Bijlage 21 Ruimtelijke onderbouwing Stavorenweg 6 te Gouda
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur Controle
Stavorenweg 4 en 6 te Gouda Definitief 21191 21191.RO 20 april 2023 C. Schuchhard LLB M.F. Bleeker MSc
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding Projectbeschrijving
4 5
Projectlocatie Projectplan Vigerend bestemmingsplan
5 5 9
Ruimtelijk beleid
12
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid: Regio midden-Holland Gemeentelijk beleid
12 14 20 21
Omgevingsaspecten
33
Stedenbouwkundige motivering / Landschappelijke inpassing Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling
33 33 35 36 37 39 40 42 43 47 51 53
Beschrijving uitvoerbaarheid
54
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
54 54
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
55
Bijlagen 1 2 3 4 5 6
Verkennend bodemonderzoek Quick scan flora en fauna Stikstofdepositieberekening Externe veiligheidsonderzoek Onderzoek stikstofdepositie aanlegfase Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 3
1
INLEIDING In opdracht van White House Development B.V. heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van twee bedrijfsgebouwen ter plaatse van de Stavorenweg 4 en 6 te Gouda. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 4
2
PROJECTBESCHRIJVING 2.1 PROJECTLOCATIE De projectlocatie is gelegen aan de Stavorenweg 4 en 6 te Gouda en kent de kadastrale gegevens: 7627, 7628, sectie M van de kadastrale gemeente Gouda (gemeentecode: GD01). De projectlocatie is ten noordwesten van het centrum van Gouda gelegen op het bedrijventerrein “Goudse Poort”. In het noorden wordt de projectlocatie begrensd door de Stavorenweg en via deze weg wordt de locatie tevens ontsloten. In het oosten grenst de locatie aan een groenstrook waarachter de ontsluitingsweg Goudse Poort is gelegen en in het westen is de kruising van de Stavorenweg en de Groningenweg gelegen. In het zuidoosten is een bomenrij aanwezig met daarachter twee bedrijfspanden. Onderstaande figuur betreft een uitsnede van de luchtfoto van de projectlocatie. Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie (eigen bewerking in QGIS)
2.2 PROJECTPLAN In de huidige situatie zijn de gronden geheel verhard op een aantal groenperkjes na. Er is nog één kantoorpand (Stavorenweg 4) aanwezig en één pand is reeds gesloopt (Stavorenweg 6). Verder betreffen de overige verharde gronden voornamelijk parkeerplaatsen en een ontsluitingsroute van het terrein. De Stavorenweg 4 wordt in de huidige situatie onderverhuurd. In 2023 zijn de lopende huurcontracten afgelopen
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 5
en de zittende huurders zijn dan vertrokken. Vanaf dat moment kan deze bebouwing worden gesloopt. Onderstaande figuur betreft de meest recente foto van de projectlocatie. Hierop is de bebouwing aan de Stavorenweg 6 nog te zien terwijl de bebouwing reeds is gesloopt. Figuur 2. Huidige situatie (eigen bewerking in QGIS)
Reeds gesloopt
Het doel is om de huidige bebouwing te slopen en bedrijfsgebouwen te realiseren met meerdere functies (in figuur 3 is de locatie van de beoogde bebouwing weergegeven). Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee gebouwen, welke in samenhang worden ontworpen, zie figuur 4. Beide gebouwen bestaan uit een hoge plint en vier bouwlagen. Daarmee bedraagt de hoogte van beide gebouwen maximaal 20 meter (zie ook figuur 5. De begane grond van gebouw 1 wordt ingericht met bedrijfsruimte ten behoeve van de op- en overslag van goederen en daarbij behorende laad- en losmogelijkheden (circa 1.300 m2; deze ruimte wordt hoogstwaarschijnlijk in gebruik genomen door PicNic). Maximaal 200 m2 bvo daarvan zal als kantoorruimte worden ingericht. Een ander deel van de begane grond in gebouw 1 en 2 (circa 2.250 m2) wordt ingericht ten behoeve van ander type bedrijfsruimte (dit kan gaan om een loods, opslaglocatie, groothandel of een transportbedrijf). Daarnaast bevindt de entree van de bovengelegen verdiepingen zich op de begane grond van gebouw 1 (ruim 200 m2). De vier verdiepingen van gebouw 1 en 2 (4 x circa 3.900 m2; deze ruimte wordt in gebruik genomen door XLBox) worden ingericht met opslagboxen. Een deel van de opslagboxen zal worden ingericht als zogenaamde ‘business lounges’. Deze kunnen kortdurend door de boxhouders gebruikt worden.
Aangezien deze ruimten niet apart worden verhuurd worden ze als onderdeel van de opslagboxen gezien en niet separaat als kantoorruimte ingedeeld. De opslagboxen zijn via een hellingbaan bereikbaar met de auto. Op de verdiepingen is ruimte om te parkeren. In paragraaf 4.11 wordt hier nader op ingegaan.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 6
Figuur 3. Projectlocatie en indicatieve locatie beoogde bedrijfsbebouwing (eigen bewerking in QGIS)
Op de daken van beide gebouwen komen PV-panelen te liggen. Naast de energieopbrengst beschermen de panelen het dak tegen directe zonlicht waardoor het dak minder snel opwarmt. Naast de twee nieuw te realiseren bedrijfsgebouwen zal het resterende deel van het terrein onder andere worden ingericht ten behoeve van het parkeren. De bezoekers van de opslagboxen kunnen inpandig parkeren. Op deze manier is op maaiveld beperkt ruimte nodig voor parkeerplaatsen en kan meer aandacht worden besteed aan een groene inpassing en klimaatadaptatie. In figuur 7 is een schets van de toekomstige situatie opgenomen. Ter plaatse van het projectgebied worden ten minste 46 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast wordt voorzien in (openbaar) groen en oppervlaktewater. Voor het vellen van 5 bomen aan de Stavorenweg 4 is een kapvergunning verleend. Na de herontwikkelingswerkzaamheden zullen (conform de aan de vergunning verbonden voorschriften) vijf bomen worden herplant.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 7
Figuur 4. Indicatief dakaanzicht (bron: Schetsontwerp Stavorenweg 4 en 6, Houweling Architecten d.d. 29 september 2022)
Figuur 5. Indicatieve doorsnede gebouw 1 (bron: Schetsontwerp Stavorenweg 4 en 6, Houweling Architecten d.d. 29 september 2022)
Figuur 6. Indicatieve inrichting toekomstige situatie (bron: Schetsontwerp Stavorenweg 4 en 6, Houweling Architecten d.d. 29 september 2022)
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 8
Figuur 7. Indicatieve situatietekening met beoogde inrichting van het projectgebied
2.3 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan “Goudse Poort” vigerend. Dit plan is op 19 september 2012 vastgesteld door de gemeenteraad van Gouda. De projectlocatie heeft de bestemming ‘Kantoor’ en een gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone - lpg’. Ter plaatse van de Stavorenweg 4 is een bouwvlak opgenomen waar bebouwing tot maximaal 12 meter hoog en deels een bouwhoogte van 15 meter is toegestaan. Ter plaatse van de Stavorenweg 6 mag ter plaatse van het bouwvlak tot respectievelijk maximaal 15 meter en 18 meter hoog worden gebouwd. Figuur 8 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de planregels behorend bij het bestemmingsplan weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief. Naast het bestemmingsplan “Goudse Poort” gelden de volgende bestemmingsplannen: “Parapluherziening Parkeren” (vastgesteld op 21 november 2018 en tevens onherroepelijk); “Parapluplan Wonen” (vastgesteld op 1 juni 2022). Op het bestemmingsplan “Parapluherziening Parkeren” wordt nader ingegaan in paragraaf 4.11. Het (voorontwerp) bestemmingsplan “Parapluplan Wonen” is niet relevant aangezien de voorgenomen ontwikkeling geen woningbouwontwikkeling betreft. Daarbij is het bestemmingsplan (nog) niet vastgesteld.
Gezien voorgaande wordt niet nader op dit bestemmingsplan ingegaan.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 9
Figuur 8. Uitsnede bestemmingsplankaart (eigen bewerking in QGIS)
Artikel 9 Kantoor 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: kantoren; aan de functies onder a. gebonden parkeervoorzieningen; maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maatschappelijk’; dienstverlenende bedrijven; erven, groenvoorzieningen en water; parkeergarages, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’. 9.2 Bouwregels Op de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan: 1 m op de gronden voor de voorgevelrooilijn; 2 m voor het overige. de bouwhoogte van vlaggenmasten niet meer mag bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m; ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – overbouwing’ is tot een bouwhoogte van 3 m geen bebouwing toegestaan. 9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid: 9.2 onder a.
ten behoeve van het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten de bouwvlakken tot een gezamenlijke grondoppervlakte van 100 m² en een maximale bouwhoogte van 4 m, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeers- en parkeerdruk niet onevenredig toeneemt; 9.2 onder b. ten behoeve van het verhogen van hoofdgebouwen met 1 bouwlaag van ten hoogste 4 m, mits door de aanvrager wordt aangetoond dat in voldoende mate wordt voorzien in parkeerplaatsen; 9.2 onder c. ten behoeve van het bouwen van erf- en terreinafscheidingen op de gronden voor de voorgevelrooilijn tot 2 m.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 10
Artikel 18 Algemene aanduidingsregels 18.1 Veiligheidszone - lpg Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - lpg' is de vestiging van functies of objecten voor zeer kwetsbare groepen niet toegestaan.
Toets aan bestemmingsplan De ontwikkeling van twee bedrijfspanden is op een tweetal onderdelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De strijdigheden zijn gelegen in:
het bepaalde in artikel 9.1, waarin geen mogelijkheden zijn opgenomen voor het realiseren van bedrijfsruimte en/of opslaglocaties (de beoogde functies passen ook niet binnen de begripsomschrijving ‘dienstverlenende bedrijven’ uit artikel 1 van het bestemmingsplan “Goudse Poort”); de maximum bouwhoogten die zijn aangegeven op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Goudse Poort”. De op de verbeelding aangegeven bouwhoogten zijn niet toereikend.
De afwijkingsregels uit artikel 9 bevatten geen afwijkingsmogelijkheden waardoor de ontwikkeling door gebruik te maken van een in het bestemmingsplan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan worden gerealiseerd. In artikel 19 van het bestemmingsplan “Goudse Poort” zijn de algemene afwijkingsregels opgenomen. Ook de algemene afwijkingsregels bieden geen aanknopingspunten voor de beoogde ontwikkeling. Met de zogenaamde “Kruimelgevallenregeling” kan op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor elf gevallen (zoals opgenomen in artikel 4 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) middels het doorlopen van een reguliere procedure van het bestemmingsplan worden afgeweken. Het voorgenomen initiatief valt niet onder deze regeling. Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’ aangevraagd door middels een uitgebreide procedure van het bestemmingsplan af te wijken.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 11
3
RUIMTELIJK BELEID 3.1 RIJKSBELEID 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 9. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 12
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd:
Combineren boven enkelvoudig Kenmerken & identiteit Afwentelen voorkomen
Conclusie Het nationale belang 16: ‘Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat’ is relevant voor het voorgenomen initiatief. De opgave bij dit belang is het blijven zorgen voor een excellent vestigingsklimaat met optimale (internationale) bereikbaarheid, een aantrekkelijk, groene, veilige en gezonde leefomgeving en een op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor bedrijvigheid, waarbij overschotten en tekorten voorkomen worden. De opslag en bedrijfsruimte aan de Stavorenweg 6 wordt gebruikt voor bedrijvigheid met een lokaal en regionaal voorzieningengebied. Dit past binnen de visie van de gemeente, zoals ook volgt uit de toets aan het provinciaal en gemeentelijk beleid (paragraaf 3.2 en 3.4).
