Bijlage 1 Data-analyse Jeugdzorg 2019-2022 Gemeente Gouda
Tekst van het document
In de hervormingsagenda jeugd wordt daarom benadrukt dat een brede politieke en maatschappelijke aanpak nodig is, waarin samenwerking met andere domeinen van groot belang is. Wanneer een jeugdige jeugdzorg nodig heeft, moet deze altijd worden ingezet met de situatie van het gezin waarin de jeugdige opgroeit in het achterhoofd. Onderwijs, armoede, schulden, huisvestingsproblematiek, de druk van de prestatiemaatschappij en problematiek van ouders, hebben allen invloed op de jeugdigen en daarmee de vraag naar jeugdzorg.
7.2.
Aanbevelingen
In deze paragraaf doen we aanbevelingen op basis van de analyse in dit rapport. Het uitvoeren van deze aanbevelingen biedt mogelijkheden om meer grip te krijgen op de groei van het aantal jeugdigen in zorg en de zorgkosten per jeugdige. 1. Focus niet enkel op een afname van jeugdigen in jeugdzorg van 1 op 7 naar 1 op 8, maar kijk naar de bredere context en de eigen ambitie: minder snel jeugdzorg inzetten bij lichtere hulpvragen, toeleiden naar voorliggende voorzieningen en versterken van het netwerk, waardoor er een betere beschikbaarheid van zorg is voor de complexere doelgroep. 2. Geef de jeugdconsulenten meer regie en een controlerende functie over de lopende zorg en verlengingen, bijvoorbeeld door een normenkader te implementeren in de indicatiestelling. 3. Stel een GI-coördinator aan om de toewijzingen die door GI’s zijn afgegeven te toetsen op passendheid van zorg en om waar nodig de zorg aan te passen. 4. Zorg voor meer inzicht in de verwijzingen door huisartsen (door een verdiepende dataanalyse) en krijg meer grip door de daaruit volgende acties uit te voeren: in gesprek gaan met huisartsen die veel en zwaar verwijzen. 5. Onderzoek ongewenste zorgstapeling en pas toewijzingen aan. 6. Pak de wachttijden aan: door langere wachttijden wordt er soms voor gekozen minder passende zorg in te zetten tot de juiste zorg ingezet kan worden.
Uiteindelijk wordt er dan meer zorg ingezet dan nodig. ▪ In eerste plaats is kwantitatief onderzoek nodig om goed inzicht te krijgen in de wachtlijsten; hoeveel cliënten staan er op de wachtlijst, hoe lang en om welke type zorg en/of aanbieders gaat het? ▪ Wanneer dit in zicht is kan gestart worden met eventueel kwalitatief onderzoek om te onderzoeken waar de knelpunten zitten, wat maakt dat de zorg niet door stroomt, wat is er nodig om de wachtlijsten op te lossen? ▪ Start tegelijkertijd al met een GI-regisseur en een normenkader, omdat daar al van bekend is dat deze zorgen voor meer efficiënte inzet van de zorg. ▪ Voer daarna een kosten-batenanalyse uit naar wat meer kost: investeren in meer zorg of extra zorgkosten door wachttijden en inzet van minder passende zorg. Door in kaart te brengen wat de kosten zullen zijn om de wachtlijsten te verlagen
45
en dat tegenover de kosten van lange wachtlijsten te zetten, kan een onderbouwde beslissing worden genomen. 7. Voer verdiepende analyses en waar nodig aanvullend onderzoek uit naar recidive, de duurste 70% producten en de stijging in gemiddelde kosten per jeugdige in jeugdhulp verblijf incl. behandeling en jeugdhulp verblijf excl. behandeling. 8. Versterk het contractmanagement. Zie bijlage 3 voor meer informatie daarover. 9. Realiseer een stevigere verbinding van jeugdzorg met o.a. onderwijs, jeugdgezondheidszorg, volwassen-ggz en bestaanszekerheid.
46
Bijlage 1 Bronnenlijst • • • • • • •
CBS Statline. Geraadpleegd tussen 5 en 9 juni. StatLine - Bevolking op 1 januari en gemiddeld; geslacht, leeftijd en regio (cbs.nl) CBS Statline, gefilterd op jaar, soort jeugdhulp en gemeente. Geraadpleegd tussen 12 en 22 juni. StatLine - Kerncijfers over jeugdzorg, 2015-2020 (cbs.nl) CBS Statline, gefilterd op jaar, soort jeugdhulp en gemeente. Geraadpleegd tussen 12 en 22 juni. StatLine - Kerncijfers over jeugdzorg (cbs.nl) Centraal Bureau voor de Statistiek. Inwoners per km2 land. Geraadpleegd op 20 juni. Inwoners per gemeente (cbs.nl) Waar staat je gemeente.nl Allecijfers.nl. Focusgroep op 1 juni 2023
Bijlage 2 Vergelijk met andere gemeenten 5.2.1.5. J EUGDIGEN MET JEUGDHULP ZONDER VERBLIJF
In tabel 24 is het percentage jeugdigen tot 23 jaar te zien die gebruik maken of hebben gemaakt van jeugdhulp zonder verblijf in 2019 t/m 2022. De cijfers van Gouda en de vergelijkingsgemeenten laten voor jeugdhulp zonder verblijf een zelfde patroon zien als in voorgaande twee paragrafen. Een hoog gemiddeld gebruik (11,9%), maar een positieve ontwikkeling, namelijk een daling van 0,2% ten opzichte van 2019. Tabel 24: Percentage jeugdigen 0-23 jaar die jeugdhulp zonder verblijf (hebben) ontvangen in de jaren 2019 t/m 2022. 2019 2020 2021 2022 Gemiddelde Verschil 2022-2019 Gouda
12,0%
11,4%
12,3%
11,8%
11,9%
-0,2%
Zeist
9,6%
9,1%
12,4%
12,6%
10,9%
3,0%
Katwijk
10,3%
10,4%
10,7%
10,9%
10,6%
0,6%
Hoorn
10,6%
10,0%
10,3%
10,3%
10,3%
-0,3%
Velsen
9,7%
10,2%
10,6%
10,7%
10,3%
1,0%
Capelle aan den IJssel
9,0%
10,2%
11,0%
10,9%
10,3%
1,9%
Rijswijk (ZH.)
9,9%
9,4%
10,3%
10,8%
10,1%
0,9%
Nieuwegein
8,8%
9,3%
10,4%
10,8%
9,8%
2,0%
Amsterdam
9,5%
9,5%
9,8%
9,9%
9,7%
0,4%
Leidschendam-Voorburg
9,0%
8,5%
10,2%
10,9%
9,7%
1,9%
Delft
8,7%
9,0%
9,3%
9,5%
9,1%
0,8%
Lelystad
9,0%
9,8%
9,0%
8,5%
9,1%
-0,5%
Stichtse Vecht
8,0%
7,2%
8,7%
9,7%
8,4%
1,7%
Lansingerland
7,8%
7,5%
7,7%
8,6%
7,9%
0,8%
Vlaardingen
6,8%
6,0%
6,2%
6,1%
6,3%
-0,7%
Maassluis
6,7%
5,9%
5,5%
4,9%
5,8%
-1,8%
Schiedam
5,5%
4,9%
5,1%
5,4%
5,2%
-0,1%
Gemiddelde
8,9%
8,7%
9,4%
9,5%
9,1%
0,7%
Bron: CBS Statline, opgehaald tussen 12 en 22 juni 2023
5.2.1.6. J EUGDIGEN MET JEUGDHULP MET VERBLIJF
In tabel 25 staat het percentage jeugdigen tot 23 jaar die gebruik maken of hebben gemaakt van jeugdhulp met verblijf in 2019 t/m 2022. Gemiddeld is 1,2% van de jeugdigen tot 23 jaar in aanraking geweest met jeugdhulp met verblijf in gemeente Gouda. Dit gemiddelde is het hoogste van onderstaande tabel, samen met gemeenten Capelle aan den IJssel en Velsen, maar de gemiddelden
47
in deze tabel ontlopen elkaar nauwelijks. In 2022 was het aandeel van jeugdigen tot 23 jaar met jeugdhulp met verblijf in Gouda 0,1% groter dan in 2019. Tabel 25: Percentage jeugdigen 0-23 jaar die jeugdhulp met verblijf (hebben) ontvangen in de jaren 2019 t/m 2022. 2019 2020 2021 2022 Gemiddelde Verschil 20222019 Velsen 1,2% 1,1% 1,3% 1,3% 1,2% 0,1% Capelle aan den IJssel
1,2%
1,2%
1,2%
1,1%
1,2%
-0,1%
Gouda
1,1%
1,1%
1,2%
1,2%
1,2%
0,1%
Leidschendam-Voorburg
1,1%
1,2%
1,2%
1,0%
1,1%
-0,1%
Lelystad
1,0%
0,8%
1,4%
1,3%
1,1%
0,3%
Hoorn
1,0%
1,1%
1,1%
1,0%
1,1%
0,0%
Vlaardingen
1,0%
1,1%
1,1%
1,0%
1,1%
0,0%
Schiedam
0,9%
0,9%
1,0%
0,9%
0,9%
0,0%
Delft
1,0%
0,9%
0,9%
0,9%
0,9%
-0,1%
Zeist
0,8%
1,0%
0,9%
0,9%
0,9%
0,1%
Rijswijk (ZH.)
1,0%
1,0%
0,8%
0,8%
0,9%
-0,2%
Maassluis
0,9%
0,9%
1,0%
0,8%
0,9%
-0,1%
Nieuwegein
0,9%
0,8%
0,8%
0,9%
0,9%
0,0%
Amsterdam
1,0%
0,9%
0,7%
0,8%
0,9%
-0,2%
Stichtse Vecht
0,7%
0,6%
0,7%
0,9%
0,7%
0,2%
Katwijk
0,7%
0,7%
0,6%
0,5%
0,6%
-0,2%
Lansingerland
0,7%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
-0,1%
Gemiddelde
1,0%
0,9%
1,0%
0,9%
1,0%
0,0%
Bron: CBS Statline, opgehaald tussen 12 en 22 juni 2023
5.2.1.7. J EUGDIGEN MET JEUGDBESCHERMING
In tabel 26 is het percentage jeugdigen tot 18 jaar met jeugdbescherming over de jaren 2019 tot en met 2022 te zien. Gemiddeld is 1,8% van de jeugdigen tot 18 jaar in aanraking geweest met jeugdbescherming in gemeente Gouda. Dit gemiddelde is het hoogste van onderstaande tabel, samen met gemeente Lelystad. Het totale gemiddelde van deze gemeenten is 1,2%. In 2022 was het aandeel van jeugdigen tot 18 jaar met jeugdbescherming in Gouda gelijk aan het aandeel in 2019. Tabel 26: Percentage jeugdigen 0- 18 jaar die jeugdbescherming (hebben) ontvangen in de jaren 2019 t/m 2022. 2019 2020 2021 2022 Gemiddelde Verschil 2022-2019 Lelystad
1,5%
1,7%
1,9%
2,0%
1,8%
0,5%
Gouda
1,7%
1,8%
1,8%
1,7%
1,8%
0,0%
Vlaardingen
1,7%
1,7%
1,8%
1,6%
1,7%
-0,1%
Velsen
1,5%
1,6%
1,7%
1,6%
1,6%
0,1%
Capelle aan den IJssel
1,6%
1,4%
1,3%
1,3%
1,4%
-0,3%
Hoorn
1,3%
1,6%
1,5%
1,2%
1,4%
-0,1%
Schiedam
1,6%
1,4%
1,3%
1,3%
1,4%
-0,3%
Maassluis
1,4%
1,6%
1,2%
1,0%
1,3%
-0,4%
Nieuwegein
1,1%
1,3%
1,2%
1,3%
1,2%
0,2%
Delft
1,4%
1,2%
1,2%
1,1%
1,2%
-0,3%
Leidschendam-Voorburg
1,1%
1,1%
1,2%
1,0%
1,1%
-0,1%
Zeist
1,0%
1,0%
1,2%
1,2%
1,1%
0,2%
Rijswijk (ZH.)
1,0%
1,0%
1,0%
0,9%
1,0%
-0,1%
Katwijk
1,0%
0,9%
0,8%
1,0%
0,9%
0,0%
Amsterdam
1,0%
0,9%
0,9%
0,9%
0,9%
-0,1%
Stichtse Vecht
0,8%
0,8%
0,9%
0,8%
0,8%
0,0%
Lansingerland
0,7%
0,6%
0,6%
0,5%
0,6%
-0,2%
Gemiddelde
1,3%
1,3%
1,3%
1,2%
1,2%
-0,1%
Bron: CBS Statline, opgehaald tussen 12 en 22 juni 2023
48
5.2.1.8. J EUGDIGEN MET JEUGDRECLASSERING
In tabel 27 is het percentage jeugdigen van 12 tot 23 jaar te zien dat in aanraking is geweest met jeugdreclassering over de jaren 2019 tot en met 2022. In 2022 is dat aandeel in gemeente Gouda 0,2% kleiner dan in 2019. Gemiddeld is 0,5% van de jeugdigen van 12 tot 23 jaar in aanraking geweest met jeugdreclassering in gemeente Gouda. Dit percentage ligt in lijn met de gemiddelden van de vergelijkbare gemeenten. Het totale gemiddelde van deze gemeenten is 0,4%. Tabel 27: Percentage jeugdigen van 12 tot 23 jaar die in aanraking zijn of zijn geweest met jeugdreclassering in de jaren 2019 t/m 2022. 2019 2020 2021 2022 Gemiddelde Verschil 2022-2019 Lelystad
0,7%
0,7%
0,7%
0,6%
0,7%
-0,1%
Schiedam
0,7%
0,7%
0,7%
0,6%
0,7%
-0,1%
Vlaardingen
0,8%
0,6%
0,7%
0,6%
0,7%
-0,2%
Capelle aan den IJssel
0,6%
0,6%
0,6%
0,7%
0,6%
0,1%
Amsterdam
0,7%
0,7%
0,6%
0,5%
0,6%
-0,2%
Maassluis
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,0%
Leidschendam-Voorburg
0,5%
0,4%
0,5%
0,5%
0,5%
0,0%
Gouda
0,6%
0,5%
0,4%
0,4%
0,5%
-0,2%
Rijswijk (ZH.)
0,4%
0,3%
0,3%
0,5%
0,4%
0,1%
Nieuwegein
0,4%
0,4%
0,3%
0,3%
0,4%
-0,1%
Hoorn
0,4%
0,3%
0,3%
0,3%
0,3%
-0,1%
Stichtse Vecht
0,3%
0,3%
0,3%
0,2%
0,3%
-0,1%
Zeist
0,3%
0,3%
0,2%
0,3%
0,3%
0,0%
Delft
0,2%
0,2%
0,2%
0,3%
0,2%
0,1%
Lansingerland
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,0%
Velsen
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,0%
Katwijk
0,2%
0,2%
0,1%
0,1%
0,2%
-0,1%
Gemiddelde
0,5%
0,4%
0,4%
0,4%
0,4%
-0,1%
Bron: CBS Statline, opgehaald tussen 12 en 22 juni 2023
Bijlage 3 Contractmanagement Contractmanagement en sturing is veelal rand voorwaardelijk. Om aanbieders onderling goed te monitoren, geschiedenis op te bouwen en het goede (kwalitatieve & kwantitatieve) gesprek te hebben met aanbieders dient men grip te krijgen. Veelal gebeurt dit ad-hoc of is het persoonsafhankelijk per accounthouder/ contractmanager. Enkele voorbeelden: •
Zelfevaluatie aanbieders: is een deels narratieve methode om de aanbieders aan het woord te laten en zelfverklarend op zoek te gaan. NSDMH kan samen met de beleidsmedewerkers (en bestuur) op zoek gaan naar een 5-7 tal indicatoren waarop men kwantitatief en kwalitatief een aanbieder kan scoren. Dit doet men met een vragenlijst welke de aanbieder 1x per jaar invult. De 5-7 punten vult men zelf in, toelichtend en verklarend. Wat ziet de aanbieder gebeuren in het werkveld? Is er een onverklaarbare groei of krimp? Ontstaat er een andere zorgvraag? Of springt 1 gemeente er boven uit? Wat doet men zelf aan afschaling/ normaliseren en demedicaliseren? Etc. De accountmanagers kunnen deze geschreven zelfevaluatie beoordelen aan de hand van data, signalen uit het werkveld, financiën, backoffice &toezichthouder (360graden feedback) en de kwartaalgesprekken die de accountmanagers voeren met de aanbieders. De accountmanager scoort de aanbieder volgens een stoplicht model. Hierbij is groen perfect geen verbetering noodzakelijk, geel = goed genoeg en rood = onvoldoende en vraagt om verbetering. Hierbij kan men het eerste rapport neer leggen bij de aanbieder om eventueel aanvullende informatie toe te voegen indien men het niet eens is met de beoordeling. Indien een aanbieder rood scoort, kan men vragen om een verbeterplan voor het komende jaar om minimaal naar geel te komen.
49
•
•
Hierdoor kan men een jaarlijks rapport publiceren waarbij de aanbieders onderling gebenchmarkt worden aan de hand van de 5-7 indicatoren die vanuit beleid en bestuur belangrijk zijn. 360 graden feedback, hierboven al eerder genoemd is het mogelijk om 360 graden feedback op te vragen bij de gemeenten op een eenduidige manier. Dit draagt bij om als accounthouder informatie te verzamelen en geeft de gemeenten het moment om de signalen te delen met NSDMH. Daarnaast werkt het voor NSDMH ook als een moment van toetsing, leveren de gemeenten de gevraagde informatie tijdig en correct aan? De uitvraag kan gedaan worden op de 5-7 tal punten die men ook in de jaarlijkse zelfevaluatie behandeld. Vanuit de gemeenten dienen de signalen opgehaald te worden bij de toegang, toezichthouders, beleid en eventuele andere cruciale rollen in jeugdzorg (vangnetmedewerker e.d.). Dit kan gedaan worden door een sleutelpersoon van de gemeenten. De aangeleverde signalen/ opmerkingen dragen bij aan de beeldvorming van de accountmanager en worden meegewogen worden in de zelfevaluatie. Risico- impact analyse: Dit is een instrument die duiding geeft aan kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren rondom aanbieders. Het maakt de “reis” van een aanbieder inzichtelijk en zorgt voor een collectief geheugen in het zorgaanbiederlandschap.
Daarnaast kan men ook de ontwikkeling van aanbieders in een samenwerkingsverband monitoren. Aanbieders met een hoog risico- hoog impact vraagt om een andere frequentie contact met NSDMH dan aanbieders die laag scoren. Scoring dient wel eenduidig gedaan te worden door accountmanager/ contractmanagers.
50