CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 16 2023-02-21 31382 RO Mees ROB.pdf

Raadsvergadering 17 mei 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen (vvgb): realiseren distributiecentrum Nieuwe Gouwe OZ 4034.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur Controle

Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 te Gouda Definitief 21382 21382.RO 21 februari 2023 L. I. Hage M. F. Bleeker MSc

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE 1 2

3

4

5

6

Inleiding Projectbeschrijving

4 5

Projectlocatie Projectplan Vigerend bestemmingsplan

5 6 7

Ruimtelijk beleid

10

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

10 12 20 21

Omgevingsaspecten

35

Motivering behoefte / Ladder voor duurzame verstedelijking Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling

35 36 38 39 41 43 44 45 47 48 51 53

Beschrijving uitvoerbaarheid

54

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54 54

Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid

55

Bijlagen 1 2 3. 4. 5. 6. 7.

Verkennend bodemonderzoek (Kwinfra, 2020) Quick scan flora en fauna (Bureau Natuurzorg, 1 november 2022) Archeologisch onderzoek (IDDS, november 2022) Memo stikstofdepositie gebruiksfase (Mees, 21 februari 2023) Stikstofdepositieberekening aanlegfase (1 februari 2023) Onderzoek verkeer en parkeren (Goudappel Coffeng, 19 juli 2022) Onderzoek externe veiligheid (11 november 2022)

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 3

1

INLEIDING In opdracht van White House Development en Green Real Estate heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van een distributiecentrum met bijbehorende (kantoor)voorzieningen ter plaatse van de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 te Gouda. Het distributiecentrum is voorzien ter plaatse van het reeds bestaande bedrijventerrein “Goudse Poort” waar grotendeels reeds een dergelijk bedrijf planologisch is toegestaan. Omdat de ontwikkeling niet geheel mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 4

2

PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie is gelegen aan de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 te Gouda, is gelegen in de kadastrale gemeente Gouda en staat verder kadastraal bekend onder sectie M perceelnummers 4491, 4789 en 4790. De projectlocatie wordt begrensd door de N207 aan de westzijde, de Nieuwe Gouwe O.Z. aan de zuidzijde en diverse bedrijven aan de oost- en noordzijde. Een luchtfoto van de projectlocatie is weergegeven op figuur 1. Opgemerkt wordt dat thans sprake is van een braakliggend perceel, maar dat de locatie voorheen wel degelijk in gebruik was ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten die daar planologisch reeds zijn toegestaan (zie ook paragraaf 2.3). Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie

De voormalige bebouwing is reeds gesloopt. Derhalve is sprake van een grotendeels braakliggend terrein. De aanwezige watergang wordt reeds gedempt (hier is een watervergunning voor verleend) en een aantal bomen zijn gekapt. Hier wordt in paragraaf 3.4.7 nader op ingegaan.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 5

PROJECTPLAN White House Development en Green Real Estate zijn voornemens om op de projectlocatie, welke onderdeel uitmaakt van het bestaande bedrijventerrein “Goudse Poort” een nieuw bedrijfsgebouw in de vorm van een distributiecentrum te realiseren. Het gaat om een modern en duurzaam logistiek distributiecentrum, dat de toegang van de Goudse Poort op een bijzondere wijze zal markeren. Vanwege een toekomstbestendige bedrijfsvoering van een distributiecentrum én te kunnen voorzien in een kwalitatief hoogwaardig bedrijf is een footprint van circa 24.258 m2 nodig en is het benodigd te voorzien in 20 laaddocks. Daarnaast is het ten behoeve van de alternatieve aanwendbaarheid benodigd om kantoorruimte te realiseren, zodat ter plaatse ook kan worden gewerkt. Het kantooroppervlakte bedraagt op dit moment circa 1.717 m2. Het gebouw, zoals thans voorzien, heeft een oppervlakte van 27.776 m2. Bij de totstandkoming van de ontwikkeling is ingezet op een alzijdige uitstraling, transparantie, daglicht en flexibiliteit. De toegangen van het terrein sluiten goed aan op de reeds aanwezige wegenstructuur. De materialisering van het gebouw kenmerkt zich door duurzame toekomstbestendige producten die een moderne, industriële uitstraling hebben.

Het doel is qua maatvoering van het beoogde bedrijfsgebouw aan te sluiten bij de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt (zie ook paragraaf 2.3). De hoogte van het bedrijfsgebouw zal derhalve maximaal 15 meter bedragen. Naast de te realiseren bebouwing zal op eigen terrein voorzien worden in voldoende parkeerplaatsen. Daarnaast is aandacht voor een groene invulling van de projectlocatie. Figuur 2 en figuur 3 tonen een impressie van de beoogde ontwikkeling. Figuur 2. Impressie toekomstige situatie (Bron: Heembouw, d.d. 21 juli 2022)

Figuur 3. Impressie toekomstige situatie (Bron: Heembouw, d.d. 21 juli 2022)

Onderdeel van de beoogde ontwikkeling is het zoveel mogelijk voorzien in groen (zie ook paragraaf 3.4.6), wordt het bestaande oppervlaktewater gedempt en wordt voorzien in nieuw oppervlaktewater (zie paragraaf

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 6

4.12). Daarnaast wordt de bestaande in- en uitrit verplaatst. Het verplaatsen van de in- en uitrit maakt onderdeel uit van de ontwikkeling.

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de projectlocatie is het bestemmingsplan “Goudse Poort”, dat op 19 september 2012 is vastgesteld door de gemeenteraad van Gouda en per 31 januari 2014 onherroepelijk is. Naast het bestemmingsplan “Goudse Poort” zijn ook het bestemmingsplan “Parapluherziening Parkeren” en het “Parapluplan Wonen” van kracht. Op het bestemmingsplan “Parapluherziening Parkeren” wordt nader ingegaan in paragraaf 4.11. Het bestemmingsplan “Parapluplan Wonen” is niet relevant aangezien de voorgenomen ontwikkeling geen woningbouwontwikkeling betreft. Op dit bestemmingsplan wordt dan ook niet nader ingegaan.

Volgens het bestemmingsplan “Goudse Poort” kent de projectlocatie de volgende bestemmingen en aanduidingen: - de enkelbestemming ‘Bedrijf’, waarbinnen gebouwd mag worden tot een maximale bouwhoogte van 15 meter en waar het bouwperceel tot ten hoogste 75% mag worden bebouwd (middels een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid ten hoogste 80% worden bebouwd); - de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ (ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’); - de enkelbestemming ‘Water’; - de enkelbestemming ‘Kantoor’, waar binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd mag worden tot een maximum bouwhoogte van respectievelijk 3, 9 en 12 meter; - de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – afwijkingsgebied 1’ (ter plaatse van de bestemming ‘Kantoor’); - de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’; - de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. - Opgemerkt wordt dat aangrenzend aan de projectlocatie sprake is van een enkelbestemming ‘Groen’, ‘Verkeer’ en een dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Een en ander is weergegeven op onderstaand figuur. Figuur 4. Uitsnede verbeelding “Goudse Poort” (bron: QGIS, eigen bewerking)

Toets aan bestemmingsplan De beoogde functie als zijnde distributiecentrum met bijbehorende parkeergelegenheid en laad- en losruimte

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 7

is in overeenstemming met de bestemming ‘Bedrijf’, maar in strijd met de bestemmingen ‘Water’ en ‘Kantoor’. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ bedrijven zijn toegestaan tot ten hoogste milieucategorie 3.2, zoals vermeld in de bijlage van de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. Een distributiecentrum komt voor op de Staat van Bedrijfsactiviteiten en valt onder milieucategorie 3.1. Het bebouwde oppervlakte ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ bedraagt in de beoogde situatie 79,5%, zie ook onderstaande figuur. Hiermee wordt voldaan aan het bebouwingspercentage dat kan worden toegestaan middels de in het bestemmingsplan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Ook wordt voldaan aan de ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ toegestane maximale bouwhoogte van 15 meter, zie figuur 6. Figuur 5. Toelichting bebouwingspercentage (Bron: Heembouw, d.d. 13 juli 2022)

De footprint van het distributiecentrum is echter groter dan het geldende bestemmingsplan toestaat en daarbij wordt een deel van de ontwikkeling eveneens binnen de nu geldende bestemmingen ‘Kantoor’ en ‘Water’ voorzien. De bestemmingen ‘Water’ en ‘Kantoor’ staan de beoogde functie echter niet toe. Hoewel de voorgenomen ontwikkeling binnen deze bestemmingen slechts voornamelijk bij het bedrijfsgebouw behorende voorzieningen voorziet, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen, zijn ook deze voorzieningen in strijd met de aldaar geldende bestemmingen. De bestemmingen ‘Water’ en ‘Kantoor staan immers slechts bij de desbetreffende bestemming behorende functies toe. Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’. Ook de beoogde in- en uitrit is niet geheel planologisch toegestaan en maakt onderdeel uit van voorliggende onderbouwing. Bij het doorlopen van de planologische procedure dient tevens rekening te worden gehouden met het bepaalde ten aanzien van archeologie en waterkeringen. Voor archeologie wordt verwezen naar paragraaf

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 8

4.2, en voor en waterkeringen naar paragraaf 4.12 van voorliggende rapportage. Ook wordt rekening gehouden met de nabijgelegen gasleiding. Hier wordt in paragraaf 4.6 nader ingegaan. Figuur 6. Dwarsdoorsnede beoogde ontwikkeling (Bron: Heembouw, d.d. 27 juli 2022)

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 9

3

RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 7. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 10

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen 3.1.1.1 Conclusie Het nationale belang 16: ‘Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat’ is relevant voor het voorgenomen initiatief. De opgave bij dit belang is het blijven zorgen voor een excellent vestigingsklimaat met optimale (internationale) bereikbaarheid, een aantrekkelijk, groene, veilige en gezonde leefomgeving en een op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor bedrijvigheid, waarbij overschotten en tekorten voorkomen worden.

Het distributiecentrum aan de Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 is beoogd op een locatie waar de betreffende functie reeds grotendeels is toegestaan. Voor dergelijke activiteiten geldt dat locaties voor hoogwaardig logistiek vastgoed beperkt is (zie ook paragraaf 4.1). Uit de toets aan het provinciale en gemeentelijke beleid (paragraaf 3.3 en 3.4) volgt dat de ontwikkeling past binnen deze beleidskaders.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. 3.1.2.1 Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. 3.1.3.1 Conclusie De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 11

PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie Zuid-Holland Per 25 oktober 2022 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is het al bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zeven richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld. -

Ambitie 1: samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; Ambitie 2: bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; Ambitie 3: schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaal en betaalbaar voor iedereen; Ambitie 4: een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; Ambitie 5: versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; Ambitie 6: sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; Ambitie 7: gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving.

De zeven ambities zijn geconcretiseerd in 18 beleidsdoelen. De beleidsdoelen omschrijven aan welke maatschappelijke opgaves de provincie Zuid-Holland werkt. Deze opgaven worden geconfronteerd met concrete omstandigheden en doelen van maatschappelijke partners. In de uitkomst van deze confrontatie komen knelpunten naar voren en ontstaan er kansen om de opgaven verder te brengen. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten:  De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd.

