CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 Bijlage bij toelichting DEF

Raadsvergadering 22 mei 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Partiële herziening binnenstad33.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1.2 Aard van de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning zorgt voor een ruimtelijk kader voor de evenementenlocatie. Het doel is dat daarmee een evenwicht ontstaat tussen het belang van een levendige (binnen)stad en het belang dat omwonenden en belanghebbenden hebben bij een goed woon- en leefklimaat. De omgevingsvergunning gaat over de mogelijkheid om bepaalde locaties periodiek te mogen gebruiken voor evenementen. Het gaat hier dan om de ruimtelijke aspecten, meer specifiek de invloed op de woonen leefomgeving. Er wordt gekeken naar onder andere geluid en duurzaamheid. Voor bestaande, terugkerende of soortgelijke evenementen waarop deze omgevingsvergunning toeziet, betekent dit dat een evenementenorganisator dan niet per evenement een losse omgevingsvergunning hoeft aan te vragen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. Wel moet de organisator per evenement nog steeds een evenementenvergunning aanvragen. De procedure rondom die vergunningverlening blijft zoals het is. De aanvragen om een omgevingsvergunning voor evenementenlocaties hebben betrekking op 5 locaties in de binnenstad. Het betreft: Markt en Achter de Waag; Museumhaven; Houtmansplantsoen; Raam; Erasmusplein. Voor andere locaties of evenementen waarop deze omgevingsvergunning niet toeziet moeten organisatoren wel zelf een eigen omgevingsvergunning aan vragen.

Het afwijken van het bestemmingsplan mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Om te kunnen voldoen aan een planologisch kader dat is gericht op een goede ruimtelijke ordening, worden bij de omgevingsvergunning voorschriften meegegeven, waaruit blijkt dat het college rekening heeft gehouden met de impact van de evenementen op het woon- en leefklimaat. Uit de lijn in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat de volgende voorschriften van belang zijn om tot een goede planologische afweging te kunnen komen: - frequentie van evenementen (aantal evenementen per jaar, hoeveel binnen een bepaald tijdsbestek); - aard van de evenementen; - maximale bezoekersaantal; - maximale duur van de evenementen en op welke dagdelen de evenementen mogen plaatsvinden; - maximale geluidsniveaus.

Pagina |5

De tijdelijke omgevingsvergunning om bestaande, terugkerende of soortgelijke evenementen mogelijk te maken, betreft er een die voorziet in het tijdelijk afwijken van het geldende bestemmingsplan. Om precies te zijn, gaat het om een omgevingsvergunning op basis van de zogeheten ‘kruimelregeling’, als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 20 Wabo jo. artikel 4 lid 11, bijlage II. Met het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan krijgt ook de ruimtelijke impact van evenementen, in lijn met jurisprudentie, een plek. Het verlenen van de tijdelijke omgevingsvergunning levert voor de komende tien jaar een ruimtelijk kader op voor de diversiteit aan evenementen op de daarvoor aangegeven locaties in de Goudse binnenstad en haar randen. Wel is het hierna zaak om de benodigde (uit de jurisprudentie voortkomende) regels voor evenementen op te nemen in het bestemmingsplan om het gebruik van een locatie voor evenementen voor de lange termijn te waarborgen. Dit jaar staat een partiële herziening van de bestemmingsplannen “Binnenstad West” en “Binnenstad Oost” op de planning. De omgevingsvergunningen die betrekking hebben op de locaties die vallen onder de werking van deze bestemmingsplannen, zullen daarin worden opgenomen.

1.3 Strekking van de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning om tijdelijk te kunnen afwijken van het bestemmingsplan voor de evenementenlocatie Markt en Achter de Waag beoogt een ruimtelijk kader te bieden voor regelmatig terugkerende evenementen (of een gelijksoortig evenementen). Het dan bijvoorbeeld om grote, terugkerende evenementen als Koningsdag én Koningsnacht, Goudse IJsbaan, Gouda bij Kaarslicht, Gouda Kaasmarkt, Goudse Keramiekdagen, Gouds Monmartre. Maar ook het Paasontbijt, Gouda Beach en een jazzfestival vallen eronder. Om een paar voorbeelden te noemen. In de omgevingsvergunning is niet alleen geregeld hoeveel dagen een geluidhinder veroorzakend evenement mag duren, ook is geregeld hoeveel dagen voor het evenement begonnen mag worden met de opbouw en tot hoeveel dagen na afloop ervan gedaan mag worden over de afbouw. Ook is voorgeschreven binnen tijdsperioden dit moet gebeuren. In totaal zijn er jaarlijks 9 muziekevenementen van de eerste categorie toegestaan, die één dag elk mogen duren. Daarbij is geregeld dat het geluidsniveau in de woningen niet meer zal bedragen dan 50 dB(A).Voor maximaal 4 van deze 9 muziekevenementen mag dat onder voorwaarden 60 dB(A) zijn. Een van die voorwaarden is dat die verhoging niet meer dan 6 aaneengesloten uren is. Dit kan bijvoorbeeld het afsluitingsfeest van de Goudse IJsbaan zijn.

Als afwijkend evenement is voor Koningsnacht geregeld dat dit niet meer zal bedragen dan 65 dB(A). 1.4 Evenementenvergunning Een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt afgehandeld op grond van de APV, waarin openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en milieu meegewogen wordt. De APV biedt geen ruimte aan toetsing aan een bestemmingsplan, wat inhoudt dat strijdigheid met het bestemmingsplan geen weigeringsgrond oplevert voor verlening van de evenementenvergunning. Bij het organiseren en uitvoeren van het evenement is het echter wel van belang dat dit past binnen het ruimtelijke kader, zoals een bestemmingsplan of omgevingsvergunning. Bij de evenementenlocaties gaat het om een samenspel van omgevingsvergunning en evenementenvergunning. Doel is dat woningen niet te veel belast worden op hetzelfde moment. Als de evenementenkalender wordt gekoppeld aan de omgevingsvergunning, dan kan daarin gestuurd worden. Een aanvraag om een evenementenvergunning wordt getoetst aan de APV die gaat over openbare orde en veiligheid. Als de toetsing van de aanvraag geen weigeringsgrond oplevert, die genoemd is in de APV, kan een vergunning worden verleend voor het betreffende evenement.

Omdat er bij een aanvraag om een evenementenvergunning geen ruimte is om te toetsen aan een bestemmingsplan, kan de uitvoering van het evenement – hoe vreemd dit ook moge overkomen - strijdig zijn met het bestemmingsplan, op grond waarvan handhavend opgetreden kan worden.

Pagina |6

Dus voor de uitvoerbaarheid van die evenementenvergunning wordt ook gekeken naar het bestemmingsplan. Daarbij spelen woon- en leefklimaat een belangrijke rol. Met de omgevingsvergunning, waar deze ruimtelijke onderbouwing bij hoort, wordt voor een aantal evenementen een afwijking van het bestemmingsplan vergund, omdat het bestemmingsplan daar niet in voorziet. Met een door de burgemeester verleende evenementenvergunning heeft de organisator toestemming om een evenement te organiseren. In een evenementenvergunning staat onder andere informatie over het evenement, zoals tijden, programma, verwacht aantal bezoekers en er staan voorschriften in over belangrijke zaken zoals verkeer, geluid en veiligheid, waaraan een organisator zich moet houden bij de uitvoering van het evenement. Er is ook een handboek ‘Richtlijnen evenementen’, waarin richtlijnen voor het organiseren van evenementen in de gemeente Gouda staan. Niet voor elke activiteit is een evenementenvergunning nodig. Vaak kan een melding volstaan. Hiervoor kan het 'Aanmeldformulier buurt- en straatfeest Gouda' via de gemeentelijke website gedownload worden.

