Beheerplan Groot onderhoud en vervanging Openbare Ruimte 2023-2029
Tekst van het document
pagina 28
Het verstrijken van de theoretische levensduur van de masten wil niet zeggen dat deze masten direct vervangen moeten worden. Op basis van data en visuele inspectie wordt een selectie gemaakt welke masten nader moeten worden geïnspecteerd d.m.v. een stabiliteitsonderzoek. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen hogere (6m+) en lagere masten (tot 6m). Voor masten hoger dan 6 meter wordt een risico-inschatting gemaakt o.b.v. leeftijd en locatie. Op basis van eerdere data wordt een inschatting gemaakt welke kosten lager uitvallen: het uitvoeren van stabiliteitsonderzoek of het vervangen van de masten. Ook de komende jaren wordt stabiliteitsonderzoek uitgevoerd. Hiermee kunnen de aannames voor vervanging in een volgend beheerplan weer bijgesteld worden. Van ANWB masten, VOP masten en masten met zonnepanelen is nog onvoldoende bekend. Hiervoor is een inschatting van kosten gedaan, op basis van eerder uitgevoerd werk. Mastvervanging wordt zo mogelijk uitgevoerd in combinatie met andere werkzaamheden, zoals rioolvervanging, vervangen van verharding en ophoging. Bij deze locaties worden masten ouder dan 40 jaar direct vervangen. In wijken waar geen andere werkzaamheden gepland zijn, is OVL vervanging een apart project.
Op basis van de visuele inspectie en indien nodig stabiliteitsmetingen wordt bepaald of mastvervanging echt noodzakelijk is of dat dit wellicht nog uitgesteld kan worden. Bekabeling Met ingang van het beheerplan 2017 is de kabelvervanging niet meer gekoppeld aan de mastvervanging. In de praktijk is bij mastvervanging niet altijd kabelvervanging noodzakelijk. Kabelvervanging is soms wel nodig, bijvoorbeeld op basis van storingen of bij liften van masten (dus zonder vervanging van masten). De kabels in Gouda zijn net zoals het overgrote deel van het OVL-bestand relatief oud. Veel storingen zijn te herleiden naar de ouderdom van de ondergrondse kabels. Daarom is de verwachting dat de komende jaren kabels vervangen moeten worden. Om dit goed in beeld te brengen is na vooronderzoek een bekabelingsplan nodig. Er wordt binnenkort gestart in de binnenstad waarbij op basis van de opgedane ervaring het bedrag kan worden bijgesteld voor toekomstige vervangingsjaren. Schakelkasten De Goudse verlichtingsinstallatie wordt geschakeld vanuit 108 schakelkasten. Bij vervanging van schakelkasten wordt gerekend met een theoretische levensduur van de kasten van 40 jaar. Daadwerkelijke vervanging wordt ingepland op basis van nadere inspectie. Levensduurverlenging Bij armaturen wordt uitgegaan van een theoretische levensduur van 25 jaar.
In het vorige beheerplan zijn de volgende prioriteiten gesteld bij armatuurvervanging: • Oude armaturen met een hoog vermogen (>55W) en grotere aantallen(> 7 st) in een straat. Dit betreft de doorgaande straten. In deze straten worden ook de andere oude armaturen (lagere vermogens) vervangen. • Oude, van de standaardlijst afwijkende armaturen (exoten), met hoog vermogen. Afwijkende armaturen (exoten) zijn lastig en duur in dagelijks beheer. Inmiddels is het grootse deel van deze vervangingsopgave uitgevoerd. PLL-armatuurvervanging Door Europese regelgeving is de PLL-lamp als type niet meer leverbaar. Dit betekent dat de armaturen met daarin een PLL-lamp eerder moeten worden vervangen dan vooraf aangenomen, hetgeen leidt tot een verhoogde vervangingsopgave ten opzichte van eerdere beheerplannen. Bij vervanging van armaturen wordt de volgende afweging gemaakt; - lamptype; - leeftijd armatuur en type armatuur (bepaalde typen armaturen zijn gevoeliger voor weersinvloeden en veroudering); - mogelijkheid om te bouwen naar LED of vervanging geheel armatuur. De omvang van deze vervangingsopgave is verwerkt in onderstaand financieel overzicht en bestaat uit 6312 armaturen.
pagina 29
Duurzaamheid De afgelopen jaren zijn zoveel mogelijk armaturen met hoge vermogens vervangen door energiezuiniger varianten. Ook wordt bij vervanging standaard gekozen voor een zuinig LED-armatuur. Ook de vervanging van de PLL-lamp valt onder een energiebesparende maatregel vanuit de Europese Unie. Waar mogelijk wordt verlichting gedimd om energie te besparen. Daarnaast worden lichtmasten onderworpen aan een stabiliteitsonderzoek, om vast te stellen of deze langer dan de beoogde levensduur mee kunnen. Door de levensduur te verlengen wordt de aanschaf van nieuwe masten uitgesteld. Bij vervanging wordt altijd gekeken naar alternatieve oplossingen. Zo wordt onderzocht of de klassieke gietijzeren lichtmasten in het centrum kunnen worden opgeknapt door een gespecialiseerd bedrijf in plaats van deze te vervangen door nieuwe exemplaren. Als dit mogelijk is wordt hierdoor een aanzienlijke uitstoot van CO2 voorkomen.
pagina 30
6.3
Financiën OVL Vervanging Voor het berekenen van de vervanging is het potentieel aantal te vervangen lichtmasten bepaald aan de hand van de theoretische levensduur en het plaatsingsjaar (voor 2021 is gerekend met het aantal lichtmasten geplaatst in 1981). Op basis van stabiliteitsmetingen is aangenomen dat niet alle masten direct na het verstrijken van de theoretische levensduur vervangen hoeven worden en is gerekend met een vervangingspercentage van 25% (zie ook hierboven onder het kopje ‘criteria’). De kosten voor stabiliteitsonderzoek van masten zijn opgenomen onder vervanging. Geprognotiseerde kosten vervanging (inclusief GWW-index en VAT):
Vervanging OVL
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Kleine masten
26.098
14.840
24.563
11.770
61.408
32.580
32.580
Normale masten
32.656
26.719
13.854
7.917
41.564
21.111
21.111
Grote masten
5.107
5.107
7.660
-
11.492
6.384
6.384
Zeer grote masten Overige masten en specials Schakelkasten
-
-
-
-
-
-
-
10.034
10.034
10.034
10.034
10.034
10.034
10.034
32.611
32.611
32.611
32.611
32.611
32.611
32.611
Kabels
292.131
292.131
292.131
292.131
292.131
292.131
292.131
Stroomkasten
-
70.000
70.000
70.000
70.000
70.000
70.000
Mastinspectie
12.543
15.615
3.074
1.945
4.955
10.159
10.410
Totaal
481.180
477.057
453.927
426.407
524.195
475.010
475.261
pagina 31
Levensduurverlenging (LV) Onder het kopje ‘criteria’ is aangegeven wat de criteria voor de vervanging van armaturen zijn. Hiermee wordt in deze beheerplanperiode circa 12% van het totaal aantal armaturen vervangen. In tegenstelling tot masten is bij armaturen geen restlevensduuronderzoek mogelijk. Hierbij zijn ook de vervangingskosten van de PLL-armaturen opgenomen.
Geprognotiseerde kosten levensduurverlenging (inclusief GWW & VAT): LV OVL
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Klein
17.159
3.218
10.366
2.145
13.941
8.817
8.817
Normaal
55.086
32.134
43.610
55.546
30.297
43.150
43.150
Groot
4.335
58.518
26.008
32.510
9.211
22.577
22.577
Zeer groot
-
-
2.383
-
-
2.383
-
Overige/specials
-
-
-
-
-
-
-
Schakelkast
-
-
-
-
-
-
-
PLL
318.059
339.954
347.935
347.526
343.094
354.286
343.623
Totaal
394.639
433.824
430.302
437.726
396.543
431.213
418.167
pagina 32
7 7.1
Verkeersregelinstallaties (VRI) Basisgegevens VRI Per 09-01-2023 beheert Gouda 32 verkeersregelinstallaties verdeeld over 36 kruispunten. Vier installaties betreffen gecombineerde systemen waarbij vanuit de schakelkast meerdere kruispunten worden aangestuurd. De VRI’s zijn opgenomen in het beheersysteem GIS. Ook hebben we inzicht in de gegevens zoals type, aanlegjaar van de installatie en automaat (regelkast) en de theoretische levensduur van de VRI’s. Daarnaast zijn we bezig met de komst van iVRI: Een intelligente verkeersregelinstallatie die kan communiceren met voertuigen en fietsers. Op basis van de ontvangen voertuigdata kunnen kruispunten efficiënter worden geregeld en krijgen weggebruikers ook informatie terug. Met de overgang naar iVRI past Gouda zich aan naar wat de nieuwe standaard gaat worden met alle voordelen i.r.t. doorstroming, verkeersveiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. De komende jaren zullen gefaseerd de iVRI’s in werking worden gesteld.
7.2
Criteria VRI De tussentijdse vervanging van regelkast en armaturen valt onder levensduurverlenging (LV). Vervanging (VO) betreft vervanging van de complete installatie (palen, armaturen, lussen en regelkast). VO wordt gemiddeld om de 30 jaar uitgevoerd, LV gemiddeld om de 15 jaar. Onderhoud aan de automaat, energiekosten, groepsremplace en schilderen van masten vallen onder dagelijks onderhoud en zijn niet opgenomen in dit beheerplan. Bij trajecten waarin het Verkeers Circulatie Plan (VCP) wijzigingen voorziet wordt bij vervanging aangesloten bij de planning van het VCP. Duurzaamheid De installaties worden alleen vervangen indien nodig. Door op basis van inspectie vast te stellen of vervanging noodzakelijk is kan de theoretische levensduur worden opgerekt. Door langer met de installatie te doen dan vooraf bedacht leidt dit tot lagere CO2-uitstoot vanwege de uitgestelde productie van nieuwe masten en onderdelen. Daarnaast worden aanpassingen zoals iVRI als aanvulling op de bestaande installatie gedaan; deze innovatie leidt in deze fase dus niet tot verhoogde uitstoot door eerdere vervanging van onderdelen.
pagina 33
7.3
Financiën VRI
Geprognotiseerde kosten vervanging (inclusief GWW & VAT ): VO VRI
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Eenvoudige kruising
-
-
-
-
-
-
-
T-splitsing
-
-
-
-
-
-
-
Uitgebreide kruising
242.629
-
242.629
-
-
-
-
VOP
-
-
-
242.629
-
-
-
Totaal
242.629
0
242.629
242.629
0
0
0
Geprognotiseerde kosten levensduurverlenging (inclusief GWW & VAT): LV VRI
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Eenvoudige kruising
-
-
-
-
-
-
-
T-splitsing
85.267
-
-
-
-
-
-
Uitgebreide kruising
210.278
211.558
-
210.278
-
-
-
VOP
-
-
-
-
-
-
-
Totaal
295.545
211.558
0
210.278
0
0
0
pagina 34
8 8.1
Watergangen Basisgegevens Watergangen De beheercategorie water kent geen vervanging. Het groot onderhoud betreft alleen het baggerwerk. Baggeren is niet alleen noodzakelijk voor een goede doorstroming maar ook om te voorkomen dat het water in de zomer te snel opwarmt. Ondiep warm water bevat minder zuurstof en kan om die reden tot vissterfte leiden. De vereiste diepten van watergangen staan in de legger van het hoogheemraadschap. Per 1-10-2022 beheert Gouda 616.740 m2 water. Nautisch onderhoud Naast regulier baggerwerk voert Gouda bij ruim 242.000 m2 water nautisch onderhoud uit. Nautisch onderhoud wil zeggen dat Gouda het baggerwerk uitvoert en betaalt voor overdiepte (meer dan de keurdiepte) t.b.v. scheepvaart. In bijlage 3 is op kaart aangegeven welke watergangen dit betreft en met welke leggerdiepte en vaardiepte is gerekend. Ontvangstplicht Artikel 5.23 van de Waterwet verplicht eigenaren van land langs watergangen om de verspreiding van bij regulier onderhoud vrijkomende bagger en maaisel op hun land te accepteren (ontvangstplicht). Dit betekent dat Gouda een ontvangstplicht heeft van bagger vrijkomend bij baggerwerk van primaire watergangen van Rijnland en Schieland. In verband met onvoldoende beschikbare ruimte zal deze bagger afgevoerd moeten worden en de kosten hiervan zijn voor Gouda.
De omvang van het baggerwerk van waterschappen waarvan Gouda ontvangstplicht heeft is niet bekend. In dit beheerplan is hiervoor jaarlijks een aanname van €15.000 per jaar opgenomen.
8.2
Criteria Watergangen In principe wordt een watergang eens in de 10 jaar uitgebaggerd en teruggebracht naar de benodigde diepte volgens de Keur. Op basis van peilingen wordt bepaald of en hoeveel baggerwerk daadwerkelijk noodzakelijk is. In 2022/2023 wordt opnieuw gepeild. Deze gegevens zijn niet op tijd beschikbaar voor verwerking in dit beheerplan. De prognoses in dit beheerplan zijn gebaseerd op de peilingen die in 2019 (gehele stad) en 2020 (Oostpolder) zijn uitgevoerd. . Bij de prognose is voor alle watergangen op basis van de leggerdiepte, de gepeilde bovenzijde bagger en baggeraanwas de omvang van het baggerwerk berekend en het geprognotiseerde bagger jaar eventueel bijgesteld. Hierbij is rekening gehouden met een overdiepte van 20 cm. Particuliere watergangen zijn in dit beheerplan buiten beschouwing gelaten. Bij het uitvoeren van baggerwerk is het echter niet altijd mogelijk dit te scheiden, bijvoorbeeld bij watergangen die half gemeentelijk en half particulier zijn. Bij baggerprojecten wordt per situatie bekeken of er kosten verhaald kunnen worden op particulieren. Nautisch onderhoud Het berekende nautisch onderhoud betreft alleen de extra laagdikte die verwijderd moet worden ten opzichte van de leggerdiepte. Het baggerwerk wat nodig om aan de legger te voldoen is immers regulier baggerwerk door en op kosten van het waterschap.
Er zijn watergangen waar de leggerdiepte gelijk is aan de vaardiepte. Voor die watergangen wordt geen rekening gehouden met baggeren door de gemeente. Risico hierbij is dat Rijnland of Schieland baggeren nog niet nodig vindt omdat de doorstroming nog voldoet terwijl de nautische diepte in de vaargeul niet voldoende is.
pagina 35
Duurzaamheid De werkzaamheden worden alleen uitgevoerd indien nodig, waar mogelijk wordt in contracten met uitvoerende partijen vastgelegd dat uitstoot verminderd dient te worden. Baggeren vermindert de ondiepte in het water, wat ten gunste komt van de waterkwaliteit. Dit heeft zowel positieve ecologische als chemische effecten op de waterkwaliteit.
8.3
Financiën Watergangen Groot onderhoud Bij de bepaling van de hoeveelheid bagger is gerekend met een baggeraanwas van 2,5 cm per jaar en is rekening gehouden met een overdiepte van 20 cm t.o.v. de legger. In verband met onvoldoende ruimte voor verwerken van bagger op de kant en/of de verwachte kwaliteit van de bagger wordt uitgegaan van het afvoeren van baggerspecie naar een depot van derden. Geprognotiseerde kosten Groot onderhoud watergangen (incl. GWW & VAT):
Groot onderhoud Watergangen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Baggeren
235.753
1.040.344
66.589
1.012.276
565.710
597.066
581.388
Ontvangstplicht bagger
15.000
15.00
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
Nautisch onderhoud
31.356
0
31.356
0
31.356
0
31.356
Totaal
282.109
1.055.344
112.945
1.027.276
612.066
612.066
627.744
pagina 36
9 9.1
Spelen Basisgegevens Spelen Per 09-01-2023 beheert Gouda de volgende speeltoestellen en valondergronden: Toesteltype Combinatietoestellen Draaitoestellen Glijbanen Kabelbanen Klim- en turntoestellen Schommels Speelhuisjes Sporttoestellen Wippen / Veerwippen Overige toestellen Ballenvangers
Aantal in beheer 116 85 38 5 195 91 16 168 147 6 1940m
Het aantal reguliere speelplekken bedraagt 156 stuks. Daarnaast zijn er vier natuurspeeltuinen (inclusief bewonersinitiatief ’t Groene eiland). Elk toestel wordt 3x per jaar onderworpen aan inspectie. In het beheersysteem GeoVisia is de data van de toestellen (type, leverancier, leeftijd, type ondergrond etc.) opgenomen. Ook de gegevens van de inspecties, waaronder de kwaliteit van toestellen en ondergronden worden in het systeem vastgelegd. Speelaanleidingen zoals poefs, hinkelbanen e.d. zijn wel opgenomen in het beheersysteem maar zijn in dit beheerplan buiten beschouwing gelaten. Speelaanleidingen zoals een klimboom zijn wel als speeltoestel meegeteld en opgenomen in dit beheerplan. Naast speeltoestellen komen in de Goudse openbare ruimte ook een toenemend aantal sporttoestellen voor, waarvoor in volgende beheerplannen de beheerkosten worden opgenomen. Omdat de toestellen nieuw zijn, is de verwachting dat de komende jaren hieruit weinig kosten voortvloeien. Alleen kunstgras trapvelden zijn in dit hoofdstuk opgenomen, alle overige trapvelden (asfalt, elementenverharding en halfverharding) vallen onder het hoofdstuk Wegen. Er bestaan voor dit beheeronderdeel twee soorten onderhoud: - vervanging: vervangen van toestel & ondergrond; - groot onderhoud: vervangen van ondergrond onder het toestel. 9.2
Criteria Spelen Vervanging Bij de jaarlijkse inspectie (in het voorjaar) wordt de kwaliteit van een speeltoestel aangegeven, deze kwaliteit is de basis voor het plannen van vervangingen. De inspectiegegevens geven een vooruitblik van drie jaar. Als uitgangspunten hanteren we dat als een toestel wordt vervangen, de ondergrond ook wordt vervangen. Bij projecten/ophoging geldt: is een toestel ouder dan 20 jaar dan wordt het, alsmede de ondergrond, vervangen. Voor hekwerken is een stelpost opgenomen op basis van 5% vervanging per jaar op basis van ervaringen in de afgelopen jaren. Op basis van de jaarinspectie 2022 is dat als volgt bepaald; - slecht: vervanging in 2022; - matig: vervanging in 2023 t/m 2025; - goed: vervanging in 2026 t/m 2029 (toestellen van RVS na 2029, buiten beheerplanperiode); - zeer goed: vervanging na 2029 (buiten beheerplanperiode). De theoretische levensduur van een speeltoestel is 18 jaar, waarbij lokale invloeden een effect hebben op deze verwachting (o.a. speeldruk, locatie, nabijheid bomen etc.). pagina 37
Hierbij is ervan uitgegaan dat speeltoestellen van hout of met houten onderdelen binnen de genoemde periodes als eerste vervangen moeten worden en toestellen van metaal of RVS als laatste. groot onderhoud Tot 2016 gingen we er van uit dat valondergronden gelijktijdig met toestellen vervangen moesten worden. Gebleken is dat speeltoestellen veel langer mee gaan dan eerder werd aangenomen. Dit betekent wel dat tussentijds renovatie van de ondergrond noodzakelijk is omdat het toestel nog van goede kwaliteit is. Bij de jaarlijkse inspectie worden alle valondergronden visueel geïnspecteerd. Op basis van de jaarlijkse inspectie van 2022 is de renovatie van de valondergronden voor de eerstkomende 3 jaar bepaald. Naast de visuele inspectie van valondergronden is in 2019 en 2020 steekproefsgewijs de valdempende waarde van rubber tegels gecontroleerd. Hierbij bleken een aantal rubber valondergronden die er nog goed uitzagen onvoldoende valdempend te zijn. Renovatie van deze valondergronden is opgenomen in dit beheerplan. Deze achterstand wordt in 2023 ingelopen waarna we in het reguliere inspectieregime vallen. Jaarlijks wordt 20% van de vaste valondergronden onderworpen aan een zogenoemde HICinspectie (valwaarde-demping). Hierbij wordt gecontroleerd of de ondergrond nog de juiste demping biedt die past bij de aanwezige toestellen en valhoogte.
Op termijn biedt deze informatie inzicht in de degradatie van de verschillende typen ondergronden en de verwachte levensduur ervan. Klimaatadaptatie & vergroening Waar mogelijk wordt gekozen voor vergroening van de omgeving van speeltoestellen. In de praktijk houdt dit in dat tegels worden vervangen door gras-tech (rubber doorgroeimat). Groot voordeel hiervan is dat bij hevige regenval het water snel in de bodem kan zakken en tegelijkertijd de omgeving een groenere aanblik heeft. Daarnaast draagt vergroening bij aan vermindering van hittestress. Toegankelijkheid Bij nieuwe inrichting van speelplekken wordt minimaal één inclusief/toegankelijk speeltoestel geplaatst. Op plekken waar toestellen vervangen worden, wordt gekeken of behoefte is aan een inclusief/toegankelijk speeltoestel. In het beheersysteem wordt geborgd dat minimaal één type speeltoestel bij toekomstige vervanging van een dergelijk toestel inclusief/toegankelijk is. Om deze toestellen aan te schaffen (waarvoor een hogere investering vereist is dan bij reguliere toestellen) en in de juiste staat van onderhoud te houden is komt dit ten laste van het totale budget van toegankelijkheid.
Afbouwlijst Op het moment dat een speelplek op de afbouwlijst wordt gezet betekent dit dat op deze locatie de ondergrond niet meer wordt vervangen en dat toestellen die niet meer voldoen (aan de technische en veiligheidsvereisten) worden weggehaald in plaats van vervangen. Als op een plek te weinig speelwaarde overblijft wordt deze opgeheven. Per 1-1-2022 staan er 17 speelplekken op de afbouwlijst. De speeltoestellen op de af te bouwen speelplekken hebben voor het overgrote deel een redelijke tot goede kwaliteit. Op basis van de criteria zoals beschreven in paragraaf 9.2 zijn de volgende vervangingen op afbouwlocaties te verwachten: 2025 12 speeltoestellen 2026 6 speeltoestellen 2027 9 speeltoestellen Daarnaast zullen er ook in de komende collegeperiode valondergronden op afbouwplekken moeten worden vervangen. De vervanging van speeltoestellen en valondergronden op afbouwlocaties na 2022 zijn niet meegenomen in dit beheerplan. Hierover moet de raad op basis van de kinderaantallen 2023 een besluit nemen. Medio 2023 volgt hierover nadere informatie.
pagina 38
Duurzaamheid Door alleen toestellen te vervangen die daadwerkelijk als ‘slecht’ worden bestempeld bij inspectie wordt de levensduur zo ver mogelijk opgerekt. Hierdoor wordt de CO2-uitstoot die vrijkomt bij productie en plaatsing van nieuwe toestellen zoveel mogelijk beperkt. Ook worden tijdens dagelijks onderhoud bepaalde onderdelen van toestellen vervangen die slijtgevoelig zijn. Dit preventieve onderhoud zorgt voor een langere levensduur van het toestel. Hout dat toegepast wordt bij klim- en speeltoestellen moet voldoen aan kwaliteitsnormen om zo een lange levensduur te garanderen. Dit hout moet ook voldoen aan de minimale eisen voor verantwoord bosbeheer. Daarnaast worden materialen gekozen met een lange levensduur, zodat de CO2-uitstoot die vrijkomt bij productie over zoveel mogelijk jaren kan worden gespreid. Boomstammen die afkomstig zijn van gekapte bomen in Gouda worden hergebruikt als speelaanleiding. Ook worden stoeptegels die over zijn uit andere projecten hergebruikt als keerwanden bij speelplekken. Hierdoor wordt lokaal materiaal hergebruikt. 9.3
Financiën Spelen Voor het bepalen van vervanging zijn bij de speeltoestellen de vervangingswaarden als uitgangspunt genomen waarop een prijscorrectie (+25% op de toestelprijs) is toegepast naast de gebruikelijke GWW-indexatie en VAT-opslag. Reden hiervoor is dat in voorgaande beheerplannen de plaatsingskosten niet zijn meegenomen. Wanneer deze correctie niet wordt toegepast zou dit leiden tot een steeds eenvoudiger speeltoestel omdat het budget niet toereikend zou zijn om hetzelfde toestel terug te plaatsen. Om dit onwenselijke effect teniet te doen is op basis van de prijsstelling van diverse aanbieders een gemiddeld percentage gebruikt. Bij vervangingsonderhoud wordt zowel het toestel als ondergrond vervangen. Aangezien vervanging plaats vindt naar aanleiding van inspectie zijn de eerste drie jaar met grotere zekerheid dan de latere jaren. Voor de jaren 2027-2029 wordt een gemiddelde verwachtingswaarde gebruikt die steeds bij een volgend beheerplan wordt bijgesteld. Voor trapvelden is de komende 7 jaar geen vervanging verwacht.
Geprognotiseerde kosten vervanging (incl. VAT & GWW): Vervanging spelen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Speeltoestellen
46.152
61.308
69.968
91.043
74.106
74.106
74.106
Valondergronden
63.952
54.712
33.745
66.510
51.656
51.656
51.656
Hekwerken
14.263
14.263
14.263
14.263
14.263
14.263
14.263
Trapvelden
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
124.367
130.283
117.976
171.817
140.025
140.025
140.025
Geprognotiseerde kosten groot onderhoud (incl. VAT & GWW): Groot onderhoud spelen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Speeltoestellen
0
0
0
0
0
0
0
Valondergronden
102.340
76.345
3.167
60.618
60.618
60.618
60.618
Totaal
102.340
76.345
3.167
60.618
60.618
60.618
60.618
pagina 39
10
Groen
10.1 Basisgegevens Groen Per 01-01-2023 beheert Gouda: Type beplanting Aantal Bomen 23.799* Bosplantsoen 365.450 m2 Heesters 196.265 m2 Hagen 11.270 m2 Vaste planten 5.827 m2 Gazon 582.430 m2 Extensief gras 915.436 m2 Groenbalans 2.091.640m2* *Inclusief Fase 1 Westergouwe In het beheersysteem Geovisia is alleen de data van het groen opgenomen (beplantingstype, aanlegjaar etc.) en niet de kwaliteit ervan. Jaarlijks wordt 1/3e van het bomenbestand geïnspecteerd, bomen langs doorgaande wegen en risicobomen worden jaarlijks geïnspecteerd. Naar aanleiding van de voorjaarsstorm in 2022 zijn alle bomen gecontroleerd en gevaarlijke situaties opgelost. Natuurlijke oevers (oeverbeplanting) is opgenomen onder hoofdstuk 5 Beschoeiingen. 10.2 Criteria Groen Groot onderhoud en achterstanden worden vaak gebaseerd op de levensduur van elementen. Bij groen is dat niet of nauwelijks mogelijk. De vitaliteit van groen is van veel (meer) factoren afhankelijk; drooglegging, bezonning, (oneigenlijk) gebruik, ziektes, strooizout, weersinvloeden e.d. Een beplanting van bijvoorbeeld 5 jaar oud kan in slechtere staat zijn dan een beplanting van 25 jaar. In tegenstelling tot andere elementen in de openbare ruimte is bij groen een kwaliteitsinventarisatie een momentopname. Een strenge winter of een periode met veel of juist weinig regen heeft direct gevolgen voor de kwaliteit van het groen.
De staat van het groen wordt verder bepaald door het kwaliteitsniveau van het dagelijks onderhoud. Voor de kwaliteitsafspraken daarvan zie paragraaf 1.4. Daarnaast is nieuw beleid in ontwikkeling voor zowel bomen als groen. Gevolgen daarvan worden in volgende beheerplannen verwerkt. Vervanging Vervanging van groen heeft tot op heden alleen plaats gevonden aansluitend aan wegophogingen. Hierbij werd gewerkt met een beperking van 1 meter naast de verharding. In de praktijk is echter gebleken dat dit zeer nadelige effecten heeft op de kwaliteit en beheerbaarheid van het aanwezige groen. Daarom is de aanpak aangepast en wordt bij ophogingen voortaan van gevel tot gevel opgehoogd. De financiële implicatie van deze keuze is meegenomen in dit beheerplan en betreft een inschatting van eventuele meerkosten. Dit heeft te maken met het feit dat deze sterk projectafhankelijk zijn. Daarom is gekozen voor een gemiddelde aanname van 40% hogere groenkosten bij ophoogprojecten. Mocht dit een te ruime of te krappe aanname zijn, dan wordt dit bijgesteld in komende beheerplannen. Jaarlijks wordt gemiddeld 1% van het totale areaal groen aangepakt naar aanleiding van ophoogprojecten. Het vervangen van dode en zieke bomen naar aanleiding van reguliere boomcontroles betreft dagelijks onderhoud.
Alleen uitval van grotere en bomen die gekapt moeten worden naar aanleiding van overlast/onveiligheid zijn opgenomen in dit beheerplan. Onvoorziene of specifieke situaties waarin dit beheerplan niet voorziet worden indien nodig separaat voorgelegd aan bestuur en/of raad. In dit beheerplan is een correctie toegepast op de eenheidsprijzen voor bomen. In de eerder gehanteerde eenheidsprijzen werd nazorg van een aangeplante boom niet meegenomen in de plaatsingskosten. Bomen die als gevolg van bouw- en wijkontwikkeling moeten verdwijnen zijn buiten beschouwing gelaten. De kosten voor vervanging van deze bomen zijn immers al opgenomen in de projectkosten.
pagina 40
Groot onderhoud Voor groot onderhoud is in dit beheerplan niks opgenomen. Deze werkzaamheden zoals bijvoorbeeld het snoeien van bomen of herstel van plantvakken worden gerekend tot het dagelijks onderhoud. Duurzaamheid Van bomen die gekapt zijn wordt het hout hergebruikt als speelaanleiding in de Goudse speeltuinen. Snoeihout dat daar minder geschikt voor is wordt versnipperd en hergebruikt voor snipperpaden in het groen. Gemaaid gras uit het Steinse Groen wordt gefermenteerd tot bokashi-mest en op deze wijze gebruikt als bodemverbeteraar. Zoals eerder opgemerkt bij het onderwerp duurzaamheid bij verhardingen is de opslagruimte beperkt waardoor vrijgekomen materialen niet opgeslagen kunnen worden om te worden hergebruikt bij nieuwe projecten. Dit verdient aandacht om zo meer circulair te kunnen werken. 10.3 Financiën Groen Vervanging Groen (incl. VAT & GWW) Bomen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
377.867
377.867
377.867
377.867
377.867
377.867
377.867
Beplanting
294.702
294.702
294.702
294.702
294.702
294.702
294.702
Gras
84.412
84.412
84.412
84.412
84.412
84.412
84.412
Totaal
756.982
756.982
756.982
756.982
756.982
756.982
756.982
Ten aanzien van het vorige beheerplan GOVO is een hoger bedrag opgenomen voor groen. De oorzaak hiervan is terug te leiden naar een verhoogde eenheidsprijs voor bomen, een uitbreiding van de aanleg van groen bij ophogingen en een uitbreiding van het areaal als geheel.
pagina 41
11
Overige elementen in de openbare ruimte
11.1 Basisgegevens Stroomkasten Per 01-10-2022 beheert Gouda: 18 stroomkasten verdeeld over de volgende locaties 5 stuks Winkelcentrum Goverwelle (30 stekkerpunten) 4 stuks Winkelcentrum Bloemendaal (24 stekkerpunten) 9 stuks Markt centrum (geïntegreerd in lichtmasten) Deze stroomkasten zijn nodig om de ambulante handelaren van stroom te voorzien. Momenteel zijn op drie plaatsen binnen Gouda deze zogenaamde marktkasten aanwezig. Daarnaast zijn er overige stroomkasten aanwezig: • Overige standplaatsen, 3 kasten van derden en 2 kasten van Gouda; • Watersportkasten, 20 kasten met stroomvoorziening (excl. hoofdvoedingskasten) • Camperplekken, 2 kasten (plus 1 hoofdvoedingskast) • Evenementen, 4 kasten • Feestverlichting, 4 kasten • Overige kasten in openbare ruimte (70+) 11.2 Criteria Stroomkasten In dit beheerplan is de vervanging van marktkasten opgenomen. De vervanging van kasten gebeurt naar aanleiding van een visuele inspectie en gebeurt daarom incidenteel. Momenteel wordt een plan van aanpak opgesteld om de kasten die in slechte staat verkeren te vervangen en de omvang van deze opgave goed in beeld te krijgen. De marktkasten op locaties Bloemendaal en Goverwelle zijn in 2022 geplaatst en gaan naar verwachting 15 jaar mee. De levensduur van de ondergrondse bekabeling om de kasten van stroom te voorzien is naar verwachting 50 jaar.
Op de markten in Bloemendaal en Goverwelle is de bekabeling in 2022 vervangen. Voor locaties Bloemendaal en Goverwelle is gemeente Gouda alleen verantwoordelijk voor de vervanging van de marktkasten; het beheer en onderhoud is bij een externe partij ondergebracht. Bij stroomkasten is alleen sprake van dagelijks onderhoud of vervangingsonderhoud; er is geen sprake van groot onderhoud. 11.3 Financiën Stroomkasten Voor het vervangen van de marktkasten wordt gerekend met een verwachte technische levensduur van 15 jaar. Hierbij is een eventuele tussentijdse vervanging/upgrade naar ‘smart’ niet meegenomen.Bij het berekenen van het vervangingsjaar wordt gerekend vanaf het plaatsingsjaar van de kast en de technische levensduur. Hierbij worden de kosten van plaatsen (€660) en verwijderen (€420) van de kast meegenomen. De kast zelf kost €5000 Aangezien deze vervanging buiten de scope van dit beheerplan valt (na 2029) worden onderstaande bedragen niet meegenomen in de genoemde eindtotalen. Wel is gekozen deze assets mee te nemen in een totaaloverzicht, aangezien zij onderdeel uitmaken van de objecten in de openbare ruimte en hun vervangingswaarde. Vervangen van kasten wordt meegenomen onder het hoofdstuk OVL (stroomkasten). Gezien de huidige staat van de kasten wordt de inschatting gemaakt dat de komende jaren circa 75% van de kasten moet worden vervangen of gerenoveerd.
De kosten hiervoor (€70.000 per jaar incl. VAT en GWW) zijn opgenomen in dit beheerplan van 2024 tot en met 2029. Locatie Markt Bloemendaal Goverwelle Totaal
Vervanging 2033 € ntb.
Vervanging 2037 (incl. VAT & GWW) €30.752 €38.440 €69.192
pagina 42
11.4 Basisgegevens Blusleiding Korte introductie In de spoorzone is in 2010 een ondergrondse blusleiding aangelegd om de veiligheid rond het spoor te kunnen waarborgen en de bebouwing in de spoorzone mogelijk te maken. Deze blusleiding is noodzakelijk in verband met de ligging van bebouwing ten opzichte van het spoor en het vervoer van gevaarlijke stoffen over dit spoor. Destijds is gekozen voor een natte, ondergrondse (hoge druk-) leiding en zijn de aanlegkosten meegenomen bij de ontwikkeling van de spoorzone. Door de leeftijd van de leiding, het risico dat een hogedrukleiding met zich mee brengt en de ontwikkelingen (bouw Koploper door Mozaïek Wonen en een hotel) in de spoorzone is ingrijpen nu nodig om het risico voor de omgeving zo klein mogelijk te maken. In bijlage 4 is een situatieschets en technische toelichting opgenomen. Aanleiding Het spoor bij Gouda maakt deel uit van het Nederlandse basisnet. Dit houdt in dat het vervoer van gevaarlijke stoffen is toegestaan. Vooral gecombineerd vervoer (bijv. chloor met benzine) draagt bij aan een groter veiligheidsrisico. De vergunning met betrekking tot dit gevaarlijke vervoer geldt nog minstens 10 jaar. Uit overleg met de Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) en de Veiligheidsregio blijkt dat de aanwezigheid van een blusleiding daarom een vereiste is.
Bij de aanleg in 2010 is gekozen voor een ondergrondse, (hogedruk-) blusleiding vanwege de verdere ontwikkeling van het tracé Rotterdam-Utrecht. Een bovengrondse blusleiding zou in het geval van een calamiteit de bedrijfszekerheid van de leiding in het geding brengen. Afstemming met Prorail heeft bevestigd dat een bovengrondse blusleiding geen optie is. Wijziging leidingtype en aanpassing technische installatie Na overleg begin december 2022 is door de Veiligheidsregio positief gereageerd op de optie om een natte, drukloze leiding aan te leggen. Hierbij blijft de huidige ondergrondse leiding gehandhaafd maar het risico voor de omgeving verminderd ten opzichte van de huidige situatie. Als inzet van de leiding noodzakelijk is kan de brandweer door middel van een druk op de knop de leiding activeren en komt deze op de vereiste druk te staan. Naast het aanpassen van de leiding dienen er ook aanpassingen te worden gemaakt aan de huidige technische installatie. Zo moet het bassin worden aangepast, een dieselpomp worden vervangen, het communicatiesysteem wordt aangepast naar een versie die binnen de gemeentelijke systeem kan functioneren en een opstelplaats worden aangelegd voor zowel beheer en onderhoud of brandweervoertuig.
11.5 Financiën Blusleiding Bij vervanging van de huidige hogedruk blusleiding voor een natte, drukloze blusleiding blijft een deel van de aanwezige installatie in gebruik. Deze investeringskosten gaan dus niet verloren. Wel moeten de nodige aanpassingen aan de installatie worden uitgevoerd om aan te kunnen sluiten op de nieuwe situatie. Voor zover inzichtelijk bedragen de kosten van aanpassing een eenmalige investering van circa €400.000. Bij akkoord op aanpassing van de leiding en na vooronderzoek door de afdeling POR zal dit vervangingsproject zo snel mogelijk starten en eind 2023 gereed zijn. Tot die tijd zal de huidige ondergrondse leiding operationeel blijven ten aanzien van de veiligheid.
pagina 43
12
Samenvatting Financiën
12.1 Financiën algemeen In dit hoofdstuk zijn alle eerder genoemde bedragen verzameld. Dit beheerplan betreft alleen groot onderhoud, levensduurverlenging en vervanging. Hierbij is uitgegaan van één op één vervanging (geen wijzingen van ontwerp). Bij de kostenramingen is geen rekening gehouden met kosten van herinrichting, renovatie, (innovatieve) maatregelen t.b.v. klimaatadaptatie of klimaatmitigatie of (bewoners)wensen. Voor deze specifieke situaties zal aanvullend aan het beheerplanbudget een budget moeten worden gezocht, tenzij dit budgetneutraal aangepakt kan worden binnen de opgenomen projecten. Dit beheerplan geeft (alleen) inzicht in de beheerbehoefte. De wijze van dekking van kosten wordt bepaald met behulp van het IUP. Door het verwerken van de beheerplanprojecten in het IUP is de financiële doorkijk per financieringsbron inzichtelijk. Ook dient te worden vermeld dat de doorkijk voor de eerste vier jaar nauwkeuriger van aard is dan die voor de laatste drie jaar De projecten uit dit beheerplan zijn in het IUP herkenbaar aan de typering B (Beheerplan). Het IUP bevat verder GRP projecten (aangegeven met een R) en aanvullende projecten (A) zoals bijvoorbeeld aanleg van ondergrondse containers ten behoeve van Afval scheiden loont.
12.2 Samenvatting financiën 2023-2029 In onderstaand overzicht zijn de totaalbedragen van de verschillende hoofdstukken verzameld en overzichtelijk bij elkaar gezet. Dit betreft de beheerbehoefte op basis van dit beheerplan en bevat geen reeds ingeplande projecten op basis van eerdere beheerplannen. Totaaloverzicht VI Wegen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
176.677
1.928.773
2.831.177
6.477.970
2.312.466
1.480.752
988.900
Kunstwerken
455.886
687.604
7.821.980
5.691.517
5.607.958
5.027.759
3.262.904
Beschoeiingen & oevers Openbare Verlichting Verkeersregelinstallaties Watergangen Spelen Groen Overig Blusleiding Totaal
44.653
539.019
318.337
595.098
245.913
833.293
838.639
481.180
477.057
453.927
426.407
524.195
475.010
475.261
242.629
-
242.629
242.629
-
-
-
124.367 756.982 400.000
130.283 756.982 -
117.976 759.982 -
171.817 756.982 -
140.025 756.982 -
140.025 756.982 -
140.025 756.982 -
2.682.374
4.519.718
12.546.008
14.362.420
9.587.539
8.713.821
6.562.711
pagina 44
Totaaloverzicht GO Wegen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
1.625.706
1.625.706
1.625.706
1.625.706
1.625.706
1.625.706
1.625.706
Kunstwerken
542.594
2.265.005
2.386.945
724.676
1.323.659
1.680.821
426.893
Beschoeiingen & oevers Openbare Verlichting Verkeersregelinstallaties Watergangen
-
114.940
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
282.109
1.055.344
112.945
1.027.276
612.066
612.066
627.744
Spelen Groen Overig Totaal
102.340 2.552.749
76.345 5.137.340
3.167 4.128.763
60.618 3.438.276
60.618 3.622.049
60.618 3.979.211
60.618 2.740.961
Totaaloverzicht LV Wegen Kunstwerken Beschoeiingen & oevers Openbare Verlichting Verkeersregelinstallaties Watergangen Spelen Groen Overig Totaal
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
933.774 -
731.492 -
1.157.920 -
1.828.666 -
1.153.219 -
55.193 -
-
394.639
433.824
430.302
437.726
396.543
431.213
418.167
295.545
211.558
-
210.278
-
-
-
1.623.958
1.376.874
1.588.222
2.476.670
1.549.762
486.406
418.167
pagina 45
13
Begripsomschrijvingen
Achterstallig onderhoud
onderhoud dat niet uitgevoerd/gepland is en leidt tot een onacceptabele staat van de openbare ruimte en kapitaalsvernietiging.
Achterstand
vertraging in de uitvoering van het groot onderhoud en/of vervanging van de openbare ruimte. De planning wordt niet gehaald, zonder dat dit direct schadelijke gevolgen heeft voor de situatie in de openbare ruimte. Uitgestelde vervanging is een vorm van achterstand, waarbij bewust is gekozen voor uitstellen van onderhoud. Uitstel van vervanging vindt meestal plaats op basis van technisch onderzoek zoals bijv. stabiliteitsonderzoek van lichtmasten.
Contractuele vooropname visuele inspectie om nauwkeurig de aard, omvang en locatie van aanwezige gebreken en onderhoudsbehoefte vast te stellen. Doel is het verkrijgen van inzicht in de uit te voeren maatregelen ten behoeve van de contractvoorbereiding (bijvoorbeeld RAW of UAV-GC). CROW
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Deze volledige naam wordt bijna nooit meer gebruikt. CROW noemt zichzelf liever ‘kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte’
Dagelijks onderhoud
de onderhoudsmaatregelen die in regelmatige cycli worden uitgevoerd zoals maaien en onkruidbestrijding, legen van afvalbakken e.d. Ook incidentele reparaties, werkzaamheden ingeval van calamiteiten en serviceverlening naar aanleiding van meldingen vallen onder dagelijks onderhoud.
Drooglegging
het verschil in hoogte tussen het polderpeil en het maaiveld.
GO-OR
voorziening groot onderhoud openbare ruimte, ter dekking van kosten voor groot onderhoud (voorheen PP).
Groot onderhoud
de onderhoudsmaatregelen die planmatig worden uitgevoerd, meestal verdeeld over een langere periode (meerjaarlijks). Dit zijn de structurele onderhoudsmaatregelen zoals het opnieuw aanbrengen van een deklaag op asfaltverharding. Ook een gedeeltelijke vervanging van een element (brugdek, brugleuning) betreft groot onderhoud.
Hersteladvies
analyse van de beschikbare informatie en uitwerking tot adviezen voor herstel en onderhoud op basis van de huidige toestand, rekening houdend met economische en diverse andere randvoorwaarden vanuit opdrachtgever. Doel is het verkrijgen van inzicht in de meest doelmatige maatregelen voor uitvoering van herstel (en onderhoud) en de hiermee gepaard gaande kosten.
Inputprijsindex
Inputprijsindex is een indexcijfer gezien vanuit de kosten van de producent. De inputprijsindex van de GWW geeft de gewogen gemiddelde prijsontwikkeling van de bestanddelen loon, materiaal en materieel (gereedschap en machines) weer.3
3 (bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84538NED) (12-1-2023)
pagina 46
IUP
Integraal uitvoeringsprogramma, zie paragraaf 1.5.
Kademuur
walbescherming van metselwerk of beton t.b.v. aanleggen van boten.
Keermuur
muur om een hoogteverschil op te vangen, grondkerende constructie.
Levensduurverlenging
een investering die ervoor zorgt dat een element (kunstwerk, brug of de verlichting) langer mee gaat dan de beoogde levensduur en afschrijvingstermijn. Dit betreft met name het vervangen van elektrische installaties bij civiele kunstwerken en openbare verlichting.
MUP
Meerjaren Uitvoerings Programma Zakkende Bodem, zie paragraaf 1.6
Nader onderzoek
onderzoek om verborgen gebreken, opbouw van constructies, constructieve veiligheid en/of restlevensduur vast te stellen. Bv. in de vorm van monstername, inspectieputten, beproevingen/metingen, verificatieberekeningen en restlevensduuranalyses.
Nulinspectie
term gehanteerd door afdeling Beheer Openbare ruimte en betreft herijking van de data GeoVisia op basis van inspectie- en adviescategorieën conform CROW-CUR Aanbeveling 117
Openbare ruimte
de door de gemeente Gouda beheerde publiek toegankelijke buitenruimte, zowel boven- als ondergronds.
Technische inspectie
meten van de technische kwaliteit op grond van schadebeelden op basis van landelijke normen (bijv. CROW), uitgevoerd door specialisten.
Theoretische levensduur
de gemiddelde levensduur van een element, bepaald op basis van onder andere materiaalsoort en gebruik.
Uitgestelde vervanging
zie Achterstand.
VAT
kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht.
Vervanging
het geheel vervangen van een inrichting(element) uit de openbare ruimte aan het eind van zijn theoretische levensduur of naar aanleiding van technische inspectie.
VI-OR
de investeringskredieten VI-OR ter dekking van kosten van vervangingen (VI) en levensduurverlenging onderhoud (LV).
Wegvak
een stuk weg (rijbaan, maar ook eventueel aangrenzende parkeervakken, fietspaden en/of trottoirs) van maximaal 500 m lengte.
Walmuur
walbescherming van metselwerk of beton.
pagina 47
14
Bijlagen
pagina 48
Bijlage 1 Overzicht Plusgebieden
pagina 49
Bijlage 2 Relatietabellen prestatie-eisen wegbeheer CROW Relatietabellen prestatie-eisen wegbeheer
Onder (lager dan) afgesproken kwaliteitsniveau Plusgebied, voldoet aan afgesproken kwaliteitsniveau overige stad Onder (lager dan) afgesproken kwaliteitsniveau
asfalt
dwarsonvlakheid wegtypen 1 -3 - 6 - 7 geen geen A+ 1 (weinig) A+ 2 (redelijk) A+ 3 (veel) A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A B C D
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A A B
E (ernstig) B C D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
wegtypen 4 - 5 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
asfalt
oneffenheden
wegtypen 1 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
asfalt
rafeling
wegtypen 3 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
pagina 50
asfalt
randschade
wegtypen 1 - 2 , 6 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A A A
E (ernstig) B B C D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A A A
E (ernstig) B B C D
wegtypen 3 - 5 , 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
asfalt
scheurvorming
wegtypen 1 - 2 , 6 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel) wegtypen 3 - 5 , 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
cementbeton
oneffenheden wegtypen 1 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
cementbeton
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen
L (licht)
M (matig)
E (ernstig)
A+ A+ A+
A A A
A B C
D D D
scheurvorming wegtypen 1 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
pagina 51
elementenverharding dwarsonvlakheid wegtypen 3 - 5 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A A B
E (ernstig) B C D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A B C D
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A A B C
E (ernstig) B D D D
geen A+ A+ A+ A+
L (licht) A+ A A A
M (matig) A B B B
E (ernstig) B C C C
wegtypen 6 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
elementenverharding oneffenheden
wegtypen 3 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
elementenverharding voegwijdte
wegtypen 1 - 7 geen 1 (weinig) 2 (redelijk) 3 (veel)
pagina 52
Bijlage 3 Watergangen met nautisch onderhoud
pagina 53
pagina 54
pagina 55
Bijlage 4 Locatie ondergrondse blusleiding Toelichting werking Blusleiding In 2010 is bij de ontwikkeling van de spoorzone gekozen voor een ondergrondse natte blusleiding die onder continue druk staat (4 bar) en bij inschakeling op nog hogere druk (12 bar) wordt gebracht door twee ondergrondse pompen. In het geval van een incident met gevaarlijke stoffen op het spoor is het noodzakelijk dat de brandweer over deze hoge druk beschikt om zo bluskanonnen in te kunnen zetten. Op vijf locaties (zie hiernaast) zijn zogenaamde 'hydranten' geplaatst; koppelstukken waar de brandweer haar apparatuur kan aansluiten op de blusleiding. De twee ondergrondse pompen halen water uit het oppervlaktewater. De installatie verhoogt automatisch de druk wanneer een hydrant in werking wordt gesteld, of de druk op andere wijze lager wordt dan 4 bar, zoals bij lekkages het geval kan zijn. Bij het huidige type is bij leidingbreuk een grote impact op de omgeving te verwachten. Te denken valt aan uitspoeling van het spoortalud, gevaar voor direct omwonenden en grootschalige wateroverlast.
pagina 56