De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder.  Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid.  Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.  Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 12

Inpassing Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied.

Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Figuur 8. Soorten ontwikkeling (bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland)

De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast de gebiedsprofielen heeft de provincie ook handreikingen ruimtelijke kwaliteit die handvatten bieden om de ruimtelijke kwaliteit te versterken: - Werkboek ruimtelijke kwaliteit met een stappenplan - Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland - Ruimtelijk perspectief dijken - Handleiding opstellen beeldkwaliteitsparagraaf - Handleiding infrastructuur De provincie heeft een onafhankelijk provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit (PARK) die gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt over het behouden en versterken van ruimtelijke kwaliteit in Zuid-Holland.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 13

3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling wordt binnenstedelijk gerealiseerd, nabij andere stedelijke (bedrijfs-)functies op een deel van het bestaande bedrijventerrein Goudse Poort. De voormalig aanwezige bebouwing is reeds gesloopt en er wordt een distributiecentrum met kantoorruimten en bijbehorende voorzieningen gerealiseerd. De identiteit, aard en schaal van het gebied verandert niet als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Er is derhalve sprake van ‘inpassing’. Hierna wordt ingegaan op de van toepassing zijnde kwaliteitskaarten en de daarbij behorende richtpunten. In onderstaande figuur 9 zijn uitsneden opgenomen van de voor de projectlocatie relevante kwaliteitskaarten. Dit zijn de kaarten ‘Laag van de ondergrond’ en ‘Laag van de stedelijke occupatie’. De overige kaarten (‘Laag van de cultuur- en natuurlandschappen’, ‘Laag van beleving’ en ‘Gebiedsprofiel grenzen’) zijn niet relevant voor de projectlocatie. Figuur 9. Kwaliteitskaarten (bron: provincie Zuid-Holland)

Kwaliteitskaart ‘Laag van de ondergrond’ Op basis van de kwaliteitskaart ‘Laag van de ondergrond’ is de projectlocatie gelegen in ‘Bijzonder reliëf – oude stroomgordels en geulafzettingen’. Zuid-Holland is, uitgezonderd de duinen en de dijken, relatief plat. Binnen dit platte land is nog een aantal bijzondere, natuurlijke hoogteverschillen te vinden. Het betreft strandwallen in de kustzone, oude stroomruggen, kreken en geulafzettingen, rivierduinen met donken en oude bovenlanden met restveen. Vanwege de hogere ligging waren deze plekken aantrekkelijk voor (pre)historische bewoning. Het zijn vaak plekken van grote archeologische en aardkundige waarde. Behoud van dit reliëf houdt de leesbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het gebied in stand. De richtpunten behorende bij deze kwaliteit zijn:  

Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand; en Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

De projectlocatie maakt onderdeel uit van een bestaand bedrijventerrein en is voorheen reeds ten behoeve van deze activiteiten in gebruik geweest. Als gevolg is ter plaatse geen sprake van de hiervoor genoemde patronen, reliëf en structuren. De ontwikkeling heeft daarnaast geen invloed om eventuele patronen, het reliëf en structuren in de omgeving. De projectlocatie is tegens gelegen in ‘Rivierdeltacomplex – rivierklei / veen’. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 14

hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Het richtpunt hiervoor is als volgt: 

Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar

Ook hiervoor geldt dat de projectlocatie onderdeel uitmaakt van een bestaand bedrijventerrein en dat voorheen reeds ten behoeve van deze activiteiten in gebruik is geweest. Mede als gevolg hiervan is geen sprake is van een duidelijk verschil tussen komgronden en oeverwallen en zal de ontwikkeling niet leiden tot wijzigingen in het landschap. Kwaliteitskaart ‘Laag van de stedelijke occupatie’ Bedrijventerreinen liggen veelal aan de toegangswegen van dorpen en steden en bepalen in belangrijke mate de entree van het gebied, maar zijn ruimtelijk veelal niet verbonden met het aangrenzende landschap, stadsof dorpsgebied en hebben daardoor een afgesloten karakter. Veelal betreft het logistieke bedrijventerreinen, waarvoor een goede aansluiting op het wegennet essentieel is. Daar waar bedrijventerreinen de entree van een stad of dorp vormen, is extra aandacht voor de beeldkwaliteit van (de rand van) het terrein, de ontsluiting en de samenhang met de omgeving van belang. Deze terreinen zijn het visitekaartje van dorp of stad. Doorgaande recreatieve routestructuren worden gerespecteerd of krijgen een gelijkwaardige vervanger. Het terrein of haar omgeving is aantrekkelijk voor verschillende gebruikers. Het richtpunt voor bedrijventerreinen is als volgt: 

Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Bij de ontwikkeling is veel aandacht besteed aan de beeldkwaliteit zowel qua structuur als opzet en uitstraling. In paragraaf 3.4.8 wordt hier nader op ingegaan. In paragraaf 4.11 wordt aandacht besteed aan de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse, waaronder de ontsluiting. 3.2.1.2 Conclusie De richtpunten ter plaatse van de projectlocatie vormen geen belemmering of randvoorwaarde voor de beoogde ontwikkeling.

Omgevingsverordening Zuid-Holland Per 25 oktober 2022 is, naast de Omgevingsvisie, ook de geconsolideerde versie van omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Bestaand stads- en dorpsgebied Uitgangspunt voor de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daardoor primair plaats binnen BSD. 3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling Op figuur 10 is te zien dat de projectlocatie is gelegen binnen het bestaande stads- en dorpsgebied.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 15

Figuur 10. Uitsnede kaart bestaand stads- en dorpsgebied 2018, projectlocatie rood omlijnd (bron: https://staatvan.zuidholland.nl/portfolio_page/bestaand-stads-en-dorpsgebied/)

Tevens zijn er diverse regels uit de Omgevingsverordening waar de voorgenomen ontwikkeling aan moet voldoen. De relevante regels voor de projectlocatie zijn hieronder opgenomen. Ruimtelijke kwaliteit Voor toetsing aan de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is vooral de ruimtelijke impact van een ontwikkeling van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. In paragraaf 3.2.2 is reeds vastgesteld dat de beoogde ontwikkeling een inpassing betreft. In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen aan welke voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Onderstaand zijn de relevante regels voor de beoogde ontwikkeling opgenomen. In het ontwerp van het beoogde plan wordt hier rekening mee gehouden. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2.

Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden:

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 16

a.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen;

Stedelijke ontwikkelingen Aangezien sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dient eveneens te worden voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Onderstaand zijn de regels die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling opgenomen. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid.

Wanneer wordt voorzien in een stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een brutovloeroppervlakte groter dan 500 m2, is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling van het distributiecentrum kan hierdoor worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Voor de onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar het regionale en gemeentelijk beleid waar de behoefte aan de ontwikkeling wordt aangetoond aan de hand van de behoefte en visie van de gemeente en de regio in paragraaf 3.3 en 3.4. Bedrijven De projectlocatie is volgens kaart 20 behorend bij de omgevingsverordening gelegen op een bedrijventerrein. Voor een bedrijventerrein gelden de volgende regels: Artikel 6.12 Bedrijven 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, maakt vestiging mogelijk van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. 2.

Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid.

De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een distributiecentrum op een bestaand bedrijventerrein. Het distributiecentrum past reeds binnen de mogelijkheden van de bestemming ‘Bedrijf’. Het overige deel van de projectlocatie maakt – ondanks dat daar planologisch nog geen distributiecentrum en daarbij behorende voorzieningen zijn toegestaan – wel onderdeel uit van het bedrijventerrein. De ontwikkeling wordt dan ook als passend gezien op de beoogde locatie. 3.2.2.2 Conclusie Aan de regels zoals opgenomen in de omgevingsverordening wordt, voor zover relevant in het kader van voorliggende ontwikkeling, voldaan.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 17

Convenant Klimaatadaptief Bouwen in Zuid-Holland In de omgevingsvisie is aandacht voor de fysieke ruimte die nodig is voor klimaatadaptatie: de gemeente streeft naar meer ruimte voor water en groen, bijvoorbeeld in plaats van verharding. Daarnaast heeft de gemeente Gouda het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland ondertekend en committeert zich zo aan het klimaatbestendig ontwikkelen. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. De opgave om te zorgen dat de (nieuw) ingerichte gebieden goed blijven functioneren bij een veranderend klimaat heeft als gevolg dat de opgave en te treffen maatregelen per project verschilt. Zo is de ligging van het projectgebied erg bepalend voor bijvoorbeeld mogelijke effecten met betrekking tot bodemdaling of risico’s van overstroming. Daarnaast heeft de grootte van het project en de verstedelijkingsopgave ook invloed op de maatregelen die gekozen kunnen worden. Om klimaatbestendigheid van nieuwbouw te beoordelen en te bevorderen zal een instrumentarium worden ontwikkeld. Daarop vooruitlopend is in het convenant is afgesproken om een “Minimaal Programma van Eisen” te ontwikkelen. Dit Programma is bedoeld als voorlopige maatregel om de nieuwbouwplannen die in de komende jaren ontwikkeld worden klimaatbestendig in te richten.

Het doel van het Programma van Eisen is het opstellen van praktische eisen die partijen in de provincie Zuid-Holland kunnen gebruiken om op korte termijn klimaatbestendig te ontwikkelen. De volgende thema’s worden daarbij onderscheiden: wateroverlast, hittestress, droogte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingen. Daarnaast biedt de ‘Leidraad Klimaatadaptief Bouwen 2.0’ eveneens richtlijnen voor eventueel te treffen maatregelen. De omvang van de te treffen maatregelen is in de gemeente Gouda voor zover bekend niet nader uitgewerkt (afgezien van de regels die zijn opgenomen in de ‘Structuurvisie Groen’). Desondanks is het wenselijk om zoveel mogelijk klimaatadaptief te bouwen. 3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een distributiecentrum op een bestaand bedrijventerrein. Afhankelijk van de wijze waarop de ontwikkeling wordt vormgegeven kan een bijdrage worden geleverd aan klimaatadaptatie. Ter plaatse van de projectlocatie zullen de volgende klimaatadaptieve maatregelen toegepast worden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Minimale verlichting: wordt geplaats rondom het pand en indien benodigd uitgevoerd in amber-kleur; Natuurlijk talud: goed voor de diversiteit van flora en fauna; Watercompensatie: extra water wordt gegraven ten behoeve van de compensatie van het dempen: Graven extra water: een mogelijkheid tot het graven van extra water door de gemeente Gouda; Lozen hemelwater: het hemelwater wordt direct geloosd op het openbare water; Groen met grindkoffer: het infiltreren en afvoeren van regenwater ten behoeve van het voorkomen van schade aan buurkavels; 7. Groene invulling: extra groen ten behoeve van het infiltreren van regenwater, wordt verder voorzien van bomen en planten; 8. Groene bermen: groene bermen waarbij de beplanting is afgestemd met een hovenier; 9. Parkeerplaatsen met groen: parkeren op halfverharding met tussenliggende groenstroken inclusief bomen; 10. BREEAM: ‘very good’ wordt behaald; 11. Waterbestendige constructie: het gehele pand is gefundeerd op prefab betonpalen; 12. Verhoogd vloerpeil: het vloerpeil is verhoogd om schade te voorkomen; 13. Kruipruimteloos bouwen: de gehele vloer van de hal krijgt geen kruipruimte, waardoor het grondwater tot 50 centimeter onder het vloerpeil mag stijgen; 14. Verhogen ecologische waarde: door te voldoen aan credit LE04 voor BREEAM, er worden voorzieningen gecreëerd in de vorm van nestkasten en insectenhotels; 15.

