A02. Nota Cultuurhistorie 2004.pdf
Tekst van het document
7.3. instrumenten voor communicatie Voor de informatieverstrekking en de draagvlakverbreding staan de gemeente Gouda de volgende instrumenten ter beschikking. - Nieuwsbrief Monumentenzorg & Archeologie Zoals bijna alle grote monumenten en archeologiegemeenten in Nederland heeft Gouda een Nieuwsbrief Monumentenzorg & Archeologie die twee maal per jaar wordt uitgegeven. Daarin worden actuele onderwerpen beknopt behandeld. De nieuwsbrief wordt inmiddels door veel inwoners verzameld en voldoet dus aan het doel.(bijlage 19) - Thematische folders In de serie folders over dakkapellen en dergelijke worden ook folders uitgegeven over cultuurhistorische onderwerpen zoals Kleur op Monumenten (bijlage 22), Waardevolle Interieurs (bijlage 23), Gevelreiniging en Achter de Sint Jan. Een folder over Cultuurhistorische Analyses en Effectrapportages is in de maak. - Lijst waardevolle panden Met behulp van het vastgoed registratiesysteem RegiStar wordt een lijst bijgehouden van alle waardevolle objecten in Gouda. Die lijst wordt binnen de gemeente gebruikt door iedereen die zich met de fysieke aspecten van de stad bezig houdt. Buiten de gemeente hebben partijen als makelaars en notarissen een abonnement. Binnenkort wordt de lijst op de gemeentelijke website weergegeven. Voorwaarde daarbij is dat de lijst goed wordt beheerd.
- Tentoonstellingen, presentatie, stadsgesprekken Vanuit bijvoorbeeld de provincie en het rijk worden regelmatig tegen geen of geringe kosten thematische tentoonstellingen ter beschikking gesteld. Vorig jaar deed de provinciale tentoonstelling (in het kader van Verhalen van Steden) over Jongere Bouwkunst Gouda aan. Vanuit het Convent van Gemeentelijk Archeologen (CGA) wordt een tentoonstelling over stadsarcheologie ontwikkeld die eveneens in Gouda zal worden opgesteld.
nota cultuurhistorie
27
-
Dergelijke tentoonstellingen vragen weinig financiële middelen. Dit is dus een makkelijk middel om het draagvlak voor cultuurhistorie verder te vergroten. In samenwerking met de ANWB worden de aanwezige borden met historische informatie over monumentale objecten vervangen door nieuwe. Daarvan zijn zowel uitvoering als teksten geactualiseerd. Tevens zal het huidige aantal van ca. 20 worden aangevuld met nog eens 65 borden. Deze actie past goed in de vergroting van het draagvlak voor cultuurhistorie en in de voornemens ten aanzien van het Cultureel en Havenkwartier.
De volgende aanvullende instrumenten zijn gewenst: - Aparte pagina cultuurhistorie gelinkt aan Gouda.nl Anno 2003 ligt het hebben van een aparte gemeentelijke pagina met cultuurhistorische informatie voor de hand en daar wordt dan ook aangewerkt. De Historische Vereniging Die Goude en de Stichting Open Monumentendag zijn op dit moment bezig met de ontwikkeling van een eigen site. Uiteraard zullen in de cultuurhistorische site van de gemeente links worden gelegd naar de diverse historische verenigingen. - Vanuit de RDMZ, het Nationaal Contact Monumenten (NCM) en het tijdschrift Monumenten is een website Monumenten.nl aangelegd. Daarin presenteren alle gemeenten hun cultuurhistorische activiteiten. Deze site wordt beheerd door Monumenten. De gemeente levert éénmalig basisinformatie aan en wordt maandelijks door de redactie gevraagd naar actualiteiten en ontwikkelingen. Zodra de cultuurhistorische website van de gemeente Gouda er is zal de gemeente aanhaken bij Monumenten.nl.
Een zeer oude, tamelijk smalle gewelfkelder met bijna spitsboogvorming gewelf onder een huis in de Dubbele Buurt.
nota cultuurhistorie
28
7.4 actiepunten Uit bovenstaande volgen drie actiepunten actiepunt 1 beheer lijst waardevolle objecten Voor de Lijst Waardevolle Objecten zal formeel een beheerder worden aangewezen die voor het beheer tijd zal vrijmaken. De lijst zal bereikbaar worden via Gouda.nl. actiepunt 2 meer aandacht voor archeologie in stedelijk museum Catharinagasthuis Samenwerking tussen het museum en de beleidsadviseurs cultuurhistorie kan beide partijen veel kan opleveren. In het Museumbeleidsplan is al aangegeven dat cultuurtoerisme kansen voor het museum biedt om meer bezoekers te trekken. Anderzijds kunnen burgers door een tentoonstelling in of onder verantwoordelijkheid van het museum inzicht krijgen in de geschiedenis van onze stad en zaken als ons archeologisch bodemarchief. Het museum kan zo een belangrijke draagvlakverbredende functie voor de Goudse cultuurhistorie hebben en zal bovendien ook een ander deel van de Goudse burgers bereiken.