Maar in het geval dat: - gebruik wordt gemaakt van een tent bedoeld voor meer dan 50 personen; - het evenement langer duurt dan tot 24:00 uur; - meer dan één straat moet worden afgezet; - andere objecten worden geplaatst met een oppervlakte van meer dan 25 m2 per object; - livemuziek wordt gemaakt, of; - meer dan 100 personen komen; is een evenementenvergunning noodzakelijk. Deze omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan betreft evenementen waarvoor een evenementenvergunning nodig is, en die plaatsvinden op locaties waarvoor gezorgd wordt dat woon- en leefklimaat van de directe omgeving niet onaanvaardbaar wordt aangetast. Het enkel en alleen verlenen van een evenementenvergunning is niet altijd afdoende om een evenement te kunnen laten plaatsvinden. Als een straat afgesloten wordt of auto’s weggesleept moeten worden is er een verkeersbesluit nodig. Een verzoek tot het afsluiten van een weg moet tenminste acht weken vóór aanvang van het evenement bij de afdeling Veiligheid en Wijken van de gemeente Gouda ingediend zijn. Als een (party)tent wordt geplaatst waar meer dan 50 personen tegelijk in kunnen is een vergunning nodig voor het brandveilig gebruik voor niet-bouwwerken.

1.5 Afzonderlijke omgevingsvergunningen Zoals aangegeven heeft de omgevingsvergunning betrekking op de locatie Markt en Achter de Waag, waar evenementen georganiseerd worden, die jaarlijks terugkeren of een soortgelijke aard kennen als die terugkerende evenementen. De aanvraag voor deze omgevingsvergunning heeft geen betrekking op kermissen en markten. In het bestemmingsplan “Binnenstad Oost” is geregeld in de bestemming “Verkeer – Verblijfsgebied” dat kermissen en markten zijn toegestaan. Vergunningsaanvragen voor het organiseren van een kermis of een markt passen dan ook binnen het bestemmingsplan. Wel zijn de kermissen meegenomen in het akoestisch onderzoek om een totaal beeld te krijgen van geluidhinder op de Markt. De warenmarkten worden verleend op grond van de Marktverordening. Voor andere evenementen in de binnenstad, die niet jaarlijks terugkomen, geldt dat daarvoor per evenement bekeken zal worden of een omgevingsvergunning nodig is om het organiseren ervan in planologisch opzicht mogelijk te maken. Dit geldt dus ook voor evenementen in het kader van Gouda750.

Pagina |7

2

Beleid

2.1 Bestemmingsplan Binnenstad Oost In het bestemmingsplan is aangegeven dat de binnenstad in functionele zin zeer veelzijdig is. Veel voorzieningen vinden er een plaats, zoals het kernwinkelapparaat, horeca- en culturele voorzieningen en dienstverlenende bedrijven. Het gebied vervult daarmee een centrumfunctie voor stad en regio. Het is van grote betekenis voor de inwoners en de ondernemers van Gouda en omstreken, maar ook voor de vele toeristen die de stad met een bezoek vereren. Voor de werkgelegenheid en uit toeristisch-recreatief oogpunt is het gebied van zeer groot belang. Tegelijkertijd vormt de binnenstad ook een aantrekkelijk woonmilieu. Verkeerskundig ligt het primaat steeds meer bij het langzame verkeer en het openbaar vervoer. Het doorgaande autoverkeer wordt zoveel mogelijk geweerd en voor het bezoekend publiek worden zoveel mogelijk parkeermogelijkheden geboden aan de rand van de binnenstad. Functioneel bestaat de binnenstad uit drie deelgebieden, elk met een eigen karakteristiek. In het noordoostelijk deel bevindt zich het grootste deel van het kernwinkelapparaat; het zwaartepunt van het centrum. Hier bevinden zich functies zoals bedrijvigheid en dienstverlening, gericht op het kernwinkelgebied.

In het westelijk en zuidoostelijk deel van de binnenstad bevinden zich weliswaar uitlopers van het kernwinkelgebied, maar het accent ligt hier meer op een mix van wonen, werken en sociaal-culturele functies. Bescherming van de woonfunctie is van groot belang voor de levendigheid en de sociale veiligheid in en rond het centrum. De afgelopen jaren is een aantal nieuwe woningen gecreëerd in het kader van het project 'Wonen boven Winkels '. In vrijwel het gehele gebied komen bovenwoningen voor, met op de begane grond veel andere functies. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt kort aandacht besteed aan een aantal typisch Goudse evenementen dat jaarlijks wordt georganiseerd in de binnenstad, zoals de Goudse Keramiekdagen, de Kaas- en Ambachtenmarkt, Gouda Waterstad, de Houtmanplantsoenconcerten, Gouda bij Kaarslicht en Gouda stad van winterevenementen. Binnen de bestemming ”Verkeer – Verblijf” zijn kermissen en markten toegestaan. 2.2 Ruimtelijke structuurvisie Gouda 2005-2030 Om de binnenstad vitaal te houden zal continu geïnvesteerd moeten worden. Niet alleen in de buitenruimte, maar ook in een aantrekkelijk winkelaanbod, voldoende uitgaansmogelijkheden en de aansluiting van de binnenstad op het station. Niet alleen zal geïnvesteerd moeten worden in de voorzieningen, maar ook in de bereikbaarheid van onder andere het centrum van Gouda.

Langs de binnenstad ligt de mogelijkheid om een volwaardige parkeerroute te realiseren, die aansluit op bestaande en nieuwe parkeergarages in de randen. Er wordt niet ingegaan op het faciliteren van ruimten, zoals pleinen en parken, voor het organiseren van evenementen. 2.3 Actualisatie evenementenbeleid Gouda 2019 De nota Actualisatie evenementenbeleid Gouda 2019 biedt een geactualiseerd kader voor evenementen en geeft aan dat evenementen belangrijk zijn voor de aantrekkelijkheid van Gouda, de sociale cohesie binnen de stad, voor het imago van de stad en daarmee voor stadspromotie, en voor de economische ontwikkeling van Gouda. De nota biedt duidelijkheid over de kaders voor de komende jaren en ondersteunt daarnaast organisatoren van evenementen – zowel professionele organisatiebureaus alsmede de vele vrijwilligersorganisaties - bij hun werk. De gemeente heeft verschillende rollen bij evenementen: - Het ondersteunen van evenementen in financieel opzicht en/of met diensten en materialen om een evenement goed en veilig georganiseerd te krijgen - Het scheppen van duidelijkheid om overlast zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De ondersteuning die de gemeente biedt, is afhankelijk van het type evenement.