Lichtgrijze dakbedekking: beperkt de opwarming. 16. PV-panelen: het gehele dak is constructief voorzien voor het plaatsen van PV-panelen; vooralsnog wordt voorzien in 61 PV-panelen. 17. Groene daken: het mezzanine dak wordt uitgevoerd in een sedumdak.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 18

18. Bouwkundige zonwering: in de vorm van een luifel en lamellen voor de gevelkozijnen. In onderstaande figuur 11 is weergegeven waar de klimaatadaptieve maatregelen toegepast zullen worden. Op deze wijze is voldoende aandacht besteed aan het aspect klimaatadaptatie. De concrete invulling en uitwerking vindt in overleg met de gemeente plaats. Figuur 11. Maatregelen ter plaatse van de projectlocatie (bron: Heembouw, d.d. 27 juli 2022)

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 19

3.2.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de uitgangspunten ten aanzien van klimaatadaptatie, zoals deze zijn vastgelegd in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland door diverse klimaatadaptieve maatregelen te realiseren.

REGIONAAL BELEID Agenda Verstedelijking en Mobiliteit Midden-Holland wil bijdragen aan de duurzame verstedelijking van Zuid-Holland. Midden-Holland is een bijzonder gebied met veel ruimte, groen, natuurgebieden, maar ook de historische stad Gouda, volop stedelijke ontwikkeling en een goede bereikbaarheid. Het gebied is daarentegen ook kwetsbaar door bodemdaling, verstopping en een overdruk uit omliggende steden. Het is daarom van belang dat krachten worden gebundeld. De volgende opgaven voor mobiliteit en bedrijvigheid zijn geformuleerd:  We zijn goed bereikbaar, maar ook kwetsbaar. De toenemende mobiliteit als gevolg van groei zet de bereikbaarheid onder druk. Maar we hebben een hele goede kans om de verkeersdruk goed te verdelen. Enkele slimme aansluitingen erbij en investeringen in OV kunnen onze bereikbaarheid naar de toekomst borgen.  Onze regio kent grote opgaven ten aanzien van bodemdaling en klimaatadaptatie. Wij voelen als regio de urgentie om deze opgaven gezamenlijk op te pakken. We willen nieuwe stedelijke en economische dynamiek aangrijpen om deze opgaven aan te pakken. We zijn daarmee bij uitstek de leerschool in het omgaan met de grote transformaties van deze tijd.  Veel van onze bedrijven zijn sterk verbonden met onze regio, zijn vaak lokaal ontstaan, maar lopen tegen hun grenzen aan of liggen op lastig bereikbare locaties.

Er is schuif- en groeiruimte nodig om onze economie sterk en stabiel te houden. Midden-Holland wil ook een leerschool zijn voor verantwoorde, duurzame groei; groei die bijdraagt aan de sociale kwaliteit van wijken en dorpen. Groen die gelijk opgaat met de bereikbaarheid op lange termijn. Hiervoor zijn zes ambities centraal gesteld: 1. Een evenwichtige groei met een zwaartepunt op de best bereikbare plekken; 2. Onderscheidende woonmilieus; 3. Het beter benutten en verbeteren van verbindingen; 4. Een netwerkregio, met Gouda als belangrijkste multimodale knooppunt; 5. Ruimte voor een krachtige lokaal gebonden economie; 6. Een innovatieve omgang met de bodem en het landschap bij nieuwe ontwikkelingen. Als laatste staan vijf speerpunten centraal die cruciaal zijn voor de integrale, verantwoorde ontwikkeling van Midden-Holland in de Agenda Verstedelijking en Mobiliteit: 1. Een gemengd (hoog)stedelijk gebied in historisch Gouda. 2. Groene suburbane woonlandschappen rond lokale knopen. 3. Slim ontvlechten van verkeersstromen bovenregionale werkgebieden. 4. Groei in krachtige lokale gemeenschappen. 5. Lokale schuif- en groeiruimte voor bedrijvigheid. 3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling levert een bijdrage aan de tweede opgave, waarin wordt aangetoond dat de regio grote opgaven kent ten aanzien van bodemdaling en klimaatadaptatie.

Ter plaatse van de projectlocatie zullen namelijk diverse klimaatadaptieve maatregelen toegepast worden, zoals reeds toegelicht in paragraaf 3.2.3 (Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland). De ontwikkeling sluit derhalve aan bij de zesde ambitie: ‘een innovatieve omgang met de bodem en het landschap bij nieuwe ontwikkelingen. Ook heeft de ontwikkeling betrekking op de derde opgave, waar wordt gemeld dat bedrijven op lastig bereikbare locaties zijn gelegen waardoor schuif- en groeiruimte benodigd is om de economie sterk en stabiel

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 20

te houden. De projectlocatie is op een reeds bestaand bedrijventerrein gelegen en kan gebruik maken van het reeds bestaande wegennet, waardoor er wordt bijgedragen aan een sterke en stabiele economie. De locatie is goed bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer, het openbaar vervoer en langzaam verkeer. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.11. Gezien voorgaande sluit de ontwikkeling ook aan bij de vijfde ambitie: ‘ruimte voor een krachtige lokaal gebonden economie. 3.3.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de opgaven en ambities zoals gesteld in de Agenda Verstedelijking en Mobiliteit.