Met het museum wordt nader over de volgende acties overlegd: - mede in het kader van de herinrichting van de tuin streven naar renovatie van het poortgebouw waar de Archeologische Vereniging Golda haar tentoonstellingen tot nu toe heeft gehouden; - de geschiedenis (en dus ook de archeologie) van Gouda onderdeel maken van tentoonstellingen (indien aan de orde) en de vaste opstelling - de mogelijkheden van actuele tentoonstellingen naar aanleiding van cultuurhistorische/ archeologische vondsten. actiepunt 3 digitale beschikbaarheid Deze nota en haar bijlagen zullen zoveel mogelijk digitaal beschikbaar worden gesteld op Gouda.nl.
nota cultuurhistorie
29
8 afstemming andere overheden en beleidsvelden
8.1. aanleiding Voor de uitvoering van het monumenten- en archeologisch beleid zijn we voor een deel afhankelijk van de rijksoverheid en de provincie Zuid-Holland. Dat geldt met name voor bouwen restauratieplannen en voor ruimtelijke ontwikkelingen in waardevolle gebieden. Het is van belang om de betreffende procedures soepel te laten verlopen en dat vergt afstemming en samenwerking tussen beleidsterreinen en tussen overheden.
8.2. afstemming en samenwerking met andere beleidsvelden Zoals uit voorgaande hoofdstukken blijkt, is deze nota goed afgestemd op beleidsterreinen als de ruimtelijke ordening en de stedenbouw en op nota’s als de stedenbouwkundige visie op de binnenstad en randen en de welstandsnota. Een aantal andere aspecten waarmee cultuurhistorie raakvlakken heeft, is nog niet expliciet genoemd, maar wel van belang. Daarom gaan we er kort op in. cultuur en toerisme Er bestaat een duidelijk verband met het aspect cultuurtoerisme. In juni 2003 vond in de Goudse Sint-Janskerk het eerste congres in ons land over dit onderwerp plaats. De algemene conclusie was dat cultuurhistorici en mensen die zich met toerisme bezig houden veel aan elkaar kunnen hebben. Dan kunnen nog veel meer (verborgen) kwaliteiten onder de aandacht van inwoners en bezoekers worden gebracht en activiteiten op elkaar worden afgestemd. De Goudse binnenstad trekt met haar monumentale uitstraling veel bezoekers en cultuurtoerisme is daarmee voor de gemeente Gouda belangrijk. Op dit vlak wordt dan ook samengewerkt, bijvoorbeeld bij het project van de ANWB-borden. Ook het programma Cultureel en Havenkwartier vraagt een goede afstemming en samenwerking tussen Cultuurhistorie en Cultuur. wonen Cultuurhistorie heeft ook raakvlakken met de Goudse Woonvisie.
In de Woonvisie wordt onder andere ingegaan op de bestaande voorraad woningen. Er wordt gesteld dat deze voorraad in overweldigende mate het aanzicht van de stad bepaalt. Aan de orde zijn onderhoud en verbetering van woningen voor zowel private partijen als sociale verhuurders. De gemeente stimuleert zoveel als mogelijk het plegen van onderhoud en woningverbetering. Het monumentenbeleid is daar het belangrijkste onderdeel van. Belangrijk aandachtspunt is dat met restauraties van monumenten waar een woonfunctie wordt in- of teruggebracht, rekening wordt gehouden met de in de Woonvisie nagestreefde verruiming van woonoppervlakte. In de Woonvisie wordt tevens gestreefd naar een versnelling van weder ingebruikname van woningen waaronder de woningen boven winkels. Ook vanuit het cultuurhistorisch beleid wordt dit streven van harte gesteund. Gebouwen zonder functie verpauperen in hoog tempo. De beleidsvelden Wonen en Cultuurhistorie versterken elkaar dus. In hoofdstuk 4 is al ingegaan op de relatie tussen cultuurhistorie en herstructurering/ wijkontwikkeling en daarom laten we dat hier buiten beschouwing. ISV Het rijk gebruikt - naast instrumenten als de Nota Belvedere - het ISV om in te zetten op een betere ruimtelijke kwaliteit. Cultuurhistorie dient tevens het economisch belang. Investeren in cultuurhistorie zoals beschreven in het projectplan van het Cultureel en Havenkwartier
nota cultuurhistorie
30
Voorlopig ontwerp 11 maart 2004. Voor de invulling van de brandweerlocatie aan de Nieuwehaven, links de Turfmarktkerk en rechts de achterkant van de oude brandweerkazerne
betekent niet alleen een meerwaarde voor cultuurhistorische waarden, maar nadrukkelijk ook voor de voorspoed van de Goudse inwoners. Daarom heeft cultuurhistorie nu al een volwaardige plaats binnen het ISV en voor ISV-projecten moet rekening worden gehouden met cultuurhistorisch waardevolle elementen. In de tweede tranche van de ISV wordt cultuurhistorie nog belangrijker. Gouda is een programmagemeente, wat inhoudt dat zij via de provincie een budget ontvangt op basis van prestatieafspraken. Na afloop van de ISV-periode toetst de Provincie Zuid-Holland of bij de diverse projecten op de verschillende taakvelden voldoende wordt gescoord. De cultuurhistorie is in het Goudse ISV-programma goed uitgewerkt. In beide te herstructureren wijken Korte Akkeren en Oosterwei zijn cultuurhistorische waarden aanwezig. Korte Akkeren is in oorsprong een arbeiderswijk met overwegend Jongere bouwkunst en Oosterwei een wijk met veel naoorlogse middelhoogbouw. De aanwezige kwaliteiten kunnen in het kader van de wijkontwikkeling worden ingezet. Om de financiën vanuit het ISV-budget te kunnen blijven inzetten voor de wijkontwikkeling is het zaak om een evenwicht te vinden tussen het kunnen voldoen aan de ISV-taakstelling wat betreft cultuurhistorie en andere belangen die er spelen. bouw- en Woningtoezicht 1 welstandsbeleid De nota Cultuurhistorie en de welstandsnota zijn op elkaar afgestemd.
2 brandveiligheid Het onderhoud van de huidige sprinklerinstallaties in monumenten is een voortdurende bron van zorg. Deze moeten regelmatig worden gecontroleerd en de brandweer zal even zo regelmatig oefenen. Ook zal veel moeten worden gedaan aan preventie. Dat kan door compartimenteringen in te stellen, deuren naar buiten te laten draaien et cetera. Uiteraard staat veiligheid voorop. Wel zullen dergelijke voorzieningen in het geval van monumenten maatwerk blijven, dat wordt geleverd door de monumenteninspecteur en de Goudse brandweer. 3 aanleghoogte nieuwbouw In Gouda wordt vanwege de bodemgesteldheid bij nieuwbouw een grote aanleghoogte gevraagd. Het Goudse bouwbesluit is op dit punt zelfs strenger dan de landelijke voorschriften. Tussen de bebouwing en de weg zijn in het Beschermde Stadsgezicht onevenwichtige hoogteverschillen ontstaan die de beeldkwaliteit van de omgeving hebben aangetast. In het beschermd stadsgezicht zal bij het bepalen van de aanleghoogten naar compromissen moeten worden gezocht. Indien noodzakelijk kunnen deze hoogteverschillen bij voorkeur ín de nieuwbouw worden opgelost. Dit is een aandachtspunt bij het toetsen door BWT.
nota cultuurhistorie
31
water 1 goudse grondwaterpeil De Goudse bodemgesteldheid is een voortdurende bron van zorg. Verlaging van het grondwaterpeil veroorzaakt inklinking en heeft negatieve kleef en verzakking van veel niet of slecht gefundeerde objecten tot gevolg. Grootschalige ophogingen, die van tijd tot tijd (vooral buiten de binnenstad en dus ook) in de gebieden van Jongere Bouwkunst plaatsvinden, kunnen leiden tot een onaanvaardbaar stadsbeeld. Monumenten en monumenten van Jongere Bouwkunst lijken als het ware weg te zakken. Er wordt gestreefd naar handhaving van een stabiel grondwaterpeil en in het waterplan Gouda is dan ook opgenomen dat fluctuatie van het oppervlaktewater, dat in Gouda in nauwe relatie staat met het grondwater, in zeer geringe mate mogelijk is. In het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan wordt eveneens aandacht besteed aan de regulering van de grondwaterstand, met name in de gebieden met een gemengd rioolstelsel. In deze gebieden liggen ook de meeste monumenten en gemeentelijke monumenten jongere bouwkunst. 2 water in de (binnen)stad De verkaveling van de oude binnenstad wordt bepaald door oude rivierlopen, gegraven grachten en singels. Een deel van deze waterlopen is gedempt (enkele grachten en alle zijlen), maar de structuur van bebouwd en onbebouwd is vrijwel overal intact gebleven.
Bij de uitvoering van het Waterplan Gouda en bij ontwikkeling van activiteiten rond het Cultureel en Havenkwartier besteedt Gouda aandacht aan versterking van het aspect water vanuit de gedachte, dat water cultuurhistorisch en toeristisch belangrijk is voor de stad. Daarnaast zijn er andere soms eeuwenoude waterlopen in Gouda in wijken van jongere datum. Te denken valt aan de oude veenlinten zoals de Bloemendaalseweg met een karakteristiek profiel van weg, water en bebouwing. Maar ook waterlopen zoals de Omloopkade/pad behoren tot oude afwateringsstructuren die de polder vroeger droog hielden. Deze elementen zijn meestal opgenomen in de groenstructuren van de stad en zijn via bestemmingsplannen beschermd tegen bouwontwikkelingen. In sommige stedenbouwkundige verkavelingen zijn groen en water samen beeldbepalend. Te denken valt aan de singels met laanbomen in de wijken uit de jaren ’30 van de vorige eeuw en de wijken met bebouwing die vrijstaand gesitueerd is in het groen in combinatie met een meestal orthogonale waterstructuur (bestaande uit duidelijk aanwezige singels die meer landschappelijk zijn ingericht). Bij herinrichting van gebieden of verandering van beheer wil Gouda met deze aspecten rekening houden. milieubeleid en isolatiemaatregelen Vanuit het milieubeleid worden isolerende maatregelen gestimuleerd.
Vanuit het oogpunt van monumentenzorg zijn dergelijke maatregelen geen probleem. Maar zoals bij veel wijzigingen aan een monument moet ook hiermee zorgvuldig en verantwoord worden omgegaan en bij sommige (top)monumenten zijn bepaalde ingrepen onmogelijk omdat zij de monumentale waarden teveel aantasten. De ontwikkelingen op de markt worden nauwgezet gevolgd, want er is sprake van continue verbetering van mogelijkheden zoals die van dubbel glas. Dubbel glas is bij gemeentelijke monumenten en monumenten van Jongere Bouwkunst toegestaan, mits de detailleringen zijn aangepast aan het betreffende pand. In sommige gevallen kan geen sprake zijn van de meest optimale dubbele beglazingsvorm, maar zal een compromis moeten worden gezocht. Steeds vaker wordt in oude panden, en dus ook monumenten, zwam aangetroffen. Dat is een gevolg van een verkeerd geïsoleerd huis of verkeerde maatregelen tegen bijvoorbeeld vochtproblemen. Voorzetwanden bijvoorbeeld veroorzaken veel ellende. Goede communicatie en voorlichting is nodig. Dat kan bijvoorbeeld door middel van de nieuwsbrief Monumentenzorg en Archeologie enGouda Informatief.
nota cultuurhistorie
32
gemeentelijk vastgoed en monumenten in gemeentelijk bezit De gemeente is zelf ook eigenaar van een aantal rijks- en gemeentelijke monumenten. Zij zijn in beheer bij Vastgoed en Beheer. De gemeente kan voor restauraties gebruik maken van de geldende subsidieregelingen. In relatie tot Optima Forma wordt het afstoten van panden waaronder monumenten overwogen. De gemeente heeft dan ook onveranderd vat op de kwaliteit van de restauraties, namelijk als toetser van de monumentenvergunning.
8.3. overleg Het gemeentebestuur van Gouda hecht aan de bestaande goede contacten met andere overheden die zich met cultuurhistorie bezig houden. Dat zijn andere gemeenten waarmee kennis wordt uitgewisseld of gezamenlijke acties worden ondernomen. Het kunnen ook hogere overheden zijn. Het is van belang te laten zien dat de gemeente Gouda haar cultuurhistorische taken serieus opvat. Daarmee bouwt de gemeente vertrouwen op. En dat komt de goodwill bij plannen ten goede. Onderling vertrouwen bespoedigt de procedures. Dat is belangrijk, zeker nu de cultuurhistorische aspecten een belangrijker rol gaan spelen in de ruimtelijke ordening. Op haar beurt heeft Gouda ook wat te bieden. Door onze professionele houding hebben die partijen vertrouwen in de gemeente Gouda en kunnen ook zij efficiënter werken. De afstemming met externe partijen vraagt om regelmatig overleg. Die overleggen vormen het instrument om te komen tot afstemming en samenwerking. overleg met het Rijk Met de RDMZ vindt regelmatig ambtelijk overleg plaats. Dat betreft beleidsmatige onderwerpen zoals beschermingsbeleid en subsidiemethodiek, zaken als bestemmingsplannen en artikel 19 procedures voor het beschermend stadsgezicht en gebieden grenzend daaraan en uiteraard de restauraties van rijksmonumenten. Daarnaast vindt tweemaal per jaar bestuurlijk overleg met de portefeuillehouder Cultuurhistorie plaats.
Met de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) vindt ad hoc ambtelijk overleg plaats en via het overleg met de provincie (zie hieronder) waar de ROB altijd vertegenwoordigd is. Dat overleg betreft bijvoorbeeld de opgravingsbevoegdheid, de verordening archeologie en monumentenzorg en concrete vragen naar aanleiding van archeologische onderzoeken. overleg provincie Zuid-Holland De afdeling Zorg, Cultuur en Maatschappelijke Ontwikkeling van de Provincie Zuid-Holland organiseert vier maal per jaar een overleg met alle archeologiegemeenten in de provincie. Daarbij worden kennis en ervaringen uitgewisseld en het beleid van de verschillende partijen toegelicht. Op ad hoc basis vindt overleg plaats over het cultuurhistorisch beleid in het algemeen. overleg andere gemeenten Gouda is lid van de Federatie van 46 Grote Monumentengemeenten. Deze federatie voorziet in de behoefte van kennisuitwisseling en komt drie á vier maal per jaar bij elkaar. Regelmatig wordt aan het Rijk gezamenlijk aandacht voor cultuurhistorische problemen gevraagd en af en toe wordt actie ondernomen. De federatie is vertegenwoordigd in de Commissie Monumenten en Archeologie van de VNG. Ook de Goudse portefeuillehouder Cultuurhistorie heeft zitting in die commissie. Gouda is daarnaast lid van het Convent van Gemeentelijk Archeologen (CGA).
Daarin participeren 36 gemeenten die zelf archeologie bedrijven. Ook binnen het convent wordt beleidsmatige en vakinhoudelijke kennis uitgewisseld en met het Rijk overlegd.
nota cultuurhistorie
33
regio In het verleden is tussen Gouda en gemeenten als Reeuwijk en Schoonhoven contact geweest om te komen tot een nadere regionale samenwerking op het gebied van de archeologie. Dergelijke kleinere gemeenten kunnen namelijk bij de opgravingsbevoegdheid van een grote regiogemeente aanhaken en onder auspiciën van de betreffende gemeentelijk archeoloog archeologisch onderzoek verrichten. De gemeentelijk archeoloog van Gouda is dan bevoegd gezag en kan de kleinere gemeenten ondersteunen door te coördineren en te regisseren.
De Gouwe kijkend richting Bolwerk. Op de achtergrond de Dirk Crabethbrug.
nota cultuurhistorie
34
8.4. actiepunten Uit bovenstaande volgt één actiepunt Actiepunt regionale samenwerking archeologie Een goed jaar na zijn indiensttreding is duidelijk dat de gemeentelijk archeoloog zijn handen vol heeft aan de Goudse archeologie. Dat heeft onder andere te maken met de gevolgen van het huidige interimbeleid en de aankomende wijziging van het archeologische deel van de Monumentenwet. Met name in het op de ABK hoog gewaardeerde gebied binnenstad, staan veel bouwprojecten op stapel. Uit die projecten volgt een grote hoeveelheid archeologisch onderzoek. Het werk in Gouda zal dus in de komende tijd verder toenemen. Dit stelt de discussie over de regionale samenwerking die zou worden geïnitieerd door Gouda, in een ander daglicht. Op dit moment wordt nog niet op regionaal gebied samengewerkt (voor de samenwerking met Schoonhoven is door Gouda weliswaar een plan van aanpak geschreven, maar daar is door de gemeente Schoonhoven nog niet op gereageerd). Deze nota cultuurhistorie is aanleiding de beoogde regionale samenwerking nader te bezien en wellicht te overwegen om de mogelijkheden van een regionaal samenwerkingsverband op het hele terrein van de cultuurhistorie via het ISMH nader te onderzoeken. Alle regiogemeenten hebben of krijgen immers eveneens te maken met de provinciale CHS en de archeologieplicht. Over dit onderwerp zal dan ook een uitwerkingsnotitie worden geschreven.
nota cultuurhistorie
35
9 financiën 9.1. aanleiding Een aantal in deze nota aangegeven ontwikkelingen heeft financiële gevolgen. In de eerste plaats bestaat voor restauraties van gemeentelijke monumenten van Jongere Bouwkunst nog geen subsidieregeling. Het college heeft op 15 oktober 2002 wel besloten dat er een zo simpel mogelijke subsidieregeling voor die categorie moet komen. In de tweede plaats wordt voor een inventarisatie van de Goudse naoorlogse bebouwing (1940-1965), uit het budget voor monumenten een bedrag beschikbaar gesteld. In de derde plaats wordt in de toekomstige Monumentenwet en in de huidige Nota Planbeoordeling uitgegaan van het principe van de verstoorder betaalt. De veroorzaker van schade aan het bodemarchief betaalt het cultuurhistorisch/ archeologisch vooronderzoek (CHA), de kosten van een eventuele opgraving, aanpassingen met andere bouwmaterialen (bijvoorbeeld schroef- in plaats van heipalen of zo weinig mogelijk heipalen) en planaanpassingen (zoals ook na milieuonderzoek of een welstandsadvies). Initiatiefnemers tot bodemverstorende maatregelen (particuliere exploitanten, andere overheden of de gemeente zelf) zijn verplicht de kosten van het benodigde archeologische onderzoek voor hun rekening te nemen.
De overweging hierbij is dat er bij grotere bodemingrepen sprake moet zijn van een uitdaging om het erfgoed zo verantwoord mogelijk mee te wegen en waar mogelijk te integreren in de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente dient hier via het instrument van vergunningverlening op toe te zien. Bij de kosten voor archeologisch onderzoek zijn inmiddels enkele knelpunten duidelijk geworden waarop we in 9.4. nader ingaan.
9.2. hoe gaat Gouda met de financiële gevolgen van het cultuurhistorisch beleid om? Hierbij zijn drie aspecten aan de orde: een subsidiemethodiek voor gemeentelijke monumenten van jongere bouwkunst, de inventarisatie van naoorlogse architectuur en de kosten van archeologisch onderzoek. subsidieregeling waardevolle objecten Voor de restauratie van gemeentelijke monumenten wordt al jaren geld beschikbaar gesteld uit het stadsvernieuwingsfonds en uit het ISV. Ten laste van het ISV komt jaarlijks een budget van € 263.000,-. Uit het (aflopende) SVfonds is nog € 37.000 beschikbaar. Dit budget van € 300.000,- wordt nog elk jaar opgebruikt en deze behoefte bestaat op dit moment nog steeds. Die behoefte wordt op termijn minder naar gelang er meer panden zijn gerestaureerd. Aan de lijst van beschermde panden wordt conform het besluit over het beschermingsbeleid voor Jongere Bouwkunst, een tweede categorie toegevoegd en dat zijn de gemeentelijke monumenten van Jongere Bouwkunst. Zoals in hoofdstuk 4 al is aangegeven wordt de bescherming daarvan lichter dan van een regulier gemeentelijk monument. De subsidieregeling voor gemeentelijke monumenten van Jongere Bouwkunst bestaat nog niet.
De monumentenverordening waarin de nieuwe beschermde categorie panden is opgenomen, is echter op 27 januari 2004 in werking getreden en daarom willen wij voor deze categorie de volgende subsidiemethodiek ontwikkelen. Alleen de restauratie van die onderdelen worden gesubsidieërd die onder de bescherming vallen, namelijk gevels, daken, tuinmuren, vensters. Daarvan kan 25% met een maximum van € 3.000,- worden gesubsidieerd. (Er is dan een totale investering door de eigenaar van € 12.000,- nodig.) Verder is uitgangspunt dat als het volledige bedrag van € 3.000,- aan een pand is toegekend, er binnen 10 jaar geen nieuwe aanvraag meer in behandeling wordt genomen.
nota cultuurhistorie
36
We schatten in dat ca. 20 panden per jaar in aanmerking komen voor subsidie en dat er dus een budget voor de Jongere Bouwkunst nodig is van € 60.000 per jaar. inventarisatie naoorlogse bebouwing (1940-1965) Voor de inventarisatie van de Goudse naoorlogse bebouwing zal een gespecialiseerd bureau worden ingeschakeld. De kosten van die inventarisatie kunnen worden gedekt uit de bestaande structurele begroting. projectgebonden uitvoeringskosten archeologisch onderzoek De projectgebonden uitvoeringskosten zijn de kosten van het doorlopen van het archeologisch proces om het behoud van informatie te garanderen en/of te komen tot een verantwoorde afweging van belangen. Deze kosten zijn meestal direct te relateren aan individuele bouw- en inrichtingsprojecten. Binnen deze projecten kan vervolgens weer een onderscheid gemaakt worden tussen gemeentelijke projecten (bijvoorbeeld voor de inrichting van de openbare ruimte), projecten van andere overheden, private initiatieven en alle gradaties daartussenin. Binnen de oude wet- en regelgeving staan de gemeente verschillende mogelijkheden voor het doorberekenen van de archeologiekosten in niet-gemeentelijke projecten ter beschikking. Te denken valt aan het verrekenen van archeologiekosten via de gronduitgifte en exploitatieovereenkomsten. Een en ander kan worden geregeld in de gemeentelijke exploitatieverordening.
Bij de aanstaande wetswijziging krijgt het veroorzakersprincipe een prominente rol. Een belangrijk verschil tussen het oude en het nieuwe stelsel is dat de gemeente de benodigde archeologische werkzaamheden in private projecten ook niet zelf meer hoeft te organiseren, maar dit aan de exploitant zelf kan opdragen. De gemeente stelt wel de randvoorwaarden op waarbinnen die werkzaamheden dienen plaats te vinden (Programma van Eisen, aanvullende kwaliteitseisen). De provincie Zuid-Holland heeft in haar Nota Planbeoordeling 2000 ingespeeld op de nieuwe wet. In die Nota Planbeoordeling staat het veroorzakersprincipe al opgenomen en de gemeente Gouda heeft daar op dit moment mee te maken. Daarom komen in Gouda de projectgebonden uitvoeringskosten, de uitwerking en de eindrapportage nu al grotendeels voor rekening van de ontwikkelaar/ initiatiefnemer. Dat wordt geregeld via de grondexploitatie en de exploitatieovereenkomsten. De gemeentelijk archeoloog heeft de rol van toetser en regisseur. De kosten van archeologisch onderzoek zijn echter niet altijd in evenwicht met de totale bouw/ aanlegkosten. Bij bepaalde kleinere bouw- en ontwikkelingsprojecten kunnen de kosten van archeologische maatregelen tot een zodanige excessieve kostenstijging leiden dat de totale exploitatie in gevaar komt.
Op de vorming van een landelijk fonds voor financiële ondersteuning bij archeologische (toevals)vondsten van grote omvang wordt op dit moment nog door het Ministerie van OCenW gestudeerd. Mede op basis daarvan zal de gemeente zich beraden. Ook vindt op dit moment in het kader van het project Verheullocatie in overleg met de provincie en de ROB een pilot plaats waarbij de bouwwijze zodanig wordt aangepast dat de aantasting van het bodemarchief acceptabel is en er slechts op een klein aantal plekken archeologisch onderzoek nodig is. Zo worden zowel het bodemarchief ontzien als de archeologische onderzoekskosten beperkt. toevalsvondsten In gebieden waar geen archeologische waarden worden verwacht, geldt zoals in de ABK is aangegeven, een meldingsplicht. Je kunt er, ondanks gegrond vooronderzoek, namelijk nooit helemaal zeker van zijn dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het is denkbaar dat het vooronderzoek in het kader van de ABK heeft aangetoond dat er geen archeologische sporen te verwachten zijn, maar dat tijdens de grondbewerking toch een belangrijke vondst wordt aangetroffen. In dat geval kun je spreken van een toevalsvondst.
nota cultuurhistorie
37
Binnenstedelijke opgraving, ovens aan de Raam. Opgraving in 1959.
Ook in dit geval is nader archeologisch onderzoek verplicht. In dergelijke situaties zal wat OCW betreft, de initiatiefnemer niet gehouden zijn tot vergoeding van de met de exploratie van een dergelijke vondst gemoeide kosten. Hij heeft immers aan zijn wettelijke verplichtingen voldaan, en wel op basis van een overheidsbesluit, dat hem de ruimte gaf het voorgenomen initiatief te realiseren. Wel zal hij de vondst moeten melden. De kosten van het onderzoeken van de vondst zullen volgens de nieuwe wet, in elk geval door een van de overheden worden gedragen. Over de ruimte en tijd zal met de initiatiefnemer en (afhankelijk van het belang van de vondst) met overige overheden moeten worden overlegd.
9.3. instrumenten Voor bovengenoemde aspecten staan ons verschillende instrumenten ter beschikking. - Nota Planbeoordeling (bijlage 3) - Interimbeleid - Monumentenwet (bijlage 1) 9.4. actiepunten Uit bovenstaande volgen enkele actiepunten actiepunt 1 subsidies gemeentelijke monumenten Cultuurhistorie wordt vanuit het rijk gezien als substantiëel onderdeel van het ISV en wordt bij de tweede ISVtranche nog belangrijker. Het aantal prestatievelden van ISV wordt teruggebracht van 12 naar 4. Binnen het prestatieveld omgevingskwaliteit zijn verschillende beleidsthema's waaronder de cultuurimpuls opgenomen. In het rijksbeleidskader wordt aangegeven dat onder cultuurimpuls onder andere wordt verstaan fysieke culturele kwaliteiten zoals het onroerend cultureel erfgoed (archeologie, monumenten, stedenbouwkundige structuren, stads- en dorpsgezichten). (Bijlage 12). Het is daarom logisch om de restauraties van cultuurhistorisch waardevolle objecten hieruit te financieren. Tijdens de eerste ISVtranche werd voor restauraties van gemeentelijke monumenten € 263.000,- gereserveerd. Dat werd aangevuld met € 37.000,- uit het nu aflopende Svfonds. De afgelopen vijf jaar was dus voor restauraties van gemeentelijke monumenten per jaar € 300.000,- beschikbaar.
nota cultuurhistorie
38
Het totale ISVbudget voor Gouda wordt in de komende ISV periode met een kwart verminderd en dat zal ook gevolgen hebben voor de subsidieregeling voor gemeentelijke monumenten. Daar komt bij dat naast de subsidieregeling voor reguliere gemeentelijke monumenten ook een regeling voor monumenten van jongere bouwkunst wordt ontwikkeld. Er zullen dus wat meer restauraties in aanmerking komen voor subsidie. Het budget voor restauraties van gemeentelijke monumenten en monumenten van jongere bouwkunst zal daarom met maximaal een kwart van het huidige budget worden verminderd. Daarnaast dient cultuurhistorie ook het economisch belang. Investeren in cultuurhistorie zoals beschreven in het projectplan van het Cultureel en Havenkwartier betekent niet alleen een meerwaarde voor cultuurhistorische waarden, maar nadrukkelijk ook voor de voorspoed van de Goudse inwoners. Wij zullen de gevolgen voor de subsidieregeling van restauraties van de korting van het ISVbudget met een kwart in beeld brengen en dit budget afhankelijk daarvan aanvullen uit een ander budget. actiepunt 2 opstellen financieringsbeleid opgravingen en projecten De meeste archeologische onderzoekskosten kunnen worden gefinancierd uit de grondexploitatie.
Bij sommige bouw- en ontwikkelingsprojecten kunnen de kosten van archeologische maatregelen echter tot een zodanige excessieve kostenstijging leiden dat de totale exploitatie in gevaar komt. Voor dit kostenaspect bestaat op dit moment geen enkele voorziening. Op de vorming van een landelijke fonds voor financiële ondersteuning wordt op dit moment nog door het Ministerie van OCenW gestudeerd. OCW gaat ervan uit dat bij fors hoge meerkosten de gemeente danwel de provincie als vergunningverlenende instantie (of gemeente of provincie als bevoegd gezag bij MERplichtige projecten) deze kosten ten dele moeten dragen. Als ook daarna sprake blijft van excessieve kosten komt de rijksbijdrage pas in beeld. Op dit moment wordt door OCW een AmvB voorbereid waarbij een drempel van wat een gemeente jaarlijks maximaal moet bijpassen, wordt vastgesteld. De ontwikkeling voor de criteria daarvoor wordt waarschijnlijk aan de gemeenten overgelaten. De landelijke regeling voor excessieve kosten zal naar verwachting in de loop van dit jaar definitief worden. Bovenstaande heeft consequenties voor het binnenstedelijke bouwen, maar op de uitkomsten van de studie door OCW naar de mogelijke drempel van de gemeentelijke bijdrage valt nog niet te anticiperen.
Afhankelijk van wanneer duidelijk is wat op de gemeente afkomt, zal een uitwerkingsnotitie door de Dienst Financiën en RBE worden opgesteld waarin wordt ingegaan op een reservering in de begroting ter hoogte van de opgelegde drempel. actiepunt 3 heffing leges Met ingang van de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening Monumenten en Archeologie is in waardevolle gebieden de archeologievergunningsplicht van kracht. Op die vergunning kunnen leges worden geheven ter dekking van de kosten van de vergunningverlening. Door de afdeling BWT zal in overleg met de gemeentelijke archeoloog dit punt worden ingebracht van de legesverordening door de afdeling Belastingen.
nota cultuurhistorie
39
39
uitvoeringsprogramma nota cultuurhistorie wat
trekker en betrokkenen
wanneer
hoe
kosten en dekking uit reguliere begroting
1.
investeren in voorlichting en vergroting draagvlak voor cultuurhistorie
RBe; RPL, PLU BWT
na vaststelling nota
door middel van voorlichtings materiaal
2.
Verfijnen quarantainelijst in overleg met de partners in de wijkontwikkeling met als doel dat deze lijst verdwijnt
RBe; RPL, wijkontwikkeling
Na vaststelling van deze nota starten met overleg
overleg
3.
Inventarisatie naoorlogse bebouwing
extern, aangestuurd door RPL
afronding laatste kwartaal 2004
inventarisatie
10.000,- uit reguliere begroting
4.
stimuleren bouwhistorisch onderzoek bij restauraties
BWT
continue
door middel van voorlichtingsmateriaal en in contacten met initiatiefnemers
uit reguliere begroting
5.
intensiveren communicatie over gevelbehandelingen
BWT
continue
door middel van voorlichtingsmateriaal en in contacten met initiatiefnemers
uit reguliere begroting
6.
uitwerkingsnotitie duivenproblematiek opstellen
VBE
2005
door middel van een notitie
uit reguliere begroting
7.
uitwerkingsnotitie zwaar verkeer opstellen
Dienst Ontwikkeling Stadswerken
2005
door middel van een notitie
uit reguliere begroting
8.
evaluatie archeologievergunning
PLU; BWT, RBE
eerste kwartaal 2005
door analyse van de gegevens
binnen bestaande capaciteit
9.
verband ARK en Commissie Cultuurhistorie vastleggen door middel van voordracht van 2 leden en één lid overlappend lidmaatschap
Dienst werken
opnemen welstandsnota
in verordening op ARK/welstandscommissie
binnen bestaande capaciteit
10. beheer Lijst waardevolle objecten
RPL
na vaststelling van deze panden nota
11. digitaal beschikbaar stellen info uit nota en lijst waardevolle panden
RPL in overleg met communicatie
na vaststelling van deze nota
door middel van ivoeren gegevens Registar en daarna koppelen aan gouda.nl;
12. archeologie als onderdeel van tentoonstellingen en opstelling museum
PLU/ Museum
streven naar 2005
vondsten uit depot in bruikleen geven aan museum
binnen bestaande capaciteit
13. uitwerkingsnotitie regionale samenwerking cultuurhistorie ISMH opstellen
RBe/PLU
2004
door middel van een notitie
binnen bestaande capaciteit
14. subsidieregeling Jongere Bouwkunst opnemen in subsidieverordening
BWT/ RBe
2004
opnemen in subsidieverordening bij eerstvolgende wijziging
binnen bestaande capaciteit
15. uitwerkingsnotitie financieringsbeleid archeologisch onderzoek opstellen
Dienst Financiën/ RBe/ Plu
2004
door middel van een notitie
binnen bestaande capaciteit
16. in legesverordening mogelijkheid tot heffing leges op archeologie vergunning opnemen.
BWT/ Belastingen
2005
opnemen in legesverordening
binnen bestaande capaciteit
17. gevolgen korting budget restauraties met 1/4 in kaart brengen en evt. voorstel uit ander budget
RBe/BWT
2004
door middel van een notitie
binnen bestaande capaciteit
nota cultuurhistorie
binnen bestaande capaciteit
nota cultuurhistorie
nota cultuurhistorie
nota cultuurhistorie
nota cultuurhistorie
nota cultuurhistorie
rug cultuurhistorie
05-01-2005
14:27
Pagina 1
nota cultuurhistorie