CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 Bijlage bij toelichting DEF

Raadsvergadering 22 mei 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Partiële herziening binnenstad33.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1.3

Conclusie

Er is geen milieueffectrapportage plicht.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

5 van 32

2

Geluid

2.1 Wettelijk kader Geluid kan de leefkwaliteit van een locatie sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog geluidsniveau kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. Hoewel met betrekking tot het aspect geluid tijdens evenementen diverse beleidskaders en meerdere weten, regels en verordeningen van toepassing zijn, wordt veelal geen specifieke onderbouwing voor de geluidsaspecten gegeven. Daarom is met name aansluiting gezocht bij de nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de inspectie Milieuhygiëne Limburg (de Nota Limburg). Uitgangspunt van de Nota Limburg voor de normstelling is de bescherming van de binnenruimte van geluidsgevoelige objecten tegen geluidshinder. Daarbij dient in een woning, bij gesloten ramen en deuren, een normaal gesprek mogelijk te zijn. Gedurende de dag- en avondperiode mag het geluidsniveau ten gevolge van een evenement in de woning daarom niet hoger zijn dan 50 dB(A). Gedurende de nachtperiode speelt niet alleen de spraakverstaanbaarheid een rol, maar is ook het wel of niet kunnen slapen een belangrijk toetsingscriterium. Gezien de aard van het geluid (herkenbaarheid van teksten bij muziek en/of het ritme) ondervinden veel mensen reeds bij een geringe verstaanbaarheid van het geluid slaapproblemen.

2.2 Onderzoek Voor de relevante evenementen op de Markt en Achter de Waag is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In het akoestisch onderzoek “Geluid in de omgeving ten gevolge van het evenemententerrein op de Markt te Gouda” met rapportnummer LA 1149-4-RA-002 van 19 november 2020 zijn de geluidsniveaus binnen woningen bepaald. Hiertoe zijn metingen verricht aan de geluidswering van gevels van 13 woningen gelegen aan de Markt. Met behulp van een akoestisch rekenmodel is de geluidsbelasting op de gevels van omliggende woningen berekend waarna door middel van de gemeten geluidswering het binnenniveau bepaald is.

2.3 Rekenresultaten Met muziekevenementen en andere evenementen met geluid (zoals de ijsbaan en sportevenementen) op de Markt en Achter de Waag treedt een geluidsbelasting in de woonomgeving op. De gemeten geluidwering van de gevels van omliggende woningen varieert tussen de 21 en 30 dB(A). Vervolgens is voor verschillende podiumlocaties de geluidsbelasting op de gevel berekend en uitgaande van de gemeten geluidswering het binnengeluidsniveau vastgesteld. Met een geluidsniveau van 85 dB(A) op het publieksvlak treedt bij diverse podiumlocaties een overschrijding op van een normaliter maximaal geluidsniveau van 50 dB(A) tijdens een muziekevenement.

2.4 Geluidseisen voor evenementen Om geluidshinder van evenementen op de Markt en Achter de Waag te beperken, dient het aantal evenementen te worden gelimiteerd. Hiervoor is aansluiting gezocht bij jurisprudentie. In het algemeen wordt toegestaan dat de standaardgrenswaarden maximaal 12 keer per kalenderjaar voor bepaalde typen activiteiten worden overschreden. Op de Markt en Achter de Waag wordt 114 dagen per kalenderjaar de mogelijkheid gegeven om een evenement (anders dan de kermis) te organiseren. Zie voor de verdeling van de verschillende evenementen onderstaande tabel 1.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

6 van 32

Tabel 1 overzicht aantal dagen evenementen en optredende binnengeluidsniveau Type evenement muziekevenementen categorie 1 * Kermis * 4 dagen uitzondering * Koningsnacht Evenementen categorie 2 Totaal aantal evenementen dagen

aantal dagen binnengeluidsniveau spectrum 4 50 dB(A) Dance (SDS) 6 55 dB(A) Kermis 4 60 dB(A) Dance (SDS) 1 65 dB(A) Dance (SDS) 105 50 dB(A) Pop (SPS) 120

maatregelen indien nodig n.v.t. verplicht verplicht n.v.t.

Van die 120 dagen wordt tijdens 11 dagen het binnengeluidsniveau van omliggende woningen van 50 dB(A) overschreden in de dag- en avondperiode. Dit gebeurt tijdens 5 dagen bij muziekevenementen nadat geluidsreducerende maatregelen zijn getroffen om het geluidsniveau in de woningen zoveel mogelijk te beperken. Het gaat daarbij om 1 evenementdag, Koningsnacht, waarbij het binnengeluidsniveau 65 dB(A) bedraagt en 4 andere dagen muziekevenementen waarbij het binnengeluidsniveau 60 dB(A) bedraagt. Tijdens de kermis (6 dagen) bedraagt het geluidsniveau binnen woningen 55 dB(A). Hiervoor worden geen specifieke voorschriften voor opgenomen omdat het bestemmingsplan dit evenement mogelijk maakt. Hiermee wordt voldaan aan het maximale aantal van 12 dagen overschrijding. In de voorschriften wordt dit geborgd door het opnemen van onder het aantal evenementendagen, de geluidsniveaus en de tijden. Specifiek voor evenementen waarbij het noodzakelijk is dat in de nachtperiode installaties in bedrijf zijn wordt in de voorschriften een geluidsniveau opgenomen waarmee voldaan wordt aan een binnengeluidsniveau van 25 dB(A). Hiermee wordt slaapverstoring voorkomen bij omwonenden. In de voorschriften wordt het geluidsniveau in een dB(A)- en een dB(C)-waarde vastgelegd. Het geluidsniveau in dB(A) geeft de sterkte van het geluid voor de gevoeligheid van het menselijk oor weer.

Het geluidsniveau in dB(C) is bedoeld om hinder door dreunende bassen (lagere tonen) in het muziekgeluid te beperken. Hierdoor wordt het binnengeluidsniveau van 50 dB(A) geborgd. De geluidsniveaus ter plaatse van woningen in de voorschriften wijken af van de geluidsniveaus zoals berekend in het akoestisch rapport. Dit komt omdat de gevelreflectie in de geluidsnorm is verdisconteerd.

2.5 Conclusie en advies Uit de rekenresultaten blijkt dat het binnengeluidsniveau minder dan 12x per jaar boven de 50 dB(A) uitkomt. Tijdens die dagen worden geluidsreducerende maatregelen getroffen om het geluidsniveau binnen de woningen zoveel mogelijk te beperken. In de voorschriften zijn aanvullende beperkingen voor evenementen opgenomen. Met de geluidsnorm in de nachtperiode wordt slaapverstoring voorkomen. De evenementenlocatie van de Markt en Achter de Waag is gelegen in het centrum van Gouda waar tevens de warenmarkt twee keer per week wordt gehouden en ook horeca is gevestigd. Dit speelt tevens een rol bij de afweging om enkele keren per jaar af te wijken van de waarde van 50 dB(A) binnengeluidsniveau. Op basis van het voorgaande is beoordeeld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

7 van 32

Voorschriften evenementen op de evenementenlocatie Markt en Achter de Waag

VOORSCHRIFTEN VOOR MUZIEKEVENEMENTEN VAN CATEGORIE 1 A. Bij categorie 1 muziekevenementen is het ten gehore brengen van muziekgeluid met het Ultra Bass Spectrum en het Standaard Housemuziek Spectrum niet toegestaan. B. Bij een categorie 1 muziekevenement moet gebruik gemaakt worden van één van onderstaande podia. Bij een andere opstelling moet middels een akoestisch onderzoek inzichtelijk gemaakt worden dat voldaan kan worden aan de binnengeluidsniveaus van woningen uit voorschriften D en I.

