CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Subsidieverordening instandhouding erfgoed 2020.pdf

Commissie Fysieke leefomgeving 14 september 2022, gemeente GoudaBij agendapunt: @ Verlenging Gevelherstel Gouda 750 (dit onderwerp gaat direct door naar de besluitvormende vergadering)20.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De kosten zijn subsidiabel op grond van de Subsidieverordening voor zover naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders voldoende is aangetoond dat het om een kernwaarde gaat. Een kernwaarde aantonen kan bijvoorbeeld op basis van een tuinhistorisch rapport of literatuur. Vermelding in de registeromschrijving van de beschermde aanleg is niet doorslaggevend. Onderhoud Prioriteit 2: de kosten strekken tot instandhouding van monumentale waarden, maar 3. zijn om budgettaire redenen niet subsidiabel op grond van de Subsidieverordening. Restauratie: de kosten zijn niet subsidiabel op grond van de Subsidieverordening, maar kunnen 4. wel subsidiabel zijn op grond van een andere restauratiesubsidieverordening. Tabellen en grondslagen voor berekeningen Tabel voor de berekening van het honorarium inzake het opstellen van een instandhoudingsplan A.

37

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

De kosten voor het opstellen van een instandhoudingsplan, door een architect/bouwkundige/groenbeheerder/archeoloog, zullen worden getoetst aan de hieronder uitgewerkte honorariumpercentages. Tot de werkzaamheden inzake het opstellen van een instandhoudingsplan behoren: het (laten opstellen en) analyseren van het inspectierapport • het op basis van het inspectierapport opstellen van het instandhoudingsplan van de uit te • voeren werkzaamheden het opstellen van werkomschrijving/besteksparagraaf/bestek • het vervaardigen van eventuele bijbehorende tekeningen • het (laten) vervaardigen van ondersteunende foto’s • het opstellen van de – meer of minder gespecificeerde – meerjarenbegroting •

In de toelichting op het aanvraagformulier is aangegeven aan welke eisen genoemde stukken dienen te voldoen. Het subsidiabele honorariumbedrag voor het opstellen van een instandhoudingsplan wordt als volgt vastgesteld: Eerst wordt het honorariumpercentage bepaald aan de hand van het hiernavolgende overzicht, waarin dat percentage is gerelateerd aan de totale instandhoudingskosten/ bouwsom. Vervolgens wordt het subsidiabele honorariumbedrag berekend door het gevonden honorariumpercentage te vermenigvuldigen met de subsidiabele kosten. Overzicht van honorariumpercentages gerelateerd aan de totale instandhoudingskosten: tot € 50.000 3,43% van € 50.000 tot € 100.000 3,22% van € 100.000 tot € 150.000 3,04% van € 150.000 tot € 200.000 2,89% van € 200.000 tot € 250.000 2,76% van € 250.000 tot € 300.000 2,66% van € 300.000 tot € 350.000 2,56% van € 350.000 tot € 400.000 2,48% van € 400.000 tot € 450.000 2,41% van € 450.000 tot € 500.000 2,35% van € 500.000 tot € 550.000 2,29% van € 550.000 tot € 600.000 2,24% van € 600.000 tot € 650.000 2,19% van € 650.000 tot € 700.000 2,15% van € 700.000 tot € 750.000 2,11% van € 750.000 tot € 800.000 2,08% van € 800.000 tot € 850.000 2,05% van € 850.000 tot € 900.000 2,02% van € 900.000 tot € 950.000 1,99% van € 950.000 tot € 1.000.000 1,96% van € 1.000.000 tot € 1.050.000 1,94% van € 1.050.000 tot € 1.100.000 1,92% van € 1.100.000 tot € 1.150.000

1,89% van € 1.150.000 tot € 1.200.000 1,88% van € 1.200.000 tot € 1.250.000 1,86% van € 1.250.000 tot € 1.300.000 1,84% van € 1.300.000 tot € 1.350.000 1,82% van € 1.350.000 tot € 1.400.000 1,81% van € 1.400.000 tot € 1.450.000 1,79% van € 1.450.000 tot € 1.500.000 1,78% van € 1.500.000 tot € 1.550.000 1,77% van € 1.550.000 tot € 1.600.000 1,75% van € 1.600.000 tot € 1.650.000 1,74% van € 1.650.000 tot € 1.700.000 1,73% van € 1.700.000 tot € 1.750.000 1,72% van € 1.750.000 tot € 1.800.000 1,71% van € 1.800.000 tot € 1.850.000 1,70% van € 1.850.000 tot € 1.900.000 1,69% van € 1.900.000 tot € 1.950.000 1,68% van € 1.950.000 tot € 2.000.000 1,67% vanaf € 2.000.000 1,66%

38

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

B.

