Bijlage 1 - Jaarstukken 2024
Tekst van het document
261
V
0
0
0.64 Belastingen overig
45
V
Diverse kleine verschillen.
45
V
0.7 Alg uitk en ov uitk gemeentefonds
669
V
De decembercirculaire gemeentefonds 2024 heeft geleid tot € 722.000 extra baten. Het college heeft de raad daarover geïnformeerd bij memo van 29 januari 2025.
722
V
Van meer uitkeringsmaatstaven dan gebruikelijk heeft het rijk per balansdatum geen geactualiseerde aantallen gepubliceerd. De werkelijke inkomsten voor Gouda vallen daardoor lager uit dan geraamd. Daarnaast zijn enkele nagekomen beschikkingen met betrekking tot de uitkeringsjaren 2022 en 2023 verwerkt. Per saldo leidt dit tot een nadeel van € 53.000.
53
N
0.8 Overige baten en lasten
703
V
De organisatie moet soms kosten maken voor organisatieontwikkeling. Ter dekking van deze kosten heeft de raad de reserve Organisatieontwikkeling in het leven geroepen. Hierop kan een beroep worden gedaan als het gaat om incidentele (re-)organisatiekosten die niet uit reguliere budgetten kunnen worden betaald. Er zijn minder kosten gemaakt dan was begroot als onttrekking uit de reserve. Veel kon binnen bestaande budgetten worden opgelost. Hierdoor is in 2024 een beperkt beroep gedaan op de reserve Organisatieontwikkeling en kan de reserve worden aangewend wanneer dat meer nodig is. Dit heeft ook betrekking op taakveld 0.4.
184
V
De taakmutaties uit de septembercirculaire 2024 gemeentefonds konden niet meer door middel van een begrotingswijziging naar de functionele programma's worden overgeheveld. Daarom is in dit programma een voordeel van € 287.000 ontstaan. De middelen in verband met de Wet betaalbare huur ad € 65.000 hoefden niet ingezet te worden. De lasten in verband met de taakmutatie alleenverdienersproblematiek zijn verantwoord in programma 4.
287
V
Gouda heeft een AZC. Op basis daarvan heeft Gouda recht op een uitkering volgens het Faciliteitenbesluit opvangcentra. Op basis van de septembercirculaire 2024 is € 173.000 ontvangen. Dit bedrag kon daarna niet meer met een begrotingswijziging naar het functionele programma worden overgeheveld. Voorgesteld wordt om dit bedrag bij de bestemming van het rekeningresultaat 2024 toe te voegen aan de hiervoor ingestelde reserve Vluchtelingenopvang.
173
V
Diverse kleine verschillen.
59
V
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
289
V
Door een nauwkeurigere manier van kostentoerekening aan de clusters parkeergarage en reclameconcessies over de jaren 2022, 2023 en 2024 is minder vennootschapsbelasting verschuldigd dan begroot.
289
V
Jaarstukken 2024
63
3.8.4.4 Verschillenverklaring reserves Omschrijving (bedragen * € 1000)
Verschil
V/N
0
V
Geen toe te lichten mutaties op reserves onder dit programma. Totaal
3.8.5 Verbonden partijen Verbonden partijen dragen bij aan de te realiseren beleidsdoelstellingen van de gemeente. Meer informatie over de verbonden partijen is te vinden in de paragraaf verbonden partijen.
64
Jaarstukken 2024
4 Jaarverslag: paragrafen 4.1 Lokale heffingen 4.1.1 Inleiding Gemeentelijke belastingen en heffingen zijn een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Hiermee dragen inwoners en ondernemers bij aan de voorzieningen in de stad, zoals zorg, onderwijs, wegen, riolering en afvalverwerking. Heffingssoorten De gemeente heft verschillende soorten belastingen en vergoedingen:: • Belastingen: Dit zijn verplichte bijdragen zonder directe tegenprestatie. De opbrengst gaat naar de algemene middelen van de gemeente. • Rechten: Dit zijn vergoedingen voor een specifieke dienst, zoals het verstrekken van een vergunning. De opbrengst mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten. • Bestemmingsheffingen: Dit zijn bijdragen voor het gebruik of onderhoud van collectieve voorzieningen. Ook hier geldt dat de opbrengst niet meer dan kostendekkend mag zijn. Lokale heffingen Gouda De gemeente Gouda heft de volgende belastingen en heffingen: • Belastingen: Onroerendezaakbelasting (OZB), hondenbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting en precariobelasting. • Rechten: Leges, marktgelden, havengelden en staangelden. • Bestemmingsheffingen: Rioolheffing, afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Deze paragraaf geeft inzicht in de opbrengsten en het beleid rondom de gemeentelijke belastingen en heffingen in 2024.
Ook wordt uitgelegd hoe de werkelijke inkomsten zich verhouden tot de begroting en wat de lokale lasten betekenen voor inwoners en bedrijven. De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) verzorgt voor Gouda de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen. Daarnaast bepaalt de BSGR de WOZ-waarde van alle onroerende zaken in de gemeente. Meer informatie over de BSGR is te vinden in de paragraaf Verbonden partijen en op www.bsgr.nl.
4.1.2 Beleid Algemeen In het bestuursakkoord 2022-2026 is afgesproken dat de onroerendezaakbelasting (OZB) niet meer zou stijgen dan het inflatiepercentage. De meeste belastingen zijn in 2024 verhoogd met 11,2%, bestaande uit 3,9% reguliere inflatie (zoals aangegeven in de meicirculaire 2023) en een inhaalslag van 7,3% volgens de Kadernota 2024-2027. Door deze aanpassing is Gouda gestegen op de landelijke ranglijst van duurste gemeenten. In 2022 stond Gouda op plek 22, in 2023 op 25 en in 2024 op 17 (bron: COELO 2024). Tariefontwikkeling • Het OZB-tarief is in 2024 verhoogd met 8,9% (ter vergelijking: in 2023 was dit 2,3%). • De rioolheffing is gestegen met 11,2% om de kosten te dekken. • De afvalstoffenheffing is verhoogd met € 29,11, waardoor het tarief in 2024 uitkomt op € 392,16 (inclusief 30 afvalzakken). Dit betekent een stijging van 8%. Woonlasten (lokale lastendruk) Onder woonlasten vallen de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De berekening wordt gemaakt voor een woning die bewoond wordt door meerdere personen, waarbij de eigenaar ook de gebruiker is. • Voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 334.000 stegen de woonlasten voor een eigenaar-gebruiker met 10,5% in 2024. • De woonlasten voor huurders stegen met 9,2%. Hoewel de verhogingen fors zijn, blijven de stijgingen iets onder het inflatiepercentage van 11,2%.
Dit komt doordat bij de OZB rekening wordt gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling en bij de riool- en afvalstoffenheffing alleen wordt doorberekend wat nodig is om de kosten te dekken.
4.1.3 Aanslagoplegging, kwijtschelding en bezwaarschriften De onderstaande tabel toont de totale productie van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) in 2024 voor de gemeente Gouda. Ter vergelijking zijn ook de cijfers uit 2023 opgenomen.
Jaarstukken 2024
65
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Aantal aanslagregels belastingjaar
2024
2023 193.050
186.286
Aantal aanslagregels 2 voorliggende belastingjaren
7.407
9.515
Bruto opgelegd
61.792
54.401
Correcties
-1.767
-1.097
Kortingen (afvalstoffenheffing diftar)
-13
-14
Kwijtscheldingen (inclusief voorgaande belastingjaren)
-1.831
-1.649
Netto
58.181
51.641
De bedragen in de bovenstaande tabel omvatten niet alleen de opbrengsten uit 2024, maar ook betalingen die betrekking hebben op eerdere belastingjaren. Van het totale nettobedrag van € 58.181.000 heeft € 5.158.000 betrekking op belastingjaren van vóór 2024. Dit laat zien dat een deel van de inkomsten voortkomt uit achterstallige betalingen en invorderingen van voorgaande jaren.