C. Het gebruik van meerdere podia tegelijkertijd voor het ten gehore brengen van muziekgeluid is niet toegestaan. Wel is het mogelijk om podia na elkaar te gebruiken. D. De 2 minuten gemiddelde geluidsniveaus ten gevolge van muziekgeluid bij categorie 1 evenementen mogen niet meer bedragen dan de in tabel 1 weergegeven waarden die gelden op een afstand voor de luidsprekers van het betreffende podium en voor de gevels van de daarbij behorende woningen. Het geluidsniveau in de woningen wordt hierdoor beperkt tot 50 dB(A). Metingen moeten uitgevoerd worden op de meethoogte zoals hieronder in de tabel staat aangegeven op een afstand van 2 meter van de gevel. Daarnaast moeten de metingen voldoen aan de

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

8 van 32

Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 behoudens de toeslag voor muziekgeluid, de bedrijfsduurcorrectie, de gevelcorrectie alsmede de meteocorrectie. Tabel 1 – Meetposities met de daarbij behorende geluidsniveaus bij categorie 1 muziekevenementen Markt en Achter de Waag Meetpunt 10 meter voor luidsprekers 20 meter voor luidsprekers Korte Groenendaal 2 Markt 66 Markt 64 Markt 54 Markt 52 Markt 37 Markt 25 Markt 17 Markt 11 Markt 3

Podium A B C D E F G H Meethoogte dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) 1,5 meter 80 91 83 94 76 87 79 90 78 89 79 90 83 94 79 90 1,5 meter 74 85 77 88 70 81 73 84 72 83 73 84 77 88 73 84 5 en 8 meter 67 80 68 83 84 99 73 88 75 91 70 83 70 85 70 85 5 en 8 meter 71 84 71 86 77 91 65 82 83 98 63 78 74 89 63 77 5 en 8 meter 71 84 72 87 76 90 68 84 83 98 61 77 75 89 62 77 5 en 8 meter 73 87 75 90 72 85 62 77 78 91 69 83 78 93 67 82 5 en 8 meter 74 89 75 90 70 84 53 72 76 90 73 87 79 94 73 86 5 en 8 meter 77 97 77 91 67 80 66 79 73 86 72 87 79 93 73 86 5 en 8 meter 72 87 75 88 69 83 75 88 54 73 80 95 74 86 79 93 5 en 8 meter 73 87 73 87 71 85 76 91 55 73 80 94 73 85 80 95 5 en 8 meter 71 85 69 85 75 89 81 96 68 80 78 91 69 83 78 93 5 en 8 meter 67 80 66 80 81 96 75 90 74 89 73 85 62 77 72 86

E. Jaarlijks zijn 9 categorie 1 muziekevenementen van maximaal 1 dag per evenement toegestaan mits: i) van maandag tot en met zaterdag het evenement start vanaf 09.00 uur en uiterlijk eindigt om 24:00 uur; ii) het evenement op zondag start vanaf 13:00 uur en uiterlijk eindigt om 24:00 uur; iii) muziek is toegestaan vanaf 13:00 uur; iv) van maandag tot en met zaterdag het instellen/inregelen van apparatuur gedurende een periode van maximaal 60 minuten plaatsvind vanaf 12:00 uur, mits dat noodzakelijk is in verband met het te organiseren evenement; v) op zondag het instellen/inregelen van apparatuur gedurende een periode van maximaal 60 minuten plaatsvind vanaf 13:00 uur, mits dat noodzakelijk is in verband met het te organiseren evenement; vi) muziek en drankverstrekking een uur voor de eindtijd stopt. F. Per maand zijn maximaal 2 categorie 1 muziekevenementen toegestaan, waarbij tussen deze evenementen minimaal 10 dagen moet zitten, exclusief op- en afbouwdagen. G. Wanneer op de Markt meerdere muziekevenementdagen in een week plaatsvinden, vindt er in de navolgende week geen categorie 1 muziekevenement plaats. H. Afwijken van het bepaalde in voorschrift D is alleen mogelijk als onderstaande maatregelen worden toegepast: 1. geluidgericht luidsprekersysteem (bij podium A, B, G en H); 2.

podium met geluidsabsorberend scherm van minimaal 5 meter hoog (bij podium A, G en H) zoals bijvoorbeeld “Event Acoustics, type TexLnt dikte 100 mm” of akoestisch gelijkwaardig. I. 1. In plaats van het bepaalde in voorschrift D mag voor maximaal 4 categorie 1 muziekevenementen, gedurende maximaal 6 aaneengesloten uren de geluidsnorm op 20 meter afstand van de luidsprekers niet meer bedragen dan: - 88 dB(A) en 99 dB(C) bij podium A; - 90 dB(A) en 101 dB(C) bij podium B; - 93 dB(A) en 104 dB(C) bij podium G; - 97 dB(A) en 108 dB(C) bij podium H, waardoor het geluidsniveau in de woningen niet meer zal bedragen dan 60 dB(A). 2. Er moet minimaal 4 weken zitten tussen een evenementdag met deze hogere geluidsnorm in woningen en een volgende evenementdag met deze hogere geluidsnorm.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

9 van 32

J.

1. In afwijking van het bepaalde in voorschrift D mag tijdens Koningsnacht gedurende maximaal 6 aaneengesloten uren een geluidsnorm van 93 dB(A) en 104 dB(C) op 20 meter afstand van de luidsprekers van podium A gehanteerd worden, waardoor het geluidsniveau in de woningen niet meer zal bedragen dan 65 dB(A). 2. Er moet minimaal 4 weken zitten tussen een evenementdag met deze hogere geluidsnorm en een volgende evenementdag met de hogere geluidsnorm uit voorschrift I.

K. In afwijking van voorschrift D mag voor maximaal 4 categorie 1 evenementdagen gedurende maximaal 6 aaneengesloten uren de 2 minuten gemiddelde geluidsniveaus ten gevolge van muziekgeluid niet meer bedragen dan de in tabel 2 weergegeven waarden voor de gevels van de daarbij behorende woningen. Metingen moeten uitgevoerd worden op de meethoogte zoals hieronder in de tabel staat aangegeven op een afstand van 2 meter van de gevel. Daarnaast moeten de metingen voldoen aan de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 behoudens de toeslag voor muziekgeluid, de bedrijfsduurcorrectie, de gevelcorrectie alsmede de meteocorrectie. Tabel 2 – Meetposities met de daarbij behorende geluidsniveaus bij categorie 1 evenement Markt en Achter de Waag Meetpunt 10 meter voor luidsprekers 20 meter voor luidsprekers Korte Groenendaal 2 Markt 66 Markt 64 Markt 54 Markt 52 Markt 37 Markt 25 Markt 17 Markt 11 Markt 3

Podium Meethoogte 1,5 meter 1,5 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter

A dB(A) 94 88 81 85 85 87 88 91 86 87 85 81

B dB(C) 105 99 94 98 98 101 103 111 101 101 99 94

dB(A) 96 90 81 84 85 88 88 90 88 86 82 79

G dB(C) 107 101 96 99 100 103 103 104 101 100 98 93

dB(A) 99 93 88 92 92 95 95 94 88 88 86 73

H dB(C) 110 104 101 105 105 109 110 109 101 101 100 91

dB(A) 103 97 94 87 86 91 97 97 103 104 102 96

dB(C) 114 108 109 101 101 106 110 110 117 119 117 110

L. In afwijking van voorschrift D mag tijdens Koningsnacht gedurende maximaal 6 aaneengesloten uren de 2 minuten gemiddelde geluidsniveaus ten gevolge van muziekgeluid niet meer bedragen dan de in tabel 3 weergegeven waarden voor de gevels van de daarbij behorende woningen. Metingen moeten uitgevoerd worden op de meethoogte zoals hieronder in de tabel staat aangegeven op een afstand van 2 meter van de gevel. Daarnaast moeten de metingen voldoen aan de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 behoudens de toeslag voor muziekgeluid, de bedrijfsduurcorrectie, de gevelcorrectie alsmede de meteocorrectie. Tabel 3 – Meetposities met de daarbij behorende geluidsniveaus bij categorie 1 Koningsnacht evenement Markt en Achter de Waag Meetpunt 10 meter voor luidsprekers 20 meter voor luidsprekers Korte Groenendaal 2 Markt 66 Markt 64 Markt 54 Markt 52 Markt 37 Markt 25 Markt 17 Markt 11 Markt 3

Podium Meethoogte 1,5 meter 1,5 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter 5 en 8 meter

A dB(A) 99 93 86 90 90 92 93 96 91 92 90 86

B dB(C) 110 104 99 103 103 106 108 116 106 106 104 99

dB(A) 101 95 86 89 90 93 93 95 93 91 87 84

G dB(C) 112 106 101 104 105 108 108 109 106 105 103 98

dB(A) 104 98 93 97 97 100 100 99 93 93 91 78

H dB(C) 115 109 106 110 110 114 115 114 106 106 105 96

dB(A) 108 102 99 92 91 96 102 102 108 109 107 101

dB(C) 119 113 114 106 106 111 115 115 122 124 122 115

M. Ondersteunende horeca is toegestaan. Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

10 van 32

N. Ten behoeve van het op- en afbouwen van een evenement zijn de volgende activiteiten toegestaan: i) op- en afbouwwerkzaamheden voor een evenement vinden plaats op maximaal 3 dagen voorafgaand en 2 dagen na afloop van het evenement; ii) op- en afbouwactiviteiten vinden plaats in de periode tussen 8.00 en 19.00 uur; iii) afbouw van elektronische apparatuur is toegestaan tot maximaal 00.30 uur; iv) tijdens op- en afbouwdagen wordt geen gebruik gemaakt van onversterkte of versterkte muziek, met uitzondering van onversterkte of versterkte muziek voor het instellen/inregelen van apparatuur gedurende een periode van maximaal 60 minuten in de periode tussen 17.00 en 19.00 uur, mits dat noodzakelijk is in verband met het te organiseren evenement. O. Metingen bij het podium moeten uitgevoerd worden op een meethoogte van 2 meter boven het maaiveld. Daarnaast moeten de metingen voldoen aan de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 behoudens de toeslag voor muziekgeluid, de bedrijfsduurcorrectie, de gevelcorrectie alsmede de meteocorrectie. De metingen bij het podium moeten bij voorkeur op een afstand van 20 meter van de luidsprekers uitgevoerd worden. Als dit niet mogelijk is, dan moeten de maximaal toegestane geluidsniveaus hierop gecorrigeerd worden voor de andere meetpositie. P.

Het aantal bezoekers per evenementdag mag maximaal 20.000 bedragen, waarbij er niet meer dan 15.000 bezoekers tegelijkertijd op de Markt aanwezig mogen zijn.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

11 van 32

VOORSCHRIFTEN VOOR EVENEMENTEN VAN CATEGORIE 2 A. Bij categorie 2 muziekevenementen is het ten gehore brengen van muziekgeluid met het Ultra Bass Spectrum, het Standaard Housemuziek Spectrum en het Standaard Dancemuziek Spectrum niet toegestaan. B. Bij een categorie 2 muziekevenement moet gebruik gemaakt worden van één van onderstaande podia.

C. Het gebruik van meerdere podia tegelijkertijd voor het ten gehore brengen van muziekgeluid is niet toegestaan. Wel is het mogelijk om podia na elkaar te gebruiken. D. De 2 minuten gemiddelde geluidsniveaus ten gevolge van muziekgeluid bij categorie 2 muziekevenementen mogen niet meer bedragen dan de in tabel 4 weergegeven waarden op 10 meter afstand van de luidsprekers en voor de gevels van de daarbij behorende woningen. Het geluidsniveau in de woningen wordt hierdoor beperkt tot 50 dB(A). Metingen moeten uitgevoerd worden op de meethoogte zoals hieronder in de tabel staat aangegeven op een afstand van 2 meter van de gevel. Daarnaast moeten de metingen voldoen aan de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 behoudens de toeslag voor muziekgeluid, de bedrijfsduurcorrectie, de gevelcorrectie alsmede de meteocorrectie. Tabel 4 – Meetposities met de daarbij behorende geluidsniveaus bij categorie 2 muziekevenementen

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

12 van 32

Markt en Achter de Waag Podium A B C D E F G H Meetpunt Meethoogte dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) dB(A) dB(C) 10 meter voor luidsprekers 1,5 meter 85 93 83 91 76 84 79 87 78 86 79 87 83 91 79 87 20 meter voor luidsprekers 1,5 meter 79 87 77 85 70 78 73 81 72 80 73 81 77 85 73 81 Korte Groenendaal 2 5 en 8 meter 67 75 67 77 83 93 72 83 75 85 70 78 70 79 70 79 Markt 66 5 en 8 meter 71 79 71 81 77 85 64 76 83 93 62 72 74 83 63 72 Markt 64 5 en 8 meter 71 79 71 81 76 85 67 78 83 93 60 72 75 84 62 72 Markt 54 5 en 8 meter 73 82 75 85 71 80 61 71 77 86 68 78 77 88 66 76 Markt 52 5 en 8 meter 74 83 75 84 70 79 51 66 76 84 72 82 78 89 73 81 Markt 37 5 en 8 meter 76 90 77 85 66 75 66 75 73 81 72 82 79 88 73 81 Markt 25 5 en 8 meter 71 82 75 83 69 77 75 83 53 67 79 89 74 81 79 88 Markt 17 5 en 8 meter 72 81 73 82 70 79 76 85 54 67 80 88 73 80 80 90 Markt 11 5 en 8 meter 71 79 68 79 75 84 81 91 67 76 78 86 69 78 77 87 Markt 3 5 en 8 meter 66 75 65 75 81 91 74 84 74 83 72 80 61 72 71 81

E. Bij evenementen die geen gebruiken van een podiumlocatie en waarbij geluidsbronnen aanwezig zijn bedraagt het 2 minuten gemiddelde geluidsniveau op 10 meter afstand van de van de luidsprekers / omroepinstallatie ten hoogste 75 dB(A). De luidsprekers / omroepinstallatie moet op een afstand van ten minste 10 meter van woningen staan. De richting van het geluid mag niet op de gevels van de dichtstbij gelegen woningen gericht. Het geluidsniveau in de woningen wordt hierdoor beperkt tot 50 dB(A). F. Geluid van installaties ten behoeve van het evenement die geen gebruik maken van een podiumlocatie mogen gezamenlijk (inclusief muziekgeluid) niet meer bedragen dan: 1. 73 dB(A) voor de gevels van woningen tussen 07.00 uur en 23.00 uur; 2. 48 dB(A) voor de gevels van woningen tussen 23.00 uur en 07.00 uur. G.

Er zijn maximaal 105 dagen per jaar beschikbaar voor categorie 2 evenementen, mits i) het evenement niet langer dan 5 achtereenvolgende dagen duurt; ii) het evenement ijsbaan mag niet langer dan 27 achtereenvolgende dagen duren; iii) van maandag tot en met zaterdag het evenement start vanaf 09.00 uur en uiterlijk eindigt om 24:00 uur; iv) op zondag het evenement start vanaf 13:00 uur en uiterlijk eindigt om 24:00 uur; v) van maandag tot en met zaterdag is het instellen/inregelen van apparatuur gedurende een periode van maximaal 60 minuten is toegestaan vanaf 10:00 uur, mits dat noodzakelijk is in verband met het te organiseren evenement; vi) op zondag is het instellen/inregelen van apparatuur gedurende een periode van maximaal 60 minuten is toegestaan vanaf 13:00 uur, mits dat noodzakelijk is in verband met het te organiseren evenement; vii) muziek en drankverstrekking een uur voor de eindtijd stopt. H.

Ten behoeve van het op- en afbouwen van een evenement zijn de volgende activiteiten toegestaan: i) op- en afbouwwerkzaamheden voor een evenement vindt plaats 3 dagen voorafgaand en 2 dagen na afloop van het evenement; ii) op- en afbouwactiviteiten vinden plaats in de periode tussen 8.00 en 19.00 uur; iii) afbouw van elektronische apparatuur is toegestaan tot maximaal 00.30 uur; iv) tijdens op- en afbouwdagen wordt geen gebruik gemaakt van onversterkte of versterkte muziek, met uitzondering van onversterkte of versterkte muziek voor het instellen/inregelen van apparatuur gedurende een periode van maximaal 60 minuten in de periode tussen 17.00 en 19.00 uur, mits dat noodzakelijk is in verband met het te organiseren evenement. I. Metingen bij het podium of de luidsprekers / omroepinstallatie moeten uitgevoerd worden op een meethoogte van 2 meter boven het maaiveld. Daarnaast moeten de metingen voldoen aan de

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

13 van 32

Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 behoudens de toeslag voor muziekgeluid, de bedrijfsduurcorrectie, de gevelcorrectie alsmede de meteocorrectie. De metingen bij het evenement moeten bij voorkeur op een afstand van 10 meter van de luidsprekers / omroepinstallatie uitgevoerd worden. Als dit niet mogelijk is, dan moet het maximaal toegestane geluidsniveau hierop gecorrigeerd worden voor de andere meetpositie. J. Ondersteunende horeca is toegestaan. K. Het aantal bezoekers per evenementdag mag maximaal 20.000 bedragen, waarbij er niet meer dan 15.000 bezoekers tegelijkertijd op het Goudasfaltterein aanwezig mogen zijn.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

14 van 32

3

Luchtkwaliteit

3.1 Wet- en regelgeving Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 3.1 Grenswaarden Wet luchtkwaliteit jaargemiddelde Uurgemiddelde

24uurgemiddelde

Opmerking Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden 24 uurgemiddelde mag 35x per jaar worden overschreden -

NO2

40 µg/m3

200 µg/m3

n.v.t

PM10

40 µg/m3

n.v.t

50 µg/m3

PM2,5

25 µg/m3

n.v.t

n.v.t

Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat een ruimtelijk plan of project doorgang kan vinden indien: 1. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; 2. de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; 3. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde of wel 1,2 μg/m3 PM10 of NO2 jaargemiddeld.); 4. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). (Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen). Regeling NIBM De Ministeriële Regeling NIBM geeft een uitwerking aan het Besluit NIBM en een getalsmatige invulling van de NIBM-grens. Voor een aantal categorieën van projecten kan met zekerheid worden gesteld dat de 3%-grens niet zal worden overschreden. Het betreft onder andere de onderstaande gevallen, waarbij een luchtkwaliteitsonderzoek niet meer nodig is:  Woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

 Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.  Woningbouw en kantoorlocaties: 0,0008*aantal woningen+ 0,000012*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg en 0,0004*aantal woningen+ 0,000006*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg. De NIBM regels gelden niet voor PM2,5. Aan de grenswaarde voor PM2,5 moet dus wel worden getoetst. PM2,5 is een fractie van PM10. Indien aan de normen voor PM10 wordt voldaan wordt ook aan de norm voor PM2,5 voldaan.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

15 van 32

3.2 Onderzoek Met deze ruimtelijke onderbouwing worden evenementen mogelijk gemaakt. Evenementen kunnen de luchtkwaliteit mogelijk nadelig beïnvloeden. Denk hierbij aan vervoersbewegingen tijdens de op- en afbouwfase en van bezoekers. Maar denk bijvoorbeeld ook aan het gebruik van aggregaten om elektriciteit op te wekken. Echter is deze invloed op de luchtkwaliteit zeer beperkt omdat evenementen slechts tijdelijk invloed uitoefenen en van korte duur zijn. Er kan redelijkerwijs worden gesteld dat het organiseren van verschillende evenementen ver onder de grens blijft van de realisatie en het gebruik van 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorruimte. Het gaat slechts om tijdelijke evenementen met een korte op- en afbouw periode. Het organiseren van verschillende evenementen draagt dus niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiermee kan gesteld worden dat op grond van artikel 5.16, eerste lid, onder d, Wm (“grondslag NSL”) voldaan wordt aan de eisen van de Wet Luchtkwaliteit. Nader onderzoek naar de bijdrage aan de luchtverontreiniging is om deze reden niet noodzakelijk. PM2,5 en PM10 Per 1 januari 2015 is de grenswaarde voor PM2,5 inwerking getreden. Indien voldaan wordt aan de grenswaarden voor PM10 dan wordt ook voldaan aan de grenswaarden voor PM2,5. Er is van het centrum van Gouda een uitsnede gemaakt uit de NSL monitoringstool.

In figuur 4.1 is een rekenpunt voor luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied opgenomen. Op alle meetpunten in de omgeving is de concentratie N02 en PM10 < 35 μg/m3 en de PM 2,5 < 20 μg/m3. Deze luchtkwaliteit concentraties zijn lager dan de grenswaarden zoals in voorgaande tabel.

Figuur 3.1 Meetpunten uit de NSL-monitoringstool, het geselecteerde meetpunt is rood omcirkeld en de Markt en Achter de Waag zijn rood omlijnd In navolgende tabel is een rekenpunt langs de Blekerssingel genomen. Dit rekenpunt is rood omcirkeld op voorgaande afbeelding. De berekende concentraties liggen ruim onder de grenswaarden en hiermee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

16 van 32

Grenswaarde (µg/m3)

Berekende concentratie (µg/m3) NO2 40 24,6 PM10 40 20,6 PM2,5 25 12,7 3 Tabel 3.2 Concentratie van NO2 , PM10 en PM 2,5 in μg/m .

Achtergrond concentratie(µg/m3) 21,2 20,2 12,5

3.2 Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor evenementen en vice versa. Het plan voldoet uit het oogpunt van luchtkwaliteit aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

17 van 32

4 Bedrijven en milieuzonering 4.1 Wet- en regelgeving Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Door aanwezigheid van bedrijven kan mogelijk hinder voor de omgeving ontstaan met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Activiteitenbesluit milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten. Bij de beoordeling worden ook normen uit de Wet milieubeheer en Activiteitenbesluit milieubeheer betrokken. De richtafstanden in de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering 2009 van de VNG gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bijvoorbeeld bedoeld met de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype “gemengd gebied” kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Dit omgevingstype en bijbehorende systematiek zullen dan wel in het bestemmingsplan moeten worden vastgelegd.

In tabel 5.1 zijn de richtafstanden uit de VNG richtlijn opgenomen voor een rustige woonwijk en gemengd gebied. Milieucategorie van bedrijf

Richtafstand rustige woonwijk (meter) 1 10 2 30 3.1 50 3.2 100 4.1 200 Tabel 4.1 richtafstanden volgens VNG richtlijn

Richtafstand gemengd gebied (meter) 0 10 30 50 100

4.2 Onderzoek De bedrijvigheid in de binnenstad van Gouda vormt geen milieubelastende activiteit voor evenementen. Andersom kunnen evenementen wel hinder vormen (geluid) voor omliggende woningen. Op dit aspect wordt uitgebreid ingegaan in hoofdstuk 3.

4.3 Conclusie Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor evenementen.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

18 van 32

5. Externe veiligheid 5.1 Wet- en regelgeving Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan de afstand tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen etc.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt. Met ingang van de omgevingswet verandert de manier van kijken naar deze risico’s. Dit houdt in dat er op een andere manier gekeken gaat worden naar Externe Veiligheid. Hier is zowel gekeken vanuit de huidige wetgeving als in het licht van de Omgevingswet.

5.2 Onderzoek Ter voorbereiding van het plan evenementen op Markt/Achter de Waag moet de vraag worden beantwoord ‘Zijn de mensen op deze locatie voldoende beschermd?’. Om dit te beantwoorden wordt er gekeken naar aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren van een brand (warmtestraling), explosie (druk) of een gifwolk (gif concentratie in de lucht). Aandachtsgebied

Afbeelding 5.1 Uitsnede van de signaleringskaart Op voorgaande afbeelding is duidelijk te zien dat de locatie Markt / Achter de Waag buiten de brand-, en explosieaandachtsgebieden is gelegen. Aandachtsgebieden betreffen locaties waar mensen binnenshuis onvoldoende beschermd zijn zonder aanvullende maatregelen. Het is de bedoeling dat op de Markt / achter de Waag evenementen in de buitenlucht worden georganiseerd. Giftige (rook)gassen die vrijkomen bij een incident met gevaarlijke stoffen kunnen zich over grote afstanden verspreiden (ver buiten de aandachtsgebieden/contouren op bovenstaande afbeelding).

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

19 van 32

Omdat bij evenementen in de buitenlucht mensen niet, of slechts heel beperkt, de mogelijkheid hebben om binnen te schuilen, moeten dergelijke scenario’s met de Veiligheidsregio worden doorgenomen en eventuele afspraken worden vastgelegd. Het gaat dan met name over de schuil- en vluchtmogelijkheden en risico- en crisiscommunicatie bij een incident.

5.3

Maatregelen externe veiligheid

Betreft de omgevingsveiligheid wordt geadviseerd te kijken naar de schuil- en vluchtmogelijkheden bij een incident. Hier moet rekening gehouden worden met het aantal mensen en het soort evenement.

5.4 Conclusie Gegeven dat de locatie niet binnen een aandachtsgebied valt, betekent dat er in de omgeving geen gevaren voordoen op het gebied van brand en explosie door gevaarlijke stoffen. In het kader van het scenario van het vrijkomen van giftige (rook)gassen moet er overleg plaatsvinden met de Veiligheidsregio/ brandweer. Hierbij moet goed gekeken worden naar de schuil- en vluchtmogelijkheden voor de mensen, groepsgrootte en risico- en crisiscommunicatie. Dit overleg moet plaatsvinden bij de vergunningverlening voor de verschillende evenementen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor evenementen mits er ten alle tijden overleg plaatsvind met de veiligheidsregio / brandweer.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

20 van 32

6 Bodem 6.1 Wet- en regelgeving Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft (Wbb), saneren of niet saneren. Niet saneren Indien de verontreiniging voor het beoogde doel niet hoeft te worden gesaneerd kan het ruimtelijke plan voor wat betreft deze verontreiniging zonder meer doorgang vinden. Saneren Indien de verontreiniging moet worden gesaneerd dient een saneringsplan te worden opgesteld en ingediend bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. In sommige gevallen kan worden volstaan met het indienen van een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen). Na goedkeuring door het bevoegd gezag kan de sanering doorgang vinden. Na afloop dient de sanering te worden geëvalueerd en ook dit verslag dient ter goedkeuring te worden voorgelegd. Tijdens de saneringsprocedure kan de ruimtelijke procedure worden voortgezet.

Echter, een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen kan pas inwerking treden nadat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige en spoedeisende sanering (art. 6.2. c. Wabo). Een onderzoeks- en saneringstraject heeft soms grote financiële consequenties voor de beoogde plannen. Enerzijds omdat de kosten van sanering hoog kunnen zijn, anderzijds omdat deze trajecten van grote invloed kunnen zijn op de planning. In het kader van de Grondexploitatiewet dienen deze kosten tijdig in kaart te worden gebracht. Het is daarom aan te bevelen reeds in een vroeg stadium van planvorming (historisch) bodemonderzoek voor het hele plangebied uit te voeren. Deze bodemonderzoeken zijn ook noodzakelijk bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Bij de realisatie van ruimtelijke plannen is vaak grondverzet noodzakelijk. Dit grondverzet is middels het Besluit bodemkwaliteit aan regels gebonden. De gemeente Waddinxveen beschikt over een vastgestelde bodemkwaliteitskaart en de bijbehorende Nota Bodembeheer. Sinds juni 2019 dient tevens rekening te worden gehouden met het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Uitgangspunt is dat bij hergebruik van grond de kwaliteit moet aansluiten bij de functie ter plaatse. Nagenoeg alle grondverzet dient te worden gemeld bij het Meldpunt Bodemkwaliteit (www.meldpuntbodemkwaliteit.nl).

6.2 Onderzoek Op basis van de gegevens uit het bodeminformatiesysteem (BIS) blijkt dat tijdens voorgaande plaatselijke bodemonderzoeken geen te saneren zijn verontreinigingen aangetroffen. Omdat er geen nieuwbouw plaats vindt is op basis van de Nota Bodemkwaliteit bij Bouwen (2013) het niet noodzakelijk dat een milieukundig bodemonderzoek wordt uitgevoerd voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

21 van 32

Bij eventuele graafwerkzaamheden dient echter rekening te worden gehouden met het volgende:  Werkzaamheden met (mogelijk) verontreinigde grond moeten plaatsvinden volgens wettelijke regels. Deze zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen) en het Besluit bodemkwaliteit.  Richtlijnen voor veiligheid zijn vastgelegd in CROW-publicatie 400: ‘Werken in en met verontreinigde bodem’.  Voor toepassen van grond met kwaliteit boven de achtergrondwaarde binnen het werkgebied van de Omgevingsdienst Midden-Holland dient een melding gedaan te worden (zie Nota Bodembeheer Midden-Holland). De Omgevingsdienst beoordeelt of de partij grond mag worden toegepast op de geplande locatie. Voor het toepassen van meer dan 50 m3 schone grond dient ook een melding te worden gedaan. Beide meldingen kunnen worden ingediend via www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Voor meer informatie kunt u de website van ODMH raadplegen: www.odmh.nl.

6.3 Conclusie Bij het gebruik van de gronden voor tijdelijke evenementen blijft het gebruik van de gronden / de bodem gelijk aan de bestaande situatie. Om deze reden bestaat er geen noodzaak om een bodemonderzoek uit te laten voeren. Daarnaast leidt het toestaan van evenementen niet tot een verhoogde kans op bodemverontreiniging, omdat er geen sprake zal zijn van het roeren of bewerken van de bodem. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor evenementen en vice versa.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

22 van 32

7 Archeologie 7.1 Wet- en regelgeving Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd: archeologisch erfgoed betreft onvervangbaar onderdeel van ons cultureel erfgoed. De Erfgoedwet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De taken in het kader van de Erfgoedwet behelzen o.a. het meewegen van archeologie in de besluiten op het gebied van de Ruimtelijke Ordening (zoals omgevingsvergunning) en de koppeling tussen bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen. De Erfgoedwet verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De feitelijke bescherming daarvan krijgt gestalte door het opnemen van voorschriften in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van een omgevingsvergunning voor bode verstorende activiteiten in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben op archeologisch vooronderzoek dat de aanvrager van de vergunning moet laten uitvoeren. Aan de vergunning zelf kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden, met als uiterste de verplichting tot planaanpassing of het laten verrichten van een opgraving. De gemeente Gouda heeft een eigen vastgesteld beleid (Goudse archeologiebeleid).

Aan de hand van de archeologische basiskaart is per gebied bepaald of en wanneer archeologisch (voor)onderzoek verplicht is. Wanneer een archeologisch onderzoek niet verplicht is, zijn er geen belemmeringen van archeologische aard voor de voorgenomen ontwikkelingen. Wanneer een archeologisch onderzoek verplicht is, dienen verschillende stappen van onderzoek en besluitvorming gevolgd te worden. Deze stappen worden beschreven in de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg.

7.2 Onderzoek Aangezien de bodem niet verstoord wordt tijdens evenementen, zijn er geen negatieve effecten op de aanwezige archeologische waarden. Omdat de beoogde evenementen geen gevolgen hebben voor eventueel aanwezige archeologische waarden vormt dit aspect geen belemmering voort het plan. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Hoewel nu geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is, kan dit in de toekomst veranderen. Om die reden is in het geldende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde - Archeologie opgenomen, deze dubbelbestemming blijft vanzelfsprekend van kracht.

7.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor evenementen en vice versa.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

23 van 32

8 Ecologie 8.1 Wet- en regelgeving Om natuurwaarden in Nederland te beschermen gelden de landelijke wetten: de Wet natuurbescherming (Wnb), Spoedwet Aanpak Stikstof (SAS) en de Wro (Natuurnetwerk Nederland). Deze wetgeving is voor een deel verwerkt in provinciaal beleid, te weten: Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland (2019); natuurbeheerplan 2020. Wet natuurbescherming (Wnb) Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) van kracht. De wet maakt onderscheid tussen gebieds-, soorten- en houtopstandenbescherming. Het beschermingsregime gaat uit van het “nee, tenzij-principe”. Dit betekent dat de genoemde bepalingen in de Wnb verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming wordt verleend door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling. Onder de Wnb zijn gedeputeerde staten van provincies bevoegd gezag voor ontheffing- of vergunningverlening. In de provincie Zuid-Holland is de Omgevingsdienst Haaglanden belast met de vergunningverlening, terwijl Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid de toezichts- en handhavingstaken uitvoert voor de Wnb. Gebiedsbescherming Het onderdeel gebiedsbescherming bevat instrumenten om op basis van effectstudies activiteiten in en rondom Natura 2000-gebieden af te wijzen, dan wel toe te staan op basis van een melding of een vergunning.

In artikel 2.7 staat dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De wet schrijft verder voor dat onder voorwaarden een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelen van dat gebied. voor het voornemen noodzakelijk is (artikel 2.8). In een eventueel verkregen vergunning zijn aan handelingen die een negatief effect hebben op een Natura 2000-gebied voorwaarden verbonden om schade aan natuurwaarden te voorkomen en te compenseren. Het uitvoeren van een passende beoordeling kan ook leiden tot het opstellen van een planMER bij het doorlopen van een planologische procedure. Stikstofregelgeving Het wettelijk instrument om stikstofdepositie te reguleren is de in december 2019 ingevoerde Spoedwet Aanpak Stikstof (SAS). De provincie Zuid-Holland heeft in december 2019 nieuwe beleidsregels vastgesteld. Bij een toename van stikstof worden niet langer vergunningen verleend.

Een toename van stikstof kan allen worden vergund als intern of extern met een andere stikstofbron kan worden gesaldeerd. Voor extern salderen met veehouderijen worden later in 2020 nadere regels gesteld door het Rijk. Vooralsnog is extern salderen alleen met andere bedrijfscategorieën mogelijk. Soortenbescherming In de wet zijn verbodsbepalingen opgenomen ten aanzien van beschermde flora en fauna. Activiteiten waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, dienen voorkomen te worden, bijvoorbeeld door het treffen van mitigerende maatregelen of het werken met een goedgekeurde gedragscode. Indien dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alléén toegestaan met een ontheffing van het bevoegd gezag, de gedeputeerde staten van de provincies. Een mitigatieplan of ontheffing dient in het bezit te zijn voorafgaand aan de start van de uitvoeringsfase. Bij de plantoets voor een bestemmingsplan dient aannemelijk te worden gemaakt met ecologisch onderzoek, dat een eventuele

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

24 van 32

ontheffingsaanvraag voldoende onderbouwd kan worden en verwacht mag worden dat de ontheffing wordt verleend door het bevoegd gezag. Voor enkele soorten is een vrijstelling verleend bij de uitvoering van handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze soorten staan opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland. Zorgplicht In aanvulling op bovenstaande bevat de Wnb de “zorgplicht”, die stelt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor beschermde gebieden, flora of fauna veroorzaakt, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken.

8.2 Onderzoek In onderstaande quickscan is onderzocht welke wetten en welk provinciaal beleid van toepassing is voor de voorgenomen tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan op de locatie Markt/De Waag in Gouda. Op de locatie wil de gemeente 12 (extra) evenementen per jaar mogelijk maken. Voor het plangebied is literatuuronderzoek uitgevoerd en gebruik gemaakt van beschikbaar kaartmateriaal op Cyclomedia. Op hoofdlijnen is aangegeven met welke soort(groepen) in de toekomst rekening dient te worden gehouden.