Pagina |8

De doelstellingen voor het evenementenbeleid kunnen als volgt worden samengevat: 1. Het ondersteunen van evenementen die: a. Gouda (inter-)nationale allure geven, passend binnen de ambitie en pijlers van Stadsmarketing Gouda, b. Gouda verlevendigen, bruisend maken, c. Gouda een economische impuls geven. 2. Het streven naar een zo evenwichtig mogelijke spreiding van evenementen in jaar en locatie, uitstraling en doelgroep 3. Het voorkomen of beperken van overlast Met de Goudse Kaasmarkten, Gouda bij Kaarslicht en de Goudse Keramiekdagen wordt Gouda gepromoot op (inter-)nationaal niveau. Deze evenementen laten zien waar Gouda voor staat en kennen een lange traditie. De uitbreiding in de afgelopen jaren van 10 naar 21 Goudse Kaasmarkten (van april tot en met augustus) en de vernieuwing van de kaasmarkt, met onder andere meerdere ambachten en muzikale omlijsting, wil de gemeente doorzetten. Gouda bij Kaarslicht is een evenement dat onlosmakelijk met Gouda is verbonden. In de loop der jaren is het uitgebreid van ‘Kaarsjesavond’ naar een volledig middag- en avondprogramma, waardoor bezoekers nu langer in Gouda verblijven. Een groot aantal bezoekers blijft overnachten. Een volledig middag- en avondprogramma op meerdere locaties, alsmede het leggen van de verbinding van het station naar de binnenstad is van belang om de aantrekkingskracht van het evenement te behouden.

In Gouda vindt al jarenlang een aantal sterevenementen plaats, waaronder de Goudse Kaasmarkten, Gouda bij Kaarslicht en de Goudse Keramiekdagen. Grootschalige, stadsbrede evenementen met minimaal 15.000 bezoekers, die het imago van Gouda versterken en als het ware het kloppend hart vormen van de voor Gouda door de eeuwen heen zo kenmerkende producten: Kaas en Goudse ambachten. Het aantal Kaasmarkten is gestegen van tien in 2014 naar eenentwintig in 2017. Daarnaast is deze uitgebreid met een ambachtenmarkt en muzikale omlijsting. Het bezoekersaantal is met momenteel zo’n 5.000 bezoekers per markt gestegen tot een totaal van 105.000 bezoekers in 2017. 2.4 Handboek Richtlijnen evenementen Als nadere uitwerking van de nota Actualisatie evenementenbeleid Gouda 2019 is een handboek ‘Richtlijnen evenementen’ opgesteld met daarin onder meer locatieprofielen. Het is door het college vastgesteld op 15 september 2020. Dit handboek heeft onder andere als doel, voor organisatoren het proces van de vergunningaanvraag inzichtelijk te maken en hen hierbij te ondersteunen. Organisatoren kunnen met vragen en voor advies terecht bij de evenementencoördinator. In het handboek wordt ook aandacht besteed aan duurzaamheidsaspecten en de toegankelijkheid voor mensen met een beperking.

2.5 Evenementenkalender In het kader van de (regionale) afstemming en het opstellen van de evenementenkalender is het noodzakelijk om tijdig te beschikken over de benodigde gegevens. Vóór 15 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het bewuste evenement zal worden gehouden, dient minstens een kennisgeving te worden gedaan van de datum en het (globale) programma van het desbetreffende evenement. De feitelijke vergunningaanvraag dient, afhankelijk van de grootte van het evenement, ten minste 4 tot 20 weken van tevoren te worden ingediend. Zodra de evenementenkalender is gepubliceerd kunnen belanghebbenden op de (vergunningsplichtige) activiteiten reageren. Hiermee wordt voldaan aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht om voor het afgeven van een beschikking alle relevante informatie te vergaren. Personen die van deze gelegenheid gebruik maken en een zienswijze indienen, zullen vervolgens bij de vergunningsprocedure worden betrokken.

Pagina |9

2.6 APV Op 1 december 2020 is de Algemene Plaatselijke Verordening Gouda 2020 (APV) in werking getreden. Een verandering ten opzichte van de APV uit 2009 is dat de burgemeester nadere regels over de categorieën evenementen, de indieningstermijnen en -vereisten voor aanvragen om evenementenvergunningen en de beslistermijnen op aanvragen om evenementenvergunningen kan vaststellen. Deze nadere regels zijn vastgelegd in de Regeling evenementenvergunningen Gouda. Het Handboek Richtlijnen voor evenementen is onderdeel van deze regeling. Met de regeling en het handboek wordt beter aangesloten bij de huidige praktijk van de evenementen en is voor organisatoren vooraf duidelijk(er) waaraan een aanvraag moet voldoen en welk proces wordt gevolgd. In de APV is een aantal weigeringsgronden opgenomen (artikel 1:7 APV) op grond waarvan de burgemeester een evenementenvergunning kan weigeren. Deze weigeringsgronden gaan over openbare orde, veiligheid en milieu. Deze gronden leveren geen toets op planologische aanvaardbaarheid op.

3

Omgevingsaspecten

Evenementen met veel bezoekers zorgen voor drukte, afval en (geluids-)hinder voor direct omwonenden. Het centrum van Gouda heeft ook een woonfunctie. Inwoners van het centrum mogen aandacht voor hun woon- en leefklimaat verwachten. Voor bewoners (en ondernemers) van de binnenstad is het van belang te weten welke effecten ze kunnen verwachten en dienen er grenzen aan de belasting te worden gesteld. Van bewoners van het centrum mag op hun beurt verwacht worden dat zij de levendigheid van evenementen waarderen of dulden. Het wonen in het centrum is immers anders dan het wonen in een rustige woonwijk. Er dient een zorgvuldige afweging gemaakt te worden van de wenselijkheid van evenementen die de naam en/of levendigheid van Gouda vergroten tegenover de (geluids-) hinder die evenementen met zich meebrengen. Het ruimtelijk kader moet voldoende specifieke regels of voorschriften bevatten, waarmee een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving wordt gewaarborgd. Om te kunnen concluderen dat de evenementen waarvoor wordt afgeweken voldoen aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening is, per evenementenlocatie, onderzocht wat de ruimtelijke impact van de betreffende evenementen op de omgeving is. Op de verschillende evenementenlocaties vinden jaarlijks veelal dezelfde (soort) evenementen plaats. Die evenementen worden ieder jaar opgenomen op de Evenementenkalender voor dat jaar.

Van deze evenementen zijn ervaringscijfers bekend die zijn gebruikt in de uit te voeren onderzoeken om te komen tot een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing voor de evenementenlocaties. Het uitgangspunt voor de aanvraag om een omgevingsvergunning is om met een omgevingsvergunning tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan en daaraan dusdanige (ruimtelijke) voorwaarden te verbinden dat bestaande of soortgelijke evenementen op de betreffende locaties kunnen plaatsvinden, zonder dat dit het woon- en leefklimaat ter plaatse onevenredig aantast. Om dit ruimtelijk kader op te kunnen stellen zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd, waar onder: - Externe Veiligheid - Luchtkwaliteit - Stikstofuitstoot - Ecologie - Geluidhinder voor de locaties: o Markt en Achter de Waag o Houtmansplantsoen o Museumhaven Voor de locaties Raam en Erasmusplein zijn op voorspraak van de Omgevingsdienst Midden-Holland geen akoestische onderzoeken uitgevoerd, omdat hier jaarlijks slechts enkele evenementen plaatsvinden.