Opbrengsten Onroerende zaakbelastingen Eigenaren en/of gebruikers van woningen, bedrijfspanden en grond betalen onroerende zaakbelasting (OZB). De opbrengsten hiervan gaan naar de algemene middelen van de gemeente. De hoogte van de OZB wordt bepaald op basis van de WOZ-waarde van een pand of perceel. Voor 2024 is uitgegaan van een gemiddelde stijging van 2,1% van de WOZ-waarde van woningen en 0,7% van niet-woningen (waarde peildatum 1 januari 2023). Omdat de OZB-opbrengst is verhoogd met het inflatiepercentage, heeft dit geleid tot een aanpassing van de tarieven. De opbrengst uit OZB voor woningen is 0,5% (€ 57.000) hoger dan begroot, doordat de gemiddelde waardestijging van woningen iets hoger was dan verwacht. Ook zijn er extra aanslagen opgelegd over voorgaande jaren. • De OZB-opbrengst uit het eigendom van niet-woningen is 2,1% (€ 118.000) hoger dan geraamd, eveneens door een hogere waardestijging dan verwacht en extra aanslagen over oude jaren. • De OZB-opbrengst uit het gebruik van niet-woningen is 8,7% (€ 335.000) lager dan begroot, omdat de verwachte extra aanslagen over oude jaren te hoog waren ingeschat. Reinigingsheffingen Huishoudens betalen afvalstoffenheffing om de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval te bekostigen. Het tarief bestaat uit een vast bedrag en een variabel deel, afhankelijk van hoe vaak restafval wordt aangeboden in het voorgaande jaar.
Bij de vaststelling van het tarief is uitgegaan van 100% kostendekkendheid. De opbrengst van de afvalstoffenheffing in 2024 komt nagenoeg overeen met de begroting. Rioolheffingen Huishoudens en bedrijven die direct of indirect water afvoeren op de gemeentelijke riolering betalen rioolheffing. Dit is een bestemmingsheffing, wat betekent dat de opbrengsten uitsluitend worden gebruikt voor de kosten die samenhangen met de wettelijke zorgplicht van de gemeente. Deze zorgplicht omvat de afvoer en verwerking van afvalwater, het reguleren van regenwaterafvoer en het beheer van het grondwaterpeil. De rioolheffing zorgt er daarmee voor dat het rioolstelsel goed functioneert en dat wateroverlast en verontreiniging worden voorkomen. De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het Water- en Rioleringsprogramma (WRP), met als uitgangspunt een kostendekkende heffing. Jaarlijks worden de tarieven vastgesteld op basis van de meest actuele baten en lasten in de begroting. De gemeenteraad heeft de voorgestelde tarieven goedgekeurd. De uiteindelijke opbrengst uit de rioolheffing kwam € 231.000 (1,1%) lager uit dan begroot. Marktgelden Marktkooplieden betalen marktgeld als vergoeding voor het gebruik van gemeentegrond en voor het dagelijks toezicht en schoonhouden van het marktterrein. In 2024 lag de opbrengst € 2.000 (1,4%) lager dan begroot.
Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven op overnachtingen van bezoekers die niet in Gouda wonen. Hotels, bed & breakfasts en andere overnachtingslocaties dragen deze belasting af. Sinds 2022 geldt in Gouda een registratieplicht voor toeristische verhuur van woningen. Dit helpt de gemeente om beter zicht te krijgen op verhuur via platforms zoals Airbnb, om de druk op de woningmarkt te bewaken en om toeristenbelasting correct te innen. In 2024 leverde de toeristenbelasting € 76.000 meer op dan begroot, mede door een toename van het aantal overnachtingen en aanslagen over voorgaande jaren.
66
Jaarstukken 2024
Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven op het gebruik van openbare grond door bedrijven of particulieren, bijvoorbeeld voor bouwmaterialen, terrassen en uitstallingen. In 2024 was de opbrengst € 52.000 hoger dan begroot, vooral door een stijging van precario-inkomsten voor bouwplaatsen. Hondenbelasting Hondenbezitters betalen hondenbelasting. De opbrengst hiervan was in 2024 € 9.000 lager dan begroot. Dit komt door belastingverminderingen die zijn toegekend voor eerdere jaren. Havengelden Havengelden worden geheven voor het aanleggen of verblijven van vaartuigen in gemeentewater. De hoogte van het bedrag hangt af van de duur van het verblijf en de lengte van het vaartuig. In 2024 werd € 20.000 minder geïnd dan begroot. Dit komt door werkzaamheden aan een sluis en brug, waardoor er minder passanten waren, en een tijdelijke sluiting van de Kock van Leeuwensluis door een defecte sluisdeur. Staangelden Staangeld is een heffing voor bewoners van woonwagens voor het gebruik van een standplaats. In 2024 lag de opbrengst € 33.000 lager dan begroot. De inkomsten uit staangelden blijven al jaren stabiel, en de begroting wordt hierop aangepast. Leges Leges zijn vergoedingen voor gemeentelijke diensten zoals paspoorten, rijbewijzen en bouwvergunningen.
De opbrengst uit leges voor burgerzaken was € 132.000 (8%) hoger dan verwacht, doordat meer akten, reisdocumenten en rijbewijzen zijn aangevraagd dan vooraf ingeschat. Bij de bouwleges bleef de opbrengst echter € 1,2 miljoen achter op de begroting. Dit komt doordat grote bouwprojecten die waren verwacht voor 2024 zijn vertraagd of uitgesteld. Landelijk en lokaal kampt de woningbouwsector met stijgende kosten, hogere rentes, bezwaarprocedures en uitdagingen zoals stikstofregels en netcongestie. Parkeerbelastingen In 2024 was de parkeeropbrengst € 237.000 (4,5%) hoger dan begroot. Hoewel de begroting halverwege het jaar werd bijgesteld, vielen de uiteindelijke inkomsten toch hoger uit. Dit kwam vooral door extra opbrengsten uit straat- en terreinparkeren en iets hogere inkomsten uit naheffingsaanslagen. Kwijtschelding In Gouda kunnen inwoners met een laag inkomen kwijtschelding krijgen voor de onroerende zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De norm voor kwijtschelding is 100% van de bijstandsnorm, het wettelijk maximum. Voor het variabele deel van de afvalstoffenheffing kan maximaal € 75 worden kwijtgescholden. In 2024 werd in totaal € 1.831.000 kwijtgescholden, € 135.000 meer dan begroot. Hiervan had € 1.749.000 betrekking op het belastingjaar 2024 en € 82.000 op voorgaande jaren. De afgelopen drie jaar lag de kwijtschelding tussen de € 1,6 en € 1,7 miljoen per jaar.
Het onderstaande overzicht toont alle kwijtscheldingsverzoeken die in 2024 zijn ingediend en (waar mogelijk) al zijn afgehandeld. Omschrijving
Aantal 2024
Bedrag 2024
Aantal 2023
Bedrag 2023
2.945
1.831
3.058
1.649
Afgewezen
591
-
621
-
In behandeling
33
-
21
-
3.569
1.831
3.700
1.649
(Geheel of gedeeltelijk) toegewezen
Totaal ingediende kwijtscheldingsverzoeken
Bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen Bezwaar tegen WOZ-waarde
2024
Bezwaar tegen WOZ-waarde
Openstaand 31-12-2023
948
Openstaand 31-12-2022
ingediend Openstaand 31-12-2024
1.402 284
2023 38
ingediend
2.537
Openstaand 31-12-2023
948
Op 1 januari 2024 stonden bij de BSGR nog 948 bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen open. Gedurende het jaar kwamen daar 1.402 nieuwe bezwaarschriften bij. Aan het eind van 2024 waren er nog 284 bezwaren in behandeling. Het hoge aantal openstaande bezwaarschriften aan het begin van het jaar was een gevolg van de sterke toename van bezwaren in 2023, waarvan de afhandeling doorliep in 2024. In 2024 lag het aantal ingediende bezwaren weer op het niveau van 2021, wat aansluit bij de landelijke trend. Ongeveer 54% van de bezwaarschriften werd ingediend via gemachtigden, waaronder No-Cure-No-Pay-bureaus.
Jaarstukken 2024
67
4.1.4 Overzichten In deze paragraaf staan de volgende overzichten: 1. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder; 2. Overzicht lokale heffingen. ad 1. Overzicht woonlasten (lokale lastendruk) eigenaar/gebruiker en huurder De tabel hieronder toont de woonlasten in Gouda voor 2024, zowel voor eigenaar-gebruikers als voor huurders. Ter vergelijking zijn de cijfers van 2023 toegevoegd. Dit overzicht omvat de onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. De berekening is gebaseerd op een meerpersoonshuishouden. Voor de OZB 2024 is uitgegaan van een gemiddelde WOZ-waarde van € 334.000 (per 1 januari 2023, bron: Waarderingskamer). Ter vergelijking: in 2023 was de gemiddelde WOZ-waarde € 323.000. omschrijving
2024
2024
eigenaar/ gebruiker
2023
2023
huurder eigenaar/ gebruiker
huurder
OZB eigenaar
305,94
Afvalstoffenheffing
392,16
Rioolheffing eigenaar
287,45
Rioolheffing gebruiker
242,64
242,64
218,25
218,25
1.228,19
634,80
1.111,44
581,30
Totaal
271,64 392,16
363,05
363,05
258,50
ad 2. Overzicht lokale heffingen Belasting (bedragen * € 1.000)
Opbrengst 2023
Opbrengst 2024 begroting na wijziging
Opbrengst 2024 rekening
Kwijtschelding Kwijtschelding begroot 2024 rekening 2024
Tarieven 2024
OZB-eigenaren woningen
9.352
10.685
10.742
2
1
0,0916%
OZB-eigenaren niet-woningen
4.760
5.414
5.532
0
0
0,3810%
OZB-gebruikers niet-woningen
3.610
3.859
3.524
Afvalstoffenheffing
12.072
13.127
13.127
976
1.125
392,16
Rioolheffing eigenaren
9.310
10.583
10.448
Rioolheffing gebruikers
8.213
9.485
9.389
719
707
242,64
Totaal Belastingen en heffingen
47.317
53.153
52.762
1.697
1.832
Belastingen en heffingen
0,3039% 287,45
Overige belastingen Hondenbelasting
281
314
305
Parkeerbelastingen
5.183
5.218
5.455
Toeristenbelasting
146
169
245
Precariobelasting
281
330
382
5.891
6.031
6.387
Totaal Overige belastingen
90 div. 1,86 div. 0
0
Overige rechten Leges burgerzaken
994
1.560
1.692
div.
4.964
3.890
2.674
div.
Leges overig
177
182
170
div.
Marktgelden
134
144
142
div.
Havengelden
114
131
111
div.
Staangelden
55
86
53
div.
Reinigingsrechten
36
25
18
Totaal Overige rechten
6.474
6.019
4.860
0
0
Totaal Lokale heffingen
59.682
65.203
64.009
1.697
1.832
Leges bouwvergunningen
div.
NB: Het tarief voor afvalstoffenheffing is als volgt opgebouwd: Vast tarief (€ 347,16) + Variabel tarief 140 liter container (€ 1,50) x Gemiddeld aantal inzamelingen (30). Vergelijking met andere gemeenten Elk jaar publiceert het COELO de Atlas van de Lokale Lasten, waarin de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen worden vergeleken. Hoewel het COELO bij de berekeningen afwijkt in gemiddelde woningwaarden en OZB-aanslagen, geeft de atlas een goed beeld van hoe Gouda zich verhoudt tot omliggende gemeenten.
68
Jaarstukken 2024
In 2024 is het tarief voor de rioolheffing opnieuw gestegen, zowel voor eigenaren als gebruikers. Hierdoor blijft Gouda, net als voorgaande jaren, de gemeente met het hoogste gecombineerde tarief voor de rioolheffing (COELO, 2024, p. 82). Mede hierdoor is Gouda gestegen naar plek 17 op de lijst van duurste gemeenten op het gebied van woonlasten voor woningbezitters. Dit is een stijging ten opzichte van 2023 (plek 25) en 2022 (plek 22). Vergelijking met omliggende gemeenten laat zien dat een woningbezitter in Gouda: • € 57 minder betaalt dan in Bodegraven-Reeuwijk; • € 349 meer betaalt dan in Alphen aan den Rijn; • € 301 meer betaalt dan in Krimpenerwaard; • € 253 meer betaalt dan in Zuidplas. De relatief hoge woonlasten in Gouda worden met name veroorzaakt door de hoge rioolheffing. In de onderstaande tabel wordt weergegeven hoe de hoogte van de lokale belastingen zich verhoudt tot de rest van Nederland (COELO, 2024). Woonlasten 2024 (meerpersoons huishouden)
Gouda
In % totale lasten
Nederland
In % Positie in Coelo ranglijst alle gemeenten (n=342)
Rioolheffing
€ 530,00
41%
€ 225,00
23%
1
Afvalstoffenheffing
€ 399,00
31%
€ 346,00
35%
58
OZB
€ 366,00
28%
€ 423,00
42%
264
Totale woonlasten
€ 1.295,00
100%
€ 994,00
100%
17
Voor huurders van een woning is Gouda in 2024 gestegen naar plek 30 op de lijst van duurste gemeenten, terwijl de stad in 2023 nog op plek 39 stond. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan de verhoging van de afvalstoffenheffing (+ € 29,11) en de rioolheffing (+ € 24,39). De netto woonlasten voor meerpersoonshuishoudens bedragen in Gouda € 1.343 (COELO, 2024, p. 105). Netto woonlasten zijn de bruto woonlasten gecorrigeerd voor de lagere Algemene Uitkering (AU). Gemeenten met een hogere gemiddelde WOZ-waarde ontvangen minder uit de AU en compenseren dit vaak met een hogere OZB-heffing. De extra OZB, die voortkomt uit deze lagere uitkering, kan per gemeente berekend en afgetrokken worden van de totale OZBopbrengst (COELO, 2024, p. 104). Op de ranglijst van netto woonlasten staat Gouda nu op plek 6, terwijl de stad in 2023 nog op plek 9 stond. Alleen Bloemendaal, Wijdemeren, Voorschoten, Oegstgeest en Meerssen zijn duurder. Op de lijst van bruto woonlasten is Gouda, zoals eerder vermeld, nummer 17 in Nederland (COELO, 2024, p. 105).
4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis dat de tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn. Dit betekent dat de geraamde baten op begrotingsbasis niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. In deze paragraaf wordt op basis van de realisatie over 2024 inzicht gegeven in de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen. Leges Voor leges wordt per titel en per hoofdstuk de kostendekkendheid bepaald op basis van de realisatie in 2024. Binnen de legesverordening mogen afzonderlijke onderdelen een kostendekkendheid van meer dan 100% hebben. Echter, op begrotingsbasis mag de totale legesverordening niet boven de 100% kostendekkendheid uitkomen. In de praktijk kunnen afwijkingen ontstaan tussen de begrote en daadwerkelijk gerealiseerde inkomsten en uitgaven. HOOFDSTUK 1 Algemene dienstverlening - Realisatie 2024 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten
Totale baten
Kostendekkendheid
Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand
119
94
78,9%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
994
1.047
105,3%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen
233
248
106,5%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
42
43
101,5%
Paragraaf 1.5 - Gereserveerd
0
0
0,0%
Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie
0
0
0,0%
Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken
36
38
107,3%
Paragraaf 1.8 - Gereserveerd
0
0
0,0%
Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten
143
132
92,2%
7
7
100,1%
1.575
1.609
102,2%
Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal titel 1
Jaarstukken 2024
69
HOOFDSTUK 2 OMGEVINGSWET - Realisatie 2024 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten
Totale baten
Kostendekkendheid
Paragraaf 2.1 t/m 2.14
2.758
2.722
98,7%
Totaal titel 2
2.758
2.722
98,7%
HOOFDSTUK 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn - Realisatie 2024 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten Totale baten
Kostendekkendheid
Paragraaf 3.1 - Horeca
78
30
38,2%
Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven
0
0
0,0%
Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet
0
0
0,0%
Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement
18
14
75,8%
Paragraaf 3.5 - Gereserveerd
0
0
0,0%
Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 en Huisvestingsverordening Gouda 2023
0
2
0,0%
Paragraaf 3.7 - Overige besluiten en in dit hoofdstuk niet benoemd besluiten
0
0
0,0%
Totaal titel 3
96
46
47,5%
Totale lasten
Totale baten
Kostendekking Hoofdstuk 1
1.575
1.609
102,2%
Kostendekking Hoofdstuk 2
2.758
2.722
98,7%
Kostendekking Hoofdstuk 3
96
46
47,5%
Totaal kostendekkendheid
4.429
4.377
98,8%
Recapitulatie (bedragen * € 1.000) Titel
Kostendekkendheid
Voor de berekening van de kostendekkendheid van de legestarieven uit de legesverordening worden alle directe lasten op de relevante taakvelden meegenomen. Dit betreft onder andere de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Denk hierbij aan afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van medewerkers van de Omgevingsdienst, automatiseringskosten en uren van gemeentelijke medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten. Aan de batenkant worden de werkelijke inkomsten uit 2024 in kaart gebracht. De kostendekkendheid wordt bepaald door de baten af te zetten tegen de lasten. Wanneer de kosten hoger zijn dan de opbrengsten, is de kostendekkendheid lager dan 100%. Andersom geldt dat als de inkomsten hoger zijn dan de kosten, de tarieven meer dan kostendekkend zijn. In 2024 kwam de totale kostendekkendheid van de legesverordening uit op 98,8%. Dit betekent dat de inkomsten uit leges op basis van de realisatie iets minder dan kostendekkend zijn. Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2024 Het uitgangspunt bij het vaststellen van de afvalstoffenheffing in 2024 was 100% kostendekkendheid. Dit betekent dat de inkomsten uit de heffing volledig de kosten voor afvalinzameling en -verwerking dekken. In 2024 is dit percentage ook daadwerkelijk gerealiseerd.
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2024 na wijzigingen
Rekening 2024
Kosten taakveld afval
13.242
13.115
Inkomsten exclusief heffingen
-1.946
-2.135
inzet reserve afval (taakveld 0.10) Netto kosten
0
0
11.296
10.980
Toe te rekenen kosten: Reinigingsinspectie
37
37
Compensabele btw
2.249
2.112
Totaal kosten
13.582
13.129
Opbrengst afvalstoffenheffing
13.127
13.127
Dekking
96,7%
100,0%
70
Jaarstukken 2024
Kostenonderbouwing rioolheffing 2024 Overeenkomstig het vastgestelde Water- en Rioleringsplan 2024-2028 in maart 2024 is de rioolheffing niet meer kostendekkend. Voor 2024 realiseert de gemeente 85% kostendekking. Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2024 na wijzigingen
Rekening 2024 20.991
Kosten taakveld riolering
21.631
Inkomsten exclusief heffingen
-748
-1.243
Netto kosten
20.883
19.748
Toe te rekenen kosten: Overhead
-
-
Compensabele btw
3.842
3.398
Totaal kosten
24.725
23.146
Opbrengst rioolheffing
20.068
19.837
Dekking
81,2%
85,7%
De voorziening riool bestaat uit twee onderdelen: een spaardeel voor toekomstige investeringen en een egalisatiedeel om jaarlijkse schommelingen in de kosten op te vangen. In de presentatie van de voorziening zal deze voortaan gesplitst worden weergegeven. In onderstaande tabel is de stand voor de beide onderdelen en op het totaal zichtbaar. Voorziening riool (bedragen * € 1.000) Voorziening riolering (spaardeel) Voorziening riolering (egalisatiedeel) Totaal
Saldo 1-1-2024
Toevoeging Vrijval
Aanwending Saldo 31-12-2024
15.988
8.856
8.425
0
80
10.981
9.620
0
1.440
16.068
19.837
18.045
0
17.860
Jaarstukken 2024
16.420
71
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van risico’s en daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de gemeente. In de kern gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze paragraaf geeft aanvullend de stand van zaken van een zestal financiële kengetallen: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording, de nota risicomanagement en weerstandsvermogen en de nota reserves en voorzieningen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inzichten die vanuit het ministerie van BZK worden aangereikt (Financiële Regelgeving en Toezicht Decentrale Overheden).
4.2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. De weerstandscapaciteit wordt uitgedrukt in een weerstandsratio. Weerstandsratio = beschikbaar weerstandsvermogen : benodigd weerstandsvermogen
4.2.2.1 Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de Algemene reserve en van het rekeningresultaat, voor zover dit wordt toegevoegd aan de Algemene reserve.1 In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het beschikbare weerstandsvermogen in 2023 en 2024 weergegeven. 2024
2023
Algemene reserve (31/12)
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
27.934
31.604
Subtotaal voor resultaatbestemming
27.934
31.604
Resultaatbestemming AR
12.246
6.389
Beschikbaar weerstandsvermogen (31/12)
40.180
37.993
De startpositie per 1 januari 2024 correspondeert met de jaarstukken 2023, na verwerking van de voorgestelde besluitvorming ten aanzien van het rekeningresultaat 2023. Dit besluit voor 2024 wordt pas definitief genomen bij de vaststelling van het rekeningresultaat 2024, en kan wijzigen als de raad anders besluit. Het beschikbaar weerstandsvermogen bedraagt € 27.934.000 ultimo 2024.
4.2.2.2 Benodigd weerstandsvermogen Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO-methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie. In onderstaande tabel wordt de top-10 risico’s met de grootste financiële impact toegelicht. Het totaaloverzicht is te vinden in de bijlage. Naam
Omschrijving
Risico-gebied
Kansper- Maximaal centage (*€1.000)
Open einde regeling Jeugd
De Jeugdwet is een open-einde regeling en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het lopende jaar in dit geval 2025 - niet toereikend is.
Jeugdzorg
70%
€ 4.000
Museum Gouda
De (klimatologische) conditie van het museumgebouw en depot is ondermaats. Zonder meer investeringen nemen de risico’s voor de bedrijfscontinuïteit toe. Mocht dat risico zich voordoen, dan leidt dit tot extra, incidentele kosten voor instandhouding van het gebouw, opslag en overige kosten. Dit kan ook consequenties hebben voor de subsidie aan Museum Gouda.
Cultuur
80%
€ 3.000
Top 10 risico´s
1
Zie Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen.
72
Jaarstukken 2024
Naam
Omschrijving
Risico-gebied
Open einde regeling Participatiewet (BUIG-budget)
De gemeente ontvangt een BUIG uitkering voor het betalen van bijstandsuitkeringen/uitkeringen Levensonderhoud en Loonkostensubsidies. Het BUIG-budget betreft twee deelbudgetten met een verschillende financieringssystematiek; beide zijn open einde regelingen.
Werk en inkomen
Kansper- Maximaal centage (*€1.000) 70%
€ 3.000
BorgGemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen van Treasury en garantstellingen organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank, dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). Het Schouwburgcomplex is een borgstelling met een hoger risicoprofiel dan in voorgaande jaren, en de Cheese Experience met een lager risicoprofiel.
20%
€ 6.600
Inflatie
Door inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, mogelijk meer dan de uitkering uit het Gemeentefonds meestijgt door de loon-prijsindexatie.
Financiën
50%
€ 2.500
Fiscaliteit
Het onderdeel fiscaliteit binnen gemeenten wordt steeds complexer en het is een uitdaging om de bewustwording en de kennis breed in de organisatie te brengen en te houden. We zetten hier op in.
Financiën
30%
€ 3.000
Programma voorzieningen
In 2024 zijn aanvragen voor het programma voorzieningen huisvesting Onderwijs onderwijs ingediend waarbij dekking komt uit de Begroting 2025. Afhankelijk van de plannen uit het IHP 2e tranche onderwijshuisvesting en besluiten in de Kadernota kan worden bepaald of de ISK-verbouwing nodig is. Na vaststelling van deze twee documenten kan worden bepaald of het budget nodig is voor de ISK-verbouwing. Dit risico was aanwezig op 31 december 2024, in mei 2025 is gebleken dat het risico zich niet voor zal doen.
60%
€ 1.300
40%
€ 1.500
50%
€ 1.000
Financieel risico deelbudget bijstandsuitkeringen Afhankelijk van de ontwikkeling van het macrobudget, het budgetaandeel en van de bijstandsvraag in de gemeente bestaat een financieel risico. Gemeenten moeten een tekort tot 7,5% op hun budget voor de Participatiewet zelf opvangen (eigen risico) uit eigen middelen. Voor grote(re) tekorten op het budget is er een vangnetuitkering Participatiewet die gemeenten (beperkte) financiële compensatie biedt, met een getrapte vergoeding. Financieel risico deelbudget loonkostensubsidies (LKS) Het deelbudget voor loonkostensubsidies wordt toegekend op basis van de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidie in het voorgaande jaar. Ook dit is een open einde regeling, waarbij het macrobudget LKS vooraf wordt vastgesteld/gemaximeerd. Voorlopig zorgt het ministerie ervoor dat het macrobudget LKS voldoende is om de uitgaven aan LKS volledig te dekken. Financiële risico’s voor de gemeente zijn er desondanks bij sterke schommelingen in de inzet van loonkostensubsidies (bijvoorbeeld bij sterke toename van de inzet in een kalenderjaar) en bij lagere inzet van LKS dan gemiddeld in de andere gemeenten.
Stijgende Risico dat prijzen omhoog gaan voor aanbestedingen of op basis materiaalkosten en van Uniforme Administratieve Voorwaarden §47 (UAV) afspraken na krapte op de markt aanbesteding. Veel materialen worden schaarser (en duurder) en veel aanbieders zitten vaak vol. Hier speelt ook de onzekerheid van de oorlog in Oekraïne en in het Midden Oosten.
Beheer Openbare Ruimte
Prijzen gaan dan omhoog voor lopende en nieuwe beheeren projectaanbestedingen. Het beheerplan Groot Onderhoud en Vervangingsonderhoud (GOVO) is aangenomen met daarin een inflatiecorrectie. Dit zorgt ervoor dat een eventuele prijsstijging geheel of gedeeltelijk regulier kan worden opgevangen Verbonden partijen Verbonden partijen zijn gemeentelijke samenwerkingsverbanden of Verbonden en samenwerking deelnemingen die gevormd zijn om bepaalde taken bijvoorbeeld efficiënter partij/subsidie uit te voeren. De gemeente Gouda heeft in de rechtspersonen bestuurlijke invloed en/of financiële belangen. Per 1 januari 2025 is daar de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden Holland bijgekomen. De gemeentelijke bijdrage van Gouda aan de publiekrechtelijke verbonden partijen bedraagt in 2025 op begrotingsbasis € 29,6 miljoen; aan de privaatrechtelijke partijen bedraagt de totale gemeentelijke bijdrage € 19,3 miljoen. Bij samenwerkingsverbanden kunnen risico's ontstaan door: uittredingen van deelnemers, een niet-sluitende begroting, het verminderen van bijdragen aan regelingen door het Rijk of daling van reserves waardoor tekorten binnen de verbonden partij niet meer opgevangen kunnen worden. Maar ook verminderde afname van ondersteunende diensten die we als gemeente leveren, of andere markteisen. Verder kennen we ook
Jaarstukken 2024
73
Naam
Omschrijving
Risico-gebied
Kansper- Maximaal centage (*€1.000)
het risico dat de gemeentelijke indexering geen gelijke tred houdt met de CAO-ontwikkelingen van gemeenschappelijke regelingen. Aansprakelijkheid Niet of onvoldoende nakomen van contractuele afspraken en Centraal en toezeggingen, onzorgvuldig handelen of onjuiste toepassing van Juridische nadeelcompensatie regelgeving kan ertoe leiden dat de gemeente aansprakelijk wordt Afdeling gesteld voor schade. Deze schade kan ontstaan in het openbaar gebied (letselschade, materiële schade, evenementen, etc.). Meestal door handelen of nalaten van de gemeente (onterecht weigeren/verlenen vergunning, werken in de openbare ruimte). Het gaat hierbij om grotere schades die niet worden gedekt door de verzekering (contractuele aansprakelijkheid) of boven de dekking uitgaan.
30%
€ 1.500
De gemeente kan ook aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van op zichzelf rechtmatig handelen, bv. door werkzaamheden in het openbaar gebied doordat winkels en/of bedrijven moeilijk bereikbaar zijn (gederfde winst). De drempel om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie is relatief hoog zodat de kans van optreden laag wordt ingeschat en het risico niet wordt meegenomen in het berekenen van de weerstandscapaciteit.
De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt dan uit op € 7.714.219. Voor de going concern risico's wordt een Monte Carlo simulatie uitgevoerd. De resultaten kunnen als volgt worden weergegeven:
De simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 12.465.217. Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd. Het benodigd weerstandsvermogen voor 2024 en verder bedraagt dan bij het opmaken van deze jaarrekening € 20.179.436.
4.2.2.3 Beoordeling weerstandsvermogen Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de weerstandsratio van de gemeente berekend. Deze weerstandsratio fungeert als indicator voor de weerstandscapaciteit. De weerstandsratio ziet er voor Gouda ultimo 2024 als volgt uit: 40.180 / 20.179 = 2,0 en kwalificeert als ruim voldoende. De weerstandsratio kan als volgt van een kwalificatie worden voorzien: Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2024
2023
Beschikbaar weerstandsvermogen
40.180
37.994
Benodigd weerstandsvermogen
20.179
18.262
2,0
2,1
Weerstandsratio Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4-2,0
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-1,0
Matig
E
0,6-0,8
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim onvoldoende
Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen.
74
Jaarstukken 2024
4.2.3 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting en de jaarstukken past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld. In het BBV is bepaald dat gemeenten vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Kengetallen
Rekening 2023
Begroting 2024(basis)
Rekening 2024
GTK-richtlijn
Netto schuldquote
68,8%
90,4%
69,6%
< 90% = minst risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
68,4%
90,0%
69,1%
< 90% = minst risicovol
Solvabiliteitsratio
25,2%
24,2%
24,4%
< 20% = meest risicovol
Grondexploitatie
8,0%
1,9%
5,0%
< 20% = minst risicovol
Structurele exploitatieruimte
0,6%
-1,6%
1,2%
> 0,0% = minst risicovol
Belastingcapaciteit
117,7%
128,9%
123,6%
> 105% = meest risicovol
4.2.3.1 Toelichting Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen in de begroting. Hoge schulden brengen hoge rentelasten met zich mee. De rentelasten hebben effect op de flexibiliteit van de begroting en mogen niet een te groot deel van de begroting worden. De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform BBV te delen door de totale baten (exclusief mutaties reserves). Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. De rentelasten en aflossingen van de schulden die hier tegenover staan, drukken niet op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Het GTK van de provincie Zuid-Holland adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De VNG geeft aan dat er bij een schuldquote van 130% sprake is van een hoge schuld. De VNG geeft hierbij wel aan dat de hoogte van de rente van invloed is op de betaalbaarheid van de schuld. De gemeente Gouda hanteert een norm van maximaal 110%. De netto schuldquote is per 31-12-2024 69,6% (2023: 68,8%) en daarmee ongeveer gelijk gebleven en voldoet ruim aan de norm.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote wordt zowel in- als exclusief doorgeleende gelden gepresenteerd. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de door de gemeente verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldpositie. Het kengetal wordt op dezelfde wijze berekend als de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden betrokken. De ontwikkeling van de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, vertoont een vergelijkbaar beeld als de ontwikkeling van de netto schuldquote. In percentage uitgedrukt, is het aandeel van de verstrekte leningen duidelijk zeer beperkt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Indien sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen, hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. De gemeente Gouda hanteert, conform de richtlijn van de VNG, een minimum omvang van 20% als norm. De solvabiliteitsratio is licht gedaald ten opzichte van 2023 en bedraagt 24,4% en voldoet daarmee aan de norm. Als gevolg van toekomstige opgaven voor de gemeente Gouda staat deze ratio wel onder druk.
Grondexploitatie Grondexploitaties kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is dan ook van groot belang omdat deze waarde bij de verkoop moet worden terugverdiend. Voor de berekening van dit kengetal wordt de balanswaarde (= boekwaarde grondexploitaties gecorrigeerd met de voorzieningen grondexploitaties) van de bouwgrond in exploitatie (onderhanden werken) gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Hoe hoger het kengetal hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet geheel lukt. De VNG adviseert dat maximaal 20% een acceptabele omvang van dit kengetal is. Het percentage per 31-12-2024 bedraagt 5,0% (2023: 8,0%). Deze ligt daarmee ruim onder deze norm.
Jaarstukken 2024
75
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoeging aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Dat wil zeggen dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. Het positief percentage van 1,2% laat zien dat de structurele lasten volledig en incidentele lasten deels worden gedekt door structurele baten. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten (bestaande uit de afvalstoffen- en rioolheffing van een meerpersoonshuishouden en de OZB met een gemiddelde WOZ-waarde) te vergelijken met het landelijk gemiddelde en uit te drukken in een percentage. Dit gebeurt op realisatiebasis. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Het percentage is in 2024 gestegen tot 123,6% (2023: 117,7%) boven deze norm. Dit wordt met name veroorzaakt door het tarief voor de rioolheffing. Zie hiervoor ook de paragraaf lokale heffingen.
4.2.3.2 Conclusie Uit de kengetallen blijkt dat de financiële positie in 2024 ongeveer gelijk is gebleven. De netto schuldquote is in 2024 ongeveer gelijk gebleven en voldoet ruim aan de norm. De weerstandsratio is nagenoeg gelijk gebleven en kwalificeert als ruim voldoende. De structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele lasten waaronder de lasten die samenhangen met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing) in 2024 volledig gedekt worden door structurele baten. Het risico van de grondexploitaties is beperkt. Dit blijkt uit het lage percentage grondexploitaties, dat ruim onder de norm ligt. Aandachtspunten blijven de solvabiliteit en belastingcapaciteit. De solvabiliteitsratio voldoet in 2024 ruim aan de norm, maar staat vanwege toekomstige opgaven onder druk. Het kengetal voor de belastingcapaciteit is in 2024 gestegen en hoger dan het landelijk gemiddelde. Dit wordt met name verklaard door de hoge rioolheffing. Het blijft dan ook van belang om deze ratio’s te monitoren en hierop te sturen gedurende het jaar 2025 en verder.
76
Jaarstukken 2024
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding Deze paragraaf biedt een overzicht van de belangrijkste kapitaalgoederen van de gemeente en de bijbehorende onderhoudskosten. Kapitaalgoederen zijn essentiële voorzieningen die nodig zijn om de stad goed te laten functioneren en om gemeentelijke diensten te kunnen leveren. Het gaat hierbij onder andere om wegen, openbare verlichting, bruggen, kademuren, viaducten, verkeersmaatregelen, watergangen, havens, openbaar groen, speelvoorzieningen, riolering en gemeentelijke gebouwen. In deze paragraaf wordt per categorie kapitaalgoederen toegelicht welk onderhoudsbeleid is gehanteerd en wat de onderhoudskosten in 2024 zijn geweest. Het onderhoudsbeleid is gebaseerd op de volgende door de raad vastgestelde nota's: Nota
Datum vaststelling
Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020 - 2024
Vastgesteld op 19-02-2020
Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Gouda 2020
Vastgesteld op 19-02-2020
Kadernota Vastgoed 2023
Vastgesteld op 13-12-2023
Nota kwaliteitsplan openbare ruimte (KOR)
Vastgesteld op 03-10-2005, actualisatie in 2018 (ter kennisname) aan de raad aangeboden
Nota Lange Termijn Investeringen (LTI)
Vastgesteld op 25-05-2011
Nota beheerplan Groot onderhoud en vervanging Openbare Ruimte 2023-2029
Vastgesteld op 27-09-2023
Klimaatadaptatiestrategie
Vastgesteld op 11-12-2019
Nota Water- en Rioleringsprogramma 2024-2028
Vastgesteld op 13-03-2024
Nota maatschappelijke voorzieningen Westergouwe
Vastgesteld op 26-05-2021
4.3.2 Onderwijsgebouwen Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. 2024 stond in het teken van verdere realisering en onderhoud van toekomstbestendige, kostenefficiënte en duurzame schoolgebouwen. Dit is gedaan door verder uitvoering te geven aan het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020-2024 1e tranche IHP en het verder ontwikkelen van de 2e tranche. In 2024 zijn de projecten Johannes Calvijnschool en Auris Taalplein – De Triangel gerealiseerd en in gebruik genomen. Sloop van het oude gebouw van De Triangel, aanleg en opening van het groene sportplein bij de school is voorzien in 2025. Verder zijn de andere projecten uit de 1e tranche richting Definitief Ontwerp verder ontwikkeld, is gestart met de bouw van het Kindcentrum (KC) De Ontdekkingsreizigers in Westergouwe en de realisatie van de mytylschool in Goverwelle. Parallel hieraan is voor de Internationale Schakelklas (ISK) gestart met de werkzaamheden aan de Burgemeester Martenssingel 15 en is er een nieuwe locatie beschikbaar gesteld door het vrijkomen van de Oosthoef 3 in plaats van de Aakwerf 46. De Oosthoef 3 zal samen met het gerenoveerde deel van de Burgemeester Martenssingel 15, volgens het nieuwe adres Dutoitstraat 2, de basis worden voor de ISK-huisvesting.
Ook voor de Dutoitstraat 2 zal een nieuwe bruikleenovereenkomst gesloten worden om onderhoudskosten te dekken. Bruikleenscholen De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhouden van bruikleenscholen die in eigendom van de gemeente zijn. In 2024 zijn er een aantal wijzigingen geweest in het gebouwenbestand van onderwijshuisvesting. De locatie op de Aakwerf 46 is buiten gebruik gesteld, waar de locatie Oosthoef 3 in de plaats is gekomen voor de ISK. Ook de locatie aan de Willem en Marialaan 1 is in eigendom van de gemeente gekomen na de verhuizing van Auris Taalplein naar het nieuwe gebouw aan de Coniferensingel. Voor nieuwe gebruikers van de locaties worden medegebruiksovereenkomsten afgesloten. In deze overeenkomsten zijn de onderhoudskosten en kosten voor nutsvoorzieningen gescheiden, zodat de gemeente zo min mogelijk kosten heeft aan de nieuwe gebouwen. De nodige gebouwaanpassingen en onderhoudswerkzaamheden worden op een sobere en doelmatige manier uitgevoerd. Wanneer welke gebruiker van een wissellocatie of bruikleenschool gebruik maakt is afhankelijk van IHP1 & IHP2. In 2024 zijn aan het dagelijkse onderhoud de volgende middelen besteed: Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Onderwijshuisvesting
Begroting 2024 (basis) 3.573
Begroting 2024 (na wijzigingen) 5.172
Realisatie 2024
Verschil
5.796
-625
Jaarstukken 2024
77
4.3.3 Gemeentelijke gebouwen en gronden Beleid Om de onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke gebouwen te kunnen bepalen en begroten wordt eens in de vijf jaar een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Het MJOP is gebaseerd op inspecties en geeft inzicht in het planmatig onderhoud om het vastgoedbezit in stand te houden, volgens de in de Kadernota Vastgoed vastgelegde onderhoudsniveaus. De onderhoudsniveaus variëren van onderhoudsniveau A t/m D. A is het hoogste onderhoudsniveau en wordt veelal toegepast bij beeldbepalende, voor publiektoegankelijke gebouwen. Onderhoudsniveau D is het laagste onderhoudsniveau en vooral gericht op het voldoen aan wet- en regelgeving. Dit onderhoudsniveau wordt toegepast op objecten waar herontwikkeling is voorzien of waar om andere redenen geen lange termijn instandhouding aan de orde is. Het onderhoudsniveau kan gedurende de exploitatieperiode wijzigen, bijvoorbeeld als gevolg van een functiewijziging. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan wordt het onderhoudsbudget vastgesteld.
Voorbeelden van onderhoud dat in 2024 is uitgevoerd: • Werkzaamheden elektra Schouwburg • Vernieuwen luchtbehandelingskast (LBK) Schouwburg • Herstel stelling en schilderwerk molen ’t Slot • Aanpassen klimaatinstallatie Garenspinnerij • Herstel stelling molen de Roode Leeuw • Balustrade aanpassen Westhaven • Aanvang vervangen luchtbehandeling Chocoladefabriek • Maai en slootwerk Oostpolder • Vervangen staalkabels en diverse werkzaamheden liften Huis vd Stad • Schilderwerk diverse locaties, waaronder museum In 2024 is een meerjarig onderhoudsplan vastgesteld dat begin 2025 ter besluitvorming door de raad is vastgesteld. Het nieuwe MJOP ziet op de periode 2024-2029. Financiële middelen Planmatig / groot onderhoud De kosten voor zowel het planmatig onderhoud als het groot onderhoud in 2024 worden gedekt door een onttrekking uit de Reserve Groot Onderhoud. Het verloop van deze reserve was in 2024 als volgt: Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2024 Begroting 2024 Realisatie 2024 (basis) (na wijzigingen)
Verschil
Stand 1 januari
2.415
2.415
2.725
Toevoegingen
1.436
1.436
1.436
-310 0
Onttrekkingen
1.872
2.010
1.587
424
Stand 31 december
1.979
1.841
2.575
-734
De afwijking in de onttrekkingen wordt, naast de eerder toegelichte vrijval van de voorziening, verklaard door de flexibiliteit in de uitvoering van het MJOP. Dit plan is gebaseerd op een conditiemeting van de gebouwen bij de start van de 5-jaarsperiode (2019-2023). Elk jaar wordt een bestedingsplan opgesteld waarin wordt beoordeeld welke werkzaamheden daadwerkelijk nodig zijn, welke kunnen worden uitgesteld en welke eventueel naar voren kunnen worden gehaald. Werkzaamheden worden zoveel mogelijk geclusterd en integraal uitgevoerd, zodat gebruikers zo min mogelijk hinder ondervinden. Bovendien kunnen werkzaamheden worden verschoven binnen het MJOP om kosten te besparen en efficiëntie te verhogen Dagelijks onderhoud Voor dagelijks onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen en gronden zijn de volgende middelen besteed: Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Beheer overige gebouwen en gronden
Begroting 2024 (basis) 1.357
Begroting 2024 (na wijzigingen) 1.897
Realisatie 2024
Verschil
1.820
77
4.3.4 Openbare ruimte (wegen en kunstwerken, water en groen) Beleid Het groot onderhoud wordt bekostigd uit de voorziening Groot Onderhoud Openbare Ruimte, waaraan vanuit de exploitatie dotaties worden toegevoegd. Sinds de invoering van de nieuwe BBV-wetgeving in 2017 is het verplicht om investeringen met maatschappelijk nut te activeren. Dit betekent dat deze investeringen niet direct ten laste van de exploitatie komen. Maar deze worden via investeringsbudgetten verantwoord en over meerdere jaren afgeschreven. Vervangingsinvesteringen
78
Jaarstukken 2024
in de openbare ruimte worden geprogrammeerd op basis van het beheerplan openbare ruimte. En ze worden gefinancierd vanuit de investeringsbudgetten Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte. Financiële middelen Groot onderhoud openbaar gebied (projectprogrammering) De kosten van het groot onderhoud worden verrekend met de voorziening Groot onderhoud openbare ruimte. Vanuit de diverse programma's vinden dotaties aan deze voorziening plaats. Het verloop van deze voorziening in 2024 was als volgt: Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2024 Begroting 2024 Realisatie 2024 (basis) (na wijzigingen)
Verschil
Stand 1 januari
5.005
6.211
6.211
0
Toevoegingen
3.641
5.141
5.382
-241
Onttrekking
3.618
7.680
4.584
3.097
Stand 31 december
5.028
3.672
7.009
-3.338
Begroting 2024 Begroting 2024 Realisatie 2024 (basis) (na wijzigingen)
Verschil
Voorbeelden van vervangingsinvesteringen in 2024: • Aanleg plastic fietspad en vervanging tegels door klinkers op Aschpotpad • Vervangen lichtmasten en armaturen • Ophogen Wilhelmina van Pruisenlaan • Ophogen Gloriantplantsoen • Ophogen Edisonstraat-James Wattstraat • Ophogen Willenskade en Voorwillensewg • Vervanging speelondergronden en speeltoestellen • Vervanging beschoeiingen • Vervanging asfaltdeklagen • R. van Catsweg wegvak 4 • Ouwe Gouwe Zuid • Centrale objectbediening bruggen • Vervanging riolering Vogelbuurt en Kort Haarlem • Vervanging diverse rioolgemalen Dagelijks onderhoud Voor het uitvoeren van het dagelijks onderhoud zijn de volgende middelen beschikbaar: Omschrijving (bedragen * € 1.000) Dagelijks onderhoud verkeer en vervoer
8.962
10.868
10.406
556
584
564
20
Dagelijks onderhoud openbaar groen en (openlucht) recreatie
6.932
8.158
5.778
2.380
Totaal
16.450
19.610
16.748
2.863
Dagelijks onderhoud economische havens en waterwegen
462
Voorbeelden dagelijks onderhoud in 2024: • Herstellen van wegen, voet- en fietspaden • Onderhoud openbare verlichting • Jaarrond snoei, kap-, herplant- en maaiwerkzaamheden
4.3.5 Riolering Beleid Vanaf 2020 worden investeringsuitgaven niet meer geactiveerd. Maar ze worden direct gedekt door onttrekkingen uit de spaarvoorziening riolering. In maart 2024 is het Water- en Rioleringsprogramma 2024-2028 vastgesteld, waarbij de financieringssystematiek grotendeels gelijk is gebleven. Een uitzondering geldt voor twee projecten die over hun looptijd geactiveerd worden. Daarnaast blijft er aandacht voor klimaatmaatregelen, zoals vergroening van gebieden waar risico op wateroverlast bestaat. Financiële middelen In het gemeentelijke rioleringsplan en de begroting zijn de jaarlijkse financiële benodigdheden vastgelegd voor het onderhoud en beheer van de riolering. Dit omvat middelen voor groot- en vervangingsonderhoud, kapitaallasten van (historische) vervangingsinvesteringen en dagelijks onderhoud. Deze kosten worden gedekt door de opbrengsten uit de rioolheffing, die jaarlijks door de gemeenteraad worden bijgesteld op basis van actuele kostenontwikkelingen, verwachte investeringen en heffingsprognoses. Eventuele verschillen tussen de uitgaven en inkomsten worden verrekend via de voorziening Riolering.
Jaarstukken 2024
79
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2024 Begroting 2024 Realisatie 2024 (basis) (na wijzigingen)
Verschil
Stand 1 januari
8.538
16.068
16.068
0
Dotatie Vz (op basis van nacalculatie exploitatie)
5.853
10.050
19.837
-9.787
Ontrrekking Vz (op basis van investeringsuitgaven)
13.613
9.200
18.045
-8.845
777
16.918
17.860
-942
Stand 31 december
* voor de uitsplitsing van de voorziening (egalisatie en spaardeel) verwijzen we naar de paragraaf lokale heffingen.
Uitvoering twee rioolprojecten De vervanging van riolering in de wijken Kort Haarlem en Vogelbuurt is in 2024 volop in uitvoering. De voorbereiding in andere wijken loopt, waaronder in de Kadenbuurt, Korte Akkeren Oud, Vossenburchkade, de binnenstad en Ouwe Gouwe Noord. Dagelijks onderhoud riolering en gemalen in 2024 In 2024 heeft op verschillende plaatsen onderhoud plaatsgevonden aan riolering en rioolgemalen. Zo zijn onder andere meerdere (spoel)schuiven vervangen.
4.3.6 Sportgebouwen Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van sporthallen, gymnastieklokalen, het Groenhovenbad en de sportvelden op een aantal sportparken in Gouda. De onderhoudsniveaus zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en SPORT•GOUDA. Deze organisatie voert het groot en dagelijks onderhoud uit in nauwe samenwerking met de sportclubs. De clubs onderhouden zelf hun kleedkamers en kantines. De huidige dienstverleningsovereenkomst loopt in ieder geval tot 2027. Op basis van een evaluatie kan worden besloten om de overeenkomst met vijf jaar te verlengen. Financiële middelen De kosten voor het onderhoud van de binnensportaccommodaties worden door SPORT•GOUDA gedekt binnen het lumpsumbedrag dat de organisatie jaarlijks van de gemeente ontvangt. Investeringen in sportvelden worden apart begroot binnen de gemeentelijke begroting. Groot onderhoud De meerjarenonderhoudsplanningen voor zowel de binnensport als de buitensport worden jaarlijks door SPORT•GOUDA bijgesteld. Het meest in het oog springende project in 2024 was de vervanging van een kunstgrasveld op sportpark DONK waarbij een innovatief warmtewinsysteem in de bodem werd aangebracht. Daarnaast werd het kunstgras van het hoofdveld op sportpark Oosterwei vervangen en werd verlichting in het Groenhovenbad vervangen door ledverlichting.
Dagelijks onderhoud Het jaarlijkse onderhoud omvat onder andere onderhoudsbeurten voor installaties, schilderwerk en servicecontracten. Daarnaast valt ook het klachtenonderhoud binnen de meerjarenonderhoudsplannen.
80
Jaarstukken 2024
4.4 Financiering 4.4.1 Inleiding In deze paragraaf wordt toegelicht hoe de gemeente Gouda in 2024 is omgegaan met haar financieringspositie, het beheer van geldstromen en het beheersen van renterisico’s. Daarnaast wordt verantwoording afgelegd over het in de Begroting 2024 vastgestelde treasurybeleid. Het financieringsbeleid is gericht op een verantwoord beheer van financiële middelen, waarbij risico’s worden beperkt en rentelasten beheersbaar blijven.
4.4.2 Belangrijkste conclusies De belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering zijn: • Schuldpositie: De bancaire schuldpositie per 31 december 2024 bedraagt € 242 miljoen. Dit is een stijging van € 8 miljoen ten opzichte van 2023 maar € 17 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot. • Langlopende leningen: In 2024 zijn twee langlopende leningen afgesloten met een totale waarde van € 25 miljoen. Een lening van € 10 miljoen werd al in 2022 overeengekomen en een lening van € 15 miljoen in 2024. • Beperking van renterisico: De rentepercentages voor deze leningen zijn vooraf vastgelegd, waardoor toekomstig renterisico wordt beperkt. • Renteresultaat en BBV-normering: Het renteresultaat bedraagt € 0,8 miljoen (14%), waarmee Gouda voldoet aan de financiële normen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). • Voldoen aan wetgeving: De gemeente Gouda voldoet aan alle wettelijke financieringsnormen uit de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido), waaronder de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
4.4.3 Wettelijk kader Het beheersen van de risico’s die verband houden met de financiering is een belangrijke taak van de gemeente. In de Wet Fido is een aantal beheersmaatregelen vastgelegd. Deze zijn vervolgens nader uitgewerkt in het gemeentelijk treasurystatuut dat periodiek wordt geactualiseerd en vastgesteld door de gemeenteraad. Momenteel is het op 1 juli 2020 door de gemeenteraad vastgestelde Treasurystatuut 2020 leidend. Daarnaast moet de gemeente voldoen aan de voorschriften uit de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) en het zogenaamde Schatkistbankieren. Deze regels zorgen voor een verantwoord beheer van publieke middelen en dragen bij aan een solide financiële positie.
4.4.4 Beleid Bij de Begroting 2024 zijn de volgende doelstellingen van treasurybeheer en beleid vastgelegd: Prioriteiten
Doelstelling
Realisatie
Beheersen omvang leningenportefeuille
Blijven onder het schuldquote van 110%.
Met werkelijke schuldpositie van € 242 miljoen op 31-12-2024 binnen de doelstelling gebleven.
Beheersen financieringsbehoefte
• Kasgeldlimiet: 8,5% • Renterisiconorm op vaste schuld: 20% • Limiet schatkistbankieren 2%
Beheersen renterisico's
• Kasgeldlimiet < 8,5% • Renterisico vaste schuld < 20% • Limiet < 2% Zo goedkoop mogelijk en ≤ de rekenrente uit • De financieringsbehoefte is waar mogelijk met kort geld
de begroting financieren in combinatie met gedekt, binnen de wettelijke kaders van de kasgeldlimiet. het tijdig signaleren en beperken van risico’s. • In 2024 zijn twee langlopende geldleningen gestort aangetrokken. Onderhouden In control houden van de treasuryfunctie. administratieve organisatie van de treasuryfunctie Onderhouden cashflowprognose
De in 2024 uitvoerde treasury transacties zijn conform de vastgelegde processen in het treasurystatuut en de handboeken treasury en borgstellingen.
De cashflowprognoses met een horizon van < Cashflowprognose is voldoende betrouwbaar voor beheersing 2 jaar is voldoende betrouwbaar. van het wettelijk kader. De gerealiseerde uitgaande cashflow is desondanks vaak lager dan geprognotiseerd.
Duurzaamheid In het treasurystatuut is vastgelegd dat de gemeente Gouda streeft naar het gebruik van duurzame financiële producten en samenwerkt met duurzame geldverstrekkers. De in 2024 afgesloten geldleningen zijn tot stand gekomen via de BNG Bank, de gemeente en andere financiële instellingen. Deze geldverstrekkers hanteren een actief duurzaamheidsbeleid, wat zij toelichten op hun websites en in hun jaarverslagen. Hiermee draagt de gemeente bij aan verantwoorde financiering en een duurzame financiële strategie.