Beheerplan Groot onderhoud en vervanging Openbare Ruimte 2023-2029
Tekst van het document
Beheerplan Groot onderhoud en vervanging Openbare Ruimte 2023-2029
Juni 2023 Afdeling beheer openbare ruimte
pagina 2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Looptijd en reikwijdte
5
1.3
Typen onderhoud
5
1.4
Beeldkwaliteit en bezuinigingen op dagelijks onderhoud
6
1.5
IUP (integraal uitvoeringsprogramma)
7
1.6
GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan) 2019-2023
8
1.7
Toegankelijkheid en Kwaliteit
8
1.8
Duurzaamheid
9
Uitgangspunten Groot onderhoud en Vervanging
10
2.1
Algemene uitgangspunten & zorgplicht
10
2.2
Algemene basisgegevens
13
2.3
Kunstobjecten
13
2.4
Goudse richtlijn en restzettingseis
13
Wegen
14
3.1
Basisgegevens Wegen
14
3.2
Criteria Wegen
16
3.3
Financiën Wegen
18
Kunstwerken
20
4.1
Basisgegevens Kunstwerken
20
4.2
Criteria Kunstwerken
21
4.3
Financiën Kunstwerken
23
Beschoeiingen & Oevers
26
5.1
Basisgegevens Beschoeiingen & Oevers
26
5.2
Criteria Beschoeiingen & Oevers
26
5.3
Financiën Beschoeiingen & Oevers
27
Openbare Verlichting (OVL)
28
6.1
Basisgegevens OVL
28
6.2
Criteria OVL
28
6.3
Financiën OVL
31
Verkeersregelinstallaties (VRI)
33
7.1
Basisgegevens VRI
33
7.2
Criteria VRI
33
7.3
Financiën VRI
34
Watergangen
35
2
3
4
5
6
7
8
3
pagina 3
8.1
Basisgegevens Watergangen
35
8.2
Criteria Watergangen
35
8.3
Financiën Watergangen
36
Spelen
37
9.1
Basisgegevens Spelen
37
9.2
Criteria Spelen
37
9.3
Financiën Spelen
39
Groen
40
10.1
Basisgegevens Groen
40
10.2
Criteria Groen
40
10.3
Financiën Groen
41
Overige elementen in de openbare ruimte
42
11.1
Basisgegevens Stroomkasten
42
11.2
Criteria Stroomkasten
42
11.3
Financiën Stroomkasten
42
11.4
Basisgegevens Blusleiding
43
11.5
Financiën Blusleiding
43
Samenvatting Financiën
44
12.1
Financiën algemeen
44
12.2
Samenvatting financiën 2023-2029
44
13
Begripsomschrijvingen
46
14
Bijlagen
48
Bijlage 1 Overzicht Plusgebieden
49
Bijlage 2 Relatietabellen prestatie-eisen wegbeheer CROW
50
Bijlage 3 Watergangen met nautisch onderhoud
53
Bijlage 4 Locatie ondergrondse blusleiding
56
9
10
11
12
pagina 4
1 1.1
Inleiding Aanleiding Dit beheerplan brengt de beheerbehoefte voor groot- en vervangingsonderhoud in beeld van het areaal in beheer van de afdeling BOR (beheer openbare ruimte). Hierdoor ontstaat inzicht in het benodigd onderhoud en investeringen om de openbare ruimte op het vereiste niveau te houden zoals afgesproken met de gemeenteraad. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om de buitenruimte veilig en bruikbaar te houden. Om de kosten en planning hiervan inzichtelijk te maken wordt het beheerplan opgesteld. Om inzicht in de kosten van groot onderhoud en vervanging actueel te houden, wordt dit beheerplan GOVO jaarlijks geactualiseerd en in principe eenmaal per twee jaar aan college en raad voorgelegd, tenzij er financiële aanpassingen of beleidsmatige wijzigingen volgen uit het beheerplan. In dat geval wordt het beheerplan opnieuw voorgelegd aan de raad.
1.2
Looptijd en reikwijdte Dit beheerplan heeft een looptijd van zeven jaar (2023-2029). Daarbij is de tweede helft (20262029) een globalere doorkijk dan de eerste helft (2023-2025). In dit beheerplan wordt uitgegaan van 1-op-1 vervanging of groot onderhoud. Een hogere kwaliteit of andere inrichting brengt meerkosten met zich mee. Hiervoor zijn dan aanvullende middelen nodig. Een goed voorbeeld hiervan is het Kwaliteitsplan openbare ruimte binnenstad, dat beoogt de omgevingskwaliteit in de binnenstad te verhogen, waarbij dit overkoepelend en kaderstellend document een eigen structureel budget ter beschikking heeft. Hierdoor is een hogere kwaliteit of andere inrichting mogelijk omdat hiervoor apart middelen zijn gereserveerd.
1.3
Typen onderhoud Het dagelijks onderhoud wordt uitbesteed aan private partijen in opdracht en onder toezicht van de afdeling beheer openbare ruimte. Groot onderhoud, levensduurverlenging en vervanging werd altijd al gepland door en uitgevoerd in opdracht van Gouda, met behulp van het IUP (Integraal uitvoeringsplan), zie paragraaf 1.5. In de volgende figuur is weergegeven hoe de verschillende typen van onderhoud de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloeden.
pagina 5
Dit beheerplan betreft alleen groot onderhoud, levensduurverlenging en vervanging, niet het dagelijks onderhoud en ook niet de werkzaamheden die volgen uit het gemeentelijk rioleringsplan. In dit beheerplan maken we onderscheid tussen groot onderhoud, levensduurverlenging en vervanging: • •
•
GO (groot onderhoud) zijn structurele onderhoudsmaatregelen zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van een nieuwe asfaltdeklaag. Ook het vervangen van een gedeelte van een element is groot onderhoud. LV (levensduurverlenging) is een investering die ervoor zorgt dat een element (kunstwerk, brug of de verlichting) langer mee gaat dan de beoogde levensduur en afschrijvingstermijn. Dit betreft met name het vervangen van elektrische installaties bij civiele kunstwerken en openbare verlichting. VI (vervangingsinvestering) is een investering, zoals het compleet vervangen van een element op het moment dat dit element versleten is of niet meer functioneert.
Dit beheerplan heeft voor de geprogrammeerde projecten twee soorten financieringsbronnen. Voor vervangingsinvesteringen en levensduurverlenging gebruiken we investeringsbudgetten die de raad heeft toegekend. Voor groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van een voorziening. Deze voorziening mag, conform het besluit begroten en verantwoorden (BBV), geen negatieve doorkijk hebben. Een paar voorbeelden: het vervangen van het dek of een leuning van een brug is groot onderhoud, het geheel vervangen van de brug is vervanging. Het vervangen van een verlichtingsarmatuur waardoor deze verlichting weer een nieuwe levenscyclus (afschrijvingstermijn) mee gaat beschouwen we als levensduurverlenging. In de hoofstukken 3 t/m 11 wordt per beheeronderdeel aangegeven welke typen onderhoud er zijn. 1.4
Beeldkwaliteit en bezuinigingen op dagelijks onderhoud Met ingang van 1 januari 2012 werken we met prestatie-eisen op basis van de beeldsystematiek van de CROW. Bij de invoering in 2012 is besloten dat de beeldkwaliteit voor geheel Gouda niveau BCROW wordt. Dit met uitzondering van de elementenverharding, die voor de gehele stad werd teruggebracht naar kwaliteitsniveau CCROW. Dit in verband met een bezuiniging van jaarlijks € 750.000,- op het dagelijks onderhoud. Op de elementenverharding in het plusgebied is niet bezuinigd, deze bleef op het (nieuw afgesproken) niveau BCROW. Voor zwerfvuil is de beeldkwaliteit in het plusgebied niveau ACROW. Het plusgebied betreft het (kern)winkelgebied, NS-stations en toeristische locaties zoals Museumhaven, omgeving schouwburg en Klein Amerika. Per 1 januari 2015 is er aanvullend bezuinigd op het dagelijks onderhoud. Deze bezuiniging van € 500.000,- is grotendeels ingevuld door het verlagen van het onderhoudsniveau van openbaar groen voor zover heesters en (blok)hagen naar het kwaliteitsniveau CCROW. Bij de terugname van dagelijks onderhoud Groen in 2017 is besloten om de bezuiniging van 2015 terug te draaien en weer de oorspronkelijke beeldkwaliteit niveau B te hanteren.
