Bijlage 1 Onderbouwing ETFAL Goejanverwelledijk 85 en 87
Tekst van het document
Het gaat dan om een locatie van een initiatief dat zelf buiten het aandachtsgebied ligt. Dit kan nodig zijn bij activiteiten die relatief veel luchtvervuiling veroorzaken en over een grotere afstand effect hebben. Denk aan extra verkeer of bedrijfsemissies. De vergunningverlener toetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In Bkl zijn onder andere omgevingswaarden opgenomen voor zwaveldioxide (artikel 2.3), stikstofdioxide en stikstofoxiden (artikel 2.4) en fijn stof (artikel 2.5). De omgevingswaarden gelden voor de buitenlucht. Deze zijn niet van toepassing op een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (PbEG 1989, L 393) waartoe het publiek gewoonlijk geen toegang heeft. In tabel 6.5 is een overzicht gegeven van de omgevingswaarden uit het Bkl. Tabel 6.5: Omgevingswaarden maatgevende stoffen Besluit kwaliteit leefomgeving. kalenderuurgemiddelde 24-uursgemiddelde Opmerkingen stof jaargemiddelde NO2 40 µg/m3 200 µg/m3 n.v.t. Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden PM2,5 25 µg/m3 n.v.t. n.v.t.
n.v.t. PM10 40 µg/m3 n.v.t. 50 µg/m3 24-uursgemiddelde Mag 35x per jaar worden overschreden Artikel 8.17 van het Bkl stelt dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend als de omgevingswaarden in acht worden genomen. Onderzoek luchtkwaliteit Voor de toetsing of het plan in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit is van belang met welke functies het plangebied wordt uitgebreid. Ten opzichte van de bestaande situatie is er alleen sprake van het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning. Project is NIBM Het plan voorziet in het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning. Hier is sprake van een project niet in betekenende mate bijdragen. Er behoeft niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Om een beeld te krijgen van de luchtkwaliteit in het plangebied is verder nog het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) geraadpleegd voor 2021 en het prognosejaar 2030 in de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie langs de Goejanverwelledijk ter plaatse van het plangebied (detailgegevens: x: 111499 y: 446355). Hieruit blijkt dat hier de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide ten hoogste 14,3 µg/m³ bedraagt. De
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 49
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) bedraagt ten hoogste 16,4 µg/m³. De concentraties liggen daarmee onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m³. Voor PM2,5 geldt dat de hoogste concentratie 9,0 µg/m³ bedraagt en ligt daarmee onder de wettelijke waarde van 25 µg/m³. Geconcludeerd wordt dat het Bkl de uitvoering van het project niet in de weg staat. Conclusie In het algemeen kan worden gesteld dat als in de huidige situatie aan de grenswaarden wordt voldaan, ook in toekomstige jaren wordt voldaan. Deze ontwikkeling maakt een vervolgfunctie naar wonen mogelijk. Volgens de CIMLK is de concentratie NO2, PM10 en PM2,5 op de rekenpunten onder de grenswaarden, zodat er geen gevolgen zijn voor deze functie. Volgens de prognoses wordt de luchtkwaliteit in de komende jaren, door het schoner worden van het verkeer, steeds beter. Artikel 8.17 (beoordelingsregels milieubelastende activiteit luchtkwaliteit) van het Bkl staat deze planontwikkeling dan ook niet in de weg. 6.1.6 Omgevingsveiligheid Wettelijk kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7. lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht.
Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brandof explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl). Als het initiatief in een voorschriftengebied ligt, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten.
Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige
50
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
regelgeving) van buisleidingen: paragraaf 5.1.2.3 Bkl; Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: paragraaf 5.1.2.4 Bkl; Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (paragraaf 5.1.2.5 Bkl); Veiligheid rond luchthavens (paragraaf 5.1.2.6 Bkl). Onderzoek / beoordeling Voor Omgevingsveiligheid is een aantal bronnen van belang, namelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor of het water, het transport door ondergrondse leidingen en de opslag van gevaarlijke stoffen. Voor het plangebied is de Signaleringskaart EV geraadpleegd. Deze kaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de Signaleringskaart zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle bedrijven gevestigd. Wel ligt er in het aandachtsgebied een hoogspanningsleiding (figuur 12). Verder zijn er geen aandachtsgebieden vanuit oogpunt van omgevingsveiligheid.
Figuur 12: Uitsnede Signaleringskaart EV. Plangebied zwart omkaderd. Hoogspanningsleiding Ten zuidoosten van het plangebied ligt de 380 kV hoogspanningslijn Krimpen aan den IJssel - Breukelen Kortrijk/ Oostzaan (KIJ - BKK/OZN380). Binnen de magneetveldzone wordt de bestaande woonboerderij en zomerwoning planologisch omgezet naar wonen. Het gaat hier om een al decennialang bestaande woonsituatie. De nieuw te bouwen schuurwoning ligt buiten de magneetveldzone zoals is aangetoond in het rapport van Movares, waarin de specifieke magneetveldzone is berekend (rapport van 4 februari 2022, Bijlage 6). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport).
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 51
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
De breedte van de specifieke magneetveldzone is voor ieder lijndeel (het stuk hoogspanningslijn tussen twee masten) berekend op 1 meter hoogte bij het laagste punt van de geleiders. De breedte van de magneetveldzone is het punt gemeten uit het hart van de hoogspanningslijn waarop de waarde van 0,4 µT voor de magnetische veldsterkte wordt bereikt. De berekende breedte van de specifieke magneetveldzone is hierbij afgerond op de dichtst bijgelegen veelvoud van 5 meter. De resultaten van de berekening van de specifieke magneetveldzone zijn weergegeven in de onderstaande Tabel 6.6. Tabel 6.6: Breedte van de specifieke magneetveldzone.
Hieruit kan het volgende worden afgeleid. De sterkte van het magneetveld in de buurt van een hoogspanningslijn hangt af van de stroom door de draden, de afstand tot de draden en de manier waarop de draden aan de mast zijn opgehangen. Op basis van algemene data is per hoogspanningslijn de indicatieve magneetveldzone bepaald. Voor deze hoogspanningslijn is dat 110 meter vanaf de hartlijn van de hoogspanningsverbinding. Bij het berekenen van de specifieke magneetveldzone wordt volledig ’ingezoomd’ op een klein stukje van de hoogspanningslijn ter hoogte van het plangebied. Uit de berekeningen blijkt dat de specifieke magneetveldzone ter hoogte van het plangebied 100/105 meter bedraagt. Dat is iets kleiner dan de indicatieve magneetveldzone, wat als een normale uitkomst wordt beschouwd. Er is geen reden om de uitkomsten in twijfel te trekken. Gelet op de specifieke de magneetveldzone zijn er geen beperkingen. Gelet op de specifieke de magneetveldzone zijn er eveneens geen beperkingen voor de nieuw te bouwen woning, omdat de nieuwe woning buiten de magneetveldzone ligt zoals aangeduid op de nieuwe situatietekening (figuur 4) in paragraaf 3.1. Voorzorgbeleid Op 21 april 2023 is het herijkte voorzorgbeleid magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen in werking getreden.
Het doel van het voorzorgbeleid magneetvelden is om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat burgers (volwassenen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van de elektriciteitsinfrastructuur. Niet omdat dit om gezondheidsredenen noodzakelijk is, maar uit voorzorg. De GGD heeft aangegeven dat, omdat het hier enerzijds gaat om bestaande woningen (woonboerderij en zomerwoning) die al decennialang in gebruik zijn als woning en omdat de nieuwe woning buiten de magneetveldzone komt te liggen, het voorzorgbeleid voor dit bouwplan niet van toepassing is. In de omgevingsvergunning zal hierover een voorschrift worden opgenomen, opdat initiatiefnemer en opvolgende eigenaren hiervan op de hoogte zijn.
Hoogespanningsleiding. Links plangebied.
Hoogspanningsleiding met woningen in Goverwelle.
52
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Handreiking hoogspanningslijnen RIVM Er zijn aanwijzingen dat magneetvelden in de buurt van het elektriciteitsnet invloed op de gezondheid kunnen hebben. Vanwege de mogelijke gezondheidseffecten heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voorzorgbeleid voor magneetvelden van het elektriciteitsnet ontwikkeld. Het gaat hier om het beleid Handreiking | RIVM, versie 5.0 van 21 april 2023. De gemeente is op de op de hoogte van de nieuwste versie van het advies van het RIVM, waarbij het advies is uitgebreid: niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen. Conclusie Bij omgevingsveiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen gelden geen beperkingen voor het plangebied. 6.1.7 Gezondheid Wettelijk kader In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Eén van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden.
In artikel 3.3 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met het voorzorgsbeginsel en andere milieubeginselen. In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Over gezondheid in de omgevingsvergunning gaan de artikelen 5.32 en 5.42 lid 4 van de Omgevingswet en de artikelen 8.101 en 8.102 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Onderzoek/ beoordeling In de Omgevingsvisie Gouda is in paragraaf 5.4 (Gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving) aandacht besteed aan een gezonde leefomgeving. Voor zowel gezondheid als veiligheid is de samenhang tussen fysiek en sociaal domein van belang. Naast een bruisende binnenstad is er ook rust en ruimte nodig in de stad. Goudse woonwijken zoals Westergouwe en Bloemendaal moeten een gezond leefklimaat bieden door stilte, schone lucht en voldoende ruimte voor kinderen om veilig te spelen. Overheid, ontwikkelende partijen, ondernemers en inwoners hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid om te investeren in een gezondheid bevorderende leefomgeving, bestaande uit zowel woningen, gezamenlijke voorzieningen en de openbare ruimte. De gemeente ziet hier de volgende uitdagingen voor de toekomst.
De belangrijkste deelopgaven betreffen: Werken aan een gezonde leefomgeving Bescherming van natuurwaarden (verbetering van de biodiversiteit) Meer ruimte om te bewegen (spelen, sporten, recreëren) Mobiliteit, met minimale milieu- impact Schone stadslogistiek Conclusie Beschermen van de gezondheid en een veilige leefomgeving is in algemene zin opgenomen in de Omgevingsvisie Gouda. Gezondheid wordt nader vastgelegd in het omgevingsplan in de vorm van omgevingswaarden. De aanvraag omgevingsvergunning is in overeenstemming met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 53
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
6.2
Archeologie en cultuurhistorie
6.2.1 Archeologie Wettelijk kader De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (artikel 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan.
Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. Provinciaal beleid Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland geeft de cultuurhistorische waarden in archeologisch en landschappelijk opzicht en voor wat betreft de nederzettingen aan. Plannen ter plaatse van de gebieden met cultuurhistorische waarden vereisen een nadere analyse en afweging. Om cultuurhistorie te behouden heeft de provincie daarnaast zogenaamde regioprofielen opgesteld. De profielen zijn een uitwerking van de algemene richtlijnen die in de Provinciale omgevingsvisie staan vermeld. Deze richtlijnen gelden ook voor het thema archeologie. Gouda valt gedeeltelijk in het regioprofiel Krimpenerwaard. De terreinen waarvan de archeologische waarde bekend is, staan aangegeven op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) staat de zogenaamde verwachtingswaarde aangegeven. De provincie Zuid-Holland gebruikt beide kaarten en de CHS bij advisering en beoordeling van (wijziging van) het omgevingsplan, bij het verlenen van ontgrondingvergunningen en bij advisering over omgevingsvergunningen, bodemsaneringen en peilbesluiten. Gouda heeft echter zelf een beleidskaart ontwikkeld, waarin de gegevens van de AMK, IKAW, en CHS zijn verwerkt en verfijnd.
De Goudse beleidskaart dient daarom als basis voor het archeologisch beleid in Gouda. Gemeentelijk beleid Gemeentelijke archeologische beleidskaart (2011) In aanvulling op het rijks- en provinciaal archeologisch beleid heeft de gemeente Gouda in juni 2011 de geactualiseerde gemeentelijke archeologische beleidskaart (ABK) vastgesteld. Op de ABK is aangegeven in welke gebieden binnen de gemeente archeologische waarden aangetroffen kunnen worden. In die gebieden is een omgevingsvergunning voor de activiteit archeologie vereist bij bodemverstorende werkzaamheden. In het beleid is opgenomen in welke situaties vrijstelling geldt van deze verplichting: 1. Omvang op een hoogwaardige locatie met bijzonder waarde (archeologisch monument): geen vrijstelling; op een hoogwaardige locatie: vrijstelling voor projecten kleiner dan 50 m²; in een zone met een hoge verwachting: vrijstelling voor projecten kleiner dan 100 m²; in een zone met een lage verwachting: vrijstelling voor projecten kleiner dan 10.000 m². 2. Diepte Alle onderzoeken in Gouda tonen aan dat de gemiddelde dikte van de verstoorde bovenlaag in Gouda meer dan 50 cm bedraagt. Zolang werkzaamheden niet dieper dan 50 cm -mv worden uitgevoerd, is er
54
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
geen archeologisch onderzoek of een omgevingsvergunning activiteit archeologie vereist. Hiermee wordt afgeweken van de provinciale norm van 30 cm -mv. Op sommige plaatsen is bekend dat de archeologische waarden zich op grotere diepte bevinden, bijvoorbeeld onder recente ophogingspakketten. Hier geldt een dieptevrijstelling van 2 meter, pas bij diepere graafwerkzaamheden is onderzoek of een vergunning noodzakelijk. Archeologievriendelijk bouwen Bovenstaande verplichtingen en vrijstellingen gelden in situaties waar behoud in situ van de archeologische waarden geen optie is. Waar mogelijk probeert Gouda behoud in situ wel actief te stimuleren. Daarom is het archeologievriendelijk bouwen geïntroduceerd: wanneer een bouwplan voldoet aan een aantal richtlijnen, wordt het bodemarchief nog maar zo weinig verstoord dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. De richtlijnen voor archeologievriendelijk bouwen zijn opgenomen in het beleid en vastgelegd in de Verordening inzake monumenten en archeologie. Onderzoek/ beoordeling Het projectgebied kent alleen langs de Goejanverwelledijk een hoge archeologische verwachtingswaarde (figuur 13). Voor gebieden met een hoge trefkans (bruin gebied) is een archeologievergunning nodig voor projecten groter dan 100 m², waarvan de bodemverstorende ingrepen dieper reiken dan 0,5 m -mv.
De nieuw de bouwen schuurwoning en berging liggen ten noorden hiervan. Dit gedeelte heeft een lage verwachtingswaarde, zodat een onderzoek naar archeologie achterwege kan worden gelaten. Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld voor deze planontwikkeling.
Figuur 13: Uitsnede gemeentelijke archeologische beleidskaart (plangebied oranje omlijnd).
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 55
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
6.2.2 Cultuurhistorie Provinciaal beleid Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) geeft de cultuurhistorische waarden in archeologisch en landschappelijk opzicht en voor wat betreft de nederzettingen aan. De terreinen waarvan de archeologische waarde bekend is, staan aangegeven op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) staat de zogenaamde verwachtingswaarde aangegeven. De provincie Zuid-Holland gebruikt beide kaarten en de CHS bij advisering en beoordeling van (wijziging van) het omgevingsplan, bij het verlenen van ontgrondingvergunningen en bij advisering over omgevingsvergunningen, bodemsaneringen en peilbesluiten. Gouda heeft echter zelf een beleidskaart ontwikkeld, waarin de gegevens van de AMK, IKAW, en CHS zijn verwerkt en verfijnd. De Goudse beleidskaart dient daarom als basis voor het cultuurhistorisch beleid in Gouda. Gemeentelijk beleid Nota Cultuurhistorie De Nota Cultuurhistorie van de gemeente Gouda behandelt het cultuurhistorisch erfgoed zoveel mogelijk integraal (monumentenzorg, archeologie en landschapsbehoud). Centraal staat het streven het cultuurhistorisch erfgoed een bijdrage te laten leveren aan de eigen identiteit en herkenbaarheid van Gouda waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van haar bestaande kwaliteiten.
Samen met de erfgoedvisie vormt de nota het cultuurhistorisch beleidskader voor de begeleiding van bouwinitiatieven. Erfgoedvisie 2013 Sinds het vaststellen van de nota Cultuurhistorie is de omgeving veranderd. Budgetten voor stedelijke vernieuwing zullen wegvallen en hervormingen en bezuinigingen als gevolg van de crisis hebben hun invloed op het erfgoed in Gouda. Dit vraagt om een vernieuwingsslag; het beleid moet worden herijkt. Gouda wil zich blijven profileren met haar erfgoed en moet daarom antwoorden geven op de gevolgen van de economische crisis en vorm geven aan nieuwe inzichten. Belangrijke verschuiving is dat lange tijd het monument belangrijk was. Nu is de context leidend. Ander belangrijk nieuw inzicht is dat voorheen de nadruk vooral lag op conservering van het object. Nu ligt de focus juist op de ontwikkeling van het aanwezige erfgoed. In de komende periode wordt de visie uitgewerkt middels een uitvoeringsprogramma. Cultuurhistorische Analyse In de Erfgoedvisie is het beleid vastgelegd dat voor locaties waar zich nieuwe ontwikkelingen voordoen en een initiatiefnemer zich voorbereidt op een nieuw plan, een cultuurhistorische analyse (CHA) wordt opgesteld. De gebieden waar dit van toepassing is, zijn vastgelegd op de kaart 'Cultuurhistorische Analyse' (de zogenaamde "gele vlekkenkaart", figuur 14).
Met de Cultuurhistorische Analyses worden alle belangrijke waarden in kaart gebracht.
56
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Figuur 14: Uitsnede Cultuurhistorische Analyse (plangebied rood omlijnd). Bouwhistorische quickscan Goejanverwelledijk 85-87, Gouda Bureau Helsdingen te Vianen heeft een bouwhistorische quickscan opgesteld, waarin de cultuurhistorische waarde van Goejanverwelledijk 85-87 met bijbehorend erf en bijgebouwen wordt beschreven en gewaardeerd. Aanleiding voor dit rapport is het voornemen om extra woningen op het erf te realiseren. De boerderij met erf en bijgebouwen zijn beschermd als gemeentelijk monument. Het rapport van 15 maart 2022 is opgenomen in Bijlage 7. Een samenvatting van de waardering en aanbevelingen voor nader onderzoek zijn hieronder opgenomen (overgenomen uit rapport). Samenvatting waardering Het erf van Goejanverwelledijk 85-87 te Gouda is van belang als onderdeel van de agrarische geschiedenis van Gouda en de omliggende streek. Het historische erf is in hoge mate bewaard gebleven. Zowel de boerderij als het naastgelegen zomerhuis op het erf hebben een hoge monumentwaarde. Zij zijn van cruciale betekenis voor de ontwikkeling van het erf en zijn beiden voorzien van een voor de streek kenmerkende schijngevel. De boerderij is in opzet van zeer hoge ouderdom en daarmee zeldzaam en heeft bovendien een voor de streek kenmerkende hallenhuisvorm. Zowel exterieur als interieur van de boerderij zijn in hoge mate gaaf bewaard gebleven.
De koeien- en paardenstal achter de boerderij heeft een positieve monumentwaarde. Het gebouw is deels gebouwd op de oude locatie van een bijgebouw van de boerderij en er is sprake van ensemblewaarde tussen de boerderij en het bijgebouw. De huidige vorm, constructie en de materialen zijn echter niet zeer bijzonder en bovendien aangepast in de twintigste eeuw. Ook de hooiberg achter de boerderij heeft een positieve monumentwaarde. Het staat vermoedelijk op de locatie van een oudere hooiberg, maar dateert zelf uit de jaren 1950. De betonnen constructie is zeer kenmerkend voor hooibergen uit deze periode. De jonge schuur aan de achterzijde van het erf heeft een indifferente monumentwaarde. Aanbevelingen voor nader onderzoek Door de verlaagde plafonds in het voorhuis van de boerderij is de balklaag grotendeels uit het zicht. Bij het eventueel verwijderen van de plafonds kan het nuttig zijn om aanvullend bouwhistorisch onderzoek te laten uitvoeren. Kennis over de balklagen kan meer duidelijk maken over de ouderdom en bouwgeschiedenis van de boerderij. Hetzelfde geldt voor de wanden in het interieur die niet overal goed in het zicht zijn. Met name de
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 57
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
zijwanden van de middenkamer en gang zijn waarschijnlijk zeer belangrijk voor de ontwikkeling van de boerderij. Wanneer deze eventueel komen vrij te liggen kan hier aanvullend bouwhistorisch onderzoek worden uitgevoerd. Dendrochronologisch onderzoek naar het gebint van de boerderij kan meer duidelijkheid bieden over de ouderdom van de boerderij. Grote delen van het zomerhuis zijn momenteel uit het zicht door verlaagde plafonds en tussenwanden. Het is niet duidelijk of hier mogelijk nog oude wanden en bouwsporen aanwezig zijn. Bij wijzigingen aan het zomerhuis is het aan te raden om aanvullend bouwhistorisch onderzoek te laten uitvoeren. Toetsing planinitiatief De voormalige boerderij en zomerwoning hebben cultuurhistorische waarde. Deze panden zijn aangemerkt als gemeentelijke monumenten. De vormgeving van de boerderij en het zomerhuis blijven in stand. Er vinden geen uitwendige ingrepen plaats, zodat beide monumenten niet worden aangetast. Voor zover nodig zal er advies worden gevraagd van de Erfgoedcommissie. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de Cultuurhistorische analyse zoals aangetoond in figuur 14. In onderhavige situatie wordt de functie van de gemeentelijke monumenten alleen gewijzigd in de functie Wonen, zonder dat er uitwendige aanpassingen plaatsvinden. In dit geval volstaat een beoordeling van de adviescommissie Omgevingskwaliteit.
Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld voor dit bouwplan.
6.3
Flora en fauna
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Doelen van de Aanvullingswet natuur zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Aanvullingswet natuur zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De provincies kunnen ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Het gebied Broekvelden/ Vettenbroek, bestaande uit plassen en graslandpolders, is aangewezen als Speciale BeschermingsZone (SBZ) in het kader van de Vogelrichtlijn. Dit aangewezen Natura 2000-gebied ligt op circa 1,1 km ten noorden van het plangebied.
Het Natura2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck ligt op circa 11,5 km ten noorden van de planlocatie. Sprake is alleen van de sloop van twee voormalige agrarisch bedrijfsgebouwen ten behoeve van het oprichten van een woning en een bijgebouw op een gecultiveerd terrein, zodat Natura2000-gebieden niet worden beïnvloed. Er worden dan ook geen (significante) effecten verwacht op deze Natura2000-gebieden. Daarom is een Habitattoets achterwege gelaten. Het dichtstbijzijnde NNN van de provincie Zuid-Holland ligt ten oosten van het plangebied op circa 170 meter afstand. Ten oosten hiervan ligt op circa 440 meter afstand een belangrijk weidevogelgebied (figuur 15). De dichtstbijzijnde ecologische verbindingszone ligt circa 580 meter ten zuidoosten van het plangebied. Ook hier heeft deze ontwikkeling geen effect op het NNN.
58
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Figuur 15: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met een rode stip aangeduid). 6.3.1 Stikstofdepositie Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.21 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij Koninklijk Besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde. Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' ligt op circa 1,1 km ten noorden van het plangebied. Dit gebied is momenteel nog niet stikstofgevoelig, maar mogelijk wordt de Polder Stein binnenkort wel aangewezen als stikstofgevoelig gebied. Het Natura2000-gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck' is wel een stikstofrelevant habitatrichtlijngebied. Dit gebied ligt op circa 11,5 km afstand. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt ook onder de Omgevingswet vanaf op 1 januari 2024). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen.
Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Op voorhand kan de toename van stikstofdepositie niet worden uitgesloten. In verband hiermede zijn stikstofberekeningen van de aanleg- en gebruiksfase uitgevoerd door Stalbouw.NL (rapport van 21 januari 2025, Bijlage 8). Uit de AERIUS-berekeningen van de aanleg- en gebruiksfase volgt dat er geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Deze bijdragen zijn zo klein dat er geen vergunningplicht is met betrekking tot de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. Het aspect stikstofemissie is geen belemmering voor het project. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 59
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
6.3.2 Flora- en faunatoets Bij vernieuwbouwplannen moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede heeft Sudeco Consultancy een ecologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied (rapport van 6 juli 2024, versie 3.0, Bijlage 9). Op basis van inventarisatie, literatuuronderzoek en verkennend onderzoek zijn de volgende conclusies en aanbevelingen overgenomen uit het rapport. Houtopstand Voor de geplande werkzaamheden binnen het plangebied worden er zover bekend geen bomen gekapt en is er geen aanwezigheid van een houtopstand of bomenrijen. Hierbij worden nadelige effecten op de houtopstand uitgesloten. Soortenbescherming Na het toetsen van de Wet natuurbescherming en Omgevingswet op de beschikbare literatuur en de ondervindingen die tijdens het veldbezoek zijn gedaan, zijn er voor sommige soorten potentiële of aanwezige risico's gevonden waardoor er vervolgonderzoeken nodig zijn. Hier gaat hier om de volgende soorten: Vleermuizen Er zijn op verschillende locaties potentiële verblijfsplaatsen voor vleermuizen gevonden. Daar aansluitend op zijn er op twee locaties uitwerpselen van vleermuizen aangetroffen.
Vanwege het feit dat alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten beschermd zijn door de Wet natuurbescherming is het van belang dat er een vervolgonderzoek wordt uitgevoerd om uit te sluiten dat de werkzaamheden niet in strijd zijn met de wet. Huismus (Passer domesticus) Tijdens het veldonderzoek is er een huismus gespot en is er geconstateerd dat het plangebied ideaal is voor huismussen om te gaan broeden. Vanwege de hoge potentie en de onwetendheid of dit soort hier verblijft is er een vervolgonderzoek nodig om uit te sluiten of de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet. Gierzwaluw (Apus apus) Tijdens het veldbezoek zijn er geen gierzwaluwen gespot vanwege het feit dat deze nog niet in Nederland aanwezig zijn. Wel zijn er potentiële verblijfsplaatsen geconstateerd waardoor er een verhoogd risico is voor de werkzaamheden. Vanwege de hoge potentie en de onwetendheid of dit soort hier verblijft is er een vervolgonderzoek nodig om uit te sluiten of de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet. Boerenzwaluw (Hirundo rustica) Tijdens het veldbezoek zijn er geen boerenzwaluwen gespot vanwege het feit dat deze nog niet in Nederland aanwezig zijn. Wel zijn er meerdere nesten uit een voorgaand broedseizoen aangetroffen waardoor er een verhoogt risico is voor de werkzaamheden.
Vanwege de hoge potentie van wederkeer en het aantreffen van 8 oude nesten is er een vervolgonderzoek nodig om uit te sluiten of de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet. Vervolgonderzoek Op basis van het toetsen van de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur is er geconcludeerd dat er voor een aantal soorten vervolgonderzoek nodig zal zijn. Dit moet gebeuren om er zeker van te zijn dat de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Aanvullingswet natuur en er mogelijk diersoorten geschaad kunnen worden. Hieronder wordt in het kort uitgelegd wat de vervolgstappen zijn om ervoor te zorgen dat er duidelijkheid over de soorten komt en de werkzaamheden mogelijk door kunnen gaan, of dat er mogelijk mitigerende of compenserende maatregelen nodig zijn. Vleermuizen Vanwege het feit dat er sporen van en een hoge potentieel risico van vleermuizen is geconstateerd zal er een vervolgonderzoek nodig zijn. Dit vervolgonderzoek zal verlopen volgens het Vleermuizenprotocol 2022 wat er landelijk gebruikt moet worden. Aanvullend hierop zal er met een endoscoop gekeken worden of er in de potentiële verblijfsplaatsen vleermuizen aanwezig zijn of hier sporen van vindbaar zijn. Voor het constateren waar en welke soorten er aanwezig kunnen zijn, worden er twee onderzoek rondes uitgevoerd. Huismussen Vanwege het feit dat er een huismus geconstateerd is en dat er in het plangebied potentiële
60
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
verblijfsplaatsen aanwezig zijn, is er een vervolgonderzoek nodig. Dit zal betekenen dat wanneer er gecontroleerd wordt voor de aanwezigheid van vleermuizen door middel van een endoscoop, er ook gekeken zal worden naar de aanwezigheid van huismussen. Daarnaast zal er volgens de Vogelrichtlijn van BIJ12 vanaf april tot half mei twee maal een onderzoek nodig zijn. Gierzwaluw Vanwege het feit dat er meerdere potentiële verblijfsplaatsen voor gierzwaluwen aangetroffen zijn, zal er een vervolgonderzoek nodig zijn. Net als bij de huismus en de vleermuizen dat er met de endoscoop gekeken worden of er gierzwaluwen aanwezig zijn. Daarnaast zullen er volgens de Vogelrichtlijn van BIJ12 vanaf half mei tot eind juli twee onderzoeken nodig zijn om te constateren of dit soort aanwezig is. Indien mogelijk worden deze gecombineerd met de vleermuizen onderzoeken. Boerenzwaluw Aangezien er meerdere nesten van de boerenzwaluw zijn aangetroffen wordt dit soort meegenomen in het vervolgonderzoek. Wanneer er onderzoek naar de gierzwaluw wordt uitgevoerd zal er ook gekeken worden naar de aanwezigheid van boerenzwaluwen. Op deze manier kan er in kaart gebracht worden om hoeveel boerenzwaluwen het gaat en welke maatregelen er geïmplementeerd kunnen worden.
Algemene zorgplicht Twee algemene voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming zijn altijd van toepassing: De werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen van vogels starten (juridisch van half maart tot half juli, let op uitloop) om verstoring van broedvogels en het broedsucces te voorkomen. Mochten er nesten in het broedseizoen aanwezig zijn, dan is het noodzakelijk om een ecoloog in te schakelen die dan beoordeelt hoe de werkzaamheden voortgezet kunnen worden. De zorgplicht dient bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden in acht te worden genomen voor de in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Verstoring moet worden beperkt en dieren moeten de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Aanbevelingen Ondanks het feit dat de geplande werkzaamheden geen nadelige effecten zullen hebben die in strijd zijn met het provinciale- en/of gemeentelijke beleid en de Omgevingswet, zijn er wel wat aanbevelingen die tijdens de bouw gebruikt kunnen worden. Deze aanbevelingen bestaan voornamelijk uit maatregelen die toegepast kunnen worden om conflicten te vermijden of om volgens de geschikte manier op te lossen, zodat deze niet strijd zijn met de Omgevingswet.
Mochten er constateringen gedaan worden van welk soort dan ook en men weet niet wat ze hiermee aan moeten, is het altijd goed en gewenst om een ecoloog in te schakelen die ondersteuning kan bieden bij de soms wat ingewikkelde problemen. Bij de renovatie van de gebouwen en de inrichting van het erf is het altijd goed om na te denken over natuur inclusief bouwen/renoveren. Hierdoor kunnen de soorten die momenteel gebruik maken van het plangebied terugkeren en wederom weer gebruik maken van de omgeving en de gebouwen. Conclusie Op basis van de resultaten van het ecologisch onderzoek is aanvullend onderzoek nodig naar de vleermuizen, huismus, gierzwaluw en boerenzwaluw. 6.3.3 Ecologische veldinventarisatie In verband met de resultaten van het ecologisch onderzoek is een ecologische veldinventarisatie uitgevoerd door Sudeco Consultancy naar vleermuizen, huismus, gierzwaluw en boerenzwaluw (rapport van 14 april 2024, Bijlage 10). De conclusies zijn overgenomen uit het rapport. Er is tijdens de quick scan aangegeven dat er potentieel beschermde gebouwbewonende diersoorten in en rondom de boerderij en de schuren op de Goejanverwelledijk 85-87 te Gouda aanwezig kunnen zijn. Op basis hiervan is een veldinventarisatie gehouden met als doelsoorten de huismus, gier- en boerenzwaluw en vleermuizen.
Deze inventarisaties zijn uitgevoerd aan de hand van de in Nederland geldende kennisdocumenten (BIJ12), protocollen (NGB) en de Omgevingswet Voor de aanwezigheid van de huismus kan op basis van de gevonden resultaten aangegeven worden dat dit soort niet aanwezig is. Dit geldt ook voor de gier- en boerenzwaluw, die ook hier niet aanwezig zijn. Er is dus geen reden om aan te nemen dat de werkzaamheden vanwege de aanwezigheid van huismussen of boerenzwaluwen in strijd zijn met de Omgevingswet.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 61
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Uit resultaten is te zien dat er gewone dwergvleermuizen zijn waargenomen. Het gaat hierbij om een hoeveelheid van drie vleermuizen die aan het foerageren zijn. In figuur 8 van het rapport is te zien dat deze activiteiten voornamelijk aan de randen van het perceel plaatsvinden. Verder is geen bewijs gevonden dat deze gewone dwergvleermuizen gebruik maken van of rondom het bestaande gebouw. Op basis van deze resultaten kan er aangenomen worden dat de sloop van de schuren en de renovatie van de boerderij en zomerhuis niet in conflict is met de Omgevingswet. Verder is er tijdens de inventarisatie gekeken naar andere beschermde dier- of plantsoorten, maar deze zijn op of rondom het plangebied niet aangetroffen. Kort samengevat betekent dit dat er in het plangebied geen conflict is met dier- en plantsoorten die beschermd zijn door de Omgevingswet. Hoewel in deze inventarisatie niks geconstateerd is, heeft men te allen tijde te maken met de Zorgplicht. Dit betekent dat wanneer er bij de werkzaamheden beschermde soorten worden aangetroffen, hier altijd rekening mee gehouden moet worden. Dit kan in sommige gevallen het proces vertragen of tijdelijk stil leggen. Bij een complexe situatie is het inschakelen van een expert altijd gewenst. Conclusie Met inachtneming van het vorenstaande is het mogelijk de werkzaamheden conform de geldende weten regelgeving uit te voeren.
De in het ecologisch rapport genoemde aanbevelingen worden overgenomen bij uitwerking van de bouwplannen. Met inachtneming hiervan vormt de Aanvullingswet natuur geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
62
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Hoofdstuk 7 7.1
Participatie
Verplichte participatie
De gemeenteraad van Gouda heeft bij besluit van 26 mei 2021 een lijst van activiteiten vastgesteld, bestaande uit twee onderdelen: a. activiteiten waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, conform artikel 16.15a lid b onder 1 Omgevingswet; b. activiteiten, waarvoor de gemeenteraad heeft bepaald dat daarvoor verplicht participatie moet worden georganiseerd door aanvrager/initiatiefnemer op grond van artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet.
7.2
Participatie omgeving
De gemeente moedigt derden aan de verplichte participatie vorm te geven volgens de vigerende participatiestrategie fysieke leefomgeving. De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 26 mei 2021 daarom al een besluit genomen wanneer participatie verplicht is, voordat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden aangevraagd, behalve in de gevallen genoemd in bijlage 1 van het besluit. De aanvraag valt niet onder één van de gevallen als genoemd in bijlage 1, zodat participatie verplicht is. Initiatiefnemer heeft de bewoners van de Allendestraat; 7, 9, 11, 13, 15, 16, Gandhiweg; 2, 4, 6, 8, 10, 12 en Van Dethstraat; 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22, 24, 26, 28, 30, 32 op 27 december 2023 een brief gestuurd. De geanonimiseerde brief is opgenomen in Bijlage 11. Zij zijn geïnformeerd over de voorgenomen vervolgfunctie naar Wonen, waarbij een woning wordt toegevoegd ter plaatse van de te slopen varkensschuur en een bijgebouw wordt gerealiseerd ter plaatse van de te slopen paarden- en koeienstal. Hierbij is de mogelijkheid geboden om tot 30 januari 2024 schriftelijk te reageren. Gedurende deze termijn zijn zeven schriftelijke reacties ontvangen. Tevens is er op 25 januari 2024 een inloopbijeenkomst georganiseerd. Het verslag hiervan is opgenomen in Bijlage 12.
Een tweede bijeenkomst is gehouden op 10 juli 2024, waarin de aanpassingen naar aanleiding van de eerste bijeenkomst zijn toegelicht. Het verslag hiervan is opgenomen in Bijlage 13. Een beperkt aantal aanwezigen blijf moeite houden met het realiseren van een schuurwoning en de positie daarvan. Eén omwonende heeft hierna schriftelijk gereageerd. Naar zijn mening zijn er geen wezenlijke aanpassingen doorgevoerd op het eerste plan.
7.3
Bestuurlijk vooroverleg
In het kader van het bestuurlijk vooroverleg heeft vooroverleg plaatsgevonden met: 1. Provincie Zuid-Holland; 2. Hoogheemraadschap van Rijnland; 3. Veiligheidsregio Hollands Midden; 4. TenneT.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 63
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
64
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Hoofdstuk 8
Financiële haalbaarheid
In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn; en als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning. In dit geval wordt op basis van artikel 8.14 Omgevingsbesluit afgezien van kostenverhaal. In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen in welke gevallen het bevoegd gezag kan afzien van kostenverhaal. Deze voorwaarden zijn: 1. als er minder dan 10.000 euro verhaalbare kosten zijn; 2. als er geen verhaalbare kosten zijn voor openbare werken (als bedoeld in A3 tot en met A9 van bijlage IV van het Omgevingsbesluit); 3. als er alleen kosten zijn voor de aansluiting op de openbare ruimte of nutsvoorzieningen. Voor onderhavig bouwplan wordt voldaan aan alle drie de voorwaarden.
Hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.
8.1
Nadeelcompensatie
Tussen initiatiefnemer en gemeente is een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten overeenkomstig het bepaalde in artikel 13.13 (kostenverhaal bij overeenkomst) van de Omgevingswet om verhaal van nadeelcompensatie voor de gemeente af te dekken. Hiermee is de ontwikkeling economisch uitvoerbaar.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 65
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
66
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Hoofdstuk 9 9.1
Belangenafweging en conclusie
Toetsing initiatief aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. In dit hoofdstuk wordt op basis van de verzamelde informatie uit de voorgaande hoofdstukken ingegaan op de overwegingen om aan het verzoek medewerking te verlenen. De aanvraag omgevingsvergunning voor het omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar burgerwoningen/ reguliere woningen en het bouwen van een nieuwe woning wordt getoetst aan de gemeentelijke beleidsuitgangspunten en de instructieregels van het Rijk en de provincie Zuid-Holland. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met conclusies op basis waarvan besluitvorming kan plaatsvinden over het verlenen van de omgevingsvergunning.
9.2
Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning
9.2.1 Beoordeling verzoek aan gemeentelijk beleid Het verzoek is niet in overeenstemming met het omgevingsplan van rechtswege 'Goverwelle', omdat wonen niet is toegestaan. Een vervolgfunctie naar wonen wordt vanuit de fysieke leefomgeving aanvaardbaar geacht, omdat de voorgestelde activiteiten ten opzichte van het omgevingsplan geen negatieve invloed heeft op de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke uitgangspunten. De planontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke uitgangspunten, zoals beschreven in hoofdstuk 4.4. Aspecten fysieke leefomgeving en milieu In hoofdstuk 6 zijn de milieuaspecten, de aanwezige archeologische waarden en natuurwaarden onderzocht. Hieruit kan worden afgeleid dat er vanuit deze beleidsvelden geen beperkingen zijn voor de planontwikkeling. Vanuit de fysieke leefomgeving zijn er geen bezwaren om medewerking te verlenen aan het verzoek. 9.2.2 Toetsing aan instructieregels Rijk en provincie Toetsing aan rijksbeleid In hoofdstuk 4.1 is de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Ladder voor duurzame verstedelijking). Hierin is aangetoond dat de instructieregels van het Rijk niet in het geding zijn. De vervolgfunctie naar wonen aan de Goejanverwelledijk 85 en 87 in Gouda is in overeenstemming met het rijksbeleid.
Toetsing aan provinciaal beleid In hoofdstuk 4.2.3 is de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan de relevant zijnde instructieregels van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Aangetoond is dat de planontwikkeling voldoet aan de instructieregels van de Ladder voor duurzame verstedelijking en ruimtelijke kwaliteit. De woningen aan de Goejanverwelledijk 85 en 87 in Gouda zijn in overeenstemming met het provinciaal beleid. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
9.3
Conclusie
In deze onderbouwing ETFAL is aangetoond dat de gevraagde activiteiten leiden tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie op de percelen Goejanverwelledijk 85 en 87 in Gouda. In hoofdstuk 3.1 is gemotiveerd dat er nut en noodzaak is om te voorzien in een vervolgfunctie naar wonen. De activiteit wonen is, voor zover van toepassing, in overeenstemming met de instructieregels van het Rijk (paragrafen 4.1.2 en 4.1.3) en de provincie (paragraaf 4.2.3). Verder is de planontwikkeling in hoofdstuk 6 getoetst aan milieuaspecten, archeologie en ecologie. Aangetoond is dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties om drie (reguliere) woningen toe te staan.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 67
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Alles overwegende is de conclusie dat een vervolgfunctie naar wonen aanvaardbaar is op de percelen Goejanverwelledijk 85 en 87 in Gouda.
68
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl