Bijlage 1 Onderbouwing ETFAL Goejanverwelledijk 85 en 87
Tekst van het document
Omgevingsvergunning GOEJANVERWELLEDIJK 85 EN 87, GOUDA Gemeente Gouda
STATUS:
Vastgesteld
DATUM:
23 juli 2025
IMRO IDN:
NL.IMRO.0513.OVgoejanvwdijk8587-VG01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Atelier voor bouwkunde Van der Smit Benedenkerkseweg 131 2821 LC Stolwijk
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 20 januari 2024
VERSIE 1e versie
21 juli 2025 23 juli 2025
6e versie 1e versie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties)
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 3
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
4
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Inhoudsopgave Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties)
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur plangebied en directe omgeving
11 11
Hoofdstuk3
15
3.1 3.2
Planbeschrijving
Nieuwe situatie Verkeer en parkeren
15 17
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
19 19 21 26 27
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader Rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding
37 37 37 38 39
Hoofdstuk6 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna
43 43 54 58
Hoofdstuk7 Participatie 7.1 Verplichte participatie 7.2 Participatie omgeving 7.3 Bestuurlijk vooroverleg
63 63 63 63
Hoofdstuk8 Financiële haalbaarheid 8.1 Nadeelcompensatie
65 65
Hoofdstuk9 Belangenafweging en conclusie 9.1 Toetsing initiatief aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties 9.2 Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning 9.3 Conclusie
67 67 67 67
Bijlagen goede onderbouwing fysieke leefomgeving
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 5
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Bijlage 1
QuickScan bouwhistorie
Bijlage 2
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Bijlage 3
Landschapsinpassingsplan
Bijlage 4
Akoestischonderzoek
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 6
Rapport HoogspanningsmastMovares
Bijlage 7
Bouwhistorischquickscan Goejanverwelledijk 85-87, Gouda
Bijlage 8
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 9
Ecologisch onderzoek
Bijlage 10
Ecologische veldinventarisatie
Bijlage 11
Uitnodigingsbrief informatiebijeenkomst
Bijlage 12
Verslag participatiebijeenkomst 25 januari 2024
Bijlage 13
Verslag participatiebijeenkomst 10 juli 2024
6
Inhoudsopgave
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Goejanverwelledijk 87 in Gouda staat een monumentale boerderij op een voormalig agrarisch bedrijfscomplex. Op nummer 85 staat een zomerwoning binnen de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'. Dit bijgebouw op nummer 85 is al jarenlang als reguliere woning in gebruik. Achter de bestaande bebouwing staat een voormalige varkensschuur. Verder staat er ten oosten van de hooiberg een voormalige paarden-/koeienstal. Initiatiefnemer is voornemens om de twee voormalige agrarische bedrijfsgebouwen te slopen. In de plaats hiervan wordt er een schuurwoning teruggebouwd ter plaatse van de voormalige varkensschuur. De paarden-/koeienstal maakt plaats voor een kleiner bijgebouw ten behoeve van de nieuwe woning. Gelijktijdig kan de functie van het perceel wijzigen naar de activiteit wonen. De voorgenomen bouwactiviteiten en het gebruik hiervan zijn in strijd met het omgevingsplan. Het bedrijfsmatige gebruik van de boerderij is al enkele decennia gestopt. Abusievelijk is de vervolgfunctie naar wonen van de boerderij en de zomerwoning nooit meegenomen in een actualisatie van het bestemmingsplan. Per saldo gaat het in dit initiatief om het toevoegen van één extra woning. Er zijn vanuit oogpunt van de fysieke leefomgeving geen beletselen om een functiewijziging naar wonen mogelijk te maken, omdat het plangebied grenst aan de woonwijk in Goverwelle en passend is in de omgeving.
Ten behoeve hiervan is een onderbouwing ETFAL opgesteld als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning, waarin wordt aangetoond dat het omzetten van het perceel naar wonen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.2
Ligging plangebied
De planlocatie ligt aan de Goejanverwelledijk. Aan de oost- en zuidzijde staan grondgebonden woningen in de woonwijk Goverwelle. Westelijk van het plangebied ligt de Voorwillenseweg met aansluitend grondgebonden woningen. Aan de zuidzijde ligt de Goejanverwelledijk. Een situatieschets is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 7
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
1.3
Vigerend omgevingsplan
Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Gemeenten krijgen een overgangsperiode om hun omgevingsplan om te vormen naar een volwaardig omgevingsplan. Deze periode loopt tot 1 januari 2032. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan ontstaat direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit wordt het ‘omgevingsplan van rechtswege’ of ‘tijdelijk deel’ genoemd. Feitelijk gaat het om dezelfde bestemmingsplannen die dan één omgevingsplan vormen. Voor het plangebied geldt het omgevingsplan van rechtswege. Bestemmingsplan "Goverwelle" "Parapluherziening Parkeren" "Parapluplan Wonen"
Raadsbesluit 14 januari 2010 21 november 2018 1 juni 2022
Raad van State n.v.t. n.v.t. n.v.t.
In het bestemmingsplan 'Goverwelle' hebben de percelen Goejanverwelledijk 85 en 87 de bestemming 'Agrarische doeleinden'. In het opgenomen bouwvlak bevinden zich naast de boerderij en de zomerwoning ook de hooiberg en de (voormalige) paarden-/ koeienstal. De boerderij en zomerwoning zijn tevens aangeduid als 'monument'. Op de gronden met de aanduiding 'A(z)' zijn uitsluitend terreinafscheidingen toegestaan. Verder heeft een klein gedeelte van het perceel met huisnummer 85 de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' voor bedrijven tot en met milieucategorie 2. Het zuidelijke deel van het plangebied heeft tevens de dubbelbestemming 'Waterstaat'. De planontwikkeling is in strijd met de bouw- en gebruiksregels, omdat wonen niet is toegestaan. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Goverwelle'.
8
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
1.4
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Op grond van artikel 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten) van de Omgevingswet is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor een vervolgfunctie van agrarische doeleinden naar wonen dient op grond van artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit algemeen) te worden aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Verder dient het plan te worden getoetst aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. In verband hiermede is een onderbouwing ETFAL noodzakelijk als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van dit plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op de relevante milieuaspecten, de uitvoerbaarheid en de juridisch-planologische consequenties. Eveneens wordt ingegaan op de resultaten van de omgevingsdialoog. Op deze wijze wordt de haalbaarheid van deze planontwikkeling aangetoond.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie. In Hoofdstuk 3 is een planbeschrijving van de nieuwe toestand opgenomen. In Hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor deze aanvraag omgevingsvergunning relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten fysieke leefomgeving en milieu. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de participatie. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de financiële haalbaarheid. De belangenafweging en eindconclusie is opgenomen in Hoofdstuk 9.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 9
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
10
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur plangebied en directe omgeving
Het plangebied ligt aan de noordzijde van het dijklichaam van de Goejanverwelledijk. Dit weglint maakt onderdeel uit van de lintzone Hollandsche IJssel. De boerderijen, waterpartijen en weilanden ten noorden van de dijk behoren tot de invloedssfeer van de zone. Bij bouwen in dit gebied moet rekening gehouden worden met de kernwaarden van de historische lintenzone. Ten oosten en noorden van het plangebied staan grondgebonden woningen in de woonwijk Goverwelle. Aan de westzijde ligt de Voorwillenseweg met aansluitend enkele woningen. Achter de Goejanverwelledijk liggen in zuidelijke richting agrarische gronden met in het westen een recreatiegebied met sportvelden. Achterzijde woningen aan Woningen aan Allendestraat. Allendestraat en Gandhiweg. Woningen aan Van Dethstraat.
Agrarisch gebied achter de dijk.
Rugbyveld.
Goverwellepad achter de dijk.
Bestaande situatie plangebied In het plangebied staat aan de Goejanverwelledijk 87 een monumentale boerderij. Aan de westzijde staat achter de achtergevel van de boerderij een zomerwoning die al jarenlang als reguliere woning in gebruik is op nummer 85. Achter de boerderij staat een hooischuur. Aan de oostzijde hiervan staat een schuur die in gebruik is als paarden- en koeienstal met een kippenhok. Achter de hooiberg staat verder nog een voormalige varkensstal. Verder is het plangebied grotendeels groen ingericht (gazon, moestuin en boomgaard) en wordt omgeven met watergangen. Naast de boerderij is gelegenheid voor parkeren. In figuur 3 is een situatietekening opgenomen van de bestaande situatie.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 11
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Figuur 3: Situatietekening bestaande toestand.
12
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Plangebied vanaf Goejanverwelledijk.
De zomerwoning wordt een permanente woning.
De te slopen varkensschuur.
De te slopen koeien- en paardenschuur.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 13
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
14
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
De monumentale woonboerderij blijft ongewijzigd. Planologisch verandert deze naar een burgerwoning. De zomerwoning krijgt in de nieuwe situatie de permanente functie van wonen. De varkensstal wordt gesloopt. In de plaats hiervan wordt een schuurwoning gerealiseerd met een landelijke uitstraling en eenvoudige hoofdvorm. De goothoogte hiervan wordt circa 3,0 meter; de bouwhoogte circa 5,5 meter. Verder zal de voormalige paarden- en koeienstal worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuw kleiner bijgebouw voor twee parkeerplaatsen en berging voor tuingereedschap. De goothoogte hiervan wordt circa 2,6 meter met een de bouwhoogte van 5,0 meter. Bestaande overtollige en niet streekeigen verharding wordt verwijderd. De bestaande karakteristieke watergangen in en rondom het plangebied blijven behouden. Een situatietekening van de nieuwe toestand is opgenomen in figuur 4. In figuur 5 zijn enkele aanzichttekeningen opgenomen van de schuurwoning. Enkele aanzichttekeningen van het nieuwe bijgebouw zijn opgenomen in figuur 6. Voor meer informatie wordt verwezen naar de bij de aanvraag omgevingsvergunning behorende situatie- en bouwtekeningen.
Figuur 4: Nieuwe situatie.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 15
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Figuur 5: Aanzichttekeningen schuurwoning.
Figuur 6: Aanzichttekening nieuw bijgebouw.
16
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
3.1.1 Bouwhistorische opname Aanleiding tot het opstellen van een bouwhistorische opname is de gewenste planologische wijziging van de boerderij en het zomerhuis naar wonen. Met deze rapportage wordt beoogd om de bestaande situatie zo volledig mogelijk, doch bondig te beschrijven en te tekenen om vervolgens op basis van de bevindingen en de beschrijving een zo objectief mogelijke waardering van het gebouw en haar verschillende onderdelen te formuleren. Ten behoeve van de bouwhistorische opname is de bebouwing opgemeten en onderzocht. Op basis van onderzoek is een waardestelling gemaakt van de boerderij en zomerwoning. Het gaat hierbij om de ruimtelijke structuur, de gevels, constructies en indeling. De hoofdstructuur van beide gebouwen blijft gehandhaafd. In het kader van deze aanvraag omgevingsvergunning vinden geen (uitwendige) verbouwingen plaats. Beide gebouwen krijgen alleen de functie van wonen. De bouwhistorische opname van Monumentenwacht Erfgoedhuis Zuid-Holland van 28 september 2021 is opgenomen in Bijlage 1.
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeersgeneratie, bereikbaarheid en aansluitingen De verkeersgeneratie die veroorzaakt wordt door drie woningen is circa 24 ritten per dag. Deze verkeersgeneratie is vergelijkbaar met de huidige planologische situatie. Het Mobiliteitsplan 2017, waarin een visie over het verkeer en vervoer in 2026 is opgenomen, is gericht om de doorstroming op de hoofdwegen te verbeteren, zodat deze wegen aantrekkelijk worden en minder verkeer door verblijfsgebieden gaat rijden. Ontsluiting plangebied Het plangebied is bereikbaar via een bestaande uitrit vanaf de Goejanverwelledijk. Via deze weg is in westelijke richting via de Voorwillenseweg en enkele overige woonstraten de Goverwellesingel richting de N228 bereikbaar. In oostelijke richting ligt op enkele kilometers afstand Haastrecht. De maximum snelheid van de Goejanverwelledijk is ter plaatse 60 km/uur. Deze weg gaat in westelijke richting (voorbij de Voorwillenseweg) over in een fietspad. Goejanverwelledijk richting Haastrecht.
Oprit vanaf dijk naar woonperceel.
De weg gaat over in een fietspad richting Gouda.
Voorwilllenseweg vanaf Goejanverwelledijk.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 17
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Parkeren Voor het parkeren zijn de door de gemeenteraad vastgestelde parkeernormen gehanteerd, zoals opgenomen in het Parapluplan Parkeren. Uitgangspunt is dat parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Hierbij wordt voor het plangebied uitgegaan van zone D. De gemeentelijke parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1: Parkeerkencijfers nieuwe situatie Functies Zone D Wonen woningen groot > 110 m² GBO woningen midden 85 - 110 m² GBO woningen klein 55-85 m² GBO woningen zeer klein < 55 m² GBO Totaal benodigd aantal pp
2,0 1,8 1,6 1,6
Aantal
2 1 0 0 3
Aantal pp
Aandeel bezoekers per woning
4 waarvan 0,3 pp 1,8 waarvan 0,3 pp 0 waarvan 0,3 pp 0 waarvan 0,3 pp 6 pp (afgerond)
Op het perceel is ruimte voor het parkeren van zes auto's (vier parkeerplaatsen achter de boerderij en twee parkeerplaatsen in de nieuw te bouwen berging). Dit betekent dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. Conclusie Het plan voorziet in het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning. Het aantal verkeersbewegingen zal ten opzichte van de huidige planologische situatie niet significant wijzigen. De parkeerbehoefte wordt opgevangen in het plangebied. De aanleg van voldoende parkeerplaatsen wordt door middel van het opnemen van voorwaarden in de omgevingsvergunning afgedwongen.
18
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het Rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bouwplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het Rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren.
De voorgenomen ontwikkeling maakt de herontwikkeling van het perceel mogelijk met drie wooneenheden, waarvan één bestaand, in bestaand stedelijk gebied.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 19
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
4.1.2 Nationale belangen De regels van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn per 1 januari 2024 vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (afgekort Bkl). Dit wijzigingsbesluit voorziet erin dat de nieuwe regels met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gecontinueerd in het Bkl en het Omgevingsbesluit. Het Bkl bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Nationale Omgevingsvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in omgevingsplannen te borgen, wordt met het Bkl bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. Er is geen strijd met de instructiegels van het Rijk. 4.1.3 Besluit kwaliteit leefomgeving Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt op grond van lid 2 met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid.
In lid 4 is bepaald dat als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, die beoordeling alleen tot doel heeft na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat in de toelichting van een omgevingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede fysieke leefomgeving door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Bkl. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de ladder, zoals deze vanaf 1 januari 2024 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Wanneer een plan buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd moet worden aangetoond waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor deze nieuwe ontwikkeling. Dit vloeit voort uit onder andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt drie woningen mogelijk, waarvan één woning nu is bestemd als agrarische bedrijfswoning en een tweede woning al in gebruik is als zomerwoning. Het begrip
20
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Dit wordt toegelicht in 4.2.3. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Bkl. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Het Omgevingsbeleid van provincie Zuid-Holland bestaat uit drie instrumenten: de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie geeft een beschrijving van de huidige staat van de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. Daarnaast wordt de toekomst, zoals de provincie die voor zich ziet, beschreven. Om daar te komen zijn ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes geformuleerd. In het Omgevingsprogramma staat beschreven welke maatregelen de provincie treft (inclusief alle activiteiten die ze uitvoert) om haar visie waar te maken. Tot slot staan in de Omgevingsverordening de regels over wat wel en niet is toegestaan binnen de provinciegrenzen. Deze regels werken door naar derden en zijn gericht op het in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Het merendeel betreft instructieregels die voorschrijven hoe waterschappen en gemeenten bepaalde onderwerpen in hun plannen moeten opnemen, maar er is ook een aantal direct werkende regels waar burgers en bedrijven zich aan moeten houden. 4.2.2 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.
Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 18 februari 2025 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. Bij het maken van ruimtelijke keuzes wil de provincie meer gaan prioriteren op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. De provincie onderzoekt hoe er kan worden gestuurd op brede welvaart, inclusief welzijn en welbevinden. Dit betekent dat water en bodem nog meer sturend worden gehanteerd als randvoorwaarde voor een veilige, toekomstbestendige ontwikkeling van Zuid-Holland. En dit betekent dat er een toekomstbestendige economie wordt nagestreefd met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Daarbij wordt voorrang gegeven aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. Een duurzame economie richt zich op circulariteit, energietransitie en natuurinclusiviteit. Een inclusieve economie houdt rekening met het klein-, middenen grootbedrijf, in alle regio's en voor werkgevers en -nemers. Zo wordt ook het belang bewaakt om inwoners een eigen inkomen te laten verdienen, ook op de lange termijn.
Dit betekent bovendien dat ruimte beter zal worden beschermd om provinciale ambities, wettelijke verplichtingen en doelen te realiseren. De nieuwe koers zal in samenspraak met medeoverheden en andere stakeholders, zowel thematisch als gebiedsgericht, nog nader worden uitgewerkt. Het is de bedoeling om de resultaten daarvan stapsgewijs in het Omgevingsbeleid van de provincie te verankeren door de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes hierop aan te passen. De ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes zijn: 1. Samenwerken aan Zuid-Holland 2. Bereikbaar Zuid-Holland 3. Schone energie voor iedereen 4. Een welvarend Zuid-Holland 5. Naar vitale balans water, natuur en landbouw
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 21
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland 7. Gezond en veilig Zuid-Holland. In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op het juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend.
Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale Realisatieagenda Midden-Holland Om de druk op de woningmarkt te verminderen, hebben provincie Zuid-Holland en het Rijk in oktober 2022 samenwerkingsafspraken gemaakt over het bouwen van 235.000 woningen in Zuid-Holland in de periode 2022 tot en met 2030. In de Regionale Realisatieagenda Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over de doelstellingen die gelden voor de regio Midden-Holland. Daarin is opgenomen dat in de periode 2022 ten met 2030 circa 20.000 nieuwbouwwoningen moeten worden toegevoegd. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd.
De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.1. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. De Kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland. Bij elk gebiedskenmerk zijn richtpunten geformuleerd, waar rekening mee moet worden gehouden.
De Kwaliteitskaart met de bijbehorende richtpunten zijn een middel om vroeg in het planvormingsproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. De kaart is opgebouwd uit vier lagen: laag van de ondergrond
22
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
laag van de natuur- en cultuurlandschappen laag van de stedelijke occupatie laag van de cultuurhistorie Alle lagen hebben een relatie met elkaar. De laag van de ondergrond gaat over de bodem en de natuurlijke landschapsvormende processen. De laag van de cultuur- en natuurlandschappen behandelt de laag van het zichtbare landschap. Deze laag wordt gevormd door eeuwenlang grondgebruik door de mens. De laag van de stedelijke occupatie bestaat uit het stedelijk weefsel van wonen, werken, voorzieningen en de onderlinge netwerken. Tot slot gaat de laag van de cultuurhistorie over de herkenbaarheid van de geschiedenis van Zuid-Holland. Kwaliteitskaart De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Als richtpunt wordt aangehouden dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar houden. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied aan een rivierdijk.
De dijken zijn lijnvormige, herkenbare structuurdragers in het landschap met als primaire functie het keren van water. De dijken worden periodiek aangepast aan de dan geldende veiligheidsnormen. Met name in het veengebied is er sprake van dichte lintbebouwing op of aan de dijk. Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Indien mogelijk worden recreatieve routes gekoppeld aan het water en/of de dijk. Als richtpunt geldt onder andere dat eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders, alsmede het behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen in een stadsrand (figuur 7). Elke stad ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. De stad is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van de stad.
Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan stadsranden is de contactkwaliteit. Op de Laag van de Cultuurhistorie is het plangebied niet specifiek aangeduid.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 23
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
Figuur 7: Uitsnede Kwaliteitskaart (Laag van de stedelijke occupatie). Het plangebied is zwart omkaderd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie .Het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning is in overeenstemming met de ambitie sterke steden en dorpen in Zuid-Holland. De richtpunten zijn niet in het geding. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.3 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 15 december 2021 de 'Zuid-Hollandse Omgevingsverordening' vastgesteld. Op 1 juli 2025 is de geconsolideerde versie in werking getreden. In de verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Omgevingswet opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 7.45 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in te gaan op de motivering in op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Sprake is van het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd in he Bkl. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het bouwen van 11 woningen is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder (ABRvS 16 september 2015, nr. 201308263/2/R4). Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt eveneens niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder artikel 5.129g van het Bkl te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 4.3.1, terwijl deze herontwikkeling vanuit de fysieke leefomgeving inpasbaar is, omdat de woningen ruimtelijk worden
24
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
ingepast in de bestaande structuur. Een verdere toetsing aan de ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit De regels voor ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd in paragraaf 7.3.7. Deze paragraaf is van toepassing op nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen. Op grond van artikel 7.43c van de Omgevingsverordening (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) kan een omgevingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Landschappelijke inpassing Ten behoeve van de landschappelijke inpassing en waarborging kwaliteit bomen in het plangebied heeft Lagendijk Tuin- en Landschapsarchitecten B.V. landschapsinpassingsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing van deze ontwikkeling is beschreven (rapport van 25 maart 2024, Bijlage 3). Op basis van een inventarisatie zijn de te behouden bomen hierop aangegeven. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart (Laag van de stedelijke occupatie) is het plangebied aangeduid als steden en dorpen in een stadsrand (figuur 7). Als richtpunt wordt onder meer aangehouden dat ontwikkelingen aan de stadsrand bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Het plan voorziet in het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning. Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan.
Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 7.3.6a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 7.41a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.8 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Het plan voorziet in het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit wordt opgewaardeerd. Er is geen strijd met de instructieregels van de provincie.
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 25
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Gouda Gouda heeft als enige gemeente in de regio een binnenstedelijk centrum met omliggend stadswijken. De regio Midden-Holland heeft baat bij het versterken van de centrumfunctie van Gouda. Aan de westzijde van de bestaande stad, is de woonwijk Westergouwe in aanbouw. De Hollandse IJssel is een natuurlijke barrière waarbuiten geen aan Gouda grenzende grote woonwijken zijn gelegen. Gouda is via de A12 en Hoogwaardig Openbaar Vervoer bij uitstek goed ontsloten en dus interessant voor nieuwe inwoners. Het overall beeld van Gouda is gemiddeld. Omdat ook in Gouda een toename van het aantal huishoudens is te verwachten, kent de gemeente weinig echt kwetsbare voorraad: er is geen voorraad met een negatieve toekomstwaarde. Strategische toevoegingen aan de bestaande voorraad zijn meergezinswoningen en huureengezinswoningen, in het binnenstedelijke woonmilieu en de levendige stadswijk, in het milieu met hoog- en laagbouw en in het centrum-dorps woonmilieu.
Regionale afstemming Als uitwerking van de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland geeft de Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) inzicht in de actuele woningbouwplannen met 10 en meer nieuwbouwwoningen van de gemeenten in de regio Midden-Holland. In de regio moet afstemming plaatsvinden over de projecten
26
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
in de RPW. Daarna dient de RPW te worden aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. Na akkoord door de provincie is voor de plannen die zijn opgenomen in de RPW de eerste stap van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. De nieuwe geactualiseerde 'RPW 2024' wordt aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. Conclusie Het plan voorziet in het planologisch omzetten van de bestaande woonboerderij en zomerwoning naar wonen en het toevoegen van één nieuwe woning. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar wonen voor de doelgroep doorstromers. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang niet te worden afgestemd met de regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen. De woningen worden in de RPW 2024 opgenomen.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Toekomstvisie Gouda 2030 De gemeenteraad van Gouda heeft op 19 juni 2019 de Toekomstvisie Gouda 2030 vastgesteld. Met de toekomstvisie is een beeld geschetst hoe de stad er in 2030 uitziet en waar de gemeente met al haar partners naar toe wil werken. Sociaal gezien profileert Gouda 2030 zich als een stad van tolerantie en ontmoetingen. Naast haar historie komt ook de kennis van bodemdaling erbij als kwaliteit. Gouda wil in 2030 een levendige en betaalbare stad zijn voor jongeren. Als laatste is Gouda een knooppunt met ontwikkelkansen. 'Gouda ligt goed!' is daarbij de gedeelde leuze om dit alles mogelijk te maken. De toekomstvisie bouwt voort op de identiteit en kwaliteiten van de gemeente. Gouda onderscheidt zich op dit moment van andere steden met drie sterke punten, die het fundament vormen van de toekomstvisie. Zo heeft Gouda grote historische waarde en cultuur. Het aanbod aan voorzieningen, evenementen en initiatieven vanuit de stad is groot. En als laatste kenmerkt Gouda zich door haar centrale ligging, nabij grote steden en natuur. De toekomstvisie is het vertrekpunt geweest voor de Omgevingsvisie Gouda. 4.4.2 Omgevingsvisie Gouda De gemeenteraad van Gouda heeft op 23 februari 2022 de Omgevingsvisie Gouda vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe Gouda omgaat met ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.
De fysieke leefomgeving is alles wat nodig is om te leven, wonen, werken, studeren, ontspannen zoals water, lucht, bodem, natuur, wegen, energie en gebouwen. Denk hierbij aan klimaatverandering, bereikbaarheid van en naar de stad en de leefbaarheid van wijken. Goudse Opgaven De opgaven waar de gemeente in de toekomst voor staat, staan in de Goudse Opgaven. De focus ligt op de grote nieuwe transities, waar nieuwe aandacht en energie voor nodig is en die een grote ruimtelijke impact hebben, te weten: de verstedelijkingsopgave, energietransitie en klimaatadaptatie. De verstedelijkingsopgave voor Gouda is groot. Bovenop de circa 30.000 bestaande woningen in Gouda zijn de komende decennia nog duizenden nieuwe woningen nodig om iedereen naar wens en behoefte te kunnen huisvesten. In de Verstedelijkingsagenda Gouda (2018) is verkend dat er tot en met 2040 nog 8.500 woningen kunnen worden gebouwd in de stad. Voor circa 6.200 woningen geldt dat deze onderdeel zijn van bestaande visies en plannen, zoals de nieuwbouwwijk Westergouwe en de Spoorzone. Het restant van de woningbouwopgave moet worden ingevuld in herstructureringsgebieden (oud wonen wordt modern wonen) en transitiegebieden (verouderende [bedrijven-]terreinen maken plaats voor gemengde stedelijke functies). Op welke wijze dit het beste kan, hangt sterk af van de kansen en beperkingen van de locatie.
Verschillende zogenaamde 'verstedelijkingsstrategieën' staan de gemeente daarbij ter beschikking. Voor het verwezenlijken van de opgave zijn verschillende strategieën mogelijk, zoals functieverandering, multifunctioneel ruimtegebruik, het stapelen van functies en intensiveren/ hoger bouwen in de stad waar dit kan. Naast de ruimte voor woningen is er ook ruimte nodig voor allerlei stedelijke voorzieningen - die meer nodig zijn als er meer mensen in Gouda wonen -, werkgelegenheid, bedrijvigheid, duurzame mobiliteit (openbaar vervoer, fiets- en wandelpaden en wegen), en toenemende energievraag vragen om extra ruimte. Keuzes voor Gouda De gemeente heeft vijf keuzes gemaakt voor de leefomgeving. Deze vormen de kern van de visie. Door in
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) 27
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
integrale oplossingen te denken komen veel opgaven in meerdere keuzes terug. De vijf keuzes zijn: Florerende stad: Focus op de economisch gezonde stad met voldoende werk en voldoende en prettige en gevarieerde woonruimte, en sterke en uiteenlopende voorzieningen voor Gouda en omgeving, in de context van de grote historische kwaliteiten. Een hoge kwaliteit van bebouwing en de openbare ruimte draagt bij aan een prettige leefomgeving. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Sterke economie en regionale positie behouden, Doorgeven Historisch Gouda, en Prettig woon- en leefklimaat. Duurzame mobiliteit: Focus op de verduurzaming van de wijze waarop de gemeente binnen en buiten de stad beweegt, met een verschuiving naar nog meer fietsen, wandelen en openbaar vervoer, en met ruimte voor nieuwe mobiliteitsdiensten. Door afname van autoverkeer is het mogelijk verhardingsoppervlak en parkeerruimte te reduceren. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Duurzaam stedelijk ontwikkelen en Gezondheid stimuleren.
Gezonde groene stad: Focus op het stimuleren van de gezondheid, door hier bij de inrichting van de stad rekening mee te houden: een aantrekkelijker en groenere openbare ruimte, met gevarieerd groen, veel biodiversiteit, aandacht voor duurzaamheid, bescherming van de cultuurhistorische linten en groenstructuren, en zorgvuldig gekozen transitie- of ontwikkellocaties. Aandacht voor beperken van geluidhinder en zorg voor schone lucht speelt daarbij een grote rol. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Prettig woon- en leefklimaat en Gezondheid stimuleren. Energietransitie: Focus op duurzame transitie van onze energie, niet alleen in keuze van de bron (duurzame opwekking) maar ook hoe dit onderling wordt afgestemd, zodat we elkaar niet (onder- of bovengronds) in de weg zitten met de systemen. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Duurzaam stedelijk ontwikkelen. Sterke wijken: Focus op de woonwijken, waar het gewoon fijn leven is en/of nog fijner gaat worden. Voldoende woningen en de juiste, kwalitatief goede woningen, met een goed ingerichte openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en gezond gedrag, waarbij iedereen mee kan doen. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Prettig woon- en leefklimaat en Gezondheid stimuleren. De vijf keuzes worden voor zes deelgebieden in meer detail beschreven waar de ambitie voor de toekomst ligt.
Dit zijn gebieden waar veel verandert (de Spoorzone, Goudse Poort en Westergouwe), waar uitdagingen voor verbeteringen of intensivering liggen (zoals de Binnenstad, de Oostpolder en het IJsselfront), en de eerste woonwijk waarvoor een Omgevingsplan wordt opgesteld (Goverwelle). Goverwelle Sterke wijk Goverwelle Een van de Keuzes van de Omgevingsvisie is dat de gemeente Gouda gaat voor sterke wijken. Per wijk kan dat een ander accent betekenen. Wat dat voor Goverwelle betekent, is met name inzetten op een goed voorzieningenniveau, zoals het centrale gebied rondom Winkelcentrum Goverwelle, maar ook de overige voorzieningen op het gebied van zorg en scholen. De bereikbaarheid en toegankelijkheid, niet alleen fysiek, maar ook in de vorm van laagdrempeligheid en voor iedereen, is hierbij erg belangrijk voor de gemeente. De juiste functies op de juiste plek hoort daar ook bij. Als kantoorpanden lang leeg (blijven) staan, kunnen deze beter ruimte maken voor wonen (met groen). Ook kan groeiruimte in de hoogte, vooral nabij het treinstation, nog beter worden benut. Gezond en groen Goverwelle Ook minder tastbare voorzieningen zijn belangrijk, zoals een schone openbare ruimte met voldoende groen en water, en waarbij de inrichting uitnodigt om te bewegen. Goverwelle heeft een tekort aan groen.
Om die reden zet de gemeente in op de toegankelijkheid en veiligheid van de groene uitloopgebieden in de aangrenzende gemeente Krimpenerwaard naar buiten toe. Denk aan de gedeelde ambitie (met het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden) om het jaagpad te herstellen als doorlopende wandelverbinding en het versterken van het fietspadennetwerk met de omliggende wijken. Het historische lint Voorwillenseweg vormt de bijzondere drager van een van die fietsverbindingen. Ook het terugbrengen van de footprint van parkeren kan deel uitmaken van de weg naar meer groen. Duurzame mobiliteit De ligging aan het spoor, met station Goverwelle, biedt voor duurzame mobiliteit nog aanvullende kansen. Ook nieuwe buslijnen naar dit station dragen hieraan bij. Wellicht dat op termijn zorgvuldige verdichting op strategische plekken nabij het station wenselijk is. Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt in de zuidoosthoek van de wijk Goverwelle. De herontwikkeling van het perceel door
28
Onderbouwing ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locatie
omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 85 en 87, Gouda
het planologisch omzetten van twee woningen, en het toevoegen van een woning, leidt tot een beperkte intensivering van het grondgebruik. Met de herontwikkeling wordt de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het plangebied verbeterd. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stadsgebied. Deze functieverandering in overeenstemming met het onderdeel 'florerende stad', omdat het verminderen van de bestaande functie plaatsvindt waar deze nu én naar verwachting ook in de toekomst minder nodig is. De agrarische bedrijfsfunctie maakt plaats voor een passende vervolgfunctie waar (meer) behoefte aan is. De agrarische bedrijfsfunctie maakt plaats voor een passende vervolgfunctie waar juist wel behoefte aan is. Voorts is er sprake van een leefbaar woonklimaat, aansluitend bij het bestaande woongebied, waarbij rekening wordt gehouden met (fysieke) veiligheid, gezondheid en de nabijheid van voorzieningen. Ook houdt het plan rekening met duurzaamheid en klimaatadaptief bouwen. In paragraaf 4.4.8 wordt hierop nader ingegaan. Op de kaart bij de Omgevingsvisie ligt het plangebied aan de oost-, noord- en westzijde aan een woongebied dat is aangeduid als 'Prettig wonen in onze woonwijken' (figuur 8). Het plangebied zelf heeft de aanduiding 'Behouden van groene stadspolder'.
Het bebouwingslint wordt opgewaardeerd, omdat overtollige bebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor een schuurwoning en een bijgebouw. De oppervlakte aan bebouwing neemt per saldo af. De fysieke leefomgeving krijgt hierdoor een kwaliteitsimpuls. Gesteld kan worden dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten van Omgevingsvisie Gouda. Conclusie De Omgevingsvisie Gouda heeft een hoog abstractieniveau, waarin ontwikkelingen niet op perceelsniveau zijn beschreven. Het plangebied ligt in een woonwijk in bestaand stedelijk gebied. Vastgesteld kan worden dat er geen strijdigheid is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Figuur 8: Totaalkaart Omgevingsvisie Gouda. 4.4.3 Woon(zorg)visie 'Wonen in Gouda 2030' De gemeente Gouda heeft haar woonbeleid beschreven in het beleidsdocument 'Wonen in Gouda 2030, aangenaam stedelijk wonen voor iedereen, met oog voor zorg' (31 augustus 2021). Gedurende de loop van de voorgaande Woonvisie 2015-2020 is er veel gebeurd op het gebied van wonen. Bij de start van de Woonvisie 2015-2020 ging het erom, uit de woningcrisis te komen. Nu heeft de gemeente te maken met een grote en snel stijgende woningbehoefte, waardoor een versnelling van de woningbouw nodig is. Daarbij wil de gemeente oog blijven houden voor de betaalbaarheid van het wonen, de gevolgen van de vergrijzing en de toename van bijzondere doelgroepen die een beroep doen op de sociale huurwoningen. In de woonvisie staan de volgende onderwerpen centraal: