CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.2 - Rachel Halverstad Bouwhistorisch onderzoek, Van der Steur

Raadsvergadering 1 november 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Herbestemming Stadhuis Gouda14.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bouwhistorische notitie Aanvullend onderzoek op de bouwhistorische opname met waardestelling van het stadhuis in Gouda door BBA (2012)

Auteurs: drs. Rachel N. Halverstad en drs. Ben Olde Meierink Putten, definitief 25 november 2022

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

2

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Colofon Stadhuis Markt 1 in Gouda Een bouwhistorische notitie met waardestelling

Foto omslag

Voorgevel en gedeelte rechter zijgevel stadhuis Gouda

Opdrachtgever

Gemeente Gouda, contactpersoon mevr. Anne-Marie Goudzwaard

Uitgevoerd door

Halverstad Archeologie en Bouwhistorie Prins Hendrikweg 82 3881 GG Putten T: 06 46887165 E: rnhalverstad@gmail.com

Veldwerk

Veldwerk uitgevoerd op 26 september en 11 oktober 2022 door Rachel Halverstad en Ben Olde Meierink

Auteurs

drs. R.N. Halverstad en drs. Ben Olde Meierink

Fotografie (tenzij anders vermeld)

Rachel Halverstad

Copyright

Halverstad Archeologie en Bouwhistorie

Status

Definitief

Datum

25 november 2022

© Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. Halverstad Archeologie en Bouwhistorie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

3

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

6

2.

Samenvatting uit BBA-rapport 2012

8

3.

Restauratie 1947-1952

9

4.

Aanvullende beschrijvingen en waardestelling

12

4.1

Exterieur

12

4.1.1

Zuidgevel

12

4.1.2

Noordgevel

13

4.1.3

Oostgevel

13

4.1.4

Westgevel

14

4.2

Onderverdieping

16

4.2.1

Rijwielkelder (ruimte 1.02)

16

4.2.2

Keuken en voormalig toilet (ruimten 1.03 en 1.04)

16

4.2.3

Burgerhal (ruimte 1.05)

18

4.2.4

Entree (ruimte 1.06)

19

4.3

Bel-etage

21

4.3.1

Benedenplein (ruimte 2.01)

22

4.3.2

Marktmeester (ruimte 2.02)

24

4.3.3

Garderobe (ruimte 2.03)

26

4.3.4

Portaal (ruimte 2.04)

28

4.3.5

Bovenplein (ruimte 2.05)

29

4.3.6

Trouwzaal (ruimte 2.06)

29

4.3.7

Burgemeesterskamer (ruimte 2.07)

31

4.3.8

Bordes (ruimte 2.08)

33

4.3.9

Invalidentoilet en druklift (ruimte 2.09 en 2.10)

33

4.3.10 Leeskamer (ruimte 2.11)

34

4.3.11 Bodekamer (ruimte 2.12)

35

4.4

Verdieping

37

4.4.1

Sterzaal (ruimte 3.01)

37

4.4.2

Hoofdtrap (ruimte 3.02)

39

4.4.3

Portaal en werkkast (ruimte 3.03 en 3.10)

41

4.4.4

Huishoudelijke dienst (ruimte 3.04)

42

4.4.5

Keuken (ruimte 3.05)

43

4.4.6

Berging keuken (ruimte 3.06)

44

4

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

4.4.7

Waagzaal (ruimte 3.07)

44

4.4.8

St. Janszaal (ruimte 3.08)

46

4.4.9

Gang (ruimte 3.09)

46

4.4.10 Garderobe (ruimte 3.11)

47

4.5

Kapverdieping

49

4.5.1

Raadzaal (ruimte 4.01)

49

4.5.2

Hal (ruimte 4.02)

51

4.5.3

Leeskamer (ruimte 4.03)

51

4.5.4

Voormalige archiefruimte (ruimte 4.04)

52

4.5.5

Damestoilet en herentoilet (ruimte 4.05 en ruimte 4.06)

53

4.6

Zolder

54

4.7

Constructie

56

5.

Waardestelling

63

5.1

Waardering tijdslaag van Van der Steur

63

5.2

Waardestellingstekeningen

63

Literatuur en bronnen

68

5

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

1.

Stadhuis Gouda

Inleiding

In opdracht van de gemeente Gouda heeft drs. Rachel Halverstad, Halverstad Archeologie en Bouwhistorie uit Putten in samenwerking met drs. Ben Olde Meierink, Bureau voor architectuur-, bouw- en tuingeschiedenis uit Zeist een aanvullend bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd van het stadhuis in Gouda. Eerder voerde BBA (Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis) uit Utrecht in 2012 een bouwhistorische opname met waardestelling uit van het stadhuis.1 Naar aanleiding van dit onderzoek zijn drs. Ben Olde Meierink en drs. Rachel Halverstad verzocht een aanvullend onderzoek te verrichten ten behoeve van het beantwoorden van een aantal specifieke onderzoeksvragen die werden opgesteld door de gemeente Gouda (zie onderstaand). Het aanvullend onderzoek had daarnaast tot doel om alle wijzigingen die na 2012 aan het stadhuis zijn aangebracht in beeld te brengen. Onderzoeksvragen: • Helderheid over de tijdslaag van der Steur; er zijn meerdere onduidelijkheden / tegenstrijdigheden in de tekst gevonden als het gaat om de ingrepen van Van der Steur. o Hoe kan het stadhuis Gouda worden geplaatst/gewaardeerd binnen het oeuvre van Van der Steur? o Uit de rapportage blijkt de laag van Van der Steur diverse niveaus te worden gewaardeerd. Op tekening zijn ingrepen van Van der Steur juist gewaardeerd als hoog, positief en indifferent.

o Op pagina 30 wordt gehele tijdslaag Van der Steur in het interieur gewaardeerd met een hoge waarde, dit lijkt niet juist gezien bovenstaande. Waar zit de scheiding? • Een meer gespecificeerde waardering per ruimte, waarbij een scheiding in wanden, vloeren en plafonds wordt gemaakt. • Historie en waardering van enkele specifiek onderdelen. Hiervan willen we graag meer weten over de historie en de bijbehorende onderbouwing/evt. bijstelling van de waardering: o trappenhuis van beneden plein naar souterrain o voormalig archiefruimte op zolderverdieping o verschillende toiletgroepen verspreid door het gebouw o afwerking bovenzijde schavot o glazen afscheiding onder schavot o de classicistische scheidingswanden van het beneden plein; reconstructie van de bouwhistorie. Vraag of (en hoe) er op dit moment nog onderscheid is tussen westelijke en oostelijke scheidingswand, de natuursteen, pleisterwerk en smeedwerk onderdelen o hoofddraagconstructie; de aanwezige balklagen in het pand, per laag/sectie op basis van reconstructie geschiedenis o de binnendeuren (het geheel van kozijn, deur, dorpels) zijn wellicht niet allemaal zelfde periode/waardering?

Op 26 september en 11 oktober 2022 is het stadhuis bezocht door Ben Olde Meierink en Rachel Halverstad. In dit rapport zijn de bevindingen uitgewerkt. Leeswijzer: Allereerst wordt de samenvatting uit het BBA-rapport uit 2012 in hoofdstuk 2 herhaald. Vervolgens wordt het oeuvre van Van der Steur besproken in hoofdstuk 3. Daarna volgt voor iedere verdieping 1

Stenvert 2012

6

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

een aanvullende beschrijving per ruimtenummer in hoofdstuk 4. Hierin zullen de specifieke onderzoeksvragen waaronder de waardestelling worden meegenomen. In hoofdstuk 5 worden de waardestellingstekeningen per verdieping weergegeven. Als onderlegger zijn de voorlopige tekeningen uit 2015 van de bestaande toestand gebruikt, getekend door B+M uit Den Haag. Deze tekeningen werden verstrekt door de opdrachtgever. Niet alle plattegronden kwamen overeen met de werkelijke situatie. Deze zijn door Rachel Halverstad schetsmatig aangepast. Op de overgenomen ruimtenummering van BBA (2012) is per verdieping indien van toepassing doorgenummerd. Ten slotte volgt een overzicht van de geraadpleegde literatuur en bronnen. Alle werkzaamheden zijn verricht conform de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek. Lezen en analyseren van cultuurhistorisch erfgoed (Den Haag 2009), vastgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Stichting Bouwhistorie Nederland, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Atelier Rijksbouwmeester en de Rijksgebouwendienst.

7

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

2.

Stadhuis Gouda

Samenvatting uit BBA-rapport (2012)

‘SAMENVATTING Het midden op de Markt geplaatste stadhuis te Gouda is een bijna archetypisch voorbeeld van een gotisch stadhuis in Nederland. Het gebouw in zijn huidige hoofdvorm verrees in 1448-1450 en onderging zijn eerste verbouwing in 1517. In 1603 verrees aan de voorzijde een bordes en dat kreeg in 1695 een overhuiving. In de periode 1692-1697 vernieuwde men het schavot aan de achterzijde en tevens de achtergevel. De classicistische vorm daarvan vormde de eerste afbreuk aan het gotische karakter van het gebouw. Inwendig werd in die tijd de bel-etage ingrijpend classicistisch verfraaid waarbij het gotische houtskelet verdween, wat de stabiliteit van het gebouw uiteindelijk helemaal niet ten goede bleek te komen. Latere aanpassingen tastten het gotische karakter van het gebouw verder aan. Met de vernieuwing van de voorgevel in 1880-1884 werd het verval gestuit en begon tevens de periode van verfraaiing van het uiterlijke beeld naar het idee dat men daar toen van had. Bij de restauratie van 1947-1952 werd de classicistische achtergevel weer naar gotische vormen ‘hersteld’ en de voorgevel in 1961-1962 met beelden verfraaid, terwijl de pinakels in 1995-1996 in nieuwe steen werden gekopieerd.

Afgezien van de overwegend nog originele kapconstructie is het gotische karakter door de achtereenvolgende restauraties als beeld weliswaar versterkt, terwijl het authentieke materiaal stukje bij beetje als versleten werd afgevoerd. De belangrijkste ingreep was de restauratie van 1947-1952 onder leiding van A. van der Steur en met burgemeester K.F.O. James als belangrijkste stimulator. De deplorabele bouwtechnische toestand van het gebouw noopte tot een ongekend ingrijpende sanering, waarbij de gehele fundering vernieuwd diende te worden en inwendig het gehele gebouw gestabiliseerd moest worden. De kap kon daarbij behouden blijven, maar vrijwel al het andere constructieve houtwerk moest vernieuwd worden, met stalen versterkingen en betonnen balken tot gevolg. Naast de sanering werd de restauratie voor vier andere zaken aangegrepen: consolidatie, modernisering, karakterversterking en aankleding. Consolidatie betrof vooral de classicistische elementen op de bel-etage en modernisering het secretariegedeelte op de verdieping aan de noordzijde. De karakterversterking vond vooral plaats in de voormalige vleeshal die werd omgebouwd tot burgerhal en het gotische karakter werd versterkt. De nieuwe raadzaal in de kapverdieping kreeg ook een gotiserend karakter.

Bijzonder is de rijke aankleding die het gebouw kreeg door de vele giften uit alle lagen van de Goudse bevolking die daarmee hun verbondenheid met het stadhuis tonen en waarvan het geheel van restauratie en aankleding nu nog een bijzonder en nog bijzonder gaaf tijdsbeeld geeft.’2

2

BBA-rapport 2012, p. 37.

8

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

3.

Stadhuis Gouda

Restauratie 1947-1952

De rol van de architect Ad van der Steur als restauratie-architect bij het stadhuis van Gouda De architect De restauratie van het stadhuis van Gouda stond onder leiding van Ad of Adrianus van der Steur en Herman de Groot. Ze vormden op het moment dat de restauratie begon, samen met K.I. Ruige het bureau Van der Steur, Herman de Groot & Ruige gevestigd aan de Florislaan in Rotterdam. Het bureau A. van der Steur was in 1939 gesticht door Ad van der Steur, toen hij de functie van gemeentearchitect van Rotterdam neerlegde. Ad van der Steur was in 1893 in Haarlem geboren als zoon van architect J.A.G. van der Steur, die in 1917 werd benoemd tot hoogleraar bouwkunde in Delft. Zijn twee jaar jongere broer Albert was ook architect, die ook restauraties uitvoerde, terwijl zijn jongste broer Johan civiel ingenieur was. Ad van der Steur studeerde in 1918 af bij prof. Henri Evers als bouwkundig ingenieur. Het volgende jaar trad hij als adjudant-ingenieur in dienst bij de Staatsspoorwegen. Hij ontwierp enkele stations in Groningen. In 1924 werd hij aangesteld als architect (eerste klasse) bij de gemeente Rotterdam. Na zeven jaar werd hij bevorderd tot stadsarchitect van Rotterdam. Hij ontwierp prestigieuze objecten als het Museum Boymans, het gemeentelijke Gymnasium Erasmianum en de Maastunnel. In 1939 nam hij ontslag als stadsarchitect.

Hij vestigde zich in 1939 als zelfstandig architect in Rotterdam. Twee jaar in 1941 associeerde hij zich met de civiel architect W.A.C. Herman de Groot. Samen zouden ze vanaf 1947 de restauratie van het stadhuis van Gouda uitvoeren. Herman de Groot was als civiel ingenieur binnen het bureau verantwoordelijk voor het bouwtechnische aspect. Hij publiceerde in 1950 het ontwerp voor de versterking van de fundering van het stadhuis in beton in het tijdschrift Bouw in 1950. Ad van der Steur is vooral bekend van zijn vele nieuwbouwprojecten. In zijn tijd als stadsarchitect van Rotterdam ontwierp hij vooral scholen en kantoorgebouwen. Zijn functie als stadsarchitect van Rotterdam gaf hem de nodige bekendheid, vooral door de nieuwbouw van het museum Boymans. In hoeverre was Ad van der Steur ervaren met het restauratiewerk? Ad van der Steur had geen ervaring met restauraties toen hij in 1939 werd gevraagd een plan te maken voor de toekomstige restauratie van het stadhuis. Het Rijksbureau voor Monumentenzorg had geen bezwaar tegen de keuze van de gemeente. Ad van der Steur had zich als zelfstandig architect gevestigd. In maart 1941 werd Van der Steur gevraagd een voorlopig plan, ontwerp-bestek en begroting te maken. Door de tweede wereldoorlog werd het plan uitgesteld. Het plan werd uiteindelijk pas in april 1947 goedgekeurd.

De restauratie van het stadhuis van Gouda bleef door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in de voorbereidingsfase steken, waardoor het niet de eerste echte grote restauratie van Ad van der Steur zou worden. Dat was het imposante laatgotische stadhuis van Middelburg. Dit vijftiende-eeuwse stadhuis brandde samen met een groot deel van de middeleeuwse binnenstad af bij de grote stadsbrand van 17 mei 1940. Slechts de buitenmuren en de toren van het middeleeuwse stadhuis bleven behouden. Op 1 Juli 1940 werd de bekende restauratiearchitect Hendrik. A. van Heeswijk (1872-1945) samen met Ad van der Steur uitgenodigd door het college van B&W gemeentebestuur. In 1941 kon daadwerkelijk worden begonnen met de herbouw van het stadhuis van Middelburg, dat tussen 1881 en 1918 al was gerestaureerd door Pierre Cuypers. Terwijl Van Heeswijk uit Den Haag de leiding had van de restauratie van het exterieur, kreeg Van der Steur de leiding van de restauratie van

9

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

het geheel uitgebrande interieur. De keuze voor Van Heeswijk als restauratiearchitect betekende teruggrijpen naar het oorspronkelijke middeleeuwse ontwerp en daarmee een totale reconstructie. Het herstel van het totale uitgebrande interieur van het stadhuis werd aan Van der Steur toevertrouwd. Besloten werd de achttiende-eeuwse achtervleugel niet te herbouwen maar te vervangen door twee Van der Steur vleugels, met aan de architectuur van het laatgotische stadhuis aangepaste architectuur. Door het totale tekort aan bouwmateriaal kwam de bouw van de nieuwbouwvleugels vóór het einde van de Tweede Wereldoorlog niet tot uitvoering. Deze moderne secretarievleugels kwamen in de jaren 1946-1949 tot stand en werden dus vrijwel gelijktijdig met de restauratie van het stadhuis van Gouda uitgevoerd. Door de gewijzigde wensen van het na-oorlogse college van B&W van Middelburg, maakte Van der Steur een geheel nieuw ontwerp, dat is uitgevoerd. We mogen aannemen dat de ervaring die Van der Steur bij het herstel van de inwendige structuur van het Middelburgse stadhuis had opgedaan, bij het stadhuis van Gouda werd toepast 3.

Van der Steurs betrokkenheid bij de herbouw van het stadhuis van Middelburg In Middelburg koos men evenals bij de herbouw van het stadhuis van Leiden, voor een strenge scheiding tussen de restauratie en de nieuwbouwactiviteiten en voor ieder afzonderlijke architecten verantwoordelijk te maken. Jan Kalf, directeur van het Rijksbureau voor Monumenten stelde voor de restauratie van het stadhuis van Middelburg de architect H. van Heeswijk aan, die veel restauratieprojecten had uitgevoerd. Van Heeswijk was betrokken bij het herstel van het stadhuis van Leiden en had zitting in de Rijkscommissie voor de monumentenzorg. Voor de nieuwbouwdelen van het stadhuis van Middelburg adviseerde Jan Kalf in 1940 de architect Ad van der Steur te vragen. Kalf meende dat bij een duidelijke taakverdeling de kwaliteit van de restauratie goed was geborgd, terwijl de nieuwbouw in handen van een zelfstandig architect tot een optimaal resultaat zou leiden. Het bureau Van der Steur zou in de oorlogsjaren ook betrokken zijn bij het herstel van de middeleeuwse Laurenskerk in Rotterdam. In dit kader is het opmerkelijk dat het Rijksbureau voor Monumentenzorg instemde met de keuze van Ad van der Steur als restauratiearchitect.

Mogelijk was er sprake van verwisseling met Ad van der Steurs broer Albert (A.J.) van der Steur, die naast nieuwbouwprojecten ook betrokken was bij de restauratie van de Nieuwe en Oude kerk in Amsterdam en paleis Soestdijk De restauratie van het stadhuis van Middelburg en ook van het stadhuis van Gouda moet een goede reclame voor Ad van der Steur als restauratie-architect zijn geweest. In 1949 kreeg Ad van der Steur de opdracht voor de restauratie van de R.K Gertrudiskerk in Bergen op Zoom. De restauratie van deze middeleeuwse kerk zou duren tot 1952. De toren van de Sint Geertrudis van Bergen op Zoom had door oorlogsgeweld in 1944 veel schade geleden. Ook hier werd de restauratie bepaald door een grote inbreng van constructieve kennis binnen het bureau. De toren van de kerk werd opgevijzeld en op een betonnen onderbouw geplaatst. In de jaren 1951-1953 was het bureau betrokken bij het herstel van het middeleeuwse stadhuis van Bergen op Zoom. Bij de restauratie werd samengewerkt met de restauratiearchitect H. Lussanet de la Sablonière. Zijn restauratiewerkzaamheden bleven beperkt omdat Ad van der Steur al op zestigjarige leeftijd in december 1953 overleed.

3

Evenals bij het stadhuis van Gouda publiceerde Ad van der Steur zijn verantwoording van de restauratie en herbouw: Beschrijving herbouw van het Middelburgsche stadhuis (1946).

10

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Restauratiefilosofie van Van der Steur Ad van der Steur had bij de restauratie van het stadhuis van Gouda te maken met meerdere architectuurstijlen. Hij koos voor het exterieur voor het teruggrijpen naar de oorspronkelijke gotische verschijningsvorm waarbij alle in de negentiende eeuw verwijderde kruiskozijnen werden teruggebracht, ook de strakke laat- zeventiende-eeuwse topgevel werd vervangen door een gotische topgevel, aansluitend aan de topgevel aan de voorzijde. Hij koos er voor de laatgotische houten kap te behouden en deze in de raadzaal geheel in beeld te brengen. Op de verdieping verkoos hij de oorspronkelijke middeleeuwse gebint-constructie die blijkbaar moest worden vernieuwd, niet in beton uit te voeren, maar de aanwezige constructie te kopiëren. Wel is hij pragmatisch. Zo liet hij de vloeren van de raadzaal en de ondergelegen zaal in beton uit te voeren, en niet de op dat moment aanwezige houten vloeren terug te brengen. Ook bij de burgerzaal in het souterrain werd het middeleeuwse beeld niet alleen behouden maar ook versterkt. In middeleeuwse trant werd het trappenhuis dat de verbinding vormt tussen de burgerzaal en de bel-etage uitgevoerd. Bijzonder is de zeer terughoudende omgang met de laat-classicistische interieurafwerking, die in een schril contrast met het middeleeuwse exterieur staat.

Blijkbaar was Van der Steur overtuigd van de bijzondere kwaliteit van dit interieur. Ook de negentiende-eeuwse aanpassingen van dit interieur bleven ongewijzigd. Van der Steur zag het classicisme uit het eind van de zeventiende eeuw en het tweede kwart van de negentiende eeuw blijkbaar als een monumentale eenheid, en heeft dit niet aangepast. Zelfs enkele classicistische deurpartijen op de verdieping bleven behouden en vormden het uitgangspunt voor de inrichting van de veel grotere en monumentalere verkeersruimte naar de ruimten op de verdieping en de zolderverdieping. De omstreden keuze om de noordelijke geveltop te wijzigingen van een zeventiende- in een vijftiendeeeuwse verschijningsvorm staat in schril contrast met het handhaven van de latere wijzigingen: het maniëristische bordes bij de hoofdingang met overhuiving, de beide dakerkers uit 1626 en 1748 en tenslotte het imposante zandstenen classicistische schavot uit 1697. Van der Steur was in tegenstelling tot H.A. van Heeswijk in Gouda zowel als ‘behouder’, ‘re-constructeur’ als modern inventieve architect bezig. Samenvattend kan worden gezegd dat Ad van der Steur in 1939 afgezien van een enkele dorpskerk nog geen ervaring had met het restaureren van monumenten toen hij in 1939 gevraagd werd als restauratie-architect in Gouda.

Door zijn werk aan het stadhuis van Middelburg in 1941-1948, waar hij alleen verantwoordelijk was voor de nieuwbouw, zou zijn ervaring toenemen, evenals aan de Laurenskerk in Rotterdam. Waarschijnlijk liet hij zich adviseren door zijn broer. Belangrijk voor de restauratie van het stadhuis van Gouda was dat hij een gedegen plan kon maken en de constructieve problemen, waarmee het gebouw te kampen had, voortreffelijk kon oplossen.

11

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

4.

Stadhuis Gouda

Aanvullende beschrijvingen en waardestelling

4.1 Exterieur 4.1.1 Zuidgevel ‘De voorgevel, of zuidgevel is drie traveeën breed, waarbij de ingang op de bel-etage bereikt kan worden via het bordes. Dit bordes dateert uit 1603 en is maniëristisch vormgegeven met gedecoreerde zandstenen banden, balusters en leeuwenkopjes, vergelijkbaar met het bordes van het stadhuis van Leiden (1597-1598). Het bordes heeft een overhuiving uit 1697. De hogere bel-etage en verdieping daarboven worden afgesloten door twee arkeltorentjes met door leien gedekte spitsen. Tussen deze arkeltorentjes bevindt zich de kapverdieping en midden daarboven de geveltoren met balkon aan de voorzijde en een kleine klokverdieping met de luidklok Gabriël, gegoten door Pieter Waghevens in 1693. De geveltoren wordt afgesloten door een ranke spits. Op de rechterhoek bevindt zich een zonnewijzer. De zes beelden in de voorgevel zijn in 1961-1962 aangebracht. Het beeld van de voorgevel wordt sterk bepaald door de ingrijpende restauratie van 1877-1882 toen de bestaande voorgevel van Gobertanger steen is gekopieerd in Franse Saint-Joire kalksteen. In dat proces kregen de vensters in de voorgevel ook weer hun kruiskozijnen die ze in de 19de eeuw hadden verloren. Het bordes is bij de restauratie van 1947-1952 korte tijd geheel weggeweest en herplaatst.’4

Linker afbeelding: de zuidgevel met het stadhuis met bordes voorzien van overhuiving, arkeltorentjes, geveltoren en pinakels. Rechter afbeelding: de zuidgevel na de restauratie van 1883 op een foto uit 1883-1890 gemaakt door I.H. Kiebert. (Herkomst: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort/Documentnummer OF-01177) 4

Overgenomen uit: BBA-rapport 2012, p. 18 en 19.