3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.
3.1.3. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Conclusie De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 13
3.2 PROVINCIAAL BELEID 3.2.1. Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie) Per 1 februari 2023 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is het al bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zeven richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld. -
Ambitie 1: samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; Ambitie 2: bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; Ambitie 3: schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaal en betaalbaar voor iedereen; Ambitie 4: een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; Ambitie 5: versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; Ambitie 6: sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; Ambitie 7: gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving.
De zeven ambities zijn geconcretiseerd in 18 beleidsdoelen. De beleidsdoelen omschrijven aan welke maatschappelijke opgaves de provincie Zuid-Holland werkt. Deze opgaven worden geconfronteerd met concrete omstandigheden en doelen van maatschappelijke partners. In de uitkomst van deze confrontatie komen knelpunten naar voren en ontstaan er kansen om de opgaven verder te brengen. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd.
De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 14
beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling wordt binnenstedelijk gerealiseerd, nabij andere stedelijke (bedrijfs-)functies op een deel van het bestaande bedrijventerrein “Goudse Poort”. In de huidige situatie zijn er twee kantoorgebouwen gesitueerd ter plaatse van de projectlocatie (één gebouw is inmiddels gesloopt) en er worden twee bedrijfsgebouwen gerealiseerd, welke als een geheel worden ontworpen. De identiteit, aard en schaal van het gebied verandert niet als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Er is derhalve sprake van ‘inpassing’. Beoordeeld is welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn en welke richtlijnen hierbij horen. In onderstaande figuur zijn uitsneden opgenomen van de voor de projectlocatie relevante kwaliteitskaarten. Dit zijn de kaarten ‘Laag van de ondergrond’ en ‘Laag van de stedelijke occupatie’. De overige kaarten (‘Laag van de cultuur- en natuurlandschappen’, ‘Laag van beleving’ en ‘Gebiedsprofiel grenzen’) zijn niet relevant voor de projectlocatie. Figuur 10. Kwaliteitskaarten (bron: provincie Zuid-Holland)
Kwaliteitskaart ‘Laag van de ondergrond’ Op basis van de kwaliteitskaart ‘Laag van de ondergrond’ is de projectlocatie gelegen in “Veencomplex – veen”. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn. Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. Het richtpunt is als volgt: ‘Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling.’ Bij het realiseren van de beoogde bebouwing zal rekening worden gehouden met de opbouw van de ondergrond, zodat de bodemdaling wordt beperkt. Kwaliteitskaart ‘Laag van stedelijke occupatie’ Voor bedrijventerreinen geldt dat deze veelal aan de toegangswegen van dorpen en steden zijn gelegen. Bedrijventerreinen bepalen in belangrijke mate de entree van het gebied, maar zijn ruimtelijk vaak niet verbonden met het aangrenzende landschap, stads- of dorpsgebied en hebben daardoor een afgesloten karakter. Daar waar bedrijventerreinen de entree van een stad of dorp vormen, is extra aandacht voor de beeldkwaliteit van (de rand van) het terrein, de ontsluiting en de samenhang met de omgeving van belang. Deze terreinen zijn het visitekaartje van dorp of stad. Doorgaande recreatieve routestructuren worden Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 15
gerespecteerd of krijgen een gelijkwaardige vervanger. Het terrein of haar omgeving is aantrekkelijk voor verschillende gebruikers. Het richtpunt voor bedrijventerrein is als volgt: ‘Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht’. Door te toetsen aan het welstandsbeleid wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre de beoogde bedrijfspanden passen in de omgeving (paragraaf 3.4.8). In paragraaf 4.11 wordt aandacht besteed aan de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse, waaronder de ontsluiting. Conclusie De richtpunten ter plaatse van de projectlocatie vormen geen belemmering of randvoorwaarde voor de beoogde ontwikkeling.
3.2.2. Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie) Per 1 februari 2023 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Bestaand stads- en dorpsgebied Uitgangspunt voor de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daardoor primair plaats binnen BSD. Regels voor ruimtelijke kwaliteit Voor toetsing aan de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is vooral de ruimtelijke impact van een ontwikkeling van belang.
Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen aan welke voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit a) Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. b) Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. c) Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid.
d) Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij:
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 16
a.
een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. e) Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Daarnaast zijn de relevante speerpunten uit de Omgevingsverordening regels voor de Ladder voor duurzame verstedelijking en bereikbaarheid. Ladder voor duurzame verstedelijking Bij een stedelijke ontwikkeling in het bestaand stads- en dorpsgebied dient in de toelichting van het bestemmingsplan ingegaan te worden op de ladder voor duurzame verstedelijking. Aangezien sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dient eveneens te worden voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen a) Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. b) Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. c) Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 17
Relatie tot ontwikkeling Ruimtelijke kwaliteit Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaande stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daarom primair plaats binnen BSD. Het project past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Op onderstaand figuur is te zien dat de projectlocatie is gelegen binnen het BSD. De contour bestaand stads- en dorpsgebied 2018 is vastgesteld op 20 februari 2019. Figuur 11. Bestaand stads- en dorpsgebied 2018 (bron: provincie Zuid-Holland)
Ladder voor duurzame verstedelijking In de overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 (ABRvS, 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724) is beoordeeld wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro. Wanneer wordt voorzien in een stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een brutovloeroppervlakte groter dan 500 m2, is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. De beoogde bedrijfsgebouwen kunnen hierdoor worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Voor de onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar het regionale en gemeentelijk beleid waar de behoefte aan de ontwikkeling wordt aangetoond aan de hand van de behoefte en visie van de gemeente en de regio. (bedrijventerreinen met) PDV-locatie Conform kaart 10 van de Omgevingsverordening (via www.ruimtelijkeplannen.nl) is de projectlocatie gelegen op een bedrijventerrein met PDV-locatie. Bij bedrijventerreinen met PDV-locatie gaat het om een specifieke vorm van detailhandel in volumineuze goederen. Ten behoeve van meubelbedrijven en andere detailhandelsbedrijven die zich richten op de verkoop van volumineuze goederen voor wonen zijn opvanglocaties aangewezen.
In de verordening is echter aangegeven dat er van de gemeenten wordt verwacht om de PDV-locaties nader te begrenzen, aangezien er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de daadwerkelijke grootte, of dat het gaat om verspreide vestiging. Door te toetsen aan het gemeentelijk beleid kan inzichtelijk worden gemaakt of de beoogde ontwikkeling gewenst is ter plaatse van de projectlocatie. Aan het gemeentelijk beleid wordt getoetst in paragraaf 3.4.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 18
Conclusie De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen bestaand stads- en dorpsgebied. De behoefte van het voorgenomen initiatief kan worden aangetoond aan de hand van het regionaal en gemeentelijk beleid. Hiermee wordt aangesloten bij de Omgevingsvisie Zuid-Holland.
3.2.2. Convenant Klimaatadaptief Bouwen in Zuid-Holland In de omgevingsvisie is aandacht voor de fysieke ruimte die nodig is voor klimaatadaptatie: de gemeente streeft naar meer ruimte voor water en groen, bijvoorbeeld in plaats van verharding. Daarnaast heeft de gemeente Gouda het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland ondertekend en committeert zich zo aan het klimaatbestendig ontwikkelen. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. De opgave om te zorgen dat de (nieuw) ingerichte gebieden goed blijven functioneren bij een veranderend klimaat heeft als gevolg dat de opgave en te treffen maatregelen per project verschilt. Zo is de ligging van het projectgebied erg bepalend voor bijvoorbeeld mogelijke effecten met betrekking tot bodemdaling of risico’s van overstroming. Daarnaast heeft de grootte van het project en de verstedelijkingsopgave ook invloed op de maatregelen die gekozen kunnen worden. Om klimaatbestendigheid van nieuwbouw te beoordelen en te bevorderen zal een instrumentarium worden ontwikkeld. Daarop vooruitlopend is in het convenant is afgesproken om een “Minimaal Programma van Eisen” te ontwikkelen. Dit Programma is bedoeld als voorlopige maatregel om de nieuwbouwplannen die in de komende jaren ontwikkeld worden klimaatbestendig in te richten.
Het doel van het Programma van Eisen is het opstellen van praktische eisen die partijen in de provincie Zuid-Holland kunnen gebruiken om op korte termijn klimaatbestendig te ontwikkelen. De volgende thema’s worden daarbij onderscheiden: wateroverlast, hittestress, droogte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingen. Daarnaast biedt de ‘Leidraad Klimaatadaptief Bouwen 2.0’ eveneens richtlijnen voor eventueel te treffen maatregelen. De omvang van de te treffen maatregelen is in de gemeente Gouda voor zover bekend niet nader uitgewerkt (afgezien van de regels die zijn opgenomen in de ‘Structuurvisie Groen’). Desondanks is het wenselijk om zoveel mogelijk klimaatadaptief te bouwen. Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van bedrijfsbebouwing op een bestaand bedrijventerrein. Afhankelijk van de wijze waarop de ontwikkeling wordt vormgegeven kan een bijdrage worden geleverd aan klimaatadaptatie. Opgemerkt wordt dat de bezoekers van de opslagboxen inpandig kunnen parkeren. Op deze manier is op maaiveld beperkt ruimte nodig voor parkeerplaatsen en kan meer aandacht worden besteed aan een groene inpassing en klimaatadaptatie. Ter plaatse van de projectlocatie zullen de volgende klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast: 1. Graven extra water: ter plaatse van het projectgebied wordt extra water gegraven (680 m2); 2.
Lozen hemelwater: het hemelwater wordt direct geloosd op het openbare water; 3. Groen met halfverharding: het infiltreren en afvoeren van regenwater ten behoeve van het voorkomen van schade aan buurkavels; 4. Groene invulling: extra groen ten behoeve van het infiltreren van regenwater, de projectlocatie wordt verder voorzien van bomen en planten; 5. Parkeerplaatsen met groen: parkeren op halfverharding; 6. Verhogen ecologische waarde: voorzieningen gecreëerd in de vorm van groen, nestkasten en insectenhotels; 7. PV-panelen: beide gebouwen wordt voorzien van PV-panelen. Naast de energieopbrengst beschermen de panelen het dak tegen directe zonlicht waardoor het dak minder snel opwarmt 8. Het overgrote deel van de gebouwen bestaat uit opslagboxen. Deze worden niet voorzien van een koelinstallatie. Dit is een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie waarbij sprake is van geconditioneerde kantoorruimtes. Uitzondering hierop vormen de ‘business lounges’ die kortdurend door de boxhouders gebruikt kunnen worden. Het gaat echter slechts om één ‘business lounge’ per verdieping.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 19
Met de beoogde maatregelen wordt voldoende aandacht besteed aan het aspect klimaatadaptatie. De concrete invulling en uitwerking vindt in overleg met de gemeente plaats.