De achterstand die is ontstaan door het lagere onderhoudsniveau in de periode 2015 t/m 2017 is gefaseerd weggewerkt, ten laste van de reguliere exploitatiebudgetten en de incidentele ruimte in de budgetten uitbesteed werk. Momenteel geldt voor Gouda beeldkwaliteit BCROW, en voor de elementenverharding CCROW (m.u.v. het plusgebied, daar geldt voor elementenverharding BCROW). Ruim 10 jaar na invoering van de bezuiniging op elementenverharding zijn de gevolgen ervan op veel plekken zichtbaar. Door het lage(re) kwaliteitsniveau neemt de kans op onveilige situaties toe en moet er vaker ad-hoc gereageerd worden op calamiteiten. Daarnaast is dagelijks onderhoud soms niet meer goed uit te voeren; hierdoor komen meer gebieden in aanmerking voor groot- of vervangingsonderhoud. Zie voor de relatie met toegankelijkheid en kwaliteit paragraaf 1.8.
pagina 6
Per 1-1-2018 zijn de kwaliteitsafspraken als volgt: Stad
Plusgebied
*)
beeldkwaliteit A beeldkwaliteit B beeldkwaliteit C
elementenverharding zwerfvuil overig *) Plusgebied =(Kern)wink elgebied, NS-stations en toeristische locaties
1.5
IUP (integraal uitvoeringsprogramma) In het IUP komen alle vervangings- en groot onderhoudsprogramma’s samen: • De meeste projecten in het IUP komen voort uit dit beheerplan. In verband met het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording, gewijzigd in 2017) kennen de beheerplan projecten nog maar twee financieringsbronnen: GO-OR (voorziening groot onderhoud) en VI-OR (investeringskredieten voor vervanging en levensduurverlenging). In het IUP zijn deze projecten aangegeven met een B (Beheerplan). • In het IUP zijn ook projecten opgenomen op basis van het GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan) 2019-2023, zie paragraaf 1.7. Deze rioolprojecten zijn in het IUP aangeven met een R (Riool) • CIP (Concern Investeringsplan) projecten zijn verbeterprojecten die afwijken van de criteria van dit beheerplan, bijvoorbeeld projecten op basis van het mobiliteitsplan, nieuwe aanleg van ondergrondse afvalcontainers of (her)inrichting van de openbare ruimte naar aanleiding van wijkontwikkelingsprojecten. In het IUP zijn deze projecten aangegeven met een A (Aanvullend). In dit beheerplan wordt alleen de beheerbehoefte inzichtelijk gemaakt. Het beheerplan wordt verwerkt in het IUP, waarmee de financiële doorkijk gemaakt wordt. Zie verder hoofdstuk 12.
pagina 7
1.6
GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan) 2019-2023 De beheerdiscipline Riool maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan. Groot onderhoud en vervanging van riool vindt plaats op basis van het gemeentelijk rioleringsplan en de kosten hiervoor worden gedekt uit de rioolheffing. Met ingang van de jaarrekening 2022 is de voorziening riolering gesplitst in een spaardeel en een egalisatiedeel. Voor de investeringen wordt gespaard in het spaardeel en overschotten en tekorten worden verrekend met het egalisatiedeel. In maart 2019 is het GRP 2019-2023 vastgesteld. Hierin worden vijf doelen onderscheiden: • Zorgplichten op orde • Klaar voor de toekomst • Innovatie • Meten en leren in de praktijk • Communicatie en participatie Deze doelen reiken verder dan alleen de rioolprojecten. Klaar voor de toekomst houdt bijvoorbeeld ook het verbeteren van kolkenstelsels in (ophogings-)projecten in. Dit wordt vanuit de rioolheffing gefinancierd. Bij het inplannen van groot onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met gebieden die worden aangepakt vanuit het rioleringsplan. Beheerbehoefte die meegenomen wordt in GRPprojecten en financieel wordt gedekt uit de rioolheffing is in dit beheerplan niet meegeteld / meegerekend.
Bij deze wegvakken wordt er dus vanuit gegaan dat het riool geheel vervangen moet worden, de straat “open gaat” en de kosten van ophoging (VO) / herstraten (GO) ten laste komen van de rioolheffing. Indien een riool gerepareerd kan worden (in plaats van vervangen) heeft dit tot gevolg dat het wegvak alsnog in het beheerplan moeten worden opgenomen en ten laste komt van GO-OR of VI-OR. Mocht een rioolproject uitgesteld of sterk vertraagd worden dan zullen de kosten van dat project eveneens alsnog ten laste de genoemde financieringsbronnen van het beheerplan komen.
1.7
Toegankelijkheid en Kwaliteit In het Bestuursakkoord 2022-2026 “Geef Gouda door!” is structureel budget beschikbaar gesteld voor verbetering van toegankelijkheid van het openbaar gebied (1,5 miljoen per jaar). Ten aanzien van de openbare ruimte is in het Bestuursakkoord opgenomen: We investeren in de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte. Wat we oppakken doen we integraal, duurzaam en toegankelijk. Het toevoegen van twee criteria aan de reeds toegepaste vereisten zorgt dat bij plannen van grooten vervangingsonderhoud in de openbare ruimte wordt aangesloten bij het Bestuursakkoord. Knelpunten en aanpak In het Beheerplan Groot- en Vervangingsonderhoud Openbare Ruimte is al een aantal achtereenvolgende jaren aangegeven dat er knelpunten in het beheer zijn. Dit is allemaal terug te leiden naar bezuinigingen in het beheer en onderhoud. Hierdoor zijn er steeds meer locaties waar overlast door lage kwaliteit van de openbare ruimte ontstaat en deze niet op te lossen zijn met dagelijks onderhoud. Hierbij valt onder andere te denken aan hoogteverschillen tussen openbaar gebied en eigen terrein, verouderde wijken (versleten verharding/ verouderde inrichting) en wortelopdruk.1 Hierover komen steeds meer signalen uit de stad waaruit blijkt dat inwoners in toenemende mate last ondervinden van de beperkte toegankelijkheid van hun woonomgeving.
Gebieden waar deze hinder bovengemiddeld vaak voorkomt worden komende jaren aangepakt. De effecten hiervan zijn verwerkt in dit beheerplan. Van belang is wel om te vermelden dat investeren in een hogere kwaliteit van het openbaar gebied niet alleen stopt bij het ophogen van bepaalde straten. Dit betekent ook dat eerder zal moeten worden ingegrepen met (dagelijks of groot) onderhoud om te voorkomen dat de situatie opnieuw optreedt en het geïnvesteerde kapitaal vernietigd wordt. Deze afweging zal separaat gemaakt moeten worden. Door het beschikbaar stellen van extra budget voor toegankelijkheid in het Bestuursakkoord kan een deel van bovengenoemde knelpunten worden aangepakt. Er is echter beperkt budget beschikbaar. Daarom is het van belang om keuzes te maken waar zo veel mogelijk Goudse inwoners van profiteren. In en rond voorzieningen die veel publiek trekken of
1 Dit betreft slechts voorbeelden van de problemen, meerdere knelpunten zijn bekend.
pagina 8
waar meer mensen met een beperking komen, is het extra van belang om te streven naar toegankelijkheid. Denk aan basisvoorzieningen zoals winkelcentra, stations, verzorgings/verpleeghuizen, ziekenhuizen en begraafplaatsen. Dit zijn echter denkrichtingen waarover later aparte keuzes moeten worden gemaakt. De exacte uitwerking van het VN-verdrag handicap en de Lokale Inclusie Agenda worden apart besproken met college en raad. Gebiedskenmerken Om een integraal buurtgerichte aanpak mogelijk te maken spelen ook andere aspecten mee in de afweging om het openbaar gebied aan te pakken. Zoals kenmerken van een gebied die ervoor zorgen dat de algehele kwaliteit van de openbare ruimte achterblijft ten opzichte van andere gebieden in de stad. Deze kenmerken worden meegenomen in de afweging wel of niet onderhoud te programmeren. Zo wordt in woonwijken waar op niet-doorgaande wegen asfalt aanwezig is dit bij vervangingsonderhoud vervangen door elementenverharding omdat asfalt niet passend is bij de huidige inrichting, beperkingen heeft in beheer en duur is in onderhoud. Gemiddelde drooglegging & technische staat (leidend criterium) Voorgaand beleid ten aanzien van de openbare ruimte ging uit van twee criteria waarop projecten gepland worden: de droogleggingseis (ingrijpmoment bij gemiddeld 20cm boven polderpeil) en de technische staat (schade, slechte fundering, e.d.).
Om bovenstaande knelpunten aan te pakken en tegemoet te komen aan het bestuursakkoord is het noodzakelijk om deze criteria uit te breiden. Onderstaand model illustreert de aanpak op basis van de criteria:
De vier criteria zorgen voor een gebalanceerd beeld op basis van gegevens en waarnemingen waarbij de beheeropgave na analyse en filtering (o.a. samenhang energietransitie, overige opgaven in een gebied zoals rioolprojecten, nutswerkzaamheden etc.) tegen elkaar worden afgewogen en geprioriteerd. Deze analyse leidt tot de beheeropgave voor de stad. In dit beheerplan zijn projecten opgenomen op basis van bovenstaande criteria. 1.8
Duurzaamheid Zoals in het bestuursakkoord 2022-2026 ‘Geef Gouda door’ is aangegeven gaat duurzaamheid over alle beleidsterreinen. In dit beheerplan is daarom voor elk beheeronderdeel een apart kopje met betrekking tot dit onderwerp opgenomen waarin wordt toegelicht welke soort activiteiten al worden uitgevoerd en waar nog uitdagingen liggen voor de toekomst.
pagina 9
2
Uitgangspunten Groot onderhoud en Vervanging
2.1
Algemene uitgangspunten & zorgplicht In dit beheerplan is de openbare ruimte van Gouda ingedeeld in negen onderdelen: wegen, kunstwerken, OVL (openbare verlichting), VRI (verkeersregelinstallaties), watergangen, beschoeiingen, speelvoorzieningen, groen en overige elementen in de openbare ruimte. In de volgende hoofdstukken wordt per beheeronderdeel de kaders, afwegingen en keuzes met betrekking tot groot onderhoud en vervanging beschreven. De gemeente heeft als beheerder van de openbare ruimte de wettelijke taak zorg te dragen voor de veiligheid en bruikbaarheid hiervan. De opgaven die voortvloeien uit deze ‘zorgplicht’ vormen dan ook de omvang van de opgave in dit beheerplan. In voorgaande jaren is (veelvuldig) bezuinigd op onderhoud, waar nu de effecten van zichtbaar zijn. Het onderhoud in de openbare ruimte geschiedt op basis van een prioritering. Zie hiervoor de onder paragraaf 1.8 toegelichte systematiek. In ieder hoofdstuk is beschreven aan welke (technische) criteria moet worden voldaan. In algemene zin gelden de volgende uitgangspunten: • Veiligheid: de openbare ruimte moet veilig kunnen worden gebruikt. Door onderhoud tijdig uit te voeren kunnen gevaarlijke situaties worden voorkomen of worden opgelost. • Functionaliteit: de mate waarin objecten in de openbare ruimte hun functie kunnen vervullen.
Zoals bijvoorbeeld een brug die gebruikt kan worden zoals de bedoeling was volgens het ontwerp. • Duurzaamheid: de mate waarin het object/de openbare ruimte voldoen aan de originele ontwerpstaat. Het niet (tijdig) uitvoeren van onderhoud kan leiden tot vroegtijdige aantasting en verval. Zie ook paragraaf 1.9 en de aparte hoofdstukken voor specifieke informatie over hoe met duurzaamheid wordt omgegaan. • Beeldkwaliteit: in algemene zin gaat dit over de aanblik van het object of de openbare ruimte. Zie ook paragraaf 1.4. De overige uitgangspunten voor dit beheerplan zijn als volgt: • Eenheidsprijzen zijn de lokale prijzen, zoals ze binnen de gemeente Gouda - op basis van ervaring - gehanteerd worden. Bij de jaarlijkse actualisering wordt aan de hand van uitgevoerde projecten bekeken of eenheidsprijzen bijgesteld moeten worden. Deze wijzigingen van eenheidsprijzen worden in het betreffende hoofdstuk beschreven. • Kosten voor vervangingen zijn inclusief verwijderen en afvoeren. • Genoemde kosten zijn inclusief winst & risico van de aannemer. • Genoemde kosten zijn exclusief BTW. • Genoemde kosten zijn inclusief 7,5% externe VAT (voorbereiding, administratie en toezicht). • Sinds 2015 is de interne VAT niet meer opgenomen in de kosten zoals benoemd in dit beheerplan.
Dit aangezien in het IUP (Integraal uitvoeringsprogramma) voor interne VAT een budget voor de afdeling Projecten Openbare Ruimte (POR) is opgenomen. • De genoemde kosten zijn prijspeil oktober 2021. Hiervoor zijn de kosten met 17,22% geïndexeerd op basis van de (laatst definitieve) CBS Grond-, weg- en waterbouw (GWW) index van oktober 2021. Het betreft de indexering t.o.v. het ijkpunt van 2012, het eerste beheerplan GOVO. • In dit beheerplan is geen rekening gehouden met areaaluitbreidingen zoals bijvoorbeeld Westergouwe. De aanname is dat er gedurende de looptijd van dit beheerplan nog geen sprake is van groot onderhoud en/of vervanging in dit gebied. • De genoemde bedragen betreffen de totale beheerbehoefte voor groot onderhoud, levensduurverlenging en vervanging. Zie verder paragraaf 1.5, IUP (Integraal uitvoeringsprogramma). • De opgenomen bedragen zijn geprognotiseerde bedragen en kunnen derhalve hoger of lager uitvallen in de uiteindelijke projecten, afhankelijk van lokale factoren en aspecten. Hier is zoveel als mogelijk rekening mee gehouden. • Projecten worden realistisch gepland en begroot op basis van een integrale afweging. Hierin nemen we onder andere mee: kennis van de markt, huidige en toekomstige capaciteit
pagina 10
binnen de betrokken afdelingen (beheer en projecten) en haalbaarheid (zoals bereikbaarheid van de stad/samenhang andere projecten). Inputprijsindex CBS Geplande werkzaamheden in dit beheerplan leiden tot projecten in de buitenruimte van Gouda. Om te zorgen dat de gehanteerde prijzen in dit beheerplan de marktontwikkeling volgen wordt er een indexatie uitgevoerd op de eenheidsprijzen die we hanteren. Dat zorgt ervoor dat het verschil tussen begrote kosten en daadwerkelijke kosten verkleind wordt. Wel zit hier altijd een vertraging in, waardoor eventuele prijsverschillen kunnen ontstaan. Ook de tijd tussen het plannen van een project en het daadwerkelijk uitvoeren ervan kan kostenverhogend werken. Uiteraard kan het ook voorkomen dat een project lagere kosten maakt dan aanvankelijk gedacht. De Inputprijsindex geeft inzicht in de (2015=100) van de kosten loon, materiaal en materieel voor Grond-, Weg- en Waterbouwprojecten (GWW). Er worden tien deelgebieden binnen de GWW onderscheiden. Deze deelgebieden zijn ontleend aan de standaard Classification Products to Activity. Voor elk deelgebied wordt een indexreeks bepaald op basis van de prijsontwikkelingen van de verschillende kostencomponenten waaruit het te realiseren product -in dit geval een project in de GWW- is opgebouwd. Het prijsindexcijfer voor de Totaal GWW is een gewogen gemiddelde van de tien deelgebieden.
De gepubliceerde prijsindexcijfers van de GWW zijn gebaseerd op het gemiddelde prijsniveau van de betreffende maand. Bij de samenstelling van deze index blijven de mutaties in de algemene kosten en 'winst & risico' buiten beschouwing. Naast de prijsindexcijfers worden ook de ontwikkelingen ten opzichte van 1 jaar eerder gepubliceerd.2
Gehanteerd indexcijfer
2 bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84538NED (12-1-2023)
pagina 11
De systematiek van het beheerplan is gebaseerd op de laatst definitieve prijsindex zoals vastgesteld door het CBS. De prijsindexcijfers zijn tot en met 2021 definitief. De overige prijsindexcijfers zijn voorlopig. De periode dat de prijsindexcijfers voorlopig zijn is afhankelijk van het moment dat de bij de GWW betrokken cao's worden afgesloten. Deze periode kan variëren van 4 tot circa 16 maanden na de periode waarover de cijfers worden berekend.3 Dit betekent dat de verwachting is dat in een volgend beheerplan een aanzienlijke prijsstijging (+14,9% t.o.v. huidig beheerplan o.b.v. voorlopige index oktober 2022) kan worden verwacht. Afhankelijk van hoe de marktsituatie zich ontwikkelt kan deze verwachting worden bijgesteld.
pagina 12
2.2
Algemene basisgegevens Dit beheerplan betreft alleen het areaal dat in beheer is bij de afdeling Beheer openbare ruimte van gemeente Gouda. Vrijwel alle beheeronderdelen van dit beheerplan zijn opgenomen in hetzelfde beheersysteem, GeoVisia. Alleen straatmeubilair is niet opgenomen in het systeem. Per beheeronderdeel wordt in elk hoofdstuk aan het begin een overzicht van de areaalomvang gegeven.
2.3
Kunstobjecten Onderhoud van kunstobjecten (beeldende kunst) betreft alleen dagelijks beheer zoals reiniging en reparaties. Bij deze kunstobjecten is geen sprake van vervanging. Zodra een kunstobject niet meer gerepareerd kan worden, komt deze te vervallen. In dit beheerplan zijn geen kosten opgenomen voor vervanging van kunstobjecten of grote reparaties. Er is ook geen budget gereserveerd voor nieuwe (vervangende) kunstwerken.
2.4
Goudse richtlijn en restzettingseis In 2006 is de Goudse richtlijn vastgesteld: bij planmatig onderhoud wordt uitgegaan van een minimale drooglegging van 20 centimeter en een maximale leeftijd (van wegen) van 40 jaar. Daarvoor werd een drooglegging van 30 cm gehanteerd. Uit berekeningen bleek dat een drooglegging van 30 cm in Gouda financieel niet haalbaar was. Vandaar dat in 2006 de ambitie is bijgesteld tot de Goudse Richtlijn 20/40 (raadsbesluit 478558, 27 september 2006). De Goudse richtlijn 20/40 betreft het ingrijpmoment, het tijdstip waarop groot onderhoud uitgevoerd gaat worden. Dit moet niet verward worden met de 30/30 norm voor restzetting. Dit is een kwaliteitseis voor ophogingen: na 30 jaar mag de restzetting niet meer dan 30 cm bedragen. Bij ophogingen wordt er in principe opgehoogd tot een drooglegging van gemiddeld 65 cm. Uitgaande van een maximale restzetting van 30 cm in 30 jaar (gemiddeld 1 cm per jaar) is na 40 jaar de drooglegging minimaal 25 cm. Hiermee wordt voldaan aan de Goudse richtlijn. Bij de vaststelling van de nota LTI 2010-2017 is besloten de Goudse norm ten aanzien van leeftijd los te laten (raadsbesluit 66873, 12 april 2011). Een leeftijd van 40 jaar wil immers lang niet altijd zeggen dat een weg zodanig slecht is dat ingegrepen moet worden.
Een drooglegging van minimaal 20 cm en bruikbaarheid van de weg zijn de criteria die gehanteerd worden ter bepaling van het ingrijpmoment.
pagina 13
3 3.1
Wegen Basisgegevens Wegen Per 17-4-2023 beheert Gouda: Elementenverharding 1.830.803 m2 Asfaltverharding 706.563 m2 Betonverharding 12.360 m2 Onverharde wegen 54.837 m2 Kunststof 1.151 m2 Dit beheeronderdeel betreft niet alleen de verhardingen, maar ook straatmeubilair en bebording. Alle gegevens van de Goudse wegen zijn vastgelegd in beheersysteem GeoVisia. Het systeem bevat informatie over de leeftijd van de weg, inspectiegegevens en de drooglegging. Groot onderhoud Groot onderhoud betreft herstraten van elementenverharding en vervangen of herstellen van de asfaltdeklaag. Groot onderhoud wordt bepaald op basis van de jaarlijkse weginspectie. Hierbij worden alle wegen geïnspecteerd conform de richtlijnen van de CROW. Bij de weginspecties worden per wegdeel de verschillende schades opgenomen. Per type schade (scheurvorming, oneffenheden etc.) wordt genoteerd of er sprake is van geen schade, lichte, matige of ernstige schade. Deze indeling van schades is van belang voor het programmeren van groot onderhoud (zie 3.2). Kleine schades vallen onder dagelijks onderhoud. Ook herstel t.b.v. veiligheid is dagelijks onderhoud en valt dus buiten dit beheerplan. Vervanging: LiDAR-scan Naast de weginspecties werd voorheen tweejaarlijks de drooglegging van alle wegvakken gemeten.
Per wegvakonderdeel (rijbaan, voetpad etc.) werden 3 droogleggingsmetingen gedaan en werd de gemiddelde drooglegging bepaald. In 2020 is door middel van LiDAR een nieuw type hoogtemeting uitgevoerd. Bij deze innovatieve methode wordt in plaats van op drie punten op duizenden punten per wegvak een meting uitgevoerd met laserpulsen. Een LiDAR-scan levert een puntenwolk op waarbij nauwkeurige hoogtemetingen kunnen worden uitgevoerd. Dit geeft een vollediger beeld waarbij de te vervangen wegvakken beter kunnen worden vastgesteld dan op basis van drie meetpunten. Dit heeft geleid tot een andere programmering ten aanzien van vervanging voor de komende beheerplanjaren dan op basis van de eerdere meetmethode.
pagina 14
Bij de normale meetmethode wordt gebruik gemaakt van drie hoogtepunten per wegvak, waarbij een wegvak een lengte kan hebben tot 200 meter. Dat levert onderstaand beeld op:
Met de LiDAR-scan wordt het mogelijk om nauwkeuriger metingen uit te voeren. Dit levert een kaart op waarbij lager liggende delen donkerder rood worden gekleurd. Hierdoor zijn gerichtere werkzaamheden mogelijk. In de kaart hieronder is het verschil duidelijk te zien:
Tot 2018 waren een aantal recreatieve voetpaden (niet doorgaande paden) niet meegenomen in de meting van de drooglegging. In de LiDAR-scan zijn deze paden grotendeels wel gemeten. Hieruit bleek dat bij het overgrote deel van deze paden de gemiddelde drooglegging nog voldoende groot was. Herstel (aanvullen) van halfverharding (paden van gebroken natuursteen e.d.) betreft dagelijks onderhoud en is dus niet opgenomen in dit beheerplan.
pagina 15
Straatmeubilair Straatmeubilair zoals paaltjes, fietsenklemmen, antiparkeervoorzieningen, verkeers- en straatnaamborden, bewegwijzering, boombescherming, banken, afvalbakken, hekwerken etc. zijn ondergebracht bij het beheeronderdeel wegen. Voor vervanging van deze elementen is een stelpost opgenomen. Incidentele vervanging van straatmeubilair en verkeers- en straatnaamborden valt onder dagelijks beheer. Containers ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval worden niet tot straatmeubilair gerekend. Groot onderhoud en vervanging hiervan komt ten laste van de afvalstoffenheffing. ANWB masten, de zonnepanelen in Achterwillens en het zonnepaneel van het Oranjeplein vallen sinds 2019 niet meer onder wegen, maar zijn in het hoofdstuk openbare verlichting opgenomen.
3.2
Criteria Wegen Vervanging - hoogtemeting Vervanging betreft de complete vervanging van een wegconstructie. Op basis van de hoogtescan (2020) is vervanging (de ophogingen) gepland. In 2021 zijn daar enkele wegvakken aan toegevoegd, op basis van aanvullende hoogtemetingen. Voor het bepalen van de vervanging is in eerste instantie gekeken naar de wegvakken waarbij de gemiddelde drooglegging minder dan 20 cm is. In principe zijn al deze wegvakken opgenomen in dit beheerplan. Aan de hand van de waterpassing wordt de gemiddelde drooglegging per wegvak bepaald. Voor de prognose van drooglegging wordt uitgegaan van een gemiddelde zetting van 1 cm per jaar. Sommige wegvakken blijven onverminderd zakken, bij andere wegvakken neemt de zettingssnelheid langzaam af. Daarom wordt bij wegvakken met een drooglegging rond het ingrijpmoment (20 cm) met behulp van historische meetgegevens de zettingssnelheid bekeken. Op basis van de huidige drooglegging en deze zettingssnelheid wordt per wegvak het jaar van vervanging (ophogen) bepaald. Daarnaast biedt de tweejaarlijkse LiDAR-scan inzicht in de staat van het areaal en kan hierop het beheerplan worden bijgesteld. Sinds beëindigen van de MUP (zie paragraaf 1.6) is er geen integrale aanpak meer en worden alleen de laagst liggende wegen opgehoogd.
Deze vleksgewijze aanpak leidt eerder tot wateroverlastproblemen bij de weggedeelten die buiten de ophoging vielen. Vervanging - valdeflectiemeting Het onderhoud van asfaltwegen wordt bepaald aan de hand van de waterpassing (VO) en de visuele weginspectie (GO). Bij een visuele inspectie wordt niet gekeken naar de oorzaak van schade. Gevolg is dat regelmatig schades hersteld moeten worden op hetzelfde wegvak. De oorzaak van een schade kan wel in beeld worden gebracht door het uitvoeren van een valdeflectiemeting. Bij deze meting wordt de draagkracht van de verhardingsconstructie en de ondergrond bepaald. Hiermee wordt de restlevensduur van de gehele constructie in beeld gebracht. De meeste gemeenten bepalen de onderhoudsbehoefte voor de middellange en lange termijn van asfaltwegen op deze manier. Uit een uitgevoerde valdeflectiemeting is gebleken dat de Fluwelensingel op korte termijn aangepakt moet worden. Aangezien ook dit ook de fundering betreft, is dit geen groot onderhoud maar vervangingsonderhoud. De kosten hiervoor zijn opgenomen in dit beheerplan. In 2020 is een valdeflectiemeting plaatsvinden op alle asfalt hoofdwegen. Wegen die uit deze scan naar voren zijn gekomen zijn opgenomen in dit beheerplan. Kosten om zowel de valdeflectiemeting als de LiDAR-scan uit te voeren zijn apart opgenomen in de tabel vervangingen.
pagina 16
Uitzonderingen vervanging In de binnenstad wordt de minimale droogleggingseis op verschillende plaatsen niet gehaald. Ophogen is echter geen optie omdat ook diverse vloerpeilen van panden en kades laag liggen. Hier wordt een mindere drooglegging dus geaccepteerd en ook deze wegvakken zijn niet opgenomen in dit beheerplan. Groot onderhoud In principe worden alle wegen jaarlijks geïnspecteerd. Er is in 2022 een nieuwe weginspectie uitgevoerd waarvan de uitkomsten zijn meegenomen in dit beheerplan. Met ingang van het beheerplan 2017 worden de tabellen van de CROW gehanteerd, waarin de relatie is aangegeven tussen prestatie-eisen en wegbeheer. De tabellen zijn dus een vertaling van de technische weginspectie naar de kwalitatieve beeldsystematiek. Hierbij wordt per type schade (bijv. voegwijdte of randschade) onderscheid gemaakt tussen de verschillende wegtypen (bijv. gebiedsontsluitingsweg, weg in woongebied of fietspad). In hoofdlijnen is de beoordeling niet anders dan onze criteria van eerdere jaren, maar er zijn wel kleine verschillen. Bijvoorbeeld bij een fietspad (wegtype 7) wordt dwarsonvlakheid (spoorvorming) iets zwaarder beoordeeld dan voorheen en scheurvorming iets minder zwaar. De CROW tabellen zijn te vinden in bijlage 2. De aanpakpercentages van de verschillende schades zijn als volgt: Asfalt: bij alle schades aanpakpercentage van 100% van oppervlak. M.u.v.
randschade waarbij 30% aangepakt wordt. Elementenverharding: E1 en M schades: 30% van het oppervlak aanpakken; E2 en meerdere E1 schade: 50% van het oppervlak aanpakken; Alle overige schades: 100% van het oppervlak aanpakken. Met meerdere E1 schades wordt bedoeld dat er meerdere type schade op een wegvak zijn geconstateerd die elk een E1 schade betreffen. Bijv. E1 oneffenheden en E1 dwarsonvlakheid. Combinaties van meerdere schades in een wegvak die zwaarder zijn dan E1 zijn dus allemaal als 100% aanpakken gerekend. De reden voor deze wijziging van aanpakpercentage is dat in praktijk gebleken is dat bij meerdere schades binnen een wegvak een gedeeltelijke aanpak technisch niet uitvoerbaar was. Kanttekeningen wegbeheer Dit beheerplan gaat uit van 1:1 vervanging. Dit betekent dat ook in het plusgebied bij groot onderhoud (herstraten) de betonstenen en –tegels in principe niet vervangen worden voor gebakken materiaal. Bij herstraten wordt uitgegaan van hergebruik van materiaal. Echter herstraten met versleten straatstenen is technisch niet altijd mogelijk. Met eventuele kosten voor nieuw materiaal is in dit beheerplan geen rekening gehouden. De eenheidsprijzen voor zowel groot onderhoud als vervanging zijn al jaren ongewijzigd, m.u.v. indexering (zie paragraaf 2.1.) De eenheidsprijzen voor vervanging zijn van oorsprong opgesteld voor aanpak van gehele straten en buurten.
Door de huidige vleksgewijze aanpak staan deze prijzen wel onder druk. De kosten van onderzoek zijn bijvoorbeeld voor een wegdeel vrijwel net zo hoog als die voor de gehele weg. Wellicht moeten de prijzen daarom in de toekomst naar boven bijgesteld worden. Duurzaamheid Ter vervanging van asfaltwandelpaden wordt het product ‘Stabilizer’ aangebracht. Dit materiaal is een half-verharding en is CO2-neutraal en circulair. Daarnaast biedt het mogelijkheden om de buitenruimte klimaat-adaptief in te richten en gaat het nieuwe wortel-opdruk tegen. In de binnenstad wordt in de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) voorgeschreven gebruik te maken van mix-soorten gebakken straatmateriaal. Dat betekent dat zoveel mogelijk wordt hergebruikt. Door slechts beperkt nieuw materiaal te kopen wordt in de gehele keten CO2-uitstoot beperkt. In het nieuwe contract voor groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een terrein te huren om materialen op te slaan zodat deze later opnieuw kunnen worden gebruikt. Deze pagina 17
circulaire oplossing zorgt voor een lagere CO2-uitstoot (o.a. door minder transportbewegingen en minder materiaalgebruik) en lagere kosten omdat er geen nieuwe materialen worden aangeschaft. Ook wordt zoveel mogelijk geprobeerd om projecten te combineren; deze ‘werk-met-werk’-aanpak zorgt ook voor een lager aantal vervoersbewegingen. In de praktijk blijkt dit slechts beperkt mogelijk. Het uitgangspunt hierbij is als volgt: indien mogelijk ‘werk-met-werk’; materialen opslaan op apart terrein voor hergebruik; indien geen hergebruik mogelijk is pas afvoeren naar verwerker. Het verdient aanbeveling om als gemeente zelf actief op zoek te gaan naar een terrein voor de opslag van diverse materialen zodat deze bij projecten opnieuw kunnen worden toegepast. Dit traject is reeds in werking gezet.
3.3
Financiën Wegen Vervanging Op basis van de criteria uit de vorige paragraaf is de beheerbehoefte berekend. Vervanging (2023 t/m 2029) en groot onderhoud (2023) binnen GRP projecten zijn in dit beheerplan niet opgenomen / meegerekend, zie paragraaf 1.6. Met de eventuele gevolgen van werkzaamheden op basis van het mobiliteitsplan is geen rekening gehouden Zie ook paragraaf 3.2. Daarnaast zijn geplande vervangingen die reeds een intern projectnummer hebben op basis van eerdere beheerplannen niet in onderstaand overzicht meegenomen. Op basis van nieuwe hoogtemetingen met behulp van LiDAR zijn waar mogelijk combinaties gemaakt met reeds bestaande projecten of nieuwe projecten ingepland. Voor de vervanging van straatmeubilair is jaarlijks een reservering opgenomen van €30.000 excl. VAT, voor bebording is gerekend met een reservering van € 10.000,- excl. VAT. Deze bedragen zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Voor archeologisch onderzoek is een bedrag opgenomen. Dit budget is benodigd om bij ophogingen en rioolvervanging het wettelijk verplichte onderzoek uit te kunnen voeren. Bij de bepaling van kosten is geen rekening gehouden met de toepassing van lichtgewicht ophogingsmaterialen of gewichtsneutraal ophogen (verwijderen van oude funderingslagen ter voorkoming van versnelde zetting). Ook is een bedrag opgenomen als stelpost ten gunste van toegankelijkheid.
Dit is bedoeld om snel plekken aan te kunnen pakken die niet als project zijn opgenomen in het beheerplan onder de noemer van toegankelijkheid, maar wel aanpassing vereisen. Dit bedrag is afkomstig uit het budget voor toegankelijkheid zoals in het bestuursakkoord aangegeven. Geprognotiseerde kosten vervanging (met uitzondering van reeds geplande projecten):
VI Wegen incl. VAT & GWW
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Asfalt Elementen Overige verhardingen
261 -
1.199.989 285.041 5.090
1.100.624 1.354.120 -
2.405.771 3.631.885 1.660
675.969 813.384 -
228.713 813.384 -
112.774 499.710 -
Bebording en meubilair
50.405
50.405
50.405
50.405
50.405
50.405
50.405
Toegankelijkheid Arcehologisch onderzoek Hoogtemeting en valdeflectie
126.012 -
126.012 200.000
126.012 200.000
126.012 200.000
126.012 200.000
126.012 200.000
126.012 200.000
-
62.238
-
62.238
-
62.238
-
Totaal
176.677
1.928.773
2.831.177
6.477.970
2.312.466
1.480.752
988.900
pagina 18
Groot onderhoud Voor groot onderhoud kan op basis van de weginspectie slechts 1 jaar vooruit worden gekeken. In het najaar van 2022 is er een weginspectie geweest, groot onderhoud voor 2023 is bepaald op basis van de weginspectie van 2022. Voor latere jaren wordt gewerkt met een gemiddeld bedrag. Aangezien in dit beheerplan wordt uitgegaan van 1-op-1 vervanging is hierbij geen rekening gehouden met vervanging van betonstenen en –tegels door gebakken materiaal in het plusgebied. Geprognotiseerde kosten groot onderhoud: GO Wegen incl. VAT & GWW
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Asfalt Elementen Overige verhardingen Bebording en Meubilair Totaal
899.207 726.499 -
899.207 726.499 -
899.207 726.499 -
899.207 726.499 -
899.207 726.499 -
899.207 726.499 -
899.207 726.499 -
-
-
-
-
-
-
-
1.625.706
1.625.706
1.625.706
1.625.706
1.625.706
1.625.706
1.625.706
pagina 19
4 4.1
Kunstwerken Basisgegevens Kunstwerken Dit beheeronderdeel betreft de civiele kunstwerken zoals bruggen, duikers, tunnels e.d. Kunstobjecten (beeldende kunst e.d.) in de openbare ruimte zijn in dit hoofdstuk dus niet opgenomen. Zie ook paragraaf 2.3. Voor beschoeiingen (zowel boven als onder water) zie hoofdstuk 5. Overige oeverwerken zoals damwanden en kades vallen onder dit hoofdstuk Kunstwerken. Alle gegevens van de kunstwerken zijn vastgelegd in het beheersysteem GeoVisia. Het beheersysteem bevat informatie over de leeftijd, materiaal, lengte e.d. Ook zijn alle inspecties en de daaruit volgende maatregelen en kosten inzichtelijk geprognotiseerd in het systeem. Per 09-04-2023 beheert Gouda: Vaste brug
343 st
(Vis)vlonder
Beweegbare brug
19 st
Schutsluis
5 st
Stroomsluis
6 st
Kade
Duiker
9
st
Steiger
1.091
m
Damwand
1.667
m
429
m
384 st
Keermuur
1.092
m
Viaduct
3 st
Walmuur
9.869
m
Tunnel
13 st
Steenbezetting
821
m
Trap
63 st
Remmingswerken
8
St
Geluidsscherm
163
m
Ten opzichte van het vorige beheerplan is sprake van een relatief klein areaalverschil; - toevoeging van nog niet geregistreerde bestaande kunstwerken, o.a. Keermuur Vest 2, Walmuur Pottersplein en diverse scheepvaartvoorzieningen in het gebied Museumhaven; - toevoeging van nieuwe kunstwerken vanuit Westergouwe. De indeling van de kunstwerken is als volgt: • kunstwerken zijn in hoofdlijn onderverdeeld op basis van de combinatie type, materiaalsoort en gebruiksfunctie. • meerpalen, dukdalven en remmingswerken welke ten dienste staan van beweegbare kunstwerken, zijn als onderdeel bij deze kunstwerken opgenomen. Bijvoorbeeld remmingwerken bij beweegbare bruggen en sluizen. • remmingwerken en/of meerpalen die geen onderdeel uitmaken van een kunstwerk zijn apart opgenomen. Volgende is niet voorzien in dit beheerplan: - onderhoudsmaatregelen aan onderheide platen en overkluizingen. Dit vanwege het niet kunnen inspecteren van deze constructies; - onderhoudsmaatregelen bij de Keermuur Veerstal en delen van de Mallegatsluis welke onderdeel vormen van de primaire waterkering. Op dit moment lopen er gesprekken om het beheer en onderhoud over te dragen aan Hoogheemraadschap van Rijnland; - eventuele maatregelen n.a.v. contractuele vooropnames, technische inspecties, nadere onderzoeken en bijbehorende hersteladviezen.
pagina 20
4.2
Criteria Kunstwerken Alle vaste kunstwerken (excl. duikers, beschoeiingen en beweegbare kunstwerken) worden jaarlijks visueel geschouwd. Dit betreft een zogenaamde A1-schouw conform de CUR 117 ‘Inspectie en advies kunstwerken’ voor het signaleren van (acute) bedreigingen voor de gebruiksveiligheid. Alle beweegbare kunstwerken worden jaarlijks tijdens de onderhoudsbeurten door de onderhoudsaannemer op gebreken geïnspecteerd. Duikers worden 1 x per 2 jaar ingemeten en doorgespoten. Dit met als doel: - Inmeting: o vaststellen van de hoogtes t.o.v. de leggerdiepte. Zie onderstaande toelichting wat een legger inhoudt; o vaststellen van de vullingsgraad qua bagger/slib; o vaststellen van de vervangingsbehoefte op basis van de hoogte t.o.v. de leggerdiepte. - Doorspuiten: o instandhouding van de verbinding tussen watergangen; o instandhouding van de waterhuishouding. Toelichting legger Een legger betreft kaarten en tabellen die voor wateren in het beheergebied aangeeft hoe breed en diep ze moeten zijn en voor waterkeringen hoe hoog en hoe breed. Ook staat erin wie waar voor welk onderhoud verantwoordelijk is. Instandhoudingsinspectie Alle vaste kunstwerken (excl. duikers) en beweegbare kunstwerken worden 1x per vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd.
Dit betreft een zogenaamde nulinspectie wat inhoudt het in beeld brengen van de toestand van een kunstwerk en het vaststellen welke maatregelen er nodig zijn om een kunstwerk in stand te houden. Het groot onderhoud, levensduurverlenging en vervanging wordt vastgesteld op basis van deze nulinspectie. Hierbij moet worden opgemerkt dat onderhoud aan asfaltdeklagen en elementenverhardingen op kunstwerken geen onderdeel uitmaken van productbeheer Kunstwerken. Dit is belegd bij Verhardingen. In 2018 heeft de laatste instandhoudingsinspectie plaatsgevonden. De resultaten uit deze inspectie zijn vertaald naar maatregelen c.q. onderhoudsprojecten. Dit heeft geresulteerd in een complete herijking van de data van kunstwerken in het beheersysteem GeoVisia. Bij de instandhoudingsinspectie van 2018 zijn de volgende prioriteiten gehanteerd: -
Veiligheid Onder de prioriteit veiligheid wordt verstaan of van het kunstwerk veilig gebruik kan worden gemaakt. Borging van de veiligheid is van groot belang, mede i.v.m. aansprakelijkheid. Door onderhoudsprojecten met deze prioriteit tijdig uit te voeren, kunnen gevaarlijke situaties worden voorkomen of worden opgelost.
-
Functionaliteit Onder prioriteit functionaliteit wordt verstaan de mate waarin een kunstwerk beschikbaar is. Het niet (tijdig) uitvoeren van onderhoudsprojecten kan leiden tot gebreken waardoor het kunstwerk zijn functie (tijdelijk) niet kan vervullen.
-
Duurzaamheid Onder prioriteit duurzaamheid wordt verstaan de mate waarin onderdelen van het kunstwerk voldoen aan de originele ontwerpstaat. Het niet (tijdig) uitvoeren van onderhoudsprojecten kan leiden tot vroegtijdige aantasting en verval.
-
Beeldkwaliteit Onder prioriteit beeldkwaliteit wordt het aanzicht van een kunstwerk verstaan. Afhankelijk van de locatie en functie wordt meer of minder belang gehecht aan het aanzicht.
pagina 21
Op basis van de instandhoudingsinspectie van 2018 is GeoVisia zo gevuld dat naast correctief ook preventief wordt gehandeld. Op basis van de eerstvolgende instandhoudingsinspectie in 2023, zal wederom een herijking gaan plaatsvinden van de onderhoudsmaatregelen en prioriteiten om goed aan te sluiten op het beleid “Sober en Doelmatig”. Dit gezien het beleid niet is meegenomen in de instandhoudingsinspectie van 2018. Dit zal leiden tot wijzigingen, aanpassingen en/of aanvullingen qua prioriteiten en onderhoudsmaatregelen. De exacte uitgangspunten voor deze herijking worden tijdens de voorbereiding van de komende nulinspectie in 2023 nader vastgesteld. De nulinspectie van 2018 betrof een visuele inspectie van de boven maaiveld en waterlijn gelegen kunstwerkdelen. Eventuele verborgen gebreken worden tijdens een dergelijke inspectie niet vastgesteld. Dergelijke gebreken komen pas naar voren bij nadere onderzoeken en technische inspecties of bij uitvoering van werkzaamheden. Dit kan financiële consequenties met zich mee brengen. Afgelopen jaren zijn nadere onderzoeken en technische inspecties uitgevoerd waarvan de uitkomsten zijn verwerkt in dit beheerplan. Wal-/kademuren Betreffende wal-/kademuren zijn bij delen twijfels over de constructieve veiligheid.
Op basis van de instandhoudingsinspectie 2018 zijn bij diverse binnenstedelijke wal-/kademuren nadere onderzoeken en technische inspecties geadviseerd voor o.a. walmuur Lage Gouwe, walmuur Walvistraat en walmuur Karnemelksloot. Besloten is om deze kademuren te monitoren en technisch te inspecteren. Dit om inzicht te krijgen in; • de functionele en technische staat; • (verborgen) gebreken, deformaties en bezwijkmechanismen; • veiligheidsrisico's en indien nodig te treffen tijdelijke veiligheidsmaatregelen; • constructieve (on)veiligheid; • te treffen vervolgacties zoals verificatieberekeningen en vervangingsmaatregelen; • noodzakelijk vervolgonderzoek ten behoeve van verificatieberekeningen, restlevensduuranalyses en/of vervangingsmaatregelen. De technische inspecties zijn, op enkele tracés na, uitgevoerd. De resultaten zijn grotendeels vertaald naar maatregelen en geprognotiseerd in dit beheerplan. Dit op basis van een risicogestuurde prioritering. De maatregelen met een hoge prioriteit zijn inmiddels in voorbereiding. Deze maatregelen betreffen in hoofdlijn tijdelijke veiligheidsmaatregelen om kademuren te ontlasten, vervolgonderzoek, verificatieberekeningen, restlevensduuranalyses of vervanging van een kademuur. Bij enkele kademuren zijn reeds veiligheidsmaatregelen getroffen.
Dit in de vorm van het aanbrengen groenstroken en/of instellen gewichtsbeperkingen langs deze kademuren om voertuigbelasting direct langs de kademuren te voorkomen. Gezien voor veel wal-/kademuren de resultaten vanuit het vervolgonderzoek, verificatieberekeningen en/of restlevensduuranalyses nog niet bekend zijn, kan er sprake zijn van onverwachte vervangingsmaatregelen. In dit beheerplan zijn middelen opgenomen om deze onvoorziene vervangingsmaatregelen op te kunnen vangen. Indien de maatregelen omvangrijker blijken te zijn dan vooraf gedacht volgt bijstelling in een volgend beheerplan. Duurzaamheid Circulariteit wordt zoveel als mogelijk meegenomen in uitvragen voor projecten. Ook wordt onderhoud gepleegd om de levensduur van een kunstwerk te verlengen waardoor daadwerkelijke vervanging wordt uitgesteld. Daarnaast wordt bij dagelijks onderhoud in contracten verwerkt dat uitstoot beperkt moet worden en bij enkele projecten (waar mogelijk) met bio-based materialen en systemen wordt gewerkt. Ook is bij een project ‘vervanging meerpalen’ deelvervanging toegepast waardoor onder de waterlijn met een klemsysteem alleen de bovenkant van de meerpaal is vervangen. Dit scheelt materiaal en vervoersbewegingen door de hele keten. Bij groot onderhoud wordt gekeken of duurzamere keuzes mogelijk zijn.
Zoals een tegelsoort toepassen met een speciale coating (Hytect) die NOx (stikstof) afvangt en zelfreinigend is. Bij conserveringswerk wordt kritisch gekeken naar producten met een dunne laagdikte en lange levensduur. Te denken valt aan een levensduur van langer dan 15 jaar, minder materiaalgebruik en een lagere CO2 en lage uitstoot van Vluchtige Organische Stoffen (VOS). pagina 22
4.3
Financiën Kunstwerken Vervanging Als te vervangen in dit beheerplan is geprognotiseerd: - Walmuren Karnemelksloot - Walmuur Lage Gouwe (tussen Voormalig Regentessebrug en Sint Remeijnsbrug) - Steiger Turfsingel (aanlegsteiger museale schepen Museumhaven) - Keermuur Vest - Steenbezetting langs de Goudkade - Brug Hanepraai - Diverse houten damwanden - Diverse trappen - Diverse losstaande remmingwerken - Diverse kleine steigers
Geprognotiseerde kosten vervangingsonderhoud (inclusief VAT en GWW): Vervanging Kunstwerken Vaste Bruggen Beweegbare bruggen Duikers Sluizen Tunnels Trappen Steigers en Vlonders Overige oeverconstructies Overige kunstwerken Walmuur
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
-
29.123 -
-
-
-
532.336 -
72.469 -
110.046 -
637.013 43.468* -
87.679 8.431 166.615
137.781 -
159.347 -
152.991 18.525 -
227.249 7.157
125.748
-
161.580
36.235
-
-
-
220.092
-
85.889
-
-
315.734
-
-
-
7.311.786
5.517.502
5.448.611
4.008.174
2.956.028
Totaal
455.886
687.604
7.821.980
5.691.517
5.607.958
5.027.759
3.262.904
*Een gedeelte van de vervangingsopdracht is al in uitvoering, daarom is een bedrag van €22.000 afgetrokken van deze prognose
pagina 23
Levensduurverlenging Als levensduurverlenging is in dit beheerplan is geprognotiseerd: - Vervangen scheepvaartvoorzieningen Museumhaven - Vervangen remmingwerken Mallegatsluis - Vervangen meerpalen langs de kade Lage en Hoge Veerstal - Vervangen elektrotechnische installaties, werktuigbouwkundige installaties en/of valconstructies van: o Graaf Florisbrug o Rabatbrug o Pottersbrug Museumhaven Op dit moment lopen er gesprekken met de Stichting Binnenhavenmuseum "Turfsingel" om de in het verleden opgestelde overeenkomsten te herijken. Tot op heden is binnen productbeheer Kunstwerken geen rekening gehouden met vervangingsonderhoud van de scheepvaartvoorzieningen in het gebied Museumhaven. Onder scheepvaartvoorzieningen wordt verstaan de wachtplaats, dukdalf, aanlegsteiger en ca. 45 meerpalen ten behoeve van de museale schepen in gebied Museumhaven. De constructieve staat is naar verwachting matig tot slecht, waardoor vervangingen op de korte termijn noodzakelijk worden geacht. In dit beheerplan zijn hiervoor middelen opgenomen. Geprognotiseerde kosten Levensduurverlenging (incl. VAT & GWW): Levensduur Verlenging Kunstwerken Vaste Bruggen Beweegbare bruggen Duikers Sluizen Tunnels Trappen Steigers en Vlonders Overige oeverconstructies Overige kunstwerken Walmuur
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
158.189 328.575
-
187.757
1.497.508
1.153.219
-
-
152.096 -
-
131.430 268.404
-
-
-
-
-
161.900
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
294.915
569.592
570.328
570.328
-
55.193
-
Totaal
933.774
731.492
1.157.920
1.828.666
1.153.219
55.193
0
pagina 24
Groot onderhoud Qua groot onderhoud zijn veelal de beweegbare kunstwerken, kademuren, viaducten, verkeersbruggen en tunnels de duurste kunstwerken. Bij deze kunstwerken is een breed scala aan onderhoudsmaatregelen nodig. Dit betreft onder andere: - vervolgonderzoek ten behoeve van verificatieberekeningen en/of vervangingsmaatregelen; - nader onderzoek naar de constructieve veiligheid en restlevensduur; - conserveren van constructieonderdelen; - vervangen van dekconstructies en leuningwerk; - vervangen van wrijfgordingen, meerpalen en remmingwerk; - vervangen van slijtlagen; - vervangen van wandtegels; - herstel van voeg- en metselwerk. Chroom-6 Ten opzichte van het vorige beheerplan zijn de kosten voor het conserveren van constructieonderdelen bij met name de beweegbare bruggen naar boven bijgesteld. Reden is dat tijdens contractuele vooropnames is vastgesteld dat bij diverse constructieonderdelen sprake is van aanwezigheid van Chroom-6 en zware metalen in coating-/verflagen. Dit op basis van materiaalonderzoek. De aanwezigheid van Chroom-6 en zware metalen was onvoorzien. Voor de uitvoering van conserveringswerkzaamheden zijn nu aanvullende beheersmaatregelen nodig om gezondheidsrisico’s te voorkomen. Reden is dat het bewerken van Chroom-6-houdende coatings/verflagen (bijv. schuren) kan leiden tot gezondheidsrisico’s.
Chroom-6 is bijvoorbeeld schadelijk voor de gezondheid wanneer dit wordt ingeademd, wordt opgenomen in het spijsverteringskanaal en wanneer er sprake is van aanraking via de huid. Geprognotiseerde kosten Groot onderhoud (incl. VAT & GWW): Groot onderhoud Kunstwerken
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Vaste Bruggen Beweegbare bruggen
291.816 17.465
927.750 558.319
1.921.261 64.707
475.686 100.494
537.952 75.254
590.281 71.990
78.689 -
Duikers Sluizen Tunnels Trappen Steigers en Vlonders
16.098 50.008 12.100 8.610
111.550 348.848 872 40.246
175.970 116.346 24.860 9.208
77.610 5.936 64.949
437.681 6.556 72.625
18.194 667.100 6.182 149.122
266.306 14.038 12.943
Overige oeverconstructies
116.620
205.035
45.691
-
71.338
2.760
22.721
Overige kunstwerken
1.288
3.992
-
-
-
-
-
Walmuur
28.589
68.394
600.417
-
122.253
175.193
32.196
Totaal
542.594
2.265.005
2.386.945
724.676
1.323.659
1.680.821
426.893
pagina 25
5 5.1
Beschoeiingen & Oevers Basisgegevens Beschoeiingen & Oevers Beschoeiing is de constructie die is aangebracht om de oever tegen afkalving te beschermen en te voorkomen dat afkalving van de oever de doorstroming van de watergang belemmert. Bovendien geeft een beschoeiing stabiliteit voor verhardingen en bermen/taluds direct langs de oever. Per 01-03-2023 beheert Gouda: beschoeiing natuurvriendelijke oever onderwater beschoeiing verankerde beschoeiing
67.663 m 56.379 m 29.319 m 182 m
Lijnobjecten zoals kades, walmuren, steenbezetting e.d. vallen niet onder beschoeiingen en zijn opgenomen bij hoofdstuk Kunstwerken. Een natuurvriendelijke oever (NVO) is een geleidelijk aflopende overgang van land naar water, waarbij ruimte wordt gegeven aan de oever voor een gevarieerde vegetatieontwikkeling met onder andere oeverplanten die de oever kunnen vastleggen. Tevens biedt een NVO leefruimte aan (water)dieren en kan het vanwege het flauwe talud als fauna-uittredeplaatsen fungeren. Een onderwater beschoeiing is een NVO voorzien van een vooroeververdediging welke de NVO moet beschermen tegen schade door golven en stroming van water. Alle gegevens van de beschoeiingen zijn vastgelegd in het beheersysteem GeoVisia. Dit systeem bevat informatie over de leeftijd, materiaal, lengte e.d. De (beeld)kwaliteit van de beschoeiing is niet in het pakket vastgelegd. Wel zijn de maatregelen voortkomend uit de 5-jaarlijkse instandhoudingsinspecties vastgelegd in GeoVisia. 5.2
Criteria Beschoeiingen & Oevers Alle oevers worden 1 x per vijf jaar geïnspecteerd. Dit betreft een zogenaamde instandhoudingsinspectie. Het groot onderhoud en vervanging wordt vastgesteld op basis van deze 5-jaarlijkse inspectie. In het voorjaar van 2022 zijn alle oevers geïnspecteerd. Deze inspectie is de basis voor zowel gedeeltelijke vervanging (groot onderhoud) als gehele vervanging (vervanging). Hierbij is voor de eerste jaren (2022-2024) de planning definitiever dan voor de opvolgende jaren (2025-2029). Zodra een beschoeiing opnieuw wordt geïnspecteerd, wordt de planning weer bijgesteld. Ten aanzien van onderhoud aan natuurvriendelijke oevers (NVO) en onderwater beschoeiingen is het uitgangpunt dat een eenmaal gerealiseerde NVO en onderwater beschoeiing geen groot onderhoud en vervangingsbehoefte kent en dat de vegetatieontwikkeling in de tijd zorgdraagt voor een stabiele oever en bescherming tegen afkalving en/of uitspoeling. Vanuit de inspecties uit 2022 is echter gebleken dat op bepaalde locaties bestaande NVO’s en onderwater beschoeiingen niet of niet goed functioneren met als gevolg geen of slechte vegetatieontwikkeling, afkalving en/of uitspoeling. Deze locaties worden op basis van contractuele vooropnames en bijbehorende hersteladviezen herzien en geprioriteerd.
Groot onderhoud Het groot onderhoud betreft met name het gedeeltelijke vervangen/aanbrengen van beschoeiingen. Bij natuurvriendelijke oevers (NVO) vindt alleen groot onderhoud plaats in de vorm van aanbrengen van nieuwe aanplant. Dit onder voorwaarde dat, op basis van de beslisboom, de NVO handhaafbaar is.
pagina 26
Vervanging Een hardhouten beschoeiing heeft een theoretische levensduurverwachting van ca. 25 jaar. Vervanging van beschoeiing vindt echter plaats op basis van inspecties, niet op basis van de theoretische levensduur. Voor het vaststellen of een beschoeiing of een natuurvriendelijke oever (NVO) vervangen moet worden, wordt tijdens inspectiewerkzaamheden gebruik gemaakt van het document “Beslisboom oeverbescherming – natuurvriendelijke oever tenzij”. Op basis van deze beslisboom wordt ook vastgesteld of in de nieuwe situatie een NVO kan worden gerealiseerd of dat beschoeiing moet worden geplaatst. Duurzaamheid Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt gebruik gemaakt (indien mogelijk is desbetreffende situatie) van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare en algemeen beschikbare grondstoffen. Al sinds 2015 vervangt Gouda hardhouten beschoeiingen door samengestelde beschoeiingen. Dit betreft een combisysteem bestaande uit gerecycled (en opnieuw recyclebaar) kunststof en Europees naaldhout. Dit beschoeiingstype gaat naar verwachting 2 x zo lang mee dan een hardhouten beschoeiing. Tevens worden nieuwe beschoeiingen voorzien van faunauittredeplaatsen. 5.3
Financiën Beschoeiingen & Oevers Vervanging Geprognotiseerde kosten vervanging (incl. VAT&GWW): Vervanging Beschoeiingen Beschoeiing Natuurvriendelijke oever met beschoeiing Natuurvriendelijke oever zonder beschoeiing Verankerde beschoeiing Totaal
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
44.653 -
228.340 2.684
318.337 -
333.502 261.596
200.016 45.897
805.924 27.368
574.529 -
-
307.995
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
44.653
539.019
318.337
595.098
245.913
264.110 833.293
838.639
groot onderhoud Bij de inspectie van 2022 is voor groot onderhoud 10 jaar vooruit gekeken. Geprognotiseerde kosten groot onderhoud (incl. VAT & GWW): Groot onderhoud Beschoeiingen Beschoeiing Natuurvriendelijke oever met beschoeiing Natuurvriendelijke oever zonder beschoeiing Verankerde beschoeiing Totaal
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
-
18.352 96.588
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0
114.940
0
0
0
0
0
pagina 27
6 6.1
Openbare Verlichting (OVL) Basisgegevens OVL Per 12-10-2022 beheert Gouda kleine masten (hoogte t/m 4 m): normale masten(hoogte vanaf 4 t/m 8 m): grote masten (hoogte vanaf 8 t/m 12 m): zeer grote masten (hoogte > 12 m): ANWB masten en VOP* masten: masten met zonnepanelen: armaturen: schakelkasten:
6.804 st 5.068 st 785 st 9 st 58 st 20 st 13.146 st 108 st
*VOP: Voetgangers Oversteek Plaats
Het aantal masten dat voorzien is van een LED-lamp is 24,6%. Gevel- en wanddragers zijn uit kostenoverweging meegeteld bij de normale lichtmasten. Grondspots bij de kleine masten. Exacte gegevens over de bekabeling zijn nog niet bekend, hiervoor is een aanname gedaan van gemiddeld 30 meter kabel per lichtmast. 6.2
Criteria OVL In dit beheerplan is de vervanging van masten, armaturen, bekabeling en schakelkasten opgenomen. Het vervangen van lampen (groepsremplace) valt onder dagelijks onderhoud. Ook de kosten voor energie, zowel verbruik als vaste kosten, komen ten laste van dagelijks beheer en vallen dus buiten dit beheerplan. Mastvervanging vindt plaats op basis van nadere inspectie en gebeurt daarom incidenteel. Niet alle oude masten worden vervangen maar alleen de afgekeurde masten. Tot 2018 werd hierbij ook het armatuur vervangen. Gebleken is dat door verschillen in lichtkleur, lichtintensiteit en lichtspreiding e.d. een rommelig en ongewenst beeld is ontstaan. Daarom is de gelijktijdige vervanging van mast en armatuur vervallen. Armaturen worden vervangen op basis van leeftijd. Dit bepaalt mede het type oplossing waarvoor kan worden gekozen. De afwegingsmethodiek wordt later in dit hoofdstuk uitgewerkt. De tussentijdse vervanging van regelkast en armaturen valt niet onder groot onderhoud (GO), maar wordt als levensduurverlenging (LV) aangemerkt. Ook dient vermeld te worden dat Gouda een relatief oud verlichtingsbestand heeft waardoor de kosten de komende jaren nog aanzienlijk zijn.
Vervanging De theoretische levensverwachting van het OVL-areaal is als volgt: • armaturen 25 jaar • lichtmasten 40 jaar • schakelkasten 40 jaar • bekabeling 50 jaar Op basis van inspectie wordt bepaald of onderdelen van het areaal daadwerkelijk aan vervanging toe zijn. Masten Uit de data van 2022 blijkt dat 8,4% van de OVL masten 40 jaar of ouder is. Daarbij dient te worden vermeld dat in het verleden niet exact is bijgehouden wanneer een mast en armatuur is geplaatst. De beschikbare data levert daardoor een beperkte zekerheid op van de verwachting wanneer masten exact vervangen moeten worden.