P a g i n a | 10

Waar ze zijn uitgevoerd, hebben de akoestische onderzoeken met name geleid tot het treffen van een aantal nadere maatregelen om een evenwichtige aanvraag in te kunnen dienen. De overige onderzoeken gaven geen beperking en ook geen aanleiding om nadere maatregelen te moeten treffen. Deze zijn opgenomen in de bijbehorende bijlage Milieu Markt en Achter de Waag. Omgevingsdienst MiddenHolland heeft vastgesteld dat er geen provinciaal milieubelang in het geding is. 3.1 Milieueffectrapportage Voor de beoordeling of een project m.e.r.-plichtig is, wordt bepaald of de activiteit is opgenomen in Bijlage II van het Besluit m.e.r. Evenementen komen niet voor in de bijlagen C en D van het Besluit m.e.r. Op grond van deze constatering is er geen milieueffectrapportageplicht. Op grond van de passende beoordeling kan nog een verplichting tot de milieueffectrapportage optreden. Gezien de geringe omvang van de activiteit zal er geen negatieve gevolgen op omliggende Natura 2000-gebieden zijn. Er is geen milieueffectrapportageplicht. 3.2 Geluid Geluid kan de leefkwaliteit van een locatie sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog geluidsniveau kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen.

Hoewel met betrekking tot het aspect geluid tijdens evenementen diverse beleidskaders en meerdere wetten, regels en verordeningen van toepassing zijn, wordt veelal geen specifieke onderbouwing voor de geluidsaspecten gegeven. Daarom is met name aansluiting gezocht bij de nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg. Uitgangspunt van deze nota voor de normstelling is de bescherming van de binnenruimte van geluidsgevoelige objecten tegen geluidshinder. Daarbij dient in een woning, bij gesloten ramen en deuren, een normaal gesprek mogelijk te zijn. Gedurende de dag- en avondperiode mag het geluidsniveau ten gevolge van een evenement in de woning daarom niet hoger zijn dan 50 dB(A). Gedurende de nachtperiode speelt niet alleen de spraakverstaanbaarheid een rol, maar is ook het wel of niet kunnen slapen een belangrijk toetsingscriterium. Gezien de aard van het geluid (herkenbaarheid van teksten bij muziek en/of het ritme) ondervinden veel mensen reeds bij een geringe verstaanbaarheid van het geluid slaapproblemen. Voor de relevante evenementen op de Markt en Achter de Waag is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage LA 1149-4-RA-002 Markt). In het akoestisch onderzoek van 19 november 2020 zijn de geluidsniveaus binnen woningen bepaald.

Hiertoe zijn metingen verricht aan de geluidswering van gevels van 13 woningen gelegen aan de Markt. Met behulp van een akoestisch rekenmodel is de geluidsbelasting op de gevels van omliggende woningen berekend waarna door middel van de gemeten geluidswering het binnenniveau bepaald is. Met muziekevenementen en andere evenementen met geluid (zoals de ijsbaan en sportevenementen) op de Markt en Achter de Waag treedt een geluidsbelasting in de woonomgeving op. De gemeten geluidwering van de gevels van omliggende woningen varieert tussen de 21 en 30 dB(A). Vervolgens is voor verschillende podiumlocaties de geluidsbelasting op de gevel berekend en uitgaande van de gemeten geluidswering het binnengeluidsniveau vastgesteld. Met een geluidsniveau van 85 dB(A) op het publieksvlak treedt bij diverse podiumlocaties een overschrijding op van een normaliter maximaal geluidsniveau van 50 dB(A) tijdens een muziekevenement. Om geluidshinder van evenementen op de Markt en Achter de Waag te beperken, dient het aantal evenementen te worden gelimiteerd. Hiervoor is aansluiting gezocht bij jurisprudentie. In het algemeen wordt toegestaan dat de standaardgrenswaarden maximaal 12 keer per kalenderjaar voor bepaalde typen activiteiten worden overschreden. Op de Markt en Achter de Waag wordt 114 dagen per kalenderjaar de mogelijkheid gegeven om een evenement (anders dan de kermis) te organiseren.

Tabel 1 overzicht aantal dagen evenementen en optredende binnengeluidsniveau Type evenement muziekevenementen categorie 1 * Kermis * 4 dagen uitzondering * Koningsnacht Evenementen categorie 2 Totaal aantal evenementen dagen

aantal dagen binnengeluidsniveau spectrum 4 50 dB(A) Dance (SDS) 6 55 dB(A) Kermis 4 60 dB(A) Dance (SDS) 1 65 dB(A) Dance (SDS) 105 50 dB(A) Pop (SPS) 120

maatregelen indien nodig n.v.t. verplicht verplicht n.v.t.

P a g i n a | 11

Van die 120 dagen aan activiteiten wordt tijdens 11 dagen het binnengeluidsniveau van omliggende woningen van 50 dB(A) overschreden in de dag- en avondperiode. Dit gebeurt tijdens 5 dagen bij muziekevenementen nadat geluidsreducerende maatregelen zijn getroffen om het geluidsniveau in de woningen zoveel mogelijk te beperken. Het gaat daarbij om 1 evenementdag, Koningsnacht, waarbij het binnengeluidsniveau 65 dB(A) bedraagt en 4 andere dagen muziekevenementen waarbij het binnengeluidsniveau 60 dB(A) bedraagt. Tijdens de kermis (6 dagen) bedraagt het geluidsniveau binnen woningen 55 dB(A). Hiervoor worden geen specifieke voorschriften voor opgenomen omdat het bestemmingsplan dit evenement mogelijk maakt. Hiermee wordt voldaan aan het maximale aantal van 12 dagen overschrijding. In de voorschriften wordt dit gewaarborgd door het opnemen van onder het aantal evenementendagen, de geluidsniveaus en de tijden.

A

G

B

F

B*

E D

C

Specifiek voor evenementen waarbij het noodzakelijk is dat in de nachtperiode installaties in bedrijf zijn wordt in de voorschriften een geluidsniveau opgenomen waarmee voldaan wordt aan een binnengeluidsniveau van 25 dB(A). Hiermee wordt slaapverstoring voorkomen bij omwonenden.

