5. Bijlagenboek RO Goejanverwelledijk 56-62
Tekst van het document
Archeologische indicatoren
Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal is onder het asfaltbeton vooral baksteen en puin aangetroffen, dat al dan niet was vermengd met de eronder gelegen Ap-horizont. Daarnaast is in boring 5 in de Ap-horizont een stukje wit porselein aangetroffen dat in de 19e/20e eeuw wordt gedateerd. De aangetroffen baksteen- en puinresten zijn waarschijnlijk grotendeels afkomstig van de voormalige bebouwing die hier vanaf de tweede helft van de 19e eeuw heeft gestaan. In hoeverre er nog deels intacte resten van deze bebouwing kunnen worden verwacht kan op grond van het booronderzoek niet worden bepaald. Resten ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw worden op grond van het booronderzoek niet verwacht. 3.5
Toetsing van de archeologische verwachting
De natuurlijke ooivaaggrond is met uitzondering van de boringen 1 en 4 verstoord in de andere boringen. Er zijn geen dieper gelegen bodemhorizonten aangetroffen die zouden kunnen duiden op oudere bewoningsniveaus (ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. Er zijn geen zandige beddingafzettingen van de Hollandsche IJssel aangetroffen. Daarnaast zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. De kans dat binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn die ouder zijn dan de tweede helft van de 19e eeuw wordt klein geacht. In tegenstelling tot waar bij het bureauonderzoek vanuit was gegaan, namelijk dat de Hollandse IJssel de ondergrond tot in het pleistocene zandniveau had geërodeerd, blijkt dit niet uit het booronderzoek. Dit betekend dat de zeer lage verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum en de zeer lage
KSP Archeologie
30
verwachting voor nederzettingsresten vanaf het Neolithicum tot en met de Late IJzertijd moet worden bijgesteld naar een onbekende verwachting. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken. Op basis van de boorresultaten kunnen de archeologische resten vanaf 0,65 m beneden maaiveld worden aangetroffen. Hoewel het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont intact is aangetroffen, zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. Daarom wordt de hoge verwachting uit het bureauonderzoek om archeologische resten uit de perioden Romeinse Tijd tot en met de Vroege Middeleeuwen bijgesteld naar laag. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Volle Middeleeuwen (vanaf de 10e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd Midden bij te stellen naar laag. De hoge verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd Laat blijven gehandhaafd.
KSP Archeologie
31
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie
Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart is aan het plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend voor nederzettingsresten vanaf de Romeinse tijd (Figuur 16). Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek is deze verwachting nader gespecificeerd per periode/bijgesteld. Op basis van de landschappelijke ligging op de stroomgordel van de Hollandsche IJssel en de archeologische monumenten en onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een zeer lage verwachting (geërodeerd) toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Late IJzertijd. Aan het plangebied is een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd tot en met de Vroege Middeleeuwen. Aan het plangebied is een hoge verwachting toegekend voor ontginningsresten vanaf de Volle Middeleeuwen (vanaf de 10e eeuw) en een hoge verwachting voor bebouwingresten vanaf de Nieuwe Tijd Laat (vanaf de tweede helft van de 19e eeuw). Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, karterende fase.
Uit het booronderzoek is gebleken dat met uitzondering van de boringen 1 en 4 de oorspronkelijke ooivaaggrond is verdwenen. Er zijn geen dieper gelegen bodemhorizonten aangetroffen die zouden kunnen duiden op oudere bewoningsniveaus (ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. Er zijn geen zandige beddingafzettingen van de Hollandsche IJssel aangetroffen. Daarnaast zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. De kans dat binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn die ouder zijn dan de tweede helft van de 19e eeuw wordt klein geacht. Op basis hiervan is de zeer lage verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het MiddenNeolithicum en de zeer lage verwachting voor nederzettingsresten vanaf het Neolithicum tot en met de Late IJzertijd bijgesteld naar een onbekende verwachting. De hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor nederzettingsresten uit de Romeinse Tijd tot en met de Vroege Middeleeuwen is bijgesteld naar laag. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Volle Middeleeuwen (vanaf de 10e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd Midden bij te stellen naar laag. De hoge verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd Laat blijven gehandhaafd.
Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De onverstoorde natuurlijke ondergrond bestaat in de boringen 3, 4 en 5 uit zwak zandig klei dat is aangetroffen vanaf een diepte van respectievelijk 190, 200 en 100 cm -mv. Deze afzettingen zijn geïnterpreteerd als oeverafzettingen behorend tot de Formatie van Echteld. De oeverafzettingen zijn afgedekt door zwak tot matig siltige klei met een dikte van respectievelijk 105, 95 en 35 cm. Deze klei is geïnterpreteerd als een komafzetting afgezet door de Hollandsche IJssel en onder invloed van het getij vanuit zee en worden gerekend tot de formatie van Echteld. De komafzetting is afgedekt door 15-35 dikke matig siltige tot zwakzandige bouwvoor (Aphorizont). Daarboven bestond de bodem uit een 50-85 dik pakket dat voornamelijk uit asfaltbeton bestond, waaronder soms nog een dunne puinlaag aanwezig was. Boring 6 is op 100 cm -mv gestuit op steen/beton. De hele bovenste meter was verstoord.
KSP Archeologie
32
In de boringen 1 en 2 bestond de onverstoorde natuurlijke ondergrond uit zwak tot matig siltige klei, aangetroffen vanaf respectievelijk 150 en 180 cm -mv, en is geïnterpreteerd als een komafzetting. In boring 1 was de komklei afgedekt door een laag uiterst siltige klei van 40 cm dik die weer was afgedekt door een 20 cm dikke sterk siltige bouwvoor met daarboven een laag van 60 cm dik asfaltbeton met 30 cm puin. In boring 2 was de komklei afgedekt door een 200 cm dik verstoord pakket grond, waarvan de bovenste 80 cm uit asfaltbeton bestond. In de boringen 1 en 4 is vanaf een diepte van respectievelijk 90 en 70 cm -mv en 20 tot 35 cm dikke donkergrijze matig humeuze Ap-horizont (bouwvoor) aangetroffen. Daaronder is respectievelijk een 40 tot 30 cm dikke bruingrijze zwak humeuze Bw-horizont aangetroffen die overging in de kleiige C-horizont. Op grond daarvan is vastgesteld dat de oorspronkelijke bodem waarschijnlijk een ooivaaggrond is geweest. In de andere boringen was de bodem verstoord of is hooguit een Ap- op C-horizont aangetroffen.
Zijn in het plangebied aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats? In de boringen is baksteen en puin aangetroffen en in boring 5 een stukje porselein uit de 19e/20e eeuw dat wijst op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats uit deze periode. De kans dat binnen het plangebied een vindplaats aanwezig is, wordt hoog ingeschat.
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten? Deze resten kunnen in het gehele plangebied worden aangetroffen vanaf 65 cm -mv.
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? Het betreffen resten van huisplaatsen vanaf de tweede helft van de 19e eeuw.
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? Op basis van het bureauonderzoek is aan het plangebied een zeer lage verwachting (geërodeerd) toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Late IJzertijd. Aan het plangebied is een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd tot en met de Vroege Middeleeuwen. Aan het plangebied is een hoge verwachting toegekend voor ontginningsresten vanaf de Volle Middeleeuwen (vanaf de 10e eeuw) en een hoge verwachting voor bebouwingresten vanaf de Nieuwe Tijd Laat (vanaf de tweede helft van de 19e eeuw). Uit het booronderzoek is gebleken dat met uitzondering van de boringen 1 en 4 de oorspronkelijke ooivaaggrond is verdwenen. Er zijn geen dieper gelegen bodemhorizonten aangetroffen die zouden kunnen duiden op oudere bewoningsniveaus (ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. Er zijn geen zandige beddingafzettingen van de Hollandsche IJssel aangetroffen. Daarnaast zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. De kans dat binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn die ouder zijn dan de tweede helft van de 19e eeuw wordt klein geacht.
Op basis hiervan is de zeer lage verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum en de zeer lage verwachting voor nederzettingsresten vanaf het Neolithicum tot en met de Late IJzertijd bijgesteld naar een onbekende verwachting. De hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor nederzettingsresten uit de Romeinse Tijd tot en met de Vroege Middeleeuwen is bijgesteld naar laag. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Volle Middeleeuwen (vanaf de 10e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd Midden bij te stellen naar laag. De hoge verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd Laat blijven gehandhaafd.
KSP Archeologie
33
4.3
Is een (deels) intact potentieel niveau aanwezig en zo ja, op welke diepte en wordt deze bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen? Het potentiële archeologische niveau is intact en bevindt zich op een diepte vanaf 0,65 m beneden maaiveld. Wanneer binnen het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,5 m beneden maaiveld kunnen archeologische resten verloren gaan. Selectieadvies
Aangezien naast de bouw van een nieuw bedrijfspand ook een twee onder één kap woning alsmede een deel van het bestaande bedrijfsgebouw worden gesloopt, wordt aanbevolen om deze te slopen volgens de richtlijnen archeologie vriendelijk bouwen, zodat op deze locaties geen nader onderzoek nodig is (Bijlage 7). Op grond van het booronderzoek worden er binnen het plangebied geen archeologische resten verwacht ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. De vraag is in hoeverre er nog intacte delen van deze resten na de sloop in de bodem bewaard zijn gebleven. Op grond van het historisch kaartmateriaal is de voormalige bebouwingsgeschiedenis grotendeels te herleiden. In onze ogen voegen eventueel aanwezig archeologische weinig toe aan de al bestaande kennis van het plangebied. KSP Archeologie adviseert daarom om de archeologische dubbelbestemming te laten vervallen en geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Gouda), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.
KSP Archeologie
34
Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Dasselaar, M. (2021). Bureauonderzoek 10 kV Gouda-Oost. 10 kV Gouda Oost, gemeente Gouda. Antea Group Archeologie, rapport 461985. Dasselaar, M. (2021). Inventariserend veldonderzoek met boringen, verkennende fase 10 kV Gouda Oost, gemeente Gouda. Antea Group Archeologie, rapport 461985. Groenendijk, M.J. (2011). Archeologische basiskaart Gouda. Gemeente Gouda. Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Zuid-Holland. Bureau Lantschap. Ham, N.H. van der (2009). Archeologisch onderzoek aan de Provincialeweg West 45 te Haastrecht (gemeente Vlist). Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met boringen. Archeomedia, rapport A09-038-I, Capelle aan den IJssel. Hijma, M. (2009). From rivervalley to estuary, The early-mid Holocene transgression of the Rhine-Meuse valley, The Netherland.
Utrecht, Netherlands Geographical Studies 389. Nederlands Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.
NL, Classificatie van onverharde
Raap, E. Brinkkemper, O., Baas, H. (2022). Panorama Landschap en de structuurdragers. Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s. RCE Rapportage Onderzoek Nederlands Cultuurlandschap 1. https://cultureelerfgoed.info/download/pdf/panorama_landschap_ronc-1.pdf Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Tol, A.J., Verhagen J.W.H.P., Verbruggen M. (2012). Leidraad inventariserend veldonderzoek versie 2.0. Deel: karterend booronderzoek. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Visscher, H.C.J. (1988). De Krimpenerwaard. Een archeologische kartering, inventarisatie en waardering. Deel I en II. RAAP, rapport 23, Amsterdam. Visser, C.A., Klerks, K. (2014). Onderhoudsbaggerwerkzaamheden Gekanaliseerde Hollandsche IJssel, gemeenten Gouda, Vlist, Oudewater, Montfoort, IJsselstein en Nieuwegein. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek. Vestigia, rapport V1220, Amersfoort.
KSP Archeologie
35
Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2014-2019). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://downloads.pdok.nl/ahn3-downloadpage/ Actueel Hoogtebestand van Nederland (2020-2022). AHN4, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://www.ahn.nl/ahn-viewer Archeologische Monumenten Kaart (2014) Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Archeologische onderzoeks- en vondstmeldingen (actueel). Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: https://zuid-holland.omgevingsrapportage.nl/ Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 november 2021 (gepubliceerd in de Basis Registratie Ondergrond juli 2022). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://service.pdok.nl/bzk/bro-bodemkaart/atom/index.xml Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012).
Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. & Geurts, A.H. (2012). Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn‐Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. http://persistent‐ identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13‐nqjn‐zl Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond: https://www.dinoloket.nl Digitaal Archief (DANS) Rapporten https://archaeology.datastations.nl/
en
onderzoeksgegevens
van
archeologisch
onderzoek:
Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HISTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie maart 2021 (gepubliceerd in de BasisRegistratie Ondergrond juli 2022). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://service.pdok.nl/bzk/bro-geomorfologischekaart/atom/v1_0/index.xml. Legenda: Maas, G. J.,
KSP Archeologie
36
S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl KLIC-meldingen via www.kadaster.nl Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB (tot 2020) en 8 cm RGB (vanaf 2021) via WMS server: https://service.pdok.nl/hwh/luchtfotorgb/wms/v1_0 Kaart van verdedigingswerken / Militaire Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart
landschapskaart
https://rce.webgispublisher.nl/
Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Oorlogshandelingenkaart Reas Euro. https://reaseuro.nl/oorlogshandelingenkaart/ Rijksmonumenten: Geraadpleegd via WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/ openbaar/wfs TNO Geologische Dienst (2021): Geologische https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen.
Kaart
van
Nederland
2021
Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms Wageningen Environmental Research (2022). Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid) https://service.pdok.nl/bzk/bro-grondwaterspiegeldiepte/wms/v1_0
Websites Geologische eenheden (formaties): https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator
KSP Archeologie
37
Bijlage 1
KSP Archeologie
Geomorfologische kaart
Bijlage 2
KSP Archeologie
Bodemkaart
Bijlage 3
KSP Archeologie
Archeologische gegevens
Bijlage 4
KSP Archeologie
Boorpuntenkaart
KSP Archeologie
Bijlage 5 Boorbeschrijvingen Projectnummer
: 22191
Boring
X (m RD)
Y (m RD)
Z (m+NAP) via AHN4
Project
: Goejanverwelledijk 56 Gouda
1
110.746
446.449
0,96
Datum
: 14 juli 2023
2
110.759
446.451
0,91
Beschrijver
: Erik Schorn
3
110.746
446.439
0,76
Type grond
: Klei/zand
4
110.733
446.438
0,96
Boortype/diameter : Edelman 7 cm
5
110.743
446.429
0,93
Bijzonderheden
: Geen
6
110.762
446433
0,79
Boring
Diepte in cm
Textuur
Horizont
Opmerkingen
1
60
X
X
asfaltbeton, ophoging
parkeerplaats
90
Kz1
h2
dgr
X/Ap
verstoord met puin
110
Ks3
h2
dgr
150
Ks4
h1
brgr
200
Ks2
Boring
Diepte in cm
Textuur
2
80
X
parkeerplaats
140
Ks2
h2
dgr
150
Ks2
h1
blgr/dgr
180
Kz1
h1
dgr
200
Ks2
h1
270
Ks1/Ks2
Boring
Diepte in cm
Textuur
3
60
X
parkeerplaats
85
Ks2
dgr
130
Ks2
gr
170
Ks1
190
Ks2
200
Kz1
gr
Boring
Diepte in cm
Textuur
4
60
X
parkeerplaats
70
X
105
Ks4/Kz1
h2
dgr
120
Ks3
h1
brgr
150
Ks2
h1
brgr
Humus
Humus
Humus h2
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen bs2, grind
Ap
gr/zwgr
sch1 Bw? afwisseling mer zwgr humeuze bandjes met plr C
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
X
asfaltbeton, ophoging
bs2, pu1, sch1
X/Ap
verstoord met puin
bs1, sch1
X
mengsel, verstoord
sch1
X/C?
verstoord?
dgr
sch1
X/C?
verstoord?
gr/zwgr
sch1, plr
C
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
X
asfaltbeton, ophoging
bs2, pu1
X/Ap
verstoord met puin
sch1
C
gr/zwgr
plr
C
gr/zwgr
plr
C
Kleur
Horizont
Opmerkingen
X
asfaltbeton, ophoging
puin
X
opgebracht
bs2, plr
Ap
plr
Bw?
Bijzondere bestanddelen
Vondsten
Vondsten
Bw?
200
Ks2
gr
400
Kz1
gr
afgewisseld met zandbandjes
C
Boring
Diepte in cm
Textuur
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
5
50
X
X
parkeerplaats
65
Ks3
zwgr
plr, stukje wit porselein
Ap
asfaltbeton, ophoging scherpe grens met onder
100
Ks2
gr
C
200
Kz1
gr
Fe2, sch1 af en toe dun zandig bandje, sch1
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
6
40
Z3s1
h2
br
X
opgebrachte teelaarde
groenstrook
50
Ks2
h2
dgr
X
verstoord
90
Z4s1
h1
dgr/gr
X
mengsel, verstoord
100
X
X
gestuit op steen/beton
h2
Vondsten
C
af en toe dun zandig bandje, sch1
Humus
Vondsten
kleibrokken
Pagina 1 van 1
C
Vondsten
C Vondsten
KSP Archeologie
Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.
KSP Archeologie
KSP Archeologie
Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
KSP Archeologie
Bijlage 7
KSP Archeologie
Richtlijnen archeologievriendelijk bouwen
Richtlijn Archeologievriendelijk Bouwen bijlage III bij de Erfgoedverordening Gouda (versie 2017)
Indien aan de volgende criteria wordt voldaan, wordt geen verplichting tot het doen van een opgraving opgelegd op grond van paragraaf 5 van de Erfgoedverordening Gouda: 1. De werkzaamheden vinden plaats in de Goudse binnenstad, met uitzondering van de gebieden die zijn gedefinieerd als ‘hoogwaardig gebied met bijzondere waarde’. 2. Op locaties waar op basis van het verplichte bureauonderzoek menselijke begravingen worden verwacht, moet een aanvullend vooronderzoek worden uitgevoerd om de aanwezigheid van die begravingen te onderzoeken. Op locaties waar menselijke graven daadwerkelijk aanwezig zijn, is archeologievriendelijk bouwen niet toegestaan. 3. Aanvrager beschikt over een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch bureauonderzoek dat inzicht biedt in de specifieke archeologische verwachting van het gebied. Bij het verrichten van de bodemverstorende werkzaamheden wordt, waar mogelijk, aantoonbaar rekening gehouden van met die archeologische verwachting. Bijvoorbeeld door op de archeologisch belangrijkste locaties de bodem niet te verstoren. 4. In totaal wordt niet meer dan 5% van het totale oppervlak van het bebouwde deel van het bouwplan dieper dan 50 cm onder het maaiveld verstoord. Voor heipalen wordt hierbij de volgende berekening gehanteerd: de verstoring per heipaal is twee keer de oppervlakte van de paal zelf. 5.
Als er een alternatief is, wordt de bodem niet dieper dan 50 cm onder het maaiveld verstoord. Dus geen (parkeer)kelders, ondergrondse kruipruimtes, ondergrondse afvalinzameling, liftputten en/of zwembaden etc. 6. Nieuwe kabels en leidingen, waaronder m.n. rioleringen worden in bestaande kabel- en leidingentracés gelegd. 7. Bestaande bebouwing wordt gesloopt tot het maaiveld. Oude funderingen worden niet verwijderd, ook niet voor het heien. Door funderingen heen heien is wel toegestaan. 8. De afstand tussen twee rijen heipalen is minimaal 5 m, gemeten tussen de palen. 9. Er worden niet meer heipalen geslagen dan uit constructief oogpunt minimaal is vereist. Daar waar andere mogelijkheden zijn (bouwen op staal of andere fundering) worden die mogelijkheden toegepast. Indien er geen andere mogelijkheden zijn, moet worden onderbouwd waarom uitsluitend heipalen kunnen worden toegepast. Schuurtjes, tuinmuren en andere kleine bouwwerken mogen niet worden onderheid. 10. Er zijn geen onderheide poeren (clusters van palen). 11. Heipalen worden geslagen, tenzij vanwege aantoonbare omgevingsfactoren geschroefde heipalen noodzakelijk zijn. 12. Aanvrager laat door een daartoe gecertificeerd bedrijf ter plaatse van of vlak naast de heipalen een boring tot 4 m diepte zetten. Deze boring dient om het bodemarchief in kaart te brengen.
De boring geldt ook als nulmeting voor de toestand van het bodemarchief, voordat er gebouwd gaat worden.
Bijlage 2 - Bodem vooronderzoek
Milieupartner BV Slophoosweg 16 5491 XR Sint-Oedenrode T 0413 – 786 678 info@milieupartner.nl www.milieupartner.nl info@milieupartner.nl www.milieupartner.nl
Vooronderzoek NEN 5725 Goejanverwelledijk naast 56-60 te Gouda Gemeente Gouda, sectie K, nummer 5892
Opdrachtgever:
Projectnummer: Versienummer: Plaats, datum: Auteur:
Van Haalen Sloop- en Saneringcoördinatie B.V. De heer H. van Haalen Friezenweg 18A 5349 AW Oss 23.1004 1 Sint-Oedenrode, 4 juli 2023 Mevr. I.P.E. van Kessel
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding ................................................................................................................................................................................... 3 1.1
Uitgangspunten van het vooronderzoek .........................................................................................................3
1.2
Indeling van de rapportage ...................................................................................................................................3
Vooronderzoek ..................................................................................................................................................................... 4 2.1
Algemene gegevens onderzoekslocatie ...........................................................................................................4
2.2
Voormalig en huidig gebruik ................................................................................................................................5
2.3
Toekomstig gebruik ..................................................................................................................................................5
2.4
Bodembedreigende activiteiten ..........................................................................................................................5
2.5
Beschikbare onderzoeksgegevens ......................................................................................................................5
2.6
Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................................................7
2.7
Asbest .............................................................................................................................................................................7
2.8
PFAS ................................................................................................................................................................................7
2.9
Locatiebezoek .............................................................................................................................................................8
2.10
Onderzoekshypothese en -strategie..................................................................................................................8
3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie .......................................................................................................... 9
4
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 10 4.1
Conclusies vooronderzoek .................................................................................................................................. 10
4.2
Onderzoekshypothese en -strategie............................................................................................................... 10
4.3
Uit te voeren werkzaamheden .......................................................................................................................... 11
Bijlagen 1.
Situering in de regio
2.
Locatietekening
3. Fotoblad
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
2
1
Inleiding
In opdracht van de heer H. van Haalen van Van Haalen Sloop- en Saneringscoördinatie B.V. te Oss heeft Milieupartner BV een vooronderzoek (NEN5725) uitgevoerd ter plaatse van de Goejanverwelledijk ong. te Gouda, gemeente Gouda. Het vooronderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling en nieuwbouw. Het doel van het vooronderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie en hiermee te achterhalen of de locatie verdacht of onverdacht is voor het aantreffen van bodemverontreiniging. Hiermee wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek gebruikt worden bij de interpretatie van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. Erkenning Milieupartner B.V. is voor de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ in het bezit van het procescertificaat met nummer EC-SIK-20304 afgegeven door Normec Certification B.V. Deze erkenning is van toepassing op de BRL SIKB 2000 protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Onafhankelijkheid In deze context verklaart Milieupartner BV dat hij tot de opdrachtgever in geen andere relatie staat dan die van opdrachtnemer- opdrachtgever.
1.1
Uitgangspunten van het vooronderzoek
Hieronder zijn de uitgangspunten van het vooronderzoek genoemd. • Het vooronderzoek moet voldoen aan de Nederlandse Norm 5725 "Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek” (NEN 5725 uit 2009).
1.2
Indeling van de rapportage
Het vooronderzoek bestaat uit 4 hoofdstukken. Het vooronderzoek dat omschreven is in hoofdstuk 2 omvat historische en actuele locatiegegevens en gegevens van (voorgaande) bodemonderzoeken ter plaatse van de onderzoekslocatie of aangrenzende terreinen. In hoofdstuk 3 worden de regionale bodemopbouw en regionale geohydrologie beschreven. En tot slot worden in hoofdstuk 4 de conclusies van het vooronderzoek, de onderzoekshypothese en -strategie en de aanbevolen werkzaamheden weergegeven.
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
3
2
Vooronderzoek
Het standaard vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door middel van: • een inspectie van de onderzoekslocatie: • bodematlas provincie Zuid-Holland; • milieuarchief Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH); • het interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten; • informatie van de opdrachtgever.
2.1
Algemene gegevens onderzoekslocatie
De locatie bestaat uit een ongenummerd perceel, dat is gelegen aan de Goejanverwelledijk te Gouda Gouda. De locatie staat kadastraal bekend onder gemeente Gouda, sectie K, nummer 5892. Het perceel heeft een oppervlakte van 970 m² en maakt onderdeel uit van het bedrijfsperceel Goejanverwelledijk 56-60 te Gouda. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en nagenoeg geheel verhard met asfalt. Ten noorden van de onderzoekslocatie is de openbare weg de Goejanverwelledijk gelegen, met aan de overzijde een groenstrook met oppervlaktewater. Ten oosten zijn diverse bedrijfspanden, ten zuiden de Hollandsche IJssel en ten westen de Goerjanverwellesingel aanwezig. De onderzoekslocatie is weergegeven in onderstaande figuur 1.
Figuur 1: Onderzoekslocatie op luchtfoto
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
4
2.2
Voormalig en huidig gebruik
Uit informatie van topotijdreis blijkt dat de Goejanverwelledijk vanaf circa 1850 aanwezig is. Vanaf circa 1875 is de eerste bebouwing op het perceel zichtbaar. Door de jaren heen verandert de bebouwing enigszins tot uiteindelijk 3 gebouwen aanwezig zijn. Medio 1995 is de Goejanverwellesingel gerealiseerd en is op de onderzoekslocatie geen bebouwing meer aanwezig. De onderzoekslocatie is gelegen in de uiterwaarden tegen de winterdijk van de Hollandse IJssel. De locatie is lager gelegen en in gebruik als parkeerplaats (geasfalteerd) ten behoeve van het aannemingsbedrijf (wegenbouw en railinfra) aan de Goejanverwelledijk 60. Dit bedrijf is sinds 1960 aan de Goejanverwelledijk gevestigd. Op basis van het historisch kaartmateriaal van topotijdreis wordt verwacht dat op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen voormalige watergangen en/of boomgaarden aanwezig zijn (geweest) waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van respectievelijk verontreinigd dempingsmateriaal of bestrijdingsmiddelen (OCB). Ten westen van de onderzoekslocatie (aan de overzijde van de Hollandse IJssel) is een voormalige stortlocatie bekend. Deze is echter op ruime afstand van de onderzoekslocatie gelegen.
2.3
Toekomstig gebruik
Men is voornemens om ter plaatse van de onderzoekslocatie een nieuw kantoorgebouw te realiseren. Tevens wordt de buitenruimte opnieuw ingericht met parkeerplaatsen ingepast in groen.
2.4
Bodembedreigende activiteiten
Op basis van de gegevens uit het bodemloket is op de locatie (Goejanverwelledijk 60) sinds 1965 een benzine-service-station gevestigd (geweest). Tevens wordt aangegeven dat vanaf 1986 een ondergrondse HBO-tank aanwezig is. Op basis van de gegevens uit Atlas omgevingsdienst MiddenHolland blijkt dat ter plaatse van het perceel Goejanverwelledijk 58 een 3.000 liter ondergrondse afgewerkte olietank en een 5.000 liter ondergrondse huisbrandolietank aanwezig zijn (geweest). Deze bodembedreigende activiteiten hebben niet ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie plaatsgevonden, maar elders op het terrein. Voor de globale ligging van deze bodembedreigende activiteiten wordt verwezen naar bijlage 2. Er zijn geen bodembedreigende activiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie bekend.
2.5
Beschikbare onderzoeksgegevens
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, zie onderstaande tabel 1. Tabel 1: Uitgevoerde bodemonderzoeken Datum 26-01-1992
Onderzoek Milieutechnisch bodemonderzoek ter bepaling van de bodemkwaliteit t.b.v. de bouw van een woonhuis aan de Goejanverwelledijk 58 te Gouda, kenmerk 921207
Onderzoeksbureau WIHA Grondmechanica BV
Samenvatting Aanleiding: voorgenomen bouw van een woonhuis (huidige adres: Goejanverwelledijk 62). Zintuiglijk zijn tot 2,4 m-mv geen bijmengingen waargenomen, die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Analytisch zijn in de grond geen gehalten tot boven de referentiewaarde/ detectielimiet gemeten. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan chroom gemeten.
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
5
08-1995
Milieukundig bodemonderzoek Goejanverwelledijk 60 te Gouda, kenmerk 95.1058/JA
Lexmond Milieuadviezen B.V.
25-09-1995
Aanvullend bodemonderzoek Goejanverwelledijk 60 te Gouda, kenmerk 95.10584_1/JA
Lexmond Milieuadviezen B.V.
01-1996
Evaluatie sanering Goejanverwelledijk 60 te Gouda, kenmerk: 95.11553/EM
Lexmond Milieuadviezen B.V.
11-1999
Milieukundig bodemonderzoek Goejanverwelledijk 60 te Gouda, kenmerk: 99.19757/JU
Lexmond Milieuadviezen B.V.
Aanleiding: vastleggen nulsituatie in het kader van de Wet milieubeheer en vastleggen bodemkwaliteit in het kader van de operatie bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen (BSB). Op basis van het nulsituatieonderzoek zijn de onderstaande verdachte deellocaties aangewezen: Tankinstallatie met 2 ondergrondse tanks (6.000 liter rode diesel en 30.000 liter witte diesel); Olie-waterscheider nabij tankinstallatie; Wasplaats incl. slibvangput; Olie-opslag in loods nabij wasplaats; Olie-opslag in loods. In het kader van het BSB onderzoek komen de onderstaande historisch verdachte deellocaties naar voren: Terreinophogingen: o Gehele terrein: bagger/slib uit Hollandse IJssel; o Puin- en slakken ca 3000 m² o Asfaltbrokken ca 300 m² o Bouw- en sloopafval ca 1800 m² Olieopslag in opslagtank tpv het jaagpad (achter loods), deze tank is reeds verwijderd. Zintuiglijk zijn in de bovengrond tot ca 1 m-mv bijmengingen met puin en/of slakken aangetroffen. Analytisch zijn in de grond ter plaatse van de tankinstallatie en de wasplaats respectievelijk sterk en licht verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. In het grondwater rond de tankinstallatie, de wasplaats, de olie-opslag in de loods en werkplaats zijn concentraties aan minerale olie tot boven de interventiewaarde aangetoond.
De puin- en slakkenhoudende laag is analytisch licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK, minerale olie. Ter plaatse van de voormalige olietank zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen verontreinigingen met minerale olie waargenomen/aangetoond. Aanleiding: de aangetroffen gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie in de slakken- en puinhoudende laag. Op basis van de resultaten van een uitloogproef kan geconcludeerd worden dat de stoffen uit de slakkenen puinlaag onder de asfaltlaag niet noemenswaardig uitlogen. Op de locatie Goejanverwelledijk 60 te Gouda zijn twee ondergrondse dieselolietanks verwijderd en is de met minerale olie en VAK verontreinigde grond ter plaatse van de verwijderde tanks gesaneerd. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en chemische analyses wordt geconcludeerd dat de met minerale olie en VAK verontreinigde grond in voldoende mate is gesaneerd. Aanleiding: vastleggen nulsituatie bij de wasplaats en aangetoonde minerale olieverontreiniging in grondwater ter plaatse van de loods/werkplaats (pb 11). Resultaten: De bovengrond ter plaatse van de wasplaats is licht verontreinigd met minerale olie. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Geconcludeerd wordt dat de nulsituatie ter plaatse voldoende is vastgelegd.
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
6
10-2001
Evaluatie sanering Goejanverwelledijk 60 te Gouda, kenmerk: 01.22517/JRE
Lexmond Milieuadviezen B.V.
11-2002
Evaluatie sanering Goejanverwelledijk 60 te Gouda, kenmerk: 02.23926/JRE
Lexmond Milieuadviezen B.V.
2.6
In het grondwater ter plaatse van peilbuis 11 is geen minerale olie aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat de eerder geconstateerde verontreiniging met minerale olie gering van omvang is. Aanleiding: aangetroffen verontreinigingen met minerale olie tijdens jaarlijkse monitoring. Doel: verontreiniging tot onder de streefwaarden verwijderen door middel van ontgraving. Op basis van zintuiglijke waarnemingen tijdens de sanering en de resultaten van de analyses van de controlemonsters is geconcludeerd dat de met minerale olie verontreinigde bodem in voldoende mate is gesaneerd. Nazorg: het grondwater uit peilbuis 12 wordt jaarlijks gemonitord. Aanleiding: aangetroffen verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen tijdens jaarlijkse monitoring ter plaatse van de olie-water afscheider. Doel: verontreiniging verwijderen door middel van ontgraving. Op basis van zintuiglijke waarnemingen tijdens de sanering en de resultaten van de analyses van de controlemonsters is geconcludeerd dat de met minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen verontreinigde bodem in voldoende mate is gesaneerd. Nazorg: het grondwater uit peilbuis 6 wordt jaarlijks gemonitord.
Bodemkwaliteitskaart
Op basis van de nota Bodembeheer regio Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021 [Omgevingsdienst Midden-Holland, productnummer A-2015-000535, d.d. 12 september 2016] blijkt dat de locatie valt binnen de bodemkwaliteitszone “zone 06 uitbreidingen 1940-1970 (zuid+west)” en de bodemkwaliteit (ter plaatse van onverdachte locaties) voldoet aan de klasse wonen.
2.7
Asbest
De bebouwing op de onderzoekslocatie is gerealiseerd in de periode 1875 tot circa 1990 en is reeds geruime tijd geleden gesloopt. Op basis van het in 1995 uitgevoerde nulsituatie bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van de parkeerplaats onder de asfaltverharding (tot 1,0 m-mv) bijmengingen met puin en/of slakken zijn waargenomen. Destijds is deze laag niet onderzocht op asbest. Op basis van deze zintuiglijke waarnemingen wordt de huidige onderzoekslocatie als verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem.
2.8
PFAS
Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Indien grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd, dient een aanvullend onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX in de verdachte grondlagen (0,0-1,0 m-mv). In verband met de voorgenomen herinrichting en nieuwbouw zal in de toekomst naar verwachting grond worden afgevoerd.
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
7
2.9
Locatiebezoek
Op 15 juni 2023 is een locatiebezoek uitgevoerd door de heer D.K.J. van de Giessen van Milieupartner BV. Hieruit is gebleken dat de onderzoekslocatie geheel verhard is met asfalt. Op de locatie is een bestaande peilbuis (zonder label) aanwezig. Op basis van informatie van de eigenaar/gebruiker blijkt dat in het verleden tijdelijk stacaravans en later kantoorunits op de locatie aanwezig zijn geweest. Aangrenzend aan de onderzoekslocatie is een kantoorpand (voormalig woonhuis), loods/werkplaats met 2 hefbruggen en een olie-opslag in lekbak en een tankplaats aanwezig. Tijdens de locatie-inspectie zijn, ter plaatse van de onderzoekslocatie (de parkeerplaats) geen bijzonderheden geconstateerd die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.
2.10
Onderzoekshypothese en -strategie
Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • In 1995 is ter plaatse van de onderzoekslocatie de nulsituatie vastgelegd. Hieruit blijkt dat, in het verleden, de gehele locatie is opgehoogd met bagger/slib uit de Hollandse IJssel. Ter plaatse van de parkeerplaats is onder de asfaltverharding een puin- en slakkenhoudende laag (tot 1,0 m-mv) aanwezig. De puin- en slakkenhoudende laag is analytisch licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK, minerale olie; • In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen boomgaarden aanwezig (geweest), waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van OCB; • Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie geen watergangen aanwezig geweest; • Op basis van de zintuiglijke waarnemingen (puin in de bovengrond) is de onderzoekslocatie verdacht met betrekking tot het voorkomen van asbest; • In verband met de toekomstige herinrichting en nieuwbouw wordt naar verwachting grond van de onderzoekslocatie afgevoerd, waardoor een onderzoek naar PFAS wordt geadviseerd. Op basis van het historisch onderzoek dient ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw een verkennend (asbest) onderzoek conform de NEN 5740 en de NEN 5707 te worden uitgevoerd. Hierbij vormt het mogelijk voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag aandachtspunten.
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
8
3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
De regionale geohydrologische bodemopbouw is overgenomen uit gegevens van de Rijksgeologische Dienst en TNO. Deze opbouw is weergegeven in onderstaande tabel 1. Tabel 1: Bodemopbouw Bodemopbouw Zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot Holocene afzettingen deklaag grindig, lokaal schelphoudend; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus; veen, lokaal kleiig Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal Formatie van eerste watervoerend pakket grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, Kreftenheye lokaal humeus
0 - 10 m-mv
10 - 30 m-mv
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). Op basis van de beschikbare gegevens wordt ingeschat dat de stromingsrichting van het grond water overwegend zuidwestelijk gericht is (richting de Hollandse IJssel). De freatische grondwaterstand wordt verwacht op een diepte van circa 1,0 meter -mv. De locatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
9
4
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
In opdracht van de heer H. van Haalen, van Van Haalen Sloop- en Saneringscoördinatie B.V. te Oss, heeft Milieupartner BV een vooronderzoek (NEN 5725) uitgevoerd ter plaatse van de Goejanverwelledijk ong. te Gouda, kadastraal bekend onder gemeente Gouda, sectie K, nummer 5892. De onderzoekslocatie betreft een met asfalt verharde parkeerplaats naast de percelen Goejanverwelledijk 56-60 te Gouda. Het vooronderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen nieuwbouw van een kantoorpand op de locatie. Het doel van het vooronderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie en hiermee te achterhalen of de locatie verdacht of onverdacht is voor het aantreffen van bodemverontreiniging. Hiermee wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek gebruikt worden bij de interpretatie van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek.
4.1
Conclusies vooronderzoek
Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • In 1995 is ter plaatse van de onderzoekslocatie de nulsituatie vastgelegd. Hieruit blijkt dat, in het verleden, de gehele locatie is opgehoogd met bagger/slib uit de Hollandse IJssel. Ter plaatse van de parkeerplaats is onder de asfaltverharding een puin- en slakkenhoudende laag (tot 1,0 m-mv) aanwezig. De puin- en slakkenhoudende laag is analytisch licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK, minerale olie. Niet duidelijk is of sprake is van een halfverhardingslaag of van bodem. • In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen boomgaarden aanwezig (geweest), waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van OCB; • Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie geen watergangen aanwezig geweest; • Op basis van de zintuiglijke waarnemingen (puin in de bovengrond) is de onderzoekslocatie verdacht met betrekking tot het voorkomen van asbest; • In verband met de toekomstige herinrichting en nieuwbouw wordt naar verwachting grond van de onderzoekslocatie afgevoerd, waardoor een aanvullend onderzoek op PFAS wordt geadviseerd. Op basis van het historisch vooronderzoek dient ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw een verkennend (asbest) onderzoek conform de NEN 5740 en de NEN 5707 te worden uitgevoerd.
Hierbij vormt het mogelijk voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag aandachtspunten. Bij deze onderzoeken dient door middel van een zeefproef bepaald te worden of met betrekking tot de laag onder de asfaltverharding sprake is van bodem of van een halfverhardingslaag. Dit is zowel van belang voor het asbestonderzoek als voor een eventueel vervolgonderzoek van het bodemonderzoek.
4.2
Onderzoekshypothese en -strategie
Op basis van de beschikbare informatie wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging en is bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd zoals beschreven in de NEN 5740/A1 ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’ (VED-HE, tabel 9.1) en de NEN 5707 ‘onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’ (VED-HE, tabel 7)’.
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
10
4.3
Uit te voeren werkzaamheden
In tabel 2 is een overzicht opgenomen van de voorgestelde veld- en laboratoriumwerkzaamheden. Tabel 2: Voorgestelde werkzaamheden Aantal boringen 5 x tot 1,0 m-mv 1 x tot 2,0 m-mv
5x inspectiegat tot 0,5 m-mv waarvan 1x inspectiegat tot onderzijde verdachte laag
Aantal peilbuizen 1 x peilbuis
-
Analyses grond
Analyses grondwater
2 x NEN 5740 standaardpakket bovengrond + 1x PFAS 1 x NEN 5740 standaardpakket ondergrond + PFAS 1 x asbest
1 x NEN 5740 standaardpakket grondwater
Vooronderzoek NEN5725 Goejanverwelledijk ong. te Gouda, rapportnummer 23.1004
-
11
Bijlage 1 Situering in de regio
Globale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2 Locatietekening
5894
v Go
e
rw
el g in s le el
Go e janv e
rwel ledij k
5891
toekomstig kantoor 5893
5892
56
58
8911
globale ontgravingscontour, 2001
8910
globale ontgravingscontour, 1996 LEGENDA onderzoekslocatie perceelsgrens bestaande bebouwing toekomstige bebouwing
N 0
2.5
schaal 1:250
5
7.5
10
12.5 meter
5m
afstand
Betreft
Historisch vooronderzoek
Locatie Plaats
Goejanverwelledijk Gouda
Figuur
Situatietekening
bestaande peilbuis globale saneringscontour
Milieupartner B.V. Bestand
Z:\Milieupartner 2023\Projecten\23.1004 HO Gouda\23.1004 Goejanverwelledijk Gouda.dwg
Bijlage
2 23.1004 IvK
Project Getekend
Versie Datum Gewijzigd
1 16-01-2023 -
Formaat Schaal
A3 1:250 -
Slophoosweg 16 5491 XR Sint-Oedenrode tel: (0413) 786 678 www.milieupartner.nl
Bijlage 3 Fotoblad
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Bijlage 3 - Cultuurhistorische analyse
CULTUURHISTORISCHE ANALYSE GOEJANVERWELLEDIJK 56 – 62 GOUDA
Cultuurhistorische Analyse Goejanverwelledijk 56-62 te Gouda
versie: definitief 21-01-2022
Cultuurhistorische analyse Goejanverwelledijk 56-62 2807 CC Gouda
Colofon Opdrachtgever: Ing. Paul van Bergen Fa. J. C. van Kessel Tielerweg 19 4191 NE Geldermalsen Uitgevoerd door: Bureau Helsdingen te Vianen Helsdingse Voorweg 2 4133 ND Vianen advies@bureauhelsdingen.nl www.bureauhelsdingen.nl tel. 0347-370651 Bureau Helsdingen is een onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van Monumenten en Bouwhistorie. Tekst en samenstelling: Robert den Hartog de Wilde BSc MA Ing. P.T. den Hertog Status: 2e Concept Datum: 25 maart 2022
2 van 28
Cultuurhistorische Analyse Goejanverwelledijk 56-62 te Gouda
versie: definitief 21-01-2022
INHOUDSOPGAVE 1
SAMENVATTING
4
2
PROJECTGEGEVENS
6
3
HUIDIGE CONTEXT
7
4
GESCHIEDENIS VAN DE LOCATIE
15
5
WAARDERING VAN DE AANWEZIGE ELEMENTEN
25
6
BRONNEN
28
3 van 28
Cultuurhistorische Analyse Goejanverwelledijk 56-62 te Gouda
1
versie: definitief 21-01-2022
SAMENVATTING
Aanleiding In deze cultuurhistorische analyse wordt de cultuurhistorische waarde van het perceel Goejanverwelledijk 56-62 te Gouda beschreven en gewaardeerd. Aanleiding voor dit rapport is het plan “Analyse landschappelijke inpassing bedrijfsterrein te Gouda d.d. 8 juli 2021,” waar een cultuurhistorische analyse aan ontbreekt. Het projectteam bestaande uit Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten, architectenbureau Alphaplan en ing. Paul van Bergen van de firma J. C. van Kessel heeft dit plan met de gemeente besproken en er is door de gemeente geconcludeerd dat als onderbouwing voor de planvorming een cultuurhistorische analyse nodig is. Een dergelijke cultuurhistorische analyse dient inzicht te geven in de aanwezige cultuurhistorische waarden. De cultuurhistorische analyse is nodig indien binnen gebieden die zijn aangegeven op de kaart ‘Cultuurhistorische analyse’ (de ‘gele vlekkenkaart’) of bij historische wegenlinten of waterlinten ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien die afwijken van het bestemmingsplan. Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd. Na de projectgegevens wordt in hoofdstuk drie de huidige ruimtelijke context beschreven en een analyse van de ruimtelijke structuren geboden. Het biedt de middelen om historische ontwikkelingen te duiden en toekomstige ontwikkelingen vorm te geven.
In hoofdstuk vier schetsen wij het beeld van de ontstaansgeschiedenis van de locatie. We doen dit allereerst vanuit een brede historisch geografische scope om vervolgens op het onderzoeksgebied in te zoomen. Deze geschiedenis maakt de verschijningsvorm en de locatie van het onderzoeksgebied inzichtelijk. In het vijfde en laatste hoofdstuk worden de verschillende elementen gewaardeerd. Voor deze waardering baseren wij ons enerzijds op de historisch geografische elementen van lijnen, punten en vlakken in het landschap en op de richtlijnen voor het bouwhistorisch onderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed anderzijds.1 Samenvatting De vorming van de stad Gouda en de ontginningen van het omliggende landschap vinden plaats tussen de elfde en de dertiende eeuw. De eerste vermelding van Gouda is teruggevonden in een oorkonde uit 1139. De ontginningen ten oosten van Gouda dateren uit de elfde eeuw. De stad Gouda is vanaf begin dertiende eeuw uitgegroeid tot een belangrijke handelsstad en een knooppunt voor de scheepvaart tussen Noord-Duitsland en Vlaanderen. Het onderzoeksgebied ligt geklemd tussen de Hollandsche IJssel en de Goejanverwelledijk, ten zuiden van de Willens Polder, één van de ontginningen ten oosten van Gouda. Het onderzoeksgebied ligt op het punt waar de dijk en de oever samenkomen.