Tabel voor de berekening van het honorarium inzake de planbegeleiding Bij instandhoudingsplannen is begeleiding door een architect/bouwkundige/groenbeheerder/archeoloog subsidiabel indien en voor zover die begeleiding uit de volgende werkzaamheden bestaan: het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma aan de hand van het • instandhoudingsplan, analyse van het meest recente inspectierapport en een eigen inspectie van het monument • het opvragen van offertes, de prijsvorming en het verstrekken van uitvoeringsopdrachten • de begeleiding en controle tijdens de uitvoering • het opnemen/de oplevering van de uitgevoerde werkzaamheden • het opstellen van de eindafrekening en de financiële verantwoording, inclusief het eventueel • bijgestelde plan

De totale kosten voor de begeleiding van de uitvoering van een instandhoudingsplan, over de planperiode van zes jaar gerekend, zijn aan een maximum gebonden. Het subsidiabele honorariumbedrag voor de begeleiding wordt als volgt vastgesteld: Eerst wordt het honorariumpercentage bepaald aan de hand van het hiernavolgende overzicht, waarin dat percentage is gerelateerd aan de totale instandhoudingskosten/ bouwsom. Vervolgens wordt het subsidiabele honorariumbedrag berekend door het gevonden honorariumpercentage te vermenigvuldigen met de subsidiabele kosten. Overzicht van honorariumpercentages gerelateerd aan de totale instandhoudingskosten: tot € 50.000 7,86% van € 50.000 tot € 100.000 7,36% van € 100.000 tot € 150.000 6,95% van € 150.000 tot € 200.000 6,61% van € 200.000 tot € 250.000 6,32% van € 250.000 tot € 300.000 6,08% van € 300.000 tot € 350.000 5,86% van € 350.000 tot € 400.000 5,68% van € 400.000 tot € 450.000 5,52% van € 450.000 tot € 500.000 5,37% van € 500.000 tot € 550.000 5,24% van € 550.000 tot € 600.000 5,12% van € 600.000 tot € 650.000 5,02% van € 650.000 tot € 700.000 4,92% van € 700.000 tot € 750.000 4,83% van € 750.000 tot € 800.000 4,75% van € 800.000 tot € 850.000 4,68% van € 850.000 tot € 900.000 4,61% van € 900.000 tot € 950.000 4,55% van € 950.000 tot € 1.000.000 4,49% van € 1.000.000 tot € 1.050.000 4,43% van € 1.050.000 tot € 1.100.000 4,38% van €

1.100.000 tot € 1.150.000 4,33% van € 1.150.000 tot € 1.200.000 4,29% van € 1.200.000 tot € 1.250.000 4,25% van € 1.250.000 tot € 1.300.000 4,21% van € 1.300.000 tot € 1.350.000 4,17% van € 1.350.000 tot € 1.400.000 4,14% van € 1.400.000 tot € 1.450.000 4,10% van € 1.450.000 tot € 1.500.000 4,07% van € 1.500.000 tot € 1.550.000 4,04% van € 1.550.000 tot € 1.600.000 4,01% van € 1.600.000 tot € 1.650.000 3,99% van € 1.650.000 tot € 1.700.000 3,96% van € 1.700.000 tot € 1.750.000 3,94% van € 1.750.000 tot € 1.800.000 3,91% van € 1.800.000 tot € 1.850.000 3,89%

39

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

van € 1.850.000 tot € 1.900.000 3,87% van € 1.900.000 tot € 1.950.000 3,85% van € 1.950.000 tot € 2.000.000 3,83% vanaf € 2.000.000 3,81%

C.

