Bijlage 1. Beheerplan GOVO
Tekst van het document
Bijlage 1 Beheerplan Groot- en Vervangingsonderhoud Openbare Ruimte
2026-2033
Opsteller: Status: Opsteldatum:
Afdeling BOR Definitief 8 oktober 2025
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Looptijd beheerplan
5
1.3
Typen onderhoud
5
1.4
Beeldkwaliteit en bezuinigingen op dagelijks onderhoud
6
1.5
IUP (Integraal Uitvoerings Programma)
7
1.6
Beëindiging Integrale ophoging
7
1.7
WRP (Water- en Rioleringsprogramma) 2024-2028
8
1.8
Toegankelijkheid en Kwaliteit
8
1.9
Duurzaamheid
10
1.10
Kwaliteitsplan Openbare Ruimte Gouda (KOR)
10
Uitgangspunten Groot onderhoud en Vervanging
11
2.1
Algemene uitgangspunten & zorgplicht
11
2.2
Algemene basisgegevens
12
2.3
Kunstobjecten
12
2.4
Goudse richtlijn en restzettingseis
13
Wegen
14
3.1
Basisgegevens Wegen
14
3.2
Criteria Wegen
15
3.3
Financiën Wegen
17
Kunstwerken
19
4.1
Basisgegevens Kunstwerken
19
4.2
Criteria Kunstwerken
20
4.3
Financiën Kunstwerken
22
Beschoeiingen & Oevers
25
5.1
Basisgegevens Beschoeiingen & Oevers
25
5.2
Criteria Beschoeiingen & Oevers
25
5.3
Financiën Beschoeiingen & Oevers
26
Openbare Verlichting (OVL)
27
6.1
Basisgegevens OVL
27
6.2
Criteria OVL
27
6.3
Financiën OVL
29
Verkeersregelinstallaties (VRI)
31
7.1
Basisgegevens VRI
31
7.2
Criteria VRI
31
7.3
Financiën VRI
32
2
3
4
5
6
7
3
8
Watergangen
33
8.1
Basisgegevens Watergangen
33
8.2
Criteria Watergangen
33
8.3
Financiën Watergangen
34
Spelen
35
9.1
Basisgegevens Spelen
35
9.2
Criteria Spelen
35
9.3
Financiën Spelen
36
Groen
38
10.1
Basisgegevens Groen
38
10.2
Criteria Groen
38
10.3
Financiën Groen
39
Overige elementen in de openbare ruimte
40
11.1
Basisgegevens Stroomkasten
40
11.2
Criteria Stroomkasten
40
11.3
Financiën stroomkasten
40
12
Samenvatting Financiën
41
13
Begripsomschrijvingen
43
14
Bijlagen
46
Bijlage 1 Overzicht Plusgebieden
46
Bijlage 2 Relatietabellen prestatie-eisen wegbeheer CROW
47
Bijlage 3 Watergangen met nautisch onderhoud
50
9
10
11
4
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Dit beheerplan brengt de beheerbehoefte voor Groot- en Vervangingsonderhoud in beeld van het areaal in beheer van de afdeling BOR (beheer openbare ruimte). Hierdoor ontstaat inzicht in de benodigde investeringen om de openbare ruimte op niveau te houden. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om de buitenruimte veilig en bruikbaar te houden. Om de kosten en planning hiervan inzichtelijk te maken wordt het beheerplan opgesteld. Om inzicht in de kosten van groot onderhoud en vervanging actueel te houden, wordt dit beheerplan GOVO jaarlijks geactualiseerd en in principe eenmaal per twee jaar aan college en raad voorgelegd
1.2 Looptijd beheerplan Dit beheerplan heeft een looptijd van zeven jaar (2026-2033). Daarbij is de tweede helft (2030-2033) een globalere doorkijk dan de eerste helft (2026-2029).
1.3 Typen onderhoud Het dagelijks onderhoud wordt uitbesteed aan private partijen in opdracht en onder toezicht van de afdeling Beheer Openbare Ruimte. Groot onderhoud en vervanging wordt gepland door en uitgevoerd in opdracht van Gouda, met behulp van het Integraal Uitvoeringsplan (IUP), zie paragraaf 1.5. In de volgende figuur is weergegeven hoe de verschillende typen van onderhoud de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloeden.
5
Dit beheerplan betreft alleen groot onderhoud en vervanging, niet het dagelijks onderhoud en ook niet de werkzaamheden die volgen uit het water- en rioleringsplan (WRP). In dit beheerplan maken we onderscheid tussen groot onderhoud, levensduur verlengend -en vervangingsonderhoud: • •
•
GO (groot onderhoud) betreft structurele onderhoudsmaatregelen zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van een nieuwe asfaltdeklaag. Ook het vervangen van een gedeelte van een element is groot onderhoud. LVO (levensduur verlengend onderhoud) is onderhoud dat ervoor zorgt dat een element (kunstwerk, brug of de verlichting) langer meegaat dan de beoogde levensduur en afschrijvingstermijn. Dit betreft met name het vervangen van elektrische installaties bij civiele kunstwerken en openbare verlichting. VO (vervanging) betreft het compleet vervangen van een element op het moment dat dit element versleten is of niet meer functioneert. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit de voorziening groot onderhoud. Vervanging wordt gefinancierd vanuit de investeringsbudgetten. Levensduur verlengend onderhoud wordt conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) gezien als een investering ten behoeve van een bestaand object en expliciet leidt tot een substantiële levensduurverlenging van het object. Om die reden wordt dit gefinancierd vanuit de investeringsbudgetten Enkele voorbeelden hierbij zijn: het vervangen van het dek of een leuning van een brug is groot onderhoud. Het geheel vervangen van de brug is vervanging.
Het vervangen van een verlichtingsarmatuur waardoor deze verlichting weer een nieuwe levenscyclus (afschrijvingstermijn) mee gaat beschouwen we als levensduur verlengend onderhoud. In de hoofstukken 3 t/m 11 wordt per beheeronderdeel aangegeven welke typen onderhoud er zijn.
1.4
Beeldkwaliteit en bezuinigingen op dagelijks onderhoud Vanaf 2012 werken we met prestatie-eisen op basis van de beeldsystematiek van de CROW (kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid). Hierbij is besloten dat de beeldkwaliteit voor geheel Gouda niveau BCROW wordt. Dit met uitzondering van de elementenverharding, welke voor de gehele stad is teruggebracht naar kwaliteitsniveau CCROW. Resultante hierbij is een structurele bezuiniging van jaarlijks € 750.000, - op het dagelijks onderhoud. Op de elementenverharding in de plusgebieden is niet bezuinigd, deze blijven op het niveau BCROW. Voor zwerfvuil is de beeldkwaliteit in het plusgebied niveau ACROW. De plusgebieden zijn het (kern)winkelgebied, omgeving NS-stations en toeristische locaties zoals Museumhaven, omgeving schouwburg en Klein Amerika. Ruim 10 jaar na invoering van de bezuiniging op elementenverharding zijn de gevolgen ervan op veel plekken zichtbaar. Door het lage(re) kwaliteitsniveau neemt de kans op onveilige situaties toe en moet er vaker ad-hoc gereageerd worden op calamiteiten. Zie voor de relatie met toegankelijkheid en kwaliteit paragraaf 1.8. Per 1 januari 2015 is er aanvullend bezuinigd op het dagelijks onderhoud.
Deze bezuiniging van € 500.000, - is grotendeels ingevuld door het verlagen van het onderhoudsniveau van openbaar groen voor zover heesters en (blok)hagen naar het kwaliteitsniveau CCROW. Bij de terugname van dagelijks onderhoud Groen in 2017 is besloten om de bezuiniging van 2015 terug te draaien en weer de oorspronkelijke beeldkwaliteit niveau B te hanteren. De achterstand die is ontstaan door het lagere onderhoudsniveau in de periode 2015 t/m 2017 zal gefaseerd worden weggewerkt, ten laste van de reguliere exploitatiebudgetten en de incidentele ruimte in de budgetten uitbesteed werk.
