Bijlage 1. Beheerplan GOVO
Tekst van het document
28
•
een gespecialiseerd bedrijf. Dit voorkomt onnodig gebruik van nieuwe grondstoffen en vermindert de CO₂-uitstoot. Levensduurverlenging: Masten worden niet vervangen na de theoretische (verwachte) levensduur van 40 jaar maar op basis van inspectie- en vervangingscriteria. Met deze maatregel kan de levensduur voor ca. 42% van de masten worden verlengd tot 60 jaar. Dit voorkomt onnodig gebruik van nieuwe grondstoffen en vermindert de CO₂-uitstoot.
6.3 Financiën OVL Vervanging masten Voor de berekening van de vervangingsopgave -buiten de projecten- is het aantal potentieel te vervangen masten bepaald op basis van de theoretische levensduur van 40 jaar. Op basis van inspecties wordt aangenomen dat niet alle masten direct vervangen moeten worden. Daarom wordt gerekend met een vervangingspercentage van 25%. Masten met een leeftijd vanaf 60 jaar worden zijn direct in vervanging meegenomen. De kosten voor stabiliteitsonderzoek zijn ondergebracht bij de post ‘vervanging’. (Zie ook paragraaf ‘Criteria’) Voor de berekening van de vervangingsopgave -binnen de projecten- is het aantal potentieel te vervangen masten bepaal op basis van de theoretische levensduur van 40 jaar. Wanneer een mast binnen een project in het planjaar 40 jaar of ouder is dan wordt de mast in het project vervangen. (Zie ook paragraaf ‘Criteria’) Geprognotiseerde kosten vervanging: Vervanging OVL Kleine masten
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
102.041
51.948
33.395
41.435
47.619
48.856
40.816
139.765
Normale masten Grote masten
91.243
17.803
22.254
33.381
23.367
38.945
43.396
55.636
40.623
10.690
10.690
44.899
14.966
12.828
10.690
74.832
Overige masten 10.000 en specials Schakelkasten 29.887
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
29.887
29.887
29.887
29.887
29.887
29.887
29.887
Kabels
170.700
170.700
170.700
170.700
170.700
170.700
170.700
170.700
Mastinspectie
2.012
10.231
5.403
19.656
11.380
12.759
7.299
30.404
19.790
16.079
Vervanging in projecten (integrale aanpak) Kleine masten
16.079
37.106
56.277
31.540
40.198
43.290
Normale masten Grote masten
12.240
3.338
12.240
12.240
12.240
2.225
4.276
2.138
Kabels
464.305
344.815
257.189
433.579
245.809
194.598
125.180
145.664
Totaal
943.406
686.518
608.035
831.594
608.304
564.090
457.759
678.532
4.276
5.564
Levensduur verlengend onderhoud (LVO) Onder het kopje ‘Criteria’ zijn de uitgangspunten voor armatuurvervanging toegelicht. Op basis daarvan wordt in deze beheerplanperiode circa 56% van het totale aantal armaturen vervangen of aangepast. In tegenstelling tot lichtmasten is bij armaturen geen restlevensduuronderzoek mogelijk. De (versnelde) vervangingskosten van de PLL-armaturen zijn hierin meegenomen.
29
Geprognotiseerde kosten levensduur verlengend onderhoud: LVO OVL 2026 2027 2028 2029 2030
2031
2032
2033
Klein
22.415
22.415
22.415
22.415
22.415
22.415
22.415
10.087
Normaal
37.979
37.979
37.979
37.979
37.979
37.979
37.979
19.464
Groot
13.133
13.133
13.133
13.133
13.133
13.133
13.133
5.253
Overige en specials PLL
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
269.171
268.120
268.120
268.120
268.120 268.120 268.120 206.052
Vervanging in projecten (integrale aanpak) Klein
25.777
5.230
7.845
5.977
48.566
50.061
Normaal
37.505
46.525
1.424
16.141
10.919
949
Groot
10.506
14.709
2.627
Totaal
421.487
413.112
358.544
30
475
2.101 368.767
408.235 397.658 346.648 246.331
7
Verkeersregelinstallaties (VRI)
7.1 Basisgegevens VRI Per 09-01-2023 beheert Gouda 32 verkeersregelinstallaties verdeeld over 36 kruispunten. Vier installaties betreffen gecombineerde systemen waarbij vanuit de schakelkast meerdere kruispunten worden aangestuurd. De VRI’s zijn opgenomen in het beheersysteem GIS. Ook hebben we inzicht in de gegevens zoals type, aanlegjaar van de installatie en automaat (regelkast) en de theoretische levensduur van de VRI’s. Daarnaast zijn we bezig met de komst van iVRI: Een intelligente verkeersregelinstallatie die kan communiceren met voertuigen en fietsers. Op basis van de ontvangen voertuigdata kunnen kruispunten efficiënter worden geregeld en krijgen weggebruikers ook informatie terug. Met de overgang naar iVRI past Gouda zich aan naar wat de nieuwe standaard gaat worden met alle voordelen i.r.t. doorstroming, verkeersveiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. De komende jaren zullen gefaseerd de iVRI’s in werking worden gesteld. In 2024 zijn de eerste twee iVRI's geplaatst.
7.2 Criteria VRI De tussentijdse vervanging van regelkast en armaturen valt onder levensduur verlengend onderhoud (LVO). Vervanging (VO) betreft vervanging van de complete installatie (palen, armaturen, lussen en regelkast). VO wordt gemiddeld om de 30 jaar uitgevoerd, LVO gemiddeld om de 15 jaar. Onderhoud aan de automaat, energiekosten, groepsremplace en schilderen van masten vallen onder dagelijks onderhoud en zijn niet opgenomen in dit beheerplan. Bij trajecten waarin het Verkeerscirculatie Plan (VCP) wijzigingen voorziet wordt bij vervanging aangesloten bij de planning van het VCP. Duurzaamheid De installaties worden alleen vervangen indien nodig. Door op basis van inspectie vast te stellen of vervanging noodzakelijk is kan de theoretische levensduur worden opgerekt. Door langer met de installatie te doen dan vooraf bedacht leidt dit tot lagere CO2-uitstoot vanwege de uitgestelde productie van nieuwe masten en onderdelen. Daarnaast worden aanpassingen zoals iVRI als aanvulling op de bestaande installatie gedaan; deze innovatie leidt in deze fase dus niet tot verhoogde uitstoot door eerdere vervanging van onderdelen.
31
7.3 Financiën VRI Geprognotiseerde kosten vervanging: VO VRI
2026
2027
2028
2029
2030
2031
120.697
241.394
2032
2033
2032
2033
Eenvoudige kruising T-splitsing Uitgebreide kruising VOP
109.202
Totaal
109.202
264.384
264.384-
264.384
385.081
Geprognotiseerde kosten levensduur verlengend onderhoud: LVO VRI 2026 2027 2028 2029 Eenvoudige kruising
232.198
117.709
117.709
823.960
215.604
323.469
232.198
464.396
696.595
349.907
797.709
1.844.024
T-splitsing Uitgebreide kruising
2030
241.394 2031
107.823
VOP Totaal
232.198
32
107.823
8
Watergangen
8.1 Basisgegevens Watergangen Per 1-1-2025 beheert Gouda 648.303 m2 water. Watergangen zijn belangrijke onderdelen van het Goudse gebied. Voldoende schoon water is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Watergangen zorgen voor de aan- en afvoer van zoet water waarmee de waterpeilen op niveau worden gehouden. Ook zorgen ze voor de opvang en afvoer van regenwater. Om deze wateren goed functionerend en op diepte te houden is onderhoud in de vorm van baggeren nodig. Bagger is een verzameling van afgevallen bladeren, aangevoerd slib en verzakkende oevers. Als er niet tijdig wordt gebaggerd, slibben de watergangen langzaam dicht en wordt de aan- en afvoer van water steeds slechter. Dit kan zorgen voor stank, wateroverlast en vissterfte. Door tijdig te baggeren wordt zorggedragen voor: • ruimte voor water • schone bodem • zuurstofrijk water Watergangen kennen alleen groot onderhoud in de vorm van regulier baggerwerk. De vereiste diepten van de watergangen staan in de legger van het hoogheemraadschap. Vaargeulonderhoud Naast regulier baggerwerk voert Gouda bij ruim 126.956 m2 water vaargeulonderhoud uit. Vaargeulonderhoud wil zeggen dat door middel van baggerwerk de vaarroutes en havens bereikbaar worden gehouden voor vaartuigen. De nautische diepte van deze watergangen is dieper dan de diepte volgens de legger van het hoogheemraadschap.
In bijlage 3 is op de nautische kaart aangegeven welke watergangen dit betreft en welke vaarwegdiepte per watergang van toepassing is. Ontvangstplicht Artikel 5.23 van de Waterwet verplicht eigenaren van land langs watergangen om de verspreiding van bij regulier onderhoud vrijkomende bagger en maaisel op hun land te accepteren (ontvangstplicht). Dit betekent dat Gouda een ontvangstplicht heeft van bagger vrijkomend bij baggerwerk van primaire watergangen van Rijnland en Schieland. In verband met onvoldoende beschikbare ruimte zal deze bagger afgevoerd moeten worden en de kosten hiervan zijn voor de gemeente Gouda. De omvang van het baggerwerk van waterschappen waarvan Gouda ontvangstplicht heeft is niet bekend. In dit beheerplan is hiervoor jaarlijks een aanname van €15.000 per jaar opgenomen.
8.2 Criteria Watergangen Op basis van peilingen wordt bepaald welke watergangen gebaggerd moeten worden. Bij de prognose is voor alle watergangen op basis van de leggerdiepte, de nautische kaart, de gepeilde bovenzijde bagger en baggeraanwas de omvang van het baggerwerk berekend en het geprognotiseerde bagger jaar eventueel bijgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met een onderhoudsdiepte van 20 cm. Particuliere watergangen zijn in dit beheerplan buiten beschouwing gelaten. Bij het uitvoeren van baggerwerk is het echter niet altijd mogelijk dit te scheiden, bijvoorbeeld bij watergangen die half gemeentelijk en half particulier zijn. Bij
33
baggerprojecten wordt per situatie bekeken of er kosten verhaald kunnen worden op particulieren. Vaargeulonderhoud De vaarroutes betreffen watergangen die in beheer zijn bij het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap heeft de plicht om deze watergangen te laten voldoen aan de vastgestelde leggerdiepte. Het baggerwerk wat nodig is om aan de legger te voldoen gebeurt dus door en op kosten van het Hoogheemraadschap. Het berekende vaargeulonderhoud betreft dus alleen de extra laagdikte die verwijderd moet worden ten opzichte van de leggerdiepte. De gemeente Gouda is verantwoordelijk voor dit verschil tussen de leggerdiepte en de nautische diepte. Met het Hoogheemraadschap van Rijnland moeten nog afspraken gemaakt worden over hoe wordt omgegaan met het baggeren van de watergangen waar de vaarwegdiepte dieper is dan de leggerdiepte. Er zijn watergangen waar de leggerdiepte gelijk is aan de vaarwegdiepte. Voor die watergangen wordt geen rekening gehouden met baggeren door de gemeente. Risico hierbij is dat Rijnland of Schieland baggeren nog niet nodig vinden omdat de doorstroming nog voldoet terwijl de vaarwegdiepte in de vaargeul niet voldoende is. De gemeente zal dan maatregelen moeten nemen. In 2024 en 2025 was dit aan de orde in watergangen in de binnenstad. In de watergangen die in beheer zijn bij Rijnland heeft de gemeente ontvangstplicht.
Rijnland heeft aangegeven de komende jaren een forse baggeropgave te hebben. Dit kan betekenen dat de kosten voor de gemeente (flink) hoger zijn dan de stelpost die nu is opgenomen. Duurzaamheid De werkzaamheden worden alleen uitgevoerd indien nodig. Baggeren vermindert de ondiepte in het water, wat ten gunste komt van de waterkwaliteit. Dit heeft zowel positieve ecologische als chemische effecten op de waterkwaliteit.
8.3 Financiën Watergangen Groot onderhoud Bij de bepaling van de hoeveelheid bagger is gerekend met een baggeraanwas van 1,5 cm per jaar en is rekening gehouden met een overdiepte van 20 cm t.o.v. de legger. Omdat er nog geen afspraken zijn met het hoogheemraadschap over het baggeren van watergangen met nautische diepte zijn de kosten hiervoor nog globaal ingeschat. Geprognotiseerde kosten Groot onderhoud Watergangen Groot onderhoud Watergangen Baggeren
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
400.000
100.000
250.000
100.000
100.00
500.000
500.000
100.000
Ontvangstplicht bagger Nautisch onderhoud Totaal
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
115.000
115.000
615.000
615.000
115.000
1.373.000 415.000
115.000
1.638.000
34
9
Spelen
9.1 Basisgegevens Spelen Per 13-3-2025 beheert Gouda 1089 speel-/sporttoestellen en 366 valondergronden. Het aantal reguliere speelplekken bedraagt 156 stuks. Daarnaast zijn er vier Natuurspeelplekken (inclusief bewonersinitiatief ’t Groene eiland), 52 trapbasketbalvelden, 6 pannavelden en 3 skatebanen. Elk toestel wordt 4x per jaar onderworpen aan inspectie. Hiervan is een keer een technische inspectie en drie keer een visuele inspectie. Daarnaast wordt in de eerste week van januari een vuurwerkronde gelopen om de vuurwerkschade snel in kaart te brengen. In het beheersysteem GeoVisia is de data van de toestellen (type, leverancier, leeftijd, type ondergrond etc.) opgenomen. Ook de gegevens van de inspecties, waaronder de kwaliteit van toestellen en ondergronden worden in het systeem vastgelegd. Speelaanleidingen zoals poefs, hinkelbanen e.d. zijn wel opgenomen in het beheersysteem maar zijn in dit beheerplan buiten beschouwing gelaten. Speelaanleidingen zoals een klimboom zijn wel als speeltoestel meegeteld en opgenomen in dit beheerplan. Naast speeltoestellen komen in de Goudse openbare ruimte ook een toenemend aantal sporttoestellen voor, waarvoor in volgende beheerplannen de beheerkosten worden opgenomen. Omdat de toestellen nieuw zijn, is de verwachting dat de komende jaren hieruit weinig vervangings- en onderhoudskosten voortvloeien.
Alleen kunstgras trapvelden zijn in dit hoofdstuk opgenomen, alle overige trapvelden (asfalt, elementenverharding en halfverharding) vallen onder het hoofdstuk Wegen. Er bestaan voor dit beheeronderdeel twee soorten onderhoud: vervanging: vervangen van toestel en daarbij horende ondergrond; groot onderhoud: vervangen van alleen de ondergrond onder het toestel.
9.2 Criteria Spelen Vervanging Bij de jaarlijkse inspectie (in het voorjaar) wordt door de inspecteur de kwaliteit van het toestel aangegeven door het jaar aan te geven waarin deze verwacht dat het toestel vervangen moet worden. Deze kwaliteit is de basis voor het plannen van vervangingen. Soms gaat een toestel minder hard achteruit dan verwacht, waardoor het verwachte jaar van vervanging opschuift. De inspectiegegevens geven een vooruitblik waarbij verder in de toekomst onzekerder wordt. Als uitgangspunten hanteren we dat als een toestel wordt vervangen, de ondergrond ook wordt vervangen. Bij een ophoging/project geldt: de projectleider informeert naar de staat van de toestellen. Aan de hand hiervan wordt bepaald of de toestellen wel/niet vervangen worden. Bij een ophoging wordt sowieso de ondergrond vervangen. Bij projecten met een nieuwe speelinrichting worden alle toestellen vervangen. De oude toestellen die nog bruikbaar zijn worden opgeslagen en kunnen zo bij de jaarlijkse vervangingsopgaven hergebruikt worden. Hierbij is de voorkeur om de hergebruikte toestellen in een open valondergrond te plaatsen in verband met eventuele onvoorziene mankementen. Mede op deze manier willen we de resterende levensduur van toestellen in een speelplek naar elkaar gaan brengen. In de toekomst willen we speelplekken in zijn geheel kunnen opknappen in plaats van per toestel/ondergrond.
Voor de hekwerken is een stelpost opgenomen op basis van 5% vervanging per jaar op basis van ervaringen in de afgelopen jaren.
35
De theoretische levensduur van een speeltoestel is 18 jaar, waarbij lokale invloeden een effect hebben op deze verwachting (o.a. speeldruk, locatie, nabijheid bomen etc.). Hierbij is ervan uitgegaan dat speeltoestellen van hout of met houten onderdelen binnen de genoemde periodes als eerste vervangen moeten worden en toestellen van metaal of RVS als laatste. Groot onderhoud Tot 2016 gingen we er van uit dat valondergronden gelijktijdig met toestellen vervangen moesten worden. Gebleken is dat speeltoestellen veel langer mee gaan dan eerder werd aangenomen. Dit betekent wel dat tussentijds renovatie van de ondergrond noodzakelijk is omdat het toestel nog van goede kwaliteit is. Bij de jaarlijkse inspectie worden naast de toestellen ook alle valondergronden geïnspecteerd. De inspecteur geeft net als bij de toestellen de verwachte levensduur aan. Aan de hand hiervan wordt de opgave voor het groot onderhoud bepaald. Jaarlijks wordt 20% van de vaste valondergronden onderworpen aan een zogenoemde HIC-inspectie (valwaarde-demping). Hierbij wordt gecontroleerd of de ondergrond nog de juiste demping biedt die past bij de aanwezige toestellen en valhoogte. Op termijn biedt deze informatie inzicht in de degradatie van de verschillende typen ondergronden en de verwachte levensduur ervan.
Klimaatadaptatie & vergroening Waar mogelijk wordt gekozen voor vergroening van de omgeving van speeltoestellen. In de praktijk houdt dit in dat tegels worden vervangen door gras of technisch materiaal dat beter past bij de intensiviteit van het gebruik. Dit vergroot de waterdoorlaatbaarheid van de speelplek en geeft een groenere aanblik. Daarnaast wordt gekeken naar het inpassen van groenvakken en bomen om hittestress te verminderen. Toegankelijkheid Bij nieuwe inrichting van speelplekken wordt minimaal één inclusief/toegankelijk speeltoestel geplaatst. Op plekken waar toestellen vervangen worden, wordt gekeken of behoefte is aan een inclusief/toegankelijk speeltoestel. Aangezien de aanschaf en het onderhoud hiervan hoger is dan van reguliere toestellen, komt dit ten laste van het totale budget van toegankelijkheid. Duurzaamheid Door alleen toestellen te vervangen die daadwerkelijk als ‘slecht/afgekeurd’ worden bestempeld bij inspectie wordt de levensduur zo ver mogelijk opgerekt. Hierdoor wordt de CO2-uitstoot die vrijkomt bij productie en plaatsing van nieuwe toestellen beperkt. Ook worden tijdens dagelijks onderhoud bepaalde onderdelen van toestellen vervangen die slijtgevoelig zijn. Dit preventieve onderhoud zorgt voor een langere levensduur van het toestel.
Hout dat toegepast wordt bij klim- en speeltoestellen moet voldoen aan kwaliteitsnormen om zo een lange levensduur te garanderen. Dit hout moet ook voldoen aan de minimale eisen voor verantwoord bosbeheer. Daarnaast worden materialen gekozen met een lange levensduur, zodat de CO2-uitstoot die vrijkomt bij productie over zoveel mogelijk jaren kan worden gespreid. Boomstammen die afkomstig zijn van gekapte bomen in Gouda kunnen worden hergebruikt als speelaanleiding.
9.3 Financiën Spelen Voor het bepalen van vervanging zijn bij de speeltoestellen de vervangingswaarden als uitgangspunt genomen waarop een prijscorrectie is toegepast (GWW-index en VAT-opslag). Bij vervangingsonderhoud wordt zowel het toestel als ondergrond vervangen. Aangezien vervanging plaatsvindt naar aanleiding van inspectie zijn de eerste drie jaar met grotere zekerheid dan de latere jaren. Voor de jaren 2029-2033 wordt een
36
gemiddelde verwachtingswaarde gebruikt die steeds bij een volgend beheerplan wordt bijgesteld. Geprognotiseerde kosten vervangingen : Vervanging spelen Speeltoestellen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
111.638
143.975
429.014
228.209
228.209
228.209
228.209
228.209
Valondergronden
71.418
136.394
252.694
177.819
177.819
177.819
177.819
177.819
Trapvelden
69.372
24.427
24.427
24.427
24.427
24.427
24.427
24.427
Hekwerken
17.242
17.242
17.242
17.242
17.242
17.242
17.242
17.242
Totaal
252.428
304.795
706.135
430.455
430.455
430.455
430.455
430.455
Geprognotiseerde kosten groot onderhoud: Groot onderhoud spelen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Valondergronden
61.699
52.635
39.204
54.601
54.601
54.601
54.601
54.601
Totaal
61.699
52.635
39.204
54.601
54.601
54.601
54.601
54.601
Speeltoestellen
37
10
Groen
10.1 Basisgegevens Groen Per 01-01-2025 beheert Gouda het volgende groenareaal: Type beplanting
Aantal
Eenheid
Bomen
24.750
stuks
Bosplantsoen
366.450
m2
Heesters
195.100
m2
Hagen
11.900
m2
Vaste planten
8.600
m2
Gazon (intensief beheer)
561.000
m2
Ruw gras (extensief beheer)
993.750
m2
Totaal groen omvat
2.136.800
m2
In het beheersysteem Geovisia is alleen de data van het groen opgenomen (beplantingstype, aanlegjaar etc.) en niet de kwaliteit ervan. Jaarlijks wordt 1/3e van het bomenbestand geïnspecteerd, bomen langs doorgaande wegen en risicobomen worden jaarlijks geïnspecteerd. Naar aanleiding van de voorjaarsstorm in 2022 zijn alle bomen gecontroleerd en gevaarlijke situaties opgelost. Natuurlijke oevers (oeverbeplanting) is opgenomen onder hoofdstuk 5 Beschoeiingen.
10.2 Criteria Groen Groot onderhoud en achterstanden worden vaak gebaseerd op de levensduur van elementen. Bij groen is dat niet of nauwelijks mogelijk. De vitaliteit van groen is van veel (meer) factoren afhankelijk; drooglegging, bezonning, (oneigenlijk) gebruik, ziektes, strooizout, weersinvloeden e.d. Een beplanting van bijvoorbeeld 5 jaar oud kan in slechtere staat zijn dan een beplanting van 25 jaar. In tegenstelling tot andere elementen in de openbare ruimte is bij groen een kwaliteitsinventarisatie een momentopname. Een strenge winter of een periode met veel of juist weinig regen heeft direct gevolgen voor de kwaliteit van het groen. De staat van het groen wordt verder bepaald door het kwaliteitsniveau van het dagelijks onderhoud. Voor de kwaliteitsafspraken daarvan zie paragraaf 1.4. Daarnaast is nieuw beleid in ontwikkeling voor zowel bomen als groen. Gevolgen daarvan worden in volgende beheerplannen verwerkt. Vervanging Bij ophogingsprojecten wordt het groen ook vervangen. Jaarlijks wordt gemiddeld 1% van het totale areaal groen aangepakt naar aanleiding van ophoogprojecten. Het vervangen van dode en zieke bomen naar aanleiding van reguliere boomcontroles betreft dagelijks onderhoud. Alleen uitval van grotere en bomen die gekapt moeten worden naar aanleiding van overlast/onveiligheid zijn opgenomen in dit beheerplan.
Onvoorziene of specifieke situaties waarin dit beheerplan niet voorziet worden indien nodig separaat voorgelegd aan bestuur en/of raad.
38
In dit beheerplan is een correctie toegepast op de eenheidsprijzen voor bomen. In de eerder gehanteerde eenheidsprijzen werd nazorg van een aangeplante boom niet meegenomen in de plaatsingskosten. Bomen die als gevolg van bouw- en wijkontwikkeling moeten verdwijnen zijn buiten beschouwing gelaten. De kosten voor vervanging van deze bomen zijn immers al opgenomen in de projectkosten. Het Baden Powelleplantsoen en het Goverwellepad e.o. zijn ernstig verzakt. Hier komen veel klachten over binnen en de parken zijn niet meer te onderhouden. Daarom is de ophoging van deze twee parken in dit beheerplan opgenomen. Groot onderhoud Voor groot onderhoud is in dit beheerplan niks opgenomen. Deze werkzaamheden zoals bijvoorbeeld het snoeien van bomen of herstel van plantvakken worden gerekend tot het dagelijks onderhoud. Duurzaamheid Van bomen die gekapt zijn wordt het hout hergebruikt als speelaanleiding in de Goudse speeltuinen. Snoeihout dat daar minder geschikt voor is wordt versnipperd en hergebruikt voor snipperpaden in het groen. Gemaaid gras uit het Steinse Groen wordt gefermenteerd tot bokashi-mest en op deze wijze gebruikt als bodemverbeteraar. Zoals eerder opgemerkt bij het onderwerp duurzaamheid bij verhardingen is de opslagruimte beperkt waardoor vrijgekomen materialen niet opgeslagen kunnen worden om te worden hergebruikt bij nieuwe projecten.
Dit verdient aandacht om zo meer circulair te kunnen werken.
10.3 Financiën Groen Vervanging Groen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Bomen
404.053
404.053
404.053
404.053
404.053
404.053
404.053
404.053
Beplanting
315.125
315.125
315.125
315.125
315.125
315.125
315.125
315.125
Gras
90.262
90.262
90.262
90.262
90.262
90.262
90.262
90.262
615.000
451.000
1.424.440
1.260.440
805.976
805.976
805.976
805.976
805.976
Ophoging parken Totaal
805.976
39
11
Overige elementen in de openbare ruimte
11.1 Basisgegevens Stroomkasten Per 12-06-2025 beheert Gouda: Evenementenkast: 1 stuks Stroomvoorziening (zware aansluiting) voor grote evenementen op Markt Feestverlichtingskasten: - 2 stuks Stroomvoorziening feestverlichting SBG in binnenstad Marktkasten: - 18 stuks Stroomvoorziening warenmarkten binnenstad en centrum Goverwelle en Bloemendaal - 1 stuks Voedingskast marktkasten binnenstad Walstroomkasten (watersport): - 20 stuks aansluitkasten/zuilen - 8 stuks voedingskasten -
11.2 Criteria Stroomkasten -
Technische levensduur Marktkasten: 15 jaar Walstroomkasten: 20 jaar Voedingskasten: 40 jaar Vervanging gebeurt op basis van inspecties en keuringen. De marktkasten in Goverwelle (5) en Bloemendaal (4) zijn in 2022 geplaatst en hebben een levensduur van 15 jaar; de ondergrondse bekabeling gaat >50 jaar mee. Onderhoud is uitbesteed. De 9 geïntegreerde marktkasten op de Markt zijn afgekeurd en worden in 2026 vervangen. Alle walstroomkasten zijn in 2024 geïnspecteerd en zo nodig hersteld. De installatie aan de Vest is verouderd en wordt vervangen. Er loopt een onderzoek naar vervanging of ombouw naar ‘smart’ walstroomkasten in 2025/2026. Deze investering valt buiten het technisch beheer en wordt apart bekostigd.
11.3 Financiën stroomkasten De vervangingskosten zijn gebaseerd op de genoemde levensduur. Voor vervangingen als gevolg van afkeuring is jaarlijks €10.000 (ex VAT) gereserveerd. Upgrades naar ‘smart’ vallen buiten dit budget. Vervanging Stroomkasten Evenementenkast
2026
2027
2028
2029
Feestverlichtingskast
2030
2031
2032
2033
11.495
Marktkasten
28.737
6.897
Walstroomkasten
14.369
5.747
Incidenteel na afkeuring Totaal
11.495
11.495
11.495
11.495
11.495
11.495
11.495
11.495
54.601
17.242
18.392
11.495
22.990
11.495
54.601
11.495
43.106
40
12
Samenvatting Financiën In dit hoofdstuk zijn alle eerder genoemde bedragen verzameld. Dit beheerplan betreft alleen groot onderhoud en vervanging. Hierbij is uitgegaan van één op één vervanging (geen wijzingen van ontwerp). Bij de kostenramingen is geen rekening gehouden met kosten van herinrichting, renovatie, (innovatieve) maatregelen t.b.v. klimaatadaptatie of klimaatmitigatie of (bewoners)-wensen. Voor deze specifieke situaties zal aanvullend aan het beheerplanbudget een budget moeten worden gezocht, tenzij dit budgetneutraal aangepakt kan worden binnen de opgenomen projecten. De genoemde bedragen betreffen de totale kosten voor groot onderhoud, levensduur verlengend onderhoud en vervanging. Ook dient te worden vermeld dat de doorkijk voor de eerste vier jaar nauwkeuriger van aard is dan die voor de laatste vier jaar. Dit beheerplan geeft (alleen) inzicht in de beheerbehoefte. De wijze van dekking van kosten wordt bepaald met behulp van het IUP. Door het verwerken van de beheerplanprojecten in het IUP is de financiële doorkijk per financieringsbron inzichtelijk. In het IUP is ook de interne VAT opgenomen. De projecten uit dit beheerplan zijn in het IUP herkenbaar aan de typering B (Beheerplan).
Het IUP bevat verder WRP/GRP-projecten (aangegeven met een R) en aanvullende projecten (A) zoals bijvoorbeeld aanleg van ondergrondse containers ten behoeve van ‘Afval scheiden loont’. In onderstaand overzicht zijn de totaalbedragen van de verschillende hoofdstukken verzameld en overzichtelijk bij elkaar gezet. Dit betreft de beheerbehoefte op basis van dit beheerplan. Vervangingsinvesteringen 2026-2033
Totaaloverzicht VO
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
5.205.194
5.826.094
5.303.960
4.851.520
4.738.474
3.734.378
2.093.631
2.994.632
Kunstwerken
873.206
10.186.274
9.974.229
5.998.193
2.862.715
2.412.138
356.457
501.030
Beschoeiingen & Oevers
12.242
429.292
257.152
Openbare Verlichting
943.406
686.518
608.035
831.594
608.304
564.090
109.202
264.384
385.081
241.394
Wegen
Verkeersregelinstallaties
554.067
28.547 457.759
678.532
Watergangen Spelen
252.428
304.795
706.135
430.455
430.455
430.455
430.455
430.455
Groen
805.976
1.424.440
1.260.440
805.976
805.976
805.976
805.976
805.976
Overig
54.601
17.242
18.392
11.495
22.990
11.495
54.601
11.495
Totaal
8.147.053
18.874.655
18.237.545
13.193.617
10.408.062
8.199.926
4.198.879
5.450.667
41
Levensduur verlengende investeringen 2026-2033 Totaaloverzicht LVO Wegen Kunstwerken Beschoeiingen & Oevers
2026
2027
257.774
2028
2029
2030
601.474
-
489.685
408.235
Openbare Verlichting
421.487
413.112
358.544
368.767
Verkeersregelinstallaties
232.198
349.907
797.709
1.844.024
911.459
763.019
1.757.727
2.212.791
Watergangen Spelen Groen Overig Totaal
2031
2032
2033
397.658
346.648
246.331 107.823
897.920
397.658
346.648
354.154
Groot Onderhoud 2026-2033 (dekking vanuit voorziening GO) Totaaloverzicht GO Wegen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2.709.551
1.791.832
1.791.832
1.791.832
1.791.832
1.791.832
1.791.832
1.791.832
Kunstwerken
2.580.562
716.856
1.733.033
56.141
1.236.452
2.013
34.976
Beschoeiingen & Oevers Openbare Verlichting Verkeersregelinstallaties Watergangen Spelen Groen Overig Totaal
50.347
415.000
115.000
1.638.000
115.000
115.000
615.000
615.000
115.000
61.699
52.635
39.204
54.601
54.601
54.601
54.601
54.601
5.766.812
2.726.670
5.202.069
2.017.574
3.197.885
2.461.433
2.463.446
1.996.409
42
13
Begripsomschrijvingen Achterstallig onderhoud
onderhoud dat niet uitgevoerd/gepland is en leidt tot een onacceptabele staat van de openbare ruimte en kapitaalsvernietiging.
Achterstand
vertraging in de uitvoering van het groot onderhoud en/of vervanging van de openbare ruimte. De planning wordt niet gehaald, zonder dat dit direct schadelijke gevolgen heeft voor de situatie in de openbare ruimte. Uitgestelde vervanging is een vorm van achterstand, waarbij bewust is gekozen voor uitstellen van onderhoud. Uitstel van vervanging vindt meestal plaats op basis van technisch onderzoek zoals bijv. stabiliteitsonderzoek van lichtmasten.
Contractuele vooropname
visuele inspectie om nauwkeurig de aard, omvang en locatie van aanwezige gebreken en onderhoudsbehoefte vast te stellen. Doel is het verkrijgen van inzicht in de uit te voeren maatregelen ten behoeve van de contractvoorbereiding (bijvoorbeeld RAW of UAV-GC).
CROW
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Deze volledige naam wordt bijna nooit meer gebruikt. CROW noemt zichzelf liever ‘kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte’
Dagelijks onderhoud
de onderhoudsmaatregelen die in regelmatige cycli worden uitgevoerd zoals maaien en onkruidbestrijding, legen van afvalbakken e.d. Ook incidentele reparaties, werkzaamheden ingeval van calamiteiten en serviceverlening naar aanleiding van meldingen vallen onder dagelijks onderhoud.
Drooglegging het verschil in hoogte tussen het polderpeil en het maaiveld.
GO-OR
voorziening Groot onderhoud openbare ruimte, ter dekking van kosten voor groot onderhoud (voorheen PP).
Groot onderhoud
de onderhoudsmaatregelen die planmatig worden uitgevoerd, meestal verdeeld over een langere periode (meerjaarlijks). Dit zijn de structurele onderhoudsmaatregelen zoals het opnieuw aanbrengen van een deklaag op asfaltverharding. Ook een gedeeltelijke vervanging van een element (brugdek, brugleuning) betreft groot onderhoud.
43
Hersteladvies
analyse van de beschikbare informatie en uitwerking tot adviezen voor herstel en onderhoud op basis van de huidige toestand, rekening houdend met economische en diverse andere randvoorwaarden vanuit opdrachtgever. Doel is het verkrijgen van inzicht in de meest doelmatige maatregelen voor uitvoering van herstel (en onderhoud) en de hiermee gepaard gaande kosten.
Inputprijsindex
Inputprijsindex is een indexcijfer gezien vanuit de kosten van de producent. De inputprijsindex van de GWW geeft de gewogen gemiddelde prijsontwikkeling van de bestanddelen loon, materiaal en materieel (gereedschap en machines) weer.3
IUP
Integraal uitvoeringsprogramma, zie paragraaf 1.5.
Kademuur
walbescherming van metselwerk of beton t.b.v. aanleggen van boten.
Keermuur
muur om een hoogteverschil op te vangen, grond kerende constructie.
Levensduur verlengend
groot onderhoud dat ervoor zorgt dat een element (kunstwerk, brug of de onderhoud verlichting) langer mee gaat dan de beoogde levensduur en afschrijvingstermijn. Dit betreft met name het vervangen van elektrische installaties bij civiele kunstwerken en openbare verlichting.
MUP
Meerjaren Uitvoerings Programma Zakkende Bodem, zie paragraaf 1.6
Nader onderzoek
onderzoek om verborgen gebreken, opbouw van constructies, constructieve veiligheid en/of restlevensduur vast te stellen. Bv. in de vorm van monstername, inspectieputten, beproevingen/metingen, verificatieberekeningen en restlevensduuranalyses.
Nulinspectie
term gehanteerd door afdeling Beheer Openbare ruimte en betreft herijking van de data GeoVisia op basis van inspectie- en adviescategorieën conform CROW-CUR Aanbeveling 117
Openbare ruimte
de door de gemeente Gouda beheerde publiek toegankelijke buitenruimte, zowel boven- als ondergronds.
Technische inspectie
meten van de technische kwaliteit op grond van schadebeelden op basis van landelijke normen (bijv. CROW), uitgevoerd door specialisten.
Theoretische levensduur
de gemiddelde levensduur van een element, bepaald op basis van onder andere materiaalsoort en gebruik.
3 (bron: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86049NED/table
44
Uitgestelde vervanging
zie Achterstand.
VAT
kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht.
Vervanging
het geheel vervangen van een inrichting(element) uit de openbare ruimte aan het eind van zijn theoretische levensduur of naar aanleiding van technische inspectie.
VI-OR
de investeringskredieten VI-OR ter dekking van kosten van vervangingen (VO) en levensduur verlengend onderhoud (LVO).
Wegvak
een stuk weg (rijbaan, maar ook eventueel aangrenzende parkeervakken, fietspaden en/of trottoirs) van maximaal 500 m lengte.
Walmuur
walbescherming van metselwerk of beton.
45
14
Bijlagen
Bijlage 1 Overzicht Plusgebieden
46
Bijlage 2 Relatietabellen prestatie-eisen wegbeheer CROW Relatietabellen prestatie-eisen wegbeheer
Onder (lager dan) afgesproken kwaliteitsniveau Plusgebied, voldoet aan afgesproken kwaliteitsniveau overige stad Onder (lager dan) afgesproken kwaliteitsniveau
asfalt
dwarsonvlakheid wegtypen 1 -3 - 6 - 7 geen geen A+ 1 (weinig) A+ 2 (redelijk) A+ 3 (veel) A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A B C D
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A A B
E (ernstig) B C D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
wegtypen 4 - 5 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
asfalt
oneffenheden
wegtypen 1 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
asfalt
rafeling
wegtypen 3 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
47
asfalt
randschade
wegtypen 1 - 2 , 6 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A A A
E (ernstig) B B C D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A A A
E (ernstig) B B C D
wegtypen 3 - 5 , 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
asfalt
scheurvorming
wegtypen 1 - 2 , 6 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel) wegtypen 3 - 5 , 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
cementbeton
oneffenheden wegtypen 1 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
cementbeton
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen
L (licht)
M (matig)
E (ernstig)
A+ A+ A+
A A A
A B C
D D D
scheurvorming wegtypen 1 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
48
elementenverharding dwarsonvlakheid wegtypen 3 - 5 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A A B
E (ernstig) B C D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A B C D
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A B B B
E (ernstig) B C C C
wegtypen 6 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
elementenverharding oneffenheden
wegtypen 3 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
elementenverharding voegwijdte
wegtypen 1 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
49
Bijlage 3 Watergangen met nautisch onderhoud
50