Tabel voor de berekening van de toeslag voor het vervaardigen van aanvullende stukken (niet van toepassing op normaal onderhoud als bedoeld in de Subsidieverordening) Indien de instandhoudingswerkzaamheden ingrijpender herstel en/of grote ingrepen omvatten zijn aanvullende, meer gedetailleerde stukken nodig om het instandhoudingsplan goed te kunnen beoordelen. Welke aanvullende stukken dat betreft, hangt af van het uit te voeren werk. In dit verband wordt verwezen naar de toelichting op het aanvraagformulier. Voor het (laten) vervaardigen van de benodigde aanvullende stukken mag de architect/bouwkundige/groenbeheerder/archeoloog boven op het honorarium een toeslag berekenen. De totale som (plankosten, begeleidingskosten en toeslag) is aan een maximum gebonden conform onderstaande tabel. Overzicht van de toeslagpercentages gerelateerd aan de som van de opstel- en begeleidingskosten en toeslag: tot € 50.000 15,00% van € 50.000 tot € 100.000 14,00% van € 100.000 tot € 150.000 13,00% van € 150.000 tot € 200.000 12,00% van € 200.000 tot € 250.000 11,00% vanaf € 250.000 10,00%

D.

Grondslagen voor de berekening van het bouwplaatsuurloon Grondslagen voor de berekening van de gemiddelde loonkosten van aannemers en onderaannemers zijn: bouwplaatsbezetting: jeugdgroep 2%; volwassenen groep B 25%; volwassenen groep D • 60%; voorlieden toeslag 13% onderscheid wordt gemaakt in: uurloon inzittenden (30%), uurloon alléén chauffeur (40%) • en uurloon chauffeur + inzittenden (30%) ziekteverzuim: 6,5% •

Subsidiabele gemiddelde (bouwplaats)uurloon: Het actuele subsidiabele gemiddelde uurloon staat vermeld op de internetsite van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed www.cultureelerfgoed.nl en op www.monumenten.nl. Het gemiddelde uurloon is inclusief twee reisuren maar exclusief algemene bouwplaatskosten, algemene bedrijfskosten, winst + risico en btw.

E.

Grondslagen voor de opbouw van de algemene bouwplaatskosten De kosten van een aannemer zijn te verdelen in directe en indirecte kosten. Directe kosten: Tot de directe kosten van een bouwwerk behoren de kosten van de daarin te verwerken materialen en het daarbij behorende loon van het personeel. Onder de directe kosten worden voor instandhoudingswerkzaamheden ook begrepen de kosten van eventuele onderaannemers en steigerwerk. Indirecte kosten: De indirecte kosten zijn de kosten van de hulpmiddelen en de organisatie die nodig zijn om het bouwwerk tot stand te brengen. De indirecte kosten worden verdeeld in:

40

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

•

Algemene bouwplaatskosten: kosten van de (hoofd)aannemer die niet direct aan een onderdeel zijn toe te wijzen zoals: voorbereiding; v Arbo-voorzieningen ten behoeve van de uitvoering van het werk (inclusief de kosten v voor het Arbo-plan/-dossier en de uitvoering daarvan een en ander conform de eisen van de Arbowet); inrichting van het bouwterrein (onder andere de huur plus aan-/afvoer van keten v alsmede de elektrische en werktuigbouwkundige werkzaamheden ten behoeve van de terreininrichting); aansluiting en verbruik van elektra/gas/water/telefoon; v hekwerken / terreinafsluitingen (zoals preventieve maatregelen tegen vandalisme); v bouwplaatsverlichting; v uitvoerder / toezicht / begeleiding en dergelijke; v werk- en bouwvergaderingen, weekrapporten, en dergelijke; v aan- en afvoer (laden / lossen); v periodiek opruimen (inclusief de afvoer van bouwafval); v afschrijving van klein materieel (waaronder elektrisch gereedschap); v oplevering. v

•

Algemene bedrijfskosten: kosten die samenhangen met de algehele leiding van het bedrijf en die van de algemene en administratieve diensten.

Normen voor subsidiabele aannemerskosten: gemiddelde bouwplaatsuurloon op basis van hoofdstuk 4, paragraaf 4 a. post onvoorzien: maximaal 5% b. algemene bouwplaatskosten (ABK), te berekenen over de directe kosten: gemiddeld 9% c. algemene bedrijfskosten (AK), te berekenen over de som van de directe kosten en de d. algemene bouwplaatskosten: gemiddeld 7% e. winst en risico (W&R), te berekenen over de som van de directe kosten, algemene f. bouwplaatskosten en algemene bedrijfskosten: gemiddeld 3% g. indexering: maximaal 3% per jaar h.

De onderdelen c, d en e bij elkaar vormen een opslag van maximaal 20%. Omvatten de instandhoudingswerkzaamheden ook ingrijpender herstel en/of grote ingrepen dan dient de begroting van de aannemer dan wel de architect, archeoloog of ingenieur voor de beoordeling van de subsidiabele kosten, alleen voor zover het de ingrijpende werkzaamheden betreft, gespecificeerd te zijn in onder andere eenheden, uren, materiaal- en materieelkosten, stel- en verrekenposten.

41

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

BIJLAGE II Richtlijn aanvragen instandhoudingsubsidie erfgoed Gouda Betreft bijlage als bedoeld in artikel 1.7 van de Subsidieverordening Instandhouding Erfgoed Gouda 2020 1.1 aanvraag subsidie De aanvrager vraagt subsidie aan bij het college door indiening van een volledig ingevuld en 1. ondertekend aanvraagformulier dat het college heeft vastgesteld en beschikbaar gesteld. Aanvragen kunnen het hele jaar worden ingediend en worden op volgorde van binnenkomst in 2. behandeling genomen. De aanvraag gaat vergezeld van de vereiste gegevens en bescheiden die op het aanvraagformulier 3. worden genoemd. Op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de subsidieaanvrager kan het college 4. vrijstelling verlenen van het verstrekken van een of meer van de in het derde lid bedoelde gegevens. 1.2 doorschuiven aanvraag Het college kan een aanvraag die na het bereiken van het subsidieplafond voor het betreffende jaar wordt ontvangen, aanmerken als een aanvraag per 1 januari van het jaar daarop. Het subsidieplafond en de wijze van verdeling van dat jaar gelden dan. 1.3 subsidieverlening Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag als bedoeld in Artikel 1, 1. eerste lid. Het college beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met redenen omkleed eenmalig met acht 3. weken verlengen.

Bij de verlenging als bedoeld in het derde lid doet het college daarvan melding aan de 4. subsidieaanvrager. Het college kan naast de in Artikel 4:35 van de Awb genoemde weigeringsgronden de 5. subsidieverlening weigeren, indien: de noodzaak van de activiteit niet is aangetoond; a. de voorgenomen uitvoering van de activiteit onvoldoende doelmatig is; b. reeds een begin is gemaakt met de werkzaamheden voordat de aanvraag als bedoeld in c. Artikel 5, eerste lid bij het college is ingediend en de bijbehorende bescheiden zijn goedgekeurd; de aanvraag in strijd is met deze verordening. d.

1.4 gereedmelding De subsidieontvanger meldt de activiteit direct na voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk 1. binnen drie jaar na het verlenen van de subsidie, bij het college gereed door indiening van een volledig ingevuld en ondertekend gereedmeldingsformulier dat het college heeft vastgesteld en beschikbaar gesteld. De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid is tevens een aanvraag om vaststelling en uitbetaling 2. van de subsidie. De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van: 3. een verklaring van de subsidieontvanger dat de activiteit is uitgevoerd overeenkomst de a. subsidieverlening; een gespecificeerde opgave van de kosten van de activiteit met daarop betrekking hebbende b. rekeningen en betaalbewijzen; een opgave van de dag waarop de activiteit is gereedgekomen; c. de overige op het gereedmeldingsformulier gevraagde gegevens en bescheiden. d. 4. 5.

Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in het eerste lid. De subsidieontvanger dient gedurende een periode van vijf jaar na de gereedmeldingsdatum informatie beschikbaar te houden die het college noodzakelijk acht.

1.5 subsidievaststelling Binnen dertien weken na ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in artikel 1.4 stelt het 1. college de subsidie vast. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn eenmalig met vier weken verlengen voor 2. zover de controle op de juistheid van de gegevens daartoe aanleiding geeft.

42

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

3. 4.

Bij de verlenging als bedoeld in het tweede lid doet het college daarvan melding aan de subsidieontvanger. Subsidievaststelling vindt plaats op basis van de door het college goedgekeurde subsidiabele kosten met als maximum het bij de subsidieverlening toegekende bedrag.