8.3 Resultaten Gebiedsbescherming Uit het onderzoek blijkt dat er een redelijke afstand is tot beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein op 2,5 kilometer afstand. NNN gebied is gelegen op circa 600 meter afstand en belangrijk weidevogelgebied is gelegen op bijna 3 kilometer. Gezien de afstand tot de beschermde gebieden en het feit dat de uit te voeren activiteiten beperkt zijn, worden er geen effecten verwacht op Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland of belangrijk weidevogelgebied.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

25 van 32

Afbeelding 8.1 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, Natura 2000 (groen gearceerd, NNN (donkergroen, blauw en magenta) en belangrijke weidevogelgebieden (lichtgroen). Stikstof Bij nieuwe projecten en ontwikkelingen kan het noodzakelijk zijn om de stikstofuitstoot te bepalen. Dit is bij het vaststellen van de huidige deelplannen ook aan de orde. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft ‘Nieuwkoopse Plassen en de Haeck’ en is gelegen op 10 kilometer afstand. Een toename aan stikstofdepositie door een verkeersaantrekkende werking en het gebruik van een generator is op deze afstand uitgesloten. Er is echter een actuele ontwikkeling dat de minister in mei 2019 ‘Polder Stein’ heeft aangemeld bij de Europese Commissie om te worden opgenomen op de communautaire lijst van Habitatrichtlijngebieden voor de stikstofgevoelige habitat glanshaverhooilanden. Dit gebied is op circa 2,5 kilometer afstand gelegen. Negatieve effecten door de generator van de ijsbaan en verkeersaantrekkende werking is niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd. Zie bijlage 2, 3 en 4. Polder Stein, dat in de toekomst als stikstofgevoelig wordt aangewezen, is in deze berekening meegenomen.

Uit de berekening blijkt dat er geen toename aan stikstofdepositie wordt veroorzaakt door de verkeersaantrekkende werking en het gebruik van een generator tijdens de evenementen. Hier zit wel een voorwaarde aan vast, dat de generator van bouwjaar 2014 of later moet zijn (Stage IV). Als gebruik wordt gemaakt van een oudere generator, dan wordt een toename van 0.01 mol stikstof/ha/jaar op Polder Stein veroorzaakt. Zodra Polder Stein is aangewezen als stikstofgevoelig moet een nieuwe berekening uitwijzen of daadwerkelijk significant negatieve effecten veroorzaakt worden. En zo ja, dan kan dit opgelost worden door gebruik te maken van een nieuwere generator.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

26 van 32

Soortenbescherming Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit verharding en bebouwing. Het betreft het stadscentrum van Gouda. Wat beschermde soorten betreft zijn hier vooral huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen aanwezig. Ook zijn algemene broedvogels beschermd als deze aan het broeden zijn. Doorgaans is in de binnenstad overdag en in de avond al veel verstoring aanwezig. Enkele aanvullende evenementen die een dag duren hebben daar geen negatieve impact op, zolang voorkomen wordt dat broedende vogels worden verstoord en zolang geen aanvullende verlichting op bomen en gevels of omhoog gericht wordt geplaatst.

8.4 Conclusie Getoetst is of ten gevolge van het nieuwe bestemmingsplan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) worden overtreden en/of natuurwaarden van beschermd gebied, die door de Wro wordt beschermd, worden aangetast (planologische uitvoerbaarheid). Gebiedsbescherming Het Natura 2000-(deel)gebied Polder Stein wordt op termijn ook als stikstofgevoelig aangewezen en is op 2,5 kilometer afstand gelegen. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd. Uit de stikstofberekening blijkt dat er geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op Polder Stein als gebruik gemaakt wordt van een generator van bouwjaar 2014 of later. Om ervoor te zorgen dat geen significant negatief effect ontstaat door stikstofdepositie op het moment dat Polder Stein wordt aangewezen, is het nodig om een voorwaarde op te nemen. Deze voorwaarde kan zijn dat een nieuwe stikstofberekening moet worden uitgevoerd op het moment dat Polder Stein is aangewezen. Als blijkt dat significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten moeten maatregelen getroffen worden. Dit kan bijvoorbeeld zijn het gebruik van een nieuwere generator. Andere effecten dan stikstofeffecten worden, gezien de afstand, niet verwacht op beschermde natuurgebieden. Soortenbescherming Een negatief effect op soorten is met het toepassen van onderstaande maatregelen uit te sluiten.

Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. • Schade aan algemene broedvogels dient te worden voorkomen door in de periode van 15 maart tot 15 juli te controleren dat binnen het gebied geen broedvogels verstoord worden door de uitvoering van de evenementen. Eventueel aanwezige broedgevallen, bijvoorbeeld in bomen, kunnen beschermd worden door dit deel met hekken af te zetten. De broedvogelcontrole is een voorwaarde voor het verlenen van de evenementenvergunning. • Plaats geen aanvullende verlichting die vleermuizen kan verstoren. Plaats geen aanvullende verlichting die op bomen en/of gevels of naar boven gericht is.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

27 van 32

9 Provinciaal milieubelang 9.1 Wet- en regelgeving Provincie Zuid-Holland heeft in de Provinciale Structuurvisie en in de Provinciale Milieuverordening het provinciaal milieubelang beschreven. Ruimtelijke plannen worden doorgaans na publicatie van het ontwerpbesluit aan de Provincie toegestuurd. De Provincie toetst dan of het provinciaal belang in het geding is en of er mogelijk in strijd met het provinciaal belang wordt gehandeld. In dit hoofdstuk wordt reeds een voortoets voor het provinciaal milieubelang uitgevoerd. Daarmee wordt tijdig zicht gekregen op strijdigheden en waar mogelijk worden oplossingsrichtingen benoemd. Het provinciaal milieubelang heeft betrekking op vier thema's:  bescherming van stiltegebieden  windenergie stimuleren  beschermen bedrijventerreinen voor HMC-bedrijven  beschermen van grote groepen mensen

9.2 Onderzoek Getoetst wordt of door de organisatie van evenementen het provinciaal belang in het geding is. Zo ja, dan wordt bekeken of er mogelijk sprake is van strijdigheid met het provinciaal belang. Bij het organiseren van evenementen is het belang "beschermen van grote groepen mensen" relevant. Hier wordt op ingegaan in hoofdstuk 6 (externe veiligheid). Overleg met de veiligheidsregio / brandweer is noodzakelijk voorafgaand aan evenementen, dit neemt de risico’s afdoende weg. De overige provinciale belangen zijn niet in het geding.

9.3 Conclusie Er is geen provinciaal milieubelang in het geding.

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

28 van 32

10 Bijlage 1: Akoestisch onderzoek

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

29 van 32

11 Bijlage 2 Stikstofberekening Markt/Waag op natura 2000 gebieden

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

30 van 32

12 Bijlage 3 Stikstofberekening Markt/Waag op Polder Stein met generator Stage III

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

31 van 32

13 Bijlage 4 Stikstofberekening Markt/Waag op Polder Stein

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

32 van 32

80

Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing - M useumhaven

"Partiële herziening binnenstad Gouda" (vastgesteld)

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning evenementenlocatie Museumhaven Inhoudsopgave 1

Inleiding

2

1.1

Aanleiding

3

1.2

Aard van de omgevingsvergunning

3

1.3

Strekking van de omgevingsvergunning

5

1.4

Evenementenvergunning

5

1.5

Afzonderlijke omgevingsvergunningen

6

Beleid

6

2.1

Bestemmingsplan Binnenstad West

6

2.2

Bestemmingsplan Schielands Hoge Zeedijk

7

2.3

Ruimtelijke structuurvisie Gouda 2005-2030

7

2.4

Actualisatie evenementenbeleid Gouda 2019

7

2.5

Handboek Richtlijnen evenementen

8

2.6

Evenementenkalender

8

2.7

APV

8

Omgevingsaspecten

8

3.1

Milieueffectrapportage

9

3.2

Geluid

9

3.3

Luchtkwaliteit

11

3.4

Bedrijven en milieuzonering

12

3.5

Externe veiligheid

13

3.6

Veiligheid

14

3.7

Bodem

14

3.8

Archeologie

15

3.9

Ecologie

15

3.10

Stikstofuitstoot

17

3.11

Duurzaamheid

17

4

Participatie

17

5

Communicatie

18

6

Financieel

18

7

Overweging

18

2

3

Pagina |2

1 Inleiding De gemeente Gouda vindt het belangrijk dat er evenementen zijn in de stad. Het gaat daarbij om verschillende evenementen, groot en klein, voor jong en oud en op meerdere plekken in de stad. Ze dragen bij aan een levendige en aantrekkelijke stad, voor Gouwenaars en bezoekers van buiten de stad. Gouda als bruisende, vitale en authentieke stad, waar de historie volop wordt beleefd. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om Gouda bij Kaarslicht, de Kaasmarkten, Koningsnacht en de concerten in het Houtmansplantsoen. Dat maakt Gouda sterk als woonstad en als stad waar bezoekers uit de regio en daarbuiten graag komen. Daarom is het van belang om goede (culturele) voorzieningen, voldoende uitgaansmogelijkheden en toonaangevende activiteiten en evenementen te bieden. Met het Stadhuis als stralend middelpunt, de Waag en de Sint-Janskerk op de achtergrond biedt de Markt een schitterend plaatje en een geweldige locatie voor grotere evenementen. Voor middelgrote en kleinschalige evenementen biedt Goudasfalt mogelijkheden. Met zijn industriële blikvangers zorgt dit terrein voor een unieke sfeer. Voor kleinschalige activiteiten zijn meerdere plekken in de stad denkbaar, waaronder locaties in de verschillende wijken. In de Goudse binnenstad en haar randen worden verschillende evenementen georganiseerd.

Een groot deel daarvan is een terugkerend evenement, dat jaarlijks is terug te vinden op de evenementenkalender. De kermis en de markten zijn al geregeld in de twee bestemmingsplannen voor de binnenstad van Gouda. Maar de regels uit deze bestemmingsplannen bieden nog niet voor alle evenementen een uitkomst. Met de omgevingsvergunning wordt geregeld dat tijdelijk afgeweken kan worden van de bestemmingsplannen “Binnenstad West” en “Schielands Hoge Zeedijk” voor het mogen gebruiken van Museumhaven (als een van de vijf evenementenlocaties in de binnenstad) voor het organiseren en houden van evenementen. Daartoe zijn in de omgevingsvergunning voorschriften opgenomen voor het kunnen organiseren van evenementen. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld de Museumhavendagen.

Afbeelding 1 Begrenzing evenementenlocatie Museumhaven

Pagina |3

1.1 Aanleiding Evenementen worden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ruimtelijk relevant geacht. Uit de uitspraak van 28 augustus 2019 over een bestemmingsplan van de gemeente Rotterdam werd duidelijk dat voor bepaalde evenementen een planologisch kader meegeven moet worden. Dit geldt voor zover dat uit een oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenemententerrein op een bepaalde locatie van belang is. Dit betekent dat er voor de evenementen in de Goudse binnenstad, anders dan de kermis of markten, een planologisch-juridische regeling getroffen moet worden. De Raad van State is van mening dat de toets die plaatsvindt op basis van APV en evenementenbeleid voornamelijk ziet op toetsing aan de openbare orde en veiligheid. Hoewel ook aan geluidsnormen getoetst kan worden op basis van de APV en het evenementenbeleid, is dit volgens de Raad van State niet voldoende om de planologische aanvaardbaarheid te garanderen. Hiervoor zullen in het bestemmingsplan, onder meer, regels moeten worden opgenomen over het toegestane aantal evenementen per jaar en de maximale bezoekersaantallen. De lijn is dat als een bepaalde locatie vaker of langer wordt gebruikt voor het houden van evenementen, dat gebruik ruimtelijk relevant is. Aan dat gebruik moeten, vanuit het oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid, nadere regels worden gesteld.

Dit met het doel om het gebruik van een locatie als ´evenementenlocatie´ niet in strijd te laten komen met het (ruimtelijk) uitgangspunt van een goed woonen leefklimaat. Voor locaties die slechts “kortdurend en incidenteel” worden gebruikt voor evenementen hoeft in het bestemmingsplan geen aparte evenementenregeling te worden opgenomen. Afgelopen jaren zijn diverse evenementen mogelijk gemaakt in Gouda, waarvoor op basis van de APV evenementenvergunningen zijn verstrekt. Om evenementen die al jaren plaatsvinden, of soortgelijke evenementen, ook een planologisch-juridische basis te geven is het nodig om deze alsnog in het bestemmingsplan op te nemen of te faciliteren met een omgevingsvergunning om tijdelijk af te wijken van het geldende bestemmingsplan, totdat de bestemmingsplannen worden herzien of vervangen worden door een omgevingsplan. Gekozen is voor een omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan, omdat zo op korte termijn in een regeling kan worden voorzien. Ook kunnen frequent terugkerende evenementen - zodra coronamaatregelen dat toestaan - weer georganiseerd worden, middels een samenhangende procedure. Op termijn zal de planologisch-juridische verankering worden vastgelegd in het omgevingsplan. Het verlenen van deze omgevingsvergunning is een collegebevoegdheid, waarbij het college de aanvraag aan de volgende zaken dient te toetsen: 1.

Gemeentelijk beleid 2. Niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening 3. Milieuwetgeving. Het college vraagt per evenementenlocatie zelf een omgevingsvergunning aan voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het (laten) organiseren en houden van evenementen. De gemeente wordt daarmee zelf vergunninghouder. En er is voor meerdere evenementen maar één omgevingsvergunning per locatie nodig. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt de toetsing aan gemeentelijk beleid en milieuwetgeving en de afweging aangegeven onder welke belasting, als gevolg van evenementen, er nog sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Onder belasting van de omgeving vallen onder andere geluidsbelasting, uitstoot van stikstof en negatieve gevolgen voor de natuur. 1.2 Aard van de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning zorgt voor een ruimtelijk kader voor de evenementenlocatie. Het doel is dat daarmee een evenwicht ontstaat tussen het belang van een levendige (binnen)stad en het belang dat omwonenden en belanghebbenden hebben bij een goed woon- en leefklimaat.

Pagina |4

De omgevingsvergunning gaat over de mogelijkheid om bepaalde locaties periodiek te mogen gebruiken voor evenementen. Het gaat hier dan om de ruimtelijke aspecten, meer specifiek de invloed op de woonen leefomgeving. Er wordt gekeken naar onder andere geluid en duurzaamheid. Voor bestaande, terugkerende of soortgelijke evenementen waarop deze omgevingsvergunning toeziet, betekent dit dat een evenementenorganisator dan niet per evenement een losse omgevingsvergunning hoeft aan te vragen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. Wel moet de organisator per evenement nog steeds een evenementenvergunning aanvragen. De procedure rondom die vergunningverlening blijft zoals het is. De aanvragen om een omgevingsvergunning voor evenementenlocaties hebben betrekking op 5 locaties in de binnenstad. Het betreft: Markt en Achter de Waag; Museumhaven; Houtmansplantsoen; Raam; Erasmusplein. Voor andere locaties of evenementen waarop deze omgevingsvergunning niet toeziet moeten organisatoren wel zelf een eigen omgevingsvergunning aan vragen. Het afwijken van het bestemmingsplan mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=c7a26204-1a36-4732-bf25-81443afcbb80