GEMEENTELIJK BELEID Omgevingsvisie Gouda 1.0: Samen blijven werken aan de omgeving De Omgevingsvisie Gouda 1.0 is vastgesteld door de gemeenteraad van Gouda op 23 februari 2022. De Omgevingsvisie geeft de langetermijnvisie van de gemeente op de toekomstige ontwikkeling van de stad weer. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Gouda liggen en op welke manier daarmee wordt omgegaan. Gouda staat voor grote opgaven, nu en in de toekomst. Veranderingen maken dat de stad ook zal veranderen. De vijf Gouda Opgaven vormen hierin een rode draad, welke elk een aantal deelopgaven heeft: 1. 2. 3. 4. 5.

Historische stad doorgeven aan de volgende generaties Gouda duurzaam ontwikkelen: Prettig en veilige woon- en leefomgeving voor iedereen maken Gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving: Gouda heeft een blijvend sterke economie en regionale positie

Tegelijk wordt er ook aandacht gehouden voor de bestaande stad die niet verandert: daar dient de kwaliteit behouden te worden waar die is en verbeterd te worden waar dat nodig is. Daarbij is het nodig om nieuwe ontwikkelingen in samenhang te beschouwen en tevens rekening te houden met de bestaande ontwikkelingen van de stad. Dit is uitgewerkt in vijf onderwerpen: - Florerende stad: Focus op de economisch gezonde stad met voldoende werk en voldoende en prettige en gevarieerde woonruimte, en sterke en uiteenlopende voorzieningen voor Gouda en omgeving, in de context van onze grote historische kwaliteiten. Een hoge kwaliteit van bebouwing en de openbare ruimte draagt bij een prettige leefomgeving. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 1, 3 en 5. - Duurzame mobiliteit: Focus op de verduurzaming van de wijze waarop we ons binnen en buiten de stad bewegen, met een verschuiving naar nog meer fietsen, wandelen en openbaar vervoer, en met ruimte voor nieuwe mobiliteitsdiensten. Door afname van autoverkeer is het mogelijk verhardingsoppervlak en parkeerruimte te reduceren. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 2 en 4.

- Gezonde groene stad: Focus op het stimuleren van onze gezondheid, door hier bij de inrichting van de stad rekening mee te houden: een aantrekkelijker en groenere openbare ruimte, met gevarieerd groen, veel biodiversiteit, aandacht voor duurzaamheid, bescherming van de cultuurhistorische linten en groenstructuren, en zorgvuldig gekozen transitie- of ontwikkellocaties. Aandacht voor beperken van geluidhinder en zorg voor schone lucht speelt daarbij een grote rol. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 3 en 4. - Energietransitie: Focus op duurzame transitie van onze energie, niet alleen in keuze van de bron (duurzame opwekking) maar ook hoe we dit onderling afstemmen, zodat we elkaar niet (onder- of bovengronds) in de weg zitten met de systemen. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgave 2. - Sterke wijken: Focus op onze woonwijken, waar het gewoon fijn leven is en/of nog fijner gaat worden! Voldoende woningen en de juiste, kwalitatief goede woningen, met een goed ingerichte openbare

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 21

ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en gezond gedrag, waarbij iedereen mee kan doen! Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 3 en 4. De omgevingsvisie onderscheid een zestal deelgebieden (zie figuur 12) waarvoor in meer detail wordt beschreven waar de ambities voor de toekomst liggen. Figuur 12. Uitsnede omgevingsvisie met de te onderscheiden deelgebieden

3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het onderwerp: Florerende stad. De ontwikkeling zorgt voor de het realiseren van een distributiecentrum met bijbehorende kantoorvoorzieningen op een locatie die thans braakliggend is. Dit zorgt voor nieuwe banen, waardoor wordt bijgedragen aan een economisch gezonde stad. Hierdoor wordt tevens bijgedragen een blijvend sterke economie en regionale positie. Ook wordt bijgedragen aan de energietransitie. De beoogde ontwikkeling wordt onder andere voorzien van PV-panelen. PV-panelen kunnen het pand van elektriciteit of warmte voorzien. Tevens wordt er lichte en groene dakbedekking toegepast, waardoor de opwarming wordt beperkt en minder elektriciteit gebruikt hoeft te worden om het pand te koelen. Derhalve wordt bijgedragen aan Opgave 2, waar Gouda duurzaam ontwikkeld wordt. Tevens draagt de beoogde ontwikkeling deels bij aan Keuze 3: Gezonde groene stad. Keuze 3 is gericht op groen in de openbare ruimte. De projectlocatie zal echter niet openbaar zijn. De beoogde ontwikkeling draagt echter wel bij aan de aanleg van gevarieerd groen en duurzame oplossingen. De ontwikkeling is gelegen in de Goudse Poort. Voor dit deel ligt onder andere de focus op het verbeteren van het bedrijventerrein door verduurzaming, efficiënter ruimtegebruik en verbetering van de (OV)bereikbaarheid.

Specifiek is het wenselijk zoveel mogelijk te voorzien in stedelijk groen om hittestress tegen te gaan, wateroverlast te voorkomen, gezond gedrag te stimuleren en zonnepanelen op de daken te realiseren, zodat deels in de eigen energiebehoefte kan worden voorzien. Met de beoogde invulling van het terrein wordt hier invulling aangegeven. Bij het ontwerp is aandacht voor een groene invulling (zie hiervoor ook paragraaf 3.4.6 (Structuurvisie groen) en wordt voorzien in zonnepanelen (zie paragraaf 3.2.3). In de omgevingsvisie is aangegeven dat ter plaatse van de projectlocatie een maximale bouwhoogte van 30 meter kan worden toegestaan. Met een hoogte van 15 meter wordt hier ruimschoots aan voldaan.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 22

Figuur 13. Uitsnede maximale bouwhoogten Omgevingsvisie

3.4.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de opgaven zoals gesteld in de Omgevingsvisie Gouda 1.0

Bedrijventerreinenvisie Gouda 2021-2030 Gouda heeft vijf bedrijventerreinen, namelijk Goudse Poort, Gouwespoor, Kromme Gouwe, Gouwestroom en Hollandsche IJssel (bestaande uit de locaties Schielandse Hoge Zeedijk en Stolwijkersluis) en daarnaast de Spoorzone als ontwikkellocatie waarvoor nog geen definitief programma bestaat. Gouda heeft de afgelopen jaren geparticipeerd in een gemeenschappelijke regeling met de gemeenten Zuidplas en Waddinxveen, van waaruit bedrijventerrein Gouwe Park tot ontwikkeling is gebracht. Gouwe Park is op dit moment bijna volledig uitgegeven. De bedrijventerreinen zijn belangrijk voor de werkgelegenheid in Gouda. In totaal zijn er circa 10.700 banen op de bedrijventerreinen (inclusief woon-werklocatie Spoorzone 11.800). Dit is bijna 30% van alle banen in Gouda. Daarnaast zijn de bedrijventerreinen van belang voor een veelzijdige economische structuur. Dit maakt de economie van Gouda minde kwetsbaar. Een versterking van de economie en de stad vraagt om flexibiliteit. Tegelijkertijd is het van belang om bedrijventerreinen en bedrijven te behouden voor de stad. Ontwikkeling werkgelegenheid op bedrijventerreinen  De werkgelegenheid op de Goudse bedrijventerreinen is met 14% afgenomen in de afgelopen tien jaar. Het grootste deel hiervan betrof kantoorhoudende werkgelegenheid.  Het bedrijventerrein Goudse Poort huisvest de meeste werkgelegenheid met ca.

4.580 banen.  De vier terreinen Kromme Gouwe, Gouwestroom, Schielandse Hoge Zeedijk en Stolwijkersluis (incl. GOUDasfalt) kennen vrijwel alleen werkgelegenheid die is gerelateerd aan bedrijventerreinen, zoals een hoog aandeel banen in de industrie.  Gouwespoor en Goudse Poort zijn gemengde locaties. Deze terreinen bestaan met name uit kantoorhoudende werkgelegenheid. Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 23

Figuur 14. Totaal aantal banen per bedrijventerrein 2009-2019 (bron: Bedrijventerreinen visie Gouda 2021-2030)

3.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling In de Bedrijventerreinenvisie Gouda 2021-2030 is opgenomen welke segmenten gewenst zijn op de verschillende bedrijventerreinen. De gewenste segmenten voor bedrijventerrein Goudse Poort zijn opgenomen in onderstaande tabel 1. Tabel 1. Gewenste segmenten op bedrijventerrein Goudse Poort (bron: Bedrijventerreinenvisie Gouda 2021-2030)

Een distributiecentrum kent een milieucategorie 3.1. De beoogde ontwikkeling van een distributiecentrum is reeds toegestaan volgens het vigerende bestemmingsplan “Goudse Poort” voor zover het gaat om de mogelijkheden ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’. Met de beoogde invulling wordt de huidige functiemix behouden. 3.4.2.2 Conclusie Het voorgenomen initiatief sluit aan bij hetgeen dat met de Bedrijventerreinen visie Gouda 2021-2030 is beoogd.

Ontwikkelstrategie Goudse Poort De Ontwikkelstrategie Goudse Poort is in 2017 nauwe samenwerking met eigenaren en gebruikers in de Goudse Poort, de gemeente Gouda en de provincie Zuid-Holland tot stand gekomen. In de strategie is omschreven dat de uitbreidingsvraag voor bedrijvigheid zich ter plaatse van de Goudse Poort voornamelijk voordoet naar grootschalige logistieke en regulier gemengde terreinen. De Goudse Poort is interessant voor bedrijven die zich willen vestigen op regulier gemengde bedrijventerreinen. Daarbij gaat het voornamelijk om het MKB, bijvoorbeeld productiebedrijven, lokale bouwbedrijven en kleinschalige logistieke bedrijven. Naast de meer traditionele sectoren kende de regio Midden-Holland een groei van de innovatieve industrie, zoals food(technologie), maakindustrie en moderne logistieke dienstverlening. De uitbreidingsvraag naar bedrijfsruimten op regulier gemengde terreinen in de regio Midden-Holland ligt tussen de 429.000 en 515.000 m2 tot 2030. Ongeveer de helft daarvan concentreert zich in het noordelijke

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 24

deel van de regio - waar de Goudse Poort onderdeel van uitmaakt - mits bedrijven daar passende bedrijfsruimte vinden. De verplaatsingsvraag is zeer gering, mede door de hoge investeringen die bedrijven hebben gedaan op de huidige locatie. 3.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen in het gebied dat is aangewezen als GoBusiness. De topprioriteit in GoBusiness is het accommoderen van de vraag naar bedrijfsruimte. Het wijzigen van bestemmingen op locaties maakt realisatie van courante bedrijfsruimte mogelijk. Bij nieuwe initiatieven kan de huidige kantoorbestemming worden gewijzigd in een bedrijfsbestemming. Aangezien de huisvestingseisen van bedrijvigheid en kantoorgebruikers duidelijk verschillen kent de nieuwe bestemming andere (en flexibelere) regels voor onder meer bouwvlak en bouwhoogte. De Engelvaartlocatie, heeft grotendeels reeds een bedrijfsbestemming waar een distributiecentrum is toegestaan. Voor het overige deel dient van het vigerende bestemmingsplan te worden afgeweken, zodat de volledige ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Dit betekent dat ter plaatse van de voormalige kantoorbestemming bij het distributiecentrum behorende bedrijfsactiviteiten worden toegestaan. Gezien voorgaande sluit de ontwikkeling aan bij de Ontwikkelstrategie Goudse Poort. Figuur 15. Kansenkaart bedrijvigheid (bron: Ontwikkelstrategie Goudse Poort)