1.6 subsidie-uitbetaling Het college betaalt de subsidieontvanger de subsidie uit als bedrag ineens binnen vier weken na het besluit als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid. 1.7 intrekking of wijziging subsidievaststelling en terugvordering Het college is bevoegd, wanneer de subsidieverlening of subsidievaststelling wordt of is ingetrokken of gewijzigd, ten onrechte uitbetaalde subsidie geheel of gedeeltelijk met vergoeding van de wettelijke rente terug te vorderen. 1.8 ontheffing van termijnen Het college kan op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger 1. ontheffing verlenen van genoemde termijnen. Indien het college een verzoek als bedoeld in het eerste lid honoreert, geeft het een nieuwe termijn 2. aan. 1.9 Aanvullende voorwaarden In de beschikking tot subsidieverlening kan het college voorwaarden stellen en verplichtingen opleggen.

43

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

BIJLAGE III Richtlijn aanvragen instandhoudingsfinanciering erfgoed Gouda (SVn) Betreft bijlage als bedoeld in artikel 1.7 van de Subsidieverordening Instandhouding Erfgoed Gouda 2020 1.1 aanvraag financiering De aanvrager vraagt een instandhoudingslening aan bij het college door indiening van een volledig 1. ingevuld en ondertekend aanvraagformulier dat het college heeft vastgesteld en beschikbaar gesteld. Aanvragen om een instandhoudingslening kunnen het hele jaar worden ingediend en worden op 1. volgorde van binnenkomst in behandeling genomen. De aanvraag gaat vergezeld van de vereiste gegevens en bescheiden die op het aanvraagformulier 2. worden genoemd, zoals: de opgave van de te treffen instandhoudingsmaatregelen, 3. de werkelijke kosten van het treffen van de stimuleringsmaatregelen alsmede een financiële 4. onderbouwing van deze opgave, bijvoorbeeld offertes, een planning van de uitvoering van de werkzaamheden. 5. Op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de aanvrager van een instandhoudingslening 6. kan het college vrijstelling verlenen van het verstrekken van een of meer van de in lid 3 bedoelde gegevens. Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag als bedoeld in artikel 1, 7. eerste lid. 1.2 ontvankelijkheid van de aanvraag Indien de aanvraag niet alle gegevens bevat die het college voor het nemen van een beslissing 1.

noodzakelijk acht, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een termijn van vier weken te completeren. Indien de aanvraag niet binnen de aangegeven termijn is gecompleteerd, besluit het college de 2. aanvraag buiten behandeling te stellen. 1.3 vaststelling financierbare kosten Het college stelt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag de financierbare kosten 1. vast. Het college kan de in lid 1 genoemde termijn eenmalig met vier weken verlengen voor zover de 2. controle op de juistheid van de gegevens daartoe aanleiding geeft. Bij de verlenging als bedoeld in lid 2, doet het college daarvan melding aan de aanvrager. 3. De toekenning van de Instandhoudingslening vindt plaats op basis van de door het college 4. goedgekeurde financierbare kosten. De financierbare kosten worden berekend en vastgesteld conform de ‘Richtlijn subsidiabele 5. instandhoudingskosten erfgoed Gouda’ (zie bijlage I). 1.4 toekenning financiering Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, dan wel na het compleet 1. worden daarvan, een beslissing en deelt die middels een toewijzings- of afwijzingsbesluit mee aan de aanvrager. Het college kan de in lid 1 genoemde termijn met redenen omkleed eenmalig met acht weken 2. verlengen. Bij de verlenging als bedoeld in lid 2 doet het college daarvan melding aan de aanvrager. 3.

Uit overschrijding van de in lid 2 bedoelde termijn kan de aanvrager niet afleiden dat zijn aanvraag 4. is of wordt gehonoreerd. De in lid 4 bedoelde beslissing is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, waartegen 5. bezwaar en beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden. Het college kan naast de in artikel 4:35 van de Awb genoemde weigeringsgronden de financiering 6. weigeren indien: de noodzaak van de activiteit niet is aangetoond; a. de voorgenomen uitvoering van de activiteit onvoldoende doelmatig is; b. reeds een begin is gemaakt met de werkzaamheden voordat de aanvraag als bedoeld in c. artikel 5, eerste lid bij het college is ingediend en de bijbehorende bescheiden zijn goedgekeurd; de aanvraag in strijd is met deze verordening. d.