P a g i n a | 12

In de voorschriften zoals opgenomen in de bijbehorende bijlage Milieu Markt en Achter de Waag, wordt het geluidsniveau in een dB(A)- en een dB(C)-waarde vastgelegd. Het geluidsniveau in dB(A) geeft de sterkte van het geluid voor de gevoeligheid van het menselijk oor weer. Het geluidsniveau in dB(C) is bedoeld om hinder door dreunende bassen (lagere tonen) in het muziekgeluid te beperken. Hierdoor wordt het binnengeluidsniveau van 50 dB(A) geborgd. De geluidsniveaus ter plaatse van woningen in de voorschriften wijken af van de geluidsniveaus zoals berekend in het akoestisch rapport. Dit komt omdat de gevelreflectie in de geluidsnorm is verdisconteerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat het binnengeluidsniveau minder dan 12x per jaar boven de 50 dB(A) uitkomt. Tijdens die dagen worden geluidsreducerende maatregelen getroffen om het geluidsniveau binnen de woningen zoveel mogelijk te beperken. In de voorschriften zijn aanvullende beperkingen voor evenementen opgenomen. Met de geluidsnorm in de nachtperiode wordt slaapverstoring voorkomen. De evenementenlocatie van de Markt en Achter de Waag is gelegen in het centrum van Gouda waar tevens de warenmarkt twee keer per week wordt gehouden en ook horeca is gevestigd. Dit speelt tevens een rol bij de afweging om enkele keren per jaar af te wijken van de waarde van 50 dB(A) binnengeluidsniveau.

Op basis van het voorgaande is beoordeeld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 3.3 Luchtkwaliteit Evenementen kunnen de luchtkwaliteit mogelijk nadelig beïnvloeden. Het kan dan gaan om vervoersbewegingen tijdens de op- en afbouwfase en van bezoekers. Maar ook om het gebruik van aggregaten om elektriciteit op te wekken. Deze invloed op de luchtkwaliteit is echter zeer beperkt, omdat evenementen slechts tijdelijk invloed uitoefenen en van korte duur zijn. Er kan redelijkerwijs worden gesteld dat het organiseren van verschillende evenementen ver onder de grens blijft van de realisatie en het gebruik van 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorruimte. Het gaat slechts om tijdelijke evenementen met een korte op- en afbouw periode. Het organiseren van verschillende evenementen draagt dus niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiermee kan gesteld worden dat op grond van artikel 5.16, eerste lid, onder d, Wet milieubeheer voldaan wordt aan de eisen van de Wet Luchtkwaliteit. Nader onderzoek naar de bijdrage aan de luchtverontreiniging is hierom niet noodzakelijk. NO2

jaargemiddelde 40 µg/m3

Uurgemiddelde 200 µg/m3

24-uurgemiddelde n.v.t

PM10

40 µg/m3

n.v.t

50 µg/m3

PM2,5

25 µg/m3

n.v.t

n.v.t

Opmerking Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden 24 uurgemiddelde mag 35x per jaar worden overschreden -

Tabel 1 Grenswaarden Wet luchtkwaliteit

Als wordt voldaan aan de grenswaarden voor fijn stof PM10, dan moet ook worden voldaan aan de grenswaarden voor PM2,5. Er is van het centrum van Gouda een uitsnede gemaakt uit de tool voor de monitoring van NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). In afbeelding 2 is het rekenpunt voor luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied opgenomen. Op alle meetpunten in de omgeving is de concentratie stikstofdioxide N02 en PM10 minder dan 35 μg/m3 en de PM2,5 minder dan 20 μg/m3. Deze luchtkwaliteit concentraties zijn lager dan de grenswaarden, zoals in bovenstaande tabel. In navolgende tabel is een rekenpunt langs het Blekerssingel genomen aan de rand van het plangebied. Dit rekenpunt is rood omcirkeld op voorgaande afbeelding. De berekende concentraties liggen ruim onder de grenswaarden en hiermee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Grenswaarde (µg/m3)

NO2 PM10 PM2,5

40 40 25

Berekende concentratie (µg/m3) 24,6 20,6 12,7

Achtergrond concentratie(µg/m3) 21,2 20,2 12,5

Tabel 2 Concentratie van NO2 , PM10 en PM 2,5 in μg/m3.

Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor evenementen en vice versa. Het plan voldoet uit het oogpunt van luchtkwaliteit aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

P a g i n a | 13

Afbeelding 2 Meetpunten uit de NSL-monitoringstool, het geselecteerde meetpunt is rood omcirkeld en Markt en Achter de Waag is rood omlijnd

3.4 Bedrijven en milieuzonering Door aanwezigheid van bedrijven kan mogelijk hinder voor de omgeving ontstaan met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Activiteitenbesluit milieubeheer en de VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Deze handreiking geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten. De richtafstanden in de handreiking Bedrijven en Milieuzonering 2009 gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bijvoorbeeld bedoeld met de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype “gemengd gebied” kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Dit omgevingstype en bijbehorende systematiek zullen dan wel in het bestemmingsplan moeten worden vastgelegd. In tabel 3 zijn de richtafstanden uit de VNG richtlijn opgenomen voor een rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijvigheid in de binnenstad van Gouda vormt geen milieubelastende activiteit voor evenementen.

Andersom kunnen evenementen wel hinder vormen (geluid) voor omliggende woningen. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor evenementen Milieucategorie van bedrijf

1 2 3.1 3.2 4.1

Richtafstand rustige woonwijk (meter) 10 30 50 100 200

Richtafstand gemengd gebied (meter) 0 10 30 50 100

Tabel 3 Richtafstanden volgens VNG-richtlijn

3.5 Externe veiligheid Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan de afstand tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten (zoals woningen, kantoren en scholen) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt.

P a g i n a | 14

Om te kunnen beoordelen of mensen op de locatie voldoende beschermd worden, wordt gekeken naar aandachtsgebieden. Dit zijn locaties waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren van een brand (warmtestraling), explosie (druk) of een gifwolk (gifconcentratie in de lucht).

Afbeelding 3 Uitsnede van de signaleringskaart

Het is duidelijk te zien dat de evenementenlocatie Markt en Achter de Waag buiten de brand-, en explosieaandachts-gebieden is gelegen. Het is de bedoeling dat op deze locatie evenementen in de buitenlucht worden georganiseerd. Giftige (rook)gassen die vrijkomen bij een incident met gevaarlijke stoffen kunnen zich over grote afstanden verspreiden (ver buiten de aandachtsgebieden en contouren op bovenstaande afbeelding). Omdat bij evenementen in de buitenlucht mensen niet, of slechts heel beperkt, de mogelijkheid hebben om binnen te schuilen, moeten dergelijke scenario’s met de Veiligheidsregio worden doorgenomen en eventuele afspraken worden vastgelegd. Het gaat dan met name over de schuil- en vluchtmogelijkheden en risico- en crisiscommunicatie bij een incident. Ten aanzien van de omgevingsveiligheid wordt door de Omgevingsdienst Midden-Holland geadviseerd te kijken naar de schuil- en vluchtmogelijkheden bij een incident. Hier moet rekening gehouden worden met het aantal mensen en het soort evenement. Dat de locatie Markt en Achter de Waag niet binnen een aandachtsgebied valt, betekent dat er zich in de omgeving geen gevaren voordoen op het gebied van brand en explosie door gevaarlijke stoffen. In het kader van een scenario van het vrijkomen van giftige (rook)gassen moet er overleg plaatsvinden met de veiligheidsregio of brandweer.

Hierbij moet goed gekeken worden naar de schuil- en vluchtmogelijkheden voor de mensen, groepsgrootte en risico- en crisiscommunicatie. Dit overleg moet plaatsvinden bij de vergunningverlening voor de verschillende evenementen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor evenementen, zolang maar overleg plaatsvindt met de veiligheidsregio of brandweer.

P a g i n a | 15

3.6 Veiligheid Evenementen brengen (grote groepen) bezoekers op de been. Waar grote aantallen mensen bij elkaar zijn, is toezicht en handhaving gewenst om de bezoekersstromen te reguleren, vervuiling en verloedering te voorkomen, en de veiligheid voor alle bezoekers te bevorderen. Hierbij is samenwerking met de organisatoren van een evenement essentieel. Het is de verantwoordelijkheid van organisatoren om een veilig evenement te organiseren, met het oog op hun gasten en de omgeving. De gemeente neemt een faciliterende rol in bij het organiseren van veiligheidsaspecten bij evenementen, gericht op vergroten van bewustzijn en de te nemen maatregelen om tot een veilig evenement te komen. Dit wordt mede vorm gegeven in het evenementenoverleg waarin de hulpdiensten, gemeentelijke diensten en organisatie participeren. Van organisatoren wordt verwacht dat zij hun Afbeelding 4 Calamiteitenroutes aanvragen tijdig indienen, zodat een zorgvuldige afweging gemaakt kan worden op de vergunningaanvraag, de impact van het evenement op de omgeving en waardoor een eventuele bezwaarprocedure zorgvuldig kan worden doorlopen. Zowel de gemeente, de politie, de brandweer als eventueel de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR Midden Holland) moeten voldoende gelegenheid hebben om invulling te geven aan hun vergunningverlenende of adviserende taak.

Bij de operationele diensten zal bovendien ruim vooraf een planning moeten kunnen worden gemaakt indien er bij het evenement behoefte of reden is aan/voor personele inzet. Evenementen kunnen een belasting vormen voor de (woon-)omgeving en hiervoor is dan ook ruim vooraf inzicht nodig in plaats, tijd en programma. Naast geluid is bereikbaarheid van de omgeving van het evenement van groot belang voor omwonenden en hulpdiensten. Organisatoren moeten in de aanvraag en bijbehorende planvorming duidelijk maken wat de impact van het evenement op de bereikbaarheid is en welke maatregelen men treft om de bereikbaarheid voor de hulpdiensten te garanderen. Bij grote evenementen kan hiervoor om een verkeersplan gevraagd worden. 3.7 Bodem Op basis van de gegevens uit het bodeminformatiesysteem (BIS) blijkt dat tijdens voorgaande plaatselijke bodemonderzoeken geen te saneren zijn verontreinigingen aangetroffen. Omdat er geen nieuwbouw plaats vindt is op basis van de Nota Bodemkwaliteit bij Bouwen het niet noodzakelijk dat een milieukundig bodemonderzoek wordt uitgevoerd, voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij het gebruik van de gronden voor tijdelijke evenementen blijft het gebruik van de gronden of de bodem gelijk aan de bestaande situatie. Om deze reden bestaat er geen noodzaak om een bodemonderzoek uit te laten voeren.

Daarnaast leidt het toestaan van evenementen niet tot een verhoogde kans op bodemverontreiniging, omdat er geen sprake zal zijn van het roeren of bewerken van de bodem. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor evenementen en vice versa. 3.8 Archeologie Aangezien de bodem niet verstoord wordt tijdens evenementen, zijn er geen negatieve effecten op de aanwezige archeologische waarden. Omdat de beoogde evenementen geen gevolgen hebben voor eventueel aanwezige archeologische waarden vormt dit aspect geen belemmering voor het plan.

P a g i n a | 16

Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Het geldende bestemmingsplan kent een dubbelbestemming “Waarde – Archeologie” opgenomen, die van kracht blijft. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor evenementen en vice versa. 3.9 Ecologie In een door Omgevingsdienst Midden-Holland uitgevoerde quickscan is onderzocht welke wetten en welk provinciaal beleid van toepassing is voor de voorgenomen tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan op de locatie Markt en Achter de Waag in Gouda. Op hoofdlijnen is aangegeven met welke soort(groepen) in de toekomst rekening dient te worden gehouden. In de quickscan is uitgegaan van 12 evenementen per jaar mogelijk. Uit het onderzoek blijkt dat er een redelijke afstand is tot beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein op 2,5 kilometer afstand. NNN gebied is gelegen op ongeveer 600 meter afstand en een belangrijk weidevogelgebied is gelegen op bijna 3 kilometer. Gezien de afstand tot de beschermde gebieden en het feit dat de voorgenomen evenementen beperkt zijn, worden er geen effecten verwacht op Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland of belangrijk weidevogelgebied.

Afbeelding 5 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, Natura 2000 (groen gearceerd), NNN (donkergroen, blauw en magenta) en belangrijke weidevogelgebieden (lichtgroen).

Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit verharding en bebouwing. Het betreft het stadscentrum van Gouda. Wat beschermde soorten betreft zijn hier vooral huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen aanwezig. Ook zijn algemene broedvogels beschermd als deze aan het broeden zijn. Doorgaans is in de binnenstad overdag en in de avond al veel verstoring aanwezig. Enkele aanvullende evenementen die een dag duren hebben daar geen negatieve impact op, zolang voorkomen wordt dat broedende vogels worden verstoord en zolang geen aanvullende verlichting op bomen en gevels of omhoog gericht wordt geplaatst.

P a g i n a | 17

Een negatief effect op soorten is met het toepassen van onderstaande maatregelen uit te sluiten. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. - Schade aan algemene broedvogels dient te worden voorkomen door in de periode van 15 maart tot 15 juli te controleren dat binnen het gebied geen broedvogels verstoord worden door de uitvoering van de evenementen. Eventueel aanwezige broedgevallen, bijvoorbeeld in bomen, kunnen beschermd worden door dit deel met hekken af te zetten. - Plaats geen aanvullende verlichting die vleermuizen kan verstoren. Plaats geen aanvullende verlichting die op bomen en/of gevels of naar boven gericht is. 3.10 Stikstofuitstoot Bij nieuwe projecten en ontwikkelingen kan het noodzakelijk zijn om de stikstofuitstoot te bepalen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft ‘Nieuwkoopse Plassen en de Haeck’ en is gelegen op 10 kilometer afstand. Een toename aan stikstofdepositie door een verkeersaantrekkende werking en het gebruik van enkele generatoren is op deze afstand uitgesloten. Om dit inzichtelijk te maken zijn drie stikstofberekeningen gedaan voor Markt en Achter de Waag, die als bijlage zijn gevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Er is echter een actuele ontwikkeling dat de minister in mei 2019 ‘Polder Stein’ heeft aangemeld bij de Europese Commissie om te worden opgenomen op de communautaire lijst van Habitatrichtlijngebieden voor de stikstofgevoelige habitat glanshaverhooilanden. Dit gebied wordt op termijn dus ook stikstofgevoelig. NNN gebied is gelegen op ongeveer 600 meter afstand en belangrijk weidevogelgebied is gelegen op bijna 3 kilometer. Gezien de afstand tot de beschermde gebieden en het feit dat de uit te voeren activiteiten beperkt zijn, worden er geen effecten verwacht op Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland of belangrijk weidevogelgebied. Negatieve effecten door de generator van de ijsbaan en verkeersaantrekkende werking is niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd. Polder Stein, dat in de toekomst als stikstofgevoelig wordt aangewezen, is in deze berekening meegenomen. Uit de berekening blijkt dat er geen toename aan stikstofdepositie wordt veroorzaakt door de verkeersaantrekkende werking en het gebruik van een generator tijdens de evenementen. Hier zit wel een voorwaarde aan vast, dat de generator van bouwjaar 2014 of later moet zijn (Stage IV). Als gebruik wordt gemaakt van een oudere generator, dan wordt een toename van 0.01 mol stikstof/ha/jaar op Polder Stein veroorzaakt.

Zodra Polder Stein is aangewezen als stikstofgevoelig moet een nieuwe berekening uitwijzen of daadwerkelijk significant negatieve effecten veroorzaakt worden. En zo ja, dan kan dit opgelost worden door gebruik te maken van een nieuwere generator. 3.11 Duurzaamheid Om de ecologische footprint bij evenementen zo klein mogelijk te houden zijn verschillende maatregelen nodig. Het is belangrijk dat evenementenorganisatoren inzetten op duurzame maatregelen bij hun evenementen, zoals energiebesparing, energieopwekking (zonnepanelen bij een podium) of herbruikbare/recyclebare of bio-afbreekbare en papieren bekertjes en verpakkingen. Het scheiden van afval op evenementen wordt aangemoedigd. Het is zaak om het evenemententerrein schoon te houden tijdens het evenement en het terrein schoon achter te laten na het evenement. Op de site, evenementenhelpdesk.nl, worden organisatoren bij deze keuzes op weg geholpen. Nog meer winst valt te behalen als evenementenorganisatoren in Gouda hierbij samen optrekken. Met het faciliteren met evenementen in de Binnenstad, wordt er ook voor gezorgd dat bezoekers gemakkelijk met het openbaar vervoer, de fiets of te voet de evenementen kunnen bereiken en wordt autogebruik ontmoedigd.

Via de webpagina over Actualisatie evenementenbeleid Gouda 2019 is ook een overzicht van aanbevelingen voor Duurzaam evenement van de Omgevingsdienst Midden-Holland te downloaden. In dit document staan enkele voorbeelden voor praktische maatregelen die een evenement duurzamer kunnen maken. De gemeente zet in het kader van de nota Actualisatie evenementenbeleid Gouda 2019 en het handboek ‘Richtlijnen evenementen’ actief in op (verdere) verduurzaming van evenementen.

P a g i n a | 18

4

Participatie

In het kader van participatie waren twee avonden georganiseerd gepland, waarop omwonenden en belanghebbenden geïnformeerd zouden worden, voordat de aanvraag om een omgevingsvergunning zou worden ingediend. Het zou dan gaan over waartoe de omgevingsvergunningen voor de evenementenlocaties dienen en wat de te volgen procedure is. Ook was een korte presentatie voorbereid over de uitkomsten van het geluidsonderzoek. Deelnemers aan de sessie konden vragen stellen, reageren op de aanvraag om een omgevingsvergunning en suggesties meegeven. Gelet op de coronamaatregelen die in acht genomen moesten worden, konden informatieavonden niet op de gebruikelijke manier gehouden worden. Het was niet mogelijk om op korte termijn ruimten te regelen, waarbij voldaan kon worden aan coronamaatregelen. Er is daarom gekozen voor twee digitale bijeenkomsten. Wel zouden buurtbewoners zich moeten aanmelden. Gepland waren: - Dinsdagavond 15 september voor Markt en Achter de Waag, en; - Woensdagavond 16 september voor Museumhaven en Houtmansplantsoen, Omwonenden van deze locaties zijn per brief (meer dan 1.200 verstuurd) geïnformeerd over het lopende traject en de uit te voeren geluidsmetingen. Ook is hetzelfde aantal aan uitnodigingen voor de digitale informatieavonden verstuurd. Maar voor geen van deze avonden is een aanmelding ontvangen, waarmee beide avonden niet door zijn gegaan.

Na het niet doorgaan van deze consultatieronde is begonnen met het opstellen van de aanvraag om een omgevingsvergunning en een ruimtelijke onderbouwing. Deze worden samen met bijbehorende stukken, zoals het geluidsonderzoek, ingediend.

5

Communicatie

Op de verlening van de omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. De Omgevingsdienst Midden-Holland maakt onder andere in de Goudse Post bekend wanneer de aanvraag om de omgevingsvergunning is ontvangen. Binnen acht weken na binnenkomst van de aanvraag wordt een besluit omtrent de vergunning genomen en bekend gemaakt. Als de omgevingsvergunning is verleend door de omgevingsdienst, zal dit op dezelfde manier bekend worden gemaakt en wordt de verleende aanvraag ter inzage gelegd. Er kan dan gedurende zes weken bezwaar worden gemaakt door belanghebbenden. De evenementenkalender is het sturingsinstrument voor de gemeente om ervoor te zorgen dat er niet meer evenementen plaatsvinden op de locaties dan toegestaan volgens de omgevingsvergunning. Als het college in uitzonderlijke gevallen toch meer mogelijk wil maken (bijvoorbeeld Gouda750 in 2022), dan neemt het college een apart besluit hierover. Organisatoren zijn bij het verkrijgen van de evenementenvergunning verplicht om omwonenden, inclusief ondernemers, te informeren over evenementen die gaan plaatsvinden. Ook voor de warenmarkt, de Waag en het oude stadhuis op de Markt hebben evenementen consequenties. In de Marktverordening liggen afspraken vast met de warenmarkt.

In overleg met de warenmarkt is een protocol opgesteld over de werkwijze en de onderlinge communicatie bij evenementen. Voor de Waag en het oude stadhuis is het van groot belang, op een zo vroeg mogelijk moment af te stemmen over het evenement dat plaats gaat vinden. Voor grote evenementen wordt door de gemeente een gemeentelijk coördinatiepunt ingericht. Dit coördinatiepunt is actief tijdens grote evenementen. Het gaat daarbij met name om C-evenementen, waarbij de aanwezigheid van risico’s zeer waarschijnlijk is. Er is sprake van grote gevolgen voor de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.

P a g i n a | 19

6

Financieel

Door te kiezen voor één omgevingsvergunning per evenementenlocatie voor meerdere evenementen komen de kosten voor de vergunningaanvraag in de zin van leges bij de gemeente te liggen. Dit is ook niet geheel onlogisch, omdat het bestemmingsplan eigenlijk een hierop toegesneden bestemming of aanduiding dient te hebben met een goede ruimtelijke onderbouwing in de toelichting ervan. Voor evenementen die niet mogelijk gemaakt worden met deze omgevingsvergunning om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan, geldt dat de organisator per evenement niet alleen een evenementenvergunning, maar ook een eigen omgevingsvergunning moet aanvragen en de leges ervoor moeten betalen.

7

Overweging

Met het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan door de gemeente, wordt voorzien in de leemte van het ontbreken van een planologisch kader voor evenementenlocaties in de binnenstad. De omgevingsvergunning vormt het ruimtelijk kader waarbinnen de genoemde of soortgelijke evenementen gehouden kunnen worden. Dat kader bevat voorschriften over onder meer het aantal toegestane evenementen, de duur en de maximale geluidsbelasting. In deze ruimtelijke onderbouwing behorend bij de omgevingsvergunning is afgewogen onder welke belasting, als gevolg van evenementen, er nog sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit wat er in voorgaande hoofstukken is beschreven, kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goed woonen leefklimaat bij het evenement dat met deze omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt. Daarbij worden dan wel voor de evenementenlocatie Markt en Achter de Waag voorschriften meegegeven voor verscheidene evenementen, waaronder muziekevenementen zoals Koningsdag en Koningsnacht om ervoor te zorgen dat overlast en daarmee de impact op woon- en leefklimaat binnen de perken gehouden kan blijven. Deze voorschriften zijn opgesteld voor twee categorieën, aan de omgevingsvergunning verbonden.

Op voorhand is echter niet gezegd dat met het verlenen van de tijdelijke omgevingsvergunning - waarbij als uitgangspunt het bestaande evenementenaanbod is gehanteerd - er geen flexibiliteit meer mogelijk is in het aanbod van evenementen. Zolang maar kan worden onderbouwd dat met het verlenen van een omgevingsvergunning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Mocht er in een jaar onverhoopt sprake zijn van een of meerdere evenementen die niet passen binnen de omgevingsvergunning met deze ruimtelijke onderbouwing, dan kan voor die evenementen een aparte omgevingsvergunning worden aangevraagd. In de beoordeling van die aanvraag en de toetsing op de ruimtelijke aanvaardbaarheid zal met onder andere deze ruimtelijke onderbouwing rekening moeten worden gehouden.

Milieuhoofdstuk evenementen Gouda Locatie Markt / Achter de Waag Afdeling expertise

Versienummer: Datum:

1.0 December 2020

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

1 van 32

Productnummer Omschrijving Status Datum Opdrachtgever Opgesteld door

Markt / Achter de Waag

2020063282 Milieuhoofdstuk evenementen Markt / Achter de Waag Versie 1.0 December 2020 Gemeente Gouda, dhr. E. van Dijk D. Baars

Omgevingsdienst Midden-Holland

2 van 32

Inhoudsopgave 1

2

2

3

4

5

6

7

Milieueffectrapportage ..................................................................................................................... 5 1.1

Wet- en regelgeving ................................................................................................................ 5

1.2

Onderzoek ............................................................................................................................... 5

1.3

Conclusie ................................................................................................................................. 5

Geluid .............................................................................................................................................. 6 2.1

Wettelijk kader ......................................................................................................................... 6

2.2

Onderzoek ............................................................................................................................... 6

2.3

Rekenresultaten....................................................................................................................... 6

2.4

Geluidseisen voor evenementen ............................................................................................. 6

2.5

Conclusie en advies ................................................................................................................ 7

Luchtkwaliteit ................................................................................................................................. 15 2.1

Wet- en regelgeving .............................................................................................................. 15

2.1.1

Onderzoek ......................................................................................................................... 16

2.1.2

Conclusie ........................................................................................................................... 17

Bedrijven en milieuzonering .......................................................................................................... 18 2.1

Wet- en regelgeving .............................................................................................................. 18

3.1.1

Onderzoek ......................................................................................................................... 18

3.1.2

Conclusie ........................................................................................................................... 18

Externe veiligheid .......................................................................................................................... 19 2.1

Wet- en regelgeving .............................................................................................................. 19

4.1.1

Onderzoek ......................................................................................................................... 19

4.1.2

Maatregelen externe veiligheid .......................................................................................... 20

4.1.3

Conclusie ........................................................................................................................... 20

Bodem ........................................................................................................................................... 21 2.1

Wet- en regelgeving .............................................................................................................. 21

5.1.1

Onderzoek ......................................................................................................................... 21

5.1.2

Conclusie ........................................................................................................................... 22

Archeologie .................................................................................................................................... 23 2.1

Wet- en regelgeving .............................................................................................................. 23

2.2

Onderzoek ............................................................................................................................. 23

2.3

Conclusie ............................................................................................................................... 23

Ecologie ......................................................................................................................................... 24 2.1

Wet- en regelgeving .............................................................................................................. 24

7.1.1

Onderzoek ......................................................................................................................... 25

7.1.2

Resultaten .......................................................................................................................... 25

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

3 van 32

7.1.3 8

Conclusie ........................................................................................................................... 27

Provinciaal milieubelang ................................................................................................................ 28 2.1

Wet- en regelgeving .............................................................................................................. 28

8.1.1

Onderzoek ......................................................................................................................... 28

8.1.2

Conclusie ........................................................................................................................... 28

9

Bijlage 1: Geluid in de omgeving ten gevolge van Markt achter de Waag ................................... 29

10

Bijlage 2 Stikstofberekening Markt/Waag op natura 2000 gebieden ............................................ 30

11

Bijlage 3 Stikstofberekening Markt/Waag op Polder Stein met generator Stage III ...................... 31

12

Bijlage 4 Stikstofberekening Markt/Waag op Polder Stein ............................................................ 32

Markt / Achter de Waag

Omgevingsdienst Midden-Holland

4 van 32

1

Milieueffectrapportage

1.1

Wet- en regelgeving

De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. Globaal zijn er 3 soorten m.e.r.. 1.

Een plan-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)m.e.r. noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)m.e.r. noodzakelijk is. Dit zijn de activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor activiteiten uit Bijlage D geldt de plan-m.e.r. plicht direct als ze groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2. Als ze kleiner is dan die drempelwaarden, wordt de plan-m.e.r. plicht bepaald door de vormvrije m.e.r.-beoordeling. b. De activiteiten in het bestemmingsplan leiden tot mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk).

Bij een plan-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 3 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. 2.

Een project- of besluit-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. De activiteit genoemd is in Bijlage C van het Besluit m.e.r. b. De initiatiefnemer of het bevoegd gezag besloten hebben dat voor een activiteit uit Bijlage D van het Besluit m.e.r. een milieueffectrapport opgesteld wordt, cq. moet worden.

Bij een project- of besluit-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage C of D van het Besluit m.e.r. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan dat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een bedrijf (met aanzienlijke milieugevolgen). 3.

Een m.e.r.-beoordeling is wettelijk verplicht voor de activiteiten in kolom 1 van Bijlage D van het Besluit m.e.r: Indien de activiteit groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient de in de wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure beschreven te worden. Indien de activiteit kleiner is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient beoordeeld te worden of de in de Wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure al dan niet nodig is. Dit noemt men vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage 4 van het Besluit m.e.r.

1.2

Onderzoek

Voor de beoordeling of een project m.e.r plichtig wordt bepaald of de activiteit is opgenomen in de in Bijlage II van het besluit m.e.r. Evenementen komen niet voor in de bijlagen C en D van het besluit m.e.r. Op grond van deze constateren is er geen milieueffectrapportage plicht. Op grond van de passende beoordeling kan nog een verplichting tot de milieueffectrapportage optreden, daarom zijn Aerius berekeningen uitgevoerd. Uit de Aerius berekeningen blijkt dat er geen negatieve gevolgen op omliggen natura 2000 gebieden zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=c7a26204-1a36-4732-bf25-81443afcbb80