Bijlage 1,2,3a en 3b bij reactie college Gouda op StAB conceptrapport 41014 (4) (1).pdf
Tekst van het document
PELECON
structural engineers
Omgevingsdienst Midden Holland t.a.v. A. Polak Postbus 45 2800 AA Gouda Gouda, 6 oktober 2020 Geachte heer Polak, Onderstaand onze reactie op uw e-mail 29-09-2020. Voor de leesbaarheid heb ik uw vragen in dezelfde volgorde beantwoord.
1.
Onderzoeksvraag
De concrete onderzoeksvraag is: "Onderschrijft u de bevindingen van de StAB voor wat betreft vraag 1 van de rechtbank?". De vragen van de rechtbank zijn in het StAB rapport geciteerd. Vraag 1 is (kort samengevat) of er instortingsgevaar was op 24 oktober 2018. Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden is enige toelichting van onze betrokkenheid bij de Turfmarktkerk van belang. In de periode vanaf januari 2017 tot mei 2017 hebben wij KB holding ondersteund met constructieve adviezen om te komen tot herbestemming van de kerk. In eerste instantie wilde KB de kerk ombouwen tot appartementencomplex. Omdat de uitgangspunten van KB m.b.t. het aantal appartementen sterk afweek van het aantal appartementen die binnen de contouren van de kerk paste diende het complex verhoogd te moeten worden. De inmiddels aangetrokken architect en ondergetekende konden beroepsmatig niet instemmen met deze wens en zijn niet verder gegaan met het ontwerp. Een andere architect en constructeur zijn toen verder gegaan met de plannen en hebben namens KB een bouwvergunning aangevraagd. Deze vergunning is vanwege vele bezwaren van omwonenden niet verleend. Later zijn wij weer door KB benaderd met het verzoek mee te denken om de toen al bouwvallige kerk te 'stabiliseren' zodat deze bruikbaar werd als congres-/ expositieruimte voor de periode van maximaal 10 jaar.
Wij hebben toen verzocht de lintvoegmeting uit 2015 te herhalen en hebben een aantal funderingsbedrijven benaderd om gezamenlijk een plan te ontwikkelen de kerk voor 10 jaar stabiel te maken. Ons eindadvies is als 19/4599 productie 19 opgenomen in het verslag van STAB. Uit visuele inspectie en de gegevens van de lintvoegmetingen bleek dat een deel van de kerk ernstige zetting vertoonde. Vanuit eerdere rapporten was het duidelijk dat de ernstige zettingen aan het rechter achterdeel te wijten waren aan aantasting van de houten paalkoppen door houtrot. Houtrot kon optreden doordat de paalkoppen droog stonden. Ter plaatse was zichtbaar dat het maaiveld duidelijk afloopt van de Turfmarkt ( hoog) naar het Clarissenhof (laag).
Alle opdrachten worden uitgevoerd overeenkomstig DNR-2011 (le herziening 2013)
Pelecon BV Stationsplein 9f 2801 AK Gouda
KvK 29050000 BTW NL 8092 66441 B01 +31 (0)182 231 400 info@pelecon.nl
IBAN NL81 INGB 0008 2796 46 BIC
INGBNL2A
w w w .p e l e c o n .n l
KB had ook de wens om de achterbouw ( voormalige consistorie) te slopen. Dit deel van het gebouw vertoonde de grootste zetting. Op basis van deze gegevens is er een herstelplan gemaakt met de volgende aandachtspunten: - Ontgraven van de houten palen onder dat deel van de kerkmuur waar de ernstige zettingen waren en de paalkoppen vernieuwen. Dit diende door een gespecialiseerd en vakkundig funderingsbedrijf te gebeuren. - Sloop van laagbouw. Tevens is KB er schriftelijk en mondeling op gewezen in overleg te treden met het bevoegd gezag om de benodigde vergunningen/ meldingen aan te vragen. De locatie van het funderingsherstel en de geconstateerde zettingen zijn weergegeven in onderstaande figuur. Tevens zwart gearceerd de contouren van de te slopen laagbouw.
w w w .pe l e c o n .n l
KB heeft diverse offertes opgevraagd bij erkende funderingsbedrijven voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Later is KB de werkzaamheden in eigen beheer gaan uitvoeren in de periode van april 2017 tot juni 2017. Tegen ons uitdrukkelijk advies in heeft KB geen overleg gehad met het bevoegd gezag en heeft de werkzaamheden zonder vergunning aangevangen. Uit het verslag van STAB blijkt dat KB in mei 2017 een sloopvergunning heeft aangevraagd voor de laagbouw. Het verslag geeft ook aan dat ODMH deze heeft afgewezen. KB heeft zich toen onvoldoende gerealiseerd dat de sloop van de laagbouw een cruciaal onderdeel van het herstelplan was. KB had het herstelprogramma moeten uitbreiden naar de palen van de laagbouw. Dit deel van gebouw was het meest verzakt en had het meest te lijden van de paalrot. Ons bureau heeft in de periode mei 2017 en september 2018 geen bemoeienis gehad met de Turfmarktkerk. Blijkens de stukken heeft ODMH in juni de kerk geïnspecteerd en zijn er veel inspecties en rapporten geschreven. Bij deze inspecties en rapporten zijn wij niet betrokken geweest. In oktober 2018 zijn wij door aannemingsbedrijf Van der Speld benaderd om hen te ondersteunen met constructieve adviezen. Van der Speld was door gemeente Gouda benaderd om het reeds aangebrachte afgekeurde stempelwerk te herstellen en het stempelwerk af te maken zodat ODMH het stempelwerk kon goedkeuren.
Omdat de toen aanwezige stempeling de dakconstructie niet ondersteunde en de dakconstructie ernstige schade vertoonde was de omgeving in direct gevaar. De weersverwachtingen gaven veel wind en mogelijk storm aan. Om deze redenen heeft het bevoegd gezag de omliggende woningen laten ontruimen. Omdat bewoners van omliggende panden uit huis geplaatst waren vanwege de veiligheid lag er veel druk op het werk. Een team van gespecialiseerde bedrijven en adviseurs heeft toen voortvarend gehandeld en veel werk verzet zodat de bewoners terug konden naar hun huizen. ODMH/ Sweco heeft het stempelwerk 3 november 2018 goedgekeurd waarna de bewoners terug konden naar hun huizen. In oktober hebben wij de aanwezige scheuren diverse malen geïnspecteerd. Het bleek ons dat deze beduidend vergroot waren en dat loszittende delen uitvielen en dat de achtergevel bolling begon te vertonen. Vanuit onze voorkennis met betrekking tot de herstelde fundering en de niet gesloopte laagbouw realiseerde wij ons dat de situatie ernstig was en er op korte termijn maatregelen nodig waren. STAB stelt in 3.5.5 ( blz. 32) dat er ondanks de scheurvorming in de boog evenwicht van krachten was. Wanneer alleen de boog wordt beschouwd hebben zij gelijk.
Doordat de laagbouw nog aanwezig was en de fundering van het 'slechte' deel van de kerk hersteld was, wil deze aan de kerk gaan 'hangen' waardoor verticale en horizontale krachten op de bestaande kerk uitgeoefend worden. Deze extra verticale belasting zorgt voor overbelasting van de herstelde palen en de extra horizontale belasting verstoort het door STAB beschreven evenwicht in de gescheurde boog. Al deze waarnemingen dwongen ons de situatie zodanig te beoordelen dat acute maatregelen nodig waren. De aangebrachte stempeling heeft het directe gevaar voor de omwonenden weggenomen maar was alleen bedoeld om een veilige sloop mogelijk te maken. Deze steigerconstructie was niet in staat om evenwicht verstorende krachten ten gevolge van zettingen te weerstaan.
w w w .pe l e c o n .n l
Wij hebben onze opdrachtgever direct van onze bevindingen op de hoogte gesteld( 19/4599 productie 39). Later (10 december 2018) heeft Geelhoed een inspectie gedaan. In het verslag( verweer bijlage 9) van deze inspectie bevestigen zij onze conclusies. Concluderend blijven wij bij onze mening dat er eind oktober 2018 direct instortingsgevaar was.
w w w .pe l e c o n .n l
2. Reactie opmerkingen
1.
De StAB hanteert de F30 richtlijn als basis voor haar beoordeling. De gemeente heeft daar twijfels over. Eerder heeft Geelhoed Engineering B.V. (rapport 15 maart 2019 - in de filetransfer) erop gewezen dat deze richtlijn op deze situatie niet goed toegepast kan worden en dus niet gebruikt zou mogen worden. Had de StAB deze richtlijn mogen toepassen in de beoordeling?
De F30 richtlijn is een goed hulpmiddel om de noodzaak van funderingsherstel vast te stellen op basis van metingen. Ik deel de conclusie van Geelhoed dat deze niet was toe te passen op de Turfmarktkerk in oktober 2018. De schade aan de kerk ten gevolge van de aangetaste paalkoppen was al zodanig dat de stabiliteit van het gehele gebouw was aangetast. Een gebouw wat scheefzakt en scheurt ten gevolge van funderingsproblemen stort niet direct in. leder gebouw kan een zekere scheefstand 'hebben'. Het wordt pas gevaarlijk als een gebouw ontwricht raakt ten gevolge van ongelijke zetting. Bij de Turfmarktkerk was dit duidelijk het geval met de boog boven het orgel. De F30 richtlijn voorziet niet in regels voor dit soort schade. 2.
Deelt u de opvatting van de StAB (p.27 bovenaan) dat uitsluitend visuele waarnemingen nooit de conclusie kunnen dragen dat een gebouw op instorten staat?
Ik deel deze conclusie niet. Bij de Turfmarktkerk was er een moment dat er met alle aanwezige kennis en waarneming een beslissing van het bevoegd genomen moest worden. Bij iedere technische beslissing is het altijd aan te bevelen een uitgebreid meetprogramma op te zetten. Een meetprogramma bij funderingsproblemen heeft alleen zin als deze over meerdere jaren wordt uitgevoerd en beoordeeld. Bij de Turfmarktkerk waren er maar beperkte metingen gedaan. KB was voornemens de kerk te slopen en heeft het niet nodig gevonden een uitgebreid meetprogramma op te zetten. Het ontbreken van een uitgebreid meetprogramma ontslaat een constructeur niet van de plicht op basis van kennis en waarneming een advies te geven op basis van de dan beschikbare informatie. 3.
Is het terecht dat de StAB (p.29, onderaan) de lintvoegmeting waarbij een significante verzakking is vastgesteld (58mm) buiten beschouwing laat omdat dat "fysiek niet mogelijk" zou zijn?
Ik denk dat er bij de metingen in 2015 en 2017 een lintvoeg is aangehouden van een steen die omhoog stond. Dit punt is immers de locatie van de aanzet van een enorme scheur. Door de doorgaande zetting is de steen waarschijnlijk weer goed geschoten in 2018.zoals in bovenstaande figuur is te zien klopt de in 2018 geconstateerde 58 mm beter met het algemene beeld. 4.
Is het terecht dat de StAB (p.32) het uitbulken van de achtergevel niet ziet als een indicatie dat de achtergevel kon instorten?
Wanneer men de gevolgen het niet slopen van de laagbouw niet in beschouwing neemt heeft STAB gelijk. Voor ons was het juist de bevestiging dat er horizontale krachten optraden en zo de stabiliteit van de gescheurde boog kritisch was geworden.
w w w .pe l e c o n .n l
5. Is het terecht dat de StAB (p.32) de scheurvorming in de toog buiten beschouwin^malHndat er "nog
altijd evenwicht bestond tussen de twee helften van de gevel" zou zijn? In de beantwoording van de onderzoeksvraag heb ik hier een reactie op gegeven. Onderstaand een citaat:
"STAB stelt in 3.5.5 (blz. 32) dat er ondanks de scheurvorming in de boog evenwicht van krachten is. Wanneer alleen de boog wordt beschouwd hebben zijn gelijk. Doordat de laagbouw nog aanwezig is en de fundering van het 'slechte' deel van de kerk hersteld is, wil deze aan de kerk gaan 'hangen' waardoor verticale en horizontale krachten op de bestaande kerk uitgeoefend worden. Deze extra verticale belasting zorgt voor overbelasting van de herstelde palen en de extra horizontale belasting verstoort het door STAB beschreven evenwicht in de gescheurde boog."
6.
Is het terecht dat de StAB (p.33) de aantasting van het dakspant (welke was doorgerot), niet problematisch acht? Wat vindt u van de aanname van de StAB dat de draagwerking van de totale kap "inmiddels op een
andere manier plaatsvond"? leder kapconstructie kan meerdere mogelijkheden om belastingen af te dragen hebben. Bij het constructief ontwerp noemt men dit de 2e draagweg. In het geval van de Turfmarktkerk heeft waarschijnlijk het dakbeschot de krachten overgenomen. Als dit goed bevestigd is kan dit maar maakt het dak zeer kwetsbaar. Argeloos verwijderen van dakbeschot kan dan tot instorting leiden wat gevaarlijk is. Ook de bevestigingen van het dakbeschot zijn niet ontworpen om als 2e draagweg te functioneren en kunnen bros bezwijken bij plotselinge veranderingen van krachten door bijv. storm. 7.
De StAB heeft het rapport van Geelhoed d.d. 10 december 2018 (in de filetranser) en de reactie van 15 maart 2019 niet betrokken in zijn beoordeling. Geelhoed is voor de sloop ook nog in de Turfmarktkerk geweest om de Turfmarktkerk opnieuw te beoordelen en heeft daarbij een verslechtering van de staat vastgesteld. Dat is het rapport van 10 december 2018. Aanvullende gezichtspunten uit die herbeoordeling zijn te vinden in het rapport van 15 maart 2019. Hadden deze rapporten de StAB andere inzichten moeten opleveren?
De rapporten van 10 december 2018 en 15 maart 2019 van Geelhoed bevestigen onze conclusies met betrekking tot het instortingsgevaar. Geelhoed, Pelecon en ODMH/ Sweco zijn de partijen die de situatie ter plaatse waargenomen hebben. STAB heeft zich vooral gericht op dossieronderzoek en kan zich dan veel moeilijker een beeld vormen van de werkelijk situatie in oktober 2018.
8.
De StAB concludeert dat er "geen sprake was van acuut instortingsgevaar". Kan de StAB dat wel doen op basis van de beschikbare informatie? De StAB lijkt met name tot de conclusie te komen dat er onvoldoende informatie is om de conclusie dat er sprake was van instortingsgevaar te ondersteunen. Dat is echter een andere conclusie dat de stelling dat er geen instortingsgevaar kan zijn geweest.
Het is altijd goed om veel metingen te doen. Als deze maar beperkt beschikbaar zijn ontslaat dat ons niet van de plicht een opdrachtgever te waarschuwen voor een acute situatie. In geval van Turfmarktkerk waren er voldoende aanwijzingen om acuut instortingsgevaar vast te stellen. Pelecon structural engineers BV Ing. H.A. van Vliet RC.
w w w .pe l e c o n .n l
akd benelux lawyers
samen voor resultaat
Project
Onderzoek kerk a/d Turfmarkt 60 te Gouda
Projectnummer :
2017-7788
Opdrachtgever :
OmgevingsDienst Midden-Holland Thorbeckelaan 5 2805 CA Gouda
Adviseur
Geelhoed Engineering b.v. Oostpolderweg 6 2841 DA Moordrecht
Datum
6 oktober 2020
Reactie op concept verslag bestuursdwang Turfmarktkerk Gouda STAB dd. 25 september 2020
In de periode september 2017 - maart 2019 zijn wij als bureau betrokken geweest bij de veiligheid issues rondom de Turfmarktkerk te Gouda. Daarbij hebben wij in oktober 2017 na inspectie een advies uitgebracht, dat kort samengevat behelst dat de kerk nog voldoende stabiliteit bezat om een periode van 2 jaar in acht te kunnen nemen om te slopen, waarbij aanvullend geadviseerd is om de kerk in deze periode wel iedere 3 maanden te monitoren om de stabiliteit en veiligheid te kunnen blijven garanderen. Verder is geadviseerd om met name één houten spant tijdelijk te versterken, een scheurmeter aan te brengen op de toog, dat de asbest zonder verdere constructieve voorzieningen verwijderd kon worden en een goed sloopveiligheidsplan aan te leveren. In het kader van de monitoring hebben wij in juni 2018 een nieuw advies uitgebracht, waarin wij op basis van de herinspectie concludeerden dat slechts het advies dat de asbest zonder voorzieningen uitgevoerd kon worden opgevolgd was. Het spant was niet versterkt, er was geen scheurmeter aangebracht, er waren geen andere constructieve voorzieningen genomen en er was nog geen sloopveiligheidsplan. Op dat moment is geadviseerd dat er nog geen acuut instortingsgevaar was, maar dat dit wel zo dichtbij was dat een directe procedure richting sloop gevolgd diende te gaan worden.
Beide adviezen waren gebaseerd op visuele waarnemingen ondersteund met archiefonderzoek en daarbij opgedane kennis van de constructieopbouw en in 2018 vergelijk tussen de beide inspecties. In december 2018 is door ons een 3e inspectie uitgevoerd. Daarbij waren ook lintvoegmetingen van Geovalk beschikbaar. De situatie was duidelijk verergerd, waarbij de visuele inspectie door de lintvoegmetingen ondersteund werd. Conclusie: het instorten van de kerk was op dat moment niet uit te sluiten.
Door de STAB is in samenwerking met ABT een nieuw onderzoek uitgevoerd, gebaseerd op aangeleverde stukken, niet op eigen inspecties etc., waarin de volgende conclusies (kort samengevat) getrokken worden: 1. Er was geen instortingsgevaar. 2. Als er instortingsgevaar was, dan was dat weggenomen door het stutten van het pand. Ad 1: De STAB geeft aan dat de F30 richtlijn door ons niet gebruikt is als beoordelingsrichtlijn. Wij hebben al eerder aangegeven dat wij die niet volledig gevolgd hebben aangezien normale beoordelingsmethodes hier niet van toepassing waren. Volgens beoordelingsrichtlijnen van scheurvorming in metselwerk opgesteld naar aanleiding van de schades in Noord Nederland zouden hier schadecategorie DG3 van 1-5 = aanzienlijke tot zware schade aan toekennen, terwijl dit volgens het British Research Establishment scheurvorming in de zwaarste categorie zou zijn. Daarnaast gaven de lintvoegmetingen in 2018 een 38% hogere zakking als in 2015 aan, terwijl de lintvoegmetingsverschillen van 2017 naar 2018 (30% hoger) een versnelling hierin aanwezen. We hebben weliswaar geen berekeningen uitgevoerd om het gevaar voor instorten rekenkundig te onderbouwen, maar de visuele waarnemingen waren van die mate, dat wij dit niet verder nodig achtten. De lintvoegmetingen ondersteunden onze visuele waarnemingen. STAB laat één meting (nr.
20, 58 mm) buiten beschouwing omdat deze fysiek onmogelijk was zonder scheur doet niet ter zake. Allereerst waren overal in het pand scheuren aanwezig. Of dat op deze locatie ook zo was is niet
pagina 2 van 3
vastgelegd, maar er kan dus ook niet vastgesteld worden dat deze er niet was. Er is mijns inziens daarom geen reden om aan deze meting te twijfelen, maar ook zonder deze meting is de trend van de zakkingen zichtbaar. Deze geeft dan toch een verergering van de situatie aan. STAB ziet het uitbulken van de achtergevel niet direct als een indicatie dat de achtergevel kon instorten. Daar sluit ik me normaliter bij aan, echter in dit geval was het een aanvullende indicatie tot instabiliteit van het pand. STAB geeft aan dat er nog altijd evenwicht bestond tussen de twee helften van de toog. Wij zagen echter een duidelijke toename van de scheur in de toog, waarbij het risico van volledig doorscheuren er is niet alleen sprake van druk bovenin en trek onderin, maar ook sprake van dwarskracht die door een gereduceerde doorsnede moet - van instorten van deze toog te groot geacht werd. STAB geeft aan dat de draagwerking van de totale kap inmiddels op een andere manier plaatsvond. Het is mogelijk dat dit (deels) het geval was. Wij zijn er echter van overtuigd dat het ondanks dat slechts wachten was op bezwijken van dit onderdeel - het spant moet nog steeds belast zijn geweest - en daarmee zou het hele evenwicht uit de kap zijn. De gevel wordt dan bij zakken ook niet meer aan de bovenzijde gesteund. In 3.5.2.
wordt opgemerkt dat de gevel ondanks een scheefstanden van 15-20-40 mm geen stabiliteit problemen kende. Daarbij wordt gesproken over het volledig op druk belast zijn van de doorsnede bij een zwaartepunt van de belasting binnen 1/6 van de wanddikte. Bij deze wanden van 330 mm zou dit dan zelfs 45 mm mogen zijn. Dat gaat natuurlijk uit van een pure verticale normaalkracht in de gevel, daar waar deze vanzelfsprekend een belangrijke horizontale belasting kennel, namelijk wind. Dat is maatgevender voor deze gevel dan het kleine beetje normaalkracht uit kap en eigen gewicht. De duidelijke verslechtering die wij waargenomen hebben in de periode van september 2017 tot december 2018 in combinatie van de onderschrijving hiervan door de lintvoegmetingen wordt door STAB niet meegenomen in haar verslag of conclusies. STAB geeft in 3.6 conclusie zelf aan dat er zorgen waren over de draagconstructie. Daarbij noemen ze gedegen onderzoek om die zorgen weg te kunnen nemen. De adviezen van 2017 waren echter niet opgevolgd. In onze beoordeling moesten we de veiligheid van (onderzoekers,) omwonenden en slopers in acht nemen. Daaruit konden wij in 2018 uiteindelijk niet anders adviseren dan per ommegaande de kerk te slopen.
Ad 2: Op basis van de waarnemingen in december 2018, waarbij er gestart was met de sloop en er ten dele voldoende stut- en steigerwerk conform het goedgekeurde plan uitgevoerd was, concludeerden wij tezamen met separate adviezen van Peters en Van Leeuwen alsmede Sweco, dat de situatie in deze fase nog meer verergerde. Het slecht uitgevoerde stut- en steigerwerk had reeds voor verergerde scheurvorming gezorgd en doordat het pand niet meer wind- en waterdicht was, waren optredende belastingen en effecten onvoorspelbaar, waardoor wij niet voor langere tijd de veiligheid durfden te garanderen. Hierbij met name te noemen de onvoorspelbare windbelastingen op de half open kap waardoor de kap volledig anders belast kon worden. Gezien de zeer korte afstand van kerk tot belendingen en het garanderen van veiligheid voor slopers en omwonenden was acute sloop wat ons betreft dan ook geboden.
pagina 3 van 3
akd benelux lawyers
Bijlage 3a
Aveco de Bondt Jngcnicursbcdrijf
Rapportage
Aveco De Bondt Burgemeester van der Borchstraat 2, 7481 CH Holten Postbus 64, 7450 AB Holten T+31 548 85 33 33 www.avecodebondt.nl
Quick Scan project projectnummer proje «verantwoordelijke
opdrachtgever postadres contactpersoon
Constructieadvies Turfmarktkerk te Gouda 204658 Ing. J.H. Weernink RO
Gemeente Gouda Postbus 1086, 2800 BB te Gouda Dhr. L. Pijlman
status
Definitief
versie
v-1.2
auteur
ing. J.H. Weernink RO
datum aantal pagina's referentie
29 oktober 2020 1-10 204658_RJWK_001
:iia- Ayeco de Bondt ingcnicunsbcdrij f
Inhoudsopgave Inhoudsopgave............................................................................................................................................... 2 1
Inleiding................................................................................................................................................... 3
2
Vraagstelling rechtbank aan StAB......................................................................................................... 4
2.1
Hoofdvragen rechtbank aan StAB.......................................................................................................... 4
2.2
Vraag 1 is (kort samengevat) of er instortingsgevaar was op 24 oktober 2018................................... 4
2.3
Vraag 2 is (kort samengevat) of het instortingsgevaar is weggenomen door de stutwerkzaamheden
3
Overige detailvragen gesteld door de gemeente Gouda.....................................................................6
in het pand............................................................................................................................................... 5 3.1
F30 richtlijn..............................................................................................................................................6
3.2
Visuele waarneming................................................................................................................................6
3.3
Lintvoegmeting....................................................................................................................................... 7
3.4
Uitbulken achtergevel.............................................................................................................................7
3.5
Scheurvorming boog...............................................................................................................................8
3.6
Houtrot spant.......................................................................................................................................... 8
3.7
Rapport Geelhoed 10 december 2018...................................................................................................8
3.8
Instortingsgevaar..................................................................................................................................... 9
4
Overige bemerkingen...........................................................................................................................10
4.1
Waarborgen constructieve veiligheid...................................................................................................10
4.2
Weerleggen bevindingen gemeente.................................................................................................... 10
4.3
Contra expertise.................................................................................................................................... 10
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658 R JWK 001
Pagina: 2 van 10
Aveco de Bondt ingcn icursbcdrijf
1 Inleiding Door de gemeente Gouda is Aveco de Bondt verzocht een contra expertise uit te voeren voor de sloop van de voormalige Turfmarktkerk te Gouda. Dit rapport doet verslag van de QuickScan die is uitgevoerd op basis van de beschikbaar gestelde processtukken. De Quick Scan houdt verband met het concept rapport StAB-41014 d.d. 25-09-2020: Bestuursdwang Turfmarktkerk te Gouda waarop de gemeente Gouda reactie mag geven. StAB staat voor Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening. Het StAB heeft het rapport opgesteld in opdracht van de rechtbank Den Haag. In een separaat rapport is verslag gedaan van de Contra Expertise. De QuickScan is in de aanbieding en opdrachtverstrekking als volgt gedefinieerd: De vragen uit de mail van de ODMH d.d. 29 september 2020; 15:51 (punt 1 en punt 4) worden in een conceptnotitie beantwoord op 06-10-2020 op basis van een QuickScan. Op basis van deskundigheid en ervaring van ondergetekende zullen de vragen beantwoord worden, zonder dat op detailniveau alle archiefstukken volledig zijn doorgenomen en beoordeeld. De rapportage zal de gemeente ondersteunende informatie geven ten behoeve van het bepalen van de te volgen koers in het proces.
Omdat het stuk niet volledig en gedetailleerd zal verwijzen naar alle voorgaande proces- en archiefstukken, bestaat de mogelijkheid dat het stuk niet 1 op 1 geschikt is als definitief processtuk. De inhoud uit de beoordeling kan wel ondersteunend zijn bij het verweer of mee worden genomen in de reactie op de concept rapportage van het StAB. Het korte tijdbestek tot aan 06-10 maakt niet mogelijk om in deze periode een volledig en grondig onderzoek uit te voeren omdat de voorkennis uit het dossier op dit moment ontbreekt en verkregen moet worden door bestudering van het dossier.
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658_R_JWK_001
Pagina: 3 van 10
Aveco de Bondt ïngcn icursbcdri j f
2 Vraagstelling rechtbank aan StAB 2.1 Hoofdvragen rechtbank aan StAB De concrete onderzoeksvraag is: "Onderschrijft u de bevindingen van de StAB voor wat betreft vraag 1 van de rechtbank en vraag 2 van de rechtbank?". De vragen van de rechtbank zijn in het StAB rapport geciteerd. Vraag 1 is (kort samengevat) of er instortingsgevaar was op 24 oktober 2018. Vraag 2 is (kort samengevat) of het instortingsgevaar is weggenomen door de stutwerkzaamheden in het pand.
2.2 Vraag 1 is (kort samengevat) of er instortingsgevaar was op 24 oktober 2018 Uit de stukken blijkt dat reeds geruime tijd voor 24 oktober 2018 door de ODMH is vastgesteld dat er twijfel was bij de constructieve veiligheid van de kerk. De constructieve gebreken die aanwezig waren, rechtvaardigen zeker de aandacht die de ODMH hiervoor had. Gebreken die in de verschillende rapportages gemeld zijn en die door Aveco de Bondt worden onderschreven als wezenlijke reductie van draagkracht, zijn: • • ® « •
Scheurvorming in metselwerk boogspant Houtrot in houten spant Scheefstand van gevels Scheurvorming in gevels Grote zakking van de fundatie
De gebreken zijn dusdanig van aard, dat zonder nadere controle niet vastgesteld kan worden dat de draagkracht voldoet aan het minimaal benodigde niveau dat geëist wordt via het bouwbesluit 2012 van "afkeurniveau", e.e.a. vast te stellen op basis van de NEN 8700. In dit kader zou niet de afweging moeten zijn of er instortingsgevaar is, maar de vraag of de draagkracht gewaarborgd is. De steigerconstructie en het stutwerk zijn op 24 oktober door de gemeente als niet voldoende beoordeeld. Op grond van de gesignaleerde gebreken en onvolledigheid van het aanbrengen van de noodzakelijke voorzieningen was dit een correcte beoordeling was. Gezien het schadebeeld en een niet volwaardig aangebrachte ondersteuningsconstructie, was instortingsgevaar niet uit te sluiten. Het treffen van maatregelen was daarom een noodzakelijke actie.
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658_R_JWK_001
Pagina: 4 van 10
Aveco de Bondt i ngcn icursbcdri j f
2.3 Vraag 2 is (kort samengevat) of het instortingsgevaar is weggenomen door de stutwerkzaamheden in het pand. Bij een deugdelijke uitvoering van het stutwerk en het afschoren van het pand, zou de draagkracht en de standzekerheid van het gebouw gewaarborgd kunnen zijn. Voorwaarde hierbij is dat een grondige beschouwing wordt gemaakt van de actuele conditie van de constructie en de belastingen op de constructie (zowel permanente belasting (eigen gewicht en rustende belasting) als opgelegde belasting (wind, personen, overig gebruiksbelastingen)). De toetsing dient uitgevoerd te worden conform de NEN-EN 1990 (Eurocode) in combinatie met den NEN8700, waarbij getoetst dient te worden aan afkeurniveau. In de berekening van Dekker d.d. 13-09-2020 wordt aangegeven dat het dak niet gedragen wordt door de steiger. De steiger in opdracht van de eigenaar was dus niet in staat het dak te dragen en daarmee niet in staat om de constructieve veiligheid te waarborgen. De voorzieningen zijn uitgevoerd op een wijze die als tijdelijke voorziening wordt beoordeeld. Het langdurig handhaven van de gestutte constructie voldoet niet aan de eisen die voor gebouwen met permanent gebruik gelden. Denk hierbij o.a. aan de draagkracht van de fundering onder de stutten, deze is geotechnisch niet verantwoord. VI.2: Bij de inspectie van 2-11-2018 is vastgesteld dat de steigerconstructie t.b.v.
steun van de achtergevel correct is uitgevoerd. Op 14-11-2018 is de aanvulling m.b.t. ondersteuning goedgekeurd. Door Pelecon is in opdracht van de Speld Bouw een aanvullende berekening gemaakt voor het aantonen van het opvangen van het dak. De aanpassingen van de steiger zijn door de gemeente uitgevoerd ten behoeve van het creëren van constructieve veiligheid t.b.v. sloop. De versterking en aanvulling van de stutvoorzieningen zijn daarmee een onderdeel van de dwangmaatregel tot sloop.
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658_R_JWK_001
Pagina: 5 van 10
Aveco de Bondt i ngcni cursbcdrij f
3 Overige detailvragen gesteld door de gemeente Gouda 3.1 FBO richtlijn De StAB hanteert de FBO richtlijn als basis voor haar beoordeling. De gemeente heeft daar twijfels over. Eerder heeft Geelhoed Engineering B. V. (rapport 15 maart 2019 - in de filetransfer) erop gewezen dat deze richtlijn op deze situatie niet goed toegepast kan worden en dus niet gebruikt zou mogen worden. Had de StAB deze richtlijn mogen toepassen in de beoordeling?
Antwoord Aveco de Bondt: De richtlijn is niet te hanteren voor de beoordeling van de schade van de bovenbouw zoals deze bij de kerk aanwezig was. Voor de beoordeling van bestaande houten paalfundering is de FBO opgesteld, dus in dat opzicht kan deze richtlijn toegepast worden. Dit betreft echter alleen de beoordeling van de paalfundering en niet de beoordeling van de constructie van de bovenbouw. De grote mate van zakking heeft de grote mate van scheurvorming en verlies van samenhang in de constructie tot gevolg gehad en mogelijk ook verlies van het draagkrachtsysteem bij het boogspant. Deze aspecten dienen beoordeeld te worden op stabiliteit en draagkracht volgens de geldende normen, waaronder de NEN 8700.
3.2 Visuele waarneming Deelt u de opvatting van de StAB (p.27 bovenaan) dat uitsluitend visuele waarnemingen nooit de conclusie kunnen dragen dat een gebouw op instorten staat?
Antwoord Aveco de Bondt: Deze stelling is niet terecht, en zeker niet als dit in algemene zin gesteld wordt door aan te geven dat deze "nooit de conclusie kunnen dragen". Bij ernstige mate van schade is visuele inspectie zeker wel een adequaat middel om de situatie te beoordelen. Uiteraard dient dit door een deskundige te worden uitgevoerd. Ter illustratie: In geval van een aanrijdingen op een gebouw met ernstige schade als gevolg of bij ernstige bouwfouten met grote vervormingen en / of schade (bijvoorbeeld in de vorm van scheurvorming), is snel handelen op basis van visuele inspectie noodzakelijk. Een constructie kan op dat moment nog een labiel evenwicht hebben en bij de geringste belastingtoename bezwijken. Vertraging bij het waarborgen van constructieve veiligheid is in een dergelijk geval onverantwoord en niet toelaatbaar.
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658_R_JWK_001
Pagina: 6 van 10
Aveco de Bondt ingcn tcursbcdri jf
3.3 Lintvoegmeting Is het terecht dat de StAB (p.29, onderaan) de lintvoegmeting waarbij een significante verzakking is vastgesteld (58mm) buiten beschouwing laat omdat dat "fysiek niet mogelijk" zou zijn?
De zakkingtoename van 58 mm bij slechts 1 meetpunt, punt 20 is opmerkelijk en enige twijfel is te rechtvaardigen. Omdat punt 20 tussen 19 en 21 ligt, bestaat de kans dat de laatste meting met een zakking van 86 mm klopt. Een verklaring voor de afwijking met de meting in 2015 en 2017 kan niet op basis van deze informatie gegeven worden. Dit betekent niet dat de meting per definitie niet goed zou zijn.
19 20 21
2015
2017
-39 -21 -95
-45 -28 -121
5-92018 -59 -86 -121
3.4 Uitbulken achtergevel Is het terecht dat de StAB (p.32) het uitbulken van de achtergevel niet ziet als een indicatie dat de achtergevel kon instorten?
Deze stelling is niet terecht. In het STAB rapport wordt als onderbouwing voor voldoende draagkracht de draagkracht beschouwd op basis van de kerndoorsnede zonder hierbij excentriciteiten van de belasting in beschouwing te nemen. Deze stelling zou op kunnen gaan als het metselwerk horizontaal onbelast is. Dit is echter niet het geval. Zondermeer dient de constructie in staat te zijn windbelasting op te nemen (zowel winddruk als windzuiging), en bovendien is de kans reëel aanwezig dat wanden belast worden door spatkrachten en mogelijk ook excentrische belastingen door het dak. Naast de excentriciteit zal bij bezwijken van de achterbouw de gevel omver getrokken worden door de houten balklagen die aan de wand verankerd zijn. De heer Van der Speld heeft verklaard dat bij de sloop van de achtergevel gebleken is dat een horizontale scheur aanwezig was in het metselwerk. Deze scheur had tot instabiliteit van de gevel kunnen leiden.
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658_R_JWK_001
Pagina: 7 van 10
Aveco de Bondt ïngcn i cur« bcdri jf
3.5 Scheurvorming boog Is het terecht dat de StAB (p.32) de scheurvorming in de toog buiten beschouwing laat omdat er "nog altijd evenwicht bestond tussen de twee helften van de gevel" zou zijn?
Deze stelling is niet terecht. Correct is dat het resterende deel drukzone in de boog een restcapaciteit heeft. Hoe groot deze is, is niet vastgesteld, bovendien is de hoogte van de drukzone beperkt omdat de scheur divergerend is. De draagkracht kan zonder nadere controle niet gewaarborgd worden. Ook voor deze schade geldt dat de capaciteit / draagkracht van de constructie vastgesteld moet worden en getoetst moet worden aan de mogelijke belasting, e.e.a. conform de geldende normen. De actuele situatie kan een labiel evenwicht zijn waarbij de constructie mogelijk bij geringe belastingtoename kan bezwijken. De opnamerapporten laten een verplaatsing van de delen van de boog links en rechts van de scheur zien. Deze rapporten geven aanleiding tot een gerede twijfel aan de stabiliteit van dit onderdeel. Als de delen niet meer aansluiten, zal de draagkracht daarmee vervallen en de boog bezwijken.
3.6 Houtrot spant Is het terecht dat de StAB (p.33) de aantasting van het dakspant (welke was doorgerot), niet problematisch acht? Wat vindt u van de aanname van de StAB dat de draagwerking van de totale kap "inmiddels op een andere manier plaatsvond"?
Deze stelling is niet correct. Weliswaar kunnen elementen die oorspronkelijk niet bedoeld waren voor het vervangen van de draagkracht van het spant (bijvoorbeeld het dakbeschot) een bijdrage leveren, de betrouwbaarheid van deze draagweg is allerminst te garanderen zonder nader onderzoek. Het aanwezige evenwicht kan een labiel evenwicht zijn en bij de geringste toename van belasting of vervorming tot bezwijken leiden. De constructieve veiligheid is daarmee niet gewaarborgd. De kilkeper maakt evenwicht met de kilkeper van het andere aansluitende dakvlak. Bij wegvallen van de met houtrot aangetaste kilkeper, zal het evenwicht vervallen en bestaat kans op bezwijken van het dakvlak.
3.7 Rapport Geelhoed 10 december 2018 De StAB heeft het rapport van Geelhoed d.d. 10 december 2018 (in de filetranfer) en de reactie van 15 maart 2019 niet betrokken in zijn beoordeling. Geelhoed is voor de sloop ook nog in de Turfmarktkerk geweest om de Turfmarktkerk opnieuw te beoordelen en heeft daarbij een verslechtering van de staat vastgesteld. Dat is het rapport van 10 december 2018. Aanvullende gezichtspunten uit die herbeoordeling zijn te vinden in het rapport van 15 maart 2019. Hadden deze rapporten de StAB andere inzichten moeten opleveren?
Als de stukken beschikbaar zijn, dan dienen deze in de beschouwing mee gewogen te worden naar het oordeel van Aveco de Bondt.
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658_RJWK_001
Pagina: 8 van 10
Aveco de Bondt ingcnicurj. bedrijf
3.8 Instortingsgevaar De StAB concludeert dat er "geen sprake was van acuut instortingsgevaar". Kan de StAB dat wel doen op basis van de beschikbare informatie? De StAB lijkt met name tot de conclusie te komen dat er onvoldoende informatie is om de conclusie dat er sprake was van instortingsgevaar te ondersteunen. Dat is echter een andere conclusie dat de stelling dat er geen instortingsgevaar kan zijn geweest.
Antwoord Aveco de Bondt: Voor de beoordeling van de constructieve veiligheid is acuut instortingsgevaar niet het criterium waarop getoetst moet worden maar de gewaarborgde draagkracht. Door beperkte belasting of labiel evenwicht kan een constructie nog voldoen in de actuele situatie, maar kan deze bij geringe belastingtoename of zetting bezwijken. Om dit uit te sluiten worden in het bouwbesluit normen aangewezen waarmee met voldoende zekerheid aangetoond kan worden dat een constructie veilig is. Bij het gegeven schadebeeld kan zonder aanvullende controle niet gesteld worden dat de constructie veilig was.
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658_R_JWK_001
Pagina: 9 van 10
285» Aveco de Bondt ingenieurs bedrijf
4 Overige bemerkingen Bij de beoordeling van de stukken vallen een aantal zaken op. 4.1 Waarborgen constructieve veiligheid De eigenaar is normaliter primair gehouden om de constructieve veiligheid van haar gebouw te waarborgen. Door het intensieve overleg en aanwijzingen van de zijde van de gemeente via haar adviseurs en inspecteur, meent de eigenaar hier een beroep op te kunnen doen. Dit wordt door het StAB min of meer overgenomen. Dit lijkt ons niet correct. Opmerkelijk is dat de zorgplicht van de eigenaar niet of zeer beperkt benoemd wordt in de rapportage van StAB. 4.2 Weerleggen bevindingen gemeente Uit de stukken is Aveco de Bondt op dit moment nog niet gebleken dat de eigenaar het oordeel van de gemeente van "onvoldoende constructieve veiligheid" op de diverse momenten in het proces heeft weerlegt. Gezien de ruime periode waarover de twist over sloop heeft gespeeld, heeft zij ruimschoots de gelegenheid gehad om op basis van berekeningen en beschouwingen aan te tonen dat de kerk aan de geldende eisen volgens het bouwbesluit voldeed. Het valt op dat dit aspect door het StAB niet wordt benoemd. Het lijkt erop dat het StAB de bewijslast voor "de constructie gaat bezwijken" bij de gemeente legt i.p.v. de bewijslast van "de constructie is veilig" bij de eigenaar.
4.3 Contra expertise Voor de contra expertise van Aveco de Bondt wordt verwezen naar rapport 20201025 204658-002 vl.0 Contra Expertise
Datum:
29 oktober 2020
Rapport:
204658_RJWK_001
Pagina: 10 van 10
akd benelux lawyers
Bijlage 3b
m-
Aveco de Bondt ingcnicursbcdrijf
Rapportage
Aveco De Bondt Burgemeester van der Borchstraat 2, 7481 CH Holten Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 548 85 33 33 www.avecodebondt.nl
Contra Expertise project projectnummer projectverantwoordelljke
opdrachtgever postadres contactpersoon
Constructieadvies Turfmarktkerk te Gouda 204658 Ing. J.H. Weernink RO Gemeente Gouda Postbus 1086, 2800 BB te Gouda Dhr. L. Pijlman
status
Definitief
versie
v-1.1
auteur
ing. J.H. Weernink RO
datum aantal pagina's referentie
29 oktober 2020 1-43 20465 8_RJ W K_00 2
Aveco de Bondt ingcnicursbcdri [f
Inhoudsopgave Inhoudsopgave............................................................................................................................................. 2 1 Inleiding................................................................................................................................................ 3 2 Algemene projectinformatie............................................................................................................... 3 2.1 Omgeving..............................................................................................................................................3 2.2 Adviseur eigenaar................................................................................................................................. 4 2.3 Adviseurs ODMH /gemeente Gouda...................................................................................................4 2.4 Proces tijdens voorbereiding en uitvoering.........................................................................................4 2.5 Bestaande constructie..........................................................................................................................
5 3 Constructieve veiligheid.......................................................................................................................7 3.1 Minimaal vereist prestatieniveau.........................................................................................................8 3.2 Tijdelijke maatregelen door eigenaar...................................................................................................8 3.3 Voortschrijdend inzicht........................................................................................................................ 9 4 Geconstateerde schade.....................................................................................................................10 4.1 Historie op hoofdlijnen....................................................................................................................... 10 4.2 Zakkingen fundering........................................................................................................................... 11 4.3 Schade bovenbouw............................................................................................................................ 12 4.4 Overzicht schade.................................................................................................................................
18 5 Beoordeling schade...........................................................................................................................20 5.1 Beoordelingscriterium........................................................................................................................ 20 5.2 Scheurvorming metselwerkboog achtergevel....................................................................................21 5.3 Houtrot kilkeper.................................................................................................................................. 21 5.4 Zakkingen fundering...........................................................................................................................
22 5.5 Beoordeling schade volgens richtlijn F30..........................................................................................22 6 Sloop...................................................................................................................................................24 7 Steigerwerk........................................................................................................................................27 7.1 Steigerwerkzaamheden in opdracht vande eigenaar.........................................................................27 7.2 Steigerwerkzaamheden in opdracht vande gemeente.......................................................................27 8 Conclusie............................................................................................................................................ 28 Bijlage 1: relevante stukken en momenten sloop..................................................................................30 Bijlage 2: F30 beoordeling.........................................................................................................................37
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_RJWK_001
Pagina: 2 van 43
Aveco de Bondt ingcnieursbcdrij f
1 Inleiding In opdracht van de gemeente Gouda heeft Aveco de Bondt een constructieve contra expertise uitgevoerd in de zaak Turfmarktkerk. In dit rapport wordt een beschouwing gegeven van de oorzaak van de schade en de gevolgen die deze schade had voor de constructieve veiligheid van het gebouw en het mogelijk gevaar voor de gebruikers en omgeving. Dit rapport behandeld de constructieve veiligheid van het gebouw, gericht op de vraag of sloop van het gebouw noodzakelijk was om de constructieve veiligheid te waarborgen.
2 Algemene projectinformatie 2.1 Omgeving Zoals onderstaande foto laat zien staat de kerk in een dicht bebouwde omgeving. Dit betekent dat de standzekerheid van de kerk gewaarborgd moet zijn om geen gevaar op te leveren voor de omgeving. Het pand niet toegankelijk verklaren en in te laten storten is met betrekking tot de veiligheid voor de omgeving geen aanvaardbare situatie.
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_RJWK_001
Pagina: 3 van 43
Aveco de Bondt ingcn icursbcdrij f
2.2 Adviseur eigenaar Dhr. Khalid Boutachekourt is via Khalid Boutachekourt Holding BV te Gouda eigenaar van het pand. In 2018 heeft hij adviesbureau Dekker Engineering als constructieadviseur opdracht gegeven voor het opstellen van de controle berekening van de steiger- en stutconstructie en het vervaardigen van de hiervan afgeleide uitvoeringstekeningen. De eigenaar heeft in de sloopfase geen hoofdconstructeur aangesteld.
2.3 Adviseurs ODMH / gemeente Gouda Namens ODMH / gemeente Gouda waren tijdens het sloopproces de volgende adviseurs betrokken met betrekking tot de constructie: ® Geelhoed • Sweco ® Pieters en van Leeuwen De bureaus verrichten hun werkzaamheden onder aansturing van de ODMH.
2.4 Proces tijdens voorbereiding en uitvoering Het proces van stutwerk en sloop is moeizaam verlopen. Dit geldt voor zowel het verkrijgen van de goede stukken met juiste uitgangspunten als de wijz.e waarop dit vervolgens is uitgevoerd. Op meerdere momenten heeft de ODMH de eigenaar aan moeten geven dat haar stukken en de wijz.e van uitvoering niet correct waren. Bij het herstellen hiervan zijn naderhand nog diverse inspecties uitgevoerd en aanwijzingen gegeven door de ODMH. Omdat de aanleiding voor de acties de actuele constructieve veiligheid van de kerk was, was dit een zeer zorgelijke situatie. Uit constructief aspect is voor te stellen dat dit uiteindelijk een van de afweegfactoren is geweest tot het besluit voor sloop. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een dwangmaatregel waarbij namens de gemeente een aanvullende berekening is opgesteld van het steigerwerk en vervolgens herstelmaatregelen aan het steigerwerk en stutwerk zijn uitgevoerd. In de bijlage is een selectie gemaakt van stukken en momenten uit de tijdlijn die voor het stut- en sloopproces relevant waren.
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_R_JWK_001
Pagina: 4 van 43
Aveco de Bondt mgcnicursbcdri jf
2.5 Bestaande constructie De kerk is in 1933 gerealiseerd. De voormalige kerk uit 1888 viel binnen de contouren van de fundering van 1933 en heeft daarmee op hoofdlijnen geen interactie gehad met de fundering uit 1933. Mogelijk dat bij de voorgevel ten dele interactie is geweest. De constructie van de kerk bestaat uit de volgende constructie onderdelen: Middenschip: •
een 3 tal boogspanten. De boogspanten zijn opgehoogd met sporen waardoor een schildkap / zadeldak ontstaat. • Aan de voorzijde verspringt het dakvlak met een lager dak onder gelijke helling als het hoofddeel van de kerk. • Voorgevel uitgevoerd in dragend metselwerk met een aantal hoge ramen • Aan voor- en achterzijde van het middenschip is een verdiepingsvloer aanwezig voor resp. zitplaatsen en een orgel. • Aan de voor- en achterzijde van het middenschip is een gemetselde boog opgenomen als draagconstructie. Zijbeuken • De dakconstructie van de zijbeuken bestaan uit 2 boogspanten. • De aansluiting met het middenschip is gerealiseerd door middel van kilkepers. • De kilkepers worden op uitkraging gedragen vanuit de boogspanten van de zijbeuk. • In de zijbeuken is een verdiepingsvloer aanwezig. Achterbouw •
De achterbouw bestaat uit dragend metselwerk met een verdiepingsvloer van hout.
Dak •
De dakconstructie is samengesteld uit houten gordingen, houten dakbeschot bedekt met dakpannen. Begane grond • De begane grond bestaat overwegend uit een houten vloer • Incidenteel zijn delen uitgevoerd als betonvloer. Fundering • De fundering bestaat uit houten palen, de oorspronkelijk palen sloten direct aan op de funderingsbalken. (geen betonnen opzetters) Metselwerk •
Datum: Rapport:
Het metselwerk verzorgd de verticale draagkracht van het gebouw en tevens de stabiliteit.
29 oktober 2020 204658_R_JWK_001
Pagina: 5 van 43
Aveco de Bondt ingenicursbcdriff
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_R_JWK_001
Pagina: 6 van 43
®*
3
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_R_JWK__001
Aveco de Bondt ingcnicursbedrijf
Pagina: 7 van 43
Aveeo de Bondt ingenieursbedri |f
3 Constructieve veiligheid Bij het proces en uitvoering van het steigerwerk en de sloop in najaar 2018 is als centraal aandachtspunt de constructieve veiligheid leidend geweest. Ook in de periode daarvoor van mei 2017 tot medio 2018 is meerdere malen door de gemeente rapportage gedaan van de staat van de constructieve veiligheid en de tekortkomingen die zij hierbij signaleerde. 3.1 Minimaal vereist prestatieniveau Volgens het bouwbesluit dient de constructieve veiligheid minimaal te voldoen aan "afkeurniveau" zoals bepaald in de NEN 8700. Indien hier niet aan voldaan wordt dient direct ingegrepen te worden omdat de constructieve veiligheid dan in onvoldoende mate gewaarborgd is. Op grond van de constateringen zoals hierna in het rapport beschreven, heeft ODMH beoordeeld dat zonder nadere onderbouwing niet gesteld kon worden dat aan het afkeurniveau voldaan werd. Het criterium met betrekking tot draagkracht dient te zijn dat de draagkracht met zekerheid gewaarborgd moet worden bij de van toepassing zijnde normen en veiligheidsniveau. Hierbij rekening houdend met bestaande bouw en de oorspronkelijke datum van realisatie. Indien ODMH van oordeel is dat de draagkracht onvoldoende is, staat het de eigenaar vrij om op basis van de beschikbare normen aan te tonen dat dit mogelijk wel het geval is. Een vermoeden van voldoende draagcapaciteit is hierbij echter niet voldoende.
Immers de veiligheid dient gewaarborgd te zijn. 3.2 Tijdelijke maatregelen door eigenaar Op grond van de aanschrijvingen van de gemeente heeft de eigenaar adviesbureau Dekker opdracht gegeven een ondersteuningsconstructie nader uit te werken. Namens de opdrachtgever is er geen schadeanalyse en veiligheidsbeschouwing van de bestaande constructie opgesteld, noch door adviesbureau Dekker, noch door een andere door de eigenaar aangestelde adviseur. Dekker Engineering heeft het rapport 18-322 Publinc; "Controle sterkte en stabiliteit steigerconstructie" opgesteld. De eerste versie met datum 13-07-2018, de definitieve versie met datum 13-09-2018. In het rapport staat op pagina 14 vermeld: Let op, randafstanden zijn niet in beschouwing genomen en zijn ter verantwoordelijkheid van de aannemer/hoofdconstructeur. Algemene uitgangspunten: Bij twijfel over de ondergrond dienen de ankers beproeft te worden volgens paragraaf 3.3.8 van de Richtlijn Steigers uitgave 10-12-2013. Het excentrisch steigeranker van de firma Layher B.V. te Raamdonksveer is constructief niet toereikend en mag/kan daarom niet worden toegepast. De aannemer/opdrachtgever is verantwoordelijk voor een draagkrachtige ondergrond en dient zorg te dragen dat bovenstaande belastingen en spanningen opneembaar zijn. Uit bovenstaande tekst van Dekker volgt dat zij de taak van hoofdconstructeur niet behartigde.
Dit verklaart ook mogelijk dat Dekker geen schadeanalyse heeft opgesteld, blijkbaar was dit niet haar opdracht.
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_RJWK_001
Pagina: 8 van 43
Aveco de Bondt ingcnicursbcdri j f
Neemt niet weg dat de schadeanalyse wel benodigd is om een adequaat stutplan op te kunnen stellen. Voor het stutplan dient in beeld te zijn welke delen onvoldoende draagkrachtig zijn en dus gestut moeten worden. De noodzaak van de analyse blijkt onder andere uit de controle van de berekening van Dekker die niet volledig was. In de versie van 13-07-2018 is op basis van opmerkingen van de ODMH de volgende aanvullingen doorgevoerd in haar berekening: ® Toevoeging volledige steun van alle gevels (opgenomen in versie 13-09-2018) De berekening is uitgevoerd zonder verticale ondersteuning van het dak omdat Dekker als uitgangspunt hanteerde dat het dak gesloopt zou zijn voordat de steiger aangebracht zou worden. Ook bij voldoende draagkracht van bogen en kapconstructie zou is dit een onjuist uitgangspunt. In de situatie dat het dak niet aanwezig is moet het steigerwerk ten behoeve van gevelsteun aanwezig zijn, dus dit moet aangebracht worden voordat het dak gesloopt wordt. Bij de turfmarktkerk voldeed de verticale draagkracht niet en dus diende het steigerwerk verticale ondersteuning te verzorgen. De steigerconstructie volgens de uitwerking van Dekker kan daarmee niet als een volwaardige voorziening beschouwd worden die de constructieve draagkracht kon waarborgen.
3.3 Voortschrijdend inzicht In het proces is op een aantal momenten door ODMH de zorg kenbaar gemaakt aan de eigenaar aangaande de constructieve veiligheid. In de periode van mei 2017 tot en met zomer 2018 werd aangegeven dat er geen direct instortingsgevaar aanwezig was. Gezien de toename van schade is in oktober 2018 aangegeven dat niet voldaan werd aan de vereiste constructieve veiligheid. Bij het bovenstaande proces is het de vraag of de aanvankelijke beoordeling in 2017 dat er geen direct instortingsgevaar was, correct was. Mogelijk dat in dat stadium de verwachting aanwezig was dat op niet al te lange termijn zaken verbeterd zouden worden. Mede omdat op dat moment inspectie en overleg en afstemming met de eigenaar plaats vonden. Het neemt niet weg dat ook op dat moment zekerheid over de constructieve veiligheid vereist was. Gaande het proces werd de ernst van de schade steeds duidelijker met als eindoordeel dat de constructieve veiligheid onvoldoende was.
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_R_JWK_001
Pagina: 9 van 43
m- Aveco de Bondt i ngcnicursbedrij f
4 Geconstateerde schade 4.1 Historie op hoofdlijnen De schade aan de Turfmarktkerk is in de periode vanaf 2015 meerdere malen beoordeeld. Deze is op hoofdlijnen als volgt samen te vatten: 05- 01-2015 rapport Smit Westerman waarin herstel fundering noodzakelijk werd geacht 06- 04-2017 rapport Pieters en van Leeuwen: herstel fundering geadviseerd en sloop van de achterbouw van de kerk Juni 2017 herstel palen aan noordoostzijde 13-10-2017 inspectie Geelhoed met als bevinding dat bouwkundige staat slecht is en binnen 2 jaar dient te worden overgegaan tot sloop 11-6-2018 inspectie Geelhoed met als bevinding dat bouwkundige staat verslechterd en actie vereist is m.b.t. constructieve veiligheid. Langdurig behoud door middel van stempeling wordt niet verantwoord geacht. Najaar 2018 diverse rapportages opname rapporten van ODMH, Sweco, Geelhoed en Pieters en van Leeuwen. Allen met de vaststelling dat de bouwkundige staat verslechterd en maatregelen noodzakelijk zijn Najaar 2018 diverse indiening van stukken door Dekker met opmerkingen door de gemeente die bijstelling van stukken noodzakelijk maakte Najaar 2018 diverse inspecties van steigerwerk en stutten met herhaaldelijk constatering van tekortkomingen Dec 2018 sloop
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658 R JWK 001
Pagina: 10 van 43
Aveco de Bondt ingcn icursbcdri j f
4.2 Zakkingen fundering Onderstaande figuren geven de zakking van de fundering gemeten in 2015 / 2017 / 05-09-2018 weer. De zakkingen zijn schematisch in de plattegrond aangemerkt van nihil tot ernstig met de kleuren van geellicht blauw- donker blauw - rood. In de bovenste figuur is links de waarde van 2015/2017 aangegeven, rechts de waarde van 2018. Uit de figuren blijkt dat de noordoost hoek (rechtsboven) een zeer ernstige zetting is ondergaan van ca 140 mm ten opzicht van de noordwest hoek van nihil. Deze zettingsverschillen veroorzaken vervorming in de bovenbouw met als gevolg scheurvorming in het metselwerk. Uit de meting blijkt dat in de periode 2017-2018 de zettingen ca 5 tot 25 zijn toegenomen met een enkele uitschieter van 58 mm. De absolute zakking bij dit punt ligt in lijn met de naast liggende punten hetgeen erop duidt dat de meting van 05-09-2019 voor dit punt aannemelijk is. De voorgaande metingen in 2015 en 2017 voor dit punt wijken sterk af, hetgeen op basis van de beschikbare informatie niette verklaren is. Omdat alle overige metingen een consistent beeld geven van de zakkingen en toename van zakkingen is de informatie als beoordeling van de fundering goed te hanteren.
Naast bovenstaande metingen zijn tijdens de sloop zijn in oktober 2018 extra zakkingmetingen verricht waaruit volgt dat in die periode geen wezenlijke extra zakkingen zijn opgetreden.
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658 R JWK 001
Pagina: 11 van 43
Aveco de Bondt 3ngcniciirsbcdri|f
4.3 Schade bovenbouw In diverse rapportages wordt verslag gedaan van schade aan het gebouw. In deze paragraaf wordt met enkele foto's een indruk gegeven van de schade.
scheur in mw boo
houtrot bij kilkecer •
\%
scheur tgv wegzakken achterbouw
2018-05-30 - rapport toezichthouders ODMH 30-05-18; diverse scheurvorming in de metselwerk boog van de achtergevel.
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_RJWK_001
Pagina: 12 van 43
Aveco de Bondt ingcnicursbcdrijf
isbisv alei i^iiw .Qnimioviuerlna 8TOS tem 08
Tse^eesros 2018-05-30 - rapport toezichthouders ODMH 30-05-18: De metselwerkboog vertoont verticale verplaatsing in de scheur 2018-05-30 - rapport toezichthouders ODMH 30-05-18: Ernstige scheurvorming bij deur achtergevel-orgel; de schuine gevel van de uitbouw achter de achtergevel verplaatst naar buiten De scheurvorming in de boog (rechts) duidt op verplaatsing / buiging naar binnen
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658 R JWK 001
Pagina: 13 van 43
Aveco de Bondt ingcnieursbcdrijf
Houtrot bij spant / kilkeper links achter
30 mei 2018 spantbeen is verslechterd t.o.v. 27 sept. 2017 2018134587
6
2018-12-10 Rapport Geelhoed
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_R_JWK_001
Pagina: 14 van 43
Aveco de Bondt ingcnicursbcdri j f
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_R_JWK_001
Pagina: 15 van 43
Aveco de Bondt ingcn icursbcdri j f
Datum; Rapport:
29 oktober 2020 204658_RJWK_001
Pagina: 16 van 43
Aveco de Bondt i ngcn icursbtdrij f
Achtergevel; scheurvorming tgv rotatie achterbouw
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_R_JWK_001
Pagina: 17 van 43
Aveco de Bondt ingcnicursbedrijf
4.4 Overzicht schade
scheur tpv ioptegging houten
Wscheur in mw
vert scheur
horz scheur |tpv goot +02
scheur tpv Ideur +01
houtrot bij spantpoot ihorz scheur Itpv goot +02
vert scheur [gevel 00
vert scheur in gevel van maaiveld tot raam
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_RJWK_001
Pagina: 18 van 43
Aveco de Bondt ingcnicursbcdri j f
Datum: Rapport:
29 oktober 2020 204658_R_JWK_001
Pagina: 19 van 43
Aveco de Bondt i ngcnieursbcdrij f
5 Beoordeling schade De overmatige en sterk ongelijkmatige zetting is primair de oorzaak van de scheurvorming in diverse metselwerkconstructies. In dit hoofdstuk wordt aangegeven in welke mate de schade ernstig is met betrekking tot het waarborgen van de constructieve draagkracht. 5.1 Beoordelingscriterium De mate van schade en gevolgen voor de constructieve draagkracht bij schadegevallen kan op meerdere wijz.en gemonitord en beoordeeld worden. Genoemd worden: 1. Periodiek inspecteren en voortgang van schade en vergelijken met vorige metingen. 2. Analyseren van schadeoorzaak en vaststellen wat de minimale voorwaarden zijn om de constructieve draagkracht te waarborgen. 3. Berekenen van draagkracht op basis van de geldende normen voor bestaande bouw, bij sloop te toetsen aan de NEN8700 met afkeurniveau. Methode 1 is geschikt als er geen buitenmatig ernstige schade is opgetreden. Indien deze schade wel aanwezig is zal een aanvulling met methode 2 en/of 3 noodzakelijk zijn. In de stukken van de Turfmarktkerk komt herhaaldelijk naar voren dat metingen en waarnemingen van het moment worden vergeleken met voorgaande gegevens. Dit vergelijk geeft een beeld of een situatie verslechtert en indien kwantitatief vastgelegd, in welke mate deze verslechtert. Het geeft in het geval van de Turfmarkt echter niet een voldoende beeld over de resterende constructieve draagcapaciteit.