1.5 gereedmelding

44

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

1.

2.

3. 4.

De aanvrager meldt de activiteit direct na voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk binnen drie jaar na het verlenen van de instandhoudingslening, bij het college gereed door indiening van een volledig ingevuld en ondertekend gereedmeldingsformulier dat het college heeft vastgesteld en beschikbaar gesteld. De gereedmelding als bedoeld in lid 1 gaat vergezeld van: een verklaring van de aanvrager dat de activiteit is uitgevoerd overeenkomstig de vaststelling a. van de financierbare kosten; een gespecificeerde opgave van de kosten per activiteit met de daarop betrekking hebbende b. rekeningen en betaalbewijzen; een opgave van de dag waarop de activiteit is gereedgekomen; c. de overige op het gereedmeldingsformulier gevraagde gegevens en bescheiden. d. Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in het lid 1. De aanvrager dient gedurende een periode van vijf jaar na de gereedmeldingsdatum informatie beschikbaar te houden die het college noodzakelijk acht.

1.6 deelnemingsovereenkomst Op deze Richtlijn is van toepassing de deelnemingsovereenkomst tussen de gemeente Gouda en SVn. 1.7 Afwijzen aanvraag/intrekken toewijzing Het college wijst een aanvraag af of trekt een toewijzingsbesluit voor het aanvragen van een Instandhoudingsregeling bij SVn in, indien: het budget niet toereikend is om de aanvraag te honoreren; a. de werkelijke kosten naar zijn oordeel niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen b. resultaat; de werkelijke kosten minder bedragen dan € 2.500,-; c. er niet is voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften en/of bepalingen. d. de Instandhoudingsregeling is toegekend of vastgesteld op grond van onjuiste gegevens. e. 1.8 Financiële toets, verstrekken en beheer Instandhoudingsregeling door SVn De toewijzing door het college betreft een reservering voor een Instandhoudingsregeling uit het 1. gemeentelijke budget. De toewijzing voor het aanvragen van een Instandhoudingsregeling vormt het startpunt voor een autonome financiële toetsing door SVn. De verordening is in overeenstemming met de productspecificaties Instandhoudingsregeling van 2. SVn en de deelnemingsovereenkomst die is gesloten tussen <de gemeente……..> en SVn. SVn stelt de definitieve hoogte van de Instandhoudingsregeling vast en bij en positieve financiële 3. toets brengt SVn een offerte uit.

Bij een negatieve financiële toets, wijst SVn de lening af en brengt de aanvrager en gemeente hiervan op de hoogte. SVn verstrekt en beheert een geoffreerde Instandhoudingsregeling. Indien de aanvrager het niet 4. eens is met de financiële toets van SVn, kan er een klachtenprocedure worden gestart bij SVn en vervolgens eventueel bij het KIFID of zich wenden tot de bevoegde burgerlijke rechter.

45

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

BIJLAGE IV Schema Financiële ondersteuning versus Handhaving Betreft bijlage bij de Subsidieverordening Instandhouding Erfgoed Gouda 2020

Voor de verklaring van de begrippen, zie: Subsidieverordening Instandhouding Erfgoed Gouda 2020, artikel 1.1.1. noten: 1) Boven nomaal onderhoud/restauratiewerk is beperkt subsidiabel. Er wordt bij subsiëring echter prioriteit gegeven aan normaalregulier onderhoud. Restauratiewerk dat het gevolg is van gebrek aan structureel en/of planmatig onderhoud is niet-subsidiabel. 2) Cascoherstel is subsidiabel, mits van toepassing op monumentale onderdelen. Cascoherstel dat het gevolg is van gebrek aan structureel en/of planmatig onderhoud is niet-subsidiabel. 3) Reconstructie is niet subsidiabel, tenzij de reconstructie in direct verband staat met de goedgekeurde, subsidiabele onderhoudskosten. 4) Inzet gemeente verloopt via de ODMH conform het Stappenplan Handhavingstraject Instandhoudingsplicht (bijlage III bij de Erfgoedverordening)

46

Gemeenteblad 2020 nr. 46193

20 februari 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=c2474fb1-a692-48ee-ab07-78569bbb612b