6
Per 1-1-2018 zijn de kwaliteitsafspraken als volgt: Stad
Plusgebied
*)
beeldkwaliteit A beeldkwaliteit B beeldkwaliteit C
elementenverharding zwerfvuil overig *) Plusgebied =(Kern)wink elgebied, NS-stations en toeristische locaties
1.5 IUP (Integraal Uitvoerings Programma) In het IUP komen alle vervangings- en groot onderhoudsprogramma’s samen: • De meeste projecten in het IUP komen voort uit dit beheerplan. In verband met het nieuwe BBV (Besluit Begroting en Verantwoording, gewijzigd in 2017) kennen de beheerplan projecten nog maar twee financieringsbronnen: GO-OR (voorziening groot onderhoud) en VI-OR (investeringskredieten voor vervanging en levensduur verlengend onderhoud). In het IUP zijn deze projecten aangegeven met een B (Beheerplan). De oude financieringsbronnen PP-CIP (projectprogrammering concern investeringsplan) en PP-LTI (projectprogrammering lange termijn investeringen) zijn na invoering van BBV 2017 vervallen, de PP (projectprogrammering) is opgeknipt in GO-OR en VI-OR. • In het IUP zijn ook projecten opgenomen op basis van het WRP (Water- en Rioleringsprogramma) 2024-2028, zie paragraaf 1.7. Deze rioolprojecten zijn in het IUP aangeven met een R (Riool) • CIP (Concern Investeringsplan) projecten zijn verbeterprojecten die afwijken van de criteria van dit beheerplan, bijvoorbeeld projecten op basis van het mobiliteitsplan, nieuwe aanleg van ondergrondse afvalcontainers of (her)inrichting van de openbare ruimte naar aanleiding van wijkontwikkelingsprojecten. In het IUP zijn deze projecten aangegeven met een A (Aanvullend).
In dit beheerplan wordt alleen de beheerbehoefte inzichtelijk gemaakt. Het beheerplan wordt verwerkt in het IUP, waarmee de financiële doorkijk gemaakt wordt. Zie verder hoofdstuk 12.
1.6 Beëindiging Integrale ophoging Door de afkoop van de artikel 12 status is in 2003 eenmalig € 43,73 miljoen extra beschikbaar gekomen voor de aanpak van achterstallig onderhoud, met name door de snel zakkende bodem van Gouda. In 2013 is de MUP (Meerjarig Uitvoeringsplan Zakkende Bodem) afgerond en hiermee is er ook een einde gekomen aan de integrale ophoging. Vooraf was duidelijk dat met het MUP-geld niet alle zettingsgevoelige gebieden aangepakt konden worden. De slappe bodem van Gouda is een feit dat grote gevolgen heeft voor het beheer van de openbare ruimte. Dit zal altijd (extra) aandacht blijven vragen en brengt hoge kosten met zich mee.
7
1.7 WRP (Water- en Rioleringsprogramma) 2024-2028 De beheerdiscipline Riool maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan. Groot onderhoud en vervanging van riool vindt plaats op basis van het Water- en Rioleringsprogramma en de kosten hiervoor worden gedekt uit de rioolheffing. Overschotten en tekorten worden verrekend met de spaarvoorziening riolering. In 2024 is het WRP 2024-2028 vastgesteld. Hierin worden vijf doelen onderscheiden: • Zorgplichten op orde • Klaar voor de toekomst • Innovatie • Meten en leren in de praktijk • Communicatie en participatie Deze doelen reiken verder dan alleen de rioolprojecten. Klaar voor de toekomst houdt bijvoorbeeld ook het vervangen van kolkenstelsels door een hemelwaterstelsel in (ophogings-)projecten in. Dit wordt vanuit de rioolheffing gefinancierd. Bij het inplannen van groot onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met gebieden die worden aangepakt vanuit het rioleringsprogramma. Beheerbehoefte die meegenomen wordt in WRP-projecten en financieel wordt gedekt uit de rioolheffing is in dit beheerplan niet meegeteld / meegerekend. Bij deze wegvakken wordt er dus vanuit gegaan dat het riool geheel vervangen moet worden, de straat “open gaat” en de kosten van ophoging (VO) / herstraten (GO) ten laste komen van de rioolheffing.
Indien een riool gerepareerd kan worden (in plaats van vervangen) heeft dit tot gevolg dat het wegvak alsnog in het beheerplan moeten worden opgenomen en ten laste komt van GO-OR of VI-OR. Mocht een rioolproject uitgesteld of sterk vertraagd worden dan zullen de kosten van dat project eveneens alsnog ten laste de genoemde financieringsbronnen van het beheerplan komen.
1.8 Toegankelijkheid en Kwaliteit In het Bestuursakkoord 2022-2026 “Geef Gouda door!” is structureel budget beschikbaar gesteld voor verbetering van toegankelijkheid van het openbaar gebied (1,5 miljoen per jaar). Ten aanzien van de openbare ruimte is in het Bestuursakkoord opgenomen: We investeren in de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte. Wat we oppakken doen we integraal, duurzaam en toegankelijk. Het toevoegen van twee criteria aan de reeds toegepaste vereisten zorgt dat bij plannen van groot- en vervangingsonderhoud in de openbare ruimte wordt aangesloten bij het bestuursakkoord. Knelpunten en aanpak In het Beheerplan Groot- en Vervangingsonderhoud Openbare Ruimte is al een aantal achtereenvolgende jaren aangegeven dat er knelpunten in het beheer zijn. Dit is allemaal terug te leiden naar bezuinigingen in het beheer en onderhoud. Hierdoor zijn er steeds meer locaties waar overlast door lage kwaliteit van de openbare ruimte ontstaat en deze niet op te lossen zijn met dagelijks onderhoud. Hierbij valt onder andere te denken aan hoogteverschillen tussen openbaar gebied en eigen terrein, verouderde wijken (versleten verharding/ verouderde inrichting) en wortelopdruk.1 Hierover komen steeds meer signalen uit de stad waaruit blijkt dat inwoners in toenemende mate last ondervinden van de beperkte toegankelijkheid van hun woonomgeving.
Gebieden waar deze hinder bovengemiddeld vaak voorkomt worden komende jaren aangepakt. De effecten hiervan zijn verwerkt in dit beheerplan. Van belang is wel om te vermelden dat investeren in een hogere kwaliteit van het openbaar gebied niet alleen stopt bij het ophogen van bepaalde straten. Dit betekent ook dat eerder zal moeten worden ingegrepen met (dagelijks of groot) onderhoud 1 Dit betreft slechts voorbeelden van de problemen, meerdere knelpunten zijn bekend.
8
om te voorkomen dat de situatie opnieuw optreedt en het geïnvesteerde kapitaal vernietigd wordt. Deze afweging zal separaat gemaakt moeten worden. Door het beschikbaar stellen van extra budget in het Bestuursakkoord kan een deel van bovengenoemde knelpunten worden aangepakt. Er is echter beperkt budget beschikbaar. Daarom is het van belang om keuzes te maken waar zo veel mogelijk Goudse inwoners van profiteren. In en rond voorzieningen die veel publiek trekken of waar meer mensen met een beperking komen, is het extra van belang om te streven naar toegankelijkheid. Denk aan basisvoorzieningen zoals winkelcentra, stations, verzorgings-/verpleeghuizen, ziekenhuizen en begraafplaatsen. Dit zijn echter denkrichtingen waarover later aparte keuzes moeten worden gemaakt. De exacte uitwerking van het VN-verdrag handicap en de Lokale Inclusie Agenda worden apart besproken met college en raad. Gebiedskenmerken Om een integraal buurtgerichte aanpak mogelijk te maken spelen ook andere aspecten mee in de afweging om het openbaar gebied aan te pakken. Zoals kenmerken van een gebied die ervoor zorgen dat de algehele kwaliteit van de openbare ruimte achterblijft ten opzichte van andere gebieden in de stad. Deze kenmerken worden meegenomen in de afweging wel of niet onderhoud te programmeren.
Zo wordt in woonwijken waar op niet-doorgaande wegen asfalt aanwezig is dit bij vervangingsonderhoud vervangen door elementenverharding omdat asfalt niet passend is bij de huidige inrichting, beperkingen heeft in beheer en duur is in onderhoud. Gemiddelde drooglegging & technische staat (leidend criterium) Voorgaand beleid ten aanzien van de openbare ruimte ging uit van twee criteria waarop projecten gepland worden: de droogleggingseis (ingrijpmoment bij gemiddeld 20cm boven polderpeil) en de technische staat (schade, slechte fundering, e.d.). Om bovenstaande knelpunten aan te pakken en tegemoet te komen aan het bestuursakkoord is het noodzakelijk om deze criteria uit te breiden. Onderstaand model illustreert de aanpak op basis van de criteria:
De vier criteria zorgen voor een gebalanceerd beeld op basis van gegevens en waarnemingen waarbij de beheeropgave na analyse en filtering (o.a. samenhang energietransitie, overige opgaven in een gebied zoals rioolprojecten, nutswerkzaamheden etc.) tegen elkaar worden afgewogen en geprioriteerd. Deze analyse leidt tot de beheeropgave voor de stad. In dit beheerplan zijn projecten opgenomen op basis van bovenstaande criteria.
9
1.9 Duurzaamheid Zoals in het bestuursakkoord 2022-2026 ‘Geef Gouda door’ is aangegeven gaat duurzaamheid over alle beleidsterreinen. In dit beheerplan is daarom voor elk beheeronderdeel een apart kopje met betrekking tot dit onderwerp opgenomen waarin wordt toegelicht welke soort activiteiten al worden uitgevoerd en waar nog uitdagingen liggen voor de toekomst. Investeringen verduurzaming werken openbare ruimte Om duurzaamheid bij beheer en projecten te implementeren is het zeer aannemelijk dat budgettaire aanpassingen nodig gaan zijn. Om kennis en ervaring op te kunnen doen met nieuwe materialen en werkwijzen is de komende jaren behoefte aan een leerbudget -en onderzoeksbudget. Dit budget zal worden gebruikt om invulling te geven aan het Actieplan MVOI, SEB en onderzoeken naar de zogenaamde hotspots en quick wins. Ook kan hiermee het effect van duurzaamheidseisen in kaart worden gebracht en eventuele meerkosten worden opgevangen. Hiervoor is een bedrag per jaar van € 200.000 in het overzicht van de vervangingsinvesteringen opgenomen.
1.10
Kwaliteitsplan Openbare Ruimte Gouda (KOR) Het gemeentelijk kwaliteitsplan openbare ruimte is 20 jaar oud en toe aan herziening. Het KOR bestaat uit drie delen die gezamenlijk de ‘look en feel’ openbare ruimte Gouda bepalen. Betreffende delen zijn; A. het Stedelijke kader (kwaliteitskader); B. Het inrichtingskader (de LIOR) en C; het beheerkader (beeldkwaliteitniveau’s). Door een direct verband met de kosten voor dagelijks beheer, groot onderhoud en vervangingen willen wij in 2026 het KOR herzien. Hiermee kunnen de hernieuwde keuzes input geven voor een volgend op te stellen GOVO (2028-2035).
10
2
Uitgangspunten Groot onderhoud en Vervanging
2.1 Algemene uitgangspunten & zorgplicht In dit beheerplan is de openbare ruimte van Gouda ingedeeld in negen onderdelen: wegen, kunstwerken, OVL (openbare verlichting), VRI (verkeersregelinstallaties), watergangen, beschoeiingen, speelvoorzieningen, groen en overige elementen in de openbare ruimte. In de volgende hoofdstukken wordt per beheeronderdeel de kaders, afwegingen en keuzes met betrekking tot groot onderhoud en vervanging beschreven. De gemeente heeft als beheerder van de openbare ruimte de wettelijke taak zorg te dragen voor de veiligheid en bruikbaarheid hiervan. De opgaven die voortvloeien uit deze ‘zorgplicht’ vormen dan ook de omvang van de opgave in dit beheerplan. In voorgaande jaren is (veelvuldig) bezuinigd op onderhoud, waar nu de effecten van zichtbaar zijn. Het onderhoud in de openbare ruimte geschiedt op basis van een prioritering. Zie hiervoor de onder paragraaf 1.8 toegelichte systematiek. In ieder hoofdstuk is beschreven aan welke (technische) criteria moet worden voldaan. In algemene zin gelden de volgende uitgangspunten: • Veiligheid: de openbare ruimte moet veilig kunnen worden gebruikt. Door onderhoud tijdig uit te voeren kunnen gevaarlijke situaties worden voorkomen of worden opgelost. • Functionaliteit: de mate waarin objecten in de openbare ruimte hun functie kunnen vervullen.
Zoals bijvoorbeeld een brug die gebruikt kan worden zoals de bedoeling was volgens het ontwerp. • Staat: de mate waarin het object voldoet aan de originele ontwerpstaat. Het niet (tijdig) uitvoeren van onderhoud kan leiden tot vroegtijdige aantasting en verval. • Beeldkwaliteit: in algemene zin gaat dit over de aanblik van het object of de openbare ruimte. Zie ook paragraaf 1.4. De overige uitgangspunten voor dit beheerplan zijn als volgt: • Eenheidsprijzen zijn de lokale prijzen, zoals ze binnen de gemeente Gouda - op basis van ervaring - gehanteerd worden. Bij de jaarlijkse actualisering wordt aan de hand van uitgevoerde projecten bekeken of eenheidsprijzen bijgesteld moeten worden. Deze wijzigingen van eenheidsprijzen worden in het betreffende hoofdstuk beschreven. • Kosten voor vervangingen zijn inclusief verwijderen en afvoeren. • Genoemde kosten zijn inclusief winst & risico van de aannemer. • Genoemde kosten zijn exclusief BTW. • Genoemde kosten zijn inclusief 7,5% externe VAT (voorbereiding, administratie en toezicht). • Sinds 2015 is de interne VAT niet meer opgenomen in de kosten zoals benoemd in dit beheerplan. Dit aangezien in het IUP (Integraal uitvoeringsprogramma) voor interne VAT een budget voor de afdeling Projecten Openbare Ruimte (POR) is opgenomen. • De genoemde kosten zijn prijspeil november 2024.
Hiervoor zijn de kosten met 6,93% geïndexeerd op basis van de (laatst definitieve) CBS Grond-, weg- en waterbouw (GWW) index van mei 2025. Het betreft de indexering t.o.v. het ijkpunt januari 2023. • In dit beheerplan is rekening gehouden met areaaluitbreidingen zoals bijvoorbeeld Westergouwe • De genoemde bedragen betreffen de totale beheerbehoefte voor groot onderhoud, levensduur verlengend onderhoud en vervanging. • De opgenomen bedragen zijn geprognotiseerde bedragen en kunnen derhalve hoger of lager uitvallen in de uiteindelijke projecten, afhankelijk van lokale factoren en aspecten. Hier is zoveel als mogelijk rekening mee gehouden.
11
•
Projecten worden realistisch gepland en begroot op basis van een integrale afweging. Hierin nemen we onder andere mee: kennis van de markt, huidige en toekomstige capaciteit binnen de betrokken afdelingen (beheer en projecten) en haalbaarheid (zoals bereikbaarheid van de stad/samenhang andere projecten).
Inputprijsindex CBS Geplande werkzaamheden in dit beheerplan leiden tot projecten in de buitenruimte van Gouda. Om te zorgen dat de gehanteerde prijzen in dit beheerplan de marktontwikkeling volgen wordt er een indexatie uitgevoerd op de eenheidsprijzen die we hanteren. Dat zorgt ervoor dat het verschil tussen begrote kosten en daadwerkelijke kosten verkleind wordt. Wel zit hier altijd een vertraging in, waardoor eventuele prijsverschillen kunnen ontstaan. Ook de tijd tussen het plannen van een project en het daadwerkelijk uitvoeren ervan kan kostenverhogend werken. Uiteraard kan het ook voorkomen dat een project lagere kosten maakt dan aanvankelijk gedacht. De Inputprijsindex geeft inzicht in van de kosten loon, materiaal en materieel voor Grond-, Weg- en Waterbouwprojecten (GWW). Het prijsindexcijfer voor de Totaal GWW is een gewogen gemiddelde van tien deelgebieden. De gepubliceerde prijsindexcijfers van de GWW zijn gebaseerd op het gemiddelde prijsniveau van de betreffende maand. Naast de prijsindexcijfers worden ook de ontwikkelingen ten opzichte van 1 jaar eerder gepubliceerd.2 De systematiek van het beheerplan is gebaseerd op de laatst definitieve prijsindex zoals vastgesteld door het CBS. De prijsindexcijfers zijn tot en met november 2024 definitief. De overige prijsindexcijfers zijn voorlopig.
De periode dat de prijsindexcijfers voorlopig zijn is afhankelijk van het moment dat de bij de GWW betrokken cao's worden afgesloten. Deze periode kan variëren van 4 tot circa 16 maanden na de periode waarover de cijfers worden berekend.3 Berekening indexeringspercentage Inputprijsindex (2020=100) Indexeringspercentage = (B1 – B01) / B01 x 100% = …. %, waarin: B01= de index van het jaar van de raming B1 = de index van het jaar van het beheerplan Indexeringspercentage afronden op tienden. B01= 127,0 B1= 135,8 Index prijspeil 2025 :
6,93
%
2.2 Algemene basisgegevens Dit beheerplan betreft alleen het areaal dat in beheer is bij de afdeling Beheer openbare ruimte van gemeente Gouda. Vrijwel alle beheeronderdelen van dit beheerplan zijn opgenomen in hetzelfde beheersysteem, GeoVisia. Alleen straatmeubilair is niet opgenomen in dit systeem. Per beheeronderdeel wordt in elk hoofdstuk aan het begin een overzicht van de areaalomvang gegeven.
2.3 Kunstobjecten Onderhoud van kunstobjecten (beeldende kunst) betreft alleen dagelijks beheer zoals reiniging en reparaties. Bij deze kunstobjecten is geen sprake van vervanging. Zodra een kunstobject niet meer gerepareerd kan worden, komt deze te vervallen. In dit beheerplan zijn geen kosten opgenomen voor vervanging van kunstobjecten of
2 bron: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86049NED/table
12
grote reparaties. Er is ook geen budget gereserveerd voor nieuwe (vervangende) kunstwerken.
2.4 Goudse richtlijn en restzettingseis In 2006 is de Goudse richtlijn vastgesteld: bij planmatig onderhoud wordt uitgegaan van een minimale drooglegging van 20 centimeter en een maximale leeftijd (van wegen) van 40 jaar. Daarvoor werd een drooglegging van 30 cm gehanteerd. Uit berekeningen bleek dat een drooglegging van 30 cm in Gouda financieel niet haalbaar was. Vandaar dat in 2006 de ambitie is bijgesteld tot de Goudse Richtlijn 20/40 (raadsbesluit 478558, 27 september 2006). De Goudse richtlijn 20/40 betreft het ingrijpmoment, het tijdstip waarop groot onderhoud uitgevoerd gaat worden. Dit moet niet verward worden met de 30/30 norm voor restzetting. Dit is een kwaliteitseis voor ophogingen: na 30 jaar mag de restzetting niet meer dan 30 cm bedragen. Bij ophogingen wordt er in principe opgehoogd tot een drooglegging van gemiddeld 65 cm. Uitgaande van een maximale restzetting van 30 cm in 30 jaar (gemiddeld 1 cm per jaar) is na 40 jaar de drooglegging minimaal 25 cm. Hiermee wordt voldaan aan de Goudse richtlijn. Bij de vaststelling van de nota LTI 2010-2017 is besloten de Goudse norm ten aanzien van leeftijd los te laten (raadsbesluit 66873, 12 april 2011). Een leeftijd van 40 jaar wil immers lang niet altijd zeggen dat een weg zodanig slecht is dat ingegrepen moet worden.
Een drooglegging van minimaal 20 cm en bruikbaarheid van de weg zijn de criteria die gehanteerd worden ter bepaling van het ingrijpmoment.
13
3
Wegen
3.1 Basisgegevens Wegen Per 15-04-2025 beheert Gouda: Type Weg
Aantal
Eenheid
Elementenverharding Asfaltverharding Betonverharding Onverharde wegen Kunststof Elementenverharding
1.842.114 698.678 12.951 56.390 1.855 1.842.114
m2 m2 m2 m2 m2 m2
Dit beheeronderdeel betreft niet alleen de verhardingen, maar ook straatmeubilair en bebording. Alle gegevens van de Goudse wegen zijn vastgelegd in beheersysteem GeoVisia. Het systeem bevat informatie over de leeftijd van de weg, inspectiegegevens en de drooglegging. Groot onderhoud Groot onderhoud betreft herstraten van elementenverharding, vervangen of herstellen van de asfaltdeklaag en omdat Gouda zettingsgevoelig is wordt dit vaak gecombineerd met het ophogen van de wegen. Groot onderhoud wordt bepaald op basis meerdere indicatoren Een indicator is de tweejaarlijkse weginspectie. Hierbij worden alle wegen geïnspecteerd conform de richtlijnen van de CROW. Bij de weginspecties worden per wegvak de verschillende schades opgenomen. Per type schade (scheurvorming, oneffenheden etc.) wordt genoteerd of er sprake is van geen schade, lichte, matige of ernstige schade. Deze indeling van schades is van belang voor het programmeren van groot onderhoud (zie 3.2). Kleine schades en herstel t.b.v. veiligheid vallen onder dagelijks onderhoud en valt dus buiten dit beheerplan. De tweede indicator is de drooglegging, dit is het verschil tussen het hoogste polderpeil en het maaiveld. Het absolute ingrijpmoment is als de drooglegging 20 cm is. Hiervoor is het belangrijk om goede data te hebben over de hoogte van het maaiveld. In 2020 en 2023 hebben we dit uit met mobiele LiDAR-data gehaald.
Dit was arbeidsintensief en de kwaliteit van de data per straat en tijdstip varieerde. Dit jaar is hiervoor het algemeen hoogtebestand (AHN5) gebruikt welk in 2023 landelijk dekkend is gemaakt. Het bestand wordt als open data beschikbaar gesteld. De kwaliteitseisen zijn voor onze doeleinden nog te grofmazig om de drooglegging te bepalen (een standaardafwijking van 3 centimeter en een systematische afwijking van 5 cm). Dit bestand is voor ons gecorrigeerd met behulp van nauwkeurig ingemeten punten. Dit resulteert in een betrouwbaar gemeente dekkend bestand met een standaardafwijking van 2,5 cm en pixels van 1 m2. Met dit bestand hebben we dit jaar de drooglegging van de wegen bepaald. Dit is een betrouwbare en relatief goedkope werkwijze die we eens in de 3 jaar gaan herhalen.
14
Groot onderhoud betreft herstraten van elementenverharding en vervangen of herstellen van de asfaltdeklaag. Groot onderhoud wordt bepaald op basis van de tweejaarlijkse weginspectie. Hierbij worden alle wegen geïnspecteerd conform de richtlijnen van de CROW. Bij de weginspecties worden per wegvak de verschillende schades opgenomen. Per type schade (scheurvorming, oneffenheden etc.) wordt genoteerd of er sprake is van geen schade, lichte, matige of ernstige schade. Deze indeling van schades is van belang voor het programmeren van groot onderhoud (zie 3.2). Kleine schades en herstel t.b.v. veiligheid vallen onder dagelijks onderhoud en valt dus buiten dit beheerplan. Straatmeubilair Straatmeubilair zoals paaltjes, fietsklemmen, antiparkeervoorzieningen, verkeers- en straatnaamborden, bewegwijzering, boombescherming, banken, afvalbakken, hekwerken etc. zijn ondergebracht bij het beheeronderdeel wegen. Voor vervanging van deze elementen is een stelpost opgenomen. Incidentele vervanging van straatmeubilair en verkeers- en straatnaamborden valt onder dagelijks beheer. Containers ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval worden niet tot straatmeubilair gerekend. Groot onderhoud en vervanging hiervan komt ten laste van de afvalstoffenheffing.
ANWB masten, de zonnepanelen in Achterwillens en het zonnepaneel van het Oranjeplein vallen sinds 2019 niet meer onder wegen, maar zijn in het hoofdstuk openbare verlichting opgenomen.
3.2 Criteria Wegen Vervanging - hoogtemeting
15
Voor het bepalen van de vervanging is in eerste instantie gekeken naar de wegvakken waarbij de gemiddelde drooglegging minder dan 20 cm is. In principe zijn al deze wegvakken opgenomen in dit beheerplan. Met behulp van het gecorrigeerde ‘algemeen hoogtebestand’ (AHN5) wordt de gemiddelde drooglegging per wegvak bepaald. Voor de prognose van drooglegging wordt uitgegaan van een gemiddelde zetting van 1 cm per jaar. Sommige wegvakken blijven onverminderd zakken, bij andere wegvakken neemt de zettingssnelheid langzaam af. Daarom wordt bij wegvakken met een drooglegging rond het ingrijpmoment (20 cm) met behulp van historische meetgegevens de zettingssnelheid bekeken. Op basis van de huidige drooglegging en deze zettingssnelheid wordt per wegvak het jaar van vervanging (ophogen) bepaald. Sinds beëindiging van de MUP is er geen integrale aanpak meer en worden alleen de laagst liggende wegen opgehoogd. Deze vleksgewijze aanpak leidt eerder tot wateroverlastproblemen bij de weggedeelten die buiten de ophoging vielen. Vervanging - valdeflectiemeting Het onderhoud van asfaltwegen wordt bepaald aan de hand het gecorrigeerde ‘algemeen hoogtebestand’ (VO) en de visuele weginspectie (GO). Bij een visuele inspectie wordt niet gekeken naar de oorzaak van schade. Gevolg is dat regelmatig schades hersteld moeten worden op hetzelfde wegvak.
De oorzaak van een schade kan wel in beeld worden gebracht door het uitvoeren van een valdeflectiemeting. Bij deze meting wordt de draagkracht van de verhardingsconstructie en de ondergrond bepaald. Hiermee wordt de restlevensduur van de gehele constructie in beeld gebracht. De meeste gemeenten bepalen de onderhoudsbehoefte voor de middellange en lange termijn van asfaltwegen op deze wijze. Toegankelijkheid en kwaliteit In het Bestuursakkoord 2022-2026 “Geef Gouda door!” is structureel budget beschikbaar gesteld voor verbetering van toegankelijkheid van het openbaar gebied. Op basis van de criteria integraal, duurzaam en toegankelijk zijn de buurten bepaald waar aanpak nodig is. Buurten die de komende jaren aangepakt worden zijn onder andere: de Hoefs, Burgen- en Lustenbuurt en de Wervenbuurt. Uitzonderingen vervanging In de binnenstad wordt de minimale droogleggingseis op verschillende plaatsen niet gehaald. Ophogen is echter geen optie omdat ook diverse vloerpeilen van panden en kades laag liggen. Hier wordt een mindere drooglegging dus geaccepteerd en ook deze wegvakken zijn niet opgenomen in dit beheerplan. Groot onderhoud In principe worden alle wegen jaarlijks geïnspecteerd ten behoeve van het Dagelijks Beheer. Een maal per twee jaar wordt een globale visuele weginspectie uitgevoerd waarvan de uitkomsten input leveren voor Groot Onderhoud Wegen in het beheerplan.
Met ingang van het beheerplan 2017 worden de tabellen van de CROW gehanteerd, waarin de relatie is aangegeven tussen prestatie-eisen en wegbeheer. De tabellen zijn dus een vertaling van de technische weginspectie naar de kwalitatieve beeldsystematiek. Hierbij wordt per type schade (bijv. voegwijdte of randschade) onderscheid gemaakt tussen de verschillende wegtypen (bijv. gebiedsontsluitingsweg, weg in woongebied of fietspad). In hoofdlijnen is de beoordeling niet anders dan onze criteria van eerdere jaren, maar er zijn wel kleine verschillen. Bijvoorbeeld bij een fietspad (wegtype 7) wordt dwarsonvlakheid (spoorvorming) iets zwaarder beoordeeld dan voorheen en scheurvorming iets minder zwaar. De CROW tabellen zijn te vinden in bijlage 2. De aanpakpercentages van de verschillende schades zijn als volgt:
16
Asfalt: bij alle schades aanpakpercentage van 100% van oppervlak. M.u.v. randschade waarbij 30% aangepakt wordt. Elementenverharding: E1 en M schades: 30% van het oppervlak aanpakken; E2 en meerdere E1 schade: 50% van het oppervlak aanpakken; Alle overige schades: 100% van het oppervlak aanpakken. Met meerdere E1 schades wordt bedoeld dat er meerdere type schade op een wegvak zijn geconstateerd die elk een E1 schade betreffen. Bijv. E1 oneffenheden en E1 dwarsonvlakheid. Combinaties van meerdere schades in een wegvak die zwaarder zijn dan E1 zijn dus allemaal als 100% aanpakken gerekend. De reden voor deze wijziging van aanpakpercentage is dat in praktijk gebleken is dat bij meerdere schades binnen een wegvak een gedeeltelijke aanpak technisch niet uitvoerbaar was. Duurzaamheid Ter vervanging van asfaltwandelpaden wordt een ‘natuurlijk gebonden gesteente’ als halfverharding aangebracht. Dit materiaal is CO2-neutraal en circulair. Daarnaast biedt het mogelijkheden om de buitenruimte klimaat-adaptief in te richten en gaat het wortel-opdruk tegen. In de binnenstad wordt in de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) voorgeschreven gebruik te maken van mix-soorten gebakken straatmateriaal. Dit betekent dat zoveel mogelijk wordt hergebruikt. Door slechts beperkt nieuw materiaal te kopen wordt in de gehele keten CO2-uitstoot beperkt.
In het nieuwste contract voor groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een terrein te huren om materialen op te slaan zodat deze later opnieuw kunnen worden gebruikt. Deze circulaire oplossing zorgt voor een lagere CO2-uitstoot (o.a. door minder transportbewegingen en minder materiaalgebruik) en lagere kosten omdat er geen nieuwe materialen worden aangeschaft. Ook worden, waar mogelijk, projecten gecombineerd; deze ‘werk-met-werk’-aanpak zorgt ook voor een lager aantal vervoersbewegingen. Vanwege het belang van een opslag voor materialen, is een project opgestart om een terrein vrij te maken en in te richten.
3.3 Financiën Wegen Vervanging Op basis van de criteria uit de vorige paragraaf is de beheerbehoefte berekend. De eenheidsprijs voor vervanging van asfaltwegen is opgehoogd vanwege de fors hogere kosten voor de afvoer van teerhoudend asfalt. Vervanging en groot onderhoud binnen WRP-projecten zijn in dit beheerplan niet opgenomen, zie paragraaf 1.7. Met de eventuele gevolgen van werkzaamheden op basis van het mobiliteitsplan is geen rekening gehouden. Op basis van nieuwe hoogtemetingen zijn waar mogelijk combinaties gemaakt met reeds bestaande projecten of nieuwe projecten ingepland. Voor de vervanging van straatmeubilair is jaarlijks een reservering opgenomen van € 30.000 excl. VAT, voor bebording is gerekend met een reservering van € 10.000, excl. VAT. Deze bedragen zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Voor archeologisch onderzoek is een bedrag opgenomen. Dit budget is benodigd om bij ophogingen en rioolvervanging het wettelijk verplichte onderzoek uit te kunnen voeren. Bij de bepaling van kosten is geen rekening gehouden met de toepassing van lichtgewicht ophogingsmaterialen of gewichtsneutraal ophogen (verwijderen van oude funderingslagen ter voorkoming van versnelde zetting).
17
Geprognotiseerde kosten vervanging: VO Wegen Asfalt
2026
2027
2028
2029
1.846.798 3.058.012 1.864.179 972.338
Cementbeton 26.511
2030
2031
1.660.812 530.504
236
2032 422.555
2033 541.706
218
Elementen
3.328.663 2.739.709 3.434.689 3.879.182 3.071.523 3.203.655 1.671.076 2.452.926
Onverhard
3.222
Totaal
5.205.194 5.826.094 5.303.960 4.851.520 4.738.474 3.734.377 2.093.631 2.994.632
28.137
5.092
6.139
Groot onderhoud Voor groot onderhoud kan op basis van de weginspectie slechts 2 jaar vooruit worden gekeken. In het najaar van 2023 is er een weginspectie geweest. En groot onderhoud voor 2026 is bepaald op basis van de weginspectie van 2023. Voor latere jaren wordt gewerkt met een gemiddeld bedrag. Aangezien in dit beheerplan wordt uitgegaan van 1-op-1 vervanging is hierbij geen rekening gehouden met vervanging van betonstenen -en tegels door gebakken materiaal in het plusgebied. Geprognotiseerde kosten groot onderhoud: GO Wegen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Asfalt
1.879.241
961.522
961.522
961.522
961.522
961.522
961.522
961.522
Elementen
776.845
776.845
776.845
776.845
776.845
776.845
776.845
776.845
Bebording en Meubilair
53.465
53.465
53.465
53.465
53.465
53.465
53.465
53.465
Totaal
2.709.551
1.791.832
1.791.832
1.791.832
1.791.832
1.791.832
1.791.832
1.791.832
18
4
Kunstwerken
4.1 Basisgegevens Kunstwerken Dit beheeronderdeel betreft de Civiele Kunstwerken zoals bruggen, duikers, tunnels e.d. Kunstobjecten (beeldende kunst e.d.) in de openbare ruimte zijn in dit hoofdstuk dus niet opgenomen. Zie ook paragraaf 2.3. Voor beschoeiingen (zowel boven als onder water) zie hoofdstuk 5. Overige oeverwerken zoals damwanden en kades vallen onder dit hoofdstuk Kunstwerken. Alle gegevens van de kunstwerken zijn vastgelegd in het beheersysteem GeoVisia. Het beheersysteem bevat informatie over de leeftijd, materiaal, lengte e.d. Ook zijn alle inspecties en de daaruit volgende maatregelen en kosten inzichtelijk geprognotiseerd in het systeem. Per 01-01-2025 beheert Gouda: Type Aantal Eenheid Kunstwerk Vaste brug 358 stuks Beweegbare 17 stuks brug Schutsluis 5 stuks Stroomsluis 6 stuks Duiker 397 stuks Viaduct 2 stuks Tunnel 12 stuks Trap 68 stuks
Type Kunstwerk
Aantal
Eenheid
(Vis)vlonder Steiger
10 1.091
stuks m
Damwand Kade Keermuur Walmuur Steenbezetting Remmingswerken Geluidsscherm
1.677 429 1.217 9.889 596 8 163
m1 m1 m1 m1 m1 stuks m1
Ten opzichte van het vorige beheerplan is sprake van een relatief klein areaalverschil: • toevoeging van nog niet geregistreerde bestaande kunstwerken, o.a. Keermuur Vest 2, Walmuur Pottersplein en diverse scheepvaartvoorzieningen in het gebied Museumhaven; • toevoeging van de luifel gelegen bij de trap van de tunnel naar station Goverwelle. Na een gehouden overleg met de Stationsmanager van NS en het doornemen van in het verleden gemaakte afspraken met de NS is gebleken dat het beheer en onderhoud de verantwoordelijkheid is van de gemeente Gouda; • toevoeging van nieuwe kunstwerken vanuit Westergouwe. De indeling van de kunstwerken is als volgt: • kunstwerken zijn in hoofdlijn onderverdeeld op basis van de combinatie type en gebruiksfunctie;. • meerpalen, dukdalven en remmingswerken welke ten dienste staan van beweegbare kunstwerken, zijn als onderdeel bij deze kunstwerken opgenomen. Bijvoorbeeld remmingwerken bij beweegbare bruggen en sluizen;. • remmingwerken en/of meerpalen die geen onderdeel uitmaken van een kunstwerk zijn apart opgenomen. Volgende is niet voorzien in dit beheerplan: • onderhoudsmaatregelen aan onder maaiveld gelegen onderheide platen en overkluizingen. Dit vanwege het niet kunnen inspecteren van deze constructies; • onderhoudsmaatregelen bij de Keermuur Veerstal en delen van de Mallegatsluis welke onderdeel vormen van de primaire waterkering. Op dit
19
•
moment lopen er gesprekken met het Hoogheemraadschap van Rijnland over wie, in relatie tot de waterveiligheid, verantwoordelijkheid is voor het beheer en onderhoud; eventuele maatregelen n.a.v. contractuele vooropnames, technische inspecties, nadere onderzoeken, constructieve (her)berekeningen en bijbehorende hersteladviezen.
4.2 Criteria Kunstwerken Een groot deel van de vaste kunstwerken (excl. duikers, beschoeiingen en beweegbare kunstwerken) worden jaarlijks visueel geschouwd. Dit betreft een zogenaamde A1-schouw conform de CUR 117 ‘Inspectie en advies kunstwerken’ voor het signaleren van (acute) bedreigingen voor de gebruiksveiligheid. Alle beweegbare kunstwerken worden jaarlijks, tijdens de onderhoudsbeurten, door de onderhoudsaannemer op gebreken geïnspecteerd. Duikers worden 1 x per 2 jaar ingemeten en doorgespoten. Dit met als doel: • Inmeting: o vaststellen van de hoogtes t.o.v. de leggerdiepte. Zie onderstaande toelichting wat een legger inhoudt; o vaststellen van de vullingsgraad qua bagger/slib; o vaststellen van de vervangingsbehoefte op basis van de hoogte t.o.v. de leggerdiepte. • Doorspuiten: o instandhouding van de verbinding tussen watergangen; o instandhouding van de waterhuishouding. Toelichting legger Een legger betreft kaarten en tabellen die voor wateren in het beheergebied aangeeft hoe breed en diep ze moeten zijn en voor waterkeringen hoe hoog en hoe breed. Ook staat erin wie waar voor welk onderhoud verantwoordelijk is. Instandhoudingsinspectie Alle vaste kunstwerken (excl. duikers) en beweegbare kunstwerken worden 1x per vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd.
Dit betreft een zogenaamde nulinspectie wat inhoudt het in beeld brengen van de toestand van een kunstwerk en het vaststellen welke maatregelen er nodig zijn om een kunstwerk in stand te houden. Het groot onderhoud, levensduur verlengend onderhoud en vervangingsonderhoud wordt vastgesteld op basis van deze nulinspectie. Hierbij moet worden opgemerkt dat onderhoud aan asfaltdeklagen en elementenverhardingen op kunstwerken geen onderdeel uitmaken van productbeheer Kunstwerken. Dit is belegd bij Verhardingen. In 2023 heeft de laatste nulinspectie plaatsgevonden. De resultaten uit deze inspectie zijn vertaald naar correctieve en preventieve onderhoudsmaatregelen. Dit heeft geresulteerd in een herijking van met name de bestaande geprognotiseerde onderhoudsmaatregelen in het beheersysteem GeoVisia. Bij de instandhoudingsinspectie van 2023 zijn de volgende prioriteiten gehanteerd: • Veiligheid Onder de prioriteit veiligheid wordt verstaan de mate waarin het kunstwerk veilig kan worden gebruikt. Borging van de veiligheid is van belang, mede i.v.m. aansprakelijkheid. Door onderhoudsmaatregelen met deze prioriteit tijdig uit te voeren, kunnen gevaarlijke situaties worden voorkomen of worden opgelost. • Functionaliteit Onder prioriteit functionaliteit wordt verstaan de mate waarin: o een kunstwerk beschikbaar is om zijn functie te kunnen vervullen.
Het niet (tijdig) uitvoeren van onderhoudsmaatregelen kan leiden tot
20
o
gebreken waardoor het kunstwerk zijn functie (tijdelijk) niet kan vervullen; onderdelen van een kunstwerk nog voldoen aan de originele ontwerpstaat. Het niet (tijdig) uitvoeren van onderhoudsmaatregelen kan leiden tot vroegtijdige aantasting en verval.
• Beeldkwaliteit Onder prioriteit beeldkwaliteit wordt verstaan de mate waarin het kunstwerk voldoet aan de afgesproken beeldkwaliteit. Afhankelijk van de locatie en/of functie wordt meer of minder belang gehecht aan het aanzicht. De nulinspectie van 2023 betrof de visueel te inspecteren de boven maaiveld en waterlijn gelegen kunstwerkdelen. Eventuele verborgen gebreken worden tijdens een dergelijke inspectie niet vastgesteld. Dergelijke gebreken komen pas naar voren bij nadere onderzoeken, technische inspecties, herberekeningen en/of bij uitvoering van werkzaamheden. Dit kan financiële consequenties met zich meebrengen. Afgelopen jaren zijn technische inspecties, nadere onderzoeken en herberekeningen uitgevoerd waarvan de uitkomsten zijn verwerkt in dit beheerplan. De eerstvolgende nulinspectie in 2028, zal wederom een herijking van de geprognotiseerde onderhoudsmaatregelen met zich meebrengen. Dit zal leiden tot wijzigingen van, aanpassingen van en/of aanvullingen op onderhoudsmaatregelen. De exacte uitgangspunten voor deze herijking worden tijdens de voorbereiding van de komende nulinspectie in 2028 nader vastgesteld. Wal-/kademuren Er zijn bij diverse wal-/kademuren technische inspecties en nadere onderzoeken uitgevoerd. Dit op basis van de adviezen vanuit de nulinspectie uit 2018.
De resultaten zijn grotendeels vertaald naar onderhoudsmaatregelen en geprognotiseerd in dit beheerplan. Hierbij valt te denken aan: • vervolgonderzoek als input voor verificatieberekeningen, restlevensduuranalyses en/of vervangingsmaatregelen; • monitoring waarbij gemeten wordt of een wal-/kademuur aan het bewegen is; • verificatieberekeningen om vast te stellen of voldaan wordt aan de eisen ten aanzien van constructieve veiligheid; • vervangings-, restauratie- of renovatiemaatregelen. Gezien voor veel wal-/kademuren de resultaten vanuit de nog uit te voeren vervolgonderzoek, verificatieberekeningen en/of restlevensduuranalyses niet bekend zijn, kan er sprake zijn van onverwachte onderhoudsmaatregelen. In dit beheerplan zijn reserveringen opgenomen om onvoorziene onderhoudsmaatregelen op te kunnen vangen. Indien de reservering niet afdoende blijkt te zijn voor de uitvoering en/of de maatregelen omvangrijker blijken te zijn dan vooraf gedacht volgt bijstelling in een volgend beheerplan. Reddingstrappen De Binnenstad en haar randen kent diverse locaties waar het risico van verdrinking ten gevolge van het vallen in oppervlaktewater bestaat. Deze locaties betreft met name de grachten.
Het risico wordt verhoogd doordat (1) Gouda een toeristische stad is en dus veel bezoekers kent, (2) er vaartuigen worden afgemeerd, (3) parkeerplaatsen gesitueerd zijn langs de grachten en (4) met regelmaat evenementen worden georganiseerd in en rondom de nabijheid van grachten. Om het risico op verdrinking te beperken zijn bij kadeconstructies uitklimvoorzieningen noodzakelijk. Er is een onderzoek uitgevoerd om vast te stellen waar en hoeveel uitklimvoorzieningen er nodig zijn. Voor dit onderzoek zijn voor de uitklimvoorzieningen volgende kaders gehanteerd:
21
• • • • •
uitklimvoorzieningen toepassen bij een verticale kade hoger dan 0,50 meter t.o.v. polderpeil. Een verticale kade lager dan 0,50 meter t.o.v. polderpeil wordt gezien als uitklimbaar; uitklimvoorzieningen alleen toepassen bij kades grenzend aan openbaar gebied en waar geen sprake is van woonboten en/of kerende afscheidingen (leuningwerk en hekwerk). tussenafstand aanhouden van 50 meter. Dit op basis van een theoretische indicatieve berekening naar de overlevingsduur in koud water; waar mogelijk, uit kostenoogpunt, reddingstrappen aanbrengen op/aan een steiger in plaats van op/aan een kade; uitklimvoorzieningen alleen toepassen bij kades welke niet op korte termijn vervangen hoeven te worden. Dit gezien binnen het ontwerp van te vervangen kades de noodzakelijke uitklimvoorzieningen integraal worden meegenomen.
Op basis van dit onderzoek is vastgesteld dat er 94 uitklimvoorzieningen noodzakelijk zijn. De kosten voor het realiseren van deze uitklimvoorzieningen worden ingeschat op € 416.000,-. Het realiseren van deze uitklimvoorzieningen is in dit beheerplan geprognotiseerd met als planjaar 2027. Duurzaamheid Tot op heden worden bij onderhoudsmaatregelen duurzaamheidsaspecten afgewogen en indien mogelijk meegenomen. Hierbij wordt gekeken naar het beperken van uitstoot, beperken van gebruik van grondstoffen en toepassen van hernieuwbare grondstoffen. Enkele voorbeelden: • afwaarderen van een kunstwerk qua toegestane verkeersbelasting waardoor daadwerkelijke vervanging kan worden uitgesteld; • toepassen van (deels) bio-based verfsystemen; • deelvervangingen van meerpalen. Hierbij worden meerpalen onder de waterlijn afgezaagd en wordt met behulp van een stalen klemconstructies nieuwe houten bovendelen gemonteerd; • toepassen van tegelsoorten welke zelfreinigende eigenschappen bezitten en stikstofoxiden (NOx) afbreken; • toepassen van 100% gerecyclede kunststoffen die tevens opnieuw recyclebaar zijn. Duikers Voor duikers geldt dat het groot- en vervangingsonderhoud onderdeel vormt van het WRP. Duikers vormen dan ook geen onderdeel van dit beheerplan.
4.3 Financiën Kunstwerken Vervangingsonderhoud Als te vervangen in dit beheerplan is geprognotiseerd: • Walmuren Karnemelksloot, Spieringstraat, Lage Gouwe en Wallenbergplantsoen • Mallegatbrug • Sint Antheunisbrug • Jan Verzwollebrug • A.G. de Vrijebrug • Cornelis Ketelbrug • Voorwillensebrug • Diverse damwandconstructies • Diverse remmingwerken • Diverse steigers • Diverse fiets-/voetgangersbruggen
22
Geprognotiseerde kosten vervangingsonderhoud: Vervanging Kunstwerken
2026
Vaste bruggen Beweegbare bruggen
73.080
Sluizen Tunnels Trappen Steigers en Vlonders Overige oever -constructies
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
3.903.695
1.458.019 1.525.167
39.253
951.896
348.754
478.178
6.529
54.322 7.703
22.852
356.457
501.030
57.538
742.588
3.171
2.082.470
5.664
302.103
376.078
10.183.103
3.988.064
3.002.814
2.467.037
1.084.164
10.186.274
9.974.229
5.998.193
2.862.715
2.412.138
Overig Walmuur Totaal
873.206
Levensduur verlengend onderhoud Als levensduur verlengend onderhoud is in dit beheerplan is geprognotiseerd: • Vervangen elektrotechnische installaties en/of werktuigbouwkundige installaties van: o Guldenbrug o Sint Joostbrug o Wachterbrug • Aanbrengen aantastingsbescherming bij de houten paalkoppen van Walmuur Blauwstraat. Dit vanwege de peilverlaging die gaat plaatsvinden. Door de peilverlaging komen de paalkoppen boven de wind-/waterlijn met daardoor een verhoogd risico op aantasting. Geprognotiseerde kosten Levensduur verlengend onderhoud: Levensduur Verlengend Onderhoud Kunstwerken Vaste Bruggen Beweegbare bruggen Sluizen Tunnels Trappen Steigers en Vlonders Overige oeverconstructies Overige kunstwerken Walmuur
2026
Totaal
257.774
257.774
2027
2028
2029
2030
601.474
489.685 601.474
23
489.685
2031
2032
2033
Groot onderhoud Qua groot onderhoud zijn veelal de beweegbare kunstwerken, kademuren, viaducten, verkeersbruggen en tunnels de maatgevende kunstwerken. Bij deze kunstwerken is een breed scala aan onderhoudsmaatregelen nodig. Dit betreft onder andere: • technische inspecties en monitoring; • vervolgonderzoek als input voor verificatieberekeningen en/of vervangingsmaatregelen; • nader onderzoek naar de constructieve veiligheid en restlevensduur; • conserveren van constructieonderdelen; • vervangen van dekconstructies en leuningwerk; • vervangen van grondkeringen; • vervangen van wrijfgordingen, meerpalen en remmingwerken; • betonreparaties; • vervangen van slijtlagen; • herstel van voeg- en metselwerk; • elektrotechnisch- en werktuigbouwkundig onderhoud. Geprognotiseerde kosten Groot onderhoud: Groot onderhoud Kunstwerken
2026
2027
2028
2029
2030
961.712
93.890
762.194
5.034
858.122
Beweegbare bruggen Sluizen
340.186
334.422
Tunnels
42.846
Trappen
4.262
Steigers en Vlonders Overige oeverconstructies Overig/ Generiek Walmuur
1.143.376
228.370
348.894
34.438
199.378
Totaal
2.580.562
716.856
1.733.033
56.141
1.236.452
2031
2032
2033 14.097
16.669
20.879
74.445 63.320
3.927
11.630
2.013
7.711
117.142
173.012
6.024
15.322
60.174
2.013
414.531
24
2.013
34.976
5
Beschoeiingen & Oevers
5.1 Basisgegevens Beschoeiingen & Oevers Beschoeiing is de constructie die is aangebracht om de oever tegen afkalving te beschermen en te voorkomen dat afkalving van de oever de doorstroming van de watergang belemmert. Bovendien geeft een beschoeiing stabiliteit voor verhardingen en bermen/taluds direct langs de oever. Per 17-06-2025 beheert Gouda: Type Oever
Aantal
Eenheid
Beschoeiing Natuurvriendelijke oever Onderwater beschoeiing Verankerde beschoeiing
63.343 63.780 30.368 267
m1 m1 m1 m1
Lijnobjecten zoals kades, walmuren, steenbezetting e.d. vallen niet onder beschoeiingen en zijn opgenomen bij hoofdstuk Kunstwerken. Een natuurvriendelijke oever (NVO) is een geleidelijk aflopende overgang van land naar water, waarbij ruimte wordt gegeven aan de oever voor een gevarieerde vegetatieontwikkeling met onder andere oeverplanten die de oever kunnen vastleggen. Tevens biedt een NVO leefruimte aan (water)dieren en kan het vanwege het flauwe talud als fauna-uittredeplaatsen fungeren. Een onderwater beschoeiing is een NVO voorzien van een vooroeververdediging welke de NVO moet beschermen tegen schade door golven en stroming van water. Alle gegevens van de beschoeiingen zijn vastgelegd in het beheersysteem GeoVisia. Dit systeem bevat informatie over de leeftijd, materiaal, lengte e.d. De (beeld)kwaliteit van de beschoeiing is niet in het pakket vastgelegd. Wel zijn de maatregelen voortkomend uit de 5-jaarlijkse instandhoudingsinspecties vastgelegd in GeoVisia.
5.2 Criteria Beschoeiingen & Oevers Alle beschoeiingen en oevers worden 1 x per vijf jaar geïnspecteerd. Dit betreft een zogenaamde nulinspectie wat inhoudt het in beeld brengen van de toestand en het vaststellen welke maatregelen er nodig zijn om een beschoeiing of oever in stand te houden. Het groot onderhoud en vervangingsonderhoud wordt vastgesteld op basis van deze nulinspectie. Ten aanzien van onderhoud aan natuurvriendelijke oevers (NVO) is het uitgangpunt dat een eenmaal gerealiseerde NVO geen groot onderhoud en vervangingsbehoefte kent en dat de vegetatieontwikkeling in de tijd zorgdraagt voor een stabiele oever en bescherming tegen afkalving en/of uitspoeling. Vanuit de nulinspectie uit 2022 is echter gebleken dat op bepaalde locaties bestaande NVO’s niet of niet goed functioneren met als gevolg geen of slechte vegetatieontwikkeling, afkalving en/of uitspoeling. Deze locaties worden op basis van contractuele vooropnames en bijbehorende hersteladviezen herzien. Veelal betekend dit dat de NVO vervangen moet worden door een beschoeiing.
25
Groot onderhoud Het groot onderhoud betreft met name het gedeeltelijk of lokaal herstellen van beschoeiingen. Vervangingsonderhoud Een hardhouten beschoeiing heeft een theoretische levensduurverwachting van ca. 25 jaar. Vervanging van beschoeiing vindt echter plaats op basis van inspecties en niet op basis van de theoretische levensduur. Voor het vaststellen of een beschoeiing of een NVO vervangen moet worden, wordt tijdens inspectiewerkzaamheden gebruik gemaakt van het document “Beslisboom oeverbescherming – natuurvriendelijke oever tenzij”. Op basis van deze beslisboom wordt ook vastgesteld of in de nieuwe situatie een NVO kan worden gerealiseerd of dat een beschoeiing moet worden geplaatst. Duurzaamheid Al sinds 2015 vervangt Gouda hardhouten beschoeiingen door samengestelde beschoeiingen. Dit betreft een combisysteem bestaande uit 100% gerecycled (en opnieuw recyclebaar) kunststof en Europees naaldhout. Dit beschoeiingstype gaat naar verwachting 2 x zo lang mee dan een hardhouten beschoeiing. Tevens worden nieuwe beschoeiingen voorzien van fauna-uittredeplaatsen. Voor specifieke locaties kan het zijn dat vanuit cultuurhistorie niet gekozen wordt voor een samengestelde beschoeiing maar voor een hardhouten beschoeiing. Als voorbeeld de beschoeiingen langs de waterpartijen in het Van Bergen IJzendoornpark. Dit park betreft een gemeentelijk monument.
5.3 Financiën Beschoeiingen & Oevers Vervangingsonderhoud Geprognotiseerde kosten vervangingsonderhoud: Vervanging 2026 Beschoeiingen Beschoeiing Natuurvriendelijke 12.242 oever Totaal 12.242
2027
2028
2029 2030
415.245 257.152 14.047
554.067
429.292 257.152
554.067
2031
2032
2033 28.547 28.547
Groot onderhoud Geprognotiseerde kosten groot onderhoud: Groot onderhoud Beschoeiingen Beschoeiing Natuurvriendelijke oever Overig/ Generiek Totaal
2026
2027
2028
50.347 50.347
*NVO Natuur Vriendelijke Oever
26
2029
2030
2031
2032
2033
6
Openbare Verlichting (OVL)
6.1 Basisgegevens OVL Per 1 mei 2025 beheert Gouda: Lichtmasten: Armaturen: Schakelkasten: Kabels:
12.854 stuks 13.327 stuks (waarvan 42% LED) 111 stuks circa 400 km (gebaseerd op 30 meter per mast)
Gevel- en wanddragers zijn meegerekend bij de lichtmasten; grondspots bij de armaturen. Exacte gegevens over de bekabeling ontbreken, daarom is gewerkt met een globale inschatting.
6.2 Criteria OVL In dit beheerplan is het vervangen van masten, armaturen, schakelkasten en kabels opgenomen. Dagelijks onderhoud, waaronder lampvervanging en energiekosten, valt buiten dit plan. Mastvervanging gebeurt alleen na inspectie en bij afkeuring. Armaturen worden vervangen op basis van technische levensduur en vallen onder levensduur verlengend onderhoud (LVO). Het Goudse OVL-bestand is relatief oud, waardoor de vervangingsopgave de komende jaren aanzienlijk blijft. Vervanging De verwachte (technische) levensduur is als volgt: Armaturen: 20 jaar Lichtmasten: 40 jaar Schakelkasten: 40 jaar Kabels: 50 jaar Op basis van inspecties wordt beoordeeld of het vervangen van onderdelen uitgesteld kan worden. Masten In 2025 was circa 10% van de masten in Gouda 40 jaar of ouder. Door de beperkte beschikbaarheid van historische gegevens zijn inspecties van groot belang om de technische staat van het areaal goed te kunnen beoordelen. Vanaf een leeftijd van 40 jaar worden masten daarom periodiek geïnspecteerd om te bepalen of vervanging noodzakelijk is. Masten met een hoogte van minder dan 5 meter worden visueel geïnspecteerd. Voor masten van 5 meter en hoger wordt een stabiliteitsonderzoek uitgevoerd, waarbij ook een inschatting wordt gemaakt van de resterende levensduur. Zolang er geen sprake is van afkeuring, volgt elke zeven jaar een herhaalde inspectie.
Daarnaast wordt per situatie beoordeeld of inspectie of directe vervanging kostenefficiënter is. Gerekend wordt met een vervangingspercentage van 25% van de geïnspecteerde masten. Deze werkwijze — waarbij masten pas bij gebreken worden vervangen — leidt ertoe dat de gemiddelde leeftijd van het mastenbestand gestaag oploopt. Op termijn kan dit resulteren in een sterk verouderd areaal, dat zowel esthetisch storend is in de openbare ruimte als gevoeliger wordt voor schade en slijtage. Om verdere veroudering van het areaal te voorkomen en een toekomstige piek in de vervangingsopgave te beperken, zijn de inspectie- en vervangingscriteria herzien. Deze zijn aangepast op basis van praktijkervaringen, kosten voor inspectie en analyse van technische en esthetische risico’s. Herziening: Lichtmasten van 60 jaar
27
worden niet meer geïnspecteerd en komen dan direct in aanmerking voor vervanging. Vervanging van masten wordt waar mogelijk gecombineerd met andere werkzaamheden, zoals rioolvervanging of ophoging. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt de vervanging van openbare verlichting als een zelfstandig project uitgevoerd. Categorie
Inspectie/Onderzoek
Vervanging bij afkeuring
Vervanging zonder afkeuring
Mast < 5 meter, ≥ 40 jaar oud
Visuele inspectie 1× per 7 jaar Stabiliteitsonderzoek + inschatting restlevensduur Geen inspectie; preventieve vervanging bij projectactie
Direct vervangen Direct vervangen Direct vervangen
Na 60 jaar
Mast ≥ 5 meter, ≥ 40 jaar oud Mast ≥ 40 jaar oud in project (verplaatsen/ophogen)
Na 60 jaar Niet van toepassing
Bekabeling Binnen civiele projecten zoals ophoging, vervanging van riolering, herinrichting en reconstructies wordt het vervangen van kabels integraal meegenomen. Naast deze civiele projecten vindt ook kabelvervanging plaats vanuit het openbaar verlichtingsbeheer (OVL). Vanwege de leeftijd van het huidige kabelnetwerk zal vervanging in toenemende mate ook buiten de civiele projecten noodzakelijk zijn. Om dit proces beter te structureren en te prioriteren, wordt gestart met het opstellen van een bekabelingsplan, te beginnen in de binnenstad. Binnen dit plan wordt niet alleen gekeken naar kabelvervanging die onderdeel is van civiele projecten, maar ook naar zelfstandige OVL-projecten die uitsluitend gericht zijn op kabelvernieuwing. Schakelkasten Gouda beschikt over 111 schakelkasten. De theoretische levensduur is 40 jaar. Vervanging wordt bepaald op basis van uitkomsten inspecties. Levensduur verlengend onderhoud (LVO) Armaturen worden planmatig vervangen, met voorrang voor: - Oudere armaturen met hoog vermogen (>55W) en grotere aantallen per straat. - Exoten met afwijkende specificaties of moeilijk beheer. Deze vervangingen zijn grotendeels uitgevoerd. PLL-armatuurvervanging Door het verbod op de productie van PLL-lampen (per 24 februari 2023) zal de beschikbaarheid uit voorraden afnemen en de bijbehorende armaturen versneld vervangen of aangepast worden.
Dit betreft circa 5.054 armaturen. De afweging voor vervanging of aanpassing vindt wordt gedaan op de volgende punten: • Lamptype • Leeftijd en type armatuur • Mogelijkheid tot ombouw naar LED Duurzaamheid • Conventionele armaturen worden standaard vervangen door energiezuinige LED-armaturen. Deze vervanging levert direct een energiebesparing op van minimaal 50%. • Alle nieuwe LED-armaturen worden voorzien van een dimschema waardoor er op het resterende energieverbruik aanvullend wordt bespaard. Circa 15% in de binnenstad en tot 28% in de rest van de gemeente. • Daar waar mogelijk wordt ingezet op hergebruik. Zo worden klassieke gietijzeren masten in het centrum niet vervangen, maar gerenoveerd door