum:
klinker
T
2-12-2020 0
EP
Datum:
200
Zand, matig fijn, kleiïg, matig veenhoudend, donkerbruin Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs
Projectcode: C20-509
Pagina3 / 4
Boring: 14
Boring: 15
2-12-2020 0
0
8
1 50
50
200
200 5
230
Boring: 17
2-12-2020 0
0
7
1
klinker
Datum:
2-12-2020 0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, antropogeen, bruinbeige
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, grijsbruin
100
100
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, grijsbeige
3
klinker
0
7
1
N C
50
2
150
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, zwak grindhoudend, donker bruinbeige
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin
Boring: 16
100
50 51
T
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin
4
KLINKER
GESTUIT
150
150
7
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin
3
klinker
0
1
100
100
50
2-12-2020 0
Zand, matig grof, sterk siltig, zwak humeus, sporen baksteen, antropogeen, bruinbeige Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
2
Datum:
Datum:
klinker
EP
Datum:
30
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak koolashoudend, antropogeen, bruinbeige
2
3
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, antropogeen, bruinbeige
100
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin
4 150
150
4
200
C O
200
Boring: 18
Datum:
2-12-2020 0
0
7
1
50
50
Boring: 19 Datum:
2-12-2020 0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, resten puin, antropogeen, beigebruin Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs
2
groenstrook
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
1
50
50
100
100
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, grijsbeige
3
150
klinker
150
Projectnaam: Stavorenweg 4-6 te Gouda
Projectcode: C20-509
Pagina4 / 4
Boring: 101
Boring: 102
7-12-2020 0
0
7
1 50
50
Datum:
klinker Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak koolashoudend, antropogeen, zwak baksteenhoudend, antropogeen, bruinbeige
7-12-2020 0 1
100
3
150
Boring: 104
7-12-2020 0
0
7
1 50
50
klinker
50
100
100
N C
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, antropogeen, bruinbeige Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
2
150
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, grijsbeige
3
150
150
Boring: 106
7-12-2020 0
0
7
1
50
klinker
C O 100
100
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, grijsbeige
3
Datum:
7-12-2020 0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, antropogeen, bruinbeige Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
2
150
7
50
Boring: 105
50
klinker
0
1
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, grijsbeige
3
7-12-2020 0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, antropogeen, bruinbeige
100
100
Datum:
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
2
Datum:
150
EP
150
Boring: 103
150
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak koolashoudend, antropogeen, zwak baksteenhoudend, antropogeen, bruinbeige Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
2
3
Datum:
50
50
100
150
7
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
2
klinker
0
T
Datum:
150
Projectnaam: Stavorenweg 4-6 te Gouda
klinker
0
7
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige
1 50
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, grijsbeige
2
100 3
150
150
Projectcode: C20-509
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
T
Klei, matig zandig
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1
>10
Zand, zwak siltig
EP
>100
leem Zand, matig siltig
Zand, sterk siltig
>1000
Leem, zwak zandig
>10000
Leem, sterk zandig
monsters
geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
Veen, mineraalarm
Veen, zwak kleiïg
matig humeus
sterk humeus
zwak grindig
N
Veen, sterk kleiïg
C
veen
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
O
Veen, zwak zandig
peilbuis
C
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
overig
bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
T C EP
C
O
N
BIJLAGE 4 Analysecertificaten grond
Bijlage bij rapport C20-509-O / Stavorenweg 4-6 te Gouda
EP
Uw kenmerk : C20-509-Stavorenweg 4-6 te Gouda Ons kenmerk : Project 1124252 Validatieref. : 1124252_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : EUGR-SEKQ-CMQE-ULMQ Bijlage(n) : 4 tabel(len) + 1 bijlage(n)
T
Arnicon B.V. T.a.v. mevr. B.Tokyay Molenbaan 7 2908LL CAPELLE AAN DEN IJSSEL
Amsterdam, 10 december 2020
Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters.
C
De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld.
N
Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften.