A Jaarstukken 2025 partij
Tekst van het document
Voor het bepalen van de grootte van de doelgroep is het college afhankelijk van schattingen van het CBS, die met vertraging worden gepubliceerd. Uit deze cijfers blijkt dat de doelgroep van de inkomensregelingen naar schatting juist groter is geworden. 15 Er is een nieuw Taalakkoord. Wat is de looptijd daarvan? En in hoeverre is er Het vernieuwde Taalakkoord loopt tot en met 2028. De financiering komt voor een deel uit het zekerheid / zijn er voldoende middelen om het programma voor geletterdheid landelijke budget voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB) en voor een deel uit lokale de komende jaren onverminderd voort te zetten? middelen. Mogelijk wordt het OAB-budget met 10% gekort (vanuit de brede korting van het Rijk op de specifieke uitkeringen). Na de zomer komt hier meer duidelijkheid over.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 17
Nr
Partij 76 CDA
77 CDA
Blz.
Vraag Antwoord De effectiviteit van de interventies wordt jaarlijks gemeten door de impactmonitor van prof. 15 Onder ambitie: het is de ambitie van de gemeente Gouda om actief werk te maken van het terugdringen van laaggeletterdheid. Gouda kent al meer dan 10 Maurice de Greef. In dit onderzoek wordt op 13 onderwerpen (verdeeld over de thema's jaar een Taalakkoord. Ook is de regionale aanpak op taal- en rekenvaardigheden Sociale Inclusie, Opvoeding en Arbeidsmarktparticipatie) gemeten hoeveel % van de deelnemers vooruitgang ervaart na het volgen van een traject basisvaardigheden. Uit dit voor volwassenen voortgezet. Wat zijn de effecten en resultaten daarvan geweest in de afgelopen 10 jaar? En hoe specifiek en meetbaar (SMART) is de onderzoek blijkt dat in 2025 99% van de deelnemers in Midden-Holland een leersucces ervoer ambitie voor de komende jaren, bijvoorbeeld met een concrete termijn en een en daarmee een betere plek in de samenleving of op de arbeidsmarkt kreeg. De grootste vooruitgang zit op de toepassing van taal: 68,1% van de deelnemers in Midden-Holland ervoer concrete daling van het aantal laaggeletterden in Gouda? beter de taal te kunnen toepassen. Het landelijke percentage ligt op 58,2%. Daarnaast ervoer 56,3% van de deelnemers dat zij digitale vaardigheden beter kunnen toepassen, en ervoer 55,6% dat zij betere financiële vaardigheden hebben ontwikkeld.
Ongeveer 15% tot 27% van de deelnemers kreeg een betere arbeidsmarktpositie. Dit is ongeveer net zo effectief als een reïntegratietraject. De kosten van een traject basisvaardigheden liggen echter een stuk lager, waardoor dit de preventieve waarde van de inzet op basisvaardigheden illustreert. Omdat verschillende factoren een rol spelen bij het ontstaan van lage basisvaardigheden, kan het college niet precies voorspellen hoeveel mensen met lage basisvaardigheden er jaarlijks bij komen. Dat maakt het onmogelijk om met zekerheid te zeggen welke invloed de interventies op basisvaardigheden hebben op het percentage mensen met lage basisvaardigheden. Daarmee is ook het benoemen van een concrete daling lastig. 15 Onder 1) Uitvoeren Economische Agenda gaat het over regionale positionering Custom Made in Midden-Holland is bedacht als lobby-instrument richting de provincie Zuidvan technisch vakmanschap in de maakindustrie onder de vlag Custom Made in Holland dat in de Ruimtelijk Economische Visie de regio Midden-Holland als 'vitaal platteland' Midden-Holland. Hoe heeft de gemeente zich hier afgelopen jaar voor ingezet in had omschreven.
Om recht te doen aan de mkb-bedrijvigheid en de samenwerkingen met de regionale samenwerking met andere gemeenten? En met welke resulaten? bedrijven en (mbo-)onderwijs gericht op technologisch vakmanschap binnen provinciaal beleid is deze lobby in het leven geroepen. Met succes, want de provincie erkent nu het innovatief mkb in hun economisch beleid wat kansen biedt voor subsidies, samenwerking (Groeiagenda) en positionering in ruimtelijk beleid. In 2025 heeft de regio zich gepresenteerd op het ZuidHollands Industrie Event met een eigen paviljoen waarbij 6 bedrijven (uit Gouda: Atum 3D en Technolution) en 2 onderwijsinstellingen (uit Gouda: MBO Rijnland en Campus Gouda) aanwezig waren. Op de beurs hebben de bedrijven en de regio zich aan meer dan 1.000 aanwezigen kunnen presenteren onder andere uit het netwerk van de Economic Board ZuidHolland. De profilering is eveneens gebruikt in een pitch voor een zetel in de Economic Board Zuid-Holland, waar burgemeester Verhoeve namens de regio sinds kort plaatsneemt. De regio heeft zo positie gekregen binnen de provincie om samen te werken en het beleid te beinvloeden op economie bij provincie en het Rijk. De positionering wordt in 2026 verder uitgewerkt. Financiële bijdragen lopen via de regio.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 18
Nr
Partij 78 CDA
79 CDA
80 CDA
81 CDA
82 CDA
83 CDA
84 CDA
Blz.
Vraag 16 Over doelstelling 2: welke mogelijkheden voor alternatieve financiering zijn onderzocht en wat zijn de uitkomsten daarvan?
Antwoord De mogelijkheden voor alternatieve financiering zijn afgelopen jaren continu verkend. Uw raad is meegenomen in de resultaten hiervan. Komende tijd wordt in lijn met de IHP2besluitvorming in uw raad in eerste instantie gericht gekeken naar inzet voor alternatieve financiering rond het project Driestar (Alfa). Hierover zijn contacten geweest afgelopen tijd met Driestar en een potentiële partner voor een alternatief financieringsconstruct. Parallel lopen ook relevante gesprekken over de brede Spoorzone-ontwikkeling. 16 Over doelstellling 3: wat zijn de uitkomsten/afspraken van de gesprekken over In samenspraak met de schoolbesturen is besloten om in gezamenlijkheid te werken aan een segregatie en toekomstvisie op het scholenlandschap in Gouda? onderwijsvisie op het toekomstige onderwijslandschap in Gouda. (Het tegengaan van) segregatie maakt onderdeel uit van deze toekomstvisie. In het 2e kwartaal hebben verdere verkennende gesprekken plaatsgevonden met de schoolbesturen en zijn alle schoolbesturen in de gelegenheid gesteld om hieraan deel te nemen. Tevens is een begeleider aangezocht voor deze gesprekken. De uitkomsten van deze gesprekken alsmede de vertaling hiervan naar een breedgedragen scholenvisie wordt in samenwerking met de schoolbesturen verder ontwikkeld in het najaar.
De stijging van de jeugdwerkloosheid is in lijn met een landelijke stijging van de werkloosheid 17 Over doelstelling 5: Wat verklaart de trendbreuk met voorgaande jaren, hoe komt het dat het aantal werkloze jongeren (fors) is gestegen? (zie tabel met onder jongeren. Deze stijging wordt veroorzaakt door een combinatie van economische indicatoren op pagina 18/19) ontwikkelingen en een toename aan jongeren die kampen met complexere problematiek, zoals mentale klachten. 20 In de tabel, voorlaatste regel boven 3.3: Wat is momenteel de verwachting De ontwikkelaar heeft aangegeven dat de businesscase niet meer haalbaar is. Er wordt een wanneer de bouw en oplevering van het hotel naast het Huis van de Stad nieuwe haalbaarheidstudie gedaan. Daardoor is de planning van start bouw en oplevering plaatsvindt? onzeker. De regievoering ligt in principe bij SPORT•GOUDA. Een eerste onderzoek heeft door 21 Over verduurzamen gemeentelijk vastgoed: hoe staat het met de plannen om het Groenhovenbad versneld aardgasvrij te maken? Hoe vergevorderd zijn deze SPORT•GOUDA plaatsgevonden maar heeft nog nadere aanvulling nodig. Daar wordt momenteel aan gewerkt.
plannen? 22 Bij doelstelling 3: kan er een overzicht gegeven worden van de concrete De voortgangsrapportage energietransitie van januari 2026 rapporteert over de behaalde resultaten van het Gouds Isolatieprogramma, zoals wat, waar en hoeveel? resultaten t/m januari 2026: https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/7e1f0b17f7c6-43ee-abd0-d1908ead9636. Tot en met januari 2026 zijn 479 adviesgesprekken gevoerd vanuit de gemeentebrede isolatieaanpak die is gestart in april 2025. Daarbij is ruim € 128.000 aan subsidie uitgekeerd via de Goudse isolatiesubsidie. Met deze subsidie hebben bewoners één of meer isolatiemaatregelen uitgevoerd in de periode van april 2025 tot en met januari 2026. In 2025 hebben de gemeentelijke energiecoaches ruim 160 adviesgesprekken gevoerd. 22 Bij doelstelling 3: hoe komt het dat de Energiekaravaan Gouda beperkt resultaat Aan het beperkte resultaat van de Energie Karavaan Gouda liggen meerdere redenen ten had, is bekend/uitgezocht waarom slechts enkele bewoners daarna grondslag. Energienetwerk Gouda heeft een evaluatie uitgevoerd, die via daadwerkelijk een offerte hebben aangevraagd? https://energienetwerkgouda.nl/energiekaravaan is gepubliceerd.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 19
Nr
Partij 85 CDA
Vraag 22 Bij doelstelling 3: de mogelijkheden om monumenten te verduurzamen zijn verruimd. Zijn daar al effecten of resultaten van bekend of merkbaar?
Antwoord De verruimde maatregelen zijn op 26-03-2026 door het college vastgesteld. Door het korte tijdsbestek zijn er nog geen concrete effecten of resultaten merkbaar. Daarnaast staat in de uitvoeringsstrategie Energiebesparing en Isoleren 2025-2032 de doelgroep monumenten beschreven als doelgroep waarvoor een verdere verduurzamingsaanpak nog moet worden opgezet. In 2025 zijn daarom op de verduurzamingsaanpak voor monumenten nog geen concrete effecten of resultaten van de verruimde regeling te benoemen.
86 CDA
28 Bij doelstelling 1: welke mogelijkheden zijn er besproken en wat zijn de uitkomsten/afspraken? Welke resultaten worden hiervan verwacht en op welk moment of hoe snel kunnen deze mogelijkheden gerealiseerd zijn?
Passende woon(zorg)concepten: De gemeenten en woningcorporaties in Midden-Holland hebben maatregelen verkend om de doorstroming van ouderen te bevorderen. Dit heeft geleid tot de notitie Regionale aanpak doorstroming ouderen, vastgesteld op 1 december 2025. Daarin zijn onder meer een verhuisadviseur, financiële prikkels, betere matching en gerichte communicatie onderzocht. Besloten is om een selectie hiervan in pilotvorm uit te voeren. Momenteel werkt een regionale werkgroep aan de nadere uitwerking. De concrete invulling en planning zijn nog in ontwikkeling. Een belangrijk aandachtspunt is de benodigde capaciteit (fte’s) en financiering bij gemeenten en corporaties; ook dit wordt momenteel uitgewerkt. Over de effecten kunnen nog geen kwantitatieve uitspraken worden gedaan. In algemene zin wordt verwacht dat doorstroming leidt tot het vrijkomen van grotere woningen voor starters en gezinnen. De pilot moet deze effecten nader inzichtelijk maken.
87 CDA
28 Bij doelstelling 1: welk budget is er structureel nodig voor een integrale lokale aanpak en meer samenwerking op regionaal niveau voor arbeidsmigranten?
zie antwoord op vraag 30.
88 CDA
30 Over de tabel met indicatoren: het aantal betaalbare koopwoningen en middenhuurwoningen is fors gedaald de afgelopen jaren. Afgelopen jaar zijn er 714 nieuwe woningen toegevoegd. Hoeveel daarvan vallen er in de categorie betaalbare koop en middenhuur? En is deze indicator inclusief of exclusief de nieuw toegevoegde woningen in dit segment?
89 CDA
31 Over indicator aantal (ernstige) verkeersslachtoffers: als bron wordt gebruik gemaakt van Viastat. Worden ook de gegevens van ambulanceritten meegenomen? 35 Bij doelstelling 1: Hoe wordt gepeild/onderzocht of inwoners zich hierdoor daadwerkelijk gezien en betrokken voelen? En wat is het effect van deze bijeenkomsten, is dat ook gemeten?
Van oudsher worden woningbouwprojecten van 10 woningen of meer gemonitord, omdat de afspraak is dat dit de ondergrens is voor aanlevering van de regionale woningbouwprogrammering. Kleinere projecten zijn daarmee niet altijd in beeld. In totaal zijn er daarmee circa 700 woningen in beeld waarvan de segmentering duidelijk is. Bij die projecten zijn er 58 middenhuurwoningen en 21 betaalbare koopwoningen opgeleverd. Dit komt neer op circa 8% middenhuur en 3% betaalbare koop. Van kleine projecten is de informatie over segmentering niet altijd volledig in beeld. Het is aannemelijk dat een deel van die projecten ook in de betaalbare segmenten valt, wat invloed kan hebben op op aantallen en verhoudingen. Sinds twee jaar heeft de gemeente ook beschikking over ongevallencijfers die door de ambulancediensten zijn geregistreerd, maar de disclaimer is dat deze (nog) niet gebruikt kunnen worden om jaren te vergelijken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Stadspeiling. Inwonersbetrokkenheid komt onder andere tot uitdrukking in indicatoren zoals buurtverbondenheid, sociale cohesie, contact tussen buurtbewoners en informele hulp in de buurt. Het betreft een algemene peiling in plaats van het meten van de effecten van (specifieke) bijeenkomsten.
90 CDA
Blz.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 20
Nr
Partij 91 CDA
92 CDA
Blz.
Vraag Antwoord 35 Bij doelstelling 1: Door afspraken met Kwadraad kon Café van Noord ook in 2026 Op dit moment is het college nog met de maatschappelijke organisaties in gesprek over een open blijven. Welk zicht is er op een structurele oplossing, zodat Café van Noord structurele oplossing. niet alleen dit jaar, maar blijvend open kan blijven? 36 Indicator uitgegeven Rotterdampassen: wat is de reden/oorzaak dat het aantal In 2025 zijn er aan inwoners (kinderen en volwassenen) met een laag inkomen in totaal 11 uitgegeven Rotterdampassen voor de doelgroep licht is gedaald ten opzichte van minder passen verstrekt dan in 2024. Er was sprake van een stijging van het aantal passen voor 2024? volwassenen en een kleine daling van het aantal passen voor kinderen. Door de jaren heen is zonder duidelijke oorzaak een schommeling zichtbaar in het aantal aanvragen van minimaregelingen. Hoewel het overgrote deel van de inwoners dat gebruik maakt van de regelingen jaarlijks een nieuwe aanvraag doet is er wel sprake van een verschuiving. Doordat kinderen 18 worden en geen recht meer hebben op de pas en er tegelijkertijd kinderen geboren worden die op hun beurt in aanmerking komen voor de pas.
93 CDA
37 Bij indicator integrale dienstverlening: het percentage inwoners dat weet dat ze Dit komt door een samenloop van factoren. Landelijk onderzoek laat zien dat veel voor ondersteuning bij verlening van mantelzorg bij de gemeente terecht kunnen mantelzorgers zichzelf niet herkennen als mantelzorger en hun inzet zien als iets wat blijft laag en is afgelopen jaar zelfs verder gedaald. Hoe komt dat? vanzelfsprekend bij de relatie hoort. Daardoor zoeken zij geen informatie over ondersteuning en blijven zij buiten beeld. Daarnaast speelt vraagverlegenheid hierin een rol: mantelzorgers vinden het lastig om hulp te vragen of taken uit handen te geven. Bepaalde groepen, zoals jonge mantelzorgers en mantelzorgers met een migratieachtergrond, zijn bovendien minder zichtbaar door taboes of een andere zorgcultuur. Tot slot zoeken mantelzorgers in eerste instantie hulp voor de ander, in plaats van voor zichzelf. Hierdoor komen zij ook minder goed op het spoor van ondersteuning die voor hen beschikbaar is.
94 CDA
38 Hoe komt het dat het aantal cliënten dat beschikt over een indicatie van het CVV Het aantal Wmo cliënten dat beschikt over een indicatie voor het CVV (Collectief (Collectief Vraagafhankelijk Vervoer) en het aantal ritten is afgenomen in 2025? Vraagafhankelijk Vervoer) neemt af doordat de uitstroom (door natuurlijk verloop of verhuizing naar een andere gemeente) groter is dan de instroom. Door het lagere aantal cliënten met een CVV-indicatie, neemt ook het gebruik (het aantal CVV-ritten) af. 39 Over 6.60: wordt de ingeboekte besparingsmaatregel op dit taakveld doorgezet De besparingsmaatregel is structureel ingeboekt. Dat betekent dat ook in 2026 en verder een naar 2026? besparing is ingeboekt op dit taakveld. De besparing vanuit 2025 wordt niet incidenteel als extra besparing opgeteld bij de te behalen besparing in 2026.
95 CDA
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 21
Nr
Partij 96 CDA
97 CDA 98 CDA
99 CDA
Blz.
Vraag 42 Bij doelstelling 2: a) Welke vijf evenementen gaat het om? b) Kan per evenement worden aangegeven welk subsidiebedrag deze evenementen eerst kregen en welk bedrag nu? c) waarvoor de subsidies zijn verstrekt / waarvoor mag de subsidie wel/niet worden aangewend? d) wat zou het niet verhogen van de subsidies of het verlagen ervan hebben betekend voor deze evenementen?
Antwoord a) Het gaat hierbij om de Goudse Kaasmarkt, de Goudse Hofstedendagen, Houtmansplantsoenconcerten, de Oranjeboulevard en Intocht Sinterklaas. b) Op incidentele basis onder voorwaarde van visie-formulering vanuit de Impuls: Goudse Kaasmarkt ontving in eerste instantie € 151.000 en dit is later aangevuld tot € 172.650. Goudse Hofstedendagen ontving in eerste instantie € 4.500 en dit is later aangevuld tot € 7.000. Houtmanplantsoenconcerten ontving in eerste instantie € 12.000 en dit is later aangevuld tot € 16.150. Oranjeboulevard ontving in eerste instantie € 8.700 en dit is later aangevuld tot € 15.700. Intocht Sinterklaas ontving in eerste instantie € 6.500 en dit is later aangevuld tot €7.300. c) De subsidies zijn specifiek bedoeld voor het organiseren van het evenement zoals gesteld in de subsidiebeschikking. De subsidie is niet beschikbaar gesteld voor andere evenementen danwel andere zaken die worden georganiseerd door de aanvrager. De subsidie mag worden aangewend voor een goed verloop van het evenement zelf. Zo is de subsidie voor de Oranjeboulevard verhoogd met het oog op het inzetten van beveiligers. De Kaasmarkt heeft met de aanvullende middelen de KinderKaasmarkt mogelijk kunnen maken. De Intocht Sinterklaas, Houtmansplantsoenconcerten en de Goudse Hofstedendagen hebben allemaal te maken met oplopende kosten en/of achterblijvende sponsoring.
d) Als de verhoging bij de Oranjeboulevard niet was gegeven of zelf lager, dan kon dit evenement niet doorgaan, of zou het moeten afschalen in verband met veiligheid. Dit heeft effect op de sociale cohesie in de buurt, maar in dit geval ook zeker in de gehele stad. Eveneens geldt dit voor de gratis toegankelijke Houtmanplantsoenconcerten, de Hofstedendagen en de Intocht. Evenementen kunnen dan niet meer innoveren/vernieuwen en nieuwe doelgroepen aanboren (Kaasmarkt) om de stad aantrekkelijk te houden. Het versoberen danwel verdwijnen van deze vijf belangrijke evenementen heeft direct impact op de aantrekkelijkheid van de stad voor ondernemer, inwoner en bezoeker. Juist doordat andere subsidies zoals GoudApot evenementen niet meer ondersteunen is de financiële druk hoog. Het wegvallen van subsidie betekent dus verarming van de levendigheid en saamhorigheid in de stad.
42 Bij doelstelling 2: Hier is geen vraag aan toegevoegd! 43 Over de Goudse Aanpak Veilig en Plezierig Sporten: deze is in 2025 voorbereid Ja, de aanpak is begin 2026 gestart. maar nog niet gestart. Invoering was voorzien begin 2026. Is dat inmiddels gebeurd? 47 Onder 'Wat is er bereikt?' wekt het kopje 'Afname jeugdoverlast en Het kopje ‘Afname jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit’ verwijst naar de beleidsdoelstelling. Uit jeugdcriminaliteit' de indruk dat er sprake is van een afname. Maar het aantal de jaarstukken 2025 blijkt dat het aantal meldingen jeugdoverlast is toegenomen, terwijl de meldingen is ten opzichte van het jaar ervoor juist toegenomen van 270 naar 360 aanpak gelijktijdig is versterkt. meldingen. Hoe zit dat? De stijging hangt samen met verbeterde signalering, hogere meldingsbereidheid en intensievere inzet van professionals. Hierdoor is meer problematiek zichtbaar geworden. De ambitie blijft gericht op afname op de langere termijn. Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 22
Nr
Partij 100 CDA
101 CDA
102 CDA
103 CDA
Blz.
Vraag 47 De aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit is verder uitgebreid. Hoe verloopt de samenwerking met en tussen de scholen in Gouda hierbij en met welk effect?
Antwoord De samenwerking met scholen is in 2025 en 2026 structureel versterkt via de inzet van de adviseur schoolveiligheid en vaste signaaloverleggen. Hierin werken scholen, leerplicht, jongerenwerk, politie en jeugdhulp samen. Het effect is een versterkte preventieve aanpak, waarbij problematiek eerder wordt opgepakt en escalatie vaker wordt voorkomen. Dit leidt tot: - eerdere (vroeg)signalering van risico’s op afglijden richting jeugdoverlast/criminaliteit bij jongeren; - snellere afstemming tussen ketenpartners en opvolging van casuïstiek; - minder ad-hoc handelen en meer planmatige inzet; - een verbeterde informatiepositie van de gemeente.
48 Bij 3.6.1. Hoe doet Gouda het op de verschillende doelstellingen ten opzichte van Het RIEC Den Haag ondersteunt en monitort de aanpak van Ondermijning in de Haagse Regio. vergelijkbare gemeenten? Zijn daarover gegevens beschikbaar vanuit benchmark Uit informatie van het RIEC Den Haag blijkt dat Gouda een min of meer vergelijkbaar beeld laat zien als regio-gemeenten zoals Delft, Alphen aan den Rijn en Zoetermeer. Daarbij kan gedacht worden aan het hebben van ondermijningsproof beleid, APV-artikelen, het uitvoeren van controles, het organiseren van bewustwordingsbijeenkomsten, het hebben van 1 of meer fte’s specifiek voor de aanpak van ondermijning en het hebben van een vrijgemaakte Bibobcoördinator. 48 Bij doelstelling 3 over afname jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit: wat valt hier Onder deze doelstelling vallen meldingen van jeugdoverlast in de openbare ruimte, jeugd alles onder en is hierbij ook gekeken naar toename of afname van deze overlast gerelateerde openbare orde-incidenten en jeugdcriminaliteit zoals geregistreerd door politie en criminaliteit door fatbikers? en partners. Overlast waarbij fatbikes een rol spelen valt hieronder voor zover dit onderdeel is van meldingen jeugdoverlast. Er vindt geen afzonderlijke registratie plaats naar type vervoermiddel. Signalen hierover worden wel meegenomen in de aanpak, onder andere in toezicht, handhaving en jongerenwerk.
48 Bij doelstelling 3: vorig jaar ervaarden omwonenden en ondernemers van Op dit moment is het beeld dat het relatief rustig is rondom winkelcentrum Goverwelle. Zowel winkelcentrum Goverwelle veel overlast, oa door fatbikers die met hoge snelheid bij de politie als bij de gemeente komen weinig meldingen van jeugdoverlast en door het winkelcentrum en door woonerven reden. Hoe gaat het op dit moment jeugdcriminaliteit binnen. Wel is er sprake van een wisselend patroon: vooral tijdens met de jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit rondom winkelcentrum Goverwelle? vakanties, in weekenden en soms in de avonduren neemt de overlast tijdelijk toe. In de vakantieperiodes wordt hier actief op gestuurd door gerichte inzet van politie en toezicht en handhaving. Deze extra inzet leidt tot een daling van het aantal meldingen en lijkt een positief effect te hebben op de ervaren overlast.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 23
Nr
Partij 104 CDA
105 CDA
106 CDA
Blz.
Vraag 49 Bij doelstelling 4, eerste 2 regels op pagina 49: a) kan er een overzicht worden gegeven van de 57 demonstraties waarvoor een vergunning is verleend: welke organisaties en met welke reden/doel, waar en wanneer deze demonstratie is gehouden en of zich daarbij incidenten hebben voorgedaan? b) Zijn er naast de vergunde demonstraties ook onvergunde demonstraties geweest; en zo ja, welke?
Antwoord Voor demonstraties geldt geen vergunningenstelsel, maar een kennisgevingsstelsel. Demonstraties worden gefaciliteerd en beschermd conform de Wet openbare manifestaties. Tegelijkertijd geven we richtlijnen mee ten behoeve van het ordelijk verloop van demonstraties. Zonodig geven we aanwijzingen of leggen we beperkingen op. Voor de 57 demonstraties in 2025 geldt dat er sprake is van een divers palet aan organisaties en uiteenlopende doelen, verspreid over het gehele jaar. Vaker voorkomende locaties voor manifestaties zijn het station, het plein voor het Huis van de Stad, de Markt, de kruising Turfmarkt/Blauwstraat/Hoogstraat en Nieuwe Markt. In 2025 hebben daarnaast vijf nietaangemelde manifestaties plaatsgevonden. Incidenten worden niet afzonderlijk en uniform geregistreerd, waardoor hierover geen betrouwbaar totaaloverzicht kan worden verstrekt.
Bij de inzet op het terugdringen van woninginbraken is het van belang een duidelijke rolafbakening te hanteren tussen gemeente en politie. De politie is primair verantwoordelijk voor de opsporing van strafbare feiten en maakt binnen haar capaciteit en prioriteiten keuzes ten aanzien van gerichte inzet op woninginbraken. Dit betreft onder meer de aanpak van dadergroepen, opsporingsonderzoeken en het monitoren van veelplegers en recidive. De hiervoor benodigde informatie en interventiemogelijkheden liggen bij de politie. De gemeente vervult met name een preventieve rol. De inzet richt zich op het vergroten van de weerbaarheid van inwoners, het stimuleren van preventieve maatregelen en het versterken van de sociale en fysieke leefomgeving om kansen voor inbraak te beperken. Deze rolverdeling betekent dat aanvullende inzet vanuit de gemeente zich vooral richt op preventie en samenwerking, terwijl de repressieve aanpak en opsporing bij de politie zijn belegd. 49 Bij de tabel indicatoren: het aantal signalen/casussen in ondermijning is in twee Sinds 2 jaar is het team Ondermijning overgestapt naar een andere vorm van registratie van jaar tijd bijna verdubbeld. Is deze stijging autonoom, of is die gerelateerd aan de signalen.
Door collega’s bewust te maken van het belang van het melden en registreren van eveneens forse stijging van het aantal integrale controles in dezelfde periode? deze signalen, is onze informatiepositie versterkt. Daarnaast proberen we via bewustwordingscampagnes inwoners en samenwerkingspartners bewust te maken van signalen van ondermijning en op welke wijze die gemeld kunnen worden. Het doel is om daarmee de kennis over ondermijning en de meldingsbereidheid te vergroten. Dat zorgt weer voor een stijging in meldingen. Het aantal uitgevoerde integrale controles heeft hier deels mee te maken. Een controle wordt gehouden om een signaal te bekrachtigen of juist te ontkrachten. Tevens heeft de komst van de ondermijningshandhaver eraan bijgedragen dat er meer ruimte is om integrale controles uit te voeren en in gesprek met ondernemers signalen vanuit hen te ontvangen (via zogenaamde Knock & Talk-gesprekken).
49 Bij de tabel indicatoren: het aantal woninginbraken vertoont na een daling tijdens COVID-19 weer een stijgende lijn. Woninginbraak blijft een aandachtspunt. Welke mogelijkheden zijn er - naast de genoemde inzet op preventie - om extra in te zetten op het doorbreken van de stijgende lijn?
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 24
Nr
Partij 107 CDA
Blz.
Vraag 64 Bij 4.1.2: hoe komt het dat de rioolheffing en het vastrecht afvalstoffenheffing fors zijn gestegen?
Antwoord Ten aanzien van de stijging van het tarief rioolheffing 2025 is in de begroting 2025 hier het volgende over opgenomen. De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het Water- en Rioleringsprogramma 2024-2028 (WRP) zoals in maart 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Op basis van het WRP 2024-2028 worden de tarieven voor 2025 verhoogd met ca. 6%. Deze stijging wijkt af van het inflatiepercentage van 2,2%. De reden is dat het tarief voor 2024 eenmalig is verlaagd naar aanleiding van het aangenomen amendement "lastenverlaging 2024" in de Begrotingsraad van 8 november 2023. Zonder het amendement zouden de tarieven 2025 een lichte stijging laten zien aangezien in het WRP onvoldoende rekening is gehouden met het rioolrecht grootverbruik. Ten aanzien van de stijging van het tarief afvalstoffenheffing 2025 is in de begroting 2025 hier het volgende over opgenomen. De kosten voor afvalinzameling zijn hoog en zullen ook de komende jaren stijgen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de algehele prijsstijgingen (inflatie) als gevolg van verhoging van lonen en hogere brandstofprijzen. Hierdoor is de prijs voor afvalinzameling door Cyclus gestegen. Tegelijkertijd is de vergoeding voor ingezameld plastic afval en de opbrengst van oud papier gedaald.
De verwachting is dat de invoering van omgekeerd inzamelen de komende jaren tot lagere kosten zal leiden, waarmee de stijgende kosten (deels) gecompenseerd kunnen worden. In verband met de gestegen kosten en dalende vergoedingen en opbrengsten is voor 2025 een tariefsverhoging noodzakelijk.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 25
Nr
Partij 108 CDA
109 D66
110 D66
Blz.
Vraag 77 Bij 4.3.2 Onderwijsgebouwen: is er al zicht op wat de nieuwe vestigingsaanvragen voor (islamitische) scholen betekent voor de beschikbare budgetten van het IHP? En is bekend welke invloed de nieuwe scholen hebben op de leerlingpopulatie bij andere scholen en wat dat mogelijk doet met de ruimtebehoefte van deze andere scholen?
Antwoord Conform verwoord in het raadsvoorstel IHP2 zijn niet voorziene initiatieven niet opgenomen in het Uitvoeringsplan IHP2. Begin juni zijn de nieuwste schoolinitiatieven afgehandeld door DUO. De gehonoreerde aanvraag van De Vier Windstreken voor een PO-school in Westergouwe was voorzien. Dit is een in hoge mate ‘administratieve’ wijziging. De huisvesting voor deze school is voorzien in het IKC Westergouwe. De andere gehonoreerde aanvragen zijn nog niet voorzien. Dit geldt voor Islamitisch VO (Stg Ozonlaag – gehonoreerd in 2025), Islamitisch VO (Risalah College) en Islamitisch PO (SIS Rijn & Gouwe). Zoals gecommuniceerd aan de raad in het raadsvoorstel IHP2 kijkt het college zeer kritisch naar nieuwe initiatieven en worden deze sowieso grondig beoordeeld op basis van toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande, diverse onderwijslandschap. Vanuit dat uitgangspunt ligt de prioriteit momenteel bij het Islamitisch VO, welk onderwijstype nu nog ontbreekt in de stad/regio. De gemeente heeft initiatief genomen voor een gesprek met beide VO-initiatiefnemers. Wij beogen de aanvragen immers in samenhang te bezien. Informatie vanuit initiatiefnemers is noodzakelijk om meer te weten te komen over onder andere leerlingstromen en ruimtebehoefte. Als er initiatieven worden geaccommodeerd kijken we in eerste instantie naar bestaande (VO) schoolgebouwen.
Voor wat betreft de mate van invloed van nieuwe scholen op bestaande leerlingenpopulaties zijn nu echter nog geen harde cijfers te geven, mede met het oog op de nog ontbrekende, inhoudelijke informatie over de goedgekeurde aanvragen (ruimtebehoefte etc.) en de visie op het Goudse onderwijs- en scholenlandschap die momenteel samen met schoolbesturen wordt ontwikkeld. Dát er een invloed van uitgaat, is niettemin wel de verwachting. Gouda en regio groeien wel maar niet in een tempo dat het een voortdurende uitbreiding van het aantal schoolgebouwen cq. leslokalen rechtvaardigt. Op sommige plekken zien we al dat leerlingenaantallen stabiliseren.
Dit betreft een incidenteel voordeel omdat inhuur minder lang nodig was dan vooraf voorzien. 10 Het voordeel bij onderwijsbeleid wordt deels veroorzaakt doordat geplande De wettelijke taken zijn uitgevoerd. inhuur niet nodig was voor leerlingzaken om te voldoen aan de regionale afspraken. Betreft dit een structurele efficiency in uitvoer van beleid of lag hier een incidentele situatie aan ten grondslag? Heeft dit gevolgen gehad voor de uitvoering van wettelijke taken? 11 Binnen het taakveld 7.2 Riolering wordt 832k voordeel genomen in 2025. Komen Deze incidentele onderschrijding betreft niet het vervangingsonderhoud. Die budgetten en we op riolering nog wel aan de beoogde doelen qua vervangingsonderhoud en planning worden jaarlijks geactualiseerd. Vanuit 2026 zijn enkele werkzaamheden met wat is consequentie van het schuiven van de fasering als de straat in de komende betrekking tot groot onderhoud aan hemelwater afvoeren (HWA's) doorgeschoven naar 2027. jaren op veel plekken tegelijk open moet? De incidentele financiele gevolgen vanwege de fasering van deze specifieke werkzaamheden kunnen worden opgevangen binnen de KDE Riolering en hebben geen effect op toekomstige begrotingen.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 26
Nr
Partij 111 D66
112 D66
113 D66
114 D66 115 D66
116 D66
Blz.
Vraag 16 Mogelijkheden voor alternatieve financiering onderwijshuisvesting zijn onderzocht. Wat heeft dit onderzoek opgeleverd?
Antwoord De mogelijkheden voor alternatieve financiering zijn afgelopen jaren continu verkend. Uw raad is meegenomen in de resultaten hiervan. Komende tijd wordt in lijn met de IHP2besluitvorming in uw raad in eerste instantie gericht gekeken naar inzet voor alternatieve financiering rond het project Driestar (Alfa). Hierover zijn contacten geweest afgelopen tijd met Driestar en een potentiële partner voor een alternatief financieringsconstruct. Parallel lopen ook relevante gesprekken over de brede Spoorzone-ontwikkeling. 19 Het aantal inwoners in een traject basisvaardigheden daalde van 1.841 (2024) Op basis van de meest recente cijfers hebben in 2025 zo'n 1.900 inwoners deelgenomen aan naar 1.643 (2025), terwijl € 109.000 van de centrumtaak laaggeletterdheid wordt een traject basisvaardigheden. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat in de 1.643 een doorgeschoven naar 2026 (p. 20); wat verklaart de daling van het bereik en hoe aanbieder was vergeten. Daarmee zijn de cijfers vergelijkbaar met die van 2024. Het wordt het doorgeschoven budget ingezet om het bereik juist te vergroten? doorschuiven van budget is een anticipatie op de mogelijke structurele 10% korting op de regionale middelen door het Rijk vanaf 2026. Door het geld niet volledig uit te geven, hoeven we in de toekomst niet te snijden in het cursusaanbod, maar kunnen we een constant aanbod waarborgen.
Voor de komende twee jaar hebben we voldoende inkomsten uit de regionale middelen, daarna is dit onzeker. 24 In de Stadspeiling daalt het aandeel inwoners dat zeker maatregelen wil nemen De vraagstelling is in 2025 aangepast van "Zou u zelf maatregelen willen nemen om overlast tegen hitte en wateroverlast van 40,7% (2024) naar 29,5% (2025); is deze door hitte en water rondom uw woning tegen te gaan?" naar "Zou u zelf (nog meer) ontwikkeling geanalyseerd en welke verklaring ziet het college hiervoor? maatregelen willen nemen om overlast door hitte en water rondom uw woning tegen te gaan?". De vraag werd namelijk direct gesteld na de vraag of mensen al maatregelen hebben genomen. Door de vraag te veranderen is die duidelijker voor mensen die al maatregelen hebben genomen. Echter zal daarmee een deel van de groep die al maatregelen heeft genomen de vraag anders hebben ingevuld dan voorgaande jaren. 27 Oversteeklocaties Goudse Houtsingel: die zijn toch pas in 2026 gerealiseerd? 28 Herontwikkeling Goudse Poort: zijn er ontwikkelingen sinds de BOPA avond?
Van de 4 oversteeklocaties zijn er al twee in 2025 gerealiseerd. De SOK is 16 juni 2026 ondertekend. Deze ziet toe op het (her-)huisvesten van circa 165 Oekraïners en 39 woningen voor Goudse spoedzoekers. Op 16 juni is ook de intentieovereenkomst voor het hele (en inmiddels overige) plan ondertekend. Voor deze overige woningen en commerciële plint wordt een Anterieure overeenkomst voorbereid. Er worden twee BOPA-procedures doorlopen. Eén voor de Oekraïners en de 39 woningen, de ander voor het overige deel. Ontwikkelaar Breevast wil beide fases op elkaar laten aansluiten. uitvoering start eind 2026. Zie raadsmemo Ondertekening Samenwerkingsovereenkomst Breevast t.b.v. Oekrainers. 30 in 2023 zijn er procentueel minder huizen met een waarde boven de 355k dan in In 2023 had 56% van de koopwoningen een WOZ-waarde > € 355.000. In 2022 was dat 2022, komt dit door bezwaren op de WOZ destijds? En welke inkomsten loopt de percentage 49%. In tegenstelling tot wat de vraag aangeeft hebben meer woningen een WOZgemeente daardoor mis? Verwacht college dit ook voor 2024 en 2025? waarde > € 355.000 in plaats van minder. Dat is het gevolg van de woningmarkt waar huizenprijzen zijn gestegen en nog steeds stijgen. Voor 2024 en 2025 zal dat ook het geval zijn.
Overigens wordt bij de berekening van het OZB-tarief rekening gehouden met de gemiddelde waardeontwikkeling die voor dat jaar heeft plaatsgevonden.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 27
Nr
Partij 117 D66
118 D66
119 D66
120 D66
121 D66
122 D66
123 D66
124 D66
Blz.
Vraag 30 Klopt het dat er geen vorderingen zijn gemaakt op de ontwikkeling van seniorenwoningen (op basis van de hoeveelheid alternatieve woonvormen) in Gouda? Hoe komt dat?
32 Het biodiversiteitsbudget (circa € 600.000) is in 2025 niet volledig besteed wegens fasering; welk bedrag is niet besteed, blijft dit geoormerkt voor biodiversiteit en wanneer wordt het ingezet? 32 Er wordt gezegd dat veel kosten worden gemaakt voor herstel van straatwerk door boomwortels en verzakkingen. Zijn er vanuit de voorgaande jaren ook cijfers van deze herstelwerkzaamheden? Is overgewogen om een structurele post op te nemen hiervoor? Zo ja, wat is de onderbouwde uitkomst hiervan? 32 Wordt verwacht dat de 60k die op biodiversiteit is over gehouden volgend jaar wordt besteed of kunnen er nog aanvullende projecten worden voorzien van budget om biodiversiteit nog meer de ruimte te geven in ontwerpen van woningen, scholen en infrastructuur? 35 De inclusie- en diversiteitsagenda wordt verantwoord via activiteiten maar zonder cijfers over discriminatiemeldingen; hoeveel meldingen zijn in 2025 geregistreerd, hoe zijn die opgevolgd en wordt de veiligheidsbeleving van gemeenschappen gemeten?
Antwoord Nee. Het ontbreken van nieuwe waarden heeft te maken met een gestopte monitoringstool van het Rijk. Wel is het zo dat er geen woningen zijn opgeleverd in 2025 die specifiek voor senioren zijn. Wel zijn er meerdere woningen opgeleverd die geschikt zijn voor senioren. In voorbereiding zijn wel meerdere projecten, die in 2026 of later worden opgeleverd, zoals de Jan Ligthartlocatie, Knarrenhof Hofhuys, de sociale huurwoningen als onderdeel van De Kazerne en het Oudenhuis. Voor biodiversiteit was in 2025 € 592K beschikbaar. Hiervan is ongeveer € 60k niet besteed. Dit budget is vrijgevallen ten gunste van de algemene middelen. De beschikbare budgetten zijn afgelopen jaren overschreden en daarom wordt bij de komende begroting een onderbouwd voorstel gedaan om de begrotingspost straatwerk op te hogen.
De € 60 k valt vrij ten gunste van de algemene middelen en kan niet meer ingezet worden. In 2026 is weer € 592k beschikbaar om te besteden aan diverse groenprojecten.
Informatie over het aantal discriminatiemeldingen wordt door de AntiDiscriminatievoorziening (ADV) gedeeld via de Monitor Discriminatie (www.stichtingidb.nl). In 2025 zijn er 126 meldingen geregistreerd. Alle meldingen worden opgevolgd door de ADV. Het meten van de veiligheidsbeleving van inwoners van Gouda maakt onderdeel uit van de Stadspeiling. Er is geen (lokaal) meetinstrument om de veiligheidsbeleving van specifieke gemeenschappen te meten.
38 Een deel van de voor statushouders ingekochte ondersteuningsdiensten is niet Het voordeel van € 205.000 komt voornamelijk voort uit het feit dat kosten voor inburgering volledig benut (voordeel circa € 205.000); om welke diensten gaat het, wat is de geboekt zijn op tijdelijke rijksmiddelen (SiSa). De tijdelijke middelen zou de gemeente anders oorzaak en blijven de middelen beschikbaar voor integratie? moeten terugbetalen aan het Rijk. Dat is nu voorkomen. Met name het trainingsaanbod van Vluchtelingenwerk was ruimer begroot dan dat uiteindelijk is uitgevoerd. Dit gaat om trainingen Omgaan met geld, Mindfit en Ouderschapsondersteuning. Dit is nog niet met zekerheid te zeggen. Voor een deel is dit een ingroeiprobleem, omdat een 39 Jeugdhulp ambulant regionaal: Ingeboekte besparingsmaatregel niet aantal maatregelen langzamer van start ging dan vooraf bedacht (zie ook de monitor gerealiseerd. Wat betekent dit voor de TSD in de komende jaren? Verwachten Toekomstbestendig sociaal domein uit december 2025). Daarnaast is de Jeugdwet (waar dit we ook tegenvallende resultaten, of is dit een ingroeiprobleem? product onder valt) een openeinderegeling en is het precieze gebruik daarmee moeilijk in te schatten en onderhevig aan ontwikkelingen van buitenaf (bijvoorbeeld de landelijke afbouw van de gesloten jeugdzorg).
42 Bij de binnenstad wordt de MKB Toegankelijke Route genoemd; welke bredere In de Raadsmemo 'Voortgangsrapportage Lokale Inclusie- en Diversiteitsagenda' is de voortgang is in 2025 geboekt op de uitvoering van het VN-verdrag Handicap in voortgang beschreven voor onder meer de domeinen fysieke leefomgeving en dienstverlening dienstverlening en openbare ruimte? (9 december 2025). Https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/40889ff3-144a-43af-9322533b23a59747?documentId=9e939e8b-ad52-4b23-90fa-0f70951c301d Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 28
Nr
Partij 125 D66
Blz.
Vraag 44 De leegstand in de binnenstad loopt op van 42 (2023) naar 63 (2025); wat verklaart deze stijging en welke maatregelen zijn in 2025 ingezet en met welke resultaten?
Antwoord Er wordt vanuit gegaan dat hier 'winkelleegstand' is bedoeld. De stijging in percentages (van 4,7 naar 7,1) is het gevolg van gewijzigd consumentengedrag en is in lijn met vergelijkebare steden. In het kernwinkelgebied is in 2025 een tiental leegstandsbeschikkingen afgegeven voor langdurig leegstaande panden. Het college voert in die zin een actief leegstandsbeleid. De raad wordt jaarlijks meegenomen in de ontwikkeling in deze leegstand. Het percentage daar beweegt zich redelijk constant net onder de 10% en is de laatste periode juist dalende en loopt ook daar in de pas met vergelijkbare winkelgebieden. Zie verder beantwoording vraag 38.
126 D66
46 De eenmalige € 200.000 voor collectiebeheer MuseumGouda is in 2025 niet besteed en de regeling Cultuur: Innovatie & Ontwikkeling kende circa € 97.000 onderbesteding; waarom, is de exploitatie van MuseumGouda geborgd en hoeveel makers bereikte de herziene regeling?
De middelen voor collectiebeheer Museum Gouda zijn betrokken bij het raadsvoorstel over het verbeteren van het binnenklimaat, collectiebeheer, verduurzaming en toegankelijkheid van Museum Gouda. De raad heeft in januari 2026 een besluit genomen over dit voorstel. De middelen worden dus ingezet voor het collectiebeheer, alleen in een ander tijdpad. De herziene regeling 'Cultuur in Ontwikkeling' is in november 2025 opengesteld tot februari 2026. Er zijn in totaal 66 aanvragen ingediend, waarvan na de formele toetsing er 61 formeel in behandeling zijn genomen. Aan 26 projecten kon het volledige aangevraagde bedrag worden toegekend en aan 1 een gedeelte. Zie voor meer achtergrond ook raadsmemo 19 mei 2026 "uitkomst ronde 2026 Subsidie Cultuur in Ontwikkeling'.
127 D66
50 Professionalisering vergunningenbeleid: er is van 2023 naar 2025 een enorme stijging van het aantal verleende vergunningen. Voor 2024 is geen aantal genoemd. Vanwaar deze stijging en waarom geen cijfer in 2024?
Per abuis is het aantal verleende vergunningen 2024 niet vermeld en over 2025 een optelsom van diverse elementen gedeeld. Dat geeft niet een eenduidig beeld ten opzichte van eerdere jaren. In 2024 zijn er in totaal 162 horeca gerelateerde vergunningen/ontheffingen (waarvan 34 exploitatievergunningen) en 124 evenementenvergunningen verleend. In 2025 zijn er 145 horeca gerelateerde vergunningen/ontheffingen (waarvan 36 exploitatievergunningen) en 123 evenementenvergunningen verleend. De stijging van horeca gerelateerde vergunningen vanaf 2024 komt doordat het aantal vergunningaanvragen de afgelopen jaren is gestegen en daarbij gepaard gaande systemen worden doorontwikkeld, het aanvraagproces efficiënter is ingericht en is geïnvesteerd in kennis en expertise met als gevolg dat vergunningaanvragen sneller kunnen worden behandeld. Deze doorontwikkeling is nog gaande.
128 D66
66 Havengelden zijn kostendekkend. Toeristenbelasting is een extra baat. Betalen Overnachtende toeristen op een boot betalen alleen havengeld en geen toeristenbelasting. overnachtende toeristen op een boot havengeld en toeristenbelasting, of alleen Toeristenbelasting wordt geheven voor het overnachten binnen de gemeente tegen een maar havengeld? vergoeding (hotel, B&B). Watertoeristenbelasting wordt geheven voor het verblijf op een vaartuig binnen het watergebied van de gemeente tegen een vergoeding (jachthaven). Voor watertoeristenbelasting moet een aparte belastingverordening worden vastgesteld.
129 D66
66 Kwijtscheldingen: kan een onderverdeling gemaakt worden in de groepen 100 110 %, 110 - 120% en 120 -130 % sociaal minimum?
De BSGR behandelt de kwijtscheldingsverzoeken, maar kan deze gegevens niet uit de belastingapplicatie halen. Deze onderverdeling kan dan ook niet worden gemaakt.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 29
Nr
Partij 130 D66
131 D66
132 D66
Blz.
Vraag Antwoord Dit heeft vooral te maken met een langere voorbereidingstijd van de projecten voor het groot 79 Op het GOVO wordt in 2025 548k minder uitgegeven dan begroot, heeft dit te onderhoud. Dit heeft geen gevolgen voor het gewenste onderhoudsniveau. De maken met het niet kunnen vinden van een aannemer of het vooruitschuiven werkzaamheden worden in een later stadium uitgevoerd. van werkzaamheden? En blijven we nog steeds op het gewenste onderhoudsniveau? 101 Het aantal lachgascilinder dat wordt aangetroffen blijkt nog steeds stijgende De stijgende lijn is niet dermate hoog dat dit financiële risico's oplevert. Bovendien is de ondanks maatregelen aangekondigd in beantwoording vragen uit augustus 2023. inzameling vergeleken met de situatie in 2023 efficiënter geworden. Zijn dit soort ontwikkelingen naast gevaarlijk ook nog kostendrijvers binnen de begroting voor Cyclus? 134 De reserve Programma vluchtelingenopvang is opgelopen tot circa € 10,4 miljoen; hoe is deze in 2025 opgebouwd, waarvoor is zij geoormerkt en welke besteding is voorzien?
Opbouw: De reserve Programma Vluchtelingenopvang (circa € 10,4 mln) is opgebouwd uit positieve exploitatieresultaten sinds de start van de noodopvang Oekraïne in 2022. Gemeenten ontvangen hiervoor een normvergoeding van het Rijk per beschikbare opvangplek, waaruit alle operationele kosten worden gedekt. Gouda heeft deze opvang efficiënt georganiseerd, waardoor overschotten zijn gerealiseerd. Deze middelen hoefden niet te worden terugbetaald en zijn toegevoegd aan de reserve. Oormerk: Volgens de door de raad vastgestelde Nota Reserves en Voorzieningen 2023 is het doel van deze reserve: het beschikbaar houden van rijksmiddelen voor de opvang van vluchtelingen in brede zin. Voorziene besteding reserve (in de begroting van 2026 en verder nog niet begroot): - (Vervolg)huisvesting van Oekraïense ontheemden, statushouders en grotere gezinnen; - Bijdrage aan de realisatie van een AZC-plus (incl. huur, verhuur en noodzakelijke aanpassingen aan locaties).
133 D66
134 D66
135 D66
Naar verwachting wordt in 2e kwartaal 2027 duidelijk welk deel van de reserve eventueel kan vrijvallen Dit is afhankelijk van de voortgang, haalbaarheid en benodigde gemeentelijke bijdrage aan vervangende huisvesting. 136 Voorziening wachtgeld wethouders: Na jarenlange stabiliteit lijkt het voor de Een voorziening dient een duidelijke rekenkundige onderbouwing te hebben voor de hoogte hand te liggen dat er miv juli 2026 meer wachtgeld zal worden uitgekeerd dan ervan. Dit is anders dan bij een reserve. Voor de voorziening wachtgeld is deze berekening gebruikelijk in de afgelopen 8 jaar. Voldoet deze voorziening in dit kader? gebaseerd op lopende gevallen. Indien er nieuwe gevallen bij komen, dient op dat moment de voorziening verhoogd te worden. 140 Op Interventies AJB en IPTA A53 geven we alle ontvangen gelden uit het rijk De door het Rijk ontvangen gelden voor Ipta-coaches zijn volledig besteed aan twee Iptaterug. Betekent dit dat wij geen problematieken hebben met jongeren waaraan coaches. Het programma AJB wordt volledig door het Rijk gefinancierd. Daar heeft de dit geld besteed kan worden? gemeente geen gelden voor ontvangen. Er zijn dus geen ontvangen Rijks-gelden voor deze interventies teruggestort. Raadsvoorstel Reserve p3 groot Onderhoud mag niet toegevoegd worden aan voorzieningen. Dit is niet mogelijk omdat dit een raadsbesluit is.
Wel zou het mogelijk zijn om dit via Waarom is er niet voor gekozen om deze reserve niet te laten vrijvallen in de AR? resultaatbestemming uit de reserve Groot onderhoud te halen en in de Algemene reserve te stoppen. Maar omdat het fasering van het doel betreft en het geld specifiek voor dit doel is bestemd is hier niet voorgekozen. Op de gekozen manier komt het raadsbesluit het meest tot uiting en is er alleen sprake van fasering. Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 30
Nr
Partij 136 D66 137 D66
138 GV
139 GV 140 GV
Blz. Vraag Antwoord Raadsvoorstel gesproken p3 wordt over 6 juli 2025, ik neem aan dat dit 8 juli 2026 is. Kan dit nog Ja, dit is inmiddels aangepast. gewijzigd worden? Raadsvoorstel Financiële p5 gevolgen: netto toevoeging aan de algemene reserve E 15.371.00 (E Dit is inderdaad niet de bedoeling. De netto toevoeging aan de Algemene reserve, na 16842.000 minus E 1.471.000 minus E 3265.000) Het laatste bedrag wordt niet verwerking van de voorstellen tot resultaatbestemmingen en budgetoverhevelingen, is € 12.106.000. Dit is inmiddels aangepast. meegenomen in de som. Is dat de bedoeling, dan klopt de tussen haakjes geplaatste toelichting niet, is dat niet de bedoeling, dan klopt de netto toevoeging aan de AR niet. Kan dit gecorrigeerd worden? 11 Parkeerbelasting: In 2025 zijn de opbrengsten wederom hoger dan gepland; welk De hogere opbrengsten parkeren worden inzichtelijk gemaakt bij de 2e bestuursrapportage deel van de extra opbrengsten ten opzichte van 2024 heeft te maken met de 2026. Omdat in 2025 zowel uitbreiding van areaal speelde als de aanpassing van de tarieven uitbreiding van betaald parkeren. Graag specificeren naar Binnenstad, Kort op grond van het Herfstakkoord, naast een parkeerjaar (1 maart tot 1 maart) dat niet parallel loopt aan het begrotingsjaar, vraagt dit nog uitzoekwerk. Haarlem, Korte Akkeren, etc.
11 Welk deel heeft te maken met hogere tarieven; graag specifieren per tariefsoort In grote lijnen is duidelijk dat de meerinkomsten voor het overgrote deel zijn toe te schrijven aan straatparkeren door bezoekers. 11 Welk deel uit naheffingen De hogere inkomsten naheffingen hangen samen met de uitbreiding van het areaal betaald en vergunning parkeren. Het beeld wordt inzichtelijk gemaakt bij de 2e bestuursrapportage 2026.
141 GV
11 Er is een voordeel van 1,3 miljoen euro omdat minder reintegratievoorzieningen Het voordeel betekent niet dat er minder trajecten zijn ingezet of dat er minder inwoners en medische diagnoses zijn ingezet dan begroot; hadden minder inwoners deze ondersteuning nodig hadden. De kosten per traject waren relatief lager dan voorgaande jaren. ondersteuning nodig Daarnaast kunnen er voor een inwoner meerdere re-integratietrajecten worden ingezet. Het aantal ingezette re-integratietrajecten is in de afgelopen jaren grotendeels gelijk gebleven. De inzet is afhankelijk van de samenstelling van de doelgroep en hun ondersteuningsbehoefte. Daardoor kan een verschil ontstaan tussen begroting en realisatie, zonder dat er sprake is van minder behoefte.
142 GV
11 Wat is de verwachting voor de komende jaren hiervoor
143 GV
22 Er worden diverse activiteiten genoemd, zoals energiecoaches, isolatiemaatregelen, ondersteuning inwoners; welke concrete resultaten zijn hiermee bereikt
144 GV
22 Hoeveel woningen zijn m.b.v. deze activiteiten daadwerkelijk geisoleerd
De inzet van re-integratie- en participatievoorzieningen is lastig vooraf te voorspellen. Deze is afhankelijk van de ontwikkeling en samenstelling van de doelgroep en hun ondersteuningsbehoefte. De voortgangsrapportage energietransitie van januari 2026 rapporteert over de behaalde resultaten t/m januari 2026: https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/7e1f0b17f7c6-43ee-abd0-d1908ead9636. Tot en met januari 2026 zijn 479 adviesgesprekken gevoerd vanuit de gemeentebrede isolatieaanpak die is gestart in april 2025. Daarbij is ruim € 128.000 aan subsidie uitgekeerd via de Goudse isolatiesubsidie. Met deze subsidie hebben bewoners één of meer isolatiemaatregelen uitgevoerd in de periode van april 2025 tot en met januari 2026. In 2025 hebben de gemeentelijke energiecoaches ruim 160 adviesgesprekken gevoerd. Van april 2025 t/m januari 2026 hebben 100 eigenaar-bewoners met behulp van de Goudse isolatiesubsidie isolerende maatregelen genomen.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 31
Nr
Partij 145 GV
Vraag 22 Hoeveel woningen hebben hiermee een hoger energielabel gekregen
Antwoord Het is niet bekend hoeveel woningen hiermee een hoger energielabel hebben gekregen. Bewoners zijn niet verplicht een nieuw energielabel aan te vragen wanneer isolerende maatregelen zijn genomen. Wel kan geconstateerd worden dat alle woningen die met behulp van de Goudse isolatiesubsidie zijn geisoleerd energielabel D of lager of twee slecht geisoleerde bouwdelen hadden, waarbij minimaal één bouwdeel is verbeterd na de isolatie.
146 GV
22 Welke maatregelen zijn het meest effectief en welke het minst
De maatregelen die genomen worden binnen de Uitvoeringsstrategie Energiebesparing en Isoleren 2025-2032 zijn op verschillende vlakken effectief. Zo focust de gemeentebrede isolatieaanpak op ontzorging bij het nemen van grote isolatiemaatregelen in grondgebonden koopwoningen, terwijl de gemeentelijke energiecoaches adviseren op energiebesparende maatregelen en gedrag. Het is daardoor niet mogelijk om maatregelen op effectiviteit te rankschikken. Over specifieke resultaten van de verschillende projecten en maatregelen is gerapporteerd via de voortgangsrapportage energietransitie van januari 2026: https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/7e1f0b17-f7c6-43ee-abd0d1908ead9636
147 GV
23 In Pllaswijck, Achterwillens en kort Haarlem zijn warmteoplossingen onderzocht; Voor het onderzoeken van warmteoplossingen in Plaswijck, Achterwillens en Kort Haarlem is wat zijn over de afgelopen jaren de totale kosten geweest sinds de start in 2025 € 194.196 uitgegeven. In 2023 en 2024 is in totaal ongeveer € 171.000 aan deze projecten uitgegeven. 23 Wat zijn de te verwachten resultaten en welke zijn tot dusverre concreet bereikt * Resultaat Plaswijck: Op 9 juni heeft het college het verkenningsrapport "naar een aardgasvrij Plaswijck" aan de gemeenteraad aangeboden. Project kan naar de volgende fase met brede bewonersparticipatie: opstellen projectplan wijkuitvoeringsplan. * Resultaat Achterwillens: Het onderzoek (ontstaan vanuit een buurtinitiatief) naar de mogelijke warmteoplossingen voor deze wijk loopt. Concreet: grote betrokkenheid van de wijk, steeds meer wijkbewoners raken betrokken. In Achterwillens loopt ook de pilot miniwarmtenetten (2-3 woningen op 1 bodemlus). Deze pilot zit momenteel in de ontwerpfase. Ook hier zijn de bewoners actief betrokken. * Resultaat Kort Haarlem: Het onderzoek (geïnitieerd door een bewonersinitiatief) naar een warmtenet heeft de mogelijkheden verkend en tegelijkertijd verschillende beperkingen in beeld gebracht, Die maken onder de huidige omstandigheden een warmtenet in deze buurt niet voor de hand liggend.
148 GV
Blz.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 32
Nr
Partij 149 GV
Blz.
Vraag 27 De woningvoorraad is met 714 toegenomen; hoeveel hiervan is sociale huur, middenhuur, betaalbare koop en seniorenwoningen
150 GV
28 Er wordt geinvesteerd in fietsroutes, veiliger wegen en uitvoering van het verkeerscirculatieplan. Wat zijn de totale kosten geweest van de herinrichting van wegen naar 30 km/uur im 2025 en de drie jaar daarvoor?
151 GV
28 Welke wegen betreft dit
152 GV
153 GV
Welk deel van de kosten betreft verkeersveiligheid
28 Is vastgesteld dat de verkeersveiligheid aantoonbaar is verbeterd
Antwoord Van oudsher worden woningbouwprojecten van 10 woningen of meer gemonitord, omdat de afspraak is dat dit de ondergrens is voor aanlevering van de regionale woningbouwprogrammering. Kleinere projecten zijn daarmee niet altijd in beeld. In totaal zijn er daarmee circa 700 woningen in beeld waarvan de segmentering duidelijk is. Bij die projecten zijn er 226 sociale huurwoningen, 58 middenhuurwoningen en 21 betaalbare koopwoningen opgeleverd. Dit komt neer op circa 32% sociale huur, 8% middenhuur en 3% betaalbare koop. Van kleine projecten is de informatie over segmentering niet altijd volledig in beeld. Het is aannemelijk dat een deel van die projecten ook in de betaalbare segmenten valt, wat invloed kan hebben op op aantallen en verhoudingen. Er zijn geen seniorenwoningen opgeleverd (wel woningen die geschikt zijn voor senioren, maar niet expliciet voor deze doelgroep bedoeld zijn). Voor de herinrichting van 30 km/u wegen zijn t/m 2025 relatief weinig kosten gemaakt die vanuit het VCP zijn betaald. Er is met name werk met werk gemaakt met herinrichtingsprojecten, zoals in Goverwelle. Hiervoor is de bijdrage vanuit het VCP circa € 600.000 geweest. Daarnaast zijn in 2024 schoolzones in Plaswijck aangelegd, waarbij delen van de wegen zijn heringericht naar een 30 km/u inrichting. De kosten hiervoor zijn circa € 1.500.000 geweest.
Dit betreft Wilhelmina van Pruisenlaan, Componistenlaan, Ridder van Catsweg en Plaswijckweg. De kosten van verkeersveiligheid zijn niet direct af te bakenen omdat de hele herinrichting van een weg bijdraagt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het instellen van 30 km/u is met name bedoeld om de verkeersveiligheid te verbeteren, maar ook de leefbaarheid (geluid, uitstoot, meer groen). In de jaarlijkse voortgangsrapportages rapporteert het college over de ontwikkeling van een 50-tal indicatoren, waaronder verkeersveiligheid. Hierin is per wegvak te zien wat het aantal ongevallen is. Ook wordt bijgehouden hoe de doorstroming is op belangrijke wegen naar voorzieningen en bestemmingen en hoe zich dit ontwikkelt in de loop van de jaren. De Voortgangsrapportage 2025 wordt binnenkort door het college vastgesteld en ter informatie aan de raad aangeboden.
Antwoorden Technische vragen Jaarstukken 2025 (op partij) 33
Nr
Partij 154 GV
155 GV
156 GV
157 GV
158 GV
159 GV
Blz.
Vraag 28 Hoe effectief zijn 30-km straten wanneer nauwelijks kan worden gehandhaafd
Antwoord Bij een goede inrichting van 30 km/u wegen, zoals de juiste breedte, klinkerverharding, snelheidsremmende maatregelen, daalt de snelheid aanzienlijk ten opzichte van een voormalige 50 km/u. Bij handhaving daalt die snelheid nog meer. Als voorbeeld de Wilhelmina van Pruisenlaan. Toen de maximum snelheid nog 50 km/u was, was de gereden snelheid 49,5. Na herinrichting naar 30 km/u straat is de gereden snelheid 36,3 km/u. Komende wegen die worden aangepakt zijn de KW-weg en Fluwelen- en Blekerssingel. Dit zijn wegen waar in de huidige situatie fietsers dezelfde rijbaan delen met de auto's. Juist het verschil in snelheid en massa, in combinatie met drukte, zorgt voor verkeersonveiligheid. Omdat bij deze wegen het ruimtelijk niet mogelijk is om vrijliggende fietspaden te maken, is het nodig om de snelheid te verlagen naar 30 km/u. Uit onderzoek (SWOV 2021: snelheid en snelheidsmanagement, juli 2021) blijkt dat 10% verlaging van de gemiddelde snelheid, 20% minder lichte letselongevallen, 30% minder enstige letselongevallen, 40% minder dodelijke ongevallen oplevert.
35 Hoe hebben de uitgaven voor WMO voorzieningen zich ontwikkeld ten opzichte De Wmo-uitgaven zijn in 2025 ten opzichte van 2024 met 7,9% gestegen. Het gaat hierbij om van 2024? Welke voorzieningen laten een stijging zien? Welke voorzieningen de uitgaven aan (niet bouwkundige) woonvoorzieningen, hulp bij het huishouden (ook voor laten een daling zien? mantelzorgers), begeleiding en dagbesteding. De uitgaven die in 2025 lager zijn dan in 2024, zijn de uitgaven aan Wmo-vervoer (CVV en vervoer naar dagbesteding), rolstoelen, vervoersvoorzieningen, kortdurend verblijf en woningaanpassingen. 35 Wat waren in 2025 de gemiddelde wachttijden voor huishoudelijke De gemiddelde doorlooptijd (tijd tussen melding en besluit) voor huishoudelijke ondersteuning, woningaanpassingen, hulpmiddelen en begeleiding ondersteuning, woonvoorzieningen/ woningaanpassingen, hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen begeleiding was 8,7 weken. 35 Voldoet de gemeente op alle onderdelen aan de gestelde termijnen Op de onderdelen vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen en begeleiding voldeed de gemeente niet aan de gestelde termijnen kijkend naar de gemiddelde doorlooptijden van heel 2025. Voor woningaanpassingen en vervoersvoorzieningen had dit onder andere te maken met het wachten op offertes, medische adviezen of informatie van ketenpartners.