Na de ontginning van dit gebied is de bewoning en bebouwing maar mondjesmaat op gang gekomen. Dit vond voornamelijk binnendijks plaats en dan met name langs de Tiendweg, een oude verbindingsweg met de markt van Gouda. Pas tegen het eind van de 19e eeuw zien we bebouwing buitendijks langs de IJsseloever. Op die wijze kan de industriële ontwikkeling van het onderzoeksgebied en de ontplooiing van de firma Van Ooijen ter plaatse gezien worden als feitelijk de laatste ontwikkeling binnen het cultuurhistorisch landschap vóór de aanleg van de wijk Goverwelle. Het onderzoeksgebied bevindt zich op het snijvlak van de historische en moderne ruimtelijke ontwikkelingen en op het snijvlak van het stedelijk en agrarisch landschap. Voor de beoordeling van het onderzoeksgebied hebben wij gebruikgemaakt van de classificatie opgesteld door de RCE voor bouwhistorisch onderzoek; de hoge waardering zijnde de hoogste 1 Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek, gezamenlijke uitgave van o.a. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de
Stichting Bouwhistorie en de Rijksgebouwendienst (Den Haag, 2009). Te raadplegen via: http://cultureelerfgoed.nl/publicaties/richtlijnen-bouwhistorisch-onderzoek.
4 van 28
Cultuurhistorische Analyse Goejanverwelledijk 56-62 te Gouda
versie: definitief 21-01-2022
kwalificatie, de positieve waardering als tweede classificatie en de derde classificatie de indifferente waardering. Een hoge cultuurhistorische waarde behelst beschermenswaardigheid. Een positieve cultuurhistorische waarde onderkent cultuurhistorische waarde maar er is geen sprake van beschermenswaardigheid per se. De indifferente cultuurhistorische waarde sluit cultuurhistorische waarde niet per se uit maar deze is hoe dan ook beperkt. Wij hebben de Goejanverwelledijk, de zomerdijk en het jaagpad langs de IJsseloever een hoge cultuurhistorische waardering toegekend. Aan het vlak tussen de dijk en de oever, het kunstmatig verhoogde maaiveld op het bedrijfsterrein alsmede het pand Goejanverwelledijk 56 – 58 is een positieve cultuurhistorische waarde toegekend. De andere gebouwen en elementen hebben wij als indifferent gewaardeerd. Aanbevelingen Gezien de hoge archeologische verwachtingswaarde die zowel de provincie maar vooral de gemeente dit gebied toekent, is het belangrijk om archeologie mee te nemen in de beoordeling van de omgevingsvergunning. Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat het maaiveld ter plaatse kunstmatig is verhoogd. Alle ingrepen en wijzigingen die de hoogteverschillen tussen de winterdijk, de zomerdijk en de stroomrug langs de oever benadrukken, achten wij uit cultuurhistorisch oogpunt positief.
Zo ook alle ingrepen die de zichtlijnen verbeteren, die op hun buurt ook weer de hoogteverschillen zullen benadrukken achten wij positief.
5 van 28
Cultuurhistorische Analyse Goejanverwelledijk 56-62 te Gouda
2
versie: definitief 21-01-2022
PROJECTGEGEVENS
Opdrachtgever Eigenaar
: Ing. Paul van Bergen namens Fa. J. C. van Kessel : Firma Van Ooijen Gouda b.v. Goejanverwelledijk 60 2807 CC Gouda
Objectgegevens Adres : Gemeente : Kadastraal adres : Ligging : Status : Oorspronkelijke bestem- : ming Huidige bestemming : Bouwjaar : Bouwstijl :
Goejanverwelledijk 58 – 62 Gouda GDA01_K_5889 Buitengebied langs de IJssel In gebruik, geen monumentenstatus Woon- en industriefunctie Woon- en industriefunctie 1962 / 1983 Verschillend
Actuele kaartgegevens/ situering
Het bedrijfsterrein van de firma van Ooijen, Goejanverwelledijk 56 – 62 te Gouda. Bron: Google Maps, bewerkt door Bureau Helsdingen.
6 van 28
Cultuurhistorische Analyse Goejanverwelledijk 56-62 te Gouda
3
HUIDIGE CONTEXT
3.1
Structuur
versie: definitief 21-01-2022
Structuur van de omgeving De structuur van de omgeving wordt bepaald door de Hollandsche IJssel welke is ingekaderd door een noordelijke en een zuidelijke dijk. De afstand tussen beide dijken is tamelijk regelmatig en de rivier meandert zich een weg tussen de beide dijken. De breedte van de uiterwaard tussen rivier en dijk verschilt plaatselijk sterk. Daar waar de uiterwaarde aan de ene zijde breed is, is deze aan de andere zijde smal. De uiterwaard ten oosten van het onderzoeksgebied tot aan de bebouwde kom van Haastrecht aan de noordelijke oever van de Hollandsche IJssel is een overwegend brede, open en groene strook. Westelijk, vanaf de Goverwellebrug tot het sluiscomplex Waaiersluis is weinig terug te zien van een uiterwaard en een zomerdijk ontbreekt. De smalle strook tussen de Goejanverwelledijk en de Hollandsche IJssel wordt vooral gekenmerkt door bebouwing, afwisselend van industrieel/economisch karakter en woonfuncties. Tussen de wijk Goverwelle en de Goejanverwelledijk bevindt zich nog een groene parkstrook. In de uiterwaard ten zuiden van de Goejanverwelledijk bevindt zich een groenstrook tot aan de Hollandsche IJssel. Deze groenstrook heeft een overwegend recreatief en sportief karakter.
Direct aan oostelijke zijde van het onderzoeksgebied bevindt zich de Goudse Petanque Vereniging en de sportvelden van respectievelijk een honkbal-, rugby, en beachvolleybalvereniging. De Goverwellesingel ontsluit het onderzoeksgebied en vormt de verbinding tussen stedelijk en ruraal landschap. De Goverwellebrug is in dit geval een fysieke brug tussen het stedelijk landschap van Gouda en het buitengebied van de Krimpenerwaard. Deze brug vormt een onderdeel van de stedelijke ontwikkeling van Gouda behorende bij de aanleg van de wijk Goverwelle in de jaren ’80 en ’90 van de 20ste eeuw. Dit maakt deze noord-zuid verbinding van de Goverwellesingel tussen het stedelijk landschap van Gouda en het buitengebied van de Krimpenerwaard een moderne ruimtelijke ontsluiting. Voorheen was de richting van verplaatsingen alleen oost-westelijk, over het water en de dijken.