3.3 REGIONAAL BELEID: REGIO MIDDEN-HOLLAND 3.3.1. Agenda Verstedelijking en Mobiliteit Midden-Holland wil bijdragen aan de duurzame verstedelijking van Zuid-Holland. Midden-Holland is een bijzonder gebied met veel ruimte, groen, natuurgebieden, maar ook de historische stad Gouda, volop stedelijke ontwikkeling en een goede bereikbaarheid. Het gebied is daarentegen ook kwetsbaar door bodemdaling, verstopping en een overdruk uit omliggende steden. Het is daarom van belang dat krachten worden gebundeld. De volgende opgaven voor mobiliteit en bedrijvigheid zijn geformuleerd: We zijn goed bereikbaar, maar ook kwetsbaar. De toenemende mobiliteit als gevolg van groei zet de bereikbaarheid onder druk. Maar we hebben een hele goede kans om de verkeersdruk goed te verdelen. Enkele slimme aansluitingen erbij en investeringen in OV kunnen onze bereikbaarheid naar de toekomst borgen. Onze regio kent grote opgaven ten aanzien van bodemdaling en klimaatadaptatie. Wij voelen als regio de urgentie om deze opgaven gezamenlijk op te pakken. We willen nieuwe stedelijke en economische dynamiek aangrijpen om deze opgaven aan te pakken. We zijn daarmee bij uitstek de leerschool in het omgaan met de grote transformaties van deze tijd. Veel van onze bedrijven zijn sterk verbonden met onze regio, zijn vaak lokaal ontstaan, maar lopen tegen hun grenzen aan of liggen op lastig bereikbare locaties.
Er is schuif- en groeiruimte nodig om onze economie sterk en stabiel te houden. Midden-Holland wil ook een leerschool zijn voor verantwoorde, duurzame groei; groei die bijdraagt aan de sociale kwaliteit van wijken en dorpen. Groen die gelijk opgaat met de bereikbaarheid op lange termijn. Hiervoor zijn zes ambities centraal gesteld: 1. Een evenwichtige groei met een zwaartepunt op de best bereikbare plekken; 2. Onderscheidende woonmilieus; 3. Het beter benutten en verbeteren van verbindingen; 4. Een netwerkregio, met Gouda als belangrijkste multimodale knooppunt; 5. Ruimte voor een krachtige lokaal gebonden economie; 6. Een innovatieve omgang met de bodem en het landschap bij nieuwe ontwikkelingen. Als laatste staan vijf speerpunten centraal die cruciaal zijn voor de integrale, verantwoorde ontwikkeling van Midden-Holland in de Agenda Verstedelijking en Mobiliteit: 1. Een gemengd (hoog)stedelijk gebied in historisch Gouda. 2. Groene suburbane woonlandschappen rond lokale knopen. 3. Slim ontvlechten van verkeersstromen bovenregionale werkgebieden. 4. Groei in krachtige lokale gemeenschappen. 5. Lokale schuif- en groeiruimte voor bedrijvigheid. Conclusie De beoogde ontwikkeling van twee bedrijfspanden ten behoeve van bedrijfs- en opslagruimte daarbij behorende functies past binnen de opgaven, ambities en speerpunten uit de Agenda Verstedelijking en Mobiliteit.
De locatie is goed bereikbaar (paragraaf 4.11) en voorziet in lokale schuif- en groeiruimte voor bedrijvigheid. Daarnaast wordt ter plaatse van de projectlocatie diverse klimaatadaptieve maatregelen toegepast, zoals reeds toegelicht in paragraaf 3.2.3 (Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland). De ontwikkeling sluit derhalve tevens aan bij de zesde ambitie: ‘een innovatieve omgang met de bodem en het landschap bij nieuwe ontwikkelingen.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 20
2.4 GEMEENTELIJK BELEID 2.4.1. Omgevingsvisie Gouda 1.0: Samen blijven werken aan de omgeving De Omgevingsvisie Gouda 1.0 is vastgesteld door de gemeenteraad van Gouda op 23 februari 2022. De Omgevingsvisie geeft de langetermijnvisie van de gemeente op de toekomstige ontwikkeling van de stad weer. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Gouda liggen en op welke manier daarmee wordt omgegaan. Gouda staat voor grote opgaven, nu en in de toekomst. Veranderingen maken dat de stad ook zal veranderen. De vijf Gouda Opgaven vormen hierin een rode draad, welke elk een aantal deelopgaven heeft: 1. 2. 3. 4. 5.
Historische stad doorgeven aan de volgende generaties Gouda duurzaam ontwikkelen: Prettig en veilige woon- en leefomgeving voor iedereen maken Gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving: Gouda heeft een blijvend sterke economie en regionale positie
Tegelijk wordt er ook aandacht gehouden voor de bestaande stad die niet verandert: daar dient de kwaliteit behouden te worden waar die is en verbeterd te worden waar dat nodig is. Daarbij is het nodig om nieuwe ontwikkelingen in samenhang te beschouwen en tevens rekening te houden met de bestaande ontwikkelingen van de stad. Dit is uitgewerkt in vijf onderwerpen: Florerende stad: Focus op de economisch gezonde stad met voldoende werk en voldoende en prettige en gevarieerde woonruimte, en sterke en uiteenlopende voorzieningen voor Gouda en omgeving, in de context van onze grote historische kwaliteiten. Een hoge kwaliteit van bebouwing en de openbare ruimte draagt bij een prettige leefomgeving. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 1, 3 en 5. Duurzame mobiliteit: Focus op de verduurzaming van de wijze waarop we ons binnen en buiten de stad bewegen, met een verschuiving naar nog meer fietsen, wandelen en openbaar vervoer, en met ruimte voor nieuwe mobiliteitsdiensten. Door afname van autoverkeer is het mogelijk verhardingsoppervlak en parkeerruimte te reduceren. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 2 en 4.
Gezonde groene stad: Focus op het stimuleren van onze gezondheid, door hier bij de inrichting van de stad rekening mee te houden: een aantrekkelijker en groenere openbare ruimte, met gevarieerd groen, veel biodiversiteit, aandacht voor duurzaamheid, bescherming van de cultuurhistorische linten en groenstructuren, en zorgvuldig gekozen transitie- of ontwikkellocaties. Aandacht voor beperken van geluidhinder en zorg voor schone lucht speelt daarbij een grote rol. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 3 en 4. Energietransitie: Focus op duurzame transitie van onze energie, niet alleen in keuze van de bron (duurzame opwekking) maar ook hoe we dit onderling afstemmen, zodat we elkaar niet (onder- of bovengronds) in de weg zitten met de systemen. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgave 2. Sterke wijken: Focus op onze woonwijken, waar het gewoon fijn leven is en/of nog fijner gaat worden! Voldoende woningen en de juiste, kwalitatief goede woningen, met een goed ingerichte openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en gezond gedrag, waarbij iedereen mee kan doen! Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 3 en 4. De omgevingsvisie onderscheid een zestal deelgebieden (zie figuur 12) waarvoor in meer detail wordt beschreven waar de ambities voor de toekomst liggen.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 21
Figuur 12. Uitsnede omgevingsvisie met de te onderscheiden deelgebieden
Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het onderwerp: Florerende stad. De ontwikkeling zorgt voor de het realiseren van bedrijfsbebouwing op een locatie die thans braakliggend is. Dit zorgt voor nieuwe banen, waardoor wordt bijgedragen aan een economisch gezonde stad. Hierdoor wordt tevens bijgedragen een blijvend sterke economie en regionale positie. Tevens draagt de beoogde ontwikkeling deels bij aan Keuze 3: Gezonde groene stad. Keuze 3 is gericht op groen in de openbare ruimte. De projectlocatie voorziet in 20% openbaar groen. De beoogde ontwikkeling draagt daarmee bij aan de aanleg van gevarieerd groen en duurzame oplossingen. De ontwikkeling is gelegen in de Goudse Poort in het gebied dat is aangewezen als een gemengd stedelijk gebied waarbij de focus ligt op bedrijven. Het is wenselijk hier te voorzien in efficiënter ruimtegebruik en de (OV)-bereikbaarheid te verbeteren. Specifiek is het wenselijk zoveel mogelijk te voorzien in stedelijk groen om hittestress tegen te gaan, wateroverlast te voorkomen, gezond gedrag te stimuleren en zonnepanelen op de daken te realiseren, zodat deels in de eigen energiebehoefte kan worden voorzien. Met de beoogde invulling van het terrein wordt hier invulling aangegeven.
Bij het ontwerp is aandacht voor een groene invulling (zie hiervoor ook paragraaf 3.4.6 (Structuurvisie groen) en wordt voorzien in zonnepanelen (zie paragraaf 3.2.3). In de omgevingsvisie is aangegeven dat ter plaatse van de projectlocatie in ieder geval bebouwing met een hoogte van 30 kan worden toegestaan. Met een hoogte van maximaal 20 meter wordt hier ruimschoots aan voldaan.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 22
Figuur 13. Uitsnede maximale bouwhoogten Omgevingsvisie
Conclusie De ontwikkeling sluit aan bij hetgeen is beoogd in de Omgevingsvisie.
3.4.2. Bedrijventerreinen visie Gouda 2021-2030 Gouda heeft vijf bedrijventerreinen, namelijk Goudse Poort, Gouwespoor, Kromme Gouwe, Gouwestroom en Hollandsche IJssel (bestaande uit de locaties Schielandse Hoge Zeedijk en Stolwijkersluis) en daarnaast de Spoorzone als ontwikkellocatie waarvoor nog geen definitief programma bestaat. Gouda heeft de afgelopen jaren geparticipeerd in een gemeenschappelijke regeling met de gemeenten Zuidplas en Waddinxveen, van waaruit bedrijventerrein Gouwe Park tot ontwikkeling is gebracht. Gouwe Park is op dit moment bijna volledig uitgegeven. De bedrijventerreinen zijn belangrijk voor de werkgelegenheid in Gouda. In totaal zijn er circa 10.700 banen op de bedrijventerreinen (inclusief woon-werklocatie Spoorzone 11.800). Dit is bijna 30% van alle banen in Gouda. Daarnaast zijn de bedrijventerreinen van belang voor een veelzijdige economische structuur. Dit maakt de economie van Gouda minde kwetsbaar. Een versterking van de economie en de stad vraagt om flexibiliteit. Tegelijkertijd is het van belang om bedrijventerreinen en bedrijven te behouden voor de stad. Ontwikkeling werkgelegenheid op bedrijventerreinen De werkgelegenheid op de Goudse bedrijventerreinen is met 14% afgenomen in de afgelopen tien jaar. Het grootste deel hiervan betrof kantoorhoudende werkgelegenheid.
Het bedrijventerrein Goudse Poort huisvest de meeste werkgelegenheid met ca. 4.580 banen. De vier terreinen Kromme Gouwe, Gouwestroom, Schielandse Hoge Zeedijk en Stolwijkersluis (incl. GOUDasfalt) kennen vrijwel alleen werkgelegenheid die is gerelateerd aan bedrijventerreinen, zoals een hoog aandeel banen in de industrie.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 23
Gouwespoor en Goudse Poort zijn gemengde locaties. Deze terreinen bestaan met name uit kantoorhoudende werkgelegenheid.
Figuur 14. Totaal aantal banen per bedrijventerrein (2009-2019), bron: Bedrijventerreinen visie Gouda 2021-2030
Relatie tot ontwikkeling In de Bedrijventerreinen visie Gouda 2021-2030 is opgenomen welke segmenten zijn gewenst op de verschillende bedrijventerreinen. De gewenste segmenten voor het bedrijventerrein Goudse Poort zijn opgenomen in onderstaande tabel. Figuur 15. Gewenste segmenten bedrijventerreinen (bron: Bedrijventerreinen visie Gouda 2021-2030)
Ten gevolge van het voorgenomen initiatief worden twee kantoorgebouwen gesloopt en wordt nieuwbouw gerealiseerd ten behoeve van meerdere bedrijfsfuncties. Voor het bedrijventerrein Goudse Poort past dit bij de gewenste segmenten, aangezien wordt ingezet op het overaanbod van kantoren transformeren naar (onder andere) bedrijfsruimte. Conclusie Het voorgenomen initiatief sluit aan bij hetgeen met de Bedrijventerreinen visie Gouda 2021-2030 is beoogd.