12

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

4.1.2 Noordgevel De achtergevel, of noordgevel is vier traveeën breed (afb. 29). De vleeshal, nu burgerzaal, kan bereikt worden via de ruimte onder het zandstenen classicistische bordes (schavot) uit 1697. Dit bordes was tot het bezoek van de koninklijke familie aan Gouda in 1897 niet vanaf de huidige trouwzaal op de beletage toegankelijk, maar enkel vanaf de Markt. Bij de restauratie van 1947-1952 heeft men deze toegangen vernieuwd. Bij de bouw van het bordes (schavot) werd ook de achtergevel in classicistische zin aangepakt, waarbij gotische vensterlijsten werden afgehakt, maar vooral een tuitgevel is geconstrueerd, met aedicula in de top en hoekvoluten op de dakranden. Bij de restauratie van 19471952 is deze situatie verlaten en is er een trapgevel gereconstrueerd, voorzien van met ezelsruggen gedekte trappen, conform – naar men dacht - de oorspronkelijke situatie. Ook zijn de gotische traceringen gereconstrueerd en de schuifvensters vervangen door kruisvensters.5

Linker afbeelding: de noordgevel van het stadhuis met de uitbouw van het schavot. Tijdens de restauratie in 1947-1952 werd de bestaande tuitgevel gewijzigd in de huidige trapgevel. Ook werd de bestaande dubbele deur naar het schavot gewijzigd in de huidige dubbele getoogde deur. Rechter afbeelding: de zuidgevel met tuitgevel op een uitsnede van een foto uit 1942. (Herkomst: Streekarchief Midden-Holland, beeldbank inv.nr. 0440.72911)

4.1.3 Oostgevel De oostgevel bestaat uit elf traveeën waarvan in de zuidelijke vier traveeën de vensters op de beletage lager zijn geplaatst dan bij de noordelijke zeven, terwijl de lijst tussen onderverdieping en beletage wel doorloopt. In de meest zuidelijke travee bevindt zich een klein bordes (de kaak) met 5

BBA-rapport 2012, p. 19.

13

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

toegangsdeur (naar de bodekamer). Hierboven zit het klokken-poppenspel met carillon en uurwerk uit 1961-1962. In de dakvoet staat de uit 1626 daterende stenen dakkapel (Vlaamse gevel) met maniëristische vormen. De acht kleine houten dakkapellen in het dakschild zijn toevoegingen van de restauratie uit 1947-1952. De drie schoorstenen van het gebouw zijn toen vervangen door één schoorsteen in het midden. Ook het gotische beeld van de hele oostgevel is het resultaat van die restauratie toen de kruiskozijnen met gekleurde luiken zijn aangebracht evenals de gekoppelde rondboogvensters in de onderverdieping. In de voorlaatste travee aan de noordzijde bevindt zich geen venster, maar drie bronzen ruiten, aangebracht ter gelegenheid van de Coornhert-herdenking in 1990. Op de hoek is de gedenksteen van de restauratie ingemetseld, aangeboden door de firma Roodbol.6

Linker afbeelding: de oostgevel van het stadhuis. Rechter afbeelding: de oostgevel op een foto uit 1942. (Herkomst: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort/documentnummer 21.117.

Gedenksteen van de restauratie 1940-1952 op de rechterhoek van de oostgevel.

4.1.4 Westgevel ‘De westgevel bestaat eveneens uit elf traveeën met eveneens een verschil in hoogte tussen de vensters aan de zuidzijde en aan de noordzijde. In de overgang tussen het voor- en achterhuis bevindt zich de toegang naar de keuken. Dat deel tot aan de voorgevel is voorzien van een luifel waaronder zich ook de toegang tot de fietsenkelder bevindt. Deze luifel werd aangebracht tijdens de restauratie van Van der Steur (1947-1952). Boven de deur naar de keuken zit een sluitsteen met de beeltenis van de restauratiearchitect Ad van der Steur en boven de fietsenkelder een sluitsteen met de beeltenis van burgemeester K.F.O. James. Beide sluitstenen zijn gemaakt door mw. C.E. Schouten-van Rood. In de dakrand bevindt zich aan deze zijde een stenen dakkapel uit 1748 en ook hier dateren de kleine houten dakkapellen van de restauratie 1947-1952. Ook de vormgeving van de westgevel wordt sterk bepaald

6

BBA-rapport 2012, p. 19.

14

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

door de restauratie van 1947-1952. In de voorlaatste travee aan de noordzijde is hier het bevrijdingsmonument geplaatst naar ontwerp van L.O. Wenckebach.’7

Linker afbeelding: de westgevel van het stadhuis. Rechter afbeelding: de westgevel voor de restauratie op een foto uit 1942. (Herkomst: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort/documentnummer OF-02565.

Linker afbeelding: sluitsteen met de beeltenis van architect Ad van der Steur boven de deur naar de keuken (1.03). Rechter afbeelding: sluitsteen met de beeltenis van burgemeester K.F.O. James boven de deur naar de fietsenkelder (1.02).

Tijdens de restauratie in 1947-1952 is de voorgevel in een Franse kalksteen vernieuwd en de achtergevel gereconstrueerd waarbij de bestaande tuitgevel werd gewijzigd in de huidige trapgevel. Van de beide zijgevels werd de natuurstenen buitenhuid vernieuwd maar ook de vensters, die in 1695 en later waren gewijzigd. Het resultaat is een laatgotisch gebouw zoals gezien door de ogen van

7

Overgenomen uit: BBA-rapport 2012, p. 19 en 20.

15

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

burgemeester James en architect Ad van der Steur. Desondanks maar ook vanwege deze restauratiefilosofie heeft dit beeld een hoge monumentwaarde. 4.2 Onderverdieping De onderverdieping of parterre bestaat uit een vierkante ruimte aan de zuidzijde, een smal tussenlid en de voormalige vleeshal aan de noordzijde. De ongelijke hoogte van de kelder en de vleeshal (burgerzaal) had gevolgen voor de niveau-verschillen van de bovengelegen ruimten. Bij de restauratie van 1947-1952 hebben hier ingrijpende werkzaamheden plaatsgevonden bij de versterking van de funderingen. Daarbij is het bordes tijdelijk geheel verwijderd en herplaatst. Het cachot (1.01) onder het bordes dat oorspronkelijk bestond uit een korte gang met aan weerszijden een cel is toen verdwenen. In 1970 is onder het herbouwde bordes een traforuimte geplaatst. 8 4.2.1 Rijwielkelder (ruimte 1.02) Onder de eerste vier traveeën vanaf de zuidzijde ligt in de onderverdieping een vierkante ruimte met dikke muren die bekend staat als rijwielkelder. Het is goed mogelijk dat dit oorspronkelijk een wijnkelder is geweest. Bij een bouwhistorisch onderzoek in 1997 is aannemelijk gemaakt dat bij bouwkundige aanpassingen in 1517 niet het gewelf van de vleeshal, maar het gewelf van deze ruimte is vernieuwd.

Toen is de middenkolom geplaatst (dan wel vernieuwd) en zijn kolommen op de hoeken en in het midden van de vier wanden geplaatst waartussen vier ribloze kruisgewelven van baksteen zijn geslagen. Daarbij zijn de bakstenen op de overgang van de gewelfvlakken bijgehakt en niet, zoals daarvoor - in de 15de eeuw – gebruikelijk, met natuurstenen ribben uitgevoerd. 9 In de rijwielkelder hebben het plafond, vloer- en muurafwerking een hoge monumentwaarde.

Fietsenkelder met muren uit Gobertanger steen en ribloze gewelven van baksteen.

4.2.2 Keuken en voormalig toilet (ruimte 1.03 en 1.04) ‘Het smalle tussenlid tussen fietsenkelder en vleeshal vormt een knooppunt, waar vanaf de onderverdieping via een nieuwe bakstenen trap de bel-etage bereikt kan worden (afb. 38). De oude trap die aan de oostzijde lag en in de bodekamer op de bel-etage uitkwam, werd bij de restauratie van 1947-1952 verwijderd en is de ruimte ingericht voor een toilet voor marktkooplui. In 1996 is deze ruimte omgebouwd ten behoeve van een druklift naar het bovenplein. De rest van het tussenlid is in gebruik als keuken (voorheen ketelhuis) voor de burgerzaal. Aansluitend aan de keukenruimte staat een gemoderniseerde verwarmingsinstallatie.’10 8

BBA-rapport 2012, p. 20. Warfemius 1997 en BBA-rapport 2012, p. 20. 10 Overgenomen uit BBA-rapport 2012, p. 20. 9

16

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Achter het verlaagd systeemplatenplafond bevindt zich de betonnen vloer van de bel-etage met aan de onderzijde nog de houtstructuur van de bekisting. Deze afwerking zal ook vóór het aanbrengen van het huidige plafond aan het oog onttrokken zijn geweest. In de keuken hebben de okergele tegelvloer en het aanrecht uit de tijd van de restauratie een positieve monumentwaarde. Het systeemplatenplafond heeft een indifferente monumentwaarde.