3.4.3.2 Conclusie Het beoogde initiatief sluit aan bij hetgeen is beschreven in de Ontwikkelstrategie Goudse Poort.

Erfgoedvisie Gouda 2013 In de Erfgoedvisie Gouda heeft de gemeente het doel geformuleerd om erfgoed te behouden en toekomst te geven. Gouda wil blijven profileren met erfgoed en moet daarom antwoorden geven op de gevolgen van de economische crisis en vormgeven aan nieuwe inzichten. Centraal staan daarbij twee belangrijke verschuivingen die om aandacht vragen:  Was lange tijd het monument zelf belangrijk, nu is de context leidend.  Bij het behoud lag de focus uitsluitend op conservering, nu ligt de focus op ontwikkeling. Doel is een gezonde toekomst voor het Goudse erfgoed, waarin het erfgoed en de identiteit van Gouda ook over 100 jaar nog een wezenlijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid en herkenbaarheid van Gouda. Hierbij richt de gemeente aandacht op de volgende zeven strategieën: 1. Samenhang centraal stellen. 2. Duidelijk zijn op inhoud. 3. Ontwikkelingsgericht investeren. 4. Delen van verantwoordelijkheden.

Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO

Pagina | 25

5. Inzetten van kennis en expertise uit de stad. 6. Samenwerken tussen partijen en sectoren. 7. Oriënteren op de rol van de gemeente. Op een monumentenkaart is het binnen de gemeente Gouda aanwezige erfgoed opgenomen 3.4.4.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is, conform de Monumentenkaart van de gemeente Gouda, niet gelegen in een beschermd stadsgezicht en betreft ook geen rijks- of gemeentelijk beschermd monument. De sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van nieuwbouw brengt derhalve geen randvoorwaarden mee in het kader van het behoud van erfgoed. 3.4.4.2 Conclusie Aangezien ter plaatse van de projectlocatie geen sprake is van een monument en/of een beschermd stadsgezicht vraagt de Erfgoedvisie niet om nadere aandacht voor de beoogde ontwikkeling.

Mobiliteitsplan Gouda 2017 - 2026 Het Mobiliteitsplan 2017-2026 is op 20 september 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit plan geeft een antwoord op hoe Gouda in de toekomst als stad in beweging kan blijven. In de nota wordt geconstateerd dat Gouda zich in de komende jaren zal ontwikkelen als regionaal centrum in de Zuidvleugel van de Randstad. Het aantal woningen en voorzieningen zal toenemen. Deze veranderingen gaan gepaard met een toename van verkeer naar en binnen de stad. Belangrijke aandachtspunten bij deze toenemende verplaatsingsbehoefte zijn méér ruimte voor de fiets, betere bereikbaarheid en doorstroming, versterken van leefbaarheid en duurzaamheid. Om onvoldoende bereikbaarheid tegen te gaan en om de kwaliteit van de leefbaarheid en verkeersveiligheid te waarborgen, zijn maatregelen nodig. In het Mobiliteitsplan komen verschillende manieren van vervoer aan bod met als doel om mensen te verleiden tot verantwoord mobiliteitsgedrag. Door het stimuleren van onder andere de fiets en het openbaar vervoer wil de gemeente overbelasting van de infrastructuur voorkomen waardoor ruimte blijft bestaan voor belangrijk economisch verkeer. Deze doelstelling is in het plan verder uitgewerkt in een aantal strategische keuzes. Ook is aangegeven wat nodig is om het autogebruik tot 2026 op verantwoorde wijze te verwerken en welke maatregelen verder onderzocht moeten worden.

Het Mobiliteitsplan gaat voor het zoeken naar oplossingen voor parkeervraagstukken uit van de volgende principes:  eerst benutten (onder andere private parkeerplaatsen, meer deelauto’s), verdelen (parkeerregulering) en beprijzen (differentiëren en betalen naar gebruik);  daarna pas bouwen (als dat past binnen een structureel sluitende parkeerexploitatie en meerwaarde biedt voor de kwaliteit van de openbare ruimte);  zorgen voor een (door de jaren heen) structureel sluitende gemeentelijke parkeerexploitatie;  zorgen voor nieuwe parkeervoorzieningen die moeten bijdragen aan het verbeteren van de woonomgeving (minder overlast maar ook meer ruimte voor andere functies) en aan het versterken van het historische stadsbeeld in de binnenstad. Aantrekkelijk en toegankelijk Gouda: Verkeercirculatieplan: Het verkeerscirculatieplan is een meer precieze uitwerking van het Mobiliteitsplan. Het plan is in werking getreden op 2 maart 2022 door de gemeenteraad van Gouda. Gouda is dicht bebouwd en daardoor is het moeilijk om het verkeer in goede banen te leiden. Vooral in de historische binnenstad binnen de singels. Maar er zijn ook problemen in andere wijken, met het huidige verkeer. De gemeente moet goed met de beperkte ruimte omgaan en slim geld besteden om de stad gezond en in beweging te houden. Ondertussen neemt door economische groei en extra woningbouw het verkeer verder toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=69865511-eb94-4244-bd6e-04cf85089d4b