3.4.3. Ontwikkelstrategie Goudse Poort De Ontwikkelstrategie Goudse Poort is in nauwe samenwerking met eigenaren en gebruikers in de Goudse Poort, de gemeente Gouda en de provincie Zuid-Holland tot stand gekomen. De uitbreidingsvraag voor bedrijvigheid ter plaatse van de Goudse Poort doet zich voornamelijk voor naar grootschalige logistieke en regulier gemengde terreinen. Vanwege het ruimtebeslag (vanaf 3 hectare) is de Goudse Poort niet interessant voor grootschalige logistiek. De Goudse Poort is wel interessant voor bedrijven die zich willen vestigen op regulier gemengde bedrijventerreinen. Daarbij gaat het voornamelijk om het MKB, bijvoorbeeld productiebedrijven, lokale bouwbedrijven en kleinschalige logistieke bedrijven. Naast de meer traditionele sectoren kende de regio Midden-Holland een groei van de innovatieve industrie, zoals food(technologie), maakindustrie en moderne logistieke dienstverlening.
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 24
De uitbreidingsvraag naar bedrijfsruimten op regulier gemengde terreinen in de regio Midden-Holland ligt tussen de 429.000 en 515.000 m2 tot 2030. Ongeveer de helft daarvan concentreert zich in het noordelijke deel van de regio - waar de Goudse Poort onderdeel van uitmaakt - mits bedrijven daar passende bedrijfsruimte vinden. De verplaatsingsvraag is zeer gering, mede door de hoge investeringen die bedrijven hebben gedaan op de huidige locatie. Relatie tot ontwikkeling In de Ontwikkelstrategie Goudse Poort is een kaart opgenomen, waarop de huidige situatie van bedrijvigheid is te zien. Onderstaande figuur betreft een uitsnede van deze kaart. De kantoren ter plaatse van de projectlocatie zijn hierop als leegstaand aangeduid. De bebouwing aan de Stavorenweg 6 is reeds gesloopt. Nadat de huurcontracten aan de Stavorenweg 4 zijn afgelopen (2023) zal ook deze bebouwing leeg komen te staan en worden gesloopt. Figuur 16. Huidige situatie: bedrijvigheid (bron: Ontwikkelstrategie Goudse Poort)
Uit de ‘Behoefteraming Bedrijventerreinen Midden-Holland (2017)’ blijkt dat het aanbod aan nieuwe bedrijventerreinen en de uitbreidingsvraag in de regio in balans is. Er is kwantitatief geen behoefte aan nieuw uit te geven locaties voor bedrijfsruimte. Aangezien de projectlocatie in de huidige situatie reeds in gebruik was als bedrijfsruimte (kantoren) en deels nog steeds is – en onderdeel is van een bestaand bedrijventerrein worden ten gevolge van het beoogde initiatief geen nieuwe bedrijvenlocaties toegevoegd. Kwalitatief (naar type locatie) is er wel behoefte aan ander type locaties. De Goudse Poort wordt als een interessante locatie voor startende ondernemers en MKB gezien. De beoogde ontwikkeling sluit goed aan bij dit type bedrijvigheid. Er wordt voorzien in opslag en bedrijfsfuncties ten behoeve van lokaal-regionale bedrijvigheid. Conclusie Het beoogde initiatief sluit aan bij hetgeen is beschreven in de Ontwikkelstrategie Goudse Poort.
3.4.4. Erfgoedvisie Gouda In de Erfgoedvisie Gouda heeft de gemeente het doel geformuleerd om erfgoed te behouden en toekomst te geven. Gouda wil blijven profileren met erfgoed en moet daarom antwoorden geven op de gevolgen van de economische crisis en vormgeven aan nieuwe inzichten. Centraal staan daarbij twee belangrijke verschuivingen die om aandacht vragen:
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 25
Was lange tijd het monument zelf belangrijk, nu is de context leidend. Bij het behoud lag de focus uitsluitend op conservering, nu ligt de focus op ontwikkeling. Doel is een gezonde toekomst voor het Goudse erfgoed, waarin het erfgoed en de identiteit van Gouda ook over 100 jaar nog een wezenlijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid en herkenbaarheid van Gouda. Hierbij richt de gemeente aandacht op de volgende zeven strategieën: 1. Samenhang centraal stellen. 2. Duidelijk zijn op inhoud. 3. Ontwikkelingsgericht investeren. 4. Delen van verantwoordelijkheden. 5. Inzetten van kennis en expertise uit de stad. 6. Samenwerken tussen partijen en sectoren. 7. Oriënteren op de rol van de gemeente. Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is, conform de Monumentenkaart van de gemeente Gouda, niet gelegen in een beschermd stadsgezicht en betreft ook geen rijks- of gemeentelijk beschermd monument. De sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van nieuwbouw brengt derhalve geen randvoorwaarden mee in het kader van het behoud van erfgoed. Conclusie Aangezien ter plaatse van de projectlocatie geen sprake is van een monument en/of een beschermd stadsgezicht vraagt de Erfgoedvisie niet om nadere aandacht voor de beoogde ontwikkeling.