Linker afbeelding: de trap tussen de onderverdieping en de bel-etage. De betonnen trap met gesleten gemetselde treden en smeedijzeren trapleuning uit de tijd van de restauratie. De geopende deur links op de foto geeft toegang tot de burgerhal (1.05), de deur rechts naar de keuken (1.03). Middelste afbeelding: de betonnen stootborden zijn voorzien van frijnslag voor een gotiserend effect. Rechter afbeelding: de trap gezien vanaf de onderzijde. Onder de trap lijkt zich een stookvloer te bevinden.

Linker afbeelding: de keuken met okergele tegelvloer en aanrecht uit de tijd van de restauratie (1947-1952). Gezien richting de gotische deur in de westelijke zijgevel. Rechts op de foto een doorgang naar de ruimte onder de trap. Middelste afbeelding: de keuken gezien naar het oosten met achterin de gemoderniseerde verwarmingsinstallatie Rechter afbeelding: detail van het terazzo-aanrechtblad met gootsteen en lekgootje (links) uit 1947-1952.

17

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Ruimte 1.04. de voormalige toiletruimte voor marktkooplui. In 1996 omgebouwd tot uitgangsruimte van de druklift naar het bovenplein.

4.2.3 Burgerhal (ruimte 1.05) De burgerhal was oorspronkelijk de vleeshal, waarvan men nu aanneemt dat deze bij de bouw in het begin van de vijftiende eeuw zijn huidige hoogte heeft verkregen. De vleeshal is in 1853 ingericht tot boterhal, in 1937 tot archiefbewaarplaats en in 1947-1952 tot burgerzaal. Bij de restauratie zijn de wanden en gewelven ontpleisterd en is de huidige vloer van flagstones aangebracht. Tussen de ribben van Gobertanger steen zijn driehoekige gewelven aangebracht van gele ijsselsteentjes die rusten op drie rijen van in totaal dertien ronde zuilen. Bij de restauratie is beoogd om ook hier de vleeshal weer zijn gotische uitstraling te geven. In de driepassen van de zijgevels bevinden zich ter weerszijden telkens vier medaillons met daarin telkens een voor Gouda karakteristiek beroep: de smid, de pottendraaier, de wasvrouw, de transportarbeider, de slager, de bakker, de spinster en de metselaar. De doorgang van de burgerhal naar de keuken en bel-etage is bij de restauratie gecreëerd. Aan de zuidwand is een vijftal bronzen beeldjes aangebracht, voorstellende: Hugo de Groot (rechtsgeleerdheid), Christiaan Huygens (wis- en natuurkunde), Johannes de Doper (theologie), Boerhaave (geneeskunde), Comenius (opvoedkunde). Verder is de ruimte uitgerust met lichtarmaturen geschonken door Goudse kaashandelaren en handelsondernemingen. In de zestien bij

18

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

de restauratie aangebrachte kleine rondboogvensters zijn door de Hervormde gemeente van Gouda geschonken scherven van gebrandschilderde ruiten gemonteerd.11 In de burgerhal zijn een brede en een wat kleinere moderne bar toegevoegd. Het gewelvenplafond, vloerafwerking van flagstones (1947-1952), medaillons met daarin telkens een voor Gouda karakteristiek beroep (1947-1952), vijftal bronzen beeldjes aan de zuidwand, de door de Goudse kaashandelaren en handelsondernemingen geschonken lichtarmaturen en de door de Hervormde gemeente geschonken schervenpanelen in de kleine rondboogvensters hebben een hoge monumentwaarde. De brede bar en wat smallere bar in de ruimte hebben een indifferente monumentwaarde.

Linker afbeelding: de burgerhal gezien richting het portaal met trap naar de bel-etage. Rechter afbeelding: de burgerhal gezien richting het noordoosten.

Interieurelementen uit de tijd van de restauratie (1947-1952) van links naar rechts: ventilatierooster met het symbool van een zespuntige ster met doornen, bronzen beeldje van Hugo de Groot, raam met gebrandschilderd glas van hergebruikte scherven, natuurstenen medaillon met het beroep van spinster en één van de aangebrachte wapens van stadsbestuurders als sluitsteen, in dit geval Dirck Jacobssoen schepen in 1450.

4.2.4 Entree (ruimte 1.06) ‘De ruimte onder het schavot uit 1697 bestaat uit een aantal zandstenen pijlers waarop gordelbogen rusten die zijn gemetseld van zachtere rode baksteen en waartussen ribloze kruisgewelven van gele ijsselsteentjes zijn geslagen. Sinds de restauratie is deze ruimte weer open, afgezien van de vrij recent aangebrachte glazen windschermen ten behoeve van ‘Stadsherberg De Burgerhal’.’12 Vóór de restauratie van 1947-1952 was de ruimte onder het schavot gesloten. Zie de getoogde deuren op de foto’s uit 1928 en 1942.

11 BBA-rapport 2012, p. 20 en 21. 12 Overgenomen uit BBA-rapport 2012, p. 21.

19

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Ruimte onder het schavot (1697) aan de noordzijde van het stadhuis.

Het plafond en de vloerafwerking van de ruimte onder het schavot hebben een hoge monumentwaarde. De glazen ‘windschermen’ werden in 2001 aangebracht ten behoeve van ‘Stadsherberg De Burgerhal’. Deze glazen ‘windschermen’ hebben een indifferente monumentwaarde. Volgens het bijschrift op onderstaande plattegrond van de bestaande toestand in 1940 was een gedeelte van de ruimte onder het schavot in gebruik als traforuimte. De overige ruimte lijkt destijds in gebruik te zijn geweest als een open doorgangsruimte en vermoedelijk een opslagruimte. Na de restauratie kreeg de ruimte de functie van ‘voorportaal’ naar de burgerhal.

Plattegrond parterre, toestand in 1940 (Rapport BBA 2012, p. 61).

Detail van het bordes (schavot) uit 1697 met oudere balustrade op een foto uit 1928 (links) en op een foto uit 1942 (rechts). De ruimte onder het schavot was afgesloten met getoogde dubbele deuren. (Herkomst foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort/Documentnummer: OF-02565 (linker foto) en 21.117 (rechts).

20

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

De siersmeedijzeren balustrade met sterren en doornen van het schavot maakt onderdeel uit van het totale architecturale concept uit 1947-1952. De balustrade heeft een hoge monumentwaarde. Ook de koperen randafwerking van het schavot heeft een hoge monumentwaarde. De bitumen afdekking met kunststof vlonderdelen hebben een indifferente monumentwaarde.

Linker afbeelding: het schavot met siersmeedijzeren balustrade voorzien van sterren en doornen. Ook op de vergaarbak rechts op de foto is het motief van een ster aangebracht. Rechter afbeelding: detail van de afdekking van het schavot bestaande uit een koperen randbekleding en kunststof vlonderdelen boven een bitumenlaag.

4.3 Bel-etage De bel-etage blijkt oorspronkelijk een driedeling te hebben gehad met een voorhal als wachtplein voor de schutters, een middelkamer voor de vroedschap en vierschaar en een achterkamer voor de schepenen en die laatste diende ook als raadskamer. Tijdens de verbouwing in 1692-1697 werden aan de zuidzijde het zogenoemde benedenplein met vierschaar (ruimten 2.01-2.03) en het gehele bovenplein (ruimten 2.05-2.07) vernieuwd. Het benedenplein kreeg bij de verbouwing van 1692-1695 een nieuwe wandgeleding met Dorische pilasterstellingen. Deze hal was toen een vierkante ruimte met vier vensters aan de westzijde. De verbouwing werd uitgevoerd onder leiding van de Amsterdamse timmerman Hendrik Gerritsz Schut (1622-1695) en voorzien van beeldhouwwerk van de hand van Jan Gijselingh de Jonge. Hij voorzag onder meer zes deuren met marmeren bovendeurstukken met allegorische voorstellingen. Bij deze ingrijpende verbouwing zijn alle muurstijlen en korbelen op de begane grond verwijderd (en voor een deel op de verdieping). Onbedoeld had dit tot gevolg dat het gebouw aanzienlijk minder stabiel werd, wat uiteindelijk tot serieuze vervormingen van het gebouw leidde. In de Franse tijd werd de rechtspraak anders georganiseerd en verviel de functie van de vierschaar in het stadhuis.

De huidige linkerwand van ruimte 2.01 is omstreeks 1840 gebouwd als een in stucwerk uitgevoerde kopie van de tegenoverliggende wand van de vierschaar, waardoor een kamer voor de politie ontstond (2.02 en 2.03). In deze ruimtes zijn de 17de-eeuwse pilasterstellingen bewaard gebleven. Ook werd de trappartij tussen beneden- en bovenplein tijdens de verbouwing in 1692-1697 aangepast.13

13

BBA-rapport 2012, p. 9 en Denslagen 2001, p. 221-223.

21

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

4.3.1 Benedenplein (ruimte 2.01) Het benedenplein bestaat in zijn huidige vorm uit een diepe ruimte met aan het noordelijk eind een opgaande trap tussen pilasterstelling, geheel daterend uit 1692-1695. Bij de restauratie van 1947-1952 is een iets noordelijker gelegen oudere trap aangetoond. Van de classicistische wandindeling van het ‘benedenplein’ dateert de oostwand uit 1692-1695. De westwand dateert uit circa 1840. De bovendeurstukken, die oorspronkelijk beide aan de oostzijde zaten, zitten nu ter weerszijden aan de noordkant van de ruimte. Aan de zuidzijde verwijst de classicistische middenpilaster rechts van de toegang nog naar de oorspronkelijk grotere ruimte van het benedenplein. De bronzen hekken (raamharnassen) zijn bij de restauratie geschonken door de NV tot Aanneming van Werken v/h H.J. Nederhorst en door Goedewaagen’s Kon(inklijke) Holl(andsche) Pijpen- en Aardewerkfabriek, die ook de wandversiering boven de deuren bekostigde.14 De wandversieringen boven de deuren en nissen met bronzen hekken hebben een hoge monumentwaarde.

Het tochtportaal met dubbele klapdeur en wandversiering met sterren en doornen erboven (1947-1952).

14

Het tochtportaal gezien vanaf de entree met gotische deuren.

BBA-rapport 2012, p. 21.

22

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Het benedenplein gezien naar het zuiden. Rechts van de entree bevindt zich de middenpilaster (rode pijl) van het oorspronkelijk grotere benedenplein. De wandversieringen met sterren en doornen boven de dubbele tochtdeur en tegen over elkaar gelegen doorgangen van de bodekamer (met sterren en de maan) en marktmeesterkamer (sterren en de zon) dateren uit 1947-1952. Hetzelfde geldt voor de bronzen hekken/raamharnassen met zespuntige ster (van het Goudse wapen) en doornen.

Linker afbeelding: opbouw van de stenen trap op de bel-etage tussen voor- en achterhuis gezien vanaf het ‘bovenplein’, met links de deur naar de voormalige bodekamer (2.09-2.10) tijdens de restauratie van 1947-1952. (Herkomst: Streekarchief Midden-Holland, beeldbank inv.nr. 0440.72851) Rechter afbeelding: het ‘benedenplein’ met doorzicht naar het ‘bovenplein’ op een ansichtkaart uit circa 1935. Op de plek van het huidige bronzen raamhek/raamharnas bevond zich destijds een ovaalvormige nis met gekruisde pijlen. (Herkomst: Streekarchief Midden-Holland, beeldbank inv.nr. 0440.57447)

23

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Linker afbeelding: westwand met eind 17de eeuws marmeren bovendeurstuk die zich oorspronkelijk in de oostwand bevond. Op de achtergrond de garderobe (ruimte 2.03) en deur van het toilet (2.21). Middelste afbeelding: het ‘benedenplein’ met gekoofd houten plafond gezien richting de trap naar het ‘bovenplein’. Rechter afbeelding: oostwand met eind 17de eeuws marmeren bovendeurstuk en doorzicht naar ruimte 2.11.

Plattegrond van de bestaande toestand van de bel-etage met de gebruiksfunctie per vertrek volgens een opmeting uit 1877. (Herkomst: beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

4.3.2 Vertrek van de marktmeester (voorheen wethouderskamer) (ruimte 2.02) De marktmeesterkamer was na de restauratie (1947-1952) ingericht als wethouderskamer. In dit vertrek is de pilasterstelling van het oorspronkelijk grotere benedenplein nog goed zichtbaar. De pilasters, zandstenen getoogde doorgang en omstucte en in zandkleur geverfde houten kroonlijst hebben een hoge monumentwaarde. Het doorbroken plafond van houten delen heeft een positieve monumentwaarde. De moderne noordelijke scheidingswand heeft een indifferente monumentwaarde. De deur in deze wand is vermoedelijk afkomstig van de deels afgebroken scheidingswand in ruimte 2.17 die vanaf 1947-1952 de scheiding vormde tussen marktmeesterkamer

24

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

en de garderobe met twee toiletruimtes uit 1947-1952. De in 1996 als noodtrap aangebrachte spiltrap heeft een indifferente monumentwaarde.

Linker afbeelding: eiken deur aan de zijde van het benedenplein met karakteristiek hang- en sluitwerk uit de tijd van de restauratie van 1947-1952. Middelste afbeelding: parketvloer in geblokt patroon. Gezien richting een moderne scheidingswand die eind 2014 of begin 2015 werd aangebracht ten behoeve van twee toiletruimtes (ruimte 2.18 en 2.19). Hiermee werd de ruimte van de marktmeester verkleind. Rechter afbeelding: het plafond van houten delen (1947-1952) is in 1996 doorgebroken met het plaatsen van de spiltrap als noodtrap. Links van de zandstenen getoogde doorgang bevindt zich een luik in het plafond.

Linker afbeelding: het gotiserende houten kruiskozijn met klepramen in de bovenlichten werd in 1947-1952 ter vervanging van het 19de eeuws schuifvenster dat zich op deze plek bevond, aangebracht. In de zandstenen vensterbank zijn kapsporen zichtbaar van het smallere kloostervenster dat zich oorspronkelijk op deze plek heeft bevonden. Rechter afbeelding: detail kapspoor in de zandstenen vensterbank.

25

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

4.3.3 Garderobe met toiletruimtes (ruimte 2.03, 2.17 tot en met 2.21) Eind 2014 of begin 2015 werd een verbouwing uitgevoerd waarbij de scheidingswand tussen de marktmeesterkamer en de garderobe met toiletruimtes uit 1947-1952 ter hoogte van de garderobe werd doorgebroken. Er werd een scheidingsmuur aangebracht waarmee een gedeelte van de marktmeesterkamer werd afgescheiden ten behoeve van de realisatie van twee toiletruimtes. Vermoedelijk werd de deur afkomstig uit de doorgebroken wand hier hergebruikt. De bestaande garderobe en toiletruimtes uit 1947-1952 werden gemoderniseerd. De voorste vensternis in de westwand werd aan de zijde van de garderobe vergroot en voorzien van een rechthoekige spiegel. Hiermee werd het bronzen hek (raamharnas) aan deze zijde dichtgezet. Van de toiletruimtes uit 19471952 resteren enkel nog de deurkozijnen met hardstenen neuten.

Linker afbeelding: ruimte 2.17. Vergrote vensternis en met spiegel dichtgezet raamharnas. Rechts daarvan de in eind 2014 of begin 2015 nieuw aangebrachte scheidingswand. Ook de wand- en vloertegels zijn bij deze verbouwing aangebracht. Middelste afbeelding: ruimte 2.17. Van het damestoilet dateren het deurkozijn met hardstenen neuten en de muuropeningen gevuld met glasbouwstenen, die voor indirecte verlichting zorgden, uit 1947-1952. Rechts op de foto de doorgang naar ruimte 2.03. Rechter afbeelding: de eind 2014/begin 2015 gemoderniseerde toiletruimte (ruimte 2.20) uit 1947-1952.

Linker afbeelding: ruimte 2.17. Vergrote garderobe met nieuw aangebrachte toiletruimtes (links op de foto). Rechter afbeelding: ruimte 2.18 en 2.19. Nieuw aangebrachte toiletten met verlaagd systeemplatenplafond.

26

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Linker afbeelding: ruimte 2.21. Eind 2014/begin 2015 gemoderniseerde toiletruimte uit 1947-1952. Middelste afbeelding: door het aanbrengen van een voorzetwand ten behoeve van de wastafel en urinoir is de natuurstenen pilasterstelling met getoogde doorgang minder in beeld. Links op de foto een lichtspleet met marmeren vensterdorpel. Rechter afbeelding: in 2012 was de zandstenen pilasterstelling beter in het zicht. (Herkomst: BBA-rapport 2012, p. 87)

Linker afbeelding: ruimte 2.03 met toegang tot toiletruimte (2.21) waarvan het deurkozijn, deur, hardstenen neuten en dorpel en lichtspleet met glasbouwstenen nog uit 1947-1952 dateren. Gezien richting de doorgang naar ruimte 2.04, met daarboven een getoogde doorgang van natuursteen. Rechter afbeelding: in het gepleisterde plafond van ruimte 2.03 bevindt zich een inspectieluik. 15

De ingrepen die eind 2014/begin 2015 zijn aangebracht hebben een indifferente monumentwaarde. Beide toiletruimtes uit 1947-1952 die in 2012 een positieve monumentwaarde waren toegekend hebben door de recente ingrepen een indifferente monumentwaarde.

15

Omdat dit luik veel hoger was aangebracht dan het luik in ruimte 2.02 is ervoor gekozen om een inspectie achter het laatstgenoemde luik uit te voeren.

27

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek 4.3.4

Stadhuis Gouda

Portaal (ruimte 2.04)

Portaal met metselwerk in het zicht. De plavuizenvloer, houten balkenplafond, werkkast en trap naar de onderverdieping dateren uit 1947-1952.

Van links naar rechts: portaal met bovenaan de foto de ruw gehakte zandstenen treden van de trap naar de verdieping, gietijzeren lichtornament met stervormige voet en trap naar de onderverdieping.

Bij de restauratie in 1947-1952 is onder de trap naar de verdieping een betonnen trap met gemetselde treden naar de burgerhal op de onderverdieping gemaakt op de plaats waar voordien een kolenhok was. De ruw gehakte zandstenen treden van de trap naar de verdieping is zichtbaar vanuit deze ruimte. Het portaal met trap naar de onderverdieping vormt samen met de plavuizenvloer en houten balkenplafond een architecturaal concept uit 1947-1952 en heeft daarom een hoge monumentwaarde. Het interieur van de werkkast met originele tegelvloer en wandtegels uit de tijd van de restauratie heeft als utilitaire ruimte een positieve monumentwaarde.

28

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

4.3.5 Bovenplein (ruimte 2.05) De inrichting van het bovenplein dateert van de verbouwing uit 1692-1695 toen de ruimte een viertal symmetrisch geplaatste deuren met classicistische omlijstingen en marmeren bovendeurstukken kreeg (afb. 57). De zuidwand van deze ruimte heeft twee omlijste dubbele deuren, waarvan de oostelijke toegang geeft tot het bordes naar het benedenplein en de westelijke, geplaatst omwille van de symmetrie, een muurkast afsluit. Deze wandindeling is het resultaat van een verbouwing rond 1848.16 Het houten balkenplafond heeft een hoge monumentwaarde. Hetzelfde geldt voor de marmeren vloer (1947-1952) met dorpels naar de trouwzaal (ruimte 2.06).

Linker afbeelding: het bovenplein gezien richting de trouwzaal (2.06). De twee doorgangen aan de zijde van de trouwzaal gaven toegang tot twee burgemeesterskamers die in 1903 werden samengetrokken. Rechts op de foto een gedeelte van een geweven wandtapijt dat werd geschonken door het personeel van de Gemeentediensten. Deze heeft ook een hoge monumentwaarde. Rechter afbeelding: dorpels en marmeren vloerafwerking ter hoogte van de portaaldoorgang tussen het bovenplein en de trouwzaal.

Linker afbeelding: twee omlijste dubbele deuren aan de zuidzijde. Rechter afbeelding: het bovenplein op een foto uit circa 1925. De vloer was destijds gedekt met grote plavuizen. De deuren in dezelfde stijl uitgevoerd als de twee omlijste dubbele deuren aan de zuidzijde. (Herkomst: Streekarchief Midden-Holland, beeldbank inv.nr. 0440.11782)

4.3.6 Trouwzaal (ruimte 2.06) ‘Het hele noordelijke deel van de bel-etage wordt ingenomen door de trouwzaal, met aan de zuidwand het in 1642 voor de kamer van de burgemeester door David Ruffelaer gemaakte wandtapijt. Na de verbouwing van 1692-1695 verhuisde het naar deze ruimte, die toen kleiner was omdat aan de westzijde een burgemeesterskamer met kabinet was afgescheiden. In 1903 zijn deze ruimten verenigd 16

BBA-rapport 2012, p. 22.

29

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

met de toenmalige raadzaal tot de huidige ruimte, nu de trouwzaal, met als opvallend resultaat een grote ruimte met aan weerszijden een monumentale schouw, het wandtapijt is toen ook aangepast. Het classicistische cassettenplafond, dat tot 1886 enige tijd onder een later plafond was verborgen, is bij de restauratie uitgenomen, waarna de balken zijn versterkt en daarna de sierelementen zijn teruggebracht. De kaarsenkronen en de plafonnières in de hoekcassetten zijn geschonken door de Goudsche Verzekering Mij. Tussen de trouwzaal en de burgemeesterskamer bevindt zich een dikkere wand waarin een kast en een wc zijn weggewerkt. In de trouwzaal staat nu de uit de burgemeesterskamer afkomstig tafel die nu dienst doet als ceremonietafel.’17

Linker afbeelding: de trouwzaal gezien wee omlijste dubbele deuren aan de zuidzijde. Rechter afbeelding: het bovenplein op een foto uit circa 1925. De vloer was destijds gedekt met grote plavuizen. De deuren in dezelfde stijl uitgevoerd als de twee omlijste dubbele deuren aan de zuidzijde. (Herkomst: Streekarchief Midden-Holland, beeldbank inv.nr. 0440.11782)

De trouwzaal op een foto uit 1921. De vloer was destijds gedekt met een parketvloer met patroon. (Herkomst: Streekarchief Midden-Holland, beeldbank inv.nr. 0440.11946)

17

Overgenomen uit BBA-rapport (2012), p. 22.

30

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Linker afbeelding: foto uit circa 1950 van de zuidwand waarvan de wandbespanning is afgenomen. De portaaldoorgang achter de deur rechts op de foto is nu in gebruik als vitrine. Links op de foto is een negenruitsschuifvenster zichtbaar. (Herkomst: Streekarchief Midden-Holland, beeldbank inv.nr. 0440.72850) Rechter afbeelding: de zuidwand met wandbespanning en verholen deuren.

Het gehele interieur (plafond-, vloer- en wandafwerking) van de trouwzaal heeft een hoge monumentwaarde. Ook de kaarsenkronen en de plafonnières in de hoekcassetten hebben een hoge monumentwaarde. 4.3.7 Burgemeesterskamer (ruimte 2.07) ‘De burgemeesterskamer dateert eveneens van de verbouwing uit 1692-1695 toen hier de schepenkamer werd gevestigd. Aan de zuidwand bevindt zich een gemarmerde schouw uit deze tijd met in de boezem een schilderij. De lichtornamenten in de nissen boven de beide deuren naar het bovenplein zijn geschonken door de Goudsche Verzekering Mij. De gebrandschilderde vensterpanelen in de burgemeesterskamer zijn (net als die in de trouwzaal) gemaakt door H.J.M. Basart en aangeboden door de Vereenigde Stearine Kaarsenfabriek Gouda-Apollo.’18 In het portaaldoorgang naar de trouwzaal bevindt zich een kamertje van de bediening en aan de andere zijde een toilet (1947-1952).

Beide doorgangen naar het bovenplein. Door de lichtornamenten, met sterren en doornen, in de nissen zijn de ankers zichtbaar waarmee de marmeren bovendeurstukken aan de zijde van het bovenplein bevestigd zijn.

18

Overgenomen uit BBA-rapport 2012, p. 23.

31

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Linker afbeelding: marmeren dorpel ter hoogte van de portaaldoorgang naar de trouwzaal. Rechter afbeelding: hardstenen dorpel van één van de twee doorgangen naar het bovenplein. De gemarmerde houten deuromlijsting is aan de onderzijde hersteld.

Toiletruimte met marmeren plavuizen en ruimte voor de bediening met grijze vloertegeltjes aan weerszijden van de portaaldoorgang.

Linker afbeelding: gebrandschilderd vensterpaneel in het middelste venster met het jaar van vervaardiging 1952 (zie rode pijl). Rechter afbeelding: zuidwand met gemarmerde schouw.

32

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Het gehele interieur (plafond-, vloer- en wandafwerking) van ruimte 2.07 heeft een hoge monumentwaarde. Ook de hardstenen deurdorpels, marmeren deurdorpel, kaarsenkroon en lichtornamenten in de nissen hebben een hoge monumentwaarde. 4.3.8 Bordes (ruimte 2.08) ‘Op het in 1693 aangelegde bordes tussen boven- en benedenplein bevindt zich de trap naar de verdieping waarvan de doorgang rond 1848 is verbreed.’19

Linker afbeelding: toegang tot de trap naar de verdieping. Middelste afbeelding: bordes tussen het beneden- en bovenplein. Rechter afbeelding: gezicht vanaf het bordes naar de lift in ruimte 2.09 voorheen gebruikt als bodekamer.

4.3.9

Invalidentoilet en druklift (ruimte 2.09 en 2.10)

Linker afbeelding: eiken kastenwand waarvan de achterwand voorzien van spijkerpatroon. Middelste afbeelding: invalidentoilet in ruimte 2.10. Rechter afbeelding: de uitgang in de oostgevel voor de gebruikers van de lift. 19

Overgenomen uit het BBA-rapport 2012, p. 23.

33

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

‘Bij de aanleg van het bordes in 1693 is aan de oostzijde een kamer, het schepenvertrek, gecreëerd. In 1877 was deze ruimte in gebruik als bodevertrek en op enig moment kwam hier ook de trap van de onderverdieping in uit. Na de restauratie is de ruimte weer geheel als bodekamer ingericht. Daarbij heeft Van der Steur de eiken kasten uit de bovengelegen, en tot garderobe ingerichte kamer (3.11) in deze ruimte herplaatst. In 1996 is het oostelijk deel van deze ruimte ingericht als invalidentoilet en in het westelijk deel kwam een druklift.’20 De plafondafwerking in de ruimtes 2.09 en 2.10 en de vloerafwerking in ruimte 2.09 hebben een positieve monumentwaarde. Ook de eiken kastenwand, gebruikt in de negentiende eeuw voor het opbergen van het archief van het kadaster, heeft een positieve monumentwaarde. De vloerafwerking in ruimte 2.10 en de druklift hebben een indifferente monumentwaarde. 4.3.10 Leeskamer (ruimte 2.11) Ruimte 2.11 was na de restauratie van 1947-1952 ingericht als commissiekamer. Zijn oorsprong heeft het in 1693 toen het van het benedenplein is afgescheiden om als vierschaar dienst te gaan doen. De beide muurvlakken tussen de zandstenen pilasterstelling waren oorspronkelijk open en dateren van na 1840.21

Linker afbeelding: ruimte 2.11 gezien naar het zuiden met zandstenen pilasterstelling, gekoofd plafond en parketvloer met blokvormig patroon. Rechter afbeelding: de doorgang met bovendeurstuk naar het benedenplein.

20 21

BBA-rapport 2012, p. 23. BBA-rapport 2012, p. 23.

34

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Linker afbeelding: venster in de noordoosthoek van ruimte 2.11. Het gotiserende kruiskozijn uit 1947-1952 komt qua grootte niet overeen met de eind zeventiende-eeuwse zandstenen vensteromlijsting in het interieur. Rechter afbeelding: aquarel van de vierschaar in het stadhuis van Gouda in de tweede helft van de 18 de eeuw. De vensters zijn uitgevoerd als kruiskozijnen, die in de tijd van de verbouwing van 1693 al ouderwets waren. Het venster in de noordoosthoek van het vertrek is getekend als een kloostervenster. De schuifvensters die in 1947 nog aanwezig waren dateren uit de negentiende eeuw. (Herkomst: Denslagen 2001, p. 222)

4.3.11 Bodekamer (ruimte 2.12)

Linker afbeelding: ruimte 2.12 met parketvloer, vaste houten kast en luik in het plafond. Gezien richting de doorgang, met natuurstenen omlijsting, naar het benedenplein. Rechter afbeelding: de moderne balie en lambrisering. De doorgang naar de kaak werd in 1947-1952 gewijzigd in het huidige vensterluik.

35

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek

Stadhuis Gouda

Ruimte 2.12 is tegenwoordig in gebruik als bodekamer. Na de restauratie van 1947-1952 was het vertrek als kabinet aangeduid. In 1693 was de ruimte als officierskamer ingericht. In de bodekamer heeft de houten parketvloer met blokvormig patroon een hoge monumentwaarde. Hetzelfde geldt voor de vaste houten kast aan de vensterzijde. De balie, houten lambrisering en plafondafwerking zijn recent en hebben een indifferente monumentwaarde.

Linker afbeelding: tussenruimte boven het plafond van de bodekamer. De ringbalk, de omstucte stalen balk en het plafond van de tussenruimte dateren uit 1947-1952. De vloer van de verdieping bestaat uit prefab betonplaten. Het luik met kozijn in de scheidingswand met ruimte 2.11 is een ouder, mogelijk hergebruikt luik. Rechter afbeelding: mogelijk hergebruikt grenenhouten luik naar de tussenruimte boven het plafond van ruimte 2.11.

Linker afbeelding: venster in de voorgevel met betonvloer erboven (1947-1952). Rechter afbeelding: in de tussenruimte boven het plafond van de bodekamer bevindt zich aan de oostgevelzijde het klokken-poppenspel uit 1961-1962. Tegenwoordig wordt dit spel mechanisch aangedreven.

36

Bouwhistorische notitie aanvullend onderzoek 4.4

Stadhuis Gouda

Verdieping

‘De verdieping is in het stadhuis altijd de ‘dienstlaag’ geweest. De vloer van de zuidelijke vijf traveeën ligt lager dan die van de noordelijke zes. Het niveauverschil wordt overbrugd door zes treden in de vijfde travee. Het zuidelijke deel was de woning van de bode en het noordelijke deel de gemeentesecretarie. Bij de restauratie is dit deel, uitgezonderd ruimte 3.04, geheel nieuw ingedeeld en ingericht. Ook de tussenmuur - met de daarin ingebouwde wc en schoorsteenkanalen - is toen verwijderd.’22 De huidige indeling van de verdieping heeft een hoge monumentwaarde. 4.4.1

Sterzaal (ruimte 3.01)

Linker afbeelding: overzicht van de ‘Sterzaal’(3.01) uit 1947-1952. Deze ruimte was sinds 1952 kantoorruimte van Algemene Zaken. Op de plek van de verdwenen werkkamer van de chef algemene zaken is in 1996 de moderne spiltrap aangebracht. Rechter afbeelding: de ruimte gezien richting de moderne bar met daarachter een moderne wandafwerking.

Het zuidelijk deel van de verdieping vormde de woning van de gemeentebode die daar tot 1940 heeft gewoond. Daarna is het zuidwestelijke deel in gebruik genomen door typisten en de voormalige slaapkamer door de gemeentesecretaris. Tijdens de restauratie in 1947-1952 zijn hier alle scheidingswanden en de trap naar zolder weggehaald waarna één grote ruimte ontstond voor de afdeling Algemene Zaken met in de zuidwesthoek, de werkkamer van de chef Algemene Zaken. Na de verwijdering van deze kamer, in 1996 of eerder, werd in 1996 op die plaats de huidige spiltrap als noodtrap aangebracht ten behoeve van de daarboven gelegen raadzaal. Het houtskelet met moerbalken en korbeelstellen (samenstel van muurstijl, korbeel en sleutelstuk) is in 1947-1952 bij de restauratie gekopieerd naar de aanwezige houtconstructie en bouwsporen.23 In de bovenlichten van een aantal gotiserende houten kruiskozijnen zijn in deze ruimte maar ook in andere ruimtes, klepramen aangebracht. Deze beweegbare delen zijn in 1952 geleverd door de firma Duchatau uit Schiedam.24 Onder elke venster is tijdens de restauratie een radiator aangebracht met tegellambrisering erachter. Een aantal radiatoren is vernieuwd. De ruimte is verder voorzien van kop-staart gelegde vloerdelen een moderne bar en modern behang aan de zijde van de hal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=1e6b760e-6806-4cb2-878b-4acd5809ffcf