3.4.5. Mobiliteitsplan 2017-2026 Het Mobiliteitsplan 2017-2026 is op 20 september 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit plan geeft een antwoord op hoe Gouda in de toekomst als stad in beweging kan blijven. In de nota wordt geconstateerd dat Gouda zich in de komende jaren zal ontwikkelen als regionaal centrum in de Zuidvleugel van de Randstad. Het aantal woningen en voorzieningen zal toenemen. Deze veranderingen gaan gepaard met een toename van verkeer naar en binnen de stad. Belangrijke aandachtspunten bij deze toenemende verplaatsingsbehoefte zijn méér ruimte voor de fiets, betere bereikbaarheid en doorstroming, versterken van leefbaarheid en duurzaamheid. Om onvoldoende bereikbaarheid tegen te gaan en om de kwaliteit van de leefbaarheid en verkeersveiligheid te waarborgen, zijn maatregelen nodig. In het Mobiliteitsplan komen verschillende manieren van vervoer aan bod met als doel om mensen te verleiden tot verantwoord mobiliteitsgedrag. Door het stimuleren van onder andere de fiets en het openbaar vervoer wil de gemeente overbelasting van de infrastructuur voorkomen waardoor ruimte blijft bestaan voor belangrijk economisch verkeer. Deze doelstelling is in het plan verder uitgewerkt in een aantal strategische keuzes. Ook is aangegeven wat nodig is om het autogebruik tot 2026 op verantwoorde wijze te verwerken en welke maatregelen verder onderzocht moeten worden.
Het Mobiliteitsplan gaat voor het zoeken naar oplossingen voor parkeervraagstukken uit van de volgende principes: eerst benutten (onder andere private parkeerplaatsen, meer deelauto’s), verdelen (parkeerregulering) en beprijzen (differentiëren en betalen naar gebruik); daarna pas bouwen (als dat past binnen een structureel sluitende parkeerexploitatie en meerwaarde biedt voor de kwaliteit van de openbare ruimte); zorgen voor een (door de jaren heen) structureel sluitende gemeentelijke parkeerexploitatie; zorgen voor nieuwe parkeervoorzieningen die moeten bijdragen aan het verbeteren van de woonomgeving (minder overlast maar ook meer ruimte voor andere functies) en aan het versterken van het historische stadsbeeld in de binnenstad. Verkeerscirculatieplan 2019 Gemeente Gouda heeft een verkeerscirculatieplan (VCP) opgesteld (“Verkeerscirculatieplan Gouda: Een
Mees Ruimte & Milieu | 21191.RO
Pagina | 26
leefbare, duurzame en bereikbare stad” (oktober 2019). De gemeente Gouda wil met een verkeerscirculatieplan de leefbaarheid, fietskwaliteit, duurzaamheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de stad verbeteren. Door het realiseren van een betere autostructuur wordt ruimte gecreëerd voor een aantrekkelijke stad voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer en een stad met een goede verblijfskwaliteit. Met het Verkeerscirculatieplan wordt een concrete invulling van het Mobiliteitsplan voorgesteld, waarmee mobiliteitsopgaven in samenhang opgelost kunnen worden en kaders worden meegegeven voor de concrete uitwerking in projecten. In een interactief proces zijn drie verkeerscirculatievarianten ontwikkeld, doorgerekend en beoordeeld op effecten. Na een afweging o.b.v. de bijdrage van de varianten aan de ambities is een voorkeursvariant benoemd die in dit plan gepresenteerd is, deze variant is het: ‘Sectorenmodel + autoluwe binnenstad’. De binnenstad en singels worden autoluwer gemaakt door het instellen van een ontheffingsgebied en een drietal knips op de singels. Daardoor kan extra groen en verblijfskwaliteit in de binnenstad en singels worden toegevoegd en kan de fiets- en loopkwaliteit verbeteren. Het autoverkeer wordt gestimuleerd om van de randwegen gebruik te maken. Door het sectorenmodel is doorgaand verkeer door de binnenstad of over de singels niet meer mogelijk.
De binnenstad wordt daarmee beter bereikbaar voor voetgangers en fietsers, alle openbare parkeergelegenheden blijven bereikbaar voor bezoekers per auto. Het laatste gemeentelijke Mobiliteitsplan is in 2007 vastgesteld en heeft een doorlooptijd tot 2020. Maar door economische veranderingen, nieuwe inzichten en andere prioriteiten zijn ruimtelijke ontwikkelingsprogramma’s inmiddels bijgesteld. Infrastructurele maatregelen die in 2007 werden geformuleerd, zijn daardoor niet noodzakelijk of niet uitvoerbaar gebleken. Daarnaast klinkt de roep om het fietsverkeer en het parkeren nadrukkelijker en integraal bij het mobiliteitsbeleid te betrekken. Ook de landelijke tendens om meer in te zetten op een verandering van het mobiliteitsgedrag (‘Beter Benutten’) is van invloed op het mobiliteitsbeleid. Conclusie De projectlocatie is gelegen in een gebied dat goed bereikbaar is voor de auto. Op hoe wordt omgegaan met de verkeer- en parkeersituatie wordt nader ingegaan in paragraaf 4.11.
3.4.6. Structuurvisie Groen In december 2017 heeft de gemeenteraad de Beleidsnotitie Groen, groener, Gouda vastgesteld. Daarin is opgenomen dat Gouda bij planontwikkelingen randvoorwaarden wil meegeven voor te realiseren groen. Het doel is het vergroten van openbaar groen; het doel vanuit klimaatadaptie is het bevorderen van maatregelen om de capaciteit van waterberging te vergroten, en wateroverlast en hittestress te verminderen. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 6 maart 2019 de Structuurvisie Groen vastgesteld. In de Structuurvisie Groen legt de gemeente Gouda haar visie vast voor behoud en aanleg van (openbaar) groen in de gemeente. Doel is dat bestaand openbaar groen en water behouden blijft en dat bij nieuwe planontwikkelingen 15% openbaar groen gerealiseerd dient te worden. De structuurvisie beschrijft de wijze waarop deze doelstellingen bereikt kunnen worden. In de structuurvisie zijn de volgende regels opgenomen: 1. De oppervlakte bestaand openbaar groen en water en het aantal bestaande bomen worden ten minste behouden. 2. Bij planontwikkelingen dient een oppervlakte ter grootte van ten minste 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden.